KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag Eurogroep en Ecofinraad 19 en 20 juni 2025

30 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1a083795599a739f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2125 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2025Hierbij ontvangt u het verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 19en 20 juni 2025 in Luxemburg. Op deze dagen vonden ook de jaarverga-dering van de Raad van Gouverneurs van het Europees Stabiliteitsmecha-nisme (ESM) en de jaarvergadering van de Raad van Gouverneurs van deEuropese Investeringsbank (EIB) plaats. Hierover doe ik eveneens verslag.Daarnaast ga ik in het verslag ook in op een zestal andere zaken.•Ten eerste informeer ik u over de overeenstemming die in de Raad isbereikt over de verordening en richtlijn betreffende betalingsdienstenen elektronischgelddiensten in de interne markt (PSR en PSD3).•Ten tweede informeer ik u over een voorlopig politiek akkoord over hetvoorstel met vereenvoudigingen voor het koolstofcorrectiemecha-nisme aan de grens (Carbon Border Adjustment Mechanism – CBAM).•Ten derde informeer ik u over een akkoord dat is bereikt tussenmedewetgevers over een beperkte aanpassing van de verordeningkapitaalvereisten, specifiek aangaande de berekening van eenliquiditeitseis voor banken, de nettostabielefinancieringsratio (NSFR).•Ten vierde informeer ik u dat de Europese Commissie een besluit heeftgenomen over de invoering van het marktrisicoraamwerk voor banken(fundamental review of the trading book, FRTB). De invoering hiervanwordt opnieuw met één jaar uitgesteld, omwille van een internationaalgelijk speelveld.•Ten vijfde ga ik in op de stand van zaken van de onderhandelingeninzake Omnibus I, conform de gemaakte informatieafspraken daarovermet de Tweede Kamer.•Tot slot ga ik, conform de doorlopende toezegging aan de TweedeKamer, in het verslag in op de ontwikkelingen in de raadswerkgroepover een digitale euro.De Minister van Financiën,E. Heinen kst-21501-07-2125ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21251 Verslag Eurogroep en Ecofinraad 19 en 20 juni 2025, inclusiefRaad van Gouverneurs Europees Stabiliteitsmechanisme en Raadvan Gouverneurs Europese Investeringsbank Jaarvergadering Raad van Gouverneurs Europees Stabiliteitsme-chanismeOp 19 juni jl. vond de jaarvergadering van de Raad van Gouverneurs vanhet Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) plaats in Luxemburg. Tijdensde vergadering heeft de Raad van gouverneurs het jaarverslag van deinstelling over het jaar 2024, inclusief de financiële rekeningen over 2024,goedgekeurd.1 Daarnaast stond de benoeming van drie leden van hetauditcomité en de update van de evaluatie van de financiële steuninstru-menten op de agenda. Zoals gebruikelijk wordt de Kamer op de hoogtegesteld van de jaarvergadering van het ESM, het jaarverslag van het ESMen het jaarverslag van het onafhankelijke auditcomité van het ESM, welkeonlangs gepubliceerd zijn op de website van het ESM. Daarnaast wordt indeze brief ingegaan op de financiële rekeningen van de EuropeseFinanciële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF) over 2024.Jaarverslag 2024 ESMHet jaarverslag van het ESM bevat een beschrijving van de activiteitenvan de instelling in 2024 en de jaarrekening van het betreffende jaar. Zoalsin voorgaande jaren is een analyse opgenomen over de economischesituatie in het eurogebied, met speciale aandacht voor de landen diefinanciële steun ontvingen (Ierland, Griekenland, Spanje, Cyprus enPortugal). De uitstaande leningen van het ESM aan eurolanden bedroegeind 2024 77,9 miljard euro ten opzichte van 82,6 miljard euro eind 2023.Dit bedrag is in 2024 gedaald met 4,6 miljard euro. Deze daling komt dooreen geplande aflossing van Spanje ter waarde van 4,6 miljard euro en eenvervroegde aflossing van Griekenland van 32 miljoen euro. Momenteelstaan er nog leningen aan Griekenland uit ter waarde van59,8 miljard euro, leningen aan Spanje ter waarde van 11,9 miljard euroen leningen aan Cyprus ter waarde van 6,3 miljard euro.Het ESM heeft in 2024 een positief financieel resultaat behaald van1,8 miljard euro na een winst van 320 miljoen euro in 2023. Het ESM heeftjaarlijks netto-inkomsten door de marge die de landen op hun leningenaan ESM betalen bovenop de financieringskosten van het ESM. Daarnaastbelegt het ESM een deel van het ingelegde kapitaal in veilige en liquideactiva. Het hogere resultaat over 2024 wordt gedreven door de hogererente die het ESM ontvangt op haar investeringen en tegoeden bijcentrale banken.Van de 1,8 miljard euro winst over 2024 wordt 3,4 miljoen euro toege-voegd aan het fonds voor het nieuwe ESM-gebouw, in lijn met de in 2023gewijzigde financieringswijze van het nieuwe ESM gebouw.2 Hetresterende resultaat over 2024 (1.785,7 miljoen euro) is tijdens dejaarvergadering door de Raad van gouverneurs gealloceerd aan hetreservefonds, in lijn met artikel 24(2) van het ESM-verdrag. De omvangvan het fonds voor het nieuwe ESM-gebouw en het reservefonds neemthiermee toe tot respectievelijk 111,8 miljoen euro en ongeveer5,28 miljard euro.1https://www.esm.europa.eu/publications/annual-report-20242Kamerstukken II, 2022–2023, 21 501-07, nr. 1958.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21252 Benoeming leden auditcomitéDe termijn van drie leden van het auditcomité loopt in 2025 af. Desamenstelling van het auditcomité komt tot stand doordat de voorzittervan de Raad van gouverneurs van het ESM (twee leden), de hoogsteonafhankelijke auditinstellingen van de aan het ESM deelnemendelidstaten (twee leden) en de Europese Rekenkamer (één lid) leden mogenvoordragen. Colette Drinan is voorgedragen door de voorzitter van deRaad van gouverneurs om Lucia Kasˇiarová te vervangen. Tine Debus-schere is voorgedragen door de Belgische nationale Rekenkamer alsvervanger van Giovanni Coppola. De Europese Rekenkamer heeft JorgKristijan Petrovicˇ voorgedragen als vervanger van Helga Berger, dehuidige voorzitter van het auditcomité. De Raad van Gouverneurs heeftingestemd met de benoeming van Colette Drinan, Tine Debusschere enJorg Kristijan Petrovicˇ als nieuwe leden van het auditcomité.Financiële rekeningen EFSFDe Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF) is een tijdelijk Europeesnoodfonds en de voorloper van het ESM. De EFSF kan niet meer gebruiktworden voor het verstrekken van nieuwe stabiliteitssteun. Wel beheert deEFSF de nog uitstaande leningen van de instelling aan Ierland, Portugal enGriekenland. De EFSF heeft in 2024 een winst behaald van117 miljoen euro tegenover een winst van 129,4 miljoen euro