Geannoteerde agenda Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid (WSB) d.d. 9 maart 2026
Brontekst
Versie 8dd9833b51764f43 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 814 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 februari 2026Op 9 maart aanstaande vindt de Formele Raad Werkgelegenheid enSociaal Beleid plaats te Brussel. Hierbij zend ik u de GeannoteerdeAgenda voor deze Raad toe. Conform de vastgestelde afsprakeninformeer ik uw Kamer middels de Geannoteerde Agenda tevens over devoortgang van de onderhandelingen inzake de herziening van deCoördinatieverordening Sociale Zekerheid en de wijziging van deEU-Richtlijnen met betrekking tot het versterken van het raamwerk voorbedrijfspensioenvoorziening (IORP-II). Ook vindt u bijgevoegd aan dezeGeannoteerde Agenda het Verslag van de Informele Raad Werkgele-genheid en Sociaal Beleid d.d. 12 en 13 februari te Cyprus.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.A. Vijlbrief kst-21501-31-814ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8141 GEANNOTEERDE AGENDA FORMELE RAAD WERKGELEGENHEIDEN SOCIAAL BELEID (WSB) 9 maart 2026 In deze Geannoteerde Agenda treft u aan:•De kwartaalrapportage t.a.v. de herziening van CoördinatieverordeningSociale Zekerheid (COM(2016)815);•De kwartaalrapportage t.a.v. het voorstel voor een Richtlijn van hetEuropees Parlement en de Raad tot wijziging van de richtlijnen (EU)2016/2341 en 2016/97 met betrekking tot het versterken van hetraamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP, COM(2025)842);•Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleidvan 9 maart 2026;Kwartaalrapportage: herziening Coördinatieverordening SocialeZekerheid (883/2004)Sinds 2016 wordt onderhandeld over de herziening van Verordening883/2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidssystemen. Hetonderwerp staat niet geagendeerd voor de Formele Raad van 9 maart2026. Uw Kamer is recentelijk in de Geannoteerde Agenda in aanloop naarde Informele Raad WSB van 12–13 februari jl.1 geïnformeerd over deachtergronden en de Nederlandse inzet.Zoals eerder met uw Kamer gedeeld, heeft het Cypriotische voorzitter-schap de ambitie uitgesproken om de komende maanden tot een akkoordop dit dossier te komen. De wens om tot overeenstemming te komenwordt breed gedragen in Brussel: de Europese Commissie, het EuropeesParlement, een groot aantal lidstaten en ook de sociale partners opEuropees niveau onderstrepen het belang van afronding van dit dossier.Op het moment van schrijven van de Geannoteerde Agenda is een eersteconcept-wettekst verspreid door het Cypriotische voorzitterschap. Dezetekst dient als basis voor bilaterale gesprekken van het voorzitterschapmet lidstaten, die de komende periode zullen plaatsvinden. De tekst dientnog nader bestudeerd te worden. Ik zal uw Kamer nader informeren zodrazich nieuwe ontwikkelingen voordoen op dit dossier.Kwartaalrapportage t.a.v. het voorstel voor een Richtlijn van hetEuropees Parlement en de Raad tot wijziging van de richtlijnen(EU) 2016/2341 en 2016/97 met betrekking tot het versterken vanhet raamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (herzieningIORP II richtlijn, COM(2025) 842)De behandeling van de herziening van de IORPII-richtlijn in de Raadswerk-groep2 is na de publicatie van het voorstel op 1 december 2025 gestartonder voorzitterschap van Denemarken.De Europese Commissie heeft in die Raadswerkgroep een toelichtinggegeven op het voorstel. Onder voorzitterschap van Cyprus is debehandeling van het richtlijnvoorstel in de Raadswerkgroep voortgezet.De besprekingen hebben in deze fase een technisch karakter. Dat betekentdat het voorstel artikelsgewijs wordt toegelicht en lidstaten degelegenheid krijgen om te reageren en vragen te stellen. De daadwerke-lijke onderhandelingen beginnen nadat het voorstel artikelsgewijs isdoorgelopen.1Kamerstukken II, 2025/26, 21 501-31, nr. 810.2Behandeling vindt plaats in een Raadswerkgroep die valt onder de ECOFIN-Raad, dat is deRaadsformatie waarin de Ministers van Financiën van de lidstaten samenkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8142 Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en SociaalBeleid van 9 maart 2026In het nu volgende informeer ik u over de Formele Raad Werkgelegenheiden Sociaal Beleid, 9 maart 2026, waaraan ik voornemens ben deel tenemen. De Formele