Concept 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn voor consultatie en advisering Commissie voor de Milieueffectrapportage
Brontekst
Versie 2bdaffc0bac66de3 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 037MestbeleidNr. 607 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 juli 2025In mijn brief van 12 juni1 jongstleden over de voortgang van het 8eactieprogramma Nitraatrichtlijn heb ik aangegeven om in juli mijnvoorgenomen invulling van het 8e actieprogramma voor te leggen aan deCommissie voor de Milieueffectrapportage (hierna: Commissie MER) vooradvies en tegelijkertijd het actieprogramma ter inzage te leggen en voorinternetconsultatie aan te bieden. De uitkomsten van de doorrekening vande verschillende maatregelpakketten, zoals aangekondigd in mijn briefvan 11 april jl.2, door Wageningen University & Research (WUR) zijn nubeschikbaar (bijlage). Met de uitkomsten van deze studie ben ikvoornemens het concept 8e actieprogramma (bijlage) voor te leggen voorinternetconsultatie. Gedurende een periode van zes weken is er vooreenieder de gelegenheid om inbreng te leveren op het concept 8eactieprogramma.Het voorgenomen actieprogramma is opgezet langs de lijnen die ik inmijn voornoemde kamerbrief van 11 april jl. heb geschetst. Met hetvoorgenomen 8e actieprogramma zet ik erop in om in alle verschillendegebieden in Nederland de norm van 50 mg/l nitraat in het uitspoelendgrondwater in de wortelzone te halen en eutrofiëring van het oppervlakte-water te voorkomen en te verminderen. In voornoemde brief heb iktoegelicht dat er, met voortzetting van de maatregelen uit het 7e actiepro-gramma Nitraatrichtlijn en de derogatiebeschikking 2022–2025, nogopgaven resteren in de gebieden zand zuid en löss om het doel voor 50mg/l in grondwater te halen. Voor oppervlaktewater zijn er verspreid overNederland nog gebieden waar de kwaliteit van het oppervlaktewater nogniet goed is als het gaat om nutriënten afkomstig van de landbouw.Daarom zet ik grotendeels de lijn van de maatregelen uit het 7e actiepro-gramma en de derogatiebeschikking 2022–2025 voort en vul ik dat aan indie gebieden waar dat nodig is. Tegelijkertijd wil ik ook verlichting bieden1Kamerstukken II, 2024/25, 33.037, nr. 603.2Kamerstukken II, 2024/25, 33.037, nr. 597. kst-33037-607ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 6071 in gebieden waar dat gezien de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit inNederland kan. Met deze brief neem ik u mee in de vervolgstappen diezijn gezet sinds de brief van 11 april jl. over de hoofdlijnen van het 8eactieprogramma. Deze stappen zijn nodig om met het 8e actieprogrammavoldoende verbetering van de waterkwaliteit voor grond- en oppervlakte-water te laten zien in die gebieden die nog niet voldoen. Hierbij zoek iksteeds de balans tussen de bescherming van de waterkwaliteit, bedrijfs-economische effecten en draagvlak bij landbouwers.Hierna licht ik voor een aantal onderwerpen, de keuze voor verdereinvulling van de hoofdlijnen van het 8e actieprogramma en de vervolg-stappen toe met betrekking tot bedrijfsgerichte doelsturing opgrondwaterkwaliteit.Invulling generieke maatregelenIn voornoemde brief over de hoofdlijnen van het 8e actieprogramma hebik de contouren geschetst van de mogelijke generieke maatregelpakkettenvoor het 8e actieprogramma. Voor wat betreft de actualisatie van destikstofgebruiksnorm zijn voor zes percentages (3%-5%-8%-15% en 20%)van generieke verlaging van de stikstofgebruiksnorm het effect op dewaterkwaliteit doorgerekend. Dit laat, mede ten opzichte van de huidige20% korting op de stikstofgebruiksnormen in NV-gebieden, onvoldoendeverbetering van de grondwaterkwaliteit zien, met name in de regio zandzuid en löss. Het voorgestelde maatregelpakket dat gebaseerd is op deactualisatie van de stikstofgebruiksnormen gericht op het behalen van de50 mg/l nitraat in het grondwater in alle zandregio’s (zand noord, zandmidden en zand zuid en löss) zie ik als het meest perspectiefvol in debalans tussen het behalen van de doelen van de Nitraatrichtlijn, debedrijfseconomische effecten op het agrarische bedrijf en het draagvlakbij landbouwers.De uitkomsten van de doorrekening