in 2023. Hetlagere resultaat komt voort uit hogere financieringskosten. In tegen-stelling tot het ESM heeft de EFSF geen netto-inkomsten uit een rente-marge op de uitstaande leningen. Bij het verstrekken van leningenbetaalden lidstaten vooraf een servicekostenvergoeding, die over zevenjaar verdeeld als inkomsten bij de EFSF optelden. De EFSF heeft in 2015zijn laatste leningendeel uitgekeerd en de zevenjarige periode voor devooraf betaalde servicekostenvergoeding eindigde in 2021. Het resultaatover 2024 wordt toegevoegd aan het reservefonds van de EFSF. Ditreservefonds bestaat uit de ingehouden winst uit voorgaande jaren en kanworden ingezet om toekomstige verliezen van de EFSF te dekken. Dezeingehouden winst stond eind 2023 op 878,4 miljoen euro. Met detoevoeging van de winst over 2024 bedraagt de ingehouden winst995,6 miljoen euro. De instelling heeft aangegeven dat het reservefondsvoldoende ruimte biedt voor het opvangen van het verlies totdat alleleningen zijn terugbetaald.De nominale waarde van de uitstaande leningen van de EFSF aan Ierland,Portugal en Griekenland bedroeg eind 2024 171,4 miljard euro tenopzichte van 172,9 in 2023. De afname komt door aflossingen vanGriekenland met een totale waarde van 1,7 miljard euro. Vanaf 2025 zalook Portugal beginnen met aflossing van haar EFSF-leningen. Per31 december 2024 bedragen de uitstaande leningen 127,4 miljard euroaan Griekenland, 25,3 miljard euro aan Portugal en 18,4 miljard euro aanIerland. In de nominale waarde van de uitstaande EFSF-leningen is niethet uitstel van rentebetalingen op een deel van de verstrekteEFSF-leningen aan Griekenland opgenomen. Deze maatregel is het gevolgvan een schuldmaatregel die in juni 2018 is afgesproken, waarbij derentebetalingen van Griekenland aan de EFSF tot en met 2032 voor eendeel van de leningen worden uitgesteld.3 De uitgestelde rente (stand eind2024 13,9 miljard euro) leidt ertoe dat de vordering van de EFSF opGriekenland t/m 2032 jaarlijks toeneemt. In 2024 was de toename1,5 miljard euro. Over deze nieuwe vordering die daardoor ontstaat wordtook weer rente berekend. Na afloop van de periode van rente-uitstel zal3Kamerstukken II, 2017–2018, 21 501-07, nr. 1530Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21253 terugbetaling van de opgebouwde uitgestelde rente onderdeel wordenvan het aflossingsschema voor de leningen van Griekenland bij de EFSF.De opbouw van de vordering op Griekenland heeft geen effect op hetgarantieplafond van Nederland aan de EFSF, omdat Nederland demaximale schulduitgifte m.b.t. de EFSF garandeert. De EFSF-schuld dienodig is om de uitstaande leningen aan Ierland, Portugal en Griekenland(inclusief uitgestelde rente) te financieren blijft daar onder.Geactualiseerde evaluatie ESM-instrumentariumDe Raad van Gouverneurs heeft tot slot gesproken over de opvolging diehet ESM heeft gegeven aan de comprehensive review van het instrumen-tarium die op 17 juni 2024 werd gepubliceerd.4 De Tweede Kamer ismiddels de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofin van junigeïnformeerd over de inhoud van de voorstellen.5 Daarnaast is debeantwoording op het schriftelijke overleg inzake de geannoteerdeagenda voor de vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad d.d. 19en 20 juni verder ingegaan op de details van de voorstellen van het ESMmet betrekking tot haar instrumentarium.6Nederland heeft tijdens de bespreking het belang benadrukt dat hetherziene ESM-verdrag door alle lidstaten wordt geratificeerd. Zolang hetherziene verdrag niet operationeel is, ziet Nederland geen noodzaak tothet wijzigen van de toegangscriteria tot de preventieve kredietlijnen onderhet herziene verdrag om deze in lijn te brengen met de nieuwe Europesebegrotingsregels. Verder heeft Nederland aangegeven voorstellen van hetESM af te wegen tegen de doelstelling van het ESM: het verstrekken vanstabiliteitssteun, onder stringente voorwaarden die passend zijn voor hetgekozen financiële-bijstand instrument, ten gunste van ESM-leden die temaken hebben met of worden bedreigd door ernstige financieringspro-blemen, indien zulks onontbeerlijk is om de financiële stabiliteit van deeurozone in haar geheel en van de lidstaten ervan te vrijwaren. Nederlandheeft in deze context aangegeven open te staan voor het verderverkennen van voorstellen voor vertrouwelijke consultaties en groepsaan-vragen voor de preventieve kredietlijnen. Ten aanzien van het voorstel omeen nieuw permanent preventief instrument op te richten en een brederetoepassing van het Indirect Recapitalisation Instrument (IRI) heeftNederland aangegeven zeer terughoudend te zijn. Nederland is vanmening dat privaat kapitaal de eerste verdedigingslinie moet vormen envindt dat terughoudendheid met de inzet van publieke middelen gepast is.Eurogroep in reguliere samenstellingConvergentieverslagen van de Europese Centrale Bank enEuropese Commissie en uitbreiding van de eurozone BulgarijeDe Eurogroep besprak de covergentierapporten van de EuropeseCommissie (hierna: Commissie) en de Europese Centrale Bank, waaruitblijkt dat Bulgarije aan de convergentiecriteria voldoet om toe te tredentot de eurozone. Ook heeft Bulgarije volgens de Commissie naartevredenheid invulling gegeven aan de post-entry toezeggingen, die hetheeft gedaan bij toetreding tot het ERM-II wisselkoersmechanisme. Opbasis hiervan stelt de Commissie voor om Bulgarije de euro in te latenvoeren per 1 januari 2026. De Eurogroep besprak daarnaast de wissel-4https://www.esm.europa.eu/system/files/document/2024-06/2024-06-17%20ESM%20Staff%20Report%20on%20Comprehensive%20Review.pdf5https://open.overheid.nl/documenten/6f0856b5-f70a-465f-bbdc-69268a6f9542/file6https://open.overheid.nl/documenten/ec0e9e2d-db76-466f-ad77-3f85e9cd227f/fileTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21254 koers en keurde de aanbeveling van de eurolanden aan de Raad goedvoor toetreding van Bulgarije tot de euro per 1 januari 2026.7Op 26 en 27 juni zal de Europese Raad het convergentierapport en deeurotoetreding door Bulgarije bespreken. Naar verwachting zal hetEuropees Parlement op 8 juli een opinie over het Bulgaarse toetredenaannemen. In de Ecofinraad op 8 juli zal de Raad met gekwalificeerdemeerderheid besluiten over de eurotoetreding van Bulgarije per 1 januari2026 en met eenparigheid van stemmen over de omrekenkoers van deBulgaarse lev naar de euro. Dit onderwerp is ook besproken bij deEcofinraad van 20 juni, waar de aanbeveling van de eurolanden tervaststelling door de Raad voorlag.Macro-economische ontwikkelingen in de eurozoneDe Eurogroep had een gedachtewisseling over nationale budgettaireontwikkelingen, mede