Voortgang mismatch sociaal-medische beoordelen
Brontekst
Versie 67edafed99649053 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202526 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)Nr. 788 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 oktober 20241. INLEIDING 1.1 Hoofdboodschap van deze brief Het stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid staat al geruime tijdonder grote druk. Op dit moment is de vraag naar sociaal-medischebeoordelingen groter dan het aantal beoordelingen dat UWV kanverrichten. De wachttijden voor met name de WIA-beoordelingen zijnhierdoor lang. Dat vind ik uitermate onwenselijk, want dit geeft veelonzekerheid voor mensen die langdurig ziek zijn. Zij moeten nu vaak langwachten op duidelijkheid over het recht op een uitkering. Dat raakt aan deinkomenszekerheid van deze mensen. Bovendien kan deze onzekerheidherstel en re-integratie belemmeren. De problematiek raakt ook werk-gevers, want zij hebben hierdoor onduidelijkheid over de financiëlegevolgen van een mogelijke uitkering. En de problematiek leidt tot hogekosten die collectief betaald worden. Bijvoorbeeld het kwijtschelden vande WIA-voorschotten en het verstrekken van dwangsommen bij niet tijdigbeslissen.Op 21 mei jl. heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer voor het laatstgeïnformeerd over de voortgang van de aanpak van de mismatch. In dievoortgangsbrief heeft zij aangegeven dat UWV de komende jaren naarverwachting meer beoordelingen per jaar kan doen dan voorheen. Deaanpak van de mismatch werpt op dat gebied zijn vruchten af. Ook heeftmijn ambtsvoorganger gemeld dat er naast een toename in het aantalbeoordelingen dat UWV kan doen, sprake is van een toename in de vraagnaar WIA-beoordelingen. Deze toename heeft een groot effect op de matewaarin de achterstanden teruggebracht konden worden. kst-26448-788ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7881 In deze brief informeer u over de recente inzichten over de stand vanzaken van de mismatch. Helaas moet ik constateren dat de achterstandende komende tijd naar verwachting weer gaan toenemen. Dat heeftverschillende oorzaken. Ten eerste blijft het aantal mensen dat een WIAaanvraagt toenemen. Ten tweede eindigen twee tijdelijke maatregelenmet aanzienlijke impact op het aantal beoordelingen dat UWV kan doen.Daarnaast staat de uitvoering bij UWV onder druk, ook gegeven degeconstateerde tekortkomingen bij de beoordelingen, waarover ik uwKamer op 4 september jl. heb geïnformeerd. Het herstellen van dezefouten vergt capaciteit en heeft naar verwachting impact op het verloopvan de achterstanden.Ik vind het verder oplopen van de achterstanden een uitermate vervelendeconstatering, omdat het betekent dat mensen langer in onzekerheid zitten.Ik blijf uiteraard samen met UWV zoeken naar oplossingen die deachterstanden op korte termijn kunnen verminderen. Dat moet ik echterdoen in de wetenschap dat alléén maatregelen voor de middellange enlange termijn echt soelaas kunnen bieden. Dat benadrukt voor mij eens temeer het belang om zowel in te zetten op een andere manier van werkenbinnen UWV (met name SMC-vorming) als met urgentie spoedigvereenvoudigingen in het stelsel aan te brengen op basis van de adviezenvan de commissie OCTAS. Ik licht dit hieronder verder toe.Achtergrond en context: UWV staat onder drukZoals mijn voorganger in 20221 schreef, zit er sinds enige jaren spanningtussen de vraag naar sociaal-medische beoordelingen en het aantalbeoordelingen dat UWV kan verrichten. Binnen de geldende wet- enregelgeving is de vraag groter dan het aantal dat UWV kan verrichten. Datzit onder andere in de tijd die een arts gemiddeld besteed aan eenbeoordeling. De grote complexiteit van de WIA-claimbeoordeling is daarmede debet aan. Daarnaast is er een trendmatige stijging ten aanzien vanhet aantal WIA-aanvragen dat UWV binnen krijgt. Conform de uiteenge-zette aanpak in de brief van 2022 is op korte termijn ingezet op eencombinatie van tijdelijke, deels buitenwettelijke, maatregelen zoals eenvereenvoudigde beoordeling voor 60-plussers, en maatregelen binnen deorganisatie van UWV, zoals de vorming van sociaal medische centra(SMC’s) en overwerkafspraken. Ondertussen is voor de middellangetermijn gekozen voor de invoering van de maatregel «praktisch beoor-delen», waarmee artsencapaciteit is vrijgespeeld. Voor duurzameoplossingen op de lange termijn is OCTAS ingesteld. Op basis van deadviezen van OCTAS werk ik toe naar een vereenvoudiging van hetstelsel, zoals ook weergegeven in het Regeerprogramma (bijlage bijKamerstuk 36 471, nr. 96). Verschillende rapporten, zoals die van deAlgemene Rekenkamer uit 2023, hebben geconstateerd dat aanpassingvan wet- en regelgeving nodig is voor een uitvoerbaar arbeidsongeschikt-heidsstelsel.De afgelopen periode is de druk op UWV niet minder geworden. Enerzijdsneemt het aantal WIA-aanvragen al enige tijd toe, wat leidt tot extra vraagnaar beoordelingen. Anderzijds werkt UWV aan een aantal herstelacties,zoals bij de recent gemelde problemen met de kwaliteit van de beoorde-lingen en om te voldoen aan rechterlijke uitspraken. Dat betekent dat erveel gevraagd wordt van de bestaande capaciteit, ook in een steedskrapper worden arbeidsmarkt. Deze ontwikkelingen onderstrepen deurgentie om snel toe te werken naar een uitvoerbaar en menselijkerarbeidsongeschiktheidsstelsel.1Kamerstukken II, 2022/23, 26 448, nr. 685.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7882 In de volgende alinea’s ga ik dieper in op de het aflopen van de tijdelijkemaatregelen en problemen met de kwaliteit van de beoordelingen.Aflopen tijdelijke maatregelenDe afgelopen twee jaar waren er twee tijdelijke maatregelen van krachtmet aanzienlijke impact op het aantal beoordelingen dat UWV kan doen.Het ging om de 60-plusmaatregel, die UWV lucht moest geven om desociaal-medische centra (SMC’s) optimaal in te kunnen voeren, en deoverwerkafspraken bij UWV. Beide maatregelen zijn van kracht tot1 januari 2025.Aangezien de impact van met name de 60-plusmaatregel erg groot was enhet aantal WIA-aanvragen in 2025 naar verwachting hoog blijft, heb ikbekeken of het wenselijk is om de 60-plusmaatregel te verlengen. Ik hebbesloten om niet te verlengen en dat licht ik verderop in deze brief nadertoe. Ik realiseer me dat hiermee een einde komt aan een maatregel die deafgelopen twee jaar veel mensen sneller duidelijkheid over hun recht opWIA heeft geboden. Ook voor UWV zorgde deze maatregel voor eenaanzienlijke verlichting. De 60-plusmaatregel