KamerkringInloggen
Kamerbrief

Antwoorden op vragen commissie van de V-100 inzake geld en schulden

2 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1db872501c4c1cc8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 515Preventie en bestrijding van stille armoede ensociale uitsluitingNr. 844 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2026Op maandag 1 juni jl. organiseerde de commissie voor de Rijksuitgaven inde Tweede Kamer het V-100 evenement. Tijdens deze bijeenkomst hebbenjongeren vragen geformuleerd over vooraf geselecteerde thema’s. Dezevragen zijn door de commissie overgenomen en aan het kabinet gesteld.Via deze weg wil ik deze jongeren bedanken voor hun betrokkenheid bijdeze belangrijke onderwerpen en hun bijdragen.De vragen die over geld en schulden gaan, in totaal 12, zijn zowel aanmijn collega, de Minister van Financiën, als aan mijzelf gesteld. DeMinister van Financiën stuurt separaat de beantwoording op vier van dezevragen naar uw Kamer (Kamerstuk 24 515, nr. 843). Hierbij zend ik u deantwoorden op de rest van die vragen.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.A. Vijlbrief kst-24515-844ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8441 V-100 (1 juni 2026) – Vragen aan het Ministerie van Financiën enhet Ministerie van SZW over het thema «Geld en schulden» 1)In hoeverre deelt u de mening dat financiële educatie in hetonderwijs zich vaak richt op economische en theoretische kennis(financiële geletterdheid), terwijl praktische financiële vaardig-heden zoals belastingaangifte doen, toeslagen aanvragen,omgaan met schuldenrisico’s en het herkennen van financiëleverleidingen (zoals Buy Now, Pay Later en online gokken) minderaandacht krijgen? In hoeverre heeft u inzage in de landelijkebehoefte van jongeren hieraan en welke mogelijkheden ziet unaast de huidige regelingen om deze praktische financiëlevaardigheden structureel te versterken en breder te verankeren inhet curriculum en op welke termijn?Beantwoording separaat via de Minister van Financiën.2)In hoeverre bent u bereid om onderzoek te doen naar deverschillen in financiële educatie binnen verschillende gemeentenen deze gelijkwaardiger te maken? De huidige ontwikkelingenbieden echter ruimte voor een bredere en praktischere invullingvan financiële educatie.Beantwoording separaat via de Minister van Financiën.3)Door de verkorting van de WW kunnen huishoudens snellerafhankelijk worden van de bijstand, met mogelijke gevolgen voorbestaanszekerheid, gezondheid en kansen van kinderen. Inhoeverre en hoe beoordeelt u over tien jaar of deze besparing opkorte termijn niet heeft geleid tot hogere maatschappelijkekosten en grotere kansenongelijkheid voor toekomstigegeneraties?Ik heb in de brief aan de vakbeweging van 26 mei jl.1 aangegeven deWW-voorstellen uit het coalitieakkoord voorlopig niet in voorgesteldevorm door te zetten. Ik hoop op korte termijn met de vakbeweging ingesprek te kunnen over de toekomst van de WW. Daarbij zal oog zijn voorde gevolgen van eventuele versoberingen van de WW.4)Het kabinet stimuleert jongeren om de stap van studie naar werkte maken. Hoe past het binnen die doelstelling dat jongeren nahet vinden van werk soms worden geconfronteerd met hogeterugvorderingen van huur- en zorgtoeslag, en welke maatregelenneemt u om deze overgang financieel voorspelbaarder enzekerder te maken en op welke termijn?Beantwoording separaat via de Minister van Financiën.5)Als de overheid al weet welke inwoners recht hebben op eenregeling, waarom moeten zij deze dan nog zelf aanvragen? Voorde bijstandsuitkering wordt er al een oplossing gezocht, ziet umogelijkheden om dit uit te breiden naar andere toeslagen of1Kamerstukken 2025–2026, 36 800 XV, nr. 113.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8442 uitkeringen? Zo ja welke concrete stappen worden genomen omdit te realiseren en op welke termijn?In het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening wordt de bevoegdheidgecreëerd voor UWV, SVB en gemeenten om na onderzoek burgers teattenderen op een recht op een uitkering waar ze nu geen gebruik vanmaken. Dit wetsvoorstel is in behandeling bij uw Kamer. Automatischetoekenning van 1 of meer regelingen maakt geen onderdeel uit van ditwetsvoorstel, omdat dit het voorstel te complex zou maken. Over gaan totautomatisch toekennen van vraagt per uitkering of voorziening om eenzorgvuldige afweging. Zo lenen niet alle