Planning nieuw financieringsstelsel kinderopvang
Brontekst
Versie c3b353664ef33035 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 322KinderopvangNr. 560 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID EN VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 juni 2025De inkomensafhankelijke kinderopvangtoeslag met risico op terugvorde-ringen heeft bij veel ouders tot grote problemen geleid. Ondanks dedemissionaire status werkt het kabinet onverminderd hard door aan dehervorming van het financieringsstelsel waarin deze fundamentele risico’svoor ouders niet meer bestaan. Ook moet het nieuwe stelsel voor ouderseenvoudiger zijn. Tijdens het debat over kinderopvang van 23 januari jl.(Kamerstuk 31 322, nr. 553) met de commissie voor Sociale Zaken enWerkgelegenheid is de toezegging gedaan om uw Kamer een brief testuren met de planning van de herziening van het financieringsstelsel. Datdoen we hierbij. Tevens gaan we in op de impact van de voorjaarsbesluit-vorming, het proces rond toegankelijkheid en doelmatigheid, dewerkwijze en het betrekken van uw Kamer bij het traject.Impact voorjaarsbesluitvormingIn de voorjaarsbesluitvorming heeft het kabinet besloten om het nieuwefinancieringsstelsel voor kinderopvang niet in 2027, maar per 2029 in tevoeren. Het nieuwe stelsel betekent een ingrijpende wijziging, zowel voorde uitvoering als de kinderopvangorganisaties. Om een goede overgangte borgen, is besloten meer tijd te nemen voor de implementatie van enovergang naar de nieuwe financiering. Er zijn incidentele middelengereserveerd voor het opbouwen en inrichten van de uitvoering van denieuwe financiering van kinderopvang. Hieronder valt bijvoorbeeld deondersteuning en begeleiding van kinderopvangorganisaties in detransitieperiode naar het nieuwe financieringsstelsel.Daarnaast is besloten om de budgettaire reeks voor het ingroeipad naarde hoge, inkomensonafhankelijke vergoeding van de nieuwe financieringaan te passen. Met het nieuwe kasritme is in de jaren 2026, 2027 en 2028voldoende budget beschikbaar om de vergoedingspercentages in dekinderopvangtoeslag steeds te verhogen voor alle ouders die in het kst-31322-560ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5601 huidige inkomensafhankelijke stelsel geen recht zouden hebben op hetmaximale vergoedingspercentage van 96%.Ieder jaar krijgt een grotere groep ouders een vergoeding van 96%. Terindicatie van hoe dit eruit zou kunnen zien is onderstaande tabelopgenomen, met oplopende toetsingsinkomens.202420252026202720282029Toetsingsinkomenmet recht op 96%€ 28.300€ 47.400€ 56.400€ 83.800€ 111.200∞ De genoemde bedragen in bovenstaande tabel zijn indicatief. Iedervoorjaar wordt met het Besluit Kinderopvangtoeslag de nieuwe percenta-getabel vastgesteld.De beoogde inwerkingtreding van het nieuwe financieringsstelsel is nujanuari 2029. Dan zal voor alle werkende ouders dezelfde hoge, inkomens-onafhankelijke vergoeding gelden van 96% van de maximum uurprijs. Datbetekent dat vanaf dat moment de vergoeding rechtstreeks wordtuitbetaald aan de kinderopvangorganisaties. Bovendien ligt in het nieuwestelsel de verantwoordelijkheid voor het doorgeven van wijzigingen inuren en tarieven bij kinderopvangorganisaties, en heeft zowel de initiëleals periodieke toets op de voorwaarden (waaronder de arbeidseis) alleengevolgen naar de toekomst toe. Terugvorderingen bij ouders zijn dandefinitief verleden tijd.Toegankelijkheid en doelmatigheidDoor het geleidelijke ingroeipad neemt in de eerste jaren de vraag naarkinderopvang naar verwachting geleidelijk toe en heeft de kinderopvang-sector meer tijd om het aantal opvangplekken mee te laten groeien. Ookontstaat zo ruimte om de ontwikkeling van het aanbod, de wachtlijsten ende prijzen goed te monitoren. Dit geeft handelingsperspectief omkinderopvang toegankelijk