Voortgang voertuigautomatisering
Brontekst
Versie 01d9ce441d7c2d39 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 305MobiliteitsbeleidNr. 538 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 mei 2026De mobiliteitssector ontwikkelt zich in razend tempo. De snelle opmarsvan rijhulpsystemen in voertuigen laat dit vandaag de dag al zien, met alsmeest recente voorbeeld de voorlopige EU-typegoedkeuring door RDW inNederland voor het geavanceerde rijhulpsysteem van Tesla, genaamdFSD Supervised1. Nederland staat bovendien aan de vooravond van eenfundamentele systeemverandering: de komst van geautomatiseerdvervoer. Hierbij voert het voertuig, in tegenstelling tot de rijhulpsystemen,zelfstandig alle rijtaken uit zonder actieve betrokkenheid van eenbestuurder.Uw Kamer is eerder geïnformeerd2 over de wijze waarop er door hetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat met betrokken partijengewerkt wordt aan een passend kader om geautomatiseerd vervoer opeen slimme en verantwoorde manier in het verkeerssysteem te introdu-ceren. Auto’s met geavanceerde rijhulpsystemen maken daarnaastinmiddels op grote schaal deel uit van het wagenpark. In deze context ishet belangrijk om te benadrukken dat er voor geautomatiseerd vervoerandere wettelijke kaders gelden dan voor voertuigen met zeer geavan-ceerde rijhulpsystemen.Op dit moment is er een toegenomen urgentiebesef en wens totversnelling rond geautomatiseerde voertuigen, zowel Europees alsnationaal. De Europese Commissie (EC) heeft de ambitie om de concur-rentiepositie van de Europese voertuigindustrie te versterken, metgeautomatiseerd vervoer als speerpunt. Nationaal wordt er gewerkt aan1Dit systeem ondersteunt de bestuurder zeer uitgebreid bij het rijden en de handen mogen losvan het stuur. Tegelijkertijd wordt gemonitord of de bestuurder oplet omdat deze moet kunneningrijpen.2Na de brieven van februari 2024 (Kamerstuk 31 305, nr. 445) en december 2024 (Kamerstuk31 305, nr. 481) bent u voor het laatst in december 2025 (Kamerstuk 29 398, nr. 1192) geïnfor-meerd over de ontwikkelingen op het gebied van voertuigautomatisering. kst-31305-538ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5381 de introductie van geautomatiseerd vervoer door het uitvoeren van pilotsmet geautomatiseerde voertuigen op de weg3.Gezien bovenstaande ontwikkelingen informeer ik uw Kamer langs vijflijnen over de voortang van voertuigautomatisering:1.Tijdlijn beleidscontext geautomatiseerd vervoer;2.Pilots met geautomatiseerd vervoer op de weg;3.Wet- en regelgeving rondom geautomatiseerd vervoer;4.Europese en internationale inzet;5.Rijhulpsystemen en randvoorwaarden om het verkeersveiligheidspo-tentieel verder te benutten.1. Tijdlijn geautomatiseerd vervoer: een nieuwe fase De inzet van Nederland op geautomatiseerd vervoer heeft zich in golvenontwikkeld. In 2016 nam Nederland – als voorzitter van de Europese Raad– het voortouw in Europa met de Declaration of Amsterdam, om lidstatenen industrie gecoördineerd te laten toewerken naar de introductie vangeautomatiseerde voertuigen. Tegelijkertijd maakte Nederland testen opde weg met geautomatiseerde voertuigen mogelijk, onder andere viaartikel 149a van de Wegenverkeerswet 1994 (Experimenteerwet).Kort daarop bleek dat voertuigen met een hoge mate van automatisering,risico’s met zich meebrengen. In Nederland waarschuwde de Onder-zoeksraad voor Veiligheid (OVV) in hun rapport Wie stuurt?4 vooronvolwassen rijhulpsystemen en gebrek aan kennis bij bestuurders.Daarom kwam er meer aandacht voor veiligheid en wet- en regelgeving.De EC introduceerde, mede gebaseerd op Nederlandse