KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op het AWTI adviesrapport 'Kennisoffensief voor Defensie'

31 jan 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d41e0a9d12694014 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 592Defensienota 2024 – Sterk, slim en samenNr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANDEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 31 januari 2025Met deze brief stuur ik uw Kamer, mede namens de Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de Minister van Econo-mische Zaken (EZ), mijn reactie op het adviesrapport «Kennisoffensiefvoor defensie» van de Adviesraad voor wetenschap, technologie eninnovatie (AWTI). Geopolitieke verschuivingen door de opkomst vanautocratieën en de herverkiezing van Trump, oorlog op Europese grond,razendsnelle technologische ontwikkelingen en steeds verdergaandehybride dreigingen die onze samenleving ondermijnen, maken hetnoodzakelijk om strategische afhankelijkheden van spelers buiten hetEuropese Defensiedomein te verminderen. Onze inzet op het gebied vankennisopbouw en innovatie speelt hier een belangrijke rol in. In hetrapport «Kennisoffensief voor defensie» van oktober 2024 geeft de AWTIhet advies om het gehele Nederlandse kennisecosysteem voor Defensie-onderzoek en -innovatie te mobiliseren. Om dit te bewerkstelligen komenzij tot vier aanbevelingen: 1) zet stevig en planmatig in op enkele gebiedenwaarop Nederland het verschil kan maken, 2) creëer binnen het gehelekennisecosysteem en de defensieorganisatie ruimte voor bottom-upinitiatieven, 3) ontwikkel geschikt innovatiebeleid voor de Defensiesectoren 4) maak met onderwijs- en kennisinstellingen wederzijdse afsprakenvoor duurzame samenwerking. De AWTI doet in haar adviesrapportaanbevelingen aan de Ministeries van Defensie (DEF), EZ en OCW. DeAWTI concludeert ook dat sommige ontwikkelingen al ingezet zijn en datdeze nu verder versterkt moeten worden.Het kabinet is de AWTI erkentelijk voor de aanbevelingen en onderschrijftdeze. De onderzoeks- en innovatiekracht van Nederland kan onzeKrijgsmacht en industrie versterken en daarmee actief en effectiefbijdragen aan afschrikking en strategische autonomie. Sinds hetuitbrengen van de Strategische Kennis en Innovatie Agenda (SKIA)2021–2025 door Defensie, zijn er vele (geopolitieke) ontwikkelingengeweest die hebben geleid tot een doorontwikkeling van het kennis- eninnovatiebeleid. Keerpunt was de oorlog in Oekraïne die het belang van kst-36592-12ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 121 operationele relevantie, versnelling, sterkere koppeling naar Nederlandseen Europese industrie en de toepassing van civiele technologie in hetmilitaire domein op de voorgrond heeft gezet. De toename in financiëlemiddelen voor Defensie in 2022 en opnieuw in 2024, betekende datDefensie het kennis- en innovatielandschap kan gaan versterken. Zij is zoin staat haar lange termijn ambities daadwerkelijk waar te maken. DeKamer is vanaf de Defensienota 2022 met verschillende Kamerbrievengeïnformeerd over de doorontwikkelingen van het kennis-, innovatie- enindustriebeleid.1 De koers die hiermee in gang is gezet komt overeen metde aanbevelingen van het AWTI-advies. Net als de AWTI ziet het kabinetechter ook dat er nog stappen te zetten zijn.In deze brief beginnen we met een algemene appreciatie van het advies.Vervolgens lichten wij per aanbeveling toe welke ontwikkelingen hiergevolg aan geven en welke stappen wij, opvolgend aan de aanbevelingenvan de AWTI, voornemens zijn. Ook geven we middels deze reactieinvulling aan de motie-van der Werf c.s. omtrent het toegankelijker makenvan testfaciliteiten (zie appreciatie aanbeveling 3)2 en de aangehoudenmotie-Soepboer (zoals toegezegd in de begrotingsbehandeling OCW van28 november jl.) om via interdepartementale samenwerking te investerenin onderwijs en onderzoek voor Nederlandse Defensie doeleinden (zieappreciatie aanbeveling 4). Hiernaast wordt er door Defensie, in samen-werking met EZ en op bepaalde onderwerpen andere departementen enstakeholders, een nieuwe Strategische Agenda op Kennis, Innovatie enIndustrie voor Defensie (SAKII-D) (werktitel) geschreven waarin deaanbevelingen uit het AWTI-advies worden meegenomen. Deze agendawordt Q1 2025 met de Kamer gedeeld.Algemene appreciatieOnze Nederlandse krijgsmacht moet altijd een minimale voorsprongbehouden op onze tegenstanders, op elk moment, op elke plek en vooriedere missie, om het gevecht te kunnen winnen. Daarom moeten we bijDefensie continu kennis opbouwen, leren en innoveren.3 De AWTIadviseert enerzijds om focus aan te brengen op bepaalde kennis- eninnovatiegebieden en anderzijds om een voldoende brede basis tebehouden en ruimte voor bottom-up initiatieven te laten. Het vorigekabinet heeft al de eerste stappen gezet in het aanbrengen van focus methet tot stand brengen van de NLD gebieden.4 Dit kabinet zal opvolginggeven aan de aanbevelingen van de AWTI om deze gekozen focus verderte specificeren en hier extra, geoormerkt budget uit de middelen van deDefensienota 2024 voor vrij maken. We hebben de ambitie om binnen deNLD gebieden wereldwijd toonaangevend te worden of te blijven. Naastde vijf NLD gebieden, monitoren we continu civiele en militaire ontwikke-lingen om niet verrast te worden door de tegenstander. Door de bredereDefensie-specifieke kennisbasis te onderhouden, zorgt dit kabinet er ookvoor dat bottom-up initiatieven ontstaan en