KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Reactie op verzoek commissie over concrete actie m.b.t. het onderzoek over effecten van behandelingen en medicatie op vrouwen (Kamerstuk 31765-912)

19 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d88de11c3411e74a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 765Kwaliteit van zorgNr. 946 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 19 september 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 7 april 2025 over dereactie op verzoek commissie over concrete actie m.b.t. het onderzoekover effecten van behandelingen en medicatie op vrouwen (Kamerstuk31 765, nr. 912).De vragen en opmerkingen zijn op 26 mei 2025 aan de Staatssecretarisvan Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van19 september 2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-31765-946ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9461 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie6II.Reactie van de Staatssecretaris7 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van deMinister op verzoek van de commissie over concrete actie m.b.t. hetonderzoek over effecten van behandelingen en medicatie op vrouwen enhebben hierover geen aanvullende vragen en/of opmerkingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van debrief van de Minister over concrete acties met betrekking tot hetonderzoek over effecten van behandelingen en medicatie op vrouwen. Zijzouden allereerst willen zeggen dat zij blij zijn dat er aandacht is voorvrouwen en hun gezondheid. Er is helaas nog te weinig kennis over enonderzoek naar problemen die vrouwen hebben, zoals bijvoorbeeldendometriose, Polycysteus Ovarium Syndroom (PCOS) en overgangspro-blemen. Ook worden vrouwen nog steeds te vaak niet serieus genomenop het moment dat zij problemen hebben met hun gezondheid of zorgenhebben over hun gezondheid. Genoemde leden zijn daarom erg blij dathet Erasmus Medisch Centrum, The Netherlands Women’s HealthResearch & Innovation Center heeft geopend. Daarnaast zijn er ook nogandere instituten en organisaties die zich bezighouden met vrouwenge-zondheid en onderzoek daarnaar. Kan de Minister een overzicht aanle-veren van welke onderzoeksinstellingen, ziekenhuizen, instituten, etc. inNederland zich bezighouden met vrouwengezondheid en onderzoekdaarnaast? Kan daarbij ook worden toelichten om welke activiteiten ditgaat?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Minister steedsmeer activiteiten ziet plaatsvinden in het veld. Kan de Minister eenoverzicht aanleveren van alle activiteiten die momenteel plaatsvinden metbetrekking tot vrouwengezondheid en onderzoek daarnaar? Welke rolheeft het kennisprogramma van ZonMw tot nu toe hierin gehad? Kan deMinister ook reflecteren op de effecten die dit heeft op het maatschappe-lijke dialoog en het bewustzijn omtrent vrouwengezondheid?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat in de richtlijnen voorgeneesmiddelenontwikkeling is opgenomen dat effecten van sekseonderzocht moeten worden bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmid-delen. Dit vinden zij ook belangrijk. Zij zien echter ook dat niet alleengeneesmiddelen een ander effect kunnen hebben, maar ook bepaaldeziektebeelden en aandoeningen, met als gevolg dat vrouwen niet tijdig deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9462 juiste diagnose ontvangen. Zo zien we dat hartproblemen, maar ookautisme en AD(H)D zich anders presenteren in vrouwen ten opzichte vanmannen. Welke maatregelen neemt dit kabinet om meer bewustzijn tecreëren over de wijzen waarop aandoeningen zich anders kunnenpresenteren in vrouwen ten opzichte van mannen? Daarnaast is er ook ergweinig bekend over mentaal welzijn bij vrouwen en ervaren vrouwen vaakdat zij niet serieus genomen worden als zij hulp proberen te krijgenhiervoor. Hoe reflecteert de Minister hierop? Hoe kijkt de Minister naar hetfeit dat vrouwen in hun leven bijna twee keer vaker de diagnose van eendepressieve stoornis krijgen ten opzichte van mannen? Deelt de Ministerde mening dat het van belang is dat er goed onderzoek wordt verrichtnaar het mentaal welzijn van vrouwen en de genderverschillen in mentalegezondheid? Welke rol ziet de Minister voor zichzelf in het aanjagen vanonderzoek naar oorzaken voor genderverschillen in mentale gezondheid?Welke stappen gaat de Minister zetten om de genderverschillen op hetgebied van mentale gezondheid te verkleinen en de effectiviteit vanbehandelingen binnen de jeugd-GGZ te verbeteren en voor meisjes in hetbijzonder? Hoe kijkt de Minister naar het feit dat op de basisschool hetpercentage leerlingen met emotionele problemen ruim twee keer zo hoogis bij meisjes als bij jongens (33% ten opzichte van 14%) en in hetvoortgezet onderwijs zelfs ruim drie keer zo hoog (44% ten opzichte van13%)? Welke concrete maatregelen neemt de Minister om bijvoorbeeldhet taboe rondom postpartum depressie en psychose te verminderen enom vrouwen voor te lichten over de opties voor hulp bij postpartumdepressie en psychose?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich tevens zorgen dat ernog onvoldoende aandacht is voor preventie en genderverschillen hierin.Zo is er bij vrouwenvoetbal meer kans op blessures en lopen voetballendevrouwen vaker een hersenschudding op bij koppen dan mannen. Dezeleden maken zich ernstig zorgen over het feit dat bij preventie, in hetbijzonder bij sport en het maken van sportmaterialen, vaak het mannelijkelichaam als uitgangspunt wordt genomen. Hierdoor wordt er vaak nietgoed rekening gehouden met vrouwen en dit kan negatieve gevolgenhebben. Is de Minister voornemens om onderzoek met betrekking totvrouwen en sport te stimuleren? Zo ja, op welke concrete wijze zal zij ditdoen? Op welke wijze worden vrouwen en trainers momenteel ingelichtover de risico’s op sportblessures, met name blessures waar vrouwen eengrotere kans op hebben, zoals bijvoorbeeld kruisbandletsel? Op welkemanier wordt er bewustzijn gecreëerd over blessurepreventie-oefeningendie de kans op veel voorkomende blessures bij vrouwen verkleinen? Opwelke wijze zou de Minister het gebruik van deze oefeningen kunnenstimuleren bij sportclubs?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook zorgen over debeschikbaarheid en toegankelijkheid van betrouwbare informatie overanticonceptie voor vrouwen. Zo hebben deze leden eerder aandachtgevraagd voor de opeenstapelende problemen bij het Ballerine-spiraaltje.Genoemde leden vinden het verschrikkelijk dat het spiraaltje slecht ofmaar deels verwijderd kon worden bij vrouwen waarbij het spiraaltje isingegroeid en dat zij als gevolg hiervan nu mogelijk vruchtbaarheidspro-blemen kunnen krijgen. Daarom vragen de leden van GroenLinks-PvdA-fractie aan de Minister om direct actie te nemen door erop toe te zien datvrouwen proactief persoonlijk benaderd worden om het Ballerine-spiraaltje te laten verwijderen, bij voorkeur bij een zorgverlener die veelervaring heeft met het verwijderen van dit type spiraal. Genoemde ledenzouden tevens graag meer actie en gevoel van urgentie willen van deMinister om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen. Hiervoor isonafhankelijke informatie over de betrouwbaarheid van anticonceptie, ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9463 bij spiraaltjes die geclassificeerd worden als medisch hulpmiddel, vangroot belang.