KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag Eurogroep en informele Ecofinraad 13 en 14 september 2024

24 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9f840dcbf08acf4f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2066 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 september 2024Hierbij zend ik u het verslag van de Eurogroep en informele Ecofinraadvan 13 en 14 september 2024. Na het Commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad van 5 september jl. is de agenda van de Eurogroep noggewijzigd. De besprekingen over de digitale euro en over het concurren-tievermogen van de Europese Unie zijn vervallen. Op laatstgenoemdeonderwerp ga ik daarom niet in. Wel doe ik u verslag van de ontwikke-lingen inzake de digitale euro, conform de eerdere toezegging hieroveraan uw Kamer, inclusief mijn toezegging tijdens het Commissiedebat van5 september jl. om nadere toelichting te geven over de technische standvan zaken van niet-programmeerbaarheid van de digitale euro. Naaraanleiding van toezeggingen tijdens dit Commissiedebat ga ik in hetverslag tevens in op de nieuwe bni-cijfers en het effect hiervan op deafdrachten van Nederland aan de Europese Unie en op het vervolgprocesvan het herziene Europese begrotingsraamwerk (Stabiliteits- enGroeipact).Als bijlage bij dit verslag stuur ik u de kwartaalrapportage lopendeEU-wetgevingsvoorstellen op het terrein van Financiën, conform deinformatieafspraken daarover met uw Kamer.Tot slot geef ik in het verslag een korte toelichting op een onlangsgepubliceerd paper over vergroting van flexibiliteit van het Cohesiebeleidna 2027 dat in opdracht van het Ministerie van Financiën is uitgevoerd.De Minister van Financiën,E. Heinen kst-21501-07-2066ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20661 Verslag Eurogroep en informele Ecofinraad 13 en 14 september2024 Eurogroep in reguliere samenstellingMacro-economische ontwikkelingenDe Europese Commissie (hierna: Commissie) gaf een toelichting op demacro-economische ontwikkelingen in de eurozone. De belangrijksteboodschap van de Commissie was dat de stand van zaken grotendeelsovereenkomt met de voorspelling uit hun Lenteraming.1 De verwachtegroei voor de eurozone dit jaar is 0,8% en voor volgend jaar 1,4%. Deinflatiedruk neemt af (2,2% in augustus 2024), waarmee de verwachting isdat de inflatie volgend jaar dicht bij de doelstelling van de EuropeseCentrale Bank (ECB) van 2% komt. De ECB gaf in reactie aan dat deverwachte inflatie voor 2025 2,2% bedraagt en dat de voorspelling voor2026 is dat de inflatie 1,9% is. De Commissie wees nog op de bescheidengroei in consumptie en de werkgelegenheidsgroei. De ECB lichtte toe datde huidige economische groei vooral wordt gedreven door de diensten-sector.Terugkoppeling G7Als voorzitter van de G7 gaf de Minister van Financiën van Italië eenterugkoppeling van de ontwikkelingen in G7-verband en de meest recentebijeenkomst in juli 2024. Hij lichtte toe dat de G7 stil stond bij deuitwerking van het G7-akkoord over het gebruik van de buitengewonerente-inkomsten van geïmmobiliseerde tegoeden van de RussischeCentrale Bank voor een lening aan Oekraïne ter waarde van $ 50 miljard.De Italiaanse Minister gaf aan te streven naar spoedige voortgang, zodatdit jaar de uitwerking van dit akkoord kan worden afgerond. Dat vereistdat de Europese Commissie met wetgevende voorstellen komt voor hetEU-deel van de lening. De G7-partners zullen ook met wetgevendevoorstellen moeten komen voor hun deel van de lening.De Commissie lichtte toe dat de Oekraïense noden onverminderd hoogzijn. De economische situatie in Oekraïne verslechterde de afgelopen tijdook vanwege de voortdurende Russische agressie. De Commissie gafvervolgens aan dat van hun kant ook hard wordt gewerkt aan dewetgevende voorstellen inzake het G7-akkoord en het voornemen omdeze op korte termijn te publiceren. Nederland onderstreepte, net alsandere lidstaten, het belang van blijvende steun aan Oekraïne, eensgezindoptreden van de EU, en de noodzaak om snel tot uitwerking