KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op de motie van het lid Inge van Dijk c.s. over het opstellen van een nationaal spaarplan (Kamerstuk 36200-IX-25)

1 jul 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 356c131ad7033c9d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 410 IXVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Financiën (IXB) en debegrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voorhet jaar 2024Nr. 45 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juli 2024Op 7 maart 2023 nam uw Kamer een motie aan van het lid Inge van Dijkc.s. over het opstellen van een «nationaal spaarplan».1 De motie verzoektde regering een nationaal spaarplan op te stellen en noemt een aantalaspecten die bij de uitvoering van de motie terug zouden moeten komen.Allereerst vraagt de motie om de randvoorwaarden in kaart te brengen dienodig zijn voor kwetsbare huishoudens om financiële buffers op tekunnen bouwen, zowel voor wat betreft hun financiële positie als voor watbetreft bewustwording. Ten tweede verzoekt de motie te onderzoekenwelke spaarproducten er op dit moment voor huishoudens beschikbaarzijn en te analyseren of deze voldoende toegankelijk, informatief enprikkelend zijn. Ten derde roept de motie op om in samenwerking met departijen van het Actieplan Consumentenkeuzes zes opties te verkennen,uit te werken en te verspreiden waarmee huishoudens verder kunnenworden gestimuleerd om te sparen. Ten vierde verzoekt de motie teonderzoeken of aanvullende nationale spaarproducten, zoals hetZilvervlootsparen, kunnen bijdragen aan de financiële positie vanhuishoudens. Met deze brief reageer ik op deze motie. Tevens behandel ikin deze brief de motie van de leden Inge van Dijk (CDA) en Stoffer (SGP),waarin de regering wordt verzocht te onderzoeken hoe een product zoalshet Zilvervlootsparen weer kan worden geïntroduceerd, waarbij jongerenop hun achttiende verjaardag een overheidspremie ontvangen over hungespaarde geld.2De eerste motie behandelt vier separate aspecten, waarbij ik het financieelweerbaar maken van met name kwetsbare huishoudens als gemene delerzie. Ik onderschrijf dit belang van harte en licht in deze brief toe op welkewijze ik hier invulling aan geef en ga geven. Om zoveel mogelijk aan te1Kamerstukken II, 2022–2023, 36 200 IX, nr. 25, Motie d.d. 23 februari 2023, motie van het lidInge van Dijk c.s. over het opstellen van een nationaal spaarplan.2Kamerstukken II, 2022–2023, 36 200 nr. 94, Motie d.d. 6 oktober 2022, motie van de leden Ingevan Dijk en Stoffer over de herintroductie van Zilvervlootsparen. kst-36410-IX-45ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 IX, nr. 451 sluiten bij de onderdelen van de motie maak ik in deze brief een onder-scheid tussen de vraagkant van de spaarmarkt, namelijk het stimulerenvan consumenten om te sparen, en de aanbodkant, namelijk de spaarpro-ducten die worden aangeboden.Het stimuleren van sparenDoelgroepDe motie vraagt om de randvoorwaarden in kaart te brengen diekwetsbare huishoudens nodig hebben om financiële buffers op te kunnenbouwen. Dit betreft zowel de randvoorwaarden voor een gezondefinanciële positie als bewustwording over het belang van sparen.Hoewel het totale spaargeld van Nederland de afgelopen tijd groeit3, ishet spaarsaldo niet evenwichtig over Nederlandse huishoudens verdeeld.Dat is op zichzelf niet problematisch, want de benodigde hoogte van eenspaarbuffer van een consument is afhankelijk van zijn of haar persoonlijkesituatie.4 Het is daarom lastig om in zijn algemeenheid vast te stellen wateen voldoende spaarbuffer is. Wel heeft het Nibud richtlijnen vastgesteldvoor het berekenen van een minimale spaarbuffer op grond van indivi-duele omstandigheden. De nationale monitor geldzorgen gebruikt hetalgemene uitgangspunt van minimaal één maandinkomen als spaarbuffer,vanuit de gedachte