Memorie van toelichting
Brontekst
Versie 167c61dc6c0d9372 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 958Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en deWet arbeid vreemdelingen in verband met deimplementatie van Richtlijn (EU) 2024/1233 vanhet Europees Parlement en de Raad van 24 april2024 betreffende één enkele aanvraagprocedurevoor een gecombineerde vergunning vooronderdanen van derde landen om te verblijvenen te werken op het grondgebied van eenlidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijkpakket rechten voor werknemers uit derdelanden die legaal in een lidstaat verblijven(Implementatiewet GVVA-richtlijn 2024)Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING Algemeen 1. Inleiding Dit voorstel strekt tot aanpassing van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna:Vw 2000) en de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: Wav) in verband metde implementatie van de Richtlijn (EU) 2024/1233 van het EuropeesParlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende één enkele aanvraag-procedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen vanderde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van eenlidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket van rechten voorwerknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven (hiernaook: de herziene GVVA-richtlijn).1 De implementatie van deze richtlijndient gereed te zijn op 21 mei 2026.De GVVA-richtlijn is gebaseerd op het Verdrag betreffende de werking vande Europese Unie (hierna: VWEU), met name artikel 79, tweede lid, aanhefen onder a en b, VWEU, welke ziet op het gemeenschappelijk beleidtussen lidstaten op het terrein van immigratie vanuit derde landen naar deEU.1GVVA: Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. kst-36958-3ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 31 2. Implementatiewetgeving 2.1 Algemeen De oorspronkelijke GVVA-richtlijn2 (hierna: eerste GVVA-richtlijn) heefttwee hoofddoelen: de vereenvoudiging en harmonisering van regels terverstrekking van een gecombineerde titel voor verblijf en arbeid en hetwaarborgen van gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, billijkearbeidsvoorwaarden en sociale bescherming en inclusie voor dezewerknemers.De herziene GVVA-richtlijn heeft additioneel tot doel de aanvraagpro-cedure te stroomlijnen en doeltreffender te maken en bevat daarnaastnieuwe vereisten om de waarborgen en de gelijke behandeling vanderdelanders ten opzichte van EU-burgers te versterken en hunbescherming tegen arbeidsuitbuiting te verbeteren.3 De richtlijn vormteen aanvulling op de richtlijnen die betrekking hebben op regulieremigratie (de Richtlijn Europese blauwe kaart4, de Richtlijn langdurigingezetenen5, de Richtlijn betreffende studenten en onderzoekers6, deGezinsherenigingsrichtlijn7) en de Kwalificatieverordening8.Hoofdstuk I van de herziene GVVA-richtlijn bevat de algemene bepalingeninzake het onderwerp van de GVVA-richtlijn (artikel 1), de definities(artikel 2) en het materieel toepassingsgebied (artikel 3).Hoofdstuk II heeft betrekking op één enkele aanvraagprocedure en eengecombineerde vergunning en is enkel van toepassing op (aanvragenvoor) verblijfsvergunningen met het oog op werk (artikel 3, eerste lid,onder a en c, GVVA-richtlijn). Artikel 4 ziet op één enkele aanvraagpro-cedure en bevat de belangrijkste aspecten van de enkele aanvraagpro-cedure en het overgangsrecht. Voorts wordt voorzien in het aanwijzen vaneen bevoegde instantie en een aantal procedurele waarborgen tijdens deaanvraagprocedure en de vaststelling van het besluit over de vergunning(artikel 5). De artikelen 6 en 7 regelen de vormelijke vereisten voor degecombineerde vergunning en de verblijfsvergunningen die voor anderedoeleinden dan werk worden afgegeven. De GVVA-richtlijn bevat verderbepalingen die zien op nadere procedurele waarborgen, toegang totinformatie, vergoedingen en rechten die aan een gecombineerdevergunning kunnen worden ontleend (artikelen 9 tot en met 11).2Richtlijn 2011/98/EU van het Europees parlement en de Raad van 13 december 2011 betref-fende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanenvan derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmedeinzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal ineen lidstaat verblijven.3COM(2022) 655 final, p. 1.4Richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betref-fende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oogop een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad.5Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurigingezeten onderdanen van derde landen.6Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende devoorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie,stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten.7Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging.8Verordening (EU) 2024/1347 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 inzakenormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen dieinternationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voorpersonen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen, en voor de inhoud van deverleende bescherming, tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad en tot intrekkingvan Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 32 Hoofdstuk III ziet op het recht op gelijke behandeling en is van toepassingop zowel derdelanders met een verblijfsvergunning met het oog op werkals derdelanders met een verblijfsvergunning voor andere doeleinden danwerk, die mogen werken (artikel 3, eerste lid, onder b en c, GVVA-richtlijn).Er wordt voorzien in een recht op dezelfde behandeling als nationaleonderdanen (artikel 12) en in een plicht voor lidstaten om te voorzien inmonitoring, beoordeling, inspecties en sancties om mogelijk misbruik tevoorkomen (artikel 13) en om te voorzien in een klachtenprocedure voorwerknemers (artikel 14).Hoofdstuk IV bevat de slotbepalingen. Er wordt voorzien in demogelijkheid om gunstiger bepalingen vast te stellen (artikel 15). Eenlidstaat moet er verder voor zorgen dat het publiek gemakkelijk toegangheeft tot regelmatig bijgewerkte informatie (artikel 16). Tot slot wordt deverslaglegging door de Commissie vastgelegd (artikel 17) en wordtgeregeld dat en wanneer de bepalingen van de richtlijn moeten zijnomgezet (artikel 18), dat en wanneer de eerste GVVA-richtlijn wordtingetrokken (artikel 19) en wanneer de verordening inwerking treedt envan toepassing is (artikel 20) en stelt het vast tot wie de GVVA-richtlijn isgericht (artikel 21).2.2 Toepassingsbereik 2.2.1 Toepassingsbereik GVVA-richtlijn De GVVA-richtlijn is blijkens artikel 3, eerste lid, van toepassing oponderdanen van derde landen9 (hierna: derdelanders):–die verzoeken te mogen verblijven in een lidstaat met het oog op werk;–die overeenkomstig het recht van de Unie of het nationale recht zijntoegelaten tot een lidstaat voor andere doeleinden dan werk, diemogen werken en die beschikken over een verblijfsvergunningovereenkomstig Verordening (EG) nr. 1030/2002; of–die overeenkomstig het recht van de Unie of het nationale recht zijntoegelaten tot een lidstaat met het oog op werk.In de GVVA-richtlijn worden vervolgens in artikel 3, tweede lid, devolgende categorieën uitgesloten: ter beschikking gestelde werknemers,binnen een onderneming overgeplaatste personen10, seizoenwerkers11,au pairs en zelfstandigen.Tevens is de GVVA-richtlijn niet van toepassing op gezinsleden vanburgers van de Unie12, sommige derdelanders en hun gezinsleden metrecht van vrij verkeer13, personen met tijdelijke bescherming of die in9Derdelanders zijn vreemdelingen van buiten de EU, EER en Zwitserland.10Richtlijn 2014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende devoorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van eenoverplaatsing binnen een onderneming.11Richtlijn 2014/36/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffendede voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog optewerkstelling als seizoenarbeider (hierna: Richtlijn seizoenarbeiders).12Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende hetrecht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van deUnie en hun familieleden ({).13Denk hierbij aan Zwitserse onderdanen die verblijven op grond van de op 21 juni 1999 teLuxemburg tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haarlidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer vanpersonen (Trb. 2000, 16 en 86) of Britse onderdanen die verblijven op grond van het Akkoordvan 12 november 2019 inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voorAtoomenergie (PbEU 2019, CI 384).