van hetG7-akkoord te komen.Op 20 september presenteerde de Europese Commissie een voorstel voorhet organiseren van het aandeel van de EU in het G7-akkoord. Daarbijstelt de Commissie voor het EU-aandeel van de leningen te verstrekkenvia macro-financiële bijstand. Daarbij stelt de Commissie een mechanismevoor om de buitengewone rente-inkomsten ter beschikking te stellen aanOekraïne ten behoeve van het dekken van de financieringslasten van doorde Unie en de G7-landen te verstrekken leningen. De Europese Unie zal demiddelen die nodig zijn om de lening aan Oekraïne te verstrekken, lenenop de kapitaalmarkt. Als de Raad van de Europese Unie en het Europeesparlement met dit voorstel instemmen leidt dit tot een garantie vanuit de1Europese Commissie «Spring 2024 Economic Forecast: A gradual expansion amid highgeopolitical risks», 15 mei 2024, https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-forecast-and-surveys/economic-forecasts/spring-2024-economic-forecast-gradual-expansion-amid-high-geopolitical-risks_en.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20662 zogenoemde headroom van het Eigenmiddelenbesluit. In dat geval dientin de begroting van het Ministerie van Financiën een nieuwe garantieopgenomen te worden. Uw Kamer wordt zo spoedig mogelijk geïnfor-meerd over de kabinetsappreciatie van het voorstel van de EuropeseCommissie en de budgettaire gevolgen.Informele EcofinraadWerklunch «Nieuwe financieringsmogelijkheden in het onder-steunen van lage-inkomenslanden als reactie op de globaleontwikkelingen»Tijdens de werklunch sprak de Raad over nieuwe financierings-mogelijkheden voor lage inkomenslanden. Daartoe was de ManagingDirector van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) Kristalina Georgievaook aanwezig. De discussie ging hoofdzakelijk over de aankomendeherziening van de Poverty Reduction and Growth Trust (PRGT) van hetIMF, waarover uw Kamer eerder geïnformeerd is.2Het IMF biedt lage-inkomenslanden die kampen met betalingsbalanspro-blemen concessionele financiering aan vanuit de PRGT. Momenteelhoeven landen geen rente te betalen over PRGT-leningen. De rentesub-sidie die hiervoor nodig is, werd vooralsnog voor het merendeelgefinancierd door giften van donoren via de zogenaamde PRGT-subsidie-rekening. De PRGT is opgezet als zelfvoorzienend fonds. Dit wil zeggendat de rentesubsidies gefinancierd worden door rendement op demiddelen in de subsidierekening en dat geen periodieke middelenaanvul-lingen nodig zijn. Door de gestegen rente en de grote vraag naarPRGT-leningen is echter een financieringstekort ontstaan op dePRGT-subsidierekening.Voor de jaarvergadering in oktober wil het IMF een akkoord bereiken overeen set aan maatregelen die het zelfvoorzienende financieringsmodel vande PRGT herstelt om aan de vraag naar PRGT-middelen te kunnenvoldoen. Hiertoe bestaan verschillende opties. Gezien de omvang van hetsubsidiegat zal een combinatie van maatregelen nodig zijn. Zo kunnen demodaliteiten van de PRGT aangepast worden. De subsidiepot neemtbijvoorbeeld minder snel af als de rente op de PRGT-leningen iets wordtverhoogd ten opzichte van de huidige 0%. Het IMF heeft in dat kadervoorgesteld de PRGT-rente te differentiëren en de mate van concessiona-liteit afhankelijk te maken van het inkomensniveau van het ontvangendeland. Ook kan de subsidierekening aangevuld worden door de internemiddelen van het IMF aan te wenden, waarbij opties zijn om te kijken naarhet gebruik van de IMF-reserves of het verkopen van een deel van degoudreserves van het IMF.Nederland gaf tijdens de werklunch aan het van groot belang te vindenom lage inkomenslanden te blijven steunen. Bij de herziening van dePRGT heeft het voor Nederland prioriteit dat het zelfvoorzienendfinancieringsmodel van de PRGT wordt hersteld, inclusief voldoendefinanciële middelen. In dat verband verwelkomde Nederland het voorstelom de PRGT-rente te differentiëren en de mate van concessionaliteitafhankelijk te maken van het inkomensniveau van het ontvangende land.Tegelijkertijd gaf Nederland aan voorstander te zijn van een pragmatischeoplossing om het resterende subsidiegat te vullen en daarbij open testaan voor de mogelijkheid van het inzetten van interne middelen van hetIMF. Het betrof een informele bespreking. Er is tijdens de werklunchderhalve geen besluit genomen over de herziening van de PRGT.2Kamerstukken II, 2023–2024, 26 234, nr. 287; Kamerstukken II, 2023–2024, 26 234, nr. 292.