praktijkervaringen,de General Safety Regulation (GSR)5 en de ADS Uitvoeringsverordening6die focussen op technische vereisten aan voertuigen. Ook werd de ADASAlliantie opgericht het veilig gebruik van rijhulpsystemen in Nederland tevergroten.Sindsdien groeit het besef van noodzaak voor goede wet- en regelgevingdie verder gaat dan technische vereisten voor voertuigen, en de behoefteom de Europese auto industrie te steunen.7 Daarom wil het Kabinet, maarook de EC, versnellen rondom geautomatiseerde voertuigen omperspectief te bieden aan de industrie én om wet- en regelgeving tekunnen vormgeven. De EC ziet geautomatiseerd vervoer als een kans omde concurrentiepositie van de Europese voertuigindustrie te versterken.Lidstaten worden opgeroepen om grootschalig én grensoverschrijdend tegaan testen met geautomatiseerd vervoer. Nationaal komen er pilots metgeautomatiseerd vervoer.Deze nationale en Europese versnelling markeert een nieuwe fase. Eenfase waarin het kabinet niet alleen kiest voor het stimuleren, faciliteren énreguleren van innovatie, maar het ook actief mogelijk maakt om van dedaadwerkelijke praktijk te kunnen leren.Ik zet me hiervoor in omdat ik geloof in de potentiële maatschappelijkewaarde van deze ontwikkeling. Mits dit goed wordt ingeregeld, kan dezetechnologie met integrale en gebiedsgerichte diensten een nieuwtijdsperk voor mobiliteit in Nederland inluiden. Door deze technologie in3Zie ook de verzamelbrief Verkeersveiligheid uit december 2025 (Kamerstuk 29 398, nr. 1192)4Onderzoeksraad voor Veiligheid (2019). Wie stuurt? Verkeersveiligheid en automatisering in hetwegverkeer. OVV5General Safety Regulation; https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2019/2144/oj6Implementing regulation; https://eur-lex.europa.eu/eli/reg_impl/2022/1426/oj/eng7BNC-fiche Mededeling Actieplan Europese auto-industrie. Kamerstuk 22 112, nr. 4055Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5382 te zetten kunnen dunner bevolkte gebieden bereikbaar blijven, kunnenbedrijven in Nederland hun verdien vermogen vergroten en kan verkeeroptimaal worden verdeeld. Zo kan het dus bijdragen aan huidigemaatschappelijke uitdagingen, zoals chauffeurstekorten in de logistiekesector én in het openbaar vervoer. En op termijn kan het bijdragen aanverbeterde verkeersveiligheid, bereikbaarheid, verminderen van CO2uitstoot en duurzaamheid. Het kabinet accepteert dat dit risico’s met zichmeebrengt, en stuurt met maatregelen op het beperken van deze risico’s.Met de pilots (zie paragraaf 2) zetten we een eerste stap. Innovatie blijfthiermee niet in theorie hangen, maar kan daadwerkelijk worden getest,beoordeeld en verder gebracht richting gebruik op de Nederlandse weg.Tijdens deze fase wordt er gestuurd op een gelijk risiconiveau zoals in dehuidige situatie8 en handel ik vanuit de internationaal gedeelde veronder-stelling dat deze innovatie het verkeer in de toekomst veiliger maakt. Ditgebeurt verantwoord en lerend: met heldere eisen aan veiligheid,transparantie en monitoring, en met de mogelijkheid om bij te sturen of testoppen als dat nodig is. Omdat de technologie alleen de belofte waar kanmaken mits dit goed ingeregeld wordt, worden de pilots benut om teleren, zodat passende wet- en regelgeving voor deze transitie kan wordengeschreven.Deze aanpak is gebaseerd op een gezamenlijke visie, opgesteld met deNationale ADS-Taskforce9. Deze kent vier speerpunten:1.Geautomatiseerd vervoer wordt onderdeel van een samenhangend entoekomstbestendig mobiliteitssysteem;2.Geautomatiseerd vervoer wordt ingezet voor maatschappelijkeopgaven;3.De transitie naar