Raad vindt plaats in Brussel.Agendapunt: gedachtewisseling «Van innovatie naar kwaliteits-banen: AI gebruiken om de kwaliteit van werkgelegenheid en derechten van werknemers te versterken»Doel RaadsbehandelingEen gedachtewisseling rondom het thema «van innovatie naar kwaliteits-banen: AI gebruiken om de kwaliteit van werkgelegenheid en de rechtenvan werknemers te versterken».InhoudEen discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijdevan het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.De verwachting is dat de gedachtewisseling aansluit op de recentgepubliceerde routekaart kwaliteitsbanen (Quality Jobs Roadmap)3,waarmee de Commissie probeert kwalitatief hoogwaardige banen in dehele EU te bevorderen. De routekaart schetst een alomvattende aanpakom de arbeidsomstandigheden en loopbaantransities voor werknemersen zelfstandigen te verbeteren, en tegelijkertijd concurrerend te blijven.Digitalisering en AI worden in de routekaart genoemd als cruciaal voorinnovatie en EU-concurrentievermogen via hoogwaardigere banen,hogere productiviteit, minder krapte, en een hogere werktevredenheid.Wel dient volgens de routekaart gewaakt te worden voor risico’s,bijvoorbeeld gerelateerd aan privacy. De routekaart stelt daarom dattoekomstig werk gericht moet zijn op twee elkaar versterkende doelen, hetondersteunen van het gebruik van AI-hulpmiddelen op werk en debescherming van werkenden voor de potentiële risico’s van het gebruikvan algoritmisch management.Inzet NederlandHet kabinet ziet digitalisering en AI als essentieel voor onze toekomstigeeconomie en maatschappelijk welzijn4 en zal via onderstaande lijnenbijdragen aan de gedachtewisseling.AI biedt grote kansen voor productiviteitsontwikkeling en het realiserenvan maatschappelijke opgaven op een krappe arbeidsmarkt. Tegelijkertijdis het belangrijk dat de inzet van AI te allen tijde op een veilige enmensgerichte wijze plaatsvindt. AI mag nooit een doel op zich zijn, maardient bij te dragen aan het vergroten van ons welzijn en onze welvaart.Het gebruik van AI kan de klassieke arbeidsverhouding tussen werkgeversen werknemers en de relatie tussen opdrachtgevers en zelfstandigenonder druk zetten. De inzet van AI moet daarom op een verantwoordemanier plaatsvinden, met aandacht voor de risico’s van AI en voor watmensen nodig hebben om ontwikkelingen bij te benen. Sociaal overlegtussen werkgever en werknemer is essentieel om de veranderingen op dearbeidsmarkt door AI in goede banen te leiden.3Fiche: Mededeling Routekaart voor kwaliteitsbanen (2026), Kamerstuk 22 112, nr. 4263.4Aan de slag (2026) Coalitieakkoord 2026–2030, p.30.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8143 Vanuit Europees perspectief voorzien de Europese AI-verordening5 en dePlatformwerkrichtlijn6 reeds in een aantal waarborgen. Zo zijn praktijkenals emotieherkenning op de werkvloer of in het onderwijs vanaf februari2025 verboden. Daarnaast hebben personen die worden geraakt door deinzet van een hoog risico AI-systeem recht op uitleg van besluiten dieworden genomen met behulp van AI. Daarbij vraagt de AI-verordeningexpliciet dat werkgevers hun werknemers en hun vertegenwoordigersvooraf informeren als zij een dergelijk systeem op de werkvloer willeninzetten. Voor deze regels worden momenteel Europese standaardenontwikkeld. De Platformwerkrichtlijn bevat onder meer regels rondom detransparantie van het gebruik van AI-gedreven automatische monitoringen besluitvormingssystemen, databescherming en het borgen vanmenselijk toezicht. Het is goed om in EU-verband in gesprek te blijvenover de ontwikkelingen op dit terrein, mede in het kader routekaartkwaliteitsbanen en het voor eind 2026 aangekondigde wetgevendeinitiatief over kwaliteitsbanen (Quality Jobs Act). Juist ook omdat deontwikkelingen op dit terrein alle lidstaten raken. Zoals ook toegelicht inhet BNC-fiche over kwaliteitsbanen7 dienen eventuele aanvullendeEuropese initiatieven de balans te borgen tussen innovatie enbescherming van werknemers.