KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de reactie op onderzoek herintroductie verzorgingshuizen (Kamerstuk 29389-158)

1 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 186a2345b0f90cd0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 389Vergrijzing en het integrale ouderenbeleidNr. 167 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 2 juni 2026 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 17 september 2025over de reactie op het onderzoek naar de herintroductie van verzorgings-huizen (Kamerstuk 29 389, nr. 158).De vragen en opmerkingen zijn op 27 november 2025 aan de Staatssecre-taris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van1 juni 2026 zijn de vragen, mede namens de Minister van Volkshuisvestingen Ruimtelijke Ordening, beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Heller kst-29389-167ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1671 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie9Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie10Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie11Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie12Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie12Vragen en opmerkingen van de leden van de 50PLUS-fractie13II.Reactie van de Minister14 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief van de Staatssecretaris over de mogelijke herintroductie vanverzorgingshuizen, en delen de zorg dat een kwetsbare groep ouderentussen wal en schip dreigt te vallen.De leden van de D66-fractie zijn echter kritisch over het teruggrijpen naarmodellen uit het verleden die financieel onhoudbaar zijn, geenmaatschappelijk draagvlak hebben, en een enorm beslag leggen opschaarse middelen.De leden van de D66-fractie benadrukken hierbij dat de focus op eenherintroductie van het verzorgingshuis geen passende oplossing biedtvoor de bestaande kloof tussen thuis en verpleeghuis, doordat dit modelfinancieel onhoudbaar is gezien de dubbele vergrijzing, de druk opschaarse zorgprofessionals onverantwoord vergroot, en afleidt van debenodigde ontwikkeling van nieuwe, passende woonvormen. Daarnaastheeft de herintroductie van de verzorgingshuizen geen draagvlaak bijbetrokken organisaties, zoals ActiZ, VNG, Zorgverzekeraars Nederland enanderen.De leden van de D66-fractie maken zich zorgen om dit gebrek aanmaatschappelijk draagvlak voor verzorgingstehuizen en vragen of deStaatssecretaris deze zorgen deelt en waarom zij er alsnog voor kiest omde herintroductie van de verzorgingshuizen verder te onderzoeken. Ookvragen de leden hoe zij deze herintroductie door zou wensen te voerenzonder steun van veel van de betrokken organisaties.De leden van de D66-fractie vernemen dat de Staatssecretaris zowel deherintroductie van de verzorgingshuizen als de mogelijke rol vanzorgzame buurten in dit dossier onderzoekt. Ze geeft hierbij aan dat ze ookwil onderzoeken op welke wijze zorgzame gemeenschappen het bestegestimuleerd kunnen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1672 De leden van de D66-fractie delen deze wens om het realiseren van dezorgzame buurten meer prioriteit te geven. Dit sluit beter aan bij dewensen van senioren, en is ook realistischer met het oog op de conse-quenties die het herintroduceren van verzorgingshuizen zou hebben op definanciën en de arbeidsmarkt.De leden van de D66-fractie vragen de Staatssecretaris dan ook of zij hetmet deze leden eens is dat de focus niet moet liggen op het heropbouwenvan verzorgingshuizen, maar dat meer prioriteit moet worden gegevenaan het versnellen van de ontwikkeling van geclusterde woonvormen enzorgzame gemeenschappen, waar ouderen hun privacy en autonomiebehouden.De leden van de D66-fractie horen dat in de praktijk corporaties,gemeenten en zorgpartijen tegen verschillende obstakels aan lopen.Welke processen lopen er nu om die obstakels weg te nemen en is datafdoende om de ontwikkeling van geclusterde woonvormen en zorgzamegemeenschappen te realiseren in lijn met de ambities van het kabinet?De leden van de D66-fractie constateren op basis van het uitgevoerdePwC-onderzoek én cijfers van ANBO-PCOB dat ouderen een duidelijkevoorkeur hebben voor zelfstandige woonconcepten. Slechts acht procentvan de thuiswonende ouderen wil verhuizen naar een verzorgingshuis.De leden van de D66-fractie vragen de Staatssecretaris uit te leggenwaarom er in beleidstermen alsnog voortdurend gesproken wordt over de«herintroductie van het verzorgingshuis», terwijl de doelgroep zelf vraagtom zelfstandige woningen met zorg in de nabijheid. Hoe reflecteert zij opdeze eenduidige vraag vanuit senioren en wat betekent het gebrek aanmaatschappelijke steun voor de beoogde herintroductie van de verzor-gingshuizen?De leden van de D66-fractie wijzen op het PwC-rapport waaruit blijkt datde zorgkosten per oudere in de onderzochte scenario’s met 46 tot wel 124procent stijgen. Ook blijkt uit het PwC-rapport dat het aannemelijk is datde zorginzet voor ouderen in verzorgingshuizen zal stijgen, daar zij eenlatente zorgbehoefte hebben. Hierbij wordt benoemd dat dit een kansbiedt om delen van de zorgbehoefte op alternatieve wijze in te vullen. Zijvragen de Staatssecretaris welke andere alternatieve woonvormenworden onderzocht die wél betaalbaar blijven, door in te zetten op watouderen zelf nog kunnen, aansluitend bij de afspraken over reablement uithet Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO).De leden van de D66-fractie constateren uit het PwC-rapport dat hetverwachte personeelstekort in de sector zorg en welzijn in 2034, bovenophet reeds voorspelde tekort van 265.600 medewerkers, verder zaltoenemen met 2.799 extra medewerkers in scenario 1 (onzelfstandigekamers) en met 6.345 extra medewerkers in scenario 2 (zelfstandigeappartementen).De leden van de D66-fractie vragen de Staatssecretaris om een naderetoelichting of de inzet van verzorgingshuizen daadwerkelijk haalbaar isgezien de huidige tekorten in de zorg en op welke wijze zij van plan is detoenemende zorgvraag bij de introductie van verzorgingshuizen temitigeren en zo beheersbaar te houden voor de toekomst.De leden van de D66-fractie nemen kennis van de reactie van de Staatsse-cretaris op de gepresenteerde cijfers, waarin zij inzet op een invulling metmeer welzijnswerkers en reablement in verzorgingshuizen om deberekende extra vraag naar duizenden zorgmedewerkers te dempen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1673 Echter, de leden vragen zich af of deze aanpak voldoende zal zijn om hettotale personeelstekort in de sector, dat in 2034 wordt geraamd op265.600, effectief aan te pakken. Bovendien stellen deze leden de vraagaan de Staatssecretaris of deze middelen en maatregelen (voor welzijn enreablement) op zichzelf niet beter ingezet kunnen worden ter directeverlichting van de huidige personeelstekorten in de zorg.De leden van de D66-fractie merken daarnaast op dat van de ouderen dieopenstaan voor verhuizen, volgens ANBO-PCOB negentig procent devoorkeur geeft aan een zelfstandig appartement met eigen voordeur-sleutel en zorg op afroep, boven een kamer in een verzorgingshuis. Zijvragen of de Staatssecretaris bereid is de beleidsfocus te verleggen van«verzorgingshuizen» naar woonvormen waarin wel aan de wens vanouderen kan worden voorzien.De leden van de D66-fractie zijn verheugd dat de Staatssecretaris erkenten inziet dat de behoeften van de huidige en toekomstige generatiessenioren niet overeenkomen met wat het verzorgingshuis van vroeger kanbieden. Zij vragen de Staatssecretaris of het, om verwarring en valseverwachtingen te voorkomen, niet beter is om definitief afscheid te nemenvan de term «herintroductie verzorgingshuis» en de aandacht, middelenen inzet te verleggen naar innovatieve woonconcepten voor senioren.De leden van de D66-fractie signaleren de grote behoefte aan aantrekke-lijke ontmoetingsruimtes waar senioren elkaar kunnen treffen terbevordering van de samenredzaamheid. Echter, zij horen ook dat veel vandit soort waardevolle initiatieven stagneren vanwege uitdagingen in definanciering en exploitatie.Daarom vragen genoemde leden de Staatssecretaris om te onderzoekenen toe te lichten welke verschillende financierings- en exploitatiemogelijk-heden zij ziet voor dergelijke initiatieven. Hierbij vragen zij specifiekaandacht voor een samenwerkingsmodel met cruciale partners zoalsgemeenten, zorgkantoren en verzekeraars, en willen zij weten welkeconcrete stappen de regering kan zetten om deze samenwerking tefaciliteren en de initiatieven vlot te trekken.De leden van de D66-fractie nemen kennis van de in het PwC-rapportbecijferde uitkomsten, waaronder de kostenstijging van 535,7 miljoeneuro per jaar in 2040, de cumulatieve onrendabele top van 846,7 miljoeneuro, én de benodigde 6.345 extra voltijds zorgmedewerkers in 2034. Dezeleden vragen de Staatssecretaris om een toelichting op de wijze waaropzij de kosten en de benodigde capaciteit van dit geschetste scenariodoelmatig en effectief acht, gelet op de huidige en toekomstige uitda-gingen, zoals de personeelstekorten en de dubbele vergrijzing.Ook vernemen de leden van de D66-fractie graag of de Staatssecretarisbreder kijkt naar alternatieve beleidsscenario’s die een mogelijk positievereffect kunnen hebben op zowel de financiële houdbaarheid als depersonele inzetbaarheid.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de reactie van de Staatssecretaris op het onderzoek naar de herintro-ductie van verzorgingshuizen. Zij hebben daarover nog enkele vragen enopmerkingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1674 In het onderzoek van PwC wordt gewerkt met twee scenario’s. In heteerste met onzelfstandige kamers en in het tweede met zelfstandigeappartementen. Kan de Staatssecretaris toelichten waarom in haar briefvooral wordt voortgeborduurd op het scenario met zelfstandige apparte-menten? Betekent dit dat varianten met meer onzelfstandige, klassiekeverzorgingshuisachtige woonvormen voor haar al zijn afgevallen?In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de zorginzet in de nieuwewoonvorm hoger is dan in de huidige thuissituatie, omdat de huidige zorgvoor deze groep ouderen vaak ontoereikend is. De Staatssecretaris geefttegelijk aan dat volgens haar niet dezelfde pakketten zorg en onder-steuning nodig zijn als vroeger in het verzorgingshuis. Genoemde ledenzouden dit graag nader toegelicht willen zien. Kan de staatsecretaris ditnog duidelijker specificeren? De Staatssecretaris schrijft dat zij de zorg- enondersteuning in een modern verzorgingshuis wil laten aansluiten bij deingezette lijn, om meer uit te gaan van wat ouderen en hun omgeving nogzelf kunnen en van reablement. Kan de Staatssecretaris enkelevoorbeelden noemen van initiatieven waar dit momenteel optimaalfunctioneert? Wat betekent «meer uitgaan van wat ouderen en hunomgeving nog zelf kunnen» concreet voor de feitelijke zorginzet per dagen per etmaal voor deze specifieke, kwetsbare groep?De Staatssecretaris geeft aan te zoeken naar een invulling die relatiefminder arbeidskrachten vraagt en minder inzet van verzorgenden, doormeer in te zetten op welzijnswerkers. Kan de Staatssecretaris concreettoelichten welke taken volgens haar door welke type professional kunnenworden overgenomen, en waar volgens haar de grens ligt omwille vankwaliteit en veiligheid van zorg? Hoe worden de Inspectie Gezond-heidszorg en Jeugd (IGJ) en andere toezichthouders hierbij betrokken?Hoe wordt voorkomen dat complexe zorgvragen van ouderen terecht-komen bij medewerkers zonder de vereiste verpleegkundige of verzor-gende kwalificaties? Welke minimumvereisten stelt de Staatssecretarisaan de aanwezigheid van welzijnswerkers? En aan gediplomeerdeverzorgenden en verpleegkundigen? Hoe verhouden zich de aantallentussen deze functieprofielen ten opzichte van verschillende hoeveelhedenouderen? Op welke manier investeert de Staatssecretaris in het behoud enaantrekken van verzorgenden? Verzorgenden en de verzorgenden I.G zijnessentieel om de zorg in de eerste lijn overeind te houden. Juist hier is ernog steeds geen antwoord op de loonkloof, het bekende «buikje». Is deStaatssecretaris nog bereid of bezig om hier een antwoord op te hebben?Zo nee, waarom niet?In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de extra zorg en ondersteuningleidt tot een extra arbeidsvraag van enkele duizenden medewerkers,bovenop de al verwachte grote tekorten in zorg en welzijn, en in hetbijzonder de ouderenzorg. Genoemde leden willen graag specifiekerweten hoe PwC aan de getallen is gekomen voor wat betreft de impact ophet verwachtte arbeidsmarkttekort. Hoe komt men tot deze cijfers? Hoekijkt de Staatssecretaris aan tegen deze aanvullende arbeidsvraag, zoalsgeschetst in het onderzoek van PwC? Welke concrete maatregelen neemtzij om ervoor te zorgen dat dit in de praktijk niet neerkomt op «lichtere»zorgpakketten omdat het benodigde personeel simpelweg nietbeschikbaar is? De Staatssecretaris benadrukt het belang van «levendegemeenschappen», gemeenschappelijke activiteiten en het betrekken vande buurt, onder meer in het kader van zorgzame buurten. Hoe voorkomtde Staatssecretaris dat het concept «zorgzame buurt» in de praktijk vooralleidt tot het verminderen van professionele zorg, terwijl de zorgvraag vanbewoners onverminderd hoog blijft? Op welke wijze wordt inzichtelijkgemaakt welk deel van de benodigde ondersteuning daadwerkelijk doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1675 professionals wordt geleverd en welk deel door vrijwilligers en mantel-zorgers?In het onderzoek wordt ook gewezen op mogelijke besparingen, bijvoor-beeld door minder ziekenhuiszorg en geriatrische revalidatiezorg. Kan deStaatssecretaris uiteenzetten in hoeverre zij bij de verdere uitwerkingrekening houdt met deze potentiële besparingen? Genoemde leden ziendeze besparingen graag systematisch in kaart worden gebracht.Uitgaande van het scenario met zelfstandige appartementen, blijkt erbehoefte aan circa 20.000 extra zorggeschikte woningen tot en met 2030,die binnen de bestaande opgave van 290.000 ouderenwoningen wordeningepast. Hoe wordt geborgd dat juist de meest kwetsbare ouderendaadwerkelijk als eerste profiteren van deze nieuwe zorggeschiktewoningen? Hoe verhoudt de beoogde verschuiving in de bouwopgavezich tot de signalen dat de bestaande ouderenhuisvestingsopgave almoeilijk haalbaar is? Verwacht de Staatssecretaris dat het toevoegen vanextra eisen (zorggeschikt, geclusterd, ontmoetingsruimte) de realisatie-termijn verder vertraagt? Zo ja, welke extra maatregelen neemt zij om derealisatie toch vlot te trekken?De onrendabele top voor de bouw van deze zorggeschikte woonvormenloopt in de scenario’s op tot honderden miljoenen. Op welke wijze is deStaatssecretaris voornemens deze onrendabele top (gedeeltelijk) tedekken? Worden zorgaanbieders en woningcorporaties hiervoor struc-tureel gecompenseerd, of verwacht de Staatssecretaris dat deze partijende extra risico’s grotendeels zelf dragen? Hoe wordt voorkomen dat derekening uiteindelijk bij de oudere bewoner wordt neergelegd in de vormvan hogere huren of bijkomende kosten?In het onderzoek worden forse extra zorg- en ondersteuningskosten eneen aanzienlijke onrendabele top voor de bouw geraamd. Deelt deStaatssecretaris de onderliggende aannames van het onderzoek volledig?Op welke punten wijkt zij af en wat betekent dat – volgens haar eigeninschatting – voor de budgettaire impact? Kan zij uiteenzetten hoe dekosten zich verhouden tot de kosten van niets doen, bijvoorbeeld meercrisissituaties, valincidenten, extra ziekenhuisopnames en zwaardereverpleeghuiszorg op termijn? Hoe wordt voorkomen dat financiële enarbeidsmarkt-overwegingen zwaarder gaan wegen dan de daadwerkelijkezorgbehoefte van kwetsbare ouderen?De Staatssecretaris erkent dat veel initiatieven worstelen met de exploi-tatie van de ontmoetingsruimte en dat professionele ondersteuning nodigis om gemeenschapsvorming op gang te brengen. Is de Staatssecretarisbereid hiervoor een structurele financieringslijn te ontwikkelen, in plaatsvan tijdelijke of projectmatige subsidies? Hoe wordt voorkomen datontmoetingsruimten na enkele jaren weer moeten sluiten door wegval-lende financiering, waardoor bewoners hun ontmoetingsplek en onder-linge samenhang verliezen?De Staatssecretaris verwijst naar middelen oplopend tot enkelehonderden miljoenen euro’s vanaf 2030 vanuit de aanvullende post voorkwaliteit van ouderenzorg. Hoe verhouden deze middelen zich tot degeraamde extra zorgkosten en onrendabele toppen in de bouw in 2040?Zijn deze middelen uitsluitend bedoeld voor moderne verzorgingshuizenen zorgzame gemeenschappen, of worden hier ook andere beleidspriori-teiten uit gefinancierd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1676 Kan de Staatssecretaris per jaar en per regeling inzichtelijk maken welkemiddelen beschikbaar zijn, zodat te volgen is of dit voldoende is om deambities waar te maken?Omdat de herintroductie van moderne verzorgingshuizen voorlopig nogniet gerealiseerd is, willen genoemde leden ingaan op de situatie vanvandaag de dag. Deze week was wederom in het nieuws dat ouderen diekleiner willen wonen op verschillende problemen stuiten1. Het gebrek aangeschikte seniorenwoningen bijvoorbeeld, maar ook de financiële enfiscale nadelen waar ouderen mee te maken kunnen krijgen. Welkantwoord heeft de Staatssecretaris op deze financiële en fiscale nadelen?Wordt hier actief aan gewerkt? Genoemde leden ontvangen graag eenoverzicht van de inspanningen van de Staatssecretaris hieromtrent, perfinancieel en fiscaal nadeel. Hoe wordt met het oog op deze problemensamengewerkt met andere bewindspersonen en ministeries? Wat is ernog nodig om de financiële en fiscale nadelen voor ouderen die kleinerwillen wonen weg te nemen?Verder werd ruim een jaar geleden de motie-Thiadens/Eerdmans2aangenomen, welke verzocht de regering uit te laten spreken datintramuraal verblijf niet hetzelfde is als thuis. Is de staatsecretaris het metgenoemde leden eens dat in de huidige situatie intramuraal verblijf nietverward mag worden met «thuis»? Genoemde leden constateren namelijkdat private investeerders nog steeds miljarden verdienen in de commer-ciële ouderenzorg, vanwege het feit dat woon-zorgcomplexen niet wordengezien als zorg met verblijf (intramuraal), maar als «thuis» wonenwaardoor deze investeerders het winstverbod omzeilen. Is de staatsecre-taris bereid om hier iets tegen te doen? Of heeft zij dit al gedaan? Zo ja,wat precies? Zo nee, waarom niet? Hoe zal de situatie er bij een herintro-ductie van verzorgingshuizen gaan uitzien, als we het hebben over hetscheiden van wonen en zorg? Hoe wordt voorkomen dat de herintroductievan verzorgingshuizen in welke vorm dan ook duurder uitpakt dan nodig,omdat private investeerders er hoge winsten uit willen behalen?Daarnaast willen genoemde leden van de Staatssecretaris weten hoe zijervoor gaat zorgen dat de enveloppe ouderenzorg (600 miljoen euro/jaar2027–2029) daadwerkelijk ingezet gaat worden voor betere ouderenzorg.Hoe waarborgt zij dat deze behouden blijft voor onze ouderen en nietwordt leeggeroofd ten behoeve van bijvoorbeeld defensie?De Staatssecretaris geeft aan begin 2026 terug te komen op de resultatenvan de verkenning met het veld. Is de Staatssecretaris bereid de Kameruiterlijk een week voorafgaand aan de plenaire behandeling van debegroting van VWS de beantwoording op dit schriftelijk overleg te doentoekomen, inclusief een tussenstand van de resultaten van de verkenningmochten deze nog niet volledig zijn? Kan de Staatssecretaris daarbij ookaangeven welke keuzes nodig zijn om ervoor te zorgen dat deze voorzie-ningen tijdig en voldoende worden gerealiseerd, zodat ouderen die nutussen wal en schip dreigen te raken daadwerkelijk uitzicht krijgen op eenveilige en fijne woonplek?