Verslag schriftelijk overleg over Deel 2 van het advies van de NZa over budgetbekostiging voor de SEH (Kamerstuk 29247-462)
Brontekst
Versie b9dc51b2c7427328 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 247Acute zorgNr. 465 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 22 september 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 3 juli 2025 over Deel 2 vanhet advies van de NZa over budgetbekostiging voor de SEH (Kamerstuk29 247, nr. 462).De vragen en opmerkingen zijn op 5 september 2025 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 22 september2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-29247-465ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4651 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie6II.Reactie van de Minister6 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister inzake Deel 2 van het uitvoeringsadvies over budgetbekostigingvoor spoedeisende hulp (SEH). Naar aanleiding hiervan hebben zij enkelevragen en opmerkingen:De leden van de PVV-fractie constateren dat het uitvoeringsadvies tweebotsende visies schetst: voorstanders van budgetfinanciering en partijendie deze financieringsvorm niet ingevoerd willen zien. Centraal in dezediscussie staat het zogeheten groeipad. Deze leden verzoeken de Ministerin heldere bewoordingen uit te leggen wat dit groeipad inhoudt enwaarom sommige partijen menen dat het conflicteert met de invoeringvan budgetfinanciering. Daarnaast vragen zij om een concretebeschrijving van de stappen in het groeipad en de specifieke data waaropdeze gerealiseerd moeten zijn. Genoemde leden merken op dat het adviesvan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor een beperkte eerste stap inhet groeipad lijkt te steunen op onderzoek, maar vragen de Minister tespecificeren of dit gedegen is onderbouwd. Bovendien delen deze ledende indruk dat het proces rondom dit advies te lang duurt, zeker gezieneerdere NZa-rapportages over budgetfinanciering uit 2023. Deelt deMinister deze mening en waarom is gekozen voor een complexeconstructie met verevening. Kan bij de invoering van het groeipad wordeningezet op een eenvoudige uitvoering die het doel, financiële versterkingvan regionale ziekenhuizen, centraal stelt? De leden van de PVV-fractievragen ook hoe de Minister voorkomt dat budgetfinanciering leidt tot eenbroekzak-vestzakconstructie, waarbij zorgverzekeraars extra middelenvoor regionale ziekenhuizen elders uit het ziekenhuisbudget halen. Tot slotwillen zij weten of het mogelijk is het groeipad al in 2027 in te voeren inplaats van 2028, en welke aanvullende maatregelen hiervoor nodig zijn.Het doel van budgetfinanciering is het versterken van de financiële positievan regionale ziekenhuizen, een streven dat brede steun geniet in deKamer. De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Minister de bevin-dingen van het BDO-benchmarkonderzoek uit 2024 beoordeelt, waaruitblijkt dat kleinere ziekenhuizen kampen met schulden, middelgroteziekenhuizen met verouderd vastgoed en regionale ziekenhuizenmarktaandeel verliezen, zelfs bij reguliere zorg waarin zij goedkoper zijndan academische ziekenhuizen. Hoe past dit verlies van behandelingendoor regionale ziekenhuizen aan grotere ziekenhuizen in de bewegingnaar spreiding en concentratie van zorg? Deelt de Minister de visie vanziekenhuisbestuurder Maalderink dat het huidige systeem leidt totconcentratie als enige uitkomst? Deelt de Minister de mening vanvoormalig-Achmea- en Actiz-topman Van Montfort dat de positie vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4652 zorgverzekeraars moet veranderen en dat de overheid de regie moetnemen om het zorgstelsel te vereenvoudigen.De motie Claassen c.s.1 pleit voor locatiegebonden in plaats van instel-lingsgebonden budgetfinanciering, omdat dit bij voldoende personeel ofeen goede personeelsverdeling een stimulans biedt voor de heropeningvan acute zorg en verloskunde, zoals in het Zuyderland ziekenhuis, en hetopenhouden van andere regionale ziekenhuislocaties. Deze motie kreegbrede steun in de Kamer. Genoemde leden vragen hoe de NZa dit aspectvan locatiegebondenheid heeft meegenomen in het advies en of deMinister de mening deelt dat ziekenhuizen bij de inzet van schaarspersoneel en middelen niet moeten kiezen voor planbare tweede- enderdelijnszorg met minimale gezondheidswinst en winstmaximalisatie,ten koste van meer doelmatige acute zorg met minder declaratiemogelijk-heden.De leden van de PVV-fractie hebben de indruk dat de invoering vanbudgetfinanciering een langdurig en stroperig proces is, waarbij telkensnieuwe bezwaren worden ingebracht zodra afspraken bijna rond lijken. Zijvragen de Minister aan te geven wanneer dit proces wordt afgerond enknopen worden doorgehakt. Uit de brief blijkt dat werksessies zijngehouden met onder meer de Nederlandse Federatie van UniversitairMedische Centra (NFU), de Nederlandse Vereniging van SpoedeisendeHulp Artsen (NVSHA), Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Neder-landse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), maar het rapport maakt nietduidelijk waar de betrokken partijen precies staan en waarom. Genoemdeleden verzoeken de Minister een overzicht te bieden waarin per deelne-mende partij de grootste pijnpunten en onderliggende redenen helderworden uiteengezet. Is de Minister voornemens dit proces te blijvenfaciliteren, of zal u op korte termijn de regie nemen, een besluit formu-leren en dit aan de Kamer voorleggen? Daarnaast vragen zij in hoeverremomenteel overleg plaatsvindt bij de NZa, wat het doel van dit overleg isen of hierin al stappen worden gezet om het groeipad en de versterkingvan regionale ziekenhuizen te realiseren. Ook verzoeken zij de Minister omde burgemeester van Heerlen en andere relevante gemeenten met eenregionaal ziekenhuis in begrijpelijke taal per brief te informeren over devoortgang op het gebied van spreiding van zorg en budgetbekostiging.De leden van de PVV-fractie zijn verbaasd over de stelling in het rapportdat budgetfinanciering niet uitgaat van een wijziging in de organisatie vanzorg. Zij menen dat deze bekostiging juist moet leiden tot eenherschikking van zorg, inclusief een andere inzet van zorgpersoneel. DeMinister wordt gevraagd deze stelling toe te lichten en aan te geven welkeargumenten partijen aanvoeren om deze visie te onderbouwen. Deelt deMinister de mening dat budgetfinanciering kan leiden tot een optimali-satie van personeelsinzet en dat er een verband bestaat tussenpersoneelstekorten en financiële onzekerheid? Genoemde leden zijnstomverbaasd over de suggestie in het rapport dat budgetfinanciering deinzet van personeel mogelijk negatief zou beïnvloeden, terwijl anderegeluiden wijzen op een positief effect. Deze positieve geluiden ontbrekenechter in het rapport. Deze leden vragen welke argumenten voor deMinister zwaarder wegen, welke partijen welke standpunten innemen enof deze standpunten worden onderbouwd met concrete feiten enverwijzingen naar specifieke organisaties of personen. Zonder dezeinformatie achten zij het rapport onduidelijk en onvolledig.1Kamerstuk 31 765, nr. 927.