in het licht van een toename van defensie-uitgavenen de toepassing van het Europees begrotingsraamwerk. Daarnaastpresenteerde de Commissie de beoordeling van de ontwerpbegroting vanBelgië, die het land door een regeringswissel later had ingeleverd.Enkele lidstaten vroegen aandacht voor de toepassing van de nationaleontsnappingsclausule voor landen in een buitensporigtekortprocedure,waarbij zij zich afvroegen of de activatie van de clausule ook zal leiden toteen eerdere beëindiging van de buitensporigtekortprocedure. Devoorzitter van de Eurogroep stelde voor om op een later moment omnader stil te staan bij de samenloop tussen het verhogen van defensie-uitgaven en de Europese begrotingsregels.IMF Artikel IV-missie naar de eurozoneIMF Managing Director (MD) Kristalina Georgieva presenteerde deconceptverklaring over de Artikel IV-missie naar de eurozone, dieplaatsvond tussen 12 en 15 mei jl. Bij deze zogenoemde Artikel IVconsultaties analyseert het Internationaal Monetair Fonds (IMF) definancieel-economische situatie in een land of regio stelt het op basisdaarvan gerichte beleidsadviezen op.Europa staat er volgens het IMF goed voor, maar moet wel aan de slagmet hervormingen en de integratie van markten om concurrerend enweerbaar te blijven. Het economisch beeld wordt getekend door groteonzekerheid, waaronder handelsspanningen en geopolitieke onrust. DeECB onderschreef deze constatering. Het IMF concludeert dat de EU meerzou moet inzetten op concurrentievermogen. Daartoe is het volgens hetIMF, ten eerste, nodig om belemmeringen op internationale markten teverminderen door een betere integratie van betalingssystemen, ontwik-keling van de digitale euro en integratie van financiële diensten. Tentweede beveelt het IMF aan te investeren in publieke goederen,waaronder defensie, energie en onderzoek en innovatie. Ten derde stelthet IMF dat gestreefd moet blijven worden naar een stabiel handels-systeem gebaseerd op regels, waarbij handelsrelaties worden vormge-geven door vrijhandelsovereenkomsten. Meerdere lidstaten riepen op tothet versterken van de internationale rol van de euro. Een aantal lidstatennoemden hierbij de voorziening van een Europees safe asset. Nederlandbenadrukte het belang van versterking van de interne markt, stappen opde Spaar- en Investeringsunie, en het waarborgen van financiële7Zie Kamerstukken II, 2024–2025, 21 501-07, nr. 2119 voor een beschrijving van de inhoud van deconvergentierapporten en de appreciatie van het kabinet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21255 stabiliteit, mede in het licht van kosten gerelateerd aan o.a. defensie envergrijzing.Diversen – aankondiging verkiezing nieuwe EurogroepvoorzitterDe termijn van de huidige Eurogroepvoorzitter, Paschal Donohoe, looptper juli 2025 af. Kandidaten kunnen zich tot 27 juni melden, waarna denamen van de kandidaten door het secretariaat bekend worden gemaakt.Op 7 juli besluit de Eurogroep bij meerderheid over een nieuwe voorzitterbij meerderheid (11 landen vereist). De Eurogroepvoorzitter wordtgekozen voor een termijn van twee en een half jaar.Eurogroep in inclusieve samenstellingConcurrentievermogen: presentatie van IMF-onderzoek overinterne belemmeringenDe Eurogroep in inclusief verband sprak over de belemmeringen in deEuropese interne markt in het kader van het EU concurrentievermogen.Het IMF verzorgde een presentatie over de belemmeringen in de EU en degrote economische baten van het verder verdiepen van de interne markt.Een toelichting op dit rapport is te vinden in de geannoteerde agenda vandeze Eurogroep/Ecofinraad.8 De Commissie gaf aan een zeventalmaatregelen te zien om concurrentievermogen te versterken: (i) initia-tieven van de interne marktstrategie waaronder de wederzijdse erkenningvan beroepskwalificaties; (ii) de ontwikkeling van de Spaar- en Investe-ringsunie; (iii) investeringen in defensie: (iv) een optioneel 28ste regimevoor insolventieprocedures en het harmoniseren van insolventieregels;(v) Europese investeringen in energie grids en betere integratie vanenergiemarkten; (vi) een eenvoudiger MFK gericht op concurrentiever-mogen en meer prestatie-gebaseerd; en (vii) implementatie van delandspecifieke aanbevelingen. Lidstaten onderschreven het belang vanhet versterken van de interne markt en het belang van maatregelen ombelemmeringen in het functioneren van de gemeenschappelijke markt tereduceren of weg te nemen. Lidstaten noemden daarbij dossiers die wathen betreft prioriteit zouden moeten krijgen, waaronder integratie vankapitaalmarkten, het verminderen van administratieve lasten voor hetbedrijfsleven, betaalbare energie en kapitaalgebaseerde pensioenen omhet aanbod van private financiering te verhogen.Digitale euro – stand van zakenDe voorzitter van de Eurogroep sprak de hoop uit tot voortgang op hetdossier op korte termijn. Een belangrijk openstaand vraagstuk is deomgang met aanhoudingslimieten. Het onderwerp zal worden geagen-deerd in de Eurogroep en Ecofinraad in juli. Zie voor een naderetoelichting de stand van zaken over de digitale euro onder kopje «overig»in dit verslag.Jaarvergadering Raad van Gouverneurs Europese Investe-ringsbankDe president van de Europese Investeringsbank Nadia Calviño sprak inhaar interventie waardering uit voor het feit dat de statutaire leenlimietvan de EIB met steun van de lidstaten is aangepast. Hierdoor kon de Raadvan Bewindvoerders instemmen met het plan om het financieringsvolumevoor 2025 te laten toenemen tot EUR 100 miljard.8Zie Kamerstukken II, 21 501-07, nr. 2118 d.d. 6 juni 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21256 De president gaf aan dat binnen dit herziene plafond 3,5% van de totalefinanciering ten gunste komt van de Europese veiligheid en defensie. DeRaad van Bewind van de EIB gaf tevens goedkeuring aan een – voor deEIB nieuw type – project voor de bouw van een militaire basis voor hetDuitse leger in Litouwen. De president lichtte toe met de vijf grootstenationale investeringsbanken intensief samen te gaan werken op hetgebied van defensie-investeringen, en nodigde andere landen uit om zichhierbij aan te sluiten. Als voorbeeld van investeringen in defensiefondsennoemde de president het Nederlandse Keen Venture Partners, waarin deEIB-Groep voor EUR 40 miljoen heeft geïnvesteerd.Het EIB investeert naast defensie fors in het Europees concurrentiever-mogen in lijn met de aanbevelingen uit de rapporten van Draghi en Letta.De aandeelhouders van de EIB-Groep zijn akkoord gegaan met hetgrootste EU-programma voor financiering van Europees technologischleiderschap en keurden een eerste reeks nieuwe instrumenten