Vertrouwen in de Wetenschap
Brontekst
Versie c7860c7c8345186e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- enWetenschapsbeleidNr. 1234 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 maart 2026Het Rathenau Instituut doet elke drie jaar onderzoek naar het vertrouwenvan Nederlanders in de wetenschap. Met deze brief bied ik uw Kamer eenkorte reflectie op de twee rapporten die het Rathenau Instituut hieroverheeft uitgebracht dit jaar: Online vertrouwen – Literatuurstudie over watmisinformatie op sociale media doet met vertrouwen in de wetenschap enVertrouwen in de Wetenschap – Enquête 2025.1In een tijdperk van grote maatschappelijke uitdagingen en geopolitiekeonrust is wetenschap cruciaal: ze scheidt feit van fictie, geeft inzichten inoplossingen en gedijt alleen goed in nauwe samenwerking met desamenleving. Wanneer burgers, beleidsmakers en (maatschappelijke)organisaties erop kunnen vertrouwen dat wetenschappelijk onderzoekonafhankelijk, transparant en toegankelijk wordt uitgevoerd, draagt dit bijaan een weerbare democratie en een samenleving die in staat is omcomplexe uitdagingen het hoofd te bieden. De bevindingen uit beiderapporten van het Rathenau Instituut bieden belangrijke aanknopings-punten voor het beleid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap. In deze brief ga ik in op de belangrijkste bevindingen en mijnbeleidsinzet op dit terrein.Opvallende bevindingenZowel het literatuuronderzoek als de enquête bieden belangrijke weten-schappelijke inzichten om beter te begrijpen hoe het vertrouwen in dewetenschap in Nederland is opgebouwd en welke vraagstukken er liggen.Drie opvallende bevindingen die ik graag uitlicht in mijn reflectie op destukken zijn:1.Het vertrouwen in wetenschap loopt sterker uiteen dan voorheen.1Vertrouwen in de wetenschap 2025 | Rathenau Instituut kst-31288-1234ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12341 2.Waar het vertrouwen in wetenschappelijke instituties en de weten-schappelijke methode hoog is, is het vertrouwen laag in de manierwaarop anderen wetenschappelijke inzichten gebruiken.3.Er is sprake van een complex verband tussen online misinformatie envertrouwen in wetenschap.Vertrouwen in wetenschap loopt sterker uiteen dan voorheenBij het duiden van vertrouwen in de wetenschap maakt het RathenauInstituut een onderscheid tussen vertrouwen in wetenschappers,vertrouwen in de wetenschappelijke methode en vertrouwen in watanderen met wetenschappelijke inzichten doen.Het Rathenau Instituut concludeert dat het gemiddelde vertrouwen inwetenschap licht is gestegen: van een 7,4 in 2021 naar een 7,5 in 2025 opeen schaal van 1 tot 10. Opvallend is dat het aantal mensen dat zeerweinig vertrouwen heeft in de wetenschap (een 5 of lager) is gestegen van9,5% naar 14,6%. Omdat het aantal mensen dat zeer veel vertrouwen heeftin de wetenschap (een 9 of 10) nog sterker is toegenomen, van 20,6% in2021 naar 34,1% in 2025, is het gemiddelde vertrouwen licht hoger dan in2021. Dit betekent dat het aantal mensen dat zowel veel vertrouwen alsweinig vertrouwen hebben, zijn toegenomen, en dat daarmee hetvertrouwen sterker uiteenloopt dan voorheen.Het vertrouwen in de wetenschap verschilt verder sterk per thema.Onderwerpen zoals gezondheid en vaccinaties genieten een breedvertrouwen. Op andere onderwerpen, zoals kunstmatige intelligentie enklimaatonderzoek, concludeert het Rathenau Instituut dat de mate vanvertrouwen verschilt afhankelijk van bijvoorbeeld politieke ideologie,leeftijd en opleidingsniveau.Vertrouwen in de wetenschap en de toepassing van wetenschappelijkeinzichtenMeer dan 70% van de mensen heeft vertrouwen in de wetenschap alsinstituut waar kennis ontwikkeld wordt, in de wetenschappelijke methode,in wetenschappers en in de conclusies die zij trekken op basis vanwetenschappelijk onderzoek. Er is echter laag vertrouwen in het gebruikvan wetenschappelijke inzichten door andere partijen. Slechts 19% van derespondenten heeft vertrouwen in de manier waarop journalistenwetenschappelijke inzichten interpreteren en communiceren en 10% heeftvertrouwen in hoe politici wetenschappelijke inzichten gebruiken voorbeleidsvorming. Dit wijst op een significant «vertrouwensgat»: niet dewetenschap zelf, maar de vertaling en toepassing ervan door tussenper-sonen en besluitvormers wordt als problematisch ervaren.Een andere opvallende bevinding is dat de wetenschap in Nederland nogsteeds als een van de meest betrouwbare instituties wordt gezien. Hetonderzoek laat zien dat in 2025 Nederlandse burgers, van alle instituties,het meeste vertrouwen heeft in de wetenschap, met gemiddeld