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 33 afwachting zijn van een beslissing op hun aanvraag14, personen dieinternationale bescherming genieten of die in afwachting zijn van eenbeslissing op hun aanvraag15, personen met een nationale beschermings-status of die in afwachting zijn van een beslissing op hun aanvraag,langdurig ingezetenen16, personen die uitstel van vertrek hebbengekregen en zeevarenden. Voorts zijn studenten nationaal uitgesloten vanhoofdstuk II van de GVVA-richtlijn.2.2.2 Het Nederlandse systeem van beperkingen In artikel 14, tweede lid, Vw 2000 is bepaald dat een verblijfsvergunningregulier voor bepaalde tijd altijd wordt verleend onder beperkingen. Dehoofdregel in het reguliere toelatingsbeleid is immers dat de vergunningonder beperking wordt verleend. Dit omdat het verblijf van een regulierevreemdeling altijd is verbonden aan een specifiek verblijfsdoel.17In artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: Vb2000) zijn de beperkingen opgenomen waaronder een verblijfsvergunningvoor bepaalde tijd kan worden verleend. Deze opsomming is gelet opartikel 3.4, vierde lid, Vb 2000 niet limitatief. De beperking houdt verbandmet het verblijfsdoel, en ziet zowel op dat verblijfsdoel als ook op debijzondere voorwaarden waaronder de verblijfsvergunning voor datverblijfsdoel wordt verleend. Een beperking omvat derhalve meer danslechts de korte aanduiding, die in artikel 3.4, eerste lid, Vb 2000 isweergegeven of op het aan de vreemdeling af te geven verblijfsdocumentstaat vermeld. Daarnaast kan binnen een beperking een nader onder-scheid worden aangebracht tussen de diverse te onderscheiden vormen.182.2.3 Nederlandse definitie «gecombineerde vergunning» Als het toepassingsbereik van de GVVA-richtlijn wordt vertaald naar hetNederlandse systeem van beperkingen, vallen de volgende beperkingendie worden verleend met het oog op werk onder het toepassingsgebiedvan de GVVA-richtlijn: arbeid als kennismigrant, verblijf als houder van deEuropese blauwe kaart, arbeid in loondienst, onderzoek in de zin vanrichtlijn (EU) 2016/801, lerend werken, arbeid als niet-geprivilegieerdmilitair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel en het zoeken naar enverrichten van arbeid al dan niet in loondienst.De beperkingen verblijf als familie- of gezinslid, studie, uitwisseling, aldan niet in het kader van een verdrag, medische behandeling, tijdelijkehumanitaire gronden, het afwachten van een verzoek op grond van artikel17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap en niet-tijdelijke humanitairegronden vallen eveneens onder het toepassingsbereik van deGVVA-richtlijn indien er mag worden gewerkt. Op deze beperkingen isalleen hoofdstuk III, inzake het recht op gelijke behandeling, vantoepassing.14Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor hetverlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden enmaatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor deopvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.15Verordening (EU) 2024/1347 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 inzakenormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen dieinternationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voorpersonen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen, en voor de inhoud van deverleende bescherming, tot wijziging van Richtlijn 2003/109/EG van de Raad en tot intrekkingvan Richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad.16Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurigingezeten onderdanen van derde landen.17Kamerstukken II 1998/99, 26 732, nr. 3 (MvT), p. 25.18Stb. 2000, 497 (NvT bij artikel 3.4)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 34 Nu voor de beperkingen die worden verleend met het oog op werk enkelvoor arbeid in loondienst en lerend werken in beginsel een tewerkstel-lingsvergunning (TWV) nodig is op grond van de Wav en het Besluituitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 (BuWav 2022), is er tijdens deimplementatie van de eerste GVVA-richtlijn voor gekozen om enkel dezebeperkingen onder de definitie van gecombineerde vergunning te latenvallen19. De andere beperkingen die onder het toepassingsbereik van deGVVA-richtlijn vallen waren reeds vrijgesteld van de TWV-plicht, dus voordeze beperkingen was het niet nodig om één enkele aanvraagprocedure inte richten.20Tot slot moet worden opgemerkt dat er met de implementatie van deRichtlijn seizoenarbeiders voor is gekozen om de beperking seizoenarbeidtoe te voegen aan de definitie van gecombineerde vergunning, omdat uitde Richtlijn seizoenarbeiders volgt dat een aanvraag voor een seizoenar-beidersvergunning via één aanvraagprocedure wordt ingediend, waarmeedeze vergunning dus als gecombineerde vergunning moet wordenaangemerkt.21 Dit doet echter niet af aan de omstandigheid dat seizoens-arbeid niet onder het toepassingsbereik van de GVVA-richtlijn valt en demateriële rechten niet op seizoensarbeid van toepassing zijn.In het schema GVVA (bijlage 2) is te zien welke beperkingen onder hettoepassingsbereik van de GVVA vallen en welke niet.2.2.4 Gunstigere bepalingen Zoals in de toelichting bij het voorstel voor een herziene GVVA-richtlijn isopgemerkt,22 vormt de GVVA-richtlijn een aanvulling op de richtlijnen diebetrekking hebben op reguliere migratie. Verder is in artikel 15 van deGVVA-richtlijn opgenomen dat de richtlijn geen afbreuk doet aangunstiger bepalingen van o.a. het recht van de Unie. Dit brengt met zichmee dat als een specifieke richtlijn gunstigere materiële rechten toekent,dit voorgaat op de materiële rechten die de GVVA-richtlijn toekent en viceversa.Dit is met name van belang voor de beperkingen: verblijf als houder vande Europese blauwe kaart, onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801en lerend werken. Deze beperkingen vallen immers zowel onder hettoepassingsbereik van de GVVA-richtlijn, als onder het toepassingsbereikvan een andere, specifieke, richtlijn die voor de betreffende beperking insommige gevallen in gunstigere materiële rechten voorziet.2.2.5 Materiële rechten bij nationale beperkingen Kort gezegd kan opgemerkt worden dat de GVVA-richtlijn een grotertoepassingsbereik heeft dan de nationale gecombineerde vergunning endat niet alle beperkingen die als gecombineerde vergunning wordenaangemerkt, vallen onder het toepassingsbereik van de GVVA-richtlijn.Nu het toepassingsbereik van de GVVA-richtlijn leidend is voor hettoekennen van de materiële rechten uit de GVVA-richtlijn, wordt bij deimplementatie gespecificeerd op welke beperkingen de betreffendeartikelen van toepassing zijn. Waar nodig wordt in de artikelsgewijzetoelichting uitgelegd waarom het artikel wel of niet op een bepaaldebeperking van toepassing is.19De eerste GVVA-richtlijn is (deels) geïmplementeerd in het Besluit uitvoering Wet arbeidvreemdelingen. Deze is inmiddels vervangen door het BuWav 2022.20Kamerstukken II 2013/14, 33 749, nr. 3 (MvT), p. 3.21Artikel 13, tweede lid, Richtlijn seizoenarbeiders22COM(2022) 655 final, p. 2–3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 35 In het schema GVVA (bijlage 2) is eveneens gespecificeerd welkemateriële rechten bij welke beperking horen.2.3 Implementatie eerste GVVA-richtlijn De herziene GVVA-richtlijn bevat een aantal facultatieve bepalingen dieniet zijn gewijzigd ten opzichte van de eerste GVVA-richtlijn. De herzieningvan de GVVA-richtlijn en het implementatietraject waren aanleiding om nate gaan of de destijds gemaakte beleidskeuzes nog steeds actueel zijn.2.3.1 Artikel 3, derde lid, GVVA-richtlijn Op grond van artikel 3, derde lid, GVVA-richtlijn mogen lidstaten besluitendat de gecombineerde vergunning en één enkele aanvraagprocedure niethoeft te worden toegepast op derdelanders die toestemming hebbengekregen om voor een periode van ten hoogste zes maanden op hetgrondgebied van een lidstaat te werken dan wel voor studiedoeleinden toteen lidstaat zijn toegelaten.Bij de vorige implementatie is gekozen om een grens te leggen bij eenverblijf van langer dan drie maanden, omdat zo’n verblijf een verblijfs-vergunning nodig is. Bij een verblijf van minder dan drie maanden kanworden volstaan met een visum, met uitzondering van derdelanders voorwie geen visumvereiste geldt, en indien vereist een tewerkstellingsver-gunning. Vanwege eenduidigheid en overzichtelijkheid is het nietwenselijk dit te wijzigen. Daarom geldt de GVVA voor derdelanders dievoor een periode langer dan drie maanden arbeid verrichten in Nederlanden verblijf in Nederland beogen.23Voor studenten met een verblijfsvergunning voor studie geldt dat zijmaximaal 16 uur per week24 naast hun studie in loondienst mogenwerken, indien de werkgever in bezit is van een TWV voor de betreffendestudent. Zij hoeven in die situatie dus geen nieuwe verblijfsvergunningaan te vragen nu het hoofddoel van het verblijf studie is25, waardoor hetniet nodig is om één enkele aanvraagprocedure te hanteren.Er is niet gebleken van redenen om nu anders te beslissen.2.3.2 Artikel 4, eerste lid, GVVA-richtlijn Uit artikel 4, eerste lid, GVVA-richtlijn volgt dat lidstaten kunnen bepalenof aanvragen voor een gecombineerde vergunning moeten wordeningediend door de derdelander, door de werkgever of door om het evenwelk van beiden.Bij de vorige implementatie is besloten om aan te sluiten bij de reedsbestaande systematiek van de Vw 2000, waarbij de aanvraag voor eenverblijfsvergunning (inclusief die voor een gecombineerde vergunning)gedaan kan worden door zowel de werkgever (als referent) als devreemdeling. Het is daarbij afhankelijk van de beperking of een aanvraagmoet worden ingediend door (1) de vreemdeling, (2) de referent of (3)door beiden kan worden ingediend.Het huidige systeem van de Vw 2000 biedt de mogelijkheid om perbeperking te bepalen door wie een verblijfsvergunning moet wordenaangevraagd, waarbij rekening wordt gehouden met enerzijds het23Kamerstukken II 2013/14, 33 749, nr. 3 (MvT), p. 2–3.24Of fulltime in de maanden juni, juli, augustus (bijlage 1, paragraaf 8.3.c.7, RuWav 2022).25Artikel 8, derde lid, onder c, Wav juncto bijlage 1, paragraaf 8.1.e juncto 8.3.c.7, RuWav 2022(voorwaarde voor de TWV is juist dat de vreemdeling in het bezit is van een verblijfs-vergunning voor studie).