KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 september 2025, over Water

15 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e015c623f135f065 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 625WaterbeleidNr. 720 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 15 oktober 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op24 september 2025 overleg gevoerd met de heer Tieman, Minister vanInfrastructuur en Waterstaat, over:–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.3 april 2025 inzake vaststelling programma IRM – startprogramma Ruimte voor de Rivier 2.0 (Kamerstuk 31 710,nr. 86);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.31 maart 2025 inzake beantwoording vragen commissie overhet Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen2023–2030 (Kamerstuk 27 625, nr. 697) (Kamerstuk 27 625,nr. 702);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.18 april 2025 inzake 27ste voortgangsrapportage TweedeHoogwaterbeschermingsprogramma (Kamerstuk 32 698,nr. 91);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.18 april 2025 inzake reactie op het rapport De toestand vanwater in natuurgebieden (Kamerstuk 27 625, nr. 703);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.8 april 2025 inzake afschrift antwoord op brandbrief van deUnie van Waterschappen over pfas (Kamerstuk 35 334,nr. 359);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.18 april 2025 inzake ontwerp van de partiële herzieningProgramma Noordzee 2022–2027 (Kamerstuk 35 325, nr. 10);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.24 april 2025 inzake reactie op de inbreng van de Verenigingvan Nederlandse Gemeenten (VNG) ten behoeve van hetcommissiedebat Water van 26 maart 2025 (Kamerstuk 27 625,nr. 712);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.2 juni 2025 inzake accountantsrapport bij 27ste voortgangs-rapportage Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma(Kamerstuk 32 698, nr. 92); kst-27625-720ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7201 –de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.23 mei 2025 inzake ontwerp van de Mariene Strategie deel 1:beoordeling Noordzee, goede milieutoestand en milieudoelen(Kamerstuk 33 450, nr. 133);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.22 mei 2025 inzake toezegging gedaan tijdens het commissie-debat Water van 26 maart 2025, over de zorgen en voorstellenvan de Vereniging van Waterbouwers (VvW) in relatie totwaterveiligheidsprojecten in het Hoogwaterbeschermingspro-gramma (HWBP) (Kamerstuk 27 625, nr. 715);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.20 mei 2025 inzake evaluatierapport «Tijdelijke ImpulsregelingKlimaatadaptatie en wijziging artikel Waterwet» (Kamerstuk31 710, nr. 87);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 11 juli2025 inzake fiche: Mededeling Het Europees Oceaanpact(Kamerstuk 22 112, nr. 4104);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.2 september 2025 inzake voorhang concept Tijdelijke subsidie-regeling stimulering verwijdering medicijnresten tweedetranche (Kamerstuk 27 625, nr. 718);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.24 juli 2025 inzake verzamelbrief water (Kamerstuk 27 625,nr. 717);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.18 juli 2025 inzake Kaderrichtlijn Water (Kamerstuk 27 625,nr. 716);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.17 september 2025 inzake reactie op verzoek commissie overde brief van Stichting Gezond Water (SGW) over het onder-werp vislood (Kamerstuk 27 625, nr. 719).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Peter de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7202 Voorzitter: BoutkansGriffier: MeedendorpAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Bamenga, Boutkan,Gabriëls, Grinwis, Hertzberger, Pierik, Stoffer en Verkuijlen,en de heer Tieman, Minister van Infrastructuur en Waterstaat.Aanvang 17.31 uur.De voorzitter:Goedemiddag, dames en heren hier aan tafel, op de tribune en zij diethuis voor de buis zitten mee te kijken. Welkom bij het commissiedebatWater. Ik heet aan mijn linkerzijde de Kamerleden welkom. Ik zal ze evenaan u voorstellen: de heer Pierik van BBB, de heer Gabriëls vanGroenLinks-Partij van de Arbeid, mevrouw Hertzberger van NSC – daarkom ik zo nog even op terug –, de heer Grinwis van de ChristenUnie, deheer Verkuijlen van de VVD en de heer Bamenga van D66.Ik zei dat even heel netjes richting mevrouw Hertzberger, omdat mevrouwHertzberger officieel geen lid is van deze commissie. Ik vraag aan u of uinstemt met het feit dat zij namens NSC aan deze vergadering deelneemt.Ik zie alleen maar instemmend geknik, dus daarmee is de formaliteitafgetikt. Anders kunnen we daar later last mee krijgen als iemand deHandelingen erop naleest.Uiteraard heet ik ook de Minister en de ambtelijke ondersteuning vanharte welkom. En uiteraard ook de ondersteuning hier in deze zaal. Hetpubliek op de tribune is in groten getale gekomen; welkom.De formele spreektijd is vijf minuten. Dit stond ook in de stukken. Mijnvoorstel is om drie interrupties te plegen, want we hebben de nodigesprekers. In de loop van de vergadering kunnen we zien hoe we met detijd uitkomen en of er dan nog ruimte is voor meer interrupties. Het heeftmijn voorkeur om de dinerpauze te gebruiken als schorsing voor devoorbereiding van appreciaties en dergelijke. Dan hebben we effectiviteit.Ik nodig de heer Pierik uit om als eerste het woord te gaan voeren.De heer Pierik (BBB):Voorzitter. Het is goed om het ook hier weer met elkaar over water tehebben. Ik heb zo veel onderwerpen voorbij zien komen dat ik moeite hadom eruit te kiezen. Ik beperk mij in mijn inbreng tot vijf onderwerpen,namelijk zonnepark op zee, uitzonderingsgronden KRW, ZeelandGrevelingen, sloten en bermen, en de rivierkreeft. Dit betekent dat ik hetontzouten van grondwater, de leveringsplicht van drinkwater, de histo-rische waterbelasting, waterveiligheid, pfas, vergunningverlening en veelandere dingen moet laten liggen. Ik hoop dat collega’s daarop ingaan.Voorzitter. De afgelopen weken waren er op de Noordzee ernstigeincidenten. Bij een pilotproject met drijvende zonnepanelen is het in kortetijd drie keer misgegaan. Eerst door branden en daarna doordat het parkdoor de harde wind en de golven deels uit elkaar is gevallen. De gevolgenzien we al dagenlang langs de Noordzeekust. Overal spoelen brokstukkenvan zonnepanelen en piepschuim aan. Vrijwilligers doen hun best om ditop te ruimen, maar we weten niet hoeveel materiaal nog in de zee drijft ofonder water ligt. Dat vormt een risico voor de scheepvaart en voor derecreanten in het water en op het strand.Daarom heb ik drie verzoeken aan de Minister. Kan de Minister ervoorzorgen dat er zo spoedig mogelijk een waarschuwing uitgaat richting dekust van Noord-Holland zodat mensen alert zijn op ronddrijvende en deelsonder water liggende brokstukken? Wil de Minister Rijkswaterstaatopdracht geven te onderzoeken hoe deze projecten in de toekomst veiligopgezet kunnen worden? Kan de Minister toezeggen dat er geen nieuweTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7203 vergunningen worden afgegeven voor vergelijkbare projecten op deNoordzee totdat dit onderzoek is afgerond?In de Kaderrichtlijn Water staan uitzonderingsgronden voor wanneer jeniet gehouden bent aan het halen van bepaalde doelen. Een daarvan is denutriënten vanuit andere lidstaten. Wij kunnen als land niet verantwoor-delijk worden gehouden voor de belastende stoffen die afkomstig zijn uitandere landen. Kan de Minister aangeven of buitenlandse belasting vanhet water goed in beeld is? Mocht dit niet goed in beeld zijn, kan deMinister dan toezeggen hoe dit wel goed in beeld gebracht kan worden?Kan de Minister aangeven in hoeverre de normen verschillen? Is deMinister het met BBB eens dat deze zaken een uitzonderingsgrondvormen op het halen van de KRW-doelen? En welke andere uitzonderings-gronden vindt de Minister verder nog relevant?De voorzitter:U kunt even ademhalen, heer Pierik, want ik zie een interruptie voor uverschijnen van de heer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Ik was even benieuwd of de heer Pierik zelf in die context beperkingenvoorziet.De heer Pierik (BBB):Volgens mij zijn er meerdere uitwerkingsgronden denkbaar. Ik zit zelf tedenken aan de ubiquitaire stoffen, die al jarenlang in het water zitten en ernu niet meer aan worden toegevoegd, maar er heel moeilijk uit te halenzijn. Zodra je watermonsters neemt, kom je nog dingen tegen die vroegerin plastics zaten bijvoorbeeld. Die zitten nog steeds in het water endaardoor voldoen bepaalde waterlichamen nog steeds niet aan de doelenvan de Kaderrichtlijn Water. Deze zijn er heel moeilijk uit te halen enmoeten volgens mij uitzonderingsgronden zijn. Ik ben heel benieuwd ofde Minister nog andere vormen van uitzonderingsgronden vindt,bijvoorbeeld natuurlijke belasting. Ik heb ooit weleens een plaatje latenzien van ijs waar duizenden vogelpoepjes op zaten. Dat is ook een soortnatuurlijke belasting van het water. Dat zijn dingen waarvan ik denk datheel weinig mensen daar rekening mee kunnen houden. Wat mij betreftzou dat een uitzonderingsgrond kunnen zijn.De voorzitter:Ik denk dat u al voldoende heeft toegelicht wat het allemaal zou kunnenzijn, voordat we nog verdergaan in de encyclopedie. Voldoende zo, heerVerkuijlen? Kijk eens aan. Dan verzoek ik de heer Pierik om verder te gaanmet zijn betoog.De heer Pierik (BBB):Voorzitter. Ik ga verder met Zeeland. In Zeeland is onrust ontstaan door demassale sterfte van krabben en kreeften, mogelijk door stoffen uitstaalslakken in het water. Er loopt nu een onderzoek van WageningenUniversity & Research. Kan de Minister aangeven wanneer dit onderzoekwordt afgerond? Wil hij de resultaten dan gelijk met de Kamer delen? Zijner tijdelijke maatregelen nodig zolang het onderzoek nog loopt?De Grevelingen verdient een toekomst als gezond meer. Er treedt inZeeland steeds meer verzilting op en dat is een enorm probleem. Daaromvragen we de Minister om open te staan voor verder onderzoek, denk aandrinkwater en aan het verdeelvraagstuk vanuit de grote rivieren. Buffer-meren kunnen elkaar ondersteunen. BBB wil erop aandringen dat dezemogelijkheden voor de toekomst serieuzer worden besproken. Vandaar devraag of de Minister wil toezeggen dat hij hierover in gesprek wil gaanmet de provincie Zeeland om te komen tot een gezamenlijk plan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7204 De voorzitter:U kunt weer ademhalen. De heer Grinwis heeft een interruptie voor u.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik vind dit een zeer terecht verzoek van de heer Pierik. Ik zal er in mijneigen bijdrage ook op ingaan. Betekent dit dat de heer Pierik de Ministerook oproept nog even te wachten met het nemen van een besluit over dedure oplossing om de Brouwersdam deels open te breken, er een sluis inte zetten en te gaan verzilten? Zegt de heer Pierik ook: even pas op deplaats hiermee?De heer Pierik (BBB):Wat mij betreft wel. Ik hoor ook graag hoe de Minister hierin staat. Voorde BBB-fractie is het heel belangrijk dat de zoetwatervoorziening ook bijde Zeeuwse eilanden goed in orde is. Dit kan daarbij helpen. Laten weeerst de gesprekken afwachten die de Minister met de provincie Zeelandgaat voeren.De voorzitter:Ik zie dat dit een voldoende beantwoording is voor de heer Grinwis. Gaatu verder, heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Voorzitter. Voor de zomer hebben we ook een waterdebat gehad. Naaraanleiding van dat debat heb ik drie moties ingediend. Ik wil graag wetenhoe het staat met uitvoering van die moties. Het zijn Kamerbreedaangenomen moties. Ze gingen over het in beeld brengen of de invasieveexoten de doelstelling van de KRW belemmeren, over een coördinerendfunctionaris op het gebied van de waterkwaliteit, dit was de motie-Pierik/Soepboer, en over het effect van de riooloverstort in relatie tot het metenvan de waterkwaliteit.De waterschappen hebben een belangrijke taak als het gaat om hetonderhoud van sloten en bermen. Een veel gebruikte methode daarbij isklepelen. Sinds een jaar geldt voor de waterschappen een gedragscodebestendig beheer en onderhoud die de biodiversiteit zou moetenstimuleren. In de praktijk blijkt dit echter niet goed uit te pakken. Water-schappen spreken over zeer onveilige situaties voor hun personeel,waardoor het onderhoud niet meer kan worden uitgevoerd. Water-schappen geven ook aan dat ze nu vaker moeten maaien en klepelen danvoorheen, waardoor juist meer schade aan de biodiversiteit ontstaat.De voorzitter:Heer Pierik, ik zie in mijn linkerooghoek dat u nog teksten heeft, maar u zitook aan het einde van uw tijd. Kunt u dus gaan afronden?De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Dat ga ik dan zo snel mogelijk doen. De vraag aan deMinister over dat klepelen is of de Minister bereid is om met de water-schappen te onderzoeken of klepelen op een andere manier kan plaats-vinden zodat de biodiversiteit daadwerkelijk wordt beschermd. Is deMinister bereid om met de waterschappen de nieuwe gedragscode teevalueren?In tweede termijn kom ik terug op de andere dingen die ik nog heb staan.De voorzitter:U wordt waarschijnlijk geholpen door de heer Gabriëls om toch nog watspreektijd te krijgen. Een korte en bondige vraag graag.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7205 Ik ga toch een vraag stellen in waarschijnlijk de laatste vergadering die iksamen met de heer Pierik in het waterdebat heb. Bij de heer Pierik houd ikaltijd een bingokaart bij als het gaat over de Kaderrichtlijn Water. In ditgeval stond er «buitenland», «uitzonderingsgronden», «vogelpoep» en«riooloverstort» in. Die vier woorden zijn alle gevallen. Ik vraag hem indeze laatste gezamenlijke vergadering of hij erkent dat de landbouwsectorvan grote invloed is op het niet halen van de doelen van de KaderrichtlijnWater.De voorzitter:Het is uw laatste vergadering volgens de heer Gabriëls, dus brandt los.De heer Pierik (BBB):Dank voor de vraag. Ik vind de vraag wel heel creatief geformuleerd, debingokaart. Ik kan hier wel gaan roepen dat de landbouw een belangrijkerol speelt als het gaat om het halen van waterkwaliteitsdoelen, maar het isaltijd een samenspel van. Ik snap dat de vogelpoep niet de meestdominante rol speelt als het gaat om de nutriënten in het water. Dat zalmisschien 1% of 2% zijn, maar dan heb je het wel ongeveer gehad. Datverhaal is dus klein. Maar als we kijken naar de riooloverstort zijn heelveel data niet bekend. De ubiquitaire stoffen kun je wel op een bingokaartafstrepen, maar dat is iets wat never nooit te halen is, welke expert je ookspreekt. Het is een heel complex verhaal. De landbouw speelt natuurlijkeen rol, maar ik denk dat we met 18 miljoen Nederlanders ontzettend snelaan de slag moeten om ervoor te zorgen dat troep die niet in het waterhoort, er ook niet in komt.De voorzitter:Dank u wel voor deze beantwoording. Dan ga ik door naar de heerGabriëls voor zijn eerste termijn.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. We tellen af naar 22 december 2027. Nog twee jaar en driemaanden om alle maatregelen vast te stellen en voldoende effectief telaten worden voor de Kaderrichtlijn Water. We hebben 25 jaar de tijdgehad. Het is al heel lang duidelijk dat we niet alles gedaan hebben omhet doel «schoon water» te bereiken. Dat gaat tot juridische risico’s leiden.De landsadvocaat heeft die onderzocht. Vooral op het gebied van mest enlandbouwgif zullen er uitzonderingen volgen. Dat levert juridische risico’sop, erkent het kabinet in de Kamerbrief van 18 juli. Mijn vraag aan deMinister is waarom we niet alles doen om van dat naderende waterslotweg te blijven. Waarom wil dit kabinet geen schoon water? GroenLinks-Partij van de Arbeid wil deze stilstand doorbreken. Schoon water,levendige rivieren en gezond grondwater zijn nodig voor nu, maar vooralook voor de toekomstige generaties.Daarom zijn dit belangrijke punten. Ten eerste is dat het «KaderrichtlijnWater»-proof maken van de lozingsvergunningen. Wat is de stand vanzaken van de motie-Gabriëls/Soepboer, die oproept tot extra inzet omvergunningen te actualiseren en te herzien? Is die extra inzet gepleegd?Dit zou voor de zomer aan de Kamer kenbaar worden gemaakt, maar ikheb nog niets gezien. Graag een reactie daarop van de Minister. Omhoeveel vergunningen en bedrijven gaat het? Betreft het oude en ooknieuwe vergunningen? Wanneer is het proces afgerond? Want als er teveel van stof X in het water zit en er is maar één fabriek die stof X loost,moet je bij die fabriek zijn. Dan moeten we die vergunning intrekken,aanpassen of handhaven. Graag hoor ik van de Minister meer details overhoe snel dit gaat, wat de omvang ervan is, en hoe hij dit op alle niveausgaat doorzetten. Kan hij hierover een brief toezeggen?Al twee jaar hamer ik op het actualiseren en herzien van vergunningen.Wanneer hebben we eindelijk in beeld wat we allemaal legaal en ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7206 illegaal lozen? Illegale lozingen zijn immers heel frustrerend voor partijendie zich wel aan de vergunningen houden. Waarom is de Minister op zoeknaar manieren om meer te lozen op plekken waar het water wel schoonis? Te schoon lijkt ons het probleem niet. Wat is de stand van zaken van deEuropese inbreukprocedure in Nederland, omdat wij vergunningen vooronbepaalde tijd verstrekken?Dan pfas. Op 21 juli ontvingen wij een brief naar aanleiding van deaangenomen Kamermotie die oproept tot het uitwerken van een nationaallozingsverbod van pfas. De Minister geeft in zijn brief aan dat een gerichtgedeeltelijk lozingsverbod mogelijk is en dat het kabinet hier de komendetijd mee aan de slag gaat.Gisteren was er een uitzending van PowNed over de pfas-lozing in mijnthuisstad Weert en daarin hoorde ik zowel de Staatssecretaris als deMinister aangeven wat er allemaal niet kan, terwijl in de brief van 21 julistaat dat de Minister wel een gericht lozingsverbod gaat uitwerken,conform de motie. Ik wil de Minister houden aan de brief en die verdereuitwerking van een gedeeltelijk lozingsverbod. Bent u bezig met hetuitwerken van een gericht lozingsverbod? Wanneer komt het resultaatnaar de Kamer? De motie is een jaar geleden aangenomen en in detussentijd vervuilt pfas onze wateren en lichamen. Er worden zelfs nieuwevergunningen verleend, omdat de decentrale overheden niks anderskunnen dan ze verlenen. 5 kilo in Weert terwijl we het door drinkwaterbe-drijven tot nanogrammen uit ons drinkwater moeten laten halen. Dat isecht ontzettend belachelijk. Ik roep de Minister op tot actie en vraag hemom een reactie.Dan hebben we ook nog het probleem van pfas in bestrijdingsmiddelen.Ziet de Minister dat als risico? Ziet de Minister dat als een essentiëletoepassing van pfas en wat gaat de Minister eraan doen om daarmee testoppen?Dan kom ik bij het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn. Ik heb het in aldie vergaderingen over water de afgelopen twee jaar gehad over decoördinerend Minister voor water. Hij is afhankelijk van de besluiten vanandere Ministers, van mevrouw Wiersma van LVVN, maar ook van decollega die over vergunningen gaat. Ik heb dat heel vaak zo benoemd. Alsik naar het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn kijk, moet ik conclu-deren dat deze coördinerend Minister voor water, de derde in anderhalfjaar tijd, weer met lege handen thuis is gekomen.Het Planbureau voor de Leefomgeving maakt gehakt van het pakket.Waarom worden er bijvoorbeeld bufferstroken versmald en vindtversoepeling plaats ten opzichte van het zevende actieprogramma? Dat isin strijd met een achteruitgangsverbod in de wet. De conclusies van degezamenlijke waterschappen zijn snoeihard. Ik herhaal wat ik in deinleiding zei: volgens de landsadvocaat maken we voor mestvervuilinggeen kans op een juridische uitzondering. En juist op dat vlak vindt er nudus geen actie plaats. Er vindt zelfs verslechtering plaats in dit achtsteactieprogramma Nitraatrichtlijn. Graag een reactie van de coördinerendMinister voor water over dit achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn, dejuridische risico’s en de kritiek vanuit de waterschappen.Dan tot slot de Dommel. Er is een lozingsvergunning voor Nyrstar inBelgië. Er staat een zinkfabriek in Budel en één in Lommel, waardoor deDommel wordt vervuild met zware metalen. Is de Minister bekend metdeze verontreiniging en wat gaat hij doen om de Vlaamse collega daaropaan te spreken? Want de Dommel is een van de mooiste laaglandbekendie wij hebben in onze lage landen. De waterkwaliteit is echter te slecht ende doelen van de Kaderrichtlijn Water kunnen niet worden gehaald. Kuntu in dat gebied hulp bieden?GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft zich in de afgelopen twee jaar heelerg ingezet voor schoon water, schoon drinkwater en waterveiligheid. Wewillen de trots op «Nederland Waterland» graag herstellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7207 De voorzitter:Ik dank u wel, heer Gabriëls. U krijgt op de valreep een interruptie van deheer Grinwis. Kort en bondig graag.De heer Grinwis (ChristenUnie):Collega Gabriëls was terecht zeer kritisch over lozingsvergunningen. Nouheeft de provincie Limburg pas de vergunningsverlening voor CFS – datgaat over pfas in het water – gewoon doorgezet. Drinkwaterbedrijf Duneagaat het tot de hoogste mogelijke instantie aanvechten om het tegen tehouden. Wat verwacht de heer Gabriëls concreet van de Minister? Het isnamelijk een bevoegdheid van Limburg. Wat kan en moet de Ministervolgens de heer Gabriëls doen?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dit is een hele goede vraag, want zoals u weet hebben we het erovergehad bij een bijeenkomst van Vewin en gisterenavond was die PowNed-uitzending daarover. Op het moment dat wij hier landelijk een lozings-verbod aan de provincie hebben gevraagd – de meerderheid in de Kamerheeft een motie tot een lozingsverbod gesteund – en we van de provincieLimburg te horen krijgen dat zij binnen de best beschikbare techniekenbinnen alle kaders die er nu zijn, geen handelingsperspectief hebben,maar het wel afkeuren – ze keuren het af, maar kunnen juridisch nietanders dan verlenen – verwacht ik dat er landelijk, met alle kennis dieaanwezig is, een kader aangewezen wordt, of in ieder geval aangepastwordt, waardoor provincies de handvatten krijgen om dit soort vergun-ningen niet te verlenen zodat wij dat hele confettikanon van gif niet meerin ons drinkwater hoeven te krijgen. Het gaat om 5 kilo! Wij halen totnanogrammen uit het water en dit gaat dus om duizenden miljardennanogrammen. Ik verwacht van deze Minister dat er een lozingsverbodwordt uitgewerkt waardoor de decentrale overheden deze vergunningkunnen weigeren, wat ze nu misschien niet kunnen. Het is overigens noghelemaal niet zeker of het verleend gaat worden, want waterschappen endrinkwaterbedrijven gaan het terecht tot het einde aanvechten, en ik snapdat.De voorzitter:Ik dank u wel, heer Gabriëls, voor deze beantwoording. De heer Grinwis istevreden, want ik zie hem achterovergeleund in zijn stoel zitten. MevrouwHertzberger, gaat uw gang met uw betoog.Mevrouw Hertzberger (NSC):Dank aan de collega’s dat ik hier bij deze commissie mag aanschuiven.Voorzitter. Ik groeide op op het eiland van Dordrecht. Ik herinner me zogoed dat we in de glorieuze jaren negentig naar de Merwelanden fietstenom te zwemmen, onder de rook van Dupont, nu Chemours. De Dordtsekinderen hadden de afgelopen jaren niet datzelfde plezier. De Merwelan-denplas werd afgesloten vanwege te hoge pfas-waarden. De zorgen in deDrechtsteden en in andere door pfas geteisterde gebieden zijn groot, omde gezondheid van dieren, mensen en kinderen en de ernstige vervuilingvan de zo geliefde omgeving.Pfas is een voortdurend probleem, een soort tweehonderdkoppig monsterdat steeds weer blijft opduiken en dat we maar niet onder controle krijgen.Wij willen van de Minister weten hoe de vorderingen in het Europesetraject lopen om tot een pfas-verbod te komen. Worden verzoeken omuitzonderingen, waar we ons zorgen over maken, actief geweerd ofworden ze toegelaten? Wij willen weten of de Minister al rekening houdtmet de mogelijkheid dat het Europees helemaal niet gaat lukken of dat eralleen een waterig compromis wordt bereikt, dat jaren duurt om voorelkaar te krijgen en waarin een enorme hoeveelheid uitzonderingen zijngelobbyd. Wij maken ons daar zorgen over. De uitwerking van eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7208 nationaal verbod hebben we gezien. Welke deadline ziet de Minister voorzichzelf? Is het bijvoorbeeld denkbaar dat de Minister, als hij per 1 april2026 geen Europese consensus heeft, wat nog steeds de voorkeur heeftvan mijn fractie, het nationaal gaat regelen? En als het niet per 1 april2026 kan, wanneer dan wel?Voorzitter. We zwemmen in de pfas, maar nog steeds staat de kraanwagenwijd open. Ook ik wil aandacht geven aan de mogelijke vergunningaan de afvalverwerker in Weert. 