Verslag van een schriftelijk overleg over over de Geannoteerde agenda informele JBZ-Raad 22-23 juli 2025 (Kamerstuk 32317-967) (vreemdelingen- en asielbeleid)
Brontekst
Versie 71c504e879fd14f1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 317JBZ-RaadNr. 969 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 21 juli 2025 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Asiel en Migratie enMinisters voor Asiel en Migratie over de geannoteerde agenda informeleJBZ-Raad 22–23 juli 2025 (Kamerstuk 32 317, nr. 967); Fiche: Verordeningveilige derde landen (Kamerstuk 22 112, nr. 4097); Implementatie Asiel- enMigratiepact (Kamerstuk 32 317, nr. 965); Verslag JBZ-Raad van 12 en13 juni 2025 (Kamerstuk 32 317, nr. 964).De vragen en opmerkingen zijn op 16 juli 2025 aan de Minister van Asielen Migratie en de Ministers voor Asiel en Migratie voorgelegd. Bij briefvan 21 juli 2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,VijlbriefAdjunct-griffier van de commissie,Meijer kst-32317-969ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9691 InhoudsopgaveVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonen2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie6 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonenVragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie vragen of het klopt dat Griekenland deasielaanvragen van migranten, die vanuit Noord-Afrika via de Middel-landse Zee naar Griekenland zijn gekomen, voor minimaal drie maandenheeft opschort. Zo ja, wat is de grondslag hiervoor?AntwoordHet Griekse parlement heeft op vrijdag 11 juli jl. ingestemd meteen wetsvoorstel van de Griekse regering dat bepaalt dat voor deduur van 3 maanden de indiening van asielaanvragen wordtopgeschort voor personen die het land irregulier binnenkomenmet een vaartuig afkomstig uit Noord-Afrika. De Griekse regeringberoept zich op het standpunt dat er sprake is van een noodsi-tuatie vanwege een aanzienlijke toename van aankomsten vanuitLibië op Kreta. In de toelichting bij het betreffende wetsvoorstelrefereert de Griekse regering aan uitzonderingsbepalingen in hetVluchtelingenverdrag (artikelen 8, 9, 32 en 33) en het EVRM(artikel 15) en op jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie(C-643/15 en C-647/15) en het Europees Hof voor de Rechten vande Mens (N.D. en N.T. v. Spanje, A.A. v. Noord-Macedonië, Safi v.Hongarije). Het is aan de Griekse rechtspraak, de EuropeseCommissie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens omte toetsen of Griekenland hiermee in lijn met Europees- eninternationaalrechtelijke kaders handelt.De leden van de PVV-fractie lezen dat Nederland input heeft aangeleverdover de nationale migratiesituatie. Heeft de Minister duidelijk gemaakt datde situatie in Nederland onhoudbaar is geworden en onze systemen doorde hoge asielinstroom reeds overbelast zijn of dreigen te raken? Zo nee,waarom niet en hoe heeft de Minister de huidige situatie dan geschetst?AntwoordIn het kader van de jaarlijkse Europese asiel- en migratiecyclusdie onderdeel is van het Asiel- en Migratiepact brengt deCommissie vanaf dit jaar elk najaar een rapport uit over demigratiesituatie in de EU. De Commissie baseert dit rapport opinformatiegegevens afkomstig van Europese agentschappen(zoals Frontex en het Europees Asielagentschap), Eurostat eninformatie van lidstaten zelf. Op vraag van de Commissie heeftNederland informatie aangeleverd die relevant is voor dit rapport.Het gaat hierbij bijvoorbeeld om informatie over het aantalasielaanvragen, het aantal uitgevaardigde terugkeerbesluiten, hetaantal uitgevoerde Dublin-overdrachten, opvangcapaciteit en debezettingsgraad van de opvangfaciliteiten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9692 Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de stukken voor de informele JBZ-Raad van 22 en 23 juli 2025 teKopenhagen. Zij brengen hierbij graag enkele vragen