uitkeringen of voorzieningen zichhiervoor vanwege bijvoorbeeld bijkomende verplichtingen van rechtheb-benden. Ook dient vooraf ingeschat te worden of er risico is op onrecht-matige toekenning en dient per regeling de vraag beantwoord te wordenof het beleidsmatig gewenst is om de verantwoordelijkheid om zelf eenaanvraag te doen bij rechthebbenden te laten of niet.Wel zal het wetsvoorstel proactieve helpen bij automatische toekenningwaar dat al kan. Dat komt door de nieuwe mogelijkheden voor deuitwisseling van persoonsgegevens. Via pilots wordt verkend of voor hetvervolg van proactieve dienstverlening ambtshalve toekenning onder-steunend is aan een betere proactieve dienstverlening. Dit gebeurt op hetmoment rondom de Individuele Inkomenstoeslag (IIT).De motie Hamstra c.s. (Kamerstuk 36 800 XV, nr. 69) roept op om teonderzoeken wat nodig is om te komen tot automatisch toekennen vaninkomensondersteuning waaronder het uitbreiden van inkomensregis-tratie en het harmoniseren van begrippen. Uw Kamer wordt in de zomergeïnformeerd over een verkenning over het in de actualiteit toekennenvan toeslagen en op korte termijn over de harmonisatie van begrippen inde inkomensondersteuning.Ik zal uw Kamer periodiek blijven informeren over de initiatieven rondomproactieve dienstverlening en automatische toekenning via de Hervor-mingsagenda Inkomensondersteuning.6)In hoeverre krijgt, door middel van de subsidieregeling Financiëleeducatie voortgezet onderwijs, financiële educatie daadwerkelijkeen vaste plek in het voortgezet onderwijs en worden leerlingenvoldoende voorbereid op een financieel gezonde toekomst? Hoeworden deze doelen gemonitord en door wie? Welke meetbareresultaten zijn hierbij behaald en in hoeverre worden ook descholen in Caribisch Nederland voldoende bereikt met dezeregeling?Het doel van de subsidieregeling «financiële educatie voor onderwijs-instellingen» is het creëren, ontwikkelen en bevorderen van structureleaandacht voor financiële educatie in onderwijsinstellingen. De subsidiericht zich juist op het stimuleren van structurele activiteiten. Middels desubsidieregeling krijgen scholen van het voortgezet onderwijs subsidievoor het trainen van docenten/medewerkers, het aanstellen van eencoördinator voor de inbedding van financiële educatie binnen de algeheleschool en/of scholen, het bieden van persoonlijke financiële begeleidingaan leerlingen met geldzorgen en het betrekken van ouders bij definanciële opvoeding van hun kinderen. Met deze subsidie kunnen scholenbijvoorbeeld een doorlopende leerlijn ontwikkelen en hun huidigeonderwijsprogramma aanpassen om structurele aandacht voor financiëleeducatie te faciliteren. Dit jaar opende een vierde subsidieronde die ruimis overvraagd (budget van € 10 mln en ongeveer € 28 mln aangevraagd).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8443 Het is mooi om te zien dat er zo veel scholen zijn die graag aan de slaggaan met het structureel inbedden van financiële educatie. Momenteelwordt verkend wat de mogelijkheden zijn om in te zetten op financiëleeducatie na deze subsidieregeling. U wordt hierover geïnformeerd met devolgende voortgangsbrief van het «Nationaal Programma Armoede enSchulden (NPAS)».Om deze regeling te monitoren en evalueren loopt een meerjarigmonitorings- en evaluatietraject dat door SEO wordt uitgevoerd.Inmiddels is dit jaar een eerste voortgangsrapportage naar de Kamerverstuurd als bijlage bij de voortgangsbrief van het NPAS2. Uit de eersteresultaten komt naar voren dat de inzet via de regeling zichtbaar effectheeft gehad op de inbedding van financiële educatie. Waar voor desubsidieregeling 53 procent van de scholen geen visie had op financiëleeducatie, is dat inmiddels gedaald tot 3 procent. Ook het aandeel scholenwaar financiële educatie een structureel onderdeel is van het lespro-gramma is toegenomen van 19 naar 45 procent. Het monitoring- enevaluatietraject loopt tot en met eind 2028.Tenslotte is bij het opzetten van de subsidieregeling ook nagedacht overde toepasbaarheid voor Caribisch Nederland (CN). Het is uiteraardbelangrijk dat er ook in CN aandacht is voor financiële educatie. Deeilanden hebben middels een bijzondere uitkering financiële middelengekregen om per eiland (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba) een lokaleaanpak op te zetten die past bij de schaalgrootte, kenmerken en specifiekebehoeften van het desbetreffende eiland en