geautomatiseerd vervoer is een gedeelde verantwoor-delijkheid, maar met publieke regie;4.Geautomatiseerd vervoer wordt geleidelijk geïntroduceerd, met ruimteom te leren.Het kabinet kiest hiermee voor een aanpak die innovatie stimuleert enfaciliteert, maar met een nadrukkelijke focus op maatschappelijkemeerwaarde.2. Pilots geautomatiseerd vervoer op de weg Op 4 december 2025 heeft mijn ambtsvoorganger u geïnformeerd over devoorbereiding van pilots met geautomatiseerde voertuigen10. Net zoalsvoor de introductie voor geautomatiseerd vervoer, werken wij voor depilots ook nauw samen met de (uitvoerings-)organisaties in de NationaleADS-Taskforce.De pilots worden benut om te onderzoeken hoe autonome voertuigenkunnen bijdragen aan een verkeersveilig, bereikbaar en toekomstbe-stendig Nederland. Door ons te richten op sectoren die onder druk staandoor oplopende chauffeurstekorten – het openbaar vervoer en de logistiek– dragen de pilots bij aan bredere maatschappelijke doelen zoalsvoorzieningen, woonwijken en werk toegankelijk en bereikbaar houden,het versterken van de logistieke keten en het stimuleren van innovatie inde Nederlandse mobiliteitssector.8Bij de technische beoordeling van een geautomatiseerd voertuig, moet het gedrag van hetvoertuig aantoonbaar het gedrag van een voorzichtige en competente bestuurder vertonen.Om dit te kunnen beoordelen, werken de RDW en het CBR samen aan beoordelingskaders.9De nationale ADS-Tasforce bestaat uit de volgende organisaties: Ministerie van Infrastructuuren Waterstaat, Ministerie Justitie en Veiligheid, CBR, OM, Politie, RDW en Rijkswaterstaat10Kamerstuk 29 398, nr. 1192Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5383 De pilots worden geen (kleine) technische demonstraties; ze zijn gerichtop het voorbereiden op daadwerkelijke implementatie in het dagelijksverkeer en op toepassingen die economisch levensvatbaar zijn na depilotfase.De pilots hebben daarnaast als doel om te leren van de werking van dezenieuwe technologieën in het Nederlandse verkeer, voor zowel deontwikkeling en voorbereiding van uitvoeringsorganisaties, als voor dedoorontwikkeling van wet -en regelgeving.De leerbehoefte van de Nationale ADS Taskforce kent vier thema’s:•Wat zijn de sociaal-maatschappelijke consequenties voor het Neder-landse verkeer?•Wat moet er in Nederland georganiseerd worden om een goedeinfrastructurele en verkeerskundige inpassing in het verkeer terealiseren?•Hoe wordt nationale wet- en regelgeving toekomstbestendig enpassend bij de internationale wet- en regelgeving?•Welke organisatorische veranderingen moeten (Rijks-) overheidsorga-nisaties doorvoeren om met deze ontwikkeling om te kunnen gaan enhun wettelijke taken te kunnen blijven uitvoeren?Aanbesteding: innovatiepartnerschapOp 18 maart 2026 is de aanbesteding voor pilots met geautomatiseerdevoertuigen gepubliceerd op TenderNed. Er is gekozen voor een specifiekeaanbestedingsvorm: een innovatiepartnerschap, omdat wij hierbij met demarktpartijen stapsgewijs kunnen samenwerken naar concrete toepas-singen, waarbij ruimte is voor dialoog, bijsturing en fasering. Met dezevorm worden kansrijke partijen geholpen om toepassingen veilig en zosnel mogelijk in Nederland te realiseren binnen de bestaande wettelijkekaders. Tegelijkertijd wordt er capaciteit ingericht bij uitvoeringsorgani-saties op deze initiatieven.De gunning van de pilots is voorzien in 2026. De pilots worden uitgevoerdbinnen de huidige wet- en regelgeving. Het is momenteel mogelijk omgeautomatiseerde voertuigen op de weg te testen met een zogenoemdesafety driver, die de besturing van het voertuig moet kunnen