goed terondersteuning van schone technologie. Met dit TechEU-programmacommitteert de EIB-Groep tot 2.027 EUR 70 miljard, waarmee verwachtwordt EUR 250 miljard aan privaat kapitaal te mobiliseren.Tenslotte liet de president weten dat de EIB de komende jaren meer danEUR 11 miljard beschikbaar heeft gesteld voor het investeren in grens-overschrijdende elektriciteitsnetten en -opslag in Europa.De gouverneurs benadrukten in hun interventies het belang van investe-ringen in defensie, concurrentievermogen, energie (waaronderkernenergie). Ook werd de meerwaarde van het European TechChampions Initiative gemarkeerd. Daarnaast onderstreepten diversegouverneurs het belang van additionaliteit van investeringen binnen enbuiten de EU, en van het mobiliseren van privaat kapitaal. Voorts sprakende gouverneurs hun waardering uit voor de wendbaarheid van de EIB, dezeer goede resultaten van het afgelopen jaar, het TechEU programma ende prominente rol van de Bank in Oekraïne.Nederland benadrukte het belang van het blijven verkennen van demogelijkheden voor investeringen op het terrein van veiligheid endefensie en het concurrentievermogen via het TechEU-programma en hetEuropean Tech Champions Initiative, solide bankieren en het houden vande focus qua activiteiten op sectoren waar de toegevoegde waarde van deEIB ten opzichte van de markt het grootst is.De voorzitter van het audit comité gaf aan dat de Bank in een gezondepositie is om op te schalen en goede financiële resultaten heeft behaald.De gouverneurs stemden tenslotte in met het rapport van het audit comitéen met het financiële jaarverslag van de EIB.De EIB Groep (EIB en EIF) investeerde in 2024 ca. 91 miljard eurowereldwijd. Hiervan werd 76,6 miljard euro via de EIB geïnvesteerd en14,4 miljard euro via het Europees Investeringsfonds (EIF). Het totalevolume dat de EIB Groep investeerde in Nederland bedraagt ca.3,1 miljard euro, een flinke stijging t.o.v. 2023 toen ca. 2,2 miljard euro inNederland werd geïnvesteerd. Hiervan werd circa EUR 634 miljoengeïnvesteerd via het EIF. De investeringen in Nederland in 2024 warenvooral gericht op duurzame energie, verduurzaming, medische en digitaleinnovatie en het beschikbaar stellen van voldoende financiering aan hetMKB.Met de aanpassing van de statutaire leenlimiet en de daarmee samenhan-gende verhoging van het financieringsvolume naar EUR 100 miljard is deEIB in staat om gehoor te geven aan de aanbevelingen uit het Draghi- enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21257 Letta-rapport. De huidige strategische koers van de EIB laat een versterkteinzet voor het Europese concurrentievermogen zien, terwijl ook de sterkefinancieringspositie en AAA-rating van de EIB geborgd blijft. Hiermee isde motie van de leden Bontenbal, Jetten, Grinwis, Dassen en Thijssen(Kamerstuk 21 501-30, nr. 644) afgedaan.Een nog verdere ophoging van het mandaat9, is wat het kabinet betreftniet opportuun. De inzet van Nederland blijft om binnen de beschikbarevolumes van de EIB meer gericht en gefocust te investeren in projectendie een bijdrage leveren aan het Nederlandse en Europese concurrentie-vermogen, open strategische autonomie en veiligheid en defensie.Nederland ziet net als andere aandeelhouders graag dat er niet enkel opvolume gestuurd wordt, maar juist ook op de beoogde impact van dezeinvesteringen. Deze inzet sluit bovendien aan op de aanbeveling in hetDraghi rapport om de EIB meer te laten investeren in risicovolle projecten,zoals durfkapitaal. Dit is wat Nederland betreft prioritair en kan binnen hethuidige mandaat van de EIB.EcofinraadOntbijt over defensiefinancieringLidstaten wisselden tijdens het Ecofin-ontbijt van gedachten overdefensiefinanciering. Een groot deel van de lidstaten sprak zich positief uitover SAFE en de nationale ontsnappingsclausule en de snelheid waarmeede pakketten tot stand zijn gebracht. Meerdere lidstaten gaven aan tewerken aan het identificeren van gezamenlijke projecten. Sommigelidstaten signaleerden dat het, ondanks het activeren van de ontsnap-pingsclausule, niet eenvoudig is om zowel te voldoen aan een eventueleNAVO-norm van 5% als de Europese begrotingsregels. Deze lidstatenvonden dat een deel van de financieringsopgave op Europees niveau totstand zou moeten komen. Andere lidstaten, waaronder Nederland, steldendaartegenover dat hoewel het ReARM-pakket verlichting kan bieden ineen transitiefase, de financieringsopgave structureel ingepast zou moetenworden in nationale begrotingen. Sommige lidstaten in de nabijheid vanRusland benadrukten de positie als frontliniestaten en gaven aan dat ergrenzen zitten aan wat zij aan slagkracht kunnen leveren voor deverdediging van Europa. Enkele lidstaten benadrukten de naleving van derechtsstaat voor de ontvangst van Europese middelen. Tot slot wees eengroot deel van de lidstaten, waaronder Nederland, defensie en veiligheidaan als belangrijke prioriteiten in het komend MFK. De Commissiebevestigde dat het binnenkort te verschijnen voorstel aan deze wens zalvoldoen.Hervormingspakket douane-unieHet voorzitterschap presenteerde een overzicht van de voortgang die isgeboekt met het douanehervormingspakket. De presentatie werd gevolgddoor een gedachtewisseling over het onderwerp. Tijdens de discussiespraken de lidstaten brede steun uit voor een tijdig akkoord over hetstandpunt van de Raad over het nieuwe kader. Voor Nederland nam deStaatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane deel aan degedachtewisseling.Veel lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten het belang van dithervormingspakket, met name gelet op de enorme stijging aan9Het begrip mandaat kan afhankelijk van de context op veel manieren worden geïnterpreteerd.Hier wordt bedoeld dat de statutaire leenlimiet nogmaals verder verhoogd wordt, om het totaleleenvolume van de EIB te laten toenemen ten opzichte van nu.