Vreemdelingen- en asielbeleid
Brontekst
Versie 0c9733adc42dd18e · officiële bron10Vreemdelingen- en asielbeleidAan de orde is het VAO Vreemdelingen- en asielbeleid (AOd.d. 14/12).De voorzitter:Aan de orde is het VAO Vreemdelingen- en asielbeleid. Wijhebben acht deelnemers van de zijde van de Kamer. Ik heetde staatssecretaris van harte welkom. Hij krijgt vandaag detitel "Bewindspersoon van de dag", want hij is zo goed omvanavond aanwezig te zijn bij de stemmingen. Dat betekentdat hij eerst onze dinerpauze helemaal gaat meemaken hierin dit gebouw, en dat hij vervolgens de stemmingen vanuitvak-K mag gadeslaan. Daar zou weleens, zeg eens wat,anderhalf uur mee gemoeid kunnen zijn. Wij waarderen hetdus extra dat u hier bent, meneer de staatssecretaris.De eerste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouwKarabulut van de fractie van de SP. Zij heeft zoals iedereentwee minuten spreektijd.Mevrouw Karabulut (SP):Voorzitter, dank u wel. Ik ben blij dat de voorzitter overweegtom misschien de pledge voor het verbod op kernwapenste ondertekenen. Wij hebben die vanavond uitgereikt. Maardat geheel terzijde, voorzitter.We hebben het hier ook over Afghanistan, waar zich geenkernwapens bevinden, maar waar wel oorlog is. Het toevalwil dat wij en de commissie voor Buitenlandse Zaken vorigeweek spraken over de verslechterde situatie en de verlen-ging van de oorlog in Afghanistan, en dat tegelijkertijd eendebat gaande was omdat er nog steeds mensen, vluchtelin-gen, worden teruggestuurd, ondanks de verslechterde vei-ligheidssituatie. Kinderen mogen daar niet de dupe vanworden. Ik dien daarom de volgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de VN stellen dat Afghanistan in oorlogis en dat uit onderzoek blijkt dat negen op de tien Afghaansekinderen onder de 15 jaar te maken krijgen met geweld endat het aantal kinderen onder de slachtoffers sterk is toege-nomen;constaterende dat de UNHCR geen voorstander is vanterugkeer van vluchtelingen naar Afghanistan vanwege hetvoortdurende conflict en het gebrek aan opnamecapaciteit;overwegende dat een nieuw ambtsbericht pas in mei 2018wordt gepubliceerd;verzoekt de regering tot de publicatie van het nieuweambtsbericht geen kinderen uit te zetten naar Afghanistan,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut en Jas-per van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 2358 (19637).Mevrouw Karabulut (SP):Het zou een mooi kerstbericht zijn als we dit vanavond opz'n minst kunnen regelen.Dank u wel.De voorzitter:Dan is het woord aan de heer Van Ojik van GroenLinks.De heer Van Ojik (GroenLinks):Dank u wel, voorzitter. Mijn collega Buitenweg heeft tijdenshet AO aandacht gevraagd voor het lot van bekeerlingenen afvalligen in Irak en voor het lot van lhbti's in Oekraïne.Mijn moties gaan daarover.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Freedom Of Thought Report 2017stelt dat Irak voor afvalligen een van de gevaarlijkste landenter wereld is en dat de UNHCR stelt dat bekeren van deislam in Irak veelal leidt tot sociale uitsluiting en geweldvan de zijde van de familie of de lokale gemeenschap;overwegende dat personen die op de vlucht slaan vanwegeuitsluiting en geweld op basis van religieuze overtuigingenin beginsel recht hebben op bescherming;verzoekt de regering in het landgebonden asielbeleid tenaanzien van Irak bekeerlingen en islamafvalligen aan temerken als risicogroep,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Ojik. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 2359 (19637).De heer Van Ojik (GroenLinks):Mijn tweede motie luidt als volgt.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,38-10-121 december 2017TK 38Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer constaterende dat de regering Oekraïne heeft aangemerktals veilig land van herkomst zonder hierbij een uitzonderingte maken voor lhbti's, ondanks een oproep van de UNHCRaan Nederland tot een dergelijke uitzondering vanwege hettoegenomen geweld tegen lhbti's in Oekraïne en gebrekaan bescherming van deze groep door de overheid inpraktijksituaties;verzoekt de regering Oekraïne niet als veilig land van her-komst aan te merken voor lhbti's,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Ojik en Kuiken.Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoendeondersteund.Zij krijgt nr. 2360 (19637).De heer Van Ojik (GroenLinks):Ik heb nog 20 seconden, mijnheer de voorzitter. Daarin wilik mijn collega's er graag op wijzen dat ik de gewijzigdemotie over de kustwacht in Libië, die ik heb aangehoudenop verzoek van de staatssecretaris, die nog een brief heeftgestuurd, vanavond in stemming zal brengen. Ik heb diemotie zo redelijk mogelijk geprobeerd te formuleren. Ikspreek niet meer over het opschorten van steun aan dekustwacht, maar over het heroverwegen daarvan. Ik hoopdan ook op steun daarvoor. Dank u wel.De voorzitter:Even een kleine reclame voor een eigen motie. Dan de heerBisschop van de Staatkundig Gereformeerde Partij, voorzijn laatste bijdrage dit jaar aan onze beraadslagingen.De heer Bisschop (SGP):Voorzitter. Dank u zeer. Bij het gesprek over asiel en immi-gratie zijn verschillende maatregelen de revue gepasseerddie genomen zijn om het asielbeleid te stroomlijnen. Ik wildaar graag mijn waardering voor uitspreken. Ik heb echterook de vinger gelegd bij nog een maatregel, die wat com-plexer is omdat die internationale dimensies heeft. Het lijktons als SGP de moeite waard om eens in beeld te brengenhoe we op dat punt ook ons asielbeleid kunnen stroomlij-nen. Vandaar de volgende motie.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,van oordeel dat het onwenselijk is dat veel asielzoekerslange tijd in onzekerheid verkeren over hun verblijfsstatus;van oordeel dat het voor alle betrokkenen het beste is omzo snel mogelijk uitsluitsel te geven over de verblijfsstatusvan een asielzoeker teneinde te kunnen werken aan zijn ofhaar inburgering of uitzetting;verzoekt de regering om in Europees en ander internationaalverband na te gaan op welke manier de mogelijkheid voorasielzoekers om onbeperkt vervolgaanvragen in te kunnendienen aan banden kan worden gelegd,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Bisschop. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 2361 (19637).De heer Bisschop (SGP):Voorzitter, ik dank u zeer.De voorzitter:Dank u wel. Dan staat op onze lijst de heer Voordewind.Wordt hij vervangen door mevrouw Van der Graaf? Dat isniet het geval. De heer Fritsma van de Partij voor de Vrij-heid.De heer Fritsma (PVV):Dank u wel. Voorzitter. De aanslag op een joods restaurantin Amsterdam is ook tijdens het algemeen overleg overvreemdelingenzaken besproken. Naar aanleiding daarvanwil ik graag één motie indienen, waarvan de inhoud voorzich spreekt.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de staatssecretaris van Justitie en Veilig-heid een week na de aanslag op een joods restaurant inAmsterdam niets wist over de verblijfsstatus van de Pales-tijnse dader;overwegende dat hij wel over deze kennis had moetenbeschikken om bijvoorbeeld te beoordelen of er fouten zijngemaakt bij de toekenning van de verblijfsstatus, of erfouten zijn gemaakt bij de screening van de dader en of hetverblijfsrecht van de dader kan worden ingetrokken;overwegende dat een snelle dergelijke beoordeling vangroot belang is mede gelet op de gevechtservaring die dedader in Syrië heeft opgedaan en de dreiging die dit vooronze samenleving met zich meebrengt;overwegende dat de bewindspersoon die verantwoordelijkis voor alle aspecten die het verblijfsrecht van de daderraken, zich persoonlijk bezig dient te houden met deze zaakdie de nationale veiligheid immers direct raakt;spreekt uit dat het niet goed is dat de staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid een week na de aanslag op een joodsrestaurant niets wist over de verblijfsstatus van de Pales-tijnse dader en dat dit in toekomstige vergelijkbare zakenverbetering behoeft,38-10-221 december 2017TK 38Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Fritsma. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 2362 (19637).Een vraag van de heer Azmani.De heer Azmani (VVD):Voorzitter, met alle respect richting de heer Fritsma, maarom eerlijk te zijn is deze motie toch volledig onzin? Er zittoch een verschil in wat de staatssecretaris weet en wat destaatssecretaris in het openbaar kan communiceren overeen bepaalde zaak?De heer Fritsma (PVV):Nou, de VVD-fractie mag dit onzin vinden, maar dezestaatssecretaris en alle staatssecretarissen houden zichbezig met heel veel individuele zaken. Uitgerekend een zaakwaarbij een levensgevaarlijk persoon een aanslag pleegtop een restaurant in Amsterdam, die zelf zegt dat hij infor-matie heeft achtergehouden bij de verblijfsaanvraag, daarmoet een staatssecretaris toch ook persoonlijk bovenopzitten? Dat is niet meer dan logisch, want er moet gekekenworden hoe het kan dat er een verblijfsstatus is verstrekt;wat er is gebeurd bij de screening; hoe de verblijfsstatuskan worden ingetrokken. Dan is het niet uit te leggen datde staatssecretaris een week na deze aanslag gewoonhelemaal niets over deze zaak kan zeggen en niet eens weetwat de verblijfsstatus is. Als de VVD-fractie dit onzin vindt,dan zegt dat heel veel over de VVD-fractie en de onwil vande VVD-fractie om terreurbestrijding serieus te nemen.De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Groothuizen van de fractie vanD66.De heer Groothuizen (D66):Dank u wel, voorzitter. De situatie in Libië blijft zorgenbaren. Ik zie echter wel dat er bemoedigende berichten zijndie melden dat steeds meer mensen uit Libië wordengerepatrieerd. Er moet wat mij betreft toch wel veel meergebeuren. Wat D66 betreft zijn de toegang tot de detentie-kampen, het liefst alle detentiekampen, en het evacuerenvan mensen uit Libië van het allergrootste belang. Daarnamoeten we er op de lange termijn voor zorgen dat mensenhet liefst helemaal niet meer de reis naar Libië ondernemen,zodat ze daar ook niet in de problemen kunnen komen.In het verslag van de Europese Raad dat wij voorgisterenkregen, lees ik dat de minister-president de kwestie van hetonafhankelijke monitoringsmechanisme heeft opgebracht.Dat was ook vastgelegd in een motie van D66 van vorigeweek. Dat is goed nieuws. De vraag is echter wel hoe ditnu verdergaat. Welke vervolgstappen gaat Europa nemenom ervoor te zorgen dat dit mechanisme in de praktijk gaatwerken? Kan de staatssecretaris daarop ingaan? Kan hijook toezeggen dat hij deze kwestie kritisch zal blijven vol-gen?Dank u wel.De voorzitter:De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouwVan Toorenburg van de fractie van het CDA, maar zij zietaf van haar spreektijd. De staatssecretaris vraagt om tweeminuten bedenktijd. Ik schors de vergadering.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Het woord is aan de staatssecretaris.Staatssecretaris Harbers:Voorzitter, dank u wel. Vier moties en een vraag: laat ik zein volgorde langslopen.De eerste motie, van mevrouw Karabulut en de heer Jaspervan Dijk op stuk nr. 2358. Ook naar aanleiding van hetbegrotingsdebat eind november is door de Kamer een motieingediend met betrekking tot het stopzetten van de terug-keer naar Afghanistan. Die motie heb ik destijds ontradenen die motie is vervolgens door uw Kamer verworpen. Ookin deze motie wordt de regering opgeroepen om de terug-keer naar Afghanistan te stoppen. Alleen is deze motiespecifiek gericht op kinderen.Ik breng in herinnering dat ik op de eerdere motie hebaangegeven dat ik over de terugkeer naar Afghanistan vanmening ben dat het huidige beleid voor Afghanistan rechtdoet aan de precaire situatie in dat land. Een groot aantalgroepen is aangemerkt als risicogroep of als kwetsbareminderheidsgroep. Binnen die groepen kunnen zichnatuurlijk evenzeer kinderen