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben onlangs de oproepgelezen van organisaties zoals WOMEN Inc. aan de Kamer en hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Kan de Minister opieder van de aanbevelingen apart reageren en toelichten op welke wijze zijwordt meegenomen in de Nationale Strategie Vrouwengezondheid? Kande Minister tevens nader kunnen toelichten wat de stand van zaken is metbetrekking tot de uitvoering van de motie van de leden Slagt-Tichelmanen Westerveld over het werkveld faciliteren bij een pilot om AI in te zettenals hulpmiddel bij bevolkingsonderzoek naar borstkanker bij vrouwen metdicht klierweefsel?1 Kan de Minister hierbij ook reageren op het nieuwsdat een verkorte MRI-scan om borstkanker op te sporen net zo goedwerkt?2 Kan de Minister ook nader toelichten wat de stand van zaken ismet betrekking tot de uitvoering van de motie van het lid Slagt-Tichelmanover meer aandacht voor vrouwspecifieke klachten zoals nicheklachten naeen keizersnede?3 Zou de Minister ook nader kunnen toelichten wat dehuidige stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van de motievan het lid Slagt-Tichelman c.s. over meer stappen zetten om pijnbehan-deling bij het plaatsen van een spiraaltje mogelijk te maken?4Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief over concrete actie met betrekking tot het onderzoek over effectenvan behandelingen en medicatie op vrouwen. Wat deze leden betreft isvrouwengezondheid al te lang een onderbelicht onderwerp. Daaromvroegen zij eerder al om een Nationale Strategie Vrouwengezondheid enhebben zij een commissiedebat hierover geagendeerd. De leden van deVVD-fractie zijn blij met de groeiende aandacht voor het onderwerp, maarzien tegelijkertijd dat er nog genoeg te doen is. Zij hebben hierover nogenkele vragen en opmerkingen.Het initiatief van het Erasmus Medisch Centrum wordt door de leden vande VVD-fractie gewaardeerd. Zij lezen dat er in ziekenhuizen en univer-sitair medische centra (umc’s) behoefte is aan bundeling en samenhang.Hoe wordt versnippering voorkomen? Op welke manier speelt hetkennisprogramma van ZonMw een rol in uitwisseling van kennis en dataen door wie of wat wordt deze kennisdeling gecoördineerd? Daarnaastvragen deze leden naar het tussentijds rapport over de impact enopbrengsten van de Taakopdracht Gender en Gezondheid. Klopt het datdit niet aan de Kamer is gestuurd?Eerder riep de Minister de academische centra en tweedelijnsziekenhuizenop om de vrouwspecifieke zorg «voldoende prioriteit» te geven. De ledenvan de VVD-fractie vragen of de Minister kan toelichten wat zij daarmeebedoelt. Welke concrete verwachtingen heeft de Minister hierbij richtingdeze instellingen?De leden van de VVD-fractie vragen regelmatig meer aandacht voorsekseverschillen als het gaat om geneesmiddelenonderzoek. Symptomen,maar ook het verloop van bepaalde ziektes, bijvoorbeeld hart- envaatziekten, zijn anders bij vrouwen dan bij mannen. Genoemde leden1Kamerstuk 32 793, nr. 8012Trouw, 20 mei 2025, https://www.trouw.nl/wetenschap/mri-scan-om-vroegtijdig-borstkanker-op-te-sporen-kan-veel-sneller~b1dff51e/3Kamerstuk 31 765, nr. 8654Kamerstuk 31 765, nr. 864Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9464 lezen dat dit in richtlijnen is opgenomen, maar vragen in hoeverre dit inde praktijk wordt uitgevoerd. Op welke manier wordt hierop toegezien,bijvoorbeeld in de beoordeling voor de toelating van nieuwe geneesmid-delen? En hoe wordt de inclusie van vrouwen van verschillende leeftijdenin dergelijke studies gereguleerd?Ook bij oudere geneesmiddelen kunnen verschillen in werking tussenseksen aan het licht komen, geeft de Minister aan. De leden van deVVD-fractie herkennen dit en vragen waar deze inzichten toe hebbengeleid als het gaat om richtlijnen, doseringen maar ook informatievoor-ziening richting de zorgprofessionals en patiënten.Tijdens het rondetafelgesprek in de Kamer d.d. 23 april jl. werd gesprokenover genderverschillen en hoe ook deze invloed hebben op de communi-catie met vrouwen over klachten en de reactie daarop. In hoeverre is er inde medische opleidingen en nascholing aandacht voor deze aspecten? Enals het gaat om preventie en leefstijlpreventie, in hoeverre is er voldoendekennisontwikkeling en aandacht daarvoor? Krijgt dit alles een plek in deNationale Strategie Vrouwengezondheid?De leden van de VVD-fractie lezen in de brief dat ruim 30% van devrouwen gehinderd wordt door vrouwspecifieke aandoeningen, metsubstantiële gevolgen voor werk en ziekteverzuim. In hoeverre wordt in deNationale Strategie Vrouwengezondheid aandacht besteed aan arbeids-participatie? Wordt hierin samengewerkt met het Ministerie van SZW omgezondheidsbelemmeringen op de werkvloer te signaleren en aan tepakken? Op welke wijze worden vrouwen ondersteund om, ook bijgezondheidsproblemen, aan het werk te blijven of terug te keren?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de reactie opverzoek van de commissie over concrete actie m.b.t. het onderzoek overeffecten van behandelingen en medicatie op vrouwen. Deze leden merkenop dat de Minister aangeeft dat er in het veld steeds meer activiteitenplaatsvinden en dat er behoefte is aan bundeling en samenhang. Kan deMinister toelichten op welke manier zij deze bundeling en samenhang wilrealiseren? Welke stappen worden hiervoor genomen, en welke partijenworden hierbij betrokken?Daarnaast lezen deze leden dat de Minister spreekt over een noodzakelijkeinhaalslag. Kan zij toelichten welke doelen zij daarbij dit jaar nognastreeft? Wanneer moet die inhaalslag zichtbaar zijn volgens deMinister?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van debrief van de Minister over de kwaliteit van zorg. Daartoe hebben dezeleden verdere vragen.De leden van de D66-fractie vinden het van groot belang dat er meeronderzoek komt naar het verschil van effecten van behandelingen enmedicatie op mannen en vrouwen. Daarnaast vinden deze leden het ookerg belangrijk dat er meer kennis en bewustwording ontstaat oververschillende sekse- en genderspecifieke ziektebeelden. Het gebeurt nogte vaak dat vrouwen onjuist gediagnosticeerd worden, met alle gevolgenvan dien. De leden van de D66-fractie zijn blij om te lezen dat de Ministeraandacht besteedt aan dit onderwerp.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9465 In haar brief erkent de Minister dat ruim 30% van vrouwen met vrouwspe-cifieke aandoeningen zoveel hinder ervaart dat het dagelijks functionerenen werk hierdoor negatief beïnvloed worden. Dit heeft grote gevolgenvoor het ziekteverzuim en brengt aanzienlijke maatschappelijke kostenmet zich mee, die worden geschat op enkele miljarden euro’s per jaar.Echter speelt dit probleem niet alleen bij vrouwspecifieke aandoeningen:ook bij negatieve gevolgen van medicatie die niet naar behoren werkt ofbij onjuiste diagnoses speelt dit een rol. Daartoe vragen de leden van deD66-fractie of de Minister bereid is een maatschappelijke kosten-batenanalyse uit te laten voeren die de bredere impact van seksever-schillen in diagnostiek en medicatiegebruik in kaart brengt. Daarnaastvragen deze leden of er een inschatting van de kosten kan wordengemaakt van verzuimkosten als gevolg van onjuiste diagnoses ofnegatieve gevolgen van medicatie die niet naar behoeve werkt, als gevolgvan verschillende werking op mannen en vrouwen.Voor 7 op de 10 geneesmiddelen is het onduidelijk of het gebruik veilig istijdens de zwangerschap. Dit kan veel nadelige gevolgen hebben, zowelvoor vrouwen die ervoor kiezen om deze geneesmiddelen toch te blijvengebruiken, als voor vrouwen die ervoor kiezen om van het gebruik af tezien. De leden van de D66-fractie vinden het schrijnend dat deze kennisnog steeds ontbreekt. Daartoe vragen deze leden of er binnen deZonMw-agenda ruimte is voor (onderzoek naar) medicijnveiligheid tijdenszwangerschap. Daarnaast vragen deze leden of de Minister voornemens ishier actie op te ondernemen.Tot slot vragen de leden van de D66-fractie of zorgprofessionalsmomenteel voldoende worden opgeleid in het herkennen van vrouwspe-cifieke symptomen van aandoeningen zoals hart- en vaatziekten of ADHD.Indien dat niet het geval is: welke acties overweegt de Minister om dezekennis structureel te verbeteren in opleidingen en bij- en nascholing?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de reactie opverzoek van de commissie over concrete actie m.b.t. het onderzoek overeffecten van behandelingen en medicatie op vrouwen. Genoemde ledenhebben geen vragen aan de Minister.