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21258 e-commerce en de huidige geopolitieke omstandigheden. Nederlandsprak zich positief uit over de Europese samenwerking op dit dossier enonderstreepte het belang van het pakket voor het ontlasten van hetbedrijfsleven en de bescherming van burgers. Lidstaten riepen herhaal-delijk op om snel met de triloog te starten en deze dit jaar nog af teronden. Het inkomend Deens voorzitterschap gaf aan hiernaar te zullenstreven. Een groot deel van de lidstaten sprak daarnaast expliciete steunuit voor de oprichting van het EU-Douaneagentschap en deEU-Douanedatahub. Daarnaast toonde een deel van de lidstaten zichvoorstander voor het invoeren van een handling fee ope-commercezendingen. De discussie over waar de opbrengsten van dehandling fee naartoe moet zal worden gevoerd in het kader van deMFK-onderhandelingen. Sommige lidstaten spraken een parlementair- ofstudievoorbehoud uit naar de precieze effecten van de invoering van eenhandling fee.Het voorzitterschap concludeerde dat de lidstaten positief zijn over deteksten en dat er veel steun is voor het hervormingspakket. De voorzittergaf aan dat in Coreper op 27 juni mandaat zal worden gevraagd voor deonderhandelingen met het Europees Parlement. De Commissie riep totslot de Raad en het Europees Parlement op om toestemming te gevenvoor de start met het uitwerken van de criteria voor hetEU-Douaneagentschap.Any other business – stand van zaken financiële dienstenHet voorzitterschap gaf een overzicht van de stand van zaken metbetrekking tot wetgevingsvoorstellen op het gebied van financiëlediensten, waaronder het onderhandelingsmandaat van de Raad inzake hetbetalingsdienstenpakket (PSD3/PSR), de afronding van het werk op deVerordening Kapitaalvereisten (CRR) om bepaalde regels voor kortlo-pende effectenfinancieringstransacties (SFT’s) die door banken wordenaangehouden permanent te maken, overeenstemming over de actualise-ringen van de Verordening Centrale Effectenbewaarinstellingen (CSDR),gericht op het verkorten van de afwikkelingscyclus van beurstransactiesvan twee naar één werkdag (T+1) en tot slot over de aanstaande laatstetriloog onder het Poolse voorzitterschap op woensdag 25 juni over deherziening van het raamwerk voor crisismanagement en depositogarantievoor banken (CMDI).Een groot deel van de lidstaten sprak zich vervolgens in de interventies uitover CMDI. Een groep lidstaten, inclusief Nederland, sprak zorgen uit overde richting van de triloogonderhandeling, waar er op meerdere onder-delen wordt afgeweken van het raadscompromis10. Het gaat hierbij metname om de governance van de gemeenschappelijke resolutieraad (SRB)en de waarborgen (zogenoemde «bridge the gap safeguards») voor hetgebruik van sectorgefinancierde fondsen, zoals het depositogarantiefonds(DGF) en het Gemeenschappelijk Afwikkelfonds (SRF) in resolutie. Eenander deel van de lidstaten sprak daarentegen steun uit voor de huidigetekst en stelde open te staan voor een spoedig besluit van de onderhande-lingen. Inmiddels is bekend geworden dat het Poolse voorzitterschap op25 juni een akkoord op hoofdlijnen met het Europees Parlement heeftgesloten. Een stemming in de Raad zal pas later plaatsvinden op basis vande definitieve teksten. Uw Kamer zal nader worden geïnformeerd over deuitkomsten van het triloogakkoord en de Nederlandse positie voorafgaandaan stemming in de Raad aan de hand van de inzet zoals beschreven inhet BNC-fiche11.10Zie Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-07, nr. 204711Zie het BNC-fiche Kamerstukken II, 2022–2023, 22 112, nr. 3691Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 21259 Nederland uitte onder dit agendapunt bezorgdheid over kosten voor definanciële sector in de implementatie van het Framework for financial dataaccess (FIDA) en het delen van financiële gegevens. Nederland pleitte indat verband voor vereenvoudiging van FIDA-regelgeving om de regeldrukvoor bedrijven te verminderen.Convergentieverslagen van de Europese Centrale Bank enEuropese Commissie en uitbreiding van de eurozone BulgarijeDe Ecofinraad stemde in met de vaststelling van de aanbeveling van deeurolanden aan de Raad over het invoeren van de euro door Bulgarije.Ook keurde de Ecofinraad de brief goed van het Raadsvoorzitterschap aande Europese Raad over uitbreiding van de eurozone.12Op 26 en 27 juni zal de Europese Raad het convergentierapport en deeurotoetreding door Bulgarije bespreken. Naar verwachting zal hetEuropees Parlement op 8 juli een opinie over het Bulgaars toetredenaannemen. De Ecofinraad van 8 juli zal met gekwalificeerde meerderheidbesluiten over de eurotoetreding van Bulgarije per 1 januari 2026. Meteenparigheid van stemmen zullen de eurolanden en Bulgarije besluit overde omrekenkoers van de Bulgaarse lev naar de euro.Lentepakket Europees Semester 2025De Commissie gaf een toelichting op de Commissievoorstellen voorlandspecifieke aanbevelingen van de Raad in lijn met de geannoteerdeagenda. De Raad keurde de horizontale notitie13 goed over de voorstellenvan de Europese Commissie voor landspecifieke aanbevelingen van deRaad aan de lidstaten. Deze notitie zal als input dienen voor de gebruike-lijke bespreking van de voorgestelde landspecifieke aanbevelingen in deEuropese Raad op 26 en 27 juni.Onder dit onderwerp gaf de Commissie ook een toelichting op deverzoeken van lidstaten voor het activeren van de nationale ontsnappings-clausules. 16 lidstaten hebben een aanvraag ingediend. Besluitvorminghierover vindt plaats in de Ecofinraad van juli.Economische en financiële impact van de Russische agressie-oorlog tegen OekraïneDe Commissie gaf een update over de uitvoering van de financiële steunaan Oekraïne. Zowel de Commissie als het IMF zien de financieringsnodengedekt tot begin 2027, onder de aanname dat het dit jaar tot een staakt hetvuren komt. Indien de oorlog echter langer aanhoudt, nemen de financie-ringsnoden verder toe en zijn de financiële vooruitzichten minder zeker.De laatste betaling onder de Extraordinary Revenue Acceleration-leningwas op 13 juni, waarmee de verleende EU-steun onder deze leningeninmiddels op een totaal van 7 miljard euro komt. De Commissie verwachtdaarnaast dit jaar onder de Oekraïne-faciliteit 9 miljard euro uit te keren.Verder lichtte de Commissie toe dat Oekraïne, als onderdeel van lopendeonderhandelingen over schuldherstructurering, heeft aangegeven geenbetalingen te zullen doen van bbp garanties met een totale waarde vanongeveer 665 miljoen. Dit zijn obligaties waarvan de waarde is gelinkt aanbbp-groei. De Commissie geeft aan de herstructurering van deze leningenals positief te zien, omdat het zal bijdragen aan het houdbaar maken van12Zie Kamerstukken II, 2024–2025, 21 501-07, nr. 2119 voor een beschrijving van de inhoud vande convergentierapporten en de appreciatie van het kabinet.13Zie «Horizontal note on country-specific recommendations», document 9901/25 van 12 juni2025, op de website van de RaadTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 212510 de publieke schuld van het land. Ten aanzien van de Russische economie,constateert de Commissie dat er sprake is van positieve maar ookafzwakkende groei (1,7% in 2025 en 1,2% in 2026). Daarbij wordt verwachtdat de export van onder andere olie en gas verder zullen dalen, o.a. alsgevolg van de EU-sancties. Opbrengsten zijn het afgelopen jaar met 35%afgenomen, alhoewel