dat in die situatie één financiële tegenvaller kan leidentot schulden.5 In de afgelopen tien jaar is te zien dat een grote groepNederlanders te weinig geld achter de hand houdt om onverwachtegebeurtenissen op te vangen. Zo had in 2014 31 procent van de Neder-landers geen potje gereserveerd voor onvoorziene uitgaven op de kortetermijn.6 Tien jaar later geeft nog steeds 30 procent aan dat zij eenonverwachte uitgave (van één maandinkomen) niet kunnen betalenzonder geld te lenen.7Een deel van de huishoudens met onvoldoende spaarbuffer zijnhuishoudens die geen mogelijkheid hebben om te sparen. Laaginkomens-groepen moeten vaak hun volledige inkomen gebruiken om hun kosten tedekken en dat maakt het moeilijk om geld opzij te zetten.8 Wie geen geldheeft om te sparen, kan dat niet. Om deze groep financieel weerbaarder temaken zijn andere maatregelen nodig dan maatregelen gericht op hetstimuleren van sparen. Zo adviseerde de Commissie sociaal minimumonder andere het minimumloon te verhogen.9 De keuze om de inkomstenvan huishoudens te verhogen tot het niveau dat zij een spaarbufferkunnen gaan aanleggen, of de keuze om bijvoorbeeld de vermogensgrensin de bijstand te verhogen zodat mensen een hogere buffer mogenaanhouden en daardoor bij tegenvallers minder snel in financiëleproblemen komen, vergt dus een bredere politieke afweging dan hetbeleid gericht op het stimuleren van sparen. Dit thema valt daarom buitende reikwijdte van deze brief.Daarnaast is er een groep hoge en middeninkomens die juist veel spaart.Het stimuleren van additioneel sparen in deze groep ligt niet voor de3Dashboard Spaargeld huishoudens, DNB, te raadplegen op https://www.dnb.nl/statistieken/dashboards/spaargeld-huishoudens/4Bufferberekenaar, Nibud, te raadplegen op https://bufferberekenaar.nibud.nl/introductie5Nationale monitor geldzorgen 2024, Wijzer in Geldzaken en kenniscentrum Psychologie enEconomisch gedrag.6Monitor financieel gedrag 2014, Wijzer in Geldzaken.7Nationale Monitor Geldzorgen 2024, Wijzer in geldzaken en Kenniscentrum psychologie eneconomisch gedrag.8Ongelijkheid en herverdeling, Centraal Plan Bureau, 2022.9Een zeker bestaan, Rapport I Commissie Sociaal Minimum, 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 IX, nr. 452 hand. Het is voor deze consumenten en de economie zelfs beter om dezehuishoudens te motiveren om andere manieren te verkennen om met hunvermogen om te gaan. Hierbij kan gedacht worden aan langetermijnbe-leggen van een deel van het spaarvermogen dat boven een minimumspaarbuffer zit. Binnen de ontwikkeling van de Europese kapitaalmark-tunie wordt belang gehecht aan het stimuleren van beleggen door dezegroep vermogende huishoudens. Hiermee kan een diverser financierings-aanbod aan bedrijven worden geboden. Bij de ontwikkeling van dekapitaalmarktunie zet ik mij er voor in dat consumenten die beleggenadequaat worden beschermd, onder meer bij de onderhandelingen overde voorstellen uit het pakket retail beleggen. Omdat deze doelgroep nietgestimuleerd hoeft te worden om te sparen valt ook deze groep buiten dereikwijdte van deze brief.Er is echter ook een groep midden- en hoge inkomens die wel definanciële ruimte heeft om te sparen, maar dit niet doet, waardoor zijfinancieel kwetsbaarder zijn dan nodig, omdat zij bij tegenvallers snel inde problemen dreigen te komen. Bij deze groep ligt het mijns inziens in derede om te kijken of het nodig is de financiële weerbaarheid te verbeterendoor middel van het stimuleren van spaarbuffers. In theorie verdienen zijimmers genoeg om te kunnen sparen, maar zij maken in hun uitgavepa-troon een andere afweging. Het is lastig om inzicht te krijgen in die exacteafweging. Het kan zijn dat zij door omstandigheden alsnog geen financiëleruimte hebben om te sparen, maar het kan ook zijn dat zij er bewust voorkiezen om hun geld te besteden.Belang toepassen