van de verschillende mogelijkemaatregelpakketten ten behoeve van het 8e actieprogramma nopen totverdere invulling van het geschetste spoor van generieke maatregelen inhet concept 8e actieprogramma op een aantal punten gericht op hetbehalen van de 50 mg/l nitraat in het grondwater en op terugdringen vaneutrofiëring in het oppervlaktewater. Deze verdere invulling op hetgenerieke spoor betreft de aanpassing van de stikstofgebruiksnormen ende aanwijzing van aandachtsgebieden oppervlaktewater voor stikstof enfosfor.Aanpassing van de stikstofgebruiksnormenHet generieke maatregelpakket is nodig om enerzijds de huidige water-kwaliteit te behouden en anderzijds, in de gebieden met een waterkwali-teitsopgave (grond- en oppervlaktewater), de waterkwaliteit te verbeteren.Gezien de uitkomsten van de doorrekening van de WUR op de verschil-lende maatregelpakketten ten behoeve van het 8e actieprogramma, kies iker voor om de actualisatie van de stikstofgebruiksnormen als vertrekpuntte nemen in de voorgenomen aanpassing van de stikstofgebruiksnormen.Hiermee sluiten de stikstofgebruiksnormen beter aan op het doel van 50mg/l nitraat in het grondwater in relatie tot de grondsoort en de teelt vangewassen.De CDM zal binnenkort een advies verstrekken over de actualisatie van detotale stikstofgebruiksnormen in de gebieden zand noord, zand midden,zand zuid en löss gericht op het behalen van het doel van 50 mg/l nitraatin het grondwater. Op basis van dit advies zal dit in de gebieden zandnoord, zand midden, zand zuid en löss leiden tot een aanpassing van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 6072 totale stikstofgebruiksnorm. De hoogte van de aanpassing van destikstofgebruiksnorm is afhankelijk van de opgave voor de grondwater-kwaliteit en het bemestingsadvies. Dit kan betekenen dat in bepaaldegebieden voor bepaalde gewassen de totale stikstofgebruiksnorm moetworden aangescherpt en dat in andere gebieden, waar de norm 50 mg/lnitraat ruimschoots wordt gehaald, er ruimte is voor enige versoepelingvan de totale stikstofgebruiksnorm, waarbij de 50 mg/l nitraat in hetuitspoelend grondwater niet wordt overschreden.In sommige gebieden is aanvullende inzet nodig om de stikstofbelastingvan het oppervlaktewater vanuit de landbouw terug te dringen. Hiermeewordt eutrofiëring van het oppervlaktewater voorkomen en verminderd.Om die reden zal in specifieke gebieden (aandachtsgebieden voor stikstof)een korting van de stikstofgebruiksnorm volgen afhankelijk van de matewaarin het oppervlaktewater verwijderd is van het behalen van hetbetreffende stikstofdoel vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor zoverhet de landbouw betreft. Hiermee ben ik voornemens de geactualiseerdestikstofgebruiksnorm niet hoger te laten zijn dan wat past bij de opgave ineen specifiek aandachtsgebied, en de korting die nodig is ter verbeteringvan de oppervlaktewaterkwaliteit in de aandachtsgebieden in alle gevallenniet hoger te laten zijn dan 20%. De komende periode zal ik deze syste-matiek verder uitwerken. In aandachtsgebieden waar alleen fosfor hetprobleem is, zal geen korting (meer) gelden op de stikstofgebruiksnorm.In mijn brief van 11 april jl. heb ik ook toegelicht dat ik verwacht dat erondanks mijn inzet met het 8e actieprogramma nog een (regionale)restopgave resteert, ook het met oog op het voldoen aan de doelen vande KRW. Met regionale overheden (provincies en waterschappen) blijf ikin gesprek over het adresseren van die opgave.Aanwijzing aandachtsgebieden stikstof en fosforOm de gebiedsgerichte opgave voor de oppervlaktewaterkwaliteit hethoofd te bieden zal ik aandachtsgebieden voor stikstof en fosforaanwijzen. In deze zogenaamde aandachtsgebieden zullen maatregelennodig zijn ter vermindering van de verontreiniging van stikstof en/offosfor. Voor deze aanwijzing van aandachtsgebieden wordt gebruikge-maakt van de geactualiseerde bronnenanalyse. Bijgevoegd treft u de«Landelijke bronnenanalyse nutriënten oppervlaktewaterlichamenKaderrichtlijn Water, juni 2025» aan (bijlage). Deze actualisatie is doorWageningen Environmental Research opgesteld, hierbij is gebruikge-maakt van de kennis en data van alle waterschappen. Met de