KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op RIVM-rapport kruisresistentie risico's in schimmelziekteverwekkers

11 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7be23f650eab0301 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 793Preventief gezondheidsbeleidNr. 875 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 december 2025Het rapport van het RIVM over risico’s van kruisresistentie in schimmel-ziekteverwekkers door duaal gebruik van fungiciden en niet-fungiciden isaangeboden aan uw Kamer. Met dit schrijven wil ik uw Kamer van eenkabinetsreactie voorzien.AanleidingWerkzame stoffen die gebruikt worden als gewasbeschermingsmiddelenkunnen andere type toepassingen hebben buiten de landbouw. Zo zijn erwerkzame stoffen die qua chemische structuur en werkingsmechanismelijken op chemische stoffen die gebruikt worden in medicinale toepas-singen. In het verleden is gebleken dat de ontwikkeling van resistentie vande schimmel Aspergillus Fumigatus tegen medicinale azolen kan ontstaandoor het gebruik van azolen als gewasbeschermingsmiddel tegenschimmels in planten, en impregnatie van hout. Voor gezonde mensenvormt dit doorgaans geen gevaar, maar bij mensen met een verzwaktimmuunsysteem kan dit een grote impact hebben op hun gezondheid enzij kunnen hier zelfs aan overlijden. In het huidige EU geharmoniseerdetoetsingskader van gewasbeschermingsmiddelen en biociden wordt ernog niet standaard rekening gehouden met het mogelijke ontstaan van dekruisresistentie tegen verwante antischimmelmiddelen (medicijnen). HetRIVM is gevraagd om voor zowel gewasbeschermingsmiddelen alsbiociden te onderzoeken of en zo ja hoe dit opgenomen zou kunnenworden binnen de risicobeoordeling. Kruisresistentie is onderzocht bij deschimmels Aspergillus fumigatus en Candida auris, en de relatie metazolen en niet-azolen fungiciden. Het onderzoek is uitgevoerd aan de handvan een literatuuronderzoek.Conclusies rapport RIVMHet RIVM heeft voldoende aanwijzingen gevonden voor een omgevings-route waarbij ook Candida kruisresistentie kan ontwikkelen door bloot- kst-32793-875ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 8751 stelling aan azolenfungiciden als gewasbeschermingsmiddel in het milieu.Er is zowel beperkte monitoringsdata in klinische en met name natuurlijkeomgevingen, waardoor het nog onbekend is in welke mate deze kruisre-sistentie bijdraagt aan opkomst van resistente Candida infecties in dekliniek. Wat betreft duaal gebruik en het risico voor kruisresistentie is ditook gevonden bij de klassen van niet-azolenfungiciden.Er wordt benadrukt dat gelijktijdige ontwikkeling van nieuwe klassen vanfungiciden met hetzelfde werkingsmechanisme als klinische middelenzorgwekkend is. Multiresistentie kan ook ontwikkeld worden door hetgecombineerde gebruik van klassen fungiciden.AanbevelingenHet RIVM formuleert zowel algemene als meer specifieke aanbevelingenten aanzien van het toetsingskader. Specifiek op het toetsingskader, doethet RIVM een aanbeveling voor verbetering van het nationale toelatings-kader door het meenemen van humane schimmelziekteverwekkers in eenomgevingsanalyse. Een concrete uitwerking is het opzetten van gestan-daardiseerde referentiepanels, waarin wildtype en (multi)resistenteklinische en omgevingsisolaten van relevante schimmelziekteverwekkersworden gebruikt om de risico’s van kruisresistentie op nieuwe middelenop te testen. Nederland beschikt over verschillende uitgebreide schimmelbiobanken om dit soort panels mee op te stellen en te verspreiden. HetRIVM benoemt dat een vervolgstap het opstellen van gevalideerdeprotocollen zou zijn voor het testen van nieuwe fungiciden in delandbouw.In meer algemene zin, beveelt het RIVM aan om monitoring te versterken,zowel voor het gebruik van fungiciden als voor schimmelziekteverwekkersin de omgeving en de kliniek. Daarnaast wordt er geadviseerd omfungicide gebruik te beperken, door toepassing van geïntegreerdegewasbescherming (IPM) en gebruik van GMO gewassen. Ten slottewordt er aanbevolen om specifieke klassen van antifungale middelen tereserveren voor klinisch gebruik.BeleidsreactieHet kabinet zet zich al geruime tijd zowel op Europees als op nationaalniveau in om fungicideresistentie aan te pakken. In januari 2025 is er doorvijf Europese agentschappen een onderzoek gepubliceerd waarinaanbevelingen gedaan zijn over de kruisresistentie van azolenresistenteAspergillus fumigatus 1. Nederland heeft in dit project deelgenomen aande werkgroepen en blijft een tijdige opvolging van dit rapport onder deaandacht brengen bij de Europese Commissie. In de afgelopen SCOPAFF-bijeenkomst over gewasbescherming heeft de Commissie aangegeven datzij een vervolgmandaat verwachten voor de ontwikkeling van eenbeoordelingsmethode waarmee een concrete risico-inschatting kanworden gemaakt voor het gebruik van azolen fungiciden. De inzet van hetkabinet is hiermee in lijn en richt zich op het onderzoeken van demogelijkheden om op Europees niveau de risico’s van kruisresistentie tebetrekken bij de goedkeuring van werkzame stoffen en bij de nationaletoelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Daarbij pleitenwe voor het reserveren van nieuw ontwikkelde essentiële antischimmel-middelen exclusief voor humane geneeskunde. Het exclusief reserverenvan fungiciden voor menselijk gebruik betreft nog steeds een politieke1EFSA | Impact of the use of azole fungicides, other than as human medicines, on thedevelopment of azole-resistant Aspergillus spp.