onverwachte (technologische)ontwikkelingen bijgehouden worden. Er wordt in dit alles, aansluitend op1Kamerbrief Uitvoeringsagenda Innovatie en Onderzoek (Kamerstuk 31 125, nr. 122) november2022, Kamerbrief Voortgang Uitvoeringsagenda Innovatie & Onderzoek (Kamerstuk 31 125,nr. 130) mei 2024 en de Defensienota 2024 (Kamerstuk 36 592, nr. 1) september 2024.2Kamerstuk 36 600 X, nr. 16 van 21 oktober 2024. Motie-van der Werf c.s. over de Defensietestfa-ciliteiten toegankelijk maken voor MKB-bedrijven en start-ups.3Conform het AWTI rapport, Verspreiding de onderbelichte kant van innovatie, betekentinnoveren het introduceren en implementeren van «nieuwheid» in technologie, product,systeem, proces, manier, concept of capaciteit. Innovatie kan relatief of absoluut zijn engeleidelijk of abrupt tot stand komen.4NLD gebieden: slimme materialen, intelligente systemen (o.a. onbemenste systemen,kunstmatige intelligentie en cyber), sensoren, quantum en ruimtevaarttechnologie (KamerbriefVoortgang Uitvoeringsagenda Innovatie & Onderzoek (Kamerstuk 31 125, nr. 130) mei 2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 122 de aanbevelingen van de AWTI, een bredere samenwerking met demaatschappij gezocht. Dit houdt in dat we door middel van het opzettenvan regionale ecosystemen meer gebruik gaan maken van lokalekennisbronnen en innovatiekracht. Binnen twee jaar wil dit kabinet samenmet haar partners een landelijk dekkend netwerk van regionale ecosys-temen t.b.v. Defensie ontwikkeld hebben. Ook zullen we binnen Defensieinzetten op een nieuwe cultuur. De heersende risicomijdende, opbeheersbaarheid gerichte, mindset – die is ontstaan in tijden vanbezuinigingen – moet gaan wijken voor een cultuur gericht op groeiendoor kansen te pakken en flexibiliteit te tonen. Dit is een meerjarig procesdat al is gestart maar waar we binnen de termijn van de nieuwe Strate-gische Agenda ook concrete stappen in zullen zetten.De AWTI adviseert om geschikt innovatiebeleid te ontwikkelen zodatonder andere de publiek-private samenwerking voor Defensie wordtverbeterd. Om het gevecht te kunnen winnen en om tegenstanders af teschrikken, moeten we sneller kunnen improviseren, aanpassen enherstellen. Daar is een versterkt Nederlands kennis-, innovatie- enindustrie-ecosysteem noodzakelijk voor. Dit kabinet wil graag de struc-turele samenwerking met deze partners verbeteren, maar loopt regel-matig tegen juridische (inkoop) kaders aan. Daarom herziet het kabinetmomenteel haar Defensie innovatie- en industriebeleid om de publiek-private samenwerking verder te verbeteren. Hiertoe wordt in 2025DEFPORT opgericht. In de nieuwe Strategische Agenda die dit voorjaarwordt uitgebracht wordt het nieuwe beleid verder uiteengezet. Deaanbevelingen van de AWTI worden hierin nadrukkelijk meegenomen.Onderdeel van uitvoerbaar en succesvol innovatiebeleid is, in opvolgingvan de AWTI aanbevelingen, regie en coördinatie. Defensie versterktbegin 2025 de regievoerders per NLD gebied, die zorgen voor continuïteit,verdere focus en inhoudelijke richting. Twee andere voorbeelden vanresultaten die, in lijn met aanbevelingen van de AWTI, in 2025 concreetbehaald gaan worden zijn het uitbreiden van de Strategic DefenceInnovation Research (SDIR)-aanpak en het creëren van structurelesamenwerkingsverbanden met universiteiten en hogescholen.Aanbeveling 1: zet stevig en planmatig in op enkele gebieden waaropNederland het verschil kan maken (binnen NAVO/EU)•Definieer een rollende strategie waarin staat welke capaciteiten binnenEU- en NAVO-verband nu en in de toekomst noodzakelijk zijn;•Vertaal de gewenste capaciteiten uit de rollende strategie naar kennis-en innovatiebehoeften en bepaal middels een afwegingskader opwelke terreinen Nederland gericht inzet;•Ontwikkel roadmaps voor die terreinen waar Nederland op wilinzetten.Het kabinet werkt in afstemming met NAVO- en EU-partners in eenmeerjarig proces aan het inzichtelijk maken van de benodigde capabi-lities5 om de Nederlandse krijgsmacht te versterken. De nieuwe Strate-gische Agenda zal, nog nadrukkelijker dan voorheen, prioriteitendefiniëren en deze doortrekken door de gehele keten van kennis, innovatieen industrie. De prioriteiten op het gebied van kennis en innovatie zijn nietalleen technologisch van aard maar, zoals de AWTI stelt, gaan ook ominnovaties op het gebied van de interactie tussen mens, techniek enorganisatie. Defensie vraagt in de aankomende Strategische agenda,opvolgend aan de aanbeveling van de AWTI, aandacht hiervoor en hetexpliciet meenemen over de gehele keten. Met dit nieuwe beleid brengenwe tevens onze ambitie voor meer kennis-gedreven beleid (Science for5Capabilities gaan over het vermogen om een effect uit te brengen, gebruik makend vanmiddelen, mensen en manieren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 123 Policy) in praktijk door het beleid zelf te ontwikkelen op basis van(semi-)wetenschappelijke inzichten en het advies van de AWTI.Nederland heeft niet de volledige benodigde bedrijvigheid of kennisbeschikbaar om als klein land alle toekomstige benodigde capabilities zelfte ontwikkelen. Het kabinet kiest ervoor om, conform ontwikkelingen uithet vorige kabinet, op de NLD gebieden smart developer6 te worden ofblijven. Het advies van de AWTI om een afwegingskader te maken neemtDefensie ter harte bij het verder afwegen van hetgeen Defensie zelf wilontwikkelen. De NLD gebieden zijn gekozen op basis van de