Kamerstuk · 18 sep 2025 · Tweede Kamer
Inbreng verslag schriftelijk overleg over van het ontwerpbesluit Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Kamerstuk 36387-49)
Brontekst
2025D39930INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGBinnen de vaste commissie voor Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening hebben de onderstaande fracties de behoefte vragen enopmerkingen voor te leggen aan de Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening over de brief inzake de voorhang van het ontwerp-besluit Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Kamerstuk36 387, nr. 49).De voorzitter van de commissie,PostmaDe griffier van de commissie,De Vos nds-tk-2025D399301 IVragen en opmerkingen vanuit de fractiesVragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieIIAntwoord / reactie van de Minister I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben met interesse en grote zorg kennisge-nomen van het ontwerpbesluit Besluit gemeentelijke instrumentenwarmtetransitie. Het kan wat deze leden betreft niet de bedoeling zijn datbetaalbaarheid voor huishoudens verder onder druk komt te staan en datmensen in de financiële problemen worden gestort.Op blz. 19 van de nota van toelichting (in het vervolg: nota) valt te lezendat het belang van betaalbaarheid voor de eindgebruiker bij het inzettenvan de aanwijsbevoegdheid een zwaarwegende positie moet hebben inde belangenafweging van een gemeente en een gemeente daar enkelgoed gemotiveerd van af kan wijken. De leden van de PVV-fractie zoudenvan de Minister haar visie willen hebben als zich het scenario voordoetdat alle beschikbare alternatieven voor aardgas een verslechterdebetaalbaarheid voor eindgebruikers oplevert. Het kan wat deze ledenbetreft niet de bedoeling zijn dat betaalbaarheid kunstmatig overeindwordt gehouden door belastinggeld in te zetten, bijvoorbeeld viasubsidies.Gemeenten hebben laten weten dat zij zich zorgen maken overbeschikbare middelen om de betaalbaarheid voor inwoners, vooral voorkwetsbare huishoudens, te garanderen. De leden van de PVV-fractie willende Minister vragen of dit niet kan resulteren in grote sociaaleconomischeverschillen tussen gemeenten.Op blz. 4 van de nota staat dat dit besluit regelt dat in een gebied waar degemeenteraad de aanwijsbevoegdheid inzet, ook geen gebruik magworden gemaakt van andere fossiele brandstoffen dan aardgas voor devoorziening van het afnemen en gebruiken van energie voor bouwwerken.Deze leden willen de Minister vragen of het aardgasnetwerk compleetonbruikbaar wordt voor toekomstige generaties die misschien anderekeuzes maken voor de energievoorziening, bijvoorbeeld door het gebruikvan aardgas weer toe te staan. En is het in het kader van betaalbaarheidniet verstandig om niet alle fossiele brandstoffen buiten de deur tehouden?Op blz. 20 van de nota valt te lezen dat gemeenten rekening moetenhouden met de mogelijkheden voor bewoners om de verduurzamings-maatregelen te financieren, bijvoorbeeld via een hypothecaire lening. Deleden van de PVV-fractie willen aan de Minister vragen of op deze maniergeen schuldenproblematiek wordt gecreëerd met alle mogelijke sociaal-economische gevolgen van dien. Hoe gaat dat specifieke elementgemonitord worden?2 Op blz. 22 van de nota valt te lezen dat inzake betaalbaarheid deverwachte kosten over de looptijd vanaf de eerste investering niet mogenuitstijgen boven de verwachte baten voor het overgrote deel van debewoners, namelijk tenminste 70% van de woningen die binnen hetwarmtetransitiegebied worden aangewezen. In de praktijk kan dit dusbetekenen dat bijna 1/3 van de bewoners te maken krijgt met kosten dieuitstijgen boven de verwachte baten.De leden van de PVV-fractie willen de Minister vragen waarom niet isgekozen voor 100% betaalbaar en of zij voornemens is om bijvoorbeeldeen norm voor maximale overschrijding in te voeren voor de resterende30% om betaalbaarheid te waarborgen.Op blz. 23 van de nota staat dat «rekening houden met» betekent datgemeenten de betreffende instructieregel een zwaarwegende positiemoeten geven in de bredere belangenafweging om een warmtetransitie-gebied aan te wijzen. Gemeenten kunnen enkel voldoen of goed gemoti-veerd afwijken van deze instructieregel om