Verslag van een schriftelijk overleg over het Actieplan Samen tegen mensenhandel (Kamerstuk 28638-249)
Brontekst
Versie b39fbb16dd07cfaf · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202428 638MensenhandelNr. 250 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 7 juni 2024 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid over de brief van 23 april 2024 over het Actieplan Samen tegenmensenhandel (Kamerstuk 28 638, nr. 249).De vragen en opmerkingen zijn op 17 mei 2024 aan de Staatssecretarisvan Justitie en Veiligheid voorgelegd. Bij brief van 7 juni 2024 zijn devragen, voorzien van een inleiding, beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,Van NispenAdjunct-griffier van de commissie,Paauwe kst-28638-250ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 2501 Inleiding Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de leden van dePvdA-fractie, de leden van de VVD-fractie, de leden van de NSC-fractie, deleden van de BBB-fractie, de leden van de CDA-fractie, de leden van deSP-fractie en de leden van de ChristenUnie-fractie uit het SchriftelijkOverleg van 16 mei 2024 over het Actieplan programma Samen tegenmensenhandel.Met interesse heb ik kennisgenomen van een de vragen en opmerkingenover de Kamerbrief inzake het Actieplan Samen tegen mensenhandel van23 april jl.Ik beantwoord de gestelde vragen per onderwerp en in de volgordewaarin ze door de fracties gesteld zijn. Afsluitend worden de vragenbeantwoord over een ander dossier, mensensmokkel. Ik beantwoord devragen mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn enSport, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister vanBuitenlandse Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel enOntwikkelingssamenwerking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 2502 Vragen en antwoorden I. Mensenhandel 1. Beschikbare middelen voor de uitvoering van het Actieplan De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van hetvoornemen van het kabinet om jaarlijks 500.000 euro extra toe te voegenaan de al eerder beschikbaar gestelde twee miljoen euro voor deuitvoering van het Actieplan. Is de extra 500.000 euro genoeg om de aanhet Actieplan toegevoegde voorstellen uit te kunnen voeren? Hoe denkende samenwerkingspartners hierover? Zou er met een hoger budget meerkunnen worden gedaan aan het tegengaan van mensenhandel? En welkeacties kunnen nu bij gebrek aan budget niet worden uitgevoerd? Is hetgebrek aan budget de reden dat er geen maatregelen in het Actieplanstaan om de aanpak van mensenhandel internationaal aan te pakken? Zoja, deelt de Staatssecretaris de mening van deze leden dat mensenhandelbij uitstek een grensoverschrijdend probleem is en dat een versterkingvan de internationale aanpak hard nodig is? En, zo ja, kan de Staatssecre-taris daar alsnog extra budget voor vrijmaken? Zo nee, waarom deelt deStaatssecretaris die mening niet?De leden van de CDA-fractie vinden het positief om te lezen dat metingang van dit jaar de komende vier jaar 500.000 euro per jaarbeschikbaar zal zijn, als aanvulling op de reeds beschikbaar gestelde tweemiljoen euro per jaar. Ziet de Staatssecretaris dit als voldoendeuitbreiding van het budget in relatie tot de versterking van het Actieplanen de nieuw voorgestelde actiepunten? Deze leden vragen op dit punt ookom een reactie van de Staatssecretaris op de oproep van het CentrumKinderhandel & Mensenhandel, dat aangeeft dat het totale budget nogsteeds tekortschiet om de aanpak van mensenhandel verder te versterken.Is de Staatssecretaris het hiermee eens?De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het positief dat er meer geldwordt vrijgemaakt voor de bestrijding van mensenhandel en spreken hunwaardering hiervoor uit. Deze leden spreken voorts hun waardering uitvoor de verbeteringen die zijn ingezet in lijn met de motie-Bikker c.s.(Kamerstuk 28 638, nr. 238). Tegelijkertijd is het geen geheim dat zij eenmeer robuuste verhoging van het budget voor zich zien. Zij vragen of erurgente wensen zijn vanuit het veld dan wel het ministerie die op ditmoment niet kunnen worden uitgevoerd vanwege het ontbreken vanadequate financiering.Antwoord:Naar aanleiding van het commissiedebat en het tweeminutendebat op21 december jl. is bij de samenwerkingspartners in het mensenhandel-domein de vraag voorgelegd welke initiatieven in het kader van de dooruw Kamer genoemde thema’s kunnen worden ondernomen en hoeveeldie gaan kosten. Gezamenlijk met deze samenwerkingspartners is eeneerste selectie van kansrijke initiatieven gemaakt en in samenspraak methen heb ik op 2 februari jl. uw Kamer geïnformeerd over de mogelijkeextra acties inclusief geschatte financiële gevolgen.Om het Actieplan in het kader van de herziening te versterken en aan dewensen van de partners en uw Kamer te voldoen, is binnen de begrotingvan het Ministerie van Justitie en Veiligheid financiële ruimte gecreëerd.Met ingang van dit jaar zal de komende vier jaar 500.000 euro extra perjaar beschikbaar zijn. Voor de financiering van nog meer aanvullendeacties die dit budget te boven gaan, is geen dekking beschikbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 2503 De extra 500.000 euro dekken de kosten om de aan het Actieplantoegevoegde voorstellen uit te kunnen voeren. Dit kan uw Kameropmaken uit bijlage 2: (Financieel) overzicht van het versterkte Actieplanprogramma Samen tegen mensenhandel uit de Kamerbrief van 23 april jl.Voor elke actie in het Actieplan zijn vanuit het beschikbare budgetmiddelen gereserveerd. Voor elke actie geldt dat dit gereserveerde budgetis ingeschat en afgestemd met de opdrachtnemende partij, aldus onzesamenwerkingspartners. Bij de acties waar geen middelen voor zijngereserveerd (bijvoorbeeld acties 7, 8, 10 en 11) is, uit afstemming met deopdrachtnemende partij, gebleken dat geen middelen benodigd zijnvanuit het Actieplan.In bijlage 1: Financieel overzicht van het versterkte Actieplan programmaSamen tegen mensenhandel uit de Kamerbrief van 23 april jl. is ondercategorie i. een reserveringsbudget voor vervolgacties opgenomen. Dezecategorie dient meerdere doelen. Allereerst wordt geanticipeerd opmogelijke vervolgacties die voortvloeien uit eerdere acties binnen hetprogramma. Dit creëert flexibiliteit en ruimte voor de mogelijkheid omvoort te bouwen op succesvolle inspanningen en resultaten, waardoor hetprogramma zich dynamisch kan ontwikkelen. Daarnaast fungeren dezereserveringen als een vangnet, mochten onvoorziene omstandigheden ofnieuwe kansen zich voordoen die aanvullende financiële ondersteuningvereisen.In de aanpak tegen mensenhandel wordt door vele partijen en vanuitverschillende invalshoeken inzet gepleegd: zowel met beleid vanbetrokken ministeries en gemeentelijke overheden, in de uitvoering doordiverse partners in het sociaal, zorg- en veiligheidsdomein en ookinternationaal in diverse internationale gremia. Zoals in eerdere bericht-geving aan uw Kamer benoemd, wil ik nogmaals benadrukken dat deacties in het Actieplan voorzien in de noodzakelijke aanvullingen opstaand beleid en uitvoering op onderdelen waar extra aansporing nodigis. Het plan reflecteert niet het geheel aan (nationale en internationale)activiteiten die worden ondernomen in het kader van de aanpak vanmensenhandel en ook niet de middelen die daarmee gemoeid zijn. Zo zetNederland zich, buiten het Actieplan om, bijvoorbeeld ook internationaalin tegen mensenhandel. Zie hiervoor de verdere beantwoording van devragen onder de categorie «Internationaal».Dit Actieplan is aldus een «aanvulling op» en focust op essentiëleelementen die voor het beleid en de uitvoering tot verbeteringen kunnenleiden. Nu de hiervoor beschikbare financiële middelen en capaciteitbegrensd zijn, vraagt dit om scherpe keuzes.Het Rijk zet zich reeds breed in op het versterken van online veiligheid enweerbaarheid onder jongeren. Specifiek op het dossier mensenhandelwordt buiten het Actieplan ingezet op het online domein, onder anderebinnen de opsporing, maar ook in het kader van preventie. Na deinventarisatie bij de samenwerkingspartners inzake mogelijke extrainitiatieven en de daarbij behorende kosten bleek dat enkele mogelijkeacties inzake «technologie» het beschikbare budget voor dit Actieplanoverstijgen. Om deze reden zijn in het Actieplan geen acties toegevoegddie specifiek zien op het online domein.In het versterkte Actieplan wordt wel een passage opgenomen om de rolvan technologie in de aanpak van mensenhandel nader toe te lichten.De leden van de SP-fractie waren, net als leden van veel andere fracties,kritisch over het gebrek aan financiële middelen die beschikbaar warengesteld voor het halen van ambities die in het Actieplan staan en die ookdoor veel fracties worden ondersteund, zoals was terug te zien in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 2504 commissiedebat van 21 december 2023. Deze leden vinden het jammerom te lezen dat bovenop de middelen van twee miljoen euro jaarlijksslechts 125.000 euro extra wordt vrijgemaakt. Zij danken de Staatssecre-taris voor het vinden van deze extra middelen, maar willen wel aangevendat dit bedrag niet in verhouding staat tot de ernst van de problematiek ende stappen die moeten worden gezet om mensenhandel tegen te gaan,die ook goed worden beschreven in het Actieplan. Daarmee dreigt ditActieplan een «plan zonder middelen» te worden. Deze leden zijn vanmening