is daarentegen geenoplossing met een structureel effect op de mismatch en ook bij verlengingvan de maatregel zouden de achterstanden oplopen. Ook de overwerkaf-spraken worden niet in 2025 voortgezet. UWV heeft de afspraken nietverder verlengd, om haar medewerkers niet langdurig extra te belasten ente voorkomen dat er teveel van mensen wordt gevraagd.De verwachting is dat, mede hierdoor, vanaf 2025 de achterstanden weerzullen gaan stijgen. Een andere oorzaak is het stijgend aantalWIA-aanvragen. De SMC-vorming bij UWV zal vanaf 2026 tot eenverhoging van de productiviteit leiden, maar dat effect is naarverwachting niet groot genoeg om de mismatch op de lossen.Kwaliteit van sociaal-medische beoordelingenOp 4 september jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over fouten die UWVhelaas heeft gemaakt bij het vaststellen van WIA-uitkeringen. Samen metUWV ben ik aan het kijken hoe we dit recht kunnen zetten. Het herstellenvan deze fouten heeft naar verwachting impact op de mismatch. Hoegroot die impact is zal later duidelijk worden. Ook ben ik samen met UWVaan het kijken hoe we de kwaliteit van sociaal-medische beoordelingennaar de toekomst toe kunnen verbeteren. Hoe dit zich verhoudt tot demismatch moet de komende tijd ook gaan blijken. In november zal ik uwKamer nader informeren over het verbeterplan voor de kwaliteit vanWIA-beoordelingen.In deze brief ga ik ook in op de jaarlijkse evaluatie rondom de SMC-vorming. In de evaluatie wordt aandacht besteed aan de kwaliteit vansociaal-medische beoordelingen voor zowel de WIA als de Wajong enZiektewet. Dit geeft geen volledig beeld over de algehele kwaliteit vansociaal-medische beoordelingen. Ik vind het samen met UWV belangrijkom te onderzoeken in hoeverre bij andere wetten op dezelfde schaalfouten zijn gemaakt als bij de WIA. Zoals ik heb toegezegd in het debatvan 1 oktober jl. zal ik uw Kamer hierover informeren.1.2 Leeswijzer De opzet van deze brief is als volgt. In paragraaf 2 blik ik terug op het planvan aanpak voor de mismatch. In paragraaf 3 geef ik weer hoe het aantalWIA-claimbeoordelingen dat UWV kan doen en het aantal WIA-aanvragendat UWV ontvangt zich heeft ontwikkeld, hoe dit zich de komende jarenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7883 naar verwachting verder gaat ontwikkelen en schets ik de achterstandenop dit moment. Ook schets ik de stand van zaken rondom WIA-herbeoor-delingen. In paragraaf 4 ga ik in op de stand van zaken van een aantalreeds ingevoerde maatregelen en verkennende trajecten. In paragraaf 5ga ik in op de kosten voor dwangsommen bij niet tijdig beslissen enproceskosten voor de WIA. Tot slot blik ik in paragraaf 6 vooruit op deverwachtingen ten aanzien van de mismatch de komende jaren.2. TERUGBLIK 2.1 Plan van aanpak mismatch sociaal-medisch beoordelen In 2022 heeft mijn ambtsvoorganger een plan van aanpak aangekondigdom de mismatch te verminderen. Het ging om een aanpak in drie fasen,namelijk de korte, middellange en lange termijn. De maatregelen hebbenprimair tot doel om de wachttijden voor de WIA-claimbeoordeling omlaagte brengen. Het gaat om maatregelen die UWV neemt ten behoeve vaninterne procesoptimalisatie. En om beleidsmaatregelen die de druk op deuitvoering van UWV (tijdelijk) verminderen, zodat er ruimte is om deprocesoptimalisatie ook daadwerkelijk en op tempo door te voeren.De maatregelen voor de korte termijn betroffen maatregelen om eengerichtere inzet van de verzekeringsarts mogelijk te maken. Het ginghierbij met name om de buitenwettelijke 60-plusmaatregel.Voor de middellange termijn was aangekondigd om drie beleidsopties tegaan verkennen: laten vervallen van het duurzaamheidscriterium, hetaannemen van duurzaamheid na vijf jaar volledige arbeidsongeschiktheiden «Praktisch beoordelen». Deze opties kunnen naar verwachting eenrelatief groot effect hebben op de beoordelingscapaciteit bij UWV. Na deeerste verkenning bleken de opties met betrekking tot het duurzaamheids-criterium niet afzonderlijk van andere fundamentele aspecten uit hetstelsel uitgewerkt te kunnen worden. Deze opties hebben een plekgekregen in het advies van de OCTAS. Voor de middellange termijn is welverder gewerkt aan de maatregel «Praktisch beoordelen». Deze maatregelis per 1 juli 2024 daadwerkelijk ingevoerd en loopt tot 1 juli 2027.Voor de stelselverbeteringen op de lange termijn heeft de OCTAS eenadvies uitgebracht. In het advies van de OCTAS staan diverse aankno-pingspunten die de druk op de uitvoering (in het bijzonder op desociaal-medische beoordelingen) kunnen verminderen. De aanbevelingenvan OCTAS worden op dit moment nader uitgewerkt en ik verwacht uwKamer hierover eind dit jaar te informeren.Parallel aan deze beleidsmatige maatregelen en verkenningen werkt UWVaan de procesoptimalisatie. De belangrijkste zijn de omslag naar SMC’s enhet toewerken naar een nieuwe informatievoorziening (IV). Dit zijningrijpende veranderingen in de organisatie. De tijdelijke maatregelen opde korte termijn geven ruimte aan UWV om deze verbeteringen in deuitvoering voortvarend te kunnen implementeren.2.2 Consultatie voor aanvullende maatregelen Mijn ambtsvoorganger heeft aanvullend op het plan van aanpak van 2022gekeken of tot nieuwe ideeën gekomen kon worden voor aanvullendemaatregelen. Dit is gedaan door middel van een online consultatie opdenkmeeoversmb.nl. Met een groot deel van de thema’s die uit dezeconsultatie zijn gekomen zijn UWV en ik reeds op diverse manieren aan deslag. Uit de consultatie waren geen maatregelen gekomen die op kortetermijn (in 2025) een grote impact op de achterstanden kunnen hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7884 Wel hielp de consultatie in het bepalen van prioriteit voor de komendeperiode.We hebben daarom vooral gekeken op welke bestaande onderwerpen wekunnen versnellen door daar extra aandacht aan te geven.De oproep van veel deelnemers is om de samenwerking op het gebiedvan arbeid en gezondheid te versterken tussen de sociaal-medischesector, de arbodiensten en de curatieve zorg. Op basis hiervan isaangekondigd om samen met UWV te komen tot een actieplan. Aan ditactieplan wordt op dit moment gewerkt. Hierbij betrek ik ook de motie vanhet lid De Kort over een verbetering van de gegevensoverdracht tussenbedrijfsartsen en verzekeringsartsen.2 Conform het verzoek in de motieinformeer ik uw Kamer in het voorjaar 2025 over het actieplan. Het planzal naar verwachting op de middellange of langere termijn effect hebben.Daarnaast is aangegeven dat UWV door middel van