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4653 Tot slot benadrukken de leden van de PVV-fractie het belang van kwaliteit,met name in regionale ziekenhuizen die uitstekende reguliere acute zorgbieden. Nieuwe constructies zoals acute zorgposten in plaats van SEH’svoldoen volgens hen niet aan het kwaliteitskader Spoedzorgketen. Dezeleden vragen hoe de NZa in het voorstel de kwaliteit van SEH’s inregionale ziekenhuizen waarborgt en of de Minister kan garanderen dathet huidige niveau van het kwaliteitskader de komende jaren behoudenblijft. Welke stappen onderneemt de Minister om afschaling van SEH’s tevoorkomen, en is de Minister bereid ziekenhuizen aan te spreken op hetleidend maken van het kwaliteitskader Spoedzorgketen?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met kennisgenomen vandeel 2 van het NZa advies over budgetbekostiging voor de SEH.Voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie is het onbestaanbaar datonderdelen van een ziekenhuis, waaronder een Spoedeisende Hulp (SEH),sluiten om financiële redenen. Vooral de regionale ziekenhuizen wordenhierdoor geraakt. Genoemde leden willen een einde maken aan sluitingenop basis van koude spreadsheetberekeningen en te zorgen voor stabielefinanciering voor ziekenhuizen in minder dichtbevolkte regio’s. Denkt deMinister dat budgetbekostiging de geijkte weg is om dit te bereiken? Ofziet Minister ook lacunes in budgetbekostiging voor het openhouden vanacute zorg bij streekziekenhuizen? Zo ja, welke? Kan de Minister nadertoelichten waarom het voor budgetbekostiging heeft gekozen alstussentijdse stap richting een groeipad?In het uitvoeringsadvies van de NZa lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat budgetbekostiging geen oplossing is voor de schaarsteaan zorgpersoneel of andere middelen. Kan de Minister nader toelichtenhoe het in de toekomst voorkomt dat acute zorg sluit door personeelste-korten?Een randvoorwaarde die de Minister heeft gesteld bij de invoering van debudgetbekostiging is budgetneutraliteit. Kan de Minister nader toelichtenwat de voor- en nadelen zijn van de budgetneutraliteit? In hoeverre staatbudgetneutraliteit de genoemde doelen om kleinere ziekenhuizenzekerheid te geven en de samenwerking tussen ziekenhuizen gemakke-lijker te maken in de weg?In de brief van 14 maart 20252 lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat de Minister de mogelijke voorbereidingen voor invoering in2027 zal treffen. Kan de Minister inzicht geven welke stappen zijn gezetvoor de invoering van budgetbekostiging? Welke stappen moeten nogworden doorlopen voor de invoering van budgetbekostiging? Is budget-bekostiging in 2027 nog een realistische uitkomst?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het advies van de NZa over budgetbekostiging voor de SEH. Zehebben nog de volgende vragen en opmerkingen.De leden van de VVD-fractie begrijpen dat er hoge verwachtingen zijn vande invoering van budgetbekostiging in de acute zorg. Deze leden twijfelenof dit de oplossing gaat zijn om de verschillende problemen in de acute2Kamerstuk 29 247, nr. 457.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4654 zorgketen op te lossen. Kan de Minister aangeven hoe budgetbekostigingbijdraagt aan het oplossen van deze problemen, waaronder de toene-mende zorgvraag en de personeelstekorten? Neemt de Minister anderemaatregelen om de personeelstekorten terug te dringen?De leden van de VVD-fractie hebben enige tijd terug kennisgenomen vanhet Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Hierin zijn afsprakengemaakt over het formuleren van kwaliteitseisen voor spoedzorg. Kan deMinister aangeven hoe de invoering van budgetbekostiging zich verhoudttot de afspraken die in het AZWA zijn gemaakt?De NZa geeft aan dat de invoering van budgetbekostiging via eentussenmodel zonder inhoudelijke afspraken geen meerwaarde heeft. Deleden van de VVD-fractie zijn van mening dat er zonder deze meerwaardeonvoldoende redenen zijn om verder te gaan met dit tussenmodel, zekeraangezien dit betekent dat er de komende jaren geen moment vanbeleidsrust zal zijn. Deelt de Minister die mening? Zo nee, kan de Ministeraangeven welke argumenten er zijn om dit tussenmodel wel in te voeren?De leden van de VVD-fractie vragen aan de Minister om de besluitvorminguit te stellen. Genoemde leden zijn van mening dat het beter is als deMinister de besluitvorming uitstelt zodat we in één keer de stap makennaar definitieve, inhoudelijke en financiële afspraken. Is de Ministerdaartoe bereid? Als het antwoord hierop «nee» is, is de Minister danbereid als alternatief het voorstel van ZN (gesteund door NFU en FMS) inte voeren?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met interesse kennisgenomen vandeel 2 van het NZa advies over budgetbekostiging voor de SEH.In het advies komt de NZa met meerdere voorstellen om de beoogdedoelen, zoals beschikbaarheid in de regio en het terugdringen vanmarktwerking, beter te benaderen. De NZa geeft dan ook duidelijk aan datbudgetbekostiging «kan» leiden tot meer financiële zekerheid, maar datdat niet vanzelfsprekend het geval is. Voor de leden van de NSC-fractie ligtdeze beoogde financiële zekerheid aan de kern van de budgetbekostiging,en moet de Minister alle geopperde verbeteringen die hiertoe kunnenleiden serieus overwegen. Zo ook moet de budgetbekostiging op eenmanier worden ingevoerd dat het bijdraagt aan het openhouden vanSEH’s in de regio’s. De Minister geeft in de begeleidende brief nog geeneigen oordeel over het advies van de NZa. Kan de Minister daarom in debrief waarin het definitieve besluit wordt aangekondigd ook per gegevenadvies met een toelichting aangeven of deze wel, deels, of niet wordtovergenomen?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het tweede deelvan het NZa-advies over budgetbekostiging voor de Spoedeisende Hulp(SEH) en de aanbiedingsbrief van de Minister. Genoemde leden hebbende volgende vragen aan de Minister.Het valt de leden van de BBB-fractie op dat een inhoudelijke kabinetsre-actie op dit advies nog steeds uitblijft. Wanneer kan de Kamer deinhoudelijke kabinetsreactie verwachten?De zorgverzekeraars en academische ziekenhuizen kregen, zo lezen deleden, een grote rol in het eerste deel van het advies van de NZa, maar deNVSHA werd pas meegenomen in het tweede deel waar al bepaaldeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4655 keuzes waren gemaakt. Waarom is deze keuze gemaakt en waar wordende belangen van de inwoners van regio’s waar ziekenhuizen onder drukstaan of zijn verdwenen meegenomen in dit proces?De leden van de BBB-fractie staan positief tegenover de invoering vanbudgetfinanciering per 2027. Deze leden steunen ook het vastleggen vanconcrete deadlines voor het groeipad richting het beoogde doel in 2028,geheel in lijn met het advies van de NZa. Daarbij willen zij geen verderevertraging door nieuwe onderzoeken of commissies die slechts vragennaar de bekende weg. Kan de Minister dit toezeggen? Zo nee, is deMinister bereid transitiegelden te gebruiken als een beschikbaarheids-fonds zodat we door kunnen met de snelle invoering van de budgetfinan-ciering? Genoemde leden hebben al eerder voor zo’n fonds gepleit3.Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie hoe de inzet van de Ministerzich verhoudt tot de kabinetsinzet zoals verwoord in het Hoofdlijnenak-koord PVV-VVD-NSC-BBB, waarin expliciet wordt gesproken over hetbehoud van streekziekenhuizen en alternatieve bekostiging van spoedzorgdoor de SEH, IC en Acute Verloskunde uit de markt te gaan halen?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het tweede deelvan het advies van de NZa over de invoering van budgetbekostiging in deacute zorg.Deze leden kijken uit naar een uitgebreide reactie van de Minister op ditadvies, waarin de Minister ingaat op alle relevante aspecten, zoals maarniet limitatief, de impact op ziekenhuizen, kwaliteit, toegankelijkheid,financieringsstromen, arbeidsmarkt en administratieve lasten. Deze ledenhoren graag wanneer de Minister met deze reactie komt. Zij horen danook graag van de Minister hoe de komende periode wordt omgegaan metdit dossier, welke stappen de Minister wel en niet wil nemen en waaromen welk tijdpad de Minister voor zich ziet. Deze leden zouden de reactiegraag voor het komende commissiedebat Acute zorg ontvangen, geplandop 25 september 2025. Totdat deze reactie er ligt en de Kamer zichhierover kan uitspreken pleiten deze leden voor terughoudendheid, geziende dubbel demissionaire status van dit kabinet.De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister nog steeds van plan isom verder te gaan met de inzet van de vorige Minister, namelijk eencombinatie van het groeipad en invoering van budgetbekostiging metbeperkte afbakening per 2027. Deze leden blijven pleiten voor het belangvan zorgvuldigheid boven snelheid.II. Reactie van de Minister Op 5 september 2025 hebben de fracties van PVV, GroenLinks-PvdA, VVD,NSC, BBB en CDA schriftelijke vragen gesteld over de brief van 3 julibehorende bij deel 2 advies van de NZa over budgetbekostiging voor deSEH. Hieronder zal ik deze vragen beantwoorden.Vragen en opmerkingen PVV fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister inzake Deel 2 van het uitvoeringsadvies over budgetbekostiging3AD, 23 mei 2025, Opinie BBB: «Tijd voor een beschikbaarheidsfonds ziekenhuiszorg» | Opinie |AD.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4656 voor spoedeisende hulp (SEH). Naar aanleiding hiervan hebben zij enkelevragen en opmerkingen:De leden van de PVV-fractie constateren dat het uitvoeringsadviestwee botsende visies schetst: voorstanders van budgetfinanciering enpartijen die deze financieringsvorm niet ingevoerd willen zien. Centraal indeze discussie staat het zogeheten groeipad. Deze leden verzoeken deMinister in heldere bewoordingen uit te leggen wat dit groeipad inhoudten waarom sommige partijen menen dat het conflicteert met de invoeringvan budgetfinanciering.De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft in deel 1 van haar advies overbudgetbekostiging voor de Spoedeisende Hulp (SEH) geadviseerd oververschillende scenario’s waarlangs budgetbekostiging kan wordeningevoerd.4 Een van die scenario’s is een optimaal doorontwikkeldebudgetbekostiging («het groeipad») waarbij eerst een doorontwikkelingvan de kwaliteitseisen plaatsvindt en een normenkader wordt opgesteld.De doorontwikkeling van kwaliteitseisen houdt in dat er verschillendekwaliteitseisen komen voor verschillende vormen van acute zorg, zoalsspoedeisende hulpen, spoedposten en spoedpleinen. Een normenkaderkan bijvoorbeeld richting geven aan regio’s in de keuzes die zij makenrondom de inrichting van een toekomstbestendig acuut zorglandschap.Sommige partijen zijn van mening dat het beter zou zijn om eerst hetvolledige groeipad te doorlopen en daarna pas de stap te zetten naarinvoering van budgetbekostiging. Zij vinden dat de nadelen van eeneerdere invoering van budgetbekostiging, zoals de administratieve lasten,niet opwegen tegen de voordelen van zo’n eerste stap. Andere partijenwillen wel snel een eerste stap zetten en de NZa signaleert risico’s metbetrekking tot uitstel, als gewacht wordt tot eerst het volledige groeipadwordt doorlopen. Daarom zet ik per 2027 een eerste stap in de bekos-tiging, gaan we ervaring op doen met deze vorm van bekostiging en zalhet als raamwerk dienen om verder door te ontwikkelen.Daarnaast vragen zij om een concrete beschrijving van de stappen in hetgroeipad en de specifieke data waarop deze gerealiseerd moeten zijn.Zoals hierboven aangegeven, worden in het groeipad de kwaliteitseisendoorontwikkeld en worden kaders gegeven voor de inrichting van deacute zorg in de regio’s. Dit laatste noemen we het normenkader.Gedifferentieerde kwaliteitseisen zijn bijvoorbeeld nodig om budgettenvast te stellen die passend zijn bij de verschillende vormen van acute zorgop de verschillende SEH’s. Nadat dit gereed is, zal de NZa in de regel-geving aanpassingen moeten voorbereiden en de bekostiging moetenvormgeven samen met de sector. Omdat op voorhand niet duidelijk ishoeveel tijd er gemoeid is met het doorontwikkelen van de kwaliteitseisenen het uitwerken van het normenkader, kan ik nu nog geen specifieke datageven waarop deze gerealiseerd zijn. Wel hoop ik dat partijen, conformafspraken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord5 (AZWA) dit jaarnog met een voorstel komen voor gedifferentieerde kwaliteitseisen.Voor een uitgebreide toelichting op de verschillende stappen ziehoofdstuk 3 van het eerste deel van het advies van de NZa.6Genoemde leden merken op dat het advies van de Nederlandse Zorgauto-riteit (NZa) voor een beperkte eerste stap in het groeipad lijkt te steunenop onderzoek, maar vragen de Minister te specificeren of dit gedegen isonderbouwd.4Kamerstuk 29 247, nr. 4565Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) | Rapport | Rijksoverheid.nl6Kamerstuk 29 247, nr. 456Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4657 De NZa heeft in haar eerdere adviezen aangegeven dat de acute zorg eentransitie nodig heeft, waar onder andere een normenkader voor nodig is.Na die adviezen hebben we de NZa gevraagd hoe budgetbekostiging zosnel als mogelijk ingevoerd kan worden. De NZa heeft daarvoor eenviertal scenario’s geschetst, waarna mijn voorganger gekozen heeft voorhet scenario waarin op de korte termijn een betekenisvolle stap gezetwordt met de invoering van budgetbekostiging. Daarin wordt ook parallelgewerkt aan een groeipad waarin we ook het nieuwe normenkaderonderzoeken. Dit kan vervolgens gebruikt worden om de budgetbekos-tiging steeds passender te maken voor elk ziekenhuis. Aan de hand van ditscenario heeft de NZa in het tweede deel van haar advies de uitvoerings-vraagstukken beantwoord. Hiervoor heeft de NZa uitgebreid onderzoekgedaan en veel gesprekken gevoerd met het veld, maar ook met de IGJ enhet Zorginstituut bijvoorbeeld. De NZa is bij uitstek de expert op hetterrein van de bekostiging en wat mij betreft zijn de uitvoeringsvraag-stukken in het tweede deel van het advies goed onderbouwd. Daarbij zieik ook wel degelijk de voordelen van deze eerste stap, op weg naar eentoegankelijke en toekomstbestendige acute zorg, door ziekenhuizenzekerheid te gaan bieden met een vast budget voor de beschikbaarheidvan deze zorg.Bovendien delen deze leden de indruk dat