gedragsinzichtenOm deze doelgroep te bereiken wil ik het belang benadrukken vangedragsinzichten bij het stimuleren van spaargedrag. Zo blijkt uit depublicatie van het Actieplan Consumentenkeuzes dat uitstelgedrag vanconsumenten een belangrijke gedragsbepaler is waarom consumentenniet sparen. Daarnaast beschrijft de bijlage «Deskresearch spaar- enleengedrag» in het Interdepartementale onderzoek naar vermogensver-deling, diverse gedragsinzichten die van invloed zijn op het spaar- enleengedrag van mensen, en daarmee bij vermogensopbouw en-verdeling. Voorbeelden zijn de neiging om de voorkeur te geven aankeuzes die goed voelen op de korte termijn (present bias), risico- enverliesaversie en over-optimisme; «het komt financieel wel goed als mijnwasmachine kapot gaat». Het onderzoek van de Autoriteit Consument &Markt (ACM) over de Nederlandse spaarmarkt10 wijst op het feit dat eengrote groep spaarders niet actief overstapt naar een andere spaarpro-ducten, ook al is daar een goede reden voor zoals een hogere rente. Dezeinzichten tonen aan dat consumenten niet altijd berekenend en rationeelhandelen als het op sparen aankomt. Onbewuste besluitvorming engewoontegedrag spelen een grote rol bij het spaargedrag vanconsumenten.Er is veel onderzoek verricht naar spaargedrag in het algemeen, evenalsnaar de financiële situatie van sociaal minima. Er is daarin relatief veelaandacht voor het spaargedrag van jongeren. Er lijkt weinig aandacht tezijn besteed aan de groep die wel de mogelijkheid heeft om te sparen,maar dit om verschillende redenen niet doet. Daarom zal ik een onderzoeklaten uitvoeren naar de onderliggende gedragsinzichten, redenen endrempels die deze doelgroep weerhoudt van het opbouwen van eenspaarbuffer. Daarbij zal ik de onderzoekers vragen welke gedragsinter-venties ingezet kunnen worden in de financiële sector om dit spaargedragte stimuleren De onderzoekers kunnen de inzichten uit het Actieplan10Concurrentie op de Nederlandse spaarmarkt, onderzoek ACM, mei 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 IX, nr. 453 Consumentenkeuzes, uit het interdepartementale onderzoek naarvermogensopbouw en -verdeling en het ACM-onderzoek over deNederlandse spaarmarkt daarin meenemen.Bestaande maatregelenDe motie roept de deelnemers in het Actieplan Consumentenkeuzes opom zes opties uit te werken en te verspreiden waarmee huishoudensverder kunnen worden gestimuleerd om te sparen. Ik onderstreep hetbelang van het gebruik van gedragsinzichten om spaargedrag bijconsumenten te bevorderen. Zowel in de publieke sector als daarbuitenvinden al veel initiatieven plaats, al dan niet met een focus op dehierboven genoemde groep huishoudens. Deze initiatieven licht ikhieronder toe.Binnen het Actieplan Consumentenkeuzes zijn vorig jaar waardevolleinzichten opgedaan die partijen in de financiële sector kunnen gebruikenom spaargedrag te stimuleren. Alle best practices en theoretischeinzichten die door de deelnemende partijen zijn opgedaan, zijn verwerkt inde publicatie «Gedragsperspectief op Geldzaken». Deze publicatie is op14 december 2023 met uw Kamer gedeeld.11 Diezelfde maand heeft mijnambtsvoorganger deze publicatie gepresenteerd aan vertegenwoordigersvan de financiële sector. De publicatie bespreekt verschillende benade-ringen voor financiële instellingen om het spaargedrag te bevorderen enis breed verspreid binnen de sector.In de publicatie worden lessen en effectieve gedragsinterventies vanmarktpartijen gedeeld. Naast algemene gedragstechnieken die doormarktpartijen kunnen worden ingezet, zijn er ook concrete praktijkvoor-beelden voor het stimuleren van spaargedrag van consumenten.