samenwerkingsaf-spraken in wil zetten op de samenwerking met private partijen. Hiertoewaren al bestaande initiatieven die verdere uitwerking behoeven en geldtdat UWV de mogelijkheden voor verdergaande samenwerking in kaart wilbrengen. Hierover geef ik in deze brief een update (paragraaf 4.4).3. AANTAL BEOORDELINGEN EN AANVRAGEN VOOR DEKOMENDE JAREN 3.1 Aantal WIA-beoordelingen dat UWV kan doen Figuur 1 illustreert de prognose tot en met het jaar 2029 en de realisatiesvan 2022 en 2023. Ik schets de prognoses voor de situatie waarin UWV enik geen aanvullende maatregelen genomen zouden hebben en die van desituatie waarin we rekening houden met de genomen maatregelen.Daarbij wordt zowel een voorzichtig als een optimistisch scenariogeschetst, omdat het effect van de verschillende maatregelen niet preciesvoorspeld kan worden. De verwachting is dat de realiteit ergens in debandbreedte tussen deze twee uiterste scenario’s zal liggen. Daarnaastgeldt dat het voor losse maatregelen niet volledig is vast te stellen wat decausaliteit is tussen de maatregel en het effect. Dat komt doordat deverschillende maatregelen tegelijkertijd zijn ingezet en interacteren.2Kamerstukken II 2023/24, 26 448, nr. 771.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7885 Zoals in eerdere voortgangsbrieven beschreven is er in 2023 en 2024 eenpiek in het aantal WIA-beoordelingen dat UWV heeft verricht en kanverrichten. Deze piek is het resultaat van de 60-plusmaatregel, deoverwerkafspraken en de prioritering van WIA-beoordelingen bovenandere WIA- en ZW-dienstverlening bij UWV. Ten opzichte van devoortgangsbrief van 21 mei jl. (Kamerstuk 26 448, nr. 756) is deze piekverder naar boven bijgesteld. Het verwacht aantal beoordelingen voor2024 ligt nu circa 2.000 hoger dan eerder. Dat komt doordat UWV deoverwerkafspraken inmiddels heeft verlengd tot 1 januari 2025 (zie ookparagraaf 4.1). De prognose voor 2024 is nu dat UWV 79.900 (voorzichtig)tot 84.000 (optimistisch) WIA-claimbeoordelingen kan doen. De prognosesvoor de periode vanaf 2025 en verder zijn ten opzichte van de voortgangs-brief van 21 mei jl. niet veranderd.Ook voor 2025 is de verwachting dat UWV nog steeds een hoger aantalWIA-claimbeoordelingen kan doen dan voorheen, maar minder hoog dande piek in 2023 en 2024. Dat komt doordat het effect van de 60-plus-maatregel en de overwerkafspraken bij UWV per 1 januari 2025 vervalt. In2025 verwachten UWV en ik wel een effect van de maatregel Praktischbeoordelen die per 1 juli 2024 is ingevoerd. In 2025 gaat ook de ontwik-keling rondom de SMC-vorming door. De prognose voor 2025 is dat UWV66.200 (voorzichtig) en 70.000 (optimistisch) WIA-claimbeoordelingen kandoen. De verwachting is dat het aantal WIA-claimbeoordelingen in 2026verder zal gaan stijgen naar 67.300 (voorzichtig) tot 72.100 (optimistisch).Hiermee verwachten we dus een duidelijk effect van de maatregelen.Zonder de maatregelen zou UWV naar verwachting namelijk minder dan60.000 WIA-claimbeoordelingen per jaar kunnen uitvoeren.3.2 Aantal WIA-aanvragen dat UWV ontvangt In de voortgangsbrief van 21 mei jl. is gemeld dat UWV in 2023 veel meerWIA-aanvragen heeft ontvangen dan verwacht. Het ging om een totaalvan 76.000 aanvragen. Dat zijn zo’n 10.000 meer WIA-aanvragen dan in2022 (een toename van circa 14%). Ook is in die brief gemeld dat hetaantal WIA-aanvragen naar verwachting in 2024 licht toeneemt tenopzichte van 2023. Het gaat hier telkens om het aantal WIA-aanvragenFiguur 1. Prognoses op het verwachte aantal WIA-claimbeoordelingen dat UWV dekomende jaren kan verrichten. De figuur bevat een scenario zonder maatregelen (lichtgroene lijn) en twee scenario’s met aanvullende maatregelen; een voorzichtig scenario(licht blauwe lijn) en een optimistisch scenario (donkerblauwe lijn). In de figuur zijnook de prognoses uit de brief van 21 mei jl. geschetst (blauwe stippellijnen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7886 waarvoor een sociaal-medische beoordeling nodig is. Het totaal aantalaanvragen ligt zo’n 10% hoger. Dat zijn aanvragen waarvoor geensociaal-medische beoordeling nodig is, bijvoorbeeld omdat er sprake isvan volledig herstel of pensioen of omdat er sprake is van eenloonsanctie.Op dit moment is de verwachting dat het totaal aantal WIA-aanvragenwaarvoor een sociaal-medische beoordeling nodig is in 2024 uitkomt opten minste 78.900. Op basis van huidige inzichten wordt verwacht dat hetaantal aanvragen in 2025 ten minste net zo hoog blijft als in 2024.3 Hoehet aantal aanvragen zich na 2025 gaat ontwikkelen is nog onzeker.Samen met UWV blijf ik de ontwikkelingen hierop monitoren.Zoals in de brief van 21 mei jl. gemeld is de toename van het aantalaanvragen voor een deel te verklaren vanuit 1) de groeiende werkgele-genheid en de stijging van de AOW-leeftijd en 2) de effecten vanuit decoronapandemie. Om meer zicht te krijgen op het onverklaarde deel vande stijging doen UWV en TNO nader onderzoek. Op dit moment lopendeze onderzoeken en worden naar verwachting aan het einde van het jaarafgerond. Daarnaast gaat in het najaar van 2024 een interdepartementaalbeleidsonderzoek (IBO) naar de WIA van start.3.3 De achterstanden op dit moment In de voortgangsbrief van 21 mei jl. heeft mijn ambtsvoorganger gemelddat sinds de eerste helft van 2023 een lichte daling te zien is in deachterstand op de WIA-claimbeoordeling. Ook heeft zij gemeld dat dieachterstand zich in de eerste drie maanden van 2024 lijkt te stabiliserenrond 14.500.Figuur 2 laat de achterstand tot en met augustus 2024 zien. De achter-standen zijn in de periode van maart tot en met augustus 2024 verdergedaald naar 13.300. Deze verdere daling is voornamelijk toe te schrijvenaan de extra focus die UWV de afgelopen periode heeft gegeven aan deprioriteit op WIA-claimbeoordelingen (in lijn met de geldende priorite-ringsafspraken). Deze extra focus op de WIA-claimbeoordelingen heeftwel gevolgen voor de mate waarin UWV ook andere sociaal-medischedienstverlening verricht. Dat is bijvoorbeeld terug te zien in de achter-stand bij de vraaggestuurde herbeoordelingen (zie hieronder), maar heeftook effect op de dienstverlening in de Ziektewet, de monitoring WGA80/100 en de deskundigenoordelen.3De ontwikkeling van het aantal WIA-aanvragen is goed te voorspellen op basis van deontwikkeling van het aantal langdurig zieken van het jaar ervoor (42 weken ziek). In 2024 stijgthet aantal langdurig zieken, wat ervoor zorgt dat het aantal WIA-aanvragen naar verwachting in2025 ook zal toenemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7887 Het aantal mensen dat langer dan zes maanden wacht op een claimbeoor-deling is tot en met augustus 2024 verder gedaald naar circa 2.400. Inmaart 2024 ging het nog om 3.100 mensen. Het blijft de inzet van UWVom ervoor te zorgen dat eind 2024 nagenoeg niemand langer dan zesmaanden op een WIA-claimbeoordeling hoeft te wachten.UWV voert naast WIA-claimbeoordelingen ook herbeoordelingen uit.Hoewel de prioritering ligt op de WIA-claimbeoordelingen, pakt UWV inschrijnende gevallen ook herbeoordelingen op. Het gaat om herbeoorde-lingen op aanvraag en om professionele herbeoordelingen die UWV opeigen initiatief uitvoert.In de voortgangsbrief van 21 mei jl. heeft mijn ambtsvoorganger gemelddat sinds de eerste helft van 2023 een stabilisatie van de achterstand opde aangevraagde herbeoordelingen te zien is. De omvang van deachterstand op herbeoordelingen schommelt sindsdien tussen de 19.000en 20.500. Figuur 3 laat zien dat de achterstand in augustus 2024 20.400bedraagt.Figuur 2: Ontwikkeling van de achterstanden bij de WIA-claimbeoordeling (aantalaanvragen waarvoor de wettelijke termijn van acht weken is verstreken) en van detotale werkvoorraad (aantal aanvragen nog binnen de wettelijke termijn plus deachterstanden).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7888 In de voortgangsbrief van 21 mei jl. is gemeld dat er de komende periodegeen daling van de achterstand op herbeoordeling wordt verwacht. Datkomt doordat de prioriteit ligt op WIA-claimbeoordelingen. Inmiddels isduidelijk dat voor zowel de vraaggestuurde als de professionele herbeoor-delingen geldt dat de verwachting is dat de voorraad en achterstandzullen gaan stijgen per 2025. Ook voor andere sociaal-medische dienstver-lening die UWV biedt, zoals de dienstverlening in de Ziektewet, demonitoring WGA 80/100 en de deskundigenoordelen, verwacht UWV datzij hier vanaf 2025 nog minder vaak aan toe komt. Dit is het gevolg van hetfeit dat de WIA-claimbeoordelingen prioriteit krijgen boven die anderesociaal-medische dienstverlening. Nu het verschil tussen het aantalbeoordelingen dat UWV kan doen en het aantal WIA-aanvragen dat UWVontvangt naar verwachting vanaf 2025 weer toeneemt, neemt hetverdringingseffect ten aanzien van de hiervoor genoemde anderesociaal-medische dienstverlening toe.Tot slot merk ik op dat het aantal niet-tijdige Wajongbeoordelingen4 delaatste maanden toeneemt, ondanks de inspanningen vanuit overwerk opniet-tijdige Wajongbeoordelingen. Hier maak ik me zorgen over. Dekomende tijd breng ik samen met UWV de oorzaken hiervan in beeld enbezien we wat we kunnen doen om dit te verbeteren.4. STAND VAN ZAKEN EN INTENSIVERING MAATREGELEN 4.1 Aflopen van de 60-plusmaatregel en de overwerkafspraken bij UWV Hieronder ga ik in op het per 1 januari 2025 aflopen van de 60-plus-maatregel en de overwerkafspraken bij UWV. Ook ga ik in op de ontwikke-lingen ten aanzien van de SMC-vorming bij UWV, de ZW-dienstverleningvan UWV en de samenwerking tussen UWV en private partijen. Eenupdate over de stand van zaken rondom de 60-plusmaatregel en hetIV-herontwerp staat in bijlage 1.De 60-plusmaatregel is ingevoerd per 1 oktober 2022 en loopt tot 1 januari2025.4In de Stand van de uitvoering van 22 juni 2022 (zie paragraaf 3.1.3, blz. 26) is uw Kamergeïnformeerd over de tijdigheid van Wajong-betalingen.Figuur 3: Ontwikkeling van de achterstanden bij de vraaggestuurde herbeoordelingen(aantal aanvragen waarvoor de wettelijke termijn van acht weken is verstreken) envan de totale werkvoorraad (aantal aanvragen nog binnen de wettelijke termijn plusde achterstanden).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 7889 Met deze buitenwettelijke maatregel krijgen 60-plussers een vereenvou-digde WIA-claimbeoordeling zonder inzet van de verzekeringsarts en metextra aandacht vanuit arbeidsdeskundigen.De maatregel was onderdeel van een pakket aan maatregelen, dat wasingevoerd met twee doelen. Het eerste doel was om mensen die wachtenop een beoordeling sneller duidelijkheid te bieden. Het tweede doel wasom UWV tijdelijk lucht te geven om de procesoptimalisaties (waaronderde SMC-vorming) optimaal in te kunnen voeren. De 60-plusmaatregel iseffectief in het bereiken van het eerste doel. UWV kan door de maatregelzo’n 10.000 extra beoordelingen per jaar doen. Ten aanzien van hettweede doel, is het niet mogelijk om vast te stellen of de maatregel hetdoel bereikt. Daardoor is ook niet duidelijk of er een structureel positiefeffect van de maatregel uit gaat.Nu de verwachting is dat het aantal beoordelingen dat UWV per 2025 kandoen lager ligt dan de verwachte vraag heb ik bekeken of het wenselijk isom de 60-plusmaatregel te verlengen. Ik heb besloten om niet teverlengen. Net zoals mijn ambtsvoorganger neem ik de besluitvormingover de 60-plusmaatregel niet lichtzinnig. Het gaat immers om eenbuitenwettelijke maatregel, die onderscheid maakt naar leeftijd, waarbij60-plussers veelal een WGA 80–100 uitkering toegekend krijgen zonderbeoordeling door een verzekeringsarts. Hierdoor stromen meer60-plussers de WIA in en krijgen 60-plussers vaker een WGA 80–100uitkering dan voorheen.Hoewel de maatregel een grote groep mensen sneller duidelijkheid biedt,vind ik het belangrijk om maatregelen te treffen die een structurelebijdrage kunnen bieden aan het oplossen van de mismatch. Een extraverlenging met één jaar van de 60-plusmaatregel draagt daar onvol-doende aan bij: ook met een verlenging van de 60-plusmaatregel blijft hetaantal beoordelingen dat UWV kan doen in 2025 naar verwachting lagerdan de vraag in dat jaar. Dat is mede een gevolg van de toename van hetaantal WIA-aanvragen. In beide gevallen blijft er daarom druk bestaan opde uitvoering door UWV. Bovendien zijn de kosten van verlenging (totaal€ 130 miljoen voor een verlenging met één jaar) erg hoog en daarom hebik besloten de maatregel niet te verlengen. In bijlage 1 treft u een updateover de werking van de maatregel.De overwerkafspraken bij UWV hebben het voor sociaal-medischprofessionals mogelijk gemaakt om in 2023 en 2024 over te werken.Hiermee leveren UWV-medewerkers die extra uren maken een aanzien-lijke bijdrage aan de afhandeling van de WIA-claimbeoordelingen ouderdan zes maanden en niet-tijdige Wajongbeoordelingen.In de voortgangsbrief van 21 mei jl. is aangegeven dat deze afsprakenlopen tot 1 juli 2024. UWV heeft de afspraken verlengd tot 1 januari 2025.De verwachting is nu dat UWV in 2024 in totaal 4.000 extra beoordelingenkan doen met overwerk. UWV heeft