niche-capaciteiten van de Nederlandse industrie en kennisinstellingen. Dit zijnnamelijk gebieden waar zij grote toegevoegde waarde bieden in deinternationale leveringsketens van de Defensiemarkt, en waar Nederlandhaar internationale positie in kan versterken.Defensie brengt elke vier jaar tot vijf jaar een strategische agenda uit voorzijn kennis en innovatiebeleid. Dit jaar wordt deze samengevoegd met hetindustriebeleid. Veel van de kennis- en innovatieonderwerpen vragenlangdurige inzet om uiteindelijk tot resultaten te komen. De strategischekennisbasis van Defensie bevat op veel domeinen namelijk zeer specifiekekennis die een lange opbouwtijd kent en niet direct vanuit de markt ofopleiding kan worden verkregen. Hierdoor is het noodzakelijk voorDefensie om voor een langere periode aan zulke onderwerpen tecommitteren. In de nieuwe Strategische Agenda wordt er, conform deaanbeveling van de AWTI, daarnaast ruimte gehouden voor opkomendeonderwerpen. Dit kan gaan om een technologische en/of maatschappe-lijke ontwikkeling (push) waardoor bepaalde onderwerpen om extraaandacht vragen. Defensie gaat werken met jaarplannen voor zowelkennis, innovatie als industrie. In deze zogenaamde rolling agenda’s zal dehuidige portfolio en gewenste portfolio op de kortere tot middellangetermijn (1–4 jaar) gedefinieerd worden op basis van de nieuwste ontwikke-lingen, inzichten en beleid (push en pull).7De AWTI adviseert het kabinet meer focus en regie aan te brengen doorgebruik te maken van roadmaps. Het kabinet onderkent het belang vanroadmaps over de hele kennis-, innovatie- en industrie-keten. Met sturingvanuit roadmaps kunnen activiteiten en middelen gericht ingezet wordenom bij te dragen aan de versnelling die de Krijgsmacht nodig heeft. Opbepaalde gebieden zijn hier reeds grote stappen in gezet. In 2025 wordtvoor alle NLD gebieden een roadmap uitgewerkt. In de uitwerking vandeze roadmaps neemt het kabinet de adviezen van de AWTI mee.Bijvoorbeeld in het versterken van de regievoerders in 2025. Ook zullen deDefensieonderdelen betrokken worden bij het maken van de roadmaps,waarmee we ook inbreng en initiatieven van de werkvloer zullenstimuleren.Aanbeveling 2: creëer binnen het gehele kennisecosysteem en deDefensieorganisatie ruimte voor bottom-up initiatieven•Organiseer en versterk scouting van fundamenteel wetenschappelijkonderzoek en van civiele ontwikkelingen door Defensiepersoneel;•Veranker innovatie binnen de gehele Defensieorganisatie voor eengroter absorptievermogen.Het is van essentieel belang dat, als nieuwe inzichten tot stand komen, deDefensieorganisatie kennis en innovatie ook op de juiste manier kan6Strategische Kennis- en Innovatieagenda 2021–2025 (Kamerstuk 35 570 X, nr. 32) november2020, Kamerbrief Voortgang Uitvoeringsagenda Innovatie & Onderzoek (Kamerstuk 31 125,nr. 130) mei 2024.7Dit zal een doorontwikkeling zijn van het R&T-plan waar het AWTI advies naar verwijst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 124 absorberen. Momenteel staat het absorptievermogen echter onder druk.Zo zien we onder andere dat er uitdagingen zijn bij het beschikbaar stellenvan operationele capaciteit om te kunnen experimenteren met nieuwetoepassingen en worden opdrachtgevers vanuit de verschillendeDefensieonderdelen onvoldoende betrokken aan de voorkant van hetinnovatieproces. Absorptievermogen is met toenemende middelen enprogramma’s een aandachtspunt dat ook erkend en behandeld zal wordenin de nieuwe Strategische Agenda. Tevens verbreedt Defensie de focusvan alleen techniek naar de integratie van mens, organisatie en techniek.De valorisatie en implementatie van nieuwe technologie kan niet zonderhet meenemen van de mens en de organisatie, inclusief juridische enethische kaders. Een voorbeeld is de doorontwikkeling en inzet van datascience en kunstmatige intelligentie (onderdeel van NLD gebied «intelli-gente systemen»). Defensie vindt het belangrijk om zorgvuldig om te gaanmet datatoepassingen, en draagt daarom actief bij aan verschillendenationale en internationale (REAIM) initiatieven op thema’s als transpa-rantie, ethiek, rechtmatigheid en governance.Een goede verhouding tussen de aandacht voor techniek-organisatie-mens zorgt ervoor dat het absorptievermogen toeneemt. Dithoudt in dat conform het AWTI-advies, bij het aangaan van een technischeinnovatie, diverse collega’s van verschillende Defensieonderdelen en vanverschillende hiërarchische niveaus aan de voorkant betrokken worden ende impact van de innovatie op de mens en de organisatie eerder duidelijkwordt. Ook wordt dan sneller duidelijk waar het knelt: waarom kan eennieuwe technologie niet uitgetest of ingezet worden? De Kennis- enInnovatieraad (K&I-raad) van Defensie zal naar de toekomst toe hier eenbelangrijkere rol in spelen door de verbinding tussen beleid- en uitvoeringte versterken.Het belang dat door de AWTI wordt toegeschreven aan het versterken vande innovatiecultuur binnen Defensie wordt erkend. Er wordt doorlopendhieraan gewerkt. Dit gebeurt zowel door innovatie te verankeren instrategieontwikkeling en bij het duiden van benodigde capabilitiesalsmede in de uitvoering bij het werven, opleiden, trainen en gereed-stellen van personeel. Ook wordt er binnen Defensie op verschillendeplekken gesproken over innoveren tijdens gewapend conflict. Eén van devoorbeelden hiervan is de werkgroep «Innoveren tijdens gewapendconflict» van COMMIT, waarin samen met de kennisinstituten