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de kabinetsreactie op het onderzoek over de herintroductie vanverzorgingshuizen. Zij hebben nog de volgende vragen en opmerkingen.1AD, 24 november 2025, (https://www.ad.nl/wonen/ouderen-wonen-in-gouden-kooi-onaantrekkelijk-om-te-verhuizen~a1077b02/)2Kamerstuk 36 600-XVI, nr. 61Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1677 De leden van de VVD-fractie lezen dat PwC uitgaat van een groep van56.385 ouderen die potentieel naar een geclusterde woning zoudenverhuizen. Kan de Staatssecretaris aangeven of zij de huidige woning-voorraad in staat acht om minstens een deel van deze groep onderdak tegeven. Mocht dit het geval zijn, blijft dan de noodzaak over om extrageclusterde woonvormen bij te bouwen?De leden van de VVD-fractie lezen ook dat de Raad van Ouderen heeftgeschat dat 200.000 woningen nodig zijn binnen geclusterdewoonvormen, terwijl PwC zoals benoemd berekend heeft dat een groepvan 56.385 ouderen potentieel naar een geclusterde woning zouverhuizen. Kan de Staatssecretaris aangeven waar dit verschil in zit? Welkcijfer acht zij het meest nauwkeurig en waarom?De leden van de VVD-fractie noteren dat er 2.799 tot 6.345 extra zorgver-leners nodig zullen zijn om de woonvormen zoals genoemd in hetPwC-rapport te bemensen. Kan de Staatssecretaris aangeven of zijmitigerende maatregelen voor zich ziet, die ervoor kunnen zorgen dat hetpersoneelstekort minder snel stijgt? Vindt zij een maatregel gerecht-vaardigd, als deze een dergelijk aantal extra zorgverleners vereist, terwijlhet tekort in 2034 al geraamd wordt op 265.600? Waarom wel, of waaromniet?De leden van de VVD-fractie lezen in het rapport van PwC dat onderouderen het gevoel heerst dat er geen privacy is in verzorgingshuizen.Aan de andere kant worden het sociale contact en de sociale omgevinggenoemd als positieve aspecten van verzorgingshuizen. De leden van deVVD-fractie vragen aan de Staatssecretaris hoe zij ervoor gaat zorgen datprivacy gewaarborgd wordt, terwijl tegelijkertijd het sociale contact inverzorgingshuizen kan blijven doorgaan.Ook observeren de leden van de VVD-fractie in het PwC-rapport dat ermeerkosten zijn in het realiseren van de woonvorm (16.426,37 euro inscenario 1, 23.645,07 euro in scenario 2). Dit rapport heeft in de bereke-ningen geen rekening gehouden met transformatie van bestaande bouwen noemt dit een beleidskeuze. Kan de Staatssecretaris aangeven aan deleden van de VVD-fractie, na samen met het veld te kijken naar demogelijkheden in de bestaande bouw, wat de totale meerkosten wordenen hoeveel er met bestaande bouw gewerkt kan worden?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van hetonderzoek naar de herintroductie van verzorgingshuizen en de reactie vanhet kabinet hierop. Zij hebben hier nog enkele vragen over.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de verkenning mede isingegeven door de forse toename van het aantal ouderen met dementiede komende jaren. Zou nader toegelicht kunnen worden hoe het aantalouderen met dementie zich heeft ontwikkeld in de afgelopen tien jaar?Zou tevens nader toegelicht kunnen worden hoe het aantal ouderen metdementie zich naar verwachting zal ontwikkelen in de komende tien jaar?Op welke wijze worden dementievriendelijke buurten gestimuleerd?Genoemde leden lezen daarnaast dat er wordt geconstateerd dat een deelvan de ouderen behoefte heeft aan zorg en ondersteuning in de buurt enextra gezelschap. Zij herkennen dit ook en ontvangen deze signalen ookvaak in hun gesprekken met ouderen en organisaties. Welke rol voorzietde Staatssecretaris voor zorgzame gemeenschappen en voorzorgcirkelsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1678 bij het voorzien in deze behoefte aan zorg en ondersteuning in de buurt enextra gezelschap? Welke rol ziet zij voor zichzelf bij deze zorgzamegemeenschappen en voorzorgcirkels?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in het onderzoek naar deherintroductie van verzorgingshuizen terug dat er geconstateerd wordtdat er wegens hervormingen in de langdurige zorg mogelijk een gat zouzijn ontstaan in het woon- en zorgaanbod voor wie een plek in hetverpleeghuis nog niet aan de orde is. Om welke specifieke hervormingengaat dit? Welke politieke keuzes liggen eventueel ten grondslag aan dezehervormingen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er gekozen is voor eenverkenning naar de herintroductie van verzorgingshuizen om het gat inhet woon- en zorgaanbod voor ouderen te overbruggen. Kan nadertoegelicht geworden, op basis van argumenten, welke afwegingen zijngemaakt voor de keuze voor verzorgingshuizen? Welke andere alterna-tieven zijn er naast verzorgingshuizen? Op welke wijze zouden verzor-gingshuizen eventueel gecombineerd kunnen worden met initiatievenomtrent intergenerationeel wonen, voorzorgcirkels en zorgzame gemeen-schappen?Welke maandelijkse kosten, waaronder bijvoorbeeld huur, zoudenbewoners van een verzorgingshuis hebben? In hoeverre draagt deherintroductie van verzorgingshuis eventueel bij aan de kloof tussenverschillende inkomensklassen?Welke concrete maatregelen zouden er eventueel genomen kunnenworden om erop toe te zien dat de mate van kwaliteit van wonen en zorgvoor ouderen niet gaan afhangen van hun inkomen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Staatssecretarisvoornemens is om het komende halfjaar te onderzoeken hoe de zorg enondersteuning voor de groeiende groep thuiswonende ouderen eruit zoukunnen zien. Zou er een concreet tijdspad aangeleverd kunnen worden,waarin ook inzichtelijk wordt gemaakt op welke momenten de Kamergeïnformeerd wordt?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie stellen het overigens op prijs datde Staatssecretaris aan de slag gaat met de motie-Kröger om in de visieop de ouderenzorg ook zorgzame buurten mee te nemen als alternatiefvoor verpleegplekken. Zij kijken ernaar uit om de resultaten te ontvangenvan de inventarisatie van de Staatssecretaris naar de stimuleringsmoge-lijkheden voor zorgzame gemeenschappen.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie maken graag gebruik van de mogelijkheidaanvullende en verduidelijkende vragen te stellen naar aanleiding van debrief van Staatssecretaris en het onderzoek door PwC naar de herintro-ductie van de verzorgingshuizen. Deze leden hebben de brief van destaatsecretaris gelezen en delen het uitgangspunt dat woonvormen tussenzelfstandig thuis en het verpleeghuis voor ouderen nodig zijn.Het onderzoek van PwC laat zien dat herintroductie van verzorgingshuizenleidt tot hogere zorguitgaven in de Wet langdurige zorg (Wlz), hogerewoonlasten voor ouderen, een verdere vergroting van het arbeidstekorten een aanzienlijke onrendabele top. Dit staat haaks op de bevindingenvan het rapport IBO Ouderenzorg «Niets doen is geen optie», waarin juistwordt benadrukt dat betaalbaarheid en beschikbaarheid van personeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1679 onder druk staan. Hoe beziet de staatsecretaris deze twee rapporten?Waarom denkt de Staatssecretaris dat de herintroductie van verzorgings-huizen, zoals omschreven in het rapport, een toekomstbestendige routeis? Denkt de staatsecretaris dat er voldoende personeel voor beschikbaaris? Waarom wel of waarom niet?Wordt in het vervolgonderzoek expliciet de variant uitgewerkt waarinwonen en zorg gescheiden zijn en waarin sociale binding, omzien naarelkaar en gemeenschappelijkheid de basis vormen? Hoe denkt destaatsecretaris dat samenredzaamheid vorm moet krijgen? De leden vande CDA-fractie zien nieuwe sociale woonvormen, waarin wonen en zorggescheiden zijn en ontmoeting en onderlinge hulp centraal staan. Dit is desleutel voor de toekomst van de ouderenzorg. Kan de Staatssecretarishierop reflecteren?Veel van de randvoorwaarden voor passende extramurale woonzorgcon-cepten liggen niet in de zorg, maar in het woondomein. Er wordtonvoldoende gebouwd dat geschikt is voor ouderen. Denk in dit geval aande onrendabele top bij de bouw, de financiering van gemeenschappelijkeruimten en de regels rond huurtoeslag die bepalend zijn voor debetaalbaarheid voor ouderen. Het is van belang dat de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) hierin nadrukkelijkeigenaarschap neemt. Het nationale bouw- en woonprogramma biedthiervoor een goede insteek, aangezien zorgwoningen daarin al explicietzijn opgenomen. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe de Minister en zijnministerie bij het vervolgonderzoek worden betrokken? Genoemde ledenvinden dat de slagingskans van zo zelfstandig mogelijk wonen en samenredzaam zijn ook afhankelijk is van de locatie waar de ouderenwoningenstaan. Is er een bushalte, zijn er winkels in de buurt en is de huisarts omde hoek? Neemt de staatsecretaris dit punt in de gesprekken met de VNGmee?Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben met veel interesse kennisgenomenvan het onderzoeksrapport over de herintroductie van verzorgingshuizen.Zij hebben hierover meerdere vragen.De leden van de JA21-fractie lezen in de Kamerbrief van de Staatssecre-taris dat zij van mening is dat niet dezelfde pakketten zorg en onder-steuning nodig zijn ten opzichte van vroegere verzorgingshuizen. Daarbijnoemt ze een aantal denkrichtingen, zoals minder arbeidskrachten,minder verzorgenden en meer werk vanuit opbouw- of welzijnswerkers.Kan de Staatssecretaris concreet maken hoe ze dit voor zich ziet – metname bezien vanuit de zorgkwaliteit die dan geleverd wordt? En heeft zeeen indicatie van wat dit eventueel zou opleveren ten opzichte van debudgettaire impact uit bijlage 6 van het PwC-rapport.De berekeningen van PwC laten duidelijk zien dat meer ouderen naar eenverzorgingshuis zouden willen verhuizen onder scenario 2 (zelfstandigappartement) dan onder scenario 1 (onzelfstandige kamer). Steunt deStaatssecretaris de wens van de ouderen om zich in te spannen voor hetrealiseren van scenario 2 ten opzichte van scenario 1?De leden van de JA21-fractie lezen in het onderzoeksrapport dat demeerkosten een onrendabele top hebben van respectievelijk 197,1 miljoeneuro (scenario 1) en 846,7 miljoen euro (scenario 2). In hoeverre zijn er(zorg)partijen bereid om zich aan deze onrendabele top te committeren?Wordt hier al onderzoek of een verkenning naar gedaan? Daarnaast zijn deleden van de JA21-fractie benieuwd of er andere keuzemogelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16710 bestaan om de om de kosten van de onrendabele top zoveel als mogelijkte mitigeren. Als deze er zijn, zien zij graag een overzicht hiervan van dezemogelijkheden inclusief de impact die het zou kunnen maken.De leden van de JA21-fractie lezen in het onderzoeksrapport dat in beidescenario’s het totaal personeelstekort in de (ouderen)zorg toeneemt. Inhoeverre zijn er mogelijkheden om een deel hiervan op te vangen doormiddel van soepelere regelgeving/bureaucratie in verzorgingshuizen en/ofde inzet van Artificiële Intelligentie (AI)? En is er een indicatie met hoeveelmedewerkers het tekort hiermee ingekrompen zou kunnen worden?De leden van de JA21-fractie lezen in het onderzoeksrapport dat PwC steltdat zij niet kunnen kwantificeren wat de verhouding is tussen de mogelijk-heden voor nieuwbouw versus mogelijkheden binnen bestaand vastgoed.Is de Staatssecretaris van plan, of is ze bezig, met het uitvoeren van eenonderzoek wat de verhouding is qua potentie voor verzorgingshuizentussen nieuwbouw en bestaand vastgoed? En als ze dit doet, zijn hier alcijfers van en zijn deze eventueel deelbaar?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsre-actie op het onderzoek naar de herintroductie van verzorgingshuizen. Zijhebben de volgende vragen aan de Staatssecretaris.Na jaren van afbouw van de ouderenzorg is er eindelijk beweging. Deleden van de BBB-fractie hebben zich vanaf het begin uitgesproken voorhet terugbrengen van verzorgingshuizen, niet als terugkeer naar hetverleden, maar als eigentijdse woonvorm voor ouderen die niet meerzelfstandig kunnen wonen, maar ook nog niet in aanmerking komen voorverpleeghuiszorg.De herintroductie van verzorgingshuizen is geen vrijblijvende verkenning,maar een noodzakelijke koerswijziging. De praktijk laat zien dat ouderenvereenzamen, mantelzorgers overbelast raken en de wijkverplegingtekortschiet. De behoefte aan beschutte woonvormen is groot, breedgedragen en urgent. Verzorgingshuizen kunnen bovendien bijdragen aanhet ontlasten van de wijkverpleging, doordat zorg geconcentreerd enefficiënter georganiseerd kan worden binnen een vaste woonomgeving,met minder reistijd en betere samenwerking tussen zorgverleners.Worden de nieuwe verzorgingshuizen gerealiseerd als zelfstandigenieuwbouwprojecten, of wordt ook gekeken naar integratie in bestaandebeschutte woonomgevingen zoals geclusterde ouderenwoningen,Thuisplusflats of herbestemde gebouwen? Hoe wordt hierin regionalemaatwerk en ruimtelijke spreiding geborgd? Kan de Staatssecretarisaangeven wanneer de eerste verzorgingshuizen nieuwe stijl daadwerkelijkworden gerealiseerd, en hoe voorkomt de Staatssecretaris dat dezekoerswijziging verzandt in verkenningen zonder concrete oplevering?In de begroting is een bedrag van 125 miljoen euro beschikbaar voor deontwikkeling van deze woonvorm, oplopend naar 470 miljoen euro vanaf2031. Kan de Staatssecretaris toelichten hoe deze middelen concreetworden ingezet? Wordt er onderscheid gemaakt tussen bouw enondersteuning van gemeenschapsvorming? Hoe wordt geborgd dat dezemiddelen ook terechtkomen bij kleinschalige initiatieven in dorpen enregio’s, en niet uitsluitend bij grote zorgorganisaties in stedelijkegebieden? Is bij de Staatssecretaris bekend hoeveel deze woonvormenkunnen bijdragen aan verlichting van de werkdruk en verbetering van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16711 continuïteit van de wijkzorg? En zo niet, is de Staatssecretaris bereid dit teonderzoeken?Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van dereactie op het onderzoek van PwC naar de herintroductie van verzorgings-tehuizen. Zij willen hierover graag een aantal vragen stellen.De leden van de SGP-fractie delen de zorg van de Staatssecretaris overhet ervaren «gat» tussen zorg en ondersteuning thuis en het verpleeghuisen vinden het goed dat er naar een passende oplossing hiervoor wordtgezocht. Ze kijken uit naar de verdere verkenning van de Staatssecretarisdie begin 2026 met de Kamer wordt gedeeld.De leden van de SGP-fractie zijn daarbij vooral benieuwd hoe deStaatssecretaris het voor elkaar wil krijgen om nieuwe woonvormen tecreëren zonder dat dit leidt tot een onevenredige druk op de toch aloverbelaste arbeidsmarkt in de zorg. Zij stelt in haar brief dat zij, tenopzichte van de berekening in het PwC-rapport, van mening is dat we nietdezelfde pakketten zorg en ondersteuning nodig hebben zoals we dievroeger in het verzorgingshuis hadden. Tegelijkertijd schept de«terugkeer» van het verzorgingstehuis wel bepaalde verwachtingen alshet gaat om de zorg en ondersteuning die daar dan geboden zou worden.Er is ook onder opbouw- en welzijnswerkers een groot personeelstekort.Kan de Staatssecretaris al meer duidelijkheid geven over hoe zij het risicoop het vergroten van het personeelstekort wil tegengaan? Wordtbijvoorbeeld onderzocht hoe het creëren van nieuwe en geclusterdewoonvormen wellicht ook bij kan dragen aan vermindering van hetpersoneelstekort? Bijvoorbeeld doordat verpleging en verzorgingefficiënter georganiseerd kan worden.De leden van de SGP-fractie hebben behoefte aan meer feitelijkeinformatie over vraag naar en aanbod van appartementen in verzorgings-tehuizen en nieuwe (geclusterde) woonvormen. Wat betekent de bouwvan nieuwe woonvormen bijvoorbeeld voor de vraag naar verzorgings-tehuizen? In hoeverre verdwijnt de vraag naar het verzorgingstehuis 2.0op het moment dat er steeds meer nieuwe woonvormen komen? Wordtbijvoorbeeld leegstand in verpleeghuizen en de opkomst van zorgzamegemeenschappen en nieuwe woonzorgvormen gemonitord? Zo nee,welke stappen zet de Staatssecretaris om deze gegevens meerjarig wel teverzamelen, zodat beleid en praktijk beter onderbouwd kunnen worden envraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar aansluiten?Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op hetonderzoek naar de herintroductie van de verzorgingshuizen. Zij zijn grootvoorstander van de terugkeer van de verzorgingshuizen, maar hebben weleen aantal vragen over de precieze invulling en de tijdslijn hiervan.De leden van de SP-fractie lezen dat het verzorgingshuis voor veelmensen minder betaalbaar zou zijn dan thuis blijven wonen. Dat vinden zijopmerkelijk, aangezien de zorg in een verzorgingshuis door de korterereistijd van zorgverleners efficiënter gegeven kan worden en mensenkleiner gaan wonen. Waarom wordt er niet gekeken naar de optie ommensen hun oude huurbedrag mee te laten nemen naar het verzor-gingshuis?