geopolitieke onrust en een stijgende olieprijs diteffect kunnen dempen. De Commissie ziet in zijn algemeenheid dat desancties effectief zijn in het raken van de economische belangen vanRusland. Er waren geen interventies van lidstaten.Implementatie Stabiliteits-en GroeipactDe Raad besprak de budgettair-structurele plannen in België en Bulgarije.Vanwege regeringswissels had de Commissie uitstel verleend voorindiening van deze plannen. De Raad stelde voor deze landen deuitgavenpaden vast. Voor België keurde de Raad ook de hervormingen eninvesteringen goed die ten grondslag liggen aan verlenging van hetuitgavenpad. Voor België stelde de Raad ook een aanbeveling vast onderde buitensporigtekortprocedure.Voor Roemenië stelde de Raad vast dat het land geen effectief gevolgheeft gegeven aan de Raadsaanbeveling om een buitensporig tekort tecorrigeren. Omdat Roemenië de euro niet als munt heeft zijn binnen debuitensporigtekortprocedure geen verdere stappen voorzien. Wel kan deCommissie aan de Raad voorstellen om middelen op te schorten binnende Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) en een aantal Europese fondsen.De Commissie gaf in de vergadering aan deze mogelijkheid teonderzoeken.Implementatie Herstel- en VeerkrachtfaciliteitDe Raad stemde in met de gewijzigde herstel- en veerkrachtplannen vanBelgië, Italië, Litouwen, Polen, Cyprus, Malta, Kroatië en Slovenië. DeCommissie lichtte toe dat de EU tot op heden meer dan € 317 miljard uitde herstel- en veerkrachtfaciliteit (HVF) aan de lidstaten heeft uitbetaald.De Commissie schetste de inzet voor het laatste jaar van de HVF, onderverwijzing van de recente HVF Mededeling («the road to 2026»)14, waarino.a. lidstaten worden opgeroepen om waar nodig aanpassingen aan hetherstel- en veerkrachtplan te doen om uitbetaling voor de deadlinemogelijk te maken. De Commissie herhaalt in de mededeling dat mijlpalenen doelstellingen in de plannen uiterlijk eind augustus 2026 moeten zijnvoltooid.De Raadsconclusies over de ERK rapporten waar de Kamer middels degeannoteerde agenda voor de Eurogroep Ecofinraad van juni over isgeïnformeerd, zijn niet behandeld in deze Ecofinraad. Deze Raadscon-clusies werden al op 12 juni aangenomen door de Raad Justitie enBinnenlandse Zaken. Daarnaast heeft de aanpassing van het Spaanseherstel- en veerkrachtplan een versneld proces gevolgd, waardoor deze isaangenomen door de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 12 juni.14Zie de Commissie Mededeling «Next GenerationEU – the road to 2026», nummer COM (2025)310 final/2 op de website van de Europese CommissieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 212511 Europese begrotingDe Raad nam kennis (als hamerstuk) van het verslag van het Poolsevoorzitterschap15 over de voortgang van de besprekingen in de Raads-werkgroep over nieuwe eigen middelen.BelastingbeleidDe Raad keurde (als hamerstuk) het halfjaarlijkse verslag over belasting-vraagstukken16 goed. Dit verslag geeft een overzicht van de voortgang diede Raad tijdens het Poolse voorzitterschap heeft geboekt, en geeft destand van zaken weer van de belangrijkste onderhandelingsonderwerpenop belastinggebied. De Raad keurde tevens conclusies17 goed over devoortgang die de Groep gedragscode voor belastingheffing op onderne-mingen in dezelfde periode heeft geboekt. Ten slotte nam de Raad kennisvan een voortgangsverslag18 over de herziening van de richtlijnenergiebelastingen.OverigVerordening en richtlijn betreffende betalingsdiensten enelektronischgelddiensten in de interne markt (PSR en PSD3)Begin juni is er overeenstemming bereikt over de positie van de Raad tenopzichte van de Verordening en richtlijn betreffende betalingsdiensten enelektronischgelddiensten in de interne markt (PSR/PSD3). Op 18 juni isdeze raadspositie tijdens het Comité van Permanente Vertegenwoordigers(Coreper) vastgesteld. Het Europees Parlement stelde zijn positie in april2024 al vast. Dit betekent dat de triloogonderhandelingen met deEuropese Commissie en het Europees Parlement van start kunnen gaan.Belangrijke aandachtspunten voor Nederland tijdens de onderhande-lingen waren het verder harmoniseren van regelgeving op Europeesniveau, betere bescherming van consumenten tegen (online) fraude eneen gelijker speelveld tussen banken en niet-bancaire betaaldienstver-leners (PSP’s). Ook heeft Nederland bij de onderhandelingen ingezet opstandaardisatie voor dataportabiliteit en interoperabiliteit19. Het raadsak-koord is grotendeels in lijn met de Nederlandse inzet zoals vastgelegd inhet BNC-fiche20. Enkel de voorstellen tot extra regulering van grote(tech)bedrijven zijn niet overgenomen. Dit onderwerp zal in het kader vande triloogonderhandelingen terugkomen.Voorlopig politiek akkoord over het voorstel met vereenvoudigingen voorhet koolstofcorrectiemechanisme aan de grens (Carbon Border Adjus-tment Mechanism – CBAM)Het Poolse voorzitterschap van de Raad en de onderhandelaars van hetEuropees Parlement hebben op 18 juni jl. een voorlopig politiek akkoordbereikt over een verordening die CBAM vereenvoudigt en versterkt.Eerder bent al geïnformeerd over het raadsakkoord dat is bereikt tussen15Zie «Presidency progress report on new own resources», document 10045/25 van 13 juni 2025,op de website van de Raad16Zie «Ecofin report on tax issues», document 10611/25 van 20 juni 2025, op de website van deRaad17Zie «Code of Conduct (Business Taxation) Group – Council conclusions», document 10627/25,op de website van de Raad18Zie «Revision of the Energy Taxation Directive – Progress report», document 7819/25 van12 juni 2025, op de website van de Raad19Kamerstukken II, 2024 – 2025, 32 013, nr. 29820Kamerstukken II 2022–2023, 22 112, nr. 3763Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 212512 de 27 lidstaten.21 De tekst van het voorlopige politiek akkoord tussen deRaad en het Europees Parlement wijkt daar slechts zeer beperkt van af.Het Europees Parlement heeft in haar eigen tekst slechts kleine aanpas-singen heeft gedaan, met name om de tekst te verduidelijken. Het voorstelvoor de verordening maakt onderdeel uit van het eerste «OmnibusI»-wetgevingspakket, waarbij de Kamer op de CSRD- en CSDDD-onderdelen daarvan een parlementair behandelvoorbehoud hadgeplaatst22. Het CBAM-voorstel is een separaat behandeld onderdeel vandit pakket. Het voorstel maakt naleving van de bestaandeCBAM-verordening eenvoudiger, zonder dat de klimaatdoelstellingen inhet geding komen. De belangrijkste aanpassing is dat het aantal impor-teurs dat zich moet registreren en CBAM-certificaten moet kopen metruim 90% afneemt. Tegelijkertijd blijft 99% van de ingebedde