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 36 doenvermogen van de vreemdeling en anderzijds het belang van dereferent, waaronder de werkgever. Er is niet gebleken van redenen omanders te beslissen voor vergunningen die onder het toepassingsbereikvan de GVVA-richtlijn vallen. Voorts is het continueren van het bestaandesysteem de meest lastenluwe keuze, omdat hiermee wordt voorkomen dater nieuwe (informatie)verplichtingen ontstaan voor werkgevers en debestaande (goed werkende) praktijk kan worden voortgezet.2.3.3 Artikel 4, tweede lid, GVVA-richtlijn Artikel 4, tweede lid, GVVA-richtlijn biedt de mogelijkheid voor een lidstaatom, overeenkomstig zijn nationale recht, aanvragen voor een gecombi-neerde vergunning goed te keuren die worden ingediend door derde-landers die zonder verblijfsvergunning legaal op zijn grondgebiedverblijven.Op grond van de reeds bestaande Nederlandse systematiek kunnenvreemdelingen die zijn vrijgesteld van de plicht om te beschikken overgeldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland eenverblijfsvergunning aanvragen. Vreemdelingen die niet zijn vrijgesteld vandeze plicht dienen, in beginsel, buiten Nederland een mvv en eenverblijfsvergunning aan te vragen en moeten de beslissing op dezeaanvraag buiten Nederland afwachten. Het wordt nog steeds nietwenselijk geacht om dit te versoepelen, omdat dit het algemene geldendeprincipe ondermijnt dat mvv-plichtige vreemdelingen de beslissing ophun aanvraag buiten Nederland moeten afwachten. Er is niet geblekenvan redenen om anders te beslissen voor vergunningen die onder hettoepassingsbereik van de GVVA-richtlijn vallen.2.3.4 Artikel 6, eerste lid, GVVA-richtlijn Op grond van artikel 6, eerste lid, GVVA-richtlijn kunnen lidstaten, zowelop papier als in een elektronisch formaat, aanvullende informatieopnemen in verband met de arbeidsrelatie van de derdelander, zoalsnaam en adres van de werkgever, de plaats van de tewerkstelling, de aardvan het werk, de werkuren en het loon.Bij de implementatie van de eerste GVVA-richtlijn is vastgesteld dat devreemdeling als verblijfsdocument een verblijfspasje ontvangt waaropstaat voor welke periode en voor welk verblijfsdoel hij in Nederland magverblijven. Op de achterkant van dit pasje wordt vermeld dat hij inNederland arbeid mag verrichten conform de voorschriften die zijnopgenomen in het aanvullend document. In het aanvullend document zijnopgenomen de naam en de plaats van vestiging van de werkgever, depersoonsgegevens van de vreemdeling, duur waarvoor het verrichten vanarbeid wordt toegestaan, alsmede een omschrijving van de aard en deplaats van de te verrichten arbeid (conform artikel 7 Wav). Het verblijfs-pasje in combinatie met het aanvullend document functioneert als degecombineerde vergunning.26Er is niet gebleken van redenen om nu anders te beslissen. De informatiedie is opgenomen in het aanvullend document is onder meer nodig tenbehoeve van toezicht en handhaving.2.3.5 Artikel 7, eerste lid, GVVA-richtlijn Op grond van artikel 7, eerste lid, GVVA-richtlijn kunnen lidstaten, ookwanneer een verblijfsvergunning wordt verstrekt voor andere doeleindendan werk, aanvullende informatie opnemen in verband met de arbeidsre-latie van de derdelander.26Kamerstukken II 2013/14, 33 749, nr. 3 (MvT), p. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 37 Bij de implementatie van de eerste GVVA-richtlijn is besloten om aan tesluiten bij het reeds bestaande systeem waarbij de vreemdeling eenverblijfspasje ontvangt waarop staat voor welke periode en voor welkverblijfsdoel hij in Nederland mag verblijven. Op de achterkant van ditpasje wordt vermeld of arbeid wel of niet is toegestaan en of hiervoor welof niet een TWV is vereist.27 Verder wordt aan de werkgever, indienvereist, een TWV verstrekt. In de TWV zijn opgenomen de naam en deplaats van vestiging van de werkgever, de persoonsgegevens van devreemdeling, duur waarvoor het verrichten van arbeid wordt toegestaan,alsmede een omschrijving van de aard en de plaats van de te verrichtenarbeid (conform artikel 7 Wav).Er is niet gebleken van redenen om nu anders te beslissen. De informatiedie is opgenomen in de TWV is onder meer nodig ten behoeve vantoezicht en handhaving en het continueren van het bestaande systeem isde meest lastenluwe keuze, omdat hiermee geen nieuwe (informatie)ver-plichtingen ontstaan voor werkgevers en de bestaande praktijk wordtvoortgezet.2.3.6 Artikel 10 GVVA-richtlijn Uit artikel 10 van de GVVA-richtlijn volgt dat lidstaten de betaling van eenvergoeding kunnen verlangen voor de verwerking van aanvragenovereenkomstig deze richtlijn. Deze vergoedingen mogen niet oneven-redig of buitensporig zijn. Wanneer de werkgever vergoedingen heeftbetaald voor de verwerking van de aanvraag, is de werkgever nietgerechtigd die vergoeding van de onderdaan van een derde land terug tevorderen.In Nederland zijn onder andere voor het aanvragen van een mvv en eenreguliere vergunning leges verschuldigd (de artikelen 2l en 24 Vw 2000).Er is niet gebleken van redenen om anders te beslissen voor vergun-ningen die onder het toepassingsbereik van de GVVA-richtlijn vallen.3. Hoofdlijnen van het voorstel 3.1 Toelatingsprocedures Om de toelatingsprocedures voor arbeidsmigranten doelmatiger ensneller maken wordt in de herziene GVVA-richtlijn de beslistermijn voorhet al dan niet toekennen van een GVVA verkort naar 90 dagen en wordttevens bepaald dat de arbeidsmarkttoets binnen de beslistermijn moetplaats vinden (artikel 5, tweede lid, GVVA-richtlijn). Voorts wordt demogelijkheid tot het verlengen van deze beslistermijn beperkt totuitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde omstandigheden gelet op decomplexiteit van de aanvraag. Indien daarvan sprake is kan de beslis-termijn met een termijn van 30 dagen worden verlengd (artikel 8, derdelid, van de GVVA-richtlijn).Wat betreft de beslistermijn naar 90 dagen en de verplichting om dearbeidsmarkttoets uit te voeren binnen deze beslistermijn, is geenaanpassing van de Nederlandse wetgeving nodig omdat deze daar al bijaansluit. Het beperken van de verlengingsmogelijkheden van dezetermijn, zowel in duur als in omstandigheden waaronder tot verlengingkan worden besloten, leidt wel tot een aanpassing in wetgeving.27Zie o.a. artikel 3.1, vijfde lid, Voorschrift Vreemdelingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 38 Daartoe worden in dit wetsvoorstel de beslistermijnen voor aanvragenwaarop de GVVA-richtlijn van toepassing is aangepast aan de beperktereverlengingsmogelijkheden. Dit hoeft of kan niet als ter implementatie vanandere richtlijnen al afwijkende beslistermijnen bestaan.3.2 Versterking positie werknemers uit derde landen De GVVA-richtlijn bevat nieuwe bepalingen (artikel 11, leden 2 tot en met6) om de waarborgen en de gelijke behandeling van derdelanders tenopzichte van EU-burgers te versterken en hun bescherming tegenarbeidsuitbuiting te verbeteren.3.2.1 Het recht om van werkgever te veranderen Op basis van artikel 11, tweede lid, van de GVVA-richtlijn krijgt eenderdelander het recht om gedurende de geldigheidsduur van de (gecom-bineerde) verblijfsvergunning met het oog op werk van werkgever teveranderen. De lidstaten kunnen dit recht om van werkgever te veran-deren afhankelijk stellen van een van de in artikel 11, derde lid, genoemdevoorwaarden.Voorts kunnen lidstaten, indien een kennisgeving van verandering vanwerkgever wordt vereist, het recht van de houder van een gecombineerdevergunning om van werkgever te veranderen opschorten voor eenperiode van ten hoogste 45 dagen. In deze periode kan een lidstaatnagaan of aan de eventuele voorwaarden van artikel 11, derde lid, isvoldaan en nagaan of nog steeds aan de andere vereisten van hetUnierecht of het nationale recht wordt voldaan. De lidstaat kan zich,volgens de richtlijn, binnen die periode van 45 dagen verzetten tegen deverandering van werkgever. Deze termijn kan op grond van artikel 8,vierde lid, van de GVVA-richtlijn worden verlengd met een extra termijnvan 15 dagen in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde omstandig-heden.In de huidige Nederlandse regelgeving is het voor houders van een(gecombineerde) verblijfsvergunning met het oog op werk reedstoegestaan om, binnen de bestaande beperking, van werkgever teveranderen. Als dat het geval is, moet er een nieuwe aanvraag wordeningediend. Deze aanvraag, die moet worden gedaan binnen de geldig-heidsduur van de (gecombineerde) vergunning, past binnen het kennisge-vingsprincipe dat in de GVVA-richtlijn is opgenomen. Vervolgens wordt,indien sprake is van een gecombineerde vergunning onder een beperkingverband houdend met arbeid in loondienst of lerend werken, advies aanUWV gevraagd of de vreemdeling kan worden toegelaten tot de arbeids-markt. Er wordt op dit moment geen minimumperiode voorgeschrevenwaarbinnen de houder van de gecombineerde vergunning voor de eerstewerkgever moet hebben gewerkt.Dit, in combinatie met de GVVA-richtlijn, betekent dat er binnen 45 dagenop de aanvraag moet worden beslist, welke termijn in uitzonderlijke ennaar behoren gemotiveerde omstandigheden met een termijn van 15dagen kan worden verlengd. Deze aangepaste beslistermijn bij nieuweaanvragen bij veranderen van werkgever leidt tot een aanpassing inwetgeving. Dit geldt tevens voor de verlengingsmogelijkheid van debeslistermijn.Dat het recht van de derdelander om van werkgever te veranderen tijdensde, verlengde, beslistermijn is opgeschort, is al in de Nederlandseregelgeving neergelegd en leidt dus niet tot een aanpassing.