naar voren.De leden van de NSC-fractie steunen nadrukkelijk het Deense voorzitter-schap in haar ambitie om terugkeerbeleid te versterken en irregulieremigratie effectiever te bestrijden. Tegelijkertijd constateren zij dat eerdereplannen, zoals de terugkeerhubs, nog niet van de grond komen vanwegegebrek aan partnerlanden. Kan de Minister gedetailleerd toelichten welkeinitiatieven Nederland sinds de laatste JBZ-Raad heeft ontplooid omlanden concreet te bewegen tot deelname aan de terugkeerhubs? Welkespecifieke landen zijn daarbij betrokken geweest, en wat zijn de concreteresultaten tot nu toe? Welke operationele alternatieven onderzoekt hetkabinet indien het idee van terugkeerhubs opnieuw vastloopt, gezien hetrecente mislukken van diplomatieke initiatieven zoals die in Libië?AntwoordHet kabinet zet in op ambitieuze partnerschappen om irregulieremigratie tegen te gaan en terugkeer te bevorderen – op Europeesniveau en op bilateraal niveau. Onderdeel van deze inzet is hetverkennen van innovatieve vormen van migratiesamenwerking.Dat betekent concreet dat het kabinet in EU-verband eenvoortrekkersrol neemt in het verkennen van de juridische enoperationele kaders van dergelijke modellen (zoals een terug-keerhub) en identificeert, samen met andere Europese lidstaten,wat er nodig is voor de daadwerkelijke implementatie van dediverse vormen van innovatieve migratiesamenwerking,waaronder de terugkeerhub. Daarbij wordt niet alleen onderzochtwat noodzakelijk is op juridisch en operationeel vlak, maarbrengt het kabinet ook in kaart wat noodzakelijk is op diplo-matiek gebied om een dergelijk partnerschap te sluiten. Hetkabinet acht het van groot belang om dit op zorgvuldige wijze inte richten, om zo het draagvlak onder lidstaten, Commissie, énmogelijke partnerlanden te vergroten. Parallel voert het kabinetgesprekken met bijvoorbeeld Oeganda over een transithub. Dezegesprekken bevinden zich nog in een eerste stadium.Uw Kamer wordt, zodra dat mogelijk is, geïnformeerd over devoortgang. Voorts wijst het kabinet op de vertrouwelijketechnische briefing aan uw Kamer over migratiepartnerschappen,waaronder innovatieve partnerschappen, die in september 2025zal plaatsvinden.De leden van de NSC-fractie verwelkomen het voorstel van de EuropeseCommissie om het bandencriterium flexibeler toe te passen, aangezien ditmeer ruimte biedt voor effectieve terugkeer. Wel benadrukken zij hetbelang van uitvoerbaarheid en juridische haalbaarheid. Welke concretejuridische risico’s voorziet het kabinet bij de implementatie van hettransitcriterium en welke waarborgen zullen worden ingebouwd om tevoorkomen dat verzoekers in juridische vacuüms terechtkomen?AntwoordDe Europese Commissie stelt inderdaad voor om meer ruimte tescheppen in de voorwaarden voor het toepassen van het veiligderde land-concept. De Commissie stelt voor dat het concept«veilig derde land» kan worden toegepast: 1) wanneer eenasielzoeker een band met het veilige derde land heeft (zoals ookal onder de huidige Asielprocedurerichtlijn 2013/32/EU enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9693 Asielprocedureverordening(EU) 2024/1348) is geregeld), 2)wanneer een asielzoeker door het veilige derde land is gereisd(een «transitcriterium»), óf 3) wanneer een EU-lidstaat afsprakenof een regeling (een «agreement» of een «arrangement») met eenveilig derde land heeft waaronder de betrokken asielzoekerstoegang krijgen tot een (deugdelijke) asielprocedure (geldt nietvoor niet-begeleide minderjarigen). Met name deze laatstemogelijkheid voor afspraken of een regeling met een veilig derdeland schept aanzienlijk meer ruimte voor de toepassing van veiligderde land-afspraken.Het kabinet voorziet vooralsnog geen specifieke juridischerisico’s ten aanzien van het transitcriterium, anders dan dat zalmoeten worden aangetoond dat een asielzoeker daadwerkelijkdoor het betreffende land is gereisd. Er is voor