wordtgekeken naar gebruikte technologie en wijze van optreden in praktijkvoor-beelden. We streven zo naar een snel en kort-cyclische innovatiecultuurdie zich aanpast aan het actuele dreigingsbeeld om de vijand voor teblijven. In de nieuwe Strategische Agenda zullen we de ambitiesbeschrijven om te versnellen, zoals door betere uitwisseling van infor-matie en personeel.Het kabinet onderstreept het belang dat de eerder geschetste planmatigeaanpak, niet ten koste mag gaan van bottom-up ideeën en initiatieven diebuiten de roadmaps vallen en kunnen bijdragen aan het ontwikkelen vantoekomstige (nieuwe) capaciteiten. De AWTI doelt op bottom-up ideeënals initiatieven vanuit de Defensieonderdelen, kennisinstellingen enindustrie op het gebied van kennis en/of innovatie. Binnen de Defensieon-derdelen is dit geborgd met het proces voor kennisopbouw enkort-cyclische innovatie middelen, die behoeftestellers in de organisatieindienen. Tevens ligt het overgrote deel van de begeleiding voor kennis-,technologie- en innovatieprogramma’s bij de Operationele Commando’s(OPCO’s) en het Commando Materieel en IT (COMMIT), waarmee debottom-up betrokkenheid gewaarborgd wordt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 125 Conform deze aanbevelingen van de AWTI, houdt Defensie zicht op depush over de hele kennis-, innovatie- en industrieketen. Met het toene-mende belang van maatschappelijke en militaire weerbaarheid en hetgroeiend belang van dual-use technologie8, bouwt het kabinet haaraanpak hierin uit. Dit begint bij de Defensieonderdelen die, mede d.m.v.MINDbases, een belangrijke bijdrage hebben in het signaleren van denieuwste ontwikkelingen en kansen voor Defensie hierin identificeren. Ditzetten zij bijvoorbeeld om in voorstellen voor kort-cyclische innovatiepro-jecten. Hiernaast is het aan de strategische kennispartners van Defensie,TNO, NLR en MARIN (TO2), om Defensie te adviseren en te attenderen opopkomende technologieën en trends, bijvoorbeeld via de door de AWTIgenoemde technologieverkenningen. Ook treden zij namens Defensie opin internationale verbanden waar zij inzichten voor ons opdoen (bijvoor-beeld via de NAVO-werkgroep voor emerging disruptive technologies).Binnen de doelfinancieringsmiddelen voeren TNO, NLR en MARIN tevens,voor een wezenlijk budget, Risicodragend Verkennend Onderzoek (RVO)uit. Daarin wordt onderzoek, al dan niet in samenwerking met deNederlandse Defensie Academie (NLDA) en universiteiten, verricht datvernieuwing aanbrengt in de Defensiekennisportfolio. Dit type onderzoekmaakt het mogelijk voor onze strategische kennispartners en voorDefensie om tijdig te kunnen anticiperen op nieuwe fundamentele(socio)technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen. Een andereoplossingsrichting die al in gang is gezet vanaf de Defensienota 2022, ishet werken met «Scientist on the job» vanuit de TO2, waardoor zij meteenmee kunnen kijken hoe de meest recente kennis toegepast kan worden enwaar er kennislacunes liggen.Andere instrumenten die Defensie inzet om verderop in de innovatie- enindustrieketen in te kunnen spelen op de push, is via kort-cyclischeinnovatie (KCI) en via technologieontwikkelingsprojecten (TO), nationaalen internationaal. Als voorbeeld, via het TO instrument kunnen bedrijvenvoorstellen indienen voor Defensie-specifieke technologieontwikkeling, inde vorm van «unsollicited proposals». Dit biedt ook mogelijkheden voorstart-ups en het midden- en kleinbedrijf (MKB) om bij te dragen aan deontwikkeling van relevante technologie. Dit instrument wordt momenteelgeëvalueerd en herzien. Voor zowel KCI als TO zijn reeds ruime budgettenbeschikbaar, die zowel vanuit de Defensienota 2022 als de Defensienota2024 zijn toegenomen. Vanuit de Defensienota 2024 is budgettaire ruimtegekomen voor de nadrukkelijke pull gericht op de vijf NLD gebieden.Defensie daagt de markt dan ook uit om met voorstellen te komen diebinnen de hiervoor genoemde roadmaps passen.Hiernaast zet dit kabinet in op het opzetten en voortzetten van desamenwerking met kennisinstellingen en innovatieve bedrijven inregionale ecosystemen.9 Binnen twee jaar wordt een landelijk dekkendnetwerk gerealiseerd, met focus op innovaties die zowel civiele alsmilitaire toepassingen kennen. De behoeftes van Defensie en het aanbodvanuit het bedrijfsleven worden in deze ecosystemen op elkaar afgestemden innovatiecycli worden versneld. Brainport Innovation and Technologyfor Security (BITS) is daarin een blauwdruk voor de andere regio’s. Deregionale ecosysteem-benadering stelt Defensie in staat om zowelhoogwaardige kennis regionaal te scouten als relevante innovaties in hetciviele domein te scouten op toepasbaarheid in een Defensieomgeving.Ook kan de regionale benadering het eenvoudiger maken om initiatievente koppelen aan een operationele eenheid waardoor de innovatie-loop8Technologie met toepassingsmogelijkheden in het civiele- en militaire domein (definitieEuropese Commissie).9Defensienota 2024 (Kamerstuk 36 592, nr. 1) september 2024 en Kamerbrief VoortgangUitvoeringsagenda Innovatie & Onderzoek (Kamerstuk 31 125, nr. 130) mei 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 126 versneld en verkleind kan worden. Om dit te bewerkstellingen sluitDefensie aan bij regionale ontwikkelmaatschappijen en provincies. Hetkabinet richt hiervoor een centraal programmabureau op dat het vraag- enaanbodmanagement vanuit Defensie en regionale ecosystemen coördi-neert