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNiet van toepassing.Agendapunt: beleidsdebat «het doorbreken van de armoede-cyclus»Doel RaadsbehandelingHet Cypriotisch voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houdenover het doorbreken van de armoedecyclus.InhoudEen discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijdevan het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.Inzet NederlandDe Europese Commissie is voornemens om in het tweede kwartaal van2026 een Europese Anti-Armoedestrategie (EAAS) te publiceren.In lijn met het Coalitieakkoord, zet het kabinet ambitieus in om zoveelmogelijk mensen uit de armoede te halen of te voorkomen dat ze erinkomen. In afwachting van het discussiedocument voor het beleidsdebat isNederland voornemens te interveniëren langs de lijnen van het eerdermet de Kamer gedeelde Nederlandse non-paper met de kabinetsinzet voorde EAAS8. Deze inzet bouwt voort op het Nationaal Programma Armoedeen Schulden9. Het kabinet vindt het van belang dat de volgende puntenterugkomen in de Europese strategie: 1) hanteer een geïntegreerdeaanpak; 2) geef prioriteit aan preventie; 3) besteed aandacht aan (degevolgen van) armoede die van generatie op generatie wordt doorge-5Fiche: Verordening betreffende Kunstmatige Intelligentie (2021), Kamerstuk 35 913, nr. 3129.6Richtlijn (EU) 2024/2831 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betref-fende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk.7Fiche: Mededeling Routekaart voor kwaliteitsbanen (2026), Kamerstuk 22 112, nr. 4263.8https://open.overheid.nl/documenten/da42771d-7d3c-411d-8516-7e78f4aca859/file9Kamerstukken II, 2025/26, 24 515, nr. 799.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8144 geven; en 4) moedig lidstaten aan om ervaringsdeskundigen te betrekkenbij het beleidsvormingsproces. Dit is van belang om tot effectief beleid tekomen dat problemen daadwerkelijk oplost. Daarbij benadrukt het kabinetdat armoedebeleid primair een nationale competentie is en dat de EAASlidstaten moet ondersteunen bij het maken van nationaal beleid. Ookmoet de EAAS niet leiden tot onnodige extra administratieve lasten.Agendapunt: Raadsconclusies over investeringen in kinderen:versterking van het welzijn van kinderen, sociale inclusie enbestrijding van kinderarmoede in de Europese UnieDoel RaadsbehandelingAanname van de Raadsconclusies.InhoudHet Cypriotische voorzitterschap presenteerde concept-Raadsconclusies(hierna: Raadsconclusies) over investeringen in kinderen ter versterkingvan het welzijn van kinderen, sociale inclusie en bestrijding van kinderar-moede in de EU. Ten tijde van het opstellen van deze GeannoteerdeAgenda wordt nog onderhandeld over de definitieve tekst.De Raadsconclusies beogen het welzijn van kinderen te versterken dooreconomische veerkracht van gezinnen te vergroten en armoede teverminderen. De Raadsconclusies onderstrepen het belang om het EU2030-doel op armoedebestrijding te halen, roepen op tot een versterkingvan de European Kindergarantie, en benadrukken de meerwaarde vanvoortzetting van beleid voor toereikende minimuminkomens. Daarnaastworden elementen uitgelicht die van belang zijn voor het welzijn vankinderen zoals het verbeteren van leefomstandigheden van kinderen engezinnen, de ontwikkeling van basisvaardigheden, en het betrekken vankinderen bij het maken van beleid dat hen aangaat. Ook benadrukken deRaadsconclusies het belang van een geïntegreerde aanpak, evenalsvoldoende financiering voor maatregelen die vooral kwetsbare kinderenten goede komen. Tot slot wordt de Europese Commissie opgeroepen omlidstaten te ondersteunen bij het maken van beleid via dataverzameling enkennisuitwisseling tussen lidstaten te faciliteren.Inzet NederlandIk ben namens Nederland voornemens in te stemmen met de Raadscon-clusies. Het kabinet deelt het belang en de urgentie om kinderarmoedetegen te gaan en het welzijn van kinderen te versterken. Het kabinet wilinvesteren in armoedebeleid en een effectieve aanpak en preventie vanschulden, waarbij gezinnen worden ondersteund en meer zekerheidkrijgen.De Raadsconclusies zijn in lijn met staand Nederlands beleid. Het kabinetheeft in de onderhandelingen benadrukt dat investeringen om deeconomische veerkracht van gezinnen te vergroten en armoede teverminderen primair een nationale bevoegdheid zijn. Daarnaast is opvoorspraak van Nederland in de Raadsconclusies opgenomen dat deaangekondigde Europese Anti-Armoedestrategie een holistischebenadering dient te hebben.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadscon-clusies. Er is geen rol voor het Europees Parlement.