overnemenin het geval dat dat nodig is. De safety driver kan zich in of buiten hetvoertuig (op afstand) bevinden. Om de testmogelijkheden in Nederlandverder uit te breiden, wordt er verder gewerkt aan het WetsvoorstelTesten, dat in paragraaf 3 wordt toegelicht.3. Wet- en regelgeving Zoals ook omschreven in de evaluatie van de Wegenverkeerswet 199411zijn de huidige verkeersregels geschreven voor menselijke bestuurders.De Wegenverkeerswet 1994 gaat uit van menselijk gedrag en richt zich opeen veilig en ordelijk verloop van het verkeer. Dit gebeurt door het stellenvan regels (snelheidslimieten, het aanwijzen van plekken waar je wel ofniet mag rijden, het informeren via borden) en door handhaving dietoeziet op het gedrag van mensen. Dit betekent dat de wet- en regelgevingniet meteen een passend kader biedt voor geautomatiseerde voertuigen.Om de technologische ontwikkelingen in te passen in de maatschappij enook in de bestaande juridische stelsels, is aanpassing van de wetgevinggewenst voor zowel testen op de weg als het gebruik van (typegoedge-keurde) geautomatiseerde voertuigen in het bestaande mobiliteits-11Kamerstuk 29 398, nr. 1103Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5384 systeem. Bij de Kamerbrief van december 2024 ontving u twee beleids-kompassen over het uitbreiden van de testwetgeving in Nederland, éénvoor testen voor typegoedkeuring en één voor het testen voor andereleerdoeleinden. Deze twee beleidskompassen worden in één wetsvoorsteluitgewerkt.Om de testwetgeving toekomstbestendig te maken, is het belangrijk dat erzorgvuldig gekeken wordt naar rol- en verantwoordelijkheidsverdelingtussen de verschillende organisaties die betrokken bij het beoordelen vantestaanvragen en het uitbreiden van de mogelijkheden tot het uitvoerenvan testen. Hierbij gaat het onder andere over de rol van de safety driver12(een toezichthoudende bestuurder die ingrijpt indien nodig), het creërenvan aanvullende mogelijkheden om ontheffingen af te kunnen geven, enop de uitwisseling van gegevens tussen betrokken partijen (bijvoorbeeldtussen de RDW, CBR, RWS, decentrale wegbeheerders en politie). Deuitwerking van het wetsvoorstel kost daarom meer tijd dan eerdervoorzien; het streven is dat het wetsvoorstel in 2026 in internetconsultatiegaat.Vanaf 2027 kunnen fabrikanten in de EU een typegoedkeuring aanvragenvoor een geautomatiseerd voertuig (zie ook paragraaf 4). Hiermee krijgenvoertuigen goedkeuring voor de Europese markt. Zodra de voertuigenEuropese typegoedkeuring hebben en daadwerkelijk op de weg gebruiktmogen worden, moet duidelijk zijn onder welke voorwaarden dat inNederland mag. Om dit in kaart te brengen wordt gewerkt aan eenbeleidskompas voor de inpassing van geautomatiseerde voertuigen in hetverkeer. Dit moet richting geven aan de manier waarop geautomatiseerdevoertuigen worden geïntegreerd in het huidige verkeerssysteem, waarbijeen systeem de besturing kan uitvoeren in plaats van een mens. Daarbijwordt gekeken naar aspecten zoals handhaving en de informatievoor-ziening, die nu nog zijn afgestemd op voertuigen met menselijkebestuurders. Ook wordt daarbij gekeken naar mogelijke aanpassingen insectorspecifieke wetgeving, zoals bijvoorbeeld voor OV en logistiek. Overdeze inpassing bestaan ook bij andere Europese lidstaten nog veelvragen, mede door onzekerheid over toekomstige toepassingen binnenverschillende landen en het wisselende tempo van de introductie door deindustrie.4. Europese en internationale inzet De Nederlandse aanpak op geautomatiseerd vervoer is sterk verbondenmet die in de hele Europese Unie. Nederland werkt met andere