geactuali-seerde bronnenanalyse en actuele gegevens over de status van deoppervlaktewaterkwaliteit wordt in de komende maanden een aanwijzingvan aandachtsgebieden voorbereid. De aanwijzing van de huidigeNV-gebieden kan daarmee per januari 2026 vervallen.Nadat duidelijk is in welke gebieden nog een opgave resteert voor fosforen/of stikstof zullen in de betreffende gebieden maatregelen moetenworden genomen. Voor stikstof is mijn inzet dit te doen langs de band vande aanpassing van de stikstofgebruiksnormen, zoals hierboven toegelicht.Voor fosfor wordt in het 8e actieprogramma voorgesteld om in deaandachtsgebieden in 2026 niet langer een korting op de stikstofgebruiks-normen te hanteren, maar maatregelen te nemen die zich expliciet richtenop vermindering van fosfor in het oppervlaktewater. In aanvulling op debrief van 11 april jl. wordt ook een begroeide bufferstrook voorgesteld.Tot slot zet ik duurzame bouwplannen vanuit het 7e actieprogrammavoort. In de verplichtingen over duurzame bouwplannen wordt een aantalaanpassingen gedaan in de maatregelen voor rustgewassen, vangge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 6073 wassen en wintergewassen, waardoor de bouwplanmaatregeleneffectiever, eenduidiger, maar ook praktisch uitvoerbaar zijn.Verder heb ik in de brief van 11 april jl. aangekondigd onderzoek te latendoen naar het effect van de maatregel tot het aanhouden van buffer-stroken voor de waterkwaliteit. Eerder is door mijn ambtsvoorganger eenverkennend onderzoek uitgezet in het kader van de harmonisatie vanbufferstroken gericht om te komen tot een geharmoniseerde breedte vanstroken voor gewasbescherming en mest. Dit onderzoek is nu opgeleverden treft u in de bijlage (bijlage). Het onderzoek naar het effect van demaatregel tot het aanhouden van bufferstroken voor de waterkwaliteit zaleen veldonderzoek zijn dat gedurende de looptijd van het 8e actiepro-gramma wordt uitgevoerd en naar verwachting ongeveer drie tot vier jaarin beslag neemt. Daarbij wordende resultaten van het voornoemdeharmonisatie-onderzoek betrokken.Bedrijfsgerichte doelsturing voor grondwaterkwaliteitEen belangrijke pijler van het 8e actieprogramma bestaat uit hetingroeipad voor bedrijfsgerichte doelsturing op grondwaterkwaliteit. Hetingroeipad voor doelsturing staat naast het generieke beleid en moettenminste een vergelijkbaar effect op de waterkwaliteit hebben. Hetingroeipad voor doelsturing is een eerste stap in een systeemomslag vanmiddelvoorschriften naar doelvoorschriften voor nitraat in grondwater. Deintentie is om te komen tot een landsdekkend gedragen doelsturings-systeem dat in het 9e actieprogramma een volwaardig alternatief kan zijnvoor de middelvoorschriften zodat boeren zelf de passende maatregelenkunnen kiezen om te kunnen voldoen aan de gestelde doelen en passendbinnen de Europese kaders. In samenwerking met sectorpartijen(vertegenwoordigd in een hiervoor opgericht consortium) wordtgezamenlijk gewerkt aan de inrichting van een systeem voor doelsturingop nitraat in het bovenste grondwater in het 8e actieprogramma voor allegrondsoortregio’s in Nederland. Het ingroeipad voor bedrijfsgerichtedoelsturing op grondwaterwaterkwaliteit is gebaseerd op een combinatievan de twee indicatoren: N-mineraal en het N-bodemoverschot. Op basisvan de uitkomsten van de metingen en berekeningen van de beideindicatoren krijgen agrariërs inzicht in het risico van nitraatuitspoelingnaar het bovenste grondwater op hun bedrijf en kunnen zij hierop sturen.In de komende jaren wil ik ervaring opdoen met het gebruik van de beideindicatoren. Het doelsturingssysteem op grondwaterkwaliteit betreft eenvrijwillig privaat geborgd systeem. Ik zal ten behoeve van de borging vande systematiek meetprotocollen, streefwaarden en beoordelingsprotocollaten opstellen en zorgen voor adequaat toezicht en handhaving op dedoelsturingssystematiek. Inmiddels is het meetprotocol ter bepaling vanhet N-mineraal gereed, zie bijgevoegde rapportage van WUR (bijlage).Door middel van inzicht in het effect van handelen op de grondwaterkwa-liteit en het bieden van handelingsperspectief wordt verwacht dat dezeaanpak een positief effect heeft op de waterkwaliteit. Op