dat met het gereserveerde geldbedrag, dit demissionair kabinetniet laat zien dat het de ernst van de problematiek voldoende serieusneemt of prioriteit geeft. Ook het Centrum Kinderhandel & Mensenhandeldeelt deze zorg en geeft aan dat het plan geen internationale paragraafheeft en ook technologie ontbreekt. Deelt de Staatssecretaris deze zorg?Antwoord:Zoals in bovenstaande beantwoording en in de Kamerbrief van 23 april jl.toegelicht, is om het Actieplan te versterken binnen de begroting van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid financiële ruimte gecreëerd van500.000 euro per jaar voor de komende 4 jaar. Deze middelen zijn inaanvulling op de in het coalitieakkoord Rutte-IV reeds beschikbaargestelde 2 miljoen euro per jaar. In de jaren 2024–2027 zal er aldus2,5 miljoen euro per jaar beschikbaar zijn voor de uitvoering van hetActieplan.De leden van de SP-fractie zijn tegelijkertijd ook verbaasd dat dit relatieflage bedrag aan extra middelen ook nog zal worden ingezet voor extraacties die moeten worden ondernomen die nog niet in het origineleActieplan stonden. Dat betekent dus dat er voor de originele doeleindenonder de streep geen extra middelen beschikbaar gesteld worden terwijlhier wel duidelijk om werd gevraagd door een groot aantal fracties,waaronder die van deze leden. Is de Staatssecretaris het met deze analyseeens? Is de Staatssecretaris nogmaals bereid om meer budget voor ditActieplan te bewerkstelligen? Of verwacht de Staatssecretaris dat dezemiddelen afdoende zijn om alle ambities in het Actieplan goed uit tevoeren?Antwoord:Alle acties in het versterkte Actieplan, aldus de originele acties en de extraacties, moeten bijdragen aan de drie strategische doelen van hetActieplan: zo veel mogelijk voorkomen dat mensen slachtoffer wordenvan mensenhandel; (mogelijke) slachtoffers worden snel en adequaatgesignaleerd, uit de situatie gehaald worden en ontvangen de benodigdezorg en ondersteuning, en ten slotte daders op allerlei manierenfrustreren en aanpakken, zowel strafrechtelijk en bestuursrechtelijk als viahet opwerpen van barrières.Voor de uitvoering van de acties in het originele Actieplan is2 miljoen euro per jaar vanuit het coalitieakkoord Rutte-IV beschikbaargesteld. Alle acties in het originele Actieplan hebben financiële dekking.De beschikbare middelen zijn aldus afdoende om de acties in hetversterkte Actieplan uit te voeren.Uw Kamer gaf tijdens het debat van 21 december jl. aan een aantalthema’s niet of onvoldoende in het Actieplan terug te zien, zoals deklantaanpak, de bescherming van minderjarigen, criminele uitbuiting ende opvang van slachtoffers. De extra jaarlijkse 500.000 euro die voor dekomende vier jaar beschikbaar gesteld worden vanuit de begroting vanhet Ministerie van Justitie en Veiligheid dekken de uitvoering van de extraacties inzake de door uw Kamer gemiste thema’s in het versterkteActieplan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 2505 2. Proces De leden van de VVD-fractie delen het grote belang dat het Actieplan snelen zorgvuldig wordt uitgevoerd. Gelet op de ontwikkelingen die deStaatssecretaris in de brief schetst, en gezien het grote belang van hetbeter in beeld krijgen van kwetsbare slachtoffers van mensenhandel envan de daders, is het noodzakelijk om slachtoffers snel te bereiken,professionals toe te rusten op hun belangrijke taken en daders zo snelmogelijk op te sporen, te vervolgen en te berechten. Kan de Staatssecre-taris nader ingaan op de urgentie die hij ziet om het Actieplan voor dezomer te implementeren? Klopt de inschatting van deze leden datefficiënte besteding van middelen onder druk komt te staan als hetActieplan nog later pas wordt geïmplementeerd?Antwoord:Samen met het werkveld is de afgelopen twee jaar gewerkt aan detotstandkoming van het Actieplan om met elkaar tot acties te komen dieals doel hebben dat er minder mensen slachtoffer worden van mensen-handel, er tijdig en snel slachtoffers worden gesignaleerd en geholpen, endaders beter worden aangepakt. Om deze doelen te behalen, is het nodigdat het Actieplan snel wordt geïmplementeerd. De uitvoering van hetActieplan en de acties staan momenteel stil. Als er niet tijdig zicht is opeen Actieplan dan kunnen de middelen ook niet tijdig worden ingezetdoor partijen. Zoals aan uw Kamer is vermeld, zal het Actieplan nabespreking in de ministerraad naar uw Kamer worden gestuurd zodat ervoor de zomer kan worden gestart met de uitvoering van het Actieplan.De leden van de VVD-fractie hebben bij eerdere gelegenheden een aantalpunten aangedragen ter verbetering en nadere verfijning van hetActieplan. Zo is recentelijk met de motie-Veltman (Kamerstuk 28 638,nr. 240) gevraagd om in het Actieplan meer aandacht te schenken aan hetspecifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden (SMART)formuleren van de doelen en hierbij gebruik te maken van streefwaarden,prestatiegegevens en effectindicatoren. Deze leden zien de exacteuitwerking van de motie in het Actieplan met interesse tegemoet. Kan deStaatssecretaris vooruitlopend op het gewijzigde Actieplan al een paarvoorbeelden geven van hoe hij in de nieuwe versie gebruik heeft gemaaktvan streefwaarden, prestatiegegevens en effectindicatoren bij deactielijnen? Wordt er ook een nulmeting gedaan, zodat later effectief kanworden vastgesteld en onderzocht hoe effectief het Actieplan is geweesten of alle (SMART-geformuleerde) doelen zijn bereikt?Antwoord:Bij het versterken van het Actieplan zijn een aantal acties uit het origineleActieplan herschreven om uitvoering te geven aan de motie-Veltman. Zois ter illustratie bij Actielijn 1 (Creëren van brede bewustwording) hetoperationeel doel aangepast en een streefwaarde toegevoegd: Eind 2026weet een groter deel, te weten een stijging van tenminste 10%, (eerste-lijns) professionals in Nederland wat mensenhandel is, dat het plaatsvindtin Nederland, kan het signaleren en heeft handelingsperspectief. BijActielijn 2 (Vergroten van de meldingsbereidheid) is ter illustratie eenoverkoepelend operationeel doel toegevoegd voor de hele Actielijn: Voordeze Actielijn is het overkoepelende operationele doel dat er in 2026tenminste 10% meer meldingen van mensenhandel worden gedaan.Daarnaast zijn voor de uitvoering van de motie Veltman bij de nieuweActielijn 6 (Versterking positie minderjarigen) bij een aantal actiesstreefwaarden opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 2506 Wat betreft de (algemene) nulmeting nog het volgende. Het Coördinatie-centrum tegen Mensenhandel (CoMensha) verzamelt in opdracht vanJenV de feiten over aard en omvang van (vermoedelijke) slachtoffers vanmensenhandel, onder andere ten behoeve van de Nationaal RapporteurMensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Vanaf 2011 is er eendalende trend van het aantal vermoedelijke slachtoffers dat wordt gemeldbij het CoMensha). Het is lastig gebleken om in de afgelopen jaren hetzicht op slachtoffers te vergroten. Schattingen van het daadwerkelijkeaantal slachtoffers mensenhandel lopen uiteen van 5.000 tot 7.500(Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel geweld tegenKinderen) tot 30.000 (ILO, schatting aantal slachtoffers arbeidsuitbuiting).In 2022 zijn er 814 slachtoffers mensenhandel gemeld bij CoMensha. Hettotaal aantal daadwerkelijke slachtoffers in Nederland is niet bekend, watéén van de problemen in de aanpak van mensenhandel is. Daarmee is eenalgemene nulmeting voor het Actieplan lastig. Enerzijds moet er meerzicht komen op slachtoffers door bepaalde acties en tegelijk zijn er actiesdie zien op het voorkomen (en dus verlagen van het aantal) slachtoffers.De leden van de VVD-fractie hebben voorts gelezen dat het Beleids-kompas al is gevolgd bij de eerste versie van het Actieplan. Kan debeantwoording van de vragen van het Beleidskompas gelijktijdig met hetherziene Actieplan ook naar de Kamer worden gestuurd, zodat het voor deKamer nog zichtbaarder en inzichtelijker is op welke doelen wordtgestuurd en hoe het Actieplan wordt gemonitord?Antwoord:Het Actieplan is tot stand gekomen volgens de methode van OpgaveGericht Werken (OGW). Deze OGW wordt binnen het Ministerie vanJustitie en Veiligheid ingezet om maatschappelijke vraagstukken vanuitzoveel mogelijk perspectieven in kaart te brengen om vervolgens tot eenbreed gedragen aanpak te komen.Bij OGW stelt de overheid het maatschappelijk resultaat centraal en nietde eigen organisatie. OGW begint bij het inventariseren en betrekken vande stakeholders en doelgroepen om vervolgens met die omgeving via eenaantal stappen tot een gezamenlijke visie te komen. Deze aanpak biedt demogelijkheid belanghebbenden actief te betrekken bij de beleidsvormingen zo ontstaat bij alle betrokkenen meer begrip voor de opgaven waar wijmet ons allen voor staan en werken wij gezamenlijk aan een maatschap-pelijke oplossing.Met ervaringsdeskundigen, experts in de aanpak van mensenhandel uit dezorg en opvang, opsporingsdiensten, gemeenten, niet-gouvernementeleorganisaties (ngo’s) en andere betrokken organisaties is volgens OGWgewerkt aan een nieuw Actieplan. De vragen die daarbij gevolgd zijnkomen overeen met het beleidskompas welke op 29 maart 2023 isgelanceerd.De stakeholders zijn op diverse momenten betrokken bij de herijking vanhet programma Samen tegen mensenhandel. Tijdens verschillendebijeenkomsten en sessies zijn de stappen van OGW gezamenlijk