KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 15 mei 2025, over Spoor

12 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0001f6899efd2071 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1258 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 12 juni 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 15 mei2025 overleg gevoerd met de heer Jansen, Staatssecretaris OpenbaarVervoer en Milieu, over:–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 13 februari 2025 inzake uitvoering motie van de ledenHeutink en Veltman over alle activiteiten van de NS die nietbijdragen aan de primaire kerntaak in kaart brengen enbetrekken bij de gesprekken over een structurele oplossingvoor de tarieven (Kamerstuk 36 600 XII, nr. 32) (Kamerstuk29 984, nr. 1231);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 20 maart 2025 inzake stand van zaken herstel viaductenHSL-Zuid (Kamerstuk 22 026, nr. 525);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 8 april 2025 inzake twaalfde voortgangsrapportageProgramma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) over de tweedehelft van 2024 (Kamerstuk 32 404, nr. 127);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 10 april 2025 inzake voortgang Programma ToekomstigeMarktordening Spoor (Kamerstuk 29 984, nr. 1234);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 18 april 2025 inzake terugkoppeling aandeelhoudersverga-dering ProRail over de jaarstukken 2024 (Kamerstuk 29 984,nr. 1235);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 25 april 2025 inzake stand van zaken NS-tarieven in 2026en verder (Kamerstuk 29 984, nr. 1242);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 6 mei 2025 inzake borging van publieke belangen bij opentoegang in het spoorvervoer (Kamerstuk 29 984, nr. 1243);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 12 mei 2025 inzake jaarverantwoording ProRail en NS2024 (Kamerstuk 29 984, nr. 1244);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 13 mei 2025 inzake uitkomst Voorjaarsnota Nedersaksen-lijn en Lelylijn (Kamerstuk 36 600 A, nr. 59); kst-29984-1258ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12581 –de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 13 mei 2025 inzake beantwoording vragen commissieover de twaalfde voortgangsrapportage Programma Hoogfre-quent Spoorvervoer (PHS) over de tweede helft van 2024(Kamerstuk 32 404, nr. 127) (Kamerstuk 32 404, nr. 128).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Peter de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12582 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: Coco MartinAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Olger van Dijk, El Abassi,Grinwis, Peter de Groot, Heutink, De Hoop, Koekkoek, Pierik, Vedder enVeltman,en de heer Jansen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 13.01 uur.De voorzitter:Dames en heren, een hele goede middag allemaal. Hartelijk welkom aaniedereen op de publieke tribune en iedereen die dit op afstand volgt. Wezijn hier bij het commissiedebat Spoor. Hartelijk welkom ook aan deStaatssecretaris en zijn ondersteuning. Hartelijk welkom aan de leden. Wegaan snel met dit debat beginnen. We beginnen met de eerste termijn vande kant van de Kamer. De leden hebben een spreektijd van vijf minuten. Ikzou willen voorstellen om te starten met vier interrupties. We hebbenvanmiddag vier uur voor dit debat. Ik denk dus dat dit aantal interruptiesdaar goed bij past, ook gezien het aantal leden dat wil spreken.Ik wil graag de heer Olger van Dijk van Nieuw Sociaal Contract het woordgeven. Gaat uw gang.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank, voorzitter. Bij voorbaat excuses dat ik na een halfuur dit debat moetverlaten omdat ik plenair een belangrijk debat heb over Hawija, waar ik bijmoet zijn. Maar ik vind dit ook een heel belangrijk debat. Dat is de redendat ik toch ook hier spreek, en dan ook nog eens als eerste. Dan is datbekend.Voorzitter. Nieuw Sociaal Contract is blij dat de Nedersaksenlijn er gaatkomen. Dit is goed voor de regio, van Twente tot Groningen, voorStadskanaal, Ter Apel en Emmen. Deze nieuwe spoorlijn maakt ontwik-keling van nieuwbouw mogelijk en verbetert de bereikbaarheid met hetopenbaar vervoer enorm. Zo is de studente uit Ter Apel die ik zelf hebgesproken niet in twee uur maar ruim binnen het uur bij haar colleges inGroningen. Het is belangrijk dat de schop nu ook zo spoedig mogelijk degrond ingaat. Kan de Staatssecretaris ons daar alvast wat meer oververtellen? Of zijn er nog allerlei hordes te nemen? Wat doet hij daaraan?Wij lazen in de brief van deze week dat hij mikt op het starten van deMIRT-verkenning in het najaar, bij het BO MIRT. Waarom kan dat nietsneller? We hebben over een paar weken het BOL. Zou dat niet daar alkunnen? Kunnen we dan niet al afspraken maken en de MIRT-verkenningstarten? We mikken op 2040. Kan de Staatssecretaris daarbij ookgaranderen dat de eerste treinen misschien al voor 2040 kunnen gaanrijden? Kan hij nu alles op alles zetten om snelheid te maken? Nu hetvolledige budget is gereserveerd voor de Nedersaksenlijn, loont het dantoch niet de moeite – ik heb daar eerder naar gevraagd – om ook deEuropese cofinanciering te blijven zoeken? Kan de Staatssecretaristoezeggen daarop in te blijven zetten? Voor de bereikbaarheid van hetNoorden is het op korte termijn ook van belang dat er extra geïnvesteerdwordt in de flessenhals Meppel en dat die ook echt aangepakt wordt. Webegrepen dat we daarover nog een brief ontvangen.Voorzitter. Tegelijkertijd is het eerlijke verhaal dat de dekking bij deVoorjaarsnota gevonden is in dat andere voor NSC belangrijke project: deLelylijn. Dat hadden we graag anders gezien. Maar niet alles kan tegelijk.Gezien de beperkte financiële ruimte waren scherpe en ook pijnlijkekeuzes nodig bij de Voorjaarsnota, zodat we überhaupt stappen kunnenzetten op mobiliteitsgebied. Laat ik heel duidelijk zijn: voor NSC is deLelylijn allesbehalve afgeschreven. Er is nog ruim 500 miljoenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12583 beschikbaar. Wij gaan ervan uit dat er nog altijd met volle kracht verdergewerkt wordt aan het Masterplan Lelylijn, dat de Lelylijn nog steedswordt verankerd in de Nota Ruimte en dat onverminderd door wordtgezocht naar aanvullende, ook Europese, financiering. Dat is de andereaangenomen motie van NSC. Ik wil graag een bevestiging van hetcommitment van deze Staatssecretaris daaraan. Ik wil daar de volgendevraag aan toevoegen. Er wordt nu vooral gekeken naar een intercityver-binding. Kan daar ook expliciet de highspeedvariant, met het doortrekkennaar Scandinavië, bij worden betrokken?Als laatste op dit punt, voorzitter. We hebben afgelopen dinsdag metovertuiging voor de motie-Grinwis gestemd. Kan de Staatssecretarisaangeven, nu die motie is aangenomen, hoe hij dat geloofwaardige padnaar financiering en aanleg van de Lelylijn alsnog denkt vorm te geven?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer De Hoop van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Wat kan er een hoop gebeuren in een aantal maanden. Ik kan me namelijkherinneren dat ik in december in dezelfde zaal zat met de heer Olger vanDijk van NSC. Hij was toen woest op de Staatssecretaris, omdat die deNedersaksenlijn aan wilde leggen met het geld van de Lelylijn. Nu is hij ditzelf toch aan het verdedigen. Ik zou van de heer Olger van Dijk willenhoren hoe het kan dat hij dit toch geaccepteerd heeft, gezien de eerderehouding van NSC. Waarom hebben zij dit nu toch geslikt? Ik vind hetcontrast heel erg groot. Ik zou daar graag een uitleg over krijgen.De heer Olger van Dijk (NSC):Dat doe ik met liefde. Tussen december en vandaag is er natuurlijk wel heteen en ander aan tijd verstreken. Die tijd hebben wij als NSC benut omdeze Staatssecretaris en dit kabinet te vragen naar varianten vanfinanciering voor de Nedersaksenlijn en de Lelylijn. We hebben begin ditjaar extra vragen gesteld over Europese mogelijkheden. De Staatssecre-taris heeft daar ook op gereageerd. Hij heeft aangegeven dat dat toch eenverhaal van de lange adem gaat worden. We hebben dus in alle hoeken engaten gezocht naar financiering voor de Lelylijn, ook tijdens de onderhan-delingen over de Voorjaarsnota. Als er dan een gesprek komt waarin erwordt gezegd: dit is het; op deze manier kunnen we toch een aantalprojecten in beweging krijgen ... Ik wijs er maar even op dat wij nu eenbelangrijke stap kunnen gaan zetten. Niet alleen bij Meppel en voor deLelylijn, maar ook bij Kornwerderzand, wat voor de heer De Hoop ookbelangrijk is en waar wij als NSC ook een motie over hadden ingediend.Dan moet je, denk ik, als politiek op het moment dat je die poging hebtgedaan en ziet dat de financiële ruimte zo beperkt is, ook gewoon zeggen:«Oké, we nemen die pijn nu» – want dat is het wel degelijk – «en we gaanzorgen dat projecten zoals de Nedersaksenlijn nu echt van wal komen,zonder de Lelylijn af te schrijven». Dat laatste heb ik net heel duidelijkbetoogd. We wisten met elkaar dat het onmogelijk of bijna onmogelijkwas om die 10 miljard te vinden die nodig was om de MIRT-verkenningvoor de Lelylijn te kunnen starten. Dan is het heel belangrijk dat je weldoorwerkt met dat masterplan, met het verankeren ervan als eenlangetermijnproject dat gewoon gerealiseerd moet worden. Tegelijkertijdhebben we gezegd: oké, we accepteren voor nu dat een deel van diereservering daarvoor wordt aangewend, terwijl we als politiek geloof-waardig moeten blijven uitspreken dat we geloven in de Lelylijn. Ik benheel blij dat we dat breed hebben gedaan, ook met de motie-Grinwisafgelopen dinsdag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12584 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):De heer Olger van Dijk mag geloven wat hij wil. Daar heeft hij natuurlijkalle vrijheid in. Maar wij moeten nu toch gewoon constateren dat deLelylijn de nek is omgedraaid. 500 miljoen is er nog over van het bedragvan 14 miljard dat nodig is. Dan kun je toch niet met droge ogen zeggendat het nog realistisch is om dat op termijn te realiseren? Daar is zo veelgeld extra voor nodig! Los van de realiteit gaat het ook om het proces. InNoord-Nederland heeft men er jarenlang voor geknokt om dit op tafel tekrijgen. Wat voor boodschap geeft het aan al die mensen die daar zo langaan gewerkt hebben om dat nu op deze manier aan de kant te schuiven?Dat vraag ik de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik zou de heer De Hoop toch ook willen vragen op zijn woorden te letten.Hij zegt hier vanuit de Kamer dat het de nek omgedraaid is. GroenLinks-Partij van de Arbeid en de heer De Hoop weten als geen ander hoebelangrijk het is welke woorden wij hier uitspreken. Als er een budget isvan 3,4 miljard en je hebt 13,5 miljard nodig, dan weet je dat het heellastig wordt om dat in een jaar of twee te redden. Een project als deLelylijn is een project van de lange adem. Dat richt zich op 2050. Dan ishet van belang dat je dat in je langetermijnbeleid vastlegt. Dat is Europeesgebeurd. Dat gaan we doen in de Nota Ruimte door een motie van NSC.Uiteindelijk is het ook van belang dat je geloofwaardig dat pad naar diefinanciering blijft inzetten. Dat hebben we nu gedaan. Daar hebben we omgevraagd. Ik zou hier vandaag iedereen willen oproepen om ook uit testralen dat we wel geloven in die Lelylijn en dat we met elkaar gaanuitzoeken hoe we dat geloofwaardige pad kunnen vinden.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Nu word ik toch wel een beetje chagrijnig, hoor. Want het is prima als deheer Olger van Dijk zegt dat ik op mijn woorden moet letten, maar als jezelf 3 miljard bij een project weghaalt en tegelijkertijd zegt dat je vandaagwel wilt uitstralen dat we er nog steeds achterstaan en het heel graagwillen ... Nou, u heeft het godsgruwelijk onmogelijk gemaakt om dat opkorte termijn te doen! U heeft er ontzettend veel geld weggehaald. Danvind ik het wel ingewikkeld dat wij vandaag enthousiast moeten zijn overhet idee dat NSC nog steeds de ambitie heeft om het te realiseren, als udaar zelf 3 miljard weghaalt. U zegt dat u vandaag het eerlijke verhaal wiltvertellen. Het eerlijke verhaal is dat u de kans dat die Lelylijn op termijnnog gerealiseerd kan worden, nihil hebt gemaakt, ook gezien het feit datdaar Europese financiering voor nodig is. Dat kan de heer Olger van Dijktoch niet ontkennen?De heer Olger van Dijk (NSC):Dat ontken ik wel. Het eerlijke verhaal is dat er 10 miljard nodig was omde MIRT-verkenning te starten en dat dat in een tijd dat de financiëlebomen niet tot in de hemel groeien een vrijwel onmogelijke opgave is.Dat wisten we eigenlijk ook al voor de Voorjaarsnota. Dat hebben we ookmet elkaar hier weleens besproken. Daarom hebben we juist op eenandere manier naar een perspectief proberen te zoeken, met datmasterplan, met de inzet om Europese fondsen te vinden. Dan is het eentegenvaller dat een deel van dat budget gereserveerd is. Ik loop er nietvoor weg om dat ervoor te moeten reserveren. Ik heb net uitgelegd datpolitiek ook een kwestie is van keuzes maken, ook als die pijnlijk zijn.Tegelijkertijd moet je ook aangeven waar je in gelooft en wij geloven dathet Noorden bereikbaar moet blijven. Dat betekent op de korte termijn deflessenhals bij Meppel oplossen, voor de middellange termijn zorgen datde Nedersaksenlijn er komt en voor de lange termijn zorgen dat de Lelylijnkan worden aangelegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12585 De voorzitter:Uw laatste interruptie, meneer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja, voorzitter, mijn laatste interruptie. Dan zou ik over dat proces toch nogaan de heer Olger van Dijk willen vragen hoe hij zelf vindt dat dat gegaanis. We hadden in de vorige periode – volgens mij was dat nog in Rutte III –de motie-Amhaouch, die gezorgd heeft voor het Deltaplan voor hetNoorden. Daarna kwam voorstel op voorstel op voorstel. Regio’s gingenmet elkaar om tafel, wat niet vanzelfsprekend is. Vier verschillendeprovincies hebben daar keihard aan getrokken. Om dat dan op éénmoment bij de Voorjaarsnota zo aan de kant te schuiven ... U heeft dereacties van de heer Buma en de commissaris van de Koning inGroningen gezien. U begrijpt toch wel dat het proces dat de coalitie nugevolgd heeft absoluut geen schoonheidsprijs verdient?De heer Olger van Dijk (NSC):Ik realiseer mij dat de boodschap van de Voorjaarsnota om een deel vandie reservering daar weg te halen, zeker voor de provincie Friesland en debestuurders en zeker in eerste instantie, een hard gelag was. Tegelijkertijdhebben een aantal partijen, wij ook, afgelopen dinsdag breed in de Kamergezegd: «Nee, wij hebben een tijd waarin die financiën gewoon een lastigverhaal zijn. We moeten zorgen dat ook het Noorden in beweging blijft».Ik denk dat dát het belangrijkste is wat de Kamer hierover zegt. Dan is hettoch een kwestie van kiezen, ook op de korte termijn. Dan is het belangrijkdat je voor de lange termijn het verhaal toch in de benen houdt. Ik vinddat we vanuit de Voorjaarsnota met dat lastige besluit, waar ik niet voorwegloop, nu toch met elkaar uitstralen dat we nog steeds voor de Lelylijngaan, dat we gaan zoeken naar financiering. Ik heb de Staatssecretaris netook gevraagd om daarop te reageren. Ik hoop en verwacht dat we overeen à twee jaar een veel duidelijker beeld hebben van hoe we dat kunnendoen. En ik hoop ook dat we met elkaar de energie kunnen vasthouden,met het Noorden, met de provincie Friesland en zeker ook met NieuwSociaal Contract, om daarvoor te blijven knokken.Mevrouw Vedder (CDA):Ik weet eigenlijk bijna niet waar ik moet beginnen. Ik hoor de heer Van Dijkzeggen dat we vertrouwen moeten houden in de Lelylijn. Nou, daar vindtde heer Van Dijk mij zeker aan zijn zijde, want dat vertrouwen heb ik endat vertrouwen blijf ik ook houden. Maar mijn vertrouwen in dezeoverheid en in het commitment van deze overheid aan de Lelylijn iscompleet weg. Hoe kan de heer Van Dijk hier met droge ogen beweren datNSC voor goed bestuur staat, voor een betrouwbare overheid en voor hetcommitment van die overheid aan die lijn, als ze zelf een motie indienenmet daarin de belofte – unaniem aangenomen door deze Kamer – om deLelylijngelden te beschermen, terwijl vier maanden later die beloftealweer geschrapt is? Dan is die belofte gebroken. Hoe moet ik en hoemoeten de mensen in het Noorden van Nederland daar nog vertrouwen inhebben?De heer Olger van Dijk (NSC):Kijk, vertrouwen heeft inderdaad te maken met geld en handelen, maarook met uitspraken die je doet en met wat er gedaan is sinds december. Ikheb net al gezegd dat er op alle mogelijke manieren is gekeken hoe we ineen aantal maanden toch perspectief kunnen krijgen op het starten vandie MIRT-verkenning, op die 10 miljard extra. De Staatssecretaris heeftdeze Kamer daar uitvoerig over geïnformeerd. Wij hebben daar vragenover gesteld. Toen bleek dat heel lastig te zijn. Ook bij de Voorjaarsnota isde vraag op tafel geweest hoe we alle zaken die in het regeerprogrammaen in het hoofdlijnenakkoord staan zo veel mogelijk kunnen realiseren. OpTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12586 enig moment komt dan op tafel: we kunnen de reservering houden zoalsdie is, maar dat betekent dan geen start van de Nedersaksenlijn, dat weniks voor Kornwerderzand kunnen doen en dat we niks voor Meppelkunnen doen. Uiteindelijk hebben wij daar met de andere coalitiefractieseen andere keuze in gemaakt, die ik hier vandaag verdedig. Ik wiluitstralen, ook richting het Noorden en richting de bestuurders, dat onzesteun voor de Lelylijn staat en dat wij ons daarvoor blijven inzetten.Sindsdien kunt u ook zien dat dit het geval is, met de steun voor die motieen met wat ik hier zojuist heb gezegd. In die lijn zullen wij ook doorgaan.Mevrouw Vedder (CDA):De heer Van Dijk zei net al: we wisten eigenlijk voor de Voorjaarsnota aldat het vorige budget niet groot genoeg was om binnen twee jaar over tegaan tot realisatie. Dat weten we niet alleen sinds voor de Voorjaarsnota,dat weten we al sinds we zijn begonnen met sparen. Het is namelijk defunctie van sparen dat je geld opzijlegt voor een volgende generatie. Maarde heer Van Dijk zei net ook dat het nodig was. Wat is er dan gebeurdtussen het moment van die motie en dat van de Voorjaarsnota, waarin deconclusie werd getrokken dat het nodig was? Volgens mij zei de heer VanDijk het net zelf: er zijn heel veel beloftes gedaan, en in de Voorjaarsnotais geconstateerd dat we de optelsom van al die beloftes gewoon niet voorelkaar krijgen. Dan moet er dus iets sneuvelen. We hebben allemaalbeloftes gedaan aan mensen in het land die we niet na kunnen komen, ennu schrappen we maar de grootste klapper, zodat we een heleboel anderebeloftes in stand kunnen houden. De heer Van Dijk zegt dat het nodig was.Hoe onterecht is het dan als ik zeg dat het nodig was om voor alle partijente zorgen dat er cadeautjes weggegeven konden worden?De heer Olger van Dijk (NSC):Daar herken ik mij niet in. Kijk, de belofte die dit kabinet heeft gedaan bijhet hoofdlijnenakkoord en later in het regeerprogramma is dat er een stapzou worden gezet met de Lelylijn en met de Nedersaksenlijn. Beide zijnlastig gebleken, vooral vanwege financiële tekorten. Uiteindelijk hebbenwe met het masterplan, ook vanuit NSC geïnitieerd, een duidelijkperspectief geschetst voor de Lelylijn. Daar gaat de Staatssecretaris numee verder. Daar zit ook een deel van het financiële pad in. Daar moetnaar gezocht worden. Maar daar zit ook in dat je de Nota Ruimte gaatverankeren in het Nederlandse langetermijnbeleid. Dat is heel belangrijk.Vervolgens is er bij de Nedersaksenlijn natuurlijk ook gezocht naarmiddelen, maar die zijn schaars. Uiteindelijk komt het allemaal samen inhet overleg over de Voorjaarsnota. Tot dat moment is de inzet van allepartijen geweest om zo veel mogelijk te proberen het te realiseren.Uiteindelijk is er een verhaal van wat er wel en niet is qua financiën. Danmoet je keuzes maken. Ik wijs deze Kamer erop dat het alternatief was datwe op al die andere projecten bij de Voorjaarsnota geen voortganghadden kunnen boeken. Waar waren we dan geweest? Die spa, zo heb iknet ook bepleit bij de Nedersaksenlijn, moet gewoon de grond in. Wemoeten zorgen dat de bereikbaarheid van Zuidoost-Drenthe en deverbinding richting Emmen gaat verbeteren, voor de regionale bereik-baarheid van al die mensen. En ja, dan moet je soms een pijnlijke keuzemaken. Die hebben we gemaakt en die verdedig ik hier, maar wel vanuithet besef dat wij voor de Lelylijn blijven gaan, dat het project niet weg is,dat we eraan gaan werken, dat we zowel Europees als nationaal blijvenzoeken naar financiering en dat we de Staatssecretaris vragen eengeloofwaardig pad uit te werken, conform de dinsdag aangenomenmotie-Grinwis. Dat is de lijn die wij hebben en dat is de lijn waarvoor wijstaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12587 Mevrouw Vedder (CDA):Ik vind het eigenlijk gewoon een gotspe dat deze coalitiepartijen hetwoord «geloofwaardig» nog gebruiken. Maar goed, daar vind ik dan hetmijne van. Ik denk dan: als je belooft een stap te zetten op beide lijnen,stuur als coalitie het kabinet dan niet met een onmogelijke begroting oppad. Deze coalitie zet inderdaad een stap op de NSL en de Lelylijn, alleenis dat bij de ene een stap vooruit en bij de andere een stap achteruit. Nou,gefeliciteerd. U heeft uw belofte dan niet gebroken, want u heeft op beidelijnen een stap gezet. En dan hoor ik nu ook nog de oproep om in Brusselte pleiten voor cofinanciering voor de Nedersaksenlijn. Ik ben het erhartstikke mee eens, maar denkt de heer Van Dijk zelf niet dat we quabetrouwbaarheid en geloofwaardigheid die kansen helemaal aan gorthebben geschoten? We hebben toch op z’n minst laten zien dat het voorons helemaal niet serieus is en dat ons woord en onze commitments opandere projecten niets waard zijn? Waarom zou Europa dan met ditkabinet, met deze coalitie, in zee gaan en de Nedersaksenlijn cofinan-cieren?De heer Olger van Dijk (NSC):Simpelweg omdat wij daar in Brussel afspraken over hebben gemaakt.Wij hebben ook een handtekening gezet onder het TEN-T, het Trans-Europees Netwerk. Daar is de Lelylijn inmiddels in opgenomen. Datschept ook verplichtingen. Daar gaan wij dus ook mee aan de slag in onsNota Ruimtebeleid. Ik heb zelf op allerlei terreinen gevraagd om naarzaken te kijken en dat zal ik ook blijven doen. Ik heb vanochtend weer metde Minister van Defensie gesproken over militaire mobiliteit en demogelijkheden op dat punt. We moeten ervoor zorgen dat we in hetvolgende meerjarenkader van Europa meer geld uit Brussel kunnen halenvoor onze belangrijke trajecten. Daar gaat de Minister aan werken. Hij gaatdat in kaart brengen, samen met deze Staatssecretaris en de