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16712 De leden van de SP-fractie lezen ook dat de Staatssecretaris uitgaat vanhogere zorgkosten als mensen naar een verzorgingshuis verhuizen, danals zij thuis blijven wonen. Anderzijds stelt PwC in hun rapport dat uitonderzoek blijkt «dat de huidige zorginzet voor deze ouderen ontoe-reikend of niet passend is, en de doelgroep zelf geeft aan behoefte tehebben aan meer zorg en ondersteuning». Is deze toename van zorguit-gaven dan niet sowieso noodzakelijk en dus niet een gevolg van deterugkeer van de verzorgingshuizen? Sterker nog, zou deze zorg nietefficiënter en dus goedkoper kunnen worden geleverd wanneer ditgeclusterd plaatsvindt?De leden van de SP-fractie vragen daarnaast of er bij de verdere invullingvan de plannen voor de terugkeer van de verzorgingshuizen ook wordtgekeken naar het model van het zorgbuurthuis. Worden deze los van dittraject gestimuleerd of wordt dit als voorbeeld gebruikt voor de nieuweverzorgingshuizen?De leden van de SP-fractie vragen hoe het inmiddels staat met deuitvoering van de aangenomen motie-Dijk3 over een plan om in dekomende twee jaar in tenminste honderd buurten in leegstaande pandenin Nederland een zorgbuurthuis op te richten en met het amendement-Dobbe4 over het oprichten van een team dat actief ondersteunt bij hetopzetten van zorgbuurthuizen en vergelijkbare woonzorgvormen voorouderen.De leden van de SP-fractie lezen dat de personeelstekorten een probleemkunnen vormen bij de terugkeer van de verzorgingshuizen. Hoe staat hetnu met de wervingscampagne voor de zorg waar de Kamer via demotie-Dobbe5 toe heeft opgeroepen?De leden van de SP-fractie vragen ten slotte om een tijdspad voor debouw van de nieuwe verzorgingshuizen. Hoeveel hiervan zullen er in welkjaar worden gebouwd? Welke garanties kan de Staatssecretaris geven datdeze bouwdoelstellingen wel worden gehaald?Vragen en opmerkingen van de leden van de 50PLUS-fractieDe leden van de 50PLUS-fractie danken de Staatssecretaris voor deKamerbrief. Zij hebben nog wel enkele vragen hierbij.De leden van de 50PLUS-fractie ondersteunen het doel van de Staatsse-cretaris om een oplossing te vinden voor het gat tussen zorg en onder-steuning thuis en het verpleeghuis, en een nieuwe vorm van verzorgings-huizen. Zij delen de mening van de Staatssecretaris dat een gezelligewoonomgeving eenzaamheid voorkomt. Hoe denkt de Staatssecretaris ditte realiseren? Het is goed dat de Staatssecretaris denkt over meer inzetvan opbouwwerkers of welzijnswerkers, maar genoemde leden zienbijvoorbeeld bij zorgbuurthuis ’t Hageltje in Oss dat de gemeente voorkosten gesteld wordt vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning(Wmo) 2015, omdat zorgverzekeraars dit geen zorg vinden. Hoe ziet deStaatssecretaris dit? Zou een oplossing zoals in Den Bosch, waar jongerenwonen tussen senioren met een verplichting om een aantal dagdelen bijte dragen aan sociale activiteiten (dit wordt het butterfly effect genoemd),ook kunnen bijdragen?3Kamerstuk 36 800-IX, nr. 274Kamerstuk 36 725-XVI, nr. 75Kamerstuk 36 725-XVI, nr. 24Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16713 In Eindhoven en omstreken is de samenwerking tussen Wooninc en Vitaliseen goed voorbeeld hoe een en ander kan werken. Senioren hurenzelfstandig een appartement en op het moment dat de zorg zwaarderwordt, wordt de woning «omgeklapt» en wordt de zorgaanbieder dehuurder. Zo kan een senior blijven wonen in zijn eigen appartement, ookals hij of zij onder de Wlz komt te vallen. Dit geeft veel senioren rust; zehoeven niet te verhuizen als hun gezondheid ze in de steek laat. Zou diteen goede bijdrage kunnen leveren aan de uitdagingen waar wij voorstaan en kan de Staatssecretaris kijken of dit breder ingezet kan worden?Herkent de Staatssecretaris de wens van senioren om in hun vertrouwdeomgeving te blijven en het sociale netwerk en omgeving waar zij al jarenwonen te behouden? Zeker in kleinere gemeenschappen, wijken endorpen zijn flats geen oplossing, een kleinschalige zorgvoorziening metzelfstandige appartementen zoals buurtwonen of een zorgbuurthuis isdaar naar mening van deze leden meer passend. Hoe ziet de Staatssecre-taris dit?Zou een buurt niet meer gestimuleerd zijn om betrokken te zijn als zij ditals zeer geschikte toekomstige oplossing voor zichzelf zien? Is eenkleinschalige zorgvoorziening zoals hierboven genoemd niet juist eengoede aansluiting bij de pilots van de buurt als ecosysteem?De Staatssecretaris stelt op pagina 3 van de Kamerbrief: «Samen met deMinister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening verken ik met hetveld de mogelijkheid om de bouw van meer zorggeschikte woningenbinnen de woningbouwopgave te stimuleren en te versnellen.» Zou deStaatssecretaris dit nader willen toelichten? Wat is bijvoorbeeld de insteekvan VWS qua tijdsplanning? En wat is de insteek qua hoeveelheid extrazorggeschikte woningen?De leden van de 50PLUS-fractie zien goede ervaringen met buurtonder-steuners en voorzorgcirkels als eerste start om de buurt meer teverbinden. Zou de Staatssecretaris dit ook kunnen betrekken bij haaruitwerking?Genoemde leden zijn zeer enthousiast over het zorgbuurthuis en het reedsgenoemde Buurtwonen. Kan de Staatssecretaris inzichtelijk maken of enhoe deze financieel haalbaar te maken zijn voor gemeenten? Als er eenduidelijke financiële paragraaf is en duidelijkheid waar vanuit de financiëlebijdragen komen (Wmo, gemeente, welk deel zorgkantoor of zorgverze-keraar), helpt dit om meer kleinschalige zorgvoorzieningen gerealiseerd tekrijgen. Wat kan de Staatssecretaris hierin betekenen?Senioren Netwerk Nederland houdt bijeenkomsten onder de naam«Senioren zelf aan zet, Praat vandaag over morgen». Inmiddels hebben zijeen schat aan kennis en ervaring opgedaan, vanuit de ruim 17.000senioren die deze bijeenkomsten bijgewoond hebben. Van deze bijeen-komsten ging er één specifiek over woonwensen en woonopties. Is deStaatssecretaris bereid met het genoemde Netwerk over de opgedaneervaringen en resultaten van deze bijeenkomsten in gesprek te gaan en ditte betrekken bij haar onderzoek?Reactie van de MinisterMijn voorganger heeft in de brief van 17 september geconstateerd dat erwoonvormen nodig zijn voor mensen met beginnend regieverlies, waarbewoners zeker kunnen zijn dat er zorg en ondersteuning direct in denabijheid is en waar er toezicht in de nacht is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16714 Het kabinet is van mening dat er geen nieuwe pijler aan woonvormenhoeft te komen, maar dat het vooral gaat om het uitbreiden van bestaandewoonvormen. De zorg en ondersteuning kan plaats vinden inwoonvormen zoals het Zorgbuurthuis, de Langer Leven thuisflats en deThuisplusflats of nieuwbouw locaties met een zorg- en welzijnsteam. Dezewoonvormen sluiten qua fysieke bouweisen goed aan bij de huidige inzetop geclusterde zorggeschikte woningen. De zorgprofessionals zijn in dezewoonvormen minder dominant aanwezig en hebben een meer facilite-rende rol dan in woonvormen waarin alle bewoners een zorgvraaghebben zoals in een verzorgingshuis of verpleeghuis.Met het wegvallen van de enveloppe ouderenzorg is de specifiekefinanciering van deze plannen weggevallen. Het kabinet is aan hetonderzoeken of gemeenschapsvorming in woonvormen kan wordenbetrokken bij het aanvullend Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO).Over deze gemeenschapsvorming in woonvormen is uitgebreidgesproken met ActiZ, Aedes, VNG, ZN en de Seniorencoalitie.6 Omtegemoet te komen aan de onrendabele top van geclusterde zorgge-schikte woningen zijn t/m 2030 nog middelen beschikbaar vanuit destimuleringsregeling zorggeschikte woningen. Daarnaast zijn middelengereserveerd onder de realisatiestimulans bij de Minister van VRO.De leden van de D66-fractie maken zich zorgen om dit gebrek aanmaatschappelijk draagvlak voor verzorgingstehuizen en vragen ofde Staatssecretaris deze zorgen deelt en waarom zij er alsnogvoor kiest om de herintroductie van de verzorgingshuizen verderte onderzoeken. Ook vragen de leden hoe zij deze herintroductiedoor zou wensen te voeren zonder steun van veel van debetrokken organisaties.Het inzicht dat er geen nieuwe woonvormen hoeven te komen naast dewoonvormen voor ouderen waar al aan gewerkt wordt, sluit aan bij hetgedachtengoed van de partijen die betrokken zijn bij het ProgrammaWonen en Zorg voor Ouderen, zoals ook aan de orde is gekomen in debespreking van de kamerbrief in oktober 2025. Naar aanleiding van debespreking is het belang geconstateerd van gemeenschapsvorming inwoonvormen, zowel in nieuwbouw als bestaande bouw. Zoals in hetcoalitieakkoord is aangegeven bouwt het kabinet aan zorgzame wijken enbuurten door te investeren in de sociale cohesie. Het kabinet wil eenverschuiving bereiken van intramurale zorg naar investeren in zorgzamebuurten en gemeenschapsontwikkeling waardoor ouderen en mensenmet een beperking langer thuis kunnen wonen met passende onder-steuning.Het belang van gemeenschapsvorming wordt breed ondersteund en sluitook aan bij de brief aan de informateur, de heer Van Haersma Buma, vande samenwerkende woningcorporaties, institutionele beleggers, zorgin-stellingen in de ouderenzorg, zorgkantoren, gemeenten, AlzheimerNederland en ouderen. Ook recent hebben ActiZ, Aedes, AlzheimerNederland, ANBO-PCOB namens de Seniorencoalitie, Sociaal WerkNederland, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, ZorgverzekeraarsNederland en de Coalitie van Zorg naar Gewoon Leven u nog een brief6Omdat er geen moderne verzorgingshuizen als aparte woonvorm worden gebouwd, en meto.a. Actiz is gesproken over de gemeenschapsvorming wordt hiermee ook invulling gegevenaan de motie Joseph die vraagt om brancheorganisaties uit de wijkverpleging te betrekken bijverdere ontwikkeling van moderne verzorgingshuizen (Kamerstuk 23 235, nr. 253).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16715 gestuurd om te zorgen voor structurele financiering van zorgzamegemeenschappen voor ouderen.7De leden van de D66-fractie vernemen dat de Staatssecretariszowel de herintroductie van de verzorgingshuizen als demogelijke rol van zorgzame buurten in dit dossier onderzoekt. Zegeeft hierbij aan dat ze ook wil onderzoeken op welke wijzezorgzame gemeenschappen het beste gestimuleerd kunnenworden.De leden van de D66-fractie delen deze wens om het realiserenvan de zorgzame buurten meer prioriteit te geven. Dit sluit beteraan bij de wensen van senioren, en is ook realistischer met hetoog op de consequenties die het herintroduceren van verzor-gingshuizen zou hebben op de financiën en de arbeidsmarkt.De leden van de D66-fractie vragen de Staatssecretaris dan ookof zij het met deze leden eens is dat de focus niet moet liggen ophet heropbouwen van verzorgingshuizen, maar dat meer prioriteitmoet worden gegeven aan het versnellen van de ontwikkelingvan geclusterde woonvormen en zorgzame gemeenschappen,waar ouderen hun privacy en autonomie behouden.Ja. Daar ben ik het mee eens.De leden van de D66-fractie horen dat in de praktijk corporaties,gemeenten en zorgpartijen tegen verschillende obstakels aanlopen. Welke processen lopen er nu om die obstakels weg tenemen en is dat afdoende om de ontwikkeling van geclusterdewoonvormen en zorgzame gemeenschappen te realiseren in lijnmet de ambities van het kabinet? Het is belangrijk om bij de realisatievan geschikte woningen voor ouderen aandacht te hebben voor welkeknelpunten generiek van toepassing zijn op de bouw, zoals bijv. stikstof,bezwaarprocedures en netcongestie, en welke knelpunten specifiek t.a.v.deze opgave gelden. Om de woningbouw te versnellen heeft het kabinetde Taskforce Versnellen Woningbouw geïnstalleerd.Specifieke knelpunten worden geagendeerd in de landelijke StuurgroepWonen en Zorg en via het Aanjaagteam Wonen Welzijn en Zorg. Via deVoortgangsrapportages Ouderenhuisvesting informeer ik uw Kamersamen met de Minister van VRO regelmatig over onze aanpak van deknelpunten die specifiek voor deze opgave gelden. Om kennis te delenmet lokale partijen biedt het kennisinstituut Platform31 o.a. handrei-kingen, bijeenkomsten en webinars aan, heeft het Aanjaagteam regionaleondersteuning geboden bij de opgavebepaling en de slag naar uitvoeringen ondersteunt het expertteam huisvesting aandachtsgroepen detotstandkoming van woonzorgvisies. Alle vraagstukken met betrekking totde bouw kunnen ingediend worden op de landelijke versnellingstafelwoningbouw (LVW). De LVW heeft als doel om overheden (gemeenten enprovincies), woningcorporaties en woningmarktpartijen te ondersteunenbij het realiseren van de gemaakte bestuurlijke woningbouwafspraken.De leden van de D66-fractie constateren op basis van hetuitgevoerde PwC-onderzoek én cijfers van ANBO-PCOB datouderen een duidelijke voorkeur hebben voor zelfstandigewoonconcepten. Slechts acht procent van de thuiswonendeouderen wil verhuizen naar een verzorgingshuis.7https://anbo-pcob.nl/media/documents/20260518_Kamerbrief_zorgzame_woongemeenschappen_voor_ouderen.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16716 De leden van de D66-fractie vragen de Staatssecretaris uit teleggen waarom er in beleidstermen alsnog voortdurendgesproken wordt over de «herintroductie van het verzor-gingshuis», terwijl de doelgroep zelf vraagt om zelfstandigewoningen met zorg in de nabijheid. Hoe reflecteert zij op dezeeenduidige vraag vanuit senioren en wat betekent het gebrek aanmaatschappelijke steun voor de beoogde herintroductie van deverzorgingshuizen?In het regeerakkoord van het kabinet Schoof was aangekondigd om deterugkeer van het verzorgingshuis te onderzoeken. Deze term isgekoppeld aan woonvormen tussen thuis en een verpleeghuis, waarbij debeoogde woonvorm verzorgingshuizen relatief dichter tegen hetverpleeghuis aan zit. Zoals hierboven aangegeven gaat het vooral om hetuitbreiden van de woonvormen die reeds worden gebouwd en is daarmeede term verzorgingshuis niet nodig. Het kabinet geeft daarom de voorkeurom aan te sluiten bij de terminologie van de geclusterde zorggeschiktewoning, zoals die is geïntroduceerd in het Programma Wonen en Zorgvoor Ouderen. In de brief van 17 september had mijn voorgangsteroverigens reeds aangegeven dat voor haar het uitgangspunt is datwoonvormen zelfstandige appartementen hebben.De leden van de D66-fractie wijzen op het PwC-rapport waaruitblijkt dat de zorgkosten per oudere in de onderzochte scenario’smet 46 tot wel 124 procent stijgen. Ook blijkt uit hetPwC-rapport dat het aannemelijk is dat de zorginzet voor ouderenin verzorgingshuizen zal stijgen, daar zij een latente zorgbehoeftehebben. Hierbij wordt benoemd dat dit een kans biedt om delenvan de zorgbehoefte op alternatieve wijze in te vullen. Zij vragende Staatssecretaris welke andere alternatieve woonvormenworden onderzocht die wél betaalbaar blijven, door in te zettenop wat ouderen zelf nog kunnen, aansluitend bij de afsprakenover reablement uit het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO).De berekening in het PWC-rapport gaat uit van de kosten indien aan alleouderen uit de doelgroep een zorgzwaartepakket 2 en 3 zou wordenaangeboden.In mijn gesprekken met de veldpartijen wordt het beeld bevestigd dat meteen goede combinatie van de beschikbare welzijn-, ondersteunings- enzorgactiviteiten (zoals wijkverpleging) in de behoefte van ouderen kanworden voorzien. Daarbij wordt bij de verlening van de zorg aangeslotenbij de afspraken die zijn gemaakt in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg(HLO) en het Aanvullende zorg en welzijnsakkoord (AZWA). Dat wilzeggen, dat we niet meteen alle zorg en ondersteuning over nemen, maarmeer uitgaan van wat ouderen en hun omgeving nog zelf kunnen. Omtegemoet te komen aan de onrendabele top van dergelijke woningtypenzijn reeds middelen gereserveerd onder de realisatiestimulans bij deMinister van VRO.De leden van de D66-fractie constateren uit het PwC-rapport dathet verwachte personeelstekort in de sector zorg en welzijn in2034, bovenop het reeds voorspelde tekort van 265.600medewerkers, verder zal toenemen met 2.799 extra medewerkersin scenario 1 (onzelfstandige kamers) en met 6.345 extramedewerkers in scenario 2 (zelfstandige appartementen).De leden van de D66-fractie vragen de Staatssecretaris om eennadere toelichting of de inzet van verzorgingshuizen daadwer-kelijk haalbaar is gezien de huidige tekorten in de zorg en opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16717 welke wijze zij van plan is de toenemende zorgvraag bij deintroductie van verzorgingshuizen te mitigeren en zo beheersbaarte houden voor de toekomst.Het scenario van PwC ging uit van de situatie dat er zorg- en welzijnspak-ketten nodig zouden zijn die vergelijkbaar zouden zijn met de oude ZZP 2en ZZP 3 pakketten. In de brief van 17 september is reeds aangegeven datten opzichte van de berekening in het PwC-rapport dat niet dezelfdepakketten zorg en ondersteuning nodig zijn zoals we die vroeger in hetverzorgingshuis hadden. Ik vind het belangrijk om de zorg- en onder-steuning te laten aansluiten bij de afspraken die zijn gemaakt in hetHoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) en het Aanvullende zorg enwelzijnsakkoord (AZWA). Dat wil zeggen, dat we niet meteen alle zorg enondersteuning over nemen, maar meer uitgaan van wat ouderen en hunomgeving nog zelf kunnen. Dit sluit ook aan bij de afspraken overreablement zoals opgenomen in het HLO. Hiermee ga ik ook op zoek naareen invulling van de zorg en ondersteuning die relatief minder arbeids-krachten vraagt.Omdat het vooral gaat om het uitbreiden van de woonvormen die reedsworden gebouwd is het de vraag of de zorgvraag per saldo zal toenemen.PwC gaf hierover aan. «Door te werken volgens de traditioneleurennormen zou de zorginzet voor ouderen in verzorgingshuizenaanzienlijk toenemen, vergeleken met de ondersteuning die zij momenteelontvangen. De doelgroep heeft een latente zorgbehoefte, en het is dusook aannemelijk dat zij meer zorg en ondersteuning nodig hebben dan zijnu ontvangen. Dit biedt echter ook een kans om delen van de zorgbe-hoefte op alternatieve manieren in te vullen, en goede voorbeelden vanwerkwijzen die in de tussentijd ontwikkeld zijn integraal mee te nemen ineen «verzorgingshuis nieuwe stijl». Er zijn veel goede voorbeelden die deinzet van professionele zorg kunnen verlagen. Een lagere inzet vanprofessionele zorg dan nu verondersteld zou de budgettaire belastingverlagen en tevens invloed kunnen hebben op de verwachte tekorten opde arbeidsmarkt binnen de zorgsector.»8Met het inzetten op gemeenschapsvorming, en met het organiseren vanveel activiteiten door bewoners zelf zal minder zorg en ondersteuningnodig zijn ten opzichte van situatie dat er geen gemeenschapsvorming isin een woonvorm. Indien de woonvorm ook een buurtfunctie heeft, kan ditook voor de buurt gelden. Naast een efficiëntere manier van Zvw zorg enWmo ondersteuning te bieden, zal er ook minder personeel zijn inverpleeghuizen omdat minder mensen naar verpleeghuizen zullen gaan.Bovenal zal gelden dat de thuiszorg veel minder reistijd heeft als ergewerkt wordt met een preferente zorgaanbieder (zie ook het antwoord opde volgende vraag).De leden van de D66-fractie nemen kennis van de reactie van deStaatssecretaris op de gepresenteerde cijfers, waarin zij inzet opeen invulling met meer welzijnswerkers en reablement inverzorgingshuizen om de berekende extra vraag naar duizendenzorgmedewerkers te dempen. Echter, de leden vragen zich af ofdeze aanpak voldoende zal zijn om het totale personeelstekort inde sector, dat in 2034 wordt geraamd op 265.600, effectief aan tepakken. Bovendien stellen deze leden de vraag aan de Staatsse-cretaris of deze middelen en maatregelen (voor welzijn enreablement) op zichzelf niet beter ingezet kunnen worden terdirecte verlichting van de huidige personeelstekorten in de zorg.8PwC, Onderzoek naar de herintroductie van verzorgingshuizen, september 2025. (p.85/86).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16718 Met de inzet op gemeenschapsvorming en het verleiden van deze groepmet beginnend regieverlies om in een geclusterde woonvorm te gaanwonen verwacht ik juist dat er op termijn minder zorgmedewerkers nodigzijn. Ik verwacht om meerdere redenen dat de totale vraag naar zorg enwelzijn lager zal zijn:–Mensen kunnen in deze woonvorm vaak langer blijven wonen dan alsiemand ongeclusterd zelfstandig woont als de zorgvraag toeneemt,zeker als er een zorg- en welzijnsteam aanwezig is.–Het is voor partners van mensen met (beginnende) dementie beter volte houden en veel aantrekkelijker om bij de partner te blijven wonendan als iemand naar het verpleeghuis moet.–Iemand kan na een ziekenhuisbezoek soms niet meer naar huis gaanen gaat dan naar geriatrische revalidatiezorg of een verpleeghuis. Alsiemand al in een geclusterde zorggeschikte woning woont, is het vaaknog wel goed mogelijk om terug te keren naar de woning waar hetzorg- en welzijnsteam kan dan – soms met het oogje in het zeil vanmedebewoners – de benodigde zorg en welzijn kan geven.–Het vermindert de zorgvraag die voortkomt uit eenzaamheid.–Er is minder formele zorg nodig in de vorm van dagbesteding ofbegeleiding omdat ouderen zelf veel meer organiseren.–Het empoweren van de (mensen in de) gemeenschap zorgt daarbijvoor een betere mentale gezondheid en voor een lagere zorg- enwelzijnsvraag.