«Gedragsperspectief op Geldzaken» noemt drie praktische voorbeeldenvan hoe gedragsinzichten kunnen worden ingezet om spaargedrag testimuleren. Het eerste voorbeeld is «rest-sparen», waarbij de bankautomatisch op een vast moment in de maand geld van de betaalrekeningvan de klant overzet naar een spaarrekening of aan het eind van de maandovermaakt wat je over hebt. SNS Bank biedt deze laatste optie bijvoor-beeld aan.Ten tweede is te zien dat het gebruiken van de techniek van de beschrij-vende sociale norm helpt bij het stimuleren van consumenten om eenspaardoel te stellen. Bij deze techniek worden mensen gestimuleerd ombepaald gedrag te vertonen door hen een sociale norm mee te geven.Bijvoorbeeld door aan te geven dat de meeste mensen X of Y doen, kande kans toenemen dat mensen dit gedrag vertonen. Zo heeft de digitalebudgetmanager MoneyCoach de volgende sociale norm aan hun klantenmeegeven: «48% van je leeftijdsgenoten heeft zelf tenminste 1spaardoel». Dit had een positief effect op het opstellen van een spaardoelbij deze klanten. Ten derde heeft ING met een experiment in de ING-appaangetoond dat het helpt om als aanbieder aan te sluiten bij duidelijkespaarmomenten van klanten en daarbij in de communicatie gebruik temaken van gedragsinzichten, zoals sociale normen, positieve feedback enhet vereenvoudigen van keuzes.Deze drie praktijkvoorbeelden tonen aan hoe marktpartijen in de sectorgedragsinzichten gebruiken om het spaargedrag te stimuleren. In depublicatie «Gedragsperspectief op Geldzaken» worden alle marktpartijenuitgenodigd om de inzichten in dit actieplan toe te passen in de praktijk.Het is nu aan de marktpartijen om dit te gaan doen. Ik zal met de11Kamerstukken II, 2023–2024, 32 545, nr. 19Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 IX, nr. 454 deelnemers binnen het thema (be)sparen in het Actieplan Consumenten-keuzes in gesprek gaan over een eventuele verdere verdieping op hetstimuleren van spaargedrag van consumenten.Overige initiatievenEr zijn vele andere initiatieven van (non-profit) organisaties die hetspaargedrag onder jongeren bevorderen. Zo verspreidt het Nibud ondermeer via gemeenten een geldkrant onder jongeren om het belang vansparen onder de aandacht te brengen. Ook worden jongeren door definanciële sector aangemoedigd om te sparen. Banken bieden specifiekvoor jongeren spaarproducten aan tegen aantrekkelijkere voorwaarden,waaronder een eenmalige premie. Jongeren kunnen daarnaast natuurlijkook gebruik maken van initiatieven die niet specifiek op hen gericht zijn,zoals de eerdergenoemde website van het Nibud waarmee consumentenkunnen berekenen hoe groot hun buffer zou moeten zijn.Ook heeft de financiële sector de Nationale Coalitie Financiële Gezondheidopgericht. Dit is een publiek-private samenwerking die onder meer streeftnaar een vermindering van 50 procent van het aantal huishoudens zonderspaarbuffer en passende verzekeringen tegen 2030. De coalitie wil ditdoen door gebruik te maken van bewezen initiatieven. Het Ministerie vanFinanciën ondersteunt deze doelstellingen door inzichten en best practicesuit de publicatie «Gedragsperspectief op geldzaken» te delen met decoalitie. Ik juich deze initiatieven toe en ga verder in gesprek met deNederlandse Vereniging van Banken en de Nationale Coalitie FinanciëleGezondheid om ervoor te zorgen dat de organisatie kan profiteren van dewaardevolle inzichten uit de publicatie.Naast acties die (specifiek) zijn gericht op het stimuleren van sparen, is hetfinancieel weerbaar maken van huishoudens ook in brede zin eenbelangrijk speerpunt. In mijn brief over maatregelen voor financiëleweerbaarheid van consumenten heb ik beschreven hoe ik mij door middelvan adequate consumentenbescherming, samenwerking met de financiëlesector en financiële educatie via het platform Wijzer in Geldzaken verderinzet op financieel weerbare huishoudens.12 Denk hierbij aan regelgevingomtrent buy now, pay later en het inzetten op financiële educatie bijjongeren door het organiseren van de Week van het geld.Het aanbod van spaarproductenAanbod private sectorBij