en regie voert op regio-overschrijdende thema’s.Ook is de samenwerking met andere kennispartners de afgelopen jarengegroeid, wat ook bijdraagt aan ruimte voor bottom-up ideeën.Voorbeelden zijn hun betrokkenheid in de hiervoor genoemde ecosys-temen, de vele nieuwe rechtstreekse samenwerkingen met universiteiten,deelname van Defensie aan de calls vanuit de Nederlandse Organisatievoor Wetenschappelijk onderzoek (NWO) en de interdepartementaleNationale Wetenschapsagenda (NWA). De manier waarop we hierop voortwillen bouwen, is onder aanbeveling vier te lezen.Aanbeveling 3: ontwikkel geschikt innovatiebeleid voor de Defensie-sector•Versterk publiek-private samenwerking in onderzoek en innovatie;•Stimuleer doorontwikkeling van Small Business Innovation Research(SBIR) naar Strategic Defence Innovation Research (SDIR);•Stel testfaciliteiten open.Nieuwe geopolitieke verschuivingen zorgen voor een groeiende behoefteaan Europese strategische autonomie binnen het Defensiedomein. Deinval van Rusland in Oekraïne heeft laten zien hoe kwetsbaar onzetoeleveringsketens kunnen zijn. Dit kabinet zal actief innovatie- enindustriebeleid voeren om de afhankelijkheden te verminderen en destrategische autonomie te vergroten.10 Begin 2024 is door het vorigekabinet de Taskforce Productie- en Leveringszekerheid opgericht. Diversebeleidsontwikkelingen die het afgelopen jaar mede door hen in gang zijngezet sluiten aan bij deze aanbeveling van de AWTI11. Voorbeelden zijnhet oprichten van het Security Fund (SecFund), waarbij er voor innova-tieve ondernemingen (start-ups) binnen het veiligheidsdomein financie-ringsmogelijkheden gecreëerd worden. Dit sluit aan bij het advies omkleinere en nieuwere spelers te mobiliseren in de Defensiemarkt. Ook deregionale ecosystemen waarin er met de industrie actief samengewerktwordt op allerlei uitdagingen dragen hieraan bij.12 Dit kabinet heeft, in lijnmet de aanbevelingen van de AWTI, de Taskforce Productie- en Leverings-zekerheid bestendigd binnen de Defensieorganisatie door hier eenstructurele afdeling van te maken die specifiek verantwoordelijk wordtvoor het actieve industriebeleid. Hiernaast zet Defensie het advies van deAWTI om meer met calls te werken, uiteen in de nieuwe StrategischeAgenda en daarop volgende jaarlijkse rolling agenda.Het kabinet onderzoekt voortdurend hoe zij de Defensie-industrie kanondersteunen en binnen de huidige financiële en juridische kadersmeerjarig perspectief kan bieden. Zo zijn we momenteel een wet opweerbaarheid van de Defensie-industrie en marktordening aan hetvoorbereiden. Defensie kan hiernaast mee-investeren in bestaandepubliek-private samenwerkingsverbanden (PPS) op strategischeinnovaties, zoals bijvoorbeeld op het gebied van slimme materialen. Bijhet opstellen van de Strategische Agenda kijkt het kabinet naar mogelijk-heden voor Defensie en EZ om het bestaande innovatie-instrumentariumte benutten, uit te breiden en passender te maken voor de Defensiemarkt.10Defensienota 24 (Kamerstuk 36 592, nr. 1) september 2024 en Regeerprogramma (Kamerstuk36 471, nr. 96) september 2024.11Kamerbrief Actieagenda productie- en leveringszekerheid munitie en Defensiematerieel(Kamerstuk 36 410 X, nr. 93) juni 2024.12Defensienota 2024 (Kamerstuk 36 592, nr. 1) september 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 127 Voordeel hiervan is dat regelingen snel en gericht kunnen wordenopgesteld, om zo de innovatie-ambities van Defensie te realiseren. DeThematische Technology Transfer (TTT) regeling is een voorbeeld van eeninstrument waar Defensie relatief eenvoudig een gericht uitvraag mee kandoen. De mogelijkheden voor Defensie om hier nadrukkelijker opaangehaakt te worden, worden vanaf Q1 2025 verkend. Op het gebied vanquantum zijn EZ en Defensie samen en o.a. met Quantum Delta NL(QDNL) aan het verkennen hoe de programmering beter op elkaarafgestemd kan worden. Als voorbeeld verkent QDNL momenteel demogelijkheid om DARPA-achtige calls uit te zetten waar Defensie en EZ opaan zouden kunnen sluiten.Er is veel aandacht voor het stimuleren van PPS zoals bijvoorbeeld via hetmaritiem innovatieprogramma uit de sectoragenda voor de maritiememaakindustrie, het Rijksregiebureau, en innovatiemakelaars binnen dePPS-innovatieregeling (PPSI). Met de herziening van dePPS-innovatieregeling (tot 2024 PPS-toeslagregeling) zijn de voorwaardenvan de regeling aangepast. Zo zijn de maximale subsidiepercentagesaangepast met de invoering van «top-ups» voor MKB’ers. Dit houdt in datMKB en start-ups een lagere cofinancieringsgraad hebben waarmee weMKB deelname in projecten stimuleren. In-kind bijdrage is ook toege-staan. De administratieve verplichtingen zijn ook omlaag gegaan met deinvoering van de nieuwe regeling door meer uniformiteit in de processente borgen.Hiernaast gaat Defensie in 2025, in samenwerking met het Ministerie vanEconomische Zaken, het nieuwe publiek-private platform DEFPORToprichten om een structurele publiek-private samenwerking op gang tehelpen. Het nieuwe platform DEFPORT wordt een samenwerking vanDefensie met andere ministeries, kennisinstellingen en vertegenwoor-digers uit de industrie, en moet onder andere bijdragen aan het versterkenvan samenwerking tussen Defensie en het bedrijfsleven.De AWTI roept Defensie hiernaast op om door te gaan met de verdereontwikkeling en uitrol van de SDIR-aanpak waarbij Defensie als launchingcustomer optreedt en samen met de markt een gestructureerd