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20663 Tijdens werklunch is ook kort stilgestaan bij de voorgenomen ArtikelIV-missie van het IMF naar Rusland. Dergelijke missies van het IMF zijneen statutaire verplichting volgens artikel IV van de oprichtingsstatutenvan het IMF. Recent besloot het IMF deze missie uit te stellen. Een artikelIV-missie houdt in dat het IMF een economische analyse uitvoert engesprekken met stakeholders in het desbetreffende land houdt.Vervolgens doet het IMF aanbevelingen die na akkoord van het landgepubliceerd kunnen worden.Werksessie I «Duurzame financiering van de groene transitie»De secretaris-generaal (SG) van de Organisatie voor EconomischeSamenwerking en Ontwikkeling (OESO), Matthias Corman, en de CEO vanhet Hongaarse Agentschap voor de uitgifte van staatsobligaties, ZoltánKurali, gaven presentaties over het thema duurzame financiering voor degroene transitie. De presentatie van de SG van de OESO was in lijn methet achtergronddocument van de OESO dat voorafgaand aan deinformele Ecofinraad was verspreid, getiteld «Financing the climatetransition in the European Union», en dat uw Kamer ook ontving.3 In depresentatie lag de nadruk op de noodzaak van het mobiliseren van privaatkapitaal en structurele hervormingen om de groene transitie te realiseren.De CEO van het Hongaars Agentschap maakte het eerste punt concreetdoor de positieve Hongaarse ervaringen te delen met de verkoop vanstaatsobligaties direct aan particulieren en huishoudens.In de informele gedachtewisseling benadrukten lidstaten dat de groenetransitie, klimaatmitigatie en klimaatadaptatie behoren tot de grootsteuitdagingen voor de mensheid. Veel aanwezigen onderstreepten daarbijdat deze uitdagingen te groot zijn om alleen met publieke middelen teworden opgelost. Publieke budgettaire middelen kunnen een belangrijkerol spelen in het aanjagen van verduurzaming, bijvoorbeeld door deonrendabele top af te dekken of te investeren in mogelijke doorbraaktech-nologieën. Private financieringsstromen zullen echter ook een belangrijkdeel van de financiering van de transitie op zich moeten nemen. Omprivate financieringsstromen aan te jagen zijn economische prikkels vangroot belang, ook op Europees niveau via bijvoorbeeld het Emissiehan-delssysteem (ETS). Daarnaast is voldoende investeringszekerheid voorfinanciële instellingen en bedrijven een belangrijke randvoorwaarde voorgroei van private financieringen. Daartoe moet groen beleid voorspelbaarzijn. Bovendien is het van belang de beschikbaarheid van duurzamegrondstoffen te vergroten. Het financieren van de groene transitie werddoor diverse aanwezigen ook gekoppeld aan de lopende discussies overde kapitaalmarktunie en het Europese concurrentievermogen.Werksessie II «De effecten van demografische ontwikkelingen opde houdbaarheid van de publieke schulden»De tweede werksessie ging over de effecten van demografische ontwikke-lingen op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Voorafgaand aanhet gesprek presenteerde Bruegel een paper dat uw Kamer ook ontving.4In het paper schetst Bruegel dat de publieke uitgaven zullen toenemendoor vergrijzing omdat hierdoor de zorg- en pensioenuitgaven zullenstijgen. Tegelijkertijd neemt de beroepsbevolking in de EU af. Devoorspelling is dat in 2050 de beroepsbevolking met 21% zal zijngekrompen. Dit betekent dat de economische groei hoofdzakelijkafhankelijk wordt van de toename in productiviteit.3Kamerstukken II, 2024–2025, 21 501-07, nr. 2060.4Kamerstukken II,2024–2025, 21 501-07, nr. 2060.