het kabinet ookgeen aanleiding om aan te nemen dat verzoekers in een juridischvacuüm terecht komen. Als voorwaarde voor het toepassen vanhet concept veilig derde land geldt namelijk ook dat als hetbetrokken derde land de verzoeker niet (opnieuw) toelaat tot zijngrondgebied, de verzoeker alsnog toegang moet krijgen tot deasielprocedure in de EU-lidstaat. Bovendien kan een derde landalleen worden aangewezen als veilig derde land als in dat land inde praktijk ook daadwerkelijk de mogelijkheid bestaat omdoeltreffende bescherming aan te vragen en, indien devoorwaarden vervuld zijn, te krijgen. Hoewel in de praktijk bezienmoet worden hoe uitvoer kan worden gegeven aan deze bepaling,zijn er voldoende waarborgen ingebouwd om eventuele risico’s temitigeren.Op welke wijze zal het kabinet ervoor zorgen dat eventuele afspraken ofregelingen met veilige derde landen daadwerkelijk effectief en juridischhoudbaar zijn, en is het kabinet bereid om hierbij actief de samenwerkingmet gelijkgezinde lidstaten te zoeken?AntwoordHet kabinet verkent de juridische en operationele kaders vaninnovatieve modellen (zoals een terugkeerhub of veilige derdeland-afspraken) en identificeert samen met andere Europeselidstaten wat er nodig is voor daadwerkelijke implementatie.Daarbij wordt niet alleen onderzocht wat noodzakelijk is opjuridisch en operationeel vlak, maar brengt het kabinet ook inkaart wat noodzakelijk is op diplomatiek gebied om een dergelijkpartnerschap te sluiten. Het kabinet acht het van groot belangom dit op zorgvuldige wijze in te richten, om zo het draagvlakonder lidstaten, Commissie, én mogelijke partnerlanden tevergroten.De leden van de NSC-fractie merken op dat het solidariteitsmechanismenu concrete vorm krijgt, waarbij lidstaten kunnen kiezen voor herplaatsingof financiële compensatie. Nederland heeft al aangegeven financieel tecompenseren. Heeft het kabinet in kaart gebracht hoeveel lidstatenwaarschijnlijk zullen kiezen voor financiële compensatie en kan hetkabinet inzicht geven in de mogelijke omvang van de druk die dit opNederland via Dublin-offsets zou kunnen leggen?AntwoordIn oktober publiceert de Commissie het jaarlijks Europees asiel-en migratierapport en doet op basis van dat rapport een voorstelvoor een besluit over welke lidstaten in 2026 onder migratiedrukstaan. De Commissie komt dan ook met een voorstel voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9694 Raad voor de hoogte van de jaarlijkse solidariteitspool. DeCommissie baseert zich bij dat voorstel op in de Asiel- enMigratiemanagementverordening (AMMR) vastgelegde indica-toren. Na het eerste voorstel van de Commissie zullen delidstaten hun bijdrage (vertrouwelijk) aan de jaarlijkse solidari-teitspool aankondigen, waarna voor het einde van het kalen-derjaar de Raad bij gekwalificeerde meerderheid een definitiefbesluit moet vaststellen. Het is op dit moment daarom nog nietmogelijk om in kaart te brengen of en van hoeveel Dublin offsetser voor Nederland sprake zal zijn. Wel is wettelijk vastgelegd inde AMMR dat dit nooit meer dan het (op basis van BBP enbevolkingsomvang) billijk aandeel van het Europees totaal televeren solidariteit kan zijn, dat wil voor Nederland zeggen: 5 –6%. Indien er sprake is van Dublin offsets, dan zal dit bedrag inmindering worden gebracht van het totale aandeel bij te dragensolidariteit door Nederland. Dit zou, indien dit aan de orde is, eenvermindering van de financiële bijdrage van Nederlandbetekenen.Hoe zal Nederland zich concreet opstellen in het High Level SolidarityForum om te voorkomen dat Dublin-offsets disproportioneel en onwen-selijk worden ingezet ten koste van lidstaten die reeds onder hoge drukstaan?AntwoordTijdens de onderhandelingen over het solidariteitsmechanisme isde inzet van Nederland geweest dat in de meting van migra-tiedruk de druk waarmee bestemmingslidstaten zoals Nederlandte maken hebben als gevolg van