bevinden en in dat geval gel-den die kinderen natuurlijk ook als risicogroep of kwetsbareminderheidsgroep. Daarbovenop geldt natuurlijk in elkezaak dat er een individuele toets wordt gedaan op basisvan het individuele relaas.Naar mijn mening wordt hiermee voldoende rekeninggehouden met de moeilijke situaties in Afghanistan. Ik ziedus in de landeninformatie geen grondslag om te oordelendat álle Afghaanse kinderen in het bezit moeten wordengesteld van een asielvergunning, enkel omdat zij kind zijn.De Kamer weet dat in ons wettelijk stelsel besloten ligt dathet niet verlenen van een vergunning impliceert dat terug-keer aan de orde is. Om die reden ontraad ik de motie.De voorzitter:Eén vraag, mevrouw Karabulut.Mevrouw Karabulut (SP):Ja, voorzitter. Maar deze motie vraagt helemaal niet omnooit meer terug te sturen, maar om op te schorten totdathet nieuwe ambtsbericht er is. Ik wijs de staatssecretariserop dat het super onveilig is in Afghanistan, dat de Ameri-kanen de bombardementen hebben opgevoerd, dat detaliban oprukt en dat de UNHCR en de VN spreken overschrijnende situaties onder kinderen. Het enige wat dezemotie verzoekt is: alsjeblieft geen kinderen uitzetten, totdat38-10-321 december 2017TK 38Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer het nieuwe ambtsbericht er is en er daarover een nieuwdebat heeft plaatsgevonden. That's all!De voorzitter:Helder. De staatssecretaris.Staatssecretaris Harbers:Ja, voorzitter. Dat is exact dezelfde strekking als die van demotie die bij de begroting voorlag. Toen ging het ook overeen moratorium tot het nieuwe ambtsbericht. We hebbenhet nieuwe ambtsbericht naar voren gehaald. In de tussen-tijd, zo heb ik zojuist gemeld, wordt in individuele aanvragenook altijd het individuele relaas getoetst. Dat kan dus bete-kenen dat er ook in het individuele relaas aanleiding kanzijn om hier een vergunning te verstrekken als mensenbuiten de geïdentificeerde risicogroepen of minderheids-groepen vallen.Nou ja, ik heb geantwoord zoals ik net heb geantwoord. Ikzie geen reden om nu tot een algeheel vertrekmoratoriumover te gaan.De voorzitter:De tweede motie.Staatssecretaris Harbers:De tweede motie, op stuk nr. 2359, gaat over bekeerlingenen afvalligen in Irak. Dat is de motie van de heer Van Ojikover islamafvalligen in Irak. In het AO heb ik de Kamergezegd dat afvalligheid van de islam niet specifiek genoemdwordt in het landgebonden asielbeleid voor Irak. Wel zijnin dat beleid een aantal religieuze minderheidsgroepen alskwetsbare minderheidsgroep aangewezen, bijvoorbeeldde christenen. Hier vallen dan ook de voormalige moslimsonder die zich hebben bekeerd tot het christendom. Uiter-aard kunnen we hier nog meer voorbeelden bedenken vanpersonen die zich tot een andere religie hebben bekeerd ofom andere redenen als een afvallige worden gezien. Maarde vraag is of het dan wenselijk en opportuun is om al dievoorbeelden in het landenbeleid op te gaan nemen. Volgensmij moeten we ons in het landgebonden beleid willenbeperken tot groepen die een substantieel deel zijn van deasielinstroom vanuit dat land naar Nederland, dit temeeromdat ik in het AO ook heb toegelicht dat het niet noemenvan afvalligheid in het landenbeleid Irak niet betekent dataanvragen niet zorgvuldig worden getoetst. Bij de individu-ele beoordeling wordt de precaire situatie voor afvalligennadrukkelijk betrokken en er zal dan ook in veel gevalleneen vergunning worden verleend.Maar ik zeg daar wel bij dat in incidentele gevallen ook kanworden geconcludeerd dat er onvoldoende aanleiding isom asielbescherming te verlenen, bijvoorbeeld als iemandeerder geen enkel probleem ondervond en er ook geenconcrete aanwijzingen zijn voor toekomstige vervolging.Individuele toetsing zou overigens ook het geval zijn alsafvalligen in het asielbeleid voor Irak als risicogroep warenopgenomen, want ook dan is nog altijd het individualise-ringsvereiste van toepassing. Vanuit die argumentatie