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20664 Tijdens de werksessie gaven de auteurs van het paper een naderetoelichting. Zij gaven aan dat de vooruitzichten op de middellange termijnzorgelijk zijn, gezien bovenstaande feiten. Tegelijkertijd benoemden ze dathet positief is dat in de herziene Europese begrotingsregels toekomstigekosten gerelateerd aan de vergrijzing worden meegenomen in debegrotingsopgave voor lidstaten. Een groot deel van de ombuiging, omstijgende schulden te voorkomen, zal hierdoor in de komende vier totzeven jaar plaatsvinden en wordt meegenomen bij het opstellen van deeerste zogenaamde «Medium-Term Fiscal Structural Plans». Daarbij gafBruegel aan dat een deel van de ombuiging kan worden voorkomen.Volgens Bruegel kunnen de kosten van vergrijzing worden beperkt doorhervormingen die de arbeidsparticipatie verhogen, de zorgkosten voorouderen te beperken, de immigratie te verhogen of te voorzien in eentoename van de geboortegraad (aantal kinderen per vrouw). Echter, zoconstateert Bruegel, de landenspecifieke aanbevelingen van deCommissie op de gebieden van arbeidsmarkt en pensioenen worden doorlidstaten zeer beperkt opgevolgd. Overigens merkte Bruegel hierbij op dater geen aandacht in de landenspecifieke aanbevelingen is voor immigratieen geboortegraad. Volgens Bruegel moeten lidstaten bestaande landen-specifieke aanbevelingen adresseren ter voorkoming van (verdere)stijging van publieke schulden door vergrijzing lidstaten, terwijl deCommissie verder moet gaan in de reikwijdte van de landenspecifiekeaanbevelingen.In mei 2024 heeft de Raad reeds conclusies aangenomen over hetnieuwste Ageing rapport van de Europese Commissie.5 Dit rapport bevatlange termijn ramingen en maakt een inschatting van de gerelateerdekosten en consequenties van de demografische ontwikkelingen inlidstaten. In de Raadsconclusies wordt onder andere genoemd dat doorde vergrijzing de publieke uitgaven zullen toenemen door hogere zorg- enpensioenuitgaven. Tegelijkertijd neemt het aandeel van de beroepsbe-volking (in de totale bevolking) af, waardoor economische groei hoofdza-kelijk afhankelijk wordt van de toename in productiviteit. De Raadbenadrukt in de conclusies het belang van prudente overheidsfinanciën,het stimuleren van productiviteitsgroei en arbeidsparticipatie, en hethervormen van het pensioenstelstel en de gezondheidszorg.Nederland onderstreepte met veel andere lidstaten het belang van dezegedachtewisseling over de effecten van demografische ontwikkelingen, inhet bijzonder vergrijzing op de publieke financiën. Diverse lidstatenlegden tijdens de gedachtewisseling de nadruk op het belang vanpensioenhervormingen en het vergroten van de arbeidsparticipatie.Nederland wees in dat verband op het belang van het koppelen van depensioenleeftijd aan de levensverwachting en werd daarin gesteund dooreen aantal andere aanwezigen. Nederland lichtte daarbij toe dat inNederland deze koppeling bestaat, waarbij voor elke drie maandenstijging in de levensverwachting de AOW-leeftijd met twee maandentoeneemt. Daarbij noemde Nederland het positieve effect van de stijgendeAOW-leeftijd op de arbeidsparticipatie, niet alleen in de groep 65 tot75-jarigen, maar vooral ook in de leeftijdsgroep daarvoor. In de groep 55tot 65-jarigen is de netto-arbeidsparticipatie gestegen van 58,5% in 2013naar 75% in 2023. Deze koppeling beperkt de krimp van de beroepsbe-volking in Nederland. Een ander aspect dat door Nederland werd belicht ishet belang van de opbouw van aanvullend pensioen. Ook dit kreeg bijvalvan diverse deelnemers aan de discussie.5«Fiscal sustainability challenges arising from ageing – Council conclusions», 9160/24, Brussel,14 mei 2024, https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-9160-2024-INIT/en/pdf. Zie ook:Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-07, nr. 2042.