KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag EU-Transportraad van 18 juni 2024

1 jul 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 59eb3158e16840bb · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1077 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juli 2024Hierbij bied ik u het verslag aan van de EU-Transportraad d.d. 18 juni2024.De bijeenkomst stond in het teken van drie algemene oriëntaties, namelijkop de Herziening Verordening Europees Agentschap voor MaritiemeVeiligheid, de Herziening Rivierinformatiediensten Richtlijn en deVerordening Spoorweginfrastructuurcapaciteit. Daarnaast werd devoortgang van de richtlijnen voor de herziening Gewichten en AfmetingenZware Wegvoertuigen en intermodaal vervoer besproken. Het voorzitter-schap besloot op het laatste moment de voortgangsrapportage voor derichtlijn Wederzijdse intrekking rijbevoegdheid van de agenda te halen.Tevens werden er conclusies aangenomen over hetEU-Rekenkamerrapport met betrekking tot verkeersveiligheid.Ook was er een aantal diversenpunten geagendeerd, waarbij Nederland inafstemming met de Oostenrijkse delegatie de vierde voortgangsrap-portage van het Platform on International Rail Passenger Transportpresenteerde (zie bijlage). De Spaanse delegatie heeft een diversenpunttoegevoegd aangaande ETS zeevaart en het risico op koolstoflekkages in(mediterrane) havens. Kort voor de Transportraad bracht de Tsjechischedelegatie een diversenpunt in over de Verklaring van Praag betreffendestrategische transportinfrastructuur.Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. Harbers kst-21501-33-1077ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10771 I. Verslag Transportraad d.d. 18 juni 2024 Herziening Verordening Europees Agentschap voor MaritiemeVeiligheid (EMSA)Het Belgisch voorzitterschap is erin geslaagd een algemene oriëntatie opde herziening te bereiken.De lidstaten erkenden het belang van EMSA, en spraken de verwachtinguit dat deze herziening het agentschap zal versterken. Veel lidstatenonderstreepten nogmaals het belang van een toekomstbestendigmandaat voor EMSA, dat zich moet richten op de kernactiviteiten van hetagentschap, waaronder het bieden van (technische) ondersteuning t.b.v.de maritieme veiligheid en het mariene milieu. Een aantal lidstaten,waaronder Nederland, riep op voor het behoud van de besluitvormings-structuur en de budgettaire gevolgen. De Commissie gaf aan een aantalzorgen te hebben over het compromisvoorstel van het Belgisch voorzitter-schap, voornamelijk gerelateerd aan het bestuur van EMSA en hetschrappen van bepaalde taken van de EMSA. Het aankomend voorzitter-schap is op het hart gedrukt om de besluitvormingsstructuur van hetagentschap, zoals overeengekomen in de algemene oriëntatie, intact tehouden tijdens de triloog-onderhandelingen.Herziening Rivierinformatiediensten (RIS) RichtlijnHet Belgisch voorzitterschap heeft in het compromisvoorstel dat voorlag,gepoogd de tekst te verhelderen en de administratieve lasten te verlagen,en gaf daarbij aan dat de RIS gegevens moeten bijdragen aan een betereintegratie van de binnenvaart in de multimodale keten.De Commissie had wel nog een aantal zorgpunten over het compromis-voorstel, waaronder over de werkingssfeer. Het voorstel van het voorzit-terschap om zich te richten op de samenhangende TEN-T waterwegen isvolgens de Commissie nog onvoldoende om de intermodaliteit tebevorderen. Daarnaast maakte de Commissie zich zorgen over hetvoorstel van het voorzitterschap om het klachtafhandelingsartikel teschrappen. Tot slot gaf de Commissie aan dat de integratie van debinnenvaartsector in andere sectoren bemoeilijkt wordt omdat detoepassing van uitwisseling van informatie met andere systemen enplatforms facultatief, en daarmee minder efficiënt, is.De lidstaten waren daarentegen positiever over het compromisvoorstelvan het Belgisch voorzitterschap, met name over de werkingssfeer, en