met destakeholders gezet. Zo is er met een breed scala aan belanghebbendeneerst gewerkt aan een probleemverdieping waarmee inzicht ontstaat inproblemen en achterliggende oorzaken van de problematiek omtrentmensenhandel. Daarmee is tegelijkertijd aan een gedeelde probleemper-ceptie gewerkt. Op basis daarvan is bekeken waar interventiemogelijk-heden voor oplossingen liggen en volgde het vaststellen van hetambitieniveau. Tenslotte is er via diverse stappen toegewerkt naar een zoveel mogelijk gezamenlijke visie en actieplan met concrete operationeledoelen, acties en beoogde effecten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 2507 Tijdens de afronding van het Actieplan programma Samen tegenmensenhandel is het Beleidskompas bij de Rijksoverheid geïntroduceerden is het proces van herijking volgens OGW langs de verschillende vragenvan het Beleidskompas gelegd. Daaruit bleek dat de vragen van hetBeleidskompas ook aan de orde zijn gekomen tijdens de herijking van hetprogramma. De antwoorden op de vragen van het Beleidskompas wordenniet met de Kamer gedeeld omdat deze zijn opgenomen in het Actieplan.Zo zijn er strategische doelen en operationele doelen geformuleerd en iser in het Actieplan een hoofdstuk opgenomen over de monitoring. Bij deaanbieding van het Actieplan aan de Kamer is aangegeven dat ertweejaarlijks een voortgangsbrief naar de Tweede Kamer zal wordengestuurd. Daarin worden de voortgang van de acties en de behaalderesultaten gerapporteerd.De leden van de CDA-fractie lezen dat naar aanleiding van onder anderede motie-Krul/Bikker (Kamerstuk 28 638, nr. 242), het Actieplan inhoudelijkwordt versterkt door extra acties en actielijnen. Wat gaat de Staatssecre-taris doen om ervoor te zorgen dat het Actieplan gedetailleerd genoeg isen ook echt plannen bevat waar de praktijk effectief mee aan de slag kan?Antwoord:Zoals bij de voorgaande vraag benoemd is bij de totstandkoming van hetActieplan de methode van Opgave Gericht Werken gebruikt. Na hetformuleren van een gezamenlijke probleem-oorzaakanalyse is samen methet werkveld gewerkt aan interventiemogelijkheden die zijn vertaald naaractielijnen en concrete operationele doelen, acties en beoogde effecten.Door de methode van OGW te volgen, is de praktijk gedurende het heleproces betrokken en zijn de acties op zo’n wijze geformuleerd dat dezeuitvoerbaar zijn voor de organisaties die er mee aan de slag moeten.De leden van de CDA-fractie lezen dat na de begrotingsbehandeling metdeelnemers vanuit meerdere organisaties is besproken of met devoorstellen de juiste acties werden ingezet en of vanuit het veld nog zakenwerden gemist. Was dit inderdaad het geval of werd aangegeven dat ergeen aspecten in het Actieplan werden gemist?Antwoord:De voorstellen tot nieuwe acties zijn in een brede sessie met meer dan 50deelnemers uit verschillende organisaties besproken. Centraal stonden devolgende vragen: wat vind je van het voorstel vanuit jouw expertise, watgebeurt er al vanuit jouw organisatie op dit thema en wat kan jouworganisatie zelf bijdragen aan dit voorstel? En wat heb je daarvoor nodig?Naar aanleiding van de afstemming met de samenwerkingspartners zijnde voorstellen aangescherpt.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Staatssecretaris een drietalacties gaat bewerkstelligen ter uitwerking van de motie-Krul/Bikker(Kamerstuk 28 638, nr. 242) om de klantkant van mensenhandel aan tepakken. Deze leden lezen dat een Mensenhandel Field Lab inzakeklantenproblematiek wordt ingericht, waardoor de mogelijkheid bestaatvan een kruisbestuiving tussen de teams en de mogelijkheid om over enweer van elkaars interventies te leren. Betekent dit dat onderlingeinformatie-uitwisseling en kennisdeling niet automatisch onderdeel zijnvan de aanpak, maar dit een bijgevolg is van het Field Lab? Ziet deStaatssecretaris een meerwaarde van een vaste en adequate informatie-deling tussen de teams wat betreft de klantkant van mensenhandel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 2508 Antwoord:Kenmerkend voor de aanpak van mensenhandel is dat instanties uitmeerdere domeinen betrokken zijn en dat samenwerking tussen dieinstanties noodzakelijk is om de problematiek te verminderen. Informatie-uitwisseling en kennisdeling in mensenhandelzaken is daarom uiteraardeen uitgangspunt in de opsporing en vervolging van mensenhandel.Echter, daar waar meerdere instanties uit verschillende domeinen moetensamenwerken, komt de vraag steeds op of (persoons-)gegevens mogenworden uitgewisseld in het kader van die samenwerking. Een vraag diezich door de complexiteit van wet- en regelgeving niet eenvoudig laatbeantwoorden. Vaak treedt er handelingsverlegenheid op of wordengegevens niet gedeeld waar dat wel nodig was geweest om mensen beterte helpen. Het probleem is dan niet alleen «de privacy», maar ook het feitdat de samenwerkende organisaties onvoldoende hebben geïnvesteerd inhet goed doordenken van de samenwerking en wijze waarop de noodza-kelijke gegevensverwerking wel kan plaatsvinden.Een goede inrichting van de gegevensverwerking zorgt ervoor dat degegevens- en informatiedeling bijdraagt aan de oplossing van deproblematiek, dat deze rechtmatig en zorgvuldig is, en met respect voorhet (potentiële) slachtoffer of dader wordt uitgevoerd. Die inrichting is eengezamenlijk proces. In het originele Actieplan gaat daarom Actielijn 5 overde verbetering van de informatiedeling en gegevensverwerking in debrede aanpak van mensenhandel. Daarmee is de informatie-uitwisselingen kennisdeling inzake klantenproblematiek ook onderdeel van de aanpaken van het Actieplan.De leden van de SP-fractie zijn positief over het feit dat er extra actie-punten zijn gekozen en dat er daardoor beter is geluisterd naar deaandachtspunten die maatschappelijke organisaties hebben ingebracht.Deze leden zien daarin nu een betere balans tussen de wensen enervaringen die deze maatschappelijke organisaties hebben gedeeld. Dezeleden willen de Staatssecretaris vragen waarom dit niet al in een eersteversie meer is meegenomen. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat dezewensen in het vervolg meer uitvoerig worden meegenomen in het plan?Bij de totstandkoming van het Actieplan zijn meer dan 70 organisatiesbetrokken volgens de methode van OGW zoals hierboven toegelicht. Uitde probleemanalyse zijn veel problemen opgehaald. De probleemanalyseis weergegeven in de bloemlezing die met uw Kamer is gedeeld. Hetfinanciële kader voor de uitvoering is echter beperkt. Dit betekende dat ergedurende de totstandkoming van het Actieplan met de betrokkenorganisaties keuzes zijn gemaakt bij de vertaling naar operationele doelenen acties. Dit is een gezamenlijk traject geweest. Ook de uitvoering enmonitoring van het Actieplan zal gezamenlijk met het werkveld plaats-vinden.1De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe de effectiviteit van deverschillende ingezette middelen zal worden gemonitord. Deze leden zienbijvoorbeeld dat er eenmalig 30.000 euro wordt uitgetrokken vooroutreach onder doelgroepen kwetsbaar voor arbeidsuitbuiting. Er zijnmeer van dit soort kleine, incidentele bedragen. Kan de Staatssecretarisaangeven hoe de effectiviteit van de verschillende kleinere, incidenteleuitgaven zal worden geborgd?1Samen tegen mensenhandel. Een bloemlezing van citaten over trends, problemen en ambitiesvan de aanpak van mensenhandel Kamerstuk 28 638, nr. 217.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 2509 Antwoord:De uitdagingen en problemen die worden gezien in de aanpak vanmensenhandel zijn zeer divers. Met het Actieplan worden acties opgezetdie moeten gaan bijdragen aan het oplossen van die problemen. Daarinvormen sommige acties een aanvulling op staand beleid zoals eerdergenoemd en behoeven daarmee minder extra financiële middelen vanuithet Actieplan. Dit doet niet af aan het beoogde effect van deze acties.Zoals ook benoemd in het Actieplan dient de opgenomen begroting alseen leidraad. Naarmate de tijd verstrijkt en nieuwe inzichten zichontwikkelen, kunnen aanpassingen nodig zijn om ervoor te zorgen dat hetprogramma effectief blijft opereren en de beoogde resultaten behaalt. Dedaadwerkelijke uitgaven van de middelen blijven daarom flexibel. Deuitvoering van het programma en de toewijzing van financiële middelenzullen in lijn zijn met de vastgestelde richtlijnen en prioriteiten van debetrokken departementen, die tevens als opdrachtgevers fungeren. Opdeze manier wordt gegarandeerd dat de financiële middelen doelgerichten verantwoord worden ingezet om het succes van het programma tewaarborgen.3. Internationale aanpak De leden van de NSC-fractie vragen naar het internationale perspectiefvan mensenhandel. Slachtoffers, daders en geldstromen kunnen bijmensenhandel een internationaal karakter hebben. Hiervoor lijkt weinigaandacht te bestaan. Moet deze internationale dimensie van de proble-matiek niet sterker naar voren komen? Het volgen van internationalegeldstromen kan voor het oprollen van een netwerk van mensenhande-laren van groot belang zijn. Worden deze internationale geldstromenmomenteel gevolgd?De leden van de CDA-fractie vragen wat de reden is dat er geen internati-onaal aspect is opgenomen in het Actieplan Samen tegen mensenhandel,terwijl het delict «mensenhandel» zich niet houdt aan de landsgrenzen engrensoverschrijdende samenwerking met andere landen hierin cruciaalkan zijn voor de opsporing. Hoe ziet de Staatssecretaris deze grensover-schrijdende samenwerking voor zich?