5 kilo pfas is meer dan Chemours opjaarbasis uitstoot. Dat is een probleem. Vindt de Minister dit wenselijk enwat kan hij doen? Dan heb ik nog twee aan pfas verwante vragen. Op ditmoment zijn er bijna geen laboratoria in Nederland die pfas kunnenmeten. De massaspectrometer heeft namelijk teflonbekleding, eenpfas-soort, en die interfereert met de metingen. Kan de Minister onder-zoeken hoe wij dit netwerk kunnen uitbreiden en ook reguliere laboratoriakunnen aansluiten op het pfas-testnetwerk zodat pfas toegankelijker,goedkoper en sneller gemeten kan worden?Daarnaast is er meer dan alleen massaspectrometrie in water. Chemoursheeft een grote pijp staan. Wat komt daaruit? Dat willen we graag weten.We weten dat bedrijven nu al in staat zijn om met satellietbeelden allerleivervuilingen in beeld te brengen: methaan, ammonia, maar ook pfas. Zokunnen we ook illegale lozingen beter in kaart brengen en bestraffen. Wilde Minister onderzoeken of het mogelijk is om satellietbeelden te gaangebruiken om bronnen van vervuiling beter in kaart te brengen? Hoe staathet met die technologie? Wanneer kunnen we daarmee aan de slag?Dan de veiligheid. Wij zijn geschrokken van het datalek in Rijswijk, deinbraak op de systemen van het Openbaar Ministerie, en deddos-aanvallen op provinciewebsites. We liggen zwaar onder vuur enonline is het al heel lang oorlog. Nederland is kwetsbaar vanwege de velewaterwerken die digitaal of op afstand bediend kunnen worden. Als er opwaterkeringen wordt ingebroken, kan de scheepvaart stil komen te liggenof kan land onder water komen te staan. In 2019 konden ethische hackersvan de Algemene Rekenkamer vrij gemakkelijk inbreken in de systemen.Mijn fractie zou graag hiervan een update willen. Hoe staat het met deveiligheid? Hoe goed zijn de systemen van Rijkswaterstaat beveiligd?Welke stappen zijn gezet om te zorgen dat er minder makkelijk kanworden ingebroken? En, als er een keer, God verhoede, een noodsituatieoptreedt en de stroom langdurig uitvalt, zijn er dan altijd analogealternatieven beschikbaar?Dan kom ik op beweging en sport. Ik kom van de VWS-commissie en benmisschien een beetje een vreemde eend in de bijt, maar dit is tochonlosmakelijk verbonden met water. In Nederland is sprake vanbewegingsarmoede bij mensen die weinig geld hebben en toch graagwillen bewegen, en bijvoorbeeld te weinig mogelijkheden hebben omtegen lage kosten te zwemmen. We zien ook dat oververhitting op de loerligt. Mensen die in kleine sociale huurwoningen leven in een versteendeomgeving lopen veel meer risico op oververhitting. Tegelijkertijd zien wedat onze rivieren en kanalen vooral zijn ingericht als snelwegen voor debinnenvaart. Er wordt maar heel weinig ruimte gemaakt voor sport enrecreatie. Wat zou het mooi zijn als we het aantal zwemplekken inbuitenwater kunnen uitbreiden, het liefst met inclusieve zwemsteigers entrappen, met gelegenheid tot omkleden en waar ook mensen met eenbeperking vanuit de rolstoel het water in kunnen, veilig afgescheiden vande vaarweg. We zien hoe die zwemsteigers ook mensen bij elkaar brengenen er groepen ontstaan die wekelijks afspreken.Zwemwater is nog lang niet zo toegankelijk als het zou kunnen zijn en zoumoeten zijn. In Zweden, maar ook in Bazel, wordt veel meer gebruikge-maakt van niet alleen plassen, meren en zeestranden, maar ook vanstromend water. Is de Minister bereid om met Rijkswaterstaat te kijkenhoe zij veel actiever gemeenten kunnen ondersteunen om onze waterenook toegankelijk te maken voor zwemmers, van jong tot oud, met enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 7209 zonder beperking? Het water is van iedereen. Het is onze Nederlandsetrots en het is onze taak om het schoon, toegankelijk en veilig te maken.Dank u wel.De voorzitter:Complimenten voor de eerste keer dat u meedoet aan deze commissie enook nog binnen de tijd blijft. Ik zou bijna willen zeggen «let u allen op»,maar dan moet ik ook gelijk zelf in de spiegel kijken. Ja, een eiland. Ikdacht gelijk aan Duivelseiland maar dat zal wel niet bedoeld zijn. Ah, eenDordts eiland.De heer Grinwis, het woord is aan u.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank. Ik sluit mij aan bij wat zojuist gezegd is over pfas en over delozingsvergunningen. Daar ga ik dan verder niet meer expliciet op in. Ikben wel benieuwd naar de beantwoording.Voorzitter. Ik begin met een ander eiland. Het eiland waar ik zelf geborenen getogen ben: Goeree-Overflakkee. Dat is niet zo ver van het eiland vanDordt. Als geboren en getogen Ouddorper staat het zoetwatertekort inonze Zeeuwse en Zuid-Hollandse delta mij scherp voor ogen. Afgelopenvoorjaar en zomer gingen Duivelandse akkerbouwers dag en nacht metvrachtwagens over de Grevelingendam en Schouwense akkerbouwersover de Brouwersdam naar Goeree-Overflakkee om daar met grotetankwagens zoetwater te tappen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik meeen aantal jaar geleden afvroeg, toen ik voor het eerst een van dietankwagens zag opdoemen, terwijl ik in de zomer lekker op de trekker inde buurt van Goedereede op de akker aan het werk was, wat die daarkwam doen. En inderdaad, dat was om zoetwater in te nemen. Sommigeondernemers hebben in één zomer wel € 300.000 in een zoetwatervoor-ziening moeten steken. En dan nog zie je het enorme verschil tussen hoehet gewas er op de akkers bijstaat: groen op Goeree-Overflakkee en eenbeetje vergeeld op Schouwen-Duiveland.Droogte moeten we op alle fronten bestrijden: zuinigheid, beprijzing,lokale opslag, slimmere distributie. Maar hoe zit het met grootschaligemaatregelen? De zoetwatertekorten gaan de komende eeuw verdubbelen.Nog meer dan nu wordt zoetwater het blauwe goud. Als ik op dezoetwaterkaarten kijk, worden Noord- en West-Nederland goed bediendmet rivierwater, maar komt de Zeeuwse delta er bekaaid van af. Daaromvind ik het moedig van de provincie Zeeland om op eigen houtje met eenplan voor verzoeting van de Grevelingen te komen. Potentieel is dat hetop twee na grootste zoetwaterreservoir van Nederland.Ik weet dat dat gevoelig ligt. De Minister bereidt immers een heel anderplan voor de Grevelingen voor. Hoe staat het daarmee? Wordt daarover in2025 of anders in 2026 een besluit genomen? Gaat dit dubbeldemissio-naire kabinet een kleine miljard uitgeven aan een betonnen spuisluis? Datlijkt me toch niet. Zullen we de demissionaire periode gebruiken omverzoeting van de Grevelingen een eerlijke kans te geven in de volgendeperiode van het Deltaprogramma, die met de herijking van 2026 ingaat?Daarover gesproken, welk gewicht heeft die zesjaarlijkse herijking in hetwaterbeleid? En hoe zit het met de sturing van de Kamer op die herijking?Ik ken natuurlijk de Deltaprogramma’s en de Deltaprogrammarapportagedie we jaarlijks op Prinsjesdag krijgen; echt hartstikke mooi. Als het aanmij ligt, krijgen niet alleen onderzoek naar de verzoeting van de Greve-lingen, maar ook het blauwgroene energieplan Delta21 en het door mijeerder ingebrachte voorstel voor een waterberging Grevelingen, deHollandkering, de Merwedekering en kustuitbreiding een verankering inhet Deltaprogramma. Deelt de Minister die mening?Voorzitter. In de Nieuwe Waterweg ligt het kroonjuweel van de Delta-werken, of in ieder geval «een» belangrijk kroonjuweel: de Maeslant-kering. Die stormvloedkering heeft een zogenaamd sluitpeil, met daaraanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72010 gekoppeld een sluitfrequentie. Hoe hoger dat peil, hoe vaker hij sluit. Datsluitpeil is een knop waaraan we gemakkelijk kunnen draaien, maar dathebben we sinds 1997 niet gedaan. In 2009 is dat sluitpeil formeelgeëvalueerd, maar de toenmalige Minister besloot het niet te wijzigen. Hetwas overigens een Staatssecretaris. Inmiddels is er veel water naar zeegestroomd. Nieuw onderzoek laat zien dat de potentiële buitendijkseschade is toegenomen en dat de potentiële scheepvaartschade juistminder blijkt te zijn. Wordt het niet weer eens tijd voor een nieuweformele evaluatie van het optimale sluitpeil?Voorzitter. Ik houd van fikse infra, maar we horen ook eerbiedig rekeningte houden met water en bodem. Wat mij betreft sturen we daar zelfs op. Indie hoek loopt nog altijd het debat over water en woningnood. Lukt heteen beetje met de regelgeving omtrent piekbuien? Bouwers moeten hunwoningen hoog en droog bouwen, maar ze moeten ook weer niet te hogekosten maken voor de lokale waterberging als het waterschap water-overlast veel efficiënter kan aanpakken. Hoe zorgt de Minister dat dewatersector geen regels aan de bouwers oplegt waarover ze niet hebbenmeegedacht en waardoor ze onevenredig veel kosten moeten maken? Ikpleit voor simpele, rechtvaardige, uniforme regels om woningbouwers,gezien de woningnood, actief te helpen. De drinkwatercongestie begintinmiddels steeds urgenter te worden. Hoe staat het met mijn motie omprojectbesluiten voor de drinkwaterinfrastructuur aan te wijzen alsbesluiten van zwaarwegend maatschappelijk belang? Hoe staat het metmijn motie, samen met collega Heutink, om beleids- en/of wetswijzigingendoor te voeren om sneller nieuwe drinkwaterbronnen te vergunnen? Hoehoudt de Minister de vinger aan de pols over de uitvoering van hetActieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen, zodat het geenpapieren tijger blijkt te zijn?Dan nog even over woningbouw. Ik ben het helemaal eens met D66 datIJstad er moet komen. Of we het nu opspuiten, inpolderen, drijvend of oppalen bouwen, ik pleit voor een combi, zo onder de rook van Amsterdam.Er zijn megakansen. Zelfs D66 ziet het dus zitten nadat ze eerder tegen eenmotie daarover hebben gestemd. Maar vooruit, voortschrijdend inzichtzullen we maar zeggen. Of verkiezingskoorts? Dat is aan de luisteraar.De voorzitter:Kunt u tot een afronding komen?De heer Grinwis (ChristenUnie):Hoe staat het met de uitvoering van de motie inzake woningbouw langsde randen van het Markermeer, IJmeer en andere randmeren? Dat is demotie op stuk nr. 18 (36 600-J). Wil de Minister met zijn collega vanVolkshuisvesting een scenariostudie doen en ziet hij kansen om tegelij-kertijd de waterkwaliteit te verbeteren, als het ware een maxi-MarkerWadden? Waterkwaliteit en het actieprogramma laat ik even zitten. Ikverwijs naar de daarover gemaakte opmerkingen.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel. Ik heet ondertussen de heer Stoffer van harte welkom. Ubent misschien al bijgepraat, maar we hebben een spreektijd van vijfminuten en een drietal interrupties in de eerste termijn.De heer Stoffer (SGP):Ik heb alles gevolgd, voorzitter, maar ik stond in de file.De voorzitter:Geweldig. En u meneer Gabriëls, mag nog een interruptie plegen op deheer Grinwis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72011 De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):In zijn bijdrage neemt de heer Grinwis het heel erg op voor zoetwater enhij zegt dat we droogte moeten tegengaan. Tegelijkertijd begint hij ookover woningbouw in het IJsselmeer en aan de randen van allerlei merendie dan volgebouwd zouden kunnen worden, of met drijvende woningenof met wat dies meer zij. Hoe staat de ChristenUnie tegenover hetopnieuw aanleggen van grote zoetwatervoorraden? Ik bedoel grotewaterbergingsopdrachten en daar dan drijvend op bouwen. Of moet datallemaal in bestaande meren kunnen, zoals u net leek aan te geven?De heer Grinwis (ChristenUnie):Allereerst is het IJsselmeer onze nationale zoetwaterregenton. Datwaardeer ik zeer als zodanig. Als we het hebben over het ontwikkelen vanIJstad, zoals D66 het noemde, en überhaupt het opspuiten van zand incombinatie met drijvende woningen of woningen op palen en/of eenstukje inpolderen, dan gaat het niet over de hele Markerwaard zoals dat inhet verleden op de kaart was ingetekend. Het gaat over beperkteoppervlaktes in vooral de randmeren en een beetje in het Markermeer enIJmeer. Ik zeg dat om het te relativeren. De hoeveelheid zoetwater diedaar uiteindelijk mee verdwijnt, is zeer beperkt.Bovendien speelt daar de discussie over de peilopzet. Wat mij betreft is depeilopzet een veel belangrijkere variabele om mee te bewegen dan heelkritisch zijn op een paar vierkante kilometer die verdwijnt doorwoningbouw in de delen van de randmeren die ik net benoemde. Dan nogblijft het noordwesten van Nederland relatief goed voorzien van zoetwaterin tegenstelling tot het zuidwesten van Nederland. Daar is het probleemveel crucialer. We weten dat zoetwater het blauwe goud is en nog meerwordt. Ik vind het belangrijk dat we er strategisch naar kijken, maar nietdogmatisch.De voorzitter:Dank u wel. Is de heer Gabriëls zo tevreden? Ja? Goed. Ik heb alsvoorzitter zelf ook vaak een dilemma met interrupties, want ik zou graageen interruptie willen plegen op de heer Grinwis met zijn verhaal over diestad. Ik kijk de heer Pierik even aan. Misschien zou hij even willenwaarnemen voor mij. Dan lossen we het zo heel praktisch op.Voorzitter: PierikDe voorzitter:Prima. Dan geef ik de heer Boutkan het woord om te interrumperen.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik kom toch even terug op het idee dat oorspron-kelijk is ontstaan bij D66 om een stad te bouwen. De heer Gabriëls vroeghet ook al aan de heer Grinwis. Ik hoorde de heer Grinwis zeggen «onderde rook van Amsterdam». Het is eerder de rook van Almere. Maarwaarom gaan we überhaupt een stad bouwen in een gebied dat isaangewezen als watervoorzieningsgebied en waar ook nog een Natura2000-gebied ligt? Er ligt immers een pasklaar bouwproject klaar, namelijkAlmere Pampus. Dat komt door allerlei procedures niet van de grond.Mijn vraag aan de heer Grinwis is waarom we daar niet mee starten. Overdie andere projecten op de randmeren bij Lelystad, Zeewolde, AlmereHaven en dergelijke is al jarenlang gesteggeld in verband met devergunningsprocedures. Ik kijk nu toch even de Minister aan. Er wordtvolop ontwikkeld, maar waarom zo nodig die extra stad en voor wie gaanwe die dan bouwen?De heer Grinwis (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72012 Allereerst ben ik het helemaal eens met de heer Boutkan. Wat mij betreftontwikkelen we dat eerst. IJstad zei ik natuurlijk ook een beetje plagend inde richting van D66. Dat is meer een stip aan de horizon dan dat het opkorte termijn een oplossing zal leveren voor de woningnood in Nederland.Sterker nog: een straatje erbij, buurtje erbij en grootschalige ontwikke-lingen in de buurt van bestaande stations is veel haalbaarder op de kortetermijn. Tegelijkertijd weten we dat er op de lange termijn een grote vraagnaar wonen zal blijven in de regio Amsterdam-Almere. Daarbij willen wenog altijd de IJmeerverbinding aanleggen in combinatie met de stedelijkeontwikkelingen in dat deel van het Markermeer en IJmeer. Daar zijn wijvoor; daar zijn wij niet tegen.De motie die ik heb ingediend met collega Peter de Groot, ging vooralover projecten die nu in de pijplijn zitten. Ik noem het project Waterfrontbij Lelystad. Daar worden maatwerkafspraken gemaakt, maar die zijn nietgemaakt bij Nieuw Monnickendam. Dat was de discussie. MinisterMadlener heeft onder druk van die motie moeten toezeggen welwillendaan de slag te gaan met Monnickendam. Eerder was dat niet goedgegaan.In de motie gaat het verder over waterrobuuste woningbouw en drijvendwonen langs de randen. Daar ging de motie over en daar refereerde ikprimair aan. Laten we eerst Almere Pampus het licht laten zien en pasdaarna verder gaan. Ik wilde «de zee op gaan» zeggen. Nee, het meer ingaan! Het is helemaal niet zo’n gekke gedachte vanuit de toekomst. Er zaleen grote vraag naar wonen in dat gebied blijven. Laten we dat accommo-deren en dat niet tegenhouden.De voorzitter:Bent u tevreden met het antwoord, meneer Boutkan?De heer Boutkan (PVV):Zeker.De heer Pierik (BBB):Dan geef ik het voorzitterschap weer over.Voorzitter: BoutkanDe voorzitter:Dank u wel, heer Pierik. We gaan snel verder met de heer Verkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Dank u wel. Ik wil beginnen met de heer Tieman succes te wensen metzijn eerste debat Water. Met zijn achtergrond moet dat goedkomen. Het isook mijn eerste debat, dus dat schept misschien een kleine band. In mijnbijdrage sta ik stil bij drie aspecten van water. Ik begin met de waterkwa-liteit.Het is kwalijk dat lozingen stroomopwaarts in België en Duitsland – het isal eerder genoemd – ervoor zorgen dat de drinkwatertoevoer in Nederlandonder druk komt te staan. Door lozing van giftige stoffen rond Luik en hetRuhrgebied moeten drinkwaterbedrijven de waterwinning zelfs stilleggen.Ik wil de Minister vragen hoe hij zich er steviger voor gaat inzetten omDuitsland en België aan de afspraken te houden die in Europees verbandhierover zijn gemaakt.Ook wil ik de Minister vragen hoe hij kijkt naar de mogelijkheid om pfas tezuiveren bij rioolzuiveringsinstallaties. Dat kan zeker in de meest met pfasverontreinigde regio’s in Nederland bijdragen aan schoon water op langetermijn. Liggen daar geen grote kansen voor innovatie?Een ander aspect is het koelwaterbeleid van het kabinet. In 2022 stuurdede toenmalige Minister een brief met de ambitie om de maximumtempe-ratuur voor het lozen van koelwater op het inkomende water van de groteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72013 rivieren te wijzigen van 28 graden Celsius naar 25 graden Celsius. Deindustrie vreest dat dit ervoor zorgt dat ze stil komt te liggen in de hetezomerdagen wanneer het water in de rivieren al boven de 25 gradenCelsius Nederland binnenkomt en bedrijven geen koelwater meer mogenlozen.Het klimaat is en blijft belangrijk en het is evident dat we maatregelenmoeten nemen om het klimaat te beschermen. Ook wij als VVD zitten erzo in. Dat moet wel op basis van een gelijk speelveld. Daarvan is geensprake wanneer Nederlandse bedrijven een strengere norm opgelegdkrijgen voor koelwaterlozingen dan bijvoorbeeld concurrenten inDuitsland waar 28 graden Celsius geldt. Dat zet onze concurrentiepositieonder druk, doet bedrijven overwegen zich op termijn elders te vestigenen dat is funest voor de werkgelegenheid in Nederland. Ik krijg graag dereflectie van de Minister hierop.Voorzitter. De drinkwatervoorziening is uitgewerkt in de Drinkwaterwet.Daarin staat dat de openbare drinkwatervoorziening volksgezondheid,welzijn én welvaart dient. Tot nu toe heeft er nooit twijfel bestaan over datde leveringsplicht en zorgplicht ook geldt voor levering van drinkwateraan zakelijke klanten. Door klimaatverandering kan dit echter onder drukkomen te staan. In het WGO Water van januari 2024 heeft de Ministeronderschreven dat de leveringsplicht en zorgplicht ook moeten geldenvoor zakelijke afnemers die drinkwaterkwaliteit nodig hebben. Dit is nogniet concreet gemaakt met een verduidelijking van de Drinkwaterwet. Ikwil de Minister vragen dit alsnog te doen. Graag zijn reactie daarop.Daarnaast is het belangrijk dat nieuwe drinkwaterwinning wordt versneld.Door terughoudende provincies en ingewikkelde procedures duurt hetvergunningsproces nu veel te lang, namelijk rond de tien jaar. Volgens mijhebben we daarover eerder met de heer Grinwis een motie ingediend. Ikwil de Minister vragen hoe hij eraan kan bijdragen deze termijn teverkorten.Voorzitter. Kan de Minister duidelijkheid geven over de bandbreedte vande kostendoorberekening voor drinkwaterbedrijven op de langeretermijn? Zijn voorganger heeft aangegeven wet- en regelgeving te gaanwijzigen om de financiële positie van drinkwaterbedrijven te verbeteren.Mijn fractiegenoten de heer De Groot en de heer Grinwis hebben hiervooral eerder aandacht gevraagd. Wanneer kan de Kamer deze aanpassingverwachten?In een recent rapport van de NCTV wordt duidelijk dat er verschillendedreigingen bestaan voor de vitale infrastructuur in Nederland. Ik denk datmevrouw Hertzberger daar heel terecht aandacht voor vroeg. Onlangs isdoor de Minister van Justitie en Veiligheid de Wet weerbaarheid kritiekeentiteiten ingediend in de Kamer. Onder andere de drinkwatervoorzieningen de afvalwatersector worden daarin aangemerkt als kritieke entiteiten.Lidstaten van de Europese Unie kunnen extra sectoren aanwijzen die alskritiek worden bestempeld. Ten tijde van de Hollandse waterlinie waswater een belangrijke bondgenoot, maar tijdens de Watersnoodramphebben we geleerd hoe kwetsbaar we zijn voor datzelfde water. Ik denkdat mevrouw Hertzberger in haar inleiding al aangaf welke risico’s wedaar lopen. Recent nog, in 2023, kwam Amsterdam bijna onder water testaan omdat de Spuisluis in IJmuiden bij opkomend tij niet meerdichtging. Is de Minister het met de VVD eens dat ook de infrastructuurdie zorgt voor onze hoogwaterbescherming als kritieke entiteit moetworden aangemerkt en is hij bereid daartoe stappen te zetten?Tot zover mijn bijdrage, voorzitter. Dank.De voorzitter:Ook van mijn kant de complimenten voor uw eerste bijdrage aan dezecommissie. Als u de microfoon nog even zou willen uitzetten... U krijgtnog een interruptie van de heer Gabriëls.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72014 De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik hoorde geen woord over de grootste uitdaging van deze tijd in ditwaterdebat, namelijk het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water.Dat snap ik, want er is de afgelopen jaren niet zo heel veel gebeurd. Wemoeten dat wel samen met de provincies en de waterschappen halen,want er zijn ook voor bedrijven juridische risico’s aan verbonden. Mijnvraag aan de heer Verkuijlen van de VVD is: wat vindt de VVD belangrijk ofwelke acties vindt de VVD belangrijk om uit te zetten deze laatste jaren diewe nog hebben voor 2027 voor het halen van de doelen van de Kader-richtlijn Water?De heer Verkuijlen (VVD):Dank aan de heer Gabriëls voor die vraag. Als we even kijken naar grotebedrijven en wat er nodig is om te kunnen koelen bij hoge temperaturen,die we ook in het klimaat gaan tegenkomen, liggen er echt nog hele groteuitdagingen. Als u vraagt naar de maatregelen, denk ik dat er een heelnadrukkelijke uitdaging ligt voor de Nederlandse industrie en ook voor detechnologie die we in Nederland hebben en de innovatie om te komenmet oplossingen die het bedrijfsleven gaan helpen om die normen in deKaderrichtlijn Water te gaan halen. Ik vind dat echt een hele belangrijkefactor. Ik wil de Minister vragen of die impact helemaal duidelijk is en hoewe met elkaar op termijn het bedrijfsleven kunnen ondersteunen enstimuleren om die normen te halen. Er is geen woord Spaans bij dat wede Kaderrichtlijn niet nastreven met elkaar. Het gaat mij er nu om wat ernodig is om die laatste stap te maken met het bedrijfsleven.De voorzitter:We hadden aan het begin van deze vergadering afgesproken dat er drieinterrupties waren, meneer Gabriëls. U heeft er al drie gehad.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dat klopt, maar u heeft ook gezegd dat het er vier zouden kunnen zijn alsdat gedurende het debat blijkt. Van die optie wil ik graag gebruikmaken,als de rest van de commissie het goedvindt. Ik wil graag nog een vraagstellen aan de heer Verkuijlen over de Kaderrichtlijn Water.De voorzitter:Ik kijk even naar de rest van de commissie, want dan gaan ze onmiddellijkook allemaal richting vier. Ik zie al...De heer Stoffer (SGP):De heer Gabriëls mag er een van mij, voorzitter. Dan heeft u geenprobleem.De voorzitter:U bent te goed voor deze wereld, heer Stoffer. Goed, u hoort het.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, heer Stoffer en de rest van de commissie. Het gaat over deindustrie en technologie. Dé grote verontreiniger, wat ook in het adviesvan de landsadvocaat staat en wat het kabinet in de brief heeft gezet overhet niet halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water, gaat natuurlijkover mest en pesticiden. In het antwoord gaat u daar helemaal niet op in.De heer Pierik ook niet. Dat is logisch, want u zit samen in een kabinet enu heeft de afgelopen twee jaar eigenlijk niets gedaan op dat vlak, terwijldat het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water niet dichterbijbrengt. Ik heb de volgende vraag aan u op dat vlak. Het gaat dus even nietover de industrie waar we met lozingsvergunningen al moties overhebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72015 De voorzitter:Uw vraag is helder en duidelijk, denk ik.