te houden, in het bijzonder voor ouders metlage inkomens.Daarnaast is dit voorjaar besloten om de maximum uurprijs in dekinderopvangtoeslag in 2026 alsnog te indexeren. Het voorstel van wet totwijziging van de Wet kinderopvang in verband met het niet indexeren vande maximum uurprijs over het berekeningsjaar 2026 is ingetrokken.1 Ditdraagt bij aan de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de kinderopvangvoor alle werkende ouders.Er is incidenteel budget vrijgemaakt bedoeld voor beleid om nadeligeeffecten van de stelselherziening voor ouders met lage inkomens, zoalshogere prijzen (boven de maximum uurprijs) als gevolg van de vraag-toename, te dempen, en daarmee de toegankelijkheid van de kinder-opvang te borgen, juist ook voor de laagste inkomens. Bijvoorbeeld doorhet mogelijk te maken voor gemeenten om voor deze ouders de wettelijkeeigen bijdrage te vergoeden en zo de netto-kosten te verlagen. Uw inputin het aanstaande commissiedebat zullen we uiteraard meenemen in de temaken keuzes hierbinnen.We hebben de sector gesproken over hun voorkeuren voor maatregelenrond toegankelijkheid en doelmatigheid en zijn ook – informeel enambtelijk – in gesprek met de Europese Commissie over het risico op1Kamerstukken II 2024/25, 36 680, nr. 6.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5602 staatsteun en de potentiële impact daarvan. Na de zomer zullen wij uwKamer nader informeren over de complete verkenning van maatregelenom de toegankelijkheid, kwaliteit en continuïteit in de kinderopvang tewaarborgen, inclusief eventuele reguleringsopties. Dit wordt betrokken bijde kabinetsreactie op het kostprijsonderzoek dat zich momenteel in deafrondende fase bevindt.WerkwijzeEr wordt door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en deDienst Toeslagen hard gewerkt aan het uitwerken van het ontwerp van hetnieuwe financieringsstelsel. Het nieuwe stelsel moet van toegevoegdewaarde zijn voor ouders. Tegelijkertijd moet het niet alleen toegankelijk,doelmatig zijn, maar ook werkbaar voor kinderopvangorganisaties. Voorzowel gastouderbureaus en gastouders als grote houders met veelvestigingen. Bovendien moet het stelsel uitvoerbaar zijn voor de overheiden zekerheid geven aan ouders.De noodzaak voor meer balans tussen beleid en uitvoering blijkt onderandere uit de rapporten «Tijdelijke commissies uitvoeringsorganisaties»en de «Staat van de uitvoering 2024»2. Om deze stelselherziening op eenzorgvuldige en uitvoerbare manier te realiseren, werken beleid enuitvoering daarom nu hand in hand om samen het stelsel te ontwerpen.Door ketensamenwerking benutten we alle relevante deskundigheid enervaring zodat we een eenvoudig, uitvoerbaar en gebruiksvriendelijksysteem ontwikkelen dat voor alle betrokkenen goed werkt. Zo zit in dezeverkenningsfase ook de IV-expertise al aan tafel. Daarmee ontstaat eenfeedbackloop waarmee de conceptwetgeving en uitvoeringsproductenelkaar aanscherpen. Door deze werkwijze blijft voortschrijdend inzichtmogelijk. Ook tijdens de realisatiefase vanaf 2026 en zelfs na inwerking-treding kan actief worden bezien of er bijvoorbeeld op basis van evaluatieen/of monitoring nog wijzigingen nodig zijn.PlanningHet besluit tot uitstel van de invoeringsdatum van het nieuwe stelselbetekent niet dat we het tijdpad van het wetgevingstraject loslaten. Weproberen de oorspronkelijke planning zoveel mogelijk aan te houden.Daarmee willen wij de sector en alle andere belanghebbenden zo spoedigmogelijk duidelijkheid bieden over de inrichting van het nieuwe financie-ringsstelsel, zodat alle betrokkenen voldoende tijd krijgen om zich voor tebereiden op de invoering.De planning was om aan het einde van de zomer van 2025 de internetcon-sultatie van het wetsvoorstel te starten. Vanwege de demissionaire statusvan het kabinet is expliciete besluitvorming