Voortgang op de wetswijziging alternatief voor de KDW en de rekenkundige ondergrens
Brontekst
Versie abef99e70df7613b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 334Problematiek rondom stikstof en PFASNr. 417 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 oktober 2025Het kabinet werkt, na publicatie van het startpakket1 op 25 april en hetvervolgpakket2 van 16 september, door aan het uitvoeren van degenomen besluiten. In dat kader hecht ik eraan om u over verschillendestappen te informeren. In deze brief ga ik daarom in op de voortgang vande wetswijziging KDW omgevingswaarden (kritische depositiewaarden)en de stappen die gezet worden naar de definitieve invoering van derekenkundige ondergrens (RKO).I. Wetswijziging vervanging van de huidige KDW- omgevings-waarden door een wettelijk verplicht programma van maatre-gelen De internetconsultatie voor het conceptwetsvoorstel liep van 14 juli tot enmet 24 augustus 2025. Hierop zijn 87 reacties binnengekomen en voorzienvan een reactie in de memorie van toelichting van het wetsvoorstel. Hetkabinet heeft besloten om het wetsvoorstel nu voor te leggen voor eenspoedadvies bij de Afdeling advisering van de Raad van State.Zodra het advies van de Raad van State is ontvangen, zal ik zo snel alsmogelijk verdere stappen zetten in het vervangen van de op de KDW’sgebaseerde omgevingswaarden voor een wettelijk programma. Indemissionaire staat is het gebruikelijk om alle adviezen van de Raad vanState terug te leggen in de ministerraad, dat zal ook met dit adviesgebeuren. De wetswijziging stelt een programma verplicht waarin deemissiereductiepercentages voor alle sectoren worden vastgelegd. Ikhecht er belang aan dat uw Kamer ook zicht heeft op het ontwerp van ditprogramma. Het definitieve wetsvoorstel en het ontwerpprogrammaworden daarom gelijktijdig bij uw Kamer aangeboden.1Kamerstuk 35 334, nr. 3622Kamerstuk 35 334, nr. 413 kst-35334-417ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4171 II. Definitieve houdbare invoering RKO Ik heb u eerder geïnformeerd over de wetenschappelijke onderbouwingdie ten grondslag ligt aan het invoeren van de RKO3. Het kabinet heeftbesloten om de rekenkundige ondergrens definitief in te voeren. Daarvoorzijn de volgende uitvoeringsstappen nog noodzakelijk.Ten eerste moet de RKO in AERIUS worden verwerkt en dit vergt nog eentechnische aanpassing. Ten tweede moet er een handleiding vergunning-verlening worden opgesteld en gaat het kabinet tot een aantal afsprakenkomen met de medeoverheden met betrekking tot de door IPO geformu-leerde randvoorwaarden. Ten derde moeten er met provincies afsprakengemaakt worden over maatregelen in gebieden waar cumulatie zoukunnen plaatsvinden. Hiervoor is bestuurlijk overleg met de provinciesnoodzakelijk.Uiteraard blijft het kabinet daarnaast gecommitteerd aan spoor 2 van deMCEN, om de dalende lijn van emissies in de toekomst te borgen. Inalgemene zin geldt dat het kabinet bij elke maatregel die zij neemt eroptoeziet dat de natuur, ongeacht de drukfactor, verbetert. Daarnaast is hetbelangrijk dat er sprake is van een geborgd dalende lijn van stikstofuit-stoot die voldoende robuust is en in volgende stappen verder wordtvoortgezet.Ondertussen wordt de RKO ingebracht bij een lopende zaak bij de afdelingbestuursrechtspraak van de Raad van State, om aan te tonen dat deonderbouwing juridisch standhoudt. Daarvoor hebben we een aantalzaken op het oog. Het kabinet blijft daarop inzetten. Juridische toets overde houdbaarheid van de RKO is nodig.De RKO is een vertaling van de best beschikbare wetenschappelijke kennisen schijnzekerheid in AERIUS moet worden voorkomen. Het streven isconform de motie-Van der Plas de RKO zo snel als mogelijk in te voeren.Voor het einde van het jaar beoordeelt het kabinet of de genoemdestappen zijn ingevuld, om de RKO in januari 2026 haalbaar in te kunnenvoeren. Hierbij wordt de lopende zaak betrokken. Het besluit om de RKOin te gaan voeren, kan overigens door bevoegde gezagen nu al wordenmeegenomen bij de beoordeling van de evenredigheid van handhavings-verzoeken.Ik hoop hiermee uw Kamer voldoende te hebben geïnformeerd.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. Wiersma3Kamerstuk 35 334, nr. 399Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 334, nr. 4172
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.