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 39 Voorts moet uit de formulering van de GVVA-richtlijn worden afgeleid dat,indien de lidstaat niet binnen 45 dagen (of binnen de verlengde termijn)zijn bezwaren kenbaar maakt, het recht om van werkgever te veranderenniet langer is opgeschort. In de Nederlandse situatie, waarin een aanvraagmoet worden ingediend, heeft dit tot gevolg dat een niet-tijdige beslissingop de nieuwe aanvraag tot een positieve (fictieve) beslissing moet leiden.Derhalve wordt paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht vantoepassing verklaard, met uitzondering van artikel 4:20b, derde lid, van deAlgemene wet bestuursrecht. Het is immers niet de bedoeling dat debeschikking pas in werking treedt op de derde dag na afloop van debeslistermijn.Tot slot moet worden opgemerkt dat deze aanpassing van toepassing isop alle beperkingen die onder toepassingsbereik van de GVVA-richtlijnvallen (zie paragraaf 2.2.2) voor zover een andere, specifieke, richtlijn nietin gunstigere materiële rechten voorziet (2.2.3).Voor een aantal van deze wijzigingen zijn de gevolgen (m.u.v. financiëlegevolgen) beschreven in hoofdstuk 4 van deze memorie van toelichting.3.2.2 Bescherming bij (kortdurende) werkloosheid Op grond van het nieuwe artikel 11, vierde lid, GVVA-richtlijn moetenlidstaten een derdelander gedurende de geldigheidsduur van de (gecom-bineerde) verblijfsvergunning met het oog op werk toestaan gedurendeten minste drie maanden op hun grondgebied te blijven indien dederdelander zijn baan verliest. Deze periode bedraagt zes maanden, indiende derdelander langer dan twee jaar houder is van de gecombineerdevergunning. In dat geval kan de lidstaat verlangen dat de derdelanderaantoont over voldoende middelen te beschikken om zichzelf te onder-houden zonder een beroep te hoeven doen op het stelsel voor socialebijstand van de betrokken lidstaat.Indien een derdelander binnen de toegestane periode van werkloosheideen nieuwe werkgever vindt en een lidstaat het aanvaarden van denieuwe dienstbetrekking afhankelijk heeft gesteld van een van de inartikel 11, derde lid, genoemde voorwaarden, staat de lidstaat de houdervan de gecombineerde vergunning toe op zijn grondgebied te verblijventotdat de bevoegde instanties hebben nagekeken of aan de eventuelevoorwaarden is voldaan, ook al is de toegestane periode vanwerkloosheid verstreken.In de huidige Nederlandse praktijk wordt de gecombineerde vergunningingetrokken als de werkgever of de derdelander heeft aangegeven dat hetdienstverband is beëindigd. Het moment waarop de intrekking van deGVVA ingaat, is echter na afloop van een zoekperiode van maximaal driemaanden. De grondslag hiervoor is opgenomen in artikel 3.91 Vb 2000.Indien hij een nieuwe werkgever vindt zal opnieuw een (gecombineerde)vergunning moeten worden aangevraagd. Als de derdelander namaximaal drie maanden geen nieuwe werkgever gevonden heeft, moet hijNederland verlaten.In hoeverre de huidige werkwijze volledig voldoet aan de GVVA-richtlijnwordt nog nader onderzocht. Wel is duidelijk dat het Vb 2000 op ditmoment niet voorziet in een toegestane periode van zes maanden indieneen derdelander langer dan twee jaar houder is van de gecombineerdevergunning. In het besluit tot wijziging van het Vb 2000 ter implementatievan de GVVA-richtlijn zal nader worden toegelicht in hoeverre de huidigewerkwijze in overeenstemming is met de GVVA-richtlijn en of er wijzi-gingen in het Vb 2000 noodzakelijk zijn. Hierbij zal tevens wordeningegaan op de gevolgen voor de verblijfsvergunningen met het oog opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 310 werk die wel onder het toepassingsbereik van de GVVA-richtlijn vallen,maar die nationaal niet worden aangemerkt als gecombineerdevergunning.3.2.3 Verblijf gedurende een verlengingsaanvraag Lidstaten moeten toestaan dat een derdelander wiens (gecombineerde)verblijfsvergunning met het oog op werk vervalt gedurende de procedurevan de verlenging ervan verblijft alsof hij nog steeds over een geldige(gecombineerde) verblijfsvergunning met het oog op werk beschikt totdatde bevoegde instanties een besluit over de aanvraag tot de verlengingervan hebben genomen (artikel 11, vijfde lid).Uit artikel 8, onder g, Vw 2000 juncto artikel 3.1, eerste lid, Vb 2000 volgtdat een derdelander rechtmatig verblijf heeft in afwachting van debeslissing op een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van(gecombineerde) verblijfsvergunning met het oog op werk of eenwijziging ervan. Voorts volgt uit artikel 6.4 BuWav 2022 dat het istoegestaan om te blijven werken in afwachting van de beslissing op eenaanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de gecombi-neerde vergunning voor dezelfde werkzaamheden bij dezelfde werkgever,mits aan enkele voorwaarden wordt voldaan.De Nederlandse wet- en regelgeving voldoet daarmee reeds aan deGVVA-richtlijn en (nadere) implementatie is derhalve niet nodig.3.2.4 Aanvullende bescherming bij (kortdurende) werkloosheid wegensarbeidsgerelateerde uitbuiting Indien, overeenkomstig de nationale procedures, wordt vastgesteld dat erredelijke gronden zijn om aan te nemen dat derdelander met een(gecombineerde) verblijfsvergunning met het oog op werk te maken heeftgehad met arbeidsgerelateerde uitbuiting, verlengt die lidstaat detoegestane periode van werkloosheid met drie maanden.Dit wordt, indien nodig, nader uitgewerkt in het Vb 2000.28 Het Vb 2000bevat in artikel 3.89a reeds een vergelijkbare regeling voor verblijfsver-gunningen die zijn verleend onder een beperking verband houdend metuitwisseling, studie, het verrichten van arbeid als kennismigrant ofonderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801. Hierbij zal tevens aandachtworden besteed aan verblijfsvergunningen met het oog op werk die welonder het toepassingsbereik van de GVVA-richtlijn vallen, maar dienationaal niet worden aangemerkt als gecombineerde vergunning.3.3 Recht op gelijke behandeling Op grond van hoofdstuk III van de GVVA-richtlijn hebben vreemdelingendie vallen onder het toepassingsbereik van de richtlijn recht op dezelfdebehandeling als nationale onderdanen op ten minste de vlakken zoals diezijn genoemd in artikel 12. Het gaat daarbij onder andere om gelijkebehandeling op gebieden zoals arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandig-heden, onderwijs, sociale zekerheid en de toegang tot goederen endiensten. Op deze vlakken is de gelijke behandeling, op een enkeleuitzondering binnen de kaders van de richtlijn na, reeds gewaarborgd in28Het Wetsvoorstel Wet modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel (Kamer-stukken II 2023/24, 36 547, nr. 3, p. 8) introduceert een zelfstandige strafbaarstelling vanernstige benadeling. Als dit wetsvoorstel in werking is getreden, wordt ernstige benadelinggeschaard onder de term arbeidsgerelateerde uitbuiting (artikel 3.48, eerste lid, onder g, Vb2000) en is een nadere uitwerking niet meer nodig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 311 de bestaande wet- en regelgeving. In de transponeringstabel is bijartikel 12 per onderdeel toegelicht op welke manier de gelijke behandelingis gewaarborgd.Lidstaten hebben daarnaast, op grond van artikel 13, de verplichting om,overeenkomstig het nationale recht, in maatregelen te voorzien ommogelijk misbruik te voorkomen en overtredingen van de gelijkebehandelingsbepaling te bestraffen. In dergelijke maatregelen is reedsvoorzien door middel van het toezicht en de handhaving op de Wet arbeidvreemdelingen en overige arbeidswetgeving en de bevoegdheid van hetCollege voor de rechten van de mens om onderzoek te doen naar mogelijkonderscheid en daar een oordeel over te geven, zo is geregeld in de WetCollege voor de rechten van de mens. Verder zijn lidstaten op grond vanartikel 14 verplicht om ervoor te zorgen dat werknemers klachten kunnenindienen tegen hun werkgevers en dat zij dezelfde toegang hebben totgerechtelijke procedures om verhaal te halen. In dergelijke procedures isreeds voorzien in de vorm van de mogelijkheid om een melding te makenbij de Nederlandse Arbeidsinspectie en de gelijke toegang tot deNederlandse rechter voor vreemdelingen.4. Gevolgen (m.u.v. financiële gevolgen) De hoofdregel voor de beslistermijn ten aanzien van aanvragen tot hetverlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 Vw 2000blijft een termijn van 90 dagen. Voor een