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20665 Een ander aspect dat veel aandacht kreeg was de (arbeids)productiviteit.De lidstaten zijn het er over eens dat de (arbeids)productiviteit moetgroeien. Ook Nederland bracht dat in en wees daarbij op het belang vaninvesteringen in digitalisering en innovatie om dit te realiseren.Bovendien, zo beklemtoonde Nederland, zal een groei in arbeidsproducti-viteit ook het concurrentievermogen van de EU versterken.Verschillende lidstaten vroegen nog aandacht voor hervormingen in degezondheidssector om de publieke schulden beheersbaar te houden,naast de al eerder genoemde pensioenhervormingen. Tenslotte gaf eenaantal lidstaten aan het nuttig te vinden om «best practices» met elkaar tedelen als het gaat om immigratie en geboortegraad.OverigOntwikkelingen ten aanzien van digitale euro, incl. toezeggingtijdens Commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad 5 september jl. omde Kamer te informeren over de technische stand van zaken vanniet-programmeerbaarheid van de digitale euroDe tentatieve agendering van het dossier digitale euro voor de Eurogroepis vervallen, waardoor het niet besproken is in de vergadering. Deonderhandelingen op ambtelijk niveau worden hervat met een eerstebijeenkomst eind september. Er zal dan onder meer worden gesprokenover het voorbereidingsproces van de ECB en over het onderwerp privacy.Tijdens het Commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad op 5 september jl. hebik toegezegd om nader in te gaan op de vraag van het lid Van Houwe-lingen (FvD) over de niet-programmeerbaarheid van een mogelijkedigitale euro. Hierbij doe ik deze toezegging gestand.Aard van centralebankgeldEr is sprake van toenemende digitalisering van het betalingsverkeer en erwordt door mensen en bedrijven steeds meer digitaal betaald. Het gebruikvan contant geld als betaalmiddel loopt daardoor terug. Een van debelangrijkste beleidsdoelen achter de mogelijke introductie van eendigitale euro is het waarborgen van de rol van centralebankgeld in deeconomie. Zoals ook toegelicht in het BNC-fiche6, vervult centrale-bankgeld (wat publiek geld is) een belangrijke functie in het geldstelsel.De mogelijkheid tot het inwisselen van giraal geld dat wordt aangehoudenop een bankrekening in centralebankgeld, draagt eraan bij dat giraal geldgelijkwaardig en waardevast is. Deze inwisselbaarheid zorgt ervoor dataan een rekeningsaldo bij de ene bank evenveel waarde wordt toegekendals aan een rekeningsaldo bij een andere bank. Deze pariteit is belangrijkin onze economie: het zorgt voor een anker en dus stabiliteit.Om te kunnen spreken van centralebankgeld dat een dergelijke anker-functie vervult en om aan te sluiten bij de status van een wettig betaal-middel, moet een mogelijke digitale euro een vaste nominale waardehebben en één op één inwisselbaar zijn met andere vormen van geld,zoals bankbiljetten en munten, tegoeden op girale rekeningen en met debankreserves van commerciële banken bij de ECB.7 Alleen al daarom ishet niet mogelijk om een digitale euro zo vorm te geven dat deze eenbepaald bestedingsdoel of een vervaldatum heeft. Er zou dan geen sprakezijn van een digitale vorm van de euro als enige munteenheid (de single6Kamerstukken II, 2022–2023, 22 112, nr. 3747.7Zie artikel 12 en de definitie van programmeerbaar geld in artikel 2 van het Commissievoorstel(COM(2023) 369 final).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20666 currency), waarover gesproken wordt in artikel 133 van het Verdragbetreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) dat de grondslagbiedt voor de wetsvoorstellen van de Europese Commissie. Ook past eendigitale euro die is vormgegeven als waardebon niet bij de bevoegdhedenvan de ECB en het Eurosysteem zoals opgenomen in het VWEU.8Niet-programmeerbaar is een voorwaarde voor introductieIn het wetsvoorstel dat nu op tafel ligt, staat expliciet dat een digitale eurogeen programmeerbaar geld kan zijn.9 Dat betekent dat een digitale euroniet zal bestaan uit eenheden digitaal geld met een intrinsieke logica diede volledige fungibiliteit van elke eenheid beperkt. Met andere woorden,een digitale euro kan inherent niet zodanig worden geprogrammeerd datdeze een beperkte inwisselbaarheid heeft. Iedere digitale euro moetvolledig inwisselbaar zijn. Dit voorstel heeft