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of voldoende rekenschapgegeven is van de internationale context waarin mensenhandel plaats-vindt. Hoe is die notie terug te vinden in het voorliggend plan?Antwoord:Veel van de acties die in dit Actieplan worden genoemd en zullen wordenopgepakt, werken door in de aanpak die Nederland internationaalhanteert. De internationale inzet rondom de aanpak van mensenhandelvindt plaats vanuit de reguliere beleidsinzet, buiten het Actieplan om enwordt onverminderd en daarmee intensief doorgezet. In de context vanhet Actieplan zal daarom steeds worden gekeken naar hoe de nationale eninternationale inzet sterker met elkaar kunnen worden verbonden. UwKamer zal de komende periode geïnformeerd worden over de voortgangbinnen de brede aanpak van mensenhandel, waar de internationale inzetonderdeel van uitmaakt.De internationale aanpak van mensenhandel is gebaseerd op vier pijlersdie volgen uit internationale en Europese verdragen en hierbij wordtingezet op preventie, bescherming, vervolging en partnerschappen. In hetActieplan is een apart hoofdstuk gewijd aan de wijze waarop dezeinternationale inzet plaatsvindt. Zo wordt onder andere beschreven datmiddels programmering en in samenwerking met internationale partnersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25010 door het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) wordt ingezet oppreventie en bescherming om (mogelijke) slachtoffers op migratierouteste voorkomen en te ondersteunen. Daarnaast wordt in het Actieplan ookingegaan op het European Multidisciplinary Platform Against CriminalThreats – Trafficking in human beings (EMPACT-THB) waarin op opera-tioneel niveau wordt samengewerkt met Europese lidstaten om dadersaan te pakken en slachtoffers te voorkomen.Zoals eerder aangegeven is het werkveld in de aanpak van mensenhandelbreed en lopen parallel aan het actieplan andere inspanningen eninitiatieven. Zo richt de Financial Intelligence Unit (FIU) zich in gezamen-lijkheid met zusterorganisaties in andere landen o.a. op financiëlegeldstromen gerelateerd aan mensenhandel. Dossiers over verdachtetransacties gerelateerd aan uitbuiting worden gedeeld met de politie. Dezesignalen worden via de internationale informatiekanalen gedeeld met depolitie in de desbetreffende landen. Daarnaast worden de verdachtetransacties specifiek gerelateerd aan arbeidsuitbuiting doorgegeven aande Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). Daarnaast is het goed tevermelden dat binnen de politie, specifiek de Afdelingen Vreemdelingen-politie, Identificatie en Mensenhandel, onder andere middels de reedsafgeronde uitvoering van de motie Segers-Asscher, ingezet is op hetverhogen van de kwaliteit van de (internationale) aanpak van mensen-handel, onder andere door digitaal en financieel specialisten aan tenemen.In de context van financiële geldstromen en mensenhandel wordt ookvanuit de BHOS-middelen het COMCRIM project gesteund. COMCRIM iseen interdisciplinair onderzoeksproject waarin de meer systemischefactoren van misdrijven die de democratie en de rechtsstaat in en viaNederland ondermijnen worden bestudeerd. Het project richt zich opmensenhandel, witwassen en corruptie.De leden van de NSC-fractie merken op dat daarnaast ook de samen-werking met bepaalde internationale c.q. Europese organisaties, zoalsEurojust en Europol of Frontex, van pas kan komen bij de opsporing vanmensenhandelaren. Wat is de stand van zaken van samenwerking metdeze internationale organisaties op dit vlak, zo vragen deze leden. Hoe zoudergelijke samenwerking kunnen worden verbeterd?De leden van de NSC-fractie vragen hoe het staat met eventuele bilateralehulp, zoals technische assistentie, inzake mensenhandel aan landen meteen EU-toetredingsperspectief, zoals landen op de Westelijke Balkanalsook Oekraïne en Moldavië.De leden van de NSC-fractie vragen of kan worden geleerd van de aanpakinzake mensenhandel in landen die met soortgelijke problemen alsNederland kampen. Zijn er opsporingsmethoden en -technieken in anderelanden waar Nederland van kan leren?Antwoord:Internationale samenwerking is een structureel onderdeel van de aanpakin Nederland om mensenhandel te bestrijden. Het behelst het samen-werken met herkomst- en transitlanden, het verkrijgen en delen vaninformatie via diverse kanalen, zoals Europol, Interpol of het netwerk vanliaison officers of in sommige gevallen concrete operationele enniet-operationele interventies stroomopwaarts of, wanneer Nederland hettransitland is, in landen van bestemming.Internationaal zet de politie in op drie pijlers:1)Internationale (operationele) samenwerking en informatie-uitwisseling. Dit omvat bijvoorbeeld de inzet op en deelname aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25011 diverse operationele acties op Europees niveau binnen EMPACT THB(2024–2025). Zo is Nederland de aanjager van EMPACT TraffickingHuman Beings (THB)2 waar 44 Europese en niet-Europese landensamenwerken om alle vormen van mensenhandel te signaleren enstrafrechtelijk te bestrijden. Het project wordt ondersteund door deEU-agentschappen Europol (inlichtingen), Eurojust (JIT’s), Cepol enFrontex. Er zijn 22 operationele acties (OA’s) binnen EMPACT THB enNederland is bij alle aangesloten. Nederland is actieleider bij vierOA’s, co-leider bij vijf en deelnemer aan de overige OA’s. Deze actiesrichten zich oa op Chinese, Vietnamese, Latijns-Amerikaanse enOekraïense uitbuiting, maar bijvoorbeeld ook specifiek op financieelrechercheren. Daarnaast organiseert en neemt Nederland deel aanoperationele EMPACT actiedagen, zoals de Europese hackathons en(global) joint actions days. Naast de activiteiten die plaatsvindenonder EMPACT zijn er momenteel drie Operational Taskforces (hierna:OTF) op mensenhandel waar Nederland aan deelneemt. Een OTF isgericht op internationale operationele samenwerking op intelligenceen/of opsporing onder coördinatie van Europol.2)Upstream preventie en verbeteren informatiepositie. Zo heeft depolitie met vijf onderzoekscentra/universiteiten in Oost-Europasamenwerkingsovereenkomsten gesloten om de (internationale)informatiepositie ten aanzien van mensenhandel te verbeteren. Ookworden trainingen gegeven in digitale opsporing van mensenhandel,onlangs nog in Georgië en binnenkort in Moldavië. Daarnaast draagtde politie bij aan bewustwording door de inzet van een mobieleescaperoom die diverse uitbuitingssituaties simuleert ten behoevevan voorlichting in onder andere Polen en Hongarije. Ook wordtsamengewerkt met internationale NGO’s zoals International JusticeMission in contact met slachtoffers en voor culturele kennisuitwisse-ling.3)Politiële samenwerking buurlanden. Denk hierbij aan diversewerkbezoeken en grensoverschrijdende samenwerking met Duitslanden België op het gebied van mensenhandel.Naast de deelname aan EMPACT neemt het OM ook deel aan de EurojustFocusgroep gespecialiseerd in mensenhandel. Deze komt regelmatigbijeen om best practices en operationele zaken te bespreken met deverschillende lidstaten, en om kennis en om ervaring uit te wisselen. Ookmaakt Nederland gebruik van het instrument van het Joint InvestigationTeam (JIT) om onderzoek te doen naar grensoverschrijdende mensen-handel.Het vorige kabinet investeerde in liaisons bij sleutellanden, maar hierwordt niets over gezegd in het Actieplan. Wat is ter zake de stand vanzaken, zo vragen de leden van de NSC-fractie. Op welke manier wordt ermomenteel nog geïnvesteerd in deze liaisons?Antwoord:Het is de rol van Nederlandse Liaison Officers (OM en politie) in hetbuitenland om te zorgen voor een goede verbinding met de lokaleautoriteiten. Zo zitten bijvoorbeeld in Polen (met accreditatie voorHongarije) en Kroatië (met accreditatie voor Slovenië, Bosnië-Herzegovinaen Montenegro) politie liaison officers met een taakaccent voor mensen-handel en mensensmokkel. Liaison officers hebben specifieke aandachtvoor het proactief en cultureel sensitief inwinnen van informatie opspecifieke trends en modus operandi in relatie tot mensenhandel. Maarlos van dit taakaccent hebben liaison officers in landen waar veelslachtoffers van mensenhandel in Nederland vandaan komen, zoals2Aan EMPACT nemen de volgende partijen deel vanuit Nederland: Koninklijke Marechaussee,FIOD, Douane, Nederlandse Arbeidsinspectie, Openbaar Ministerie en politie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25012 Roemenië, extra aandacht voor mensenhandel omdat hier bij uitstek veelinternationale uitwisseling plaatsvindt over slachtoffers en/of daders.Daarnaast zijn Italië en Spanje belangrijke transitlanden; veel slachtoffersvan mensenhandel die we in Nederland aantreffen zijn via Italië of Spanjede EU binnengekomen en zijn daar en/of in andere (EU) landen uitgebuit.Aangezien er bij deze meldingen vaak geen opsporingsindicaties vooruitbuiting in Nederland zijn, wordt hierbij bijvoorbeeld nauw samenge-werkt met de liaisons van politie en OM in Italië om de in Nederlandgeregistreerde meldingen met relevante onderzoeksaanwijzingen onderde aandacht te brengen van de Italiaanse autoriteiten.Daarnaast steunt Nederland vanuit de BHOS-middelen het PROMIS(Protection of Migrants) – project van UNODC en OHCHR dat vanuit hetLiaison Magistraten initiatief ook de uitwisseling