emissies dienu onder CBAM vallen, ondervangen. Het algemene doel van het voorstelis het verminderen van de administratieve lasten voor EU-bedrijven, in hetbijzonder voor het midden- en kleinbedrijf. Het kabinet is positief over hetbereikte akkoord en heeft zich tijdens de onderhandelingen ingezet voorlangetermijnzekerheid voor het bedrijfsleven en uitvoerbaarheid. Hetvoorlopige akkoord moet nu worden bekrachtigd door de Raad en hetEuropees Parlement voordat de officiële tekst wordt vastgesteld engepubliceerd in het Europese publicatieblad in de loop van dit najaar.Naar verwachting levert dit geen verdere discussie op.Wijziging verordening kapitaalvereisten inzake de nettostabielefi-nancieringsratio (NSFR)Via deze weg informeer ik de Kamer graag over een akkoord dat is bereikttussen medewetgevers over een beperkte aanpassing van de verordeningkapitaalvereisten23, specifiek aangaande de berekening van een liquidi-teitseis voor banken, de nettostabielefinancieringsratio (hierna: NSFR). Op31 maart jl. informeerde ik uw Kamer via de gebruikelijke BNC-procedureover een wetsvoorstel van de Europese Commissie ter aanpassing van deverordening kapitaalvereisten (Verordening (EU) nr. 575/2013). Het betrofeen beperkte aanpassing van één artikel die de hoogte van enkelefactoren bepaalt voor de berekening van de nettostabielefinancierings-ratio (NSFR). Eerder informeerde ik uw Kamer over de Nederlandseconsultatiereactie voorafgaand aan dit voorstel en over het snelle verloopvan de onderhandelingen.24, 25Het voorstel van de Commissie is zonder wijzigingen van de Raad of hetEuropees Parlement aangenomen. Dat betekent dat de berekening van deNSFR niet wijzigt per 29 juni 2025 naar niveaus die door het Bazels Comitézijn vastgesteld en dat de eerder ingevoerde uitzondering bij dezeberekening voor onbepaalde tijd wordt ingevoerd. Nederland heeft zichingezet voor een tijdelijke verlenging van de bestaande uitzondering,bijvoorbeeld voor een duur van vijf of tien jaar. Desalniettemin sta ikpositief tegenover het bereikte akkoord, omdat het omwille van eeninternationaal gelijk speelveld passend is dat de berekening van de NSFRniet wijzigt per 29 juni 2025.21Kamerstukken II 2024–2025, 21 501-02, nr. 3161.22Zie Kamerstukken II, 2024–2025, 36 712, nr. 1.23Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en totwijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012.24Kamerstukken II, 2024–2025, 21 501-07, nr. 2100.25Kamerstukken II, 2024–2025, 21 501-07, nr. 2109.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 212513 Uitstel implementatie prudentiële marktrisicoraamwerkVia deze weg informeer ik de Kamer over een besluit van de EuropeseCommissie ten aanzien van de invoering van het marktrisicoraamwerkvoor banken (fundamental review of the trading book, FRTB). De EuropeseCommissie heeft in een gedelegeerde handeling aan medewetgeversvoorgelegd om de invoering van dit raamwerk nogmaals met één jaar uitte stellen, tot 1 januari 2027.26 Er loopt op dit moment een bezwaarpro-cedure, waarbij een gekwalificeerde meerderheid van lidstaten bezwaarkan maken. Dit zal naar verwachting niet gebeuren. Na afloop van debezwaarprocedure treedt de gedelegeerde handeling in werking.De Europese Commissie heeft gedelegeerde bevoegdheden ontvangenom implementatie van dit raamwerk vanwege het internationale speelveldtijdelijk uit te stellen of tijdelijk aanpassingen voor te stellen. Nederlandheeft in de consultatiereactie, die eerder met uw Kamer is gedeeld, ruimtegelaten voor meerdere (combinaties) van opties die de eerste of tweedevoorkeur hadden en zich uitgesproken tegen generiek uitstel van deinvoering.27 De gesteunde opties gingen uit van commitment aan deBazelstandaarden, het voorkomen van onnodige lasten voor banken enhet waarborgen van een gelijk speelveld, zowel internationaal als binnenEuropa. Ik betreur dan ook dat de Europese Commissie heeft gekozenvoor verder uitstel met een jaar, gezien dit operationele kosten met zichmeebrengt voor Nederlandse banken. Het is voor de Europese Commissieniet meer mogelijk de invoering van het raamwerk tot na 1 januari 2027uit te stellen, gezien het mandaat slechts bevoegdheid gaf om deinvoering twee keer met één jaar uit te stellen. Ik zal mij er daarom voorinzetten dat invoering, of mogelijke aanpassing van het marktrisico-raamwerk vanaf 1 januari 2027 zoveel mogelijk in lijn is met de eerdergedeelde inzet in de consultatiereactie. Daarnaast zal ik uw Kamerinformeren indien er relevante ontwikkelingen zijn.Stand van zaken onderhandelingen Omnibus IMet uw Kamer zijn informatieafspraken vastgelegd met betrekking totontwikkelingen op het Omnibus I-voorstel, voor zover betrekking hebbendop de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Ik heb uwKamer toegezegd dat ik u gedurende de onderhandelingen over hetwetsvoorstel Omnibus I in Brussel zal informeren over de voortgang vande onderhandelingen, via de reguliere geannoteerde agenda’s bij, ofverslagen van, de Eurogroep/Ecofinraad.Er is een raadspositie bereikt over het deel van het omnibus I-pakket datziet op een richtlijn met inhoudelijke wijzigingen van de CSRD en CSDDD.Nederland heeft met deze raadspositie ingestemd. Eerder informeerde iku al bij brief van 23 juni jl. over het voornemen van het kabinet om in testemmen met de raadspositie op het deel van de richtlijn met inhoudelijkewijzigingen van de CSRD. Ook informeerde ik u over de inhoudelijkewijzigingen van de CSRD volgend uit deze richtlijn28. Deze wijzigingen zijnonveranderd gebleven in de raadspositie. De Staatssecretaris Buiten-landse Handel informeerde u reeds over het deel van de richtlijn datbetrekking heeft op de CSDDD29. Naar verwachting zullen de triloogonder-handelingen onder het Deense voorzitterschap starten, met als doel omsnel tot een akkoord te komen. Tijdens de triloogonderhandelingen zal ik26Commission Delegated Regulation amending Regulation (EU) No 575/2013 with regard to thedate of application of the own funds requirements for market risk.27Kamerstukken II, 2024–2025, 21 501-07, nr. 211028Kamerstukken II, 2025/26, 36 712, nr. 729Kamerstukken II, 2025/26, 22 112, nr. 4088Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 212514 uw Kamer, conform de gemaakte informatieafspraken, op de hoogtehouden van de voortgang.Stand van zaken digitale euroMaandelijks informeer ik de Kamer over de voortgang van de onderhan-delingen over een digitale euro. Naast agendering van de digitale eurotijdens de Eurogroep, vond er op ambtelijk niveau een raadswerkgroepplaats om de wetsvoorstellen te bespreken. Op 10 juni jl. stonden, net alsvorige maand, vraagstukken