erwas voldoende draagvlak om tot een algemene oriëntatie te komen.Nederland was ook positief over het compromisvoorstel en benadruktedat het voorstel zal bijdragen aan een verdere harmonisatie van datasys-temen binnen de EU.Verordening SpoorweginfrastructuurcapaciteitDe Raad heeft een algemene oriëntatie bereikt over de VerordeningSpoorweginfrastructuurcapaciteit. Aangezien het Europees parlement aleen positie heeft ingenomen, kunnen de triloog-onderhandelingen vanstart gaan onder het Hongaars voorzitterschap.De verordening heeft tot doel de beschikbaarheid en efficiëntie vanspoorwegen te verbeteren door middel van betere planning, capaciteits-verdeling en grensoverschrijdende samenwerking. Het Belgisch voorzitter-schap benadrukt dat het voorstel administratieve lasten vermindert,flexibiliteit biedt voor nationale veiligheids- en defensieoverwegingen, enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10772 harmonisatie op Unieniveau waarborgt. Er wordt in het voorstel ingezetop verbeterde prestatiemonitoring zonder nieuwe entiteiten te creëren enop beperkte bevoegdheden voor de Commissie. Daarnaast maakt hetdeelname van derde landen aan het European Network InfrastructureManagers (ENIM) zonder stemrecht mogelijk.De Commissie prees de inspanningen voor een flexibele meerjarigeplanning voor spoorweginfrastructuur en benadrukt de versterkte rol vanEU-netwerken. De Commissie heeft echter bezorgdheid geuit overmogelijke nationale beperkingen die de harmonisatie binnen de Europesespoorwegruimte kunnen ondermijnen en waarschuwde dat het voorsteleconomische prikkels en monitoring van prestaties kan verzwakken.Ondanks deze zorgen riep de Commissie op tot steun voor het voorstelom verdere onderhandelingen mogelijk te maken.De algemene oriëntatie werd met brede steun aangenomen, hoewel éénlidstaat zich onthield omdat zij vond dat de mate van invloed van lidstatenop de verdeling van capaciteit ten koste gaat van grensoverschrijdendvervoer. Andere lidstaten benadrukten juist het belang van invloed vanlidstaten op de verdeling van capaciteit. Nederland onderschrijft dit enwijst door middel van een stemverklaring ook op het belang vanvoldoende capaciteit voor openbare dienstcontracten. In geval vanschaarste, wat in Nederland vaak voorkomt, zijn openbare dienstcon-tracten noodzakelijk om de continuïteit van spoorwegdiensten voorpassagiers te waarborgen. Daarnaast benadrukten enkele lidstaten hetbelang van Europese financiering bij de uitvoering van de verordening,terwijl anderen het belang onderstreepten van een ruime overgangs-termijn vanuit de huidige Verordening Europese spoorwegnet voorconcurrerend goederenvervoer. Lidstaten benadrukten daarbij het belangvan een betere grensoverschrijdende coördinatie, ook op regionaalniveau. Ze wezen op de noodzaak van efficiëntere samenwerking tussenbuurlanden om een soepele doorvoer van spoorverkeer mogelijk temaken en knelpunten te verminderen.Tot slot erkende de Commissie het belang dat alle EU-lidstaten hechtenaan het verbeteren van het Europese spoorwegsysteem en de capaciteitvan de bestaande infrastructuur. De Commissie merkte de oproep op vansommige lidstaten om de coördinatie, ook op regionaal niveau, teversnellen en ziet dit als een positieve ontwikkeling. Hoewel er zorgen zijnover de tijd die nodig is om de complexe wetgeving te implementeren,geeft de Commissie aan dat snelle implementatie noodzakelijk is om tevoldoen aan de behoeften van de sector en om de capaciteit van hetEuropese spoorwegnet te verbeteren.Herziening Richtlijn Gewichten en Afmetingen Zware Wegvoer-tuigenDe Raad heeft de voortgang van de onderhandelingen over de HerzieningRichtlijn Gewichten en Afmetingen Zware Wegvoertuigen besproken. HetBelgisch voorzitterschap gaf aan dat er gewerkt is aan het oplossen vanproblemen met grote, ondeelbare ladingen en het vergemakkelijken vande vergunningverlening voor exploitanten voor deze