het proces rondom dit advies telang duurt, zeker gezien eerdere NZa-rapportages over budgetfinancieringuit 2023. Deelt de Minister deze mening en waarom is gekozen voor eencomplexe constructie met verevening. Kan bij de invoering van hetgroeipad worden ingezet op een eenvoudige uitvoering die het doel,financiële versterking van regionale ziekenhuizen, centraal stelt?Uit de eerdere rapporten van de NZa blijkt dat de invoering van budgetbe-kostiging geen eenvoudig proces is, waarbij aandacht moet zijn vooruitvoeringsconsequenties. Deze uitvoeringsvraagstukken zijn nu onder-zocht7 en daaruit blijkt dat ik een eerste concrete stap in 2027 kan zetten.Deze stap vergt echter ook zorgvuldigheid, alle partijen zijn daarbij gebaat.Daarom vraagt deze invoering veel tijd en afstemming van en met zowelde NZa als veldpartijen. Bij de voorbereidingen van de implementatie kijkik met de NZa en de veldpartijen naar een zo werkbaar mogelijkeuitvoering voor alle partijen.De leden van de PVV-fractie vragen ook hoe de Minister voorkomt datbudgetfinanciering leidt tot een broekzak-vestzakconstructie, waarbijzorgverzekeraars extra middelen voor regionale ziekenhuizen elders uithet ziekenhuisbudget halen.In de Kamerbrief van 12 september jl.8 heb ik aangegeven dat ik hetonderdeel van de motie Claassen9 dat vraagt om een financiëleverschuiving naar regionale ziekenhuizen, zal uitwerken bij de verderedoorontwikkeling van budgetbekostiging. Daarbij heb ik ook aangeven omwelke redenen ik dat doe, namelijk omdat de NZa heeft gesignaleerd datherverdelingseffecten met deze eerste stap in 2027 een veel groter risicoop budgettaire effecten met zich meebrengt. Tegelijkertijd zie ik ookzonder herverdelingseffecten al kansen voor (kleine) streekziekenhuizen,omdat dit nu al meer zekerheid gaat bieden dan in de huidige situatie. Eneen eerste stap met een apart SEH-budget, niet verdisconteerd in detarieven voor andere zorg, kan hun concurrentiepositie verbeteren.7Kamerstuk 29 247, nr. 4628Kamerstuk 29 247, nr. 4639Kamerstuk 31 765, nr. 927Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4658 Tot slot willen zij weten of het mogelijk is het groeipad al in 2027 in tevoeren in plaats van 2028, en welke aanvullende maatregelen hiervoornodig zijn.Zoals hiervoor aangegeven, is het groeipad gebaseerd op verschillendeonderdelen, zoals gedifferentieerde kwaliteitseisen en een normenkader.Deze vragen de komende jaren tijd en afstemming. De NZa schrijft ook inhaar adviezen dat het niet mogelijk is deze al voor de invoering vanbudgetbekostiging per 2027 gereed te hebben. Wel start ik parallel aan deeerste stap in 2027 al met de uitwerking van het groeipad. In het AZWAzijn bijvoorbeeld afspraken gemaakt over het opstellen van een setgedifferentieerde kwaliteitseisen voor de acute zorg. Uiterlijk in het vierdekwartaal van dit jaar werken partijen onder regie van de LandelijkeSpoedzorgtafel een voorstel uit. En de eerste gesprekken met bijvoorbeeldde NZa, het Zorginstituut en het RIVM over de ontwikkeling van eennormenkader worden reeds gevoerd. Ik verwacht uw Kamer in hetvoorjaar van 2026 nader te informeren over de voortgang op de verschil-lende onderdelen van het groeipad.Het doel van budgetfinanciering is het versterken van de financiële positievan regionale ziekenhuizen, een streven dat brede steun geniet in deKamer. De leden van de PVV-fractie vragen hoe de Minister de bevin-dingen van het BDO-benchmarkonderzoek uit 2024 beoordeelt, waaruitblijkt dat kleinere ziekenhuizen kampen met schulden, middelgroteziekenhuizen met verouderd vastgoed en regionale ziekenhuizenmarktaandeel verliezen, zelfs bij reguliere zorg waarin zij goedkoper zijndan academische ziekenhuizen. Hoe past dit verlies van behandelingendoor regionale ziekenhuizen aan grotere ziekenhuizen in de bewegingnaar spreiding en concentratie van zorg?Ik vind het belangrijk dat iedereen in Nederland, ongeacht zijn of haarwoonplaats, toegang heeft tot goede zorg, of het nou gaat om een relatiefeenvoudige beenbreuk, of over een complexe chirurgische operatie aaneen van de organen. Dit is ook in de Zorgverzekeringswet geborgd via dewettelijke zorgplicht voor zorgverzekeraars. Uitgangspunt is daarbij datwe de zorg zo dichtbij mogelijk om de patiënt heen organiseren en dat alshet moet, we de hoogcomplexe zorg afhankelijk van waar je woont,verder weg moeten organiseren.Een belangrijke bouwsteen in de ontwikkeling van een toegankelijk enkwalitatief hoogwaardig medisch specialistisch zorglandschap is debeweging dat ziekenhuizen meer gaan samenwerken in zorgnetwerken.Dat helpt om patiënten zoveel mogelijk in hun eigen ziekenhuis, waar zijzich vertrouwd voelen, te kunnen behandelen. Als een patiënt moetworden doorverwezen naar een hooggespecialiseerd ziekenhuis, is hetdoel om, zodra het kan, die patiënt zoveel mogelijk verder te behandelenin het eigen ziekenhuis. Soms is concentratie van zorg nodig om zorg vanhogere kwaliteit voor patiënten mogelijk te maken. In andere gevallenleidt spreiding tot beter passende zorg dichtbij. Uitgangspunt van debeoogde beweging in het Integraal Zorgakkoord (IZA) en AZWA is datconcentratie en spreiding hand in hand gaan. Alle beschikbare zorgcapa-citeit is nodig om de toenemende zorgvraag op te vangen. Daarbij hebbenalle zorgaanbieders een belangrijke rol, van academische ziekenhuizen totalgemene ziekenhuizen en klinieken.Deelt de Minister de visie van ziekenhuisbestuurder Maalderink dat hethuidige systeem leidt tot concentratie als enige uitkomst?Nee, deze visie deel ik niet. Met het IZA en het AZWA wordt nadrukkelijkingezet op samenwerking tussen ziekenhuizen en op netwerkzorg binnenhet huidige systeem. Zoals ook aangegeven bij het antwoord op vraag 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 4659 dienen spreiding en concentratie van zorg hand in hand te gaan. Om tewaarborgen dat dit zorgvuldig gebeurt zal de NZa op basis van deuitgevoerde impactanalyses en de transformatieplannen de publiekebelangen van deze beweging monitoren. Vanuit dat perspectief volg ikook de ontwikkelingen rond de ingezette beweging.Deelt de Minister de mening van voormalig-Achmea- en Actiz-topmanVan Montfort dat de positie van zorgverzekeraars moet veranderen en datde overheid de regie moet nemen om het zorgstelsel te vereenvoudigen.Alle partijen in het zorgstelsel hebben een eigen en belangrijke rol bij hettoekomstbestendig maken van het zorgstelsel. Het verminderen vanadministratieve lasten en vereenvoudigen van de toegang tot zorg voorpatiënten is daar een belangrijk onderdeel van. In het AZWA zijn daaromdiverse afspraken opgenomen over de rol van zowel aanbieders,verzekeraars als de overheid. Ik noem bijvoorbeeld het verbeteren vansamenwerking tussen ziekenhuizen en de inzet op meerjarige inhoudelijkeen financiële afspraken tussen verzekeraars en aanbieders. Dat kangewoon binnen ons stelsel. Daarnaast is het op onderdelen ook nodig omals overheid de randvoorwaarden verder aan te scherpen. Dat doe ikbijvoorbeeld op het gebied van de acute zorg. Vanwege het karakterdaarvan, waarbij beschikbaarheid en goede spreiding in het belang vanalle inwoners centraal staat, leent dit zich