irreguliere secundaire migratievoldoende wordt meegewogen. Dit is eveneens de inzet vanNederland in de totstandkoming van het eerste jaarlijkseEuropees asiel- en migratierapport over de migratiesituatie in deEU. Het gaat dan bijvoorbeeld om indicatoren zoals opvangcapa-citeit en de bezettingsgraad van opvangfaciliteiten, of het aantalEurodac-hits van irregulier doorgereisde migranten. Bovendienzet het kabinet erop in dat de Commissie lidstaten die deDublin-verordening niet uitvoeren aanmerkt als «systemischtekortkomend», zodat aan deze lidstaten geen solidariteitgeboden hoeft te worden.Welke concrete stappen zet het kabinet om ervoor te zorgen dat personendie worden afgewezen in de versnelde grensprocedure ook daadwerkelijkterugkeren en niet langdurig in reguliere opvang blijven hangen?AntwoordDe grensprocedure zoals bedoeld in het Asiel- en migratiepactkent een verplichte toepassing voor asielzoekers met nationali-teiten waarvan het EU-brede inwilligingspercentage lager is dan20%, en asielzoekers die de autoriteiten misleiden of een gevaarvormen voor de openbare orde en de nationale veiligheid. Dezeasielgrensprocedure wordt in Nederland momenteel uitgevoerdvanuit grensdetentie op het Justitieel Complex Schiphol. Na deinvoering van het Asiel en migratiepact blijft dit ongewijzigd. Naafwijzing van de asielaanvraag wordt de grensdetentie geconti-nueerd met het oog op de voorbereiding van de terugkeer. Omdathet gros van deze aanvragen wordt gedaan door personen diemet een luchtvaartmaatschappij naar Nederland zijn gereisd, ismet toepassing van Annex 9 van het verdrag van Chicago devervoerdersmaatschappij verplicht om het vertrek te organiseren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9695 Dit betekent dat in vrijwel alle gevallen de terugkeer vlot kanworden gerealiseerd.Tot slot vragen de leden van de NSC-fractie, voor wat betreft de voorge-stelde Raadsaanbeveling voor een overgang uit tijdelijke beschermingvoor Oekraïense ontheemden, welke precieze maatregelen Nederlandheeft voorbereid om, indien dat nodig blijkt, secundaire migratiestromen,zoals mogelijke verschuiving naar reguliere asielaanvragen of ongedocu-menteerd verblijf, effectief tegen te gaan na het aflopen van tijdelijkebescherming. Op welke wijze zal Nederland zich inzetten binnen deEuropese Unie (EU) om te garanderen dat lidstaten die geen duurzametransitiestrategieën implementeren, geen extra secundaire migratie-stromen richting Nederland veroorzaken?AntwoordDe Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) is momenteel verlengdtot maart 2027. In het meest recente besluit tot verlenging isaanvullend opgenomen dat lidstaten de tijdelijke beschermingkunnen weigeren indien een ontheemde in een andere lidstaattijdelijke bescherming geniet. Op Europees niveau wordtmomenteel, o.a. door middel van de Raadsaanbeveling gewerktaan een duurzame transitie op het moment dat de RTB afloopt. InEU-verband blijft het kabinet zich inzetten voor sterke coördi-natie wat betreft de verdere uitwerking van de Raadsaanbeveling,zodat zo veel mogelijk samenhang bereikt wordt in de aanpakvan EU-lidstaten na afloop van de RTB. Dit is essentieel omsecundaire migratiestromen te voorkomen. Dit belang wordtbreed gedeeld onder EU-lidstaten. Het kabinet zet, vooruitlopendop de aanbevelingen uit de Raadsaanbeveling, in op het onder-steunen van vrijwillige terugkeer van ontheemden uit Oekraïneen het borgen van verblijfsrecht na afloop van de RTB omgefaseerde terugkeer mogelijk te maken. Daarnaast verkent hetkabinet nationaal de implementatie van een tijdelijk transitiedo-cument na afloop van de RTB, zoals toegelicht in de Kamerbriefvan 4 juli 2025. Dit transitiedocument borgt tijdelijk rechtmatigverblijf in Nederland na afloop van de RTB en voorkomt daarmeedat ontheemden na afloop van de tijdelijke bescherming ongedo-cumenteerd in Nederland verblijven of dat een grote instroom inde asielketen plaatsvindt. Daarnaast blijft het kabinet inzetten ophet stimuleren van (vrijwillige) en duurzame terugkeer vanOekraïense ontheemden, indien de situatie dit toestaat.