is ervolgens mij geen noodzaak om islamafvalligen als risico-groep toe te voegen, dit onder inbegrip van alles wat ik hebgezegd, namelijk dat er voor heel veel van die mensen eengrond bestaat om uiteindelijk wel een asielvergunning teverkrijgen.De voorzitter:Eén vraag, meneer Van Ojik.De heer Van Ojik (GroenLinks):Ja, voorzitter, ik weet het. Ik heb uiteraard goed geluisterdnaar de staatssecretaris en ook naar wat hij eerder zei inhet AO. Ik neem aan dat de individuele toetsing altijd zorg-vuldig is. Dat is in dit geval ook zo, zegt de staatssecretaris.Daar ga ik eerlijk gezegd zonder meer van uit, maar dat zoubetekenen dat je nooit een bepaalde categorie als een risi-cogroep hoeft te identificeren, want je toetst het individuelegeval altijd zorgvuldig. Mijn vraag is waarom bijvoorbeeldin het geval van Iran wel specifiek wordt gepraat over isla-mafvalligheid, terwijl er in het geval van Irak wordt gezegd:we lossen het op middels een individuele toetsing. Ik begrijpdat verschil eerlijk gezegd niet.Staatssecretaris Harbers:Dat verschil heeft ermee te maken dat het in de eerste plaatsgebaseerd is op periodieke ambtsberichten, waarbij erwordt gekeken naar de situatie in het land zelf en naar talvan groepen. Vervolgens is het landenbeleid een hulpmid-del voor de IND om te helpen bij de individuele toets. Omdie reden ben ik er voorstander van dat we dat dan ookvooral doen voor die groepen waarvan we hier een grotereinstroom zien. Je kunt voor tal van groepen de hele situatiein kaart brengen, maar als het maar om enkele aanvragenin Nederland gaat, heeft het meer zin om dat op dat momentgewoon individueel te beoordelen.Voorzitter, de motie-Van Ojik op stuk nr. 2360 gaat over delhbti's in Oekraïne. Nederland heeft een verantwoordelijk-heid voor het bieden van bescherming aan personen diein hun land van herkomst gegronde reden hebben voorvrees van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag,om welke reden dan ook. Mijn ambtsvoorganger heefteerder aan uw Kamer aangegeven op welke gronden Oek-raïne is aangemerkt als een veilig land van herkomst enhoe de positie van lhbti's aldaar geduid wordt. Belangrijkhierbij was dat in Oekraïne op het gebied van de rechtenvan lhbti's voorzichtig positieve ontwikkelingen werdengeconstateerd. Maar ook hier — en dat hebben we in hetAO uitvoerig gewisseld — wordt uiteraard ieder asielverzoekvan een vreemdeling die stelt LHBT te zijn, zorgvuldigbeoordeeld. Het kabinet onderkent dat er in Oekraïne sprakeis van sociale discriminatie en intimidatie van de groep lhbti's en dat wordt meegewogen in de beslissing over individu-ele asielverzoeken. Gezien de geconstateerde voorzichtigpositieve ontwikkelingen zie ik nu geen reden om Oekraïneals onveilig land voor lhbti 's te beschouwen. Periodiekgaan we de landen die we nu als veilig beschouwen,waaronder Oekraïne, ook weer toetsen, dus volgt er ook openig moment weer een herbeoordeling. Dan kijken we ookweer opnieuw of die voorzichtig positieve ontwikkeling zichbestendigd heeft. Ik zie op dit moment geen aanleiding ombij het benoemen van Oekraïne tot veilig land van herkomsteen algehele uitzondering voor lhbti 's te maken en daaromontraad ik de motie.38-10-421 december 2017TK 38Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer Dan de motie op stuk nr. 2361 van de heer Bisschop. In hetAO gaf ik al aan dat ik op zichzelf sympathie voel voor degedachte achter deze motie, want het komt inderdaad voordat vreemdelingen meerdere vervolgaanvragen indienendie allemaal ongefundeerd zijn. In die gevallen kan dat ookvoor medewerkers van de vreemdelingenketen heel onbe-vredigend zijn. U voelt natuurlijk al een "maar" aankomen,want zoals ik tijdens het AO al aangaf, is het op grond vanhet Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en dejurisprudentie van het Hof in Straatsburg niet mogelijk omeen maximum te stellen aan het aantal in te dienen asiel-aanvragen. Het is immers