binnen het kabinet nodig,waardoor we nu koersen op internetconsultatie in oktober 2025. Eind 2025wordt een go/no go-besluit genomen over de Dienst Toeslagen alsuitvoerder van het nieuwe financieringsstelsel. Na de uitvoeringstoets kanhet wetsvoorstel worden ingebracht in de ministerraad en vervolgensworden aangeboden aan de Raad van State voor advies. Tegelijkertijdwordt het stelselontwerp aangeboden bij AC-ICT voor een toets op devoorgestelde IV. Vervolgens wordt een nader rapport opgesteld en kan hetwetsvoorstel worden ingediend bij uw Kamer. Voor de zomer van 2026willen we het wetsvoorstel aan uw Kamer aanbieden. Daarvoor is dus eenuitvoeringstoets, een Raad van State advies en een AC-ICT toets nodig.2https://www.tweedekamer.nl/kamerleden-en-commissies/commissies/tijdelijke-commissie-uitvoeringsorganisaties/eindrapport en https://staatvandeuitvoering.nl/nieuwsbericht/samenwerking-politiek-beleid-en-uitvoering-moet-fundamenteel-anders/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5603 Dit tijdpad is zeer ambitieus en kent een grote mate van afhankelijkheidtussen de verschillende (proces)stappen.Bovendien moet voorafgaand aan de uitvoeringstoets een keuze wordengemaakt tussen verschillende scenario’s waarin de organisatorischepositionering en afhankelijkheid van de Belastingdienst nader wordtbezien, wat leidt tot een weging voor de realisatie van het stelsel op basisvan de verwachte kosten, uitvoerbaarheid en realisatietermijn. Op hetmoment dat de planning substantieel schuift zullen wij uw Kamer hieroverinformeren. Eventuele meerkosten in de uitwerking van het nieuwe stelselof van flankerend beleid zullen in beginsel binnen de gereserveerdebudgetten worden ingepast.De concrete stappen vanaf de start van de realisatiefase in 2026 tot aanhet moment van inwerkingtreding per 1 januari 2029 zullen in een nog opte stellen plan van aanpak voor de realisatiefase worden uitgewerkt. In derealisatiefase wordt onder andere de uitvoering ingericht, worden IVsystemen klaargemaakt om het nieuwe stelsel uit te voeren, wordenorganisatiewijzigingen doorgevoerd, moeten de systemen van kinderop-vangorganisaties worden aangesloten op de IV systemen van deuitvoerder en moeten softwarepakketten van kinderopvangorganisatiesworden aangepast.Betrekken van uw KamerZoals in de Kamerbrief van 11 november 2024 (kamerstuk 31 322, nr. 547)is aangegeven, hecht de regering grote waarde aan uw betrokkenheid bijdit traject. Wij willen u daarom graag aanbieden om parallel aan deinternetconsultatie ambtelijk een sessie, eventueel gezamenlijk met deEerste Kamer, te organiseren over het stelsel. Dit kan bijvoorbeeld doormiddel van een demonstratie van het prototype van de nieuwe onlineomgeving. Zo zijn wij extra goed in staat om uw Kamer mee te nemen inde verschillende stappen richting het nieuwe financieringsstelsel. Als uwKamer daarvoor open staat, zijn wij van harte bereid dit te faciliteren. Metvertegenwoordigers van de sector zullen vergelijkbare sessies wordengeorganiseerd om het stelsel te blijven verbeteren.Tot slotWe hebben vertrouwen in de ontwikkeling richting een eenvoudiger,zekerder financieringsstelsel voor kinderopvang, om voor vele ouders decombinatie van arbeid en zorg mogelijk te maken en kijken uit naar deinteractie over de verdere uitwerking met uw Kamer de komende tijd.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelDe Staatssecretaris van Financiën,S.Th.P.H. PalmenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 322, nr. 5604
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris stuurt de Kamer een tijdlijn over het nieuwe financieringsstelsel uiterlijk in juni 2025.
De staatssecretaris stuurt de Kamer een tijdlijn over het nieuwe financieringsstelsel uiterlijk in juni 2025.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.