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie zien dat de verdere invoering van het Asiel- enMigratiepact op de agenda staat. Interessant is bijvoorbeeld het besluitvan uiterlijk december over de verdeling van de solidariteitsaanspraken en-verplichtingen voor het komende jaar. Klopt het dat er een probleemontstaat als te veel lidstaten zoals Nederland besluiten om hun verant-woordelijkheid voor de vluchtelingenopvang af te kopen? Gaat Nederlandhaar positie heroverwegen op het moment dat teveel lidstaten voordezelfde optie kiezen? Klopt het dat dit er alsnog in kan resulteren datNederland daardoor vluchtelingen zal opnemen? Wat gaat er op dit vlakbij de aankomende informele Raad worden besproken en wat wordt deNederlandse inzet?AntwoordOp de komende JBZ-raad staat de implementatie van het Asiel- enMigratiepact niet op de agenda. Wel zullen de Europese Ministersvan Asiel en Migratie en marge van de Raad verschillendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9696 gesprekken voeren waarin het onderwerp aan de orde zal komen.In oktober publiceert de Commissie het jaarlijks Europees asiel-en migratierapport en doet op basis van dat rapport een voorstelvoor een besluit over welke lidstaten in 2026 onder migratiedrukstaan. De Commissie komt dan ook met een voorstel voor deRaad voor de hoogte van de jaarlijkse solidariteitspool. DeCommissie baseert zich bij dat voorstel op de in de Asiel- enMigratiemanagementverordening (AMMR) vastgelegde indica-toren. Na het eerste voorstel van de Commissie zullen delidstaten hun bijdrage (vertrouwelijk) aan de jaarlijkse solidari-teitspool aankondigen, waarna voor het einde van het kalen-derjaar de Raad bij gekwalificeerde meerderheid een definitiefbesluit moet vaststellen. Nederland zal, conform het regeerak-koord, financieel bijdragen aan het solidariteitsmechanisme.Wanneer op EU-niveau de minimumdrempel van het aantalbeoogde herplaatsingen niet wordt gehaald, is het binnen hetsolidariteitsmechanisme mogelijk dat lidstaten worden verplichtom een afgebakend aantal Dublinclaimanten in de nationaleasielprocedure op te nemen en niet over te dragen aan deverantwoordelijke lidstaat onder migratiedruk. Daarbij kan eenlidstaat nooit verplicht worden om meer dan zijn billijk aandeelvan het Europees totaal te leveren solidariteit bij te dragen (ingeval van Nederland 5–6%)De leden van de SP-fractie constateren dat de Adviesraad Migratierecentelijk een advies heeft uitgebracht over de implementatie van hetEU-migratiepact en de knelpunten die er nu nog zijn. De EuropeseCommissie concludeerde een maand geleden al dat Nederland nog verachterloopt als het gaat om de implementatie van het pact. Op welkemanier hebben de aangenomen asielwetten een vertragende factor op deimplementatie? Hebben deze leden het juist om aan te nemen dat er quacapaciteit ook een overlap is als het gaat om de invoering van de wettenen het pact?AntwoordNederland ligt op schema om het Asiel- en migratiepact per12 juni 2026 te implementeren. Dit blijkt ook uit het algemenebeeld geschetst door de Europese Commissie in de Mededelingvan 11 juni jl., waarin de Commissie concludeert dat er aanzien-lijke vooruitgang is geboekt op de implementatie van het Pact,waaronder ook door Nederland. Er is geen vertraging voorzien bijde implementatie van het Pact als gevolg van de door de TweedeKamer aangenomen asielwetten. Er zijn aparte projectteamsopgericht bij de grote uitvoeringsorganisaties die geraakt wordendoor de implementatie van het Pact. Daarmee is de capaciteitvoor de implementatie gewaarborgd.Kan de Minister reflecteren op de knelpunten die de Adviesraad Migratieaanstipt op het gebied van rechtsbescherming? Op welke manier gaatervoor gezorgd