breed draagvlak binnen deRaad en onder de lidstaten. Mijn verwachting is dat dit ook in de finaleteksten zal staan. Als de wetgeving is aangenomen, is de ECB gebondenaan de daarin opgenomen randvoorwaarden. De ECB mag dan simpelweggeen digitale euro bouwen die wel programmeerbaar en daarmee beperktinwisselbaar is.De ECB heeft in haar opinie over de wetsvoorstellen van de EuropeseCommissie benadrukt dat zij nooit een programmeerbare digitale euro zaluitgeven. Zelfs als de verordening over de vormgeving en uitgifte van dedigitale euro daartoe ruimte zou bieden (wat dus niet het geval is), zou ditniet passen bij de bevoegdheden die de ECB heeft op basis van hetVWEU.10Het technische ontwerp van een digitale euro is nog onderwerp vanonderzoek. De ECB en het gehele Eurosysteem werken in verschillendewerkstromen in het kader van de voorbereidingsfase aan een technischontwerp van de digitale euro. Daarbij gelden de randvoorwaarden uit deconceptregelgeving (en later de finale regelgeving) als kader.Toezegging tijdens Commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad5 september jl. om de Kamer te informeren over nieuweberekening bni en tot welke hogere afdrachten van Nederland ditgaat leidenIn Nederland werken het Centraal Bureau Statistiek (CBS) en De Neder-landsche Bank (DNB) nauw samen bij het opstellen van de macro-economische statistieken zoals de nationale rekeningen, de betalings-balans en statistieken over de overheidsfinanciën.De Europese Commissie heeft de aanbeveling aan lidstaten gedaan omminimaal elke vijf jaar te reviseren. Alle lidstaten publiceren dit jaar eenrevisie over de nationale rekeningen. Deze revisie gaat terug tot en met1995. Het CBS heeft de Nederlandse cijfers eind juni gepubliceerd en inseptember aan de Europese Commissie geleverd.Voor Nederland wordt voor de jaren 2018 t/m 2022 het bruto nationaalinkomen opwaarts bijgesteld (in 2018, 12 mld. Euro, in 2022 29 mld. euro).De oorzaken van deze bijstelling zijn divers, onder andere door eengewijzigde registratie van de vermindering van de energiebelasting vanhuishoudens en door de beschikbaarheid van aanvullende variabelen8De ECB beschrijft in haar Opinie d.d. 31 October 2023 (CON/2023/34) dat zij geen bevoegdheidheeft tot het uitgeven van vouchers onder het VWEU, zie p. 19.9Zie artikel 24 lid 2 van het Commissievoorstel (COM(2023) 369 final).10ECB Opinie (CON/2023/34), p. 19.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20667 waardoor de cijfers accurater zijn, bijvoorbeeld bij ontslagvergoedingen.Uw Kamer is op 28 juni over deze CBS-revisie geïnformeerd in een briefover het voorstel van de Europese Commissie voor de EU-jaarbegrotingvan 2025.Zoals in die brief aangegeven, is de omvang van het bni van Nederlandten opzichte van de overige EU-lidstaten bepalend voor de omvang vande Nederlandse bni-afdracht aan de EU. Daardoor kan de opwaartsebijstelling van het bni gevolgen hebben voor de hoogte van de Neder-landse bni-afdracht. Dit effect is afhankelijk van de revisies van andereEU-lidstaten van hun bni.Naar verwachting is het beeld van de revisies in de lidstaten in decembercompleet en worden de cijfers besproken in het bni-comité. Het kabinetzal uw Kamer dan een eerste inschatting geven van het mogelijke effectop de Nederlandse afdracht aan de EU. Die effecten worden in 2025 naderzichtbaar via het jaarlijkse proces van de nacalculatie en de jaarlijksebijstelling van de vooruitkijkende raming van de bni-cijfers. Uw Kamerwordt daar zoals gebruikelijk over geïnformeerd.Vervolgproces implementatie herzien Europese begrotings-raamwerk (Stabiliteits- en Groeipact)In reactie op een toezegging tijdens het commissiedebat Eurogroep/Ecofinraad op 5 september 2024 om de Kamer blijvend te informeren overde buitensporigtekortprocedure, informeer ik u hierbij over het vervolg-proces omtrent de implementatie van het herziene Europese begrotings-raamwerk (Stabiliteits- en Groeipact).De Raad heeft op 16 juli 2024 op basis van artikel 126(6) van het Verdragbetreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) buitensporigetekorten vastgesteld voor België, Frankrijk, Italië, Hongarije, Malta, Polenen Slowakije. Daarnaast heeft de Raad, op voorstel van de Commissie,voor Roemenië vastgesteld dat geen effectief gevolg is gegeven aan deeerdere aanbeveling uit 2022 om een eind te maken aan het buitensporigtekort. Zoals eerder omschreven in de geannoteerde agenda van deEurogroep en Ecofinraad op 15–16 juli jl. (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2058),zullen de aanbevelingen van de Raad om buitensporige tekorten terug tedringen in december 2024 of januari 2025 aangenomen worden. Onder-staand vindt u de achtergrond bij deze tijdlijn en hoe uw Kamer geïnfor-meerd zal worden over deze eerstvolgende stap in de buitensporigtekort-procedure.In februari 2024 bereikten de Raad, het Europees parlement en deEuropese Commissie (de Commissie) een akkoord over het herzieneEuropese begrotingsraamwerk. Het herziene raamwerk is in april 2024 inwerking getreden. Onder dit raamwerk stellen lidstaten een meerjarenplanop voor hun begrotingsbeleid, hervormingen en investeringen,zogenoemde budgettair-structureel plan voor de middellange termijn (hetplan, of meerjarenplan). Dit plan bevat een landspecifiek uitgavenpad,structurele hervormingen en investeringen. Dit uitgavenpad wordt inprincipe opgesteld voor een periode van vier jaar (de budgettaireaanpassingsperiode). Lidstaten kunnen in aanmerking komen voorverlenging van de aanpassingsperiode naar maximaal zeven jaar wanneerzij prioritaire structurele hervormingen en investeringen opnemen in hunplan die aan aanvullende criteria voldoen. Zo moeten deze hervormingenen investeringen bijdragen aan schuldhoudbaarheid, economische groeien in lijn zijn met landspecifieke aanbevelingen in het kader van hetEuropees Semester adresseren en EU-prioriteiten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20668 De deadline voor indiening van de plannen is 15 oktober 2024. Deverordening biedt de mogelijkheid voor lidstaten om het plan later in tedienen onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld (aanstaande)nationale verkiezingen. Naar verwachting dient het merendeel van delidstaten het plan in op 15 oktober.In lijn met verordening 2024/1263 dient de Commissie de meerjaren-plannen binnen zes weken te beoordelen. Dit betekent dat de Commissienaar verwachting eind november 2024 de beoordeling van de plannenpubliceert. Tegelijkertijd zal de Commissie aanbevelingen aan de Raaddoen voor het vaststellen van het uitgavenpad en het goedkeuren van destructurele hervormingen en investeringen onderliggend aan eenverlenging van de aanpassingsperiode.Voor lidstaten in een buitensporigtekortprocedure11 dient dit uitgavenpadin lijn te zijn met Raadsaanbevelingen voor de correctie van buitensporigetekorten op basis van artikel 126(7) VWEU (het correctieve uitgavenpad).Om de consistentie te waarborgen tussen het door de Raad vastgesteldeuitgavenpad op basis van het meerjarenplan en het correctieve uitga-venpad in het kader van de buitensporigtekortprocedure, doet deCommissie in november naar verwachting gelijktijdig de aanbevelingenaan de Raad hiervoor.Voor lidstaten die hun meerjarenplan niet tijdig bij de Commissie indienenzal de Commissie de Raad naar verwachting aanbevelen om eenreferentiepad aan te bevelen als correctief uitgavenpad, waarbij deaanpassingsperiode vier jaar zal zijn. Dit referentiepad hebben lidstatenvan de Commissie ontvangen op basis van verordening 2023/1263 engeeft weer wat op basis van de berekeningen van de Europese Commissienodig is om aan de vereisten van deze verordening te voldoen. Als eenlidstaat later alsnog een plan indient kan het correctieve uitgavenpadgewijzigd worden om het in overeenstemming te brengen met hetuitgavenpad.De Raad zal naar verwachting in december 2024 of januari 2025 besluitenover: 1. het vaststellen van de uitgavenpaden en het goedkeuring vanhervormingen en investeringen onderliggend aan verlenging van deaanpassingsperiode op basis van het meerjarenplan