faciliteert van Nigeri-aanse en Nigerese aanklagers in Italië en Spanje om de samenwerkingtussen de twee continenten te verbeteren bij het opsporen en vervolgenvan mensenhandelaren. Tot nu toe heeft dit geleid tot samenwerking in 60zaken en de arrestatie van vier voortvluchtigen.4. Opvang De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over deopvang van slachtoffers van mensenhandel. Deze leden lezen dat er ineen haalbaarheids- en innovatieonderzoek wordt bekeken of en «hoe deopvang voor slachtoffers mensenhandel meer bovenregionaal/centraalgeorganiseerd kan worden, binnen de kaders van het decentrale stelselwaarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor de opvang.»3 Wordt er ookonderzocht of en in hoeverre de opvangcapaciteit nu tekortschiet enuitgebreid zou moeten worden? Zo nee, waarom niet? Hoeveel slacht-offers van mensenhandel kunnen er nu per jaar niet geplaatst worden?Antwoord:Ja, er wordt vanuit het Actieplan ook een verkenning gedaan naar hetaantal opvangplekken dat nodig is voor slachtoffers van mensenhandel.Op dit moment is niet inzichtelijk hoe de vraag naar en het aanbod vanopvangplekken voor slachtoffers mensenhandel zich tot elkaar verhouden.Deze informatie is wel van belang voor het haalbaarheids- en innovatieon-derzoek.Deze leden menen dat vooral voor slachtoffers van mensenhandel metcomplexe problemen op verschillende leefgebieden passende hulp enspecialistische zorg nodig is en blijft. Hoeveel plaatsen zijn er op ditmoment beschikbaar voor Opvang Slachtoffers Mensenhandel Multipro-blematiek (OMM)? Is die capaciteit afdoende om deze specifiekedoelgroep op te vangen? Zo nee, waarom niet? Kan de Staatssecretarisgaranderen dat op korte termijn het aantal beschikbare OMM-plaatsen tenminste op het huidige niveau gehandhaafd blijft? Zo nee, waarom niet?Antwoord:Vanuit het Regeerakkoord Rutte III is structureel 2 miljoen euro extrabeschikbaar gesteld aan gemeenten voor de verbetering van de opvangvoor slachtoffers van mensenhandel. Met deze middelen is de Opvangslachtoffers Mensenhandel Multiproblematiek (OMM) opgezet omgespecialiseerde opvang te bieden aan mensen die eerder tussen wal enschip vielen. Destijds is op basis van de beschikbare middelen gekozenvoor 36 opvangplekken verspreid over zes centrumgemeenten. Ook op ditmoment zijn er 36 opvangplekken beschikbaar en deze blijven in 2024gehandhaafd. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de opvang van3Kamerstuk 28 638, nr. 249, p. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25013 slachtoffers van mensenhandel, ook voor slachtoffers met multiproble-matiek. Uit onderzoek naar reële tarieven van de OMM is gebleken dat dewerkelijke kosten 50% hoger zijn dan bij aanvang zijn ingeschat. Het is aangemeenten om te bepalen of het aantal beschikbare opvangplekken wordtbehouden of dat zij de OMM anders willen organiseren. Hier zijnmeerdere scenario’s denkbaar. Dit vraagstuk wordt meegenomen in hetbredere haalbaarheids- en innovatieonderzoek in het Actieplan, omdat hetsamenhangt met de opvang van slachtoffers van mensenhandel alsgeheel.5. Klanten De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat de aanpakvan klanten van sekswerkers die weten of ernstige reden hebben om tevermoeden dat sprake is van dwang, uitbuiting of mensenhandel,geïntensiveerd moet worden. De (initiatief)wet die deze strafbaarheidheeft geïntroduceerd, is nu ruim twee jaar geleden in werking getreden.Deze leden lezen dat de aandacht voor de aanpak van klanten in 2023heeft geleid tot het voor de rechter brengen van een aantal klanten vanslachtoffers van mensenhandel. Hoeveel klanten betrof dat en wat was deuitkomst van deze rechtszaken?Antwoord:Sinds de inwerkingtreding op 1 januari 2022 zijn minder dan 5 zakenwaarin artikel 273g Sr ten laste is gelegd, afgedaan door de rechter ineerste aanleg.4 Dit cijfer vanuit de Raad voor de Rechtspraak is indicatief.Het geeft een zo goed mogelijke representatie op basis van de informatiedie op dit moment beschikbaar is uit de voor de Rechtspraak beschikbaremanagementinformatiesystemen.Recent, op 17 mei 2024, heeft de Rechtbank Gelderland zijnn klantvervolgd wegens overtreding van 273g Sr. Een gevangenisstraf voor deduur van 12 maanden is opgelegd.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de Staatssecretaris hetonderzoek van het Centrum Kinderhandel & Mensenhandel «Op de kooptoe» over de aanpak van klanten die seks kopen van minderjarigen kent.5Daaruit blijkt onder andere dat klanten vaak meer dan twintig jaar ouderzijn dan het gemiddelde slachtoffer en dat seksadvertenties van dezeminderjarige slachtoffers doorgaans op legale seksadvertentiewebsitesworden aangeboden. Deelt de Staatssecretaris de mening van deze leden,dat hier nog veel inspanningen geleverd moeten worden om dit specifiekeprobleem aan te pakken? Zo ja, hoe gaat de Staatssecretaris hiervoorzorgen? Zo nee, waarom niet?Antwoord:Ik ben bekend met het onderzoek van het Centrum Kinderhandel &Mensenhandel. Mensenhandel is verschrikkelijk en als minderjarigen hierhet slachtoffer van zijn, is dat des te schrijnender. Dit specifieke probleemmoet worden aangepakt. Richtlijn 2011/36/EU inzake voorkoming enbestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers is eenbelangrijk instrument hierin. In deze Richtlijn is opgenomen dat Europeselanden zich inzetten op preventieve maatregelen, waaronder bewust-wording en kennisvergroting, om mensenhandel binnen de EU te4Deze cijfers gelden tot en met april 2024. Hier geldt dat het lopende kalenderjaar voorlopigeaantallen bevat. De registratie is mogelijk nog niet helemaal bijgewerkt.5https://www.hetckm.nl/dossiers/geen-seks-met-minderjarigen-tegen-betaling-nl/rapport-klanten/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25014 voorkomen. De genoemde Richtlijn wordt op dit moment herzien enbinnen de herziening is aandacht voor de online component.Verder is op Europees niveau op 17 februari 2024 de Digital Services Act(DSA) voor de lidstaten van de Europese Unie in werking getreden. Dezewetgeving stelt regels aan zogenoemde tussenhandeldiensten, zoalsonline platformen, om een veilig en betrouwbaar internet te bevorderen.Zo zijn er in de Digital Services Act regels opgenomen over de omgangmet illegale inhoud, waar illegale activiteiten ten aanzien van minderja-rigen ook onder vallen (artikel 3), is er voorzien in een kennisgevings- enactiemechanisme voor meldingen van illegale inhoud (artikel 16), enworden er nadere regels gesteld rondom het misbruik van diensten doorafnemers op onlineplatforms (artikel 23).Ten slotte kan als aanvullend voorbeeld van de aanpak van deze specifiekeproblematiek de afspraak uit de Veiligheidsagenda 2023–2026 wordengenoemd, die ziet op de doorontwikkeling van de online opsporing vanmensenhandel door de politie. Eén van de stappen die binnen dit kaderdoor de politie worden gezet is het versterken van de samenwerking metpartners op het signaleren van uitbuiting die online plaatsvindt, onderandere door in gesprek te gaan met leveranciers van online platformen.De leden van de CDA-fractie vragen aan de Staatssecretaris of eenkabinetsreactie gegeven kan worden op het rapport «Op de koop toe» vanhet Centrum Kinderhandel & Mensenhandel6, dat recent is gepubliceerd.Antwoord:Uw Kamer wordt dit najaar voorzien van een kabinetsreactie.De leden van de CDA-fractie lezen dat binnen actielijn 1 onder punt 8wordt gestreefd naar een landelijke actiedag van de politie en hetOpenbaar Ministerie inzake de aanpak van klanten van mensenhandel.Wat is de reden dat hier geen budget voor is vrijgemaakt vanuit hetActieplan? Financieren de politie en het Openbaar Ministerie dit zelf en, zoja, hoeveel budget is hiervoor beschikbaar gesteld?Antwoord:Politie en OM hebben mij bij het opstellen van aanvullende acties voor hetactieplan bericht dat voor het organiseren van een landelijke actiedaginzake de aanpak van klanten van mensenhandel geen aanvullend budgetvanuit het Actieplan benodigd is. Omdat het organiseren van eendergelijke landelijke actiedag past binnen de reeds bestaande activiteitenrond de aanpak van mensenhandel vanuit beide organisaties is aange-geven dat zij dit vanuit eigen (operationele) budgetten financieren. Er isop voorhand geen budget voor deze actie vastgesteld, maar de kostenhiervoor zijn beperkt.6. Dader aanpak De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het onderzoek van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel «Bredeblik op daderschap».7 Deze leden vragen hoe de aanbevelingen van deNationaal Rapporteur Mensenhandel samenhangen met het herijkteActieplan en of de Staatssecretaris kan aangeven welke aanbevelingenwel en niet worden meegenomen in het Actieplan.6https://www.hetckm.nl/dossiers/geen-seks-met-minderjarigen-tegen-betaling-nl/rapport-klanten/.7https://www.nationaalrapporteur.nl/publicaties/rapporten/2024/02/28/brede-blik-op-daderschap.