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8145 Agendapunt: Aanname Raadsaanbeveling menselijk kapitaalDoel RaadsbehandelingAanname van de Raadsaanbeveling.InhoudDe Europese Commissie heeft op 25 november 2025 een Raadsaanbe-veling gepubliceerd over menselijk kapitaal, gericht op het aanpakken vanstructurele uitdagingen voor de arbeidsmarkt en het concurrentiever-mogen in de EU. De afgelopen maanden hebben de lidstaten onder-handeld over de inhoud van de Raadsaanbeveling. Het kabinet heeft hetparlement via de Geannoteerde Agenda van de Informele Onder-wijsraad10 geïnformeerd over de inhoud van de Raadsaanbeveling en dekabinetsinzet tijdens de onderhandelingen. Waar relevant en afhankelijkvan de nationale context zal de Commissie de inhoud van Raadsaanbe-veling meenemen in de landspecifieke aanbevelingen die als onderdeelvan het Lentepakket (publicatie voorzien in juni 2026) in het kader van hetEuropees Semester worden vastgesteld.Inzet NederlandIk ben voornemens namens Nederland in te stemmen met de Raadsaan-beveling. Het kabinet onderschrijft de belangrijke rol van vaardigheden enmenselijk kapitaal voor het concurrentievermogen en de socialeveerkracht van de EU. Dit is ook relevant in het licht van de groene- endigitale transities, zoals ook aangekaart in het Draghi-rapport. Het kabinetonderschrijft dan ook het belang van het versterken van vaardigheden enhet bevorderen van de ontwikkeling van een goed opgeleide en flexibeleberoepsbevolking, zowel in strategische sectoren als in het brederemaatschappelijke en economische domein.Conform de Nederlandse inzet is verduidelijkt dat de inhoud vanRaadsaanbeveling in lijn dient te zijn met de bevoegdheidsverdeling vanhet Werkingsverdrag van de Unie (VWEU). Dit is voor kabinet van belangomdat de Raadsaanbeveling voldoende ruimte dient te laten voorverschillen tussen nationale onderwijssystemen, wat tot uitdrukking komtin het VWEU. Daarbij heeft Nederland het belang onderstreept vansynergie met de bredere doelen van onderwijsbeleid en de bredereEuropese onderwijssamenwerking gericht op een Europese onderwijs-ruimte. Ook is op voorspraak van Nederland verduidelijk dat eenversnelling van de procedures voor de erkenning van beroepskwalifi-caties, van EU-burgers en derdelanders, niet ten koste mag gaan van degeldende hoge kwaliteitseisen. Hierdoor blijft een effectieve match vanvraag en aanbod naar vaardigheden op de Europese arbeidsmarktgewaarborgd. Daarnaast heeft Nederland tijdens de onderhandelingenbenadrukt dat arbeidsmigratie en het aantrekken van talent weliswaar kanbijdragen aan het gericht verlichten van personeelstekorten in bepaaldesectoren, maar dat dit niet ten koste moet gaan van prikkels voorwerkgevers om te investeren in arbeidsvoorwaarden en arbeidsbespa-rende innovaties.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kan een gekwalificeerde meerderheid instemmen metde Raadsaanbeveling. Er is geen rol voor het Europees Parlement.10https://open.overheid.nl/documenten/f8d9d720-910b-4410-b6fc-ac23bbad3c85/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8146 Agendapunt: goedkeuring van de aanbeveling over heteconomisch beleid van de eurozoneDoel RaadsbehandelingGoedkeuring van de werkgelegenheids- en sociale aspecten van hetvoorstel van de Europese Commissie voor de aanbevelingen van de Raadvoor het economisch beleid van de eurozone in 2026 en 2027.InhoudDe Commissie heeft op 25 november 2025 het herfstpakket in het kadervan het Europees Semester gepubliceerd. Onderdeel van dit pakket is dedoor de Commissie voorgestelde ontwerpaanbeveling voor het econo-misch beleid in de eurozone voor 2026 (Euro Area Recommendation,EAR). Een kabinetsappreciatie van de EAR op de economische aspecten isopgenomen in de Geannoteerde Agenda van de Eurogroep en Ecofinraadvan 19 en 20 januari 2026 en op 12 januari met het parlement gedeeld.11In de EAR worden de gezamenlijke (beleids-)uitdagingen voor heteurogebied voor 2026 en 2027 geïdentificeerd. De voorliggende aanbeve-lingen, die zijn aangepast naar aanleiding van besprekingen in deambtelijke voorportalen van de Eurogroep, de Ecofinraad en de RaadWerkgelegenheid en Sociaal Beleid, sluiten aan op de hoofdthema’s:begrotingsbeleid, defensie-uitgaven en begrotingsbeleid, arbeidsmarkt,investeringen en innovatie, interne markt, simplificatie, Spaar- enInvesteringsunie, de digitale euro en de internationale rol van de euro, enmacro-financiële stabiliteit.De