–Als gewerkt wordt met een preferente zorgaanbieder en er voldoendemensen zijn met een zorgvraag in de woonvorm zullen zorgverlenersook aanzienlijk minder reistijd hebben.Ook zal de woonvorm in veel gevallen een buurtfunctie hebben, zodat ookvoor de mensen in de buurt minder zorg en ondersteuning nodig is. Loshiervan wordt ook in de zorg ingezet op reablement. Ook dat is makke-lijker vorm te geven in een geclusterde zorggeschikte woning dan in eenwoning waar bijvoorbeeld drempels aanwezig zijn of die niet geschikt isvoor het plaatsen van hulpmiddelen (bijv. in de badkamer). Om het totaletekort aan zorgmedewerkers te verhelpen zijn meer maatregelen nodig;het inzetten op gemeenschapsvorming kan daar wel aan bijdragen.De leden van de D66-fractie merken daarnaast op dat van deouderen die openstaan voor verhuizen, volgens ANBO-PCOBnegentig procent de voorkeur geeft aan een zelfstandig appar-tement met eigen voordeursleutel en zorg op afroep, boven eenkamer in een verzorgingshuis. Zij vragen of de Staatssecretarisbereid is de beleidsfocus te verleggen van «verzorgingshuizen»naar woonvormen waarin wel aan de wens van ouderen kanworden voorzien.Ja, dat ben ik. Zoals ik al eerder aangaf gaat het vooral om het uitbreidenvan de woonvormen die reeds worden gebouwd. In de brief van17 september is reeds aangegeven dat het uitgangspunt is datwoonvormen uit zelfstandige woningen bestaan. De reeds geformuleerdebouweisen bij een zorggeschikte woning sluiten aan bij de behoefte vande doelgroep voor verzorgingshuizen. Met deze bouweisen kunnen allerleiinnovatieve woonconcepten voor ouderen worden gerealiseerd.De leden van de D66-fractie zijn verheugd dat de Staatssecretariserkent en inziet dat de behoeften van de huidige en toekomstigegeneraties senioren niet overeenkomen met wat het verzor-gingshuis van vroeger kan bieden. Zij vragen de Staatssecretarisof het, om verwarring en valse verwachtingen te voorkomen, nietbeter is om definitief afscheid te nemen van de term «herintro-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16719 ductie verzorgingshuis» en de aandacht, middelen en inzet teverleggen naar innovatieve woonconcepten voor senioren.Het verzorgingshuis is een term die is gekoppeld aan woonvormen tussenthuis en een verpleeghuis, waarbij veel mensen het verzorgingshuisassociëren met een woonvorm waar de zorg voorop staat. En daarmee opde schaal van zelfstandig thuis tot verpleeghuis, relatief dicht bij hetverpleeghuis staat. Het heeft mijn voorkeur om aan te sluiten bij determinologie van de geclusterde zorggeschikte woning, zoals die isgeïntroduceerd in het Programma Wonen en Zorg voor Ouderen.De leden van de D66-fractie signaleren de grote behoefte aanaantrekkelijke ontmoetingsruimtes waar senioren elkaar kunnentreffen ter bevordering van de samenredzaamheid. Echter, zijhoren ook dat veel van dit soort waardevolle initiatievenstagneren vanwege uitdagingen in de financiering en exploitatie.Daarom vragen genoemde leden de Staatssecretaris om teonderzoeken en toe te lichten welke verschillende financierings-en exploitatiemogelijkheden zij ziet voor dergelijke initiatieven.Hierbij vragen zij specifiek aandacht voor een samenwerkings-model met cruciale partners zoals gemeenten, zorgkantoren enverzekeraars, en willen zij weten welke concrete stappen deregering kan zetten om deze samenwerking te faciliteren en deinitiatieven vlot te trekken.Ik ben aan het onderzoeken of ik de bevordering van gemeenschaps-vorming kan laten meelopen in het aanvullend HLO-akkoord.De leden van de D66-fractie nemen kennis van de in hetPwC-rapport becijferde uitkomsten, waaronder de kostenstijgingvan 535,7 miljoen euro per jaar in 2040, de cumulatieve onren-dabele top van 846,7 miljoen euro, én de benodigde 6.345 extravoltijds zorgmedewerkers in 2034.Deze leden vragen de Staatssecretaris om een toelichting op dewijze waarop zij de kosten en de benodigde capaciteit van ditgeschetste scenario doelmatig en effectief acht, gelet op dehuidige en toekomstige uitdagingen, zoals de personeelstekortenen de dubbele vergrijzing.De berekening van de zorgkosten in het PWC-rapport gaat uit van dekosten indien aan alle ouderen uit de doelgroep een zorgzwaartepakket 2en 3 zou worden aangeboden. Mijn verwachting is dat met een goedecombinatie van de beschikbare welzijn-, ondersteunings- en zorgactivi-teiten (zoals wijkverpleging) in de behoefte van ouderen kan wordenvoorzien en daarmee de door PwC berekende extra zorgkosten (en inzetvan zorgprofessionals) zich in veel mindere mate zullen voordoen.Daarnaast houdt PwC rekening met een toename naar de vraag naarzorggeschikte geclusterde woningen van ouderen. Dit wordt onderdeelvan de woondealafspraken die door het Ministerie van Volkshuisvestingen Ruimtelijke Ordening (VRO) met de provincies en de gemeentenworden gemaakt. Onderzoek wijst uit dat de realisatie van deze woningen(via nieuwbouw of transformatie) extra kosten met zich brengt.9 Met VRObreng ik momenteel in kaart welke financiële inzet vanuit het Rijk nodig en9KPMG, 2022, https://open.overheid.nl/documenten/ronlc04be9d3ec51062bff977cea54bba37b89e55408/pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16720 mogelijk is om de realisatie van deze woningtypen financieel ook na 2030haalbaar te maken.Ook vernemen de leden van de D66-fractie graag of de Staatsse-cretaris breder kijkt naar alternatieve beleidsscenario’s die eenmogelijk positiever effect kunnen hebben op zowel de financiëlehoudbaarheid als de personele inzetbaarheid.Zoals hierboven aangegeven wordt reeds op een alternatieve wijzegekeken om de ouderen met beginnend regieverlies passend tehuisvesten. Doordat daarmee vooral een uitbreiding van de bestaandewoonvormen nodig is en daarbij inzet op gemeenschapsvorming, biedtdit meer mogelijkheden dat bewoners veel meer zelf organiseren aanactiviteiten waardoor minder zorg en ondersteuning door formele zorg- enwelzijnsverleners nodig is. Hiermee is er ook een positiever effect op definanciële houdbaarheid en personele inzetbaarheid.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de reactie van de Staatssecretaris op het onderzoek naar de herintro-ductie van verzorgingshuizen. Zij hebben daarover nog enkele vragen enopmerkingen.In het onderzoek van PwC wordt gewerkt met twee scenario’s. Inhet eerste met onzelfstandige kamers en in het tweede metzelfstandige appartementen. Kan de Staatssecretaris toelichtenwaarom in haar brief vooral wordt voortgeborduurd op hetscenario met zelfstandige appartementen? Betekent dit datvarianten met meer onzelfstandige, klassieke verzorgingshuis-achtige woonvormen voor haar al zijn afgevallen?Ja dat klopt. De rapporten van de Raad van Ouderen en de peiling vanANBO-PCOB gaven duidelijk de voorkeur aan van zelfstandige woningen.Hiermee kan een veel grotere groep mensen worden verleid om tijdig teverhuizen naar een geclusterde woonvorm. In de huidige woonvormendie nu gebouwd worden, wordt ook uitgegaan van zelfstandige wonen ineen geclusterde woonvorm. Ik ga daarom uit van een grotere groep diewil verhuizen.In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de zorginzet in denieuwe woonvorm hoger is dan in de huidige thuissituatie, omdatde huidige zorg voor deze groep ouderen vaak ontoereikend is.De Staatssecretaris geeft tegelijk aan dat volgens haar nietdezelfde pakketten zorg en ondersteuning nodig zijn als vroegerin het verzorgingshuis. Genoemde leden zouden dit graag nadertoegelicht willen zien. Kan de staatsecretaris dit nog duidelijkerspecificeren? De Staatssecretaris schrijft dat zij de zorg- enondersteuning in een modern verzorgingshuis wil laten aansluitenbij de ingezette lijn, om meer uit te gaan van wat ouderen en hunomgeving nog zelf kunnen en van reablement. Kan de Staatsse-cretaris enkele voorbeelden noemen van initiatieven waar ditmomenteel optimaal functioneert? Wat betekent «meer uitgaanvan wat ouderen en hun omgeving nog zelf kunnen» concreetvoor de feitelijke zorginzet per dag en per etmaal voor dezespecifieke, kwetsbare groep?De berekening in het PWC-rapport gaat uit van de kosten indien aan alleouderen uit de doelgroep een zorgzwaartepakket 2 en 3 zou wordenaangeboden. Ik vind het belangrijk dat we niet meteen alle zorg enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16721 ondersteuning over nemen, maar meer uitgaan van wat ouderen en hunomgeving nog zelf kunnen. Dit sluit ook aan bij de afspraken overreablement zoals opgenomen in het HLO. Hiermee ga ik ook op zoek naareen invulling van de zorg en ondersteuning die relatief minder arbeids-krachten vraagt. Of een invulling die minder uitgaat van de inzet vanverzorgenden, waar juist het grootste tekort op de arbeidsmarkt is, enmeer van opbouw- op welzijnswerkers. Een goed voorbeeld in deze isZorgorganisatie de Zorgboog in Brabant die door een combinatie vanzorg- en welzijnsteams de zorgvraag van ouderen sterk heeft beperkt.Daarnaast zijn er goede voorbeelden te vinden in het door ZonMwuitgevoerde programma over reablement. Als onderdeel van ditprogramma, is er door de Universiteit Maastricht en zorgorganisaties diebezig zijn met toepassing van reablement een beleidsbrief opgesteld.10Hierin worden de volgende resultaten uitgelicht:•In de regio West- en Midden-Brabant hebben ruim 1000 cliëntendeelgenomen aan het Langer Actief Thuis programma, waarvan ruimde helft na afronding van het programma weer zelfstandig was enbijna een kwart van de cliënten minder zorg nodig had.•In pilotstudies bij Mijzo, Cicero en Samen zijn significante en klinischrelevante verbeteringen zichtbaar met betrekking tot de doelen diedoor cliënten gesteld zijn.•Uit een gerandomiseerde studie blijkt dat zorgprofessionals diegetraind zijn in het gedachtegoed van reablement hun cliënten meerstimuleren om actief te participeren in dagelijkse activiteiten dan nietgetrainde zorgprofessionals, met blijvende effecten na 3 maanden.•Verpleeghuisbewoners die op een afdeling woonden waar hetZELF-programma geïmplementeerd werd, maakten gedurende eenperiode van 6 maanden € 584 minder kosten dan verpleeghuisbewo-ners in de controlegroep; er is een hoge kans op kosteneffectiviteit.•Gemeente Kerkrade, MeanderGroep en drie andere aanbieders Hulpbij het Huishouden toonden aan dat reablement bij 393 cliënten leiddetot 17% minder huishoudelijke ondersteuning én hogere klanttevre-denheid.•Cliënten die meedoen aan een reablement programma ervaren meerzelfstandigheid, geluk en regie. Daarnaast wordt de mantelzorger deelsontlast en ervaart de professional meer werkplezier.De Staatssecretaris geeft aan te zoeken naar een invulling dierelatief minder arbeidskrachten vraagt en minder inzet vanverzorgenden, door meer in te zetten op welzijnswerkers. Kan deStaatssecretaris concreet toelichten welke taken volgens haardoor welke type professional kunnen worden overgenomen, enwaar volgens haar de grens ligt omwille van kwaliteit enveiligheid van zorg? Hoe worden de Inspectie Gezondheidszorgen Jeugd (IGJ) en andere toezichthouders hierbij betrokken? Hoewordt voorkomen dat complexe zorgvragen van ouderen terecht-komen bij medewerkers zonder de vereiste verpleegkundige ofverzorgende kwalificaties? Welke minimumvereisten stelt deStaatssecretaris aan de aanwezigheid van welzijnswerkers? Enaan gediplomeerde verzorgenden en verpleegkundigen? Hoeverhouden zich de aantallen tussen deze functieprofielen tenopzichte van verschillende hoeveelheden ouderen?In Nederland werken ruim 1,6 miljoen mensen in zorg en welzijn. Deuitoefening van de individuele gezondheidszorg is in principe vrij vooriedereen. Het is belangrijk om alleen die beroepen wettelijk te regulerenwaarvoor dat vanuit patiëntveiligheid nodig is.10https://www.zonmw.nl/sites/zonmw/files/2025-11/Reablement-beleidsbrief.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16722 De zorg voor deze mensen bestaat voor een belangrijk deel vooral uit hulpbij het zelfstandig wonen. Dit kan gaan om het onderhouden van relaties,het doen van de boodschappen, het contact met instanties, het beheervan financiën en het hebben van leuke activiteiten of een goede dagbe-steding. De partner en kinderen kunnen hierbij helpen, en in eenwoonvorm waarin een sterke gemeenschap is kunnen veel activiteitenworden georganiseerd en kleine klusjes voor elkaar worden gedaan.Als het gaat om wijkverpleging is dat niet anders dan de zorg die nu bijmensen thuis wordt geleverd. De kwaliteit zal eerder omhoog gaan alsgewerkt kan worden met een preferente zorgaanbieder en er als gevolgdaarvan een zorgteam in een woonvorm aanwezig is. In dat geval zal zonodig sneller kunnen worden gereageerd in acute situaties. Als het gaatom de gemeenschapsvorming komen meerdere beroepen in aanmerking.Dit kan iemand uit het welzijn zijn, maar ook iemand die juist uit de horecakomt of ervaring heeft met het organiseren van evenementen. Alsgewenst is om een verbinding met de buurt te maken, kan een opbouw-werker daarbij aan de orde zijn.Voor de volledigheid geef ik hierbij ook aan hoe de veiligheid bij dezorgverlening verder is geborgd.Wie welke taken uitvoert en om te garanderen dat de kwaliteit enpatiëntveiligheid van zorg is geborgd is enerzijds op grond van de Wetkwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) aan de zorgaanbieder enanderzijds in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuelegezondheidszorg (BIG) aan de individuele BIG geregistreerde zorgmede-werker. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet als toezicht-houder toe op de kwaliteit en veiligheid van de zorg en jeugdhulp.Op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) zijnzorgaanbieders te allen tijde eindverantwoordelijk voor het leveren vangoede zorg. Zorgaanbieders dragen de verantwoordelijkheid om tecontroleren of de zorgverlener geschikt is om de zorg te verlenen en zichervan te vergewissen dat zij over de juiste kwalificaties beschikken. Ditbetekent dat iemand op grond van de Wkkgz bepaalde zorgtaken maguitvoeren als die persoon de nodige kennis en vaardigheden bezit, in staatis deze handelingen veilig en verantwoord uit te voeren en het (arbeids-)verleden niet in de weg staat aan het verlenen van die zorg.De Wet BIG heeft tot doel om de kwaliteit van zorgverleners te bevorderenen de patiëntveiligheid te bewaken. Rond 385.000 zorgmedewerkerswerken in een gereguleerd BIG beroep en zijn ingeschreven in hetBIG-register. Omdat de uitoefening van de individuele gezondheidszorg inprincipe vrij is voor iedereen, hoeven niet alle beroepen en handelingen inde zorg wettelijk te worden gereguleerd. Zoals in de Kamerbrieven van26 juni 2023 en 12 november 202411 aangegeven biedt de Wet BIG nu alveel flexibiliteit voor de arbeidsmarkt en ruimte om voorbehoudenhandelingen te laten verrichten door niet BIG-geregistreerde zorgver-leners.12 Voorbehouden handelingen zijn handelingen die een aanmer-kelijk risico voor de patiënt kunnen opleveren als zij door ondeskundigenworden uitgevoerd. In de Wet BIG zijn veertien voorbehouden hande-lingen opgenomen. Deze handelingen mogen niet zelfstandig door eenniet BIG-geregistreerde zorgverlener worden uitgevoerd.11Kamerstukken II 2022/2023, 29 282, nr. 522 en Kamerstukken II 2024/25, 29 282, nr. 583.12Artikelen 35 en 38 van de Wet BIG.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16723 Voorbehouden handelingen mogen uitgevoerd worden in opdracht vaneen zelfstandig bevoegde BIG-geregistreerde zorgverlener, de «opdracht-gever», zoals bijvoorbeeld een arts. De zorgverlener die de handeling inopdracht gaat uitvoeren, de «opdrachtnemer», moet dan wel bekwaamzijn. Ook moet toezicht en tussenkomst van een zelfstandig bevoegdeBIG-geregistreerde zorgverlener mogelijk zijn. Een zorgverlener isbekwaam als deze op het moment van uitvoering over de benodigdekennis en ervaring beschikt. Dit is de verantwoordelijkheid van deBIG-geregistreerde opdrachtgever en diegene die de handeling uitvoert,de opdrachtnemer. Samen met diverse veldpartijen13 is voorlichtingontwikkeld over de mogelijkheden van deze opdrachtverlening via de WetBIG. Deze opdrachtregeling zorgt uiteindelijk voor meer flexibiliteit op dearbeidsmarkt en draagt het bij aan het beter benutten van ieders talent. Deinformatie is verspreid onder de doelgroep en te vinden op de site van deRijksoverheid.14Daarnaast is door de organisaties betrokken bij de ondersteuning en zorgvoor ouderen het Generiek kompas «Samen werken aan kwaliteit vanbestaan» (hierna het Kompas) opgesteld. Het Kompas gaat over kwaliteitvan bestaan van mensen met een zorgvraag thuis, in de wijk of in hetverpleeghuis. Onder de reikwijdte van het Kompas valt zorg voor eendiverse groep mensen met verschillende zorgvragen met verschillendezorgzwaartes. Het Kompas laat de bouwstenen zien die nodig zijn om dekwaliteit van bestaan te versterken. Het is gericht op de mens met eenzorgvraag en op de kracht die al dan niet in de eigen en de lokaleomgeving aanwezig is. Vervolgens worden handvatten gegeven hoeprofessionals hierop kunnen aansluiten en wat zij hiervoor nodig hebbenen hoe technologie dit kan versterken.Op welke manier investeert de Staatssecretaris in het behoud enaantrekken van verzorgenden?Het aanpakken van de personeelstekorten in zorg en welzijn heeft groteprioriteit voor dit kabinet. Samen met de Minister van VWS geef ik met deafspraken uit het AZWA en HLO invulling aan het arbeidsmarktbeleid in desector. Als het specifiek gaat om behoud en aantrekken van personeel,dan ligt de primaire verantwoordelijkheid bij werkgevers. Het kabinetondersteunt hen hierbij, bijvoorbeeld door goede voorbeelden en kennisover het terugdringen van verzuim en verloop te delen. De afspraken diein het AZWA en HLO zijn gemaakt om de tekorten terug te dringen, dragendaarnaast ook bij aan het behouden en aantrekken van specifiekeberoepsgroepen zoals verzorgenden. Zo zijn er afspraken gemaakt overhet meer, beter en sneller opleiden en ontwikkelen van professionals. Defocus ligt hierbij op tekortberoepen, zoals de verzorgende IG, en sectorenbuiten het ziekenhuis. In 2027 is hiervoor € 83 miljoen beschikbaar,oplopend tot € 129 miljoen voor 2028 en € 185 miljoen per 2029. Ookzullen bestaande loopbaaninstrumenten die bijdragen aan de instroom,doorstroom en behoud van medewerkers geïntegreerd voortgezet wordenmet de introductie van het nieuwe loopbaanplatform Zowi en hebbenpartijen afgesproken om te blijven werken aan een lerende cultuur waarinzeggenschap een centrale plek krijgt. Met deze investeringen zorgen we er13Actiz, Regioplus, V&VN, Groep 34, Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevorderingder Geneeskunst (KNMG), Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering derTandheelkunde (KNMT), Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM), NederlandseVereniging voor Psychiatrie (NVvP), Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiothe-rapie (KNGF), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)en het CIBG.14Infographic opdrachtregeling Wet BIG – algemeen | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16724 samen met partijen in het veld voor dat het aantrekkelijk is en blijft om tewerken in zorg en welzijn.Verzorgenden en de verzorgenden I.G zijn essentieel om de zorgin de eerste lijn overeind te houden. Juist hier is er nog steedsgeen antwoord op de loonkloof, het bekende «buikje». Is deStaatssecretaris nog bereid of bezig om hier een antwoord op tehebben? Zo nee, waarom niet?Uit onderzoek van SEO uit 2023 blijkt dat het gemiddelde uurloon vanzorgmedewerkers redelijk vergelijkbaar is met de vergelijkbaremedewerkers in de marktsector. Wel verschilt de marktconformiteit vanhet salaris tussen verschillende zorgbranches en ook tussen verschillendegroepen binnen dezelfde branche. Uit ditzelfde onderzoek blijkt datverzorgenden ongeveer hetzelfde uurloon verdienen als vergelijkbarepersonen uit andere sectoren. Op basis van een vergelijking vancao-lonen door AWVN blijkt dat de beloning in het midden van hetloongebouw van een aantal cao’s binnen de zorg achterblijft ten opzichtevan de markt en de rest van de publieke sector. Voor verzorgenden is ditverschil echter beperkt, waarbij het precieze verschil afhankelijk is van deinschaling binnen de cao en de cao waaronder zij vallen. In zijnalgemeenheid kan ik bovendien aangeven dat het kabinet geen ruimte zietom boven op de jaarlijkse overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwik-keling