altijd mogelijk dat zich nieuwefeiten en omstandigheden voordoen, waardoor de asielzoe-ker alsnog in aanmerking komt voor een asielvergunning,want die feiten en omstandigheden worden per definitie ineen asielprocedure getoetst. Zou die mogelijkheid er nietzijn, dan zou de kans bestaan dat de asielzoeker wordtteruggestuurd in strijd met het refoulementverbod in hetVluchtelingenverdrag en het EVRM. Dat is de reden dat ikde motie ontraad, maar ik zeg daar wel bij dat het onverletlaat dat wij de afgelopen jaren binnen de ruimte die deinternationale en EU-wetgeving biedt, naar maatregelenhebben gezocht om vervolgaanvragen versneld af te kunnendoen. Het regeerakkoord geeft daar ook weer een impulsaan en ik denk dat we daar uiteindelijk de oplossing moetenzoeken voor dit geschetste probleem.De heer Bisschop (SGP):Voorzitter, inderdaad, ik heb daar ook mijn oprechte waar-dering voor uitgesproken. Ik denk dat dat in het belang vaniedereen is, van alle betrokkenen. Waar het mij in dezemotie om gaat, is het volgende. Wij lopen nu aan tegen hetfeit dat het niet kan. Dan is deze motie juist een verzoek aande regering om scherp in beeld te brengen waarom het nietkan en wat we daaraan kunnen doen. Wat voor mogelijkhe-den zijn er om misschien op dit punt — waar een gapendgat zit, een lek in het hele beleid, want daar lopen wijgewoon tegenaan — wél wat stappen te zetten? De motievraagt niet om nu concreet stappen te ondernemen, maarom onderzoek te doen, om dingen te inventariseren en omdaar vervolgens het gesprek over aan te gaan, binnen dezorgvuldige rechtsstatelijkheid.Staatssecretaris Harbers:Precies om die reden denk ik toch dat het zuiverder is omde motie te ontraden. Wij weten namelijk de bezwaren waardit op stuit. Die heb ik u zojuist geschetst: het EVRM en dejurisprudentie van het Europees Hof in Straatsburg. Maarhet onderwerp van die vervolgaanvragen heeft wél devoortdurende aandacht van zowel het vorige kabinet alsvan dit kabinet tijdens de onderhandelingen over datEuropese gemeenschappelijke asielsysteem. Daarbij is hetde Nederlandse inzet om procedures snel te kunnen blijvenafhandelen en om aanspraak op opvang tijdens vervolgaan-vragen te beperken tot degenen met een serieuze vervolg-aanvraag. Maar ik zeg er meteen bij: we hebben hetbeperken van die opvangaanspraak dus ingebracht inBrussel, maar voor het beperken daarvan heeft Nederlandgeen bijval gekregen. Dat maakt uiteindelijk dat het snelafhandelen van ongefundeerde herhaalde asielverzoekendes te belangrijker is. Nederland heeft daarbij herhaaldelijkaangegeven dat de voorstellen van de Commissie te weinigruimte bieden om die vervolgaanvragen in een zeer korttijdsbestek af te handelen, met name als het gaat om aan-vragen die op het allerlaatste moment worden ingediendmet het kennelijke doel om de geplande terugkeer te frus-treren. Hier blijven wij, ook in het komende jaar bij dieonderhandelingen, aandacht voor vragen. Maar dit is noggeen gelopen race, zeg ik erbij. Ik denk echter dat het ver-standiger is om voor deze route te kiezen dan om heelprincipieel de vraag op tafel te leggen of we het EVRM zul-len gaan aanpassen. Dat lijkt me niet. We dienen dus con-crete tekstvoorstellen in en we blijven daarmee aan de slag.Tot slot de motie van de heer Fritsma. Daarna kom ik nogop de vraag van de heer Groothuizen. Strikt genomen denkik niet dat ik een oordeel over de motie van de heer Fritsmazou moeten geven, want het gaat daarin over een oordeelvan de Kamer. Maar ik wil er drie dingen over zeggen. Hetis niet juist dat ik of mijn diensten geen informatie haddenof hebben over deze zaak, al is het maar omdat natuurlijkalles zich onder de verantwoordelijkheid van een lid vanhet kabinet afspeelt. Verder is het ook zo dat leden van hetkabinet echt wel persoonlijk meekijken wat er in beeldbepa-lende maatschappelijke kwesties gebeurt. Tijdens het AOheb ik aangegeven niet in te gaan op een individuele zaak.Ik