van landen, 2. hetvaststellen van een correctieve uitgavenpad voor lidstaten in eenbuitensporigtekortprocedure.De Kamer wordt voorafgaand aan deze besluitvorming geïnformeerd overde appreciatie van het kabinet van de door de voorliggende Raadsaanbe-velingen.Bovenstaande proces geldt voor alle lidstaten van de EU. Daarnaastdienen de eurozone-lidstaten op 15 oktober zoals gebruikelijk hunconceptbegroting (Draft Budgetary Plan) voor het komende jaar in. DeCommissie beoordeelt zoals gebruikelijk deze conceptbegrotingen, metals doel om vroegtijdig te beoordelen of er risico’s zijn dat het begrotings-beleid in eurozone-lidstaten op gespannen voet zal staan met deafspraken uit het Stabiliteits- en Groeipact, inclusief de door de Raadaanbevolen uitgavenpaden en correctieve uitgavenpaden. Het is gebrui-kelijk dat de Eurogroep in december of januari over die beoordeling vande Commissie een verklaring aanneemt. Uw Kamer wordt in de geanno-teerde agenda voor die Eurogroep geïnformeerd over de beoordeling van11Voor een uitgebreide beschrijving van de buitensporigtekortpocedure verwijs ik u graag naarde geannoteerde agenda van de Ecofinraad op 16 juli 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 20669 de Commissie en de inzet van het kabinet ten aanzien van deboodschappen in die Eurogroepverklaring.Nadat de Raad in december 2024 of januari 2025 de aanbevelingen voorde (correctieve) uitgavenpaden heeft vastgesteld en de hervormingen eninvesteringen onderliggend aan verlenging heeft goedgekeurd, dienenalle lidstaten jaarlijks uiterlijk op 30 april een voortgangsrapport in. In ditvoortgangsrapport rapporteren lidstaten over de voortgang in deimplementatie van het uitgavenpad, en hervormingen en investeringenonderliggend aan verlenging. Afwijkingen van het uitgavenpad wordenjaarlijks en cumulatief bijgehouden in een controlerekening. Voor dezeafwijkingen geldt een jaarlijkse drempelwaarde van 0,3% bbp en eencumulatieve drempelwaarde van 0,6% bbp. Vanaf het voorjaar van 2026beoordelen de Commissie en de Raad voor het eerst of de afwijkingen vanhet uitgavenpad deze drempelwaarden overschrijden. Wanneer eenlidstaat deze drempelwaarden overschrijdt, dan kan de Commissievolgens artikel 126(3) VWEU een onderzoek starten of er sprake is van eenbuitensporig tekort. Wanneer lidstaten de hervormingen en investeringenonderliggend aan verlenging onvoldoende implementeren, dan kan deRaad op voorstel van de Commissie aanbevelen om de verlengdeaanpassingsperiode in te korten.Voor lidstaten in een buitensporigtekortprocedure geldt dat zij binnen 6maanden gevolg moeten geven aan de Raadsaanbeveling om hetbuitensporig tekort te verminderen. Wanneer de lidstaat verzuimtuitvoering te geven aan de Raadsaanbeveling, dan kan de Raad besluitende betrokken lidstaat aan te manen binnen een voorgestelde termijnmaatregelen te treffen om het tekort te verminderen en verzoeken omvolgens een nauwkeuring tijdsschema verslag uit te brengen.Publicatie paper «Vergroting flexibiliteit van het Cohesiebeleid na2027»Nederland heeft begin 2024 de opdracht gegeven voor het uitvoeren vaneen onafhankelijk onderzoek naar vergroting van de flexibiliteit van deEuropese begroting. Dit onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau«Centre for European Policy Studies» (CEPS) in Brussel. Het onderzoekheeft geleid tot een paper over «Vergroting van de flexibiliteit van hetCohesiebeleid na 2027» dat recent is gepubliceerd op de website vanCEPS.12 Dit onderzoek is gevraagd in het kader van de ambtelijkevoorbereidingen op de onderhandelingen over het volgende MeerjarigFinancieel Kader maar staat los van de Nederlandse kabinetsinzet voor devolgende Europese meerjarenbegroting vanaf 2028 (het MeerjarigFinancieel Kader).12EU cohesion policy post-2027: why and how to enhance flexibility – CEPSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 206610

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 54d42edc82f9ebb4

14 okt 2026 · e50061404c88bcd3

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.