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Wat gaat de heer Verkuijlen met de agrarische sector en het achtsteactieprogramma Nitraatrichtlijn doen om wel de doelen van de Kader-richtlijn Water te halen?De heer Verkuijlen (VVD):Ik moet u eerlijk zeggen dat ik uw vraag aan de heer Pierik in dit opzichtsnap. Ik zou die aanbevelingen in ieder geval nog willen afwachten om tekijken welke maatregelen we daarin zouden kunnen nemen. Maar als wedaarin maatregelen moeten nemen en als we stappen maken, en dat iseigenlijk hetzelfde als wat ik net zei over de industrie, dan moet hetdraagvlak in die sector er wel zijn. Dus elke stap die we daarin zetten omte komen tot het uiteindelijke doel van de Kaderrichtlijn Water beoogt datwe daarvoor ook in de agrarische sector draagvlak vinden. Dus allebewegingen die worden gemaakt om ervoor te zorgen dat we denitraatuitstoot, zoals u terecht aangeeft, kunnen minimaliseren, moetenwe doen. Maar dat moet wel met draagvlak vanuit de sector. Dat iseigenlijk precies hetzelfde verhaal dat ik ook houd vanuit de industrie.Dank u.De voorzitter:Ik dank u ook. Ik ga heel snel door naar de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Dit is het eerste waterdebat van deze Minister. Ik lasop de BBB-site dat waterveiligheid een belangrijk onderwerp is voor deMinister. Dat vind ik fijn om te horen. Voor de zomer ben ik in Valkenburggeweest en heb ik met waterschap Limburg gesproken over de groteuitdagingen op dit thema. Andere thema’s als water en bodem sturend enook de KRW waarover mijn collega al verschillende keren vragen heeftgesteld, hebben natuurlijk ook enige urgentie. Dat gevoel merkte ik bij devorige Minister wat minder. Ik hoop dat het bij deze Minister anders is.Daarom is mijn eerste vraag: hoe kijkt de Minister naar deze onderwerpen,dus water en bodem sturend en KRW, en hoeveel daadkracht kunnen wijvan hem daarin verwachten?Voorzitter. Terwijl de stikstofcrisis onopgelost blijft, komt er een nieuwecrisis om de hoek kijken die ons land verder op slot gaat zetten: dewatercrisis. Na 25 jaar pappen en nathouden zijn er sinds het maken vande Kaderrichtlijn Water kleine stappen gezet. De deadline van 2027 nadert.Wij hebben ons huiswerk nog niet gedaan. Zelfs het bedrijfsleven komtmet voorstellen, maar het kan het niet zonder de Minister. Hij zegt terechtdat het halen van de KRW-doelen grote inzet van ons allemaal vraagt.Tegelijkertijd heeft de BBB met de collega-minister op LVVN het NationaalProgramma Landelijk Gebied en de bijbehorende 24 miljard euro in deprullenbak gegooid.We zijn nu anderhalf jaar dichter bij 2027 en er ligt nog geen geborgd engefinancierd alternatief voor het NPLG. Wat zijn de gevolgen van dezevertraging voor de KRW-doelen en wat voor effect heeft dat op devergunningverlening na 2027? Welke maatregelen zijn er genomen om hetwegvallen van het NPLG te compenseren? Is het nog steeds het doel vanhet kabinet om de mestuitzondering in Brussel terug te krijgen? Zo ja,hoeveel groter wordt de KRW-opdracht daarmee en welke maatregelengaan dat effect ondervangen?Voorzitter. Naast de meststoffen en bestrijdingsmiddelen die het halen vande KRW lastig maken, moet ook de industrie aan de slag. Lozingen zijnnog altijd niet in kaart gebracht. Ook de indirecte lozingen via riool blijveneen mysterie. Ondertussen moet er op veel plekken wel worden schoon-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72016 gemaakt. Kan de Minister toelichten wanneer de vergunningen in lijn zijngebracht met de KRW? Kan hij toezeggen snel alle lozingen in kaart tebrengen voor de deadline in 2027, zoals mijn aangenomen motieverzoekt? En welke stappen zet hij om lozingen via het riool in kaart tebrengen en tegen te gaan?Als we willen dat ons land niet helemaal vast komt te zitten, zullen we snelaan de gang moeten met het schoonmaken. Kan de Minister toezeggenmet een saneringsplan te komen hoe hij dat samen met sectoren gaatdoen? De demissionaire status maakt het misschien wat gek om hier grotestappen op te zetten, maar 2027 ligt om de hoek. Wat D66 betreft magdeze Minister er hard mee aan de slag gaan, want we kunnen geen tijdverliezen.Ik wil afsluiten met watergebruik. Door klimaatverandering komt onzewatervoorraad onder druk te staan. Bij mijn werkbezoek aan het drinkwa-terbedrijf Brabant Water heb ik gezien hoe klem zij kunnen zitten tussenwat er van hen wordt gevraagd en welke handvatten ze hebben. Onder-tussen zijn er grote watergebruikers zoals de landbouw die zondervergunning water uit de grond pompen. Het is dus goed dat de Ministerbezig is met al die regelingen. Is de Minister van plan om alle partijen diewater onttrekken, vergunningsplichtig te maken? Ik bedoel inclusief delandbouw. Zo nee, waarom niet? Voor de grondwaterheffing en voor hetbeprijzen van oppervlaktewater waar de Minister over schrijft, zien we nogweinig actie. Is de Minister van plan drinkwaterbesparing goed aan tepakken en op korte termijn met plannen te komen om de gebruiker telaten betalen door grote watergebruikers te belasten? Ook hierbij zou ik deMinister willen meegeven niet langer te wachten, maar snel aan de gangte gaan.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u wel. Voordat ik het woord aan de heer Stoffer geef: de heerGrinwis stak al zijn hand op voor een interruptie. Dus, heer Grinwis: korten bondig graag.De heer Grinwis (ChristenUnie):De heer Bamenga kan het al raden, want ik plaagde hem tijdens mijnbijdrage een beetje. Waarom stemde de D66-fractie vorig jaar, dus noggeen jaar geleden, tegen mijn motie samen met collega Peter de Groot?Die motie ging over het niet uitsluiten maar mogelijk maken van enkelehonderden woningen bij Nieuw Monnickendam, Waterfront en anderewoningbouwmogelijkheden langs de randen van Markermeer, Gouwzee,IJmeer, Gooimeer en Eemmeer. Nu komen ze met een enorm grootschaligplan voor IJstad met 60.000 woningen, wat veel meer impact heeft danwanneer deze motie zou worden uitgevoerd. Ik kan dat niet bij elkaarbrengen. Hoe kan dat binnen een paar maanden zo veranderen?De voorzitter:Nou, meneer Bamenga, leg dat eens even uit.De heer Bamenga (D66):Ik vond het antwoord van de heer Grinwis zojuist heel erg mooi. MeneerGrinwis mag mij daarop zeker proberen te plagen en hij mag dezekritische vragen stellen. Ik ken de motie niet uit mijn hoofd. MeneerGrinwis kan me die direct geven. Dan kan ik die even bestuderen en er intweede termijn een goed antwoord op geven. Het kan van alles zijn. Hetkan ook zijn dat er geen goede dekking onder zat. Dat weet ik niet.Nogmaals, ik wil hier geen antwoord geven zonder de motie doorgelezente hebben. Als het gaat om onze opdracht voor wonen, is dat bij ons altijdde eerste prioriteit geweest. Dat zie je ook terug bij de plannen die wij nuTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72017 hebben voor de tien nieuwe steden. Ik ben blij dat de heer Grinwis dat kanappreciëren. Hopelijk kunnen we daarin verder samenwerken.De voorzitter:Ik dank u wel. U wilde toch nog even...? Dat wordt uw vierde interruptie.Dat snoepen we van de tweede termijn af. Dat weet u. Graag kort enbondig en ook het antwoord kort en bondig.De heer Grinwis (ChristenUnie):Heel kort. Dan constateer ik dat het gewoon voortschrijdend inzicht isgeweest en dat het vorig jaar een klein foutje is geweest. Dat kangebeuren. Dan zijn we nu weer bondgenoten, want collega De Groot endaarvoor collega Koerhuis en ik pleiten al jarenlang om veel meer demogelijkheden te benutten die er voor woningbouw zijn. D66 inmiddelsdus ook. Daar ben ik blij mee.De voorzitter:Ik zou bijna... Die vraag ontbrak inderdaad. Ik zou zeggen, gaat u tijdensde schorsing even naast elkaar zitten met die motie in de hand om tekijken of er in de tweede termijn nog iets moois tevoorschijn komt. Deheer Verkuijlen heeft ook een interruptie aan u.De heer Verkuijlen (VVD):Ja, graag. Ik had nog een vraag. De heer Bamenga noemde waterbe-sparing. Daar ging het met name over het bedrijfsleven meer belasten,terwijl burgers de grootverbruikers zijn, zoals we met z’n allen weten. Ikwas even benieuwd of u onderscheid ziet tussen bedrijven die hetgebruiken als een bestandsdeel van het product dat ze maken, bedrijvendie hun eigen grondwatervoorziening hebben en dat ook zuiveren. Vindt uhet rechtvaardig die ook te belasten of wilt u daar op een andere maniernaar kijken?De voorzitter:Een mooie, korte vraag.De heer Bamenga (D66):Dank voor de vraag. Het gaat er uiteindelijk om dat het eerlijk is. Het kanniet zo zijn dat er bedrijven of industrieën zijn die water onttrekken maardaarvoor geen eerlijke prijs betalen. Dat is volgens mij de kern van mijnverhaal hier. Zeker als we het hebben over KRW-doelen bereiken, vind ikhet toch jammer dat we er vanuit de VVD weinig op terug horen. De VVDheeft ingestemd met het stoppen van NPLG, wat er juist voor kan zorgendat die KRW-doelstellingen worden gehaald. Dat wilde ik even meegeven.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen vervolgvraag. Toch wel? Ik daag u uit, heerVerkuijlen.De heer Verkuijlen (VVD):Dan ben ik ’m kwijt. Dat was de derde interruptie. Het antwoord op devraag of de heer Bamenga nog een onderscheid ziet in de belasting vanbedrijven die het als bestandsdeel hebben, die daarin zelfvoorzienend zijnen dat ook nog kunnen zuiveren... Heel vaak zitten ze nog in een warmte-proces en leveren dat bijvoorbeeld uit aan de gemeenschap. Ik benbenieuwd hoe de heer Bamenga tegen belasting aankijkt. Of zegt u dat hetaltijd rechtvaardig is ze te belasten? Dan verschillen we van mening. Ikben even benieuwd hoe u dat ziet.De heer Bamenga (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72018 Bij mijn weten heb ik zojuist aangegeven dat het mij uiteindelijk gaat omeen eerlijke prijs. Zorg ervoor dat iedereen op een eerlijke manierbijdraagt aan het gebruik. Of het nu een industrie of een bedrijf is, zemoeten daar een eerlijke prijs voor betalen. Als ze dat op een circulairemanier doen, betekent het dat ze op een hele goede manier besparen. Hetlijkt me dat je daar dan wellicht anders op handelt. Op het moment dat jehet gebruikt zonder ervoor te betalen, dien je er wel een eerlijke prijs voorte betalen. Daar ging mijn bijdrage om.De voorzitter:Ik dank u ook voor de beantwoording, meneer Bamenga. De heer Pierikheeft ook nog een interruptie.De heer Pierik (BBB):Ik hoor de heer Bamenga zeggen dat de afschaffing van het NPLG eenbehoorlijke impact zou hebben gehad op de waterkwaliteit en het halenvan de KRW-doelen. Ik heb twee vragen. Is de heer Bamenga ervanovertuigd dat we die KRW-doelen wel gehaald zouden hebben als we datNPLG nog hadden gehad? Het NPLG is voor een deel de prullenbakingegaan, maar het is ook voor een deel overeind gebleven. We hebbennu jaarlijks voor 500 miljoen euro agrarisch natuurbeheer te verspijkeren.Zou dat ook impact hebben op het halen van de KRW-doelen?De heer Bamenga (D66):Dank voor de vraag. Ik denk niet dat dat het geval is, maar het is wel eenstapje in de juiste richting. Volgens mij moeten we er met z’n allen allesaan doen om die richting op te gaan. Dat is de verplichting die we hebben.Het lijkt erop dat dit kabinet allerlei maatregelen neemt die het juistmoeilijker maken. Dat is volgens mij niet de bedoeling. Ik hoop dat dat hetantwoord is op de vraag.De voorzitter:Zo te zien wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Mooi dat we dit debat vandaag op de NationaleKraanwaterdag hebben. Ik hoor iedereen lachen. Dat is al eerder gememo-reerd, begrijp ik? Ik heb namelijk een deel van het debat gevolgd in de file.Toch fijn dat ik jullie aan het lachen heb gekregen. Deze dag is namelijkvooral gericht op basisschoolkinderen. Het is aan ons om genoeg water tedrinken. Die boodschap gaat iedereen aan: doe gezond, pak kraanwater inplaats van cola. Dat is me bij mijn kinderen gelukt, moet ik zeggen. Het iseen van de weinige dingen die in de opvoeding wel gelukt is. Verspil geenwater. Dat is een lastige. Als we dat doen, blijft er voor iedereen genoegwater over.Voorzitter. Zonder gekheid. Er is veel werk aan de winkel voor gerichteverbetering van de waterkwaliteit, voor meer waterbuffering, drinkwater-winning en voor versnelling van de waterveiligheidsprojecten. Ik hebgehoord dat collega’s daar al veel over gezegd hebben. Ik wil er ookenkele punten van ons uitlichten.Het eerste waarbij ik wil stilstaan, is de KRW. Ik wil graag echt eenconcreet antwoord van de Minister op de vraag wat het niet gaan halenvan de KRW-doelen in 2027 gaat betekenen. Die vraag is al vakerlangsgekomen, maar het is goed dat we daar met elkaar goed bij stilstaan.Dat kan ook iets betekenen voor wellicht de onderhandelingen die na devolgende verkiezingen komen. We moeten hier echt heel serieus metelkaar naar kijken.We moeten werk maken van verbetering van de waterkwaliteit, maar ookvan de bijstelling van normen. Mijn indruk is dat fosfaatrijke kwel niet inalle normen voldoende is verdisconteerd. Bij vogelrijke waterlichamenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72019 worden normen versoepeld, net als bij de Oostvaardersplassen isgebeurd. Er wordt rekening gehouden met de historische nutriëntenbe-lasting. De Kamer heeft vorig jaar een SGP-motie aangenomen waaringevraagd wordt om snelle actualisatie van KRW-doelen, rekeninghoudend met de natuurlijke en historische belasting en de ruimte voorbijstelling in artikel 4, vijfde lid van de KRW. Mijn vraag is hoe dit isopgepakt.Voorzitter, ik kom op de rivierkreeft. De oprukkende rivierkreeft ondermijnthet halen van de waterkwaliteitsdoelen. IenW verwijst naar LVVN, hetministerie dat verantwoordelijk is voor de aanpak van invasieve exoten.LVVN richt zich alleen op de aanpak van de rivierkreeft in Natura2000-gebieden. Het slot van het liedje is dat waterschappen met dehanden in het haar zitten. Dat zal de Minister ongetwijfeld uit zijn vorigeloopbaan weten. Het gaat niet goed en mijn vraag is of de Ministerurgentie ziet. Hoe gaat hij er met de Staatssecretaris van LVVN voorzorgen dat de aanpak van de rivierkreeft niet alleen met woorden, maarook met daden geïntensiveerd wordt?Voorzitter. De praktijk leert dat in afvalwater hoge concentraties van zeerschadelijke stoffen voorkomen. Gemeenten en provincies hebbenonvoldoende grip op deze indirecte lozingen. De Kamer heeft vorig jaareen motie aangenomen waarin werd gevraagd om aanscherping van deaanpak en versterking van de rol van de waterschappen. Er loopt eenevaluatie en in 2026 komt er een pakket met oplossingsrichtingen,waaronder de optie om meer taken en verantwoordelijkheden terug teleggen bij de waterschappen. Dat duurt te lang en klinkt te vrijblijvend.Over enkele maanden hebben we als het goed is het jaarlijkse wetge-vingsoverleg Water. Mijn vraag is of de Minister voor dit debat het pakketoplossingsrichtingen naar de Kamer wil sturen en of er sowieso eenversterking komt van de rol van de waterschappen, zoals de Kamer heeftgevraagd.Pfas, het veelkoppige monster, is ook al eerder langsgekomen. Voor je hetweet, verwijst iedereen naar elkaar terwijl én bronaanpak én zuivering éngerichte sanering van risicolocaties nodig zijn. Waterschappen pleitendaarom voor een landelijke pfascoördinator om ervoor te zorgen datoverheden niet naar elkaar wijzen, maar doen waarvoor ze aan de latstaan. Mijn vraag is of de Minister dit oppakt. Er zijn innovatievetechnieken om pfas maar ook medicijnresten uit het afvalwater te halen.Mijn vraag is dan ook of er meer sturing komt op toepassing van dezetechnieken, ook als vierde zuiveringstrap bij rioolwaterzuiveringsinstal-laties op kosten van de bedrijven die pfas hebben geloosd. Het zou goedzijn als die vierde zuiveringstrap niet alleen wordt ingezet tegen medicijn-resten, maar ook tegen pfas.Ik kom op de zuidwestelijke delta. Daar zijn namelijk veel vruchtbarelandbouwgronden. Er is actie nodig om verzilting tegen te gaan. Ik hebeerder al gewezen op het belang van een zoet Volkerak-Zoommeer. Wordtdit aangemerkt als een strategische zoetwaterbuffer? Elke seconde wordt50 kuub water vanuit het Volkerak geloosd op de Westerschelde. Er lopenprojecten waarmee enkele kuub afgetapt worden voor de zoetwatervoor-ziening in polders op Tholen en Reimerswaal. Hier zou veel meer meegedaan kunnen worden. Mijn vraag is of het Rijk dit wil ondersteunen,zodat in meer gebieden de watervoorziening met water vanuit hetVolkerak verbeterd kan worden.Voorzitter, tot slot. De zorg- en leveringsplicht in de Drinkwaterwet lijktzich juridisch gezien te beperken tot het leveren van drinkwater alleenvoor huishoudelijk gebruik. Dat betekent dat het gebruik van leidingwatervoor bedrijfsprocessen er niet onder zou vallen. De SGP maakt zich zorgenover de gevolgen voor bedrijven. Lange tijd werd er immers vanuitgegaan dat levering van water voor niet-huishoudelijk gebruik onderdeze zorg- en leveringsplicht viel. Wat betekent dit voor bakkerijen en delevensmiddelenindustrie die drinkwater nodig hebben voor het bakkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72020 van brood en het maken van andere levensmiddelen? En wat betekent hetvoor ziekenhuizen die drinkwaterkwaliteit nodig hebben in de operatie-kamers? Ik vraag de Minister om de zorg- en leveringsplicht in deDrinkwaterwet te verduidelijken. Prima als bijvoorbeeld datacenterserbuiten vallen, maar bedrijven en instellingen die echt drinkwater nodighebben, moeten hierop kunnen rekenen. Punt.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u ook, heer Stoffer. Mag ik weer een beroep doen op de heer Pierikom het voorzitterschap op zich te nemen?Voorzitter: PierikDe voorzitter:Jazeker. Dank. Dan geef ik nu het woord aan de heer Boutkan voor zijninbreng.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Brussel legt ons via de Kaderrichtlijn Wateronhaalbare doelen op. In 2027 moet alles op orde zijn. Het kabinet heeft aleerder uitgesproken en erkend dat we de Kaderrichtlijn Water niet gaanhalen. In februari 2024 is een motie van de PVV aangenomen om inBrussel te gaan pleiten voor afschaffing van het «one out, allout»-principe. Dit moet echt van tafel. Zolang dit niet gebeurt, zullen wede onhaalbare doelen niet gaan halen. Wat heeft het kabinet gedaan omdeze motie uit te voeren?Nederland gaat op slot als we deze doelen niet gaan halen. Het land komttot stilstand en we moeten zien te voorkomen dat Nederland op slot gaat.Dit wordt stikstofcrisis 2.0. Waarom maakt de Minister Nederland kapotvoor onhaalbare Brusselse papieren normen? Ondertussen investeren wijmiljarden in allerlei bureaucratisch geneuzel en zien we dezelfde reflex:nog meer plannen, nog meer onderzoeken en nog meer subsidies. Devraag aan de Minister is: waar blijft de daadkracht?Terwijl onze dijken sterker moeten, terwijl droogte en wateroverlast nuspelen, verdrinken we in studies en internationale overlegtafels. Eenonderzoekje hier, een dashboardje daar en allerlei impulsprogramma’s.Wat als we aan deze onhaalbare doelen niet gaan voldoen? Dan dreigtmen Nederland met een boete van 5 miljoen euro plus een dwangsomvan € 350.000 per dag. Dat is geen samenwerking; dat is pure chantage.En dat voor de grootste nettobetaler.Wat de PVV betreft maken we een einde aan dit soort praktijken. Ik vraagde Minister waarom hij als grootste nettobetaler niet met de vuist op tafelslaat. Deze Kaderrichtlijn Water is niet haalbaar, is niet betaalbaar en isniet realistisch. Het is eerder onhaalbaar, onbetaalbaar en onrealistisch,zoals wel vaker het geval is met Brusselse voorstellen. Brussel schrijft deregels en Nederland betaalt de rekening. Linkse partijen klappen hierbij inhun handen en zullen ongetwijfeld dolenthousiast zijn. Maar de rupsjes-nooit-genoeg willen nog strenger, nog sneller en vooral nog meer regels.Het ontbreekt de Brusselse bureaucraten aan enige realiteitszin.Nederland is het afvoerputje van Europa. Zoals elk weldenkend mensweet, eindigt de Rijn in Nederland en daarmee ook de buitenlandsevervuiling. Zorg voor schoon drinkwater maar stop met het najagen vanonhaalbare Europese doelen. Ondertussen zien we dat Duitsland de Rijnvervuilt met lithium. Met de bouw van een fabriek voor het recyclen vanlithiumbatterijen zal de vervuiling alleen maar toenemen.Wat zien we verder? Links wil overal natuurgebieden en sprookjesrivieren,terwijl onze dijken sterker moeten. In de nabije toekomst betalen gezinnende rekening van deze klimaat- en waterwaanzin. In plaats van beton enzandzakken krijgen we groene praatjes zoals biodiversiteitsprojectjes opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72021 dijken en bloemrijke oevers. Alsof een bloemrijke oever ons gaatbeschermen bij hoogwater.De PVV zegt: dit is krankzinnig beleid. Nederland moet zich niet kapotlaten reguleren door Brussel en linkse klimaatgekkies. Wat de PVV betreftgaan er geen miljarden naar onhaalbare doelen als sprookjesrivieren. DePVV kiest voor droge voeten. Zorg dat de gewone Nederlander schoon enbetaalbaar drinkwater heeft. Dit ministerie hoort zich daarmee bezig tehouden. We hebben geen tekort aan drinkwater, maar een tekort aanvergunningen om nieuwe waterwinputten te slaan vanwege procedures.Met verbijstering heeft de PVV gelezen dat het Ministerie van Klimaat enGroene Geldverspilling bijna 1 miljard euro uittrekt om de aandacht voorwindmolens op de Noordzee uit het slop te trekken. Jarenlang is degroene leugen gebruikt dat windmolenparken op zee zonder subsidiegerealiseerd konden worden. De waarheid is dat investeerders onder-tussen geen heil meer zien in het bouwen van nieuwe windmolenparkenof in het exploiteren op zee. Het is van de zotte dat investeerders vanmening zijn dat de energieprijzen omhoog moeten om daarmee groenestroom te stimuleren. Wie is hier nu gek? Deelt de Minister de mening dater geen nieuwe windturbineparken op zee bij moeten komen, dat er meerruimte komt voor de visserij en dat daarmee de veiligheid op de Noordzeewordt verhoogd?Tot slot. We hebben nog het debacle met het drijvend zonnepark. De heerPierik zei dat ook al. Iedereen die wel eens op de Noordzee heeft gevarenweet dat dit soort zottigheid eindigt in een ecologisch drama waarvan devisserij de ellende ondervindt. Welke bureaucraat verzint zoiets? Is deMinister het met de PVV eens dat we onmiddellijk definitief met dezegroene gekkigheid moeten stoppen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Punt van orde. «Groene gekkigheid», «bureaucraat», groene dit, groenedat. Mag ik hier iets over zeggen of heb ik geen interruptie meer? Alsniemand hier iets van zegt, laten we dit voorbijgaan en dat zou ik niet fijnvinden.De voorzitter:Zijn er andere leden die zich ook storen aan deze woordkeuze? Prima. Dandank ik de heer Boutkan voor zijn inbreng. Toch, ja?De heer Verkuijlen (VVD):Ik heb even goed naar de heer Boutkan geluisterd. Hij zegt, als ik het goedbegrijp, dat er geen drinkwatertekort is. Ik heb net een heel beeldendverhaal van de heer Grinwis gehoord over dat hij de tankwagens zagrijden om ervoor te zorgen dat de agrariërs überhaupt hun land kunnenbesproeien. Hoe kijkt u daar dan naar? Dat sluit immers niet echt aan bijdie praktijk.De heer Boutkan (PVV):We zijn al enige tijd bezig om ervoor te zorgen dat we onze Nederlandsedrinkwaterbedrijven tijdig van drinkwater kunnen voorzien. Door allerleiprocedures loopt dat allemaal vertragingen op. Dat zit in het slop. Wemoeten ervoor zorgen dat we adequaat vergunningen kunnen verlenen enniet elke keer worden geblokkeerd door allerlei processen en dergelijke.Daarnaast hebben we allerlei projecten lopen om het water vast tehouden en ervoor te zorgen dat er een constante voorraad van drinkwateris. Gelijktijdig zullen we ons achter de oren moeten krabben over hoe weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72022 zuinig met drinkwater omgaan. Ik deel de mening die de heer Stoffer heeftmeegegeven aan zijn kinderen om zuinig te zijn met water.De voorzitter:Ik zie geen vervolgvraag van de heer Verkuijlen. Ik geef het voorzitter-schap weer over aan de heer Boutkan.Voorzitter: BoutkanDe voorzitter:Ik dank u wel, meneer Pierik. Ik kijk naar de klok. Het is 18.40 uur. Ik kijknaar de Minister: hoelang denkt hij nodig te hebben? De etenstijd hangt afvan hoelang de Minister nodig heeft. Zo’n drie kwartier? Dan gaan weverder om 19.25 uur.De vergadering wordt van 18.41 uur tot 19.30 uur geschorst.De voorzitter:Nogmaals goedenavond, dames en heren hier op de publieke tribune enzij die thuis meekijken naar het vervolg van het commissiedebat Water.Uiteraard verwelkom ik de Minister en zijn ambtelijke ondersteuning, enonze Kamerleden hier. We gaan beginnen aan de beantwoording van degestelde vragen uit de eerste termijn. Mijn eerste vraag aan de Minister is:hoeveel blokjes heeft u gemaakt voor ons?Minister Tieman:Dank u wel voor het woord, voorzitter. Ik heb een blokje waterkwaliteitKaderrichtlijn Water, een blokje lozingen pfas, een blokje drinkwater, eenblokje droogte zoetwater, een blokje waterveiligheid en een blokjeklimaatadaptatie. Het laatste blokje is overig. Dan tel ik dus zeven blokjes.De voorzitter:Dat klopt met mijn optelling. Ik ben heel blij dat daar in ieder geval geenonduidelijkheid over is. Daarover zijn geen misverstanden. Dan zou ik deMinister graag willen verzoeken om heel snel te beginnen. Voor degenenaan tafel: interrupties zijn slechts toegestaan aan het einde van elk blokje.Minister Tieman:Dank u wel voor het woord, voorzitter. Kamerleden, fijn dat ik hier kanzitten met een onderwerp binnen IenW dat mij heel dicht aan mijn hartligt. Ik heb een aantal jaren actief mogen zijn in het waterschap. Er liggenheel veel onderwerpen. Ik ben ook blij dat u zo veel vragen heeft gesteldover dit onderwerp; dan gaat het ook u aan het hart.De tijd tikt door naar 2027. De heer Gabriëls gaf het ook al aan: we pratenover december 2027 voor de Kaderrichtlijn Water. Hoe staat het daarmee?U heeft mijn brief gezien van voor de zomer. Het gaat om zo’n 80%. Wepraten over een honderdduizendtal doelen en de tienduizendtal doelen diewij, zoals het er nu uitziet, waarschijnlijk niet gaan halen, met ook dejuridische aspecten die daaraan hangen. Aan de andere kant – dit is geengespeeld optimisme – zie ik nu wel dat we, met de inbreng van het heleteam, het kussen nog eens opschudden. We kijken nu ook in hoekjes waarwe in het verleden wellicht niet hebben gekeken. Er zijn weer frisse ideeënover wat het handelingsperspectief is dat we nog hebben.Bij de volgende voortgangsrapportage... Ik heb u een lijst gestuurd in debrief van net voor de zomer met waar we allemaal op inzetten. Datbetekent echter niet dat dat alles is. Ik denk dat wij nog heel wat zaken opstapel hebben liggen waar ik nog een extra zetje in wil gaan geven. Datnoem ik dan maar even «de eindsprint». Begin volgend jaar komt er eenbrief met de voortgangsrapportage, maar die gaat ook over die eindsprint.Hoe definieer ik dat? Wat hebben we daarvoor nodig? Daar zullen ook deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72023 rivierkreeften in voorkomen, zeg ik tegen de heer Pierik. Maar het gaateigenlijk over nog veel meer. Dat zijn we nu aan het inventariseren. Ikdenk ook dat we naar de awzi’s en de rwzi’s gaan kijken, waarvan we er315 hebben in Nederland. Ook zullen de nutriënten er in wordengenoemd, zeg ik tegen de heer Gabriëls. We hebben er namelijk ook nogeen hele kluif aan om daarin stappen te gaan zetten. Maar meten is weten.Ik ga verder met mijn betoog. Water is een prachtig onderwerp. Het ligtme na aan het hart. Water is van groot belang voor