minder goed voor de reguliereinkoop op basis van prestaties en tarieven. Daarom neem ik op datonderdeel meer regie door aanpassing van de regelgeving rondomsluitingen van acute zorgvoorzieningen en mijn inzet op budgetbekos-tiging met inkoop in representatie voor SEH’s.De motie Claassen c.s.10 pleit voor locatiegebonden in plaats vaninstellingsgebonden budgetfinanciering, omdat dit bij voldoendepersoneel of een goede personeelsverdeling een stimulans biedt voor deheropening van acute zorg en verloskunde, zoals in het Zuyderlandziekenhuis, en het openhouden van andere regionale ziekenhuislocaties.Deze motie kreeg brede steun in de Kamer. Genoemde leden vragen hoede NZa dit aspect van locatiegebondenheid heeft meegenomen in hetadvies en of de Minister de mening deelt dat ziekenhuizen bij de inzet vanschaars personeel en middelen niet moeten kiezen voor planbare tweede-en derdelijnszorg met minimale gezondheidswinst en winstmaximalisatie,ten koste van meer doelmatige acute zorg met minder declaratiemogelijk-heden.Mijn voorganger heeft in haar aanvraag uitvoeringstoets mee gegeven dathet budget geldt voor «alle afdelingen spoedeisende hulp in Nederlanddie voldoen aan de begripsomschrijving die het RIVM in zijn bereikbaar-heidsanalyse hanteert voor een spoedeisende hulp.»11 Elke SEH locatiekan dus aanspraak maken op het budget.De leden van de PVV-fractie hebben de indruk dat de invoering vanbudgetfinanciering een langdurig en stroperig proces is, waarbij telkensnieuwe bezwaren worden ingebracht zodra afspraken bijna rond lijken. Zijvragen de Minister aan te geven wanneer dit proces wordt afgerond enknopen worden doorgehakt.Op 12 september jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd12 over mijn besluit omparallel aan de ontwikkeling van het groeipad per 2027 een eerste stap tezetten en budgetbekostiging in te voeren voor de SEH met een beperkte10Kamerstuk 31 675, nr. 927.11Kamerstuk 29 247, nr. 46212Kamerstuk 29 247, nr. 463Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46510 afbakening. Ik ben voornemens om de NZa hiervoor een aanwijzingsturen, de zakelijke inhoud daarvan zal ik zo snel mogelijk na hetverkiezingsreces bij beide Kamers voorhangen. Daarmee zet ik in opinvoering van budgetbekostiging voor de SEH per 2027.Uit de brief blijkt dat werksessies zijn gehouden met onder meer deNederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), deNederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA),Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Nederlandse Vereniging vanZiekenhuizen (NVZ), maar het rapport maakt niet duidelijk waar debetrokken partijen precies staan en waarom. Genoemde leden verzoekende Minister een overzicht te bieden waarin per deelnemende partij degrootste pijnpunten en onderliggende redenen helder worden uiteen-gezet. Is de Minister voornemens dit proces te blijven faciliteren, of zal uop korte termijn de regie nemen, een besluit formuleren en dit aan deKamer voorleggen?Zoals aangegeven heb ik uw Kamer op 12 september jl.13 geïnformeerdover mijn besluit en ben ik voornemens om de NZa een aanwijzing gevenom definitief over te gaan tot de invoering van budgetbekostiging per2027. Bij die Kamerbrief heb ik ook aangegeven hoe de genoemdeorganisaties tegenover de invoering van budgetbekostiging voor de SEHstaan. Kort samengevat geldt dat NVZ en NVSHA (spoedeisende hulpartsen) voorstander zijn van deze eerste stap, omdat zij dit zien als eeneerste stap in de bekostiging, op weg naar een budgetbekostiging diedoorontwikkeld wordt op basis van de inhoud. NFU, ZN en FMS willendeze eerste stap niet, zij willen wachten met invoering tot dat hetvolledige groeipad is doorlopen. De uitgebreide weergave van destandpunten van partijen kunt u lezen in het NZa advies14.Daarnaast vragen zij in hoeverre momenteel overleg plaatsvindt bij deNZa, wat het doel van dit overleg is en of hierin al stappen worden gezetom het groeipad en de versterking van regionale ziekenhuizen terealiseren.De NZa heeft diverse overleggen gevoerd met de veldpartijen en blijft ookmet deze partijen in gesprek bij de verdere voorbereiding van deinvoering van budgetbekostiging per 2027. Voor het groeipad worden deeerste gesprekken gevoerd. Ik verwacht uw Kamer in het voorjaar van2026 nader te informeren over de voortgang van het groeipad.Ook verzoeken zij de Minister om de burgemeester van Heerlen en andererelevante gemeenten met een regionaal ziekenhuis in begrijpelijke taal perbrief te informeren over de voortgang op het gebied van spreiding vanzorg en budgetbekostiging.Ik zie geen reden om op dit moment een aparte brief aan gemeenten testuren over de voortgang op het gebied van spreiding van zorg enbudgetbekostiging. Afspraken over spreiding en concentratie van zorgworden in de regio gemaakt. Bij de invoering van budgetbekostiging zijnde direct betreffende branchepartijen betrokken en zij houden hunachterban op de hoogte. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten(VNG) zal ik een afschrift sturen van mijn brief.Ik begrijp heel goed dat het voor alle regionale (zorg)partijen in de ketenbelangrijk is dat duidelijk is waar welke zorg wordt geboden. In het AZWAis daarom afgesproken dat de bestaande regio- en Regionaal OverlegAcute Zorgketen (ROAZ)-plannen worden aangevuld met de gevolgen13Kamerstuk 29 247, nr. 46314Kamerstuk 29 247, nr. 462Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46511 voor het regionale zorgaanbod die voortvloeien uit lopende IZA trajectenzoals concentratie en spreiding en andere transformatietrajecten in demedisch specialistische zorg. De medisch-specialistische zorg (msz) gaat –voor zover dat nog niet het geval is – onderdeel uitmaken van de ROAZ-en regioplannen. Hierbij wordt geborgd dat het zorgaanbod regionaalsamenhangend is en aansluit op de behoefte in de regio. Hieronder valtook dat de beschikbaarheid en kwaliteit van de spoedeisende hulp enacute verloskunde in de regio worden geborgd en hoe (streek)zieken-huizen hierin samenwerken. Gemeenten hebben een belangrijke rol bij hetopstellen van regioplannen. In de handreiking15 die ik recent hebuitgebracht ter bevordering van de dialoog in de regio over wijzigingen inhet aanbod van acute zorg en ziekenhuiszorg doe ik ook suggesties voorzowel zorgaanbieders als gemeenten om elkaar op te zoeken en tespreken over eventuele knelpunten in het zorgaanbod in de regio enmogelijke oplossingen daarvoor.De leden van de PVV-fractie zijn verbaasd over de stelling in het rapportdat budgetfinanciering niet uitgaat van een wijziging in de organisatie vanzorg. Zij menen dat deze bekostiging juist moet leiden tot eenherschikking van zorg, inclusief een andere inzet van zorgpersoneel. DeMinister wordt gevraagd deze stelling toe te lichten en aan te geven welkeargumenten partijen aanvoeren om deze visie te onderbouwen.De vorm van budgetbekostiging waarbij ruimte is voor de verschillendevormen van acute zorg en er een kader is voor de inrichting van de acutezorg in de regio’s, kan ertoe leiden dat er een wijziging plaats vindt in deorganisatie ervan. Dit zal in het groeipad aan bod komen.Deelt de Minister de mening dat budgetfinanciering