aantal beperkingen geldt dat debeslistermijn met maximaal 30 dagen kan worden verlengd. Bij arbeid alskennismigrant, arbeid als niet-geprivilegieerd militair ofniet-geprivilegieerd burgerpersoneel, het zoeken naar en verrichten vanarbeid al dan niet in loondienst geldt dat het verlengen van de beslis-termijn zelden nodig is. De verkorte verlenging van de beslistermijn wordtdaarom haalbaar en uitvoerbaar geacht. Bij verblijf in het kader van arbeidin loondienst werd in 2023 en 2024 in gemiddeld 14% van de aanvragenbuiten de wettelijke beslistermijn van 90 dagen beslist; onduidelijk is inhoeveel gevallen buiten de verlengde beslistermijn is beslist. Hoewel nietis uit te sluiten dat het beperken van de verlengingsmogelijkheid zalleiden tot meer zaken waarin de beslistermijn wordt overschreden, lijktdeze toename op basis van de huidige cijfers beperkt van omvang.Zoals reeds in paragraaf 3.2.1 wordt uitgelegd bevat de herzieneGVVA-richtlijn regels voor een procedure voor het wijzigen van werkgevermet een kortere beslistermijn van 45 dagen die alleen in bijzondere engemotiveerde gevallen met 15 dagen kan worden verlengd. Op ditmoment zijn er verschillende procedures ingericht naar gelang van devraag of er sprake is van een gecombineerde vergunning of een aanvraagtot het verlenen van een verblijfsvergunning, waarbij het wijzigen vanwerkgever enkel mogelijk is binnen de bestaande beperking.In de nieuwe situatie is het mogelijk om onderling binnen alle beper-kingen die worden verleend met het oog op werk die onder het toepas-singsbereik van de GVVA vallen van werkgever te veranderen. De herzieneGVVA-richtlijn maakt immers geen onderscheid tussen de verschillendebeperkingen. Het gaat dan om de beperkingen arbeid in loondienst, lerendwerken, arbeid als kennismigrant, onderzoek in de zin van richtlijn (EU)2016/801, arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerdburgerpersoneel en verblijf als houder van de Europese blauwe kaart.Hoewel de beperking het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan nietin loondienst ook onder het toepassingsbereik van de GVVA valt, valt dezebeperking, in de Nederlandse situatie, niet onder de procedure voor hetwijzigen van werkgever. Bij deze beperking is arbeid vrij toegestaan,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 312 waaruit het recht om van werkgever te veranderen reeds rechtstreeksvoortvloeit.29Voor de vraag welke procedure moet worden gevolgd, is de nieuwesituatie leidend. Dat betekent dat als er in deze situatie sprake is van eengecombineerde vergunning onder een beperking verband houdend metarbeid in loondienst of lerend werken er tevens advies aan UWV wordtgevraagd of de vreemdeling kan worden toegelaten tot de arbeidsmarkt.De huidige streeftermijn voor deze procedure is zeven weken. De nieuwebeslistermijn van 45 dagen is korter dan deze streeftermijn van zevenweken. Binnen die nieuwe beslistermijn is ook advies van het UWV nodig.Om ervoor te zorgen dat de IND straks in staat is om tijdig te beslissenover een aanvraag tot een verandering van werkgever, is het nodig datwerkprocessen bij IND en UWV, waaronder de snelheid van hetUWV-advies, worden aangepast. Door binnen 45 dagen te beslissen,wordt voorkomen dat er een vergunning van rechtswege wordt verleend.Alleen al omdat niet tijdig beslissen leidt tot verlening van rechtswege,moet de procedure uitvoerbaar worden geacht.Indien er in de nieuwe situatie sprake is van een verblijfsvergunning, is deprocedure afhankelijk van de vraag of de aanvraag tot wijziging werkgeverwordt ingediend door een erkend referent of door een niet-erkend referentof de vreemdeling. Bij een erkend referent is er sprake van een vereenvou-digde procedure of zelfs van een meldingsprocedure indien de beperkinghetzelfde blijft; te denken is daarbij aan een kennismigrant die verandertvan werkgever (erkend referent). Bij een aanvraag door een niet-erkendreferent of de vreemdeling moet een normale procedure worden gevolgd.In beide situaties dient de IND zijn werkprocessen aan te passen omervoor te zorgen dat er binnen 45 dagen op deze aanvragen wordt beslistom te voorkomen dat de gevraagde vergunning van rechtswege wordtverleend. Alleen al omdat niet tijdig beslissen leidt tot verlening vanrechtswege, moet de procedure uitvoerbaar worden geacht.5. Financiële gevolgen Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor werkgevers enaanvragers van een GVVA.De wijzigingen van de Vw 2000 zijn procedureel van aard en niet verwachtwordt dat deze op zichzelf staand leiden tot een hogere instroomaanvragen waarvoor structureel meer personele capaciteit is vereist. Geletop het feit dat er bij de beperkingen arbeid in loondienst en lerend werkendoorgaans een arbeidsmarkttoets moet worden uitgevoerd kunnen deverkorte beslistermijnen wel leiden tot een hoger percentage niet tijdigebeslissingen. Om dat te voorkomen zou extra FTE nodig kunnen zijn.De incidentele kosten worden geschat op maximaal 0,5 miljoen euro endeze worden gedekt binnen de begroting van de IND.6. Consultatie Dit voorstel wordt niet ter consultatie aangeboden, omdat het eenimplementatie van verplichtende bepalingen uit de GVVA-richtlijn betreft.Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier nietgeselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen gevolgen voor deregeldruk heeft.29Zie B6/3.2.1 Vc.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 313 Artikelsgewijze toelichting Artikel IOnderdeel A1.Vanwege de herziene GVVA-richtlijn moet deze begripsomschrijvingworden vervangen.2.Deze begripsomschrijving wordt toegevoegd om eenvoudigere verwij-zingen naar de betreffende richtlijn mogelijk te maken.Onderdelen B en CArtikel 2u en artikel 25, zevende lidIn artikel 5, tweede lid, van de GVVA-richtlijn is vastgelegd dat zo spoedigmogelijk en in ieder geval uiterlijk 90 dagen na de datum van indieningvan een volledige aanvraag een besluit over de aanvraag tot het verlenenvan een gecombineerde vergunning moet worden genomen. Deze termijnomvat de arbeidsmarkttoets indien een dergelijke toets wordt uitgevoerdbij een individuele aanvraag voor een gecombineerde vergunning en sluitaan bij de beslistermijn die in de artikelen 2u, eerste lid, en 25, eerste lid,van de Vw 2000 is opgenomen.Verder wordt in artikel 8, derde lid, van de GVVA-richtlijn bepaald onderwelke voorwaarden de beslistermijn kan worden verlengd met maximaal30 dagen. Dit wordt opgenomen in het nieuwe vijfde lid van artikel 2u enhet nieuwe zevende lid van artikel 25 van de Vw 2000.Zoals toegelicht in het algemene deel van de toelichting (2.2) verschilt hettoepassingsbereik van de GVVA-richtlijn met de beperkingen die inNederland onder de definitie van gecombineerde vergunning vallen.Daarom wordt in het nieuwe zevende lid, gespecificeerd op welkebeperkingen de beperktere verlengingsmogelijkheden van de beslis-termijn op een aanvraag voor een GVVA van toepassing zijn.In het schema GVVA is te zien welke beperkingen onder het toepassings-bereik van de GVVA vallen. Hierbij geldt dat een aantal beperkingen(verblijf als houder van de Europese blauwe kaart en onderzoek in de zinvan richtlijn (EU) 2016/801) eveneens vallen onder het toepassingsgebiedvan een andere richtlijn, die voor de betreffende beperking in eenspecifieke beslistermijn en verlengingsmogelijkheid voorziet. Derhalve isop die beperkingen de verlengingsmogelijkheid uit de GVVA-richtlijn nietvan toepassing. Dit wordt in het nieuwe vijfde lid van artikel 2u enzevende lid van artikel 25 geregeld door de betreffende beperking niet opte nemen (verblijf als houder van de Europese blauwe kaart en onderzoekin de zin van richtlijn (EU) 2016/801).Tot slot zien de verlengingsmogelijkheden van de GVVA-richtlijn niet opalle beperkingen die in Nederland onder de definitie van gecombineerdevergunning vallen. Zo valt in Nederland seizoensarbeid onder de definitievan gecombineerde vergunning, terwijl dit in artikel 3, tweede lid, onder e,van de GVVA-richtlijn expliciet is uitgesloten en geldt voor de beperkinglerend werken dat deze eveneens valt onder het toepassingsgebied vaneen andere richtlijn, die in een specifieke beslistermijn en verlengingsmo-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 314 gelijkheid voorziet.30 Derhalve zijn de beslistermijn en verlengingsmoge-lijkheid uit de GVVA-richtlijn enkel van toepassing op de gecombineerdevergunning onder een beperking verband houdend met arbeid inloondienst.Artikel 25, achtste lidIn artikel 11, derde lid, van de GVVA-richtlijn is opgenomen dat het rechtom van werkgever te veranderen voor een periode van ten hoogste 45dagen kan worden opgeschort en dat de lidstaat zich binnen die periodevan 45 dagen kan verzetten tegen de verandering van werkgever. Opgrond van artikel 8, vierde lid, van de GVVA-richtlijn kan deze periode meteen termijn van 15 dagen worden verlengd in uitzonderlijke en naarbehoren gemotiveerde omstandigheden.In Nederland wordt hiertoe (zie ook 3.2.1), bij wijze van kennisgeving, eennieuwe aanvraag ingediend binnen de geldingsduur van de (gecombi-neerde) vergunning. De termijnen uit de GVVA-richtlijn hebben inNederland dus te gelden als beslistermijn en worden opgenomen in hetnieuwe achtste lid