dit moment is heteffect echter nog niet te kwantificeren. In de komende jaren wil ik verderonderzoek laten uitvoeren, waarbij meer inzicht wordt verkregen in derelatie tussen de indicatoren en de gemeten waterkwaliteit. De kennisno-titie «Verkenning proxies voor Nitraat» is hierin een eerste stap. 3 Demeetresultaten die vanuit het programma bedrijfsgerichte doelsturingworden verkregen zijn hierbij een belangrijke databron.3https://www.rivm.nl/publicaties/verkenning-proxies-voor-nitraatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 6074 De deelnemers aan de doelsturingssystematiek voor nitraat in grondwaterwil ik voorafgaand aan deelname al perspectief bieden voor de uitzonde-ringsmogelijkheden van generieke voorschriften. Deze uitzonderingen zijnmogelijk zodra deelnemers goede resultaten laten zien via de geborgdesystematiek van doelsturing. Ik zal de volgende uitzonderingsmogelijk-heden uitwerken in het 8e actieprogramma:•een grotere totale stikstofgebruiksruimte dan die, op basis van deactualisatie van de stikstofgebruiksnormen voor grondwater in het 8eactieprogramma, generiek gaat gelden.•een uitzondering van het uiterlijk op 1 oktober inzaaien van eenvanggewas na maïs en van een vanggewas na alle overige teelten opzand- en lössgronden, waarbij na één jaar meten van N-mineraal dedeadlines voor het inzaaien van een vanggewas losgelaten kunnenworden, inclusief de bijbehorende kortingen op de stikstofgebruiks-norm waar het gaat over de overige teelten op zand- en lössgronden.4•een uitzondering van de verplichting van 1:4 rotatie met rustgewassenop zandgronden en het loslaten van de aangekondigde verplichting inhet 8e actieprogramma van de verscherpte rotatie met rustgewassenvoor de regio zand zuid en löss.VervolgGedurende zes weken is iedereen in de gelegenheid om te reageren ophet voorgenomen 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn. Met alle reacties zalik het actieprogramma verder vervolmaken, zodat op 1 januari 2026 het 8eactieprogramma Nitraatrichtlijn kan gaan gelden. Uiteraard ben ik bereidom met uw kamer nader van gedachten te wisselen over het vast testellen actieprogramma. Ik zal u in de komende maanden blijveninformeren over de voortgang, waarna ik het definitieve 8e actiepro-gramma Nitraatrichtlijn voor het einde van dit jaar aan uw kamer zalaanbieden.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. Wiersma4De Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) heeft in haar advies op verzoek van deaardappelverwerkende industrie reeds aangegeven dat inzaaien van een vanggewas vanbelang is, maar dat een alternatief voor de 1-oktoberdatum perspectiefvol kan zijn, ook waarhet gaat om verder in de agrarische keten verlichting te bieden (bijlage).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 037, nr. 6075
Gerelateerde bronnen
- De minister van LVVN zal op tijd, maar toch in ieder geval in de eerste helft van 2025 de aanpak voor de waterkwaliteitsopgave van de landbouw aan de Kamer te s
De minister van LVVN zal op tijd, maar toch in ieder geval in de eerste helft van 2025 de aanpak voor de waterkwaliteitsopgave van de landbouw aan de Kamer te sturen.
- De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de geactualiseerde bronanalyse inzake met nutriënten verontreinigde gebieden.
De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de geactualiseerde bronanalyse inzake met nutriënten verontreinigde gebieden.
- De Kamer wordt in het vierde kwartaal van 2025 geïnformeerd over de toekomst van de met nutriënten verontreinigde gebieden in het kader van het achtste actiepro
De Kamer wordt in het vierde kwartaal van 2025 geïnformeerd over de toekomst van de met nutriënten verontreinigde gebieden in het kader van het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn.
- De minister van LVVN zegt toe om uiterlijk in de eerste helft van 2025 een lijst met opties en voorstellen voor het 8e Actieprogramma nitraat aan de Kamer te st
De minister van LVVN zegt toe om uiterlijk in de eerste helft van 2025 een lijst met opties en voorstellen voor het 8e Actieprogramma nitraat aan de Kamer te sturen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.