de aanwijsbevoegdheid tekunnen inzetten. Deze leden willen de Minister vragen wat eventuele«goede motiveringen» zouden kunnen zijn om af te wijken van deinstructieregel om de aanwijsbevoegdheid in te kunnen zetten en of jehiermee (onbedoeld) niet de deur op een kier zet voor het doordrukkenvan zaken.Op blz. 33 en 34 van de nota valt te lezen dat vrijwillige verduurzamingvan de gebouwde omgeving niet toereikend is, omdat bij vrijwilligeverduurzaming bijvoorbeeld het gasnet in stand moet worden gehoudenvoor een kleine groep achterblijvers, wat hoge maatschappelijke kostenmet zich meebrengt. De leden van de PVV-fractie zouden aan de Ministerwillen vragen of er een inschatting kan worden gemaakt wat deverhouding is tussen genoemde maatschappelijke kosten en demaatschappelijke kosten om deze hele transitie te realiseren (inclusiefwaarborgen betaalbaarheid).Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van hetBgiw en hebben daar enkele vragen en opmerkingen bij.Het valt deze leden op dat enkele waarborgen voor verduurzaming lijkente zijn verdwenen uit eerdere versies. Ten eerste de eis dat burgers dievoor een alternatief kiezen moeten kunnen aantonen dat hun alternatieften minste net zo duurzaam is. Ten tweede is de bepaling vervallen dat in2050 het gebruik van aardgas in woningen moet zijn uitgefaseerd. Deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen zich af waarom dezewaarborgen uit eerder versies van het Bgiw zijn gehaald. Deze leden ziendeze waarborgen graag opnieuw opgenomen in het besluit.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over dewaarborging van betaalbaarheid. Gemeenten kunnen alleen de aanwijsbe-voegdheid inzetten als minimaal 70% van de bewoners de kosten binnen30 jaar terugverdienen. Voor de overige 30% is niks geregeld en dezeleden zijn bezorgd dat dit tot schrijnende gevallen leidt. Welke mogelijk-heden ziet de Minister om een vangnet te bieden voor deze 30% mochtener inderdaad schrijnende gevallen ontstaan?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie onderschrijven het belang vanrekening houden met een stijging van de maandelijkse woonlasten, definancierbaarheid van maatregelen, en specifiek kwetsbare huishoudens.Zij vinden «rekening houden met», zoals het nu in het Bgiw staat, echter3 wel een erg vrijblijvend begrip. Wanneer voldoen gemeenten hieraan? Isde Minister bereid dit te concretiseren? En welke handvatten biedt deMinister gemeenten om daaraan te voldoen? Hoe kunnen gemeentenbijvoorbeeld in individuele gevallen tijdig inspringen, en op basis vanwelke data?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat voor hetgoed borgen van betaalbaarheid ook van belang is dat er langjarigduidelijkheid is over de beschikbaarheid van beschikbare subsidies enregelingen. Kan de Minister hierop reflecteren?Deze leden zien dat de wijze waarop utiliteitsbouw moet wordenmeegenomen in warmtetransitiegebieden nog aan interpretatie onder-hevig is. Dat komt door het onderscheid tussen gebouwgebonden enenergiegebonden energiegebruik. Het is nu aan gemeenten om daarin debalans te bepalen en dat leidt tot onduidelijkheid voor zowel gemeentenals bedrijven. Is de Minister bereid om hierover meer duidelijkheid tebieden? Kan de Minister reflecteren op of er voldoende informatiebeschikbaar is over het energiegebruik van bedrijven om de balans tussengebouwgebonden en energiegebonden energiegebruik te bepalen?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het ontwerpbesluit Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetran-sitie en hebben hierover nog enkele vragen.De leden van de NSC-fractie hebben vragen over de uitvoering van tweemoties die zijn ingediend tijdens de behandeling van de Wet gemeente-lijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) in de Tweede Kamer. Het gaatallereerst om de motie van het lid Postma over een loket waarhuishoudens op een laagdrempelige manier terecht voor en tijdens hunoverstap naar een collectieve warmteoplossing en voor hulp bij het halenvan hun recht (Kamerstuk 36 387, nr. 29). In de nota van toelichting (6.2)wordt aangegeven dat gebruikers gebruik kunnen maken van bestaandeondersteuningsprogramma’s zoals energieloketten en doorontwikkelingdaarvan. Dit beleid