van artikel 25 Vw 2000.Het is niet nodig om deze beslistermijn ook in artikel 2u Vw 2000 op tenemen. Dit artikel ziet immers op aanvragen om een mvv door derde-landers die zich buiten Nederland bevinden. Het aanvragen van eenverandering van werkgever kan alleen als de derdelander zich inNederland bevindt.Zoals opgemerkt in het algemene deel van de toelichting (2.2) verschilthet toepassingsbereik van de GVVA-richtlijn met de beperkingen die inNederland onder de definitie van gecombineerde vergunning vallen.Daarom wordt in het nieuwe achtste lid, gespecificeerd op welkebeperkingen de beperktere beslistermijnen en verlengingsmogelijkheidvan de GVVA van toepassing zijn.Hierbij geldt dat voor houders van de Europese blauwe kaart voor hetveranderen van werkgever binnen de bestaande beperking in specifieke,gunstigere, termijnen is voorzien, waardoor in die situatie de bepalingenvan de GVVA-richtlijn niet van toepassing zijn.31 Dit wordt opgelost doorde beperking verblijf als houder van de Europese blauwe kaart niet op tenemen bij de opsomming van de soorten aanvragen waarvoor debeslistermijn van 45 dagen geldt. Mocht een houder van de Europeseblauwe kaart vanwege wijziging van de werkgever een aanvraag indienenvoor bijvoorbeeld een verblijfsvergunning onder een beperking verbandhoudend met arbeid als kennismigrant, dan geldt voor die situatie wel determijn uit de herziene GVVA-richtlijn. De nieuwe situatie is immersleidend voor de vraag welke procedure moet worden gevolgd (endaardoor welke beslistermijnen en verlengingsmogelijkheden vantoepassing zijn). Daarom is in het achtste lid de beperking verblijf alshouder van de Europese blauwe kaart wel opgenomen bij devoorwaarden die voor de vreemdeling gelden om een beroep te kunnendoen op de verkorte procedure voor het wijzigen van werkgever.Zoals reeds is toegelicht in paragraaf 4 valt de beperking het zoeken naaren verrichten van arbeid al dan niet in loondienst niet onder de procedurevoor het wijzigen van werkgever. Derhalve is deze beperking nietopgenomen in het achtste lid.30Artikel 34, tweede lid, Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met hetoog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieveprojecten of au-pairactiviteiten (Zie ook: amerstukken II 2015/16, 34 128, nr. 7 (NvW)).31Artikel 15, tweede lid, Richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees parlement en de Raad van20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen vanderde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn2009/50/EG van de Raad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 315 Tot slot zien de verlengingsmogelijkheden van de GVVA-richtlijn niet opalle beperkingen die in Nederland onder de definitie van gecombineerdevergunning vallen. Zo valt in Nederland seizoensarbeid onder de definitievan gecombineerde vergunning, terwijl dit in artikel 3, tweede lid, onder e,van de GVVA-richtlijn expliciet is uitgesloten. Derhalve zijn de beslis-termijn en verlengingsmogelijkheid uit de GVVA-richtlijn niet vantoepassing op de gecombineerde vergunning onder een beperkingverband houdend met seizoensarbeid.Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat het verschil tussen het zevendelid enerzijds en achtste lid anderzijds is te verklaren doordat de Richtlijn(EU) 2016/801 wel gunstigere beslistermijnen kent die voorgaan op deGVVA-richtlijn, maar geen recht kent om van werkgever te veranderen,waardoor op die situatie de GVVA-richtlijn wel van toepassing is. Hetbetreft dan de beperkingen onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801en lerend werken.In bijlage 3 is, ter verduidelijking, een schematisch overzicht van debeslistermijnen opgenomen.Tot slot is in het algemene deel toegelicht dat een niet-tijdige beslissingop de nieuwe aanvraag tot een positieve beslissing moet leiden (3.2.1).Derhalve wordt in het achtste lid eveneens bepaald dat paragraaf 4.1.3.3van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit heeft tot gevolgdat niet-tijdig beslissen leidt tot een beschikking van rechtswege waarinde aanvraag wordt ingewilligd. De afwijking van artikel 4:20b, derde lid,van de Algemene wet bestuursrecht zorgt ervoor dat de beschikking dedag na het van rechtswege nemen daarvan, in werking treedt.Onderdeel DOm te verduidelijken dat een aanvraag niet op beide gronden hoeft te zijnafgewezen of ingetrokken om het eerste lid niet meer van toepassing telaten zijn is ervoor gekozen om het woord «en» te vervangen door hetwoord «of».Artikel IIVanwege de herziene GVVA-richtlijn moet dit onderdeel wordenvervangen.Artikel IIIEr geldt eerbiedigende werking voor nog voor 22 mei 2026 ingediendeaanvragen voor een tewerkstellingsvergunning, aanvragen voor eengecombineerde vergunning of aanvragen tot het verlenen van eenverblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vw 2000 waar devorige GVVA-richtlijn op van toepassing is of de huidige GVVA-richtlijn opvan toepassing wordt, wanneer die aanvragen nog lopen op het momentvan inwerkingtreding van het wetsvoorstel. Hoewel de Nederlandsetaalversie van artikel 4, vijfde lid, van de GVVA-richtlijn door het gebruikvan de voltooid tegenwoordige tijd suggereert dat voor de nog lopendeaanvragen onmiddellijke werking geldt, blijkt uit de andere taalversies(bijv. de Engelse, Franse en Duitse) juist de tegenwoordige tijd: deherziene richtlijn ziet juist niet op de nog lopende, oude aanvragen vanvoor 22 mei 2026. Van onmiddellijke werking is derhalve afgezien. Omervoor te zorgen dat de administratieve lastendruk niet onnodig oplooptvoor vreemdelingen, werkgevers en uitvoeringsdiensten, is de datum vande aanvraag in combinatie met de inwerkingtredingsdatum van deze wetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 316 bepalend voor welke procedure, enkelvoudig of meervoudig, voor verblijfen arbeid gevolgd moet worden.32Artikel IVDit artikel bevat de samenloopbepaling met het bij koninklijke boodschapvan 24 maart 2023 ingediende voorstel van wet tot wijziging van deVreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van richtlijn(EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onder-danen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan,en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L382/1) [36 332] dat eveneens wijzigingen aanbrengt in artikel 25 van deVreemdelingwet. Dit artikel brengt de wetvoorstellen met elkaar inovereenstemming.Artikel VHet wetsvoorstel voorziet in gedifferentieerde inwerkingtreding bijkoninklijk besluit. Dit betekent dat de maatregelen in het wetsvoorstel opverschillende tijdstippen in werking kunnen treden. Hoewel het noodza-kelijk is dat deze wet zo spoedig mogelijk in werking treedt omdat hetimplementatie van een Richtlijn betreft, is met het oog op eventueletoekomstige amendementen en daaruit voortvloeiende mogelijk ingrij-pende uitvoeringsgevolgen, toch gekozen voor gedifferentieerdeinwerkingtreding.De Minister van Asiel en Migratie,G. van den Brink32Zie ook: Kamerstukken II 2013/14, 33 749, nr. 3 (MvT), p. 12–13.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 317 BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING1. TransponeringstabelRichtlijn (EU)2024/1233Richtlijn 2011/98/EUBepaling in implementatiere-geling of bestaande regelingOmschrijving beleidsruimteToelichting op de keuze bij deinvulling van de beleidsruimteTitelArtikel I, onderdeel AWetsvoorstel (wijzigingartikel 1 Vw 2000).Geen–Artikel 1 (Onderwerp)Artikel 1Behoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Artikel 2 (Definities)Artikel 2Reeds geïmplementeerd inartikel 1 Vw 2000 en artikel 1Wav.Geen–Artikel 3 eerste,tweede en vierde lid(Toepassingsgebied)Artikel 3 eerste,tweede en vierde lidReeds geïmplementeerd inde artikelen 1 en 14a Vw2000 en artikel 1 Wav.Geen–Artikel 3, derde lidArtikel 3, derde lidDerdelanders die tenhoogste zes maandenmogen werken: Nietgeïmplementeerd, faculta-tieve bepaling.Derdelanders die voorstudiedoeleinden zijntoegelaten: Reeds geïmple-menteerd in artikel 1 Vw2000 en artikel 1 Wav.Lidstaten mogen besluitenhoofdstuk II («Eén enkeleaanvraagprocedure en eengecombineerde vergun-ning») van de richtlijn niettoe te passen op derdelan-ders die ten hoogste zesmaanden mogen werken ofderdelanders die voorstudiedoeleinden zijntoegelaten.Bij de eerdere implementatie iservoor gekozen om geenonderscheid te maken tussenderdelanders die ten hoogstezes maanden mogen werkenen derdelanders die langermogen werken. Er is tevensvoor gekozen om wel gebruikte maken van de mogelijkheidom derdelanders die voorstudiedoeleinden zijntoegelaten uit te zonderen.1 Eris geen reden om nu anders tebeslissen. Zie nader paragraaf2.3.1 van de memorie vantoelichting.Artikel 3, vijfde lidBestaande regeling, zieuitwerking artikelen 12–14.Geen–Artikel 4, eerste lid,eerste zin (Eén enkeleaanvraagprocedure)Artikel 4, eerste lid,eerste zinReeds geïmplementeerd inde artikelen 14a, 24a en 107Vw 2000 en de artikelen 1, 5,7, 8, 9, 10, 12, 12a, 12b en 13Wav.Geen–Artikel 4, eerste lid,tweede en derde zin(indienen aanvraag)Artikel 4, eerste lid,tweede en derde zinBestaande regeling in deartikelen 2s, eerste, tweedeen vierde lid, 23 en 24, eerstelid, Vw 2000.Lidstaten mogen besluitenwie bevoegd is