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op hetverzoek van de commissie over concrete actie m.b.t. het onderzoek overeffecten van behandelingen en medicatie op vrouwen. Zij hebben hier nogeen aantal vragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie benadrukken dat er met name bij geneesmid-delen die niet recent zijn ontwikkeld nog veel gebrek aan kennis is over dewerking in vrouwenlichamen, omdat deze enkel op mannenlichamen zijngetest. Genoemde leden lezen in de brief «[n]adat een geneesmiddel opde markt is, [...] effectiviteit en bijwerkingen [worden] geëvalueerd. Vooroudere geneesmiddelen kunnen op die manier ook verschillen in werkingtussenseksen aan het licht komen.» Zij vragen in hoeverre daarbij ookexpliciet onderzoek wordt gedaan naar sekseverschillen, of dat dit enkelwordt bekeken wanneer dit toevallig aan het licht komt. Bij hoeveelgeneesmiddelen heeft dit inmiddels geleid tot aangepaste samenstel-lingen, doseringen en/of gebruiksvoorschriften voor vrouwen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9466 De leden van de SP-fractie stellen dat niet alleen de overheid en zorgpar-tijen hun verantwoordelijkheid moeten nemen als het gaat om passenderebehandelingen en geneesmiddelen voor vrouwen, maar ook de farmaceu-tische industrie. Die heeft namelijk een belangrijke rol gehad bij hetonvoldoende testen en afstemmen van geneesmiddelen voor vrouwen,maar maakt ondertussen daarmee wel miljardenwinsten. Is de Ministerbereid om ook stappen te nemen om de farmaceutische industrie diensverantwoordelijkheid te laten nemen om geneesmiddelen beter af testemmen op vrouwenlichamen?De leden van de SP-fractie benadrukken dat het voor het beter afstemmenvan nieuwe behandelingen en geneesmiddelen op vrouwenlichamen hetessentieel is dat er ook voldoende vrouwen meedoen aan klinischeonderzoeken en deze deelname ook afmaken. Dit lijkt echter in de praktijkvaak niet het geval te zijn. Welke stappen is de Minister van plan te zettenom hierin verandering te brengen?De leden van de SP-fractie zijn positief over het feit dat er wordt gewerktaan een Nationale Strategie Vrouwengezondheid. Zij hebben nog welvragen over wat precies de opzet daarvan is. In hoeverre wordt daarbijook ingegaan op de interactie met andere vormen, zoals sociaalecono-mische gezondheidsverschillen, waar de Kamer om heeft verzocht via demotie Dobbe c.s.?5 In hoeverre wordt er in de strategie ook tegemoetgekomen aan de prioriteiten die zijn gesteld door de organisaties die ineerste instantie de oproep voor een Nationale Strategie Vrouwenge-zondheid hebben gedaan?6II. Reactie van de Staatssecretaris Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van deMinister op verzoek van de commissie over concrete actie m.b.t. hetonderzoek over effecten van behandelingen en medicatie op vrouwen enhebben hierover geen aanvullende vragen en/of opmerkingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van debrief van de Minister over concrete acties met betrekking tot hetonderzoek over effecten van behandelingen en medicatie op vrouwen. Zijzouden allereerst willen zeggen dat zij blij zijn dat er aandacht is voorvrouwen en hun gezondheid. Er is helaas nog te weinig kennis over enonderzoek naar problemen die vrouwen hebben, zoals bijvoorbeeldendometriose, Polycysteus Ovarium Syndroom (PCOS) en overgangspro-blemen. Ook worden vrouwen nog steeds te vaak niet serieus genomenop het moment dat zij problemen hebben met hun gezondheid of zorgenhebben over hun gezondheid. Genoemde leden zijn daarom erg blij dathet Erasmus Medisch Centrum, The Netherlands Women’s HealthResearch & Innovation Center heeft geopend. Daarnaast zijn er ook nogandere instituten en organisaties die zich bezighouden met vrouwenge-zondheid en onderzoek daarnaar. Kan de Minister een overzicht aanle-veren van welke onderzoeksinstellingen, ziekenhuizen, instituten, etc. inNederland zich bezighouden met vrouwengezondheid en onderzoekdaarnaast? Kan daarbij ook worden toelichten om welke activiteiten ditgaat?5Kamerstuk 31 765, nr. 8626https://www.womeninc.nl/artikel/prioriteiten-bij-het-opstellen-van-de-nationale-strategie-vrouwengezondheid/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9467 Ik beschik niet over een uitputtende lijst van instituten en organisaties diezich bezighouden met vrouwengezondheid. Meerdere instellingen en(maatschappelijke) organisaties hebben dit onderwerp op de agendastaan en doen onderzoek. Met het programma vrouwspecifiekegezondheid en de nationale strategie vrouwengezondheid wordt ingezetop netwerkvorming en het bouwen van een infrastructuur op het gebiedvan vrouwengezondheid. Als onderdeel daarvan wordt er eenwerkagenda opgesteld voor de komende jaren. Ik hoop dat er met al dezeactiviteiten een meer systematisch overzicht beschikbaar komt vanonderzoeksinstellingen, ziekenhuizen, instituten etc. die zich in Nederlandbezighouden met vrouwengezondheid en onderzoek.Vanuit de universitaire medische centra (umc’s) zijn er in de afgelopenjaren onderzoeken gedaan binnen het kennisprogramma gender engezondheid (2016–2020)7. Ook hebben onderzoeksinstellingen als deNederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijkOnderzoek (TNO) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu(RIVM) onderzoeksactiviteiten op dit gebied. Een voorbeeld hiervan is hetwomen’s health-programma van TNO: dit programma integreertbiomedische, (psycho)sociale en technologische expertise om degezondheidsuitdagingen van vrouwen aan te pakken. Het RIVM heeftverschillende onderzoeken op het gebied van vrouwengezondheid,bijvoorbeeld over overgang en werk.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Minister steedsmeer activiteiten ziet plaatsvinden in het veld. Kan de Minister eenoverzicht aanleveren van alle activiteiten die momenteel plaatsvinden metbetrekking tot vrouwengezondheid en onderzoek daarnaar? Welke rolheeft het kennisprogramma van ZonMw tot nu toe hierin gehad? Kan deMinister ook reflecteren op de effecten die dit heeft op het maatschappe-lijke dialoog en het bewustzijn omtrent vrouwengezondheid?Het kennisprogramma vrouwspecifieke gezondheid bij ZonMw is pasrecent gestart. De eerste projecten worden in november 2025 toegekend.Onlangs is er een tweede subsidieoproep binnen het programmageopend. Deze subsidieoproep is vooral gericht op netwerkvorming enhet bouwen van een infrastructuur op het gebied van vrouwenge-zondheid.8 Een belangrijk doel hiervan is om tot één centrale kennishub tekomen over vrouwspecifieke gezondheid voor patiënten en zorgprofessi-onals. Hiermee worden verschillende partijen samengebracht om sameneen netwerk te vormen op dit onderwerp. Voor dit netwerk is ook eenbelangrijke rol voorzien in het stimuleren van meer maatschappelijkebewustwording over de thematiek.Wat betreft de impact op het maatschappelijk debat: het rapport«maatschappelijke acceptatie vrouwspecifieke aandoeningen», gefinan-cierd door ZonMw vanuit de taakopdracht gender en gezondheid, heefteen flinke impuls gegeven aan het maatschappelijk debat. In het impact-rapport van de taakopdracht9 wordt inzicht gegeven welke activiteiten zijningezet om sekse en gender beter te verankeren in gezondheidson-derzoek. In de brief van 2 juli 2025 over de nationale strategie vrouwenge-zondheid is aangegeven dat het belangrijk is om ook in te zetten op hetvergroten van kennis en bewustzijn van vrouwspecifieke gezondheid.7ZonMw. Kennisprogramma Gender en GezondheidProgrammatekst_Gender_en_Gezondheid_0.pdf8Vooraankondiging subsidieoproep netwerkvorming Vrouwspecifieke ge9ZonMw. Impactrapport Taakopdracht Gender en Gezondheid IDManager PDF OutputTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9468 Het is merkbaar dat er in de maatschappij steeds meer aandacht is voorde gezondheid van vrouwen. De afgelopen jaren komt het onderwerpregelmatig voorbij in talkshows, tijdschriften en in podcasts. Ook zijn erboeken verschenen en spelen er in de theaters voorstellingen overthema’s als de menstruatiecyclus en de overgang, maar ook over hetverschil tussen mannen en vrouwen als het gaat om de werking van hetbrein en het hart. In Rijksmuseum Boerhaave is tot maart 2026 detentoonstelling «Ongezien» te zien. Deze tentoonstelling gaat in opverhalen achter medische ongelijkheid en de invloed daarvan opvrouwen. Het Nederlands Openluchtmuseum is gestart met het verza-melen van voorwerpen en verhalen rond menstruatie, met als achter-liggend doel om dit onderwerp zichtbaarder te maken en het taboe op ditonderwerp te doorbreken. Bloody Beautiful, een initiatief van Affect Lab,wordt deze zomer gepresenteerd in het Nederlandse paviljoen op de Expo2025 in Osaka, Japan. Het maakt deel uit van het half jaar durendeculturele programma dat door het Nieuwe Instituut is samengesteld omgesprekken over menstruatie en menopauze te normaliseren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat in de richtlijnen voorgeneesmiddelenontwikkeling is opgenomen dat effecten van sekseonderzocht moeten worden bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmid-delen. Dit vinden zij ook belangrijk. Zij zien echter ook dat niet alleengeneesmiddelen een ander effect kunnen hebben, maar ook bepaaldeziektebeelden en aandoeningen, met als gevolg dat vrouwen niet tijdig dejuiste diagnose ontvangen. Zo zien we dat hartproblemen, maar ookautisme en AD(H)D zich anders presenteren in vrouwen ten opzichte vanmannen. Welke maatregelen neemt dit kabinet om meer bewustzijn tecreëren over de wijzen waarop aandoeningen zich anders kunnenpresenteren in vrouwen ten opzichte van mannen?Vanuit de taakopdracht gender en gezondheid wordt vanuit ZonMw (metfinanciële ondersteuning