die dit kabinet al beschikbaar stelt, nog extra middelen vrij temaken.Tot slot wil ik erop wijzen dat er binnen de sector zorg en welzijn geen ofslechts in zeer beperkte mate een relatie lijkt te zijn tussen enerzijds demarktconformiteit van het salaris binnen branches en anderzijds depersoneelstekorten binnen die branches. Zo hebben de umc’s – waar hetsalaris ruim boven marktconform ligt – in ongeveer dezelfde mate temaken met personeelstekorten als de andere branches binnen zorg enwelzijn. Dit is aanleiding om te vermoeden dat het beschikbaar stellen vanextra middelen voor hogere lonen in de zorg geen (kosten-)effectievemaatregel is, als het gaat om het oplossen van de arbeidsmarkttekortenbinnen zorg en welzijn.In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de extra zorg enondersteuning leidt tot een extra arbeidsvraag van enkeleduizenden medewerkers, bovenop de al verwachte grote tekortenin zorg en welzijn, en in het bijzonder de ouderenzorg. Genoemdeleden willen graag specifieker weten hoe PwC aan de getallen isgekomen voor wat betreft de impact op het verwachtte arbeids-markttekort. Hoe komt men tot deze cijfers? Hoe kijkt deStaatssecretaris aan tegen deze aanvullende arbeidsvraag, zoalsgeschetst in het onderzoek van PwC?PwC heeft gekeken naar de zorg- en ondersteuning die mensen kregen bijeen zorgzwaartepakket VV2 en VV3. Daarbij is dit vergeleken met de zorgdie deze mensen nu in de thuissituatie krijgen. Ook is gekeken naar deverminderde zorg in bijvoorbeeld het ziekenhuis. De extra benodigdearbeidskrachten is een saldo van deze verschillende onderdelen.Ten opzichte van de berekening in het PwC-rapport ben ik van mening datwe niet dezelfde pakketten zorg en ondersteuning nodig hebben zoals wedie vroeger in het verzorgingshuis hadden. Ik vind het belangrijk om dezorg- en ondersteuning in het eventuele moderne verzorgingshuis te latenaansluiten bij de afspraken die zijn gemaakt in het HoofdlijnenakkoordOuderenzorg (HLO) en het Aanvullende zorg en welzijnsakkoord (AZWA).Dat wil zeggen, dat we niet meteen alle zorg en ondersteuning overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16725 nemen, maar meer uitgaan van wat ouderen en hun omgeving nog zelfkunnen. Ook PwC geeft in de reflectie aan dat er mogelijkheden zijn om dezorg en ondersteuning op een andere manier te verlenen. Daarbij werdtoen nog uitgegaan van woonvormen waar alleen mensen met eenzorgvraag bij elkaar wonen. Uitbreiding van de bestaande woonvormenen daarbij inzet op gemeenschapsvorming, biedt daarbij meer mogelijk-heden dat bewoners veel meer zelf organiseren aan activiteiten. Hierdooris minder zorg en ondersteuning door formele zorg- en welzijnsverlenersnodig.Welke concrete maatregelen neemt zij om ervoor te zorgen datdit in de praktijk niet neerkomt op «lichtere» zorgpakkettenomdat het benodigde personeel simpelweg niet beschikbaar is?De Staatssecretaris benadrukt het belang van «levende gemeen-schappen», gemeenschappelijke activiteiten en het betrekkenvan de buurt, onder meer in het kader van zorgzame buurten. Hoevoorkomt de Staatssecretaris dat het concept «zorgzame buurt»in de praktijk vooral leidt tot het verminderen van professionelezorg, terwijl de zorgvraag van bewoners onverminderd hoogblijft?De zorg voor deze mensen bestaat voor een belangrijk deel vooral uit hulpbij het zelfstandig wonen. Dit kan gaan om het onderhouden van relaties,het doen van de boodschappen, het contact met instanties, het beheervan financiën en het hebben van leuke activiteiten of een goede dagbe-steding. De partner en kinderen kunnen hierbij helpen, en in eenwoonvorm waarin een sterke gemeenschap is kunnen veel activiteitenworden georganiseerd en kleine klusjes voor elkaar worden gedaan.Hulp bij bijvoorbeeld het wassen en aankleden zal niet veranderen en zalhooguit makkelijker te faciliteren zijn als er een preferent zorgteamaanwezig is in een woonvorm. Welzijn zal wel meer door niet professi-onals worden georganiseerd. Dit zie ik niet als een verschraling maarvooral als een kans. Het organiseren van een gezamenlijke maaltijd dooreen kookclub of biljarten door een medebewoner zorgt ervoor dat detalenten van mensen benut blijven, mensen actief blijven en kan juistvoldoening bieden.Op welke wijze wordt inzichtelijk gemaakt welk deel van debenodigde ondersteuning daadwerkelijk door professionals wordtgeleverd en welk deel door vrijwilligers en mantelzorgers?Ik vind het onwenselijk om dit in beeld te brengen. Dit zou een hele groteadministratieve last betekenen voor de zorgverleners.In het onderzoek wordt ook gewezen op mogelijke besparingen,bijvoorbeeld door minder ziekenhuiszorg en geriatrische revalida-tiezorg. Kan de Staatssecretaris uiteenzetten in hoeverre zij bij deverdere uitwerking rekening houdt met deze potentiële bespa-ringen? Genoemde leden zien deze besparingen graag systema-tisch in kaart worden gebracht.In figuur 27 op pagina 55 van het rapport heeft PwC de besparingen vaneen verzorgingshuis op een systematische manier in kaart gebracht.Daarin wordt voor o.a. voor de medisch specialistische zorg, de zieken-huiszorg, geriatrische revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf aangegeven dat ereen besparing is als mensen in een verzorgingshuis zitten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16726 Uitgaande van het scenario met zelfstandige appartementen,blijkt er behoefte aan circa 20.000 extra zorggeschikte woningentot en met 2030, die binnen de bestaande opgave van 290.000ouderenwoningen worden ingepast. Hoe wordt geborgd dat juistde meest kwetsbare ouderen daadwerkelijk als eerste profiterenvan deze nieuwe zorggeschikte woningen? Hoe verhoudt debeoogde verschuiving in de bouwopgave zich tot de signalen datde bestaande ouderenhuisvestingsopgave al moeilijk haalbaar is?De woningtypen wijken qua bouweisen niet af van de zelfstandigegeclusterde zorggeschikte woningen die reeds in de bouwprogrammeringzitten. Hierdoor is er geen sprake van extra eisen ten opzichte van dehuidige woningtypen voor ouderen. Gezien de doorlooptijd van bouwpro-jecten, zou deze extra opgave aan geclusterde zorggeschikte woningenverwerkt moeten worden in de bouwopgave vanaf 2030. Hiermeevoorkomen we ook dat de huidige programmering van deze woningtypen(die loopt tot en met 2030) extra vertraging oploopt doordat deze extrakwantitatieve opgave erin verwerkt zou moeten worden. U stelt terechtdat ook het halen van de huidige opgave tot en met 2030 uitdagend is.Om die reden kijk ik samen met de Minister van VRO ook wat er in debestaande bouw en in de bestaande wooncomplexen voor ouderenmogelijk is om de zorg en ondersteuning toe te voegen die nodig is voorde groep die het onderzoek van PwC geïdentificeerd heeft. Gemeenten,zorgaanbieders en corporaties hebben de benodigde instrumenten omdeze woningen toe te wijzen aan personen die dat nodig hebben enkunnen zo nodig afspraken maken over de toewijzing van deze specifiekegroep, al dan niet in afstemming met zorgaanbieders. Corporaties moetenzich houden aan wet- en regelgeving bij het toewijzen van de woning, watervoor zorgt dat huishoudens met een laag inkomen in aanmerkingkomen voor een sociale huurwoning en de huurprijs in verhouding staattot de hoogte van het inkomen. Om de woningbouw te versnellen is hetkabinet de Taskforce Versnellen Woningbouw gestart.Verwacht de Staatssecretaris dat het toevoegen van extra eisen(zorggeschikt, geclusterd, ontmoetingsruimte) de realisatie-termijn verder vertraagt? Zo ja, welke extra maatregelen neemtzij om de realisatie toch vlot te trekken?Afgelopen jaar heeft het Ministerie van VRO tezamen met de sectordefinities vastgesteld voor de woonfuncties zorggeschikt en nultreden metdaaraan gekoppelde bruikbaarheidseisen. Deze functies wordenvastgelegd in het Bbl en gelden voor nieuwbouw. Er ontstaat dan meerduidelijkheid en uniformiteit voor de sector waardoor minder tijd wordtverloren aan discussies tussen bouwers, gemeenten en de zorgsectorover de te stellen eisen aan nultredenwoningen, zorggeschikte – ofgeclusterde woningen. Daarnaast worden gemeenten door het bepalenvan eenduidige definities in staat gesteld hun opgave voor woningen voorouderen in de bestaande voorraad helder en concreet te maken en kunnen(industriële) bouwers hun woonconcepten standaardiseren op landelijkebouweisen. Het toevoegen van deze eisen leidt daarmee juist totversnelling van de realisatie.De onrendabele top voor de bouw van deze zorggeschiktewoonvormen loopt in de scenario’s op tot honderden miljoenen.Op welke wijze is de Staatssecretaris voornemens deze onren-dabele top (gedeeltelijk) te dekken? Worden zorgaanbieders enwoningcorporaties hiervoor structureel gecompenseerd, ofverwacht de Staatssecretaris dat deze partijen de extra risico’sgrotendeels zelf dragen? Hoe wordt voorkomen dat de rekeningTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16727 uiteindelijk bij de oudere bewoner wordt neergelegd in de vormvan hogere huren of bijkomende kosten?De onrendabele top bij zorggeschikte woningen komt voort uit structurelemeerkosten. De meerkosten zijn dermate hoog dat ontwikkelende partijendeze niet voor eigen rekening kunnen nemen om tot ontwikkeling tekomen. In de vrije marktsegmenten kunnen ontwikkelende partijen dezemeerkosten redelijkerwijs doorberekenen in de huur. Voor de midden-huurwoningen wordt een redelijke huurprijs geborgd door regulering viahet Woningwaarderingsstelsel (WWS), waarin een puntenopslag voorzorgwoningen zit. Het is niet of nauwelijks mogelijk om meerkosten terugte verdienen in het sociale huursegment, mede door passend toewijzen.Voor het dekken van de onrendabele top bij zorggeschikte woningen, ookvoor de groep alleenstaande ouderen met beginnend regieverlies, bestaatreeds een subsidieregeling: de stimuleringsregeling zorggeschiktewoningen (SZGW). Ook de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten inOuderenhuisvesting kan daarbij worden benut. Bij de verdere uitwerkingvan de plannen kijk ik ook wat mogelijk is en welk financieringsinstrumenthet meest passend is.In het onderzoek worden forse extra zorg- en ondersteunings-kosten en een aanzienlijke onrendabele top voor de bouwgeraamd. Deelt de Staatssecretaris de onderliggende aannamesvan het onderzoek volledig? Op welke punten wijkt zij af en watbetekent dat – volgens haar eigen inschatting – voor de budget-taire impact?De kosten voor de onrendabele top sluiten aan bij de kosten zoals doorKPMG eerder berekend.15 Ten opzichte van de berekening in hetPwC-rapport ben ik van mening dat we niet dezelfde pakketten zorg enondersteuning nodig hebben zoals we die vroeger in het verzorgingshuishadden. Ik vind het belangrijk om de zorg- en ondersteuning in heteventuele moderne verzorgingshuis te laten aansluiten bij de afsprakendie zijn gemaakt in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) en hetAanvullende zorg en welzijnsakkoord (AZWA). Dat wil zeggen, dat we nietmeteen alle zorg en ondersteuning over nemen, maar meer uitgaan vanwat ouderen en hun omgeving nog zelf kunnen. Ook PwC geeft in dereflectie aan dat er mogelijkheden zijn om de zorg en ondersteuning opeen andere manier te verlenen. Uitgaande van een uitbreiding van debestaande woonvormen en daarbij inzet op gemeenschapsvorming, biedtdaarbij meer mogelijkheden dat bewoners veel meer zelf organiseren aanactiviteiten. Hierdoor is minder zorg en ondersteuning door formele zorg-en welzijnsverleners nodig.Kan zij uiteenzetten hoe de kosten zich verhouden tot de kostenvan niets doen, bijvoorbeeld meer crisissituaties, valincidenten,extra ziekenhuisopnames en zwaardere verpleeghuiszorg optermijn?In figuur 27 op pagina 55 van het rapport heeft PwC de besparingen vaneen verzorgingshuis op een systematische manier in kaart gebracht.Daarin wordt voor o.a. voor de medisch specialistische zorg, de zieken-huiszorg, geriatrische revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf aangegeven dat ereen besparing is als mensen in een verzorgingshuis zitten.15KPMG, 2022, https://open.overheid.nl/documenten/ronl-c04be9d3ec51062bff977cea54bba37b89e55408/pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16728 Hoe wordt voorkomen dat financiële en arbeidsmarkt-overwegingen zwaarder gaan wegen dan de daadwerkelijkezorgbehoefte van kwetsbare ouderen?Bij het stimuleren van woongemeenschappen wordt zowel bereikt datouderen fijn en passend kunnen wonen komen als dat er op termijnbesparingen voor de Rijksoverheid kunnen ontstaan en er minderprofessionele zorg nodig is.De Staatssecretaris erkent dat veel initiatieven worstelen met deexploitatie van de ontmoetingsruimte en dat professioneleondersteuning nodig is om gemeenschapsvorming op gang tebrengen. Is de Staatssecretaris bereid hiervoor een structurelefinancieringslijn te ontwikkelen, in plaats van tijdelijke ofprojectmatige subsidies? Hoe wordt voorkomen dat ontmoetings-ruimten na enkele jaren weer moeten sluiten door wegvallendefinanciering, waardoor bewoners hun ontmoetingsplek enonderlinge samenhang verliezen?Ik onderzoek of ik de bevordering van de gemeenschapsvorming mee kannemen in het nieuw af te sluiten Wlz-akkoord.De Staatssecretaris verwijst naar middelen oplopend tot enkelehonderden miljoenen euro’s vanaf 2030 vanuit de aanvullendepost voor kwaliteit van ouderenzorg. Hoe verhouden dezemiddelen zich tot de geraamde extra zorgkosten en onrendabeletoppen in de bouw in 2040?Bij een uitbreiding van de bestaande woonvormen en daarbij inzet opgemeenschapsvorming, zijn er minder kosten aan de zorg- en welzijnspak-ketten dan in het geval van woonvormen waarin alleen mensen met eenzorgvraag bij elkaar wonen (waar in het PwC-rapport van wordtuitgegaan).Bij zorggeschikte woningen is sprake van structurele meerkosten conformhet onderzoek van KPMG en PwC, zoals rolstoelgeschikte woonplatte-grond, ontmoetingsruimte en brandveiligheid. Deze kosten komenbovenop andere onrendabele toppen die voortkomen uit het realiserenvan betaalbare woningen. Om deze meerkosten te dekken is eenlangjarige stimulans nodig, waardoor de businesscase van deze woningenaantrekkelijk genoeg wordt gemaakt voor ontwikkeling.Zijn deze middelen uitsluitend bedoeld voor moderne verzor-gingshuizen en zorgzame gemeenschappen, of worden hier ookandere beleidsprioriteiten uit gefinancierd?Met het coalitieakkoord zijn de middelen uit de enveloppe ouderenzorggeschrapt. Voor gemeenschapsvorming ga ik onderzoeken of ik dit kanfinancieren in het kader van het aanvullend HLO-akkoord. Om tegemoet tekomen aan de onrendabele top van geclusterde zorggeschikte woningenzijn reeds middelen gereserveerd onder de realisatiestimulans bij deMinister van VRO.Kan de Staatssecretaris per jaar en per regeling inzichtelijkmaken welke middelen beschikbaar zijn, zodat te volgen is of ditvoldoende is om de ambities waar te maken?Voor de Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen is een bedrag vanin totaal € 312 miljoen voor de periode 2023–2026 beschikbaar gesteldvoor de realisatie van zorggeschikte woningen met een sociale huurprijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16729 Daarnaast is samen met het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimte-lijke Ordening sinds 2022 circa € 69 miljoen euro beschikbaar gesteld voorde Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting. Ditkabinet heeft daarnaast voor de lopende bouwopgave op deze woning-types (t/m 2030) aanvullende middelen gereserveerd onder de Realisaties-timulans. De huidige middelen zijn voldoende om de huidige bouwaf-spraken van zorggeschikte woningen te dekken.Omdat de herintroductie van moderne verzorgingshuizenvoorlopig nog niet gerealiseerd is, willen genoemde leden ingaanop de situatie van vandaag de dag. Deze week was wederom inhet nieuws dat ouderen die kleiner willen wonen op verschillendeproblemen stuiten16. Het gebrek aan geschikte seniorenwoningenbijvoorbeeld, maar ook de financiële en fiscale nadelen waarouderen mee te maken kunnen krijgen. Welk antwoord heeft deStaatssecretaris op deze financiële en fiscale nadelen? Wordt hieractief aan gewerkt? Genoemde leden ontvangen graag eenoverzicht van de inspanningen van de Staatssecretaris hierom-trent, per financieel en fiscaal nadeel. Hoe wordt met het oog opdeze problemen samengewerkt met andere bewindspersonen enministeries? Wat is er nog nodig om de financiële en fiscalenadelen voor ouderen die kleiner willen wonen weg te nemen?Middels het convenant Ouderen & Toekomstbestendig Wonen wordtgewerkt aan betere informatievoorziening voor ouderen over hun woon-en financieringsmogelijkheden en aan het verbeteren van hypotheekfinan-cieringsmogelijkheden voor ouderen. In de periodieke bijeenkomsten diein het kader van het convenant vanuit het Ministerie van VRO wordengeorganiseerd, wordt de voortgang op de afspraken uit het convenantbesproken.Een van de financieringsmogelijkheden die is besproken bij het convenantis het aanbod van losse overbruggingshypotheken (dus niet in combinatiemet een vaste hypotheek). Losse overbruggingshypotheken zijn voor veelkredietverstrekkers relatief duur om aan te bieden, en zijn vaak alleenbeschikbaar voor bestaande klanten of uitsluitend in combinatie met een(kleine) reguliere hypotheek. Een deel van de ouderen dat een losseoverbruggingshypotheek nodig heeft, kan wel op andere manieren doorkredietverstrekkers worden geholpen. Omdat de verwachting is dat degroep ouderen die een losse overbruggingshypotheek nodig heeft zaltoenemen, wordt verkend of er meer en een beter passend aanbod kankomen. Ook wordt er gekeken naar andere mogelijkheden, zoals hetopzetten van een fonds dat deze specifieke doelgroep kan bedienen. Deuitkomsten van deze verkenning worden bij het evaluatiemoment van hetconvenant in de zomer van 2026 met uw Kamer gedeeld.Ook kunnen er financiële gevolgen zijn voor AOW’ers wanneer zij gaansamenwonen. De Minister van SZW heeft in een kamerbrief teraanbieding van de maatschappelijke kosten-batenanalyse AOW benoemddat er aanknopingspunten zijn om de AOW te vereenvoudigen middelseen objectief partnerbegrip. Naar verwachting zorgt vereenvoudiging vande AOW ervoor dat meer ouderen gaan samenwonen17. In de brief overde Taskforce Versnelling Woningbouw18 heeft het Kabinet aangegevendekomende maanden te werken aan opties voor harmonisering van hetaantal leefvormvarianten in de AOW, inclusief (indien nodig) dekking.16AD, 24 november 2025, (https://www.ad.nl/wonen/ouderen-wonen-in-gouden-kooi-onaantrekkelijk-om-te-verhuizen~a1077b02/)17Kamerstukken II, 2025–2026, 32 043, nr. 68918Brief aan Tweede Kamer 20 april, Eerste resultaten Taskforce Versnelling Woningbouw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16730 Verder werd ruim een jaar geleden de motie-Thiadens/Eerdmans19aangenomen, welke verzocht de regering uit te laten spreken datintramuraal verblijf niet hetzelfde is als thuis. Is de staatsecre-taris het met genoemde leden eens dat in de huidige situatieintramuraal verblijf niet verward mag worden met «thuis»?Genoemde leden constateren namelijk dat private investeerdersnog steeds miljarden verdienen in de commerciële ouderenzorg,vanwege het feit dat woon-zorgcomplexen niet worden gezien alszorg met verblijf (intramuraal), maar als «thuis» wonen waardoordeze investeerders het winstverbod omzeilen. Is de staatsecre-taris bereid om hier iets tegen te doen? Of heeft zij dit al gedaan?Zo ja, wat precies? Zo nee, waarom niet?De motie van de leden Thiadens en Eerdmans (Kamerstuk 36 600 XVI, nr.61) verzoekt de regering uit te spreken dat intramuraal verblijf niethetzelfde is als thuis. In reactie daarop