tot indieningvan de aanvraag voor eengecombineerde vergunning.Bij de eerdere implementatie iservoor gekozen om hetbestaande systeem in stand tehouden, waarbij, afhankelijkvan de beperking, zowel alleende vreemdeling als alleen dewerkgever of zowel devreemdeling als de werkgevereen aanvraag mogen indienen.Er is geen reden om nu anderste beslissen. Zie naderparagraaf 2.3.2. van dememorie van toelichting.Artikel 4, tweede lid,eerste zinArtikel 4, eerste lid,vierde zinDerdelanders buitengrondgebied: Bestaanderegeling in de artikelen 2p en2q Vw 2000.Derdelanders met verblijfs-vergunning: Bestaanderegeling in de artikelen 16,eerste lid, onder a, en 17,eerste lid, onder e, Vw 2000.Geen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 318 Richtlijn (EU)2024/1233Richtlijn 2011/98/EUBepaling in implementatiere-geling of bestaande regelingOmschrijving beleidsruimteToelichting op de keuze bij deinvulling van de beleidsruimteArtikel 4, tweede lid,tweede zinArtikel 4, eerste lid,vierde zinDerdelanders, vrijgesteld vanhet mvv-vereiste, zonderverblijfsvergunning:Bestaande regeling in deartikelen 16, eerste lid, ondera, en 17, eerste lid, Vw 2000.Derdelanders, mvv-plichtig,zonder verblijfsvergunning:Niet geïmplementeerd,facultatieve bepaling.Lidstaten kunnen aanvragenvoor een gecombineerdevergunning goedkeuren dieworden ingediend doorvreemdelingen zondergeldige verblijfsvergunningdie legaal op zijn grondge-bied verblijven.Vreemdelingen, vrijgesteld vanhet mvv-vereiste, kunnen inNederland een verblijfs-vergunning aanvragen.Vreemdelingen die mvv-plichtig zijn dienen dit inbeginsel buiten Nederland tedoen. Een versoepeling voordeze laatste groep wordt nietwenselijk geacht, omdat dit hetprincipe ondermijnt dat zij debeslissing op de aanvraagbuiten Nederland moetenafwachten.Zie paragraaf 2.3.3. van dememorie van toelichting.Artikel 4, derde lidArtikel 4, tweede lidBestaande regeling in deartikelen 14, 18 en 26 Vw2000.Geen–Artikel 4, vierde lidArtikel 4, derde lidBestaande regeling in deartikelen 2s, derde lid, Vw2000.Geen–Artikel 4, vijfde lidArtikel 4, vierde lidArtikel III, Wetsvoorstel2(Overgangsrecht: Eerbiedi-gende werking).Geen–Artikel 5, eerste lid(Bevoegde instantie)Artikel 5, eerste lidBestaande regeling in artikel14, eerste en tweede lid, Vw2000.Geen–Artikel 5, tweede lid,eerste en tweedeparagraafArtikel 5, tweede lid,eerste paragraafBestaande regeling in artikel25, eerste lid, Vw 2000.Geen–Artikel 5, tweede lid,derde paragraafArtikel 5, tweede lid,tweede paragraafBestaande regeling in artikel71b, Vw 2000 en artikel 6:2en afdeling 8.2.4a Algemenewet bestuursrecht.Als niet binnen 90 dagen eenbesluit is genomen, bepaalthet nationale recht welkegevolgen het uitblijven vaneen besluit heeft.Er is geen reden om vooraanvragen op grond van deGVVA-richtlijn af te wijken vande algemene nationale regels.Artikel 5, derde lidArtikel 5, derde lidBestaande regeling in artikel2r Vw 2000, de artikelen 1:3en 3:41 Algemene wetbestuursrecht en artikel 3.104Vb 2000.Geen–Artikel 5, vierde lidArtikel 5, vierde lidAanvullen gegevens:Bestaande regeling in artikel4:5, eerste lid, onderdeel c,en eerste lid, tweede alinea,Algemene wet bestuursrecht.Opschorten beslistermijn:Bestaande regeling in artikel4:15, eerste lid, onderdeel a,Algemene wet bestuursrecht.Afwijzen aanvraag bij niettijdige aanvulling vangegevens: Bestaanderegeling in artikel 4:5, eerstelid, onderdeel c, eerste lid,tweede alinea, en vierde lid,Algemene wet bestuursrecht.Geen–Artikel 6, eerste lid,eerste alinea(Gecombineerdevergunning)Artikel 6, eerste lid,eerste alineaBestaande regeling in artikel9 Vw 2000 en artikel 3.1Voorschrift Vreemdelingen2000.Geen–Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 319 Richtlijn (EU)2024/1233Richtlijn 2011/98/EUBepaling in implementatiere-geling of bestaande regelingOmschrijving beleidsruimteToelichting op de keuze bij deinvulling van de beleidsruimteArtikel 6, eerste lid,tweede alineaArtikel 6, eerste lid,tweede alineaReeds geïmplementeerd inartikel 7 Wav en artikel 3.1,achtste lid, VoorschriftVreemdelingen 2000.De lidstaten kunnenaanvullende informatieopnemen in verband met dearbeidsrelatie van deonderdaan van een derdeland.Bij de eerdere implementatie iservoor gekozen om in eenaanvullend document de naamen de plaats van vestiging vande werkgever, de persoonsge-gevens van de vreemdeling,duur waarvoor het verrichtenvan arbeid wordt toegestaan,alsmede een omschrijving vande aard en de plaats van dedoor de vreemdeling teverrichten arbeid op te nemen.Er is geen reden om nu anderste beslissen. Zie naderparagraaf 2.3.4. van dememorie van toelichting.Artikel 6, tweede lidArtikel 6, tweede lidBehoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Artikel 7, eerste lid,eerste alinea (Voorandere doeleindendan werk verstrekteverblijfsvergunnin-gen)Artikel 7, eerste lid,eerste alineaBestaande regeling in artikel9 Vw 2000 en hoofdstuk 3,afdeling 1, paragraaf 1,Voorschrift Vreemdelingen2000.Geen–Artikel 7, eerste lid,tweede alineaArtikel 7, eerste lid,tweede alineaReeds geïmplementeerd inartikel 7 Wav.De lidstaten kunnenaanvullende informatieopnemen in verband met dearbeidsrelatie van deonderdaan van een derdeland.Bij de eerdere implementatie iservoor gekozen om in eenaanvullend document de naamen de plaats van vestiging vande werkgever, de persoonsge-gevens van de vreemdeling,duur waarvoor het verrichtenvan arbeid wordt toegestaan,alsmede een omschrijving vande aard en de plaats van dedoor de vreemdeling teverrichten arbeid op te nemen.Er is geen reden om nu anderste beslissen. Zie naderparagraaf 2.3.5. van dememorie van toelichting.Artikel 7, tweede lidArtikel 7, tweede lidBehoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Artikel 8, eerste lid(Procedurelewaarborgen)Artikel 8, eerste lidBestaande regeling inafdeling 3.7 Algemene wetbestuursrecht.Geen–Artikel 8, tweede lid,eerste zinBestaande regeling in deartikelen 3.2 en 3.4Algemene wet bestuursrecht.Geen–Artikel 8, tweede lid,tweede zinArtikel 8, tweede lid,eerste zinBestaande regeling inhoofdstuk 7, afdelingen 1, 2en 4, Vw 2000 en dehoofdstukken 6 tot en met 8Algemene wet bestuursrecht.Geen–Artikel 8, tweede lid,derde zinArtikel 8, tweede lid,tweede zinBestaande regeling in artikel3.45 Algemene wetbestuursrecht.Geen–Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 320 Richtlijn (EU)2024/1233Richtlijn 2011/98/EUBepaling in implementatiere-geling of bestaande regelingOmschrijving beleidsruimteToelichting op de keuze bij deinvulling van de beleidsruimteArtikel 8, derde lidArtikel I, onderdelen B en CWetsvoorstel (wijzigingartikelen 2u en 25 Vw 2000).De beslistermijn kan wordenverlengd uitzonderlijke ennaar behoren gemotiveerdeomstandigheden gelet op decomplexiteit van deaanvraag.Van deze mogelijkheid wordtgebruik gemaakt, omdat het deIND meer ruimte geeft in debeslistermijn bij complexeaanvragen. Zie nader paragraaf3.1. van de memorie vantoelichting.Artikel 8, vierde lidArtikel I, onderdeel CWetsvoorstel (wijzigingartikel 25 Vw 2000).Mogelijkheid om het rechtom van werkgever tewijzigen op te schorten vooreen 15 dagen vanwegeuitzonderlijke omstandighe-den.Toelichten of de vergunningwordt opgeschort bij meldingwijziging werkgever. Zo ja, dannaast huidige regelingmeldingsplicht ook eenregeling maken voor deopschorting.Artikel 9 (Toegang totinformatie)Artikel 9Behoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Artikel 10, eerste entweede zin (Vergoe-dingen)Artikel 10Bestaande regeling in artikel3.34 Voorschrift Vreemdelin-gen 2000.Mogelijkheid om leges teheffen.Bij de eerdere implementatie iservoor gekozen om aan tesluiten bij het bestaandesysteem, waarbij, afhankelijkvan de beperking, een bepaaldbedrag aan leges wordtgeheven. Er is geen reden omnu anders te beslissen. Zienader paragraaf 2.3.6. van dememorie van toelichting.Artikel 10, derde zinDit zal worden uitgewerkt inde Regeling uitvoering Wetarbeid vreemdelingen 2022.Geen–Artikel 11, eerste lid,onder a (Rechten opgrond van degecombineerdevergunning)Artikel 11, onder aBestaande regeling in deartikelen 2p, 2r 8, onder a,Vw 2000 en artikel 2.3 Vb2000.Geen–Artikel 11, eerste lid,onder bArtikel 11, onder bBestaande regeling in artikel4.37 Vb 2000.Geen–Artikel 11, eerste lid,onder cArtikel 11, onder cBestaande regeling in deartikelen 2 en 7 Wav.Geen–Artikel 11, eerste lid,onder dArtikel 11, onder dBehoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Artikel 11, tweede lidIndien niet «gedekt» doorbestaande regelgeving, zaldit verder worden uitgewerktin het Vreemdelingenbesluit2000 (4.43) en VoorschriftVreemdelingen (4.26)Lidstaten kunnen het rechtvan houders van eengecombineerde vergunningom van werkgever tewisselen, vaststellen aan devoorwaarden zoals vermeldin lid 3.Zie hieronder en paragraaf3.2.1. van de memorie vantoelichting.Artikel 11, derde lid,onder aBestaande regeling in artikel4.43 Vb 2000Lidstaten kunnen voorschrij-ven dat van een veranderingvan werkgever wordtkennisgegeven aan debevoegde instanties van debetrokken lidstaat, overeen-komstig de procedures vanhet nationale recht;Conform huidig beleid moetenwijzigingen van werkgeverworden gemeld. Zie naderparagraaf 3.2.1. van dememorie van toelichting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 