eenwaardering van 7,53 (op een schaal van 1 tot 10). Vertrouwen in derechtspraak volgt met een 6,60. Daarna volgen onder andere vakbonden(5,70), kranten (5,65) en televisie (4,83).2Uit de enquête blijkt verder dat mogelijke beïnvloeding van de weten-schap door bedrijven en andere instanties een belangrijke rol speelt bijhet wantrouwen. Met name mensen die zich zorgen maken over deonafhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek, scoren lager hierop.2Vertrouwen in de Wetenschap – Enquête 2025, pagina 8Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12342 Wanneer onderzoek als kwetsbaar wordt gezien voor politieke, commer-ciële of ideologische beïnvloeding, kan de legitimiteit ervan als basis voorbeleid en maatschappelijke discussie in twijfel worden getrokken.Complex verband tussen online misinformatie en vertrouwen in dewetenschapMisinformatie en sociale media worden volgens het Rathenau Instituutvaak als belangrijke oorzaken van wantrouwen in de wetenschap gezien.Op basis van de literatuurstudie van het Rathenau kan echter geeneenduidig causaal verband worden aangetoond. Andere factoren, zoalspersoonlijke overtuigingen, sociale omgeving en de wijze waaropwetenschap communiceert, spelen volgens het Rathenau Instituut ook eengrote rol. Daarnaast blijft het ingewikkeld om te duiden wanneer er sprakeis van misinformatie versus informatie die (deels) gebaseerd is op feitelijkjuiste informatie maar gekleurd van is aard.BeleidsinzetDe inzichten van het Rathenau Instituut tonen aan dat vertrouwen in dewetenschap niet vanzelfsprekend is. Vooral twee bevindingen baren mij indit verband zorgen. Allereerst dat de groep die heel weinig vertrouwenheeft in de wetenschap fors is gestegen. Ten tweede de bevinding dat erweinig vertrouwen is in de manier waarop politici en journalistenwetenschappelijke inzichten gebruiken. Deze twee «vertrouwensgaten»bevestigen voor mij dat het belangrijk is om blijvend te werken aan derelatie tussen wetenschap, overheid, samenleving en, in het verlengdehiervan, de politiek.Vanuit mijn rol als stelstelverantwoordelijk Minister voor wetenschap zieik een rol weggelegd om mij verder in te zetten voor het versterken van derelatie tussen wetenschap en samenleving. Ik neem de oproep van hetRathenau Instituut serieus dat er meer onderzoek nodig is om de relatietussen maatschappij en wetenschap te versterken. Hiertoe zal onderandere NWO in opdracht van OCW in 2026 een Nationale Wetenschaps-agenda-call openstellen, zoals mijn ambtsvoorganger al heeft aange-kondigd. Deze call is bedoeld om onderzoek te stimuleren naar de rol vanonderzoekers in onze democratische samenleving en om de dialoogtussen wetenschap en maatschappij te bevorderen.Daarnaast kan de relatie tussen maatschappij en wetenschap wordenversterkt door effectieve wetenschapscommunicatie. Het NationaalExpertisecentrum Wetenschap en Samenleving (NEWS), dat onder-zoekers, instellingen, beleidsmakers en communicatieprofessionalsondersteunt in hun communicatie met de samenleving, speelt hierin eenessentiële rol. Hun brede doelgroepenaanpak zorgt ervoor dat weten-schap op een toegankelijkere manier onder de aandacht gebracht wordtbij diverse groepen in de samenleving.Ook wil ik benadrukken dat wetenschap niet geïsoleerd werkt, maar juistin nauwe samenwerking met de samenleving en het bedrijfsleven. Dezeverbinding versnelt de Nederlandse innovatie en zorgt ervoor datonderzoek aansluit bij maatschappelijke vraagstukken. Transparantie enonafhankelijkheid blijven hierbij cruciaal. De Nederlandse GedragscodeWetenschappelijke Integriteit (NGWI), die in 2026 wordt herzien,waarborgt dit. Een, al bestaand, openbaar register van nevenfuncties,waarin volledige, kloppende en vindbare informatie over commerciëlenevenwerkzaamheden beschikbaar is, draagt bij aan helderheid envertrouwen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12343 Wetenschap, overheid, samenleving en de politiek hebben een belangrijkeverantwoordelijkheid om wetenschappelijke resultaten, inclusief onzeker-heden en nuances, zorgvuldig en transparant te benutten en er trans-parant over te communiceren. Kritisch wegen en het in de juiste contextplaatsen van kennis leidt tot weloverwogen besluiten en behoud vanvertrouwen. Een open dialoog tussen wetenschap en samenleving ishierbij onmisbaar, zodat beslissingen niet alleen wetenschappelijkonderbouwd, maar ook maatschappelijk gedragen zijn.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. LetschertTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12344
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.