proces metheldere afspraken doorloopt van start tot daadwerkelijke opschaling vanproductie. Het kabinet ziet dat de SDIR-aanpak succesvol kan zijn en bijzou kunnen dragen aan het verminderen van de administratievelastendruk en het versnellen van het inkoopproces. SDIR biedt een flexibelen toegankelijk kader voor projecten waarvan bij aanvang nog nietduidelijk is welke innovatiegerichte aanpak het meest geschikt is en ofmen na het experimenteren daadwerkelijk wil overgaan tot opschaling.Door de fasering van experiment en opschaling in één aanpak teintegreren, biedt een SDIR ruimte voor inkoop om al in een vroeg stadiumde dialoog aan te gaan met het project en marktpartijen. De SDIR-aanpakricht zich expliciet op het toegankelijk maken van kansen voor minderkapitaalkrachtige partijen, zoals start-ups en scale-ups, die vaak overunieke ideeën en technologieën beschikken, maar beperkte middelenhebben om deze te ontwikkelen en op te schalen. In november 2024 is deSDIR Maritieme Drones gepubliceerd. De SDIR Slimme MaterialenLandingsvaartuigen is eind 2024 gepubliceerd en is een opmaat voor hetlaten evolueren van het ecosysteem Smart Materials, één van de vijf NLDgebieden. In 2025 wordt de SDIR-aanpak uitgebreid. Naast de uitrol vande SDIR-aanpak blijft het kabinet onderzoeken welke interne inkooppro-cessen en procedures sneller kunnen worden doorlopen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 128 Conform de aanbeveling van de AWTI en de motie-van der Werf c.s.13, ziethet kabinet ook dat het voor MKB’ers en start-ups momenteel lastig kanzijn om gebruik te maken van de faciliteiten bij Defensie en deTO2-instellingen. Faciliteiten hebben te maken met allerlei plaatselijkewet- en regelgeving (gemeentelijke en provinciale verordeningen)waardoor experimenten niet mogen plaatsvinden. Hiernaast zijn erdilemma’s op het gebied van bekostiging van het gebruik van de locatieen rondom (informatie)veiligheid en beveiliging. EZ zal, vanuit haarverantwoordelijkheid voor het stelsel voor toegepast onderzoek, in 2025met de TO2»s die onderzoek uitvoeren voor Defensie, het gesprekaangaan hoe de toegankelijkheid voor innovatieve start- en scale-ups kanworden verbeterd. Ook op Europees niveau heeft dit de aandacht.Momenteel werkt, op verzoek van de Europese Commissie, een ExpertGroup, speciaal in het leven geroepen voor Technology Infrastructures14,aan een advies waarin, naast de financiering van de investeringen van defaciliteiten, ook aanbevelingen worden verwacht om de toegang voorbedrijfsleven (MKB) tot de faciliteiten te verbeteren.Binnen Defensie wordt onderzocht hoe de toegankelijkheid van facili-teiten, die onder de eigen verantwoordelijkheid vallen, kunnen wordenvergroot. Een mogelijke oplossingsrichting is het aangaan van eenraamovereenkomst, waarbij voor een aantal kazernes duidelijke kadersworden gesteld waarbinnen getest kan worden. Ook is Defensie aan hetonderzoeken of, na goed voorbeeld van de TO2-instellingen, er gewerktkan worden met challenges waarbij testfaciliteiten een aantal dagen perjaar gratis aangeboden worden aan bedrijven die zich hiervoorinschrijven. Hiernaast zijn we ook aan het kijken naar nieuwe manierenom samen te werken aan nieuwe technische oplossingen in bijvoorbeeldhet in aanbouw zijnde Technology Center Land (TCL) waarna we dezeoplossingen ook gezamenlijk gaan beproeven in testfaciliteiten. Eenandere oplossing is dat bedrijven in het aanvragen van technologieont-wikkelingsmiddelen, CODEMO-financiering en binnen kort-cyclischeinnovatieprojecten, budget opnemen om te kunnen testen. Defensieonderzoekt de mogelijkheden om dit op deze wijze mee te kunnenfinancieren. Defensie heeft de ambitie om in 2025 al deze oplossingsrich-tingen in gang te zetten zodat we al dit jaar concrete resultaten kunnenbehalen.Aanbeveling 4: maak met onderwijs- en kennisinstellingen wederzijdseafspraken voor duurzame samenwerking•Organiseer het gesprek binnen onderwijs- of kennisinstellingen overeventuele deelname aan Defensie-gerelateerd onderzoek;•Stimuleer kennisinstellingen om samen met Defensie de randvoor-waarden te verkennen die nodig zijn voor Defensie-gerelateerdonderzoek en leg wederzijdse afspraken vast in een nationale richtlijn;•Zorg dat civiele en Defensie-gerelateerde onderwijsecosystemenelkaar versterken.Om de Krijgsmacht te blijven moderniseren en innoveren, is hetopbouwen van kennis en het snel kunnen toepassen van kennis essen-tieel. In conflicten over de hele wereld zien we hoe doorslaggevend deinzet van nieuwe concepten en technologieën zijn. Hieraan ten grondslag13Kamerstuk 36 600 X, nr. 16 van 21 oktober 2024. Motie-van der Werf c.s. over de Defensietest-faciliteiten toegankelijk maken voor mkb-bedrijven en start-ups.14Technology Infrastructures zijn publieke of private faciliteiten waarmee bedrijven huntechnologieën kunnen doorontwikkelen, opschalen en naar de markt brengen. Het advies vande Expert Group (verwacht eind januari 2025) zal ook een duidelijke definitie bevatten enaanbevelingen voor coördinatie, investeringen, toegankelijkheid bedrijfsleven en het omgaanmet staatsteunregels.