niet zorgt voor onnodigeadministratieve belasting. Hiervoor is in totaal een eenmalig bedrag van€ 1 miljoen beschikbaar gesteld.7)Uit de rapporten van de Algemene Rekenkamer van 2025 alsmede2026 blijkt dat er zorg wordt uitgesproken dat in 2029 hetstructurele budget voor de aanpak van verbetering in debescherming van het bestaansminimum middels rijksbredetrajecten stopt. Is deze aanpak de afgelopen jaren geëvalueerd enzo ja wat waren de uitkomsten? Is er nagedacht over eenalternatief vanaf 2029?In het NPAS is aangekondigd dat binnen de clustering Rijksincasso (CRI)overheidsorganisaties werken aan het vereenvoudigen en verbeteren vande publieke dienstverlening door zoveel mogelijk als één overheid tewerken.3 Onderdeel hiervan is de Betalingsregeling Rijk en het onderzoeknaar de uniformering van de norm voor bestaansminimum bij betalings-regelingen. Deze maatregelen bouwen voort op het basispakket IBOproblematische schulden.4 Omdat deze maatregelen nog in ontwikkelingzijn, is er geen evaluatie beschikbaar. Voor de uitvoering van dezemaatregelen zijn middelen beschikbaar tot 2029. In het coalitieakkoord iseen envelop van structureel € 150 miljoen voor armoede en problema-tische schulden voorzien. Met Prinsjesdag wordt uw Kamer geïnformeerdover de nadere invulling van de envelop.8)Welke concrete maatregelen bent u bereid om te nemen tegen de,door het CPB berekende, verwachte stijgende armoede (van 2,5%naar 2,7% in 2030) en op welke termijn?2Monitor en evaluatie subsidieregeling financiële educatie | Rijksoverheid.nl3Kamerstukken 2024/2025, 24 515, nr. 7994Kamerstukken 2024/2025, 24 515, nr. 770Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8444 In maart raamde het Centraal Planbureau inderdaad dat het aandeelmensen in armoede de komende jaren zou oplopen naar 2,7% in 2031. Indie raming was echter nog geen rekening gehouden met de gevolgen vande oorlog in de Golfregio. Op dit moment is nog heel onzeker hoe hetarmoedecijfer zich de komende jaren zal ontwikkelen. De olieprijzen zijnerg hoog, en naarmate de oorlog langer duurt, zullen hogere olieprijzenook meer doorwerken in de prijzen van andere goederen en dienstenzoals boodschappen. Het wordt dan moeilijker voor mensen om rond tekomen, en ook armoede kan dan toenemen. Op dit moment is het nogmoeilijk in te schatten in welke mate dat het geval zal zijn. In augustusmaakt het kabinet altijd afspraken over de begroting voor het volgendejaar. Dan wil het kabinet ook opnieuw kijken naar de verwachte ontwikke-lingen op het gebied van koopkracht en armoede, en bespreken of extramaatregelen eventueel nodig zijn.9)Welke mogelijkheden ziet u, met inachtneming van de AVG, omte komen tot één centraal platform waarop burgers een volledigoverzicht van hun schulden bij zowel publieke als privateschuldeisers kunnen raadplegen?Het kabinet ziet het belang in van beter inzicht in schulden. Inzicht inschulden is immers nodig om tot oplossingen te komen, om te kiezenwelke schulden het meest urgent zijn, om ophoging van schulden tevoorkomen en om schulden duurzaam te kunnen aflossen. Nog voor dezomer wordt uw Kamer door de Minister van SZW geïnformeerd over deuitkomsten van de verkenning naar een integraal schuldenoverzicht en devervolgstappen om inzicht in schulden te verbeteren.10)Het belasting- en toeslagenstelsel is complex en door destapeling van toeslagen houden mensen die meer gaan werkenonderaan de streep soms minder over. Op welke wijze gaat u hetstelsel vereenvoudigen zodat werken en participatie wordenbeloond en uitkeringen terechtkomen bij wie ze echt nodig heeft,en op welke termijn?Beantwoording separaat via de Minister van Financiën.11)Steeds vaker wordt gewezen op de groeiende generationelelasten, waarbij een aanzienlijk deel van maatschappelijke enfinanciële opgaven, waaronder de kosten van de vergrijzing en deverzorgingsstaat, bij jongeren generaties terecht dreigt te komen.Hoe en wanneer wilt u voorkomen dat jongeren, die door eenkrappe woningmarkt, studieschulden en stijgende kosten vanlevensonderhoud al in een achtergestelde positie verkeren,onevenredig worden belast met deze lasten?Dit kabinet vindt het belangrijk om ervoor te zorgen dat we kunnen blijveninvesteren in een beter Nederland en dat we geen rekeningendoorschuiven naar jongeren. Houdbare overheidsfinanciën zijn eenbelangrijke randvoorwaarde voor de brede welvaart van toekomstigegeneraties. Om die reden