aanbevelingen op het gebied van de arbeidsmarkt hebben primairaandacht voor het verhogen van de productiviteit en innovatiecapaciteiten voor het ondersteunen van strategische sectoren. Om dit te bewerk-stelligen, is het nodig om bij- en omscholing van de beroepsbevolking teverhogen, het onderwijs te verbeteren, en te zorgen voor een betereafstemming tussen vraag en aanbod van vaardigheidsprofielen. Net alsvoorgaande jaren beveelt de Commissie aan om de arbeidsmarktpartici-patie van ondervertegenwoordigde groepen verder te verhogen en deprikkels om te werken te versterken door middel van een passendehervorming van belasting- en uitkeringsstelsels. Ook wordt wederomaanbevolen om gecontroleerde legale migratie van werknemers uit derdelanden te vergemakkelijken en maatregelen te nemen om armoede tebestrijden.Inzet NederlandZoals aangegeven in bovengenoemde kabinetsappreciatie die uw Kamereerder ontving, kan het kabinet zich over het algemeen goed vinden in devoorgestelde aanbevelingen. Nederland kan ook instemmen met dewerkgelegenheids- en sociale aspecten van de EAR.Ten aanzien van de aanbeveling over om- en bijscholing deelt het kabinetde analyse dat een goed opgeleide beroepsbevolking met de juistevaardigheden essentieel is voor het concurrentievermogen van de EU.Daarvoor is het van belang dat lidstaten, werkgevers en werknemersblijven investeren in leven lang ontwikkelen. Ook kijkt het kabinet uit naarhet reeds aangekondigde «Skills Portability Initiative», dat zich ook zalrichten op het wegnemen van grensoverschrijdende barrières voorberoepskwalificaties en -vaardigheden. Het kabinet wil serieus grip krijgen11https://open.overheid.nl/documenten/ed418deb-4a34-4d8f-add9-1c34a55845cc/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8147 op arbeidsmigratie, door onszelf de vraag te stellen wat ons land aankanen nodig heeft, en daar ook naar te handelen. Door te gaan sturen oparbeidsmigratie die we écht nodig hebben en uitbuiting aan te pakken,mede door de adviezen van de Commissie Roemer en het SER-advies«Arbeidsmigratie naar waarde» uit te voeren. Het kabinet wil waar nodiggericht internationaal talent aantrekken, en stelt daartoe een talentstra-tegie op om ervoor te zorgen dat we het juiste talent gericht selecteren envoor Nederland behouden.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementDe economische aspecten van de EAR zijn in de Ecofinraad besproken engoedgekeurd. Hierna zal de Europese Raad voor Regeringsleiders de EARin maart bekrachtigen, waarna de Ecofinraad de aanbevelingen in aprilformeel aanneemt.Agendapunt: hoofdboodschappen gezamenlijk werkgelegenheids-rapportDoel RaadsbehandelingBekrachtiging van het voorstel voor het Gezamenlijk Werkgelegenheids-rapport 2026.InhoudOp 25 november 2025 heeft de Commissie een voorstel voor het jaarlijksGezamenlijk Werkgelegenheidsrapport (Joint Employment Report, JER)van de Commissie en de Raad gepubliceerd. In het JER signaleert deCommissie de belangrijkste trends op het gebied van werkgelegenheid ensociale ontwikkelingen binnen de EU. Verder geeft het JER een beeld overde voortgang van de lidstaten ten aanzien van de drie EU-kerndoelen voor2030 die toezien op de terreinen werkgelegenheid, vaardigheden en debestrijding van armoede.Het JER merkt op dat de EU vooruitgang boekt op het gebied vanwerkgelegenheid en bij het bestrijden van armoede, maar dat er struc-turele uitdagingen blijven bestaan die vragen om gerichte actie. Ondankseconomische en geopolitieke onzekerheid groeide de werkgelegenheid inde EU in 2024 met 1,7 miljoen banen. Het werkloosheidspercentagedaalde naar een historisch laag niveau van 5,9%.Ondanks het feit dat armoede onder werkenden daalde, blijft het risico opkinderarmoede groot, met name voor kinderen van laagopgeleide oudersen in eenoudergezinnen. De Commissie roept daarom op tot extrainspanningen om de armoededoelstellingen voor 2030 (EU) en 2050 (VN)te halen.De Commissie gebruikt voor de analyse in het JER het «Sociale Score-board». Aan de hand van zestien indicatoren toont het scorebord hoelidstaten ervoor staan op het terrein van gelijke kansen en toegang tot dearbeidsmarkt, eerlijke werkomstandigheden, en sociale zekerheid eninclusie. Daarnaast zijn de drie EU-kerndoelen voor 2030 op het gebiedvan werkgelegenheid, deelname aan opleiding en de bestrijding vanarmoede, opgenomen in