iedereen, zeker in eendelta als de onze. Te veel of te weinig water zorgt voor grote problemen.We hebben schoon en voldoende water nodig voor ons drinkwater, onzelandbouw, onze industrie en onze recreatie. Daar werkt een hele grotegroep mensen hard aan bij de waterschappen. Morgen heb ik eenbestuurlijk overleg met de Minister van LVVN over de Kaderrichtlijn Water.Er zijn vandaag ook al diverse regionale bestuurders aangekomen in DenHaag. Dit doen we op gezette tijden om met elkaar te kijken wie wat doetop welke zaken en waar de meters worden gemaakt. Ik ben blij dat hier inde Kamer ook iedereen overtuigd is van het belang van schoon en gezondwater.Ik ga beginnen met de vragen over waterkwaliteit. Voordat ik die gabeantwoorden, wil ik stilstaan bij een mooi bericht. De heer Boutkan hadhet over Brussel. Ik heb nieuws uit Brussel. Dat is gisteravond binnenge-komen. Dat nieuws betekent dat er een versoepeling zal plaatsvinden vanhet begrip «tijdelijke achteruitgang» en voor de verplaatsing vanverontreiniging. Dit aspect gaat de bouwwereld echt helpen. Bij de aanlegvan baggerwerken of natuurvriendelijke oevers en bij het slaan vanbouwputten ondervind je al minder belemmeringen dan vanuit deKaderrichtlijn Water.Maar er is meer. Gisteravond is vanuit Brussel ook het nieuws gekomendat er een akkoord is over de waterkwaliteit. We gaan dat niet meer alleenbeoordelen met het zogenaamde «one out, all out»-principe, maardaarnaast kan een ander principe, een andere methodologie gebruiktgaan worden. Zo kunnen we gaan zien waar we nu meters op maken, inplaats van dat dat alleen maar, bij wijze van spreken, op rood zou blijvenstaan. We moeten namelijk wel weten waar we dan meters maken. Diemethodologie is nu dus geaccepteerd. Die zal naast het «one out, allout»-principe komen te liggen. Dat betekent dus niet dat het «one out, allout»-principe helemaal ingetrokken wordt, maar dat er nu een tweedemethodologie is geaccepteerd.Er zit nog veel meer in. Het gaat ook over een aantal pfas-stoffen die in detoekomst op de lijst toegevoegd zullen gaan worden. Ook gaat het overmedicijnresten die toegevoegd zullen gaan worden. Zo zijn er gisteravondeen aantal zaken naar voren gekomen. We bestuderen nog wat de andereaspecten behelzen, maar deze wilde ik hier in ieder geval al evenmeegeven. Hier is lang over gesproken in deze Kamer, dus ik denk dat ditwel echt een moment is om te onderstrepen.Ook hebben we er met de gezamenlijke inzet van veel mensen voorkunnen zorgen dat de verplichtingen vanuit de Kaderrichtlijn Water beteraansluiten op de praktijk. Het moet namelijk gebeuren in de praktijk. Ookdaar worden stappen gezet.Ik wilde een kort uitstapje maken naar het actieplan Waterkwaliteit inglastuinbouwgebieden, afkomstig van de glastuinbouwsector. Die sectorheb ik echt even omcirkeld. Ik heb het vanmiddag overhandigd gekregenen heb voor iedereen een kopietje meegenomen, een hardcopy. Wat gaanwij dan precies met de glastuinbouwsector doen? De sector heeft zelf dehandschoen opgepakt om die eindsprint met mij en het team te gaanmaken. Het gaat erom de nutriënten, de gewasbeschermingsmiddelen, delekke kassen et cetera beter inzichtelijk te maken, gebruik te maken vanzogenaamde watercoaches, en om samen met de waterschappen eenbetere duiding te krijgen van waar dan die lekkage zit. Zo kunnen weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72024 kijken of we de sector op een aantal zaken nog verder kunnen professio-naliseren. Dat is wat we daar gaan doen.Dat betekent niet dat ik alleen een document in ontvangst heb genomen,maar dat we elkaar gaan vasthouden. Het betekent ook dat ik over eenbepaalde tijd ga kijken hoever we daar dan mee zijn. Diverse water-schappen zitten op het vinkentouw, maar er worden nu meters gemaakt invijf door waterschappen geselecteerde gebieden om verder te gaan. Ineen aantal gebieden zijn al pilots geweest. Het is dus niet zomaar eenvlieger die opgaat, het is eigenlijk al een bewezen proces dat nu verderuitgebreid gaat worden. Er zijn goede resultaten, maar die moeten we ookgaan monitoren ten aanzien van dat actieprogramma.Voorzitter, dat even als inleiding. Ik ga verder met de beantwoording vande vragen over de Kaderrichtlijn Water. Ik wilde beginnen met de heerPierik. Kan de Minister aangeven of de buitenlandse belasting van denutriënten goed in beeld is? Ja, dat hebben we goed in beeld, meneerPierik. Dat hebben we echt goed in beeld. Wat dat betreft is dat gewooneen delta die we conform de huidige wet- en regelgeving kunnenmeenemen om bepaalde doelen eraf te halen, bij te stellen et cetera. Datis dus goed in zicht. Ik kan de tweede vraag die u had «wat hebben wedan nog nodig om dat in beeld te brengen?» dan overslaan.Welke uitzonderingen zijn er? Even kijken. Daar kom ik zo nog heel evenop terug. Daar had ik nog een mapje voor. Er zijn een viertal uitzonde-ringsmogelijkheden. De buitenlandvracht is er eentje van. De rivier-kreeften zijn een ander aspect. Zo hebben we diverse uitzonderingsrege-lingen waar we gebruik van kunnen maken. Dat noem ik geengeitenpaadjes. Die zijn gewoon in de wet opgenomen. De waterbe-heerders kunnen daar ook gebruik van maken met de stroomgebiedbe-heerplannen die lopen. Die worden ook weer naar gezette tijden geactuali-seerd, dus daar werken we eigenlijk continu aan.De heer Pierik heeft nog een vraag over de stand van zaken ten aanzienvan de volgende moties. Een van de moties gaat bijvoorbeeld over deinvasieve exoten. We hebben het dan over de rivierkreeft. Maar er is ookeen motie over een coördinerend functionaris op het gebied vanwaterkwaliteit. Die functionaris ben ik. Ik zet mij hier echt zo’n beetjeiedere dag voor in. Ik gebruik mijn kennis en expertise samen met hetteam, waar ik me gelukkig mee prijs, om hier echt verdere stappen in tegaan zetten. Dat zijn geborgde stappen. Dus mocht er zo meteen eenander team komen, zetten we nu toch weer extra stappen. Ik ben dus diefunctionaris, zeg ik tegen de heer Pierik.De motie over het in beeld brengen van de invasieve exoten voor deKaderrichtlijn Water is behandeld in de brief van 18 juli. De opgaven voorde rivierkreeften worden meegenomen bij de nieuwe stroomgebiedbe-heerplannen. Twee weken geleden hebben we samen met de Staatssecre-taris van LVVN een deep dive gedaan. Wat kunnen we nu doen tenaanzien van de invasieve exoten zoals de rivierkreeft? Ik zie daarin heelveel mogelijkheden voor innovatie, maar het is ook echt een enormomvangrijk probleem waar je heel veel geld op kunt stukslaan en daneigenlijk nog weinig bereikt.We hebben in de Miljoenennota 294 miljoen beschikbaar gesteld voorallerlei aan waterkwaliteit gerelateerde aspecten. Een van die aspecten ishet aanleggen van nessen of vispassages. Ten aanzien van de rivier-kreeften zie ik nu veel meer in het maken van een niet zo’n steile hellingvan de natuurlijke ecologische zones, die nessen, in plaats van het rechtnaar beneden te doen. Je kunt het namelijk ook gaan afvangen. Ik denkdat het een combinatie moet zijn. Maar het wordt echt nog een behoor-lijke kluif.In het hoogheemraadschap van Rijnland zijn nu positieve resultaten tezien ten aanzien van de infrastructuur. Daar wil ik op voortborduren. Datbetekent dat we slim omgaan met de beperkte middelen die we hebben.We hebben alleen nog niet heel duidelijk wat nu de beste methodiek is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72025 We staan eigenlijk nog best wel aan het begin van deze discussie metelkaar, ondanks het feit dat we al tien jaar te maken hebben met derivierkreeft. We houden een vinger aan de pols.Er komen ook vanuit Brussel wat zaken als mogelijkheid, ook ten aanzienvan innovatie. Daarvoor zitten we dan op het vinkentouw. Ik wil dit duseigenlijk geen pilot meer noemen. Ik wil wel echt kijken met de Staatsse-cretaris naar hoe we dit op wat grotere schaal kunnen gaan doen. Daarhebben we ook een wegingsmethodiek voor nodig. Wat is nu handig omte doen?Dat betekent in mijn optiek echter ook een financieel pakket dat we dangaan uitwerken met alle partijen. Zo heb ik dat in mijn hoofd. Als we duszo meteen tractie hebben op een aantal technologieën, kan het niet zo zijndat alleen een LVVN of een IenW hiervoor aan de lat staat. Ik denk dat weecht goed met alle partijen moeten kijken naar wie nu precies wat doet.Het is niet overal in Nederland even erg. Daar zit een onderscheid. Gaanwe dan echt naar de hotspots toe? Gaan we dan echt naar de kritischeinfrastructuur toe? Waar kunnen we nog wat doen? Ik ben hoopvol metbijvoorbeeld die pilot in Rijnland waar er door de kades af te kalven, of opeen andere manier in te bedden, zes tot negen minder rivierkreeften zijndan elders. Dat zijn hoopvolle berichten.Ik denk dat we ook omtrent de visserijwetgeving nog een aantal stappenzouden kunnen gaan maken. Ik zie wel wat mogelijkheden, maar gaan wedit probleem helemaal oplossen? Ik denk inmiddels dat dat niet zal gaan.Daar zijn er gewoon te veel van. We gaan het dus op een slimme manierbeheren. Dat heb ik nu voor ogen. Ik denk dat dat het beste is om deschade te minimaliseren. Binnenkort meer over dit onderwerp. Decommunicatie met LVVN is goed. We hebben met elkaar afgetast enbesproken hoe de komende tijd eruitziet.De heer Gabriëls vroeg waarom we er niet alles aan doen om dewaterkwaliteit te verbeteren. Ik gaf het net aan: ik ga door. U geeft aan dater een hele geschiedenis is, maar ik zit er, wat dat betreft, nog fris in. Ik zienieuwe data, nieuwe cijfers. Die cijfers heeft u ook. Ik heb ideeën omzaken op te pakken. Dat zit ook in de vergunningverlening. Daar hebbenwe binnenkort een symposium van. We hebben het daar over het eindevan de levensduur van die vergunning. Ik noem het maar even deactualisatie van de vergunning. We behandelen daar de versterking vanhet VTH-stelsel en een actualisatie van de 315 rwzi’s.De Europese Richtlijn stedelijk afvalwater komt eraan. We hebbenbijvoorbeeld nu een tweede tranche voor de medicijnresten. Er isweliswaar nog geen Kaderrichtlijn Water voor op dit moment, maar het iswel van groot belang voor de waterkwaliteit. Er zitten enorm veelmedicijnresten in het water. Er zijn nu een stuk of zeven waterschappendie met een rwzi een vierde trap hebben gemaakt. Daar hebben we zo’n32,6 miljoen euro voor beschikbaar. Dat ligt voor bij de Tweede Kamer.Daar kunnen we natuurlijk niet alle 315 rwzi’s mee bedienen, maar het iswel weer een stapje. Bovendien wordt die technologie wellicht ook weerwat goedkoper, omdat het dan de achtste, negende, tiende et ceterawordt. Daar zie ik wel weer mogelijkheden.Met het afvangen van de medicijnen is er ook een bijvangst. Dat gaat overgewasbeschermingsmiddelen. Dat is afhankelijk van welke technologie jegebruikt. Er worden meerdere technologieën toegepast, maar er zijninmiddels genoeg rapporten van de STOWA die zeggen dat het wel lastigwordt om pfas daar helemaal mee af te vangen. De technologie is inontwikkeling, bijvoorbeeld bij NX Filtration. Ik moet dan eigenlijk ook nogeen andere naam noemen, maar die heb ik even niet in mijn gedachten. Erzijn ook ontwikkelingen bij de TU Delft. Ik ga daar binnenkort langs om tekijken welke technologieën er zijn.Er wordt nu een eerste zuivering met membraanfiltratie gebouwd binneneen waterschap. Ik ben hoopvol dat we met dat soort technologieën inieder geval wel een stapje gaan maken. Dit heb je de komende decenniaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72026 namelijk gewoon nog bij je. Als je dat ook al in zo’n zuivering kunt doenaan de andere kant... Ik wil echt naar de bronaanpak kijken. Ik zie eenzuivering niet als een duizenddingendoekje of als een wasstraat. Wewillen het echt bij de bron aanpakken, maar als er een mooie bijvangstis – de zuiveringen moeten namelijk toch al geactualiseerd worden – waarom zou je dan niet kiezen voor de best beschikbare techniek tenaanzien van de waterkwaliteit?De heer Gabriëls vroeg wat de stand van zaken is van de inbreukpro-cedure van de Kaderrichtlijn Water. De Europese Commissie is deinbreukprocedure gestart, omdat onze wetgeving onvoldoende afdwingtdat de toestemmingen voor lozingen en onttrekkingen regelmatiggeactualiseerd worden. Ik bereid een wetsvoorstel voor waarmee dit wélwordt geregeld. Mijn inzet is om eind dit jaar de internetconsulatie testarten en het voorstel in 2026 naar de Kamer te sturen. De EuropeseCommissie is akkoord met de planning die ik heb voorgesteld.De heer Gabriëls had het over het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn.«U bent coördinerend Minister Water. Wat vindt u van de kritiek van deUnie van Waterschappen?» Die heb ik inderdaad gelezen. Dat is morgenook onderwerp van gesprek met de Minister van LVVN tijdens hetbestuurlijk overleg Kaderrichtlijn Water. Daar ligt nu een pakket vanmaatregelen voor.Ik heb ook kennisgenomen van het feit dat de bufferstroken wordenverkleind. Dat heb ik inderdaad gezien. De Commissie m.e.r. komt op kortetermijn ook met een advies. Ik wil nu niet te veel vooruitlopen op degesprekken die daarover gaan plaatsvinden. Ik neem dit mee naar deMinister van LVVN om te kijken of hetgeen er op dit moment ligtvoldoende de lading dekt. LVVN heeft dit pakket op tafel gelegd. Ik benbenieuwd naar hun reactie op de tijd die ons nog resteert richting 2027 ende meters die nog gemaakt moeten worden op het gebied van de criteriavoor de Kaderrichtlijn Water.De heer Verkuijlen wil de Minister vragen of hij zich steviger gaat inzettenom Duitsland en België aan de afspraken te houden die in Europeesverband gemaakt zijn. Net als Nederland moeten alle Europese lidstatenvoldoen aan de Europese regelgeving. Daarom heb ik mij stevig ingezetop de herziening van de Kaderichtlijn Water en de Richtlijn prioritairestoffen. De aanpassingen van deze richtlijn gaan helpen om de waterkwa-liteit te verbeteren.Daarnaast blijf ik me inzetten op de intensivering van de samenwerkingmet onze buurlanden. Ik heb daar ooit actief mogen zijn in een commissievoor de chemische industrie. We hebben de Internationale Commissie terBescherming van de Rijn. We zijn daar op hoog ambtelijk niveauvertegenwoordigd. Daar zijn actieprogramma’s voor. We hebben eensoortgelijke commissie voor de Maas, de Internationale Maascommissie.Daar zitten wij dus met de andere landen aan tafel.Ten aanzien van de waterkwaliteit moet ik me echt richten tot Noordrijn-Westfalen en niet tot Berlijn. De lijntjes zijn dus kort. Ik kan daar zo vooreen gesprek langsgaan. Ik weet ook dat diverse gedeputeerden dat doenom zaken daar in ieder geval bespreekbaar te maken.Neem bijvoorbeeld – ik heb me hier vanmiddag nog over laten infor-meren – de situatie die nu bij Luik plaatsvindt. Al een langere tijd hebbenwe daar te maken met een lozing bij een bron. We zijn aan het zoeken. Ikzet de druk er daar vol op. Er wordt goed meegewerkt met Wallonië. Zezeggen dat het een grote prioriteit is, maar we zijn echt nog wel even aanhet zoeken naar waar dit precies vandaan komt.Wat betreft de bron van het drinkwater: 75% komt op dit moment vanuithet grondwater. 25% van het water dat nu niet ingenomen kan worden,komt dan dus vanuit oppervlaktewater. Ik laat me nu regelmatig infor-meren. Het duurt langer dan ik zou wensen, maar ja, het is ook a needle ina haystack af en toe. Waar komt dit vandaan? Het is in het buitenland.Daar zijn wellicht ook beperkingen, maar ik krijg signalen dat het echt topTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72027 of mind is om hierop... De urgentie is in ieder geval duidelijk bij dezuiderburen.De heer Bamenga vroeg hoe de Minister de relatie ziet tussen water enbodem sturend, en de Kaderrichtlijn Water. Wat is de ambitie van deMinister erbij? Landgebruik is medebepalend voor de waterkwaliteit. Dus,wat dat betreft: betrek de waterschappen en de waterbeheerder zo vroegmogelijk bij ruimtelijke ordeningsplannen. Ik geef even een voorbeeldvanuit de waterschappen hier in de buurt. Wanneer er nieuwe projectenop stapel staan vanuit de ruimtelijke ordening, worden de waterbe-heerders erbij betrokken en worden er vragen gesteld als: «Hoe zit dat danmet voldoende water? Hoe zit het met voldoende berging van het water,bijvoorbeeld bij piekbuien?»Ik ga kijken of alle waterschappen en provincies wellicht een benchmarkkunnen neerzetten. Ik heb nu namelijk een aantal voorbeelden vanomliggende waterschappen, maar mijn kennis is nog niet dusdanig om teweten of dat ook in het Wetterskip gedaan wordt of in Noorderzijlvest, deandere waterschappen. Ik zie wel echt iets in het optrekken vanuit deprovincie. Dat maakt het voor mij ook wat overzichtelijker: 21 water-schappen, 12 provincies.Voor wateradvies bij ruimtelijke ordeningsaspecten moeten de water-schappen er dus in een vroegtijdig stadium bij betrokken worden. Er zitook een watersleutel bij. Er komen dus allerlei adviezen, die een project-ontwikkelaar, een gemeente en een provincie meenemen voor eventuelevergunningverlening. Zo zie ik water en wonen als van groot belang. Zal ikhet zo verwoorden? We hebben een hele discussie gehad over «sturend»en ik wil die discussie niet opnieuw doen, maar waterbeheerders hebbeneen grote rol in het advies.We hebben natuurlijk ook de Beleidslijn grote rivieren gehad. Dat zou inmijn optiek niet de reden moeten zijn om daar te gaan bouwen, maar ikzie nog wel heel wat mogelijkheden als het gaat om bouwen op water.De heer Bamenga vroeg welke maatregelen zijn genomen die de gevolgenvan het wegvallen van het NPLG hebben gecompenseerd. Hier verwijs iktoch even naar LVVN. De Minister van LVVN heeft aan de Kamer deaanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur aangekondigd. Daarin staat eenletterlijk citaat. Die wilde ik hier nog even neerzetten. «Met de aanpak RLNricht ik mij met name op veenweidegebieden, de beekdalen, de gebiedenrondom kwetsbare Natura-2000 gebieden, de gebieden waar gewerktmoet worden aan de vermindering van de uit- en afspoeling van nitraat,fosfaat en gewasbeschermingsmiddelen uit de landbouw naar hetgrondwater en gebieden met een stapeling van ruimtelijke opgaven.Bovenal wil ik werken met meer focus, regie en efficiëntie.» Dat is mijnantwoord op de vraag welke maatregelen zijn genomen. Daar zit natuurlijkeen behoorlijke delta ten aanzien van het geld dat beschikbaar zou zijnvanuit het NPLG. Ik heb nu even niet paraat of dat dan voldoende zou zijn,maar er is in ieder geval een aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuurwaarin zaken opgenomen worden.De heer Bamenga vroeg hoe het zit met de derogatie. Is dat nog steeds deinzet van dit kabinet? Zo ja, wat doe we met de haalbaarheid? Derogatie iseen onderwerp van de Minister van LVVN. Derogatie heeft voor- ennadelen. Het behoud van grasland is bijvoorbeeld positief voor dewaterkwaliteit, maar meer dierlijke mest is juist een negatieve uitkomstdoor de stikstofuitstoot. Ik verzoek u dus deze vraag over derogatie ookdaarnaartoe te geleiden. Anders doe ik dat vanuit mijn coördinerende rol.De heer Stoffer vroeg wat het niet halen van de doelen van de Kader-richtlijn Water voor 2027 gaat betekenen. Over elk van de honderdduizenddoelen voor de Kaderrichtlijn Water die eind 2027 niet zijn bereikt, moetverantwoording worden afgelegd aan de Europese Commissie. Wehebben net al de bedragen genoemd. Het advies van de landsadvocaat isbinnen. Als er voor een doel een legitieme uitzondering beschikbaar is,voldoet Nederland toch aan de Kaderrichtlijn Water. Er zijn een viertalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72028 uitzonderingen voor de Kaderrichtlijn Water. Ik was daar net al heel evennaar op zoek. Ik heb ze in mijn hoofd, maar het is toch fijn dat ik het hiereven op papier heb staan. Het gaat om doelfasering, doelverlaging,overmachtssituaties en een groot maatschappelijk belang. Daarnaast zijndus een tweetal zaken toegevoegd die ik net heb genoemd. Die zijngisteravond in Brussel besloten.Er zijn met name risico’s als ervoor wordt gekozen om maatregelen nietuit te voeren. In mijn brief van juli staat dat dat met name speelt bijmeststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. We kunnen daarnaast nietuitsluiten dat er ook binnen Nederland juridische procedures wordenaangespannen. Dat kan ook losstaan van de deadline van 2027.De heer Stoffer vroeg hoe het werk maken van verbetering van dewaterkwaliteit en de bijstelling van de normen, bijvoorbeeld voorvogelrijke waterlichamen, nou precies is opgepakt. Waterbeheerdershebben voorafgaand aan de stroomgebiedbeheersplannen 2022–2027veel rekening gehouden met natuurlijke achtergrondbelasting. Als ernieuwe gegevens zijn, kunnen waterbeheerders de doelen aanpassenvoor de volgende stroomgebiedsbeheerplannen. Die zullen dan na 2027van toepassing zijn.De heer Boutkan zei dat Nederland op slot zou gaan door de KaderrichtlijnWater. Waarom jaagt de Minister ons kapot? Waar blijft de daadkracht?Waarom slaat de Minister niet met de vuist op tafel in Brussel? Weet datwe wat uit Brussel hebben gehaald. Ik denk dat dat toch best wel wezenlijkis, zeg ik tegen de heer Boutkan. Maar dan houdt het niet op. We zijn niethet enige land dat mogelijk nog met een delta gaat zitten in 2027. Maar ikwil me nu toch ook wel richten op wat wél kan. Natuurlijk zit daar eenlimiet aan; je moet ook geen geld willen verbranden. Ik zie echter nog heelveel potentie en handelingsperspectief. Daar zet ik mij iedere dag nogvoor in. Maar ik ben wat dat betreft ook niet blind.Ik houd de lijnen met Brussel en de andere lidstaten volledig open. Watkunnen we daar dan nog meer doen? Dat wordt op dit moment ook doormij nog geïnventariseerd. Ik heb nu net een nieuwe lijn gekregen vanuitBrussel. Die gaan we bestuderen. Ik wil deze de komende tijd nog evengebruiken voor de eindsprint. Daar wil ik de focus met name op leggen.Maar ik zeg tegen de heer Boutkan dat ik niet blind ben voor demogelijkheid dat we het niet halen en voor wat we dan nog wel kunnen inBrussel. Ik zal u meenemen in wat mijn lijn daarin zal zijn. Dat doe ik aande voorkant, niet aan de achterkant.De heer Boutkan vroeg: wat heeft de Minister gedaan om de motie overhet «one out, all out»-principe uit te voeren? Ik denk dat ik hem over definish heb getrokken, meneer Boutkan.Tot zover het eerste blokje.De voorzitter:Ik dank u wel, Minister. Voordat ik het woord geef aan de Kamerleden, hebik vooraf twee vragen als voorzitter zijnde. Ik hoorde u de opmerkingmaken dat er volgend jaar een brief met een voortgangsrapportage volgt.Is het al enigszins bekend of dit in het eerste, tweede of derde kwartaalkomt?Minister Tieman:Dat zal plaatsvinden in mei 2026. Dat zijn gezette tijden, dus die verzin ikhier niet zelf.De voorzitter:We zijn niet allemaal ervaren in deze commissie, dus vandaar toch evendeze vraag. Ik kijk ook naar mezelf. De tweede vraag is als volgt. U zei dateen aantal maatregelen naar aanleiding van het contact met Brussel totresultaten heeft geleid. Volgt daar nog een brief over richting de Kamer?Zo ja, wanneer?