van VWS) ingezet op het stimuleren vanduurzame aandacht voor en integratie van sekse en gender in onderzoeken onderzoeksprogrammering in gezondheid en zorg.10 Die taakopdrachtloopt tot halverwege 2026. Uit het impactrapport blijkt dat door hetvergroten van bewustzijn en gerichte acties, sekse en gender steeds beterverankerd worden in gezondheidsonderzoek en innovatie en in deprogrammering daarvan.11 Naast de taakopdracht gender en gezondheidis er vanuit het Ministerie van VWS een bedrag van 15 mln. eurobeschikbaar gesteld voor een nieuw op te zetten onderzoeks- en kennis-programma bij ZonMw rondom vrouwspecifieke aandoeningen.Daarnaast is op 2 juli jl. de nationale strategie vrouwengezondheid aan uwKamer verzonden.12 Mijn ambitie met de strategie is de kennisachterstandin te lopen en structureel betere gezondheid voor vrouwen en meisjes terealiseren.Daarnaast is er ook erg weinig bekend over mentaal welzijn bij vrouwenen ervaren vrouwen vaak dat zij niet serieus genomen worden als zij hulpproberen te krijgen hiervoor. Hoe reflecteert de Minister hierop? Hoe kijktde Minister naar het feit dat vrouwen in hun leven bijna twee keer vakerde diagnose van een depressieve stoornis krijgen ten opzichte vanmannen?10ZonMw. Kennisprogramma Gender en GezondheidProgrammatekst_Gender_en_Gezondheid_0.pdf11ZonMw. Impactrapport Taakopdracht Gender en Gezondheid IDManager PDF Output12Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025–2030 | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9469 Ik herken dat vrouwen aanzienlijk vaker de diagnose depressieve stoorniskrijgen dan mannen. Dit wordt zowel in Nederlandse als internationalestudies bevestigd13, 14. Ik beschouw dit als een belangrijk aandachtspuntbinnen het bredere beleid voor mentale gezondheid.Deelt de Minister de mening dat het van belang is dat er goed onderzoekwordt verricht naar het mentaal welzijn van vrouwen en de genderver-schillen in mentale gezondheid? Welke rol ziet de Minister voor zichzelf inhet aanjagen van onderzoek naar oorzaken voor genderverschillen inmentale gezondheid?Onlangs heeft de voormalig Staatssecretaris met de voorgangsbriefJeugd15 het rapport «genderverschillen in mentale gezondheidstrends»met uw Kamer gedeeld.16 Dit rapport is opgesteld naar aanleiding van demotie van de leden Tielen en Dobbe welke inzet op een onderzoek naar defactoren die gezond opgroeien van meisjes bepalen en kunnen verbe-teren.17 De komende periode wordt, in afstemming met het actiepro-gramma mentale gezondheid en ggz, onderzocht wat er nodig en mogelijkis om opvolging te geven aan de aanbevelingen uit dit rapport. Uw Kamerwordt hierover binnenkort geïnformeerd.Welke stappen gaat de Minister zetten om de genderverschillen op hetgebied van mentale gezondheid te verkleinen en de effectiviteit vanbehandelingen binnen de jeugd-GGZ te verbeteren en voor meisjes in hetbijzonder?Ik stimuleer via ZonMw het netwerk gender & gezondheid, waarin ookinitiatieven worden genomen voor gendersensitieve benaderingen in deGeestelijke Gezondheidszorg (GGZ). Binnen de jeugd-GGZ worden bijv.behandelaren ondersteund om verschillen in presentatie en zorgbehoeftebij jongens en meisjes beter te herkennen en hun aanpak hierop aan tepassen. Daarnaast zijn er genderspecifieke aanbieders binnen de GGZ diezich op vrouwen richten en is er aandacht voor gendersensitiviteit.Hoe kijkt de Minister naar het feit dat op de basisschool het percentageleerlingen met emotionele problemen ruim twee keer zo hoog is bijmeisjes als bij jongens (33% ten opzichte van 14%) en in het voortgezetonderwijs zelfs ruim drie keer zo hoog (44% ten opzichte van 13%)?Uit de cijfers blijkt inderdaad helaas dat meisjes meer emotioneleproblemen hebben dan jongens.18 Het is belangrijk om hier aandacht voorte hebben. Het kabinet werkt onder andere via de «gezonde school» en«welbevinden op school» aan kennis en kennisgedreven interventies diescholen in kunnen zetten om te werken aan het mentaal welbevinden vanleerlingen. Een voorbeeld is een gezonde leefstijl op school vanzelf-sprekend te maken. Daarnaast financiert het Ministerie van OCW eenmeerjarig (2024–2027) project van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren(LAKS) en de Vereniging van scholen in het Voortgezet Onderwijs(VO-raad) rond het verminderen van toetsdruk, waarmee scholen wordenondersteund bij het formuleren en implementeren van een visie optoetsing.13af1671-depressie-en-suicidaliteit-de-kerncijfers-voor-nederland.pdf14Kuehner C. Why is depression more common among women than among men? LancetPsychiatry [Internet]. 2017;4(2):146–58. Available from: http://dx.doi.org/10.1016/S2215-0366(16)30263-215Kamerbrief over voortgang beleid jeugdzorg | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl16Genderverschillen in mentale gezondheidstrends | Rapport | Rijksoverheid.nl17Kamerstukken II 2023/2024, 36 410 XVI, nr. 10918AF2022-HBSC-2021-Gezondheid-en-welzijn-van-jongeren-in-Nederland.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94610 Welke concrete maatregelen neemt de Minister om bijvoorbeeld het taboerondom postpartum depressie en psychose te verminderen en omvrouwen voor te lichten over de opties voor hulp bij postpartum depressieen psychose?In Nederland krijgt 1 op de 10 vrouwen een postpartum depressie.19 Datzijn ongeveer 16.000 vrouwen per jaar. Dit heeft niet alleen gevolgen voorde gezondheid van de moeder maar ook risico’s voor een goede start vanouders en kind. De jeugdgezondheidszorg heeft een belangrijke rol bij hetsignaleren van postpartum depressie. Dit gebeurt door middel vanvragenlijsten, gesprekken en observaties tijdens consulten en huisbe-zoeken. Om professionals te ondersteunen bij het tijdig signaleren vaneen postpartum depressie heeft het Trimbos instituut een toolkitontwikkeld. De toolkit «preventie postpartum depressie» bevat diversetools die zorgprofessionals kunnen ondersteunen om samen met andereketenpartners preventie van postpartum depressie in de eigen praktijk ofregio vorm te geven.20Daarnaast is als onderdeel van het landelijk actieprogramma «KansrijkeStart» in opdracht van het Ministerie van VWS een vijfdelige podcastserie«zwarte muisjes» ontwikkeld. In deze podcastserie vertellen vrouwen overhun ervaringen met een postpartum depressie. Deze podcastserie heefttot doel om het taboe op psychische klachten rond de zwangerschap tedoorbreken.Het landelijk actieprogramma kansrijke start brengt via de lokale kansrijkestart coalities de toolkit en podcastserie onder de aandacht zodat dezeinformatie via professionals de weg kan vinden naar de beoogdedoelgroep.21De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich tevens zorgen dat ernog onvoldoende aandacht is voor preventie en genderverschillen hierin.Zo is er bij vrouwenvoetbal meer kans op blessures en lopen voetballendevrouwen vaker een hersenschudding op bij koppen dan mannen. Dezeleden maken zich ernstig zorgen over het feit dat bij preventie, in hetbijzonder bij sport en het maken van sportmaterialen, vaak het mannelijkelichaam als uitgangspunt wordt genomen. Hierdoor wordt er vaak nietgoed rekening gehouden met vrouwen en dit kan negatieve gevolgenhebben. Is de Minister voornemens om onderzoek met betrekking totvrouwen en sport te stimuleren? Zo ja, op welke concrete wijze zal zij ditdoen?Waar het gaat om praktijkgericht onderzoek ondersteun ik als Staatssecre-taris van VWS het Mulier Instituut om onderzoek te doen naar vrouwen inde sport. Daarnaast ontvangt VeiligheidNL structureel ondersteuning vanhet Ministerie van VWS om de kennis over sportblessures te vergroten,waaronder die van vrouwen. Met deze onderzoeken wordt gestimuleerdmeer aandacht te besteden aan onderzoek voor vrouwen in de sport.Op welke wijze worden vrouwen en trainers momenteel ingelicht over derisico’s op sportblessures, met name blessures waar vrouwen een groterekans op hebben, zoals bijvoorbeeld kruisbandletsel?NOC*NSF ondersteunt via de eigen website (top)coaches en vrouwen methet project «de vrouwelijke sporter». Doel van deze voorlichting isaandacht te besteden aan onderwerpen die uniek zijn voor vrouwen entaboes te doorbreken. Daarnaast heeft NOC*NSF samen met hetAmsterdam UMC onderzoek gedaan naar het vrouwelijke topsporthart, de19Zwangerschap en depressie – Trimbos-instituut20Toolkit Preventie postpartum depressie – Trimbos-instituut21Kansrijke Start | Kansrijke StartTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94611 resultaten hiervan verschenen recentelijk.22 Ook staat op website van deKoninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) informatie over blessuresspecifiek gericht op meiden en vrouwen die voetballen.Vanuit het Ministerie van OCW wordt verwezen naar bijvoorbeeld hetlectoraat Sport- en Prestatiepsychologie van de Hogeschool vanAmsterdam (HvA) die in 2024 een subsidie van € 300.000 van SIA-RAAKontving om met het 2-jarige project PLAYSAFE onderzoek te doen naarhet groeiend aantal kruisbandblessures onder jonge meiden (tot 18 jaar).Op welke manier wordt er bewustzijn gecreëerd over blessurepreventie-oefeningen die de kans op veel voorkomende blessures bij vrouwenverkleinen?De jaarlijkse monitor sportblessures van VeiligheidNL besteedt aandachtaan het blessurerisico onder vrouwen. Op de website van de KNVB is eraandacht voor blessurepreventie en worden bijv. concrete tips perleeftijdscategorie gegeven voor preventieve oefeningen die kunnenworden gedaan om blessures zoveel mogelijk te voorkomen.23 Deze tipszijn gebaseerd op de erkende interventie Voetbalfit van VeiligheidNL.24Op welke wijze zou de Minister het gebruik van deze oefeningen kunnenstimuleren bij sportclubs?Het Ministerie van VWS stimuleert het gebruik van erkende interventiesvia het Kenniscentrum Sport en Bewegen. Daarbij wordt er regelmatiggewezen op het belang van blessurepreventie-oefeningen. De verantwoor-delijkheid voor de implementatie ligt primair op het niveau van desportclubs.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook zorgen over debeschikbaarheid en toegankelijkheid van betrouwbare informatie overanticonceptie voor vrouwen. Zo hebben deze leden eerder aandachtgevraagd voor de opeenstapelende problemen bij het Ballerine-spiraaltje.Genoemde leden vinden het verschrikkelijk dat het spiraaltje slecht ofmaar deels verwijderd kon worden bij vrouwen waarbij het spiraaltje isingegroeid en dat zij als gevolg hiervan nu mogelijk vruchtbaarheidspro-blemen kunnen krijgen. Daarom vragen de leden van GroenLinks-PvdA-fractie aan de Minister om direct actie te nemen door erop toe te zien datvrouwen proactief persoonlijk benaderd worden om het Ballerine-spiraaltje te laten verwijderen, bij voorkeur bij een zorgverlener die veelervaring heeft met het verwijderen van dit type spiraal. Genoemde ledenzouden tevens graag meer actie en gevoel van urgentie willen van deMinister om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen. Hiervoor isonafhankelijke informatie over de betrouwbaarheid van anticonceptie, ookbij spiraaltjes die geclassificeerd worden als medisch hulpmiddel, vangroot belang.Het is belangrijk dat artsen en gebruikers van deze Ballerine spiraal elkaarhierover spreken, omdat de nog resterende spiralen tegen het einde vanhun levensduur zullen lopen. Ik zal de betreffende beroepsgroepen vragenom het onderwerp onder de aandacht te brengen van hun leden zodatzorgverleners, wanneer nodig, in contact kunnen treden met betrokkengebruikers. De Kamer zal aan het einde van het jaar over de uitkomstenvan deze gesprekken geïnformeerd worden.22Doorbraak in hartonderzoek: vrouwenhart verandert anders door topsport dan mannenhart23Vernieuwd competitieaanbod: blessurepreventie voor meiden van 12 tot 20 jaar | KNVB24Voetbalfit – Kenniscentrum Sport en BewegenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94612 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben onlangs de oproepgelezen van organisaties zoals WOMEN Inc. aan de Kamer en hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Kan de Minister opieder van de aanbevelingen apart reageren en toelichten op welke wijze zijwordt meegenomen in de Nationale Strategie Vrouwengezondheid? 1.Luister naar de stem van de vrouwen:Bij het samenstellen van de nationale strategie vrouwengezondheid isde input vanuit het rondetafelgesprek en de positionpapers meegeno-men. De partijen die hierbij betrokken zijn hebben de stem van devrouwen vertegenwoordigd. Daarnaast zal er naar aanleiding van destrategie een werkagenda opgesteld worden met behulp van verschil-lende partijen. Ook patiëntenorganisaties zullen hierbij wordenbetrokken. Daarnaast kunnen partijen zich aanmelden.2.Zorg voor strategisch partnerschap:De inzet van de nationale strategie is erop gericht om partijen,activiteiten en initiatieven rondom vrouwengezondheid te bundelen, teversterken en te verbinden rondom hetzelfde doel.3.Zorg voor voldoende financiële middelen:Zoals mijn voorganger al eerder aan uw Kamer heeft laten weten is ereen bedrag van 15 mln euro beschikbaar gesteld voor een kennispro-gramma bij ZonMw. In de brief bij de nationale strategie heeft zijaangegeven dat zij niet uitsluit dat met meer prioritering, bewustwor-ding en beter luisteren naar de stem van vrouwen op termijn een herallocatie van financiële middelen kan gaan plaatsvinden.4.Leer uit binnen- en buitenland:Er zijn initiatieven uit binnen- en buitenland die als voorbeeldgenomen kunnen worden om ook de vrouwengezondheid te verbete-ren. Gendergelijkheid staat op de EU steeds meer op de kaart. Binnenhet brede kader van gendergelijkheid wordt er in Europa in toene-mende omvang ingezet op het thema vrouwengezondheid. VanuitNederland wordt er daarnaast op multilaterale gremia ingezet op ditthema in de vorm van agendasetting.Kan de Minister tevens nader kunnen toelichten wat de stand van zaken ismet betrekking tot de uitvoering van de motie van de leden Slagt-Tichelman en Westerveld over het werkveld faciliteren bij een pilot om AIin te zetten als hulpmiddel bij bevolkingsonderzoek naar borstkanker bijvrouwen met dicht klierweefsel?25 Kan de Minister hierbij ook reageren ophet nieuws dat een verkorte MRI-scan om borstkanker op te sporen net zogoed werkt?26In de brief van 20 maart 2025 heb ik de laatste stand van zaken toegelichtover de motie van de leden Slagt-Tichelman en Westerveld.27 Het isbekend dat AI kansen biedt als hulpmiddel bij het bevolkingsonderzoekborstkanker. De Gezondheidsraad heeft daarom eerder geadviseerd alvastvoorbereidingen te treffen voor implementatie.28 Het RIVM werkt aan dezevoorbereidingen.De verwachting is dat AI in 2028 ingezet kan worden in het bevolkingson-derzoek. Voor de implementatie van AI is dekking voorzien in hetAanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).2925Kamerstuk 32 793, nr. 80126Trouw, 20 mei 2025, https://www.trouw.nl/wetenschap/mri-scan-om-vroegtijdig-borstkanker-op-te-sporen-kan-veel-sneller~b1dff51e/27Kamerstuk II, vergaderjaar 2024/2025, 32 793, nr. 81428Gezondheidsraad (2024) Verbetermogelijkheden voor het bevolkingsonderzoek borstkanker.https://www.gezondheidsraad.nl/onderwerpen/bevolkingsonderzoek/alle-adviezen-over-bevolkingsonderzoek/verbetermogelijkheden-voor-het-bevolkingsonderzoek-borstkanker29Kamerstuk II, vergaderjaar 2024/2025, 31 765, nr. 937.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94613 Ik ben bekend met het recente onderzoek van het UMC Utrecht, waaruitblijkt dat een verkort MRI-protocol volstaat voor screening bij vrouwenmet zeer dicht borstweefsel. De resultaten lijken veelbelovend. Omdat ikhet bevolkingsonderzoek borstkanker voor deze groep vrouwen graag wilverbeteren, is het RIVM gevraagd te onderzoeken hoe aanvullendMRI-aanbod voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel gerealiseerd kanworden. Er wordt in deze uitvoeringstoets ook gekeken naar scenario’swaarin een verkort MRI-protocol wordt gebruikt. Het RIVM maakt gebruikvan de meest recente wetenschappelijke informatie, dus ook van dezenieuwe studie, en heeft nauw contact met de onderzoekers van het UMCUtrecht. De resultaten van de uitvoeringstoets worden na de zomerverwacht.Kan de Minister ook nader toelichten wat de stand van zaken is metbetrekking tot de uitvoering van de motie van het lid Slagt-Tichelman overmeer aandacht voor vrouwspecifieke klachten zoals nicheklachten na eenkeizersnede?30In 2024 is het kennisprogramma vrouwspecifieke gezondheid bij ZonMwvan start gegaan. Er wordt ingezet op meer kennis over vrouwspecifiekeaandoeningen en vrouwspecifieke somatische gezondheidsproblematiek.De eerste mogelijkheid om onderzoeksvoorstellen in te dienen staat nu uitbij ZonMw. Binnen het programma zal ook aandacht zijn voor vrouwspeci-fieke klachten zoals nicheklachten na een keizersnede, waartoe de motievan het lid Slagt-Tichelman oproept.31Zou de Minister ook nader kunnen toelichten wat de huidige stand vanzaken is met betrekking tot de uitvoering van de motie van het lidSlagt-Tichelman c.s. over meer stappen zetten om pijnbehandeling bij hetplaatsen van een spiraaltje mogelijk te