aangegeven dat de overwerkaf-spraken niet nog een keer verlengd kunnen worden. De reden hiervoor isdat overwerkafspraken slechts van tijdelijke aard kunnen zijn om tevoorkomen dat dit een middel voor structurele inzet wordt. Dit besluit isgenomen vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap. UWV wil haarmedewerkers niet langdurig extra belasten en voorkomen dat er te veelvan mensen wordt gevraagd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 78810 4.2 SMC-vorming UWV is bezig met een transitie naar het werken in een regiemodel voorsociaal-medische dienstverlening. Dit houdt in dat er in een SMC wordtgewerkt, waar een multidisciplinair team de verantwoordelijkheid heeftvoor een in beginsel regionaal afgebakende groep mensen. Het multidisci-plinair team bestaat uit verschillende professionals, waaronder arbeids-deskundigen, sociaal-medisch verpleegkundigen, re-integratie- enprocesbegeleiders, verzekeringsartsen en medisch secretaresses. In eenSMC zijn de manager uitvoering en de regievoerder (een verzekeringsarts)gezamenlijk resultaatverantwoordelijk en geven ze samen sturing aan eenSMC. Hierbij is de regievoerder (een verzekeringsarts) altijd eindverant-woordelijk voor het medisch gedeelte. In een multidisciplinaire bespreking(MDB) bepaalt het team aan de hand van triage wanneer welke activiteitplaatsvindt in het kader van de beoordeling en begeleiding van een cliënten door welke functionaris dit het best kan worden gedaan. Het teambiedt hierbij zoveel mogelijk maatwerk en de cliënt heeft tijdens het heletraject zoveel mogelijk een vast aanspreekpunt.In de voortgangsbrief van 21 mei jl. is uw Kamer geïnformeerd over hetdoor UWV ontwikkelde wegingskader SMC-vorming. Deze wordtperiodiek door UWV gebruikt om de voortgang van de SMC-ontwikkelingte monitoren. Daarnaast is uw Kamer geïnformeerd over de analyse vanUWV naar overdraagbare succesfactoren en hoe die gebruikt kunnenworden om de verdere landelijke SMC-vorming gericht te ondersteunen.UWV heeft inmiddels de evaluatie 2024 van de SMC-vorming afgerond.5Uit de evaluatie blijkt dat prestaties van de SMC’s in de basis op demeeste onderdelen beter zijn dan de prestaties van de teams in ontwik-keling. Dit is een belangrijke constatering, want dit laat zien dat UWVstappen zet in de goede richting. Een uitgebreide toelichting op deuitkomsten van de evaluatie treft u aan in bijlage 2.Hierbij merk ik op dat – net zoals in de vorige evaluatie – ook gekeken isnaar de kwaliteit van de sociaal-medische beoordelingen binnen SMC’s.Zoals ik in de brief van 4 september jl. (Kamerstuk 26 448, nr. 767) hebaangegeven vind ik het belangrijk dat de kwaliteit van sociaal-medischedienstverlening bij UWV wordt verbeterd. Het is van het grootste belangdat toekomstige beoordelingen weer aan alle kwaliteitseisen voldoen. Ikwerk samen met UWV hard aan een verbeterplan. Hierover informeer uwKamer opnieuw in november.Naast de kwaliteit van WIA-beoordelingen is er in de SMC-evaluatie 2024ook aandacht voor de kwaliteit van beoordelingen voor de Wajong en deZiektewet. Daarbij is het goed op te merken dat deze cijfers niet 1-op-1 tevergelijken zijn met de openbaargemaakte rapporten over kwaliteit bij deWIA-beoordelingen. Ten eerste geeft de SMC-evaluatie geen volledigbeeld over de algehele kwaliteit van sociaal-medische beoordelingen.Daarnaast zijn er inhoudelijke verschillen. Zo zijn er bij de WIA bijvoor-beeld veel fouten gemaakt bij de vaststelling van het dagloon, terwijl er bijde Wajong geen sprake is van een vaststelling van het dagloon. De hoogtevan de Wajong-uitkering betreft immers een percentage van hetminimumloon.Hoewel er dus veel verschillen zijn en we op dit moment geen indicatieshebben dat bij de Wajong op dezelfde schaal fouten zijn gemaakt, wil ikook hier grondig naar laten kijken. Zoals ik in het debat van 1 oktober jl.heb aangegeven bezie ik samen met UWV voor de Wajong en de5https://www.uwv.nl/nl/publicaties/kennis/2024/evaluatie-sociaal-medische-centra-2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 78811 Ziektewet – en overigens ook voor de Werkloosheidwet – of naderonderzoek nodig is om te bepalen in welke omvang fouten zijn gemaakten op welke schaal.Het is de ambitie van UWV dat alle districten op 1 januari 2025 werken ophet niveau van SMC’s in de basis op de vastgestelde succesfactoren. Alsalle teams op dat niveau werken, is de transitie nog niet klaar. Het is debedoeling dat de SMC’s in de basis zich vervolgens door ontwikkelen totvolwaardige SMC’s. Op 1 januari 2027 moeten alle teams als volwaardigSMC functioneren. Het effect van de SMC-vorming op het aantalbeoordelingen dat UWV per jaar kan doen wordt vooral verwacht vanaf2026. Hoewel de ambitie is dat op 1 januari 2025 alle teams werken alsSMC’s in de basis, duurt het wat langer voordat dit effect gaat hebben.Naarmate SMC’s in de basis zich verder door ontwikkelen tot volwaardigSMC zal het effect groter worden.Aangezien de 60-plusmaatregel en de overwerkmaatregel in 2025 nietmeer van kracht zullen zijn en het oplopen van de achterstanden daardoorniet meer wordt gedempt, is het belang procesoptimalisatie door middelvan de SMC-vorming nog groter geworden. Ik zal de voortgang samenmet UWV nauwgezet volgen en UWV ondersteunen waar het kan.4.3 ZW-dienstverlening In de vorige voortgangsbrieven is aangegeven dat UWV zijn inspanningversterkt op de Ziektewet-Arborol.6 Dit sluit ook aan bij het advies vanOCTAS om de re-integratiedienstverlening voor mensen in de Ziektewet teintensiveren. De omslag in de dienstverlening op de Ziektewet-Arborolmaakt UWV stapsgewijs. Het gaat om een omslag die tijd nodig heeft,omdat het veel vraagt van professionals en de organisatie. Deze omslagvindt bovendien plaats terwijl de organisatie van UWV al onder grote drukstaat. Het zal daarom enige jaren duren voordat de omslag effect sorteert.Afgelopen zomer heeft UWV stappen gezet om uiteindelijk te kunnenkomen tot een concreet plan van aanpak. Om te kunnen komen tot eenconcreet plan van aanpak heeft UWV vier stappen in kaart gebracht:−Haalbaarheidsanalyse;−Cliëntreis;−Medewerkersreis;−Onderzoeken.De cliënt- en medewerkersreis heeft UWV reeds afgerond. Op dit momentwerkt UWV aan de haalbaarheidsanalyse. Op basis van deze elementenkan UWV komen tot een concreet plan van aanpak met te zetten stappenen concrete doelstellingen in de tijd. De komende tijd blijf ik met UWV ingesprek om te kunnen komen tot concrete afspraken over de toekomstigedienstverlening op de Ziektewet-Arborol.4.4 Samenwerking private partijen In de voortgangsbrief van 21 mei jl. is aangegeven dat UWV (naaraanleiding van de consultatie op denkmeeoversmb.nl) door middel vansamenwerkingsafspraken wil inzetten op de samenwerking met privatepartijen. Een eerste stap daarin was een convenant voor het aanvragenvan Eerstejaarsziektewetbeoordelingen. Het ging om het maken van6Op grond van de Wet SUWI heeft UWV de taak om te bevorderen dat personen die rechthebben op ziekengeld worden ingeschakeld in het arbeidsproces. Het gaat vooral om degenendie geen werkgever (meer) hebben, en van wie het inkomen uitsluitend uit ziekengeld bestaat.UWV combineert hier de rollen van «werkgever» en «arbodienst».