de afweging tussen sparen of consumeren speelt ook de vraag of ervoldoende spaarproducten worden aangeboden en of deze aantrekkelijken toegankelijk zijn. Het aspect waar vaak het eerste aan wordt gedachtals het gaat om aantrekkelijkheid is de spaarrente. De doorwerking van deECB-rente naar spaarrentes ligt in Nederland rond het gemiddelde van deEurozone en de gemiddelde spaarrente ligt inmiddels al weer substantieelboven het laagste punt van enige tijd terug.13Het is echter de vraag of de rentestand grote invloed heeft op het al danniet aanleggen van een minimale spaarbuffer. Het totale spaargeld inNederland is ondanks de lage rentes nog nooit zo hoog geweest.Bovendien lijkt er, zoals hierboven beschreven, niet veel veranderd in hetaandeel huishoudens dat een spaarpotje aanlegt voor onvoorzieneomstandigheden. Uit een onderzoek van Geld.nl in 2023 blijkt dat ruim 3512Kamerstukken II, 2023–2024, 27 879, 32 013, nr. 9513Financial Stability Review, mei 2024, ECB.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 IX, nr. 455 procent van Nederlanders niet weten hoeveel spaarrente ze krijgen ophun spaarrekening.14Het is dus de vraag of de introductie van spaarproducten met een hogerrendement zal leiden tot meer mensen die een minimale spaarbufferaanleggen. Calculerende afwegingen lijken namelijk nauwelijks invloed tehebben op de cognitieve processen van een consument die verhinderendat mensen een spaarbuffer aanleggen. Het recent gepubliceerdeonderzoek van de ACM over de Nederlandse spaarmarkt lijkt dit teonderschrijven.15 De ACM deelt de consumenten op in twee groepen:actieve en inactieve spaarders. De eerste groep is actief op zoek naar hogerentes. De tweede groep, die aanzienlijk groter is, reageert niet of slechtszeer beperkt op veranderingen in de rente. In de gehouden enquête geeftbijna driekwart van de inactieve spaarders aan dat zij niet overstappen,omdat zij tevreden zijn met hun huidige spaarrekening. Deze groep heeftsterker het gevoel dat overstappen weinig financieel voordeel biedt, ook alkan dat wel het geval zijn. De ACM stelt dat niet alleen de kosten-batenanalyse meespeelt bij het besluit van consumenten en noemt eenaantal drempels waardoor consumenten niet overstappen. Het gaat danbijvoorbeeld om het lage vertrouwen in buitenlandse banken en beper-kingen bij het vergelijken van de spaarproducten.In het onderzoek van de ACM komt verder naar voren dat het aanbod inde Nederlandse spaarmarkt voldoende is en dat toetredingsdrempelslijken mee te vallen. Tegelijkertijd is het een sterk geconcentreerde marktwaarop enkele grootbanken een zeer groot deel van de markt bedienen enmeerdere (veel) kleinere banken slechts een minimaal marktaandeelbezitten. Ook blijkt dat door consumenteninertie16 de grote groep kleinereen buitenlandse banken slechts beperkte (tot geen) concurrentiedruk opde grootbanken uitoefent. Ik vind het belangrijk om, daar waar nodig,actief maatregelen te nemen om overstapdrempels zoveel als mogelijkweg te nemen. Ik zal, zoals toegezegd aan de Tweede Kamer, na de zomernog een uitgebreide reactie op het onderzoek van de ACM sturen. Bij diereactie zal ik dieper ingaan op de conclusies die de ACM getrokken heeft.Aanvullende nationale spaarproductenIn de motie wordt gevraagd om te kijken naar aanvullende nationalespaarproducten. Een specifieke variant van dit type producten, die zowelin de motie Inge van Dijk c.s. als in de motie Inge van Dijk en Stoffer wordtgenoemd, is het Zilvervlootsparen. Op basis van het voorbeeld in beidemoties versta ik onder een nationaal spaarproduct een subsidiemaatregelvan de Rijksoverheid om sparen te stimuleren.De motie Inge van Dijk en Stoffer vraagt de regering te onderzoeken hoeeen product zoals het Zilvervlootsparen weer kan worden geïntroduceerd.Zilvervlootsparen was een andere naam voor de Jeugdspaarwet. Dezewet bestond