het JER.Nederland presteert, net als voorgaande jaren, goed op de indicatoren.Bijvoorbeeld op het gebied van werkgelegenheid en (jeugd)werkloosheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8148 Op het gebied van vaardigheden presteert Nederland goed, hoewel dealgemene basisvaardigheden van met name studenten uit kwetsbaregroepen, zijn verslechterd. Het bij- en omscholen van bepaalde groepen(zoals laaggeschoolden, mensen met flexibele of tijdelijke contracten,mensen met een migratieachtergrond en mensen met een beperking)blijft belangrijk.De sociale situatie in Nederland is over het algemeen goed. Het aandeelvan de bevolking dat risico loopt op armoede of sociale uitsluiting bleefstabiel en behoort tot de laagste in de EU, hoewel er wel uitdagingenblijven bestaan voor specifieke groepen, zoals mensen met een beperkingof mensen met een migratieachtergrond, in het bijzonder kinderen.Net als vorig jaar behoeft Nederland geen vervolganalyse zoals voorzienin het Sociale Convergentie Raamwerk.Inzet NederlandHet kabinet kan zich goed vinden in de voorgestelde hoofdboodschappen.Ik ben dan ook voornemens hiermee in te stemmen.Het kabinet herkent de aandachtspunten van de Commissie voor watbetreft het tegengaan van armoede, in het bijzonder voor kinderen. In hetNationaal Programma Armoede en Schulden is expliciet aandacht voorkinderen en jongeren en werkt SZW met vier andere departementen (BZK,JenV, OCW en VWS) aan een overheidsbrede aanpak rond gezinnen ineen kwetsbare positie met kinderen in de leeftijd van –1 tot en met27 jaar.12Daarnaast deelt het kabinet het belang van een wendbare en concurre-rende arbeidsmarkt waarin mensen zich een leven lang blijven ontwik-kelen om arbeidsmarktkrapte tegen te gaan en de groene, digitale endemografische transities te realiseren.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met het JER. Dezeworden afgestemd in het Werkgelegenheidscomité (EmploymentCommittee, EMCO) en het Sociale Beschermingscomité (Social ProtectionCommittee, SPC). Het Europees Parlement heeft geen rol.Agendapunt: Raadsconclusies gezamenlijk werkgelegenheids-rapportDoel RaadsbehandelingBekrachtiging van de Raadsconclusies over het gezamenlijk werkgelegen-heidsrapport (Joint Employment Report, JER).InhoudDe Raadsconclusies onderstrepen de hoofdboodschappen van het JERzoals hierboven omschreven en roepen op tot het nemen van specifiekeacties op onder meer het gebied van innovatie, menselijk kapitaal, socialezekerheid en huisvesting.De stagnatie van de arbeidsproductiviteit vormt een uitdaging voor deconcurrentiekracht en de economische groei op de lange termijn in de EU.12Kamerstukken II, 2025/26, 24 515, nr. 799.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8149 De Raadsconclusies roepen op tot het versterken van innovatie, ondermeer door de kwaliteit van banen te bevorderen en het menselijk kapitaalvan Europa te versterken.Ook merken de Raadsconclusies op dat het gebrek aan basis- en digitalevaardigheden een grote barrière vormt voor zowel sociale mobiliteit opindividueel niveau als productiviteit op macroniveau. Het tekort aanleraren in de STEM-vakken (science, technology, engineering, mathe-matics) komt daar nog bovenop. De gepubliceerde Raadsaanbevelingover menselijk kapitaal (zie boven) is gericht op het aanpakken van hetaanhoudend tekort aan arbeidskrachten en vaardigheden.Daarnaast roepen de Raadsconclusies op tot gelijke toegang tot socialezekerheid, met name voor werknemers die geen vast contract hebben.Demografische trends zetten socialezekerheidsstelsels onder druk, metname pensioenen, maar ook de gezondheidszorg. Verder blijft debetaalbaarheid van woningen een dringende uitdaging in de Unie, envertoont de dakloosheid in verschillende lidstaten een stijgende trend.Inzet NederlandHet kabinet kan zich vinden in de geschetste uitdagingen en prioriteiten inde Raadsconclusies over het JER 2026.Het kabinet onderschrijft de belangrijke rol van vaardigheden en menselijkkapitaal voor het concurrentievermogen en de sociale veerkracht van deEU. Het kabinet onderschrijft dan ook het belang van het versterken vanvaardigheden en het bevorderen van de ontwikkeling van een goedopgeleide en flexibele beroepsbevolking, zowel in strategische sectorenals in het bredere maatschappelijke en economische domein.Daarnaast ziet het kabinet de verhoging van de arbeidsparticipatie, in hetbijzonder die van ouderen, als een belangrijk onderdeel in de aanpak vande uitdagingen van vergrijzing en arbeidsmarktkrapte.Ook in Nederland is er een grote groep dakloze mensen. Met hetNationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2022–2030) wordtingezet op een omslag van opvang naar passende huisvesting metbegeleiding en het versterken van de financiële bestaanszekerheid omdakloosheid te voorkomen en duurzaam op te lossen.