maken?32De motie van het lid Slagt-Tichelman c.s. over meer stappen zetten ompijnbehandeling bij het plaatsen van een spiraaltje mogelijk te maken isreeds uitgevoerd. Uw Kamer is hierover geïnformeerd via de verzamel-brief Eerstelijnszorg op 25 oktober 2024.33Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief over concrete actie met betrekking tot het onderzoek over effectenvan behandelingen en medicatie op vrouwen. Wat deze leden betreft isvrouwengezondheid al te lang een onderbelicht onderwerp. Daaromvroegen zij eerder al om een Nationale Strategie Vrouwengezondheid enhebben zij een commissiedebat hierover geagendeerd. De leden van deVVD-fractie zijn blij met de groeiende aandacht voor het onderwerp, maarzien tegelijkertijd dat er nog genoeg te doen is. Zij hebben hierover nogenkele vragen en opmerkingen.Het initiatief van het Erasmus Medisch Centrum wordt door de leden vande VVD-fractie gewaardeerd. Zij lezen dat er in ziekenhuizen en univer-sitair medische centra (umc’s) behoefte is aan bundeling en samenhang.Hoe wordt versnippering voorkomen? Op welke manier speelt hetkennisprogramma van ZonMw een rol in uitwisseling van kennis en dataen door wie of wat wordt deze kennisdeling gecoördineerd?30Kamerstuk 31 765, nr. 86531Stand van zaken moties en toezeggingen december 2024 | Publicatie | Rijksoverheid.nl32Kamerstuk 31 765, nr. 86433Kamerstukken II 2024–2025, 33 578, nr. 121Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94614 Het ZonMw kennisprogramma vrouwspecifieke gezondheid34 zet o.a. inop het bevorderen van kennis- en data-uitwisseling. Er zal een netwerk enplatform ontwikkeld worden binnen één van de programmalijnen van hetprogramma, waardoor een centrale hub moet ontstaan voor kennis overvrouwspecifieke gezondheid. In dit netwerk kunnen zorgprofessionals,patiënten en onderzoekers uit verschillende disciplines samenwerken. Ookis voor het netwerk een rol weggelegd voor de verdere verspreiding enimplementatie van kennis in de praktijk.De onderzoeksprojecten die in het kennisprogramma vrouwspecifiekegezondheid gefinancierd worden, moeten bovendien voldoen aan de FAIRdataprincipes van onderzoek. Dit betekent dat de onderzoeksprojectenhun databestanden herbruikbaar moeten maken voor verificatie van deuitkomsten van onderzoek en voor gebruik in toekomstig onderzoek, inbeleid en/of praktijktoepassingen, zodat opgedane kennis daar waarmogelijk zo snel mogelijk in de spreekkamer terecht komt. ZonMw weegtbovendien bij de beoordeling van projecten de impact in de praktijk alsessentieel onderdeel mee. Daarnaast worden er tijdens de looptijd van hetprogramma ook bijeenkomsten georganiseerd voor projectleiders enonderzoekers om uitwisseling van kennis te bevorderen.Daarnaast vragen deze leden naar het tussentijds rapport over de impacten opbrengsten van de Taakopdracht Gender en Gezondheid. Klopt hetdat dit niet aan de Kamer is gestuurd?De link naar het rapport is meegestuurd met de aanbiedingsbrief bij denationale strategie vrouwengezondheid. Hieronder treft u in de voetnootnogmaals de link naar impactrapport aan.35Eerder riep de Minister de academische centra en tweedelijnsziekenhuizenop om de vrouwspecifieke zorg «voldoende prioriteit» te geven. De ledenvan de VVD-fractie vragen of de Minister kan toelichten wat zij daarmeebedoelt. Welke concrete verwachtingen heeft de Minister hierbij richtingdeze instellingen?Zorgverleners, bestuurders, onderzoekers, zorgverzekeraars, werkgeversen bedrijven maar ook andere departementen spreek ik aan om verant-woordelijkheid te nemen op het thema vrouwengezondheid. Met een zobreed mogelijke aanpak maken we gezamenlijk de inhaalslag die nodig isvoor al die vrouwen die te maken hebben of krijgen met al deze aandoe-ningen. De strategie moet richting geven om de gezondheid van vrouwenen meisjes in Nederland structureel te verbeteren en ervoor te zorgen datzij daar waar nodig tijdig passende zorg en ondersteuning ontvangen voorvrouwspecifieke gezondheidsproblematiek. Ik bespreek dit bijvoorbeeldmet de umc’s en zorgverzekeraars. Inzet van deze gesprekken is hetonderwerp vrouwengezondheid apart onder de aandacht te brengen ende maatschappelijke impact te bespreken. Daarbij zal ik ook bespreken dathet belangrijk is voldoende onderzoek te doen.De leden van de VVD-fractie vragen regelmatig meer aandacht voorsekseverschillen als het gaat om geneesmiddelenonderzoek. Symptomen,maar ook het verloop van bepaalde ziektes, bijvoorbeeld hart- envaatziekten, zijn anders bij vrouwen dan bij mannen. Genoemde ledenlezen dat dit in richtlijnen is opgenomen, maar vragen in hoeverre dit inde praktijk wordt uitgevoerd. Op welke manier wordt hierop toegezien,bijvoorbeeld in de beoordeling voor de toelating van nieuwe geneesmid-delen? En hoe wordt de inclusie van vrouwen van verschillende leeftijdenin dergelijke studies gereguleerd?34ZonMw. Kennisprogramma Vrouwspecifieke gezondheid IDManager PDF Output35ZonMw. Impactrapport Taakopdracht Gender en Gezondheid IDManager PDF OutputTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94615 De richtlijnen van de International Council for Harmonisation of TechnicalRequirements for Pharmaceuticals for Human Use (ICH) adresseren o.a.de inclusie van vrouwen in klinisch onderzoek. Onderzoek toont aan dathet aandeel van vrouwen in fase III studies voldoende is en dat er geensprake is van ondervertegenwoordiging.36, 37 Het College ter Beoordelingvan Geneesmiddelen (CBG) en het Europees Medicijn Agentschap (EMA)laten alleen medicijnen toe als deze voldoende zijn onderzocht bij dedoelgroep. Als vrouwen deze medicijnen gebruiken, dan moeten dezemedicijnen ook op hen getest zijn.Ook bij oudere geneesmiddelen kunnen verschillen in werking tussenseksen aan het licht komen, geeft de Minister aan. De leden van deVVD-fractie herkennen dit en vragen waar deze inzichten toe hebbengeleid als het gaat om richtlijnen, doseringen maar ook informatievoor-ziening richting de zorgprofessionals en patiënten.Als er in de onderzoeken voor nieuwe geneesmiddelen geen belangrijkeverschillen gevonden zijn tussen mannen en vrouwen, dan staat hierovergewoonlijk niets in de patiëntenbijsluiter en de productinformatie voorartsen en apothekers. Alleen als er wel belangrijke verschillen zijn, moetdat vermeld worden.Bij oudere geneesmiddelen is er wellicht minder informatie beschikbaarop basis van de destijds uitgevoerde onderzoeken, wanneer hier minderaandacht voor was in de onderzoeksprotocollen. Hier geldt echter datdoor het gebruik in de praktijk al veel bekend is over deze medicijnen enrelevante informatie is opgenomen in de bijsluiter. Wanneer hieraanleiding toe is, bijvoorbeeld als er aanwijzingen zijn dat een medicijn bijmannen en vrouwen verschillend werkt, kan het CBG dit verder onder-zoeken. De bevindingen hiervan worden gepubliceerd en kunnenaanleiding zijn bijvoorbeeld het registratiedossier, de bijsluiter ofbehandelrichtlijnen aan te passen.38, 39 Op deze manier komt relevanteinformatie over bijvoorbeeld verschillen in werking tussen seksenbeschikbaar voor zowel arts als patiënt.Tijdens het rondetafelgesprek in de Kamer d.d. 23 april jl. werd gesprokenover genderverschillen en hoe ook deze invloed hebben op de communi-catie met vrouwen over klachten en de reactie daarop. In hoeverre is er inde medische opleidingen en nascholing aandacht voor deze aspecten?Mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten zijn zelf verantwoordelijkvoor de inhoud van het onderwijs. De (eind)kwalificaties van hunopleidingen worden door het veld zelf bepaald. Kwalificaties omschrijvende kennis en vaardigheden die nodig zijn om te starten in een beroep.Vanuit de overheid is er geen invloed op de inhoud van opleidingen ennascholing. Vanuit haar emancipatieportefeuille ondersteunt de Staatsse-cretaris van OCW de alliantie Gezondheidszorg op Maat (2022–2027) dezealliantie zet zich in voor passende zorg ongeacht sekse of gender. Ookvanuit het nationaal plan vrouwengezondheid wordt hier verder opingezet.36Gispen-de Wied and de Boer 2018. Commentary on «Gender differences in clinical registrationtrials; is there a real problem?» by Labots et al. Br J Clin Pharmacol 2018 May 31;84(8):1639–1640. doi: 10.1111/bcp.1362037Labots et al 2018. Gender differences in clinical registration trials: is there a real problem? Br JClin Pharmacol 2018 Apr;84(4):700–707. doi: 10.1111/bcp.13497.38Onvoldoende kennis over medicijngebruik bij mannen en vrouwen | College ter Beoordelingvan Geneesmiddelen39De Vries et al. 2019. Sex differences in adverse drug reactions reported to the NationalPharmacovigilance Centre in the Netherlands: An explorative observational study. Br J ClinPharmacol. 