kan leiden tot eenoptimalisatie van personeelsinzet en dat er een verband bestaat tussenpersoneelstekorten en financiële onzekerheid?Zoals ik in mijn brief van 12 september16 heb aangegeven, is budgetbe-kostiging op zichzelf geen directe oplossing voor personeelsproblemen.Wel biedt deze eerste stap in budgetbekostiging voor kleine ziekenhuizenmeer financiële zekerheid dan in de huidige situatie. Dat geeft meerstabiliteit geven voor ziekenhuizen, wat kan helpen bij het binden enbehouden van personeel.Genoemde leden zijn stomverbaasd over de suggestie in het rapport datbudgetfinanciering de inzet van personeel mogelijk negatief zoubeïnvloeden, terwijl andere geluiden wijzen op een positief effect. Dezepositieve geluiden ontbreken echter in het rapport. Deze leden vragenwelke argumenten voor de Minister zwaarder wegen, welke partijen welkestandpunten innemen en of deze standpunten worden onderbouwd metconcrete feiten en verwijzingen naar specifieke organisaties of personen.Zonder deze informatie achten zij het rapport onduidelijk en onvolledig.Budgetbekostiging is zoals gezegd op zichzelf geen oplossing voor hetpersoneelsprobleem en daar ben ik mij van bewust. Budgetbekostigingbrengt wel een bepaalde mate van financiële zekerheid met zich mee.Mijns inziens leidt dat er ook toe dat het ziekenhuis een aantrekkelijkewerkgever blijft in de regio en dat weegt voor mij zwaar. Voor de reactiesen standpunten van partijen, verwijs ik u naar de consultatiereacties in hetadvies van de NZa17.15«Handreiking voor de regionale dialoog bij wijzigingen in het aanbod acute zorg enziekenhuiszorg»16Kamerstuk 29 247, nr. 46317Kamerstuk 29 247, nr. 463Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46512 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met kennisgenomen vandeel 2 van het NZa advies over budgetbekostiging voor de SEH. Voor deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie is het onbestaanbaar dat onder-delen van een ziekenhuis, waaronder een Spoedeisende Hulp (SEH),sluiten om financiële redenen. Vooral de regionale ziekenhuizen wordenhierdoor geraakt. Genoemde leden willen een einde maken aan sluitingenop basis van koude spreadsheetberekeningen en te zorgen voor stabielefinanciering voor ziekenhuizen in minder dichtbevolkte regio’s. Denkt deMinister dat budgetbekostiging de geijkte weg is om dit te bereiken? Ofziet Minister ook lacunes in budgetbekostiging voor het openhouden vanacute zorg bij streekziekenhuizen? Zo ja, welke?Met mijn totaalpakket aan maatregelen draag ik bij aan een stabiele entoegankelijke acute zorg. Dit zijn bijvoorbeeld bestuurlijke afspraken in hetAZWA over meer samenwerking en meerjarige financiële afspraken. En ditbetreft de regelgeving en handreiking ten behoeve van de dialoog in deregio, over wijzigingen in het aanbod van acute zorg.Met de invoering van budgetbekostiging beoog ik er specifiek voor tezorgen dat financiële problemen geen reden kunnen zijn om de spoedei-sende hulp te sluiten. Zoals ik ook in mijn Kamerbrief van 12 september18heb aangegeven, lost budgetbekostiging op zichzelf geen personeelste-korten op. Wel kan het zoals gezegd meer financiële zekerheid en daarmeeook stabiliteit geven voor ziekenhuizen, wat kan helpen bij het binden enbehouden van personeel.Kan de Minister nader toelichten waarom het voor budgetbekostigingheeft gekozen als tussentijdse stap richting een groeipad?Ik zet een eerste, betekenisvolle stap per 2027, omdat de uitwerking vande verschillende onderdelen van het groeipad tijd en afstemming zullenvragen. Daarbij zie ik, wat de NZa ook signaleert, het risico van uitstel ofhele lange vertraging, als gewacht wordt tot het volledige groeipad isdoorlopen. Dat betekent ook een langere periode van onzekerheid voorziekenhuizen. Deze eerste stap in budgetbekostiging biedt voor kleineziekenhuizen meteen al meer financiële zekerheid, vanwege de garantievan een budget, dan in de huidige situatie. Daarnaast dient deze eerstestap, met daarin een beperkte afbakening van zorgfuncties, als raamwerkom verder door te ontwikkelen, op basis van de inhoud.In het uitvoeringsadvies van de NZa lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat budgetbekostiging geen oplossing is voor de schaarsteaan zorgpersoneel of andere middelen. Kan de Minister nader toelichtenhoe het in de toekomst voorkomt dat acute zorg sluit door personeelste-korten?Ik kan met alleen de invoering van budgetbekostiging niet garanderen dateen acute zorglocatie niet meer sluit vanwege personeelstekorten. Welkunnen met de stappen in het groeipad, zoals gedifferentieerde kwaliteits-eisen en een normenkader, betere keuzes worden gemaakt over de inzetvan schaars personeel.De personeelstekorten in de acute zorg zijn het gevolg van brederearbeidsmarktproblematiek. Met de ondertekening van het AZWA zet iksamen met de sector stappen om de tekorten terug te dringen. Meerspecifiek voor SEH-artsen en andere medisch specialisten die ookwerkzaam zijn op de SEH, geldt dat ik bij het beschikbaar stellen van18Kamerstuk 29 247, nr. 463Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46513 opleidingsplekken de instroomadviezen van het Capaciteitsorgaan volgen.Wat betreft het opleiden van SEH-verpleegkundigen is de instroomlandelijk groter dan het instroomadvies van het Capaciteitsorgaanwaardoor tekorten worden ingelopen. Tevens wordt voor verpleegkundigevervolgopleidingen modulair opleiden sinds 1 januari 2025 bekostigdvanuit de beschikbaarheidbijdrage. Dit maakt dat verpleegkundigen ookdelen van opleidingen in het acute cluster kunnen volgen, passend bij dewerkzaamheden en de persoonlijke situatie. Dit maakt het volgen vanspecialistische modules laagdrempeliger en zorgt voor snellere inzet-baarheid op de afdeling.Een randvoorwaarde die de Minister heeft gesteld bij de invoering van debudgetbekostiging is budgetneutraliteit. Kan de Minister nader toelichtenwat de voor- en nadelen zijn van de budgetneutraliteit? In hoeverre staatbudgetneutraliteit de genoemde doelen om kleinere ziekenhuizenzekerheid te geven en de samenwerking tussen ziekenhuizen gemakke-lijker te maken in de weg?Budgetneutraliteit hoeft de zekerheid voor kleine ziekenhuizen niet in deweg te staan. Zij zijn namelijk met de invoering van budgetbekostiginggegarandeerd van een vast budget voor de SEH, waardoor zij straks meerzekerheid hebben dan in de huidige situatie. Ook staat het de samen-werking tussen ziekenhuizen niet in de weg. Een ziekenhuis krijgt immersgeen lager budget als een patiënt naar een ander ziekenhuis gaat.In de brief van 14 maart 202519 lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat de Minister de mogelijke voorbereidingen voor invoering in2027 zal treffen. Kan de Minister inzicht geven welke stappen zijn gezetvoor de invoering van budgetbekostiging? Welke stappen moeten nogworden doorlopen voor de invoering van budgetbekostiging? Is budget-bekostiging in 2027 nog een realistische uitkomst?Zoals ik in mijn brief van 12 september20 heb aangegeven, ben ikvoornemens om de NZa in het vierde kwartaal van dit jaar een aanwijzingte geven om budgetbekostiging voor de SEH definitief in te voeren. Opbasis daarvan zal de NZa de regelgeving maken en consulteren bijpartijen. Dat moet ervoor zorgen dat zorgverzekeraars en ziekenhuizen detijd hebben om dit mee te nemen in het proces van contractering voor hetjaar 2027.