ladingen. Daarnaastwerden uitdagingen voor grensoverschrijdend verkeer van Europesemodulaire systemen aangepakt. Er is een voorstel gedaan om een extragewicht van maximaal vier ton toe te staan voor voertuigen metzero-emissie. Dit is om organisaties te stimuleren hun voertuigen metbroeikasgasemissies te vervangen door zero-emissie voertuigen. Eenbelangrijk discussiepunt is de toestemming voor voertuigen die meer dan40 ton wegen om de grens over te steken. Momenteel mogen dezevoertuigen, tenzij er een specifieke overeenkomst is, alleen binnen deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10773 nationale grenzen rijden. Er zijn daarbij zorgen dat het toestaan vanzwaardere voertuigen een negatief effect kan hebben op de weginfra-structuur en het volume van goederen dat per spoor wordt vervoerd.De Commissie benadrukte dat de hoofddoelstelling van het voorstel hetkoolstofvrij maken van zware wagens in de EU is. Dit kan bereikt wordendoor de ontwikkeling van zero-emissie vrachtwagens en multimodaliteit tebevorderen en de invoering van zero-emissie vrachtwagens te versnellen.De Commissie stelt dat hoewel er zorgen zijn over de impact op deinfrastructuur door zwaardere voertuigen, uitstel of afwijzing van hetvoorstel de noodzakelijke investeringen in verouderde infrastructuur nietzou wegnemen en de overgang naar groene vrachtwagens vertragen. Ditzou de doelen voor CO2-reductie belemmeren en de afhankelijkheid vandieselvrachtwagens in stand houden, waardoor de industrie zou wordengeschaad. Lidstaten werden daarom opgeroepen de negatieve gevolgenvan inactiviteit of lage ambities te overwegen en samen te werken aaneen oplossing.De meeste lidstaten erkenden het belang om een akkoord te bereiken opdit voorstel, zagen de onderhandelingen over dit onderwerp de goedekant op gaan en erkenden dat er adequate normen in staan, maar dat weer nog niet zijn. Veel lidstaten hadden daarnaast nog wel een aantalzorgen over het voorstel. De voornaamste zorg betrof de compatibiliteitvan herziene maten en gewichten met de bestaande infrastructuur.Volgens de lidstaten kunnen grotere maten en zwaardere gewichten eenrisico vormen voor kritieke infrastructuur en tevens de verkeersveiligheidaantasten. Daarnaast waren er zorgen of het voorstel wel voldoendebijdraagt aan de vergroening van het wegvervoer. In het kader hiervanwerd er benadrukt dat het van belang is dat binnen het multimodalevervoerssysteem alle regels op EU niveau geharmoniseerd zijn. Tevensbenadrukte een aantal lidstaten het belang van technologische neutra-liteit, wat volgens hen nog niet helder genoeg geformuleerd was in hethuidige voorstel. Een enkele lidstaat maakte de link naar militairemobiliteit, door er op te wijzen dat infrastructuur voor dubbel gebruikbeschikbaar moet zijn.Nederland benadrukte in haar interventie het belang van het afstemmenvan gewichten en afmetingen van voertuigen op de bestaande weginfra-structuur, met name de maximale hoogte van 4 meter en een aslast van11,5 ton. Nederland pleitte daarbij voor een handhaafbare richtlijn voorinspectieautoriteiten en steunt de harmonisatie van zwaar, groenerwegtransport. Het huidige voorstel stimuleert echter de harmonisatie van44-tons vrachtwagens niet voldoende. Tot slot drong Nederland aan op deinvoering van een Europees Modulair Systeem (EMS) certificaat. Ditontbreekt momenteel in het voorstel.Wijziging Richtlijn Intermodaal Vervoer (Combined transport)Het Belgisch voorzitterschap heeft de wijziging van de richtlijn inter-modaal vervoer op de agenda gezet als voortgangsrapportage. Ditvoorstel, ook bekend als Combined Transport, heeft als doel om dezevorm van transport aantrekkelijker en concurrerender te maken. Dehuidige richtlijn dateert uit 1992, lang vóór de digitale transitie en deGreen Deal. Het doel is om een groot gedeelte van het vrachtvervoer teverplaatsen naar het spoor, binnenvaart kustvaart (modal shift). Dit kanhelpen bij