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 129 liggen jarenlange civiel- en militaire investeringen in kennis- en technolo-gieontwikkelingen. In het licht van deze huidige geopolitieke ontwikke-lingen, en de reële kans dat Nederland via NAVO Artikel 5 betrokken raaktbij een militair conflict, is een maatschappij brede aanpak een vereiste.15Dit vergt onder andere een geïntensiveerde samenwerking met verschil-lende kennispartners. Sinds de Defensienota 2022 is Defensie actief hetkennislandschap aan het verbreden en zijn hier middelen voor vrijge-maakt. Defensie werkt rechtstreeks samen met publieke kennisinstellingenen ook via de Nederlandse Defensie Academie (NLDA), deTO2-instellingen en NWO16 (o.a. via de NWA) wordt de samenwerkinggezocht. Maar, zoals de AWTI terecht aanbeveelt, is er een extra stapnodig.Ten eerste zet Defensie direct in 2025 stappen om op landelijk niveau eengrote, structurele samenwerking te creëren. Een voorbeeld hiervan is datwe vanaf 2025 met het regieorgaan SIA17 een call uitzetten bijhogescholen en verkent de mogelijkheid om een LectorenplatformDefensie op te richten om de structurele verbinding te kunnenwaarborgen. Hogescholen zijn belangrijke partners voor Defensie. Methen kan, bijv. via de middelen uit de hiervoor genoemde call, actiegerichten operationeel relevant onderzoek verricht worden dat snel op dewerkvloer landt. Tevens biedt het een uitstekende kans om jonge mensenkennis te laten maken met de Defensieorganisatie en mee laten denkenover de uitdagingen waar Defensie voor staat.Ook wordt er vanuit Defensie rechtstreeks met universiteiten gewerkt, datzal vanaf 2025 uitgebreid worden. Sinds 2022 zijn er voor de nieuwemiddelen t.b.v. verbreding samenwerking met universiteiten circa30 onderzoeksvoorstellen goedgekeurd. Dit toont een sterke behoefte eneen bereidheid tot samenwerking, zowel intern Defensie als bij universi-taire partners. Maar, Defensie moet dit meer gestructureerd gaan doen. Indat kader organiseerde Defensie eind 2024 de eerste gesprekken metuniversiteiten om te kijken hoe we tot één of meerdere raamovereen-komsten kunnen komen en om te spreken over kennisveiligheid,juridische- en organisatorische randvoorwaarden. Met raamovereen-komsten kunnen eenmalige afspraken worden gemaakt over samenwer-kingsvoorwaarden en zal het mogelijk worden om bij behoeftes vanuitDefensie snel met universiteiten aan de slag te gaan. Civiele kennis moetsneller bij Defensie (en haar strategische kennispartners) kunnen landen,alleen dan gaan we als Krijgsmacht en als land vooroplopen.Deze stappen brengen ons nu al concreet vooruit, maar naast dezespecifieke acties willen we ook op landelijk niveau kijken hoe we Defensiebeter kunnen laten aansluiten op het kennisecosysteem om een duurzamesamenwerking te organiseren. Defensie en OCW zullen hierin samenoptrekken om in 2025 de eerste concrete invulling aan te geven. Hierbij ishet positief dat zowel Defensie als de publieke kennisinstellingen kansentot samenwerking zien. Thema’s waar Defensie met name de kansen zietom met civiele kennisinstellingen samen te werken zijn weerbaarheid,strategisch- en beleidsondersteunend onderzoek, op de vijf NLD gebiedenen breder op opkomende technologie met toepassingsmogelijkheden in15Kamerbrief Weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen (Kamerstuk 30 821, nr. 249)december 2024.16Voorbeelden van calls waar Defensie al financieel en inhoudelijk aan bij heeft gedragen zijncalls op gebied van quantum, ethische- en juridische aspecten rondom het gebruik van AI,cybersecurity, science for policy, space, smart materials en kennisveiligheid.17Regieorgaan SIA komt voort uit de Stichting Innovatie Alliantie en bevordert de kwaliteit en deimpact van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen. Dit doen ze door onderzoek tefinancieren en de samenwerking tussen hogescholen, het bedrijfsleven en publieke instel-lingen te stimuleren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 1210 het civiele- en militaire domein (hardware en software zoals AI en cloud).Defensie staat niet alleen voor een technologische uitdaging. De sociale-en geesteswetenschappen kunnen bij uitstek een belangrijke rol spelenvoor Defensie. Dat gaat om zowel de interactie tussen mens-organisatie-techniek als meer operationele onderwerpen, zoals de cognitievedimensie en hybride oorlogsvoering. Uitdagingen waar deze weten-schappen aan kunnen bijdragen zijn o.a. transformaties in de manier vanwerken en organiseren en (het begrijpen van) nieuwe concepten vanoorlogsvoering. Een eerste voorbeeld van waar Defensie en OCW meeaan de slag gaan in 2025 is een programma op het thema weerbaarheid.Defensie heeft van oudsher een sterk kennislandschap, met strategischepartners die de Defensie-specifieke kennisbasis, deels bij wet, onder-houden en continu vernieuwen. In de verbreding van onze samenwerking,zetten we de bestaande kennispartners van Defensie, zoals de TO2 en deNLDA, in om waar nodig de Defensie-specifieke context en de vertaalslagte versterken. En om samenwerking in kennisecosystemen te bevorderen.Het verbreden van de samenwerking met nieuwe kennispartners brengt,zoals de AWTI beschrijft, ook uitdagingen me zich mee. Een effectievebescherming van dual-use onderzoek tegen ongewenste kennisover-dracht18 is een van de belangrijkste praktische uitdagingen die nu voorligt,naast bijvoorbeeld uitdagingen rondom intellectueel eigendom en hetborgen en absorberen van kennis. Het vergroten van de weerbaarheid vankennisinstellingen is een belangrijk vertrekpunt bij de aanpak kennisvei-ligheid. Dit betekent dat zij weten welke belangen zij hebben tebeschermen, de risico’s hierbij leren herkennen en mitigeren, en maatre-gelen treffen om ook kansen te