worden dat de voorbereidingen weer in lijn gaan lopen?AntwoordHet voorstel voor de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- enmigratiepact 2026 is in consultatie geweest van 20 december2024 tot en met 17 februari 2025. De reactie van de AdviesraadMigratie is echter pas op 26 juni 2025 ontvangen. Hetwetsvoorstel is op 4 juli 2025 aanhangig gemaakt bij de Afdelingadvisering van de Raad van State voor advies. Het kabinetbestudeert momenteel de reactie van de Adviesraad Migratie enzal deze in het vervolgproces betrekken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9697 Ten slotte hebben de leden van de SP-fractie nog vragen over de huidigesituatie in Griekenland. Op 10 juli kondigde de Griekse Minister vanMigratie en Asiel aan dat asielaanvragen van personen die per boot vanuitNoord-Afrika aankomen, gedurende drie maanden niet meer wordenbehandeld. Hun aanvragen worden niet geregistreerd; in plaats daarvanworden zij onmiddellijk gearresteerd en teruggestuurd. Deze leden vindendit besluit ver gaan en zien dat het indruist tegen het fundamentele rechtop asiel. Deze leden maken zich zorgen over de gevolgen voor vluchte-lingen die vanuit Nederland weer naar Griekenland worden gestuurd. DeMinister gaf eerder aan dat dit wel aan de orde was. Kan de Ministeraangeven hoe hij reflecteert op zijn uitspraken over terugkeer, nu het rechtop asiel feitelijk is opgeschort in Griekenland?AntwoordZover bekend bij het kabinet ziet het Griekse wetsvoorstel totopschorting van het kunnen indienen van asielaanvragen, maarniet op asielzoekers die onder de Dublinverordening vanuit eenandere EU-lidstaat (zoals Nederland) aan Griekenland wordenovergedragen. Zoals het Hof van Justitie van de EU in een arrestvan 29 februari 20241 heeft verduidelijkt, richt het juridischetoetsingskader voor de toelaatbaarheid van een Dublinoverdrachtzich op de omstandigheden waarmee de terugkerende Dublin-claimant wordt geconfronteerd. Dit betekent dat bij de beoor-deling van de rechtmatigheid van een Dublinoverdracht depraktijken aan de buitengrenzen en voor personen die aan debuitengrenzen worden staande gehouden niet hoeven te wordenbetrokken zolang de terugkerende Dublinclaimant niet ineenzelfde situatie komt te verkeren. Zoals met uw Kamer gedeeldin de Geannoteerde Agenda van de JBZ-raad van 12 en 13 juni2025, verkent het kabinet momenteel op welke wijze Dublinover-drachten naar Griekenland weer kunnen worden hervat. Daarvooris het ook noodzakelijk dat de Griekse autoriteiten, conform deverplichtingen onder EU-wetgeving, Nederlandse verzoeken totoverdrachten accepteren. Uw Kamer zal geïnformeerd wordenover de voortgang van deze verkenning.Wat gebeurt er met organisaties die hulpverlenen aan deze vluchtelingenin Griekenland? Kan de Minister tevens aangeven wat het mogelijkstopzetten van de enige vorm van gestructureerde, officiële onder-steuning voor statushouders in Griekenland, namelijk het EU gefinan-cierde HELIOS-programma, voor gevolgen heeft voor de beoordeling vanhet verlengen van het moratorium op uitzettingen naar Griekenland?AntwoordEr zijn op dit moment geen indicaties van gevolgen voor organi-saties of personen die hulp verlenen aan migranten uit Noord-Afrika. Er is voor zover het kabinet weet ook geen sprake vanstopzetting van het HELIOS-integratieprogramma. Eerder dit jaaris HELIOS+ van start gegaan, dat zich meer dan voorheen richt opintegratie van statushouders in de Griekse arbeidsmarkt. Status-houders kunnen daarbij onder meer aanspraak maken op hulp bijhet vinden van een woning en een baan, het leren van de Grieksetaal en hulp bij toegang tot sociale en publieke voorzieningen.Het programma wordt uitgevoerd door het IOM en gefinancierdvanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF+).1ECLI:EU:C:2024:195Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9698
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.