Europeselidstaten samen om zowel meer testen als de inpassing van geautomati-seerd vervoer in het bestaande mobiliteitssysteem mogelijk te maken.Cross-border testbed initiatief van de Europese CommissieHet Automotive Industry Action Plan13 heeft als doel de concurrentie-positie van de Europese voertuigindustrie te versterken. Een belangrijkonderdeel is de versnelde EU-brede invoering van geautomatiseerdevoertuigen. Hiervoor worden grensoverschrijdende testlocaties (cross-border testbeds) met «regulatory sandboxes» opgezet, zodat lidstatenverschillen in nationale wetgeving kunnen identificeren en waar mogelijkoverbruggen. Nederland wil bij dit Europese initiatief aansluiten. Dit biedtde mogelijkheid om direct te leren van ervaringen in andere landen en kan12Een bestuurder die bij een test fysiek in het voertuig óf op afstand (remote) aanwezig is omtoezicht op het voertuig te houden en te besturen waar nodig.13European Commision (2025). Industrial Action Plan for the European automotive sector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5385 vooral interessant zijn voor logistieke toepassingen, bijvoorbeeld op eencorridor tussen Nederland en België.European Forum for Automated Transport (EFAT)Sinds juni 2024 is Nederland voorzitter van het European Forum forAutomated Transport. In deze informele werkgroep wisselen ruim twintigEuropese landen14 kennis uit over mogelijke aanpassingen aan nationalewetgeving voor het gebruik van (typegoedgekeurde) geautomatiseerdevoertuigen. Systematisch wordt verkend hoe landen denken overbelangrijke inpassingsaspecten als rijbewijsbezit, verantwoordelijkhedenen aansprakelijkheden, verkeershandhaving en sanctionering, enintegratie in OV en goederenvervoer. Door van elkaar te leren, zijn landenbeter in staat hun nationale wetgeving zo vorm te geven dat deze aansluitop die van andere landen, wat grensoverschrijdend vervoer ondersteunt.Het ministerie benut de leerpunten uit EFAT voor het beleidskompas overinpassing van geautomatiseerd vervoer in het bestaande mobiliteits-systeem.Mondiale samenwerkingTijdens de ITC-jaarvergadering van de UNECE15 in februari 2026 heeftNederland voorgesteld op mondiaal niveau een strategische dialoog overde maatschappelijke inpassing van geautomatiseerde voertuigen testarten. Hiervoor bleek breed draagvlak. Dit wordt de komende tijd verdervormgegeven.Op mondiaal niveau heeft de UNECE geharmoniseerde technischeregelgeving ontwikkeld voor het goedkeuren van geautomatiseerdevoertuigen16, mede dankzij technische expertise en praktijkervaring vanuitNederland. Met dit reglement kunnen meer toepassingen van geautomati-seerd vervoer op de markt worden gebracht dan onder de bestaandeEuropese uitvoeringsverordening (EU) 2022/1426. Ook zijn alle bestaandeUNECE-reglementen geschikt gemaakt voor geautomatiseerdevoertuigen, bijvoorbeeld om het ontbreken van stuur, gas- of rempedalentoe te staan. Vaststelling van de regelgeving wordt verwacht in juni 2026,met inwerkingtreding vanaf december 2026 of januari 2027. Vanafinwerkingtreding kunnen fabrikanten een aanvraag kunnen doen voortypegoedkeuring van een geautomatiseerd voertuig.175. Randvoorwaarden om verkeersveiligheidspotentieel vanrijhulpsystemen verder te benutten Geavanceerde rijhulpsystemen (ADAS) zijn al op grote schaal onderdeelvan het verkeer. In eerdere Kamerbrieven18 is toegelicht wat het verschil istussen geautomatiseerde rijsystemen en rijhulpsystemen: in het geval vanrijhulpsystemen heeft de mens te allen tijde de controle over het voertuig,maar wordt daarbij door systemen ondersteund. De mens blijft dus debestuurder.14Waaronder: België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Spanje, Verenigd Koninkrijk enZwitserland15De United Nations Economic Commission for Europe (UNECE) bevordert de samenwerking enintegratie tussen 56 lidstaten. De Inland Transport Committee (ITC) is het politiek en bestuurlijkorgaan binnen de UNECE voor samenwerking op het gebied van mobiliteit via de weg, hetspoor en de binnenvaart.16VN-Reglement voor ADS (Deze heeft nog geen nummer omdat hij nog niet is vastgesteld.)17Momenteel is typegoedkeuring voor geautomatiseerde voertuigen in Europa geregeld via deADS uitvoeringsverordening (EU/2022/1426). Deze is beperkt tot gelimiteerde series voor 4toepassingen.18Kamerstukken 2024–2025, 31 305, nr. 445 en nr. 481Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5386 Uit onderzoek blijkt dat rijhulpsystemen in voertuigen een overwegendpositief effect hebben op de verkeersveiligheid19. Tegelijkertijd verschijnener vanuit experts en in de media ook weleens negatieve berichten. DeNederlandse inzet is mede daarom constructief kritisch. Met de MonitorSmart Mobility wordt jaarlijks gemonitord wat de gebruikerservaringenvan rijhulpsystemen zijn. De nieuwste Monitor wordt later dit jaargepubliceerd. De inzichten worden onder andere gebruikt voor deEuropese evaluatie van de Europees verplichte rijhulpsystemen, dieuiterlijk in 2027 wordt afgerond. Verder zet Nederland zich via deelnameaan de onafhankelijke organisatie EURO NCAP in om deze rijhulpsys-temen verder te verbeteren. Gezamenlijk met de kernteamleden van deADAS Alliantie (ANWB, BOVAG, RAI Vereniging, Verbond van Verzeke-raars, VNA-Lease en RDW) en de overige deelnemers zetten we ons ook inom gebruikers beter te informeren over rijhulpsystemen en het veiliggebruik daarvan.Mede door de Europese verplichting van een aantal rijhulpsystemen,zitten er gemiddeld negen rijhulpsystemen in nieuwe verkochte personen-auto’s20. Om dit verkeersveiligheidspotentieel verder te benutten, dienenbepaalde randvoorwaarden op orde te zijn. Zo moet de technischevoertuigregelgeving geactualiseerd worden vanwege innovatieverijhulpsystemen, moet het kennisniveau van bestuurders over rijhulpsys-temen voldoende zijn en moet de technische staat van rijhulpsystemengedurende hun gehele levensduur op orde zijn.Voertuigregelgeving actualiseren vanwege innovatieve rijhulpsystemenDe ontwikkeling van geavanceerde rijhulpsystemen (ADAS) gaat hard.Fabrikanten komen snel met nieuwe functionaliteiten, waarvoor insommige gevallen regelgeving ontbreekt. Er kan, via een Europeseprocedure, na een beoordeling, een ontheffing worden afgegeven voortoelating in Europa, maar de regelgeving moet vervolgens na afgifte welworden geactualiseerd. Deze systematiek zorgt ervoor dat bepaaldeinnovaties niet geremd worden door dat er nog geen passende regel-geving is. In de Kamerbrief Stand van zaken voertuigautomatisering21 isvermeld dat BMW en Ford in 2024 een dergelijke ontheffing hebbengekregen voor hun innovatieve geavanceerde rijhulpsystemen. Inmiddelsis de regelgeving hiervoor gemaakt.Zo is op mondiaal niveau (UNECE) geharmoniseerde technische regel-geving22 opgesteld, en sinds september 2025 van kracht, voor motorvoer-tuigen die zelfstandig manoeuvres kunnen initiëren en uitvoeren op desnelweg of waarmee op de snelweg gereden kan worden zonder handenaan het stuur.De regelgeving wordt in fases uitgebreid, zodat er ook regelgeving komtvoor nieuwe functionaliteiten. Conform de aanbevelingen uit het rapport«Wie Stuurt?» van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, blijft Nederlandnadruk leggen op het waarborgen van de