Minister vanIenW. NSC zal de komende maanden blijven zoeken naar manieren omstappen te zetten op dat financieel lastige punt. Het eerlijke verhaal is weldat we dat niet in een of twee maanden kunnen doen. Het kon niet bijdeze Voorjaarsnota. We hopen van de Staatssecretaris te horen hoever wede komende een à twee jaar wel kunnen komen.De voorzitter:Mevrouw Vedder, uw laatste interruptie.Mevrouw Vedder (CDA):Ook ik ga mijn laatste interruptie eraan verspijkeren. «Verantwoorde-lijkheid» is wel een cruciaal woord. Als ik zie hoe er dan uiting is gegevenaan die verantwoordelijkheid, dan vind ik het op zijn zachtst gezegdcompleet onverantwoordelijk wat deze coalitie heeft gedaan met hetcommitment dat we hebben uitgesproken voor de Lelylijn. Dus hoezo«verantwoordelijk»? Hartstikke fijn dat de heer Rutte via de NAVO dereddingsboei komt uitgooien en we misschien via de defensielijn deLelylijn nog nieuw leven in kunnen blazen. Ik heb er moeite mee om nogvertrouwen te hebben in de beloftes die NSC hier doet, terwijl ik eerderheel veel vertrouwen had in het woord van de heer Van Dijk. Maar ik hoorwat de heer Van Dijk hier zegt en ik ga NSC daar ook aan houden. Ik hoopdat we in de toekomst ook echt een constructieve partner gaan zien, eenandere constructieve partner dan de afgelopen twee maanden, om vooreen nieuw perspectief voor de Lelylijn te knokken. Dat is geen vraag, maardat is wel mijn conclusie.De heer Olger van Dijk (NSC):Ja, heel kort. Die constructieve houding mag u van ons, van NieuwSociaal Contract, verwachten. Toch nog een reactie op het laatste punt,over de verantwoording die ik hierover graag afleg. In de debatten die wijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12588 de afgelopen maanden hebben gevoerd, hebben we het steeds gehadover de Voorjaarsnota: hoe lastig het was, dat we keuzes moesten makenin een tijd waarin er minder financiën waren. U heeft van mijn kant steedsgehoord dat één project op nummer één staat en u weet welk project datis: de Nedersaksenlijn. Ik ben heel blij dat we daarin wel een stap kunnenzetten. Hoe het ook zij, ik hoop dat we er, in het verlengde daarvan, ookzicht op kunnen krijgen dat de Lelylijn en de financiering daarvan reëelworden en dat we ook daarvoor uiteindelijk de MIRT-verkenning kunnenstarten, maar dat zal wat meer tijd vergen. Maar daar blijven we ons alsNSC voor inzetten.De voorzitter:Dank u wel. Eerst een interruptie van de heer Grinwis en daarna ga ik naarmevrouw Koekkoek.De heer Grinwis (ChristenUnie):Collega Vedder en ik geloof ook collega De Hoop hebben al de stafgebroken over dit staaltje onbehoorlijk bestuur. Dat zal ik niet nog eenkeer doen, maar ik heb wel een vraag aan collega Olger van Dijk. Ik benheel blij dat het probleem van de flessenhals bij het knooppunt Meppelwordt opgelost en dat de Nedersaksenlijn wordt aangelegd, maar ik voelme toch niet senang bij de dekking, om het zachtjes uit te drukken.Friesland komt er bovendien erg bekaaid af, met alleen Kornwerderzand,maar dat terzijde. Mijn vraag is: wat is een eerste stap naar een geloof-waardige aanpak om alsnog zowel het Noorden van het land als deEuropese Commissie te kunnen laten geloven dat de Lelylijn er echt komt?Ik heb het even uitgerekend: als dat ding inderdaad ongeveer 13 miljardkost en als er ongeveer 600 miljoen over is in de reservering, moet je er,als alleen het Rijk het zou betalen, ieder jaar 500 miljoen bij doen, uitiedere jaarschijf in de reservering. Wat zou volgens Nieuw SociaalContract een geloofwaardige eerste stap zijn? Welk bedrag uit de nieuwejaarschijf zou je kunnen toevoegen aan de reservering voor de Lelylijn inde aanstaande begroting op Prinsjesdag?De heer Olger van Dijk (NSC):In eerste instantie heb ik die vraag natuurlijk ook aan de Staatssecretarisgesteld, dus we zullen zo horen hoe hij dat zelf wil vormgeven en wat hijziet als een geloofwaardig pad, ook naar aanleiding van de aangenomenmotie. Ik denk zelf dat je toch wel tot 30% van Europa zou moeten kunnenkrijgen. Als het bedrag dat je nodig hebt dan nog steeds 13 miljard is, hebje dus nog 10 miljard te vullen over een periode van toch zeker 25 jaar. Ikheb eerder gezegd dat ik vind dat ik het idee van de spaarvariant vanuit deregio helemaal niet zo gek vind. Ik kan me ook best voorstellen dat je alsRijk, als coalitie, zegt: misschien moeten we vanaf 2026 gaan kijken of wedaar elk jaar een stukje uit de verlenging van het Mobiliteitsfonds voorkunnen reserveren. Als het het hele bedrag moet zijn, heb je het al snel elkjaar over 400 miljoen, als ik even snel reken, dus dat is best fors. Maar ikvind die gedachte wel interessant.Mevrouw Koekkoek (Volt):Mijn vraag ligt in het verlengde van de vraag van collega Grinwis. Ik heber problemen mee dat het wel beloofd en opgeschreven wordt, terwijl jebij het opstellen van het hoofdlijnenakkoord eigenlijk al wist dat hetextreem moeilijk zou worden, dus moet je het dan wel beloven? Nu wordter gedaan alsof er, oeps, iets gebeurd is in maart waardoor we in deVoorjaarsnota moeilijke besluiten moeten nemen. Dat komt ongeloof-waardig over. Daarom wil ik ook de volgende vraag stellen. Wat zou, bij deMiljoenennota in september of misschien al bij de augustusbesluit-vorming, voor collega Van Dijk een succesvolle eerste stap zijn? Want alsje iets belooft, maar nu zegt «sorry, sorry, het is niet gelukt, maar ik blijfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12589 me er voor inzetten», dan moet je volgens mij perspectief bieden en opkorte termijn een hele concrete stap zetten. Die vraag wil ik dus graagstellen.De heer Olger van Dijk (NSC):Toch nog een keer: de belofte was om een stap te zetten, niet om deMIRT-verkenning te starten. We wisten inderdaad – in het eerste debat nahet hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma is het daar ook overgegaan – dat het heel moeilijk zou zijn. Daarna kwam de raming van die13 komma zoveel miljard. Dat wisten we toen overigens niet. Op eengegeven moment werd het beeld toen wel: we hebben echt 10 miljardnodig. Dat kwam direct daarna. We wisten dus dat het lastig zou worden.Tegelijkertijd hebben we wel het commitment om die stap te gaan zetten.Ik heb net aangegeven hoe we dat vanuit NSC hebben willen invullen, methet masterplan en het zoeken naar aanvullende financiering. Datmasterplan stelt inmiddels echt iets voor; dat is mooi om te zien. Dat gaatinderdaad ook over het uitwerken van allerlei varianten. Ik heb daar netnog een vraag aan toegevoegd. Wat mij betreft mag het zelfs nog watambitieuzer: kijk ook naar de highspeedvariant. Ik denk dat je die inEuropa ook weer beter voor het voetlicht kunt brengen. De stappen die wenu moeten gaan zetten, liggen volgens mij vooral op dat vlak. Tegelij-kertijd denken we ook na over de financiering. Daar heb ik net iets overgezegd. Ik heb de Staatssecretaris gevraagd hoe hij dat wil uitwerken. Alswe dat geloofwaardig kunnen doen, hoop ik dat we met elkaar de energieen het geloof vasthouden dat de Lelylijn er echt gaat komen.Mevrouw Koekkoek (Volt):Als ik het even in de tijd bekijk: in augustus wordt er weer gesteggeld overgeld. Als het goed is, worden allerlei keuzes die nu niet gemaakt zijn, danwel gemaakt. Dan gaan we dus geen herhaling van zetten zien, maar dangaan we zien dat het kabinet onder leiding van de coalitiepartijenterugkomt met een eerste concrete stap, zodat we ook een geloofwaardigverhaal in Brussel hebben. Want daar sluit ik me helemaal bij aan: ik vinddat je de Lelylijn inderdaad moet zien als een sluitpost, als een openingnaar Europa toe. Dan kun je ook gebruikmaken van cofinanciering. Maarde eerste stap zal toch echt van ons moeten komen, op een geloof-waardige en betrouwbare manier. Ik zoek echt wel naar concretehandvatten in de tijd, waarbij we ook naar elkaar kunnen kijken. Dit leggenwe nu vast en daar kan iedereen die echt zit te wachten op de Lelylijn zichook aan vastklampen.De heer Olger van Dijk (NSC):Ook in augustus zal hier in het midden van de zaal waarschijnlijk geengeldboom staan, zoals de heer Heutink weleens zegt, dus ook dan zullenwe moeten kijken wat waar moet gebeuren en wat de hoogste prioriteitheeft. Zoals ik uit het masterplan en de brief van de Staatssecretarisbegrijp – maar daar zal hij zo op reageren – gaat hij de komende anderhalfjaar de tijd nemen om dit uit te werken en om te verzinnen of we voor zo’nspaarvariant gaan en zo ja, hoe die er dan uit moet zien en wat de rol vanEuropa is. Wat mij betreft betekent dat niet per se dat je nu al een deel vande financiering regelt bij Prinsjesdag, maar wel dat je dit verhaal, dus hetstrategische verhaal over hoe je dat gat uiteindelijk gaat dichten, gaatuitwerken. Ik hoor graag van de Staatssecretaris hoe hij dat denkt te doen.Dan kunnen we het er daarna verder met elkaar over hebben.De voorzitter:Dank u wel. Vervolgt u uw betoog, zou ik zeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125810 De heer Olger van Dijk (NSC):Dank. Ik had het over het lijstje van prioriteiten die wij hebben aange-geven voor de Voorjaarnota. De eerste, de Nedersaksenlijn, is ingevuld;dat is mooi. De tweede betrof de ticketprijzen van de NS. Helaas is dat niethelemaal gelukt. Het is inmiddels bijna een jaarlijkse rituele dansgeworden in mei. Dat hadden we graag voorkomen. Een structurelemeerjarige tariefmatiging is vooralsnog inderdaad niet gelukt. Er dreigteen stijging van 12%. Graag herinner ik de Staatssecretaris aan zijnuitspraak in een plenair debat over toegankelijk openbaar vervoer dat wathem betreft een tariefstijging van meer dan 10% volstrekt onacceptabel is.Daar gaan we deze Staatssecretaris aan houden. Kan hij bevestigen dat hijeen stijging van 12% van de NS-prijzen, linksom of rechtsom, niet zalaccepteren? Er moet een oplossing komen, en dan niet door te schrappenin de dienstregeling, zoals wordt gesuggereerd. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is of hij richting Prinsjesdag – ik had het al over detopprioriteiten – nu wel gaat zoeken naar extra structurele middelen omde tarieven bij de NS te matigen.De heer Heutink (PVV):Even over de tarieven. Wij hebben als PVV gezegd dat de NS wat onsbetreft moet kijken naar de bedrijfsvoering. Daar hebben we ook eenmotie over ingediend, waar we inmiddels een reactie van de Staatssecre-taris op gekregen hebben. In die brief stelde de Staatssecretaris dat ergeen verdere efficiëntieslagen bij NS mogelijk zijn. Wat vindt deNSC-fractie daarvan, als ze dat zo leest?De heer Olger van Dijk (NSC):Ik ken geen organisatie waarin je niet altijd weer kunt kijken of er nog eenefficiencyslag is te maken. Dat meen ik serieus. Ik denk ook dat datantwoord iets te kort door de bocht is. Ik begrijp best dat het vet op debotten inmiddels voor een deel weg is. We hebben die oplossingnatuurlijk eerder gezocht en NS heeft ook aangegeven daarnaar te gaanzoeken, maar ik denk dat elke zichzelf respecterende organisatie moetkunnen blijven kijken of er toch geen efficiencyslagen zijn te maken. Ik hebnet heel bewust een voorbeeld gegeven waarvan ik vind dat het daar níetvandaan moet komen, namelijk het verder afschalen van de dienstre-geling. Maar wat mij betreft, wat NSC betreft, liggen alle andere mogelijk-heden wel gewoon op tafel.De voorzitter:Dank u wel. U vervolgt uw betoog.De heer Olger van Dijk (NSC):Dan de HSL-Zuid en het drama van de constructiefouten in de viaducten.Met een slakkengang van 120 kachelen over een spoor dat is gemaaktvoor 300 is als Max Verstappen vragen met een Fiat 500 uit 1960 hetcircuit over te gaan. Voor het herstel van de fouten is een MIRT-proceduregestart. De MIRT-spelregels stellen alleen dat deze regels niet gelden bijinstandhoudingsprojecten als er geen functionaliteit wordt toegevoegd.Aangezien hier in dit geval geen functionaliteit wordt toegevoegd, kosteen MIRT-procedure vooral veel tijd. Dat kregen we ook bevestigd in detechnische briefing hier. Natuurlijk is het mooi om zo’n vast proces tevolgen. Dat heeft ook meerwaarde voor de onderbouwing en datbegrijpen we, maar het kost wel meer tijd, terwijl het herstel van de hsl alheel veel tijd gaat kosten. Kan de Staatssecretaris aangeven of dit echtnodig is of dat er van de MIRT-procedure kan worden afgezien?Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125811 De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Dan gaan we naar de bijdrage van de heerDe Hoop, van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Gaat uw gang.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Het openbaar vervoer in Nederland staat op een kruispunt.Gaan we laten gebeuren dat er nog meer bezuinigingen op het regionaalopenbaar vervoer komen? Gaan we laten gebeuren dat er niet méérgeïnvesteerd wordt in de nieuwe lijnen, die keihard nodig zijn? Gaan welaten gebeuren dat woonwijken niet toegankelijk zijn met het ov? Of gaanwe er nu met elkaar voor zorgen dat we flink meer investeren? Als je kijktnaar de keuzes die bij de Voorjaarsnota gemaakt zijn, word je nietenthousiast. Dan zie je dat de bezuinigingen op de BDU-gelden in de grotesteden doorgaan. Dan zie je dat de problemen met het studenten-ovovereind blijven staan. Dan zie je dat de Nedersaksenlijn aangelegd wordt,maar wel ten koste van de Lelylijn. Dat betekent dat er de facto bij deVoorjaarsnota gewoon opnieuw bezuinigd is op het openbaar vervoer. Eris geen cent extra bij gekomen. De enige investering die er is gedaan, isten koste gegaan van een andere lijn. Veel geld daarvan is naar andereinfrastructuur gegaan. Er is dus gewoon opnieuw bezuinigd op hetopenbaar vervoer door dit kabinet, terwijl er zo veel problemen zijn. Ikvind dat echt onuitlegbaar.Dan heb ik het nog niet eens gehad over de tariefstijging, opnieuw, bij deNS. Vorig jaar deed de Staatssecretaris de belofte om incidenteel tezorgen voor matiging, met de belofte om het jaar daarop eindelijk tekomen met een structurele oplossing. Dat gesprek heb ik niet alleen metdeze Staatssecretaris gehad, maar ook met de Staatssecretarissenhiervoor. Elk jaar opnieuw zien we dat NS het niet meer rond kan krijgen.Dat komt omdat er gewoon te weinig geld naartoe gaat. We komen nietuit die negatieve spiraal als we niet flink meer gaan investeren in depublieke voorziening die het openbaar vervoer moet zijn. Ik hoor nualweer het gesprek over de efficiencyslag, maar we weten allemaal dat datop een gegeven moment ophoudt, dat dat niet verder kan en dat er meernodig is. De Staatssecretaris heeft zijn belofte gebroken dat hij voor eenstructurele oplossing zou zorgen.Het is wel ingewikkeld dat wij een debat hebben met een Staatssecretarisdie zelf niet eens betrokken is geweest bij de besluitvorming over zijneigen portefeuille. Dat is toch wel heel erg wonderlijk. Ik weet eigenlijkook niet echt wat voor vragen ik dan aan de Staatssecretaris moet stellenover een besluit dat is genomen waar hij niet eens bij betrokken isgeweest. Ik vind dat ook oprecht vervelend voor de Staatssecretaris, wanthij moet het ook doen met het besluit dat voor komt te liggen. Maar het isook wel heel ingewikkeld als woordvoerder om daar ... Tja, wat moet ikdeze Staatssecretaris nog vragen?En dan de pot voor de Lelylijn, die is leeggeroofd. Dat Brusselse geld iswel een heel groot probleem. Ik hoor net alweer de suggestie gewektworden dat we maar op 30% van de financiering vanuit Europa kunnenrekenen. Maar als we ons zelf niet eens aan ons woord kunnen houden– we hebben 3,4 miljard gereserveerd en halen daar 3 miljard weg – hoezodenken wij dan dat de Europese Unie de bereidheid heeft om dieinvestering te doen? Ik vind dat echt wel een heel optimistisch beeld vanwat wij vanuit Europa kunnen verwachten.Voorzitter. Dan toch over de investeringen in de infrastructuur van detoekomst, zoals de Lelylijn en andere investeringen die gedaan moetenworden. Dat zijn langetermijninvesteringen. Daar moet je af en toe geldvoor aan de kant zetten. Dat is de enige manier waarop je ergens toe kuntkomen. Als je dan elke keer weer dat soort potjes leegrooft ... Het gaat nuover infrastructuur, maar we hebben dat ook bij andere toekomstpotjesgezien, zoals het Wopke-Wiebes-fonds en al dat soort zaken. We moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125812 durven investeren in de lange termijn. Ik verwacht echt van de Staatsse-cretaris dat hij daarin stappen gaat zettenOver één onderdeel was ik wel positief, namelijk over de Onderwegpas. Ikvind dat een mooie stap. Het is een afgeslankte vorm van het Nederland-ticket dat GroenLinks-Partij van de Arbeid in haar verkiezingsprogrammahad. Maar laten we eerlijk zijn: dit is een mooie stap. Ik hoop dat die snelverder uitgebreid kan worden. Ik zou graag van de Staatssecretaris horenwanneer die geïntroduceerd kan worden.Dan nog twee punten over de spoorinfrastructuur die al langer spelen,over de HSL-Zuid waar collega Olger van Dijk het ook over had. Bij detechnische briefing werd door ProRail gevraagd om zekerheid van definanciering. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat budget geenvertraging van herstel mag opleveren?Voorzitter. Dan nog de elektrificatie van onze spoorlijnen. We willen metelkaar dat voor 2050 elke spoorlijn geëlektrificeerd is. Daarvoor is nu welduidelijkheid nodig voor provincies over het pad ernaartoe. Ik zou graagwat meer willen horen van de Staatssecretaris over hoe het nu staat metal die verschillende lijnen die nog niet geëlektrificeerd zijn. Vorig jaarzagen we dat Almelo-Hardenberg en Hengelo-Zutphen wel geëlektrifi-ceerd werden. Dat was echt hartstikke mooi nieuws. Maar er zijninmiddels meer lijnen die echt wel aan de beurt zijn. Ik ben benieuwd hoedat pad tot 2050 eruitziet en of de Staatssecretaris daar misschien eenzetje bij nodig heeft.Op 6 mei stuurde de Staatssecretaris een brief over open toegang op hetspoor. Wij missen hierin goede borging van het publieke belang en dereizigersinspraak. Waarom worden die zaken niet goed geregeld?Nog een punt over het internationale spoor. Waarom heeft het kabinetbesloten om minder marechaussee beschikbaar te stellen voor deEurostar op Amsterdam Centraal? Wat zijn de gevolgen hiervan inLonden?En dan nog de rechtszaak die we hebben over de concessie. Ik zou daargraag wat meer over horen van de Staatssecretaris, omdat het mijn fractiewel zorgen baart. Wij vinden dat openbaar vervoer een publiekevoorziening hoort te zijn, dat het in goede handen is bij de NS en dat wedaarmee door moeten gaan. Ik hoop dat de Staatssecretaris daar nogsteeds hetzelfde over denkt.Dank.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Meneer Heutink, u bent aan de beurtnamens de PVV. Gaat uw gang.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. NS rijdt elke dag ongeveer 3.800 treinen. Als je kijkt naar watwij verwachten van een organisatie als NS in de zin van «zijn die treinenop tijd, ja of nee», dan vinden wij het goed als 88,9% op tijd is. Als je dateven doorrekent, dan vinden wij het dus blijkbaar prima dat meer dan150.000 treinen per jaar te laat zijn. Daar geven we ze dan ook nog geldvoor als beloning. Dan vraag ik me echt af wat wij hier met elkaar aan hetdoen zijn. Wat willen we nou met die treinen?Terwijl we dit weten, gaan tegelijkertijd de eerste signalen over eenmogelijke prijsstijging alweer op. Dit is echt een ongekende middelvingervan NS naar al die Nederlanders die dag in, dag uit in de trein stappen.Consequent blijven graaien en niet leveren. Het is een zesjesmentaliteit,die wij blijkbaar prima vinden. Voldoende is dus goed genoeg. Maar dereiziger ervaart dat niet zo. Toch wordt die zesjesmentaliteit beloond meteen bonus van een half miljoen euro. Nou, als die bodycams er nu nogniet komen, dan weet ik het echt niet meer.Voorzitter. NS moet stoppen met het blijven vragen om meer geld. Wezien een directie die nog steeds jaarlijks miljoenen binnenharkt omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125813 vervolgens geld te blijven pompen in biodiversiteit rondom stations endie als verhuurbedrijf van fietsen en scooters opereert. Als dat nog nieterg genoeg is, geven ze – als monopolist nota bene, zeg ik erbij – ookbakken met geld uit aan onnodige reclame. Immers, bij wie moetenmensen anders een trein pakken op het hoofdrailnet? Het is echtschrijnend om te zien hoeveel geld er wordt verkwanseld aan nuttelozeactiviteiten die geen enkele bijdrage leveren aan de kerntaak, namelijk hetvervoeren van reizigers van locatie A naar locatie B.Voorzitter. We sturen de Staatssecretaris op pad met een aangenomenmotie om met NS te gaan praten over al die overbodige taken die zeuitvoeren. Dan krijgen we doodleuk te horen dat er geen efficiëntieslagenmogelijk zouden zijn. Gelooft de Staatssecretaris dat zelf? Alles wordtafgeschoven op het feit dat er verschillende boekhoudingen zijn en datverliezen op de ene activiteit geen effect hebben op de andere, alsof hetallemaal niet zo veel uitmaakt. Maar het maakt wél heel veel uit. Wekunnen NS helemaal niet controleren op al die boekhoudingen. Hoeworden deze activiteiten dan bekostigd? Neem bijvoorbeeld eenMaaS-dienst zoals de NS-Business Card. Hoeveel reclame wordt daarvoorgemaakt? Is het een verplichting uit de concessie? Hoe weten we dat ergeen sprake is van kruissubsidiëring of in ieder geval indirecte kruissubsi-diëring? Heeft de Staatssecretaris voldoende in beeld of geld dat door debelastingbetaler wordt opgehoest uiteindelijk niet toch belandt in deboeken van de commerciële tak, al dan niet indirect? Wij willen grip op detarieven en om dat te krijgen is meer grip op NS nodig.Voorzitter. De prijzen moeten omlaag en dus moet NS opnieuw debroekriem gaan aanhalen. Dat zal heel moeilijk zijn, dat erkennen we.Maar het kan wel. Dat was ook de insteek van onze motie: ervoor zorgendat we meer grip krijgen op de tarieven en de wijze waarop NS zijnfinancieringssystematiek bepaalt. Maar we blijven gewoon meedenken.Een rapport van eConomics wijst uit dat NS maar liefst 239 miljoen eurokan besparen als het de verkoop van tickets gaat uitbesteden aan derden.Gewoon overlaten aan anderen, dus. Waarom gaat de Staatssecretarisdaar niet serieus op in? Dat is toch echt een gouden kans?Voorzitter. Dan de korting op de BDU. De Staatssecretaris geeft aan allesop alles te zetten om de effecten op te vangen, maar over de manierwaarop lezen we niets terug in zijn brieven. Hoe denkt de Staatssecretarisdat te gaan doen? Welke maatregelen heeft hij in gedachten?Voorzitter. Dan de hsl, nog zo’n succesvol Nederlands spoorfenomeen metmaar liefst tien verkeerd ontworpen bruggen. We zijn blij dat er weer 120kilometer per uur gereden wordt, maar iedereen weet dat dat veel teweinig is. De ooit bedoelde 300 kilometer per uur is nog steeds jaren weg:pas ergens in 2031. Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat wesnel aan de gang kunnen gaan met het herstellen van de hsl? En,misschien nog wel iets belangrijker, hoe gaan we ervoor zorgen dat hetniet opnieuw een miljardenstrop wordt? Ik haal ERTMS maar even aan.Graag een reactie van de Staatssecretaris, als het kan met de toezeggingdat het financieel niet de spuigaten uit zal lopen.De heer El Abassi (DENK):Ik hoor hier heel grote woorden over wat de NS allemaal moet doen omde ticketprijs goedkoper te maken. Mijn vraag aan de heer Heutink is: watgaat de PVV doen om de kaartjes goedkoper te maken? Wat gaat onzePVV-Staatssecretaris doen om de kaartjes goedkoper te maken?De heer Heutink (PVV):Wat de Staatssecretaris gaat doen, moet u vooral aan de Staatssecretarisvragen. Wat de PVV doet, is veel vragen stellen aan de Staatssecretaris enook denken in oplossingen om te komen tot meer efficiëntie bij onzegrootste vervoerder. We vragen door op de antwoorden die we van deStaatssecretaris hebben gekregen en die wat ons betreft echt nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125814 voldoende waren. Wij blijven daarmee doorgaan, net zolang totdat weprecies weten hoe het zit, waar we nog geld kunnen halen om uiteindelijkook de tarieven te kunnen verlagen. Daarin zullen we ons blijvenvastbijten, net zolang totdat we beet hebben.De heer El Abassi (DENK):Ik stelde die vraag niet voor niks. De NS is namelijk transparant. De NSgeeft aan hoe keihard ze hun best doen om de tarieven omlaag te krijgen.De Staatssecretaris is minder transparant. Sterker nog, een en andergebeurt in achterkamertjes, zoals we in de krant hebben kunnen terug-lezen. We hebben geen idee hoe die onderhandelingen plaatsvinden. Deheer Heutink geeft wel aan dat ik bij de Staatssecretaris moet zijn, maarwe weten dat de heer Wilders zich hier op de achtergrond ook meebemoeit en dat hij zelf besluiten neemt. Het is dus niet gek dat ik dit aande PVV vraag. De PVV zeurt over hoge tarieven, over dat de NS meermoet doen. De NS laat zien heel veel te doen, maar de PVV doet helemaalniks en is ook niet bereid om geld uit te trekken, opdat mensen op eenbetaalbare manier met de trein kunnen reizen. Ik vraag het nog een keeraan de PVV: wat gaat de PVV doen om de kaartjes goedkoper te maken?De heer Heutink (PVV):Wij vinden niet dat er voldoende transparantie is als het gaat om deboeken van de NS. We zien dat er twee verschillende boekhoudingen zijnwaarin we weinig tot geen inzage hebben. Wij willen daar meer vanweten. Wij willen precies weten hoe het zit en zolang wij dat niet weten,zullen wij de Staatssecretaris blijven vragen om meer inzage te geven.De heer El Abassi (DENK):Dan kan ik niet anders dan het volgende constateren. Ik heb meerderemoties ingediend waarin ik heb gevraagd om te onderzoeken hoe we dekaartjes goedkoper kunnen maken. Ik vind de PVV daarbij niet aan mijnzijde. Ik constateer dat de PVV constant aan het zeuren is dat de kaartjesduurder worden, terwijl de PVV in de positie zit om de kaartjes goedkoperte maken, bijvoorbeeld door de kaartjes te subsidiëren. Ik constateer datde NS, ondanks dat de PVV niet tevreden is, zijn boekhouding laat zienmaar dat wij niet kunnen zien wat de Staatssecretaris allemaal doet. Wekunnen teruglezen dat de heer Wilders in achterkamertjes dingen besluitzonder dat de Staatssecretaris daarvan afweet. Ik hoor de PVV alleen maarzeuren maar ik zie haar niks doen. Zo kennen we de PVV weer. Verder hebik geen vragen, voorzitter. Dank u.De voorzitter:Wilt u daarop reageren, meneer Heutink?De heer Heutink (PVV):Nou ja, het is wel zorgwekkend dat meneer El Abassi denkt dat het lezenvan een jaarverslag hetzelfde is als volledige inzage in de boeken enprecies weten hoe het zit. Hij heeft het toch echt bij het verkeerde eind,want iedereen weet natuurlijk dat dit de grootste onzin is.De voorzitter:Dank u wel. Uw tijd is op.De heer Heutink (PVV):Oké, dan laten we het daarbij.De voorzitter:De rest volgt later, zou ik zeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125815 De heer Heutink (PVV):Prima.De voorzitter:O, u krijgt nog wat extra tijd van de heer Grinwis, zie ik.De heer Heutink (PVV):Wat lief!De voorzitter:Dat is toch aardig, hè? Zo gaat dat in deze commissie; dat is toch heelprettig. Meneer Grinwis, ga uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik ben nooit de beroerdste, voorzitter. Dat de heer Heutink, en daarmeeook de PVV-fractie, een hekel heeft aan de NS, is wel helder. Tegelijkertijdzijn de feiten iets genuanceerder. Een heel groot deel gaat op aanpersoneelskosten: bijna de helft van de totale kosten betreft personeel. DePVV wil ook dat iedere machinist of conducteur het loon krijgt dat hijverdient. Dat loon stijgt deze jaren, net zoals alle lonen in Nederland,behoorlijk fors. De prijsstijging van de kaartjes is de afgelopen jarenachtergebleven bij de inflatie in Nederland. De NS lijdt al een paar jaarverlies. Dat verlies wordt gelukkig iets kleiner, maar ze draaien nog steedsverlies. De heer Heutink doet net alsof de NS alles verkeerd doet, dat zegeld weggooien als was het water in tijden dat het veel regent. Dat laatsteis al een tijdje niet meer zo.Ik vind het, kort samengevat, een beetje een eenzijdig verhaal. Wat is de«wél»-boodschap? Wat gaat de PVV-fractie doen om ervoor te zorgen datde kaartjes niet alsnog net zo veel gaan stijgen als de inflatie en de NSweer zwarte cijfers kan gaan schrijven zonder iedere keer weer opdezelfde voorspelbare manier over de hekel te worden gehaald? Want datis een beetje wat er gebeurt: iedere keer als meneer Heutink aan hetwoord komt en iets over de NS mag zeggen, kan ik bij wijze van sprekende speech voor de heer Heutink schrijven.De voorzitter:Ik denk dat de heer Grinwis meer tijd heeft genomen dan de heer Heutinknu neemt, maar dat gaan we zien.De heer Heutink (PVV):Ik denk ook dat hij meer tijd nodig had om de vraag te stellen dan ik nodigheb om ’m te beantwoorden. Met alle respect, wij vinden NS een heelmooi bedrijf. We zijn trots op dit mooie Nederlandse bedrijf. Maar waarwe echt genoeg van hebben, is dit. Als wij de Staatssecretaris vragen ommeer inzage te geven in waar het nog beter kan, waar het nog scherperkan, krijgen wij het idee dat we gewoon besodemieterd worden, dat weniet alle feiten op tafel krijgen. Dat vinden we lastig, dat vinden we nieteerlijk. Als wij oprecht zoeken naar mogelijkheden om de tarieven omlaagte krijgen – we zien daar mogelijkheden voor – willen wij gewoon alles optafel hebben. Als dat niet gebeurt, zal meneer Grinwis weliswaar niettevreden zijn, maar dan blijven we dat verhaal net zolang volhoudentotdat we precies weten hoe het wel zit.De heer Grinwis (ChristenUnie):Heel kort, voorzitter. Dan concludeer ik dat hij niet boos is op de NS maarop de Staatssecretaris. Dan moet hij zijn vragen ook wel goed adresseren.Dan moet meneer Jansen net zolang als een bok op de haverkist zittentotdat hij meneer Heutink de goede antwoorden geeft. Maar oké. Dit waseven een kleine tip: de boosheid richten op de Staatssecretaris en niet opeen bedrijf dat zich hier niet kan verdedigen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125816 De heer Heutink (PVV):Nou ja, het kabinet is 100% aandeelhouder van NS. Volgens mij heb ik netheel veel kritische vragen gesteld aan de Staatssecretaris. Ik hoop dat wedaar zo meteen ook hele mooie antwoorden op gaan krijgen.De voorzitter:Meneer El Abassi, uw laatste interruptie.De heer El Abassi (DENK):Het is ook niet terecht dat de heer Heutink boos is op zijn eigen Staatsse-cretaris. De heer Heutink kan zijn eigen Staatssecretaris opdracht gevenom iets te doen, maar weigert dat keer op keer. Ik heb hier verschillendemoties. «Verzoekt de regering te onderzoeken hoe landen zoals Spanjespoor betaalbaar en aantrekkelijk kunnen maken.» «Verzoekt de regeringeen concrete stap te zetten om treinkaartjes in Nederland structureelgoedkoper te maken.» «Verzoekt de regering om in overleg met ...» Ik kanzo doorgaan, maar de PVV stemt keer op keer tegen. Jullie geven deStaatssecretaris ook niet de opdracht om dit uit te zoeken. De PVV stemtkeer op keer tegen. Houd op met NS de schuld te geven, houd op met deStaatssecretaris de schuld te geven, zou ik de PVV willen meegeven.De heer Heutink (PVV):Meneer El Abassi kan me meegeven wat hij wil, maar we beoordelenmoties op inhoud, momentum en of ze überhaupt uitvoerbaar zijn. NeemPortugal en Spanje. We zijn daar toevallig op werkbezoek geweest.Iedereen weet dat de spoorweginfrastructuur in bijvoorbeeld Spanje heelanders in elkaar steekt dan in Nederland. Het is echt heel anders ingericht.Dat weet meneer El Abassi ook. Het is appels met peren vergelijken. Datdus.De voorzitter:U heeft nog een interruptie van de heer Pierik.De heer Heutink (PVV):O, leuk.De heer Pierik (BBB):Ik hoor de heer Heutink zeggen dat het bij de NS hier en daar nog watefficiënter kan. Ik mis nogal wat feiten. Welke omissies zijn er in hetfeitenrelaas van de NS? Welke feiten kunnen de heer Heutink helpen omeen beter beeld te krijgen van het functioneren van de NS?De heer Heutink (PVV):Hiervoor heb ik een iets langer antwoord nodig, voorzitter, sorry. Wehebben een hoofdrailnetconcessie. Daarin staan een aantal verplichtingenen dingen die we van NS vragen om te kunnen leveren op het spoor. Weweten ook dat NS een commerciële tak heeft: de stations, fietsen, shopsen noem maar op. Dat is de commerciële tak, waar wij eigenlijk niets overte zeggen hebben. Wij willen weten of er enige relatie is tussen de dingendie wij betalen met publiek geld, zuurverdiend belastinggeld, en diecommerciële tak. Komt dat daar terecht? Als dat gebeurt, al dan nietindirect ... Denk aan het maken van reclame voor een MaaS-dienst diewordt betaald vanuit de hoofdrailnetconcessie en dus met belastinggeld.Als dat geld terechtkomt bij de commerciële tak, dan is er weliswaarmisschien niet direct sprake van kruissubsidiëring, maar wel indirect. Wijwillen dat publiek geld ook publiek geld blijft. Als wij belastinggeldinvesteren in het hoofdrailnet, willen wij dat elke euro, tot op de laatstecent, in de publieke sector blijft en niet naar de commerciële tak vloeit. Datlaatste mag niet, dat willen wij niet. Wij willen precies weten of dat zo is ofniet. Ik wil ook de argumentatie zien: hoe zit dat precies?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125817 De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Koekkoek namens Volt.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dank, voorzitter. De reiziger mist vaak treinen en dit kabinet mist vaakkansen. De Lelylaan had een doorbraak kunnen zijn. De verbindingontsluit Noord-Nederland en verbindt ons beter met Noord-Europa. DeEuropese Commissie is bereid om tot 30% van de kosten te dragen. Maarin plaats van op die kans in te zetten, heeft het kabinet middelenverschoven naar de Nedersaksenlijn. Daarmee missen we niet alleen eenstrategische verbinding met het buitenland, maar worden regio’s ondanksaangenomen moties tegen elkaar uitgespeeld. Is de Staatssecretaris op dehoogte van de sociaal-economische effecten van de Lelylijn en deNedersaksenlijn? Worden deze vergeleken? Wat is de actuele status vande Lelylijn in de planvorming en de gesprekken met Europa, en dan metname op het punt van die 30%, dat in de interrupties al aan de ordekwam? Ik denk niet dat je het gewenste geld gaat krijgen als je je als zo’nonbetrouwbare partner opstelt.Kortom, hoe het kabinet omgaat met de Lelylijn is een slecht voorbeeldvan hoe we kansen laten liggen. Dat is zonde, want het spoor is bepalendvoor de toekomst van Europa. Een snel, stabiel en grensoverschrijdendrailnetwerk is de sleutel tot een duurzame, concurrerende en sociaalverbonden Unie. Dan staat ook nog eens de zomer voor de deur. Veelmensen maken plannen om er even tussenuit te gaan, misschien pertrein. Want wat is er aantrekkelijker dan ontspannen reizen, onderweg eenboek lezen en tegelijkertijd een groene keuze maken? Toch blijkt dat lastig.Treinreizen is vaak duurder dan vliegen. Ik sluit me aan bij de vraag vancollega De Hoop over het verschil in marechaussee en wie er betaalt. Hetboeken van een internationale reis is ook nog eens ingewikkeld. Hetaandeel treinvakanties vanuit Nederland was met 5% al laag, maar isinmiddels gedaald naar 3%. We zien dat mensen wel duurzaam willenreizen, maar dat het systeem hen onvoldoende ondersteunt. Dat vraagtom actie.De veelbelovende nachttrein naar Barcelona biedt een unieke kans voorhet internationale treinverkeer vanuit Nederland, waarbij Amsterdam-Zuideen cruciale rol speelt. Is de Staatssecretaris hierover in gesprek? Welkemiddelen worden ingezet om de nachttrein daadwerkelijk vanuitAmsterdam te laten vertrekken? Hoe ziet hij de toekomstige rol van stationAmsterdam-Zuid binnen het internationale spoornetwerk?Voorzitter. Dan de HSL-Zuid. Die is essentieel voor snelle binnenlandse eninternationale verbindingen, maar kampt sinds 2024 met snelheidsbeper-kingen door constructiefouten in viaducten. Het herstel gaat zo’n halfmiljard euro kosten, duurt vermoedelijk tot 2031 en veroorzaakt tijdelijkespoorstilstanden. Waarom is er nog geen geld gereserveerd voor herstel,vraag ik de Staatssecretaris. Welke maatregelen worden genomen om deviaducten op tijd én betaalbaar te repareren zonder extra lasten voor dereizigers?Voorzitter. Dan de marktordening. De Europese Commissie heeftNederland recent op de vingers getikt vanwege de onderhandse gunningvan het hoofdrailnet aan de NS. Dat is niet in lijn met Europese regels.Wat ons betreft is dit een gemiste kans. Meer concurrentie voor Europeesspoor binnen publieke randvoorwaarden leidt tot betere, goedkopere eninnovatievere dienstverlening. De Commissie eist dat Nederland binnentwee maanden maatregelen neemt. Doet Nederland dat niet, dan volgt ereen rechtszaak bij het Hof van Justitie. Wat onderneemt de Staatssecre-taris om dit te voorkomen? Welke stappen zijn er al gezet?Voorzitter. Voor het meireces hebben we een apart debat over spoorgoe-derenvervoer gehad. Daar wil ik op doorvragen. Hoge heffingen enkostbare investeringen zoals in treinen van 740 meter zorgen voor groteonzekerheid. Onze motie riep op tot een onderbouwd plan, maar er is nogTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125818 steeds geen helder financieringspad. Ik wil weten hoe de Staatssecretariszijn uitspraak dat ERTMS en TEN-T topprioriteiten zijn, rijmt met hetuitstellen van de Lelylijn. Blijven de gereserveerde middelen voor TEN-Ten treinen van 740 meter beschikbaar? Hoe voorkomt de Staatssecretarisdat de kosten volledig op de sector worden afgewenteld?Voorzitter. Als we duurzame en verbonden mobiliteit in Europa serieusnemen, niet alleen voor vakantie en dagelijks vervoer maar juist ook vooreconomische groei, werkgelegenheid en internationale samenwerking,dan is investeren in het spoor geen luxe maar een noodzakelijke inves-tering. Nu is het moment om die ambities waar te maken. Ik hoop dat hetkabinet dat ook zo ziet.Dank, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Veltman namens de VVD.Mevrouw Veltman (VVD):Dank u, voorzitter. Deze week vernamen we van ProRail dat het herstelvan de hsl-viaducten nog minimaal zes jaar gaat duren – het ging er net alover – en 500 miljoen euro gaat kosten. Ook de VVD wil graag van deStaatssecretaris weten hoe realistisch hij de raming en de planning achten welke versnellingsmogelijkheden hij gaat onderzoeken.Over de prijsstijgingen bij de NS. Er is nog geen structurele oplossing ende VVD vindt dit geen houdbare situatie. Het kan niet zo zijn dat ieder jaarweer de hand wordt opgehouden bij de belastingbetaler om deproblemen bij de NS te fiksen. De VVD maakt zich daarbij zorgen over desuggestie die de Staatssecretaris heeft gedaan dat lijnen mogelijk wordenverschraald of geschrapt om het probleem op te lossen. Is de Staatssecre-taris het met de VVD eens dat de reiziger niet de dupe mag worden? Wasde NS er dan wel klaar voor om rond de jaarwisseling 1.600 extra treinente laten rijden?Voorzitter. Als de VVD samen met collega Heutink in een motie aan deStaatssecretaris vraagt om de activiteiten in kaart te brengen die niet bijde kerntaak van de NS passen, namelijk mensen veilig en op tijd van Anaar B brengen, dan lezen wij dat hij hierover heeft gesproken met de NSen dat er niets kan. Iets later lezen we in de krant dat de Staatssecretarisbest wil bekijken of de deur-tot-deurdienstverlening die de NS zelfaanbiedt niet beter aan de markt kan worden overgelaten. De VVD roeptdit al jaren. De bedrijven die dit aanbieden, zijn hier ook nog eens heelgoed in en krijgen meer reizigers in de trein, wat juist geld oplevert voorde NS. Hoe kan het dat de Staatssecretaris afwijzend reageert als wevragen om nader onderzoek naar kerntaken, maar vervolgens toch zegtdat hij hier mogelijkheden ziet? Wordt deze activiteit van de NS bekostigduit de opbrengsten van de treinkaartjes?Als de NS toch besluit om de dienstverlening te verschralen, gaat devoorkeur wat de VVD betreft uit naar een verschraling die buiten deprimaire taken valt, in plaats van het laten rijden van minder of korteretreinen. Hoe en wanneer gaat de Staatssecretaris de deur-tot-deuractiviteiten losweken van de NS en vrij baan maken voor demarktpartijen, die dan geen oneerlijke concurrentie meer hoeven teondervinden van de NS?De Staatssecretaris heeft eind april aangekondigd een Onderwegpas teintroduceren voor minima. Ik wil graag van de Staatssecretaris weten ofer bij de totstandkoming van deze Onderwegpas ook nog anderescenario’s zijn onderzocht, bijvoorbeeld om een bredere groep te helpen,zodat ook de werkende middenklasse er baat bij heeft. Verder wil ik graagweten waarom de capaciteit van de Koninklijke Marechaussee voorafhandeling van passagiers in de nieuwe UK Terminal in Amsterdam nietwordt geleverd. De Staatssecretaris heeft de terminal met veel gejuichgeopend, maar de terminal kan nu niet leveren waarvoor hij is gebouwd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125819 Voorzitter. De VVD is van mening dat treinen die middels open toeganggaan rijden een mooie aanvulling zijn op de concessie van het hoofd-railnet en op die van de provincies. De ervaring in het buitenland leert datbij open toegang de kwaliteit beter wordt en de prijzen lager worden, wattot meer reizigers leidt. De Staatssecretaris stuurde een brief waarin hijverwijst naar een motie van mijn voorganger bij de VVD, Minhas. Maar inplaats van invulling te geven aan de motie van de heer Minhas, die vraagtom een kader te maken om open toegang mogelijk te maken, is de briefeen en al defensief en worden er barrières opgeworpen. Wil de Staatsse-cretaris dit eigenlijk wel? Is hij gemotiveerd om dit mogelijk te maken endaarmee de reizigers het beste te bieden? Daar lijkt het namelijk niet op,want hij biedt niets concreets. Waar zit de angst?Ik begrijp dat ProRail staat te springen om zijn onafhankelijke taken op ditvlak goed uit te voeren en dat vervoerders klaarstaan om extra diensten tegaan rijden, regionaal, nationaal en internationaal. Dat betekent voor deStaatssecretaris: niet achteroverleunen maar een aantal zaken concreetgaan regelen. Wanneer gaat gewerkt worden met kaderovereenkomsten,zodat vervoerders investeringen kunnen gaan doen? Ook ProRail wilgraag met kaderovereenkomsten werken. Kunnen de zogenoemde«systeemtaken», zoals reisinformatie en toegang tot stations en depoortjes, overgaan van de NS naar ProRail, zodat iedere vervoerderhierover afspraken kan maken met het onafhankelijke ProRail?Op vragen van mij over de procedure die de Europese Commissie isgestart in verband met de onderhandse gunning van het hoofdrailnet aande NS wordt aangegeven dat de risico’s wel meevallen. De VVD betwijfeltdat. Nederland loopt het risico op een claim van miljoenen en zelfsmiljarden. Wat is de stand van zaken? Hoe worden we als Kamer op dehoogte gehouden? Zou het niet beter zijn om in aanloop naar de situatieop het spoor na 2033 een marktanalyse te doen? Een onderzoek naar detoekomstige marktordening, waar het ministerie nu mee bezig is, heeftalleen nut als helder is wat de markt te bieden heeft op het spoor. Zonderdie marktanalyse is elk toekomstig besluit over marktordening opdrijfzand gebaseerd.Tot slot, voorzitter. Het lijkt alsof ik een plaatje afspeel, maar dan doe ikdat nog maar een keer. Heel geregeld nemen mensen de trein niet meerop bepaalde tijdstippen in bepaalde gebieden. Voor veel meisjes envrouwen is de trein vanwege onveiligheid geen optie meer. Ik vind ditonbestaanbaar. Boa’s in het ov moeten snel een ID van een overlastgeverkunnen checken en de ov-sector heeft goede oplossingen klaarliggen,maar het vraagt inspanningen van het Rijk om dit mogelijk te maken.Blijkbaar heeft het geen prioriteit, want de Staatssecretaris heefttoegezegd hier in het eerste kwartaal op terug te komen, maar dat is nietgebeurd. Terwijl, het kan nota bene met minder politiecapaciteit. Ik begrijpdat de Minister van JenV om die reden er juist graag aan meewerkt. Danheb ik het dus niet over de check via het rijbewijsregister, want dat zetgeen zoden aan de dijk. Waarom zien we niets? Wat is de voortgang?Accepteert de Staatssecretaris dan maar dat mensen de trein niet meerpakken?Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Het woord is aan mevrouw Vedder namens hetCDA.Mevrouw Vedder (CDA):Dank, voorzitter. Het tweeminutendebat voor het meireces begon ik metmijn blijdschap over de voortgang op de Nedersaksenlijn, waar ook hetCDA al heel lang voor aan het knokken is. Ook vandaag wil ik met dieblijdschap beginnen. Ik lees dat de startbeslissing voor deMIRT-verkenning nog dit najaar wordt genomen. Dat vind ik fantastischTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125820 nieuws, een echte doorbraak voor bestaanszekerheid en gemeen-schapszin in deze regio, iets wat recht doet aan een regio met potentie dieonterecht veel te lang over het hoofd is gezien.Voorzitter. Hetzelfde geldt voor de aanpak van de flessenhals Meppel. Ikvind dat heel goed nieuws. Het is onacceptabel dat heel Noord-Nederlandafhankelijk is van één kwetsbare flessenhals. Niet voor niets heeft onderandere het CDA daar eerder al twee keer flink veel geld voor vrijgemaakt.Nu is er de derde bijdrage. Ik juich dat toe. Tegelijkertijd vraag ik deStaatssecretaris of dit bedrag genoeg is om de overwegenproblematiekop dit traject voor eens en altijd op te lossen. Of moet ik rekening houdenmet een vierde storting in de flessenhalsspaarpot?Voorzitter. Ik begin bewust met dit mooie nieuws. Ik wil het bewustlosknippen van waar ik kritisch op ben, omdat de mensen die zich hetvuur uit de sloffen hebben gelopen voor de Nedersaksenlijn en deflessenhals, het verdienen dat we die projecten niet vermengen. Maar ikben niet gelukkig met waar het geld vandaan is gekomen en hoe dat isgebeurd. Ik heb nog nooit een coalitie gezien die in wilde nachten metelkaar zo makkelijk miljarden laat verdampen, beloftes breekt enbetrouwbaar bestuur bij het grofvuil zet. Eerst verdwijnt 24 miljard voorde transitie van de landbouw, dan worden de afspraken van de Woontopbinnen vier maanden geschonden en verdampt 45 miljard investeringsca-paciteit van wooncorporaties, en bij de Lelylijn haalt de coalitie haar eigenbelofte over het beschermen van de Lelylijngelden door de shredder,plundert ze het door vorige kabinetten gespaarde geld en schiet ze enpassant onze kansen in het TEN-T-netwerk aan gort. «Hoop, lef en trots.»Je moet inderdaad een hoop lef hebben om hier trots op te zijn.Voorzitter. De Lelylijn werd met hard werken door onze mensen in Brusselen serieus geld vrijmaken in Den Haag opgenomen in het kernnetwerkvan TEN-T. Dankzij die opname maakten we ook grote kans op grootBrussels geld. Op mijn vraag de vorige keer of die kans nu kleiner isgeworden, durfde de Staatssecretaris het zelfs aan om te zeggen: «Datbestrijd ik, omdat de volgende tranche pas in 2027 zal zijn.» Nu heeft deStaatssecretaris deze week een brief gestuurd over een geloofwaardig padrichting de Lelylijn. Daarin staat: «De financierbaarheid en mogelijkefinancieringsopties worden nader uitgewerkt met de intentie dieuitwerking eind 2026 te hebben.» Dat is hopelijk toch een grapje? Datmoet hopelijk toch 2025 zijn? Maar als eind 2026 serieus de tijdlijn iswanneer we voor het eerst iets gaan horen over de toekomst van deLelylijn, ben ik heel benieuwd of de Staatssecretaris vandaag nog steedsmet droge ogen kan beweren dat de kans op die TEN-T-tranche al in 2027echt niet minder is geworden.Voorzitter, een aantal vragen hierover. Eén. Wil de Staatssecretaris zo snelmogelijk in Brussel in gesprek gaan over de gevolgen voor de Europesefinanciering voor de Lelylijn? Twee. Wil de Staatssecretaris tijdens diegesprekken vragen of de Eurocommissaris mogelijke risico’s of gevolgenziet voor hoe er wordt aangekeken tegen andere spoortrajecten vanTEN-T, zoals Emmen-Rheine? Drie. Kan de Staatssecretaris de Kamerhierover naderhand informeren?Voorzitter. Het weghalen van het geld voor de Lelylijn komt wat onsbetreft op een moment dat de kansen in Duitsland juist toenemen. Denieuwe bondsregering zet een investeringsprogramma voor infrastructuurvan miljarden op, in het bijzonder voor spoor. Onze Duitse buren hebbende blik nadrukkelijk op volgende generaties en op Europa gericht. Ik vraaghet kabinet dan ook om in gesprek te gaan met de bondsregering en ookde relevante Länder over de Lelylijn en de Wunderline om te verkennenwat de kansen nog zijn. Kan de Staatssecretaris een brief toezeggen overde inspanningen van het kabinet om samen met de genoemde buiten-landse overheden te bezien wat er mogelijk is voor de Lelylijn en deWunderline?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125821 Tot slot, voorzitter. Kort nog iets over de bezuinigingen, waar collega DeHoop ook al over sprak. Ik wil dit niet dubbel doen, maar ik heb nog weleen aanvulling. Het CDA is ook fel tegenstander van bezuinigingen opregionaal ov. Maar als deze bezuiniging dan toch blijft staan, vragen wijde Staatssecretaris om de scherpe kantjes er zo veel mogelijk af te halenqua regionale gevolgen. Wij vinden het lovenswaardig dat Rover deregionale gevolgen zo goed in beeld heeft gebracht, maar dat is wat onsbetreft eigenlijk het werk van het ministerie. Wij willen de Staatssecretarisdan ook vragen of hij de regionale gevolgen van de bezuinigingen inbeeld wil brengen. Kan hij dat toezeggen? Gaat de Staatssecretaris zijnbest doen om de grootste ongelukken te voorkomen? Wil het ministeriezijn eigen bereikbaarheidsdoelen, die ergens in een la liggen, toepassenbij de uitwerking van de regionale gevolgen?Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. De heer Pierik namens de BBB.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Je staat er nauwelijks bij stil als je er nooit gebruik vanmaakt, maar er rijden nog steeds heel veel dieseltreinen in Nederland. Uraadt het al, ze rijden in de regio, op de plekken die in Den Haag niet altijdscherp in beeld zijn, op plekken ver weg van Den Haag en ver weg van deinvesteringen die in de Randstad zijn gedaan. Op 17 oktober vorig jaar gafde Staatssecretaris aan dat het tijdpad voor het uitfaseren van dedieseltreinen wordt afgestemd met aan de ene kant het aflopen van deconcessies en aan de andere kant de levensduur van treinen. Daarbij ginghet om de twee trajecten in Gelderland en Overijssel, de andere trajectenvolgen daarna. Het uitfaseren van dieseltreinen is cruciaal voor debereikbaarheid en de voorzieningen in de regio en de mobiliteit van zijninwoners die naar hun werk moeten, studies volgen, familie willen zien ennoem maar op. Maar het is ook van groot belang voor de verdereeconomische ontwikkeling van de regio. Vandaar de volgende vragen aande Staatssecretaris.Is er in de begroting geld gereserveerd voor het uitfaseren van dedieseltreinen? Hoe wil de Staatssecretaris zijn eerdere toezeggingenrealiseren? Welke mogelijkheden ziet hij? Ligt er een planning op tafel?Collega’s refereerden er al aan, het is dus een vraag die breed leeft. Inhoeverre speelt netcongestie mee in het uitfaseren van de dieseltreinen, isde volgende vraag. Zijn deze lijnen geëlektrificeerd? Is er vanuit hetMinisterie van KGG ook geld beschikbaar?Voorzitter. Het openbaar vervoer staat onder druk en dreigt door hogekosten steeds minder toegankelijk en aantrekkelijk te worden. Onderhouden aanleg van spoor zijn van groot belang om de bereikbaarheid in hethele land, regio en stad, te bevorderen. Maar voor veel van dezewerkzaamheden dreigt vertraging door lange vergunningsprocedures enecologische belangen die geborgd moeten worden. Zo kostte hetecologische traject van de Maaslijn grofweg 20 miljoen euro. Ditfrustreert. Het kan namelijk sneller en het moet gewoon ook sneller. Erstaan nog forse onderhoudsprojecten op de planning. Hier moet meerschot in komen. De BBB zegt dan ook: maak een realistische afwegingtussen ecologische belangen aan de ene kant en tijd, kosten, veiligheid eneconomische impact aan de andere kant. Deelt de Staatssecretaris dezeopvatting? Welke stappen gaat hij ondernemen om deze afweging beter temaken en de procedures te versnellen?Ik blijf nog even bij het onderhoud en de geplande reconstructies. Ook bijde spoorbeheerders is er een tekort aan personeel. De uitvoering duurtdaardoor langer en dat betekent dat ook overdag, wanneer burgers detrein nodig hebben, onderhoud moet plaatsvinden. Dat zijn lastigebeslissingen. Onderhoud moet nu eenmaal. Uitstel van de werkzaam-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125822 heden betekent oplopende kosten. Ziet de Staatssecretaris deze tweespaltook? Welke ruimte ziet hij om concessie-eisen tijdig aan te passen, zodater ruimte blijft voor het uitvoeren van deze onderhoudswerkzaamheden?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:U krijgt nog een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Is de heer Pierik bereid afstand te nemen van het broodjeaapverhaal dathet aan de BBB te danken is dat de Lelylijn is gered? De BBB is de fractiedie tijdens de voorjaarsonderhandelingen voorop is gegaan in het doenvan een greep uit de Lelylijnpot voor de bekende projecten.De voorzitter:Misschien even wachten tot de bel voorbij is. Hier bent u goed te horen,maar dat wil niet zeggen dat u ook goed te horen bent voor de mensendie dit debat op afstand volgen. Dit was de stemmingsbel, die nu voorbijis. Ga uw gang, meneer Pierik.De heer Pierik (BBB):Bedankt voor de vraag. Vooropgesteld dat ik niet bij de onderhandelingenover de Voorjaarsnota betrokken ben geweest en ik dit uit tweede handheb: ik weet wel dat tijdens de onderhandelingen de BBB echt aan denoodrem heeft getrokken om er in ieder geval voor te zorgen dat deLelylijn in beeld bleef, dat die op tafel bleef liggen. Er zullen ongetwijfeldook nog andere partijen een rol in hebben gespeeld, maar de BBB heeft erin ieder geval het voortouw in genomen om de Lelylijn op de onderhande-lingstafel te laten liggen en ook budget in het potje te laten.De voorzitter:Dank u wel. De heer El Abassi. Ga uw gang.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Mijn vragen waren helaas op, maar laat ik toch nog eveniets afmaken. Spanje is inderdaad niet te vergelijken met Nederland, datklopt, zeg ik richting de heer Heutink. Spanje is wel bereid om uit degeldboom, die wij hier ook hebben, geld te plukken voor het geven vansubsidie, zodat mensen betaalbaar met de trein vervoerd kunnen worden.Dat doet Spanje wel, maar Nederland helaas niet. In die zin is Nederlandinderdaad niet vergelijkbaar met Spanje. Daarnaast heb ik motiesingediend om naar andere buurlanden te kijken, want niet alleen in Spanjeis het goedkoper, er zijn tig landen te noemen waarin het veel goedkoperis dan in Nederland, ook buurlanden: België, Duitsland en Frankrijk. Daarweigeren we naar te kijken. Ik heb daarover moties ingediend, maar daarheeft de PVV helaas ook tegen gestemd. Ik heb verder moties ingediendom tickets betaalbaar te maken, maar heel veel partijen, waaronder dePVV, hebben daartegen gestemd.Voorzitter. Dat brengt mij bij mijn bijdrage.De voorzitter:Voordat u aan uw bijdrage begint, heeft u al een interruptie van mevrouwVeltman.Mevrouw Veltman (VVD):Ik zie het toch een beetje als een bijdrage. Ik hoor de heer El Abassizeggen dat er in Spanje heel veel subsidie is verstrekt, waardoor deprijzen laag zijn. We zijn daar allemaal op werkbezoek geweest om hetsysteem van open toegang te bekijken. Op de lijnen waar wij zijn gaankijken, was inderdaad ook sprake van lage prijzen. Die waren er omdat erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125823 sprake is van concurrentie tussen drie verschillende vervoersbedrijven dieelkaar scherp houden. De een is beter hierin en de ander daarin en de prijsblijft laag. Uiteindelijk leidt dat tot een fantastische dienstregeling op dehogesnelheidslijnen voor alle reizigers in Spanje. Ik vraag me af of de heerEl Abassi heeft opgelet tijdens dat werkbezoek. Het heeft immers niet metsubsidie te maken. Ik ben het er wel mee eens dat de situatie in Spanje enNederland niet exact hetzelfde is. Het zijn verschillende situaties. Deinfrastructuur is in grote mate aangelegd met geld uit Europa, maar deexploitatie is goedkoop door open toegang en niet door subsidie door deSpaanse overheid.De heer El Abassi (DENK):Daar heb ik een tweeledig antwoord op. Ja, het is een andere situatie. Datheb ik nooit ontkend. Dat sowieso. Het andere is dat er wel een subsidie-component is, zowel lokaal als landelijk. Ik vraag me af of de VVD welaanwezig is geweest bij dat werkbezoek. Er wordt ook gesubsidieerdvanuit de overheid. Hier wordt er geen cent voor uitgetrokken. Er wordtiedere keer verwezen naar een geldboom die niet bestaat. Spanje is welbereid om hiervoor geld uit te trekken, maar Nederland niet. Daar moetenwe gewoon eerlijk in zijn. Daarnaast gaat het om onderzoeksmoties. In diemoties heb ik vooral gevraagd wat wij kunnen leren van Spanje. Ik hebniet gezegd dat we Spanje een-op-een moeten vergelijken met Nederland.Dat moeten we niet doen, we moeten wel kijken hoe Spanje het doet enwat wij kunnen leren van Spanje. Volgens mij zijn we daarom ook opwerkbezoek naar Spanje geweest. Anders zijn we echt voor niks geweestmet z’n allen.De voorzitter:Ik vond niet dat we daar voor niks waren, maar dat zeg ik als voorzitter.De heer El Abassi (DENK):Ik ook niet, voorzitter.De voorzitter:Het was een mooi werkbezoek. U hebt daar nog een interruptie over vanmevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):We waren daar zeker niet voor niks. Volgens mij hebben we daar heelmooie dingen gezien door die opentoegangslijnen goed te bekijken metelkaar. Als ik dan hoor dat hier geen cent overheidsgeld aan het ov wordtuitgegeven, dan denk ik: dat is wederom een onwaarheid die op tafelwordt gelegd. De hoofdrailnetconcessie van de NS is miljarden waard. Wehebben een Mobiliteitsfonds waarin we ieder jaar weer miljarden steken,ook voor het ov en de infrastructuur. Dat we met elkaar discussie hebbenover de exploitatie en hoe we prijsverhogingen willen oplossen, islogisch. Daar hebben we allemaal een andere mening over, maar om noute zeggen dat er geen overheidsgeld naar het ov gaat? Dat is absoluut nietwaar.De heer El Abassi (DENK):Ik kan het lekker kort houden. Wij weten dat wij er heel anders in zittendan de VVD en dat ook andere partijen, met name linkse partijen, er heelanders in zitten dan de VVD. Ik vind het prima hoe de VVD erin zit. Wijvinden dat de tickets betaalbaar moeten zijn. Dat vinden wij heelbelangrijk. De VVD zit meer op veiligheid en andere dingen. Vandaar dat ikvooral partijen die andere beloftes hebben gedaan, zoals de PVV,interrumpeer en niet de VVD. De VVD is daar gewoon eerlijk in. Ik wil hetdaarbij laten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125824 Voorzitter. Dan kom ik toch bij mijn bijdrage. Staatssecretaris Jansen isgedegradeerd tot toeschouwer bij een toneelstuk geregisseerd door zijnpolitieke baas Geert Wilders. Afspraken over de Voorjaarsnota die onzesamenleving diep raken, worden gemaakt in achterkamertjes, zonderoverleg met het kabinet. Transparantie? Democratische controle?Kennelijk geen prioriteit meer. Wat zich hier afspeelt, is ronduit kwalijk.Maar wie draagt hier dan de verantwoordelijkheid? Moet ik de Staatsse-cretaris hier ter verantwoording roepen of moet ik bij de heer Wilders zijn,die moeilijk bereikbaar is?Voorzitter. Wat gaat er gedaan worden om de extreme stijging van prijzenvan treinkaartjes te voorkomen? Niets. Niet eens een poging tot demping,terwijl we weten wat ons te wachten staat: een stijging van opnieuw 12%.Een retourtje Amsterdam-Maastricht van € 70, dat is net zo veel als eenretourtje Amsterdam-Parijs met de TGV. Is dat het Nederland dat dezeStaatssecretaris voor ogen heeft?Voorzitter. Wat is de strategie van deze Staatssecretaris? Wacht hij totdatde reiziger het zelf niet meer redt of wacht hij op gesprekken die de heerWilders in achterkamers voert? De enige boodschap die we keer op keerhoren, is dat er nog gesprekken lopen, dat men er alles aan doet. Maarwat zijn de resultaten? Problemen eindeloos vooruitschuiven, dat is watde Staatssecretaris doet. Wat heeft de Staatssecretaris concreet bereiktbehalve het herhalen van lege toezeggingen? Waar is hij trots op? Daarben ik oprecht nieuwsgierig naar.De NS is teleurgesteld. De stad- en streekvervoerders luiden de noodklok.De sector staat onder druk. Terecht waarschuwt de brancheorganisatieOV-NL: we zijn het openbaar vervoer langzaam aan het uithollen. Terwijlde kosten blijven stijgen en de reizigersaantallen achterblijven, laat hetRijk het na om in te grijpen. Waarom komt er geen bijdrage vanuit hetRijk, zou ik willen vragen. Waarom wordt de verantwoordelijkheiddoorgeschoven naar de reiziger?Voorzitter. Ik heb al eerder een motie ingediend – die heeft het helaas netniet gehaald door het tegenstemmen van de hele coalitie – over het doenvan onderzoek naar hoe er structureel financiële steun verleend kanworden aan de NS om toekomstige tariefstijgingen te beperken. Kan deStaatssecretaris vandaag beloven dit onderzoek alsnog uit te voeren entransparant te zijn richting ons als Kamer over wat we wel kunnen doenom op langere termijn te voorkomen dat de tickets duurder worden? Wantonze burgers hebben duidelijkheid nodig voor het komende jaar en dejaren daarna. De Staatssecretaris moet die duidelijkheid bieden. Ik begrijpdan ook niet waarom de Kamer tot de zomer van dit jaar moet wachten opuitkomsten die nu al urgent zijn. Hoe kan het dat er geen plan ligt vooreen sector die cruciaal is voor bereikbaarheid, duurzaamheid en gelijkekansen?Voorzitter. Tot slot zou ik willen aangeven: kom met een voorstel; kom meteen voorstel dat het openbaar vervoer beschermt in plaats van verderafbreekt. Bovenal: laat de reiziger, de alledaagse Nederlander, niet langeropdraaien voor politieke spelletjes achter gesloten deuren.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. De heer Grinwis namens de ChristenUnie is de laatste sprekeraan de kant van de Kamer. Gaat uw gang. Meneer El Abassi, wilt u uwmicrofoon uitdoen? Dank u wel. Meneer Grinwis, gaat uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. De coalitie plunderde de Lelylijnpot en wie weetnog hoe het verder mot? De Staatssecretaris kan er ook geen chocolameer van maken en stuurde deze week maar een inhoudsloze brief. Decoalitie viert ondertussen feest. Ik heb het al gezegd: ik ben echt blij metde Nedersaksenlijn en Meppel en zo. Daar zeg ik geen negatief woordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125825 over. Ik sluit me wat dat betreft helemaal aan bij collega Vedder. Maar ikheb wel met plaatsvervangende schaamte het charmeoffensief in denoordelijke dagbladen gelezen, waarbij BBB zich als de grote redder vande Lelylijn presenteerde. De koektrommel plunderen, maar zeggen dat jede boel gered hebt omdat je een enkel mariakaakje hebt achtergelaten: jemoet het maar durven. Ik was er vroeger thuis bij mijn moeder niet meeweggekomen.Wat vindt de Staatssecretaris er eigenlijk van dat zijn reservering isgeplunderd? Hij stond erbij en keek ernaar, en hoorde het achteraf. Het wilnog niet erg vlotten met het verdedigen van het belang van spoor en ov.Om maar gelijk naar de toekomst te schakelen: hoe gaat hij dan mijngelukkig unaniem aangenomen motie van afgelopen dinsdag uitvoerenom tot een geloofwaardig pad voor financiering van de Lelylijn te komen?Hoeveel miljoen moet er aanstaande Prinsjesdag dan aan deze reser-vering worden toegevoegd uit de nieuwe jaarschijf die beschikbaar komtuit de doortrekking van het Mobiliteitsfonds? Ik ben benieuwd. Hoe gaat uzich bij de augustusbesluitvorming opwerpen? Als beschermheer vantrein en ov? Of gaat de augustusbesluitvorming op dezelfde wijze beslechtworden als de Voorjaarsnota?Voorzitter. Met de 100 miljoen uit de Lelylijnpot komt de aanpak vanflessenhals Meppel van de grond, inclusief het wegwerken vanovergangen tussen Meppel en Zwolle. Kunnen er nu al gauw extra treinennaar Groningen gaan rijden? Bij Harderwijk was een reservering alvoldoende om extra treinen te laten rijden. Is dat hier, al of niet in eenkwartierdienst, ook mogelijk? Is de Staatssecretaris bereid dit in kaart tebrengen? Ik leg de vinger opnieuw bij het standstillprincipe: geen extratreinen laten rijden als dat de verkeersveiligheid verlaagt. Dat is krom,omdat er wel extra auto’s mogen rijden. Hoe staat het met de nieuwebeleidsuitwerking spoorveiligheid die toegezegd was? Zeker nu deMIRT-verkenning naar de Nedersaksenlijn gaat starten, is tempo vereist,denk ik. Dat moet echt gebeuren met een redelijke interpretatie van ditprincipe. Het kan niet zo zijn dat er bij ieder karrenspoor een tunnel moetkomen. Graag een reactie.Ik heb bij het notaoverleg MIRT een motie ingediend over een nieuwstation in Stadskanaal bij Dideldom. De Staatssecretaris zei toen dat diemotie ontijdig was. Ik heb ’m dus niet in stemming gebracht. Dat zou ikeigenlijk alsnog wel willen doen, nu dit besluit is genomen. Het realiserenvan een tijdelijk station in het noorden van Stadskanaal, terwijl dezuidkant een logischere plek is, is immers kapitaalvernietiging. Hoe kijktde Staatssecretaris hiertegen aan?In oktober gaf de Staatssecretaris aan dat het uitfaseren van de laatstediesellijnen wordt afgestemd op aflopende concessies en het einde van delevensduur van dieseltreinen. De klok tikt inmiddels door. In 2035 gaannieuwe concessies in Noord-Nederland van start en worden treinenvervangen. Voor die tijd moeten de lijnen dus geëlektrificeerd worden.Anders moeten daar opnieuw dieseltreinen worden ingezet. Elektrificatieof inbouw van waterstofaandrijving lopende de concessie is kapitaalver-nietiging. Er is nu dus gewoon een concreet plan nodig voor deze lijnen.Hoe gaat de Staatssecretaris de uitfasering van dieseltreinen aanpakken?Komt hij met een plan? Wil hij dat toezeggen? Wil de Staatssecretarishierover in overleg met provincies en ProRail? Deze vragen zijn ookrelevant voor de spoorlijnen tussen Arnhem, Tiel en Geldermalsen, dusdie neem ik gelijk maar even mee.Voorzitter. Zeeland heeft zo snel mogelijk duidelijkheid nodig over despoorveiligheidsproef in 2029. Hoe staat het met de uitvoering van mijnmotie hierover? Hoe gaat de hinderbeperking eruitzien? Welke structureleverbeteringen voor de Zeeuwse reiziger liggen op tafel om onderzocht teworden? Hoe staat het met de extra treinen conform het pakket Wind inde zeilen? Hoe staat het met het onderzoek naar de baanstabiliteit? Laatde Zeeuwse reiziger niet in de kou staan, Staatssecretaris.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125826 Voorzitter. De aanleg van de spoorbrug bij Meteren gaat voor meergoederentreinen en dus meer overlast zorgen, met name in de nacht.Trillingsplaatjes op de spoorbruggen halveren de geluidsoverlast.Hiervoor is echter 20 miljoen nodig. Is de Staatssecretaris bereid hieroverin gesprek te gaan met de regio, om dat bedrag samen op tafel te leggen?Voorzitter. Ik heb zorgen over de werkzaamheden op het spoor in dekomende jaren. Een groot deel van de infra nadert in de komendedecennia het einde van de levensduur. Er is nog geen begin van eenantwoord op hoe we dat gaan aanpakken. De aanbestedingsprocedures,de ecologische onderzoeken en de verantwoording moeten gewooneenvoudiger. Erkent de Staatssecretaris dat en wat is hier binnenEuropese regelgeving aan te doen? Snellere vergunningsprocedures enmeer flexibiliteit zijn immers nodig. Het personeelstekort zal onvermij-delijk leiden tot uitloop van werkzaamheden. Er zal gewoonweg vakeroverdag gewerkt moeten worden. Erkent de Staatssecretaris dit, hoevervelend dat ook is? Hoe wil hij hiermee omgaan?Voorzitter. Ten slotte rond ik af met de prijsstijging bij de NS. De Staatsse-cretaris heeft meermaals aangegeven bij de Voorjaarsnota met eenstructurele oplossing te willen komen voor de prijzen bij de NS voor hetjaar 2026 en daarna. Die belofte kon niet worden waargemaakt of is nietwaargemaakt. Is de conclusie niet gewoon dat deze coalitie en het kabinetniks met het ov en de trein opheeft, of in ieder geval bar weinig, en dat erper 2026 dus niet alleen veel minder bussen, vanwege de BDU en hetstudentenreisproduct, maar ook veel minder treinen gaan rijden? Ik hoopdat het anders is, maar ik eindig mijn soms positief getoonzette bijdragetoch met een ernstige zorg die niet zomaar lijkt te worden opgelost.