tussen 1958 en 1992. De wet werd ingevoerd in de naoor-logse periode van wederopbouw toen de welvaart zich op een relatief laagniveau bevond. De wet had met name een educatief oogmerk om despaarzin bij de jeugd te bevorderen. Concreet kregen jongeren eeneenmalige spaarpremie van 10 procent van de staat. In de rijksbegrotingvan 1991 betekende dit (op jongeren afgebakende) product een structurele14Onderzoek door Geld.nl, 2023, te raadplegen op https://www.geld.nl/nieuws/spaarders-bij-grote-banken-laten-bijna-2-miljard-euro-aan-rente-liggen15Concurrentie op de Nederlandse spaarmarkt, onderzoek ACM, mei 2024.16Consumenteninertie in de Nederlandse spaarmarkt verwijst naar het gedrag van consumentendie ondanks mogelijke voordelen van overstappen naar een andere bank, zoals hogerespaarrentes of betere voorwaarden, toch besluiten om bij hun huidige bank te blijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 IX, nr. 456 kostenpost van 47 miljoen gulden per jaar. De wet is ingetrokken in 1991.Sinds de invoering van wet was het productaanbod van de bankenveranderd en was er een groter aanbod van gevarieerde spaarvormen,waaronder termijnsparen. Bovendien was in dezelfde periode definanciële positie van jongeren veranderd en droeg de beëindiging bij aande beheersbaarheid van de rijksuitgaven.Door de leden Sterk en Ortega-Martijn (CDA) is in 2012 een initiatief-voorstel gedaan om Zilvervlootsparen te herintroduceren.17 De Afdelingadvisering van de Raad van State stelde dat de redenen van afschaffingvan de Jeugdspaarwet in de jaren negentig – zoals hierboven opgesomd –hun gelding niet hadden verloren. Het voorstel werd na het advies van deAfdeling ingetrokken.18 In 2020 zijn de redenen van afschaffing wederombestudeerd en ook toen was de conclusie dat de redenen niet zijnveranderd.19 Dat geldt mijns inziens nog steeds. Ook zijn er op ditmoment geen urgente redenen zijn om sparen onder minderjarigen temoeten stimuleren door middel van een subsidiemaatregel; uit cijfers vanhet rapport «Financiële opvoeding in een digitaal tijdperk (2023)» van hetNibud blijkt dat 91 procent van de Nederlandse scholieren (in de leeftijd6–14 jaar) al spaart.20 Bovendien bestaan voor de financiële educatie vanjongeren reeds verschillende programma’s, waaronder de Week van hetgeld, die wordt georganiseerd door het platform Wijzer in geldzaken.21Tot slotGedragsinzichten kunnen helpen bij het stimuleren van het spaargedragvan consumenten. De meeste impact kan worden gemaakt bijhuishoudens die kunnen sparen maar dat nog niet doen. Omdat er nogweinig inzichten zijn over gedragsinterventies om het spaargedrag vanspecifiek deze groep te stimuleren, zal ik een onderzoek laten uitvoerennaar de onderliggende gedragsinzichten, redenen en drempels die dezedoelgroep weerhoudt van het opbouwen van een spaarbuffer. Daarbij zalik de onderzoekers nadrukkelijk vragen om te kijken naar opportunegedragsinterventies om het spaargedrag te stimuleren. Ik zal uw Kamerover de uitkomsten van dit onderzoek informeren. Daarnaast blijf ik deinitiatieven van aanbieders in de financiële sector om spaargedrag testimuleren ondersteunen. Ik zal daarbij de concrete praktijkvoorbeeldenuit het Actieplan Consumentenkeuzes bij de Nederlandse Vereniging vanBanken en de Nationale Coalitie Financiële Gezondheid blijvenbenadrukken.De Minister van Financiën,S.P.R.A. van Weyenberg17Kamerstukken II, 2011–2012, 33 313, nr. 218Kamerstukken II, 2017–2018, 33 313, nr. 419Kamerstukken II, 2019–2020, 32 545, nr. 11620Financiële opvoeding in een digitaal tijdperk (2023), Nibud 202321Voor meer informatie, raadpleeg https://www.weekvanhetgeld.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 IX, nr. 457

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8bd97500da02db5e

14 okt 2026 · 0672e270ab43f733

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.