het verminderen van externe kosten, zoals broeikasgase-missies, luchtvervuiling, verkeersopstoppingen en verkeersongevallen.Een belangrijk punt in de onderhandelingen is het definiëren vangecombineerd en intermodaal transport. Volgens het voorzitterschap zijner nog meningsverschillen over deze definitie, de mogelijkheid om hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10774 gebruik van deze richtlijn te koppelen aan de elektronische goederenver-voerplatforms (eFTI-platforms) en de door de Commissie gewenstenationale beleidsmaatregelen.De Commissie wil met dit voorstel de administratieve lasten van delidstaten verlagen en de handhaving makkelijker maken. Het voorstel vande Commissie voor gecombineerd transport was gericht op het onder-steunen van vormen van vervoer die minimaal 40% aan externe kostenbesparen ten opzichte van enkel wegtransport. Lidstaten pleitten echtervoor een eenvoudiger en handhaafbare benadering, gebaseerd oprelatieve aandelen of vooraf vastgestelde afstanden van weg enniet-wegtransport. Ondanks discussies hierover heeft geen van devoorstellen al een meerderheid gevonden. De Commissie erkent dat hetlastig is om een definitie of methode te vinden die aan de specifiekeomstandigheden van elke lidstaat voldoet.De lidstaten erkenden het belang van het voorstel, met name in het kadervan de groene transitie en digitalisering. Een aantal lidstaten had echternog wel zorgen. Het voornaamste punt dat lidstaten opbrachten was datzij behoefte hadden aan heldere en handhaafbare definities binnenintermodaal vervoer. Heldere definities moeten bijdragen aan de groenetransitie, door CO2 efficiënte vervoersmogelijkheden te ondersteunen engecombineerd vervoer aantrekkelijker te maken. Zo wordt tevensvoorkomen dat er vervoersmogelijkheden ondersteund worden die nietrendabel zijn. Een enkele lidstaat gaf aan dat bij het vaststellen van dedefinities ook moet worden gekeken naar hoe intermodaal vervoerwaarvoor geen alternatief wegtransport is, hierin wordt meegenomen.Nederland heeft aangegeven de voorgestelde wijziging van de richtlijn testeunen, in overeenstemming met ons nationaal multimodaal transport-beleid, en uit te kijken naar verdere constructieve discussies hierover.Enkele belangrijke punten moeten nog worden aangepast, zoals dedefinitie van gecombineerd transport. De Commissie gaf aan nota tehebben genomen van de opmerkingen van de verschillende lidstaten endit op te nemen met het aankomend Hongaars voorzitterschap.Raadsconclusies Rapport Europese Rekenkamer verkeersvei-ligheidDe Raad heeft conclusies aangenomen over het rapport van deEU-Rekenkamer met betrekking tot de verkeersveiligheid. Het rapportbenadrukt de dringende noodzaak om het aantal verkeersslachtoffers teverminderen, een belangrijk doel dat op Europees en internationaalniveau wordt nagestreefd. Het voorzitterschap gaf aan dat sinds deVerklaring van Valletta in 20171 er maatregelen zijn getroffen om hetaantal verkeersdoden en ernstige ongevallen tussen 2020 en 2030 tehalveren. Ondanks eerdere vooruitgang is er nu een negatieve trend enblijft verkeersveiligheid een complex probleem door gevaren zoals tehoge snelheden, rijden onder invloed, en afleiding achter het stuur.Verschillende lidstaten gaven aan dat er behoefte is aan verbeterdeinfrastructuur, regelgeving en digitalisering om de veiligheid voor alleweggebruikers te vergroten. De Commissie benadrukte het belang vansamenwerking tussen lidstaten en de noodzaak om de inspanningen teintensiveren om de doelstellingen voor 2030 te bereiken. De Raadscon-clusies werden daarom verwelkomd. De Commissie gaf daarbij aan dat zijvolgend jaar haar strategie zal evalueren en opvolging zal geven aan deraadsconclusies.1Valletta Declaration on Road Safety (europa.eu)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10775 DiversenStand van zaken lopende wetgevende voorstellenTijdens de Transportraad presenteerde het Belgisch