betrokkenheid van debestuurder tijdens het rijden. Met als resultaat dat strenge eisen gesteldzijn door de UNECE aan een systeem dat deze betrokkenheid monitort.Vaststelling van deze regelgeving23 wordt verwacht in juni 2026, metinwerkingtreding vanaf december 2026 of januari 2027. Hiermee kan het19De Winkel, K.N. (2024). Veiligheidseffecten van geavanceerde rijhulpsystemen (ADAS)(R-2024-16). SWOV20Monitor Smart Mobility 202521December 2024 Kamerstuk 31 305, nr. 48122VN-Reglement nr. 171.0123VN-Reglement nr. 171.02Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5387 voertuig onder andere zelfstandig manoeuvres initiëren en uitvoeren opalle wegen. Nederland heeft hiervoor belangrijke inzichten ingebrachtvanuit een testprogramma met dit geavanceerde rijhulpsysteem in onsland, zodat het systeem ook onder Nederlandse omstandigheden goedfunctioneert. Het is recent mogelijk geworden om in Nederland hetsysteem van Tesla te gebruiken dat onder andere deze functionaliteitheeft24. Er loopt momenteel een Europese procedure via Nederland vooreen ontheffing voor toelating in heel Europa, waarin de ontheffing voorons land een eerste stap is. Als de definitieve ontheffing door Europawordt afgegeven, moet de regelgeving weer geactualiseerd worden.Kennisniveau rijhulpsystemen bestuurder en rijgeschiktheidOm het kennisniveau van nieuwe bestuurders over rijhulpsystemen teborgen, mogen deze systemen sinds 2016 worden gebruikt bij hetpraktijkexamen voor de auto. Vanaf 1 januari 2024 bespreekt de exami-nator voorafgaand aan de examenrit het gebruik van rijhulpsystementijdens de examenrit. Per 1 december 2025 is ook de Regeling eisentheorie-examen rijbewijscategorie B aangepast, zodat aanvragers van hettheorie-examen B leren over rijhulpsystemen en daar per 1 april 2026 ookop getoetst worden. Met de vierde Europese rijbewijsrichtlijn (Richtlijn(EU) 2025/2205) wordt het mogelijk meer theorie-vragen toe te voegenhierover. We kijken samen met het CBR hoe we dit kunnen invullen.Rijhulpsystemen en technische staat gedurende levensduur via de apkOp 24 april 2025 heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerdtot herziening van de richtlijnen omtrent de controle van motorvoertuigen(APK-richtlijn), technische controles langs de weg en kentekenbewijzen.Hierin is opgenomen dat rijhulpsystemen gedurende hun hele nuttigelevensduur getest moeten worden. Dit moet ervoor gaan zorgen dat dezesystemen correct blijven functioneren. Welke rijhulpsystemen dit gaatbetreffen en op welke manier dit moet gebeuren wordt nog naderuitgewerkt. Nederland zet zich tijdens de onderhandelingen in om ervoorte zorgen dat de verplichte veiligheidssystemen worden meegenomen.Tot slotOm het mobiliteitssysteem van Nederland toekomstbestendig te maken,is het van belang actief te sturen op de transitie die de komst vangeautomatiseerd vervoer behelst. Ik zet daarom concrete stappen om dezesturing vorm te kunnen geven. Zo kan Nederland de kansen van geauto-matiseerd vervoer benutten en kan het bijdragen aan het oplossen vanmaatschappelijke uitdagingen. Daarom voer ik pilots uit, pas ik wet- enregelgeving aan en werk ik intensief samen met andere landen. Ik kijk metvertrouwen uit naar de komende periode en informeer u volgend jaar overde behaalde resultaten en mijlpalen.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. Karremans24RDW heeft op 10 april jl. een voorlopige EU-typegoedkeuring afgegeven voor het geavan-ceerde rijhulpsysteem van Tesla, FSD Supervised.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 305, nr. 5388
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.