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 8752 keuze op Europees niveau, die onvermijdelijk een complexe en genuan-ceerde discussie met zich meebrengt.Internationaal is antimicrobiële resistentie, waaronder resistenteschimmels, een belangrijk thema in de Nederlandse mondiale gezond-heidsstrategie 2023–2030. Tijdens de algemene vergadering van de VN inseptember 2024 is antimicrobiële resistentie (AMR) erkend als eendreiging die gecoördineerde, wereldwijde actie vereist. Nederland riep optot meer ambitie, betere controlemechanismen en een open dialoog omde internationale AMR-respons verder te ondersteunen.Naast onze inzet op Europees en internationaal niveau, zetten wij ons ooknationaal in. De nationale aanpak richt zich op het terugdringen vanantimicrobiële resistentie door uitvoering van het Nationaal ActieplanAntimicrobiële Resistentie 2024–2030, waarin de reikwijdte is uitgebreidvan antibiotica naar antimicrobiële middelen in het algemeen 2. In ditactieplan wordt er onder andere gewerkt aan de detectie van residuen,monitoring van resistentie en de uitbreiding van monitoring van gebruiktehumane antimicrobiële middelen. Het verantwoord gebruik van bestaandemiddelen en onderzoek naar nieuwe middelen of alternatieven blijvenhoog op de agenda staan. Er loopt al een onderzoek dat uitgevoerd wordtdoor het RIVM om te bestuderen hoe afzonderlijke afvalstromen mogelijkbijdragen aan de aanwezigheid of ontwikkeling van resistente Aspergillusfumigatus. Dit onderzoek zal naar verwachting begin 2026 klaar zijn enmet Uw Kamer gedeeld worden. Er worden ook gesprekken met deWageningen University & Research (WUR) gevoerd om praktischtoepasbare afvalbeheermethoden te ontwikkelen om de groei vanAspergillus fumigatus in afvalhopen te beperken en verspreiding vansporen tijdens verwerking te verminderen. Ten slotte zijn er in zowelnationale als internationale onderzoeksprogramma’s verscheideneonderzoeksprojecten op het terrein van schimmels gehonoreerd voor2024 en 2025.Het verminderen van het gebruik van fungiciden wordt in een brederecontext van het uitvoeringsprogramma toekomstvisie gewasbescherming2024–2030 op ingezet door het verminderen van de afhankelijkheid vanchemische gewasbeschermingsmiddelen, met IPM als uitgangspunt. HetCBS publiceert één keer in de vier jaar het gebruik van verschillendesoorten gewasbeschermingsmiddelen per teelt, waaronder schimmel enbacteriënbestrijding. De cijfers van 2016–2024 laten hierbij zijn dat er eendalende trend is in het totale gebruik van schimmel en bacteriënbe-strijding per jaar in kilogram in Nederland. Er is momenteel geenspecifieke monitoring van schimmelziekteverwekkers in de omgeving. Welwordt er onderzoek naar gedaan, zoals het project «schimmelradar» vanWUR 3. Momenteel wordt in het humane domein alleen een zeer beperktesurveillance uitgevoerd naar de schimmel Aspergillus fumigatus.Ontwikkeling van optimale surveillance vereist een inventarisatie van watnodig is en wat de kosten daarvan zijn. Het RIVM verkent de noodzaak enmogelijkheden tot verbetering van de surveillance.Het kabinet ziet vanwege de urgentie van deze problematiek dat er naastde bestaande inzet een aanvullende actie gewenst is. We gaan alsNederland de resultaten van dit onderzoek actief in EU en internationaalverband delen, om urgentie te vergroten voor kruisresistentieproble-matiek. We gaan ook in gesprek met RIVM hoe we dit voorstel inuitvoering kunnen brengen en hoe we de samenwerking op EU niveau(met o.a. Commissie en EFSA) daarbij goed organiseren. De inzet is dat2Nederlands Actieplan voor het terugdringen van antimicrobiële resistentie 2024-20303WUR | Project SchimmelradarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 8753 protocollen en testrichtlijnen EU-breed worden toegepast in derisicobeoordeling.Gezien het feit dat stoffentoelating op EU-niveau wordt geregeld, is eenEU-brede harmonisatie niet slechts wenselijk maar noodzakelijk ombesluitvorming over beperkingen voor niet-medisch gebruik mogelijk temaken.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 793, nr. 8754

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3d35006c19c6b87c

14 okt 2026 · bdb21b03eb30572a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.