voorzitterschap debelangrijkste ontwikkelingen en resultaten van de wetgevende voorstellenop het gebied van mobiliteit.Op Single European Sky (SES2+) werd na drie jaar van onderhandelingenin maart jl. een akkoord bereikt. Volgens het Belgisch voorzitterschapheeft de Raad zijn positie gehandhaafd op belangrijke punten zoals deorganisatie en rol van nationale toezichthoudende instanties, liberalisatievan navigatiediensten, en het prestatiesysteem. Er komt een onafhanke-lijke prestatiebeoordelingsraad bestaande uit experts en de regelgevingbevat ook doelen om de milieu-impact van de luchtvaart te verminderen.De juristen-linguïsten fase wordt momenteel afgerond. De formelegoedkeuring zal plaatsvinden onder het Hongaars voorzitterschap.De onderhandelingen met het Europees parlement over vier richtlijnen2 inhet Maritiem Veiligheidspakket zijn in februari jl. afgerond en werden inapril jl. bevestigd door het parlement. De formele goedkeuring door deRaad wordt later dit jaar verwacht.Op de verordening betreffende onderbrekingen en rusttijden in hetongeregeld personenvervoer is vorig jaar in december een algemeneoriëntatie bereikt. In mei van dit jaar is de verordening formeel goedge-keurd door de Raad. De nieuwe regels bieden volgens het Belgischvoorzitterschap meer flexibiliteit voor professionele chauffeurs diepassagiers vervoeren op incidentele basis en verduidelijken de regelsvoor de controle van tachografen.De richtlijn voor grensoverschrijdende uitwisseling van informatie oververkeersovertredingen (CBE-richtlijn) werd in maart jl. afgerond. HetEuropees parlement heeft in april jl. over deze richtlijn gestemd. Depublicatie wordt aan het einde van dit jaar verwacht.Ook benoemde de Commissie de fietsverklaring als een belangrijk dossier.Deze verklaring kreeg veel aandacht tijdens het Belgisch voorzitterschapen werd goedgekeurd dankzij de betrokkenheid van de Raad, hetparlement en de Europese Commissie. Volgens de Commissie wordt defietsverklaring breed gesteund door EU-lidstaten, belanghebbenden enEuropese burgers, wat het belang ervan onderstreept.Vierde voortgangsverslag Platform International Railway PassengerTransportNederland en Oostenrijk presenteerden samen het vierde voortgangs-rapport van het Platform International Rail Passenger Transport.3 Hetrapport geeft inzicht in de ontwikkelingen op gebied van grensover-schrijdend treinvervoer, de obstakels die nog bestaan en de verwach-tingen van de reizigers. Zo beschrijft het rapport de marktonwikkelingenen acties ter bevordering van International rail ticketing, zoals deinvoering van vrijwillige maatregelen voor een open verkoopmodel.Nederland benadrukte daarbij, conform motie De Hoop/Vedder4, het2Richtlijn maritiem ongevallenonderzoek; richtlijn havenstaatcontrole; richtlijn Vlaggenstaat;richtlijn Scheepsverontreinigingen3IRP-fourth-progress-report (netherlandsandyou.nl)4Kamerstuk 23 645, nr. 826 Motie d.d. 11 juni 2024 – Motie van de leden De Hoop en Vedder overinspannen voor versterking van het internationaal treinverkeer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10776 belang van een voortzetting van de inspanningen van de Commissie ophet verbeteren van internationaal personenvervoer per spoor. Daarbijvroeg Nederland, zoals toegezegd aan de Kamer5, aandacht voor eensnelle behandeling van het voorstel voor multimodale digitale mobiliteits-diensten (MDMS). Oostenrijk markeerde in aanvulling hierop de noodzaakom internationale treinreizen te verbeteren als alternatief voor korteafstandsvluchten gezien de klimaatdoelstellingen.De Commissie gaf aan het werk van de lidstaten in dit forum te waarderenen benadrukte de noodzaak om specifieke grensoverschrijdende belem-meringen aan te pakken. Het gaat hierbij om obstakels die volgens deCommissie ook nationaal kunnen worden aangepakt zoals toegang totfinanciering voor nieuwe marktspelers, investeringen in rollend materieel,coördinatie