2019;85:1507–1515. DOI: 10.1111/bcp.13923Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94616 En als het gaat om preventie en leefstijlpreventie, in hoeverre is ervoldoende kennisontwikkeling en aandacht daarvoor?Gender is een belangrijk onderwerp dat aandacht krijgt in kennisontwik-keling op het gebied van preventie en leefstijlpreventie. Zo besteedtZonMw bijvoorbeeld aandacht aan genderverschillen in financierings-rondes op het gebied van preventie en leefstijlpreventie. Op deze manierkomt gender ook terug in programma’s gefinancierd door ZonMw, zoalseen project over de rol van sekse en gender bij de preventie van terugvalvan alcoholverslaving. Ook heeft ZonMw twee rondes opengesteld over«gender en preventie», wat heeft geleid tot projecten op het gebied vansekse en gender bij gezondheidsverschillen en gendersensitiviteit enondersteuning bij stoppen met roken. Deze kennis kan gaan bijdragen aangendersensitieve oplossingen die ontwikkeld worden voor de (toekom-stige) praktijk en beleid.Krijgt dit alles een plek in de Nationale Strategie Vrouwengezondheid?Zoals eerder aangegeven bepalen opleidingen zelf de inhoud van hetonderwijs dat zij geven. De Staatssecretaris van OCW ondersteunt vanuitde emancipatieportefeuille in de periode 2022–2027 de alliantie Gezond-heidszorg op Maat 2. De alliantie is een samenwerkingsverband tussenWOMEN INC., het COC en Rutgers. Deze alliantie zet zich onder meer invoor het vergroten van kennis en aandacht over gezondheidsverschillentussen mannen en vrouwen. In 2024 en 2025 zet de alliantie in op hetstimuleren van het zorgberoepsonderwijs. Zo is in samenwerking metonderwijsinstellingen uit het mbo en hbo een toolkit voor zorgonderwijsgerealiseerd. Er wordt verkend hoe de producten van de alliantie meerbekendheid kunnen krijgen, bijv. via de werkagenda die wordt opgesteldin het kader van de nationale strategie vrouwengezondheid.De leden van de VVD-fractie lezen in de brief dat ruim 30% van devrouwen gehinderd wordt door vrouwspecifieke aandoeningen, metsubstantiële gevolgen voor werk en ziekteverzuim. In hoeverre wordt in deNationale Strategie Vrouwengezondheid aandacht besteed aan arbeids-participatie?Vanuit het perspectief van arbeidsparticipatie wordt vooral ingezet op hetdoorbreken van het taboe over de overgang en wordt ingezet opkennisvergroting van bedrijfsartsen over dit thema. Daarnaast neem ik hetvraagstuk arbeidsparticipatie ook mee in de aanpak mentale gezondheiden geestelijke gezondheidszorg.Wordt hierin samengewerkt met het Ministerie van SZW om gezondheids-belemmeringen op de werkvloer te signaleren en aan te pakken? Op welkewijze worden vrouwen ondersteund om, ook bij gezondheidsproblemen,aan het werk te blijven of terug te keren?Hierbij ligt een belangrijke rol bij mijn collega van het Ministerie van SZWwaarbij wordt ingezet op de communicatie voor vrouwen en leidingge-venden om het gesprek over de overgang op de werkvloer te kunnenvoeren. Daarnaast wordt een richtlijn voor bedrijfsartsen ontwikkeld zodatzij overgangsklachten beter kunnen herkennen zodat vrouwen niet uithoeven te vallen. Binnen het A+O fonds Rijk is er een project over dekennis van menstruatie en overgang. In het fonds werkt het Rijk alswerkgever samen met vakorganisaties die de werknemers vertegenwoor-digen. Dit zijn de vakorganisaties FNV Overheid, AC Rijksvakbonden, CNVOverheid en CMHF Overheid. Het A+O fonds Rijk is een onafhankelijkestichting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94617 Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de reactie opverzoek van de commissie over concrete actie m.b.t. het onderzoek overeffecten van behandelingen en medicatie op vrouwen. Deze leden merkenop dat de Minister aangeeft dat er in het veld steeds meer activiteitenplaatsvinden en dat er behoefte is aan bundeling en samenhang. Kan deMinister toelichten op welke manier zij deze bundeling en samenhang wilrealiseren? Welke stappen worden hiervoor genomen, en welke partijenworden hierbij betrokken?Daarnaast lezen deze leden dat de Minister spreekt over een noodzakelijkeinhaalslag. Kan zij toelichten welke doelen zij daarbij dit jaar nognastreeft? Wanneer moet die inhaalslag zichtbaar zijn volgens deMinister?In de nationale strategie worden specifieke doelen neergezet om zo tekomen tot een gecoördineerde en gezamenlijke inzet rondom devrouwengezondheid en verbetering daarvan:1.Vergroten van de kennis over het bewustzijn van vrouwspecifiekegezondheidsproblematiek.2.Faciliteren van het gebruik en opschaling van reeds beschikbarekennis over vrouwspecifieke gezondheidsproblematiek.3.Faciliteren van passende zorg en ondersteuning voor vrouwen enmeisjes.4.Faciliteren van netwerkvorming en tegengaan van fragmentatierondom vrouwspecifieke gezondheidsvraagstukken.Ik ben voornemens om met alle betrokken partijen die input hebbengeleverd voor de strategie een werkagenda op te stellen. Ik zal hiervoorsamen met ZonMw in het najaar een werkconferentie organiseren. Dewerkagenda stuur ik uw Kamer begin 2026 toe. Halverwege de looptijdvan het kennisprogramma rondom vrouwspecifieke aandoeningen vraagik ZonMw mij een tussentijdse evaluatie van het programma toe tezenden opdat zonodig bijsturing kan plaatsvinden.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van debrief van de Minister over de kwaliteit van zorg. Daartoe hebben dezeleden verdere vragen.De leden van de D66-fractie vinden het van groot belang dat er meeronderzoek komt naar het verschil van effecten van behandelingen enmedicatie op mannen en vrouwen. Daarnaast vinden deze leden het ookerg belangrijk dat er meer kennis en bewustwording ontstaat oververschillende sekse- en genderspecifieke ziektebeelden. Het gebeurt nogte vaak dat vrouwen onjuist gediagnosticeerd worden, met alle gevolgenvan dien. De leden van de D66-fractie zijn blij om te lezen dat de Ministeraandacht besteedt aan dit onderwerp.In haar brief erkent de Minister dat ruim 30% van vrouwen met vrouwspe-cifieke aandoeningen zoveel hinder ervaart dat het dagelijks functionerenen werk hierdoor negatief beïnvloed worden. Dit heeft grote gevolgenvoor het ziekteverzuim en brengt aanzienlijke maatschappelijke kostenmet zich mee, die worden geschat op enkele miljarden euro’s per jaar.Echter speelt dit probleem niet alleen bij vrouwspecifieke aandoeningen:ook bij negatieve gevolgen van medicatie die niet naar behoren werkt ofbij onjuiste diagnoses speelt dit een rol. Daartoe vragen de leden van deD66-fractie of de Minister bereid is een maatschappelijke kosten-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94618 batenanalyse uit te laten voeren die de bredere impact van seksever-schillen in diagnostiek en medicatiegebruik in kaart brengt.In 2024 is door ZonMw een nieuw kennisprogramma vrouwspecifiekegezondheid gestart. De resultaten van dit programma kunnen inzichtgeven waar eventuele verdere actie vereist is m.b.t. sekseverschillen indiagnostiek en/of medicijngebruik.Daarnaast vragen deze leden of er een inschatting van de kosten kanworden gemaakt van verzuimkosten als gevolg van onjuiste diagnoses ofnegatieve gevolgen van medicatie die niet naar behoeve werkt, als gevolgvan verschillende werking op mannen en vrouwen.Veel vrouwspecifieke aandoeningen hebben impact op kwaliteit van levenen beïnvloeden het functioneren, met als gevolg ziekteverzuim, eenverminderde inzet in het arbeidsproces, en verminderde participatie. Inhet rapport van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaeco-logie (NVOG) «maatschappelijke acceptatie van vrouwspecifieke aandoe-ningen» wordt aangegeven dat dit veel geld kost.40 Er is geen volledignauwkeurige kwantitatieve schatting mogelijk van de verzuimkostenspecifiek als gevolg van onjuiste diagnoses of medicatie met geslachtsge-bonden werking. De maatschappelijke kosten en zorgkosten van de driemeest voorkomende vrouwspecifieke aandoeningen (cyclusstoornissen,hormonale problemen en bekkenproblemen) worden geschat op ruim7 miljard euro per jaar.Voor 7 op de 10 geneesmiddelen is het onduidelijk of het gebruik veilig istijdens de zwangerschap. Dit kan veel nadelige gevolgen hebben, zowelvoor vrouwen die ervoor kiezen om deze geneesmiddelen toch te blijvengebruiken, als voor vrouwen die ervoor kiezen om van het gebruik af tezien. De leden van de D66-fractie vinden het schrijnend dat deze kennisnog steeds ontbreekt. Daartoe