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 78812 afspraken tussen UWV enerzijds en het Platform Private UitvoerdersSociale Zekerheid (PPUSZ) en de Algemene Bond Uitzendondernemingen(ABU) anderzijds om door middel van een convenant te werken aan eengezamenlijke doelgerichte uitvoering van de Eerstejaarsziektewetbeoor-deling (EZWB) voor eigenrisicodragers (ERD).Om tot een doelgerichte uitvoering te komen werkten partijen aan het per1 juli 2024 opzetten van een aanvraagproces. Het is partijen helaas nietgelukt om tot afspraken te komen waarvoor aan beide zijden voldoendedraagvlak is. Een aanvraagproces voor EZWB’s ERD zou voor de leden vanPPUSZ en de ABU een extra inspanning betekenen, terwijl UWV onvol-doende zekerheid kan bieden dat de binnengekomen aanvragen tijdigworden behandeld. Dat heeft te maken met de prioritering van deWIA-claimbeoordelingen en het verdringingseffect hiervan op de anderesociaal-medische dienstverlening.UWV werkte ook samen met het Verbond van Verzekeraars en een aantalprivate uitvoerders aan een proef rondom het aanvragen van herbeoorde-lingen. De proef beoogt om via een samenwerking te komen tot eenvermindering van het beroep op de capaciteit van UWV, door te sturen opgoed onderbouwde en gemotiveerde aanvragen om herbeoordelingen.Op dit moment is UWV bezig met een evaluatie van de proef. Debevindingen hiervan volgen later dit najaar. Ook bij deze samenwerkinggeldt dat UWV op dit moment onvoldoende zekerheid kan bieden dataangevraagde herbeoordelingen tijdig kunnen worden behandeld. Inhoeverre deze proef kan worden omgezet in concrete afspraken isdaardoor onzeker.De partijen verkennen dit najaar met elkaar welke vormen van samen-werking wel op wederzijds draagvlak kunnen rekenen. Gezien hetmaatschappelijke belang van sociaal-medische beoordelingen hecht ikdaar grote waarde aan.Ik zal daarom samen met UWV en de private partijen bekijken hoe desamenwerking kan worden vormgegeven.5. DWANGSOMMEN EN PROCESKOSTEN In het debat van 1 oktober jl. over onjuiste berekeningen van WIA-uitke-ringen door het UWV, heeft uw Kamer gevraagd naar het bedrag dat UWVbetaalt aan dwangsommen bij niet tijdig beslissen en aan proceskostenvoor de WIA.In de voorgaande voortgangsbrieven heeft mijn ambtsvoorganger ugeïnformeerd over de dwangsommen bij niet tijdig beslissen. Het ginghierbij om dwangsommen aan cliënten, werkgevers of andere belangheb-bende partijen die een aanvraag tot een WIA-(her)beoordeling hebbeningediend en UWV in gebreke hebben gesteld. Dit zijn dwangsommen dieeen direct gevolg zijn van de lange wachttijden voor de WIA-claim-beoordelingen en WIA-herbeoordelingen. Voor deze categorie zijn debedragen: € 11,9 miljoen in 2023, € 10,6 miljoen in 2022 en € 4,8 miljoenin 2021.UWV verstrekt daarnaast dwangsommen bij niet tijdig beslissen inbezwaar- en beroepszaken over de WIA. De dwangsommen in dezecategorie zijn: € 0,5 miljoen in 2021, € 1,2 miljoen in 2022 en € 3,0 miljoenin 2023. Deze cijfers schetsen eenzelfde beeld als eerder met de Kamergedeeld, namelijk dat het bedrag aan dwangsommen bij niet tijdigbeslissen toeneemt als gevolg van de mismatch.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 78813 Tot slot maakt UWV proceskosten in bezwaar- en beroepsprocedures.Deze kosten zijn UWV-breed en worden niet gespecificeerd naar wet. Dezekosten zijn licht gestegen in de afgelopen jaren. Het gaat om € 10,4 mil-joen in 2021, € 10,8 miljoen in 2022 en € 11,3 miljoen in 2023. Deinschatting is dat ongeveer de helft van deze kosten betrekking heeft opde WIA.7Mijn ambtsvoorganger heeft in de voortgangsbrief van 21 mei jl.toegezegd in kaart te gaan brengen welke opties er zijn om het verbeurenvan dwangsommen te beperken, omdat dwangsommen in de WIA alenige tijd hun doel missen. Ik zal hier de dwangsommen in bezwaar- enberoepsprocedures ook bij betrekken. Over de uitkomsten van deverkenning zal ik uw Kamer in het voorjaar informeren.6. TOT SLOT Het is duidelijk dat er op korte termijn geen voor de hand liggendeoplossing is voor de mismatch en we de komende jaren te maken blijvenhouden met achterstanden. Hiermee blijft er helaas de komende jarenonzekerheid bestaan voor werknemers die langdurig ziek zijn en voor hun(ex-)werkgevers. Ik blijf voor hen al het mogelijke doen om de negatievegevolgen zoveel mogelijk te beperken.Een aanhoudende mismatch betekent ook dat druk blijft bestaan op deuitvoering bij UWV. Daarnaast heeft UWV te maken met problemenrondom de kwaliteit van WIA-beoordelingen.Hiervoor gaat UWV op korte termijn aan de slag met het structureelverbeteren van de kwaliteitsborging en zet UWV een hersteloperatie op.Het blijft daarom belangrijk om met UWV te kijken naar afspraken over deprioritering van de sociaal-medische dienstverlening. Wat betreft deprocesoptimalisaties bij UWV geldt dat ik op korte termijn opnieuw metUWV in gesprek ga over de productiviteit en kwaliteit. Naar aanleiding vanrecente inzichten zal ik onder meer met UWV bespreken of er meer tehalen valt uit de procesoptimalisatie die UWV in gang heeft gezet. Internemaatregelen binnen UWV zijn nodig om goede kwaliteit te kunnengaranderen, processen te optimaliseren waardoor de sociaal-medischebeoordelingen efficiënter kunnen worden uitgevoerd. Ook blijf ik metUWV verkennen welke verbeteringen we kunnen doorvoeren in wet- enregelgeving en welke knelpunten we hierbij kunnen oplossen, om ook opdeze manier een bijdrage te leveren aan het verminderen van de druk.Daarnaast werk ik aan de uitwerking van de aanbevelingen van OCTAS.De voorstellen vanuit OCTAS moeten gaan bijdragen aan de uitvoer-baarheid van de regelgeving, zodat ook een positief effect zal ontstaan opde mismatch.De ontwikkelingen op de mismatch blijf ik de komende jaren, samen metUWV, nauwgezet volgen. Deze ontwikkelingen kunnen niet los wordengezien van de ontwikkelingen op de kwaliteit van sociaal-medischebeoordelingen bij UWV en de uitwerking van OCTAS. De komende7Het percentage van 50% is een inschatting op basis van bezwaarschriften. Het betreft eenhoog-over inschatting, omdat niet voor alle procedures kosten worden gemaakt en niet allezaken even lang lopen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 78814 periode zal ik bezien hoe deze onderwerpen, ook voor wat betreft deinformatievoorziening richting uw Kamer, samen kunnen wordengebracht.