kunnen blijven benutten. De kennisinstel-lingen staan hierin niet alleen. De overheid (onder regie van OCW)faciliteert en stimuleert hen hierbij. Kennisinstellingen hebben deafgelopen jaren steeds meer ervaring opgedaan met deze opgave alsonderdeel van de aanpak Kennisveiligheid19. In de dialoog met verschil-lende kennispartners, zowel civiel als met de TO2, verkennen we watsamenwerking voor de kennisveiligheid van publieke instellingen betekenten vormt dit een belangrijk startpunt om hier verdere stappen in te zetten.Naast onderzoek hebben mbo/hbo/wo-instellingen een belangrijke taak alshet gaat om het opleiden van mensen in Defensie-gerelateerde vakge-bieden. Ook hierin heeft Defensie de afgelopen jaren stappen gezet. Hetgaat hier bijvoorbeeld om de vele onderwijsprogramma’s en uitwisse-lingsprojecten met kennisinstellingen, wat deels gebeurt via de NLDA.Sinds 1 januari 2024 hebben ook alle Defensieonderdelen (DO) een eigenstagebureau en verhoogt Defensie het aantal stageplekken van 1.500 naar2.400.20 Hieraan gerelateerd is onder andere het nieuwe stagebeleidwaarmee Defensie-breed middels zeven stagebureaus studenten bijDefensie stage kunnen lopen. Tevens heeft Defensie als werkgever hetgrootste mbo-onderwijsprogramma van Nederland. Het mbo-convenant isin mei 2023 vernieuwd en uitgebreid. Dit convenant bekrachtigt opnieuwde samenwerking tussen Defensie en het middelbaar beroepsonderwijs.Het mbo bereidt studenten voor op een toekomstige rol in demaatschappij en Defensie specifiek via het programma Veiligheid enVakmanschap (VeVa21). Het betreft een succesvolle formule om jongestudenten in te laten stromen bij Defensie. Het is een landelijk ingericht18AWTI rapport, Kennis in conflict veiligheid en vrijheid in balans, november 2022.19Kamerbrief Voortgang aanpak kennisveiligheid in hoger onderwijs en wetenschap (Kamerstuk31 288, nr. 1158) oktober 2024.20Kamerbrief Stand van zaken maatregelen «Behouden, binden, inspireren» (Kamerstuk36 410 X, nr. 7) september 2023.21Voor jongeren vanaf 15 jaar zonder startkwalificatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 1211 programma dat wordt verzorgd door 21 Regionale Opleidingscentra(ROC’s).22 Defensie is hiernaast voornemens om in 2025 te werken aannieuw opleidings- en ontwikkelbeleid om het opleiden van mensen inDefensie-gerelateerde vakgebieden uit te breiden. Denk hierbij bijvoor-beeld aan het vergroten van onze Aircampus in Woensdrecht waarbij ookveel luchtvaartonderhoudsbedrijven zullen deelnemen en nieuwesamenwerkingsverbanden in veiligheidscampussen zoals in Assen hetgeval is. Hbo en mbo studenten spelen een cruciale rol in de vertaalslagvan (wetenschappelijk) onderzoek en concepten naar praktijk en experi-menten. Door studenten in een vroeg stadium bij de uitdagingen vanDefensie te betrekken zal er meer bewustzijn komen over de Defensieor-ganisatie en kan er tevens meer eigenaarschap ontstaan om gezamenlijkaan de opgaves te werken.Tot slotVrede en veiligheid zijn niet alleen een verantwoordelijkheid van Defensie,maar een maatschappelijke opgave waar heel Nederland voor staat:overheid, bedrijven, industrie, kennisinstellingen, maatschappelijkeorganisaties en burgers hebben allemaal een rol te spelen. Defensie heefthet Nederlands kennis- en innovatielandschap en een robuuste industrie-basis nodig, om aan deze opgave te werken. De aanbevelingen van deAWTI scherpen de reeds in gang gezette koers aan en bieden nieuweimpulsen om als Defensie, OCW en EZ nauwer samen op te trekken.Een reeks concrete stappen die in 2025 gezet worden, conform deaanbevelingen van de AWTI, zijn: ontwikkelen van nieuw integraal kennis-,innovatie- en industriebeleid gebaseerd op de push- en pull metvervolgens jaarlijkse rolling agenda’s; het belang van de interactiemens-organisatie-techniek wordt in de Strategische Agenda meege-nomen; er wordt meer focus aangebracht binnen de NLD gebieden omhier als smart-developer succesvol in op te treden; regievoering wordtversterkt, met name op de NLD gebieden; er worden uitgebreideroadmaps opgesteld op de NLD gebieden die richting geven aan dekennis-, innovatie- en opschalingsactiviteiten; er wordt meer met(thematische) calls gewerkt en het huidig instrumentarium waar Defensiegebruik van maakt wordt geëvalueerd en uitgebreid; innovatieve inkoopstrategieën zoals de SDIR worden meer toegepast; DEFPORT wordtopgericht om publiek-private samenwerking te faciliteren; het meertoegankelijk maken van testfaciliteiten voor Defensie-gerelateerde start-en scale-ups wordt interdepartementaal onderzocht en ten slotte wordt erbreder samengewerkt met hogescholen en universiteiten, o.a. via een SIAcall, thematische programma’s via OCW en een rechtstreekstemarktverkenning.Samenwerking staat in dit alles centraal, intern Defensie, tussen departe-menten maar ook zoekt Defensie nadrukkelijk het rechtstreekse contactmet het bedrijfsleven en kennisinstellingen. We zijn er nog niet, ennodigen onze partners uit om met ons aan vrede en veiligheid te (blijven)werken.De Minister van Defensie,R.P. BrekelmansDe Staatssecretaris van Defensie,G.P. Tuinman22Kamerbrief Stand van zaken maatregelen «Behouden, binden, inspireren» (Kamerstuk36 410 X, nr. 7) september 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 592, nr. 1212

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 519e7f19d3837491

14 okt 2026 · d440a5f1fb1330a9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.