wil ik aangeven dat ook de regeringvindt dat intramuraal verblijf niet hetzelfde is als zorg thuis.In de constateringen bij de motie wordt aangegeven dat winstuitkering bijzorg met verblijf verboden is, maar dat het winstverbod wordt omzeilddoordat woon-zorgcomplexen op basis van het scheiden van wonen enzorg (waarbij mensen zelf hun woonlasten betalen) worden gezien alszorg thuis, waarmee private investeerders grote winsten kunnen maken inde ouderenzorg.In reactie hierop wil ik aangeven dat het aan cliënten zelf is om de zorg enwonen daar in te kopen waar zij een goede prijs/kwaliteit verhoudingkrijgen. Ik zie dat als een extra keuzemogelijkheid naast het intramuraleverblijf. In een eerdere beantwoording van Kamervragen heb ik aange-geven voornemens te zijn om samen met de Minister van VRO met desector in gesprek te gaan over het markeren van een duidelijke scheidslijntussen welke zorgwoningen wel en niet onder de huurprijsreguleringvallen.20Hoe zal de situatie er bij een herintroductie van verzorgings-huizen gaan uitzien, als we het hebben over het scheiden vanwonen en zorg? Hoe wordt voorkomen dat de herintroductie vanverzorgingshuizen in welke vorm dan ook duurder uitpakt dannodig, omdat private investeerders er hoge winsten uit willenbehalen?Als het gaat om de zorg en ondersteuning voor de groep die PwC heeftgeïdentificeerd, dan gaat het om zorg waarbij op dit moment al sprake isvan het scheiden van wonen en zorg. Het gaat daarbij immers omouderen die weliswaar kwetsbaar zijn maar geen aanspraak maken opzorg vanuit de Wlz. Daarmee komen ze op dit moment niet in aanmerkingvoor verblijf in een instelling.Daarnaast willen genoemde leden van de Staatssecretaris wetenhoe zij ervoor gaat zorgen dat de enveloppe ouderenzorg (600miljoen euro/jaar 2027–2029) daadwerkelijk ingezet gaat wordenvoor betere ouderenzorg. Hoe waarborgt zij dat deze behoudenblijft voor onze ouderen en niet wordt leeggeroofd ten behoevevan bijvoorbeeld defensie?19Kamerstuk 36 600-XVI, nr. 6120Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 399Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16731 Zoals toegelicht in de beantwoording van feitelijke vragen over deVWS-begroting 202621 was een deel van de oorspronkelijke enveloppe ad€ 600 miljoen reeds ingezet voor andere doelen. De overige middelen vande enveloppe ouderenzorg zijn met het coalitieakkoord geschrapt. Omtegemoet te komen aan de onrendabele top van geclusterde zorgge-schikte woningen zijn reeds middelen gereserveerd onder de realisatiesti-mulans bij de Minister van VRO. Ik onderzoek de mogelijkheden om definanciering van de gemeenschapsvorming in woonvormen te betrekkenbij het aanvullend HLO-akkoord.De Staatssecretaris geeft aan begin 2026 terug te komen op deresultaten van de verkenning met het veld. Is de Staatssecretarisbereid de Kamer uiterlijk een week voorafgaand aan de plenairebehandeling van de begroting van VWS de beantwoording op ditschriftelijk overleg te doen toekomen, inclusief een tussenstandvan de resultaten van de verkenning mochten deze nog nietvolledig zijn? Kan de Staatssecretaris daarbij ook aangeven welkekeuzes nodig zijn om ervoor te zorgen dat deze voorzieningentijdig en voldoende worden gerealiseerd, zodat ouderen die nutussen wal en schip dreigen te raken daadwerkelijk uitzichtkrijgen op een veilige en fijne woonplek?Op basis van het nieuwe coalitieakkoord waren de geplande middelenvoor gemeenschapsvorming niet meer beschikbaar. Ik ga onderzoeken ofik bevordering van gemeenschapsvorming kan betrekken bij hetaanvullend HLO-akkoord.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de kabinetsreactie op het onderzoek over de herintroductie vanverzorgingshuizen. Zij hebben nog de volgende vragen en opmerkingen.De leden van de VVD-fractie lezen dat PwC uitgaat van een groepvan 56.385 ouderen die potentieel naar een geclusterde woningzouden verhuizen. Kan de Staatssecretaris aangeven of zij dehuidige woningvoorraad in staat acht om minstens een deel vandeze groep onderdak te geven. Mocht dit het geval zijn, blijft dande noodzaak over om extra geclusterde woonvormen bij tebouwen?De groep van 56.385 mensen is de groep die mogelijk extra zorg enondersteuning nodig heeft. Het gaat om een deel van de ouderen die tot2013 en 2014 in aanmerking kwamen voor een indicatie VV2 of VV3 in delangdurige zorg; specifiek ouderen die een hoge leeftijd hebben, alleenwonen, en daarnaast geen of een zwak sociaal netwerk, een laag inkomenen laag opleidingsniveau hebben. PwC heeft berekend dat hiervan 20.237mensen zouden willen verhuizen naar een zelfstandig appartement in eengeclusterde woonvorm.In de huidige bouwopgave voor ouderen is in kwantitatieve zin rekeninggehouden met de groep die PwC het onderzoek identificeert. Hetonderzoek geeft aanleiding om voor deze personen ook zorggeschiktewoningen te realiseren, vanwege de zorg- en ondersteuningsbehoefte.Hier is in de bouwopgave geen rekening mee gehouden; het uitgangspuntonder de gebruikte prognose was dat deze personen in een nultreden-woning of in een reguliere geclusterde woonvorm zouden komen tewonen. Aangezien deze extra opgave aan zorggeschikte woningen in de21Kamerstuk 36 800 XVI, nr. 16Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16732 bouwopgave vanaf 2030 wordt verwerkt, kijk ik samen met de Ministervan VRO ook wat er in de bestaande bouw en in de bestaande wooncom-plexen voor ouderen al mogelijk is om de zorg en ondersteuning toe tevoegen die nodig is voor de groep die het onderzoek van PwC geïdentifi-ceerd heeft. Gezien de toenemende vergrijzing en het toenemend aantaloudere huishoudens tot 2070, verwachten we dat het nodig is om ook na2030 extra zorggeschikte woningen te bouwen. De Minister van VRO zalde bouwopgave voor ouderen meenemen in de actualisatie van dewoondealafspraken tot en met 2036 die in het najaar plaatsvindt en begin2027 tot geactualiseerde woondeals moet leiden.De leden van de VVD-fractie lezen ook dat de Raad van Ouderenheeft geschat dat 200.000 woningen nodig zijn binnen geclus-terde woonvormen, terwijl PwC zoals benoemd berekend heeftdat een groep van 56.385 ouderen potentieel naar een geclus-terde woning zou verhuizen. Kan de Staatssecretaris aangevenwaar dit verschil in zit? Welk cijfer acht zij het meest nauwkeurigen waarom?De Raad van Ouderen heeft een ruwe inschatting gemaakt van het aantalmensen dat wil verhuizen naar een geclusterde woonvorm en ook nietecht gekeken naar de specifieke doelgroep met beginnend regieverlies.PwC heeft op verschillende manieren bekeken hoe grote de potentiëledoelgroep is met beginnend regieverlies en daarnaast hoeveel mensendaarvan zouden willen verhuizen naar een kamer of appartement in eenverzorgingshuis. Het cijfer van PwC acht ik het meest betrouwbaar en hebik als uitgangspunt genomen voor de potentiële bouwopgave.De leden van de VVD-fractie noteren dat er 2.799 tot 6.345 extrazorgverleners nodig zullen zijn om de woonvormen zoalsgenoemd in het PwC-rapport te bemensen. Kan de Staatssecre-taris aangeven of zij mitigerende maatregelen voor zich ziet, dieervoor kunnen zorgen dat het personeelstekort minder snelstijgt? Vindt zij een maatregel gerechtvaardigd, als deze eendergelijk aantal extra zorgverleners vereist, terwijl het tekort in2034 al geraamd wordt op 265.600? Waarom wel, of waaromniet?Zoals ik in de inleiding bij de beantwoording van deze vragen heb ikaangegeven is een uitbreiding van bestaande woonvormen en inzet opgemeenschapsvorming nodig. De gemeenschapsvorming en een vastzorg- en welzijnsteam zorgen ervoor dat mensen minder snel naar eenverpleeghuis hoeven; dat minder zorg- en welzijn hoeft te wordengeleverd omdat bewoners dit veel meer zelf doen. Voor partners vanbewoners met dementie is dit een aantrekkelijke woonvorm om in teblijven wonen; na een opname in het ziekenhuis kan iemand terug naarhuis in plaats dat iemand naar een geriatrisch revalidatiecentrum moet.Ook hoeft iemand minder snel naar het Eerstelijnsverblijf. Het vermin-deren van eenzaamheid heeft ook een positief effect op de gezondheid. Ener is minder formele zorg nodig in de vorm van dagbesteding ofbegeleiding omdat ouderen zelf veel meer organiseren.De zorg voor deze mensen bestaat voor een belangrijk deel vooral uit hulpbij het zelfstandig wonen. Dit kan gaan om het onderhouden van relaties,het doen van de boodschappen, het contact met instanties, het beheervan financiën en het hebben van leuke activiteiten of een goede dagbe-steding. De partner en kinderen kunnen hierbij helpen, en in eenwoonvorm waarin een sterke gemeenschap is kunnen veel activiteitenworden georganiseerd en kleine klusjes voor elkaar worden gedaan.Daarbij vind ik het belangrijk dat we niet meteen alle zorg en onder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16733 steuning over nemen, maar meer uitgaan van wat ouderen en hunomgeving nog zelf kunnen. In een woonvorm waar zorg voorop staat is dekans groter dat veel vragen bij de zorgverleners terecht komen die ookdoor familie of buren kunnen worden beantwoord. Ten slotte geldt dat erveel minder reisbewegingen voor de thuiszorg zijn in een geclusterdewoonvorm ten opzichte van de situatie dat mensen verspreid over de wijkwonen.De leden van de VVD-fractie lezen in het rapport van PwC datonder ouderen het gevoel heerst dat er geen privacy is inverzorgingshuizen. Aan de andere kant worden het socialecontact en de sociale omgeving genoemd als positieve aspectenvan verzorgingshuizen. De leden van de VVD-fractie vragen aande Staatssecretaris hoe zij ervoor gaat zorgen dat privacygewaarborgd wordt, terwijl tegelijkertijd het sociale contact inverzorgingshuizen kan blijven doorgaan.Bij de uitwerking van de vraag naar woningen voor mensen metbeginnend regieverlies, ga ik uit van zelfstandige appartementen. In mijnvisie staat in deze woonvormen het wonen voorop en woont iedereenzelfstandig. Hierbij is privacy optimaal gewaarborgd en is het zorgteam tegast. Tegelijkertijd is gemeenschapsvorming in deze woonvormen vanbelang zodat er veel sociaal contact is.Ook observeren de leden van de VVD-fractie in het PwC-rapportdat er meerkosten zijn in het realiseren van de woonvorm(16.426,37 euro in scenario 1, 23.645,07 euro in scenario 2). Ditrapport heeft in de berekeningen geen rekening gehouden mettransformatie van bestaande bouw en noemt dit een beleids-keuze. Kan de Staatssecretaris aangeven aan de leden van deVVD-fractie, na samen met het veld te kijken naar de mogelijk-heden in de bestaande bouw, wat de totale meerkosten wordenen hoeveel er met bestaande bouw gewerkt kan worden?Het benutten van de bestaande voorraad is één van de manieren waaropin de ouderenopgave kan worden voorzien. Er zijn al mooie voorbeeldenvan geclusterde – en/of zorggeschikte woningen in de bestaandevoorraad, zoals zogenoemde Thuisplusflats of de LangLevenThuisflat. Ikga met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met develdpartijen in overleg in hoeverre de bestaande voorraad benut kanworden voor de ouderenopgave. Daarbij dient te worden bezien in welkemate aanpassingen aan de bestaande voorraad nodig zijn en welke kostenhiermee gepaard gaan. De Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening zal uw Kamer verder informeren over benutten van debestaande voorraad op ouderenhuisvesting voor de zomer van 2026.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van hetonderzoek naar de herintroductie van verzorgingshuizen en de reactie vanhet kabinet hierop. Zij hebben hier nog enkele vragen over.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de verkenningmede is ingegeven door de forse toename van het aantal ouderenmet dementie de komende jaren. Zou nader toegelicht kunnenworden hoe het aantal ouderen met dementie zich heeftontwikkeld in de afgelopen tien jaar? Zou tevens nader toegelichtkunnen worden hoe het aantal ouderen met dementie zich naarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16734 verwachting zal ontwikkelen in de komende tien jaar? Op welkewijze worden dementievriendelijke buurten gestimuleerd?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen naar de ontwikkeling vanhet aantal mensen met dementie. Momenteel hebben ongeveer 310.000mensen in Nederland dementie. De verwachting is dat dit aantal door devergrijzing toeneemt. In onderstaande tabel staat de (verwachte)ontwikkeling tussen 2010 en 2040.22201020202025203020402050220.000260.000310.000390.000500.000610.000 Ook wordt gevraagd hoe dementievriendelijke buurten worden gestimu-leerd. In het kader van de Nationale Dementiestrategie werkt VWS metAlzheimer Nederland samen aan het programma Samen dementievrien-delijk, waarin beeldvorming centraal staat. Mensen worden via online enlokale trainingen geleerd hoe zij met mensen met dementie kunnenomgaan, waarbij verengingen en buurten actief worden betrokken. Er isextra aandacht voor diverse doelgroepen en het verminderen van stigmavia campagnes. Daarnaast wordt samen met gemeenten ingezet op eenbuurtgerichte aanpak om wijken inclusiever en beter toegankelijk temaken voor mensen met dementie. Onderdeel van dit programma is hetstimuleren van dementievriendelijke buurten door het, samen metgemeenten, betrekken van vrijwilligers van buurthuizen, verenigingen enclubs. Zo worden deze vrijwilligers gestimuleerd om samen met iemandmet dementie te kijken wat er nodig is om zo lang mogelijk mee te blijvendoen. Daarnaast wordt via het ZonMw programma «Dagactiviteiten voorthuiswonende mensen met dementie» ingezet op het blijven meedoenook met dementie. Met subsidie wordt gestimuleerd dat organisaties,bijvoorbeeld musea, bibliotheken en sportclubs, hun reguliere activiteitenlanger toegankelijk en aantrekkelijk houden voor thuiswonende mensenmet dementie.Voorts onderzoek ik de mogelijkheden om de financiering van gemeen-schapsvorming in woonvormen te betrekken bij het aanvullendHLO-akkoord. Gemeenschapsvorming in woonvormen zorgt op tweemanieren ervoor dat buurten meer dementievriendelijk worden: dezewoonvormen met ook vitale bewoners zijn ook aantrekkelijker voorpartners van mensen met dementie en door de gemeenschap kunnen zijhet ook langer vol houden. Een gemeenschapscoach kan werken aan eeninclusieve gemeenschap waarbij een deel van de activiteiten ookinteressant kunnen zijn voor mensen met dementie.Hiermee geef ik invulling aan de motie Kröger over extra stappen in hetstimuleren van dementievriendelijke buurten.23Genoemde leden lezen daarnaast dat er wordt geconstateerd dateen deel van de ouderen behoefte heeft aan zorg en onder-steuning in de buurt en extra gezelschap. Zij herkennen dit ooken ontvangen deze signalen ook vaak in hun gesprekken metouderen en organisaties. Welke rol voorziet de Staatssecretarisvoor zorgzame gemeenschappen en voorzorgcirkels bij hetvoorzien in deze behoefte aan zorg en ondersteuning in de buurt22https://dementieinkaart.nl/landelijk; https://www.alzheimer-nederland.nl/dementie/feiten-en-cijfers-over-dementie23Kamerstuk 36 635, nr. 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16735 en extra gezelschap? Welke rol ziet zij voor zichzelf bij dezezorgzame gemeenschappen en voorzorgcirkels?Ik zet mij in om gemeenschapsvorming in de buurt en voorzorgcirkels testimuleren via het uitvoeren van de gemaakte afspraken in het AZWA overhet versterken van de basisinfrastructuur en het ontwikkelen en delen vankennis over burgerinitiatieven. Hiervoor zijn middelen beschikbaar in hetHoofdlijnenakkoord Ouderenzorg.Daarnaast zet ik me in om gemeenschapsvorming in woonvormen testimuleren. Met de gemeenschapsvorming in de woonvormen is er ookeen mogelijkheid om daarbij verbinding te zoeken met de buurt. Deontmoetingsruimte kan worden gebruikt voor bewoners in de buurt. Dekracht van bewoners in de buurt kan daarmee gebruikt worden. Hetkennis maken op deze manier van buurtbewoners met een woonvorm kanook de stap van een eventuele verhuizing verkleinen. Voorzorgcirkelskunnen ook goed onderdeel uit maken van de gemeenschapsvorming.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in het onderzoeknaar de herintroductie van verzorgingshuizen terug dat ergeconstateerd wordt dat er wegens hervormingen in delangdurige zorg mogelijk een gat zou zijn ontstaan in het woon-en zorgaanbod voor wie een plek in het verpleeghuis nog niet aande orde is. Om welke specifieke hervormingen gaat dit? Welkepolitieke keuzes liggen eventueel ten grondslag aan dezehervormingen?Met de maatregelen voorafgaand aan de hervormingen van de langdurigezorg in 2015 werd het voor nieuwe cliënten niet meer mogelijk om meteen Zorgzwaartepakket Verpleging en Verzorging 2 en 3 ook verblijf vanuitde AWBZ (en later de Wlz) bekostigd te krijgen. Deze keuze was medeingegeven door de – al lange tijd gaande – daling in de vraag naarverzorgingshuizen en de noodzaak om de financiële beheersbaarheid vande uitgaven aan langdurige zorg te vergroten. De hervormingen waren erdaarbij ook op gericht om te faciliteren dat mensen zo lang mogelijkzelfstandig thuis konden blijven wonen.De moeilijkere toegang tot verzorgingshuizen zorgde er mede voor dat devraag naar verzorgingshuizen versterkt afnam en er risico op leegstandwas. Er verdwenen ca. 150–200 verzorgingshuizen.24 De dreiging vanleegstand zorgde er tevens voor dat beperkt nieuwe woonvormen werdengebouwd – woonvormen tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis –voor mensen die anders naar het verzorgingshuis zouden zijn gegaan.Daarbij moet er ook rekening mee worden gehouden dat het bouwen vannieuwe woonvormen 7 jaar kan duren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er gekozen isvoor een verkenning naar de herintroductie van verzorgings-huizen om het gat in het woon- en zorgaanbod voor ouderen teoverbruggen. Kan nader toegelicht geworden, op basis vanargumenten, welke afwegingen zijn gemaakt voor de keuze voorverzorgingshuizen? Welke andere alternatieven zijn er naastverzorgingshuizen? Op welke wijze zouden verzorgingshuizeneventueel gecombineerd kunnen worden met initiatieven omtrentintergenerationeel wonen, voorzorgcirkels en zorgzame gemeen-schappen?24ActiZ, Resultaten kwalitatieve analyse Leegstand Verzorgingshuizen, juni 2016.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16736 Mijn voorgangster heeft in de brief van 17 september25 geconstateerd dater woonvormen nodig zijn voor mensen met beginnend regieverlies, waarbewoners zeker kunnen zijn dat er zorg en ondersteuning direct in denabijheid is en waar er toezicht in de nacht is. Dit gaat vooral om hetuitbreiden van de woonvormen die reeds worden gebouwd. Dezewoonvormen kunnen ook jongere bewoners hebben zoals we bijvoor-beeld ook zien bij locaties van Humanitas. De woonvormen kunnendaarbij een buurtfunctie hebben, waarbij bewoners van de woonvormsamen met bewoners in de buurt onderdeel uitmaken van voorzorgcirkels.Welke maandelijkse kosten, waaronder bijvoorbeeld huur, zoudenbewoners van een verzorgingshuis hebben? In hoeverre draagt deherintroductie van verzorgingshuis eventueel bij aan de klooftussen verschillende inkomensklassen?Wanneer ouderen niet intramuraal wonen, zijn zij zelf verantwoordelijkvoor hun woonlasten, zoals huur, energie en woonverzekeringen.Afhankelijk van de zorgvorm kunnen maaltijden wel of niet onderdeel zijnvan het pakket. Voor zorg thuis geldt eveneens een inkomens- envermogensafhankelijke bijdrage. Zelfstandig wonende ouderen hebbendaarnaast mogelijk recht op huurtoeslag.De bestaande woonvormen verandert niets aan de toegankelijkheid vanzorg. De eigen bijdrage blijven inkomensafhankelijk en daarmee blijft detoegang tot de zorg financieel gewaarborgd. De verschillen tusseninkomensgroepen worden niet groter of kleiner; de effecten hangen sterkaf van individuele situaties.Welke concrete maatregelen zouden er eventueel genomenkunnen worden om erop toe te zien dat de mate van kwaliteit vanwonen en zorg voor ouderen niet gaan afhangen van huninkomen?Om te voorkomen dat de kwaliteit van wonen en zorg voor de lagereinkomensgroepen onbetaalbaar wordt is de eigen bijdrage inkomensaf-hankelijk. Daardoor blijft de zorg voor iedereen financieel toegankelijk.Daarnaast ondersteunt de huurtoeslag ouderen die in een huurwoningwonen bij het betalen van hun woonlasten en biedt het Rijk financiëleondersteuning om zorggeschikte woningen te realiseren die tegen eensociale huurprijs worden aangeboden.