rond het compensatiemodel voor eendigitale euro geagendeerd. Ook werd een conceptversie besproken van devoortgangsrapportage over de onderhandelingen over een mogelijkedigitale euro, opgesteld door het Poolse voorzitterschap.Het compensatiemodel gaat over de vergoedingen die banken enbetaaldienstverleners mogen vragen voor hun rol bij de distributie vaneen digitale euro. Voor het compensatiemodel worden meerderemogelijkheden onderzocht, waaronder het koppelen van de compensatieaan bestaande digitale betalingen en het beprijzen van de transacties indigitale euro op basis van daadwerkelijke kosten. Een combinatie vandeze opties is ook een mogelijkheid. Omdat een digitale euro, als diewordt ingevoerd, een nieuw betaalmiddel zal zijn, naast cash enbestaande digitale betaalmiddelen, is het uitdagend om de verwachtekosten goed in te schatten. Daarom wordt overwogen om onderscheid temaken tussen het compensatiemodel op korte en lange termijn. Waar deonderhandelingen vorige maand vooral gingen over de korte termijn, lagnu het model op lange termijn voor. Nederland zet zich in voor eenproportioneel compensatiemodel dat zowel voor winkeliers, betaaldienst-verleners als de consument passend is. De digitale euro moet eenaantrekkelijk betaalmiddel zijn voor gebruik door de consument en vooracceptatie door winkeliers. Dat neemt niet weg dat betaaldienstverlenersadequaat gecompenseerd moeten worden voor hun rol in het faciliterenvan de digitale euro. Nederland vindt het daarom passend dat hetcompensatiemodel op termijn gebaseerd dient te zijn op de daadwerke-lijke kosten van transacties. Daarbij heeft Nederland aandacht gevraagdvoor goede onderbouwing van het voorgestelde compensatiemodel doorinschatting van de impact op het betalingsverkeer, ondanks dat ditmoeilijk vast te stellen is voor een nieuw betaalmiddel. Het is daarnaastgoed dat de ECB een deel van de kosten van de transacties in digitale eurovoor haar rekening zal nemen, om zo betaaldienstverleners en winkelierstegemoet te komen. Ook kan Nederland zich erin vinden dat basisbetaal-diensten kosteloos beschikbaar worden voor consumenten.Het Poolse voorzitterschap heeft een conceptvoortgangsrapportageopgesteld over de onderhandelingen over een mogelijke digitale euro.Tijdens de raadswerkgroep is het concept besproken. Nederland kon zichin grote lijnen goed vinden in de conceptrapportage. Wanneer devoortgangsrapportage gepubliceerd is, zal ik die met uw Kamer delen.Via deze weg blik ik graag terug op de voortgang die gemaakt is tijdenshet Poolse voorzitterschap en kijk ik kort vooruit naar het komendehalfjaar onder het Deens voorzitterschap. Tijdens het Poolse voorzitter-schap is het tempo van de onderhandelingen versneld: er zijn vijfraadswerkgroepen geweest over de voorstellen voor een digitale euro,met daarin veel verschillende onderwerpen op de agenda. Ten eerste was,zoals hierboven reeds beschreven, het compensatiemodel een belangrijkonderwerp dat zowel in mei als juni is besproken. Op dit onderwerp isvoortgang geboekt, maar verdere bespreking is nog nodig voordatovereenstemming kan worden bereikt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 212515 Daarnaast is er onder het Poolse voorzitterschap gesproken over debijdrage van een digitale euro aan de weerbaarheid van het betalings-verkeer. In dit kader vindt Nederland het van groot belang dat een digitaleeuro vanaf het begin ook een offline variant heeft om, naast contant geld,te kunnen dienen als tijdelijke terugvaloptie bij bijvoorbeeld stroomuitvalof andere storingen.Ook privacy en databescherming zijn in de eerste helft van dit jaar aan deorde geweest, onder meer tijdens een technisch seminar van de ECB inmaart. Nederland pleit voor een zo hoog mogelijk niveau van privacy.Verder is er onder het Poolse voorzitterschap gesproken over hetinternationale gebruik van de digitale euro, bijvoorbeeld in EU-lidstatenbuiten de eurozone. Daarbij werd ingegaan op de rol van banken enbetaaldienstverleners die binnen de Europese Unie opereren, maargevestigd zijn in een niet-eurozone land. Voor Nederland is het van belangdat deze banken en betaaldienstverleners alleen de verplichting krijgenom de digitale euro aan te bieden aan hun klanten in de eurozone als dezeverplichting proportioneel is. Tegelijkertijd moet hierbij aandacht zijn voorhet gelijk speelveld tussen Europese banken en betaaldienstverlenersbinnen en buiten de eurozone.Tot slot stond het afgelopen halfjaar de digitale euro als wettig betaal-middel op de agenda. Nederland staat positief tegenover het vastleggenvan de status van de digitale euro als wettig betaalmiddel, mits er enigeflexibiliteit is in de acceptatieplicht voor winkeliers en zzp’ers voor wie eendergelijke acceptatieplicht disproportioneel kan zijn. Als een winkeliernormaliter geen pinapparaat heeft, moet diegene niet worden verplichtom voor de digitale euro een apparaat aan te schaffen.Het aanstaande Deense voorzitterschap heeft de ambitie uitgesproken omvoor het einde van dit kalenderjaar de onderhandelingen in de Raad af teronden. Nederland kan zich vinden in deze doelstelling maar benadruktwel dat er nog belangrijke stappen te zetten zijn, zowel op technisch als oppolitiek niveau. Waar de voorstellen op onder andere het gebied vanprivacy en niet-programmeerbaarheid op brede steun kunnen rekenen enin lijn zijn met de Nederlandse positie, zijn er ook nog open vraagstukkenop thema’s als het compensatiemodel en de bevoegdheden rond deaanhoudingslimieten van een digitale euro.Niet alleen lidstaten, maar ook het Europees Parlement en de EuropeseCentrale Bank werken aan de mogelijke invoering van de digitale euro.Naast de Raad moet ook het Europees Parlement de wetsvoorstellenbehandelen. De rapporteur in het Europees Parlement heeft nog geenconceptrapport gepubliceerd, aan de hand waarvan de onderhandelingenover de positie van het Europees Parlement zullen plaatsvinden. Gelijk-tijdig is de Rulebook Development Group van de ECB bezig met devoorbereiding van een zogenoemd rulebook voor de digitale euro, waarinstandaarden en procedures worden vastgelegd voor een eventuele uitrolvan de digitale euro. De ECB kan pas besluiten tot uitgifte van eenmogelijke digitale euro nadat er zowel in de Raad, het Europees Parlementals in de daaropvolgende triloogonderhandelingen een akkoord is bereiktover de juridische basis van de digitale euro.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-07, nr. 212516

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 00fe9163b543a540

14 okt 2026 · a25157574cc3e4b8

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.