tussen infrastructuurbeheerders, en het verminderen vaninteroperabiliteitsproblemen. De Commissie spoorde het platform aan omte blijven werken aan deze kwesties, zodat treinreizen binnen de EUverder kunnen worden gestimuleerd. Ze wees daarbij op het vermijdenvan onnodige sloop van rollend materieel door bestaande nationalevervoersmaatschappijen. De Commissie benadrukte dat de combinatievan deze inspanningen met de Verordening Spoorweginfrastructuurcapa-citeit de beschikbaarheid en het gebruik van spoorvervoer voor passagiersin Europa aanzienlijk kan vergroten.Emission Trading System(ETS) zeevaart en het risico op koolstoflekkagesin (mediterrane) havensVoorafgaand aan de Transportraad heeft Spanje een verklaring opgesteldom aandacht te vragen voor de mogelijke ontwijking van ETS doorscheepvaartmaatschappijen, wat kan leiden tot koolstoflekkage en eenongelijk speelveld. Deze verklaring is medeondertekend door Cyprus,Griekenland, Spanje, Kroatië, Italië, Litouwen, Malta, Portugal enRoemenië. De ondertekenaars riepen onder andere op een risicobeoor-deling in te bouwen in het monitoringsmechanisme van de EU ETSrichtlijn en onmiddellijk te starten met het herzieningsproces van dewetgeving.Nederland heeft de verklaring niet ondertekend, maar onderstreepte hetbelang van een krachtig monitoringsmechanisme wegens het risico op deontwijking van ETS. Binnen deze context pleitte NL ook voor deuitbreiding van de scope van ETS naar 400 GT en voor het verbeteren vande bepalingen in de wetgeving naar offshore. Een enkele lidstaatprobeerde de zorgen te nuanceren en pleitte ervoor maatregelen te treffenvanuit de IMO, alvorens de wetgeving open te breken. De Commissie gafaan het monitoringsmechanisme eerst een kans te willen geven.Verklaring van Praag over strategisch Transport infrastructuur enfinancieringDe Raad heeft kennisgenomen van de informatie over de PraagseVerklaring met betrekking tot de ontwikkeling en financiering vanstrategische transportinfrastructuur. De Tsjechische delegatie bracht ditdiversenpunt in kort voor de Raad. De verklaring richt zich op de strate-gische ontwikkeling en financiering van transportinfrastructuur en is hetresultaat van een gezamenlijke ministeriële vergadering van deTsjechische Republiek met zes andere landen en de Commissie op 14 junijl.6 De verklaring richt zich op het verbeteren van het Trans-Europeestransportnetwerk (TEN-T). Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de5TZ202404–164 – Toezegging bij het Commissiedebat Openbaar vervoer en taxi6Verklaring van PraagTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10777 ontwikkeling van hogesnelheidsverbindingen in de Europese Unie, metbijzondere nadruk op de Noord-Zuid en West-Oost transportassen.De Tsjechische delegatie benadrukte daarbij de noodzaak van voldoendesteun voor de Connecting Europe Facility (CEF) in het volgende MeerjarigFinancieel Kader van de EU. Enkele lidstaten benadrukten in huninterventies het belang van verbeterde regionale connectiviteit enadequate financiering om economische groei en integratie binnen de EUte bevorderen. Hierbij benadrukten enkele lidstaten de noodzaak van eenflexibele en strategische infrastructuur, vooral gezien de geopolitiekesituatie m.b.t. Oekraïne.Presentatie werkprogramma inkomend Hongaars EU-voorzitterschapHet inkomend Hongaars voorzitterschap zette haar prioriteiten enwerkprogramma uiteen voor de tweede helft van 2024.7 Op Maritiemgebied zal Spanje de werkzaamheden van Hongarije overnemen.7Uitgebreide informatie over het Hongaars voorzitterschap is te vinden op de volgende website:https://hungarian-presidency.consilium.europa.eu/en/programme/prioritiesTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-33, nr. 10778

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b8c6aeb36df7382d

14 okt 2026 · 9d1e6a485b2f5734

13 okt 2026 · 323be26cee81d5c7

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.