nemen we maatregelen om daarvoor te zorgen.We nemen graag het perspectief van jongeren mee rondom mogelijkemaatregelen op de sociale zekerheid. Daarom nodig ik binnenkort hetSER-jongerenplatform uit om hierover in gesprek te gaan.12)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8445 Steeds meer financiële lasten komen bij de jongere generatieterecht. Deze generatie wordt nu getroffen door rente op hunstudieschuld. Ook heeft dit invloed op het kopen van een huis enhebben slachtoffers van de toeslagenaffaire een gemiddeldhogere studieschuld. Welke stappen wil het kabinet wanneerzetten om deze mensen tegemoet te komen?De studietijd is een belangrijke, leerzame en waardevolle periode. Hetbiedt de kans aan jongeren om zich verder te ontwikkelen en hun talentente ontdekken. De financiële toegankelijkheid van het vervolgonderwijs isin Nederland een gedeelde verantwoordelijkheid van studenten, oudersen de overheid. Studenten ontvangen een basisbeurs en een studenten-reisproduct van de overheid. Ouders dragen vaak bij en als zij dat gezienhun inkomen niet zouden kunnen, ontvangen studenten een (gedeelte-lijke) aanvullende beurs van de overheid. Studenten dragen zelf ook bij;bijvoorbeeld door te werken of te lenen. Het laatste Nibud Studentenon-derzoek (2024) laat zien dat het grootste deel (ongeveer 90%) van de mbo,hbo- en wo-studenten aangeeft financieel rond te kunnen komen.Een onderdeel van studiefinanciering is de mogelijkheid om geld bij DUOte lenen. Het uitgangspunt daarbij is dat je na je studie een eventuelestudieschuld terugbetaalt. Deze leningen zijn rentedragend. Dat is altijd zogeweest. De hoogte van de rente is gekoppeld aan de rente die deoverheid zelf betaalt als zij geld leent op de kapitaalmarkt. De overheidleent namelijk geld om onder meer uit te lenen aan studenten. De rente isechter een aantal jaar vastgesteld op 0%. In die jaren leende de overheidzelf ook tegen percentages rond de 0%. Meer informatie over deberekening van rente en de voor- en nadelen van rente zijn te vinden indeze Kamerbrief.5 Studenten die onder het leenstelsel hebben gestudeerdontvangen als gebaar van erkenning sinds 2025 een tegemoetkoming ennaar verwachting vanaf april 2027 een aanvullende tegemoetkoming.Mocht een oud-student het maandelijkse terugbetaalbedrag niet kunnenbetalen, dan wordt hij of zij beschermd door de sociale terugbetaalregels.Oud-studenten hoeven pas vanaf een bepaald minimum inkomen terug tebetalen en boven dat inkomen hoeven zij maximaal een bepaaldpercentage van hun inkomen te betalen (draagkrachtregeling). Na afloopvan de terugbetaalperiode en bij overlijden wordt de resterende studie-schuld kwijtgescholden.De actuele hoogte van de te betalen maandlasten is van invloed op hetmaximale hypotheekbedrag. Ook dat is altijd zo geweest. Het inkomenmoet toereikend zijn om zowel aan de verplichtingen voor de hypotheekals voor het terugbetalen van de studieschuld te kunnen voldoen. Dat isook in het belang van de oud-student. De Minister voor Volkshuisvestingen Ruimtelijke Ordening stelt jaarlijks leennormen vast voor HypothecairKrediet. Hierin is ook opgenomen hoe hypotheekverstrekkers rekeningmoeten houden met een studieschuld. Het Nibud (Nationaal Instituut voorBudgetvoorlichting) geeft hierover advies.Tot slot. Het kabinet zet zich in om kinderen en jongeren die door detoeslagenaffaire zijn geraakt, te ondersteunen bij het werken aan eenhoopvolle toekomst. Compensatie verloopt via de gedupeerde ouder. Alsde ouder inkomensverlies heeft geleden waardoor het kind een studie-lening moest afsluiten, dan biedt de aanvullende schaderoute van deouder schadevergoeding voor het verlies. Daarnaast is er voor getroffenjongeren de kindregeling die onder andere bestaat uit een financiëletegemoetkoming en brede ondersteuning van hun gemeente. Ook is er de5Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 24 724, nr. 210Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8446 mogelijkheid voor getroffen jongeren om gebruik te maken van debestaande mogelijkheden en voorzieningen bij DUO.66Kabinetsreactie op rapport «Het is niet jouw (studie)schuld!» (Tweede Kamer, vergaderjaar2025–2026, 31 066, nr. 1533)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 515, nr. 8447

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e6c9004f91a9ad68

14 okt 2026 · 1b23f70745825265

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.