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijnvan de kant van de Kamer. We gaan schorsen. Ik kijk even naar deStaatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Er zijn best wat vragen gesteld. Ik denk dat ik een halfuur nodig heb,voorzitter.De voorzitter:Dan gaan we een halfuur schorsen. Dan schorsen we tot 14.55 uur. Danheeft u nog wat tijd om met de ambtenaren in conclaaf te gaan over debeantwoording. Ik schors dit debat tot 14.55 uur.De vergadering wordt van 14.23 uur tot 14.56 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen dit commissiedebat Spoor. Welkom terug aan de Staatssecre-taris. We gaan snel door met de beantwoording van de kant van hetkabinet. De Staatssecretaris gaat de eerste termijn van de beantwoordingvormgeven. Ik zou u, Staatssecretaris, willen verzoeken om aan te gevenhoe u dat gaat doen, zodat het helder is voor de leden met welke blokjesze rekening moeten houden. Dan noteren we dat even. Het woord is aanu.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Dank ook aan de commissie voor de gestelde vragen. Ikheb zes mappen: algemeen, tarieven, Nedersaksenlijn en Lelylijn,marktwerking, hsl en dan een heel dikke, laatste map overig.De voorzitter:Gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125827 Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Ik begin met het algemene deel. Het spoor blijft leveren.Of het nu gaat om de hoognodige verbindingen die daarmee tot standworden gebracht of de discussies die we hierover met elkaar blijvenvoeren: het spoor is zeker nooit saai. Dit jaar rijden de treinen van NS voorhet eerst onder de nieuwe hoofdrailnetconcessie. 2024 was daarmee hetlaatste jaar onder de oude concessie. Als ik terugkijk naar de prestaties uit2024, zie ik dat de meeste prestaties van NS en ProRail verbeterd zijn,mede dankzij de genomen maatregelen uit het verbeterprogramma. Dat iseen positieve ontwikkeling ten opzichte van de jaren daarvoor. Met deeindberekening van de concessie en de bonus-malusberekening van destreefwaarden blijft een bedrag over van een half miljoen euro dat IenWaan NS uitkeert. NS en IenW zijn overeengekomen dit bedrag te bestedenaan sociale veiligheid, bijvoorbeeld aan de verdere uitrol van bodycams.NS en ProRail zijn ook in 2025 met goede prestatiecijfers gestart.Uiteraard blijf ik zowel NS als ProRail stimuleren om de opwaartse lijnvoort te zetten en het beste product aan de reiziger te leveren.Voorzitter. Met spanning is uitgekeken naar de besluitvorming over deVoorjaarsnota. In het kabinet en tussen de coalitiepartijen is de afgelopenperiode intensief gesproken over het vervolg voor de Nedersaksenlijn ende Lelylijn. Ook met de regio’s zijn uitvoerige gesprekken gevoerd. Deonderhandelingen tussen de fractievoorzitters van de coalitiepartijen,bekrachtigd door het kabinet, hebben onder andere geresulteerd in eenreservering van ruim 1,9 miljard euro voor de MIRT-verkenning, deNedersaksenlijn en 100 miljoen euro extra voor de flessenhals Meppel. Ikbegrijp en heb gemerkt dat dit besluit tot ambivalente gevoelens leidt,zowel in de Kamer als in de regio. Graag wil ik nogmaals duidelijk stellendat dit kabinet overeenkomstig het regeerprogramma vasthoudt aan hetzetten van betekenisvolle stappen voor zowel de Nedersaksenlijn als deLelylijn. We gaan aan de slag met het Masterplan Lelylijn en deMIRT-verkenning Nedersaksenlijn.Bij de Voorjaarsnota is toegewerkt naar besluitvorming over extramiddelen voor het openbaar vervoer, om zo de stijging van tarieven voorNS-reizigers, de gevolgen van de BDU-korting voor reizigers in de tweevervoerregio’s en de herijking van de ov-studentenkaart voor alleov-reizigers te kunnen dempen. Hier zijn echter helaas geen middelenvoor gevonden. In 2025 hebben het Rijk en NS allebei een incidentelebijdrage geleverd, waardoor deze tariefstijging is gehalveerd. Voor detariefstijging in 2026 en verder is er nog geen duidelijkheid over eenoplossing. Die duidelijkheid moet wel snel komen. Ik ben op dit momentdan ook nog in gesprek met NS over welke bijdrage NS kan leveren aanlagere tarieven. Dat zijn geen eenvoudige gesprekken, omdat NS al vooreen grote besparingsopgave staat. Echter, zoals eerder al met uw Kamerbesproken, is een stijging van de tarieven met 12% of, zoals ik eerder hebaangegeven, met meer dan 10% wel erg fors. Ik zal er dan ook alles aandoen om deze prijsstijging zo veel als mogelijk te beperken.Zoals gezegd: het spoor blijft leveren. Ik kijk er dan ook naar uit om samenmet de sector eraan te blijven werken om het spoor iedere dag een stukjemooier te maken. Dat was de inleiding, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zou voor de administratie nog even willen zeggen dat ik inde eerste termijn van de kant van het kabinet vier interrupties wiltoestaan, maar wel korte. Als ik naar de klok kijk, zijn we al halverwege detijd. Ik zou dus vier interrupties willen aanhouden en het aan het eind vanelk blokje willen doen. Dat is iets efficiënter dan het steeds tussendoordoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125828 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Wat mijn angst was, hoor ik nu eigenlijk ook van de Staatssecretaris: voorhet komende jaar wordt wat betreft de prijsstijgingen van de NS bij debegroting gezocht naar manieren om dit te kunnen matigen ofvoorkomen. Dat gebeurt eigenlijk elk jaar. Ik zou van de Staatssecretarisgraag horen of hij bereid is om het dit jaar op een structurele manier tedoen, zoals hij eerder heeft toegezegd. Wil hij voor de zomer in kaartbrengen wat ervoor nodig is om op een structurele manier ervoor tezorgen dat die treinkaartjes niet nog duurder worden?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik net aangegeven dat ik ook aan NS vraag hoe zij daarinvulling aan kunnen geven. Dat is los van het feit dat wij natuurlijk ookzelf continu in gesprek zijn en bekijken hoe wij daar een oplossing voorkunnen bedenken. Mijn voorkeur is dat het structureel is. Dat heb ik devorige keer en al meerdere keren aangegeven. Lukt het niet structureel,dan kijken we hoe het incidenteel kan. Het komt niet alleen van NSvandaan; wij kijken natuurlijk ook naar wat wij zelf kunnen vinden om hierinvulling aan te geven. Gisteren was nog de bespreking van de LandelijkeOV- en Spoortafel, waar alle vervoerders aan tafel zaten. Daar hebben wenatuurlijk ook uitgebreid over deze materie gesproken.De voorzitter:En het verzoek om dat voor de zomer aan de Kamer te doen toekomen, isdat haalbaar?Staatssecretaris Jansen:Ik heb net aangegeven dat het bij de begroting komt, dus in het najaar. Devraag aan de heer De Hoop is dan: wat wilt u precies van mij weten?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat het de Kamer helpt als wij voor de zomer van de Staatssecre-taris in kaart gebracht krijgen wat er nodig is om met een structureleoplossing te komen om die tariefstijging te voorkomen. Kan de Staatsse-cretaris dat op papier zetten voor de zomer?Staatssecretaris Jansen:Dat kan ik toezeggen aan de heer De Hoop.De voorzitter:Dank u wel.De heer Heutink (PVV):Het is goed dat de Staatssecretaris aan NS vraagt hoe zij zelf invullingkunnen geven aan het omlaaggaan van die tarieven. Dat kunnen we alleenmaar aanmoedigen. Tegelijkertijd schrijft de Staatssecretaris ook op in zijnbrieven dat mogelijkheden tot besparen of het maken van meer efficiën-tieslagen er niet zijn. Als de Staatssecretaris dat opschrijft, hoe denkt deStaatssecretaris dan nog in gesprek te kunnen met NS om vervolgens zelfinvulling te kunnen geven aan het verlagen van tarieven?Staatssecretaris Jansen:Dank aan de heer Heutink voor deze vraag. Het heeft inderdaad mogelijktot gevolg dat zal worden gekeken naar bijvoorbeeld verschraling van hetaanbod, als er niet op een andere manier geld kan worden gevonden. Hetmoet uit de lengte of uit de breedte komen; dat is de afweging diegemaakt wordt. Dat zijn we nu met NS aan het bespreken. We zijn ook zelfaan het kijken hoe wij daar een goede bijdrage aan zouden kunnenleveren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125829 Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoor de Staatssecretaris zeggen: het moet uit de lengte of uit de breedtekomen. In de brief waar de heer Heutink naar verwijst staat inderdaad: bijde NS valt niet veel meer te halen. We hebben net een aantal suggestiesgedaan. Ik heb de suggestie gedaan: kijk nou bijvoorbeeld eens naar diedeur-tot-deurdiensten. Dat is een dienstverlening van NS die niet per sehoort tot de kerntaak om mensen van perron naar perron te brengen. Daargaat veel geld in om, hebben we gezien. Er is dus echt nog veel aangelegen om ook dat soort dingen heel zorgvuldig en heel serieus teonderzoeken en als optie mee te nemen. Dat is ook letterlijk mijn vraag. Ikdenk dat u gaat zeggen dat u daarop terugkomt in het volgende blokje.Maar omdat nu al wordt gezegd dat het uit de lengte of uit de breedtemoet komen, weet ik al bijna zeker hoe er in het volgende blokje wordtgereageerd, dus ik geef het toch nog een keer mee. De vraag is dus: neemafstand van die taken die niet per se tot de kerntaken van NS behoren.Staatssecretaris Jansen:Ik hoor heel goed wat mevrouw Veltman namens de VVD vraagt.Inderdaad, ik kom daar in een ander blokje op terug. Ik zou het antwoorddat ik verder wil geven ook daar willen parkeren. Misschien verras ik upositief.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaat u volgens mij door met het volgende blokje, overtarieven.Staatssecretaris Jansen:Klopt, voorzitter. Een vraag van de heer Van Dijk van NSC: wordt er noggezocht naar structurele extra middelen voor de NS-tarieven bij Prins-jesdag? Ik heb volgens mij al meerdere keren betoogd dat we voor grotefinanciële opgaven staan, waarvoor bij de Voorjaarsnota helaas geenrijksbijdrage is gevonden. Naar alle waarschijnlijkheid zal dit bij Prins-jesdag even lastig zijn, dus ik wil geen verwachtingen scheppen die ik nietwaar kan maken. Ik ben op dit moment natuurlijk wel, zoals ik net alaangaf, met NS in gesprek om te kijken wat er wel mogelijk is. Maar ookhier geef ik wel degelijk de waarschuwing dat het er allemaal nietmakkelijker op is geworden.Nog een vraag van de heer Van Dijk, maar ook van mevrouw Veltman vande VVD: kan ik bevestigen dat ik een stijging van 12% van de prijs niet zalaccepteren? De gesprekken lopen. De lopende gesprekken gaan vooralover de opties waarmee de NS-tariefstijgingen kunnen worden gedempt,in ogenschouw nemend wat dat eventueel zou kunnen betekenen voor dedienstverlening, los van de andere opties die mevrouw Veltman netnoemde. Het kabinet streeft ernaar het gesprek met NS zo snel mogelijk afte ronden en de Kamer voor de zomer te informeren over de uitkomsten.Ik heb aangegeven dat ik meer dan 10% onacceptabel zou vinden. Daarsta ik nog steeds achter. Dat is de zoekrichting die ik voor ogen heb.Een vraag van mevrouw Veltman en de heer Heutink, PVV: heb ikvoldoende in beeld dat er geld gaat naar de commerciële tak van NS? NSvoert een strikt gescheiden boekhouding tussen concessieactiviteitenenerzijds en overige activiteiten anderzijds. Een andere koers op overigeactiviteiten, bijvoorbeeld door bepaalde taken op stations niet meer tedoen, leidt niet tot lagere tarieven op het hoofdrailnet. Ik snap natuurlijkwel de gevoelens in de Kamer daarover. Over de commerciële tarievenvan NS en de boekhouding gaat uiteindelijk de Minister van Financiën.Dat zijn echt twee gescheiden zaken die niet met elkaar vermengd zijn.Dan heb ik nog een vraag van de heer Heutink: geloof ik wat NS aangeeft,namelijk dat er geen efficiencytaken geschrapt kunnen worden? Bij degunning van de hoofdrailnetconcessie zijn met NS vergaande efficiencyaf-spraken gemaakt. Uit de externe validaties van de bedrijfsvoering van NSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125830 bleken geen aanvullende grote besparingsmogelijkheden zonder datdaarbij de operationele prestaties van NS in gevaar komen. NS heeft temaken met stijgende kosten, nog steeds achterblijvende reizigersaantallenen afspraken met IenW over aantallen treindiensten en kwaliteit. Op eengegeven moment is het maximum bereikt van wat je van NS zou kunnenvragen. Maar ik voer natuurlijk nog steeds wel die gesprekken over hetdempen van de tarieven, waarbij we wel de zorgvuldige afweging makenwat de consequentie daarvan is.Een vraag van mevrouw Veltman: hoe en wanneer ga ik de deur-tot-deuractiviteiten losweken van NS en vrijmaken voor de markt? Een van dehoofddoelen uit de concessie is het faciliteren dat reizigers zo optimaal endrempelloos mogelijk van deur tot deur kunnen reizen. Daarom moet NSook invulling geven aan het faciliteren van die reis van deur tot deur.Gemaakte afspraken over MaaS in de concessie zijn juist bedoeld om eengelijk speelveld te borgen. Daar zien we ook op toe.Een vraag van de heer Heutink, PVV. Het rapport van eConomics wijst uitdat ticketprijzen aan derden uitbesteden een besparing voor NS oplevert.Waarom neem ik dit niet serieus, was de vraag van de heer Heutink. Deverkoop van tickets behoort tot de kernactiviteiten van NS. NS is zelfopbrengstverantwoordelijk en zet er met zijn verkoopactiviteiten op in ommeer reizigers aan te trekken. Dat is ook van belang om financieel gezondte blijven.Nog een vraag van de heer Heutink: hoe ga ik de effecten van deBDU-korting opvangen? Zoals ik net al schetste, is er een grote rijksbredeopgave en is het bij de voorjaarsbesluitvorming helaas niet gelukt. Datneemt niet weg dat we hier nog wel volle bak op inzetten. Voor deontwerpbegroting 2026 hopen we met een oplossing te komen. Zoals iknet ook al aangaf richting de heer Hoop hebben we hier gisteren ook nogover gesproken aan de Landelijke OV- en Spoortafel. Het is on top ofmind, ook bij de regionale bestuurders en alle vervoerders die daarbijaanwezig waren.Een vraag van de heer De Hoop, GroenLinks-Partij van de Arbeid, over deOnderwegpas: kan ik aangeven wanneer deze wordt ingevoerd? Laat ik deheer De Hoop napraten: ik ben ook hartstikke blij met de uitkomst van hetkabinetsbesluit over de Onderwegpas en met het feit dat het kabinetmiddelen uit het eigen Klimaatfonds ter beschikking stelt. Tegelijkertijdzijn we ook afhankelijk van het honoreren van de Nederlandse aanvraagvanuit het Social Climate Fund. Dat is nog geen gelopen race, maar daarzijn we wel positief over. Uitsluitsel daarover krijgt Nederland uiterlijk innovember van dit jaar. Maar de NOVB-partijen zitten natuurlijk in detussentijd niet stil en zijn al druk aan de slag. We proberen in gezamen-lijkheid in te zetten op 2026. Dat is overigens ook de start van de looptijdvan het fonds.Een vraag van mevrouw Veltman: is er gekeken naar een bredereOnderwegpas die ook beschikbaar is voor de werkende middenklasse? Ja,er is naar gekeken. We hebben gekeken naar tickets voor iedereen, hetNL-ticket voor een vast bedrag per maand. Ik heb u over de verschillendealternatieven vorig jaar november geïnformeerd. De kosten daarvoor zijnzeer hoog, omdat vergroting van de doelgroep ervoor zorgt dat ditafgesnoept wordt van bestaande abonnementen en dat voor vervoerdersinkomstenderving betekent. Daarnaast is het Social Climate Fund vooralbedoeld voor mensen met een krappe beurs. Er is gekeken of met debeschikbare middelen een grotere doelgroep bediend kan worden,bijvoorbeeld 130% van het sociaal minimum, maar met het beschikbarebudget lukt dat helaas niet. Dat neemt niet weg dat doordat nu eengedeelte wordt gefinancierd uit de fondsen, en gemeenten wellicht ruimtekrijgen om het product op te plussen naar een grotere doelgroep. Maarvanuit ons hebben we het onderzocht en is dit de consequentie.Een vraag van mevrouw Vedder, CDA: kan ik inzicht geven in de gevolgenvan de bezuiniging? Ik waardeer enorm wat Rover heeft gedaan door ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125831 heel concreet aan te geven, want zo worden de gevolgen ook inzichtelijkvoor de reiziger. Maar dit zijn natuurlijk niet de definitieve gevolgen. Ditzijn interpretaties en inschattingen. Uw Kamer heeft mij dit ook al eerdergevraagd, in een motie van de heer De Hoop. Ook heb ik uw Kamer op1 april geïnformeerd dat decentrale overheden mij hebben aangegevenhoe dit op hoofdlijnen zal uitpakken. Om aan uw vervolgvraag en demotie van de heer De Hoop tegemoet te komen, moet ik eerst afwachtenwat er vanuit de partijen, vervoerders en decentrale overheden nog naarmij toe komt. Ik hoop u daarover na de zomer te kunnen informeren. Ennogmaals, ik heb die vraag gisteren ook aan de Spoortafel gesteld. Hethelpt namelijk enorm als wij dat inzichtelijk kunnen maken, ook tegenoverde Kamer.De laatste vraag in dit blokje is van de heer El Abassi van DENK, die netbinnenkomt, dus goede timing. Kom ik met een plan dat het ovbeschermt? Ik ben nog volop met NS in gesprek over de structureleoplossing voor de tarieven in 2026 en verder. Het zijn positievegesprekken omdat er een gezamenlijke wens is om eruit te komen. Maarze zijn natuurlijk ook complex. NS voert binnen de eigen organisatie alveel efficiëntiebesparingen door. Het streven is, zoals ik eerder al zei, omde Kamer voor de zomer van 2025 over de uitkomsten te informeren.Dat waren alle vragen in dit blok.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we als eerste naar de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Ik wil eerst terugkomen op dat rapport van eConomics dat stelt dat je239 miljoen euro kunt besparen als je het proces van de kaartverkoop nietmeer door NS zelf laat uitvoeren, maar door marktpartijen. De Staatsse-cretaris geeft aan dat dat niet ten goede komt van het besparen vanfinanciële middelen, omdat het verkopen van tickets een kerntaak is.Natuurlijk, ze moeten kaarten verkopen om hun treinen te kunnen latenrijden. Maar als blijkt dat er marktpartijen zijn die het proces van hetverkopen van kaartjes 239 miljoen euro goedkoper kunnen doen dan NSzelf, betekent dat per saldo dat we 239 miljoen euro minder bij NS hoevenneer te leggen. Dan is dat gewoon de besparing die we hebben. Dan moetde Staatssecretaris dat toch serieus gaan overwegen? Hier ligt een bakmet geld! We kunnen het door iemand anders laten doen, door marktpar-tijen. Misschien kunnen die ook wel meer kaarten verkopen dan NS zelfdoet. Dan moet hij die kans toch met beide handen aangrijpen?Staatssecretaris Jansen:Natuurlijk ben ik ook geïnteresseerd in dat soort besparingen. We voerendaar het gesprek over. Maar op dit moment zien wij niet die bedragen diein dat rapport genoemd worden. Wij zien niet dat die in zo’n omvang vrijzouden kunnen komen, maar het is natuurlijk een serieuze optie, die wijwel degelijk met elkaar bespreken.De heer Heutink (PVV):Dan hoop ik dat de Staatssecretaris ons in ieder geval kan toezeggen dathij dat rapport echt serieus gaat bestuderen en NS desnoods de opdrachtgeeft om te gaan kijken hoe de kaartverkoop overgelaten zou kunnenworden aan marktpartijen, aan derden. Als de Staatssecretaris zegt dat ergeen ruimte meer is om te besparen of dat hij geen besparingsmogelijk-heden meer ziet, terwijl wij zien dat de NS-directie nog steeds2 miljoen euro per jaar binnenharkt, dan vraag ik mij wel echt af wie hierwie voor de gek houdt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125832 Staatssecretaris Jansen:Volgens mij houdt niemand iemand voor de gek, laten wij daar heelduidelijk in zijn. Ik neem rapporten die ik onder ogen krijg altijd serieus.Die lees ik ook. De afspraken over de honorering van de NS-directie zijngemaakt met de aandeelhouder. Daar ga ik niet over. Dat is een gegevenwaar ik mee werk.Mevrouw Veltman (VVD):De Staatssecretaris refereert zojuist aan het doel dat de NS heeft, namelijkfaciliteren dat de NS-reiziger zo optimaal en drempelloos mogelijk vandeur tot deur kan reizen. Dat hebben we allemaal kunnen lezen in deartikelen van de concessie. Daar staat niet in dat de NS per se zelf dekaartverkoop moet doen. Mensen zo optimaal mogelijk van deur tot deurlaten reizen, kun je doen door op tijd te rijden, door te zorgen voor goedeaansluitingen, door samen te werken met derden en/of door een openmarkt de mogelijkheid te geven om werk te doen dat de NS dan niet zelfhoeft te doen. Er zijn vele mogelijkheden. Ik zou de Staatssecretariseigenlijk willen oproepen om zich niet te laten belemmeren door datartikel, maar dat artikel juist leidend te laten zijn om het beter te doen enhet aan de markt over te laten.Staatssecretaris Jansen:Ik zie wel degelijk ook de ruimte die er bestaat met betrekking tot datartikel. Dat is precies de reden waarom ik anderhalve maand of tweemaanden geleden heb gesproken met de MaaS-partijen en waarom ikhierover ook met NS van gedachten wissel. Ik wil namelijk ook weten hoewe uitvoering kunnen geven aan deze tekst die daarin staat. Het hoeft nietper se zo te zijn dat de NS dat doet. Het gaat erom dat de reiziger van deurtot deur zo optimaal mogelijk wordt gefaciliteerd. Volgens mij is datletterlijk wat er staat. Daar proberen wij uitvoering aan te geven, maar datkan op meerdere manieren.De heer El Abassi (DENK):Ik had de Staatssecretaris gevraagd naar concrete oplossingen. Ik dachtdat hij aangaf daar een antwoord op te geven. Eén. Hij was niet concreet.Wat de Staatssecretaris nu doet, is precies wat ik in de zin daaraanvoorafgaand had gezegd, namelijk problemen eindeloos vooruitschuiven.Hij geeft weer aan: we zijn in gesprek met NS. In gesprek gaan met NS isprima, maar wat wil de Staatssecretaris gaan doen? Wat gaat hij concreetdoen om het vervoer weer betaalbaar te maken? Dat is één.Het tweede – dat wil ik de Staatssecretaris ook meteen meegeven; danheeft hij dat punt ook – is dat de Staatssecretaris aangeeft dat het eenpositief gesprek is. Wij zijn allemaal gemaild door de NS. Ik zie hier nikspositiefs aan. NS is teleurgesteld. «Er is geen geld vrijgemaakt. We blijvenachterlopen op de inflatie. De treintickets worden duurder. We maken onszorgen.» Dit is toch geen positief gesprek?De voorzitter:Ik vind het wel lekker effectief, twee interrupties ineen. Ik moedig deandere leden aan om dat ook te doen. Dan maken we lekker tempo.Staatssecretaris Jansen:Laat ik beginnen met het tweede deel. Een gesprek kan positief zijn, maarhet resultaat dat daaruit komt, kan minder positief zijn. Zo bedoel ik mijnopmerking. Het zijn gewoon constructieve gesprekken, op een positievemanier, maar dat wil niet zeggen dat we er al uit zijn met elkaar. Danhadden we hier namelijk wel een ander verhaal neergelegd.Wat betreft het vooruitschuiven: ik heb heel duidelijk aangegeven dat hetniet gelukt is bij de Voorjaarsnota en dat we kijken of we richting hetnajaar wel met een oplossing kunnen komen. We zijn hierover in gesprekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125833 – dat heb ik net aangegeven en dat heb ik gisteren ook aan de Spoortafelgedaan – met alle openbaarvervoerpartijen, maar ook met bijvoorbeeldhet spoorgoederenvervoer. Ook daarmee hebben we gesproken over hoezij aankijken tegen de huidige situatie en tegen de langetermijndoelen diewe met z’n allen