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72029 Minister Tieman:Ja, daarover stuur ik graag een brief naar u toe. Dat doe ik dan voor hetWGO.De voorzitter:Is dat voldoende zo voor de griffier? Ja. Dat is genoteerd. De heer Pierik.Nee, sorry. De heer Bamenga stak zijn hand al op toen de Minister nogbezig was, terwijl ik zo uitdrukkelijk had gezegd dat we dat doen aan heteinde van het blokje. Dat heeft hij ook keurig voor zich gehouden. Ik zoume dus diep schamen als ik de heer Bamenga nu niet gelijk het woordgeef voor een aanvullende vraag.De heer Bamenga (D66):De Minister gaf als antwoord wat de relatie is tussen enerzijds water enbodem sturend, meen ik, en de KRW. Eerlijk gezegd vroeg ik niet wat derelatie daartussen is. Het ging mij er veel meer om in hoeverre de Ministerdit als prioriteit ziet. Vooral omdat de vorige Minister er niet zo veelprioriteit aan gaf, wil ik, zeker in een eerste debat, de Minister hetvolgende vragen. In hoeverre vindt de Minister dit belangrijk en waarblijkt dat uit? Waar gaat het uit blijken?Minister Tieman:De brief van Harbers is mij bekend. Daarna zijn er ook nog wat brievengekomen om dit duidelijk te maken. Ik vind het een zeer belangrijkprincipe. Het is niet zomaar uit de lucht gegrepen; er is lang overnagedacht. Dit heeft met name effecten op de ruimtelijke ordening. Mijncollega, de Minister van VRO, komt op korte termijn naar de Kamer metde Nota Ruimte. We zijn natuurlijk continu in overleg over wat daarin staatten aanzien van water en wonen. Ik ben blij met wat daarin staat. Hetwordt komende vrijdag in de ministerraad besproken. Ik vind het een zeerbelangrijk principe en dat zal ook blijken uit de Nota Ruimte en wat ikdaarbij heb ingebracht.De brief van Mark Harbers van een tweetal jaar geleden is in principe nogeen leidend principe op het ministerie.De voorzitter:Nog een korte aanvullende vraag van de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Dan ga ik ervan uit dat het niet verder is afgezwakt, want dat is wel deindruk die wij kregen. Ik moet even nadenken over wat de naam is van deandere Minister... Nee, niet Madlener, Keizer.De voorzitter:Zou u misschien geen onderling vragenuurtje willen houden? U mag zichrichten tot de Minister.De heer Bamenga (D66):Sorry, voorzitter. Ik wilde de naam even helder hebben. Bij die Ministerkreeg ik in ieder geval de indruk dat het verder was afgezwakt. Dan ga ikervan uit dat de Minister de lijn van zijn voorganger verder wil doorzetten.Mijn vraag ging over het NPLG. De Minister verwijst naar LVVN, maar datvind ik teleurstellend, want het wegvallen heeft gevolgen voor water. Ikzou graag willen weten welke compenserende maatregel de Minister gaattreffen.Minister Tieman:Voor de compensatie van – naar ik geloof – miljarden heb ik nog geenmaatregelenpakket. Ik heb ook de analyse niet goed scherp. Ik weet weldat de delta er nog is om de doelen te bereiken. Ik denk dat dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72030 belangrijkste is en dat we nu moeten gaan kijken wat het achtsteactieprogramma nog brengt en of daar nog op moet worden opgeschaald.Ik heb daar nu nog geen compenserende maatregel voor, zoals «dit geld isdaar weggevallen en dat kunnen we zo gaan inzetten». Waterkwaliteitstaat zeer hoog in het vaandel. Ik ben daar continu mee bezig. Ik moet opeen ander moment met uw commissie verder spreken over wat we daarnog zouden kunnen doen.Ik heb net aangegeven dat de eindsprint is begonnen. We houden continueen vinger aan de pols met monitoringsinformatie. Als daar dan een extrabedrag uit gaat komen, spreek ik met u over compenseren. Maar dankomen we ook bij de vraag of het u dat waard is. Hoe zien we een aantalzaken bijtrekken? Gaat het lineair, gaat het exponentieel of blijven we ophetzelfde niveau? We moeten echt nog een aantal zaken bijtrekken om vande 80% naar de 100% te komen.Over de uitspraak water en bodem sturend is een brief naar u gestuurd. Ikheb gezegd dat het van groot belang is en dat het een principe is dat ophet ministerie nog steeds leeft. Maar de insteek ten aanzien van «sturend»was: wat kan nu precies wél? Daar probeer ik ook... We hebben eenwoningsituatie in Nederland en daarom ben ik erg geïnteresseerd inbouwen op water. Wellicht niet de 60.000 woningen die u voor ogen heeft,maar ik denk dat ik al een stap in uw richting ga zetten. We kunnen daarnu wel een gezonde stap gaan maken, in plaats van alleen de tientallenwatervilla’s die we de afgelopen tien jaar hebben opgeleverd. Eengezonde stap is in mijn optiek nog niet meteen 60.000, maar af en toe hebje ook een moonshot-idee nodig. Het is dus verfrissend, maar er stroomtwel wat water door de Rijn alvorens we daar zullen zijn.De voorzitter:Nog een korte aanvullende vraag en dan vervolgens graag een kortantwoord.De heer Bamenga (D66):Dank u wel voor het antwoord. Ik zou het heel erg waarderen als deMinister daar met een brief op terug kan komen. Dan bedoel ik demaatregelen over de compensatie, waarover de Minister net zei dat hijerop terug zal komen bij de commissie.Minister Tieman:Daar ga ik op terugkomen, alleen zal dat wel in mei worden. Ik kom dan inde voortgangsrapportage met mijn eindsprintpakket. Dan hebben we ookde thermometer erin en dat wordt dan een uitgebreide brief.De voorzitter:Dat wordt lastig sprinten.De heer Pierik (BBB):De Minister begon met goed nieuws vanuit Brussel. Er komt eindelijknaast het «one out, all out»-principe nog een ander meetinstrument omde waterkwaliteit te monitoren. Mijn vraag is: wat betekent dat voor hethalen van de KRW-doelen? Blijft het «out, all out»-principe leidend?Dan mijn tweede vraag over Brussel: is het de bedoeling dat Brussel ookgaat meebetalen aan de bestrijding van de rivierkreeft? Dat proefde iknamelijk ook een beetje uit uw bewoordingen.Minister Tieman:Het «one out, all out»-principe blijft leidend, maar we zien nu wel veelmeer waar we tractie maken. Dat is de belangrijkste toegevoegde waarde:met deze meetmethodologie zien we hoe dichtbij we komen, in plaats vandat we het helemaal niet... We hebben nu een goed verhaal, in mijnoptiek, vandaar dat het van toegevoegde waarde is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72031 Uw vraagt iets over de rivierkreeften. Dat is dan een uitzonderingsmaat-regel. Ik verstond uw vraag niet helemaal goed, sorry.De voorzitter:Meneer Pierik, kort.De heer Pierik (BBB):Dat was een totaal andere vraag; dat ging niet over de waterkwaliteit, algaat het daar indirect natuurlijk ook over. Als antwoord op een vraag vande heer Stoffer zei de Minister in het verhaal over de rivierkreeft dat ermisschien ook in Brussel geld beschikbaar zou zijn om daarop te acteren.Mijn vraag is of we dat inderdaad binnenkort kunnen verwachten.Minister Tieman:Ik moet dat even wat nuanceren. Als dat er is, informeer ik u erover. Dangaan we daar ook een beroep op doen. Ik had wat signalen gekregen,maar daar moet ik nog wel een bevestiging van krijgen. Er speelt in iedergeval veel op dit onderwerp. De gesprekken zijn er. Ook met de water-schappen hebben we daarover overleg gehad. Ik zie daar nog wel watmogelijkheden.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik dank de Minister, omdat hij zegt dat hij voor een eindsprint gaat en vande 80% 100% wil gaan maken. Hij is tot nu toe de eerste die dat zegt vande drie die ik de afgelopen anderhalf jaar heb meegemaakt. Maar nu komtmijn kritische punt. U spreekt heel lang over rivierkreeften, medicijnrestenen rioolwaterzuiveringsinstallaties, maar we weten allemaal waar hetgrote probleem zit, namelijk bij het achtste actieprogramma Nitraat-richtlijn en bij mest. In de brief staat namelijk dat dit een van deniet-uitzonderingsgronden is, waardoor de juridische risico’s hoger zijn.Daar heeft u het niet over.Daar wil ik toch iets over vragen. Want u zegt «de bufferstroken heb ikgezien» en «waterschappen, ik ken die kritiek». U geeft daar vervolgensgeen mening over, terwijl ik die wel heb gevraagd in mijn bijdrage. Mijnsimpele vraag is: morgen heeft u een BO Kaderrichtlijn Water; gaat u daarinbrengen dat het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn te weinig is, telicht, en zelfs afschaalt vergeleken met het zevende? Wat vindt u van dieversmalling, van de bufferstroken die worden afgeschaald? Wat vindt uvan de kritiek van de waterschappen, die echt hout snijdt om überhaupthet probleem aan te pakken en om de eindsprint aan te gaan? Anders zijnuw woorden over de eindsprint niets waard.Minister Tieman:Ik zie het handelingsperspectief waar IenW met name voor aan de latstaat. Wij kunnen zaken in gang zetten, maar het achtste actieprogrammaNitraatrichtlijn ligt bij het Ministerie van LVVN. Ik ga daar morgennatuurlijk ook vragen over stellen. Daar komt dan ook een reactie op. Erzijn veel mensen die zich hier al over hebben gebogen: wat brengt hetdan?Het pakket ligt nu op tafel. Er zijn verschillende reacties op gekomen. Ikben erg geïnteresseerd in de reactie van LVVN. Ik zal het ook bij bestuur-lijke overleggen onderwerp van gesprek laten zijn, want we moeten hetdoel wel voor ogen houden, en dat is 2027. Maar we moeten ookrealistisch zijn. Ik wil toch nog wat meer informatie van de expertsbekijken, want er zijn best wel wat verschillende inzichten over hoeveelneerslag er is et cetera. Het is een vrij complex aspect. Ik wil nog wat meertijd hebben om hier met mijn collega het gesprek over te voeren opbestuurlijk niveau.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72032 Kort, graag. En een kort antwoord graag, want ik kijk toch even naar deklok en we hebben nog zes blokken te gaan. Ik wil het wel binnen de tijdhouden.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):U bent de verantwoordelijk coördinerende Minister van water. Het ligt danwel bij LVVN, maar u coördineert de waterkwaliteit, u wilt die eindsprinthalen en u wilt voor de 100% gaan. Het is dus uw taak om de kritiek dievanuit de waterschappen komt... De waterschappen geven heel duidelijkaan: het is een verlichting in nutriënten, het wordt een aandachtsgebied inplaats van een door nutriënten verontreinigd gebied en de bufferstrokenworden teruggebracht. Alle kritiek op het terugbrengen van het achtsteactieprogramma Nitraatrichtlijn gaat erover dat u de eindsprint niet kuntinzetten. Het is dus te licht voor mij als u zegt «ik ga het bekijken», wanthet is volgens mij heel simpel: minder mest. Ik vraag daarop een reflectievan u.De voorzitter:En de vraag richt u aan de Minister.Minister Tieman:Ik kijk ook naar de innovatie. Ik put daar hoop uit. Wat voor mogelijkhedenzien we daar? We zijn een land van ingenieurs; we denken echt nogstappen te kunnen gaan zetten, ook op het gebied van de nutriënten. Daarput ik uit. Ik heb nog een extra monitoring nodig. Achteruitgaan kan nietde bedoeling zijn, maar het moet ook allemaal realistisch zijn, zeg ik tegende heer Gabriëls. Hier hebben we meer tijd voor nodig. Ik ben hoopvolover de innovaties. We hebben ten aanzien van de rode diesel die nietdoorgaat, een ander innovatiepotje. Wellicht dat daar gebruik van kanworden gemaakt door het Ministerie LVVN. Ik ben benieuwd naar destoryline daaromtrent. Als coördinerend Minister coördineer ik het een enander, maar dáár liggen ook verantwoordelijkheden, anders hadden wijals IenW het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn op tafel kunnenleggen.De voorzitter:Heel kort.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik neem mijn complimenten ten aanzien van de eindsprint terug, bijdezen, want als innovatie het antwoord is op de eindsprint en het halenvan doelen en het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn, dan moet ik diecomplimenten terugnemen. Excuus dat ik die heb gegeven.Dan komt de vraag. Gaat u morgen in het BO Kaderrichtlijn Water er ookvoor zorgen dat de restopgave niet afgeschoven wordt op de provincies?Gaat u de verantwoordelijkheid bij het Rijk houden om in ieder geval dedoelen van de Kaderrichtlijn Water te blijven behalen?Minister Tieman:In dit geval hebben alle lagen een verantwoordelijkheid. Neem bijvoor-beeld grip op indirecte lozingen. Dat is geïnitieerd door de provincieZuid-Holland. Daar worden nu alle indirecte lozingsbronnen voorinzichtelijk gemaakt. Dat kan ik als Rijk niet doen. Ik ben niet het bevoegdgezag voor de indirecte lozingen. We hebben elkaar daarin nodig. Ik zitwel aan tafel. Dat is in mijn optiek geen afschuiven. Ik zie nog heel veelzaken, alleen hebben alle provincies zo hun systematiek. HollandsNoorderkwartier heeft vanuit de commissie-Van Aartsen goede stappengezet, maar ik wil dat we allemaal op hetzelfde niveau zitten. Dat betekentook dat de regionale overheden... De riooloverstort is bijvoorbeeld eenwaanzinnige kostenpost om in te investeren bij de rioleringen, want zo’nTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72033 riooloverstort is een noodventiel, maar dat ligt wel bij de gemeente. Ik wilde mensen daar wel op attenderen. Denk aan de foutaansluitingen. Daargaat het Rijk niet over. Ik ben daar niet het bevoegd gezag. Ik laat dat dusook daar, maar ik wil wel kijken in hoeverre ik eventueel nog zou kunnenondersteunen.Ik wil ook van elkaar leren: deze aanpak paste daar goed, maar dit is eenander gebied, dus hier... Ik noem maar iets. Ik wil hier wel een levelplaying field ten aanzien van goede ideeën, afhankelijk van het gebied.Maar dit moeten we met alle partijen doen. In mijn optiek liggen erwellicht ook een aantal convenanten in het vooruitzicht over hoe we metelkaar de eindsprint ingaan. Ik noem het geen «afschuiven». Ik ben erbij. Ikben er eigenlijk gewoon bij, alleen kan ik dat niet doen bij alle 21waterschappen. Ik wil het via de bestuurlijke overleggen met provinciesdoen. Alleen al in Zuid-Holland zijn zeven waterschappen, dus ik ben daarook enigszins beperkt.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie de heer Verkuijlen, ook voor dit blokje.De heer Verkuijlen (VVD):Ik heb waardering voor de opstelling van de Minister om de coördine-rende taak op te pakken. Dat was volgens mij ook de insteek van de heerPierik. Want als je daar geen mandaat hebt, kun je ook weinig betekenen.Dan coördineer je wel wat, maar... Toch vind ik het punt dat net door deheer Gabriëls werd gemaakt over nitraat wel interessant, omdat u kortdaarvoor zei: we moeten het bij de bron aanpakken. U zei ook: we hebbennog innovaties te gaan. Welke innovaties ziet u dan? Want als u dat zostelt en zegt «we willen het bij de bron doen», wat ziet u dan met name bijde nitraten?Minister Tieman:Over de nitraten en de nutriënten kijk ik ook... Dan zal de heer Gabriëlszeggen: ga dan vooral bij de landbouw kijken. Natuurlijk, maar nu eventop of mind gesproken: voor de nutriënten zit bij de rwzi ook heel wathandelingspotentieel om de nutriënten er verder uit te halen. Dat is in hetstedelijk gebied, maar we hebben er 315, dus dat is ook in het landelijkgebied, verspreid over Nederland. Ik zal bij LVVN mijn licht laten schijnenop welke innovaties we daar aan de bron zouden zien.De voorzitter:Dank u wel. Dan is mijn opmerking als voorzitter dat het eerste blokje driekwartier duurde. We hebben nog zes blokken te gaan, dus ik hoop dat deandere zes korter van stof zijn of minder vragen opleveren. Ik doe hierbijeen beroep op u allen. Dus ga snel verder met het tweede blokje, zou ikzeggen, meneer de Minister.Minister Tieman:Dank u wel. De motie-Pierik/Soepboer over het effect van riooloverstortenop het meten van waterkwaliteit. Zoals mijn ambtsvoorganger met u heeftbesproken, loopt deze motie mee met de implementatie van de herzienerichtlijn stedelijk afvalwater. Vanuit deze richtlijn komen verplichtingenvoor monitoring van overstort. Ik werk op dit moment aan de implemen-tatie van de herziene richtlijn. Komend voorjaar verwacht ik meerduidelijkheid te kunnen geven over de herziene richtlijn in Nederlandsewet- en regelgeving en hoe we dat gaan omzetten voor wat betreft deriooloverstort. Ik denk dat dat een vrij concreet antwoord is.De heer Gabriëls zei dat hij al twee jaar hamert op het bezien en herzienvan vergunningen. Zijn vraag is hoe we omgaan met illegale lozingen. Hetis lastig om erachter te komen waar de illegale lozingen plaatsvinden. Dehandhavers van het waterschap en Rijkswaterstaat zijn hier natuurlijk welTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72034 naar op zoek. Op het moment dat er een illegale lozing wordt aange-troffen, zal er ook handhavend worden opgetreden.De heer Gabriëls en de heer Bamenga vroegen wat de stand van zaken isvan de motie-Soepboer/Gabriëls voor extra inzet. Rijkswaterstaat heefttien mensen extra aangenomen voor de vergunningverlening, toezicht enhandhaving. Deze mensen worden met name ingezet op het bezien enherzien van de vergunningen.Zij vroegen ook wat de stand van zaken is van de actualisering van delozingsvergunningen van Rijkswaterstaat en of er een brief kan wordentoegezegd met meer details hierover. De focus bij het actualiseren ligt bijRijkswaterstaat op de voor de Kaderrichtlijn Water relevante vergun-ningen. Dit gaat met name om de vergunningen van de zogenaamdeIPPC-bedrijven. Er zijn in totaal 211 IPPC-vergunningen, waarvan er 175zijn herzien. Dat is meer dan 80%. Van de 175 zijn er tot nu toe 74 actueelbevonden, herzien. Er resteert dus nog een aardige opgave. Rijkswater-staat zet daarom acties in op onder andere aanvullende werving met eennog scherpere prioritering. Het actualiseren van alle voor de KaderrichtlijnWater relevante vergunningen vóór eind 2027 wordt nog steeds haalbaargeacht.Dit is ook een punt dat ik zeer belangrijk vind. Weet ook dat dit monni-kenwerk is. Hiervoor zou je eigenlijk een actuele milieuvergunning moetenhebben, maar dat is weer een ander verhaal. Dat gaat ook in de digitali-sering plaatsvinden, maar dat is dan wellicht mijn moonshot-project. Ikinformeer uw Kamer uitgebreider in de verzamelbrief water voor het WGOhieromtrent. Dan zijn we weer wat verder; dan kan ik weer de tempera-tuurmeter erin steken. Top of mind ten aanzien van de actualisatie en deBBT, best beschikbare technieken, van de milieuvergunningen die we hierhebben.De heer Gabriëls vroeg: bent u bezig met de uitwerking van een gedeel-telijk lozingsverbod en wanneer kunnen we de uitkomst verwachten? Ja,we zijn bezig met deze verkenning. We kijken welke sectoren inaanmerking kunnen komen voor een lozingsverbod en hoe dat erpraktisch uit zou kunnen komen te zien. Het is belangrijk dat we deconsequenties van zo’n gedeeltelijk lozingsverbod goed in beeld krijgen.U had het over Weert?De voorzitter:Via de microfoon graag.Minister Tieman:Ik begrijp dat het mevrouw Hertzberger was die sprak over Weert. Daarzou ik graag deze casus in willen opnemen om te zien wat er mogelijk is,want het gaat om een afvalverwerkingsbedrijf dat eigenlijk geenproducent is. Zij krijgen dat aangeleverd. Dus dit nemen we mee in diecasus. Ik verwacht de Kamer in Q1 van 2026 over de uitkomsten teinformeren. Ook dit vind ik zo’n onderwerp... Ik heb u er vaak overgehoord in het verleden. Hier kan volgens mij een goede streep onder alswe dit verder weten te brengen. Dit vind ik wezenlijke mijlpalen.De heer Gabriëls vroeg: waarom is de Minister op zoek naar meer plekkenom te lozen waar het water wel schoon is? Een nieuwe vergunning zalalleen worden verleend als deze past binnen de regels die we daarvoorhebben. Alleen als aan alle voorwaarden wordt voldaan, kan eenvergunning worden afgeven.De heer Gabriëls vroeg: is de Minister bekend met de verontreiniging inde Dommel en wanneer gaat de Minister met Vlaanderen in gesprek overNyrstar? Ja, ik ben bekend met de situatie bij de Dommel. We gaan opkorte termijn in gesprek met Vlaanderen. Zowel de provincie Noord-Brabant als het Waterschap De Dommel zijn uitgenodigd om hierbij aan tesluiten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72035 De heer Gabriëls vraagt: ziet de Minister pfas in bestrijdingsmiddelen alseen risico en wat gaat hij hieraan doen? Ik maak me zorgen over pfas inhet milieu en dus ook over pfas in bestrijdingsmiddelen. Het beleid voorbestrijdingsmiddelen valt onder de Minister van LVVN. Ik ben coördi-nerend Minister, maar voor verdere vragen verwijs ik u toch naar mijncollega. Dit is wel een onderwerp van aandacht en dat ziet u ook in debrief die ik heb gestuurd.De heer Verkuijlen vraagt: komt er meer sturing op de toepassing vantechnieken als de vierde zuiveringstrap bij de rwzi’s, op kosten vanbedrijven die pfas hebben geloosd? Hij zegt dat het goed is als ook devierde zuiveringstrap wordt ingezet voor pfas en hij vraagt: liggen daargeen grote kansen voor innovatie? De herziene Richtlijn stedelijkafvalwater stelt geen eisen aan pfas-verwijdering. De techniek waarwaterschappen zich nu op richten, is actiefkool, de PACAS-technologie.Maar er zijn ook andere technologieën voor zo’n vierde trap. Je moet danwel opletten, want er zijn technologieën – en wellicht is dat in de toekomstopgelost – waar ze ozon gebruiken en daar kan zich ook bromaat gaanvormen en dat is een ZZS-stof. Dan heb je daar als waterschap eenprobleem. Maar het kan wel onder bepaalde omstandigheden. Daarworden nu ook goeie proeven mee gedaan, dus wellicht is die discussiebeslecht, want innovatie staat niet stil. Dit zijn wel afwegingen waarbij eenwaterschap kijkt welke technologie men het best kan toepassen. Het enewater heeft wat meer bromide dan het andere, dus dat zijn echtmaatwerkzaken waar een waterschap dan in kiest.De technieken waar de waterschappen zich nu op richten, zijn ozon, koolof een combinatie van beide. Uit onderzoek blijkt dat deze methode pfashelaas nog niet goed verwijdert. Een uitbreiding van de vierde trap naarpfas zou een nationale kop op Europese regelgeving betekenen. Ditkabinet heeft besloten geen nationale koppen in te voeren. Voor detoekomst is het goed om te verkennen hoe innovatieve technieken voorpfas-verwijdering ook op de rwzi’s kunnen worden toegepast. Dan verwijsik ook naar het antwoord dat ik net gaf. Ik ga bij de TU Delft langs. Er zijninnovaties op dat gebied, ook specifieke membraantechnologie. Dus ikheb wel het idee dat we aan de vooravond staan van een doorbraak op ditonderwerp. Maar ja, het kan zomaar wat langer duren dan het enthou-siasme waarmee ik het hier zelf breng. Dat heeft nu eenmaal te makenmet de doorlooptijden van dit soort megaprojecten. Een middelgrotezuivering, kan ik u vertellen, gaat rond de 750 miljoen euro kosten.Mevrouw Hertzberger vroeg: kan en wil de Minister satellietbeeldengebruiken om vervuiling in kaart te brengen? We gebruiken veel meetme-thodes om de vervuiling in kaart te brengen. We zullen ook kijken naar demogelijkheden van nieuwe innovatieve methodes, zoals het gebruik vansatellietbeelden. Als u daarover ideeën heeft, hoor ik dat ook graag.Mevrouw Hertzberger zei: in Nederland zijn er geen laboratoria die pfasgoed kunnen meten vanwege teflon in de apparatuur. Daarnaast zijn erinnovatieve technieken die nog niet kunnen worden gebruikt. Ze vraagt:kan de Minister onderzoeken of die ingezet kunnen worden? Mij zijn dezesignalen niet bekend. Naar mijn weten hebben we voldoende labs. Er zijnook consortia van verschillende waterschappen die gezamenlijk bepaaldelaboratoria gebruiken – dat zijn er niet waanzinnig veel – die pfas methoge nauwkeurigheid kunnen vaststellen. We kijken uiteraard naar andereinnovatieve methoden om te monitoren. Als u meer informatie heeft, dieik wellicht gemist heb, dan hoor ik dat ook graag.Mevrouw Hertzberger zei: de pfas-kraan staat nog steeds open. Ze vraagtof de Minister de mogelijke vergunning van de afvalverwerking in Weertwenselijk vindt: 5 kilogram pfas, veel meer dan Chemours. Ik vind dat nietwenselijk. We hebben te maken met een lozing op dit gebied. Het is ook zodat er al een minimalisatieverplichting geldt. Ik weet dat het waterschaphiernaar kijkt. Ik weet dat de onafhankelijke Inspectie Leefomgeving enTransport hier ook naar kijkt. Op korte termijn kan ik hier meer overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72036 zeggen. Dan weet ik ook in welke richting de ILT denkt over de ruimte dieer nog is. Het is dan niet de ruimte naar nul. Het is geen lozingsverbod. Erwordt gekeken naar of er nog ruimte is om de 5 kilogram wellicht teverminderen met een BBT die elders is gebruikt. Voor de BBT verwijs ikook naar de BREF’s, een richtlijn vanuit Sevilla – dat is Europeesgeregeld – om te kijken welke technologie wordt toegepast. Daar zitwellicht nog wat ruimte. Ik ben op dit gebied niet het bevoegd gezag. Ikhou het wel nauwlettend in de gaten.Mevrouw Hertzberger vraagt: wat is de voortgang voor de restrictie engaat u uitzonderingen actief weren? Ze vraagt ook wat het risico is dat hetalleen een waterig compromis wordt. Het gaat dan om pfas en hetEuropese traject. Het Europees Agentschap voor chemische stoffen,ECHA, heeft inmiddels ruim 5.600 inspraakreacties op het dossierverwerkt en werkt nu aan de afronding van de wetenschappelijkebeoordeling. Ook dit vind ik weer zo’n moment waarop je zegt «streeperonder», want we praten hier al sinds jaar en dag over.Er wordt verwacht dat het agentschap volgend jaar opinies zal gaanvaststellen, waarna de Europese Commissie een voorstel ter besprekingen stemming zal opstellen. De doelstelling is nog steeds een zo breedmogelijke restrictie die de uitstoot van pfas Europabreed... En dan pratenwe over de 10.000 stoffen. Of het bij de 10.000 blijft of dat het er minder ofmeer worden, is dan nog onderwerp van de discussie die we met elkaargaan voeren. Op dit moment heb ik wel het idee dat we hier echt metersmaken. Alleen is the devil in the details, want er zijn partijen die gebruikkunnen maken van inspraak. Denk bijvoorbeeld aan het principe: devervuiler betaalt voor de vierde trap, voor de medicijnresten. Daar zijn nuook heel wat juridische casussen over. Dat zou zomaar eens kunnengebeuren en dan wordt dat aan u gerapporteerd.Op dit moment zou een nationaal traject enorm veel betekenen quadoorlooptijd in jaren. Ik heb op dit moment mijn pijlen dus nog vollediggericht op het Europese. Dat doen we met een kopgroep van een aantallanden, waaronder Duitsland, Denemarken en Zweden, om dit verder tebrengen. Ik ben daar eigenlijk optimistisch over. Ik zal me nog meer gaanbemoeien met het Europese traject en dan zullen we zien hoever we daargaan komen. Ik hou u op de hoogte van de mijlpalen die worden bereikt.We willen dus zeker geen waterig compromis. Ik informeer u over hetvoorstel dat gaat komen.Dan een vraag: welke deadline ziet de Minister voor zichzelf wanneer ergeen Europees verbod komt in april 2026? De Europese route is effec-tiever dan een nationale route. Een nationale route is niet sneller.Het beperken van pfas, of de toepassingen, betreft het dossier van deStaatssecretaris. Ik verwijs daarbij naar het debat Leefomgeving enExterne veiligheid van dinsdag aanstaande.De heer Verkuijlen zei: de industrie maakt zich zorgen over het lozen vankoelwater in de zomer. De heer Verkuijlen weet dat er een rapport is vanDeltares, waarin de temperatuur van de Rijn aan het eind van deze eeuw4,2 graden hoger kan zijn; ik zeg dit even als side-note. Ik onderken welhet belang van een zo gelijk mogelijk speelveld voor de industrie inEuropa. We zien allemaal wat er in de Botlek en in andere chemischeclusters gebeurt op dit moment, dus laat daar geen misverstand over zijn.Maar iedere lidstaat stelt zelf de doelen voor de waterlichamen. Dat is eenstukje maatwerk, want het ene waterlichaam is het andere niet.We gaan er natuurlijk over in gesprek met de riviercommissies, ofbilateraal als we erachter komen dat het impact heeft op Nederland.België heeft dezelfde temperatuurnorm. We weten dat dit in Duitslandanders ligt, en we gaan daarover in gesprek. Dat gesprek voeren we ookmet de stakeholders, dus niet alleen maar met de overheden. Ook hetbedrijfsleven vind ik een belangrijke stem hierin.De heer Bamenga vraagt: kan de Minister toelichten wanneer de vergun-ningen voor lozingen in lijn zijn gebracht met de Kaderrichtlijn Water?