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25015 Antwoord:Om slachtofferschap van mensenhandel te voorkomen, is een gerichteaanpak van daders van belang. Daarin gaat het om het voorkomen vandaderschap (preventie), het opsporen en vervolgen van daders en hetvoorkomen van herhaald daderschap van mensenhandel (recidive). Ook ikheb met belangstelling kennisgenomen van het onderzoek van deNationaal Rapporteur. Ik zal, samen met de Minister van Justitie enVeiligheid en de Minister voor Rechtsbescherming, voor de zomer in eenbeleidsreactie aan uw Kamer reageren op dit onderzoek.Op basis van bovengenoemd onderzoek en gesprekken met keten-partners, is het Actieplan door middel van twee extra acties versterkt. Omde kans te verkleinen dat veroordeelde plegers zich later opnieuwschuldig maken aan mensenhandel, kan het nodig zijn om een meertoegesneden interventie toe te passen, bijvoorbeeld in de vorm vantoezicht en/of behandeling. Om te weten welke interventie het meesteffectief is voor het verlagen van het risico op herhaling, is het allereerstvan belang dat het recidiverisico zo goed mogelijk wordt ingeschat.Daarnaast is het belangrijk dat in kaart wordt gebracht welke factorenspecifiek van invloed zijn op de kans op herhaling, de zogeheten crimi-nogene factoren, en waar derhalve een eventuele interventie op dient teworden ingezet.Met het doel om herhaald daderschap van een mensenhandeldelict tevoorkomen en de resocialisatie van daders te versterken, is het vanbelang dat hier – indachtig de oproep hiertoe van de NationaalRapporteur – meer inzicht in komt. Dit zal worden bewerkstelligd middelshet uitvoeren van een gefaseerd onderzoek dat zich richt op de beant-woording van twee deelvragen, te weten: (1) inzicht krijgen in deuitvoeringspraktijk daar waar het gaat om het inschatten van recidive-risico en resocialisatie en (2) inzicht krijgen in de criminogene factoren dievan invloed zijn op herhaling.Voorts wordt een e-learning ontwikkeld voor reclasseringsmedewerkersten behoeve van het vergroten van kennis en vaardigheden op het gebiedvan mensenhandel. Hierdoor kunnen reclasseringswerkers mensenhandelbeter herkennen en weten zij met advisering, toezicht en begeleiding beteraan te sluiten bij verdachten en daders van mensenhandel.In de aanpak valt te lezen dat het een doel is om herhaald daderschap(recidive) te voorkomen en resocialisatie van daders te versterken. Dit zalworden bewerkstelligd door inzicht te krijgen in de uitvoeringspraktijkdaar waar het gaat om het inschatten van recidiverisico, resocialisatie eninzicht krijgen in de criminogene factoren die van invloed zijn opherhaling. Een onderdeel van de aanpak is dus een inschatting maken vande kans op recidive. De leden van de BBB-fractie vragen hoe de aanpakeruitziet wanneer blijkt dat de kans op recidive aannemelijk is. En hoeaannemelijk is het dat instanties in deze situatie herhaling ook daadwer-kelijk kunnen voorkomen?Antwoord:Een zorgvuldige inschatting van het (algemene en specifieke) recidive-risico is belangrijk om de kans op recidive te verkleinen. Dit geldt voorverdachten en veroordeelden van diverse typen delicten, maar in hetbijzonder voor verdachten en daders van mensenhandel, omdat(herhaald) slachtofferschap van dit type delict grote schade kan veroor-zaken bij slachtoffers en hun naasten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25016 In de uitvoeringspraktijk kan op verschillende momenten behoefte zijn aaneen inschatting van de recidiverisico’s, bijvoorbeeld bij de voorgeleiding,voorafgaand aan de terechtzitting en bij het beoordelen van de mogelijk-heden tot voorwaardelijke invrijheidsstelling (VI). De reclassering kan dandoor het OM, de rechter of door DJI gevraagd worden om een advies opte stellen. Een inschatting van het recidiverisico maakt hier dan standaarddeel van uit.Indien van toepassing – dat wil zeggen: afhankelijk van het (ten lastegelegde) delict, de reclassent en het ingeschatte recidiverisico – wordenook interventies geadviseerd. Echter, het is belangrijk om voor ogen tehouden dat de rechter(-commissaris) uiteindelijk beslist over zaken alsschorsing en strafoplegging, eventuele bijzondere voorwaarden entoezicht hierop door de reclassering.Ik wil verder benadrukken dat ik begrip heb voor de vervolgvraag hoeaannemelijk het is dat herhaling daadwerkelijk kan worden voorkomen,omdat we allemaal willen dat er geen slachtoffers meer worden gemaakt.Echter, deze vraag kan niet eenduidig worden beantwoord. Elke casus– elke verdachte en/of veroordeelde – is anders en er bestaat geengarantie dat een strafoplegging, toezicht of begeleiding recidive zalkunnen voorkomen. Gelukkig zijn er wel mogelijkheden om de kans opherhaling te beïnvloeden/verkleinen. Hierbij is het van belang om bijstrafopleggingen, interventies en toezicht gebruik te maken van methodenwaarvan het effect op het recidiverisico wetenschappelijk is aangetoond.De leden van de BBB-fractie zijn er niet gerust op dat personen vrijrondlopen wanneer recidive aannemelijk wordt geacht. Uit de dadermo-nitor van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel blijkt dat 36 procent vande daders van binnenlandse seksuele uitbuiting binnen twee jaar opnieuween delict pleegt. Het recidivepercentage van daders van binnenlandseseksuele uitbuiting loopt zelfs op naar 58 procent binnen vijf jaar en naar65 procent binnen zeven jaar.8 Dit zijn schokkende aantallen waarbij hettelkens wachten is op nieuwe slachtoffers, terwijl de daders vaak al inbeeld zijn. Waarom zijn er bij de daderaanpak geen scenario’s uitgewerktvoor vormen van (intensief) toezicht? Deze leden hopen dat dit meege-nomen kan worden in het nieuwe versterkte Actieplan.Antwoord:De zorgen van de BBB-fractie over de hoge recidivepercentages deel ik.In het Actieplan gaan we hiermee aan de slag door eerdergenoemdonderzoek te starten naar de problematiek en de mogelijke oplossingen.Het is van belang het recidiverisico zo nauwkeurig mogelijk in te schattenen inzicht te krijgen in de criminogene factoren die de kans op herhalingbeïnvloeden. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan wordenbezien of bepaalde scenario’s voor intensief toezicht wenselijk en effectiefzijn. Het is daarbij goed om voor ogen te houden dat de aanpak (strafop-legging, bijzondere voorwaarden en toezicht hierop door de reclassering)van een veroordeelde mensenhandelaar altijd door een rechter bepaaldworden, ongeacht de resultaten van een onderzoek.Daarnaast wordt een e-learning ontwikkeld voor reclasseringsmede-werkers, zoals eerder genoemd, om hun kennis en vaardigheden op hetgebied van mensenhandel te vergroten. Hierdoor kunnen zij mensen-handel beter herkennen en weten zij beter hoe ze bij verdachten en dadersvan mensenhandel kunnen aansluiten bij de daderaanpak.8https://www.nationaalrapporteur.nl/publicaties/rapporten/2022/12/06/dadermonitor-mensenhandel-2017-2021.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25017 De leden van de VVD-fractie stellen dat signalen van mensenhandel in allegevallen worden opgepakt en mensenhandel ambtshalve, dus zonderaangifte, kan en moet worden opgespoord en vervolgd. Hoeveelmensenhandelzaken worden naar verwachting in 2024, 2025 en 2026zonder aangifte opgespoord en vervolgd? Welke elementen uit hetActieplan kunnen bijdragen aan de aangiftebereidheid van slachtoffers?Antwoord:Door politie is de afgelopen jaren ingezet op de versterking van deopsporing van mensenhandel. Hierbij kan onder andere genoemdworden: het certificeren van meer mensenhandelrechercheurs, het trainenvan alle eerstelijns politiemedewerkers op het herkennen van signalenvan mensenhandel en het versterken van de internationale samenwerkingdoor bijvoorbeeld het delen van informatie. Voor signalen van mensen-handel geldt dat deze door de politie altijd worden opgepakt, ook zonderaangifte. Dit wil niet zeggen dat een opgepakt signaal altijd leidt tot eenstrafrechtelijk onderzoek waarbinnen de verdachte wordt vervolgd. Erwordt gezien dat het voor sommige mensenhandelzaken ten aanzien vande opsporing en de bewijsbaarheid zeer wenselijk is dat het slachtofferaangifte doet. Daarom wordt sinds enkele jaren ook ingezet op hetverbeteren van de aangiftebereidheid van slachtoffers van mensenhandel,onder andere door de start van de proeftuin aangiftebereidheid (naaraanleiding van het rapport «Aangifte doe je niet» van het CKM), waarineen viertal interventies zijn getoetst om de contactbereidheid vanslachtoffers van mensenhandel met de politie te vergroten. Dezeinterventies moeten bijdragen aan het verlagen van de drempels die dezeslachtoffers ervaren met betrekking tot het doen van aangifte en hetvergroten van het zicht op deze slachtoffers. Onder het Actieplan (meerspecifiek de No Regret-maatregelen uit 2023)9 wordt deze proeftuinaangiftebereidheid voortgezet. In het Actieplan is opgenomen dat vanaf2025 zal worden gestart met een verkenning naar de haalbaarheid van eenstructurele inbedding van deze proeftuin aangiftebereidheid. Daarnaast isin het Actieplan opgenomen dat er in 2024 wordt gestart met eenverkenning naar gerichte maatregelen om de verklarings- en medewer-kingsbereidheid van slachtoffers van criminele uitbuiting te verhogen.Het is niet mogelijk om een schatting te maken over de aantallen zakenmensenhandel die door de politie zonder aangifte zullen wordenopgespoord. Wel kan worden aangegeven dat in de Veiligheidsagenda,die loopt van 2023 tot en met 2026, als doelstelling is afgesproken datpolitie per jaar 220 verdachten van mensenhandel aanlevert bij het OM.Met de beschikbare capaciteit, en alle kwalitatieve trajecten die wordeningezet, wordt dit als realistisch streefcijfer aangemerkt.Als sluitstuk van de geïntensiveerde aanpak om mensenhandel tegen tegaan, ondersteunen de leden van de VVD-fractie de modernisering enuitbreiding