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Staatsse-cretaris voornemens is om het komende halfjaar te onderzoekenhoe de zorg en ondersteuning voor de groeiende groep thuiswo-nende ouderen eruit zou kunnen zien. Zou er een concreettijdspad aangeleverd kunnen worden, waarin ook inzichtelijkwordt gemaakt op welke momenten de Kamer geïnformeerdwordt?Op basis van het coalitieakkoord zijn geen middelen voorzien voor degemeenschapsvorming in woonvormen. Ik onderzoek nu of de gemeen-schapsvorming kan worden betrokken bij het aanvullend HLO-akkoord.Omdat de gesprekken hierover nog moeten starten kan ik nog geenconcreet tijdspad geven.25Kamerstuk 29 389, nr. 158Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16737 Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie maken graag gebruik van de mogelijkheidaanvullende en verduidelijkende vragen te stellen naar aanleiding van debrief van Staatssecretaris en het onderzoek door PwC naar de herintro-ductie van de verzorgingshuizen. Deze leden hebben de brief van destaatsecretaris gelezen en delen het uitgangspunt dat woonvormen tussenzelfstandig thuis en het verpleeghuis voor ouderen nodig zijn.Het onderzoek van PwC laat zien dat herintroductie van verzor-gingshuizen leidt tot hogere zorguitgaven in de Wet langdurigezorg (Wlz), hogere woonlasten voor ouderen, een verderevergroting van het arbeidstekort en een aanzienlijke onrendabeletop. Dit staat haaks op de bevindingen van het rapport IBOOuderenzorg «Niets doen is geen optie», waarin juist wordtbenadrukt dat betaalbaarheid en beschikbaarheid van personeelonder druk staan. Hoe beziet de staatsecretaris deze tweerapporten? Waarom denkt de Staatssecretaris dat de herintro-ductie van verzorgingshuizen, zoals omschreven in het rapport,een toekomstbestendige route is? Denkt de staatsecretaris dat ervoldoende personeel voor beschikbaar is? Waarom wel of waaromniet?Allereerst vind ik het belangrijk om te benadrukken dat er een groepmensen is die nu thuis woont, maar graag zou willen verhuizen naar eenmeer passende woonomgeving.Er hoeft geen nieuwe pijler aan woonvormen te komen; het gaat vooralom het uitbreiden van de woonvormen die reeds worden gebouwd. Inmijn gesprekken met de veldpartijen wordt het beeld bevestigd dat meteen goede combinatie van de beschikbare welzijn-, ondersteunings- enzorgactiviteiten (zoals wijkverpleging) in de behoefte van ouderen kanworden voorzien. Met deze focus ben ik ervan overtuigd dat dit beleidaansluit bij het IBO rapport Ouderenzorg. De gemeenschapsvorming eneen vast zorg- en welzijnsteam zorgen er juist voor dat mensen mindersnel naar een verpleeghuis hoeven; dat minder zorg- en welzijn hoeft teworden geleverd omdat bewoners dit veel meer zelf doen. Voor partnersvan bewoners met dementie is dit een aantrekkelijke woonvorm om in teblijven wonen; na een opname in het ziekenhuis kan iemand terug naarhuis in plaats dat iemand naar een geriatrisch revalidatiecentrum moet.Ook hoeft iemand minder snel naar het Eerstelijnsverblijf. Het vermin-deren van eenzaamheid heeft ook een positief effect op de gezondheid. Enin plaats dat dagbesteding door zorg- of welzijnsverleners wordtgeorganiseerd, kunnen er activiteiten binnen de woongemeenschapworden georganiseerd die beter aansluiten bij de wensen van mensen. Ditkunnen activiteiten zijn die onderdeel zijn van het gewone leven in eenwoonvorm.Wordt in het vervolgonderzoek expliciet de variant uitgewerktwaarin wonen en zorg gescheiden zijn en waarin sociale binding,omzien naar elkaar en gemeenschappelijkheid de basis vormen?Hoe denkt de staatsecretaris dat samenredzaamheid vorm moetkrijgen? De leden van de CDA-fractie zien nieuwe socialewoonvormen, waarin wonen en zorg gescheiden zijn enontmoeting en onderlinge hulp centraal staan. Dit is de sleutelvoor de toekomst van de ouderenzorg. Kan de Staatssecretarishierop reflecteren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16738 Zoals ik in het vorige antwoord aangaf ben ik het met deze leden eens.Onderlinge hulp is daarbij niet iets dat vanzelf gebeurt. Het iets beterkennen van elkaar zorgt ervoor dat je ook iets voor elkaar binnen dewoongemeenschap wil doen. Daarbij is gemeenschapsvorming vanbelang maar ook de manier dat woonvormen zijn gebouwd. Toevalligeontmoetingen zorgen er mede voor dat mensen elkaar vaker zien en beterleren kennen.Veel van de randvoorwaarden voor passende extramuralewoonzorgconcepten liggen niet in de zorg, maar in hetwoondomein. Er wordt onvoldoende gebouwd dat geschikt isvoor ouderen. Denk in dit geval aan de onrendabele top bij debouw, de financiering van gemeenschappelijke ruimten en deregels rond huurtoeslag die bepalend zijn voor de betaalbaarheidvoor ouderen. Het is van belang dat de Minister van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) hierin nadrukkelijkeigenaarschap neemt. Het nationale bouw- en woonprogrammabiedt hiervoor een goede insteek, aangezien zorgwoningen daarinal expliciet zijn opgenomen. Kan de Staatssecretaris aangevenhoe de Minister en zijn ministerie bij het vervolgonderzoekworden betrokken? Genoemde leden vinden dat de slagingskansvan zo zelfstandig mogelijk wonen en samen redzaam zijn ookafhankelijk is van de locatie waar de ouderenwoningen staan. Iser een bushalte, zijn er winkels in de buurt en is de huisarts omde hoek? Neemt de staatsecretaris dit punt in de gesprekken metde VNG mee?De Minister van VRO en ik werken nadrukkelijk samen aan debouwopgave voor ouderen. De Minister van VRO is ook vanaf het beginbetrokken geweest bij de uitwerking van het onderzoek naar verzorgings-huizen, om telkens de verbinding te kunnen leggen naar de bouw- enwoonopgave. Daarbij hebben we oog voor de bouweisen aan de woning(bijvoorbeeld een grotere badkamer en geen drempels in huis), hetwoongebouw (bijvoorbeeld een ontmoetingsruimte) en de directeomgeving van het woongebouw (bijvoorbeeld de afstand tot voorzie-ningen). Hierbij betrekken we uiteraard ook gemeenten, corporaties enontwikkelaars. Bij het maken van de woonzorgvisie vragen we gemeentenook rekening te houden met de voorzieningen in de buurt en of deomgeving uitnodigt tot bewegen en ontmoeten.Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben met veel interesse kennisgenomenvan het onderzoeksrapport over de herintroductie van verzorgingshuizen.Zij hebben hierover meerdere vragen.De leden van de JA21-fractie lezen in de Kamerbrief van deStaatssecretaris dat zij van mening is dat niet dezelfde pakkettenzorg en ondersteuning nodig zijn ten opzichte van vroegereverzorgingshuizen. Daarbij noemt ze een aantal denkrichtingen,zoals minder arbeidskrachten, minder verzorgenden en meerwerk vanuit opbouw- of welzijnswerkers. Kan de Staatssecretarisconcreet maken hoe ze dit voor zich ziet – met name bezienvanuit de zorgkwaliteit die dan geleverd wordt? En heeft ze eenindicatie van wat dit eventueel zou opleveren ten opzichte van debudgettaire impact uit bijlage 6 van het PwC-rapport.De zorg voor deze alleenstaande mensen met beginnend regieverliesbestaat voor een belangrijk deel uit hulp bij het zelfstandig wonen. Dit kanbijvoorbeeld gaan om het onderhouden van relaties, het doen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16739 boodschappen, het contact met instanties, het beheer van financiën en hethebben van leuke activiteiten of een goede dagbesteding. De partner enkinderen kunnen hierbij helpen, en in een woonvorm waarin een sterkegemeenschap is kunnen veel activiteiten worden georganiseerd die ookaan de vraag van deze groep voldoet. Daarnaast doen medebewoners vanwoonvormen vaak kleine klusjes voor elkaar en houden ze een oogje inhet zeil.Daarbij vind ik het belangrijk dat we niet meteen alle zorg en onder-steuning over nemen, maar meer uitgaan van wat ouderen en hunomgeving nog zelf kunnen. In een woonvorm waar zorg voorop staat is dekans groter dat veel hulpvragen die ook door familie of buren kunnenworden beantwoord, bij de zorgverleners terecht komen. Ten slotte geldtdat er veel minder reisbewegingen voor de thuiszorg zijn in een geclus-terde woonvorm ten opzichte van de situatie dat mensen verspreid overde wijk wonen.Ik onderzoek of ik de bevordering van de gemeenschapsvorming mee kannemen in het nieuw af te sluiten Wlz-akkoord.De berekeningen van PwC laten duidelijk zien dat meer ouderennaar een verzorgingshuis zouden willen verhuizen onder scenario2 (zelfstandig appartement) dan onder scenario 1 (onzelfstandigekamer). Steunt de Staatssecretaris de wens van de ouderen omzich in te spannen voor het realiseren van scenario 2 ten opzichtevan scenario 1?Ja dat steun ik.De leden van de JA21-fractie lezen in het onderzoeksrapport datde meerkosten een onrendabele top hebben van respectievelijk197,1 miljoen euro (scenario 1) en 846,7 miljoen euro (scenario2). In hoeverre zijn er (zorg)partijen bereid om zich aan dezeonrendabele top te committeren? Wordt hier al onderzoek of eenverkenning naar gedaan? Daarnaast zijn de leden van deJA21-fractie benieuwd of er andere keuzemogelijkheden bestaanom de om de kosten van de onrendabele top zoveel als mogelijkte mitigeren. Als deze er zijn, zien zij graag een overzicht hiervanvan deze mogelijkheden inclusief de impact die het zou kunnenmaken.Er is reeds onderzoek gedaan naar de meerkosten van zorggeschiktewoningen (KMPG 2022).26 Sindsdien zijn de vereisten voor deze woningenverder geconcretiseerd. De Minister van VRO heeft een voorstel inbehandeling om deze bouweisen te standaardiseren en toe te voegen alsaparte categorie binnen het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Opbasis van deze eisen worden meerkosten in de eerste helft van 2026geactualiseerd door een consortium van onderzoekers. Hierbij zal eenoverzicht gemaakt worden van de mogelijkheden om complexen metzorggeschikte woningen uit te rusten in uiteenlopende ontwerpvariantenen bijbehorende kosten. Om een deel van de kosten te mitigeren zet hetMinisterie van VRO ook in op het stimuleren van industriële bouw. HetNetwerk Conceptueel Bouwen heeft voor deze woningen al productmarkt-combinaties (PMC’s) ontworpen waarmee nieuwe complexen kunnenworden ontworpen.26KPMG, 2022, https://open.overheid.nl/documenten/ronlc04be9d3ec51062bff977cea54bba37b89e55408/pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16740 De leden van de JA21-fractie lezen in het onderzoeksrapport datin beide scenario’s het totaal personeelstekort in de(ouderen)zorg toeneemt. In hoeverre zijn er mogelijkheden omeen deel hiervan op te vangen door middel van soepelereregelgeving/bureaucratie in verzorgingshuizen en/of de inzet vanArtificiële Intelligentie (AI)? En is er een indicatie met hoeveelmedewerkers het tekort hiermee ingekrompen zou kunnenworden?In het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) is ingegaan op de mogelijk-heden om personeelstekorten terug te dringen door middel van soepelereregelgeving/bureaucratie (in verzorgingshuizen) en de inzet van ArtificiëleIntelligentie (AI) In het HLO heb ik samen met partijen de ambitieuitgesproken om met de afspraken uit het HLO het arbeidsmarkttekort teverkleinen met 50 duizend personen. In het HLO zijn verschillendeafspraken gemaakt over onder andere de inzet van AI en het verminderenvan administratieve lasten in de ouderenzorg. Deze twee onderwerpenhebben grote potentie om de vraag naar personeel in de ouderenzorg teverlagen. Hoeveel fte er precies bespaard kan worden met deze maatre-gelen is onbekend.De leden van de JA21-fractie lezen in het onderzoeksrapport datPwC stelt dat zij niet kunnen kwantificeren wat de verhouding istussen de mogelijkheden voor nieuwbouw versus mogelijkhedenbinnen bestaand vastgoed. Is de Staatssecretaris van plan, of isze bezig, met het uitvoeren van een onderzoek wat de verhoudingis qua potentie voor verzorgingshuizen tussen nieuwbouw enbestaand vastgoed? En als ze dit doet, zijn hier al cijfers van enzijn deze eventueel deelbaar?De mogelijkheden voor het benutten van de bestaande voorraad zijntalrijk, ook voor de ouderenopgave. De Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening (VRO) is bezig om deze mogelijkheden te inventari-seren, waarna onderzocht kan worden wat de potentie is van dezemogelijkheden en mogelijke woningaantallen die dit kan opleveren. DeMinister van VRO heeft provincies gevraagd om deze potentie reeds tegaan inventariseren met gemeenten.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsre-actie op het onderzoek naar de herintroductie van verzorgingshuizen. Zijhebben de volgende vragen aan de Staatssecretaris.Worden de nieuwe verzorgingshuizen gerealiseerd alszelfstandige nieuwbouwprojecten, of wordt ook gekeken naarintegratie in bestaande beschutte woonomgevingen zoalsgeclusterde ouderenwoningen, Thuisplusflats of herbestemdegebouwen? Hoe wordt hierin regionale maatwerk en ruimtelijkespreiding geborgd? Kan de Staatssecretaris aangeven wanneer deeerste verzorgingshuizen nieuwe stijl daadwerkelijk wordengerealiseerd, en hoe voorkomt de Staatssecretaris dat dezekoerswijziging verzandt in verkenningen zonder concreteoplevering?Passende woonvormen voor de groep met beginnend regieverlies diePwC heeft geïdentificeerd kunnen zowel bestaan uit nieuwbouw of in debestaande bouw worden gerealiseerd. Het Rijk vraagt gemeenten enprovincies om de eigen opgave in de Woondeals en (zodra de Wetversterking Regie Volkshuisvesting is aangenomen) in het Volkshuisves-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16741 tingsprogramma vast te leggen. Hiervoor is het relevant om ook debestaande voorraad te benutten. Met de gemeenschapsvorming inwoonvormen wordt ook nadrukkelijk ingezet op het langer zelfstandigwonen in de bestaande bouw. We zien in de bestaande bouw daarbij datveel flats met de toevoeging van vaste zorg- en welzijnsteams extramogelijkheden bieden om passend te kunnen wonen. Daarbij ga ik ervanuit dat de woonvormen die nu reeds worden gebouwd ook passend zijnvoor mensen met beginnend regieverlies.In de begroting is een bedrag van 125 miljoen euro beschikbaarvoor de ontwikkeling van deze woonvorm, oplopend naar 470miljoen euro vanaf 2031. Kan de Staatssecretaris toelichten hoedeze middelen concreet worden ingezet? Wordt er onderscheidgemaakt tussen bouw en ondersteuning van gemeenschaps-vorming? Hoe wordt geborgd dat deze middelen ook terecht-komen bij kleinschalige initiatieven in dorpen en regio’s, en nietuitsluitend bij grote zorgorganisaties in stedelijke gebieden?Op basis van het coalitieakkoord zijn deze middelen niet meerbeschikbaar. Ik bekijk desalniettemin hoe verder om te gaan met gemeen-schapsvorming in woonvormen. Daarbij is het de bedoeling dat investe-ringen niet voorbehouden zijn aan grote zorgorganisaties in stedelijkegebieden of aan nieuwbouw, maar ook inzetbaar voor kleinschaligeinitiatieven in dorpen en regio’s of bij bestaande bouw. Ik onderzoek demogelijkheden om dit te betrekken bij het aanvullend HLO-akkoord. Omtegemoet te komen aan de onrendabele top van geclusterde zorgge-schikte woningen zijn reeds middelen gereserveerd onder de realisatiesti-mulans bij de Minister van VRO.Is bij de Staatssecretaris bekend hoeveel deze woonvormenkunnen bijdragen aan verlichting van de werkdruk en verbeteringvan de continuïteit van de wijkzorg? En zo niet, is de Staatssecre-taris bereid dit te onderzoeken?Dit is niet bekend. Het is op dit moment niet bekend in welke mate dezewoonvormen bijdragen aan verlichting van de werkdruk en verbeteringvan de continuïteit van de wijkzorg. Indien toekomstige ontwikkelingen ofsignalen daar aanleiding toe geven, zal worden bezien of nader onderzoekwenselijk is.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van dereactie op het onderzoek van PwC naar de herintroductie van verzorgings-tehuizen. Zij willen hierover graag een aantal vragen stellen.De leden van de SGP-fractie delen de zorg van de Staatssecretaris overhet ervaren «gat» tussen zorg en ondersteuning thuis en het verpleeghuisen vinden het goed dat er naar een passende oplossing hiervoor wordtgezocht. Ze kijken uit naar de verdere verkenning van de Staatssecretarisdie begin 2026 met de Kamer wordt gedeeld.De leden van de SGP-fractie zijn daarbij vooral benieuwd hoe deStaatssecretaris het voor elkaar wil krijgen om nieuwewoonvormen te creëren zonder dat dit leidt tot een onevenredigedruk op de toch al overbelaste arbeidsmarkt in de zorg. Zij steltin haar brief dat zij, ten opzichte van de berekening in hetPwC-rapport, van mening is dat we niet dezelfde pakketten zorgen ondersteuning nodig hebben zoals we die vroeger in hetverzorgingshuis hadden. Tegelijkertijd schept de «terugkeer» vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16742 het verzorgingstehuis wel bepaalde verwachtingen als het gaatom de zorg en ondersteuning die daar dan geboden zou worden.Er is ook onder opbouw- en welzijnswerkers een grootpersoneelstekort. Kan de Staatssecretaris al meer duidelijkheidgeven over hoe zij het risico op het vergroten van het personeels-tekort wil tegengaan? Wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe hetcreëren van nieuwe en geclusterde woonvormen wellicht ook bijkan dragen aan vermindering van het personeelstekort? Bijvoor-beeld doordat verpleging en verzorging efficiënter georganiseerdkan worden.De zorg voor deze mensen bestaat voor een belangrijk deel vooral uit hulpbij het zelfstandig wonen. Dit kan gaan om het onderhouden van relaties,het doen van de boodschappen, het contact met instanties, het beheervan financiën en het hebben van leuke activiteiten of een goede dagbe-steding. De partner en kinderen kunnen hierbij helpen, en in eenwoonvorm waarin een sterke gemeenschap is kunnen veel activiteitenworden georganiseerd en kleine klusjes voor elkaar worden gedaan.Ik ben van mening dat ook de bestaande woonvormen een passendewoonvorm kunnen zijn om deze veiligheid te kunnen bieden. Daarbij staatin deze woonvormen het wonen en het creëren van een woongemeen-schap meer voorop.De gemeenschapsvorming en een vast zorg- en welzijnsteam zorgenervoor dat mensen minder snel naar een verpleeghuis hoeven; dat minderzorg- en welzijn hoeft te worden geleverd omdat bewoners dit veel meerzelf doen. Voor partners van bewoners met dementie is deze woonvorm,waar ook mensen zonder zorgvraag wonen, een aantrekkelijke woonvormom in te blijven wonen; na een opname in het ziekenhuis kan iemandterug naar huis in plaats dat iemand naar een geriatrisch revalidatie-centrum moet. Ook hoeft iemand minder snel naar het Eerstelijnsverblijf.Het verminderen van eenzaamheid heeft ook een positief effect op degezondheid. En er is minder formele zorg nodig in de vorm van dagbe-steding of begeleiding omdat ouderen zelf veel meer organiseren.Daarbij vind ik het belangrijk dat we niet meteen alle zorg en onder-steuning over nemen, maar meer uitgaan van wat ouderen en hunomgeving nog zelf kunnen. In een woonvorm waar zorg voorop staat is dekans groter dat veel vragen bij de zorgverleners terecht komen die ookdoor familie of buren kunnen worden beantwoord. Ten slotte geldt dat erveel minder reisbewegingen voor de thuiszorg zijn in een geclusterdewoonvorm ten opzichte van de situatie dat mensen verspreid over de wijkwonen.De leden van de SGP-fractie hebben behoefte aan meer feitelijkeinformatie over vraag naar en aanbod van appartementen inverzorgingstehuizen en nieuwe (geclusterde) woonvormen. Watbetekent de bouw van nieuwe woonvormen bijvoorbeeld voor devraag naar verzorgingstehuizen? In hoeverre verdwijnt de vraagnaar het verzorgingstehuis 2.0 op het moment dat er steeds meernieuwe woonvormen komen? Wordt bijvoorbeeld leegstand inverpleeghuizen en de opkomst van zorgzame gemeenschappen ennieuwe woonzorgvormen gemonitord? Zo nee, welke stappen zetde Staatssecretaris om deze gegevens meerjarig wel te verza-melen, zodat beleid en praktijk beter onderbouwd kunnenworden en vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaaraansluiten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16743 Ik ben van mening dat ook bestaande woonvormen met een vast zorg- enwelzijnsteam en een ontmoetingsruimte, zoals Liv Inn en de Langer thuisflats, een passende woonvorm kunnen zijn om deze veiligheid te kunnenbieden. Deze woonvormen zijn daarmee een invulling van de vraag naareen passende woonvorm voor de groep die PwC heeft geïdentificeerd.Als we kijken naar de bouweisen van de verzorgingshuizen en de nieuwegeclusterde zorggeschikte woonvormen die nu al gerealiseerd worden,zien we geen verschil. Voor de nieuwe bouwopgave vanaf 2030 zal ookworden gekeken naar de woonwensen van ouderen, waaronder de groepdie PwC identificeert. De Minister van VRO zal de bouwopgave voorouderen meenemen in de actualisatie van de woondealafspraken tot enmet 2036 die dit najaar plaatsvindt en begin 2027 afgerond moeten zijn.De Minister van VRO heeft een systeem opgezet om nieuwe woonvormente kunnen monitoren. De data hiervan worden ingevuld, waarbij devolledigheid en kwaliteit van de data naar verwachting de komende jarenverder zal toenemen.Het RIVM is daarnaast bezig met een analyse van de oorzaken van dezeleegstand in verpleeghuizen. Vervolgens zal het RIVM ook aanbevelingendoen voor de toekomst van de verpleeghuizen. Daarbij is het van grootbelang of het hier structurele of incidentele oorzaken betreft. Ookregionale verschillen spelen hierbij een grote rol.