stel overigens vast dat de motie een aantal overwegingenkent waarover, indien ze waar zijn, op dit moment in deeerste plaats het OM en de rechtbank moeten oordelen. Ikheb tijdens het AO ook al aangegeven dat, zodra er eenstraf is opgelegd, in de vreemdelingenketen bekeken kanworden welke consequenties dat heeft voor een eventueleverblijfsvergunning. Dit conform de regelgeving; ik hebdaar uw Kamer gisteren ook nog een brief over gestuurd.De heer Fritsma (PVV):Als de staatssecretaris kennis had over de verblijfsstatusvan deze jihadist en over de manier waarop hij die hadgekregen, dan heeft hij die kennis na het AO van 14december verworven. Want tijdens het AO van 14 decemberheeft de staatssecretaris gezegd dat hij het niet wist. Ik hebhier het verslag bij me waar dat in staat. Dan blijft de vraagstaan waar de staatssecretaris ook nu weer niet op ingaat:hoe kan het dat hij een week na deze aanslag zich niet hadverdiept in vragen als: wat voor verblijfsstatus heeft dezejihadist gekregen, hoe is hij door de screening gekomen,is er gelogen, kan het verblijfsrecht worden ingetrokken,wat moet er beter bij de screening? Misschien zijn er nogwel meer gevallen. Het is heel simpel: dit is een zaak waarje natuurlijk bovenop moet zitten, omdat die de nationaleveiligheid raakt. Ik stel nogmaals de vraag: waarom heeftde staatssecretaris er niet persoonlijk bovenop gezeten? Ikblijf het vragen. Ik heb op deze vraag ook tijdens het AOsteeds geen antwoord gekregen.Staatssecretaris Harbers:Ja, en ik blijf het antwoord geven dat ik tijdens een AO nietinga op zo'n individuele zaak. De inhoud van een aantalkrantenberichten moet niet verward worden met de verant-woordelijkheid die leden van het kabinet hebben voor deinhoud van een zaak. Maar ik stel nog steeds vast dat hetniet aan mij was op dat moment, en het ook nu niet aanmij is om in te gaan op alle individuele aspecten van eenzaak die deels in de media staan, omdat dit op dit momentter weging is aan het OM en aan de rechtspraak. Pas daarnais er iets, een handelingsperspectief waar we in de asielke-ten iets mee kunnen. Ik verval nog een keer in herhaling:dit betekent dat iedere keer als er een incident is in devreemdelingenketen, er vanzelfsprekend door alle betrokken38-10-521 december 2017TK 38Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer diensten wordt gekeken welke nieuwe informatie er even-tueel naar boven komt en wat we daaruit leren als het nieteerder bekend was. Dat hoort echt tot de standaardhande-lingen van de diensten. Punt.Dan nog de vraag van de heer Groothuizen. Hij vroeg naarde monitoring van wat de kustwacht in Libië doet. U hebtin het verslag van de Europese Raad kunnen lezen dat deminister-president conform de motie van de Kamer daar-voor aandacht heeft gevraagd. De volgende stap is nunatuurlijk dat dit daarmee ook een kwestie is in de EuropeseUnie. Ik zou niet kunnen zeggen wat de Europese Uniedaarmee in de afgelopen drie dagen heeft gedaan. Maar ikkan de heer Groothuizen en de Kamer wel verzekeren datwij vanzelfsprekend vanuit de Nederlandse regering erbo-venop zitten. De situatie in Libië is schrijnend, dat hebbenwij vele malen gewisseld in de afgelopen debatten. Ik vreesdat dit ons ook na de jaarwisseling nog een aantal kerenzal bezighouden. Dat beweegt ons ertoe om er extrabovenop te zitten.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank de staatssecretaris.De beraadslaging wordt gesloten.De voorzitter:Vanavond stemmen wij over de moties. Ik schors de verga-dering tot 20.30 uur voor het diner en wellicht voor watvergaderwerk bij diverse fracties. Daarna gaan wij stemmen.De vergadering wordt van 19.01 uur tot 20.37 uur geschorst.Voorzitter: Arib38-10-621 december 2017TK 38Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer
Gerelateerde bronnen
- VAO Vreemdelingen- en asielbeleid (AO d.d. 14/12)
Vreemdelingen- en asielbeleid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.