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72037 Rijkswaterstaat, de provincies, de waterschappen zijn op dit momentbezig... Ik heb het natuurlijk net gehad over de directe lozingen die onderRijkswaterstaat vallen, maar ik heb op dit moment geen eenduidig beeldvan de indirecte lozingen. Daar ligt het bevoegd gezag op provinciaal ofop gemeentelijk niveau. Ik gebruik dan zo’n overleg als die van morgenom te bekijken hoever deze partijen zijn met het ook daar actualiseren vande vergunningen die er zijn. Daar heeft iedereen een verantwoorde-lijkheid. Dit is zo’n onderwerp dat ik daar gewoon standaard gaagenderen, met een thermometer erbij. We kijken dan of iedereen eeninventarisatie heeft gemaakt ten aanzien van die indirecte lozingsvergun-ningen. Maar dat zal daar ook een behoorlijke impact gaan hebben op dehoeveelheid werk. Wij hebben dan voor eind 2027 alle KaderrichtlijnWater-relevante vergunningen bezien, en indien nodig ook herzien.Dan kom ik op de vraag van de heer Stoffer en de heer Bamenga. Degemeenten en de provincies hebben onvoldoende grip op deze indirectelozingen. De Kamer heeft vorig jaar een motie aangenomen waarin wordtgevraagd om een aanscherping van de aanpak en een versterking van derol van de waterschappen. Er loopt een evaluatie en in 2026 komt er eenpakket met oplossingsrichtingen, waaronder de optie om meer taken enverantwoordelijkheden terug te leggen bij de waterschappen. Wil deMinister het pakket van oplossingsrichtingen voor het volgende WGOnaar de Kamer sturen? U vraagt daar iets te veel. Ik erken de noodzaakvan meer grip op de indirecte lozingen. Daarover is geen enkel misver-stand. Ik zie ook de urgentie bij de medeoverheden. Op 12 novemberorganiseer ik een bestuurlijk symposium over het VTH-stelsel in de buurt,en vorig jaar heb ik u naar aanleiding van de motie een evaluatie van deafvalwaterketen toegezegd. Als onderdeel van de evaluatie wordt gekekennaar de verdeling van de bevoegdheden. Ik wil alleen niet vooruitlopen opde evaluatie. Dit gaat nog echt wat tijd vergen, ook voor een aanpassingvan de Waterwet 2009. Dan moet je door de Tweede Kamer en moet jedoor de Eerste Kamer. Het is maar echt de vraag of je daardoor meer griphebt, maar we zijn het nog verder aan het onderzoeken. We doen datuiteraard ook met de waterbeheerders, in dit geval de waterschappen.Dan kom ik bij de vraag van de heer Stoffer. Pfas is een veelkoppigmonster. Voor je het weet, verwijst iedereen naar elkaar, terwijl eenbronaanpak en zuivering en gerichte sanering van risicolocaties nodig is.Waterschappen pleiten daarom voor een landelijke pfas-coördinator omervoor te zorgen dat overheden niet naar elkaar wijzen, maar doenwaarvoor ze aan de lat staan. Pakt de Minister dit op? In de aanpak vanpfas wordt er gezamenlijk opgetrokken met de provincies, de gemeentenen de waterschappen, elk vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid.We ondersteunen bijvoorbeeld, waar mogelijk, al met de specifiekeuitkering voor onderzoek en sanering van pfas-vervuilde locaties. Eenlandelijke pfas-coördinator zal die gezamenlijke pfas-aanpak nietmakkelijker of sneller maken. Wij hebben wel een coördinator ten aanzienvan Zeeland en van Chemours. Voor deze twee dossiers – «projecten»noem ik het – hebben we wel een coördinator. Maar we hebben geenlandelijke coördinator. Waar instrumenten tekortschieten, hoor ik ookgraag waar het concreet over gaat. Maar dit is mijn aanvalsroute op ditonderwerp.Tot zover het blokje lozingen pfas voor nu.De voorzitter:Ik zie mevrouw Hertzberger als eerste.Mevrouw Hertzberger (NSC):Dank voor de beantwoording. Begrijp ik het goed dat er in Q1 wordtgekeken naar een gedeeltelijk lozingsverbod? Als dat zo is, hoe kijkt deMinister dan naar de lopende vergunningverleningen? Een hoopprovincies die nu... Neem deze casus in Weert. Maar er zullen er meer zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72038 die zo’n vergunning moeten beoordelen. Als u dan mogelijk in Q1 richtingdat gedeeltelijk lozingsverbod wilt gaan, is dat dan niet kwetsbaar voorprovincies om die vergunningen te verlenen? Hoe kijkt de Ministerdaarnaar? Ik snap dat de Minister niet het bevoegd gezag is, maarmisschien kan de Minister er wel een perspectief op geven.Minister Tieman:In Q1 heb ik meer informatie over wat er kan. Dan is het nog nietgeïmplementeerd – dat is het traject erna – maar Weert nemen we dan alseen van de casussen. We hebben dan te maken met bedrijven dieproduceren en een lozingsvergunning hebben. We hebben bedrijven diehet verzamelen. Zo probeer ik wel een richting te geven om hier een nogverdere minimalisatie te gaan inventariseren. Ik denk dat dit ook best welbaanbrekend is, mevrouw Hertzberger, ten aanzien van die aanpak. Zoverzijn we eigenlijk in al die jaren met praten niet gekomen. Ik wil wetenhoeveel het er zijn, en dat we daarna toch naar die minimalisatie gaan.Nog verder dan dat we dat kunnen doen. Maar als je bijvoorbeeld geenlozingsvergunning hebt – stel dat dat een uitkomst zou zijn en je zou datook met het bevoegd gezag afstemmen – dan moet je het gaanverbranden. Dan heb je een brijn, heb je een uitkomst, heb je een emissie,een effluent, noem het wat je wilt. Eigenlijk zijn alleen maar de zeerhoge-temperatuurovens, 800 tot 1.100 graden uit mijn hoofd, geschikt om dandie pfas-molecuul te kraken.De voorzitter:Dan moet je naar de buren toe.Mevrouw Hertzberger (NSC):Je brengt 5 kilo naar Tata. Ik weet niet wat voor een volume het is, maarnou ja...De voorzitter:U had een aanvullende vraag?Mevrouw Hertzberger (NSC):Misschien even over iets anders. Ik heb maar vier interrupties toch? Eenaanvullende vraag kan altijd nog?De voorzitter:Een aanvullende vraag kunt u stellen.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik vind het eigenlijk zeer te prijzen dat wij nu horen dat we ook richting datgedeeltelijk lozingsverbod stappen gaan nemen. Dat zou al groot nieuwszijn. Het is alleen zo dat er toch het risico is, als we hier die vergunningverlenen, dat je nog jarenlang – wie weet hoelang – zit aan 5 kilo pfas perjaar erbij, terwijl we die kraan nu echt dicht moeten gaan draaien enmoeten beginnen met het opruimen van de zooi. Dus de vraag is toch...Wellicht legt u toch wat gewicht in de schaal door te zeggen of dat nouwenselijk is, ook in het licht van mogelijk komend beleid.Minister Tieman:We nemen dat dan ook mee. Ik moet dan ook weten wat de lengte vanbepaalde vergunningen is. We kunnen daar wat meer informatie overinwinnen, maar we moeten daar dan toch even een wat langere ademhebben. We staan daar echt nog wel even aan het begin. Ik kan wellichtook geen inbreuk maken op bestaande zaken. Ik moet even goed gaankijken wat daar de consequenties van zijn. Daar hebben we nu eenmaalmilieuwet- en regelgeving voor. Daar heb ik ook echt nog juridisch adviesvoor nodig. Dat gaan we dan consolideren en dat komt dan ook in Q1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72039 richting de Kamer. Maar ja, dit is niet morgen opgelost; laat dat ookduidelijk zijn.Ik denk wel dat we weer een stap zetten als we dit zo meteen goed borgenmet elkaar, of in ieder geval een route hebben. Zo zie ik dat voor me. Ofwe het daarna kunnen gaan versnellen, of we inbreuk kunnen doen opbestaande zaken, moet ik dan ook nog even goed gaan bekijken. Maar ditdoe ik dan ook in alle openheid met de bevoegde gezagen waar we meebezig zijn. Ze kijken ook hier door de camera mee naar dit debat. Decommunicatiekanalen naar de diverse omgevingsdiensten staan open tenaanzien van waar ze nu mee bezig zijn. Als zij problemen hebben, dankunnen ze ook richting het Rijk voor eventuele zaken. Dus op ditonderwerp zijn de kanalen open.De voorzitter:Dan gaan we snel door naar de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Ik heb een vraag over de indirecte lozingen. De Minister gaf, naaraanleiding van mijn vraag om een pakket met oplossingsrichtingen voorhet aankomende WGO naar de Kamer te sturen, daar antwoord op. Ikmoet erbij zeggen dat het WGO nog niet gepland is. Ik schat in dat wij hetidee hebben dat dat dan wellicht te vroeg komt. Dat kan ik me voorstellen.De Minister zegt dat die evaluatie nog loopt. De oplossingsrichtingenkomen daar wellicht uit voort. Dus het duurt langer. Kan de Ministermisschien iets zeggen over of hij een planning heeft voor wanneer hijdenkt dat hij het naar de Kamer zou kunnen sturen? Ik vraag niet hetonmogelijke, maar wel om richting te hebben. En dan gaat het niet om deexacte maand, maar is dat Q2, Q3, Q4? Waar hebben we het over?De voorzitter:Ter info van de heer Stoffer: vandaag is bekendgemaakt dat het WGOWater op 2 februari 2026 zal plaatsvinden.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Dat heb ik vandaag in alle drukte niet... Dit had ik gisterenal gehoord eigenlijk.De voorzitter:Ik krijg het ook zojuist in mijn oor gefluisterd. Vers van de pers zullen wemaar zeggen. De Minister voor de beantwoording.Minister Tieman:Ik houd het op een kwartaal. Dat is dan Q3 van volgend jaar.De voorzitter:Q3. Ik zie meneer Verkuijlen voor een korte vraag richting de Minister.De heer Verkuijlen (VVD):Zo’n eindsprint: alleen ga je harder, maar met z’n allen kom je verder. Datwas het, geloof ik. In de beantwoording van de Minister van de vraag overdat koelwater: fijn dat u dat aankaart als het gaat over het gelijkespeelveld. Bij mijn bezoek aan Botlek heb ik ook gezien waar men meeworstelt om te kunnen voldoen aan die normen. Dat heeft nogal een groteimpact, ook op de bedrijfsvoering van het bedrijfsleven.Mijn vraag was dan ook – dat was het tweede deel van de vraag – of wenu voldoende inzicht hebben in de impact die het heeft voor het bedrijfs-leven. De Minister gaat hierover met het bedrijfsleven in gesprek. Dat isook cruciaal, denk ik. Als zij inderdaad willen voldoen, dan zijn hunmogelijkheden op een gegeven moment beperkt als we een steedsverdere opwarming krijgen van het klimaat. Dan wordt, zeg maar, hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72040 koelen van water steeds ingewikkelder, steeds duurder ook. Tegelijkertijdwillen we ook wel die Kaderrichtlijn Water houden. Dit stelt u in het laatstedeel van uw sprint toch nog wel voor wat uitdagingen. Ik was evenbenieuwd hoe de Minister daarnaar keek.Minister Tieman:Wat dat betreft heeft innovatie ook zijn prijs. Ik laat mij informeren overwelke innovaties, welke handelingsperspectieven het bedrijfsleven dannog heeft. Ja, ik heb hier nog wat meer informatie voor nodig. Dus ik ganu het proces in om te bekijken wat dan die impactassessment is; waarstaan we voor en wat zijn de onmogelijkheden. Kunnen we dat ook nogmet... Ik kijk toch even naar wat verzachtende omstandigheden in de vormvan een technologische subsidieregeling of voor bepaalde onrendabeletoppen, wanneer die zich zouden aandienen. Ik noem het maar. Maar ikmoet eerst informatie hebben over of daar überhaupt een technischhandelingsperspectief is en wat ook de impact is ten aanzien van deecologie. Dat plaatje moet ik eerst even scherp hebben. Ik ga met datplaatje de komende periode aan de slag, want ik heb die signalen ookontvangen.De voorzitter:U heeft goed geconstateerd, meneer Gabriëls, dat dit uw laatste inter-ruptie is.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):En die gebruik ik even voor de verduidelijking van datgene wat mevrouwHertzberger gevraagd heeft en ik ook gevraagd heb, om dit even helemaalaf te kaderen. In Q1 2026 komt er een uitwerking van een nationaallozingsverbod. Het Europese traject gaat over een productverbod; datlaten we even daar. De motie gaat over een lozingsverbod. In Q1 komt ereen uitwerking van wat er wel en niet kan. Dan lees ik even de motie voordie op 10 oktober 2024, dus exact een jaar geleden, is ingediend. Allemaaloverwegingen en constateringen dat het allemaal lang duurt: «... verzoektde regering om voor de zomer een verbod op het lozen van pfas uit tewerken». Die motie heeft een meerderheid gehad. Voor de zomer was dusjuli. Toen hebben we een brief gekregen en heeft de Minister gezegd: hetkan niet totaal, het kan wel gericht gedeeltelijk. En dat «gedeeltelijk» gaanwe verder uitwerken. Daarom vragen we er nu om.Het «gedeeltelijk gaan we verder uitwerken» wordt nu uitgesteld tot Q12026. Dan verwachten we toch, denk ik wel, niet alleen een uitwerking,maar ook de manier waarop je het dan implementeert. Anders gaan wehet weer uitstellen. Dit is een aangenomen motie uit 2024. Dus wat er welen niet kan plus een route om het te implementeren. De contouren van dewet, wordt hier al gezegd. Nou dat is dan... En heb ik het goed begrependat Weert als casus wordt meegenomen? Dat zou ik toch graag alstoezegging genoteerd willen hebben.De voorzitter:Dat was eigenlijk uw vijfde.Minister Tieman:De route van implementatie zal dan duidelijk zijn en op papier staan.De voorzitter:Ik hoor de Minister zeggen: schrijf maar op. Dus ik zou zeggen: meneerGabriëls, schrijf op. En nou ja, dat de motie in 2024 is aangenomen en nual wordt uitgewerkt, vind ik nog rap als ik naar sommige moties in dit huiskijk.Ik kijk even rond. Dit was het tweede blokje. Ja? Ik kijk ook angstvallignaar de klok natuurlijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72041 Mevrouw Hertzberger (NSC):Als het toch over toezeggingen gaat. Ik hoorde dat de Minister graag kijktnaar de mogelijkheid voor satellieten. Ook illegale lozingen zijn daar veelmakkelijker op te zien. Daar kan je je echt niet voor verstoppen. Kan ikdaar ook een toezegging op krijgen, en even aanvullend dat de Ministerdaarnaar gaat kijken en gaat onderzoeken wat daar mogelijk is?Ik wil nog even doorgaan op het pfas-meetnetwerk. Als je nu naar eenregulier laboratorium gaat en naar de massaspectrometer gaat, dankunnen ze dat niet meten. En dat komt door het teflon. Je hebt wel allerleilaboratoria die meten voor water en voor onderzoek natuurlijk. Maar jehebt bijvoorbeeld ook een heleboel burgerwetenschappelijke initiatievenwaar ze zelf pfas willen meten, en onderzoekers die dat laagdrempelig opde middelbare school willen doen, en allerlei verenigingen die zelfonderzoek willen doen naar waar het in zit. Zit het in mijn eieren, zit het inhet water, zit het in de babymelk, zit het in mijn borstvoeding? Al dievragen; burgers willen dit weten. Het is nu ontzettend duur, het is niettoegankelijk en het gaat heel erg langzaam. Dat komt omdat er zo veelmassaspectrometers op dit moment niet gevalideerd zijn...De voorzitter:En uw vraag is, mevrouw Hertzberger?Mevrouw Hertzberger (NSC):Mijn vraag is of de Minister goed wil kijken of dat pfas-netwerk niet simpelmet onderzoek kan worden uitgebreid, zodat het veel laagdrempeligertoegankelijk is om pfas in de eigen leefomgeving inzichtelijk te maken.De voorzitter:Ik zou bijna willen zeggen: ja of nee, Minister?Minister Tieman:Op beide vragen, want u heeft er twee gesteld: ja. Op de eerste «ja», op detweede «ik ga ernaar kijken».De voorzitter:Schrijft u maar op. Dit was het tweede blokje. Dan gaan we nu naar hetderde blokje toe. Volgens mij was dat droog, zoet. Of drinkwater? Ja,drinkwater inderdaad. Ik wou al door, maar...Minister Tieman:De heer Grinwis vraagt hoe het staat met zijn motie om projectbesluitenvoor de drinkwaterinfrastructuur aan te wijzen als besluiten van zwaar-wegend maatschappelijk belang, en hoe het staat met zijn motie, samenmet collega Heutink, om beleids- en/of wetswijzigingen door te voeren omsneller nieuwe drinkwaterbronnen te vergunnen. Beide moties komen aanbod in de kabinetsreactie op STOER. STOER staat voor Schrappen vanTegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving. Die komen in dekabinetsreactie en ik verwacht dat die er half oktober is. Dan zal de Kamergeïnformeerd worden via de Minister van VRO.De heer Grinwis vraagt hoe de Minister de vinger aan de pols houdt tenaanzien van de uitvoering van het Actieprogramma BeschikbaarheidDrinkwaterbronnen. In het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwater-bronnen 2023–2030 hebben we bestuurlijke afspraken gemaakt over hetbelang van tijdige realisatie van drinkwaterproductiecapaciteit. Zoalstoegezegd in het debat van 26 maart zal de Kamer geïnformeerd wordenover de voortgang. De eerste rapportage verwachten we begin 2026. Ikbespreek dit ook tijdens de bestuurlijke gesprekken. En dat is dan niet hetbestuurlijk gesprek Kaderrichtlijn Water. Ik heb nog een BestuurlijkOverleg Water met de diverse gedeputeerden. Dat is ten aanzien van ditonderwerp belangrijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72042 Dan kom ik op de vraag van de heer Verkuijlen. Waarborg toegang totdrinkwater voor bedrijven die niet zonder kunnen door de wet aan tepassen: bakkers, ziekenhuizen. De heer Stoffer? Een vraag van beiden?Oké, ja. Ik begrijp heel goed dat bedrijven bang zijn dat als de schaarstevan drinkwater toeneemt, zij misschien niet meer beleverd worden. In hetWGO van januari 2024 is hier inderdaad over gesproken. Dit leidde tot eentoezegging. Deze is afgedaan met de Kamerbrief van juni 2024 waarin wehet volgende hebben afgesproken: de drinkwaterbedrijven brengen opmijn verzoek in kaart welke zakelijke afnemers er zijn, hoe die zijn tetyperen, hoeveel water ze gebruiken en of ze echt drinkwater nodighebben of water van mindere kwaliteit kunnen gebruiken, bijvoorbeelddemiwater. Voor een bakker lijkt me dat weer anders liggen. Uitgangspuntis het juiste water voor het juiste gebruik. Bedrijven die het water vandrinkwaterkwaliteit met de bestemming «productiemiddel» of «grondstof»gebruiken, vallen nu niet onder de zorg- of leveringsplicht. Na dezeanalyse kunnen we dit heroverwegen.De heer Verkuijlen had de vraag of ik duidelijkheid kan geven over hettraject financiële gezondheid drinkwaterbedrijven op de langere termijn.Wanneer kan de Kamer deze aanpassing verwachten? In oktober wil ik deinternetconsultatie voor deze wetswijziging gaan starten. Mijn ambte-naren zijn op dit moment de puntjes op de i aan het zetten ten aanzien vanhet wijzigingsvoorstel. Mijn streven is om dit wijzigingsvoorstel in oktobervoor te leggen aan de ministerraad; daarna zal er een internetconsultatiestarten. Na de consultatiefase waarin de wijziging ook langs de Raad vanState zal moeten, wordt het voorstel met de Kamer gedeeld.De voorzitter:Via de voorzitter graag, meneer Gabriëls.Minister Tieman:Is het duidelijk? Ja? Oké.Dan kom ik op de vraag van de heer Bamenga of ik van plan ben omdrinkwaterbesparing goed aan te pakken. Ik heb met veel partijen hetNationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing opgesteld. Dat is in 2023aan de Kamer aangeboden. Hierin staan veel maatregelen om drinkwater-besparing te bevorderen en toe te werken naar de doelstelling van 100liter per persoon per dag voor particulieren en een 20%-besparing voor debedrijven. De uitvoering hiervan ligt op schema en ik bespreek dat in aprilweer met het Bestuurlijk Overleg Water.Tot zover het blokje drinkwater.De voorzitter:Er zijn geen aanvullende vragen over dit blokje, dus gaan we snel door.Minister Tieman:Dan ga ik door naar het blokje droogte zoetwater. De heer Grinwis en deheer Pierik stelden de vraag: zullen we de demissionaire periodegebruiken voor de verzoeting van de Grevelingen, om die een eerlijkekans te geven? Ik wil hier ook wel heel duidelijk zijn. Het is te prijzen dat inZeeland een initiatief is genomen om dit verder te bekijken. We hebbenallemaal het voorbeeld van het IJsselmeer dat natuurlijk een enormezoetwaterbuffer is. Daar zul je ook rekening mee moeten houden als jedaar heel veel wilt gaan bouwen. Maar voor de Grevelingen hebben we temaken met een gestratificeerd systeem met verschillende lagen: zout,zoet. En het gaat op sommige punten ook wel 50 tot 60 meter diep, watzuurstofloos is. Dan heb je eigenlijk ook wel getijdewerking nodig en eenspoeling. Het project dat nu voorligt, en weet dat ik hier de knapstekoppen op heb zitten... Maar waterkwaliteit is ook echt een belangrijkpunt. En dat is nu net waarvan ik denk: ben je daar dan nu goed bezig? IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72043 wil dat dit in de regio goed wordt besproken en daarna zouden we wat datbetreft op bepaalde punten nog een verdieping kunnen doen.Ik zie daar qua techniek best wel wat uitdagingen. Dan is het denk ik ookeerlijk om daar op kortere termijn duidelijkheid over te geven. Laat datdan ook binnen nu en een zestal maanden zijn. Op korte termijn is er eenBestuurlijk Overleg met de regionale partners. Ik wil ook dat daar – datbetekent misschien niet 100% – een goed inhoudelijk debat wordtgevoerd, want anders zie ik hier toch echt wel wat punten. Dan zouden wenog een verdieping kunnen doen, maar dan kom je ook vrij snel – datduurt geen jaren – tot de conclusie: moet je dit verder willen onderzoekenof niet? Laten we dat dan ook echt duidelijk met elkaar concluderen. Maarik heb hier wel de knapste koppen op zitten om dit goed te begeleiden.Het is weerbarstig, kan ik u vertellen. Het is geen eenvoudig aspect. Totzover de Grevelingen op dat gebied.De heer Grinwis vraagt hoe het staat met het project Terugbrengen vangetij in het Grevelingenmeer. Aanvullend onderzoek loopt en ik verwachtdaar resultaat in het eerste kwartaal van 2026. Rijk en regio, ook deprovincie Zeeland, gaan nog steeds voor het terugbrengen van eenestuariene dynamiek in het Grevelingenmeer. Op dit moment loopt eenaanvullend onderzoek met een kleiner doorlaatmiddel om in deBrouwersdam ook 40 centimeter getijslag te laten realiseren tegen laterekosten. De verwachte oplevering van het onderzoek is dus in het eerstekwartaal en het besluit voor een vervolg laat ik echt over aan een volgendkabinet.Dan kom ik op de vraag van de heer Grinwis. Droogte moeten webestrijden op alle fronten: zuinigheid, beprijzing, lokale opslag, slimmeredistributie. Maar hoe zit het met grootschaligere maatregelen? In hetkader van herijking van het Deltaprogramma Zoetwater, het NationaalWaterprogramma 2028–2033, verkennen we grootschalige maatregelen inhet hoofdwatersysteem zoals het verbeteren van de waterverdeling overde Rijntakken, het vergroten van de zoetwaterbuffer in het IJsselmeer enmaatregelen om verzilting in de Rijn-Maasmonding tegen te gaan. Wehadden het over 50 kuub per seconde, voor de Rijnmond hebben we hetover 800 kuub. Het eerlijke verhaal is dat deze maatregelen de waterte-korten in de regio’s niet oplossen, maar hoogstens een beetje verzachten.Alle watergebruikers in alle gebieden zullen zich moeten aanpassen aandrogere zomers door minder water te gaan gebruiken, het aanpassen vande ruimtelijke inrichting, het vasthouden en het opslaan van water en hetaccepteren van meer verziltende condities in de kustgebieden.Ik wil nog één opmerking maken ten aanzien van het Grevelingen. Als wehet dan echt hebben over de schaarste van de agrarische sector, dan zouik nog eens een keertje goed willen kijken naar wat we daar dan kunnendoen met het effluent. We hebben zo’n beetje anderhalf keer de drinkwa-terbehoefte in Nederland beschikbaar. Wanneer je 100% van het effluentzou kunnen inzetten voor drinkwater – en dat is gewoon effluent datvanuit de rioolwaterzuiveringen komt – dan kost dat natuurlijk wel wat,maar theoretisch-technisch komt er eigenlijk steeds meer naar voren. Datzien we ook in andere delen van de wereld gebeuren. Maar dat heeft weleen ander prijskaartje dan het beter vasthouden van het hemelwater, dateigenlijk gewoon gratis valt. Laat dat ook duidelijk zijn.De heer Bamenga vraagt of alle sectoren worden verplicht om onttrek-kingsvergunningen aan te vragen, ook voor de landbouwsector. Ja, allesectoren moeten een onttrekkingsvergunning aanvragen als dehoeveelheid die zij onttrekken boven de vergunningsgrens uitkomt. In dereglementen van de bevoegde gezagen is opgenomen bij welkeonttrokken hoeveelheden een vergunning moet worden aangevraagd. Opdit moment ben ik bezig met het uitwerken van een meer uniformemelding en vergunningsplicht voor onttrekkingen. Daar wordt geenonderscheid gemaakt tussen sectoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72044 De heer Bamenga vraagt wat het gevolg is van de belasting op oppervlak-tewater en grondwaterheffing. Er komt geen belasting op oppervlakte-water. We hebben nu ook net het besluit, de bol, genomen. Ik denk dat wedaar nu ook een enorme stap hebben gezet ten aanzien van belasting opleidingwater boven de 300 kuub. Ook hier kan een behoorlijke streeponder, in mijn optiek. Dit is wel waar ook jaren over gesproken is en er isdraagvlak vanuit de sector. Hoe mooi zou je het bijna willen hebben?Ik heb belasting van het oppervlaktewater onderzocht. Dat lijkt nu niet hetmeest effectieve instrument om op te sturen ten aanzien van waterbe-sparing. Ik werk wel aan andere instrumenten om te sturen op waterbe-sparing, zoals een kader voor watervragers van het hoofdwatersysteem,en aanpassingen aan regelgevingen ten aanzien van onttrekkingen. Ookonderzoek ik daarbij de mogelijkheden om de provinciale grondwater-heffing te verhogen en te verbreden. Komend jaar informeer ik u naderhierover.Dan kom ik bij de vraag van de heer Stoffer. Wordt het Volkerak-Zoommeer aangemerkt als een strategische zoetwaterbuffer? Ja, hetVolkerak-Zoommeer is een strategische zoetwaterbuffer. En dit is voor deZuidwestelijke Delta een belangrijke buffer om weerbaar te zijn voor dedroge periodes.Tot zover het blokje droogte zoetwater.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we snel door naar het volgende blokje.Minister Tieman:Waterveiligheid. Wordt het tijd voor een nieuwe evaluatie van de sluitingvan de Maeslantkering? Het sluitpeil is bepalend voor hoe vaak de keringsluit. We zijn op dit moment bezig met het Kennisprogramma Zeespiegel-stijging. Eind 2026 verwacht ik daar meer informatie over. Dit wordt daarindan meegenomen. Maar we doen dat niet alleen voor de Maeslantkering.We doen dat ook voor de vijf andere keringen die met de Noordzee temaken hebben. De resultaten ziet u volgend jaar terug in het eindrapportKennisprogramma Zeespiegelstijging en in de herijking van het Deltapro-gramma.Dan kom ik bij de vraag van de heer Verkuijlen. De VVD vindt dat deinfrastructuur voor hoogwaterbescherming als kritieke entiteit aangemerktzou moeten worden. Deelt de Minister deze mening? Het proces keren enbeheren waterkwantiteit is al sinds 2005 aangemerkt als een vitaal procesbinnen de Nederlandse beschermingsaanpak van de vitale infrastructuur.Dus het antwoord is: ja. Dit betekent dat ik de intentie heb om desectorpartijen die een belangrijke rol spelen, zoals Rijkswaterstaat enwaterschappen, aan te wijzen als kritieke entiteit onder de nieuwe Wetweerbaarheid kritieke entiteiten. Met deze wet, die nog bij de TweedeKamer ligt, wordt de fysieke weerbaarheid van deze vitale infrastructuurgeborgd en verhoogd.We hebben binnen IenW een twaalftal vitale sectoren. We zijn ook bezigmet de risicoanalyses. Dat verschilt per sector, dus dat wordt daar ook inmeegenomen. Maar daar heeft iedereen wel zijn eigen tempo. De een isdaar wat eerder dan de ander. Weerbaarheid is op dit moment echt eenaandachtspunt voor mijn periode hier, en ik hoop ook daarna.Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Hertzberger. Nederland iskwetsbaar voor digitale dreigingen. Dit geldt ook voor de waterwerken. In2019 is het rapport van de Algemene Rekenkamer uitgebracht over deveiligheid van de systemen. Mevrouw Hertzberger wil graag een update.Ik deel de analyse dat dit belangrijker wordt. Naar aanleiding van hetrapport van de Algemene Rekenkamer «Digitale dijkverzwaring: cyberse-curity en vitale waterwerken» heeft Rijkswaterstaat een aantal digitaleweerbaarheidsmaatregelen geïdentificeerd en begin van het jaar 2020aangeboden aan IenW. Ik ga graag nog een keer met deze commissieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72045 delen wat daaruit is gekomen. Daar staan zaken in. Het is dus afgerond enhet waarborgen en verhogen van de digitale veiligheid is een permanentaandachtspunt. Er zitten een aantal confidentiële zaken in, maar deinformatie die openbaar is zal ik u nogmaals doen toekomen.Dan vraagt de heer Verkuijlen naar de impact... Even kijken hoor,waterkwantiteit. Ja. Gedurende de implementatie van de richtlijn ben ik ingoed overleg met de relevante sectorpartijen om de implementatie tot eengoed einde te brengen.Mevrouw Hertzberger vraagt of men in een noodsituatie, bijvoorbeeldstroomuitval, dan ook de waterveiligheid kan garanderen en of er ookanaloge alternatieven beschikbaar zijn? Ja, voor dergelijke situaties zijncrisisplannen beschikbaar. Ik was laatst bij een kering waar zelfs ook eenhandmatige bediening is. Dan moet je wel tien mensen optrommelen enben je ook een tijdje bezig, maar dat kan. Zo kijken we er natuurlijk echtnaar. Bij objecten waar geen noodstroomvoorziening beschikbaar is, zijner afspraken gemaakt om veiligheid te borgen, bijvoorbeeld bij dewaterschappen om tijdelijk te stoppen met bemalen, zodat we het waterdan niet hoeven af te voeren.De heer Grinwis vraagt welk gewicht de zesjaarlijkse herijking van hetwaterbeleid heeft. Het Deltaprogramma onder leiding van een onafhanke-lijke deltacommissaris, de heer Co Verdaas, voert een zesjaarlijkseherijking uit. De uitkomsten van die herijking vormen een bouwsteen voorhet nieuwe beleid. U heeft het ook met Prinsjesdag aangeboden gekregen.Dus de financiering, de langeretermijnfinanciering, heeft hij daarinopgenomen en heb ik middels de Kamerbrief ook omarmd, zodat dat ookin de toekomst echt geborgd is voor de deltawerken 2.0.De heer Grinwis gaf aan dat als het aan hem ligt niet alleen onderzoeknaar de verzoeting van de Grevelingen, maar ook het blauwgroeneenergieplan Delta21 en het door hem eerder ingebrachte WaterbergingGrevelingen, Hollandkering, Merwedekering, kustuitbreiding eenverankering in het Deltaprogramma krijgt. Deelt de Minister deze mening?Het Deltaprogramma onder leiding van de onafhankelijke deltacommis-saris bepaalt wat het Deltaprogramma herijkt of onderzoekt. Wat datbetreft sta ik daar op afstand. Er is uiteraard goed overleg met de staf vande deltacommissaris. In het Deltaprogramma wordt geen beleidverankerd. De beleidsmatige duiding heeft de Kamer separaat ontvangen.Tot zover het blokje waterveiligheid.De voorzitter:Dank u wel. Ik zag vanuit mijn ooghoek mevrouw Hertzberger al, zegmaar, popelen om een aanvullende vraag te stellen. En dat is de vierde.Mevrouw Hertzberger (NSC):Dank dat de Minister de informatie uit 2020 over Rijkswaterstaat wilsturen. Dat is al wel vijf jaar geleden. Even ter vergelijking: bij het datalekin Rijswijk bleek dat de inspectie daar nog nooit een bezoek had gebrachten naar veiligheid heeft gekeken. We weten allemaal wat het gevolgdaarvan is geweest. Kan de Minister ook toezeggen dat daar opnieuwwordt gekeken naar hoe het er nu mee staat? Ik begrijp dat er allemaalwetgeving aankomt, maar ik denk dat de situatie nu zo precair en zourgent is, zeker gezien de hacks en de grootschalige aanvallen die wehebben gezien, om daar op korte termijn een nieuwe doorlichting te doenvan ook de netwerkveiligheid bij de waterwerken.Minister Tieman:Ik heb ook net nog wat additionele informatie ontvangen ten aanzien vanuw vraag. Naar aanleiding van het rapport van de Rekenkamer is er bijRijkswaterstaat een versterkingsprogramma cybersecurity opgestart. In2021–2022 is de Kamer geïnformeerd over dit programma middelstechnische briefings en de verzamelbrieven voor de waterdebatten. Er isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72046 in juni 2022 een brief naar de Kamer gestuurd over het versterken van decyberweerbaarheid in de watersector. Daarin is ook de inhoud en deplanning van het programma van Rijkswaterstaat opgenomen. Datprogramma is inmiddels in 2024 afgerond. Maar ik ga dat op papier zettenvoor u en dan kunt u dat zien, ook ten aanzien van onze stresstesten etcetera. En dan kunnen we zien of daar dan nog meer voor nodig is of niet.Het is dan niet uit 2020; dit is dus later dan 2020. In 2024 is datprogramma afgerond en zijn er investeringen geweest. Weet dat wij nu,gelet op de weerbaarheid, ook met zaken bezig zijn. De heer Christophevan der Maat, de oud-Staatssecretaris van Defensie, doet nu bijvoorbeeldSpoortafel, maar ik wil eigenlijk dat hij ook langs andere sectoren gaat.Wordt vervolgd, maar dit krijgt u in elk geval toegestuurd.De voorzitter:De heer Verkuijlen zag ik ook volgens mij.De heer Verkuijlen (VVD):Ja. Nog even over dat antwoord over het aanmerken als vitale entiteit.Mijn vraag was meer... We hebben dat nationaal natuurlijk allang gedaan,en terecht. Maar dit gaat er juist om dat het Europese regelgeving betreft.Daar is een format en daar zijn drinkwater- en afvalwatersectorengenoemd. Mijn vraag was eigenlijk precies: is de Minister bereid om er inEuropees verband voor te zorgen dat wij als Nederland ook, zeg maar, dewaterbescherming toevoegen als entiteit? Ik kan me voorstellen dat zedaar in Zwitserland minder last van hebben, maar in Nederland ligt dattoch net even anders.Minister Tieman:Kunt u nog kort toelichten waarom u dat zou aanmerken?De voorzitter:Ik hoor een wedervraag.De heer Verkuijlen (VVD):Waarom ik dat zeg? Ik vind dat, als we Europees kijken, en dit is wat alskritieke entiteit... Het is leuk, de NCTV heeft dit op zijn voorpagina staan.Dus dan zal het er wel in zitten, denk je. Dat is niet zo. Ik vind hetbelangrijk dat als we het in Europees verband hierover hebben – want dieuitzonderingen mogen we maken als lidstaten – we zeggen: wat wilt u ernog aan toevoegen? Dat is mijn vraag eigenlijk, via u voorzitter, aan deMinister. Is de Minister bereid om die waterveiligheid, specifiek voorNederland, toe te voegen, omdat het niet alleen maar gaat over deveiligheid in de zin van het drooghouden van onze voeten, maar ookomdat we heel kwetsbaar zijn als buitenlandse mogendheden iets naars inde geest hebben?De voorzitter:Is de Minister bereid om de waterveiligheid toe te voegen als entiteit?Minister Tieman:Ik ga daarnaar kijken en dan kom ik er nog schriftelijk bij u op terug wat deanalyse daarvan is.De voorzitter:Dan gaan wij nu door naar het blokje klimaat.Minister Tieman:Klimaatadaptatie en ruimte. Wat is de status van de regelgeving voornieuwe woningen en piekbuien, vraagt de heer Grinwis. Via het Woontop-proces van de Minister van VRO onderzoeken we de mogelijkheden voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72047 landelijke, uniforme kaders voor het beperken van de piekbuien, van deoverlast. Ik zie trouwens allemaal mooie voorbeelden om ons heen tenaanzien van de verharding en ook van bergingscapaciteit in het dichtbe-volkte gebied waar wij zitten. Het is niet altijd makkelijk; het is eenruimtelijke puzzel. Hierbij gebruiken we de landelijke maatlat. En ook hierzullen normen worden opgenomen in het project STOER. Daar komt dusook een kabinetsappreciatie van in oktober via de Minister van VRO.Daarin staan een aantal interessante normen. Daar hebben we ook opmeegekeken. Het doel is om richting het einde van het jaar in overleg metde Woontoppartners een besluit te nemen over de borging van dezelandelijke normering. Dit creëert duidelijkheid voor alle projectontwikke-laars en bouwers en versnelt de woningbouw.Dan kom ik op de vraag van de heer Verkuijlen. Door terughoudendeprovincies en ingewikkelde procedures duren vergunningsprocedures nuveel te lang, rond de tien jaar. Ja, voor elk groot project in Nederland meteen aanzienlijke ruimtelijke impact geldt dat besluitvorming zorgvuldigmoet gebeuren, maar we hebben inderdaad te maken met langedoorlooptijden. Voor projecten van nieuwe drinkwaterwinningen is datniet anders. Ook hier verwijs ik naar STOER. Daar worden een aantalzaken in opgenomen over de mogelijkheden voor de versnelling van dezeprocedures.Ik kan me zelf nog de Crisis- en herstelwetachtige zaken herinneren. Maarik kan me aan de andere kant ook nog een lng-terminal in de Eemhavenherinneren waar het vergunningsproces wel heel erg snel is verlopen. Dusja, het kan wel. We moeten hier stappen maken. We hebben het hier bestwel ingewikkeld gemaakt met elkaar, maar we hebben ook inspraakproce-dures; dus daar een goede balans tussen. Milieuvergunningen aanvragenis zo’n beetje eredivisievoetbal in dit land. Dat heeft ook een reden, en danmoet je ook goede adviseurs aan je binden om dat te doen. Desondanks ishet wel heel erg complex; dat ben ik met u eens. Binnenkort meerhierover bij de kabinetsappreciatie.De heer Grinwis vraagt hoe het staat met de uitvoering van de motieinzake de randen van het Markermeer, IJmeer en de randmeren. Dewoningbouwinitiatieven langs de randen van de meren zijn mogelijk. Wehebben het net ook over het moonshot-project gehad. Dat gaat welmeteen naar 60.000. Dus dit is wel iets anders. Maar naar aanleiding vande motie scherp ik de regels voor buitendijks bouwen niet aan. De huidigeregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving, Bkl, bieden hiervoorvoldoende kaders aan de gemeenten.Voor onze zoetwatervoorziening en de waterveiligheid blijft het wel vanbelang dat de huidige zoetwatervoorraad – dat is waar ik dan even opdoel, het IJsselmeer – wel echt een heel belangrijk punt is, ook voor hetMarkermeer, en in feite mag dat niet heel veel verder worden verkleind.Verkleinen van de buffer betekent vaker watertekort voor boeren en voorbedrijven. Het verkleinen van de bergingscapaciteit betekent vakeroverlast en schade. Maar ik zie aan de andere kant wel weer mogelijk-heden, maar dan praat je toch over bijvoorbeeld die insteekhavens inRotterdam waar geen schip meer in gaat komen. Dan praten we niet overde tien woonvilla’s, dan praten we echt over een grote stap. Dat heb ikveel meer voor ogen, eerlijk gezegd.Maar qua financiën wordt dit ook een behoorlijke uitdaging, want dewoningen zijn nu eenmaal kostbaarder. Maar ten aanzien van waterkwa-liteit zou je hier best wel eens een leuke combinatie kunnen maken, wanter zijn ook hele ecosystemen die weer onderaan die schepen vast komen.Dan moet je het niet helemaal dichtmaken, want dan komt er geenzonlicht meer bij. Dus ja, ik zit daar wel een beetje tussenin. Die moonshotMarkermeer-IJsselmeer vind ik moeilijk, maar ik zie aan de andere kantnog wel heel veel andere mogelijkheden. In Zwolle zijn ze nu bijvoorbeeldbezig en in de Merwe-Vierhavens zijn plannen. Dan praat je echt over eenbehoorlijke schaalvergroting, ook op sociale woningbouw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72048 De heer Grinwis vraagt: wil de Minister met zijn collega van Volkshuis-vesting een scenariostudie doen naar IJstad? Ik snap de behoeftenatuurlijk dat we veel woningen bouwen. Ik zie ook kansen voor drijvendbouwen op water, wonen op water. Daar heb ik het net over gehad. Maarhet Markermeer en het IJsselmeer spelen echt een enorm belangrijke rol.Wat dat betreft ben ik op dit moment niet bereid om die scenariostudievoor IJstad te doen. Dat is een omvang van 2.500 hectare en dat past daargewoon niet in. Het vergroot het watertekort tijdens droogte en de kansop wateroverlast bij een teveel aan water. Voor andere zaken zie ik welveel meer mogelijkheden, voor deze niet.Dan vraagt de heer Grinwis of ik ook kans zie om tegelijkertijd met IJstadde waterkwaliteit te verbeteren als het ware een maxi-Marker Wadden.Het bouwen van een nieuwe grote stad of eilanden in het water verbetertde waterkwaliteit niet. Ik had het net wel over die ecosystemen onder dewoningen, maar het neemt een enorme hap uit het wateroppervlak vanhet Markermeer, 2.500 hectare. Met het bouwen van een grote stadverdwijnt ook de 2.500 hectare van onze zoetwatervoorraad en dewaterberging. We verkleinen dan de zoetwaterbuffer met 7,5 miljoenkuub; gewoon even wat facts en figures. Ik werk wel aan de ecologischewaterkwaliteit met maatregelen in het kader van de ProgrammatischeAanpak Grote Wateren.De heer Grinwis vraagt: hoe zorgt de Minister dat de watersector geenregels oplegt aan bouwers waarover ze niet meegedacht hebben en waaronevenredig veel kosten voor gemaakt moeten worden? De Ministeriesvan VRO en IenW betrekken belanghebbenden als er regels ontwikkeldworden. Zo zijn er voorstellen vanuit de Woontop gebaseerd op regels uitde praktijk, waar ontwikkelaars en bouwers ook aan meewerken. Ook zijnbouwers en ontwikkelaars onderdeel van de Woontop en de uitwerking.Tot zover het blokje klimaatadaptatie.De voorzitter:Ik zie meneer Pierik.De heer Pierik (BBB):Ik sla even aan op het onderwerp «drijvende woningen». De Minister gafaan dat er in Zwolle een interessant project loopt. Ik zou eigenlijk willenweten wat voor orde van grootte dat zou betekenen als we wat meer vanzulk soort pilots her en der gaan uitrollen. Of blijft het toch redelijkkleinschalig? Waar moet ik ongeveer aan denken? We hebben natuurlijkeen opgave van 100.000 woningen per jaar. Ik kan me voorstellen dat hetniet gelijk 1.000 woningen per jaar kan opleveren. Maar waar moet ikongeveer aan denken?Minister Tieman:Ik denk op dit moment... Ik heb ook met een autoriteit op dit gebiedgesproken, Rutger de Graaf; hij was hier onlangs. We gaan nu echt van dewoonvilla’s die we allemaal wel een beetje kennen, van de tientallen naarde projecten waar de honderden, de duizenden zijn. Maar dan praten weniet over 10.000. Daar zit echt nog een stap tussen. Er zijn nu een stuk ofvier projectvoorstellen, nog mooi op de tekentafel. Er zijn ook bijzonderewebsites voor, waar informatie ingewonnen kan worden. Dat zie ik, eerlijkgezegd, veel meer voor me. Maar er zal ook een grote financieringscom-ponent komen. Aan de andere kant beweegt zo’n woning ook vaak op enneer met het water. Ik zie daar wel weer wat mogelijkheden. We staandaar nog echt aan het begin, maar wel meer dan de tientallen woningendie we nu hebben gedaan. Voordat je daar weer een opschaling hebt... Erzijn hele mooie futuristische plaatjes van, via de Verenigde Naties, echtemoonshot-projecten. Zover zijn we op dit moment nog niet. De eerste faseis nu: hou het op een vier- tot vijftal projecten waarna je dan naarhonderden, duizenden woningen gaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72049 De voorzitter:Dan heb ik zelf ook nog een vraag over dit onderwerp. Ik ben heel blij datde Minister zegt dat hij een streep zet door de luchtfietserij van die 60.000in een nieuwe stad. Maar dan blijft wel de vraag hoe het dan zit met al dieandere buitendijkse projecten die in het verleden zijn aangekondigdrondom de randmeren en aan de kant van Lelystad. Kunnen die dan weldoorgang vinden?Minister Tieman:Monnickendam en Lelystad lopen allebei. We zijn in overleg met deoverheden om daar verder te kijken wat mogelijk is. We zijn daar dus welmee in overleg. Daar is dus nog geen streep doorheen gezet. We werkenconstructief mee om te bekijken wat kan.De voorzitter:Geldt dat dan ook aan de kant van Almere, Almere Haven? Daar is ook eenproject waar al heel lang wordt gewerkt aan een buitendijks project en datwordt maar opgehouden. De vraag is hoe het daarmee staat.Minister Tieman:Dat moet ik navragen. Wij kennen op dit moment alleen Monnickendamen Lelystad. Ik zal navraag doen.De voorzitter:Dan gaan we snel verder met het laatste blokje: overig.Minister Tieman:Overig. Er was een vraag van de heer Boutkan: deelt de Minister demening dat er geen nieuwe windparken op de Noordzee moeten komenen dat er ruimte moet blijven voor de visserij? Op 16 juli heeft mijncollega van KGG het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee, WIN, aande Kamer gestuurd. Daarin is de ambitie van het kabinet voor windenergietot 2040 opgenomen als 30 tot 40 gigawatt. Ik geef invulling aan deambitie van de partiële herziening van het Programma Noordzee, waarvanmijn voorganger de Kamer op 18 april het ontwerp stuurde. Hierbij hou ikook rekening met de belangen van de visserij. Op 1 oktober is hetcommissiedebat Regionale energiestrategie op zee. Daarin staat WIN opde convocatie. Voor de vraag waarom windparken nodig zijn, verwijs ikgraag naar dat debat.De heer Pierik vroeg: kan de Minister ervoor zorgen dat er zo spoedigmogelijk een signaal, een waarschuwing, uitgaat richting de kust vanNoord-Holland, zodat mensen alert zijn op ronddrijvende of deels onderwater liggende brokstukken? Hij heeft het dan over het zonnepanelenpark.Daar heeft u wellicht het een en ander over gezien. De heer Pierik heeftdaar net wat over gezegd. Er is adequaat geacteerd. Zo heeft deKustwacht direct de betrokken instanties geïnformeerd. De kustge-meenten hebben direct zelf maatregelen genomen om het strand op teruimen, ook om mogelijke verspreiding naar het duingebied tevoorkomen. Ook hebben zij waarschuwingen gegeven en informatieverspreid in de lokale media. Daar heb ik zo meteen nog wat anderevragen van u over.«Wil de Minister Rijkswaterstaat laten onderzoeken hoe de incidentenbetreffende het zonnepanelenpark» – dat is uniek in de wereld – «hebbenplaatsgevonden en of dit pilotonderzoek voldoende veilig is opgezet?» Erzitten grote bedrijven achter. «Kan de Minister toezeggen dat er tot ditonderzoek is afgerond geen nieuwe vergunningen op zee wordenafgegeven?» Het onderzoek loopt. Ik vind het vanzelfsprekend zeeronwenselijk dat een dergelijk incident zich heeft voorgedaan, vanuit demogelijke impact op de omgeving, de benodigde inzet van de veiligheids-diensten en ook voor de innovatie zelf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72050 Momenteel onderzoekt de exploitant van het zonnepark de oorzaak van debrand en de stormschade. Rijkswaterstaat voert ook zelf een nadereinspectie van de installatie uit. Die wordt een dezer dagen terug naar landgehaald. Dan zal dat onderzoek kunnen plaatsvinden. Het Staatstoezichtop de Mijnen en de Kustwacht worden hier ook bij betrokken. Ik heb nubegrepen dat niet zozeer de verankering het probleem zou zijn, maar wehebben wel te maken met structurele zaken, want anders gaat hij niet inbrand. Daarnaast zijn er ook nog elementen afgebroken bij eenzogenaamde SeaState5. Afhankelijk van de resultaten kan Rijkswaterstaatom herhaling te voorkomen de voorschriften van de omgevingsver-gunning wijzigen en in het uiterste geval de vergunning zelfs helemaalintrekken. Ik kan daar nu niet op vooruitlopen.De heer Boutkan vroeg: is de Minister ervan overtuigd dat we moetenstoppen met de gekkigheid? Deze vraag betreft het zonnepanelenpark. Hetzonnepanelenpark is een demonstratieproject voor experimenten. Deenergieopbrengst wordt in potentie verhoogd door wind en zon tecombineren. Het wordt dan ook in een windpark gedaan, ook om daarruimte te besparen. Dit was wat dat betreft echt een uniek project. Maar ikheb hier natuurlijk heel wat vragen over gesteld. Dat zult u begrijpen. Ikvind het zeer onwenselijk dat dit incident zich heeft voorgedaan vanuit demogelijke impact op de omgeving. Laat ik het zo formuleren: dit is ookeen enorm leermoment voor een aantal zaken. Daar zet ik een grote streeponder. Maar ik wil nu echt eerst de analyses van dit incident verderbekijken alvorens nieuwe projecten een vergunning krijgen. We gaanleren van dit incident en gaan zaken verbeteren.De voorzitter:Was dat het blokje? U eindigde zo theatraal.Minister Tieman:Nee, ik moest mijn woorden even zorgvuldig kiezen. Ik had het overbrokstukken van zonnepanelen op het strand. We hebben ook lerendvermogen. Ik zeg nog een keer dat we ingenieurs zijn. We kunnenmisschien ook wel weer heel veel dingen verbeteren voor de toekomst.De heer Pierik vroeg naar klepelen. Daar hebben we het in het verledenweleens over gehad. In dit geval geef ik u toch misschien een onbevre-digend antwoord: u moet echt bij LVVN zijn voor dit onderwerp.De heer Pierik vroeg naar het onderzoek naar staalslakken en de sterftevan krabben en kreeften in Zeeland: kan de Minister aangeven wanneeronderzoek van de WUR wordt afgerond? In 2024 heeft WageningenMarine Research, WMR, geconcludeerd dat er geen oorzakelijke relatiekan worden aangetoond tussen staalslakken en de verhoogde concen-traties van zware metalen. In opdracht van LVVN en de NVWA loopt er eenbreed onderzoek naar de oorzaak van de achteruitgang van de schaal- enschelpdieren in de Oosterschelde. Mijn collega van LVVN kan u infor-meren over de voortgang van dit onderzoek. De Staatssecretaris van IenWis in gesprek met de bestuurlijke partners in Zeeland.Mevrouw Hertzberger vroeg naar zwemwater. Het is een zeer belangrijkefunctie van het oppervlaktewater. Ik woon zelf in een grote stad en dehittestress ondervinden we. Ik zie ook dat je echt op zoek moet gaan naardie zwemwaterplekken, maar dat wil ik echt met de andere partners, deprovincie, maar ook de waterschappen, verder oppakken. Laten wegewoon beginnen om te kijken wat daar mogelijk is. Ik ben bij hethoogheemraadschap van Delfland geweest. Financieel kan je behoorlijklosgaan in verband met de blauwalg. Misschien kunnen we daar watslimmers verzinnen, bijvoorbeeld met stromend water, maar dan heb jevaak weer een veiligheidsaspect. Ik ga verder onderzoeken wat daarmogelijk is. Dat is het beste wat ik op dit moment kan doen. Ik ga met diepartners bij zo’n BO Water kijken hoe we dat nu met elkaar hebbengeregeld, hoe het zit in de toekomst en of er al plannen zijn gemaakt. DaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72051 kan ik een inventarisatie van maken. Ik zet het dus op de agenda van hetBestuurlijk Overleg Water. Dit is een toezegging.De heer Stoffer vroeg naar de oprukkende rivierkreeft. Ik heb hier al heteen en ander over gezegd. Hier ligt echt een rol voor LVVN, maar ik zitdaar bij en heb daar een brugfunctie. Waar wij kunnen ondersteunen alsIenW, binnen het redelijke – wij hebben hier echt een waterkwaliteits-belang – zal ik ondersteunen. Ik kijk ook hier naar innovatie. Ik kijk waarwet- en regelgeving mogelijk zouden gaan knellen. Ik kom nog terug ophet Europese. Ik had het idee dat daar wat zat, ook ten aanzien vanvangtechnieken die ingezet zouden kunnen worden, dat er innovatie wasop dat gebied. Ik kom er nog op terug of er financiële middelen voor zijnvrijgemaakt op Europees niveau en, als dat zo is, of we die Europesesteun op dat gebied naar Nederland weten te halen. Voor de verderebeantwoording van vragen verwijs ik ook hier naar de Staatssecretarisvan LVVN. We hebben goede connecties. We hebben een «diner pensant»gehad met diverse rivierkreeftgerechten. Daar is veel mogelijk. OokKoninklijke Horeca Nederland was daarbij uitgenodigd. Ik zag dat ermedia-aandacht was voor de rivierkreeftenbitterbal. Dat gebeurt allemaalbinnen de grenzen van de volksgezondheid. Ik zie daar dus wel positieveontwikkelingen, maar het is wel groter dan ik aanvankelijk dacht. Debeestjes hebben zich behoorlijk vermenigvuldigd.De voorzitter:Het zijn er ook heel veel. Meneer Stoffer, gaat uw gang.De heer Stoffer (SGP):Ik dacht dat het onderwerp rivierkreeften al afgehandeld was bij een vande eerdere onderwerpen, maar het is goed dat de Minister er nog een keerover begint. We krijgen opnieuw het antwoord dat het bij LVVN ligt en dater goed wordt samengewerkt, maar onze informatie reikt zover dat LVVNzich alleen richt op de Natura 2000-gebieden. Daar zit het probleem. Wiedoet dan de rest als LVNN het niet doet? De waterschappen zitten met dehanden in het haar. Dat weet de Minister als geen ander. Herkent deMinister dat er nog ergens een soort witte vlek zit waar we ook iets meemoeten?Minister Tieman:Ja, die herken ik. We zijn in