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op hetonderzoek naar de herintroductie van de verzorgingshuizen. Zij zijn grootvoorstander van de terugkeer van de verzorgingshuizen, maar hebben weleen aantal vragen over de precieze invulling en de tijdslijn hiervan.De leden van de SP-fractie lezen dat het verzorgingshuis voorveel mensen minder betaalbaar zou zijn dan thuis blijven wonen.Dat vinden zij opmerkelijk, aangezien de zorg in een verzor-gingshuis door de kortere reistijd van zorgverleners efficiëntergegeven kan worden en mensen kleiner gaan wonen. Waaromwordt er niet gekeken naar de optie om mensen hun oudehuurbedrag mee te laten nemen naar het verzorgingshuis?Het onderzoek van PWC heeft de huidige huurprijzen vergeleken met dehuurprijs wanneer er sprake is van een onzelfstandige eenheid in eenverzorgingshuis of een zelfstandige eenheid in een verzorgingshuis. Inbeide scenario’s komt de huurprijs hoger uit dan in de huidige situatie. Dekale huurprijs zal stijgen, maar wanneer er sprake is van een nieuwbouwkan het zijn dat de totale woonlasten van het huishouden afnemen dooreen lagere gas- en energierekening.Wanneer de bewoner een woning of kamer huurt van een corporatie enverhuist naar een woning of kamer van deze zelfde verhuurder, kan deverhuurder (in dit geval de corporatie) ervoor kiezen het huurbedrag gelijkte houden. Dit is op dit moment al mogelijk. Het probleem is echter dat dekosten voor de bouw en het beheer van het verzorgingshuis voor decorporatie hoger liggen en de corporatie daarom met een lagere huurprijsniet uitkomt. Dit kan een reden zijn voor corporaties de huurprijs teverhogen wanneer een huishouden verhuist naar een andere woning (ineen verzorgingshuis). Daarnaast is het behoud van de huurprijs ookcomplex in situaties waarbij er sprake is van intermediaire verhuur.Wanneer er sprake is van intermediaire verhuur, waarbij de woningcorpo-ratie het gebouw (in casus verzorgingshuis) verhuurt aan een zorgin-stelling en de zorginstelling en de bewoner de kamer of woning huurt vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16744 de zorginstelling, is het maken van afspraken over het behoud van dehuurprijs complex. De bewoner wisselt in dit geval van verhuurder,waarbij doorgaans een nieuw huurcontract met een nieuwe, anderehuurprijs en afspraken wordt overeengekomen.De leden van de SP-fractie lezen ook dat de Staatssecretarisuitgaat van hogere zorgkosten als mensen naar een verzor-gingshuis verhuizen, dan als zij thuis blijven wonen. Anderzijdsstelt PwC in hun rapport dat uit onderzoek blijkt «dat de huidigezorginzet voor deze ouderen ontoereikend of niet passend is, ende doelgroep zelf geeft aan behoefte te hebben aan meer zorg enondersteuning». Is deze toename van zorguitgaven dan nietsowieso noodzakelijk en dus niet een gevolg van de terugkeervan de verzorgingshuizen? Sterker nog, zou deze zorg nietefficiënter en dus goedkoper kunnen worden geleverd wanneerdit geclusterd plaatsvindt?De zorg voor deze mensen bestaat voor een belangrijk deel vooral uit hulpbij het zelfstandig wonen. Dit kan gaan om het onderhouden van relaties,het doen van de boodschappen, het contact met instanties, het beheervan financiën en het hebben van leuke activiteiten of een goede dagbe-steding. Het is vaak niet goed mogelijk om aan deze zorg- en welzijns-vraag te voldoen, omdat een zorgverlener niet altijd in de buurt is of kanzijn. Ik ben het met de SP eens dat deze zorgvraag efficiënter kan wordeningevuld als deze geclusterd plaats vindt. Zo zullen zorgverleners als ervoldoende zorgvraag is in een geclusterde setting minder reistijd maken.Daarbij is het van belang dat de zorgverleners niet alle zorgvragenovernemen. In een woonvorm waarbij alleen mensen met een zorgvraagwonen, en zorg meer voorop staat dan wonen, is dit risico groter.De leden van de SP-fractie vragen daarnaast of er bij de verdereinvulling van de plannen voor de terugkeer van de verzorgings-huizen ook wordt gekeken naar het model van het zorgbuurthuis.Worden deze los van dit traject gestimuleerd of wordt dit alsvoorbeeld gebruikt voor de nieuwe verzorgingshuizen?Het zorgbuurthuis is een van de voorbeelden waarnaar gekeken wordt alsvoorbeeld voor de gemeenschapsvorming bij nieuwe woonvormen.De leden van de SP-fractie vragen hoe het inmiddels staat met deuitvoering van de aangenomen motie-Dijk27 over een plan om inde komende twee jaar in tenminste honderd buurten inleegstaande panden in Nederland een zorgbuurthuis op te richtenen met het amendement-Dobbe28 over het oprichten van eenteam dat actief ondersteunt bij het opzetten van zorgbuurthuizenen vergelijkbare woonzorgvormen voor ouderen.De motie Dijk acht ik niet goed uitvoerbaar. Ik kan niet sturen op eenbepaalde woonvorm: het is aan gemeenten en hun inwoners om tebepalen welke woonvorm er komt. Er is daarbij eerder bekeken ofleegkomende politiebureaus van de Rijksgebouwendienst bijvoorbeeldkonden worden gebruikt voor ouderenhuisvesting. Hier is uiteindelijkgeen locatie uitgekomen. Ik kan wel in algemene zin werken aan devoorwaarden dat er woonvormen voor ouderen komen. Ik verwachtbinnenkort te starten met het kwartier maken van een nieuw ondersteu-ningsteam dat zich richt op het realiseren van nieuwe woonvormen.Bijgevoegd krijgt u ook het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd.27Kamerstuk 36 800-IX, nr. 2728Kamerstuk 36 725-XVI, nr. 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16745 De leden van de SP-fractie lezen dat de personeelstekorten eenprobleem kunnen vormen bij de terugkeer van de verzorgings-huizen. Hoe staat het nu met de wervingscampagne voor de zorgwaar de Kamer via de motie-Dobbe29 toe heeft opgeroepen?Een landelijke wervingscampagne voor de sector zorg en welzijn past nietin de lijn die kabinetsbreed is afgesproken, noch is deze wens financieelen uitvoeringstechnisch haalbaar. Om tegemoet te komen aan de bredeoproep van de Kamer om werk te maken van de instroom en behoud vanpersoneel in de sector, zijn onder het vorige kabinet gesprekken gevoerdmet sociale partners en AZWA-partijen. Er is brede steun vanuit het veldom met middelen uit het AZWA meerjarig te investeren in het voortzettenen integreren van bestaande loopbaaninstrumenten via het nieuweloopbaanplatform Zowi en de bijbehorende communicatie-inzet die vanafdit najaar van start gaat. Daarbij is het doel van de motie overeindgebleven: meer mensen enthousiasmeren voor werken in zorg en welzijn.Het middel om tot dit doel te komen is aangepast aan wat uitvoerbaar isbinnen de huidige financiële en organisatorische ruimte. Voor meer teksten uitleg bij deze keuze verwijs ik u naar de beantwoording van deKamervragen op dit punt door mijn voorganger30.Tevens zijn er in vele maatschappelijke sectoren personeelstekorten en ishet gelet daarop ook niet passend om een dergelijke grootschaligewervingscampagne vanuit het Ministerie van VWS op te zetten. Dit is inlijn met de brede arbeidsmarktagenda van dit kabinet, waarin voor desectorale inzet juist de afstemming en samenwerking tussen sectorenwordt onderstreept.31De leden van de SP-fractie vragen ten slotte om een tijdspad voorde bouw van de nieuwe verzorgingshuizen. Hoeveel hiervanzullen er in welk jaar worden gebouwd? Welke garanties kan deStaatssecretaris geven dat deze bouwdoelstellingen wel wordengehaald?Over het bouwtempo van de opgave voor zorggeschikte woningen(inclusief verzorgingshuizen) zal de Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening (VRO) afspraken maken met corporaties enmedeoverheden binnen de woondeals.Daarbij zijn tussendoelstellingen en het tijdspad onderwerp van gesprek.Het kabinet kan geen garanties geven op realisatie van de bouwopgavegezien de vele factoren die hier invloed op hebben, maar spant zich zoveelmogelijk in om de doelstellingen te realiseren. Voor deze opgave islangjarige financiering van meerkosten essentieel om tot tijdige investe-ringsbesluiten bij ontwikkelende partijen te komen. Daarnaast voert deMinister van VRO regie op de bouwprogrammering voor dezebouwopgave en voert daarom halfjaarlijks gesprekken met medeover-heden over de voortgang via de bestuurlijke overleggen woondeals.Vragen en opmerkingen van de leden van de 50PLUS-fractieDe leden van de 50PLUS-fractie danken de Staatssecretaris voor deKamerbrief. Zij hebben nog wel enkele vragen hierbij.29Kamerstuk 36 725-XVI, nr. 2430Kamerstuk II 2025/2026, nr. 2026Z00788.31Kamerstukken II 2024/25, 29 544, nr. 1260.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16746 De leden van de 50PLUS-fractie ondersteunen het doel van de Staatsse-cretaris om een oplossing te vinden voor het gat tussen zorg en onder-steuning thuis en het verpleeghuis, en een nieuwe vorm van verzorgings-huizen.Zij delen de mening van de Staatssecretaris dat een gezelligewoonomgeving eenzaamheid voorkomt. Hoe denkt de Staatsse-cretaris dit te realiseren? Het is goed dat de Staatssecretarisdenkt over meer inzet van opbouwwerkers of welzijnswerkers,maar genoemde leden zien bijvoorbeeld bij zorgbuurthuis ’tHageltje in Oss dat de gemeente voor kosten gesteld wordtvanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015,omdat zorgverzekeraars dit geen zorg vinden. Hoe ziet deStaatssecretaris dit? Zou een oplossing zoals in Den Bosch, waarjongeren wonen tussen senioren met een verplichting om eenaantal dagdelen bij te dragen aan sociale activiteiten (dit wordthet butterfly effect genoemd), ook kunnen bijdragen?Ik ben aan het onderzoeken of ik de financiering van gemeenschaps-vorming in woonvormen kan bewerkstelligen door dit te betrekken bij hetaanvullend HLO-akkoord. Daarbij gaat het bij uitstek om het organiserenvan activiteiten, bij voorkeur door bewoners. Maar ook het zorgbuurthuisen het Butterfly effect zijn goede voorbeelden. De buurtverbinders diebinnen het concept van het Butterfly effect bijdragen aan de socialeactiviteiten, is een mooi voorbeeld, maar is niet de enige oplossing en ookniet overal toepasbaar.In Eindhoven en omstreken is de samenwerking tussen Woonincen Vitalis een goed voorbeeld hoe een en ander kan werken.Senioren huren zelfstandig een appartement en op het momentdat de zorg zwaarder wordt, wordt de woning «omgeklapt» enwordt de zorgaanbieder de huurder. Zo kan een senior blijvenwonen in zijn eigen appartement, ook als hij of zij onder de Wlzkomt te vallen. Dit geeft veel senioren rust; ze hoeven niet teverhuizen als hun gezondheid ze in de steek laat. Zou dit eengoede bijdrage kunnen leveren aan de uitdagingen waar wij voorstaan en kan de Staatssecretaris kijken of dit breder ingezet kanworden?Er zijn verschillende contractvormen mogelijk wanneer er sprake is vaneen tussenpartij, bijvoorbeeld in de situatie dat er een zorgaanbieder isbetrokken. Daarbij kan er sprake zijn van intermediaire verhuur, waarbij deverhuurder (corporatie) de woning verhuurt aan de zorgaanbieder en dezede woning doorverhuurt aan de zorgafnemer/client. Ook kan er sprake zijnvan een drie partijen overeenkomst, waarbij er een huurcontract is tussenhuurder en verhuurder en tegelijkertijd een begeleidingsovereenkomsttussen huurder en zorgaanbieder. In beide gevallen kunnen de (tijdelijke)contracten worden omgeklapt van intermediaire verhuur in een eigenhuurcontract of van een overeenkomst voor bepaalde tijd bij goedverhuurderschap en de begeleiding het toelaat in een regulier huurcon-tract voor onbepaalde tijd.32 Beide contractvormen kunnen gebruiktworden, zolang er duidelijke afspraken worden gemaakt tussen deverhuurder, huurder en betrokken zorgpartij.Herkent de Staatssecretaris de wens van senioren om in hunvertrouwde omgeving te blijven en het sociale netwerk enomgeving waar zij al jaren wonen te behouden? Zeker in kleineregemeenschappen, wijken en dorpen zijn flats geen oplossing, een32Onderzoek «Indirect huren: kosten en baten?», Platform 31, september 2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16747 kleinschalige zorgvoorziening met zelfstandige appartementenzoals buurtwonen of een zorgbuurthuis is daar naar mening vandeze leden meer passend. Hoe ziet de Staatssecretaris dit?Deze wens herken ik. Het is aan de gemeente en haar inwoners om tebezien wat de best passende woonvorm is. In een kleinere gemeente kandat goed bestaan uit een woonvorm met minder bewoners.Zou een buurt niet meer gestimuleerd zijn om betrokken te zijnals zij dit als zeer geschikte toekomstige oplossing voor zichzelfzien?Een woonvorm die openstaat voor de buurt en waar mensen al vakerkomen zal de drempel voor een verhuizing naar mijn mening zekerkunnen verlagen. Daarbij zullen ook mensen in de buurt mogelijk kunnenworden verleid om activiteiten te organiseren. Het is aan de bewoners ineen woonvorm zelf in hoeverre ze de ontmoetingsruimte open willenstellen voor de buurt.Is een kleinschalige zorgvoorziening zoals hierboven genoemdniet juist een goede aansluiting bij de pilots van de buurt alsecosysteem?Dat kan een kleinschalige zorgvoorziening zijn, maar ook een groterezorgvoorziening. Het gaat vooral om de bereidheid in een woonvorm omde buurt naar binnen te halen. Zodat mensen in de buurt gebruik kunnenmaken van de voorzieningen in de woonvorm. Dat levert ook wel extrauitvoeringsvragen op, omdat mensen minder snel bereid zullen zijn voorbijvoorbeeld de ontmoetingsruimte een bijdrage in de servicekosten tebetalen als ook de buurt er gebruik van kan maken.De Staatssecretaris stelt op pagina 3 van de Kamerbrief: «Samenmet de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordeningverken ik met het veld de mogelijkheid om de bouw van meerzorggeschikte woningen binnen de woningbouwopgave testimuleren en te versnellen.» Zou de Staatssecretaris dit naderwillen toelichten? Wat is bijvoorbeeld de insteek van VWS quatijdsplanning? En wat is de insteek qua hoeveelheid extrazorggeschikte woningen?Ondanks dat er veel mooie woonvormen voor ouderen gerealiseerdworden, zien de Minister van VRO en ik dat de bouw van de afgesproken40.000 zorggeschikte en 80.000 geclusterde woningen voor ouderen eenversnelling en schaalvergroting nodig heeft. Daarom zijn hierover tijdensde Woontop 2024 afspraken gemaakt. Het onderzoek van PwC laat zien dater een extra groep van circa 20.000 personen is die tot 2030 behoefte heeftaan een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm. Gezien dedoorlooptijd van bouwprojecten, zou deze extra opgave aan zorggeschiktewoningen pas vanaf 2030 kunnen worden verwerkt in de bouwopgave. DeMinister van VRO zal de bouwopgave voor ouderen meenemen in deactualisatie van de woondeals tot en met 2036.De leden van de 50PLUS-fractie zien goede ervaringen metbuurtondersteuners en voorzorgcirkels als eerste start om debuurt meer te verbinden. Zou de Staatssecretaris dit ook kunnenbetrekken bij haar uitwerking?Vanuit de woonvorm kan er ook voor gekozen worden om een verbindingte maken met de buurt. Daarbij kan er ook gekozen worden om daarbijeen voorzorgcirkel op te zetten. Er is voor gekozen om dit niet mee teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16748 nemen in de uitwerking, om geen overlap met de uitwerking van hetAZWA te krijgen.Genoemde leden zijn zeer enthousiast over het zorgbuurthuis enhet reeds genoemde Buurtwonen. Kan de Staatssecretarisinzichtelijk maken of en hoe deze financieel haalbaar te makenzijn voor gemeenten? Als er een duidelijke financiële paragraaf isen duidelijkheid waar vanuit de financiële bijdragen komen(Wmo, gemeente, welk deel zorgkantoor of zorgverzekeraar),helpt dit om meer kleinschalige zorgvoorzieningen gerealiseerdte krijgen. Wat kan de Staatssecretaris hierin betekenen?De haalbaarheid van een concept is van veel factoren afhankelijk. Zo zalhet afhangen van de locatie, het aantal bewoners, de zorgvraag van debewoners, de huur die kan worden gevraagd, de eisen die aan dewoningen worden gesteld etc. Het is aan de bouwers zelf om hiervoor debusiness case te maken. Wel zijn er verschillende stimuleringsregelingenom tegemoet te komen aan de onrendabele top van deze woningtypen inhet sociale segment (stimuleringsregeling zorggeschikte woningen) en dekosten voor de ontmoetingsruimte (stimuleringsregeling ontmoetings-ruimten in ouderenhuisvesting).Senioren Netwerk Nederland houdt bijeenkomsten onder denaam «Senioren zelf aan zet, Praat vandaag over morgen».Inmiddels hebben zij een schat aan kennis en ervaring opgedaan,vanuit de ruim 17.000 senioren die deze bijeenkomsten bijge-woond hebben. Van deze bijeenkomsten ging er één specifiekover woonwensen en woonopties. Is de Staatssecretaris bereidmet het genoemde Netwerk over de opgedane ervaringen enresultaten van deze bijeenkomsten in gesprek te gaan en dit tebetrekken bij haar onderzoek?Ja hiertoe ben ik bereid. Ik ben met het Senioren Netwerk Nederland ingesprek over hun kennis en ervaring op dit gebied en heb het SeniorenNetwerk ook financieel ondersteund om de genoemde gesprekken tekunnen organiseren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 16749

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d8d96a6302aa98c4

14 okt 2026 · 48283ec7a9893599

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.