nastreven. We proberen hier op een goede manierinvulling aan te geven, maar ik moet ook tegen de heer El Abassi zeggendat ik hier niet van vandaag op morgen een oplossing voor heb. Dit vraagthelaas tijd. Dat betekent dat we regelmatig gesprekken hebben en dat wekijken hoe er toch op een bepaalde manier met dingen geschoven kanworden – misschien met middelen, misschien kan dat binnen onze eigenbegroting of misschien moeten we hiervoor naar het kabinet toe – zodatwe hier toch invulling aan kunnen geven.De heer El Abassi (DENK):Dan kan ik ook meteen mijn conclusie trekken, namelijk dat de Staatsse-cretaris het weer vooruitschuift. Geen antwoord op de vraag, maar weerin gesprek met de NS. Dat is één. Twee is dat hij aangeeft dat het positievegesprekken zijn. Positief? Ja, misschien voor de Staatssecretaris. Ja,misschien voor dit kabinet. Maar nee, niet voor de mensen. En nee, nietvoor NS. Dat blijkt duidelijk uit de mail.Voorzitter, ik heb wat dat betreft verder geen vragen.De voorzitter:Ik kijk even rond. Dan gaan we naar het volgende blokje: de Nedersak-senlijn en de Lelylijn.Staatssecretaris Jansen:Nee, ik ga verder met het blokje tarieven.De voorzitter:Sorry?Staatssecretaris Jansen:Nee, het blokje tarieven heb ik al gehad. Excuus. De stapel wordt kleiner.De voorzitter:Dat is precies de bedoeling. Gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:Ik begin met een vraag van de heer Van Dijk van NSC. Hij zegt dat hetbelangrijk is dat nu ook de schop de grond in gaat voor de Nedersak-senlijn. Zijn er nog hordes te nemen? Wat doet de Staatssecretaris daarconcreet aan? Wil hij bij het BOL afspraken maken over de start van deMIRT-verkenning? Wij zijn van plan zo snel mogelijk met de regio hetgesprek te voeren over de verkenning: wanneer kunnen we die starten?Wij willen de schop ook zo snel mogelijk de grond in krijgen, maardaarvoor moet de begroting zijn vastgesteld. Daarnaast willen we ookgoede afspraken maken met de regio. Ik zie trouwens ook een regionalebestuurder hier op de tribune zitten. Bij het BO Leefomgeving wil ikafspreken dat we uiterlijk bij het BO MIRT de startbeslissing nemen. Alszaken al eerder kunnen, zullen we dat natuurlijk niet nalaten. Dat is desituatie zoals die nu is.Nog een vraag van de heer Van Dijk: kan ik garanderen dat voor 2040 deeerste treinen rijden op de Nedersaksenlijn? Laten we in ieder gevalstellen dat de ambitie is om zeker voor 2040 de eerste treinen te latenrijden. Garanties kan ik nooit geven, want je weet nooit wat je tegenkomt,maar wij gaan alles op alles zetten om dit moment te kunnen halen. Watons betreft wordt het dus voor 2040.Nog een vraag van de heer Van Dijk. Nu is het volledige budget van deNedersaksenlijn gereserveerd. Loont het niet de moeite om toch ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125834 Europese cofinanciering te blijven zoeken? Kan ik aangeven of ik daar nogsteeds mee aan de slag ben? Zoals ik eerder heb aangegeven is Veendam-Emmen het deel waar de grootste kostenpost zit. Dat is geen onderdeelvan een trans-Europese transportnetwerkverbinding, iets wat wel eenvoorwaarde is voor Europese financiering. De kosten om aan het TEN-T tevoldoen zijn hoog. Ik zie hier voor de Nedersaksenlijn niet direct kansen.Voor de Lelylijn kijken we uiteraard wel naar de Europese financiering,maar dat was al eerder bekend.Nog een vraag van de heer Van Dijk. Wil ik nog steeds commitmentuitspreken met betrekking tot de Lelylijn en het masterplan? Heel simpel:ja, dat is er nog steeds. We gaan er gewoon mee aan de gang.Een vraag van Volt, mevrouw Koekkoek. Ben ik op de hoogte van desociaal-economische effecten van de Nedersaksenlijn en de Lelylijn enworden deze vergeleken? Ja, wij zijn zeker op de hoogte hiervan. Het is inde MIRT-onderzoeken uitgebreid onderzocht. Ik heb hierover overigensook in september vorig jaar een Kamerbrief gestuurd.Ik zeg in de richting van mevrouw Koekkoek dat er geen sprake is van eentoezegging vanuit Europa voor 30% van de aanlegkosten. Dit heb ik ooktoegelicht aan de heer Van Dijk in de beantwoording van de Kamervragen.Nog een vraag van mevrouw Koekkoek. Hoe ziet het tijdpad van derealisatie van de Lelylijn eruit? Het masterplan wordt op dit momentuitgewerkt. Ik heb in de Kamerbrief aangegeven dat we dit gedegen willendoen en dat we het masterplan in 2026 afronden. Er is zicht op minimaal75% van de financiering nodig voordat er gestart kan worden met eenMIRT-verkenning. Hierna volgen de planning- en studiefase en derealisatiefase. Wij blijven ons natuurlijk wel inzetten voor de totstand-koming van de Lelylijn voor 2050, zoals we al eerder hebben aangegeven.De heer Grinwis van de ChristenUnie vraagt wat ik vind van het gebruikvan de reservering Lelylijn voor de Nedersaksenlijn. Ik heb natuurlijk in deKamerbrief aangegeven dat ik denk dat wat er gebeurd is en wat wij alskabinet hebben vastgesteld begrijpelijk is. Het is begrijpelijk is dat wij totdat besluit zijn gekomen, maar het roept wel ambivalente gevoelens op bijde regio en ook hier in de Kamer. Enerzijds is er blijdschap omdat er eenverkenning wordt gestart voor de Nedersaksenlijn. Anderzijds is erteleurstelling over het grotendeels vervallen van de reservering voor deLelylijn. Ik begrijp dit. Aan de andere kant ben ik ook positief over het feitdat we zowel voor de Nedersaksenlijn als voor de flessenhals Meppelstappen hebben kunnen zetten.Een vraag van de heer Grinwis en de heer Van Dijk. Hoe ga ik de motie-Grinwis om tot een geloofwaardig pad voor financiering te komenuitvoeren? Deze motie is onlangs aangenomen. Ik ga ermee aan de slag.We hebben twee verschillende routes. Met de regio wordt een masterplanopgesteld en in dat masterplan worden onder andere de financierbaarheiden de mogelijke financieringsopties van de Lelylijn nader uitgewerkt. Deintentie is de uitkomst eind ’26 te presenteren. In het kabinet wordtgesproken over de uitvoedingsstrategie met betrekking tot wonen enbereikbaarheid. Ook hier zien wij kansen voor de Lelylijn. Hierover wordtuw Kamer kort na de zomer geïnformeerd. Daarmee zoeken we dus ookde verbinding met andere doelstellingen.Een vraag van de heer De Hoop, GroenLinks-PvdA, en mevrouw Veddervan het CDA. Hoe denken we dat de Europese Unie bereid is om investe-ringen te doen in de Lelylijn? De verwachting is dat ik hier stappen in zet.Volgens mij heb ik uitgebreid gereflecteerd op de Europese kansen inantwoord op de vraag van de heer Van Dijk en overigens ook van de heerEerdmans. Ik heb over dit onderwerp al meerdere keren gesproken met debetreffende Eurocommissaris, de heer Tzitzikostas. De Eurocommissarisheeft aan mij bevestigd dat de bijdrage vanuit Europa aanvullend is op denationale bijdrage en vooral bestemd is voor het grensoverschrijdendedeel. De 3 miljard is daarmee voor Europa nog niet voldoende. Hiervoor isook voor hen zicht nodig op het grootste deel van de aanlegkosten. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125835 internationale component zit daarnaast niet in de kostenherhaling voorGroningen-Lelystad. Daarbij zijn we afhankelijk van de nieuwe spelregelsin het Europees Meerjarig Financieel Kader, dat in 2028 pas wordtvastgesteld, inclusief de besluitvorming over het vervolg op een Europeesinfrastructuurfonds, CEF.Een vraag van mevrouw Vedder, CDA. Met betrekking tot Duitsland nemende kansen toe. Kan ik aangeven welke inspanningen het kabinet samenmet buitenlandse overheden gaat doen om financiering te regelen voor deLelylijn? Wij hebben zeer intensief contact gehad met het vorige kabinet inDuitsland over grensoverschrijdende verbindingen. Dat gaan we ook doenmet het nieuwe kabinet dat er nu is. Daarnaast hebben we ook overlegmet de verschillende Bundesländer aan de andere kant van de grens. Ik gagraag het gesprek aan, maar hoef dat wat mij betreft niet in een brief aanuw Kamer toe te zeggen zoals mevrouw Vedder mij vraagt. Wat mij betreftzijn die gesprekken gewoon standaard en komen ze regelmatig terug als ikdaar ben. Volgens mij ga ik zelfs nog deze maand of begin komendemaand naar Berlijn om onder andere weer daarover te praten.Een vraag van de heer Van Dijk, NSC. Kan de intercityverbinding en ookde hsl-verbinding richting Scandinavië onderzocht worden? Dit is in hetMIRT-onderzoek onderzocht. De internationale component zal zeker in hetmasterplan worden meegenomen in het perspectief over 100 jaar. Eenlanger tracé betekent natuurlijk wel extra kosten; het deel tussenGroningen en de grens is namelijk niet in de raming opgenomen.Een vraag van de heer Grinwis en mevrouw Vedder. Kunnen er met de100 miljoen extra voor Meppel nu al gauw extra treinen naar Groningengaan rijden? Bij Harderwijk was een reservering immers al voldoende omextra treinen te rijden. Is dat hier, al dan niet in een kwartierdienst, ookmogelijk? Ben ik bereid om dit in kaart te brengen? Ik ben blij met die100 miljoen extra, zoals ik net ook al aangaf. In het afgelopen BO MIRTconstateerden we dat er onvoldoende middelen zijn voor de aanpak vanoverwegen die nodig is voor frequentieverhogingen. Op dit moment looptde studie naar die overwegen. De resultaten worden na de zomer van2025 verwacht. Bij het BO MIRT van dit najaar kunnen we vastleggen hoede extra middelen het beste kunnen worden ingezet. Er is dus voorlopignog geen sprake van extra treinen naar Groningen, want daarvoor moetnog wel een aantal stappen doorlopen worden. We gaan de Kamer welbinnenkort een brief sturen over wat er bij Zwolle-Meppel allemaalgedaan gaat worden met dat geld.Een vraag van de heer Grinwis, ChristenUnie, over kapitaalvernietigingdoor een tijdelijk station in het noorden van Stadskanaal te realiseren. Wegaan met de regio het gesprek aan over het spoedig nemen van destartbeslissing van de verkenning Nedersaksenlijn. In die verkenning zalook aandacht zijn voor de juiste locatie van het definitieve station inStadskanaal. Ik ken overigens de voorkeur van de betreffende gemeentevoor Dideldom. Hier zal dus serieus naar gekeken worden. Echter, als ermet een tijdelijk station eerder een trein naar Stadskanaal gereden kanworden, pakken wij deze kans graag op, maar dit moet uiteindelijk uit deverkenning voor de Nedersaksenlijn blijken.Voorzitter. De laatste vraag. De heer Grinwis, ChristenUnie, vraagt hoeveelmiljoen er bij Prinsjesdag moet worden toegevoegd aan de reserveringvan de Lelylijn. Volgens mij hebben wij met elkaar tot in den treuregesproken over de 75% financieringsregel. Die ondersteun ik ook vanharte. Als ik de vraag van de heer Grinwis letterlijk neem, is voor deverkenning daarmee aanvullend minimaal 10 miljard nodig. Zoals ik ookaangaf, kijk ik in het masterplan naar de mogelijkheden om de Lelylijn tefinancieren. Daar komen we eind ’26 op terug.Dat was het, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125836 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vind dat de Staatssecretaris zelf nog wel meer stappen had kunnenzetten om de Lelylijn en de Nedersaksenlijn verder te brengen. Maar ikdenk dat de Staatssecretaris de afgelopen maanden wel heel nadrukkelijkbezig was met het goed houden van de contacten met Noord-Nederland.Dat is best wel lastig in een tijd waarin je niet veel geld hebt. Maar deStaatssecretaris moet het toch met mij eens zijn dat de manier waarop debesluitvorming in de Voorjaarsnota gebeurd is, niet meehelpt in de goedeverhoudingen om het regionale overleg verder te brengen? Hoe denkt deStaatssecretaris de relatie met Friesland en Groningen goed te houden?Wat is daarvoor nodig de komende periode? Is hij het met mij eens dat demanier waarop de deal tot stand is gekomen niet behulpzaam is? Wat gaathij doen om de verhoudingen daar te verbeteren de komende periode?Staatssecretaris Jansen:De wijze waarop het tot stand is gekomen, is voor mij een gegeven waarwe het met elkaar mee te doen hebben. We hebben het als kabinetomarmd, dus wij zijn hiermee aan de slag gegaan. Was dat lastig? Ja. Ikheb de laatste dag voor het meireces een gesprek gehad met de noorde-lijke vertegenwoordigers, de vijf commissarissen en de vijf gedepu-teerden. Zoals ik net ook heel duidelijk aangaf, was dat ook vanuit hunkant een ambivalent gesprek. Enerzijds was men blij dat er voor deNedersaksenlijn en de flessenhals Meppel middelen gereserveerd warenen dat daar stappen worden gezet. Anderzijds was er teleurstelling omdatdat betekent dat de Lelylijn lastiger is geworden en niet dichterbij isgekomen. Dus op die manier is het gesprek gegaan. Daar zat vanuit dekant van de noordelijke provincies inderdaad ook een stuk weifel enmisschien onbegrip over de manier waarop het gegaan is.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Helder. Dan een andere vraag. In het regeerakkoord staat volgens mij datde Lelylijn een stap verder gebracht zou moeten worden. Er staat niet «wegaan ’m realiseren deze periode», absoluut niet, maar er staat wel deintentie om ’m verder te brengen. Aan het begin van deze kabinetsperiodewas het 3,4 miljard; nu is er nog een paar honderd miljoen. Is deStaatssecretaris het met mij eens dat je alleen nog zou kunnen zeggen dathet regeerakkoord wordt uitgevoerd als er aan het einde van deze periodein ieder geval weer die 3,4 miljard ligt en het liefst nog een beetje meer?Want dan breng je het een stap verder. Is de Staatssecretaris het met mijeens dat anders het regeerakkoord eigenlijk niet is uitgevoerd?Staatssecretaris Jansen:Ik denk dat er in die pot niet per se 3,4 miljard hoeft te zitten. Ik denk weldat er zicht moet zijn. Volgens mij is onder andere het masterplan daarbijvan belang, want dat gaan we juist uitwerken om te kijken hoe we tochzicht kunnen houden op de realisatie van de Lelylijn. Daarmee pin ik meniet vast op die 3,4 miljard of meer aan het einde van deze periode, maarer moet wel zicht zijn op hoe het dan wél zou kunnen.Mevrouw Vedder (CDA):Wat vindt de Staatssecretaris hier eigenlijk van? Het is niet de Staatssecre-taris geweest die heeft besloten om dat geld weg te halen uit de pot voorde Lelylijn, maar het is wel de Staatssecretaris die dit moet repareren. Erligt namelijk ook geen belofte van de coalitiepartijen, die dat geld hebbenweggehaald, dat het uiteindelijk weer gerepareerd wordt. Nu staat deStaatssecretaris ervoor aan de lat om die geloofwaardigheid en datvertrouwen tussen de regio en de overheid weer te repareren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125837 Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik in december ook binnen de ministerraad gesprokenover hoe ik het voor ogen had. Vervolgens heeft de Kamer met unaniemestemmen mij de opdracht gegeven om dit niet te doen. Er waren alleenwel een tiental denkrichtingen. Die heb ik later ook verstrekt aan deKamer. Volgens mij was dat in het voorjaar. Daarin stond ook hoe ik hetvoor ogen had, namelijk geld lenen en tegelijkertijd kijken hoe je het weerkunt aanvullen. Dat is de manier waarop ik het altijd ben aangevlogen. Nuzitten we eigenlijk enigszins in dezelfde situatie, alleen is het niet door mijmaar door de onderhandelende partijen geïnitieerd. Nogmaals, wijhebben dit als kabinet vastgesteld en ik ga op deze manier daarmee aande gang.Mevrouw Vedder (CDA):Betekent dat dan ook dat de Staatssecretaris zich nog steeds hard gaatmaken voor dat tweede stukje van de oorspronkelijke constructie, zoals deStaatssecretaris die had voorgesteld, namelijk dat het dus niet alleen nugeld weghalen is, maar dat er ook een plan moet zijn om het weer aan tevullen?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij zijn wij in het masterplan juist aan het kijken hoe je zicht oprealisatie van de Lelylijn kunt bieden. Daar zullen alle opties weerlangskomen. Ik denk dat de optie die ik in december heb bedacht als eenvan de denkrichtingen ook een serieuze optie is.Mevrouw Vedder (CDA):Ik heb in de brief gelezen dat de verwachting is dat er eind 2026 meerbekend is over de financiering en de plannen rondom de Lelylijn. Ik vindanderhalf jaar echt verbijsterend lang. Kan de Staatssecretaris mijuitleggen waarom daar zo veel tijd voor nodig is en waarom dat nietsneller kan?Staatssecretaris Jansen:Omdat wij juist gedegen onderzoek willen doen en heel goed willen kijkenwelke mogelijkheden er zijn. Een voorbeeld daarvan is, zoals ik net ookzei, de Europese TEN-T-financiering. De volgende CEF is pas in 2028. Wekunnen ons daar dan pas op inschrijven. We gaan dus liever gedegen tewerk, want dan weten we zeker dat we in 2026 met een goed verhaalkunnen komen. Dat is niet te laat, omdat we daardoor dan niet, bij wijzevan spreken, Europese financiering zouden mislopen. Het geeft ons deruimte om in goed overleg, ook met de noordelijke regio, te kijken hoe wehier op de juiste wijze invulling aan kunnen geven.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan toch nog toch even over de hele Voorjaarsnota in het algemeen. Er isniet meer geld voor de BDU-gelden, de tariefstijgingen en hetstudenten-ov bij gekomen. Het geld voor de Nedersaksenlijn is bij deLelylijn vandaan gehaald. Er is ook geld naar andere infrastructuurpro-jecten dan het spoor gegaan. De facto is er dus een beetje extra bezuinigdop openbaar vervoer en spoor, omdat het geld ook naar Kornwerderzandis gegaan. Baart het de Staatssecretaris, die ook voor het openbaarvervoer en het spoor staat, geen zorgen dat er eigenlijk nog minder geld isvoor het ov, terwijl hij het al zo lastig heeft om alles te realiseren?Staatssecretaris Jansen:Het baart de Staatssecretaris met name zorgen dat wij het hartstikke lastighebben op alle verschillende begrotingen van het kabinet en dat allebewindspersonen tegen dezelfde structurele belemmeringen aanlopen,namelijk dat er onvoldoende middelen zijn om alle ambities die wijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125838 hebben te realiseren. Dat baart mij met name zorgen. En ja, daar heb ikdus ook last van.De voorzitter:Ik kijk nog even naar u, meneer Grinwis, want u stak net uw hand op.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, want ik heb nog wel een vraag. Het duurt dus nog wel een paar jaarvoordat duidelijk is hoe dat perspectief op de aanleg van de Lelylijnhelemaal hersteld kan worden. Wat is in de tussentijd dan de kwantita-tieve definitie van geloofwaardigheid en van een geloofwaardige aanpak?Hoeveel honderden miljoenen moeten er dan iedere Prinsjesdag van denieuwe jaarschijf in het Mobiliteitsfonds worden toegevoegd aan dereservering voor de Lelylijn?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij kunnen we allemaal rekenen. Zoals ik net heb gezegd, is hetstreven nog steeds 2050. We zitten nu in 2025. Dan kan je precies zienhoeveel geld er jaarlijks nodig zal zijn. Maar de heer De Hoop vroeg: moeter aan het einde van deze kabinetsperiode weer minimaal 3,4 miljard inzitten? Ik zei het net al in mijn beantwoording: als er zicht is op finan-ciering van het totale project, dan ben ik ook heel tevreden. Volgens mij isiedereen dan heel gelukkig. Het hangt er voor mij niet van af wanneer hetgeld daadwerkelijk beschikbaar is, of dat dit jaar is of volgend jaar ofmisschien wel uitgesmeerd over 25 jaar.De heer Grinwis (ChristenUnie):Met dat laatste antwoord kun je weer alle kanten op. Is de inzet van deStaatssecretaris om bij de begroting voor het Mobiliteitsfonds, die opPrinsjesdag wordt aangeboden aan de Kamer, boven op de reguliereindexatie in ieder geval extra middelen uit de nieuwe jaarschijf van hetMobiliteitsfonds toe te voegen aan de reservering voor de Lelylijn? Danheb ik het niet over hoeveel miljoen dat dan is, maar de geloofwaar-digheid is volgens mij echt gebaat bij een toevoeging aan die reserveringvoor de aanleg van de Lelylijn, ook bij de aanstaande begroting. Dat moetje doen als je het echt geloofwaardig wil kunnen uitleggen. Anders is hetgewoon praten, praten, praten. En praatjes vullen geen gaatjes.Staatssecretaris Jansen:Ik heb volgens mij aangegeven dat het masterplan waarmee we opverzoek van de Kamer aan de gang zijn gegaan, eind volgend jaarbeschikbaar is. Dan gaan wij kijken of het geloofwaardig is wat wij daarinhebben meegenomen, ook qua financieringsmogelijkheden.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aangekomen bij ... O, mevrouw Koekkoek heeftook nog een interruptie.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ja, want ik zit aandachtig te luisteren naar de antwoorden. De geloofwaar-digheid is wel cruciaal als het gaat over financiering, zowel voor Europaals voor de stappen vanuit Nederland. Ik vraag me dus wel af of wegeloofwaardig blijven als we steeds zeggen «we willen dit», maar hetvervolgens weer uitstellen. De Lelylijn is begonnen als de Zuiderzeelijn.Dat was honderd jaar geleden. Op enig moment gaat iemand, of dat nouiemand in Europa is of een van de partners in Nederland, zeggen: dat dingkomt er toch nooit. Ik wil de Staatssecretaris vragen om een reflectiedaarop. Hoe blijft dit geloofwaardig en hoe krijg je, ook als je met eenmasterplan komt, de handen nog op elkaar, ook in Europa?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125839 Staatssecretaris Jansen:Ook de Lelylijn stond in het hoofdlijnenakkoord. Ook de Lelylijn staat inhet regeerprogramma. Wij gaan daar dus geloofwaardig mee aan de slag.Ik heb het net gehad over de volgende gelden met betrekking tot de CEF.Als die weer komen, is dat in 2028. Rekening houdend met de termijnendie ik net noemde, met het masterplan dat eind 2026 komt, zitten we dusnog prima op een lijn daarmee en wordt het niet ongeloofwaardig. Alleenmoeten we natuurlijk wel de tijd nemen om gedegen te kijken wat ermogelijk is en hoe we dat het beste kunnen vormgeven. Daar hebben wehelaas gewoon tijd voor nodig.Mevrouw Koekkoek (Volt):Daarom begon ik ook over de Zuiderzeelijn. Er is al best wel veel tijdgenomen voor de Lelylijn. Het vorige kabinet heeft geld gespaard endaarmee geloofwaardigheid opgebouwd. De Staatssecretaris zegt nu: hetstaat in het hoofdlijnenakkoord en dus is het geloofwaardig. Als jedaarmee naar Brussel gaat, denk ik niet dat het heel veel indruk maakt alsje daar zelf geen potje geld tegenover zet, sterker nog, als je laat zien datje de pot die gespaard was net volledig hebt leeggetrokken. Nederlandheeft een slechte reputatie als het gaat over TEN-T en op tijd inschrijven.Wij laten dus Europees geld op de plank liggen. Daarom vraag ik deStaatssecretaris: hoe blijft het geloofwaardig? Dan wil ik eigenlijk nietverwezen worden naar het hoofdlijnenakkoord, want ik geloof gewoonniet dat dat mensen in Brussel overtuigt als we net het potje hebbenleeggetrokken.Staatssecretaris Jansen:Misschien overtuigt het u dat ik hier al meerdere malen over gesprokenheb met de Eurocommissaris en dat ik binnenkort weer dat gesprek methem zal voeren. Dat blijf ik doen, iedere keer opnieuw, net zolang tot wijdit voor elkaar krijgen. Alleen, ik zeg ook het volgende. Ik hoorde de heerVan Dijk net al praten over 30%. Ik vind dat heel optimistisch, kijkend naarhet verleden, toen het 8% tot 10% was. Ik vind 30% dus erg optimistisch.Dat is de waarschuwing die ik net al gaf. Aan de andere kant werd er ineen discussie onderling net gesproken over defensie-uitgaven. Misschienschept dat wel meer ruimte, maar dat weet ik niet. Dat is iets waar we dekomende tijd zelf nog naar moeten kijken. We moeten kijken hoe deEuropese Commissie hier zelf mee omgaat. Dat zou inderdaad meerkunnen betekenen. Maar ik ga er nog steeds van uit dat 8% tot 10%realistisch is, omdat het verleden ons dat leert.