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het advies van de NZa over budgetbekostiging voor de SEH. Zehebben nog de volgende vragen en opmerkingen. De leden van deVVD-fractie begrijpen dat er hoge verwachtingen zijn van de invoering vanbudgetbekostiging in de acute zorg. Deze leden twijfelen of dit deoplossing gaat zijn om de verschillende problemen in de acute zorgketenop te lossen. Kan de Minister aangeven hoe budgetbekostiging bijdraagtaan het oplossen van deze problemen, waaronder de toenemendezorgvraag en de personeelstekorten?Zoals de NZa ook al in 2023 heeft geadviseerd21, draagt budgetbekos-tiging bij aan de transitie die de acute zorg nodig heeft, om de zorgtoegankelijk en toekomstbestendig te houden. Met de invoering vanbudgetbekostiging zet ik in op het versterken van de samenwerking in de19Kamerstuk 29 247, nr. 457.20Kamerstuk 29 247, nr. 46321NZa-advies Bekostiging acute zorgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46514 acute zorgketen, zoals tussen huisartsenposten en spoedeisende hulpen.Door ze op dezelfde wijze te bekostigen, bevordert dit de integralesamenwerking. Zij hebben dan bijvoorbeeld geen financieel belang omzoveel mogelijk patiënten te behandelen en kunnen samen afsprakenmaken hoe zij omgaan met bepaalde zorgvragen en dit indien nodiganders organiseren. Budgetbekostiging is nadrukkelijk geen oplossingvoor personeelstekorten. Wel kunnen met de stappen in het groeipad,zoals gedifferentieerde kwaliteitseisen en een normenkader, betere keuzesworden gemaakt over de inzet van schaars personeel.Neemt de Minister andere maatregelen om de personeelstekorten terug tedringen?In het regeerprogramma is arbeidsmarktbeleid uiteengezet langs drielijnen: halveren van de administratietijd in 2030, de juiste inzet vanmedewerkers en vergroten van vakmanschap en werkplezier. In het AZWAen het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg22 zijn afspraken gemaakt over deverdere invulling van deze lijnen van het arbeidsmarktbeleid. Zo wordtgeïnvesteerd in het meer, sneller en beter opleiden van professionals. Defocus ligt daarbij op opleiden en scholing buiten het ziekenhuis, omdatdaar de grootste veranderingen en tekorten worden verwacht. Er ishiervoor per 2026 53 miljoen beschikbaar, oplopend naar 185 miljoen in2029 structureel. Deze middelen zullen worden besteed aan: verstevigenvan het initieel opleiden en vervolgopleidingen, inzet van loopbaaninstru-menten om de instroom, doorstroom en behoud van professionals tebevorderen en het voorbereiden van professionals op nieuwe manierenvan werken. Ik zie verschillende mooie voorbeelden in het veld diebijdragen aan de lijnen van het arbeidsmarktbeleid. Deze zijn te vinden ophet Platform Afwenden Arbeidsmarkttekorten23.De leden van de VVD-fractie hebben enige tijd terug kennisgenomen vanhet Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Hierin zijn afsprakengemaakt over het formuleren van kwaliteitseisen voor spoedzorg. Kan deMinister aangeven hoe de invoering van budgetbekostiging zich verhoudttot de afspraken die in het AZWA zijn gemaakt?Als in het vierde kwartaal van dit jaar het voorstel voor een set gedifferen-tieerde kwaliteitseisen gereed is, wordt bezien of en hoe de bekostigingmoet worden aangepast hierop.De NZa geeft aan dat de invoering van budgetbekostiging via eentussenmodel zonder inhoudelijke afspraken geen meerwaarde heeft. Deleden van de VVD-fractie zijn van mening dat er zonder deze meerwaardeonvoldoende redenen zijn om verder te gaan met dit tussenmodel, zekeraangezien dit betekent dat er de komende jaren geen moment vanbeleidsrust zal zijn. Deelt de Minister die mening? Zo nee, kan de Ministeraangeven welke argumenten er zijn om dit tussenmodel wel in te voeren?Om tot een optimale vorm van budgetbekostiging te komen, is dekomende jaren veel tijd en afstemming nodig. Er is echter verdeeldheid inhet veld over de wenselijkheid en het tempo van invoering van dezebudgetbekostiging. Daarbij komt dat een aanpassing van de bekostigingaltijd spannend is voor alle partijen. Ik wil zo snel mogelijk inzetten oponder andere het versterken van de samenwerking in de acute zorgketenen het bieden van meer zekerheid voor ziekenhuizen. Ik zie risico’s opuitstel als we nu wachten tot volledige groeipad is doorlopen. Daarom zie22Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg – Samen voor kwaliteit van bestaan | Publicatie |Rijksoverheid.nl23Personeelstekort in zorg en welzijn tegengaan | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46515 ik de meerwaarde van deze eerste stap per 2027, die een raamwerk biedtom de komende jaren door te ontwikkelen en te optimaliseren.De leden van de VVD-fractie vragen aan de Minister om de besluitvorminguit te stellen. Genoemde leden zijn van mening dat het beter is als deMinister de besluitvorming uitstelt zodat we in één keer de stap makennaar definitieve, inhoudelijke en financiële afspraken. Is de Ministerdaartoe bereid? Als het antwoord hierop «nee» is, is de Minister danbereid als alternatief het voorstel van ZN (gesteund door NFU en FMS) inte voeren?Ik heb mijn besluit aangegeven in mijn Kamerbrief van 12 september24. Indie brief ga ik ook in op de redenen om het alternatieve voorstel van ZNniet verder uit te laten werken. De belangrijkste reden is dat dit voorstelniet op unaniem draagvlak kan rekenen. En de spoedeisende hulp artsenen de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen geven juist de voorkeuraan een eerste stap in de bekostiging.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met interesse kennisgenomen vandeel 2 van het NZa advies over budgetbekostiging voor de SEH. In hetadvies komt de NZa met meerdere voorstellen om de beoogde doelen,zoals beschikbaarheid in de regio en het terugdringen van marktwerking,beter te benaderen. De NZa geeft dan ook duidelijk aan dat budgetbekos-tiging «kan» leiden tot meer financiële zekerheid, maar dat dat nietvanzelfsprekend het geval is. Voor de leden van de NSC-fractie ligt dezebeoogde financiële zekerheid aan de kern van de budgetbekostiging, enmoet de Minister alle geopperde verbeteringen die hiertoe kunnen leidenserieus overwegen. Zo ook moet de budgetbekostiging op een manierworden ingevoerd dat het bijdraagt aan het openhouden van SEH’s in deregio’s. De Minister geeft in de begeleidende brief nog geen eigen oordeelover het advies van de NZa. Kan de Minister daarom in de brief waarin hetdefinitieve besluit wordt aangekondigd ook per gegeven advies met eentoelichting aangeven of deze wel, deels, of niet wordt overgenomen?Voor mijn volledige reactie op het advies van de NZa verwijs ik u graagnaar mijn Kamerbrief van 12 september25.