van de strafbaarstelling mensenhandel (artikel 273f van hetWetboek van Strafrecht). Deze leden hebben met instemming gezien dathet wetsvoorstel eindelijk op 29 april 2024 naar de Kamer is gestuurd enzullen zich inspannen voor een voortvarende behandeling hiervan. Als datwetsvoorstel in 2024 door de beide Kamers wordt aangenomen, kan deStaatssecretaris schetsen wanneer de beoogde inwerkingtreding is vanhet wetsvoorstel? Maakt een implementatieprogramma van de moderni-sering van het delict «mensenhandel» ook deel uit van het herijkteActieplan? Op welke wijze worden reclasseringsmedewerkers, politie-agenten, officieren van justitie en andere organisaties betrokken bij deimplementatie van het wetsvoorstel?9Kamerstukken II 2022/23, 28 638, nr. 233Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25018 Antwoord:In reactie op de vragen van de fractie van de VVD over de inwerkingtre-dingsdatum en implementatie wordt allereerst opgemerkt dat – indien hetwetsvoorstel door de Tweede Kamer en Eerste Kamer wordt aange-nomen – de datum waarop de Wet modernisering en uitbreidingstrafbaarstelling mensenhandel in werking kan treden ook afhangt van deduur van de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel. In hetgeschetste scenario dat de Eerste Kamer dit wetsvoorstel nog in 2024aanneemt, is de verwachting dat de wet op 1 juli 2025 in werking kantreden. Zowel het Ministerie van Justitie en Veiligheid als het Ministerievan Sociale Zaken en Werkgelegenheid nemen in nauw contact met demeest betrokken organisaties – de Nederlandse Arbeidsinspectie, depolitie en het Openbaar Ministerie – nu al stappen om de implementatievan dit voorstel voor te bereiden. Daartoe zijn in 2024 aan enkele van degenoemde organisaties reeds financiële middelen verstrekt. De implemen-tatie van deze wet wordt ter hand genomen in het kader van dit specifiekewetgevingstraject zelf en maakt geen onderdeel uit van het Actieplan.De leden van de VVD-fractie lezen in een brief over de uitvoering van tweemoties over mensenhandel, die de Staatssecretaris gelijktijdig naar deKamer heeft gestuurd op 23 april 2024 (Kamerstuk 28 638, nr. 248), dat deuitbreiding van de aangifteplicht (motie-Veltman/Bikker; Kamerstuk28 638, nr. 241) niet bij het wetsvoorstel tot modernisering van hetvoornoemde artikel 273f wordt betrokken. Deze leden delen het standpuntvan de Staatssecretaris dat het uitbreiden van de aangifteplicht nietuitsluitend moet worden bezien in het licht van mensenhandel en dat hetdenkbaar is dat ook voor andere delicten artikel 160 van het Wetboek vanStrafvordering zal moeten worden aangepast. Welke stappen zet deStaatssecretaris – in het kader van het Actieplan – om op andere wijzezoveel mogelijk te bevorderen dat eenieder die kennis draagt vanmensenhandel, zoveel mogelijk wordt aangespoord daarvan aangifte tedoen? Op welke termijn wordt de Kamer nader geïnformeerd over deverkenning die plaatsvindt naar uitbreiding van de aangifteplicht inandere trajecten? En kan de Staatssecretaris tot slot hierbij nadertoelichten wat de voor- en nadelen zouden zijn om wel uitbreiding van deaangifteplicht bij mensenhandel toe te passen, vooruitlopend opuitkomsten van andere langdurige (wets)trajecten?Antwoord:Met name de actielijnen 2, 3 en 6 uit het Actieplan zijn bedoeld ommensen die melding of aangifte van mensenhandel willen doen, zoveelmogelijk te helpen en ondersteunen. De Tweede Kamer wordt over debrede verkenning van het vraagstuk van de aangifteplicht geïnformeerd inde voortgangsbrief over de aanpak van (online) seksueel misbruik, dievoor het zomerreces naar uw Kamer wordt gezonden.De leden van de NSC-fractie vragen of voor mensenhandel ook digitaleinstrumenten worden ingezet (het darkweb, versleutelde telefoons, endergelijke). Kunnen deze instrumenten worden gebruikt om mensenhan-delaars effectiever op te sporen?Antwoord:Omdat (voorbereiding van) het delict mensenhandel ook online plaats-vindt, wordt vanuit de politie ingezet om mensenhandel te bestrijden enhet bewijsmateriaal hiervoor te vinden in zowel het fysieke als in hetdigitale domein. Dit omvat onder andere dat specialisten van de politiepubliek toegankelijke websites onderzoeken waarover zij signalen hebbenontvangen dat hier aanwijzingen van mensenhandel kunnen wordenaangetroffen. Tijdens het opsporingsonderzoek kan de politie op basis vanverschillende bevoegdheden onderzoek doen in zowel publiek toeganke-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25019 lijke als besloten bronnen. Binnen dat kader is het goed te vermelden datde middelen afkomstig uit de motie Segers-Asscher onder andere zijngebruikt voor de werving van digitaal specialisten, die worden ingezet tenbehoeve van de opsporing van het delict mensenhandel. Deze werving,die in 2023 is afgerond, heeft geleid tot focus op de digitale opsporingbinnen de eenheden en meer zicht op digitale ontwikkelingen, digitaletools en platforms waar uitbuiting mogelijk kan plaatsvinden. Peropsporingsonderzoek zal moeten worden bezien welk inzet van welk(digitaal) opsporingsmiddel toegestaan en het meest effectief is.7. Arbeidsuitbuiting Verder gaat de Nationaal Rapporteur Mensenhandel in op de strafrechte-lijke aanpak van arbeidsuitbuiting. De Nationaal Rapporteur Mensen-handel vindt het terecht zorgelijk dat uit ruim honderd meldingen vanarbeidsuitbuiting per jaar bij de Nederlandse Arbeidsinspectie, ergemiddeld acht opsporingsonderzoeken naar arbeidsuitbuiting voort-komen.10 De leden van de BBB-fractie vragen of de Staatssecretaris eentoelichting kan geven op hoe dit kan.Antwoord:Arbeidsuitbuiting is in Nederland strafbaar gesteld in artikel 273f van hetWetboek van Strafrecht (Sr). Het gaat om een ernstig strafbaar feit waaropeen hoge straf staat. Het strafrechtelijk vervolgen van arbeidsuitbuitingvergt een hoge bewijslast. Hoe erg sommige situaties ook zijn, het blijktuitdagend en complex om arbeidsuitbuiting in strafrechtelijke zin aan tetonen.Onder meer vanwege die hoge bewijslast wordt het artikel 273f Srgemoderniseerd. Het delict ernstige benadeling wordt als een nieuwestrafbaarstelling geïntroduceerd. Dit zorgt ervoor dat daders strafbaar zijnals zij op de werkvloer misbruik maken van mensen met een kwetsbarepositie. Naast misbruik moet er sprake zijn grove benadeling, zoalssubstantiële onderbetaling, overtreding van de arbeidsduur en tijden,slechte huisvesting of vrijheidsbeperkingen zoals inname van eenpaspoort. Deze schrijnende misstanden kunnen met dit wetsvoorstelgemakkelijker worden aangepakt via het strafrecht.De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) laat weten dat zij alle meldingenover (verdenkingen van) arbeidsuitbuiting serieus neemt: alle meldingenworden beoordeeld en zo nodig opgevolgd.11 In die zaken waarinarbeidsuitbuiting niet kan worden aangetoond, zet de NLA waar mogelijkandere interventies in. Voorbeelden hiervan zijn bestuursrechtelijkehandhaving bij ernstige benadeling en overtredingen van de arbeids-wetten en strafrechtelijk onderzoek naar mensensmokkel, witwassen ofvalsheid in geschrifte.Verder is de Nederlandse Arbeidsinspectie verantwoordelijk voor deopsporing van deze vorm van uitbuiting. Maar uit onderzoek naar destrafrechtelijke aanpak van mensenhandel blijkt dat slechts zeven procentvan de meldingen van arbeidsuitbuiting van de Nederlandse Arbeidsin-spectie zelf komt. De meeste meldingen komen van politie, burgers enngo’s.12 De leden van de BBB-fractie vragen hoe dit mogelijk is. Opsporing10https://www.nationaalrapporteur.nl/publicaties/rapporten/2022/12/06/dadermonitor-mensenhandel-2017-2021.11De werkwijze van de Arbeidsinspectie is uitgebreid beschreven in de volgende rapportage vannovember 2021: Kamerstuk 29 544, nr. 108012https://www.nationaalrapporteur.nl/publicaties/rapporten/2022/12/06/dadermonitor-mensenhandel-2017-2021.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25020 van dit strafbare feit behoort toch juist tot het takenpakket van deNederlandse Arbeidsinspectie?Antwoord:De Opsporingsdienst van de NLA is inderdaad verantwoordelijk voor hetopsporen en aanpakken van arbeidsuitbuiting. De NLA ziet voor zichzelfeen proactieve rol in de signalering van arbeidsuitbuiting en zet daar ookop in. Om het aantal meldingen te vergroten werkt de NLA aan bewust-wording over arbeidsuitbuiting onder inspecteurs en ketenpartners doorvoorlichtingsbijeenkomsten te organiseren en verzorgen. Ook is sinds2023 de training «herkennen van signalen van arbeidsuitbuiting enernstige benadeling» beschikbaar voor alle inspecteurs van de NLA.Daarnaast heeft de Opsporingsdienst van de NLA in 2023 de opsporingnaar arbeidsuitbuiting geïntensiveerd met de oprichting van een centraleafdeling met rechercheurs die gespecialiseerd zijn in het thema arbeidsuit-buiting. Al deze inspanningen hebben geresulteerd in een stijging van hetaantal meldingen van arbeidsuitbuiting en ernstige benadeling door deNLA naar 24% van het totaal aantal meldingen. Daarnaast blijft hetbelangrijk dat de NLA meldingen van andere partijen, zoals burgers,ngo’s, politie en gemeente ontvangt over arbeidsuitbuiting.8. Moties Mutluer De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen naar de stand van zakenten aanzien van het onderzoek naar een landelijke aansturing en coördi-natie van mensenhandel en de meerwaarde van een nationaal coördinatormensenhandel naar aanleiding van de