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dan nog een opvolgvraag daarover. Ik hoorde de Staatssecretaris devorige keer ook zeggen dat hij in gesprek is met de Eurocommissaris. Watzijn nou de concrete acties of richtingen waar dan naar gewezen wordt?Een gesprek vindt volgens mij altijd plaats. Een gesprek kan luchtverplaatsen zijn. Een gesprek kan ook zijn: ik hoor wat u zegt, Nederland,bij monde van de Staatssecretaris, en als Eurocommissaris verwacht ikdan op een gegeven moment, in augustus, in september, I don’t know, diten dit terug van Nederland. Zijn er op dat niveau richtingen en concreteacties die de Staatssecretaris hier kan delen?Staatssecretaris Jansen:Niet zo concreet, maar dat komt ook doordat ik over meerdere onder-werpen spreek als ik met de Eurocommissaris praat. We hebben bijvoor-beeld ook contact over de HRN-concessie en de procedure die gestart is.Zo zijn er meer onderwerpen.De voorzitter:Dan zij we echt toe aan marktwerking. Dat is een kort mapje, zie ik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125840 Staatssecretaris Jansen:Dat is inderdaad een mooi bruggetje, voorzitter.Ik heb vragen gekregen van de heer De Hoop en mevrouw Koekkoek, dusvan GroenLinks-Partij van de Arbeid en Volt, en overigens ook vanmevrouw Veltman van de VVD. Er zijn diverse vragen gesteld over dejuridische procedures inzake de HRN-gunning. Wat onderneem ik om tevoorkomen dat de Europese Commissie naar het Hof stapt? Welkestappen zijn al gezet? En hoe houden we de Kamer op de hoogte?Nederland heeft op 12 februari het met redenen omklede advies van deEuropese Commissie ontvangen. Dit is een volgende stap in de ingebreke-stellingsprocedure die de Europese Commissie in 2023 tegen Nederland isgestart in verband met de gunning van de HRN-concessie 2025–2033. Hetantwoord op dit met redenen omklede advies heeft Nederland op 11 aprilschriftelijk bij de Europese Commissie ingediend. Die stukken in deinbreukprocedure zijn wel vertrouwelijk. De Kamer kan dus wel vertrou-welijk inzage krijgen. Zo kan zij het met redenen omklede advies inzien.Maar ik kan het niet openlijk delen met de Kamer.Mevrouw Veltman van de VVD vroeg of ik wel gemotiveerd ben om opentoegang mogelijk te maken. Ik kan zeggen: ik ben van huis uit liberaal, dusja, ik ben daar zeker in geïnteresseerd. Open toegang biedt volgens mijkansen voor reizigers, zoals nieuwe treindiensten en nieuwe verbin-dingen. De brief gaat wel degelijk uitgebreid en gedetailleerd in op hetkunnen bieden van meer ruimte en zekerheid voor open toegang. Devoorstellen daartoe zijn onderdeel van de herziening van de regel voor decapaciteitsverdeling. Zo verhoogt IenW met de wijziging van het besluitcapaciteitsverdeling het minimumbedieningsniveau voor internationaletreinen. We werken wat dat betreft nauw samen met ProRail. Maar inessentie: ja, ik ben zeker gemotiveerd, omdat ik zelf ook geloof dat opentoegang mogelijkheden biedt.Dan was er nog een vraag van mevrouw Veltman. Kan er een markton-derzoek gedaan worden naar een toekomstige marktordening spoor? Datheeft meer te maken met in de juiste volgorde de juiste stappen zetten.Het kan mogelijk zijn op een later moment. Nu een marktanalyseuitvoeren voor de periode na 2033, zonder dat voor vervoerders duidelijkis binnen welke marktordening ze komen te opereren, levert geenbetrouwbare beslisinformatie op. We moeten dus eerst weten welkemarktordening we willen, welke treindiensten daarbij horen, hoe decapaciteit verdeeld wordt en hoe we publieke belangen daarbij borgen.Daarvoor laten we nu gedegen onderzoek uitvoeren. We hebben nog geenuitsluitsel over de opties. De Kamer wordt daar overigens bij betrokken.Daarna kunnen we bepalen welke vorm een marktanalyse kan hebben inde verschillende varianten. De daadwerkelijke uitvoering van eenmarktanalyse kan dus plaatsvinden nadat het kabinet een besluit heeftgenomen over de toekomstige marktordening. Het streven is om dat in2026 te doen.Dan nog een vraag van mevrouw Veltman. Kunnen systeemtakenovergaan van NS naar ProRail? Naar de uitvoering van systeemtakenwordt gekeken in het onderzoek naar de toekomstige marktordening. Ditonderzoek loopt nog. Het is dan ook te vroeg om hier nu uitspraken overte doen. Wij informeren u later dit jaar over de uitkomsten van hetonderzoek.Nog een vraag van mevrouw Veltman. Wanneer gaat gewerkt worden metkaderovereenkomsten, zodat vervoerders investeringen kunnen doen? Ikheb het ontwerpbesluit capaciteitsverdeling in februari bij uw Kamervoorgehangen. Daarin heb ik een eerste stap gezet om ervoor te zorgendat ProRail de mogelijkheid heeft om kaderovereenkomsten binnendeelmarkten aan te bieden. Mijn ministerie onderzoekt de komende tijdsamen met ProRail de mogelijkheden om kaderovereenkomsten breder tekunnen toepassen in de Nederlandse context. Er moet namelijk wel goedTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125841 in kaart worden gebracht wat de impact is van die brede toepassing vande kaderovereenkomsten, ook in relatie tot concessievervoer.Dan nog een vraag van de heer De Hoop. Dat is de laatste in dit mapje.Waarom is de inspraak van consumentenorganisaties bij opentoegangver-voerders niet goed geregeld? De adviezen van consumentenorganisatieszijn natuurlijk waardevol en worden ook door de vervoerders zekergewaardeerd; dat heb ik gisteren nog gehoord. Maar het verplichtraadplegen van consumentenorganisaties door opentoegangvervoerderspast niet goed bij het vrijwillige karakter van opentoegangsdiensten. Ikbegrijp wel de wens tot inspraak vanuit consumentenorganisaties. Wewerken dan ook aan het opzetten van een periodiek overleg waarinonderwerpen rond open toegang worden besproken. Wij zullen consu-mentenorganisaties daar actief bij betrekken.Dat was de laatste, voorzitter.Mevrouw Veltman (VVD):Ik heb voornamelijk vragen over de marktanalyse. Een van de redenen datde Europese Commissie de infractie richting Nederland is gestart, is dat ergeen marktanalyse is gedaan voorafgaand aan de huidige hoofdrailnet-concessiegunning. Dat is één. Twee. Op het moment dat je iets wil kunnenvertellen over de potentiële marktordening vraagt het erom dat je weetwat de markt te bieden heeft om op die manier, met een markt, treinen tekunnen laten rijden op het spoor in Nederland. Ik vind het dus echt deverkeerde volgorde. Ik hoor de Staatssecretaris net zeggen dat het eenandere volgorde is. Ik denk dat de volgorde juist moet zijn dat je eerst eenanalyse maakt van wat de markt te bieden heeft op dit vlak en dat je daneen oordeel geeft, met alle mitsen en maren en interessante punten dienog verder onderzocht moeten worden, over hoe de marktordening ophet spoor eruit zou moeten zien. Ik wil dus vragen om daar nog even op tereflecteren, net als op de vraag of de Staatssecretaris dan niet de angstheeft dat hij weer door de Europese Commissie zal worden aangesproken.Dat is eerder juist gebeurd vanwege het ontbreken van de marktanalyse.Staatssecretaris Jansen:Ik denk dat de volgorde die ik net aangaf in essentie wel correct is en dathet de juiste volgorde is om zaken in werking te zetten. Dat betekent ook,zoals ik net aangaf, dat we eind 2026 uitkomen bij de situatie die mevrouwVeltman graag zou willen. Ben ik bang dat de Europese Commissie onsweer op de vingers tikt? Ik denk het niet. Wij zijn er namelijk nog steedsvan overtuigd dat wij ook met de huidige procedure uiteindelijk gelijkzullen krijgen, want hetgeen wij hebben aangeleverd heette geenmarktanalyse, maar het had wel dezelfde waarde als de marktanalyse. Wijzijn er dus van overtuigd dat we gelijk krijgen bij de Europese Commissie,maar uiteindelijk gaan we dat zien als ze de stap naar het Hof gaat zetten.Maar wij zijn er nog steeds van overtuigd dat wij het goed hebbengedaan.De voorzitter:Volgens mij zijn we toe aan het blokje hogesnelheidslijn. Gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:Dat zijn minder vragen, voorzitter.Ik heb een vraag van mevrouw Koekkoek en van mevrouw Veltman. Welkemaatregelen moeten er genomen worden om de viaducten te herstellen?Hoe realistisch zijn de raming en de planning die zijn afgegeven doorProRail? Er wordt gezocht naar een oplossing. Dat vraagt per viaducthelaas om maatwerk. Voor een van de viaducten, namelijk het viaductZuidweg, wordt naast het herstel van constructiefouten ook gewerkt aanhet herstel van de aardebaanverplaatsingen. Hieraan wordt nu al gewerkt.Zoals in de technische briefing is toegelicht door ProRail, verwachten weTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125842 in 2026 te horen hoe de overige viaducten aangepakt kunnen worden. Ikzal de Kamer dan ook informeren zodra er een duidelijk tijdpad is, maar ikzal dat ook doen zodra er een duidelijke kostenraming is, want wat ProRailvan de week in de technische briefing heeft vermeld, was een ruweinschatting.Dan heb ik een vraag van de heer Heutink en de heer Van Dijk. Hoe ga ikervoor zorgen dat we de hsl-problematiek snel kunnen verhelpen? Hoezorgen we dat dit geen financiële strop wordt, zoals bij ERTMS? Zoals iknet aangaf, voert ProRail op dit moment onderzoek uit naar het herstel enkomt het met een ruwe kosteninschatting. De exacte kosten zijn dus ooknog niet bekend. Het herstel van de viaducten is dus ook complex.Daarom maken we gebruik van de MIRT-systematiek. Dat doen we omzorgvuldig het probleem, de mogelijke oplossingsrichtingen en hetvoorkeursbesluit te bepalen en uit te werken. Zo houden we met elkaargrip op de te maken afwegingen en de kosten. De verwachting is dan ookdat de MIRT-systematiek niet tot vertraging zal leiden.Dan kom ik bij de laatste vraag in dit blokje, van de heer De Hoop,mevrouw Koekkoek en mevrouw Veltman. Kan ik toezeggen dat hetbudget geen vertraging van het herstel van de hsl mag opleveren? Zoalsgezegd ontbreekt een exacte inschatting nog. ProRail geeft in een ruweinschatting aan dat het gaat om enkele honderden miljoenen. Er is vooreen deel van het herstel geld beschikbaar, maar nog niet voor de volledigeopgave. Zodra er een definitieve kostenraming beschikbaar is, zal deKamer hier ook over worden geïnformeerd.De voorzitter:Kijk eens aan. Dat was een mooi snel blokje. Ik kijk nog even of dat vragenoproept. Ik hoor de heer De Hoop zeggen dat het sneller was dan de hsl.Maar we hebben nog een groter blok over. Dat is het blok overig ofdiversen, dus daar gaan we snel mee door. Gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:Het laatste blokje.Ik heb een vraag van de heer De Hoop en mevrouw Veltman. Waarom hebik minder KMar-capaciteit voor de Eurotrein beschikbaar gesteld? De inzetvan de Koninklijke Marechaussee is overigens een aangelegenheid vanhet Ministerie van Asiel en Migratie. Ik ben samen met de Minister ingesprek met Eurostar over de huidige situatie. Gezamenlijk kijken we ooknaar de toekomstige mogelijkheden, waaronder bijvoorbeeld de inzet vaninnovatieve oplossingen. Denk aan eGates. Er zijn afspraken gemaakttussen de KMar en Eurostar over de inzet van mensen. Daar houdt deKMar zich op dit moment zeker nog aan. Er is dus geen sprake van minderinzet. Voor de periode vanaf 2026 zijn Eurostar en de KMar nog in gesprekom tot nieuwe afspraken te komen, maar het is niet zo dat er nu isafgeschaald.Dan kom ik op een vraag van mevrouw Koekkoek van Volt. Welkemiddelen zet de Staatssecretaris in om de nachttrein Amsterdam-Barcelona te ontwikkelen? Het betreft hier een pilot van de EuropeseCommissie om internationale verbindingen te verbeteren. De initiatief-nemer van de deze pilot, European Sleeper, trekt dit project. VanuitNederland, België, Frankrijk en Spanje zijn overheden en infrabeheerdershierbij betrokken. Op dit moment wordt gewerkt aan de puzzel rondom dezogeheten treinpaden. Daar draagt Nederland aan bij evenals ProRail. Wijwerken aan de visie internationaal spoor als uitwerking van het regeerpro-gramma en nemen daar de positie van de nachttreinen ook in mee.Dan was er nog een vraag van mevrouw Koekkoek. Hoe moet mevrouwKoekkoek de topprioriteiten TEN-T en ERTMS zien in relatie tot hetschrappen van middelen en in het licht van minder middelen voor deLelylijn? Volgens mij ben ik al op het laatste deel ingegaan. De vastge-stelde richtlijnen voor het TEN-T-netwerk zijn absoluut nog prioriteit. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125843 implementatie van ERTMS en het mogelijk maken van 740 metertreinenzijn hier onderdeel van. De middelen voor ERTMS en de 740 blijvengewoon beschikbaar. Voor de TEN-T-aanpak in den brede maken wesamen met ProRail een implementatiestrategie. Het doel is om dezeimplementatiestrategie aan het eind van 2025 beschikbaar te hebben omvanuit deze strategie plannen en prioritering vast te kunnen stellen.Nog een vraag van mevrouw Koekkoek: hoe zie ik de rol vanAmsterdam-Zuid in het internationale spoornetwerk? Amsterdam-Zuidmoet inderdaad een belangrijk knooppunt worden in het internationaalvervoer. Ik ben daar overigens maandag op werkbezoek geweest. Eenderde perron is een belangrijke randvoorwaarde om het aantal interna-tionale treinen verder te laten groeien. Momenteel loopt de plan- enstudiefase voor het derde perron. Overigens is dit misschien ook eenaanrader voor een werkbezoek van de commissie.Een vraag van de heer De Hoop en de heer Pierik, van GroenLinks-PvdArespectievelijk BBB, was hoe het ervoor staat met de spoorlijnen die nietgeëlektrificeerd zijn. Hoe zit het pad tot 2050 eruit? De uitfasering van dedieseltreinen kent heel veel voordelen. Laten we daarmee beginnen.Daarom hebben wij deze ontwikkeling ook opgenomen in het klimaatplandat de Kamer recent heeft ontvangen. Ik zie daarbij dat het slim is om hetstapsgewijs aan te pakken. Het ideale moment is wat ons betreft wanneerde concessie en de treinen vernieuwd moeten worden. Die momenten zijner richting 2050 ook. Die hebben we samen met de regio’s heel goed inbeeld. Daarom bekijken we met de regio’s wanneer dit aan de orde is enwat er nodig is om die stap te maken.Een vraag van de heer Pierik was of er in de begroting geld gereserveerdis voor het uitfaseren van de dieseltreinen. Hoe wil ik mijn eerderetoezegging dan realiseren? Welke mogelijkheden zie ik? Ligt er al eenplanning? De heer Pierik vroeg aanvullend of er geld gereserveerd is voorhet uitfaseren van de dieseltreinen. Vóór de financieringsvraag komt devraag op wat de beste oplossing is voor de resterende dieseltrajecten. Hetis dus volgordelijk. In Noord-Nederland is dat nu als eerste aan de orde.Daarom ben ik nu met de regio op een rij aan het zetten wat de besteoplossing is en wat er nodig is om daar te komen. In het BO MIRT eind ditjaar verwacht ik met hen over de bevindingen te kunnen spreken.De vraag van mevrouw Koekkoek heb ik al gehad. Zij stelde een vraagover de 740 metertreinen en de middelen.De vraag van mevrouw Veltman was of de NS er klaar voor was om rondde jaarwisseling 1.600 treinen te laten rijden? Eind 2023 is de nieuweconcessie aan NS gegund. Medio 2024 heeft de NS de dienstregelinguitgebreid met 1.600 extra treinen. Dat is volgens mij heel mooi voor debereikbaarheid van heel Nederland. Dus, ja, NS was hier klaar voor.De heer Grinwis en de heer Pierik, van de ChristenUnie en van BBB,zeiden dat er gewoonweg vaker overdag gewerkt zal moeten worden.Erken ik dat, hoe vervelend dat ook is? Hoe wil ik daarmee omgaan, wasde gestelde vraag. Ik denk inderdaad dat dit terecht is. De komende jarenzal inderdaad meer overdag en ook doordeweeks aan het spoor moetenworden gewerkt. Hinder is daarbij helaas onvermijdelijk, maar werkzaam-heden zijn wel in het langetermijnbelang van zowel reizigers als verladers.Het beperken van hinder door een optimale dienstregeling bij werkzaam-heden en het verbeteren van de informatievoorziening zijn belangrijkeonderdelen van het verbeterprogramma Betrouwbaar Beter. ProRail moeteen gedeelte van de door mij opgelegde boete voor de prestaties op dehsl in 2023 besteden aan een betere informatievoorziening.De heer Pierik vroeg of ecologische onderzoeken eenvoudiger kunnenworden gemaakt en of er een realistische afweging kan worden gemaakttussen ecologie, tijd, kosten, veiligheid en economisch potentieel.Werkzaamheden aan het spoor kunnen inderdaad leiden tot verstoringvan het leefgebied van beschermde soorten. Daarom moet ProRailvoorafgaand aan de start van een project ecologisch onderzoek doen enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125844 soms ook maatregelen treffen en een vergunningstraject doorlopen.Binnen de EU-wetgeving is de ruimte om processen te versnellen of tevereenvoudigen wel beperkt. De ruimte die er is, wordt ook benut. Dat ditin de praktijk voor dilemma’s kan zorgen, dat herken ik en moet ik ookerkennen. Hierover loopt er nog overleg tussen ProRail, RVO, IenW enLVVN.Een vraag van de heer Grinwis was: welke structurele verbeteringen voorde Zeeuwse reiziger liggen er op tafel om onderzocht te worden? Hoestaat het met extra treinen conform het pakket Wind in de zeilen? Sindseind 2021 rijdt er een intercity Vlissingen-Rotterdam. Dit levert twintigminuten reistijdwinst op voor de Zeeuwse reiziger. Daarnaast levert eensnelle overstap op Rotterdam vanaf eind 2025 nog extra tijdwinst op vanen naar Schiphol en naar Amsterdam-Zuid. In 2025 is als onderdeel vanWind in de zeilen gestart met het uitzoeken van de haalbaarheid van eenvierde trein in Zeeland. Van belang daarbij zijn onder meer de routeoptiesen de verwachte reizigersaantallen. Via de reguliere voortgangsrappor-tages van Wind in de zeilen zal de Kamer hierover worden geïnformeerd.Er is nog een vraag van de heer Grinwis, maar ik neem eerst even eenslokje water.De heer Grinwis vraagt hoe het staat met de uitvoering van zijn motieover het ERTMS-proefbedrijf in Zeeland. Hoe gaat de hinderbeperkingeruitzien? We spannen ons met de spoorsector en de Zeeuwse partijenmaximaal in om de hinder door het proefbaanvak zo veel mogelijk tebeperken. We hebben ook afspraken gemaakt met Zeeland over hetmaatregelenpakket voor hinderbeperking en verbetering van de betrouw-baarheid. De maatregelen worden momenteel verder uitgewerkt door despoorsector samen met de Zeeuwse partijen. Aangezien het testen enbeproeven op zijn vroegst 2029 zal beginnen, hebben we hier volgens mijnog tijd voor. We zijn er echter wel al mee bezig, zeg ik tegen de heerGrinwis.Dan was er nóg een vraag met betrekking tot Zeeland. Zeeland heeft zosnel mogelijk duidelijkheid nodig met betrekking tot de spoorveiligheids-proef. Hoe staat het met het baanstabiliteitsonderzoek? Na het verhelpenvan de verzakking op de Zeeuwse lijn heeft ProRail vervolgonderzoekgedaan. Vorige maand is het onderzoeksrapport opgeleverd. ProRail werktmomenteel aan een plan om de baanstabiliteit daar structureel teverbeteren. De eerste stappen zullen volgend jaar en het jaar daarop algenomen worden.Dan is er nog een vraag van de heer Grinwis, namelijk die over deMeterenboog. De aanleg van de spoorbrug bij Meteren gaat voor meergoederentreinen en dus meer overlast zorgen, met name in de nacht.Trillingsplaatjes op de spoorbruggen halveren de geluidsoverlast.Hiervoor is 20 miljoen nodig. Ben ik bereid om hierover in gesprek te gaanmet de regio om te zien hoe we dit bedrag samen op tafel kunnen leggen?Het werk aan de Meterenboog is inderdaad inmiddels gestart. ProRail treftop de corridor Meteren-Boxtel de wettelijk verplichte maatregelen. Er iszo’n 15 miljoen ingezet voor bovenwettelijke maatregelen, onder anderetegen geluid. IenW doet zo met de regionale partners veel aan hinderbe-perking, al begrijp ik natuurlijk wel dat hiermee niet alle overlast en hinderbij omwonenden wordt weggenomen. In contact met de regio heeft IenWdit ook uitgelegd. Maar er is dus wel 15 miljoen voor bovenwettelijketaken.Een andere vraag van de heer Grinwis was: hoe staat het met de nieuwebeleidsuitwerking spoorveiligheid die toegezegd was? De opvolger van deBeleidsagenda spoorveiligheid 2020–2025 wordt uiterlijk begin 2026opgeleverd. Daarvoor wordt ook het overwegenbeleid tegen het lichtgehouden. Punten die opgehaald zijn bij Rover en vervoerders wordenhierin meegenomen. Er zullen meer gesprekken zijn met sectorpartijen,ProRail en wegbeheerders. Deze punten zijn met de Kamer gedeeld in deVoortgangsbrief spoorveiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125845 Voorzitter, dan de laatste vraag. Die is van mevrouw Veltman van de VVD.Ben ik van mening dat ik voldoende maatregelen heb ondernomen om deveiligheid in het ov te vergroten? Naast de maatregelen die ik in mijn briefvan 11 februari aan de Kamer heb gemeld, zijn er momenteel nieuweinitiatieven in voorbereiding, zoals de bodycams voor de NS-conducteurs,compensatie voor extra beveiliging rond station Maarheeze, subsidie aanProRail voor extra camera’s en de toegang voor ov-boa’s tot het rijbewijs-register. Daarnaast zal ik binnenkort samen met de Minister van JenVreageren op de aanbevelingen uit het rapport Handhaven in het ov. Hierinkomt ook de samenwerking tussen de RET en de politie Rotterdam overgegevensuitwisseling aan de orde. Het gaat daarbij om toegang tot degegevens van de politie. JenV en IenW hebben met RET en de politieverschillende gesprekken gevoerd om duidelijkheid te krijgen over dejuridische kaders. Het streven is om de schriftelijke reactie op dit rapportuiterlijk in juni aanstaande te verzenden.De voorzitter:Nou, het tempo zat er goed in. Daar ben ik, als uw voorzitter, blij mee. Ikkijk even naar de heer Pierik en dan komen we ook nog bij mevrouwKoekkoek en de heer Grinwis. Allereerst de heer Pierik. Gaat uw gang.De heer Pierik (BBB):Dank voor de antwoorden van de Staatssecretaris. Ik ben blij dat hij dedieseltreinen heel graag wil uitfaseren. Ik moet zeggen dat de antwoordendie op vragen daaromtrent kwamen niet heel concreet waren. Ik wileigenlijk graag een overzicht van het tijdpad van het uitfaseren vandieseltreinen op welke trajecten. Eigenlijk wil ik ook weten wanneer wenou afscheid nemen van de laatste dieseltrein die er in Nederland rijdt.Staatssecretaris Jansen:Ik snap de vraag. Ik heb natuurlijk geschetst: tot 2050. Richting de heerPierik van BBB kan ik wel toezeggen dat ik, zodra ik met de regio’s meerduidelijkheid heb over het tijdpad, dit zal delen met de Kamer. Ik kan hierdus geen tijd aan verbinden, omdat ik niet precies weet wanneer we dieinformatie ter beschikking hebben. Ik kan het echter wel op die maniermet de Kamer delen.De heer Pierik (BBB):Maar gebeurt dat nog dit jaar? Ik wil toch een beetje weten wanneer ik datkan verwachten.Staatssecretaris Jansen:Daarvoor ben ik ook afhankelijk van de noordelijke partijen, in dit geval.We hadden het er net over dat het daar het eerste wordt ingezet. Ik kan nuwel een datum noemen, maar als we die niet kunnen waarmaken, stel ik uook teleur. Laat ik zeggen dat ik in elk geval zo snel mogelijk duidelijkheidgeef over wanneer ik hierop kan terugkomen. Ik kan daar nu geenvastomlijnd antwoord op geven.De heer Pierik (BBB):Misschien moeten we daar dan toch nog wat ander werk van maken. Ikheb nog een andere vraag. De Staatssecretaris had het ook over ecolo-gisch onderzoek en het verkorten van de procedures, en zei dat er overlegplaatsvindt tussen ProRail, IenW en het Ministerie van LVVN. Kan deStaatssecretaris ons informeren over de gesprekken die daar plaats-vinden? Wat voor impact hebben die? Wat leveren die gesprekken op?Staatssecretaris Jansen:Zodra wij daar iets over te melden hebben, zal ik dat delen met de Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125846 De voorzitter:Meneer Pierik, uw laatste interruptie.De heer Pierik (BBB):Misschien kunnen we toch een toezegging krijgen van wanneer we datdan ongeveer kunnen verwachten?Staatssecretaris Jansen:We zijn met drie ministeries in gesprek. Laat ik zeggen dat ik daarop voorhet najaar bij u terugkom. Dat geldt trouwens ook voor de opmerking dieik net maakte. Bij het BO MIRT-debat kan ik daarop terugkomen, want danheb ik meer informatie voor u beschikbaar over de uitfasering.De voorzitter:Eerst is mevrouw Koekkoek aan de beurt. Dit is haar laatste interruptie.