vragen deze leden of er binnen deZonMw-agenda ruimte is voor (onderzoek naar) medicijnveiligheid tijdenszwangerschap. Daarnaast vragen deze leden of de Minister voornemens ishier actie op te ondernemen.Het kennisprogramma vrouwspecifieke gezondheid41 richt zich opgynaecologische aandoeningen als endometriose, PCOS (polycysteusovarium syndroom) en overgang. Medicijnveiligheid tijdens zwanger-schap is hier geen onderdeel van. Binnen het ZonMw-programma GoedGebruik Geneesmiddelen (GGG) zijn er wel mogelijkheden voor medica-tieveiligheid in brede zin, zoals in rondes als Open Ronde en Grote Trials.Ik zie nu geen reden om hierop aanvullende acties te ondernemen.Tot slot vragen de leden van de D66-fractie of zorgprofessionalsmomenteel voldoende worden opgeleid in het herkennen van vrouwspe-cifieke symptomen van aandoeningen zoals hart- en vaatziekten of ADHD.Indien dat niet het geval is: welke acties overweegt de Minister om dezekennis structureel te verbeteren in opleidingen en bij- en nascholing?Mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten, zijn zelf verantwoordelijkvoor de inhoud van het onderwijs. De (eind)kwalificaties van hunopleidingen worden door het veld zelf bepaald. Kwalificaties omschrijvende kennis en vaardigheden die nodig zijn om te starten in een beroep.Vanuit de overheid is er geen invloed op de inhoud van opleidingen ennascholing. Om ervoor te zorgen dat iedereen passende zorg ontvangt ishet belangrijk dat ook de kennis over sekse en gender wordt meege-40Vrouwspecifieke Aandoeningen – NVOG41ZonMw. Kennisprogramma Vrouwspecifieke gezondheid IDManager PDF OutputTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94619 nomen en dat er in de medische opleidingen en nascholing hier aandachtvoor is. Via bijv. de alliantie gezondheidszorg op maat en met de inzetrondom het nationaal plan vrouwengezondheid wordt hier verder opingezet. Daarnaast verwijs ik naar de financiële middelen die beschikbaarzijn gesteld in het kader van de ZonMw subsidieoproep diversiteitsgerichtwerken in de zorg.42 Het doel van deze subsidieoproep is om diversiteit-sensitieve interventies, werkwijzen en/of methodes in de dagelijksezorgpraktijk te stimuleren. Diversiteitsensitieve zorg is zorg waarbijrekening wordt gehouden met diversiteitskenmerken van mensen. Hetprogramma richt zich ook op het in kaart brengen, (door)ontwikkelen enbeschikbaar maken van onderwijsmateriaal.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de reactie opverzoek van de commissie over concrete actie m.b.t. het onderzoek overeffecten van behandelingen en medicatie op vrouwen. Genoemde ledenhebben geen vragen aan de Minister.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op hetverzoek van de commissie over concrete actie m.b.t. het onderzoek overeffecten van behandelingen en medicatie op vrouwen. Zij hebben hier nogeen aantal vragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie benadrukken dat er met name bij geneesmid-delen die niet recent zijn ontwikkeld nog veel gebrek aan kennis is over dewerking in vrouwenlichamen, omdat deze enkel op mannenlichamen zijngetest. Genoemde leden lezen in de brief «[n]adat een geneesmiddel opde markt is, [...] effectiviteit en bijwerkingen [worden] geëvalueerd. Vooroudere geneesmiddelen kunnen op die manier ook verschillen in werkingtussenseksen aan het licht komen.» Zij vragen in hoeverre daarbij ookexpliciet onderzoek wordt gedaan naar sekseverschillen, of dat dit enkelwordt bekeken wanneer dit toevallig aan het licht komt. Bij hoeveelgeneesmiddelen heeft dit inmiddels geleid tot aangepaste samenstel-lingen, doseringen en/of gebruiksvoorschriften voor vrouwen?Er wordt bij klinisch onderzoek gekeken naar sekseverschillen bijgeneesmiddelengebruik. Als deze bestaan, worden deze vermeld in debijsluiter. Bij oudere geneesmiddelen is er wellicht minder informatiebeschikbaar op basis van de uitgevoerde onderzoeken. Hier geldt dat doorhet gebruik in de praktijk al veel bekend is over deze medicijnen enrelevante informatie is opgenomen in de bijsluiter. Als er aanwijzingenzijn dat een medicijn bij mannen en vrouwen verschillend werkt, kan ditaanleiding zijn voor het CBG om dit verder te onderzoeken. De bevin-dingen hiervan worden gepubliceerd en kunnen aanleiding zijn richtlijnenaan te passen. In andere landen doen de medicijnautoriteiten dit ook. Hetis daarom niet te zeggen hoe vaak dit tot andere voorschriften heeftgeleid.De leden van de SP-fractie stellen dat niet alleen de overheid en zorgpar-tijen hun verantwoordelijkheid moeten nemen als het gaat om passenderebehandelingen en geneesmiddelen voor vrouwen, maar ook de farmaceu-tische industrie. Die heeft namelijk een belangrijke rol gehad bij hetonvoldoende testen en afstemmen van geneesmiddelen voor vrouwen,maar maakt ondertussen daarmee wel miljardenwinsten. Is de Ministerbereid om ook stappen te nemen om de farmaceutische industrie diens42ZonMw subsidieoproepTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94620 verantwoordelijkheid te laten nemen om geneesmiddelen beter af testemmen op vrouwenlichamen?Onderzoek toont aan dat het aandeel van vrouwen in fase III studiesvoldoende is en dat er geen sprake is van ondervertegenwoordiging.43, 44Eventuele sekse-specifieke verschillen in reactie op geneesmiddelen dietijdens de fase III studies naar voren komen worden in de bijsluiteropgenomen. In een later stadium kunnen die ook worden opgemerkt doorde farmaceutische industrie, academische onderzoekers, of de autori-teiten. Ook dan kan de bijsluiter worden aangepast, of bevindingenkunnen leiden tot aanpassing van de behandelrichtlijnen van de beroeps-groep.De leden van de SP-fractie benadrukken dat het voor het beter afstemmenvan nieuwe behandelingen en geneesmiddelen op vrouwenlichamen hetessentieel is dat er ook voldoende vrouwen meedoen aan klinischeonderzoeken en deze deelname ook afmaken. Dit lijkt echter in de praktijkvaak niet het geval te zijn. Welke stappen is de Minister van plan te zettenom hierin verandering te brengen?Onderzoek toont aan dat het aandeel van vrouwen in fase III studiesvoldoende is en dat er geen sprake is van ondervertegenwoordiging. Erzijn ook geen redenen aan te nemen dat vrouwen klinische onderzoekenminder vaak afmaken. Het CBG en de European Medicines Agency (EMA)laten alleen medicijnen toe als deze voldoende zijn onderzocht bij dedoelgroep. Dus als vrouwen deze medicijnen gebruiken, dan moeten dezemedicijnen ook op hen getest zijn.De leden van de SP-fractie zijn positief over het feit dat er wordt gewerktaan een Nationale Strategie Vrouwengezondheid. Zij hebben nog welvragen over wat precies de opzet daarvan is. In hoeverre wordt daarbijook ingegaan op de interactie met andere vormen, zoals sociaalecono-mische gezondheidsverschillen, waar de Kamer om heeft verzocht via demotie Dobbe c.s.?45 In hoeverre wordt er in de strategie ook tegemoetgekomen aan de prioriteiten die zijn gesteld door de organisaties die ineerste instantie de oproep voor een Nationale Strategie Vrouwenge-zondheid hebben gedaan?De nationale strategie vrouwengezondheid bevat een overzicht metmaatregelen of programma’s die zich specifiek richten op vrouwenge-zondheid of waarin individuele zorg centraal staat, waardoor er ruimte isvoor vrouwsensitieve thema’s.46 Vrouwsensitief betekent dat in de zorgrekening wordt gehouden met de biologische, psychische en socialeverschillen tussen vrouwen en mannen. In het verlengde van de nationalestrategie vrouwengezondheid zal in samenwerking met het veld in dekomende periode een werkagenda worden opgesteld. De motie van hetKamerlid Dobbe, waarbij de regering verzocht wordt bij de strategie ookaandacht te besteden aan de interactie met andere vormen vanongelijkheid, zoals sociaaleconomische gezondheidsverschillen, zal hierbijook betrokken worden.43Gispen-de Wied and de Boer 2018. Commentary on «Gender differences in clinical registrationtrials; is there a real problem?» by Labots et al. Br J Clin Pharmacol 2018 May 31;84(8):1639–1640. doi: 10.1111/bcp.1362044Labots et al 2018. Gender differences in clinical registration trials: is there a real problem? Br JClin Pharmacol 2018 Apr;84(4):700–707. doi: 10.1111/bcp.1349745Kamerstuk 31 765, nr. 86246Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025–2030 | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 94621

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d0bf5cf7a795e43f

14 okt 2026 · 7fa34807532ce4a2

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.