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadscon-clusies. Het Europees Parlement heeft geen rol.Agendapunt: bekrachtiging hoofdboodschappen van het Werkge-legenheidscomité over de implementatie van de JongerengarantieDoel RaadsbehandelingAanname van de hoofdboodschappen.InhoudHet Werkgelegenheidscomité (Employment Committee, EMCO) heeft alstaak de vooruitgang te monitoren inzake de versterkte Jongerengarantie.In 2013 is de Jongerengarantie in het leven geroepen middels eenRaadsaanbeveling. Deze is in 2020 vervangen door een versterkteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 81410 jongerengarantie. De evaluatie in 2025 richtte zich op structureleuitdagingen die de duurzame integratie van jongeren die niet werken,onderwijs of een opleiding volgen (not in employment, education ortraining, NEETs) belemmeren. Alle lidstaten hebben vooruitgang geboektbij het uitvoeren van de versterkte Jongerengarantie, hoewel dit beeld ookdeels verklaard wordt door demografische ontwikkelingen. Door eendalend aandeel jongeren onder de bevolking, daalt ook het aantal NEETs.Tegelijkertijd stijgt het aandeel inactieve NEETs, wat aantoont dat er nogveel onbenut potentieel is.Belangrijke uitdagingen voor de Jongerengarantie blijven een mismatchvan vaardigheden, gezondheidsproblemen (met name mentalegezondheid), en socio-economische en persoonlijke barrières. Er zijn danook verdere inspanningen nodig. Dit omvat bijvoorbeeld betere coördi-natie tussen de verschillende betrokken organisaties, het verbeteren vande gegevensuitwisselingen en het integreren van diensten.Inzet NederlandHet kabinet is voornemens in te stemmen met de hoofdboodschappen. Deversterkte Jongerengarantie draagt eraan bij dat de ondersteuning vanjongeren in de EU-lidstaten op de agenda blijft en houdt tegelijkertijdrekening met de nationale, regionale en lokale omstandigheden inlidstaten. Nederland kent het laagste NEETs cijfer en na Duitsland hetlaagste jeugdwerkloosheidcijfer in Europa. De nationale decentraleaanpak van het sociale domein wordt in dit kader door de EuropeseCommissie verwelkomd.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting stemmen alle lidstaten in met de hoofdboodschappen.Het Europees Parlement is niet betrokken bij de hoofdboodschappen.Mogelijk w.v.t.t.k.-punt: Onrechtmatige detachering vanderdelanderwerknemersNederland overweegt tezamen met enkele andere lidstaten om hetCypriotisch voorzitterschap te verzoeken om onder het agendapunt«overige onderwerpen» kort stil te staan bij de onrechtmatige detacheringvan derdelanderwerknemers. Hier vindt ten tijde van het opstellen vandeze Geannoteerde Agenda nog overleg over plaats met andere lidstaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 81411 Verslag Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, 12 en13 februari jl. te Nicosia, Cyprus Op 12 en 13 februari 2026 vond de Informele Raad Werkgelegenheid enSociaal Beleid plaats in Nicosia, Cyprus. Tijdens de Raad werdengedachtewisselingen gehouden over eerlijke werkgelegenheid voorsociale rechtvaardigheid, de aankomende Europese anti-armoede-strategie, en persoonsgerichte lange termijn zorg als aanjager van actiefouder worden. Zoals aangekondigd in de Geannoteerde Agenda wasNederland ambtelijk vertegenwoordigd.Eerlijke werkgelegenheid voor sociale rechtvaardigheidHet Voorzitterschap organiseerde een gedachtewisseling over eerlijkewerkgelegenheid voor sociale rechtvaardigheid. De Directeur-Generaalvan de Internationale Arbeidsorganisatie, Gilbert Houngbo, verzorgde eeninleiding.Tijdens de gedachtewisseling noemden meerdere lidstaten het belang vaninvesteringen in vaardigheden, met name in het kader van de groene,digitale en demografische transities. Ook werd door diverse lidstatengewezen op het voorzien in kwaliteitsbanen en de noodzaak van beterehandhaving in complexe onderaannemingsketens. Tevens