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik heb een vraag over station Zuid. De Staatssecretaris gaf aan dat hij daarop werkbezoek is geweest; nou, ik ook. Het werd me toen wel duidelijk dater natuurlijk wel een hap geld is weggenomen. Wanneer komt dat terug?Dat is de vraag. We kunnen het wel allemaal in woorden steunen, maar ophet moment dat de daden achterblijven, wordt het heel onzeker of hetecht doorgang gaat vinden. Deze vraag stel ik ook, omdat er een rode lijnblijkt te zijn: de komende jaren moeten we veel financiële keuzes gaanmaken. We hebben net gezien hoe het met de Lelylijn is gegaan. Ik vraagde Staatssecretaris dus hoe hij dit ziet. Want ik hoor zijn woorden, maarwelke daden volgen?Staatssecretaris Jansen:Wij hebben met de regio afgesproken dat wij daar bij het BO MIRT van2026 op terug gaan komen. Dan kan ik duidelijkheid daarover verschaffen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik heb twee vragen. De eerste vraag gaat over de dieseltreinen, in vervolgop collega Pierik. Kan de Staatssecretaris in de informatie die hij aan deKamer doet toekomen, ook duidelijk maken dat zijn plan om dieseltreinenuit te faseren, tijdig zal zijn, namelijk voordat de nieuwe concessieperiodeingaat? Dat is natuurlijk het logische moment. De nieuwe concessiepe-riode gaat in het Noorden in 2035 in. Dan wil je niet, lopende deconcessie, nog eens allerlei dure kapitaalvernietiging met ombouwope-raties gaan doorvoeren.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij gaf ik net aan dat we juist kijken naar de volgende tweecomponenten: het concessie-einde en het einde van de levensduur van dehuidige treinen. Waar mogelijk proberen we natuurlijk te combineren. Hetkan dus zijn dat we de concessie tijdelijk verlengen om ervoor te zorgendat we op de einddatum van de trein uitkomen om te voorkomen dat erdubbele uitgaven worden gedaan.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat is ook een goede oplossing bij de Waddenveren Oost, maar datterzijde. De kracht zit hem altijd in de herhaling.Mijn andere vraag gaat over de spoorbrug bij Meteren. Ja, de bovenwet-telijke maatregelen en die 15 miljoen waar de Staatssecretaris het overheeft, kloppen, maar die zien met name op maatregelen in de buurt vanVught. Als de intensiteit op de stalen spoorbruggen toeneemt, dan nemende geluids- en trillingsoverlast enorm toe. Die trillingsplaatjes zouden danenorm kunnen helpen. In algemene zin wordt hier met financiëngewapperd en gezegd: we doen al heel veel. Point taken! Daar ben ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125847 dankbaar voor, maar is er geen opening bij de Staatssecretaris om tochnog eens even met de regio in gesprek te gaan, omdat het issue weldegelijk gaat toenemen? Mijn vraag is dus: ga alstublieft met de regio ingesprek, omdat het tracé verder reikt dan alleen station Vught.Staatssecretaris Jansen:In gesprek kan ik altijd gaan, maar ik wil op voorhand geen verwachtingenwekken. Een gesprek kan altijd plaatsvinden. Dan kunnen we kijken wat ermogelijk is en of dat noodzakelijk is.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat is mooi.De voorzitter:Nee, uw interrupties zijn op!De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik wilde alleen vragen of de Staatssecretaris in de BO MIRT-brief kanterugkomen op hoe het gesprek is verlopen.Staatssecretaris Jansen:Ik denk dat ik daar inderdaad aan kan voldoen. Ik moet even kijken hoemijn agenda is, maar volgens mij is dat te realiseren.De voorzitter:Mevrouw Veltman heeft ook een laatste interruptie.Mevrouw Veltman (VVD):Ja, ik heb een laatste interruptie. Ik heb ook nog een onbeantwoordevraag, maar ik denk dat we daar straks nog even op komen. Mijn vraaggaat over de capaciteit van de Koninklijke Marechaussee op de UKterminal in Amsterdam. Ik had begrepen dat die helemaal niet achteruit-gegaan is ten opzichte van de afspraak, alleen is de nieuwe UK terminalnatuurlijk gebouwd om een groter aantal reizigers te bedienen. Ik hebbegrepen dat dat ook het uitgangspunt was om de UK terminal überhauptte kunnen gebruiken. Daar kan namelijk de check van meer reizigers inbehandeling genomen worden. Dat kan nu dus niet, omdat daar nu geenextra KMar-personeel is. Het gevolg is dat er nu treinen richting Londenvertrekken waarvan een deel leeg is. Dat vind ik nou echt jammer, wantalle partijen zijn er volgens mij van uitgegaan dat de UK terminal isgebouwd voor meer capaciteit bij het verwerken van reizigers. Daar gingmijn vraag over.De voorzitter:U had het over een onbeantwoorde vraag. Kunt u dat even toelichten?Dan ronden we dat gelijk af.Mevrouw Veltman (VVD):Ja, maar ik ben bang dat die wel op het vorige blokje betrekking zoukunnen hebben. Maar ik weet het niet, want de vraag is niet beantwoord.De voorzitter:Maakt niet uit. Noemt u de vraag maar.Mevrouw Veltman (VVD):Of ik heb het antwoord gemist! Ik heb gevraagd hoe om te gaan metsysteemtaken. Mijn voorstel is eigenlijk dat we ervoor moeten zorgen datde reisinformatie, de toegang tot stations en de poortjes overgaan van deNS naar ProRail, zodat dit echt onafhankelijk beheerd wordt en andereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125848 vervoerders daar ook makkelijker gebruik van kunnen maken in het kadervan open toegang.De voorzitter:Ik zie hier zelfs een toezegging staan daarover, dus volgens mij is dievraag beantwoord.Mevrouw Veltman (VVD):Excuus, dan heb ik dat antwoord gemist.Staatssecretaris Jansen:Ik zal het zo nog even opzoeken, maar dit zat bij mij in de stapel.De voorzitter:We zullen die toezegging straks gewoon voorlezen.Staatssecretaris Jansen:De eerste vraag ging over de KMar-inzet. Het klopt inderdaad dat deverbouwing juist langere treinen en meer passagiers tot doel heeft gehad.Op dit moment is de situatie alleen zo: elke verkochte kaart betekent dat ereen passagier in de trein plaatsneemt. Als de trein niet helemaal vol is,dan komt dat doordat er niet meer tickets zijn verkocht. Het is niet zo datmensen moeten blijven staan, omdat de trein moet vertrekken. Dat is niethet geval.De voorzitter:Oké. Dank u wel. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de eerstetermijn van de kant van het kabinet, van de Staatssecretaris. We gaangelijk door met de tweede termijn van de kant van de Kamer. Iedereenkrijgt daar ruim anderhalve minuut voor. Het verzoek is om binnen die tijdte blijven. Dan gaan we het debat netjes op tijd afronden. Ik geef graag hetwoord aan de heer De Hoop van GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Allereerst vraag ik graag een tweeminutendebat aan.Verder bedank ik de Staatssecretaris voor zijn antwoorden, ook voor detoezegging dat hij in kaart gaat brengen wat er structureel nodig is omprijsstijgingen van NS in het najaar te doen voorkomen.Verder maakt mijn fractie zich echt ernstige zorgen over de deal die bij deVoorjaarsnota gesloten is. Dat zit ’m in meer dan alleen het feit dat deLelylijn leeggeplunderd is. Dat zit ’m er ook in dat er nog geen oplossingis gevonden voor de BDU-gelden, voor de tariefstijgingen, voor dewederom dreigende verschraling in de provincies en voor de studenten-ov-kaart. Dat betekent gewoon dat de wereld voor steeds meer mensenop een afstand komt te staan, qua werk en studie. Dat is heel erg zorgelijk.Ik vind echt dat er meer nodig is de komende periode. Wij gaan dus onsbest daarvoor doen en ik hoop dat de Staatssecretaris aan dezelfde kantvan het touw trekt.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Heutink? Nee. Mevrouw Koekkoek, heeft u behoefteaan een tweede termijn?Mevrouw Koekkoek (Volt):Ja, kort, voorzitter. Dank. En uiteraard ook dank voor de beantwoording.We hebben het hier wel vaker over spoor. Ik wil wel meegeven dat ik merkdat er heel vaak dingen vooruitgeschoven worden. We hebben hetuitgebreid over de Lelylijn gehad, dus dat ga ik niet herhalen. Ik hoor deStaatssecretaris voor een aantal belangrijke zaken nu verwijzen naar 2026.Er is een aantal zaken opgenomen in het hoofdlijnenakkoord die gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125849 over grensoverschrijdend vervoer, bijvoorbeeld Twente-Münster. Dit soortdingen komen niet van de grond als we continu zeggen: er ligt nog eenpotje geld en dit kunnen we daaruit halen. Spoor is ingewikkeld, omdatspoor langetermijnadem nodig heeft. En die ontbreekt op dit moment indit kabinet. Daarom begon ik mijn inbreng met: we missen vaak kansen.Dat moet en mag echt anders. Ik hoop echt dat dit kabinet vanaf augustusandere keuzes maakt. Niet alles kan morgen, juist niet wat betreft spoor,maar we verdienen zo veel beter en we missen ook economische kansen.Ik hoop van harte dat de Staatssecretaris dit meeneemt, want de wereldligt aan je voeten, maar dan moet je wel vandaag een beslissing daarovernemen en er niet meer op terugkomen.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Dank, voorzitter. Ik heb de Staatssecretaris erover horen spreken dat hijgraag serieus bekijkt of de deur-tot-deurdienstverlening op een anderemanier zou kunnen worden uitgevoerd dan nu gebeurt. Ik wil vragen of hijdaarover terug kan rapporteren, ook in het kader van de zoektocht naareen structurele oplossing voor de tarieven van de NS.Ik wil ook graag weten wanneer concreet bij met kaderovereenkomstengewerkt kan gaan worden. Ik hoor de Staatssecretaris zeggen dat hijdaarover in overleg is. Op welke termijn gaat dat lukken?Tot slot ben ik allereerst blij met alles wat de Staatssecretaris doet aanveiligheid in de trein. Dank daarvoor. Het is echter toch wel een beetjeteleurstellend dat de brief over de ID-check weer drie maanden later komt.Toen ik net in de Kamer kwam, werd er gezegd: de problemen gaan weoplossen en over drie jaar spreken we u weer. Daar ben ik toen erg vangeschrokken. Ik hoop dat de Staatssecretaris hier echt alles aan doet. Ikhoop dat hij niet alleen een brief stuurt, maar dat hij het probleem nogvoor de zomer gaat oplossen.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Vedder.Mevrouw Vedder (CDA):Voorzitter. Ik was begonnen met het uitspreken van mijn blijdschap overde voortgang op de Nedersaksenlijn en de oplossingen voor deflessenhals Meppel. Ik heb ook benoemd waar voor mij de pijn zit. Die zit’m voor mij vooral erin dat ik zie dat het steeds moeilijker wordt voor depolitiek om langjarige besluiten te nemen voor toekomstige generaties,voor de toekomst van Nederland. En als er in het verleden wel besluitengenomen zijn, sneuvelen die alsnog ten bate van kortetermijncadeautjes.Dat baart mij echt wel zorgen.Tot slot wil ik nog een oproep doen. Het onderzoek van Rover gaf een paarschrijnende voorbeelden, bijvoorbeeld van studenten die niet meer bijhun opleiding kunnen komen. Ik wil de Staatssecretaris echt op het hartdrukken om dit soort signalen serieus te nemen en om daar waarbezuinigingen niet ongedaan gemaakt kunnen worden, in ieder geval allesop alles te zetten – van die kreet houdt deze coalitie – om dit soortschrijnende ongelukken in ieder geval zo goed mogelijk te voorkomen.De voorzitter:Dank u wel. De heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ik ben blij dat de Staatssecretaris alles op alles wil zetten– om het zo maar even te noemen – om de dieseltrein uit te faseren. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125850 ook goed om te horen dat hij dat gefaseerd wil doen en dat hij kijkt naarde concessies, de levensduur van treinen enzovoort. Laten we vooral geengeld over de balk gooien. Ik ben benieuwd hoe het plaatje eruit gaat zien.Ik wacht af hoe het kostenplaatje en de budgetten die hiervoor nodig zijneruit gaan zien. Ik wacht dus met spanning de antwoorden hierover vande Staatssecretaris af.De voorzitter:Dank u wel. De heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter. Het tweeminutendebat is al aangevraagd. Dat betekent dat weweer een moment hebben om de Kamerleden op weg te helpen en om deStaatssecretaris op pad te sturen. Wij zullen tijdens het tweeminutendebatmet moties komen om wellicht dit kabinet en daarmee het land te helpen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank aan de Staatssecretaris. Ik vind het toch altijd knap dat hijbij zo veel problemen op het spoor monter blijft antwoorden. Omdat ikeven een andere verplichting had, kan het zijn dat ik een antwoord hebgemist, maar ik heb volgens mij geen antwoord gehoord op de vragenover station Dideldom. Wel? Dan spijt het me. Ik ga het terugluisteren.Voor de antwoorden over de dieseltreinen dank ik de Staatssecretaris. Ikroep hem echt op tot flinke inspanningen – en dan niet alleen metbetrekking tot het Noorden, maar ook met betrekking tot de dieseltreinenop de lijn in het midden van het land die ik noemde. Die hoort er ook bij.Ik roep de Staatssecretaris ook op om het woord «geloofwaardigheid»geloofwaardig te houden als het gaat om de voortgang op de Lelylijn enhet toevoegen van middelen aan de reservering die zo is leeggeroofd.Ten slotte, voorzitter. De Staatssecretaris maakt het punt dat iederebewindspersoon worstelt met krapte op zijn begroting. Er is echter weliets aan de hand. De Raad van State legde daar bij het commentaar op deVoorjaarsnota ook al de vinger bij. Nederland geeft als land consumptiefveel uit, maar doet te weinig op het vlak van investeringen. Binnen dekaders die er zijn, worden deels dus gewoon de verkeerde keuzesgemaakt. Mijn inzet zal zijn om de IenW-begroting te voorzien van meermiddelen, omdat het belangrijk is om voor de toekomst van ons land teblijven investeren. Dat zou de Staatssecretaris als muziek in de orenmoeten klinken. We doen nu gewoon te weinig. Daar hebben we nu alspijt van, maar over tien of twintig jaar, als we ergens stilstaan omdat ergeen treinen komen of omdat we in de file staan, hebben we daar spijtvan als haren op ons hoofd, als ik die dan nog heb. Dat vind ik echt ...De voorzitter:Wat u niet meer heeft, is spreektijd.De heer Grinwis (ChristenUnie):... wel spijtig. Hiermee besluit ik mijn betoog. Dit gaat wel consequentieshebben, ook als we de begroting gaan behandelen in dit najaar. Maar, oké,dat is een schot voor open doel.De voorzitter:Dank u wel. We sluiten de tweede termijn van de kant van de Kamer enschorsen voor een enkel moment, zodat de Staatssecretaris zich kanvoorbereiden op de beantwoording. Ik zie dat er al hard gewerkt is aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125851 gele briefjes met antwoorden op een aantal vragen die zijn gesteld in detweede termijn. Blijft u dus allen hier, want wij zetten het debat zo voort.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik heropen dit debat. We gaan verder met het commissiedebat Spoor. Wezijn aangekomen bij de tweede termijn van de kant van het kabinet. DeStaatssecretaris is er helemaal klaar voor, verzekerde hij mij net. Gaat uwgang.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. De heer De Hoop van GroenLinks-Partij van de Arbeidmaakt zich ernstig zorgen over de besluitvorming met betrekking tot deVoorjaarsnota. Ik deel zeker een groot deel van zijn zorgen, meer in debrede context. Niet alles zal tegelijkertijd mogelijk zijn. Ik heb vandaag ookal gezegd dat ik me daar wel voor blijf inzetten. Met andere woorden, ookop het moment dat bepaalde zaken uit het hoofdlijnenakkoord lastiger zijngeworden, ga ik er gewoon mee door. Dat heb ik volgens mij in mijneerste debat al aangegeven. Ik voer gewoon het hoofdlijnenakkoord uit enzal stappen blijven zetten, als ik daar mogelijkheden toe zie.Dan kom ik bij de twee vragen van mevrouw Veltman. De eerste was:wanneer kan ProRail werken met de nieuwe kaderovereenkomsten? Dat ishelaas nog niet precies te zeggen. Ook ProRail ziet nog wat haken enogen. In het najaar kan ik u informeren over de stand van zaken. Dan krijgtu iets meer duidelijkheid daarover.De tweede vraag van mevrouw Veltman ging over deur-tot-deurdienstverlening anders insteken en daarover rapporteren. Dat neemik zeker mee in de brief over de demping van de NS-tarieven die ik deKamer zal toesturen.Dan was er nog een vraag van mevrouw Vedder van het CDA. Zij spreekter ook haar zorgen over uit dat er op de lange termijn niet gepland kanworden. Wij blijven steeds de afweging maken tussen wat nu nodig is omhet verschil te maken en wat op lange termijn nodig is om de reizigers ookin de toekomst goed te kunnen blijven bedienen. Ik deel natuurlijk wel dezorgen van mevrouw Vedder dat het steeds lastiger wordt om dieafwegingen met elkaar goed te kunnen maken.De heer Grinwis voerde een pleidooi voor meer middelen op deIenW-begroting. Ik moet dit bijna omarmen en zien als een enormeaanmoediging. Ik ondersteun dit van harte, voorzitter, zeg ik namens hetkabinet.De voorzitter:Ik zie zo’n beetje de hele commissie knikken wat dat aangaat. MeneerGrinwis, kijk eens aan!Dank u wel. Dat was het einde van de tweede termijn van de kant van hetkabinet. Dat betekent dat we richting het einde van dit debat lopen, maarniet voordat we de administratie op orde hebben gebracht. We lopen alleseven langs. Allereerst is er door de heer De Hoop van GroenLinks-Partijvan de Arbeid een tweeminutendebat aangevraagd.Ook zijn er een aantal toezeggingen gedaan.–De Staatssecretaris zegt toe in kaart te brengen hoe een structureletariefstijging te voorkomen en komt hier voor de zomer per brief aande Kamer op terug. Dat was een toezegging aan de heer De Hoop.–De Staatssecretaris zegt toe de Kamer in een brief voor de zomerinzicht te geven in de gevolgen van de bezuinigingen. Dat is eentoezegging aan mevrouw Vedder.–De Staatssecretaris zegt toe met de NS in gesprek te gaan overtarieven en hoe verder te gaan, en de Kamer voor de zomer 2025 teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125852 informeren. Dat is eigenlijk een toezegging aan meerdere leden, dusaan de commissie.–De Staatssecretaris zegt toe met de NS in gesprek te gaan over detarieven en hoe verder te gaan.Misschien moeten we dit iets ... Dit gaat over de NS-tarieven.–De Staatssecretaris zegt toe voor de zomer de Kamer te informerenover hoe de middelen voor Zwolle-Meppel worden ingezet. Dat is eentoezegging aan de leden Grinwis en Vedder.–De Staatssecretaris zegt toe de uitkomst van het Masterplan Lelylijneind 2026 met de Kamer te delen. Dat is een toezegging aan decommissie.–De Staatssecretaris zegt toe later dit jaar de Kamer te informeren overhet marktonderzoek of systeemtaken van NS naar ProRail overgegevenkunnen worden. De vraag is even wanneer. Dat is een toezegging aanmevrouw Veltman.Gezegd wordt hier: in het najaar.Mevrouw Veltman (VVD):Nu lopen twee verschillende dingen door elkaar. Het ene gaat overdeur-tot-deurdienstverlening. Het andere gaat over systeemtaken waaropentoegangvervoerders en NS gebruik van moeten maken, namelijk detoegangspoortjes en de reisinformatie. Het is prettig als ik op beide eentoezegging kan krijgen, natuurlijk.De voorzitter:Ik kijk naar de Staatssecretaris, want dit gaat over het tweede deel. Daar iseen toezegging op gedaan tijdens het debat. Oké, we noteren de tweedetoezegging ook, dus voor de deur-tot-deurtaken.Staatssecretaris Jansen:Deur-tot-deur: voor de zomer. De systeemtaken: najaar.Mevrouw Veltman (VVD):Nou begrijp ik ook waarom ik ’m gemist had. Dat was dus omdat het eenbeetje door elkaar liep.De voorzitter:Dan hebben we ze toch uit elkaar gezet in twee toezeggingen. De laatstetoezegging.–De Staatssecretaris zegt toe de Kamer voor het najaar, na het BO MIRT,te informeren over het uitfaseren van de dieseltreinen en de andereuitkomsten van het BO MIRT. Dat wordt dus bij het BO MIRT gevoegd.Staatssecretaris Jansen:Dat is in aanloop naar het notaoverleg MIRT.De voorzitter:Ja. Dat is een toezegging aan onder anderen de heer Pierik en de heerGrinwis.Ik kijk even rond. Volgens mij heb ik alle toezeggingen gehad; momentje,hoor. We hebben er nog eentje verborgen zitten hier, maar alles wordthier wel genoteerd, dus wat dat aangaat missen we niks. Er is nog eenlaatste toezegging.–De Staatssecretaris zegt toe de Kamer in het najaar te informeren overde nieuwe kaderovereenkomst ProRail. Dat is een toezegging aanmevrouw Veltman.Kijk! Dan hebben we alles gehad, denk ik. Ik wil de Staatssecretaris en deambtelijke ondersteuning hartelijk danken voor hun komst en de inzet inhet debat. Dank aan de leden en niet in de laatste plaats aan iedereen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125853 dit debat op de publieke tribune of op afstand heeft gevolgd. We zijn aanhet einde gekomen van dit debat. Ik sluit dit commissiedebat Spoor. Danku wel.Sluiting 16.25 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 125854

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0cb6947032ef609a

14 okt 2026 · 7ee914610a67947e

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingSpoor
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 15 mei 2025, over Spoor

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.