KamerkringInloggen
Kamerbrief

Uitvoering van de motie van de leden Stoffer en Claassen m.b.t. nationale basisnormen voor preventie, handhaving en crisisinterventie bij onveilige situaties op universiteiten

9 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ad90a13fa4d7f902 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 240Veiligheid op school31 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- enWetenschapsbeleidNr. 181 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 april 2026Op 12 februari 2026 heeft uw Kamer een motie aangenomen die mijnambtsvoorganger heeft ontraden tijdens de begrotingsbehandeling vanOCW. Zoals gebruikelijk laat ik middels deze brief weten op welke wijze ikvoornemens ben deze motie uit te voeren.De motie, ingediend door de leden Stoffer (SGP) en Claassen (GroepMarkuszower) (Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 124), verzoekt de regering om«duidelijke nationale basisnormen vast te stellen voor preventie,handhaving en crisisinterventie bij onveilige situaties op universiteiten,inclusief heldere verantwoordelijkheden voor instellingsbesturen eneffectieve samenwerking met lokale autoriteiten, en de Kamer teinformeren over implementatie en effectiviteit».1Mijn ambtsvoorganger had deze motie destijds ontraden omdat er al doorverschillende partijen, waaronder de instellingen en het Ministerie vanOCW, wordt ingezet op heldere processen en verantwoordelijkheden enbetere samenwerking en er reeds gedegen structuren bestaan om dedoelen te bereiken die de motie beschrijft.We hebben in Nederland namelijk een gedegen crisisstructuurbeschikbaar met duidelijke normen voor opschaling, van lokaal, regionaalnaar nationaal niveau en waarbij tevens verantwoordelijkheden helderbelegd zijn. In deze brief zal ik allereerst ingaan op het instellingsniveau,waarna ik inga op respectievelijk het lokaal, regionaal en nationaal niveau.Ook geef ik aan waar ik voor de uitvoering van deze motie een stap extrazet.1Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(VIII) voor het jaar 2026 | Tweede Kamer der Staten-Generaal kst-29240-181ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 240, nr. 1811 InstellingsniveauInstellingen zijn verantwoordelijk voor een veilige leer- en werkomgeving.Instellingsbestuurders zetten zich hier dagelijks voor in. Gezamenlijkhebben de instellingen de «Richtlijn protesten» opgesteld. Deze richtlijnkan worden beschouwd als een set van basisnormen; hierin wordtnamelijk beschreven welke uitgangspunten er worden gehanteerd bijprotesten.2 Centrale afstemming tussen instellingen over diverseveiligheidsdomeinen heeft tot verschillende handreikingen geleidwaarmee de eenduidigheid in de aanpak wordt versterkt.3 Mijn ambts-voorganger heeft uw Kamer hierover geïnformeerd (bijlage bij deKamerbrief van d.d. 3 juli 2025).4 Ook voeren instellingen regelmatigrisicoanalyses uit om in te schatten welke veiligheidsmaatregelen nodigzijn bij specifieke situaties. Waar nodig worden maatregelen getroffen.Instellingen staan hierbij in nauw contact met de lokale driehoek. Bij(vermoedens van) strafbare feiten doen instellingen aangifte, waarbij hetOM gaat over vervolging.Lokaal, regionaal en nationaal niveauDe veiligheidsregio’s hanteren een landelijk uniforme GRIP-opschalings-systematiek5 voor de verschillende niveaus van opschaling. Hierbij dientde Wet veiligheidsregio’s als wettelijk kader. Lokale of regionale crisissitu-aties, incidenten of gebeurtenissen worden normaal gesprokenopgevangen door de op dat niveau opererende overheden of organisaties.Afhankelijk van aard en omvang kunnen hierbij meerdere organisatiesworden ingezet (horizontale en/of verticale opschaling). Een goedvoorbeeld in het kader van protesten op de instellingen is het (opschalennaar) GRIP-1 niveau. Dit is wanneer er bij de bestrijding van incidentenverschillende hulpverleningsdiensten betrokken zijn (bijv. ambulance,politie en/of de brandweer).Extra stap: verbeteren samenwerking in de vierhoekDat de juiste structuren voor crisisbeheersing zijn ingericht, wil nog nietzeggen dat de samenwerking binnen deze structuren geen aandachtbehoeft. Zo wijst het rapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding6ons op het belang van het bouwen en onderhouden van een sterkevierhoek (lokale driehoek + hoger onderwijsinstelling). Als Minister vind ikhet belangrijk om instellingen te faciliteren in het nemen van hunverantwoordelijkheden. Om invulling te geven aan deze motie ga ikdaarom in gesprek met de betrokken partijen om te bezien op welke wijzede samenwerking in de vierhoek verbeterd kan worden. Bijvoorbeeld alshet gaat om het bevorderen van uniformiteit in de aanpak van alleafzonderlijke vierhoeken. De Ministeries van JenV en BZK zullen vanwegehun verantwoordelijkheid in deze vierhoek worden betrokken. Ik zal uwKamer informeren over de uitkomsten.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. Letschert2Richtlijn protesten UNL & VH_2.pdf3Dit in het kader van de uitvoering van de motie van de leden Eerdmans en Martens-Americam.b.t. een eenduidig veiligheidsprotocol, betreft Kamerstuk 29 240, nr. 1604Kamerbrief over veiligheid op universiteiten en hogescholen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl enAfschrift brief Veiligheid Nederlandse universiteiten en hogescholen | Brief | Rijksoverheid.nl5«GRIP» staat voor: Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure. DeGRIP-systematiek bestaat uit verschillende opschalingsniveaus: lokaal (1 t/m 3), regionaal (4) eninterregionaal (5).6Gevangen in vrijheden | Rapport | Rijksoverheid.nl (pg. 38).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 240, nr. 1812

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f8fa4ac107820bf5

14 okt 2026 · 9440599f2ee85421

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.