verschilt echter heel sterk per gemeente. Is de Ministerhet met de leden van de NSC-fractie eens dat de bestaande ondersteu-ningsprogramma’s niet een volledige uitvoering zijn van de motie? In denota van toelichting wordt ook gesproken over «energiehuizen». Kan deMinister helder schetsen hoe deze energiehuizen er uit gaan zien wanneerdeze gerealiseerd zijn? En waar kunnen huishoudens terecht dieoverstappen op een collectieve warmtevoorziening voor dat dezeenergiehuizen gerealiseerd zijn? Zijn er ook middelen ter beschikkinggesteld aan gemeenten om deze energiehuizen te realiseren?Deze leden hebben ook een vraag over de uitvoering van de motie van hetlid Postma over de participatie-uitgangspunten van het ProgrammaAardgasvrije Wijken gebruiken en inzetten voor draagvlak vooraansluiting op het warmtenet (Kamerstuk 36 387, nr. 32). In de nota vantoelichting worden gemeenten opgeroepen om gebruik te maken vandeze uitgangspunten. Welke ondersteuning krijgen de gemeenten om ditte doen? Hoe controleert de regering dat dit daadwerkelijk wordtmeegenomen? Zijn er andere manieren waarop er op het niveau van deministerie al gebruik gemaakt kan worden van de lessen uit de proef-tuinen?De leden van de NSC-fractie hebben nog enkele vragen over de borgingvan de betaalbaarheid. Kan de Minister aangeven wanneer gemeentenvoldoende rekening hebben gehouden met de stijging van de maande-4 lijkse woonlasten? En met de financierbaarheid van maatregelen? En metspecifieke kwetsbare huishoudens? Kan de Minister daarnaast aangevenof gemeenten bovenstaande moeten doen op basis van individueelniveau of gebiedsniveau (oftewel rekening houden dat er kwetsbareinwoners wonen in een wijk of rekening houden met individuelekwetsbare inwoners)? Gemeenten geven aan dat ze onvoldoende toeganghebben tot data om rekening te houden met bovenstaande aspecten. Kande Minister aangeven welke data beschikbaar zijn voor gemeenten omvoldoende rekening te houden met bovenstaande aspecten? Is de Ministerbereid in het besluit een grondslag op te nemen die ervoor zorgt datgemeenten in het kader van de warmtetransitie meer informatie overkwetsbare huishoudens kunnen krijgen? Gaat de Minister bovenstaandeverder uitwerken in de ministeriële regeling? Kan de regering uitleggen ofen hoe het kader voor betaalbaarheid voldoende bescherming biedt aankwetsbare inwoners (inclusief de 30% voor wie de betaalbaarheid nietgeborgd hoeft te worden)? Kan de Minister in afstemming met de Ministervan Klimaat en Groene Groei een onderzoek starten om inzichtelijk temaken welk flankerend beleid nodig is zodat een gemeente bij het besluitom de bevoegdheid in te zetten, gegarandeerd wordt dat bestaandfinancieel instrumentarium beschikbaar blijft? Bijvoorbeeld door middelvan een reservering van middelen voor een vastgesteld warmtetransitiegebied.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het ontwerpbesluit Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetran-sitie. Deze leden hebben echter serieuze zorgen over de uitvoerbaarheid,betaalbaarheid en de gevolgen voor bewoners en gemeenten, met namein landelijk gebied en willen de regering hierover nog enkele vragenvoorleggen.De leden van de BBB-fractie constateren dat de specifieke uitdagingen vanhet platteland in beleidsvorming vaak onderbelicht blijven en zij herin-neren zich de toezegging van de Minister dat bij de uiteindelijke evaluatievan dit wetsvoorstel expliciet gekeken zal worden naar de uitvoerbaarheidvoor landelijk gelegen gemeenten. Kan de Minister aangeven hoe zij dezetoezegging inmiddels heeft uitgewerkt en hoe wordt geborgd dat in deevaluatie ook de specifieke situatie van plattelandsgemeenten en hunbewoners daadwerkelijk centraal komt te staan?De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat warmtenetten in dunbevolktegebieden vaak onrendabel zijn. Algemene ondersteuning voor gemeentenis volgens hen onvoldoende. Welke concrete middelen en instrumentenstelt de Minister beschikbaar om deze onrendabele kosten te dekken,zodat warmtenetten, waar passend, haalbaar worden, zonder datbewoners of gemeenten onevenredig belast worden?Deze leden constateren dat corporaties al onder grote druk staan omslecht geïsoleerde woningen te verduurzamen, terwijl dit ten koste kangaan van nieuwbouw. Hoe voorkomt de Minister dat de aanwijsbe-voegdheid en bijbehorende verplichtingen deze spanning vergroten?Welke aanvullende maatregelen overweegt zij om ervoor te zorgen datcorporaties én blijven bouwen én verduurzamen?De leden van de BBB-fractie merken tot slot op dat veel gemeenten, metname kleinere plattelandsgemeenten, onvoldoende middelen enpersoneel hebben voor de complexe berekeningen en planningen die dewarmtetransitie vergt. Hoe gaat de Minister waarborgen dat juist deze5 gemeenten structureel en specifiek ondersteund worden met middelen enexpertise?Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbe-sluit Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Zijconstateren dat dit besluit een belangrijke stap is in de uitvoering van dewarmtetransitie, maar maken zich grote zorgen over de betaalbaarheid ende positie van huurders. Deze leden hebben hierover de volgende vragenen opmerkingen.De leden van de SP-fractie constateren dat gemeenten de aanwijsbe-voegdheid alleen mogen inzetten wanneer voldaan is aan het kader voorbetaalbaarheid, waarin is opgenomen dat minimaal 70% van de bewonersde kosten binnen 30 jaar terugverdient. Deze leden vinden dit een tesmalle en te vrijblijvende benadering. Voor 30% van de bewoners kunnende kosten hoger uitvallen zonder enige norm of limiet. Bovendien zegt hetcriterium niets over de maandlasten op korte termijn, die voor veelbewoners problematisch kunnen stijgen. Is de Minister bereid een hardewoonlastennorm op te nemen, zodat voor bijvoorbeeld 90% van debewoners de maandlasten niet stijgen ten opzichte van het gasreferentie-scenario, en voor de resterende groep een duidelijke limiet wordtvastgelegd? Waarom is niet gekozen voor een resultaatsnorm in plaatsvan het vrijblijvende «rekening houden met»?De leden van de SP-fractie merken op dat gemeenten volgens het besluit«rekening moeten houden met» stijging van maandlasten, de financier-baarheid van maatregelen en kwetsbare huishoudens. Gemeentenhebben echter onvoldoende zicht op kwetsbare huishoudens, zoals bleekbij het Nationaal Isolatieprogramma. Ook beschikken zij niet over debenodigde data om op individueel niveau de gevolgen in te schatten.Wanneer heeft een gemeente volgens de Minister «voldoende rekeninggehouden met» deze aspecten? Moet dit gebeuren op individueel niveauof op gebiedsniveau? Welke data zijn nu beschikbaar voor gemeenten ombetaalbaarheid en kwetsbaarheid te toetsen? Is de Minister bereid in hetbesluit een grondslag op te nemen die gemeenten toegang geeft totnoodzakelijke gegevens over kwetsbare huishoudens, met inachtnemingvan privacywaarborgen?De leden van de SP-fractie constateren dat gemeenten bij de betaalbaar-heidstoets rekening mogen houden met beschikbare subsidies enregelingen (zoals Warmtefonds, ISDE, WIS, SAAH), terwijl deze regelingenvaak tijdelijk zijn. Gemeenten moeten echter de betaalbaarheid voor eenlange periode borgen. Hoe verwacht de Minister dat gemeenten op basisvan tijdelijke instrumenten betaalbaarheid structureel kunnen garan-deren? Is de Minister bereid in overleg met de Minister van Klimaat enGroene Groei te onderzoeken welk structureel flankerend beleid nodig isom betaalbaarheid te garanderen, bijvoorbeeld door reservering vanmiddelen per aangewezen transitiegebied?De leden van de SP-fractie maken zich zorgen over signalen dat de Wgiwkan worden gebruikt om aansluiting op een warmtenet bij huurders als«dringende werkzaamheden» te bestempelen en daarmee medewerkingaf te dwingen. In Eindhoven is dit via een Samenwerkingsovereenkomsttussen gemeente en corporaties zelfs als strategie vastgelegd. Acht deMinister dit in lijn met het uitgangspunt van keuzevrijheid en betaal-baarheid? Hoe wordt voorkomen dat huurders in de praktijk geenzeggenschap meer hebben, terwijl hun woonlasten kunnen stijgen? Is deMinister bereid expliciet vast te leggen dat de Wgiw niet mag worden6 ingezet als dwangmiddel zonder harde waarborgen voor betaalbaarheiden zonder duidelijke instemmingsrechten voor huurders?Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorlig-gende ontwerpbesluit. Zij hechten aan zorgvuldige uitwerking enuitvoering van warmteprogramma’s met het oog op betaalbaarheid enhaalbaarheid, ook voor kwetsbare huishoudens. Zij hebben in dit verbandenkele vragen.De leden van de SGP-fractie hebben enkele vragen over de voorgesteldeverplichting voor gemeenten om binnen vijf jaar na vaststelling van eenwarmteprogramma, inclusief de aanwijzing van warmtetransitie gebieden,dit door te vertalen in het omgevingsplan.Deze leden verwachten dat het bij het vaststellen van een warmtepro-gramma heel lastig zal zijn om voldoende zicht te hebben op dehaalbaarheid en betaalbaarheid in de praktijk, zeker nu het flankerendbeleid voor een betaalbare warmtetransitie nog beperkt is. Is de Ministervan mening dat deze uitvoeringsplicht proportioneel is op het moment datonvoldoende zicht is op de daadwerkelijke haalbaarheid en betaal-baarheid ervan? Gemeenten hebben de mogelijkheid om het warmtepro-gramma te wijzigen als de beoogde aanpak niet haalbaar lijkt, waardoorde uitvoeringsplicht zou kunnen vervallen. Kan de Minister aangeven ofhet bij deze (on)haalbaarheid ook gaat om de borging van de betaal-baarheid, en niet alleen om de technische haalbaarheid?De leden van de SGP-fractie constateren dat het de verantwoordelijkheidvan gemeenten wordt om een goede afweging te maken met betrekkingtot het afsluiten van het aardgasnet voor in wijken aanwezige bedrijvendie aardgas gebruiken in bedrijfsprocessen. Deze leden willen erop wijzendat het voor gemeenten lastig is om de proportionaliteit te beoordelen,omdat zij onvoldoende inzicht hebben in de energiegebruiksgegevens vanbedrijven en de mate van procesgebonden gebruik van aardgas. Kanmeer duidelijkheid gegeven worden over de bedrijven en bedrijfspro-cessen die wel of niet meegenomen mogen worden in de aanwijzingsbe-voegdheid? Hoe wordt ervoor gezorgd dat gemeenten meer inzicht krijgenin de mate waarin bedrijven aardgas nodig hebben voor hun bedrijfspro-cessen?De leden van de SGP-fractie constateren dat de regering als toetsregelvoorstelt dat voor tenminste 70% van de gebouwen in de wijk deverwachte baten over de looptijd van de investering (dertig jaar) inverhouding zijn met de verwachte kosten. Hoe ziet de regering in ditverband de wens van de Kamer (amendementen van de leden Flach enErkens c.s.) om rekening te houden met de 5% meest kwetsbarehuishoudens? Op welke wijze wordt ervoor gezorgd dat gemeentenvoldoende inzicht krijgen in de groep meest kwetsbare huishoudens?Deze leden constateren dat de verschillende relevante financiëleregelingen (Warmtefonds, ISDE, enzovoorts) geen onbeperkte looptijdhebben, zodat de lange termijn beschikbaarheid van voldoende subsidie-budget onzeker is. Hoe wordt ervoor gezorgd dat gemeenten voldoenderuimte krijgen om bijvoorbeeld via gemeentelijke verduurzamingsrege-lingen ondersteuning voor langere termijn te bieden, zeker ook met hetoog op de genoemde kwetsbare huishoudens?De leden van de SGP-fractie constateren dat gemeenten bezwaren hebbenbij de relatief korte periode tussen inwerkingtreding van de wet en deverplichte vaststelling van een warmteprogramma, naar verwachting eenhalf jaar. Zij wijzen op de komende gemeenteraadsverkiezingen, waardoor7 er weinig tijd is voor een ordentelijke behandeling door college engemeenteraad. Daarnaast hebben de noodzakelijke MER-procedures tijdnodig, omdat er druk zit op de beschikbare capaciteit. Wil de Ministergemeenten meer tijd geven voor het vaststellen van een warmtepro-gramma?De leden van de SGP-fractie zetten vraagtekens bij het voorstel om deenergieprestatie voor technische bouwsystemen in een warmtetransitie-gebied aan te scherpen naar de waarde 0,7. Het betekent dat de mogelijk-heden voor huiseigenaren om te kiezen voor alternatieve oplossingen alseen bioketel of zonnewarmte sterk worden ingeperkt. Deze leden willenerop wijzen dat de warmtetransitie al lastig genoeg is. Waarom is erdesondanks voor gekozen de ruimte voor alternatieve oplossingen sterk inte perken? Is de Minister bereid de aanscherping van deze norm teheroverwegen?II Antwoord/reactie van de Minister 8
Versie 177326624203e619b8a06e7ab1a179c4115849fe74b77dbb9c17fab077d5e8ec · Officiële bron.
Gegevens
- Soort document
- Inbreng verslag schriftelijk overleg
- Datum
- 18 september 2025
- Vergaderjaar
- 2025-2026
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.