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het tweede deelvan het NZa-advies over budgetbekostiging voor de Spoedeisende Hulp(SEH) en de aanbiedingsbrief van de Minister. Genoemde leden hebbende volgende vragen aan de Minister. Het valt de leden van de BBB-fractieop dat een inhoudelijke kabinetsreactie op dit advies nog steeds uitblijft.Wanneer kan de Kamer de inhoudelijke kabinetsreactie verwachten?Ik heb de Kamer op 12 september26 geïnformeerd over mijn besluit omdefinitief over te gaan tot het invoeren van budgetbekostiging voor deSEH per 2027.De zorgverzekeraars en academische ziekenhuizen kregen, zo lezen deleden, een grote rol in het eerste deel van het advies van de NZa, maar deNVSHA werd pas meegenomen in het tweede deel waar al bepaaldekeuzes waren gemaakt. Waarom is deze keuze gemaakt en waar worden24Kamerstuk 29 247, nr. 46325Kamerstuk 29 247, nr. 46326Kamerstuk 29 247, nr. 463Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46516 de belangen van de inwoners van regio’s waar ziekenhuizen onder drukstaan of zijn verdwenen meegenomen in dit proces?Mijn voorganger heeft de NZa in november 2024 om een uitvoeringstoetsgevraagd voor de SEH. Daarbij is gevraagd om deze op te leveren intwee delen. Voor deel 1 gold een zeer korte doorlooptijd en ging in op debeoordeling van de mogelijkheden van invoering van budgetbekostiging.Vanwege deze korte doorlooptijd en de beperkte zorginhoudelijke analyse,heeft de NZa daar alleen de inkopende en verkopende partijen vanSEH-zorg betrokken in haar eerste deel. Dat zijn de NVZ, NFU en ZN.In deel 2 heeft de NZa een bredere vertegenwoordiging van de sectorenbetrokken en geraadpleegd, zoals de NVSHA.De leden van de BBB-fractie staan positief tegenover de invoering vanbudgetfinanciering per 2027. Deze leden steunen ook het vastleggen vanconcrete deadlines voor het groeipad richting het beoogde doel in 2028,geheel in lijn met het advies van de NZa. Daarbij willen zij geen verderevertraging door nieuwe onderzoeken of commissies die slechts vragennaar de bekende weg. Kan de Minister dit toezeggen? Zo nee, is deMinister bereid transitiegelden te gebruiken als een beschikbaarheids-fonds zodat we door kunnen met de snelle invoering van de budgetfinan-ciering? Genoemde leden hebben al eerder voor zo’n fonds gepleit27.Met de invoering van budgetbekostiging in 2027 in combinatie met hetgroeipad, zet ik in op een zo snel mogelijke invoering van budgetbekos-tiging, zonder dat dit ten koste gaat van de zorgvuldigheid en besten-digheid op de lange termijn. Het voordeel van de invoering van budgetbe-kostiging ten opzichte van bijvoorbeeld het invoeren van eenbeschikbaarheidsfonds is onder andere dat dit sneller doorgevoerd kanworden. Bij budgetbekostiging gaat het immers enkel om aanpassing vande NZa-regelgeving, terwijl het invoeren van een beschikbaarheidsfondsnaar verwachting ingewikkeldere financiële en juridische voeten in deaarde heeft, onder andere vanwege staatssteunaspecten.Ik deel de opvatting van de leden van de BBB-fractie dat er geen tijdverloren moet gaan door overbodige nieuwe onderzoeken of commissies.Tegelijkertijd is het voor het groeipad wel van belang dat er crucialeinhoudelijke vragen beantwoord worden. Daarbij gaat het bijvoorbeeldover de vraag hoe je meer onderdelen van de acute ziekenhuiszorg op eengoede manier afbakent van de overige ziekenhuiszorg, zodat dit ook dooraanbieders en verzekeraars in de praktijk uitvoerbaar is. Daarom is mijninzet voor het groeipad juist gericht op het samen met de veldpartijenkomen tot praktisch werkbare oplossingen.Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie hoe de inzet van de Ministerzich verhoudt tot de kabinetsinzet zoals verwoord in het Hoofdlijnenak-koord PVV-VVD-NSC-BBB, waarin expliciet wordt gesproken over hetbehoud van streekziekenhuizen en alternatieve bekostiging van spoedzorgdoor de SEH, IC en Acute Verloskunde uit de markt te gaan halen?In het regeerprogramma is opgenomen dat de NZa wordt gevraagdgefaseerd en zo snel mogelijk budgetbekostiging mogelijk te maken. Metde invoering van budgetbekostiging voor de SEH zet ik een eerste stap.Voor de acute verloskunde en intensive care wacht ik de adviezen van deNZa af, die ik dit najaar verwacht.27AD, 23 mei 2025, Opinie BBB: «Tijd voor een beschikbaarheidsfonds ziekenhuiszorg» | Opinie |AD.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46517 Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het tweede deelvan het advies van de NZa over de invoering van budgetbekostiging in deacute zorg. Deze leden kijken uit naar een uitgebreide reactie van deMinister op dit advies, waarin de Minister ingaat op alle relevanteaspecten, zoals maar niet limitatief, de impact op ziekenhuizen, kwaliteit,toegankelijkheid, financieringsstromen, arbeidsmarkt en administratievelasten. Deze leden horen graag wanneer de Minister met deze reactiekomt.Ik verwijs u graag naar de brief die ik op 12 september jl. aan uw Kamerheb verstuurd28 waarin ik inga op de door de leden van de CDAgenoemde aspecten.Zij horen dan ook graag van de Minister hoe de komende periode wordtomgegaan met dit dossier, welke stappen de Minister wel en niet wilnemen en waarom en welk tijdpad de Minister voor zich ziet. Deze ledenzouden de reactie graag voor het komende commissiedebat Acute zorgontvangen, gepland op 25 september 2025. Totdat deze reactie er ligt ende Kamer zich hierover kan uitspreken pleiten deze leden voor terughou-dendheid, gezien de dubbel demissionaire status van dit kabinet.In mijn brief van 12 september aan uw Kamer29 heb ik aangegeven welkestappen ik de komende tijd zal zetten in dit dossier. Kort gezegd ben ikvoornemens om de NZa een aanwijzing te geven, welke ik eerst bij beideKamers zal voorhangen. Daarnaast gaan veldpartijen aan de slag met deafspraken uit het AZWA over het uitwerken van de kwaliteitseisen. Ookworden de eerste gesprekken gevoerd met bijvoorbeeld de NZa, hetzorginstituut en het RIVM over een normenkader. Ik verwacht uw Kamer inhet voorjaar van 2026 nader te informeren over de voortgang op deverschillende onderdelen van het groeipad.De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister nog steeds van plan isom verder te gaan met de inzet van de vorige Minister, namelijk eencombinatie van het groeipad en invoering van budgetbekostiging metbeperkte afbakening per 2027. Deze leden blijven pleiten voor het belangvan zorgvuldigheid boven snelheid.Zoals in mijn brief van 12 september30 aangegeven, zet ik in op decombinatie van het groeipad en een eerste stap in de budgetbekostigingper 2027. We gaan per 2027 eerst ervaring opdoen met deze kleine eerstestap en deze dient ook als raamwerk om verder door te ontwikkelen.28Kamerstuk 29 247, nr. 46329Kamerstuk 29 247, nr. 46330Kamerstuk 29 247, nr. 463Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 247, nr. 46518
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
- Verslag schriftelijk overleg over Deel 2 van het advies van de NZa over budgetbekostiging voor de SEH (Kamerstuk 29247-462)Actuele officiële versie
- application/x-unknown-content-type kst-29247-465.odtDownload ↗
- text/html kst-29247-465.htmlDownload ↗
- application/xml kst-29247-465.xmlDownload ↗
- PDF kst-29247-465.pdfDownload ↗
- Metadata metadata.xmlOpen metadata ↗
- Metadata metadata_owms.xmlOpen metadata ↗
Bijlagen
Bij dit hoofddocument
Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie