KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de non-papers bij de geannoteerde Agenda JBZ-Raad 4-5 maart 2024 (Kamerstuk 32317-872)

26 apr 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7131c531f970611e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 317JBZ-RaadNr. 877 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 26 april 2024 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid over de brief van 23 februari 2024 over de non-papers bij degeannoteerde agenda JBZ-Raad 4–5 maart 2024 (Kamerstuk 32 317, nr.872).De vragen en opmerkingen zijn op 22 maart 2024 aan de Minister enStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid voorgelegd. Bij brief van26 april 2024 zijn de vragen beantwoord1.De fungerend voorzitter van de commissie,Van NispenAdjunct-griffier van de commissie,Meijer1Als bijlage bij de beantwoording treft u tevens een gezamenlijk non-paper van de ministeriesvan Buitenlandse Zaken, Economische Zaken en Justitie en Veiligheid over de Nederlandseprioriteiten ten aanzien van cyberveiligheid en -diplomatie. kst-32317-877ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8771 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonenVragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieWork on the Common European Asylum System (CEAS) after the PactDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie stellen graag enkele vragen terverduidelijking van de Nederlandse inzet als het gaat om het gemeen-schappelijk Europees asielstelsel.Kan de Staatssecretaris nader toelichten wat hij verstaat onder «exploremigration conditionality» als het gaat om prikkels voor lidstaten, zodat zevolledig bijdragen aan de migratieprioriteiten van de Europese Unie (EU)?AntwoordVoor het kabinet is het van groot belang dat de afspraken van het(nieuwe) gemeenschappelijk asielsysteem door alle lidstatenworden geïmplementeerd en nageleefd. Daarbij is de rol van deEuropese Commissie (hierna Commissie) als hoedster van deEU-verdragen onmisbaar. Het kabinet roept de Commissie daaromop om de haar beschikbare instrumenten in te zetten om imple-mentatie en naleving zoveel mogelijk te bevorderen. Het Pactkent hiervoor belangrijke aanknopingspunten, bijvoorbeeld via deondersteuning van lidstaten door EU-agentschappen bij deimplementatie, door het monitoringkader van deEUAA-verordening en via de jaarlijkse migratiebeheercyclus vande AMMR. Het kabinet roept de Commissie ook op om teverkennen of bijvoorbeeld via afspraken over de uitkering enbesteding van de migratiefondsen voldoende wordt gewaarborgddat de lidstaten blijven bijdragen aan de migratieprioriteiten vande EU.Deze leden lezen dat Nederland graag een grondige herziening ziet watbetreft het concept veilig derde land, inclusief «out-of-the-box arrange-ments». Kan de Staatssecretaris concreet toelichten wat voor soortregelingen hieronder kunnen vallen?AntwoordDe afspraken met een derde land kunnen uit verschillendeelementen bestaan waarbij ook aan innovatievere vormengedacht kan worden. Hier kunnen ook afspraken met veiligederde landen over het overnemen van asielzoekers onderdeel vanzijn. Verschillende lidstaten onderzoeken de mogelijkheden voorout-of-the-box vormen. Het kabinet roept in dat kader deCommissie op tot het verkennen en uitwerken van de mogelijk-heden van dergelijke ideeën binnen de kaders van Europees enInternationaal recht.Wat voor soort versobering heeft de Staatssecretaris in gedachten als hetgaat om opvangvoorzieningen voor mensen uit veilige landen vanherkomst? Kan de Staatssecretaris uiteenzetten of het uitsluiten van deopvang überhaupt wettelijk mogelijk is, zoals Nederland dat nu voorsteltin de non-paper?AntwoordHet kabinet doelt op instrumenten die lidstaten helpen in hetvoorkomen van vertraging van de asielprocedure door personenmet weinig kans op asiel, waardoor ook opvangplekken bezetworden gehouden die hard nodig zijn, en het verbeteren vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8772 gecontroleerd vertrek van deze groep na het doorlopen van deasielprocedure. Ook doelt het kabinet op instrumenten dielidstaten kunnen ondersteunen in het terugdringen van overlastin en rondom opvangcentra. Het kabinet wenst aan te merken dathet versoberen van opvangvoorzieningen voor specifieke groepenook nu een basis kent in de EU-regelgeving. Zo biedt de herzieneOpvangrichtlijn de ruimte de opvang van Dublin-claimanten teversoberen vanaf het moment dat een overdrachtsbesluit kenbaaris gemaakt aan de claimant.EU commission 2024–2029 – external dimension of migration – elementsfor an ambitious partnership approachDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de EU, waar nodig,negatieve maatregelen niet uit de weg moet gaan als de samenwerkingop het gebied van migratie vastloopt. Kan de Staatssecretaris toelichtenaan wat voor soort maatregelen hierbij gedacht kan worden? Kan deStaatssecretaris een voorbeeld geven van positieve uitkomsten in hetverleden van dergelijke negatieve maatregelen, zowel in EU-verband alsvoor de Nederlandse inzet in relatie tot andere landen? Hoeveel dergelijkevoorbeelden zijn er, zo vragen deze leden.AntwoordHet kabinet staat een partnerschapsbenadering op basis vanwederzijdse belangen voor om migratiesamenwerking te verbe-teren. Het kabinet is eveneens van mening dat wanneer migratie-samenwerking vastloopt of verslechtert maatregelen getroffenmoeten kunnen worden. Op het gebied van terugkeersamen-werking, zet het kabinet bijvoorbeeld in op maatregelen inEU-verband wanneer landen onvoldoende meewerken2. Dat heeftsterk de voorkeur aangezien de gehele EU simpelweg meergewicht in de schaal legt dan een enkele EU-lidstaat. Denk hierbijaan de mogelijkheid om visummaatregelen te treffen onderartikel 25bis van de Visumcode. Zo nam de JBZ-Raad – opvoorstel van de Commissie – in 2021 visummaatregelen tegenGambia, waardoor de terugkeersamenwerking verbeterde.Daarnaast heeft de Commissie voorstellen gedaan voor visum-maatregelen tegen Bangladesh, Ethiopië, Irak en Senegal. Erwordt actief met deze landen gewerkt aan het verbeteren van deterugkeersamenwerking, naast de Europese inzet doet hetkabinet dat ook bilateraal. Verder zet het kabinet zich ervoor inom in de herziening van het Algemeen Preferentieel Stelsel – eenvoorwaardelijk handelsstelsel waarmee de EU tariefpreferentiesvoor import aanbiedt aan bepaalde ontwikkelingslanden –, eenkoppeling op te nemen met terugkeersamenwerking.Key elements for a futureproof SchengenDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat Nederland ervoor pleitdat de Europese Commissie (EC) in een situatie van hoge migratiedrukbinnen het Schengengebied, een aanbeveling moet doen om op risicogebaseerde steekproeven in te zetten door desbetreffende lidstaten.Tegelijkertijd constateren deze leden dat een herinvoering van grenscon-troles binnen de Schengenzone alleen mogelijk is als er sprake is van eenernstige bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid.In hoeverre acht de Staatssecretaris een scenario, waarbij een hogemigratiedruk daadwerkelijk leidt tot een ernstige bedreiging van deopenbare orde of de binnenlandse veiligheid reëel? Welke indicaties ziet2Vergaderjaar 2023–2024, Kamerstuk 29 344, nr. 155Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8773 de Staatssecretaris op dit moment om rekening te houden met eendergelijk scenario en dus te pleiten voor steekproeven?AntwoordDe onderbouwing van het kabinet ten aanzien van dit punt is juistgelegen in de waarborging van het vrij verkeer in het Schengen-gebied. De herinvoering van binnengrenscontroles is een ultimumremedium-maatregel en moet daarom ook als zodanig wordeningezet. Dat betekent dat er effectieve alternatieven voorhandenmoeten zijn voor de lidstaten om grip te houden op het goedfunctioneren van Schengen, zodat de herinvoering van binnen-grenscontroles kan worden voorkomen. De huidige en herzieneSchengengrenscode biedt hiervoor mogelijkheden in de vorm vanrisico-gestuurde steekproefsgewijze controles. Deze vorm vancontroles staan in Nederland beter bekend als het MobielToezicht Veiligheid (mtv), controles uitgevoerd door de Konink-lijke Marechaussee, en zijn dus iets anders dan herinvoering vande binnengrenscontroles. De voorwaarden wat betreft eenernstige bedreiging van de openbare orde of binnenlandseveiligheid, zijn dan ook niet van toepassing bij dit soort steek-proefsgewijze controles. Deze controles voert Nederland reedsuit.Wat het kabinet betreft is er voordeel te halen wanneer lidstatendeze acties beter coördineren en op Europees niveau afstemmen.Daarom pleit het kabinet voor een bevoegdheid van deCommissie in dezen om aanbevelingen daarvoor uit te vaardigen.De motivering voor het uitvaardigen van een dergelijke aanbe-veling moet gebaseerd zijn op objectieve informatie, zoals deSchengenevaluaties en actuele informatie afkomstig van Frontexen de lidstaten.Tenslotte lezen deze leden dat Nederland pleit voor een mogelijkeuitbreiding van het mandaat van Frontex om ook secundaire migratiebinnen de EU tegen te gaan. Is de Staatssecretaris het met deze ledeneens dat de inzet allereerst zou moeten zijn om de aanhoudende zorg overmensenrechtenschendingen weg te nemen, alvorens Frontex een rol telaten spelen bij het tegengaan van secundaire migratie binnen de EU? Zonee, waarom niet?AntwoordDe inzet van het kabinet t.a.v. Frontex kent diverse elementen,zoals ook in het non-paper uiteen is gezet. Naast het onderzoekenof Frontex een rol zou kunnen spelen bij het tegengaan vansecundaire migratie binnen het Schengengebied, is ook respectvoor fundamentele rechten aan de grens een onderdeel daarvan.Voor het kabinet staat voorop dat de uitvoering van de taken enbevoegdheden door Frontex hand in hand moet gaan met dewaarborging van fundamentele rechten. Frontex heeft hiervoorreeds stappen in de goede richting gezet, zoals het vergroten enverduurzamen van de activiteiten van de grondrechtenadviseurvan het Agentschap en de verbetering van het interne klachten-en monitoringsmechanisme. Het kabinet moedigt het Agentschapaan deze positieve ontwikkeling voort te zetten en zal hier ookaandacht voor blijven vragen in de daarvoor geschikte EU-gremia,zoals de Raad van Bestuur van het Agentschap en de Raad. Hetkabinet stipt dit ook aan in het kader van de opvolging van deevaluatie van de Europese Grens- en Kustwachtverordening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8774 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie zijn positief over de Nederlandse inzet opterugkeersamenwerking. Wel vragen deze leden wat de concreteNederlandse inzet gaat zijn op de genoemde negatieve maatregelen,indien landen niet met terugkeersamenwerking mee willen werken. Opwat voor concrete maatregelen zet Nederland indien gevraagd in?AntwoordHet kabinet verwijst naar het antwoord op een gelijke (deel)vraagvan de leden van de GroenLinks-PvdA fractie over de negatievemaatregelen wanneer een derde land onvoldoende mee werkt aanterugkeer.In bredere zin vragen de leden van de VVD-fractie wat de redenen zijn datde terugkeerpercentages in de Europese Unie achterblijven.AntwoordHet terugkeerproces is weerbarstig en afhankelijk van o.a. eengoed functionerend nationaal terugkeersysteem, medewerkingvan de vreemdeling die moet terugkeren alsook medewerking vanhet land van herkomst. Er zijn verschillende redenen en factorendenkbaar bij het achterblijven van terugkeerpercentages in de EUzoals: beperkingen in EU-wetgeving waaronder complexeprocedures omtrent bewaring, de inrichting van nationaleterugkeerprocessen (bijvoorbeeld over het nemen van eenterugkeerbesluit), achterblijvende samenwerking en uitvoeringtussen en door lidstaten, de beschikbaarheid van vreemdelingenen beperkte terugkeersamenwerking met derde landen. Vanzelf-sprekend is de inzet van het kabinet erop gericht om het terug-keerpercentage in Nederland en de EU te verhogen, onder anderedoor de terugkeersamenwerking met derde landen te verbeteren,bijvoorbeeld door de inzet van het visuminstrument.De leden van de VVD-fractie lezen dat de Staatssecretaris een beoordelingvan het «safe third country concept» als noodzakelijk ziet; wat gaat deNederlandse inzet zijn bij de beoordeling van het veilige derde landconcept? Ook vragen deze leden hoe Nederland wil bijdragen aan hetbedenken van out-of-the-box ideeën op het gebied van migratie.Overweegt Nederland bijvoorbeeld om eigen expertise te delen? Wat gaathierbij de Nederlandse inzet zijn op het betrekken van Frontex bij deselectie van mogelijke veilige derde landen?AntwoordZoals eerder met uw Kamer gedeeld3 is in de Asielprocedureveror-dening opgenomen dat binnen een jaar na de datum van inwer-kingtreding van deze verordening de Commissie het begrip«veilig derde land» herziet en zij in voorkomend geval gerichtewijzigingen voorstelt. Het kabinet is voornemens dan net zoalstijdens de onderhandelingen van het Asiel- en migratiepact onderandere in te zetten op een versoepeling van het bandencriterium,de voorwaarde dat een afgewezen asielzoeker een band moethebben met het betreffende veilig geachte derde land. Zoalseerder aan uw Kamer gemeld en in lijn met de motie van het lidEerdmans4 , heeft het kabinet meermaals met andere lidstatengesproken over out-of the box oplossingen zoals het veilig derdeland concept, waaronder met Denemarken. Het kabinet blijft deze3Vergaderjaar 2023–2024, Kamerstuk 32 317, nr. 8714Vergaderjaar 2022–2023, Kamerstuk 32 317, nr. 813Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8775 gesprekken voeren en is ook bereid om bij te dragen aan eenverkenning van de Commissie. Er is geen rol voorzien voorFrontex bij de selectie van veilig derde landen. Wel is het EUasielagentschap EUAA betrokken bij het veilig derde landconcept. Zij zijn onder andere bezig met het opstellen vanrichtsnoeren om te komen tot een meer gecoördineerde aanpakonder het huidige acquis.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het voornemenom coördinatie tussen de Europese Commissie, European External ActionService (EEAS) en lidstaten op het gebied van migratie te verbeteren. Hoegaat Nederland zich hier concreet voor inzetten om dit te bewerkstelligen?Voor welke concrete maatregelen zet Nederland zich in voor landen dieniet meewerken aan meer inzet op het gebied van migratie?AntwoordHet kabinet zet in op brede, gelijkwaardige partnerschappen metpartnerlanden waar migratiesamenwerking onderdeel van is – enwaar ook andere beleidsterreinen onderdeel van uitmaken. Omresultaten te boeken is een stevige coördinatie tussen deverschillende onderdelen van de Commissie en de EuropeseDienst voor Extern Optreden (EDEO) essentieel – om kennis tedelen, en om inzet te bepalen en vervolgens concreet vorm tegeven. Het kabinet zet zich al langer in voor deze zogenaamde«whole-of-Commission» approach en geeft deze boodschappenop verschillende niveaus af, zowel in bilaterale gesprekken metde Commissie en EDEO in Brussel, maar ook in gesprekken metEU-delegaties in partnerlanden, en in Raadsverband. Tevens is hetkabinet van mening dat Europese lidstaten, zowel door deCommissie als door de EU Delegaties, nauw betrokken moetenworden bij de totstandkoming van de partnerschappen, alsook bijde implementatie van de afspraken incl. concrete bijdragen in degeest van Team Europe. Ook wat betreft de Nederlandse inzetstreeft het kabinet naar complementariteit met EU-programma’swaar relevant.T.a.v. maatregelen die het kabinet voorstaat wanneer landen niet(meer) meewerken aan migratiesamenwerking wordt verwezennaar de beantwoording van een gelijkluidende vraag van de ledenvan GroenLinks/PvdA.De leden van de VVD-fractie lezen dat Nederland stelt dat het plaatsen vanmensensmokkelaars en -netwerken op de EU-sanctielijst verder verkendzou kunnen worden. Hoe gaat Nederland zich actief inzetten voorconcretiseren van deze optie, in lijn is met de motie-Brekelmans enVeldkamp (Kamerstuk 36 410 VI, nr. 79)? Hoe verloopt de informatiedelingtussen stakeholders op dit vlak? Zijn hier nog knelpunten? Zo ja, hoekunnen die knelpunten verholpen worden en wat is de inzet vanNederland hierin in Europa?AntwoordNederland zet zich er reeds voor in om binnen de bestaandeEuropese sanctieregimes mensensmokkelaars op de EU sanctie-lijst te krijgen, en zal dit ook blijven doen door actief samen metEuropese partners te bepleiten om individuen en organisatiesgerelateerd aan mensensmokkel op de sanctielijst te krijgenwanneer voldoende bewijs aanwezig is. Dit gebeurt binnen debestaande Europese sanctieregimes en per smokkelnetwerkwordt bekeken welk Europees sanctieregime mogelijk geschiktis. Voorwaarde hierbij is dat de mensensmokkel in kwestieraakvlakken heeft met het buitenlandbeleid en dat de aard van deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8776 mensensmokkel aantoonbaar ondermijnend is aan bijvoorbeeldde internationale rechtsorde of de mensenrechten. Dit betekentdat het in de praktijk vooral zal gaan om de meest ernstigevarianten van mensensmokkel. Enige tijd terug heeft dit bijvoor-beeld concreet resultaat opgeleverd. Toen werd dankzij eeninitiatief van Nederland samen met andere lidstaten een mensen-smokkelnetwerk gelieerd aan het Syrische regime door de EUgesanctioneerd. In dit geval werd gebruik gemaakt van hetEuropese sanctieregime ten aanzien van het Syriëregime om dezemensensmokkelaars op de sanctielijst te plaatsen.Voordat tot het instellen van sancties kan worden overgegaan ishet nodig dat voldoende informatie over specifieke individuen enentiteiten betrokken bij de mensensmokkel aanwezig is,waardoor de activiteiten tot hen terug zijn te herleiden. Hetkomen tot voldoende informatie blijft een aandachtspunt in hetgebruik van het sanctie instrumentarium in relatie tot mensen-smokkel. Onder de Europese lidstaten die actief zijn op hetsanctievlak bestaat reeds een goede uitwisseling van informatiedie tot sancties kan leiden. Dit heeft onder meer te maken methet feit dat wordt gewerkt met openbronneninformatie.Momenteel wordt ook verkend of het mogelijk is om meersynergie te zoeken met de informatiepositie die bij de Neder-landse opsporingsketen bestaat inzake criminele internationalemensensmokkelnetwerken. Hierbij is het uiteraard van belang datdit gebeurt binnen de geldende kaders, inclusief het opsporings-belang, inzake het delen van informatie waarover de opsporings-keten beschikt.Zoals ook gesteld in het non-paper acht het kabinet het vanbelang dat het mogelijke gebruik van het sanctie instrumen-tarium van de EU om de meest meedogenloze migrantensmokkel-netwerken effectiever te ontwrichten en tegen te gaan verdermoet worden onderzocht. Het kabinet zal dan ook binnen de EUsamen met andere lidstaten verder verkennen wat de mogelijk-heden zijn om mensensmokkelnetwerken middels het sanctieinstrumentarium effectiever tegen te gaan.De leden van de VVD-fractie vragen of Nederland bereid is een voorstrek-kersrol in te nemen als het gaat om oprichten van één werkgroep voor alleterugkeerzaken. Wordt in terugkeerzaken aan efficiënte informatiedelinggedaan? Zo nee, waarom niet? Zo ja, zijn hier nog knelpunten? Hoeworden lidstaten aangesproken die zich niet aan terugkeerafsprakenhouden?AntwoordEr zijn verscheidene Europese gremia waarin het onderwerpterugkeer op zowel beleidsmatig als operationeel niveau wordtbesproken en waarin relevante informatie wordt gedeeld. Hetkabinet is van mening dat het stroomlijnen van deze gremia zoukunnen bijdragen aan de effectiviteit van de besprekingen. Hetcoördineren van alle besprekingen aangaande terugkeer, bijvoor-beeld in de Raadswerkgroep IMEX (verwijdering), is daaromonderdeel van de inzet van het kabinet.Daarnaast ontvangen Lidstaten via Schengenevaluaties aanbeve-lingen van de Commissie over de naleving van de Europese regelsaangaande terugkeer. Nederland roept regelmatig op tot eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8777 betere opvolging van deze evaluaties.5 Ten slotte vindt, dooronder andere een actieve inzet van Nederland, dit jaar eenthematische Schengenevaluatie over terugkeer plaats voor alleLidstaten.De leden van de VVD-fractie vragen of toegelicht kan worden wat bedoeldwordt met «a migration marker»? Verder in de passage is te lezen dat ereen concreet monitoring mechanisme moet komen hiervoor. Wat wordthiermee bedoeld?AntwoordHet kabinet is voorstander van het zeker stellen van adequatefinanciering van de activiteiten van de Commissie voor deexterne dimensie van migratie, waarbij het van belang is dat deCommissie transparant communiceert over de uitgaven en ermogelijkheden zijn voor strategische sturing door Lidstaten omeffectiviteit van de inzet te waarborgen. Dat start met het verderversterken van het overzicht over de huidige uitgaven van deCommissie aan de externe dimensie van migratie, dat momenteelover verschillende instrumenten is verspreid. Voor het EuropeseInstrument voor Nabuurschap, Ontwikkeling en InternationaleSamenwerking (NDICI) ontwikkelde de Europese Commissie,mede dankzij Nederlandse inzet, een migratiemarker. Hiermeewordt (indicatief) tien procent van de in NDICI beschikbaremiddelen aan migratie en ontheemding besteed. Een dergelijkemigratiemarker kan voor diverse instrumenten een nuttigstartpunt zijn.Voorts is het kabinet van mening dat, zoals ook in het non-paperte lezen is, ontwikkelingssamenwerking zo veel mogelijk in lijnmoet zijn met het do no harm principe. Dit houdt in dat zowel debedoelde als onbedoelde effecten van interventies wordengemonitord. Hiermee wordt onder andere voorkomen dat demiddelen die worden ingezet om irreguliere migratie tevoorkomen niet (onbedoeld) bijdragen aan destabilisering ofmensenrechtenschendingen omdat bijvoorbeeld apparatuur inverkeerde handen zijn gevallen. Daarnaast zal adequatemonitoring eveneens bijdragen aan het beoordelen van deeffectiviteit van de inzet.De leden van de VVD-fractie vragen welke landen Nederland voor ogenheeft om migratie-afspraken mee te maken. Is Nederland bereid om hiereen voortrekkersrol in te nemen?AntwoordHet kabinet zet in op partnerschappen met belangrijke landen vanherkomst, transit en bestemming om irreguliere migratie tebeperken, bescherming van migranten te versterken en terugkeerte bevorderen, waarbij Europese en bilaterale inzet in elkaarsverlengde liggen. Zoals eerder aan de Kamer gemeld ontwikkeltNederland partnerschappen met landen in Noord-Afrika,Sub-Sahara Afrika en het Midden-Oosten. Deze kabinetsperiodezijn significante stappen gezet met onder andere Marokko,Turkije, en Egypte. Ook verwelkomt het kabinet de stappen die deEuropese Commissie heeft gezet t.a.v. Tunesië, Egypte enMauritanië.5Vergaderjaar 2023–24, Kamerstuk 32 317, nr. 866Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8778 De leden van de VVD-fractie lezen dat er wordt gewerkt aan betereinstrumenten om problemen te tackelen die te maken hebben metopenbare ordeverstoringen in en bij aanmeldcentra. Welke instrumentenzijn dit en kunnen deze ook op korte termijn in Nederland worden ingezet?AntwoordHet kabinet is van mening dat met de afronding van de herzieneOpvangrichtlijn een aantal belangrijke verbeteringen is behaald,bijvoorbeeld als het gaat om de mogelijkheid om opvang voorDublin-claimanten te versoberen. De komende jaren zal vooralveel aandacht uitgaan naar de implementatie van deze herzieneOpvangrichtlijn. Voor een eventuele toekomstige herziening vande relevante wetgeving is het de inzet van het kabinet om demogelijkheden voor lidstaten om misbruik van de asielprocedureen opvangvoorzieningen door overlastgevende asielzoekers teverbeteren. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheid omvoorzieningen bij overlastgevend gedrag te versoberen.Daarnaast acht het kabinet het bijvoorbeeld wenselijk om in hetkader van dossieropbouw van overlastgevende asielzoekers dejuridische grondslag voor gegevensdeling tussen lidstaten m.b.t.geregistreerde vormen van overlast te verbreden.De leden van de VVD-fractie lezen dat er in Europees verband wordtgesproken over een lange termijn aanpak van de opvang en terugkeer vanOekraïense ontheemden. Wat is hiervan de stand van zaken?AntwoordTijdens de JBZ-Raad van 25-26 januari heeft de Raad gesprokenover de toekomst van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) enonder meer geconstateerd dat het verder verlengen van de RTBmet een jaar juridisch mogelijk is. In dat geval zou de huidigewerking van de RTB vermoedelijk met een jaar worden verlengd,waardoor de werking van de RTB doorloopt tot en met 4 maart2026. Daarnaast zijn ook discussies gaande over welke opties ervervolgens naast of na het gebruik van de RTB zijn. DeCommissie heeft hierop toegezegd mogelijke opties op EU-niveaute zullen delen met de lidstaten, om de discussie verder tevoeren. Het kabinet is nog in afwachting van deze stukken. Zoalsuw Kamer bekend, zet het kabinet in op een EU-gecoördineerdeoplossing voor verblijf en terugkeer van ontheemden voor deperiode na afloop van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.De leden van de VVD-fractie lezen dat er meer moderne technologie doorlidstaten moet worden gebruikt bij interne grenzen, zoals bijvoorbeeldANPR-camera’s, met de mogelijkheid om in de toekomst ook meer aangegevensdeling te gaan doen. Wat is de inzet van Nederland hierin en hoeverloopt de financiering van meer ANPR-camera’s in de grensregio’s? Hoezal informatiedeling geborgd moeten worden, wat is de inzet vanNederland hierin en hoe staan andere Schengen Lidstaten hierin?AntwoordNederland maakt reeds jaren gebruik van technologie aan debinnengrenzen. Het camerasysteem (Amigo Boras) dat Nederlandgebruikt aan de binnengrenzen met Duitsland en België onder-steunt de Koninklijke Marechaussee in de uitvoering vancontroles in het kader van Mobiel Toezicht Veiligheid. Er wordtmomenteel onderzocht hoe dit camerasysteem verder verbeterdkan worden. Daarbij wordt ook gekeken naar compatibiliteit metandere sensoren en systemen. Amigo boras wordt gefinancierddoor het Ministerie van Defensie. Gebruik van technologie aan debinnengrenzen wordt ook op EU-niveau aangemoedigd omdat ditTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8779 kan bijdragen aan beter (toe)zicht op irreguliere migratiestromenen bijdragen aan controles ten behoeve van vreemdelingentoe-zicht en/of veiligheid. Daarnaast kunnen effectieve niet struc-turele (politie)controles aan de binnengrenzen ervoor zorgen datlidstaten minder geneigd zijn tot herinvoering van binnengrens-controles. Gebruik van innovatieve technologie aan de binnen-grenzen is tevens opgenomen in de wijziging van de Schengen-grenscode waar begin 2024 politiek akkoord op is bereikt opEU-niveau. Hieruit is af te leiden dat gebruik van technologie opsteun van lidstaten kan rekenen.Om Frontex goed in te zetten voor terugkeer wordt er ook gekeken naarde mogelijkheden om Frontex in te zetten in derde landen bij hunterugkeer proces? Hoe moeten de leden van de VVD-fractie dit voor zichzien? Wat is de inzet en kan Nederland hier nog aan bijdragen?AntwoordHet kabinet is van mening dat partnerlanden een belangrijkeverantwoordelijkheid hebben bij het inrichten van het eigen asiel-en migratiemanagementbeleid- en bijbehorende uitvoering – ombescherming van migranten te versterken, terugkeer te bevor-deren en irreguliere migratie naar Europa en Nederland tegen tegaan. Daarbij acht het kabinet het van belang dat de Commissieen haar Agentschappen partnerlanden hierbij kunnen onder-steunen. Op terugkeergebied kan Frontex onder het huidigemandaat ondersteuning bieden aan derde landen via capaciteits-opbouw, maar geen operationele steun verlenen aan de terugkeervan migranten. Het kabinet zet zich daarom – naast de inzet omhet huidige mandaat optimaal uit te voeren – in voor eenuitbreiding van het Frontex-mandaat op dit punt waardoorFrontex wel operationele terugkeersteun aan derde landen kanbieden.De VVD-fractieleden lezen dat de informatiedeling tussen Frontex enEuropol verbeterd moet worden en belemmeringen hierin moeten wordenweggehaald. Wat is de inzet van Nederland hierin?AntwoordDe Europees toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS)heeft vorig jaar mei een auditrapport uitgebracht over detoepassing van de AVG door Frontex.6 De EDPS constateerde datFrontex automatisch persoonsgegevens en andere gegevens deeltmet Europol die worden verkregen uit debriefingsinterviews metmigranten zonder daarbij de afweging te maken of dit striktnoodzakelijk is. Dientengevolge concludeerde de EDPS datFrontex in strijd heeft gehandeld met toepasselijke bepalingen uitde AVG, Europese Grens- en Kustwachtverordening en een besluitvan de Raad van Bestuur van het Agentschap. Hierop heeft deEDPS besloten een nader onderzoek in te stellen. Het kabinet isin afwachting van de resultaten van het onderzoek op ditmoment.De samenwerking tussen Frontex en Europol acht het kabinet vangroot belang voor de aanpak van grensoverschrijdende georgani-seerde criminaliteit. Via onder andere EMPACT (EuropeanMultidisplinary Platform Against Crime Threats) werken nationaleopsporingsdiensten samen met EU-agentschappen (onder meerFrontex en Europol) om hier gezamenlijk in op te trekken.Nederland neemt op dit moment deel aan 9 EMPACT-projecten.6Auditrapport EDPS on the European Border and Coast Guard Agency (Frontex), 24 mei 2023,Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87710 Het delen van relevante gegevens en informatie is daarbijcruciaal. Dat moet gebeuren in lijn met Europese regelgeving ophet gebied van gegevensbescherming. Tegelijkertijd moet hetbelang van de opsporing niet uit het oog worden verloren. Hetkabinet verwelkomt tegen die achtergrond de recente gezamen-lijke verklaring van Frontex en Europol over de samenwerkingtussen de twee agentschappen en de prioriteit die daarbijgegeven wordt aan het verder versterken van wederzijdseuitwisseling van informatie. Verdere stappen op dit gebied doorFrontex en respectievelijk Europol worden aangemoedigd doorhet kabinet.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van het verslag vande formele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken(JBZ-Raad) van 4 en 5 maart 2024 en hebben naar aanleiding hiervan devolgende vraag. Aangegeven wordt in het verslag dat de Commissie nubezig is met de uitwerking van de EU-havenalliantie en dat Nederlandheeft aangegeven actief betrokken te willen worden bij deze uitwerking.Het kabinet heeft hierbij ook het belang van publiek-private samenwerkingin de strijd tegen drugshandel onderstreept. Tijdens het werkbezoek aanRotterdam door de vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid kwam tersprake dat de uithalers de sloten op de containers nu vaak kunnen openenmiddels pincodes, die door corrupte havenmedewerkers aan hen zijnverstrekt. Er wordt ingezet op het gebruik van andere sloten, zogenoemdesmartseals, waardoor het uithalen aanzienlijk kan worden bemoeilijkt. Detoepassing van deze smart technologie om drugstransporten in containerstegen te gaan, spreken deze leden zeer aan. Zij realiseren zich dat vooreen effectieve toepassing hiervan nodig is dat dit zich niet beperkt tot eenof enkele havens maar tot zoveel mogelijk havens in de EU. Deze ledenvragen de Minister deze ontwikkeling omtrent toepassing van smartsealsop (zee)containers aan te kaarten bij de uitwerking door de Commissie ende Kamer over de voortgang hierop te informeren voorafgaand aan devolgende JBZ Raad.AntwoordHet kabinet onderschrijft de mening van de leden van deNSC-fractie dat voor een effectieve toepassing van SmartSealsbrede commitment van (Europese) havens nodig is, maar ook vanhet bedrijfsleven. Het kabinet informeert uw Kamer hierbij overde laatste ontwikkelingen op dit gebied en dat Nederland ditheeft aangekaart bij de Commissie zoals de leden van deNSC-fractie vragen. De Nederlandse en Belgische Douaneshebben zich gecommitteerd aan het onderzoeken van mogelijk-heden om SmartSeals te implementeren in het containerverkeer.In de gesprekken met rederijen en leveranciers van SmartSeals iseen aantal praktische knelpunten naar voren gekomen die hetdirect testen van het SmartSeals beperken. De Douane startdaarom binnenkort met het testen van diverse scenario’s waarbijSmartSeals kunnen worden gebruikt om te onderzoeken hoe dezeknelpunten het beste het hoofd kunnen worden geboden. Parallelis het de ambitie van de Douane om met de Belgische Douane eenpilotproject te starten waarbij zowel scheepsrederijen als eengrote fruitproducent zijn betrokken. Binnen het project PortAlliance heeft de Douane bij de Commissie de ontwikkeling vanhet gebruik van SmartSeals benoemd als voorbeeld van lopendepubliek-private samenwerking in Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87711 Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieBetreffende de non-paper «Pyrotechnics directive»De leden van de D66-fractie stellen dat het in Nederland relatief eenvoudigblijft om aan zwaar illegaal vuurwerk te komen omdat het over de grens inbuurlanden gewoon gekocht kan worden door consumenten. De aan hetwoord zijnde leden maken zich ernstige zorgen over de gevolgen daarvan,zoals dat zwaar vuurwerk wordt gebruikt als wapen jegens hulpverleners,dat door zwaar vuurwerk jaarlijks veel letsel wordt veroorzaakt en datzwaar vuurwerk wordt gebruikt door criminele organisaties om aanslagenmee te plegen. Deze leden constateren dat er afgelopen jaar bijna 600explosies in Nederland hebben plaatsgevonden, waarvan een groot deelvolgens de politie en het Openbaar Ministerie (OM) gepleegd worden metillegaal vuurwerk.7 Nederland is overigens niet het enige land binnen deEuropese Unie dat hevige problemen ondervindt vanwege vuurwerk.Ook in België en Duitsland wordt al langer gepleit voor een vuurwerk-verbod, onder andere door hulpdiensten zoals de brandweer en politie.8Deze leden achten het noodzakelijk om vergaander in EU-verband samente werken om illegaal zwaar vuurwerk te bestrijden.De leden van de D66-fractie constateren voorts dat dit dossier al geruimetijd loopt. Zij missen vanuit de Minister een strategie om op dit onderwerpdaadwerkelijk resultaten te boeken. Deze leden verzoeken de Minister danook inzichtelijk te maken welke allianties worden aangegaan met anderelanden om daadwerkelijk een vuist te maken. Op basis waarvan wordendeze landen uitgezocht en eventueel overtuigd? Wat zijn de belangrijkstetegenwerpingen die de Minister terug hoort en/of bij welke tegenwerpingheeft de Minister moeite met deze te weerleggen? Welke belangen ofgevoeligheden spelen hier bij de landen die het meest stevig opponerentegen de wens van de Minister? Wat is de aanpak van de Minister omhiermee om te gaan? Wat zijn de belangrijkste momenten de komendejaren waarop de Minister anticipeert om voortgang te boeken? Bieden demanifestos van de verschillende Europese partijen in dit opzicht nieuwemogelijkheden? Kan de Kamer een overzicht krijgen van de belangrijksteinterventies, gesprekken en initiatieven die de Minister op dit onderwerpheeft ondernomen de afgelopen jaren? Zij vragen dit om een beter gevoelte krijgen voor de wijze waarop dit thema ter hand is genomen en waar dekansen voor de komende jaren liggen.AntwoordHet kabinet waardeert de betrokkenheid van de leden van deD66-fractie in de aanpak van de illegale handel en misbruik vanprofessioneel vuurwerk. De verkoop van zwaar professioneelvuurwerk waar Nederland overlast door ervaart, zoals cobra’s, isook in de buurlanden verboden voor consumenten. Ook in Belgiëen Duitsland is vuurwerk uit de categorieën F3 (middelmatiggevaar) en F4 (veel gevaar) uitsluitend toegestaan voor professi-7NOS, 22 december 2023, Huisarrest voor Italiaanse producent van zwaar Cobra-vuurwerk(https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2502569-huisarrest-voor-italiaanse-producent-van-zwaar-cobra-vuurwerk).8VRT NWS, 29 december 2023, Illegaal vuurwerk eenvoudig te koop op sociale media: binnen 15minuten zwaar knalvuurwerk gevonden (https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2023/12/29/jongeren-vinden-elkaar-massaal-op-sociale-media-om-illegaal-vuur/#:~:text=De%20Cobra%20is%20een%20reeks,mogen%20particulieren%20enkel%20feestvuurwerk%20kopen).Voice of Europe, 2 januari 2024, Brussels fire brigade urges EU to prohibit fireworks (https://www.voiceofeurope.com/brussels-fire-brigade-urges-eu-to-prohibit-fireworks/).DW, 1 februari 2024, Germany: Police and firefighters call for firework ban (https://www.dw.com/en/germany-police-and-firefighters-call-for-firework-ban/a-64260047).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87712 oneel gebruik. Nederland kent daarnaast nog beperkingen tenaanzien van F2 vuurwerk (weinig gevaar, geschikt voorconsumenten).Zoals eerder aan uw Kamer gemeld, zet het kabinet zich opEuropees niveau in om te komen tot een verbod op de productievan bepaalde typen vuurwerk en de harmonisatie van regel-geving. Hiervoor heeft het kabinet het betreffende non-paperopgesteld dat eind februari met uw Kamer is gedeeld.9 Deonderwerpen uit dit paper bespreekt Nederland op dit moment opverschillende niveaus bij de Commissie, binnen de Benelux enmet andere lidstaten, inclusief de daar betrokken uitvoeringsor-ganisaties zoals de politie. De belangrijkste partner op ditonderwerp is Frankrijk en er zijn verkennende gesprekkengevoerd met België, Luxemburg, Duitsland, Zweden en Spanje.Op korte termijn organiseert Nederland een politieconferentieover het thema vuurwerk, waarbij Duitsland, België en Frankrijkaansluiten.Met Frankrijk probeert het kabinet andere lidstaten en deEU-instellingen te overtuigen van de noodzaak van de harmoni-satie van regelgeving. Onder meer omdat vuurwerk een productis dat onder het vrije verkeer van goederen valt, niet alle lidstatendezelfde problematiek ervaren of zelf een producerend ofimporterend land van vuurwerk zijn, is het niet vanzelfsprekenddat alle lidstaten de Nederlandse en Franse voorstellen zullensteunen. Het kabinet blijft zich de komende periode inzetten omdeze prioriteit in de werkagenda 2024 – 2029 van de nieuweCommissie te krijgen, en de problematiek aan te kaarten in hetkader van de evaluatie van de bestaande Pyrorichtlijn.De leden van de D66-fractie zijn verheugd met de inzet van de Neder-landse regering om te pleiten voor een verbod op zwaar explosiefvuurwerk in EU-verband, aangezien er weinig vraag is naar dit typevuurwerk vanuit de professionele vuurwerkindustrie en dit vuurwerkvoornamelijk wordt gebruikt door criminele organisaties. Deze ledenachten het verder van belang dat Nederland in Europees verband pleitvoor een harmonisatie van de vuurwerkmarkt. Juist vanwege groteverschillen in welke types vuurwerk legaal en illegaal zijn per lidstaat ishandhaving op dit moment nagenoeg onmogelijk. Kan de Ministertoezeggen zich in te zetten voor de totstandkoming van een harmonisatie-richtlijn op het gebied van vuurwerk?AntwoordOp dit moment evalueert de Commissie de Pyrorichtlijn. Hetkabinet zet zich in om de illegale handel van professioneelvuurwerk aan te pakken en de productconformiteitsprocedures teverbeteren. Zoals reeds aangegeven kent Nederland in veelgevallen meer beperkingen van het toegestane vuurwerk danandere lidstaten. Op dit moment lijkt er onvoldoende draagvlakvoor harmonisatie van binnen de EU voor consumenten toege-stane pyrotechnische artikelen. Mocht bijvoorbeeld de uitkomstvan de evaluatie daar aanleiding voor zijn, dan zal het kabinetoverwegen of het opportuun is draagvlak voor harmonisatie tezoeken.De leden van de D66-fractie onderschrijven verder dat de Minister zich zalinzetten voor de implementatie van de Pyro-Pass in de gehele Europese9Kamerstukken II, vergaderjaar 2022 – 2023, 32 317, nr. 872.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87713 Unie. Met een dergelijke pas kunnen beroepsmatige kopers van vuurwerkzich identificeren bij het kopen van zwaar vuurwerk dat voor consumentenillegaal is. Kan de Minister uiteenzetten hoe de verschillende lidstatenkijken naar het op Europees niveau implementeren van de Pyro-Pass?Acht de Minister het noodzakelijk om daarnaast te pleiten voor striktehandhaving op het controleren van Pyro-Passen door verkopers?AntwoordDe Benelux heeft zich gecommitteerd aan het invoeren van eeneenvormig controledocument, zodat een persoon die bepaaldepyrotechnische artikelen wil kopen, met de pyro-pass kanbewijzen de daarvoor vereiste gespecialiseerde kennis te hebben.De invoering van de pyro-pass kan het een verkoper van derge-lijke artikelen in de Benelux gemakkelijker maken om eendocument op echtheid en geldigheid te controleren. De pyro-passwordt op dit moment geïmplementeerd in de nationale wet- enregelgeving van de Benelux-landen. Inzet vanuit de Benelux is omde pyro-pass binnen de Europese Unie te implementeren. Onderandere in het kader van het Nederlandse non-paper bespreekt hetkabinet deze wens met andere landen. De Commissie volgt deontwikkelingen rond de pyro-pass, en sluit geregeld aan bijBenelux-overleggen over dit onderwerp. Enkele lidstaten zijngeïnteresseerd in het concept. Zij hebben zich echter nog nietuitgesproken over definitieve steun voor het voorstel. Bij eeneventuele invoering van de pyro-pass op EU-niveau zal hettoezicht en handhaving vanzelfsprekend een gespreksonderwerpzijn.De leden van de D66-fractie stellen ten slotte dat de Pyro-richtlijnvoorschrijft aan welke kwaliteits- en veiligheidseisen vuurwerk binnen deEU moet voldoen, maar dat de Inspectie voor Leefomgeving en Transport(ILT) in 2021 constateerde dat het systeem van CE-markering nietfunctioneert en dat veel producten niet voldoen aan wet- en regel-geving.10 De aan het woord zijnde leden stellen dat de controle opkwaliteits- en veiligheidseisen verbeterd moet worden. Hoe is de Ministervan plan zich daarvoor in te zetten in EU-verband? Kan de Ministertoezeggen om te pleiten voor verbeterde kwaliteits- en veiligheidscon-troles op vuurwerk?AntwoordNederland zet zich internationaal in voor verbetering van deregels rond pyrotechnische artikelen, waaronder vuurwerk. Deinzet is onder andere gericht op het verbeteren van de product-conformiteit van vuurwerk dat de EU en Nederland binnenkomt.Het kabinet heeft de afgelopen periode twee non-papersopgesteld met het oog op de nieuwe Commissie en de evaluatievan de Pyrorichtlijn. Een van de papers betreft een aantalvoorstellen om op EU-niveau de productconformiteit van (consu-menten)vuurwerk te verbeteren. In de Kamerbrief van 14 maart jl.is dit non-paper aan uw Kamer aangeboden.11 De voorstellen diehet kabinet doet zijn onder andere gericht op het verbeteren vande conformiteitsprocedures in de Pyrorichtlijn, en het versterkenvan de samenwerking en de informatiedeling tussen de lidstaten.10Rijksoverheid, 30 september 2021, CE-markering consumentenvuurwerk functioneert niet(https://www.ilent.nl/actueel/nieuws/2021/09/30/ce-markering-consumentenvuurwerk-functioneert-niet).11Kamerbrief met geannoteerde agenda Milieuraad 25 maart 2024 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87714 Vragen en opmerkingen van de leden van de Volt-fractieDe leden van de Volt-fractie hebben met interesse kennisgenomen van destandpunten die het demissionaire kabinet inneemt in de non-paper. Zijwillen daarbij opmerken dat zij het zorgwekkend vinden dat de non-paperslouter ingaan op het bewaken van binnen- en buitengrenzen, terugkeer enverschillende vormen van externalisering van het Nederlands- enEuropees asiel- en migratiebeleid. Zij merken op dat er weinig oog is voorhet verbeteren van de interne structuren zoals onderlinge solidariteit,capaciteit, administratieve lasten en snelle integratie. Bovendien hebbendeze leden ook vraagtekens bij de effectiviteit van de voorgestelde lijn. Zijhebben daarover nog een aantal vragen.3. Non paper ReturnDe leden van de Volt-fractie vragen of er zicht is op hoeveel mensen ermomenteel niet terugkeren of niet kunnen terugkeren. Welk percentage isdit van het volledige aantal asielzoekers in Europa? Kan de Staatssecre-taris een overzicht geven om hoeveel mensen het gaat per land?AntwoordEurostat rapporteert per kwartaal over het aantal personen dat naeen terugkeerbesluit de Europese Unie (uitgesplist naar lidstatenen Schengen-geassocieerde staten) heeft verlaten, afgezet tegenhet aantal personen dat een terugkeerbesluit heeft ontvangen.Deze informatie is openbaar.12 Dit kunnen ook personen zijn diegeen asielaanvraag hebben ingediend. Daarbij komt dat verschil-lende lidstaten op verschillende momenten in het proces eenterugkeerbesluit nemen waardoor een vergelijking met het totaalaantal asielzoekers lastig te maken is.De leden van de Volt-fractie vragen welke stappen – naast samenwerkingmet landen van herkomst – worden genomen om terugkeer te bevor-deren. Is er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar verbeterde begeleidingvan mensen die moeten terugkeer naar hun land van herkomst en deeffecten daarvan op vrijwillige terugkeer? Deze leden verwijzen hierbijbijvoorbeeld naar de positieve signalen uit de pilot met LandelijkeVreemdelingenvoorzieningen (LVV) met betrekking tot vrijwilligeterugkeer.AntwoordBegeleiding en casemanagement zijn belangrijke onderdelen vanhet terugkeerproces. Zowel door de regievoerders van de DienstTerugkeer & Vertrek, als door de Internationale Organisatie voorMigratie (IOM) en verschillende non-gouvernementele organi-saties (ngo’s) wordt begeleiding ingezet. Daarbij is er ook oogvoor goede voorbeelden en praktijken. Zo worden door IOM nuzogeheten native counselors ingezet. Zij kunnen vanuit dezelfdetaal en cultuur veelal beter met de vreemdeling communiceren.Verder wordt momenteel door het Migration Policy Institute – inopdracht van het Wetenschappelijke Onderzoeks- en Documen-tatie Centrum (WODC) – een onderzoek uitgevoerd naar depraktijk van vrijwillige terugkeer en herintegratie en hoe debeleidsmaatregelen invloed hebben op terugkeer. De uitkomstenvan dit onderzoek worden begin 2025 verwacht.12https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Returns_of_irregular_migrants_-_quarterly_statistics#Returns_of_non-EU_citizensTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87715 Return collaboration and reintegrationDe leden van de Volt-fractie vragen wat de Staatssecretaris bedoelt met«innovative» arrangements.AntwoordOnder verwijzing naar het eerdere antwoord op een vraag van deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie over out-of-the-boxafspraken, kan bij het maken van afspraken met derde landen,waar terugkeersamenwerking onderdeel van is, ook gedachtworden aan innovatieve vormen. Zo onderzoeken verschillendelidstaten, waaronder Zweden, het concept van terugkeerhubs.Conform een eerdere toezegging, stuurt het kabinet uw Kamervoor de zomer een brief over deze verkenning.13Verder vragen zij de Staatssecretaris om te schetsen op basis waarvanverwacht wordt dat negatieve maatregelen zullen werken om landen tebewegen asielzoekers terug te nemen. Hoe effectief verwacht deStaatssecretaris dat negatieve maatregelen zullen zijn en waarom?Bovendien vragen zij voor welke balans Nederland zal pleiten in departnerschappen met betrekking tot migratie en andere onderdelen, zoalseconomische ontwikkeling, infrastructuur en energie.AntwoordHet kabinet verwijst naar het antwoord op een gelijksoortige(deel)vraag van de leden van de GroenLinks-PvdA fractie over denegatieve maatregelen wanneer een derde land onvoldoende meewerkt.Ten aanzien van de balans in brede partnerschappen gaat hetkabinet in de eerste plaats uit van gelijkwaardigheid,duurzaamheid en inzet op basis van wederzijdse belangen. Deinhoud van de samenwerking wordt gezamenlijk met het derdeland op basis van deze pijlers ingericht en uitgewerkt. Hetkabinet bepleit doorlopend bij de Commissie dat voortgang moetworden geboekt op álle onderdelen van de gemaakte afspraken.Verder merken de leden van de Volt-fractie op dat de Staatssecretarisverwijst naar de verantwoordelijkheden van landen onder de GlobalCompact of Migration. Hoe verhoudt dit zich tot de percentages vanvluchtelingen die al opgevangen worden in deze landen ten opzichte vanhet percentage van vluchtelingen dat Europa opvangt?AntwoordHet Global Compact for Migration (GCM) biedt een (juridischniet-bindend) raamwerk om migratiesamenwerking tussen landenvan herkomst, transit en bestemming te verbeteren. Het betref-fende non-paper refereert aan GCM doelstelling 21 waarin wordtgecommitteerd aan het terugnemen van eigen onderdanen,waaronder uitgeprocedeerde asielzoekers. Het GCM ziet dus nietop de situatie van vluchtelingen. Het Global Compact onRefugees (GCR) is er daarentegen op gericht de internationalerespons op nieuwe en bestaande vluchtelingensituaties teverbeteren. Nederland draagt bij aan de GCR-doelstellingen,onder meer door landen met grote vluchtelingengemeenschappente ondersteunen bij de opvang en duurzame integratie en hethervestigen van vluchtelingen. De complementariteit tussen het13Toezegging gedaan tijdens het Commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid van 7 maart2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87716 GCM en GCR ziet onder meer op het ontlasten van asielsystemenvan personen die geen recht hebben op internationalebescherming, zodat voldoende capaciteit beschikbaar is voordegenen die hier wel recht op hebben.Daarnaast vragen de leden van de Volt-fractie hoe de Staatssecretarisprogramma’s onder het Europese fonds voor Asiel, Migratie en Integratie(AMIF), het Europese Instrument voor Nabuurschap, Ontwikkeling enInternationale Samenwerking (NDICI) en het Instrument voorPre-Toetredingssteun (IPA) wil inzetten om terugkeer te bevorderen enwelke verhouding in financiering hij voor zich ziet tussen de verschillendefinancieringsdoelstellingen binnen deze financieringsstructuren. Kan deStaatssecretaris hier door middel van voorbeelden en percentages vanbesteding kaders schetsen hoe Nederland deze financiering zou willeninzetten?AntwoordIn de verordening voor het Europese fonds voor Asiel, Migratie enIntegratie (AMIF) is terugkeer opgenomen als één van de beleids-doelstellingen waaraan de besteding van het fonds dient bij tedragen. 35% van de aan de lidstaten beschikbaar gesteldemiddelen is bedoeld voor de aanpak van irreguliere migratie metinbegrip van terugkeer. Het fonds voorziet zowel in financieringvoor inspanningen in de lidstaten om (vrijwillige) terugkeer teverbeteren, als in financiering voor maatregelen op dat gebied inderde landen, waaronder re-integratie. Middels het IPA en NDICIworden verschillende projecten gefinancierd gericht op terug-keerbevordering, dit wordt nauw afgestemd op de benodigd-heden van de ontvangende derde landen. Mede dankzij Neder-landse inzet wordt indicatief 10% van de in NDICI beschikbaremiddelen aan migratie en ontheemding besteed. Bestaandeprojecten onder het IPA zijn onder andere gericht op capaciteits-opbouw van terugkeersystemen, het bevorderen van efficiëntievan deze systemen en de naleving van mensenrechten in deuitvoering. Deze worden in samenwerking met IOM en/of Frontexuitgevoerd. Onder het huidige IPA III-comité (2021–2027) is daarreeds 24.7 MLN EUR aan uitgegeven ofwel gecommitteerd. Dezefinancieringsdoelen overlappen, het kabinet acht het daarom vanbelang dat deze fondsen complementair aan elkaar wordenbesteed. Het kabinet roept de Commissie op tot beterecoördinatie.Strengthen EU internal return systemDe leden van de Volt-fractie vragen of de Staatssecretaris concreet kanmaken wat Frontex management van terugkeerzaken betekent, gezienFrontex daar nu louter als ondersteunende instelling werkt?AntwoordDe verwijzing in het non-paper gaat over de interne besluitvor-mingsstructuren van Frontex. Als informeel voorportaal van deFrontex Management board wordt geregeld een High Level RoundTable on Return georganiseerd. Hier worden aan terugkeergerelateerde zaken met betrekking tot Frontex op strategisch enoperationeel met de lidstaten besproken. Nederland neemthieraan deel. Tegelijkertijd bestaat er overlap met andere gremiawaar terugkeer wordt besproken. Nederland pleit derhalve vooreen gestroomlijnde integrale overlegstructuur waarbij deondersteunende taak van Frontex op het gebied van terugkeerbetrokken is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87717 Overcoming legal barriersDe leden van de Volt-fractie vragen om welke reikwijdte het gaat wanneerde Staatssecretaris verwijst naar migranten met een strafblad. Geldt ditvoor elk vergrijp? Welke juridische basis is er om met name voor dezegroep de juridische procedures te versimpelen?AntwoordHet kabinet zet zich, in lijn met de motie van de leden Van derStaaij en Bisschop14, in voor een aanscherping van de Terugkeer-richtlijn. De Terugkeerrichtlijn bevat namelijk de grondslag voorde terugkeerprocedure(s), zoals geregeld in de Nederlandse wet-en regelgeving. Het kabinet is van mening dat deze procedures –met inachtneming van waarborgen voor fundamentele rechten –efficiënter en doeltreffender kunnen worden ingericht ook waarhet migranten met een strafblad betreft. Dit bijvoorbeeld doorhet creëren van een extra bewaringsgrondslag voor vreemde-lingen die een gevaar vormen voor de openbare orde of denationale veiligheid.Daarnaast vragen de leden van de Volt-fractie naar een aantalvoorbeelden voor wat de Staatssecretaris bedoelt met «out-of-the-boxreturn collaborations with third countries»?AntwoordHet kabinet verwijst naar het antwoord op bovenstaande vraagvan de leden van de Volt-fractie over innovative return arrangements.Increasing return from third countriesDe leden van de Volt-fractie vinden het positief dat de Staatssecretaris hetrespect voor mensenrechten benadrukt en daar ook meteen monitoringaan toevoegt. Zij vragen daarbij wel welke basisvoorwaarden deStaatssecretaris dan zou willen stellen, alvorens de samenwerking vanderde landen met Frontex aan te gaan en hoe de monitoring vormge-geven wordt om te garanderen dat er geen sprake is van mensenrechten-schendingen of deze meteen worden aangepakt.AntwoordHet kabinet verwijst naar het antwoord op een vraag van de ledenvan de VVD-fractie over de monitoring van terugkeerafspraken.Fundamentele rechten en bescherming van migranten zijngeborgd in internationale en Europese regelgeving waaronder deterugkeerrichtlijn en de Europese Grens- en Kustwachtveror-dening (voor activiteiten uitgevoerd door het Agentschap). Hetnationaal terugkeerbeleid van lidstaten wordt in het kader vanhet Schengenevaluatiemonitoringsmechanisme ook op dit puntgeëvalueerd. Hieruit kunnen aanbevelingen voortkomen dielidstaten moeten opvolgen. Daarnaast houdt de grondrechtenad-viseur van Frontex ook toezicht op de terugkeeractiviteiten vanhet Agentschap. Voor wat betreft nieuwe samenwerking metderde landen ligt er een gedeelde verantwoordelijkheid voor dewaarborging van fundamentele rechten bij de lidstaten, deCommissie en het Agentschap. De lidstaten dienen bij eenvoornemen om te onderhandelen over een overeenkomst met eenderde land over samenwerking met het Agentschap in de Raadhiervoor hun toestemming te verlenen. Effectieve waarborgingvan fundamentele rechten maakt onderdeel uit van deze14Kamerstukken II, 2023/24, 32 317, nr. 836.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87718 afweging. In een later stadium, indien er een concreet voorstelvoor samenwerking wordt besproken, maakt de effectievewaarborging van fundamentele rechten onderdeel uit van eenvoorstel. Het kabinet hecht hier aan en zal hier ook op toezienindien er sprake is van nieuwe samenwerkingsverbanden tussenhet Agentschap en derde landen.Daarnaast hebben de voornoemde leden enkele vragen over deuitbreiding van het Frontex-mandaat. Hoe denkt de Staatssecretarisirreguliere migratie te voorkomen door middel van Frontex? Vrijwilligeterugkeer lijkt de meest effectieve route voor duurzame terugkeer vanuitgeprocedeerde asielzoekers. Hoe wenst Nederland vrijwillige terugkeerte vergroten? Hoe kan het vergroten van het mandaat van Frontexbijdragen aan een toename van mensen die vrijwillig terugkeren?Terugkeerders hebben vaak een negatieve associatie met Frontex.Waarom kiest de Staatssecretaris om de rol van deze organisatie verder tevergroten?AntwoordHet kabinet verwijst verder naar het antwoord op een gelijk-aardige vraag van de fractieleden van de VVD over het inzettenvan Frontex in derde landen bij het terugkeerproces. Vrijwilligeterugkeer is hierbij altijd het uitgangspunt.Daarnaast vragen de leden van de Volt-fractie hoe de Staatssecretaris indeze positie inzet op het Europees erkennen van de onmogelijkheid omterug te keren. Hoe kijkt de Staatssecretaris in dat kader naar de mogelijk-heden in Duitsland voor de legalisering van verblijf van asielzoekers dieniet terug kunnen keren?AntwoordUitgangspunt van het Nederlandse migratiebeleid is dat vreemde-lingen zonder rechtmatig verblijf Nederland dienen te verlaten. Erzijn geen landen bekend die structureel niet de volkenrechtelijkeverplichting naleven om eigen onderdanen terug te nemen. In depraktijk blijkt dan ook dat met name zelfstandige (vrijwillige)terugkeer vrijwel altijd mogelijk is. Desalniettemin kunnen zichbijzondere situaties voordoen waarin een vreemdeling vanwegemedische redenen of buiten zijn schuld Nederland niet kanverlaten. Bijvoorbeeld omdat hij de benodigde reisdocumentenniet kan bemachtigen. In die gevallen wordt op basis van artikel64 van de Vreemdelingenwet het vertrek uitgesteld en tijdelijkrechtmatig verblijf geboden of een zogeheten buitenschuldver-gunning verleend. Ten aanzien van de vraag over het Duitsebeleid verwijs ik naar mijn beantwoording van eerdere, onderandere door het lid Koekkoek van de fractie Volt, gestelde vragenhierover.155. Non paper AsylumImprove monitoring and compliance, and explore conditionalityDe leden van de Volt-fractie vragen welke afwegingen er zijn om fondsenzoals AMIF en het Integrated Border Management Fund (IBMF) conditi-oneel te maken aan het naleven van het Pact? Geldt dit gelijkwaardig vooralle onderdelen van het Pact of is de inzet van Nederland te koppelen aanbepaalde onderdelen van het Pact, zoals de grensprocedure? Welke15Aanhangsel van de Handelingen II, 2022–2023, nr. 1399.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87719 aanvullende manieren ziet de Staatssecretaris om ervoor te zorgen dat delidstaten bijdragen aan de gemeenschappelijke EU-migratieprioriteiten?AntwoordHet kabinet verwijst u naar het antwoord van gelijkluidendevraag van de leden van de VVD-fractie.Increase the number of mandatory border proceduresDe leden van de Volt-fractie vragen hoe de doeltreffendheid van deverhoogde procedures wordt gemeten als het gaat om het tegengaan vanaanzuigende werking. Is de Staatssecretaris bereid de grensprocedures teherzien, op het moment dat blijkt dat dit geen positief effect heeft op hetterugdringen van irreguliere migratie? Welke voorzorgsmaatregelen zullenworden genomen om misbruik van het systeem door lidstaten tevoorkomen en een humane behandeling tijdens de grensprocedures tewaarborgen?AntwoordHet kabinet vindt de grensprocedure een belangrijk instrumentom te beoordelen of toegang tot Nederland/de Unie mag wordenverleend en om het beheer van de buitengrens te verstevigen. Hetis een mogelijkheid dat bij de implementatie van de grensproce-dures onvoorziene belemmeringen aan het licht komen. Hetkabinet verwelkomt daarom dat de Commissie twee jaar na destart van de toepassing van de verordening zal rapporteren overde toepassing ervan in de lidstaten en, waar passend, aanpas-singen zal voorstellen. In de wetgevende voorstellen zijnmeerdere procedurele waarborgen opgenomen ten aanzien vanfundamentele rechten. Iedere aanvraag om internationalebescherming die in de asielgrensprocedure wordt afgewikkeldmoet individueel worden beoordeeld. De aanvrager krijgt tijdensde procedure rechtsbijstand en kan in beroep gaan tegen eenafwijzende beslissing. Als tijdens het gehoor, of in iedere anderefase van de procedure, blijkt dat de gronden voor het toepassenvan de grensprocedure niet (langer) van toepassing zijn, dient deaanvrager toegang te verkrijgen tot het grondgebied van delidstaat en moet de aanvraag verder worden behandeld buiten degrensprocedure. Opvang- en bewaringsomstandigheden moetengedurende de asielgrensprocedure altijd in overeenstemming zijnmet de waarborgen in de Opvangrichtlijn. Daarnaast voorziet deAsielprocedureverordening in meerdere monitoringsmecha-nismen. Zo wordt ten aanzien van gezinnen met kinderenexpliciet verwezen naar het monitoringssysteem van hetEuropese Asielagentschap (EUAA). Indien daaruit blijkt dat eenlidstaat niet voldoet aan het vereiste dat de opvangvoorzieningenin lijn zijn met de Opvangrichtlijn, doet de Commissie eenaanbeveling om de toepassing van de grensprocedure op teschorten. Ook is in de APR opgenomen dat lidstaten moetenvoorzien in een monitoringssysteem dat toeziet op de nalevingvan het Unierecht en het internationaal recht, met name watbetreft de toegang tot de asielprocedure, het beginsel vannon-refoulement, het belang van het kind en de relevante regelsinzake bewaring. Ook moeten onderbouwde beschuldigingen vanniet-eerbiediging van grondrechten doeltreffend en zonderonnodige vertraging worden behandeld.De Volt-leden maken zich ook zorgen over de grootte van de grensgevan-genissen. In de huidige voorstellen is bepaald dat de grenslanden samen30.000 mensen in (semi)detentiecentra moeten hebben «op elk momentTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87720 van het jaar». Dit is de «adequate capacity» (art. 48 van de nieuweAsielprocedureverordening). Via een formule wordt vervolgens berekendwat dat betekent voor de capaciteit in de verschillende lidstaten. Onzekoepelorganisatie European Council on Refugees and Exiles (ECRE)maakte op basis van deze formule een proefberekening en kwam uit opmaar liefst 7.892 plekken voor Italië. Dat betekent dat Italië op elk momentminstens 7.892 (semi-)detentieplekken bezet moet hebben. Dat zijn grotegrensgevangenissen. Kan de Staatssecretaris toelichten op welk hogeraantal Nederland wil inzetten? Wat betekent dit voor de capaciteit opSchiphol Justitieel Complex en/of de Gesloten Gezinsvoorzieining (GGV)te Zeist?AntwoordHet kabinet is van mening dat de grensprocedure in principe vantoepassing zou moeten zijn op alle (of in ieder geval hetmerendeel van de) overschrijdingen van de buitengrens waarbijniet wordt voldaan aan de voorwaarden voor toegang en eenasielverzoek wordt ingediend. De overeenstemming die is bereiktover het aantal van 30.000 ziet het kabinet als een realistische enbelangrijke eerste stap. Het betreft hier evenwel niet het aantalmensen dat in detentie moet worden gehouden, maar het aantalplaatsen in de grensprocedure dat Uniebreed beschikbaar moetzijn. In de APR wordt vervolgens bepaald wanneer er eenverplichting is om de grensprocedure toe te passen en in welkegevallen de grensprocedure wordt uitgesloten. In de APR isopgenomen dat het aantal van 30.000 iedere drie jaar zal wordengeëvalueerd en indien nodig zal worden herijkt. Het kabinetbrengt nog in kaart of en zo ja welke gevolgen het nuafgesproken aantal heeft voor de Nederlandse praktijk.Kan de Staatssecretaris bovendien bevestigen dat Nederland geenkinderen in celconstructies op gaat sluiten op Schiphol dan in wel anderegesloten settingen? Detentie van kinderen om de enkele reden dat zijbescherming zoeken is een schending van onder andere het Kinderrech-tenverdrag en brengt veel schade toe. Daarom is Nederland jaren geledengestopt met het detineren van kinderen op Schiphol.AntwoordDe asielprocedureverordening biedt een aantal waarborgen voorkwetsbaren, in het bijzonder minderjarigen. Het belang van hetkind speelt een leidende rol en opvang en bewaringsomstandig-heden moeten gedurende de asielgrensprocedure altijd inovereenstemming zijn met de waarborgen in de Opvangrichtlijn.Dit leidt ertoe dat de asielgrensprocedure alleen kan wordentoegepast op een alleenstaande minderjarige vreemdelingwanneer deze een gevaar voor de openbare orde of nationaleveiligheid is of om die reden eerder gedwongen is uitgezet. Ookwordt de asielgrensprocedure beëindigd of niet toegepastwanneer de noodzakelijke ondersteuning op grond van deOpvangrichtlijn niet (langer) geboden kan worden of wanneer hierrelevante medische redenen voor zijn. Op dit moment is er inNederland voor gezinnen met kinderen in de grensprocedure eengesloten gezinsvoorziening in Zeist beschikbaar. Daar zijn twaalfhuisjes met zes bedden per huisje beschikbaar voor gezinnen.Aan de kinderen wordt onderwijs aangeboden. Er wordt beperktgebruik van gemaakt, gezinnen worden in meeste gevallen naarTer Apel geplaatst. Gedurende de implementatieperiode wordtbezien of en zo ja welke gevolgen de nieuwe verordening heeftvoor de Nederlandse praktijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87721 Daarnaast lezen de leden van de Volt-fractie dat de meerderheid van deongegronde asielverzoeken snel afgehandeld zal worden. Er kan echterniet beoordeeld worden of een asielverzoek ongegrond is zonder eerlijkproces. Welke aanleiding heeft de Staatssecretaris dan om vooraf dezeasielverzoeken ongegrond te verklaren?AntwoordIn de Asielprocedureverordening zijn de voorwaarden opgenomenwaaronder de grensprocedure kan worden toegepast. Het moetgaan om niet-ontvankelijke aanvragen om internationalebescherming, of om aanvragen die in aanmerking komen vooreen versnelde procedure (en daarnaast ook als kennelijkongegrond kunnen worden aangemerkt). De Asielprocedureveror-dening beschrijft in welke gevallen dat van toepassing is. Hetkabinet baseert zich op deze categorisering.Review of the safe third country conceptDe leden van de Volt-fractie maken zich grote zorgen over de door deStaatssecretaris voorgestelde herzieningen van het concept «veilig derdeland». Daarom hebben zij de volgende vragen. Hoe rijmt de Staatssecre-taris de wens om het bandencriterium af te schaffen met het advies vande United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR), waarinspecifiek benadrukt wordt dat het leidt tot minder effectieve terugkeer eneen scheefgroei van lastenverdeling tussen landen? Bovendien vragen deleden van de Volt-fractie of de Staatssecretaris een aantal voorbeeldenkan geven van hoe de applicatie van het concept «veilig derde land» kanworden verbeterd.AntwoordNederland heeft tijdens de onderhandelingen steeds gewezen ophet belang van het sluiten van duurzame en gelijkwaardigepartnerschappen met derde landen op bilateraal en Europeesniveau. In dat kader wil de regering de mogelijkheid openhoudendat een derde land bereid is migranten terug te nemen waarmeegeen band is en over wiens grondgebied de migrant niet eerder isgereisd. Als de migrant in dat land veilig is en er goede opvan-gomstandigheden zijn, is het kabinet voorstander van opvang indat land. Ten tweede zijn er situaties waarin een vreemdelingnaar een land kan waar hij geen band mee heeft. Het kan danbijvoorbeeld gaan om een vreemdeling die een hervestigings-aanbod heeft gekregen van een ander land. In een dergelijk gevalis het niet wenselijk dat het bandencriterium in de weg staat aandie mogelijkheid.Address the asylum system’s remaining weaknesses and bottlenecksDe leden van de Volt-fractie maken zich grote zorgen over de voorstellenvan het kabinet om de mogelijkheden voor detentie uit te breiden, alsookde ontvangstcondities te versoberen en mensen uit te sluiten van opvang.Deze leden hebben daarom de volgende vragen. Wat is de juridischerechtvaardiging voor het eventueel opsluiten van personen louter opbasis van hun herkomst uit «veilige landen»? Welke concrete alternatieveoplossingen worden overwogen om de openbare orde rond opvangcentraaan te pakken, naast beperkingen aan opvangvoorzieningen en detentie?AntwoordHet kabinet doelt op instrumenten die lidstaten helpen in hetvoorkomen van vertraging van de asielprocedure door personenmet weinig kans op asiel, en het verbeteren van gecontroleerdTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87722 vertrek van deze groep na het doorlopen van de asielprocedure.Ook doelt het kabinet op instrumenten die lidstaten kunnenondersteunen in het terugdringen van overlast in en rondomopvangcentra. Daarbij merkt het kabinet op dat de groepasielzoekers uit landen met een zeer laag inwilligingspercentageook oververtegenwoordigd is in de groep overlastgevendepersonen. Het snel door de procedure leiden van deze groep kan,naast het verminderen van druk op de asiel- en opvangketen,daarom ook behulpzaam zijn bij het tegengaan van overlast.Het kabinet wenst aan te merken dat het maken van onderscheidin procedures en de wijze waarop deze worden doorlopen (ook opbasis van nationaliteit) ook nu een basis kent in EU-regelgeving.In de Asielprocedureverordening wordt bijvoorbeeld voor detoepassing van de grensprocedure onderscheid gemaakt tussenpersonen afkomstig uit landen met een inwilligingspercentagevan minder en meer dan 20%. Detentie louter op basis vannationaliteit is op basis van de Opvangrichtlijn niet toegestaan.Als er echter andere indicatoren zijn, bijvoorbeeld het ontbrekenvan aanknopingspunten over de nationaliteit van de vreemdelingwaardoor nader onderzoek nodig is, of als door het gedrag van devreemdeling waarschijnlijk is dat deze niet beschikbaar zalblijven voor de procedure, dan is detentie wel een juridischemogelijkheid.De leden van de Volt-fractie vragen tot slot naar alternatieveoplossingen voor openbare orde-problematiek rond opvang-centra. Het kabinet benadrukt dat rondom een aantal opvang-centra sprake van meer inzet van politie en beveiligers. Dit isechter niet altijd voldoende om het gevoel van onveiligheid wegte nemen. Het is noodzakelijk langs meerdere sporen de proble-matiek te adresseren.In de non-paper wordt gevraagd naar «betere instrumenten». Impliceertde Staatssecretaris een bredere implementatie van procesbeschikkingslo-caties (PBL’s) zoals die in Ter Apel, ondanks een recente rechterlijkeuitspraak die deze onrechtmatig acht? Gezien de gedocumenteerdetekortkomingen van buitengrensfaciliteiten en de mogelijke psycholo-gische schade als gevolg van langdurige detentie voor kinderen, welkeconcrete alternatieven zullen worden onderzocht om de bezorgdheid metbetrekking tot «nationale veiligheid» weg te nemen zonder toevlucht tenemen tot het opsluiten van kwetsbare kinderen?AntwoordHet kabinet doelt op instrumenten die lidstaten kunnen onder-steunen in het voorkomen van vertraging van de asielproceduredoor personen met weinig kans op asiel, en het verbeteren vangecontroleerd vertrek van deze groep na het doorlopen van deasielprocedure. Bijvoorbeeld door hen gedurende de asielpro-cedure beter beschikbaar te houden. Ook doelt het kabinet opinstrumenten die lidstaten kunnen ondersteunen in het terug-dringen van overlast in en rondom opvangcentra. Hierbij kangedacht worden aan de mogelijkheid om voorzieningen bijoverlastgevend gedrag te versoberen. Daarnaast acht het kabinethet bijvoorbeeld wenselijk om in het kader van dossieropbouwvan overlastgevende asielzoekers de juridische grondslag voorgegevensdeling tussen lidstaten m.b.t. geregistreerde vormen vanoverlast te verbreden.Met betrekking tot de buitengrensfaciliteiten en de toepassingvan de grensprocedure op minderjarigen verwijst het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87723 naar het eerder gegeven antwoord op een gelijkluidende vraagvan de leden van uw fractie.De leden van de Volt-fractie lezen bovendien dat de Staatssecretaris destimulansen voor alleenreizende minderjarigen beoogt te verlagen. Welkestimulansen wil de Staatssecretaris specifiek aanpakken en op welkewijze?AntwoordHet kabinet acht het een gemiste kans dat de herziening vanDublin niet is aangegrepen voor meer verbeteringen metbetrekking tot het kunnen teruggeleiden van alleenstaandeminderjarigen onder Dublin wanneer zij eerder in een anderelidstaat een asielaanvraag deden. Doordat deze stap onvoldoendeis gezet, bevat het stelsel op dit punt nog steeds een onwense-lijke prikkel om kinderen alleen vooruit te sturen, omdat op hende Dublin-regels slechts in een beperkt aantal gevallen vantoepassing zal zijn. Het kabinet is voornemens hier bij een nieuweherziening opnieuw op in te zetten.A long-term EU coordinated approach for displaced persons from UkraineDe leden van de Volt-fractie delen de mening van de Staatssecretaris dateen Europese aanpak nodig is om de opvang van ontheemde Oekraïnersop de best mogelijke manier te regelen. Deze leden vragen de Staatsse-cretaris om te concretiseren wat er bedoeld wordt met «viable and flexibleoptions for legal stay»? Bovendien vragen zij wanneer – in de ogen van deStaatssecretaris – de situatie het toelaat om mensen terug te laten kerennaar Oekraïne? Aan welke criteria moet in dat geval ten minste voldaanzijn?AntwoordZoals vermeld in het non-paper gericht aan de Commissie, zet hetkabinet in op een gecoördineerde aanpak op EU-niveau tenaanzien van zowel verblijf als terugkeer van ontheemden uitOekraïne op de langere termijn. De opties die hierbij uitgewerktmoeten worden op EU-niveau, moeten daarbij natuurlijk weluitvoerbaar zijn voor lidstaten. In dat kader ziet het kabinet datde optie «asiel» een welhaast onmogelijke optie is, omdat dedruk op het asielsysteem daarbij te groot wordt. Ook vindt hetkabinet het van belang dat lidstaten enige flexibiliteit behoudenvoor uitvoering in de praktijk, zoals dat nu voor de RichtlijnTijdelijke Bescherming ook het geval is. Als het aankomt opterugkeer, zet het kabinet voor de langere termijn in op hetmaximaal ondersteunen van terugkeer van ontheemden naarOekraïne als de situatie dat toelaat. Oekraïners hebben op ditmoment al de mogelijkheid om vrijwillig terug te keren naarOekraïne (als zij dit wensen). Zolang Oekraïense ontheemdenbescherming genieten onder de RTB hebben zij het recht om inNederland of de EU te verblijven. Aan welke criteria – bij eenmogelijke beëindiging van de bescherming van Oekraïners onderde RTB – zal moeten worden voldaan om te beoordelen dat desituatie het toelaat om ontheemden terug te laten keren naarOekraïne is op dit moment nog niet duidelijk. Na een mogelijkebeëindiging van de bescherming van Oekraïners onder deRichtlijn Tijdelijke Bescherming zal eerst moeten worden bezienof en hoe op EU-niveau, en anders op nationaal niveau, deperiode na de beëindiging van de bescherming zal wordenvormgegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87724 6. Non paper BordersDe leden van de Volt-fractie hebben zorgen dat de extra controles die deStaatssecretaris wil opleggen in het Schengengebied zullen leiden tot eenbeperking van de bewegingsvrijheid van Europeanen. Zij hebben daaromde volgende vragen.Increased migratory pressureDe leden van de Volt-fractie vragen wanneer volgens de Staatssecretarissprake is van hoge migratiedruk in Europa? Welke definitie zou hiervoor inEuropa gehanteerd moeten worden? Klopt het dat de Staatssecretarispleit voor het opvoeren van spot-checks aan de binnengrenzen zonder dater sprake is van een hoge migratiedruk? Wat zijn de mogelijke conse-quenties voor het vrij verkeer van goederen en personen bij het uitvoerenvan deze spot-checks? Welke rol ziet de Staatssecretaris hierin voorFrontex en hoe past dit binnen het huidige mandaat van de organisatie?AntwoordHet is allereerst van belang op te merken dat het kabinet metzogenaamde spot-checks doelt op een alternatief voor (volledige)grenscontroles aan de binnengrens. Deze hebben in lijn met deSchengengrenscode niet het karakter van systematische grens-controles en dienen juist als alternatief voor lidstaten, alvorenslidstaten als laatste redmiddel overgaan tot herinvoering vanbinnengrenscontroles. Het doel van de beter gecoördineerde inzetvan deze spotchecks is om de impact op het vrij verkeer in hetSchengengebied zo klein mogelijk gehouden. Nederland voertreeds jaren Mobiel Toezicht Veiligheid uit aan de binnengrenzen.De controles die de KMar uitvoert in het kader van MTV zijn metname gericht op bestrijding van illegale migratie en migratiecri-minaliteit. Het effect van MTV-controles op het vrij verkeer vangoederen en personen is beperkt omdat het geen systematischecontroles betreft en deze informatie-gestuurd worden uitgevoerd.Voor de verdere onderbouwing van de inzet van het kabinet opgecoördineerde risico-gestuurde steekproefsgewijze controleswordt verwezen naar de beantwoording van een soortgelijkevraag van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA.Het recent overeengekomen akkoord over de wijziging van deSchengengrenscode bevat een uitgebreide definitie van «hoge(secundaire) migratiedruk».16 Lidstaten dienen als rechtvaar-diging van de herinvoering van binnengrenscontroles te onder-bouwen dat er sprake is van een dergelijke migratiedruk. Wat hetkabinet betreft wordt zoveel mogelijk aangesloten bij dezedefinitie als het gaat om een Europese aanbeveling tot invoeringvan risico-gestuurde steekproefcontroles. Daarbij moet wel debeperktere impact van deze controles in vergelijking metgrenscontroles in ogenschouw worden genomen.16In het voorlopige akkoord luidt de definitie: een uitzonderlijke situatie die zich kenmerkt doorplotselinge grootschalige niet-toegestane verplaatsingen van onderdanen van derde landentussen de lidstaten, waardoor de algemene middelen en capaciteit van goed voorbereidebevoegde autoriteiten aanzienlijk onder druk komen te staan en de algemene werking van deruimte zonder binnengrenstoezicht waarschijnlijk in gevaar wordt gebracht, zoals blijkt uitinformatieanalyse en alle beschikbare gegevens, ook van betrokken agentschappen van deUnie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87725 Met betrekking tot de rol van Frontex bij de ondersteuning vanlidstaten bij hun binnengrenstoezicht wordt verwezen naar eensoortgelijke vraag van de leden van de fractie van Volt.Met betrekking tot de Advance Passenger Information vragen de ledenvan de Volt-fractie hoe zij deze informatie willen opvragen en controlerenin non-air modes of transport. Hoe kan de Staatssecretaris vooraf (lees:zonder asielprocedure) controleren of er niet voldaan wordt aan detoegangscriteria? Hoe verhoudt dit zich tot het Vluchtelingenverdrag en deEuropese wet- en regelgeving?AntwoordTen behoeve van het grensbeheer aan de buitengrens van hetSchengengebied ontvangt Nederland reeds API-gegevens vanluchtvaartmaatschappijen op basis van de Richtlijn 2004/82/EG,die op termijn vervangen wordt door twee nieuweAPI-verordeningen.Momenteel wordt in Europees verband verkend of het contro-leren van API-gegevens van reizigers voorafgaand aan de reisuitgebreid kan worden naar andere vervoersmodaliteiten, zoalsde trein, bus en boot. Dit zou betekenen dat de vervoersmaat-schappij, bijvoorbeeld een bus- of treinmaatschappij, op basis vanEuropese wetgeving gevraagd wordt om API-gegevens van haarpassagiers te verzamelen en te delen met de KMar.De ontvangst van API-gegevens stelt de grensbewakingsautori-teiten, in casu de Koninklijke Marechaussee (KMar), in staat omvoor aankomst in Nederland na te gaan of er mensen aan boordzijn die in het kader van grenscontrole nadere aandachtbehoeven. Het gaat bijvoorbeeld om passagiers zonder geldigereisdocumenten of passagiers die om andere redenen niet aan detoegangsvereisten17 voldoen, bijvoorbeeld omdat ze, in overeen-stemming met de toepasselijke regelgeving, gesignaleerd staan inopsporingsregisters. Zo heeft het gebruik van API-gegevens totdoel de doorstroom van passagiers bij de grensdoorlaatposten tebevorderen. Door vóór aankomst over passagiersgegevens tebeschikken, heeft de KMar meer tijd en mogelijkheden om hieropte anticiperen. API-gegevens dienen ter ondersteuning van degrenscontroleprocedure, en de verzameling ervan belet reizigersniet om bijvoorbeeld een asielaanvraag te doen aan de grens.API-gegevens worden, indien mogelijk, wel gebruikt in hetidentificatie- en registratieproces in het kader van de asielpro-cedure. Vervoersorganisaties verplichten om passagiers tecontroleren op het hebben van geldige identificatie- en reisdocu-menten, en het verzamelen van API-gegevens om deze in hetkader van de grenscontrole te delen met de grensautoriteiten, isderhalve niet in strijd met het Vluchtelingenverdrag en deEuropese wet- en regeling op het gebied van asiel.Innovative solutions to strengthen our external bordersDe leden van de Volt-fractie delen de mening van de Staatssecretaris datfinanciering en een strategie voor de implementatie van het Pactnoodzakelijk is. Wel vragen zij de Staatssecretaris om een concretiseringvan de verdeling van de financiering voor elk onderdeel van het Pact ende Nederlandse inzet daarop.Antwoord17Zoals vastgelegd in de Vreemdelingenwet, hoofdstuk 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87726 In de zogeheten Mid-term-review van het Meerjarig FinancieelKader is extra incidenteel geld (2 miljard) aan de begroting van demigratiefondsen toegevoegd voor eenmalige investeringen dienodig zijn als gevolg van de afspraken in het Pact. De bestedingvan deze middelen zal verlopen via de thematische faciliteit vanhet Border Management and Visa Instrument (BMVI) en het Asiel-Migratie- en Integratiefonds (AMIF). Dit geeft de Commissie veelflexibiliteit in de besteding. Wat het kabinet betreft wordt ingezetop een verdelingsmechanisme waarbij lidstaten aangeven voorwelke bestedingsdoelen zij financiering en ondersteuning nodighebben. De Commissie dient vervolgens tot een eerlijke endoelmatige verdeling te komen. Indachtig het zwaartepunt van denieuwe elementen uit het Pact, ligt wat Nederland betreft defocus voor de besteding bij de inrichting van de screeningspro-cedure aan de buitengrens, de inrichting van adequate capaciteitvoor de uitvoering van asielgrensprocedures en de verbeteringvan terugkeer (in het bijzonder van personen die de grenspro-cedure zullen doorlopen). Een deel van het beschikbare geld(bedoeld voor de ondersteuning van herplaatsingen) zal overigensvolgens het bestaand mechanisme in het AMIF verdeeld worden,waardoor een lidstaat een vast bedrag per herplaatste persoonaan vergoeding kan ontvangen. Een ander deel van het geld zalaan het Europees Asielagentschap beschikbaar worden gesteld,zodat het agentschap lidstaten kan ondersteunen bij deimplementatie.Daarnaast vragen de leden van de Volt-fractie zich af hoe de Staatssecre-taris aankijkt tegen de mensenrechtenschendingen en pushbacks aan deRoemeense en Bulgaarse grens in het kader van de grenspilots?AntwoordHet kabinet benadrukt dat het beheer van de EU-buitengrenzen,dat onder verantwoordelijkheid van de lidstaten plaatsvindt, metinachtneming van het Europees en internationaal recht op hetgebied van mensenrechten moet worden uitgevoerd. De EuropeseCommissie dient hier als hoedster van de EU-verdragen op toe tezien. Het kabinet vraagt hier in Europese en bilaterale gesprekkenaandacht voor.Met de volledige toepassing van het Schengenacquis in Roemeniëen Bulgarije per 31 maart 2024, zullen deze lidstaten ook wordengeëvalueerd op de toepassing van het Schengenacquis volgenshet Schengenevaluatiemechanisme. Lidstaten worden daarbij ookgeëvalueerd op de waarborging van fundamentele rechten. Bij deappreciatie van de fact-findingmissie in Bulgarije in november2023, heeft het kabinet de verbetering van het onafhankelijkmonitorings- en toezichtmechanisme op de waarborging vanfundamentele rechten als aandachtspunt aangemerkt.18 Destructurele opvolging van aanbevelingen verdient blijvendeaandacht van de Bulgaarse autoriteiten. Het kabinet zal ditnauwkeurig blijven volgen.Verder staan de leden van de Volt-fractie positief tegenover het voorstelvoor een permanente onafhankelijke nationale monitoring en follow-upvan de naleving van fundamentele rechten aan de grens. Zij vragen welhoe de Staatssecretaris deze onafhankelijke monitoring ziet, gezien deproblemen met schendingen van fundamentele rechten door nationaleoverheidsinstanties?18Kamerstukken II 2023–2024, 32 317, nr. 862.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87727 AntwoordDe screeningsverordening en de asielprocedureverordening,onderdeel van het Asiel- en Migratiepact, verplichten lidstaten tevoorzien in een onafhankelijk monitorings- en toezichtmecha-nisme dat tijdens de screening en de grensprocedure toeziet opde naleving van het Unierecht en het internationaal recht inzakede waarborging van een aantal belangrijke beginselen, zoals detoegang tot de asielprocedure. In de screeningsverordeningworden de voorwaarden daarvoor nader uitgewerkt. Ook kunnenlidstaten het EU-grondrechtenagentschap verzoeken om hen teondersteunen bij het ontwikkelen van een dergelijk mechanisme,inclusief de waarborgen voor de onafhankelijkheid van hetmechanisme. Daarnaast is het kabinet er voorstander van datlidstaten zelf een monitoringsmechanisme ten aanzien vangrensbeheer opzetten.Towards the full potential of Frontex’s mandateDe leden van de Volt-fractie hebben zorgen over de uitbreiding van hetFrontex-mandaat naar derde landen. Zij vragen daarom hoe de Staatsse-cretaris denkt dat mensenrechten gegarandeerd blijven worden, ookgezien de problemen die zich daarop nu voordoen in Europese lidstatenen de betrokkenheid van Frontex daarbij. Welke concrete voorstellen gaatde Staatssecretaris daarvoor doen?AntwoordHet kabinet verwijst naar het antwoord op bovenstaande vraagvan de leden van de Volt-fractie over de uitbreiding van hetFrontex-mandaat op het gebied van terugkeer.Boost our fight against migrant strugglingDe leden van de Volt-fractie hebben nog enkele vragen over de extraterri-toriale jurisdictie van lidstaten op het gebied van mensensmokkel. Kan deStaatssecretaris een indicatie geven hoe dit idee ontvangen wordt doorderde landen? Zijn er voorbeelden van landen waarmee dit nu al gebeurt?AntwoordHet kabinet benadrukt in lijn met de Motie Veldkamp c.s. hetbelang van zo ver mogelijk reikende extraterritoriale rechtsmachtten behoeve van een effectieve Europese aanpak van smokkelnet-werken.19 Hierop is door het kabinet tot dusver onder andereingezet door het voorstel op te nemen in het non-paper Grenzendat in Brussel verspreid is, door hierop te wijzen tijdens deJBZ-Raad alsmede bij de onderhandelingen in Brussel over hetvoorstel voor de nieuwe Europese mensensmokkelrichtlijn.20Eerder is op ambtelijk niveau in internationaal verband tijdens deWorking Group on the Smuggling of Migrants van UNODCopgebracht dat Nederland nationaal werkt aan een uitbreidingvan de extraterritoriale rechtsmacht ten aanzien van mensen-smokkel. Andere landen zijn tot dusver terughoudend geweest inhet geven van reacties, en reacties van derde landen over hetNederlandse voornemen zijn niet ontvangen.Internationaal bestaat een verscheidenheid aan de preciezeinrichting van rechtsmacht over het mensensmokkeldelict, diekan variëren tussen nationale stelsels, omdat is geregeld dat19Kamerstukken II 2023–2024, 36 410 VI, nr. 85.20Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3873.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87728 landen dit nationaal verder kunnen invullen bovenop een aantalin het UNTOC-verdrag genoemde situaties.21 In EU-verband wordtdaarom gezien de grensoverschrijdende aard van mensensmokkelvoorgesteld Europese minimumnormen in te stellen om totverdere harmonisatie van de rechtsmacht te komen en het bereikervan uit te breiden.22 In de voorbereiding van het nationalewetsvoorstel is reeds gekeken naar de wijze waarop anderelidstaten de rechtsmacht nationaal hebben geregeld. AndereEU-lidstaten kennen bij mensensmokkel soms deels al eenruimere regeling van extraterritoriale rechtsmacht. In Finland,Noorwegen, Portugal en Zweden kan eenieder worden vervolgdvoor mensensmokkel wanneer het doel van de smokkel is dat demigranten uiteindelijk het eigen grondgebied bereiken. België enFrankrijk kennen een nog ruimere regeling van extraterritorialerechtsmacht: in deze landen kan worden overgegaan totvervolging van eenieder die zich schuldig maakt aan mensen-smokkel naar een EU-lidstaat of naar staten die zijn aangeslotenbij het VN-mensensmokkel protocol.23Daarnaast vragen de leden van de Volt-fractie hoe er geïnvesteerd wordtin legale routes, zodat mensen niet langer gebruik moeten maken vanmensensmokkelaars.AntwoordAlhoewel het kabinet legale migratieafspraken met derde landenals sluitstuk ziet voor de tekorten op de Nederlandse arbeids-markt, erkent het kabinet dat inzet op legale migratie onderdeelkan uitmaken van een integrale benadering op migratiesamen-werking met derde landen, waaronder het tegengaan vanirreguliere migratie en het verbeteren van effectieve terugkeersa-menwerking voor uitgeprocedeerde asielzoekers.Vanuit dat oogpunt ziet het kabinet de toegevoegde waarde vanafspraken over legale migratie als onderdeel van de brederemigratieafspraken tussen de EU en partnerlanden.De Europese Commissie werkt bovendien aan zogeheten Talent-partnerschappen met, op dit moment, Tunesië, Marokko, Egypte,Bangladesh en Pakistan. Lidstaten zijn gevraagd bij welkegesprekken zij willen aansluiten: hun input vormt de basis voorde gesprekken en uitwerking van de Talentpartnerschappen.Nederland sluit in de rol van observer aan bij de gesprekken metMarokko, Egypte en Tunesië voor zover dat vrijblijvend mogelijkis. Een eventueel besluit tot daadwerkelijke deelname is aan eenvolgend kabinet.10 Non paper ExternStrengthen Team EuropeDe leden van de Volt-fractie lezen dat de Staatssecretaris pleit voor hetverbeteren van de coördinatie tussen de EEAS en lidstaten. Deze ledenvragen echter hoe de Staatssecretaris de samenwerking met het EuropeesParlement in deze constructie voor zich ziet.21Artikel 15 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georgani-seerde misdaad.22COM(2023) 755 final, overweging 18 en artikel 12.23Kamerstukken II, 2022–23, 36 414, nr. 3, p. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87729 AntwoordZoals opgemerkt in de beantwoording van een gelijkluidendevraag van de leden van de fractie van de VVD is het kabinet vanmening dat om effectief te kunnen zijn t.a.v. partnerschappenmet derde landen een stevige coördinatie tussen de verschillendeonderdelen van de Europese Commissie en de Europese Dienstvoor Extern Optreden (EDEO), en met de Europese Lidstatenessentieel is. Het Europese Parlement zal conform zijn mandaatzoals vastgelegd in de Verdragen worden betrokken.Daarnaast lezen de voornoemde leden dat de Staatssecretaris inzet op eendialoog op gelijk niveau. Dit verwelkomen deze leden, maar zij vragen deStaatssecretaris wel op welke wijze zij deze dialoog op gelijk niveau totstand willen brengen.AntwoordEen succesvol partnerschap gaat gepaard met randvoorwaardenvan een open, gelijkwaardige en stabiele relatie waarin alleonderwerpen kunnen worden besproken, waar NL en de EU ooghebben voor de uitdagingen en belangen van partnerlanden, delokale context en waar in gezamenlijkheid naar gedeelde oplos-singen wordt gezocht.Invest in international protection and advance (innovative) migrationmanagementDe leden van de Volt-fractie vragen om een reflectie van de Staatssecre-taris over hoe het opzetten van bijvoorbeeld return hubs bijdraagt aan hetsluiten van gebalanceerde en gelijkwaardige partnerschappen. Daarnaastlezen deze leden dat er gehandeld moet worden binnen de kaders vanEuropees en internationaal recht. Dit is positief. Toch vragen zij hoe ditgehandhaafd zal worden. Betekent dit ook dat partnerlanden de Europesestandaarden zullen moeten overnemen wanneer het bijvoorbeeldasielprocedures betreft?AntwoordHet kabinet is van mening dat een partnerschap, waar o.a.migratiesamenwerking en dus ook terugkeerhubs onderdeel vankunnen zijn, gebaseerd moet zijn op wederzijdse belangen. Hetontwikkelen van een vorm van migratiesamenwerking dient dusook te gebeuren binnen de randvoorwaarden zoals in de beant-woording van een eerdere vraag hierover geschetst. Deverkenning naar mogelijke vormen van het concept terugkeerhuben de bijbehorende juridische context is momenteel gaande. UwKamer wordt hierover voor de zomer geïnformeerd.24Enable JHA agencies to be active on the external dimensionDe leden van de Volt-fractie verwelkomen dat de Staatssecretaris aangeeftdat alle activiteiten van Justice and Home Affairs (JHA) agencies inovereenstemming moeten zijn met internationale en Europese wetgeving,alsook fundamentele rechten moeten garanderen. Toch vragen zij inhoeverre dit gegarandeerd kan worden en hoe dit gemonitord engehandhaafd zou moeten worden volgens de Staatssecretaris. Watbetekent dit voor de samenwerking met autoritaire regimes?Antwoord24Toezegging gedaan tijdens het Commissiedebat Vreemdelingen- en asielbeleid van 7 maart2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87730 Alle EU-agentschappen actief in het Justitie en BinnenlandseZaken-domein, zoals Frontex en EUAA, dienen zich bij al hunactiviteiten te houden aan internationale en Europese verplich-tingen inzake fundamentele rechten. Dat is geregeld in deverschillende Europese verordeningen die de juridische grondslagvormen van de agentschappen. Specifiek voor Frontex en EUAAis in de verordening vastgelegd dat er een onafhankelijkegrondrechtenadviseur wordt aangesteld voor de monitoring vande naleving van verplichtingen op het gebied van fundamentelerechten. Dat geldt ook voor activiteiten van de agentschappen inderde landen.Daarnaast behoeft iedere vorm van (nieuwe) samenwerking meteen derde land goedkeuring van de lidstaten. Het is afhankelijkvan de aard en inhoud van de samenwerking of deze goedkeuringdoor de Raad van Bestuur van een agentschap wordt genomen ofde Raad van Ministers. Voor het kabinet is de effectievewaarborging van fundamentele rechten onderdeel van hetafwegingskader bij een dergelijk besluit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87731

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d409034410383f58

14 okt 2026 · b1933a928d76db64

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.