onderstreeptenmeerdere lidstaten het belang van een gelijk speelveld ten aanzien vanarbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden rond arbeidsmigratie.Tot slot werd brede steun uitgesproken voor het belang en de versterkingvan de sociale dialoog als fundament onder de Europese arbeidsmarkten.Nederland heeft tijdens de gedachtewisseling ingebracht dat de arbeids-markt fundamenteel verandert. In dat kader lichtte Nederland de ontwik-keling van CompetentNL toe, dat kan bijdragen om matching op dearbeidsmarkt tussen werkzoekenden en werkgevers te vergemakkelijken.Nederland heeft toegelicht op Europees niveau in het kader van eerlijkewerkgelegenheid in te zetten op versterking van grensoverschrijdendehandhaving, inclusief een sterkere rol voor de Europese Arbeidsautoriteiten verduidelijking van het juridisch kader rond de detachering vanderdelanders. Ten slotte heeft Nederland het belang van internationalearbeidsnormen en de rol van de sociale dialoog op mondiaal niveauonderstreept.Europese anti-armoedestrategieHet Voorzitterschap organiseerde een gedachtewisseling over deaankomende Europese anti-armoedestrategie, waarvan publicatie door deEuropese Commissie wordt voorzien in het tweede kwartaal van 2026.Deze strategie moet bijdragen aan het behalen van de 2030-doelstellingom het aantal mensen met risico op armoede of sociale uitsluiting in deEU met ten minste 15 miljoen te verminderen.Tijdens de gedachtewisseling benadrukten meerdere lidstaten het belangvan bestrijding van kinderarmoede en investeringen in vroege kinder-opvang en onderwijs. Ook legden verschillende lidstaten de nadruk opbetaalbare huisvesting en energiearmoede. Daarnaast werd door diverselidstaten gewezen op het belang van werk als structurele route uitarmoede. Lidstaten vroegen aandacht voor de samenhang van destrategie met cohesiefondsen en het toekomstige Meerjarig FinancieelKader. Tevens benadrukten enkele lidstaten dat de strategie onder-steunend moet zijn en geen nieuwe administratieve lasten mag creëren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 81412 Nederland benadrukte dat armoede het resultaat is van meerdere,samenhangende factoren, zoals onderwijs, arbeid, gezondheid enhuisvesting. Daarom heeft Nederland gepleit voor een geïntegreerdeaanpak gericht op de grondoorzaken van armoede. Nederland onder-streepte daarbij dat werk de kortste route uit armoede is voor wie kanparticiperen. Ook benadrukte Nederland het belang van preventie,waaronder vroegsignalering van schulden. Ten slotte vroeg Nederlandaandacht voor het tegengaan van intergenerationele armoede, enbetrokkenheid van ervaringsdeskundigen bij beleidsvorming.Persoonsgerichte lange termijn zorg als aanjager van actief ouderwordenHet Voorzitterschap organiseerde een gedachtewisseling over persoons-gerichte lange termijn zorg als aanjager van actief ouder worden.In de gedachtewisseling wezen meerdere lidstaten op de noodzaak vanversterking van thuis- en gemeenschapsgerichte zorg. Ook werd breedgewezen op de structurele personeelstekorten en de noodzaak van beterearbeidsvoorwaarden. Daarnaast pleitten diverse lidstaten voor duurzamefinancieringsmodellen en langdurige verankering van hervormingen. Eenaantal lidstaten vroeg aandacht voor ondersteuning van mantelzorgers.Tot slot onderstreepten meerdere lidstaten het belang van digitaliseringen innovatie.Tegen de achtergrond van een versnellende vergrijzing van de bevolkingbenadrukte Nederland dat langdurige zorg ten dienste moet staan aanactief ouder worden. Nederland lichtte toe dat via het HoofdlijnenakkoordOuderenzorg en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord door middelvan aanvullende afspraken met veldpartijen wordt gewerkt aan duurzame,toegankelijke en betaalbare langdurige zorg. Nederland benadruktedaarbij de versterking van autonomie en ondersteuning van mantel-zorgers, preventieve huisbezoeken en geïntegreerde wijkgerichte zorg.Samen met de inzet van digitale oplossingen en duurzame nationalefinancieringsmodellen beoogt deze inzet preventie en zelfstandigheid tebevorderen. Ten aanzien van de Europese dimensie gaf Nederland aan datde EU op deze thema’s vooral kan bijdragen via kennisdeling, onderzoeken het delen van goede praktijken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 81413
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.