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van HijumTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 78815 STAND VAN ZAKEN 60-PLUSMAATREGEL EN IV-HERONTWERP1. De 60-plusmaatregel De 60-plusmaatregel is ingevoerd per 1 oktober 2022 en loopt tot 1 januari2025.Met deze buitenwettelijke maatregel krijgen 60-plussers een vereenvou-digde WIA-claimbeoordeling zonder inzet van de verzekeringsarts en metextra aandacht vanuit arbeidsdeskundigen.De maatregel was bedoeld om UWV lucht te geven om verbeteringen inde uitvoering, waaronder de SMC’s, optimaal in te kunnen voeren. In 2023heeft UWV 9.000 WIA-claimbeoordelingen vereenvoudigd afgedaan mettoepassing van de 60-plusmaatregel. In 2024 heeft UWV tot en metaugustus bijna 8.000 WIA-claimbeoordelingen vereenvoudigd afgedaan.8De verwachting is daarmee dat het totaal aantal vereenvoudigdebeoordelingen in 2024 hoger uitkomt dan in 2023 (ongeveer 10.000). Hetdraagvlak voor de 60-plusmaatregel onder werknemers en werkgeversblijft groot. Nog altijd stemmen zij in 99% van de gevallen in met hettoepassen van de vereenvoudigde beoordeling. Ook het aantal bezwaar-zaken blijft beduidend laag: zo’n 1% ten opzichte van ruim 20% bijreguliere WIA-beoordelingen.UWV heeft medio 2024 een tweede cliënttevredenheidsonderzoek gedaanover de dienstverlening rondom de 60-plusmaatregel. De uitkomsten vandit onderzoek zijn vrijwel gelijk aan de uitkomsten van het eerstecliënttevredenheidsonderzoek uit 2023: werknemers en werkgeversvinden de dienstverlening rondom de vereenvoudigde beoordeling goeden hebben het gevoel goed op de hoogte te zijn gebracht over de voor- ennadelen van de vereenvoudigde beoordeling. De onderzoeken geven ookinzicht op de voornaamste redenen om al dan niet te kiezen voor eenvereenvoudigde beoordeling. De reden om te kiezen voor een vereenvou-digde beoordeling is dat er sneller duidelijkheid is over de uitkering en derust die dat geeft. De keuze voor een volledige beoordeling wordt meestalgemaakt als de cliënt niet verwacht nog terug te kunnen keren naar werk.Uit het onderzoek blijkt daarnaast dat cliënten ook achteraf nog steedsachter hun keuze staan voor de vereenvoudigde beoordeling. Dat komtvooral door de rust en financiële zekerheid die de vereenvoudigdebeoordeling met zich meebrengt.De 60-plusmaatregel kan ook effecten hebben op de arbeidsparticipatievan de betreffende groep. Ondanks de intensieve persoonlijke dienstver-lening die UWV aan deze groep biedt. Zoals mijn ambtsvoorganger in debrief van 21 mei jl. heeft gemeld weten we op dit moment niet in hoeverreer sprake is van een mogelijk verminderde arbeidsparticipatie. Op ditmoment kan dit slechts beperkt in beeld worden gebracht wegens derelatief korte looptijd van de maatregel. Hier wordt wel onderzoek naargedaan. De uitkomsten van dat onderzoek verwachten we in de loop van2025. De uitkomsten kunnen vooral relevant zijn voor toekomstigebeleidsvorming.UWV verricht circa 50% van de vereenvoudigde beoordelingen tijdig(binnen acht weken). Circa 70% van de beoordelingen vindt plaats vóórhet bereiken van de einde wachttijd (EWT). Ik heb UWV gevraagd om dekomende tijd oog te blijven houden voor de tijdigheid van de vereenvou-8In de periode van 1 oktober 2022 (start maatregel) tot aan augustus 2024 zijn er totaal ruim21.000 WIA-claimbeoordelingen vereenvoudigde afgedaan met toepassing van de60-plusmaatregel.BIJLAGE 1 –Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 78816 digde beoordelingen. Mede gezien het per 1 januari 2025 aflopen van demaatregel. Het percentage IVA-toekenningen binnen de 60-plusmaatregelis in 2024 (tot en met augustus) gemiddeld 21%.2. Herontwerp informatievoorziening (IV) voor arbeidsongeschikt-heids-wetgeving UWV heeft al enige tijd een implementatie van een nieuwe informatie-voorziening (IV) in voorbereiding. De nieuwe IV zal zich richten opeenduidige ondersteuning van het gehele WIA-claimproces voor internUWV. Het betreft het een langdurig traject dat naar verwachting vijf jaarzal duren. Op dit moment is op het traject onderstaande voortgang temelden.In de voortgangsbrief van 21 mei jl. is gemeld dat UWV in het voorjaarstart met een pilot met een instrument dat medewerkers in staat moetstellen sneller documenten te vinden in het elektronisch archief. De pilot isrecent afgerond en UWV werk aan de oplevering van de resultatenhiervan. Op basis van de resultaten van de pilot bepaalt UWV of en metwelke inzet van artificial intelligence (AI) dit een vervolg krijgt in 2025.Metintelligentere zoekfuncties kan de tijd per beoordeling verkort worden enper dossier efficiënter kunnen werken. Dit heeft potentieel veel impact opde inzet van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, omdat UWVmedewerkers nu veel tijd kwijt zijn met het zoeken naar relevanteinformatie en stukken. Ondersteunend hieraan werkt UWV aan het verderdigitaliseren van de aanlevering van stukken. Door digitale aanlevering ineen vast format, zullen de documenten in het elektronisch archief betervindbaar zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 78817 EVALUATIE SOCIAAL-MEDISCHE CENTRA (SMC’S)Uitkomsten van de SMC-evaluatieDe verwachting is dat het werken in SMC’s veel zal opleveren op devolgende vier resultaatgebieden: de kwantiteit en de kwaliteit van dedienstverlening, de cliënttevredenheid en de medewerkerstevredenheid.In de evaluatie is naar deze vier resultaatgebieden gekeken.In de evaluatie zijn twee groepen SMC’s met elkaar vergeleken, namelijk:SMC’s in de basis en teams in ontwikkeling. SMC’s in de basis zijn alvergevorderd in het implementeren van de nieuwe werkwijze. Teams inontwikkeling zijn minder ver in hun ontwikkeling en moeten het niveauvan SMC in de basis nog bereiken. Een belangrijk verschil tussen SMC’s inde basis en teams in ontwikkeling is dat SMC’s in de basis meer personeelvoor taakondersteuning en taakdelegatie hebben. Op het peilmoment vande evaluatie (maart 2024) waren er 13 SMC’s in de basis en 90 teams inontwikkeling.Resultaatgebied «kwantiteit»:Op bijna alle onderzochte indicatoren laten de SMC’s in de basis hogereprestaties zien dan teams in ontwikkeling. De productie per arts is hoger,er zijn meer tijdige beoordelingen en minder wachtende cliënten. Decliënten vanuit de Ziektewet zijn korter ziek en dat is een indicatie dat deSMC’s in de basis de dienstverlening voor cliënten vanuit de Ziektewetbeter op orde hebben. De totale productie is hoger, maar hiervoor is weleen groter team beschikbaar met meer taakondersteunend en taakgedele-geerd personeel, en meer niet-medisch personeel zoals arbeidsdeskun-digen en procesbegeleiders. De productiviteit van het team verschiltweinig tussen de twee categorieën SMC’s.Vergeleken met 2023 is de productie toegenomen en het percentagewachtende cliënten gedaald. Daar staat tegenover dat de productiviteitvan het team licht is afgenomen en er procentueel minder beoordelingentijdig worden verricht.Resultaatgebied «Cliënttevredenheid»Ook de cliënttevredenheid is hoger. Cliënten van SMC’s in de basis zijnmeer tevreden over de dienstverlening. Gemiddeld geven zij een 7,5,terwijl cliënten van teams in ontwikkeling een 7,1 geven. De hogerewaardering is terug te zien bij de WIA-cliënten. Zij waarderen de SMC’s inde basis met een 7,8. De WIA-cliënten van teams in ontwikkeling geveneen 7,0. De Ziektewet-cliënten van SMC’s in de basis geven een 7,1, en dievan teams in ontwikkeling een 7,2. De WIA-cliënten ervaren ook meer datmedewerkers in SMC’s in de basis de menselijke maat hanteren.Resultaatgebied «Medewerkerstevredenheid»Medewerkers die werkzaam zijn in SMC’s in de basis zijn gemiddeld meertevreden over hun werk ten opzichte van medewerkers in teams inontwikkeling. Vooral artsen, managers en teamondersteuners, maar ookde arbeidsdeskundigen, procesbegeleiders en medisch secretaressen, zijnpositiever in het SMC in de basis, vergeleken met hun collega’s diewerkzaam zijn in teams in ontwikkeling.De sociaal-medisch verpleegkundigen zijn echter minder tevreden. Zijwaarderen het werkgeverschap van UWV lager en de toekomstvisie vanhet werken in SMC’s vinden zij minder inspirerend. Verder ervaren zeBIJLAGE 2 –Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 78818 leiderschap minder goed en zijn ze minder positief over taakdelegatie entaakondersteuning dan collega’s bij de teams in ontwikkeling. Uit hetonderzoek blijkt ook dat sociaal-medisch verpleegkundigen ervaren dat zeminder ruimte hebben voor initiatief, een hogere werkdruk hebben enminder ruimte voor initiatief en beslissingen vergeleken met teams inontwikkeling. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de lagere scores,maar er is nader onderzoek nodig om dit te bevestigen.Omdat UWV dit jaar alleen de medewerkers in de uitvoering heeftbevraagd – zij zijn immers werkzaam binnen een SMC – en in 2023 heelSMZ, zijn de resultaten niet te vergelijken met de evaluatie van 2023.Resultaatgebied «Kwaliteit»Het werken in een SMC in de basis heeft geen aantoonbare invloed op deprofessionele kwaliteit van de dienstverlening tijdens de Ziektewetuit-kering. Er lijkt nog ruimte voor professionals om alle cliënten beter inbeeld te hebben door het werken in multidisciplinaire teams en hetinrichten van werkzaamheden rondom de cliënt. Bij de Ziektewetbeoor-deling en WIA-claimbeslissing zien we geen verschil tussen SMC’s in debasis en teams in ontwikkeling. Dat werd ook niet verwacht. Een beoor-deling kent vaste processen en vaste rollen voor de betrokken functiona-rissen. Bij de beoordeling voor de Wajong (via de Aanvraag BeoordelingArbeidsvermogen) presteren de SMC’s in de basis minder goed. Waaromde SMC’s in de basis hier minder goed presteren vergt nader onderzoek.Ten opzichte van de evaluatie in 2023 zien we dat de professionelekwaliteit van de dienstverlening en beslissingen in het algemeen isverbeterd. Zo is het aandeel juiste beslissingen bij de WIA-claim-beoordeling gestegen van 52% in 2023 naar 63% in 2024. Bij de Ziektewetis het aandeel juiste beoordelingen gestegen van 64% (2023) naar85% (2024). De ingezette verbeteringen naar aanleiding van de evaluatievan vorig jaar en de verdere ontwikkeling van de SMC-vorming met eenfocus op taakdelegatie en goede samenwerking tussen de verschillendefunctionarissen lijken dus hun vruchten af te werpen.Kanttekeningen bij de evaluatieIn hoeverre de SMC-vorming tot hogere prestaties leidt, kan op basis vandeze evaluatie niet eenduidig worden beantwoord. De onderzochteindicatoren worden ook door veel andere factoren beïnvloed, zoals hetaantal cliënten in verhouding tot de personeelscapaciteit van het SMC,prestaties van individuele medewerkers, werkcultuur en ziekteverzuim.De prestaties van geheel UWV zijn in 2024 op een aantal punten nietgestegen of gedaald in vergelijking met 2023. Dit heeft deels te makenmet de ontwikkeling die UWV doormaakt. UWV heeft veel medewerkersvoor taakondersteuning en taakdelegatie in dienst genomen, die goedingewerkt moeten worden voordat zij volledig kunnen meedraaien in eenSMC. Op de korte termijn heeft dit invloed op de productiviteit van hetteam en de productie per arts, die in 2024 licht gedaald zijn. Daarnaastheeft UWV ervoor gekozen om cliënten die al een tijd wachten op eenbeslissing voorrang te geven. De achterstand in de WIA-beoordelingenneemt daardoor af, maar het kan wel betekenen dat recente aanvragenniet op tijd behandeld worden. Daardoor daalt de tijdigheid van beslis-singen en beoordelingen. Tot slot is het aantal aanvragen voor de WIA deafgelopen maanden sterk gestegen. Dat zet veel druk op de medewerkersen op het tijdig kunnen beoordelen van cliënten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 78819 In dit licht bezien is het bemoedigend dat UWV de teamproductiviteit enhet percentage wachtende cliënten vrijwel op hetzelfde niveau heeftkunnen houden als in 2023 en de totale productie is toegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 78820
Gerelateerde bronnen
- De minister neemt gegevensdeling mee in het gesprek met het UWV en koppelt dit in de voortgangsbrief sociaal-medisch beoordelen terug aan de Kamer.
De minister neemt gegevensdeling mee in het gesprek met het UWV en koppelt dit in de voortgangsbrief sociaal-medisch beoordelen terug aan de Kamer.
- De minister gaat in de volgende voortgangsbrief sociaal-medisch beoordelen dieper in op sociaal-medische centra.
De minister gaat in de volgende voortgangsbrief sociaal-medisch beoordelen dieper in op sociaal-medische centra.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.