motie-Mutluer c.s. (Kamerstuk28 638, nr. 244). Kan de Staatssecretaris in dit verband ook nader ingaanop de conclusie van de Nationale Politie, het Openbaar Ministerie en deNationaal Rapporteur Mensenhandel dat complexe mensenhandelzakenniet alleen regionaal, maar juist landelijk aangepakt zouden moetenworden?13 Is de Staatssecretaris inmiddels wel van mening dat dergelijkeonderzoeken landelijk aangestuurd zouden moeten worden? Zo ja, hoegaat de Staatssecretaris dit bewerkstelligen? Zo nee, waarom niet?Antwoord:Momenteel wordt een verzoek tot onderzoek bij het WODC opgesteld. Ditgebeurt in samenspraak met het Ministerie van VWS. Het WODC kanvervolgens inschatten welk adviesbureau dit onderzoek zou kunnen doen.Ik wil de bevindingen van het onderzoek afwachten voor ik eventueel eennieuw oordeel vel over landelijke aansturing van complexe mensenhan-delzaken. Tot die tijd pleit ik voor regio-overstijgende samenwerking.Binnen de politie wordt reeds gewerkt aan eenheidsoversteigendesamenwerking, onder andere door middel van landelijke coördinatie. Bijde start en oprichting van de Nationale Politie is de opsporing van hetdelict mensenhandel bewust in elke eenheid onder de Afdeling vreemde-lingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) gebracht. Voor deaanpak van mensenhandel is wel steeds vaker een meer eenheidsoverstij-gende samenwerking benodigd. Daarom is in de Veiligheidsagenda alséén van de landelijke beleidsdoelstellingen op dit thema opgenomen datde politie vorm zal geven aan een eenheidsoverstijgende prioriteringsstra-tegie en het eenheidsoverstijgend werken. Dankzij de afspraken in deVeiligheidsagenda wordt ook ingezet op een groei van deze eenheidsover-stijgende strafrechtelijke onderzoeken. De politie is in dat kader een pilotgestart waarmee wordt ingezet op een verbeterde eenheidsoverstijgende13https://pointer.kro-ncrv.nl/politie-om-en-tweede-kamer-pleiten-voor-landelijke-aanpak-mensenhandel-staatssecretaris-ziet-nog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25021 samenwerking tussen de eenheden (AVIM) door middel van landelijkecoördinatie. Alle regionale teams migratiecriminaliteit en mensenhandel(TMM) zijn bij de pilot aangesloten. Zo worden onder landelijke regie viadit coördinatiepunt eenheidsoverstijgende opsporingsonderzoeken naarmensenhandel uitgevoerd, naar trends en fenomenen die op basis vanintelligence worden gezien.Eveneens vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wat deuitkomst is van het gesprek tussen de betrokken partners over decontinuering van het House of Inner Strength waar mannen en jongensdie sekswerk verrichten, voor hulp terechtkunnen?Antwoord:Allereerst dient opgemerkt te worden dat het zorg- en ondersteunings-aanbod van het House of Inner Strength niet met sluiten wordt bedreigd.Voor jongens en mannen uit de DUUP-regio centrumgemeente ’sHertogenbosch blijft het aanbod beschikbaar. Het House of Inner Strengthheeft te maken met een financieringsvraagstuk waarbij het specifiek gaatom de landelijke toegankelijkheid van het zorg- en ondersteuningsaanbodvoor mannelijke sekswerkers.Meerdere keren is door het ministerie een gesprek geïnitieerd met hetHouse of Inner Strength, de VNG en verschillende DecentralisatieUitkering Uitstapprogramma’s voor Prostituees (DUUP)-gemeenten overcontinuering en financiering van de landelijke functie van het House ofInner Strength voor mannen en jongens die sekswerk verrichten. In hetlaatste gesprek van 14 mei 2024 kwam de expertise van het House ofInner Strength naar voren en de behoefte aan kennisdeling over (hetbereiken van) de doelgroep van mannelijke sekswerkers. Wel hadden deDUUP-gemeenten nog vragen over de precieze behoefte van dedoelgroep, de benodigde financiering en de eventuele invulling van delandelijke functie van het House of Inner Strength. Het gesprek wordtvoortgezet als deze informatie meer duidelijker is.II. Mensensmokkel De leden van de NSC-fractie vragen wat de relatie is tussen mensen-handel en mensensmokkel. Mensenhandel vormt een ander strafbaar feitdan mensensmokkel en beide vergrijpen kennen verschillende slacht-offers. Desalniettemin is bij migratie een verbinding tussen beidevergrijpen niet ondenkbaar. Moeten er in dat geval geen hogere straffenworden opgelegd?Antwoord:Mensenhandel en mensensmokkel zijn beide ernstige misdrijven, maar zeverschillen wezenlijk in aard en strafbaarstelling. Mensenhandel is eendelict tegen een persoon en wordt bestraft onder artikel 273f van hetWetboek van Strafrecht. Het betreft uitbuiting en misbruik van mensen,vaak voor arbeid, seksuele diensten of criminele activiteiten, waarbijdwang, misleiding of misbruik van een kwetsbare positie wordt toegepast.Mensensmokkel daarentegen is een delict tegen de staat en valt onderartikel 197a van het Wetboek van Strafrecht. Hierbij wordt een persoongeholpen bij het zich verschaffen van irreguliere toegang, doorreis ofverblijf, vaak in ruil voor geld, zonder dat er noodzakelijkerwijs sprake isvan dwang of uitbuiting na aankomst. Het doel van mensensmokkel isprimair om mensen toegang, doorreis of verblijf te verschaffen in eenland waar zij legaal geen toegang toe zouden hebben, en het delict richtzich daarmee dus niet tegen een persoon, maar tegen de staat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25022 Hoewel de kern van de delicten verschillend is, kunnen mensenhandel enmensensmokkel nauw met elkaar verweven zijn. Zo kan bijvoorbeeld dereis van slachtoffers van mensenhandel als een vorm van mensensmokkelbeginnen, waarbij zij vrijwillig of gedwongen de grens oversteken. Pastijdens de reis of bij aankomst in het land van bestemming kan de echteaard van de misdaad duidelijk worden, en kunnen de gesmokkeldepersonen worden uitgebuit en vastgehouden als slachtoffers vanmensenhandel. Hierdoor worden de grenzen tussen deze misdrijven somsvervaagd, omdat ze in de praktijk vaak met elkaar verbonden zijn. In depraktijk kan het Openbaar Ministerie dan ook beide delicten ten lasteleggen of bijvoorbeeld bepaalde strafverzwarende omstandigheden diehebben plaatsgevonden tijdens de reis in de strafeis meewegen.Er komen verschillende signalen binnen dat er mensensmokkel plaats-vindt tussen de BES-eilanden. Maritieme reizen tussen deze eilandenvereisen namelijk enkel een digitale aanmelding, waarbij dus geen/slechtecontrole is op hoeveel personen een schip vervoert. De leden van deNSC-fractie vragen hoe de bestrijding van deze vorm van mensenhandelaangevlogen zou kunnen worden en hoe controles verscherpt kunnenworden.Antwoord:Bonaire, Saba en Sint Eustatius zijn bijzondere gemeenten van Nederlandwaartussen vrij verkeer van personen kan plaatsvinden. In dat kadervinden er in beginsel geen controles plaats van personen die direct tussende BES-eilanden reizen. Zoals aangegeven in de beleidsreactie op hetrapport van de rechtshandhaving is het van belang dat mensenhandel enmensensmokkel wordt aangepakt. In deze beleidsreactie is een aantalmaatregelen aangegeven op welke wijze de aanpak in CaribischeNederland verder geoptimaliseerd wordt. Echter, op dit moment staat deaanpak van mensenhandel en mensensmokkel in Caribisch Nederlandonder druk gezien de capaciteitstekorten van de grens- en politiedienstenop de eilanden. Dit capaciteitstekort leidt voor de KoninklijkeMarechaussee ertoe dat geprioriteerd moet worden in de wettelijke taken,waarbij het voor kan komen dat er geen of onvolledige grenscontroleuitgevoerd wordt aan de grenzen van Caribisch Nederland.De leden van de NSC-fractie vragen ten slotte of kan worden aangegevenwat de stand van zaken (in Europees verband) is omtrent de opvolgingvan de motie-Veldkamp c.s. (Kamerstuk 36 410 VI, nr. 85) inzake mensen-smokkel.Antwoord:Zoals bekend loopt nationaal een wetswijzigingstraject om de uitbreidingvan de extraterritoriale rechtsmacht voor mensensmokkel te bewerkstel-ligen. De beantwoording van de inbreng bij het verslag uit de Commissievan Justitie en Veiligheid zal voor de zomer naar uw Kamer wordengestuurd. Daarnaast dringt het kabinet er conform de motie op Europeesniveau en bij Europese partners op aan de rechtsmacht voor mensen-smokkel zodanig in te richten en uit te breiden dat criminele mensensmok-kelaars binnen en buiten Europa effectiever kunnen worden opgespoord,vervolgd en bestraft. Het kabinet benoemt dan ook steeds bij de onder-handelingen over de nieuwe mensensmokkelrichtlijn dat een dergelijkeverruiming wat Nederland betreft onderdeel zou moeten uitmaken van denieuwe mensensmokkelrichtlijn. Ook wordt dit op andere momentenuitgedragen wanneer dit opportuun is, zoals bijvoorbeeld tijdens deJBZ-Raad van 4 en 5 maart jl. en bij de ministeriële conferentie over bredepartnerschappen in Kopenhagen op 6 mei jl. waar ook over mensen-smokkel werd gesproken. Het kabinet merkt hierbij dat het verruimen vande extraterritoriale rechtsmacht voor mensensmokkel niet direct voor alleTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25023 Europese partners een prioriteit is zoals voor Nederland. De onderhande-lingen over de mensensmokkelrichtlijn lopen echter nog, en het kabinetzal zich blijven inspannen om de materie onder de aandacht te brengen,zowel binnen als buiten de onderhandelingen over de mensensmokkel-richtlijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 638, nr. 25024
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.