overleg over wat mogelijk is. Ik werp dit evenop. Er is het proces. We hebben een agenda met elkaar. We zijn aan hetverkennen wat mogelijk is. Ik zie mogelijkheden. De Staatssecretaris is watdat betreft constructief. Hij loopt ook tegen een aantal zaken aan. Ik wil hetnu niet aanvliegen als een enorme kostenpost. Laten we nu gaan kijkenwat wel mogelijk is. We beginnen daardoor misschien wat kleiner. Dat zijndan niet de pilots. Ik denk dat ik er al net wat verder over nadenk. Maar ikwil ook kijken hoever we kunnen komen met een financieel arrangement.Ook de waterschappen zijn erbij betrokken. We moeten dit echt met elkaargaan doen. De provincies hebben nu een aantal zaken neergezet. Ik hebnet gerefereerd aan Rijnland. We gaan kijken waar we kunnen opschalen.Ik ben bekend met de kaders ten aanzien van de Natura 2000-gebieden ende vlekken die je daar hebt. Daar moeten we mee omgaan, maar ikprobeer ook creatief te kijken. Kunnen we die Natura 2000-gebiedenwellicht ombuigen naar hotspots? Wanneer we een aantal kaarten overelkaar heen leggen, wat hebben we daar dan nog? Gun me dus nog eenaantal maanden de tijd om hier nog wat vlees op de botten van te krijgen.De voorzitter:Nou, meneer Stoffer heeft nog een aanvullende vraag, hoor.De heer Stoffer (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72052 Ook een compliment, want dit is voor het eerst dat een Minister het nietwegwuift, maar zegt zich ervoor in te zetten. Wat dat betreft compli-menten. Ik ben hier ook blij mee. Ik probeer het scherp te krijgen. Ik gunde Staatssecretaris die maanden. We zitten al een hele tijd met ditprobleem. Maar is er een moment waarop de Minister of de Staatssecre-taris van LVVN, het liefst samen, met een briefje naar de Kamer zoudenkunnen komen, voor mijn part opgenomen in een grotere brief, waarin zeaangeven wat de route wordt? Dat hoeft van mij echt niet volgendemaand. Ik gun hem rustig die tijd. Ik ben namelijk ontzettend blij dat dezeMinister gewoon zegt: ik laat het niet uit mijn handen glippen; ik doe hetsamen met de Staatssecretaris van LVVN en ook nog met anderen.Misschien doet hij het zelfs samen met de horeca. Je weet maar nooit.Een heel concrete vraag: zou de Minister op enig moment daar samenmet de Staatssecretaris op terug kunnen komen richting de Kamer?De voorzitter:Kan de Minister, in dit geval, heel concreet een antwoord geven richtingde heer Stoffer?Minister Tieman:Ja.De voorzitter:Nou, meneer Stoffer: «ja». Zo concreet is het.Dan heb ik toch zelf ook nog even een vraag naar aanleiding van debeantwoording van de vraag over de windturbineparken. De vraag die ikstelde in eerste termijn was tweeledig. Die ging niet alleen over de ruimtevoor de visserij, maar ook over de veiligheid op de Noordzee. We wetenallemaal hoe de Noordzee is. Dat is de snelweg van de doorgaande routesvan de zeevaart. Dat stukje van mijn vraag was nog niet beantwoord. Datwilde ik toch even opmerken.Dan het zonnepark. Dat zonnepark levert net zo veel energie als zonnepa-nelen op daken van ongeveer 150 Nederlandse huisdaken. Ik hoor deMinister zeggen: het is uniek, het is een leermoment, het is een demon-stratie. Maar de Noordzee is toch geen speeltuin voor dit soort speeltjes,zou ik bijna willen zeggen? Die producent of beheerder of eigenaar zegtzelf dat het park twee keer in brand is gevlogen. Dat is gebeurd door dehittestraling, oververhitting, zeggen ze zelf, maar er is nog niet bekendwanneer ze het terug willen slepen vanwege de risico’s van het terug-slepen. Mijn vraag aan deze Minister is dus: gaat u zich goed beraden of umet dit soort speeltjes verder wilt gaan op de Noordzee?Minister Tieman:Ik ga me goed beraden. Ten aanzien van de windparken merk ik op datveiligheid op de Noordzee altijd een randvoorwaarde is. Dat is nu evenhet antwoord dat ik u hier moet geven.Ik heb nog wel een verdere reactie, meneer Boutkan, op uw vraag overAlmere Haven. Er is al eerder vastgesteld dat het project bij Almere Havendoor kon, omdat het project al vergevorderd was. Dit is ook eerder via eenbrief aan de Kamer gecommuniceerd. Die kan ik nog een keer opsturen.De voorzitter:Ik dank u wel voor dit verhaal. Dat antwoord kan ik dan wel vinden. Ik wasnog niet klaar, maar mevrouw Hertzberger, gaat u uw gang. Dan kan ikondertussen even nadenken. Dat is de leeftijd.Mevrouw Hertzberger (NSC):Van mij ook complimenten voor de toeschietelijkheid en de welwil-lendheid om te kijken naar het sporten en het zwemmen. Ik heb nog eenvraag om het wat scherper te maken. Dat er ook naar stromend waterTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72053 gekeken wordt, is inderdaad mooi met het oog op de blauwalg. Ook voormensen met een beperking is het heel belangrijk om toegankelijkzwemwater te hebben. De vraag is of Rijkswaterstaat daar ook bijbetrokken kan worden. Het zou mooi zijn als zij ook in die actievehulpstand schieten. Zij zijn de bewakers van de veiligheid en het zou mooizijn als zij kijken naar waar het nou wel kan en wat er wel gedaan kanworden.Minister Tieman:Zo zit ik er zelf ook in. We hebben wel ieder jaar incidenten op de rivier.Het gaat om veiligheid, maar ik wil kijken waar het wel kan en waar weelkaar kunnen vinden, in combinatie met de partners, de provincies en dewaterschappen, om af te kunnen koelen tijdens warme periodes.De voorzitter:Dan heb ik ondertussen even kunnen nadenken over mijn vraag over deveiligheid op de Noordzee. Mevrouw Hertzberger vroeg om de mogelijk-heden voor rivierzwemmen te verruimen. De Minister zei dat hij daarovermet bepaalde partners in gesprek gaat. De achtergrond van de Ministerkennende hoop ik dat hij daar ook de binnenvaart bij betrekt. Die speeltnatuurlijk een grote rol bij de veiligheid op rivieren. Dan wil ik terugkomenop de veiligheid op de Noordzee. Internationaal wordt er flink gewaar-schuwd dat hoe voller de Noordzee wordt met die windmolenparken, hoegroter het risico wordt. Recent waren er een aantal ongevallen metlosgeslagen geankerde schepen. Die zullen alleen maar toenemen. Onzedringende oproep aan de Minister is toch om met zijn collega’s te kijkennaar hoe de veiligheid echt gewaarborgd kan worden. Ik hoor fluisterendat hij dat ook doet, maar de praktijk ligt gewoon op straat, zeg ik maareven richting de Minister. Hoe gaan we daar, en met die rotdingen die afen toe in de brand vliegen, daadwerkelijk mee om?Minister Tieman:Er speelt veel op de Noordzee. Er zijn nieuwe ontwikkelingen. Op kortetermijn heb ik het Noordzeeoverleg. Dan ga ik met partners in overleg.Daar zal ik dit agenderen. Er moeten geen compromissen op veiligheidkomen. Het wordt voller. Het heeft mijn aandacht. Ik kijk wat ik hier nogeventueel nodig heb aan additioneel beleid. Ruimte op de Noordzee ga ikagenderen. Daar kom ik op terug in deze commissie.De voorzitter:Dank u wel. Dan was dat de beantwoording van de vragen in de eerstetermijn. Dan gaan we snel door naar de tweede termijn. U heeft daar allen1 minuut en 40 seconden voor staan. Ik begin met meneer Pierik, want dieis helemaal voorbereid op deze 1 minuut en 40 seconden.De heer Pierik (BBB):Misschien heb ik die 1 minuut en 40 seconden niet nodig. Ik wil in iedergeval de Minister danken voor de uitgebreide antwoorden die hij gegevenheeft. Ik begreep dat de Minister voor Vitaal Grevelingen knappe koppenbij elkaar gaat zetten om een verdiepend onderzoek te doen naar wat daarmogelijk is. Ik ben in ieder geval blij met die toezegging, want ik denk dathet de moeite waard is om dat even goed in beeld te krijgen. Daar ben ikdus blij mee. Ik ben ook blij met het nieuws uit Brussel dat het «all-out»-principe in ieder geval niet het enige instrument is, zodat we toch veelbeter kunnen gaan monitoren wat de vooruitgang is die we boeken op hetgebied van waterkwaliteit. Ik denk dat de aanpak van de rivierkreeftvoortvarend opgepakt moet worden. Ik denk dat het goed is als deMinister een beetje als de coördinerend Minister optreedt in de aanpakvan de rivierkreeft en dat hij samen optrekt met zijn collega bij LVVN.Daarvoor dank. Ik wil ook wel een tweeminutendebat aanvragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72054 Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik snel door naar de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Dank voor de beantwoording. De gegevencomplimenten die ik teruggenomen heb, wil ik dan toch weer geven, maarniet op het vlak van nitraat en de coördinerende rol op het gebied vanmest. Dat is volgens mij namelijk nog echt veel te beperkt, zeker omdat uzegt daarin coördinerend te zijn, maar eigenlijk ook zegt dat u de Ministervan LVVN niet aanspreekt en daar ook echt geen stappen zet en alhelemaal niet in het actieprogramma Nitraatrichtlijn, wat een vreselijkwoord is om uit te spreken. Ten aanzien van al het andere geef ik decomplimenten wel. U pakt veel op. Dank daarvoor.De toezeggingen komen dadelijk. Die vind ik vooral ten aanzien van diepfas interessant. Dan wil ik nog twee dingen zeggen. Ik vind het zeerstuitend dat de PVV in haar eerste inbreng zegt Nederlandlievend te zijnen het dan vervolgens ten aanzien van klimaat heeft over «groenegekkies». We zijn een land onder de zeespiegel. We zijn een land waarinwaterproblematiek bekend is. Daar hebben we tegen gevochten. Om dante zeggen dat klimaatverandering niet bestaat en het over «die groenegekkies» te hebben ... Dat wil ik dan gewoon even benoemen. Daar wil ikmijn tijd voor gebruiken. Ik wil mijn positieve inbreng gebruiken om tochdatgene wat de heer Boutkan gezegd heeft te weerleggen.Ik denk dat mijn tijd op is.De voorzitter:Ik kom daar wanneer ik het woord krijg van de voorzitter nog even opterug. Mevrouw Hertzberger, voor u 1 minuut en 40 seconden.Mevrouw Hertzberger (NSC):Dank dat ik vandaag te gast mocht zijn in de commissie voor I&W. Dankaan de Minister voor de toeschietelijkheid, voor de welwillendheid omnaar de vragen van de Kamerleden te kijken. Ik zie inderdaad geloof-waardige stappen richting dat gedeeltelijke lozingsverbod. Ik zie daarinook wel een vooraankondiging richting de provincies dat ze moetenoppassen, omdat er echt een veranderend wettelijk kader aan komt, zowelin de Europese inspanningen, maar ook nationaal. Dat is een duidelijksignaal van de Minister.Ik ben ook blij met de welwillendheid om naar alternatieve analytischemethodes te kijken. Als je analytische methodes verandert, dan gaan erdingen schuiven. Dat laat de geschiedenis zien. Dat verandert alles. Als jehet laagdrempelig en toegankelijk maakt om die pfas daadwerkelijk inbeeld te krijgen, dan kom je nieuwe bronnen tegen, zowel het aansluitenvan reguliere massaspectrometrie als de aandacht voor de satellietmoni-toring.Ik ben natuurlijk ontzettend blij met de welwillendheid om te kijken naarmeer zwemwater. Dat is gewoon belangrijk voor iedereen. Ze zwemmenin Parijs, Londen, Antwerpen, Bazel en Brussel al in de rivier. In Nederlandkunnen we daar natuurlijk niet in achterblijven. We willen echt komen totmeer zwemtrappen en meer steigers voor broodnodige beweging, ookvoor mensen met een kleine portemonnee en voor mensen met eenbeperking. Wij kijken dus uit naar alle verschillende voorstellen en brievenen toezeggingen.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u ook. De heer Verkuijlen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72055 De heer Verkuijlen (VVD):Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de lovende woorden van mevrouw Hertz-berger. Veel waardering voor de beantwoording. Ik heb veel vertrouwen indeze Minister die het voortouw wil nemen om versnelling aan te brengen.Ik juich van harte zijn optimisme toe voor die laatste eindsprint. Ik denkdat we hem daarbij moeten gaan helpen.Ook mooi ten slotte dat hij nog even een icoon van mijn partij in de strijdgooit tegen de rivierkreeft, namelijk de bitterbal. Ik weet niet wat deimpact daarvan zal zijn. Die zal beperkt zijn, neem ik aan. Die nuance heefthij wel gemaakt.Een tweeminutendebat is al aangevraagd. Ik zat heel even na te denkenover die levergarantie voor het bedrijfsleven. U heeft dat proces eenbeetje geschetst. Aan het eind van uw betoog zei u: dat kunnen weoverwegen. Daar vond ik hem wat weglopen. Ik wil daar toch wel ietsstrakker in zitten, met name omdat welvaart een van de onderdelen is diein de Waterwet wordt genoemd.Nogmaals dank. We spreken elkaar weer in het tweeminutendebat.De voorzitter:Dank u wel. De heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor alle antwoorden. Ik hebin ieder geval een toezegging genoteerd voor een uitgebreide brief waarinde Minister terug zal komen op de compensatie voor het wegvallen vanhet NPLG. Volgens mij was dat een toezegging.Er was nog een andere toezegging, maar misschien is dat dezelfdetoezegging die ik de Minister hoorde doen in antwoord op de heer Stoffer.Die ging er namelijk over dat de Minister het overzicht van pfas-lozingenstandaard zal agenderen bij zijn overleggen. Heel fijn als we daar eenperiodieke terugkoppeling over kunnen ontvangen. Dat kan ook bij dereguliere rapportage zijn. Ik weet even niet of dat dezelfde toezegging is.Zo ja, dan wil ik me daarbij aansluiten. Zo nee, dan zou ik graag eenaparte toezegging willen dat wij een terugkoppeling krijgen over devoortgang, zodat we weten hoe het zit met het overzicht ervan.Verder wil ik afsluiten met complimenten voor de houding van deMinister, maar ook voor het werk dat de Minister in zo’n korte tijd al doet.Het woord «moonshot» is een paar keer gevallen. Dat viel in mijnmaidenspeech ook al, omdat ik het belangrijk vind om ambities te hebbenop dit onderwerp. Ik hoorde de Minister ook een paar keer zeggen: het kanwel. Ik zou zeggen: hou dat vast. Dat is ook de slogan van D66: het kanwel. Dat is een mooie houding.Hier wil ik het bij laten.De voorzitter:De heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Er zijn al zo veel mooie woorden gesproken. Daar sluit ik me bij aan. Dankvoor alle beantwoording. Ik zie een positief vooruitzicht. Dank.De voorzitter:Heerlijk toch, dit soort warme woorden. Meneer Pierik.Voorzitter: PierikDe voorzitter:Dan zal ik het voorzitterschap even overnemen. Ik geef het woord aan deheer Boutkan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72056 De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik zal gelijk van start gaan. Zoals ik bij de start vanmijn betoog zei, zien wij de Kaderrichtlijn Water als de stikstofcrisis 2.0. Ikzag dat de Minister daar al op had geacteerd. Daar komt na pfas hetnieuwe drama alweer bij: het lithiumverhaal. Duitsland bouwt voloplithiumfabrieken. Het is natuurlijk prima als we als Europa zelfvoorzienendwillen zijn, maar het nadeel is wel dat de lozingen zullen toenemen,waardoor wij dadelijk problemen krijgen met onze waterinnamepunten endie mogelijk zelfs moeten sluiten, natuurlijk vooral bij lage waterstanden.Bij het overleg in juli van de Rijncommissie lag Duitsland dwars. Dat vonddat het niet nodig was om dat als een specifiek verontreinigde stof aan temerken. De vraag aan de Minister is dus: welke mogelijkheden ziet deMinister om dit nieuwe drama een halt toe te roepen in goed overleg? Wijzien daar namelijk dikke risico’s in. Het brengt ons nog meer in deproblemen, omdat we als laag landje als laatste liggen. Ook van mijn kantde complimenten.Dan benut ik de laatste paar seconden die ik heb om me te richten tot deheer Gabriëls. Die ergerde zich aan taalgebruik. Een kleine correctie,meneer Gabriëls. Ik heb geen «groene gekkies» gezegd. Ik heb gewoon«linkse klimaatgekkies» gezegd. Waarvan akte.Ik dank u wel.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan de heer Boutkan.Voorzitter: BoutkanDe voorzitter:Ik dank u wel, meneer Pierik. Dan kijk ik even naar de Minister. Hoeveeltijd denkt hij nodig te hebben voor de beantwoording van de gesteldevragen? Of kan hij gelijk van start?Minister Tieman:Ik kan gelijk van start. Ik begin met de vraag van de heer Bamenga.Morgen is er een Bestuurlijk Overleg Kaderrichtlijn Water. Wij hebben devergunningen goed in zicht. Ik ga daar vragen om een dashboard in terichten ten aanzien van de indirecte vergunningen, dus de vergunningendie op dit moment bij de andere bevoegde gezagen liggen. Ik kijk evenhoever we komen met de actualisatie. Zo kunt u de toezegging noteren.We willen in ieder geval komen tot die 100%. Wij zitten er dan voor diedirecte lozingen.Er was een vraag gesteld over lithium en Duitsland. De plek om dat echtneer te zetten is de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijnin Koblenz. Daar gaat dit op de agenda. Mochten we daar pushback vankrijgen, dan hoort u dat ook van mij. Als dit nieuwe ontwikkelingen zijnmet opkomende stoffen en nieuwe technologieën, dan kunnen we daarallemaal wel iets bij bedenken. Lithium in het water is daar weer eenbijkomstigheid van, dus daar zijn misschien wat industriële standaardennodig. We moeten dat nog verder actualiseren, maar de ICBR is daarvoorde geëigende plek. U wilt een aanscherping ervan, maar ik wil nog heeleven kijken naar wat hier nodig is voor ik een toezegging doe. Ik wil daartoch nog even wat ruggenspraak over houden. Uw boodschap is bekendten aanzien van bedrijven opnemen et cetera.Tot zover mijn inventarisatie.De voorzitter:Ik zie dat dit antwoord nog een vraag oplevert bij de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72057 Nee, opheldering natuurlijk. Het lijkt me goed als dat dashboard er komt.De vraag is natuurlijk op welke manier wij als Kamer geïnformeerdworden over de voortgang als dat dashboard er komt.Minister Tieman:Dat neem ik mee in de brief van mei over de Kaderrichtlijn Water. Diekunnen we hier bespreken. Ik kom gewoon met een terugkoppeling op deactualisatie van de vergunningen. Daar pak ik dan het hele spectrum inmee.De voorzitter:Waren dat alle vragen?Minister Tieman:Ja, volgens mij wel.De voorzitter:Ik kijk even rond of dat inderdaad de beantwoording op alle gesteldevragen was. Dat is het geval.Ik wil niet zeggen dat ik nu naar het belangrijkste ga, maar het is wel ietswaar een aantal Kamerleden vaak reikhalzend naar uitkijkt: de lijst vantoezeggingen. De toezeggingen in een nieuwe brief aan de Kamer; zoomschrijf ik het maar even. Het lid Pierik heeft een tweeminutendebataangevraagd. Laat ik daar maar mee beginnen. Ik ben benieuwd wanneerdat nog in de planning komt te staan.De heer Pierik (BBB):Ik zou het fijn vinden om het tweeminutendebat nog volgende week tevoeren, maar ik denk dat dat ingediend moet worden bij de regeling vanwerkzaamheden.De voorzitter:Dat heeft u goed. Dat moet bij de regeling van werkzaamheden wordengevraagd. Ik geloof dat u 76 Kamerleden voor u heeft staan met zo’nverzoek. Vandaag ging er dus ook een stel niet door. Maar goed, we gaanhet zien. We hebben heel deskundige mensen die daarover een besluitnemen.Ik ga gewoon met dat rijtje beginnen.–De Minister zal de Kamer voor het wetgevingsoverleg Water, geplandop 2 februari 2026, een brief sturen met nadere informatie over detwee extra uitzonderingsgronden en een nieuwe meetmethodiek diedoor de Europese Commissie is medegedeeld.Ik zie geknik.–Twee. De Minister zegt toe om de situatie met het afvalverwerkingsbe-drijf in Weert als casus mee te nemen bij het verder uitwerken van eengedeeltelijk lozingsverbod pfas en informeert de Kamer hierover in heteerste kwartaal van 2026. Dit is toegezegd aan de heer Gabriëls vanGroenLinks-Partij van de Arbeid en mevrouw Hertzberger van het NSC,want die had dezelfde vraag gesteld.Ik zie daar ook geknik.–De derde. De Minister zegt toe om te onderzoeken of er voldoendemeetcapaciteit voor pfas is, die ook voor burgerpartijen beschikbaar is,en informeert de Kamer hierover voor het wetgevingsoverleg Water.Deze toezegging is gericht aan mevrouw Hertzberger van NSC.Minister Tieman:Ja.De voorzitter:Mevrouw Hertzberger heeft een korte aanvullende vraag hierover.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72058 Mevrouw Hertzberger (NSC):En dus een mogelijke uitbreiding van de reguliere massaspectrometrie-apparatuur voor het pfas-meetnetwerk?Minister Tieman:Ja. Ik kijk even naar waar ik over ga. Ik ga er in ieder geval naar kijken enik kom daar bij u op terug.De voorzitter:Dan had de heer Gabriëls ook nog een aanvullende vraag.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik had een vraag over de toezegging dat Weert meegenomen wordt alscasus in de verdere uitwerking van dat nationale lozingsverbod. Daar gaatdan nog aan vooraf dat de Minister letterlijk gezegd heeft dat de route vanimplementatie op papier zal staan in Q1 2026. De toezegging is dus nietalleen om Weert mee te nemen in de uitwerking, maar in Q1 moet er eenroute liggen tot implementatie van dat gedeeltelijke nationale lozings-verbod pfas. Althans, zo is het gezegd.De voorzitter:Ik kijk even naar de Minister. Het antwoord is ja.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dat zijn dus twee toezeggingen en Weert ...De voorzitter:Het is genoteerd, meneer Gabriëls.Ik ga verder met het lijstje en wel met de vierde toezegging.–De Minister zal de Kamer informeren over de stappen die zijn gezetsinds het verschijnen van het rapport van de Algemene Rekenkamerover cyberveiligheid. Daarbij zal ook worden ingegaan op de huidigestand van zaken van de netwerkveiligheid van de waterwerken. Dat iseen toezegging aan mevrouw Hertzberger van het NSC.De vraag is alleen wanneer die brief met informatie naar ons toe komt.Minister Tieman:Voor het komende WGO.De voorzitter:Staat genoteerd. Goed opgelet, mevrouw Hertzberger. Voor het komendeWGO komt hij eraan. Geweldig. Dan de volgende.–De Minister zal in het Bestuurlijk Overleg Water de mogelijkheden voormeer zwemwater, ook in rivieren, bespreken en daarbij ook aandachthebben voor de mensen met een beperking en zal de Kamer informe-ren over de uitkomst van die gesprekken.Ook hier de vervolgvraag: wanneer kunnen we deze brief verwachten?Minister Tieman:Q1.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik had ook gevraagd om Rijkswaterstaat daar bij te betrekken.De voorzitter:Dat had hij al gezegd in de beantwoording van de vraag, hè. MevrouwHertzberger heeft hem genoteerd en de Minister heeft het bevestigd. Dande laatste.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72059 –De Minister zal samen met de Staatssecretaris van LVVN een brief naarde Kamer sturen over de stappen die worden gezet in de aanpak vande rivierkreeften.Die krijgen het zwaar, die kreeften. Die toezegging was gericht aan de heerStoffer van de SGP. De vraag is: wanneer kunnen wij deze briefverwachten?Minister Tieman:Ik heb nog overleg met de Staatssecretaris, maar ik richt me op Q1.De voorzitter:Ik dank u wel. Dan kijk ik even naar de leden of zij een toezegging gemisthebben. Er zijn er meer die de hand opsteken, dus let u even goed op. Danbegin ik hier bij de heer Pierik. Nee. De heer Gabriëls. Nee. MevrouwHertzberger.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik dacht nog een toezegging te hebben gehoord om te kijken naar wat ermogelijk is met satellietbeelden. Ik zie dat de Minister knikt. Daar zou ikgraag een brief over willen.De voorzitter:In welke brief komt dat en op en welke datum komt die naar ons toe?Minister Tieman:Dat komt in de verzamelbrief WGO en die komt voor het WGO.De voorzitter:Dat wordt een dikke brief. Meneer Verkuijlen, had u nog een toezegginggemist?De heer Verkuijlen (VVD):Ja, nog eentje. Die ging over het opnemen van de waterveiligheid in deEuropese richtlijn voor kritieke entiteiten. Volgens mij heeft de Ministergezegd dat hij zich daar even op wil oriënteren. Dat is heel begrijpelijk,maar u zou daarop antwoorden in een brief.De voorzitter:Komt die ook in de verzamelbrief? De Minister bevestigt dat. MeneerVerkuijlen, goed gehoord. Dit komt ook in de verzamelbrief. De heerBamenga stak twee vingers op, zag ik. U heeft twee toezeggingen nietgehoord.De heer Bamenga (D66):Ja, dat klopt. Ik zei het ook in mijn tweede termijn. Eén toezegging gingover een brief over de compensatie voor het wegvallen van dat NPLG.Welke maatregelen worden er getroffen? De tweede ging over datdashboard. Daar was ook een toezegging over.De voorzitter:Ik kijk naar de Minister.Minister Tieman:Beide zijn toegezegd voor de KRW-brief van mei.De voorzitter:Er wordt door de heer Bamenga geknikt, dus het wordt geaccepteerd.Meneer Stoffer had geen toezeggingen gemist, ikzelf ook niet.Dan dank ik u hier aan deze tafel allemaal voor uw inbreng. Ondanks hetfeit dat sommigen van u nieuw waren, hebt u zich kranig verweerdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72060 richting de Minister, mag ik wel concluderen als voorzitter. Complimenten.Ik dank de Minister en zijn ambtelijke ondersteuning voor de beant-woording en voor de vele gedane toezeggingen. Ik dank het publiek hierop de tribune dat zij het hebben volgehouden om al die uren op dievreselijke stoeltjes te blijven zitten. Complimenten daarvoor. De kijkersthuis kan ik niet zien, maar ik neem aan dat zij het gevolgd hebben, wantsommigen hebben daar een behoorlijk belang bij. De ondersteuning hierwas weer voortreffelijk. Dank. De Minister heeft toegezegd om hier nogwat lectuur uit te delen, dus loopt u niet gelijk weg, Kamerleden. Ik sluithierbij de vergadering.Sluiting 21.56 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 625, nr. 72061

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 03477d84b9784fb4

14 okt 2026 · 95ab4dfafc551989

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingWater
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 24 september 2025, over Water

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.