321 Richtlijn (EU)2024/1233Richtlijn 2011/98/EUBepaling in implementatiere-geling of bestaande regelingOmschrijving beleidsruimteToelichting op de keuze bij deinvulling van de beleidsruimteArtikel 11, derde lid,onder bDit zal worden uitgewerkt inhet Vreemdelingenbesluit2000 (en VoorschriftVreemdelingen).Lidstaten kunnen voorschrij-ven dat een verandering vanwerkgever wordt onderwor-pen aan een arbeidsmarkt-toets indien de betrokkenlidstaat arbeidsmarkttoetsin-gen verricht, voor aanvragenvoor een gecombineerdevergunning.Een arbeidsmarkttoets isdaarbij vereist.Artikel 11, derde lid,onder cNiet geïmplementeerd,facultatieve bepaling.Lidstaten kunnen eenminimumperiode voorschrij-ven waarbinnen de houdervan de gecombineerdevergunning voor de eerstewerkgever moet hebbengewerkt.Er wordt geen gebruik gemaaktvan de mogelijkheid om eenminimumperiode vast testellen dat voor de eerstewerkgever moet wordengewerkt.Artikel 11, derde lid,derde alineaNiet geïmplementeerd,facultatieve bepaling.De minimumperiode is nietlanger dan de duur van dearbeidsovereenkomst of degeldigheidsduur van devergunning. Deze bedraagtin geen geval meer dan zesmaanden.Nu artikel 11, derde lid, onderc, niet wordt geïmplementeerd,is deze paragraaf niet vantoepassing.Artikel 11, derde lid,vierde alineaDit zal worden uitgewerkt inhet Vreemdelingenbesluit2000 (en VoorschriftVreemdelingen).Het recht van de houder vaneen gecombineerdevergunning om vanwerkgever te veranderen,kan voor een periode van tenhoogste 45 dagen wordenopgeschort vanaf de datumwaarop de kennisgeving aande nationale bevoegdeinstanties werd gedaan.Er wordt gebruik gemaakt vande mogelijkheid om dewijziging van werkgever 45dagen op te schorten, omdatdeze termijn noodzakelijk isvoor de uitvoering van dearbeidsmarkttoets.Artikel 11, vierde lid,onder aIndien niet «gedekt» doorbestaande regelgeving, zaldit verder worden uitgewerktin het Vreemdelingenbesluit2000 (3.91 (verg 3.89b en3.89ba Vb 2000))GeenZie nader paragraaf 3.2.2. vande memorie van toelichting.Artikel 11, vierde lid,onder bIndien niet «gedekt» doorbestaande regelgeving, zaldit verder worden uitgewerktin het Vreemdelingenbesluit2000 (3.91 (verg 3.89b en3.89ba Vb 2000))Geen–Artikel 11, vierde lid,derde alineaNiet geïmplementeerd,facultatieve bepaling.Lidstaten kunnen toestaandat een houder van eengecombineerde vergunninglanger dan drie maandenwerkloos is gedurende degeldigheidsduur van degecombineerde vergunning,of zes maanden als devreemdeling langer dan tweejaar een gecombineerdevergunning heeft.Het is niet wenselijk om eenlangere periode toe te staanvanwege het risico dat er daneen beroep wordt gedaan opbijstand én omdat hetverblijfsdoel is vervallen.Eenzelfde periode van drierespectievelijk zes maandenwordt toegepast bij werklozekennismigranten en houdersvan een EU Blauwe KaartArtikel 11, vierde lid,vierde alineaBestaande regeling in artikel4.43 Vb 2000Lidstaten bepalen of dekennisgeving aan debevoegde instanties gedaanwordt door de onderdaanvan een derde land of doorde werkgever van deonderdaan van een derdelandDe kennisgeving van werkloos-heid wordt door de vreemde-ling gedaan bij de IND, omdatde vreemdeling daartoe alverplicht is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 322 Richtlijn (EU)2024/1233Richtlijn 2011/98/EUBepaling in implementatiere-geling of bestaande regelingOmschrijving beleidsruimteToelichting op de keuze bij deinvulling van de beleidsruimteArtikel 11, vierde lid,vijfde alineaIndien niet «gedekt» doorbestaande regelgeving, zaldit verder worden uitgewerktin het Vreemdelingenbesluit2000 (3.91 (verg 3.89b en3.89ba Vb 2000))Lidstaten kunnen, voorperioden van werkloosheidvan meer dan drie maanden,verlangen dat houders vande gecombineerde vergun-ning aantonen overvoldoende middelen tebeschikken om zichzelf teonderhouden zonder eenberoep te hoeven doen ophet stelsel voor socialebijstand van de betrokkenlidstaat.Dit vereiste toepassen om eenmogelijk beroep op bijstand tevoorkomenArtikel 11, vierde lid,zesde alineaBestaande regeling in artikel8, onder f, Vw 2000 en artikel3.1, eerste lid, Vb 2000.Wanneer een werklozehouder van een gecombi-neerde vergunning binnende in dit lid bedoeldetoegestane periode vanwerkloosheid een nieuwewerkgever vindt en eenlidstaat het aanvaarden vande nieuwe dienstbetrekkingonderwerpt aan één van devoorwaarden bepaald in lid3, staat de lidstaat de houdervan de gecombineerdevergunning toe op zijngrondgebied te verblijventotdat de bevoegdeinstanties hebben nagekekenof aan de voorwaarden vanlid 3 is voldaan, ook al is detoegestane periode vanwerkloosheid verstreken.Artikel 11, vijfde lidBestaande regeling in artikel8, onder g, Vw 2000, artikel3.1, eerste lid, Vb 2000 enartikel 6.4 BuWav 2022GeenZie nader paragraaf 3.2.3. vande memorie van toelichting.Artikel 11, zesde lidDit zal worden uitgewerkt inhet Vreemdelingenbesluit2000.GeenZie nader paragraaf 3.2.4. vande memorie van toelichting.Artikel 12, eerste lid,onderdeel a(arbeidsvoorwaardenen arbeidsomstandig-heden)Artikel 12, eerste lid,onderdeel aBestaande regeling. Artikel 5Algemene wet gelijkebehandeling, onderwijswet-geving en sociale zekerheids-wetgeving, artikel 9 Wetalgemene bepalingen,Arbeidsomstandighedenweten Arbeidstijdenwet geldenongeacht nationaliteit enverblijfsrechtelijke status.Huidige regelingen voldoenaan richtlijn.GeenZie nader paragraaf 3.3. van dememorie van toelichting.Artikel 12, eerste lid,onderdeel b(recht om te staken,vrijheid van vereni-ging, lidmaatschapvakbond/werkgevers-organisatie)Artikel 12, eerste lid,onderdeel bBestaande regeling in artikel8 Grondwet en Algemenewet gelijke behandeling.Geen–Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 323 Richtlijn (EU)2024/1233Richtlijn 2011/98/EUBepaling in implementatiere-geling of bestaande regelingOmschrijving beleidsruimteToelichting op de keuze bij deinvulling van de beleidsruimteArtikel 12, eerste lid,onderdeel c(onderwijs enberoepsopleiding)Artikel 12, eerste lid,onderdeel cBestaande regeling in artikel8.1.1, eerste lid, Wet educatieen beroepsonderwijs, artikel7.32, vijfde lid, Wet op hethoger onderwijs enwetenschappelijk onderzoek,artikel 40, eerste lid, Wet ophet primair onderwijs, artikel40, tweede lid, Wet op deexpertisecentra, artikel 27, lid1a, Wet op het voortgezetonderwijs en artikel 3 Besluitstudiefinanciering 2000.Geen–Artikel 12, eerste lid,onderdeel d(erkenning vandiploma’s)Artikel 12, eerste lid,onderdeel dBestaande regeling: Dit ismogelijk via het Informatie-centrum Diplomawaardering(IcDW). Verder artikel 7.28,eerste lid, Wet op het hogeronderwijs en wetenschappe-lijk onderzoek en het Verdraginzake de erkenning vankwalificaties betreffendehoger onderwijs in deEuropese regio; Lissabon(Trb. 2002, 113 en 137).Geen–Artikel 12, eerste lid,onderdeel e (takkenvan sociale zekerheidals omschreven inVerordening (EG)nr. 883/2004)Artikel 12, eerste lid,onderdeel eBestaande regeling. Op hetterrein van de socialezekerheid voldoet Nederlandal sinds jaar en dag aan deinternationale gelijkebehandelingsverplichtingenwaaraan hij zich heeftgebonden, zoals diebijvoorbeeld zijn opgenomenin artikel 26 van hetInternationaal Verdrag inzakeBurgerrechten en PolitiekeRechten, artikel 14 vanVerdrag tot Bescherming vande Rechten van de Mens ende Fundamentele Vrijhedenen artikel 20 Handvest van degrondrechten van deEuropese Unie. Mede geziende constante ontwikkelingenvan de jurisprudentie op hetterrein van de gelijkebehandeling in de socialezekerheid blijft Nederlandvoldoen aan deze verplich-ting. Het is staande praktijkdat alle in Nederlandrechtmatig verblijvendederdelanders in gelijke mateaanspraak maken opsocialezekerheidsbescher-ming als Nederlanders.Geen–Artikel 12, eerste lid,onderdeel f(belastingvoordelen)Artikel 12, eerste lid,onderdeel fBestaande regeling. De Wetinkomstenbelasting 2001heeft betrekking opnatuurlijke personen die inNederland woonplaatshebben, ongeacht hunnationaliteit en ongeacht deaard van hun verblijf;Algemene wet inzakerijksbelastingen.Geen–Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 324 Richtlijn (EU)2024/1233Richtlijn 2011/98/EUBepaling in implementatiere-geling of bestaande regelingOmschrijving beleidsruimteToelichting op de keuze bij deinvulling van de beleidsruimteArtikel 12, eerste lid,onderdeel g(toegang tot goederenen diensten,waaronder huisves-ting)Artikel 12, eerste lid,onderdeel gBestaande regeling in deAlgemene wet gelijkebehandeling, artikel 9Algemene wet inkomensaf-hankelijke regelingen, artikel15a Toeslagenwet, artikel 11Participatiewet, artikel 10,tweede lid, Huisvestingswet2014 en artikel 111, derde lid,Wegenverkeerswet 1994.Geen–Artikel 12, eerste lid,onderdeel h(door arbeidsbureausverleende adviesdien-sten)Artikel 12, eerste lid,onderdeel hBestaande regeling in artikel3.1 Besluit SUWI en artikel 5Algemene wet gelijkebehandeling.Geen–Artikel 12, tweede lid(beperkingen aangelijke behandeling)Artikel 12, tweede lidArtikel 12, tweede lid, ondera, onder iii: Bestaanderegeling in artikel 2.2, derdelid, Wet tegemoetkomingonderwijsbijdrage enschoolkosten en artikel 2.2,tweede lid, Wet studiefinan-ciering 2000.Rest: Niet geïmplementeerd,facultatieve bepaling.De lidstaten mogen bepaaldebeperkingen stellen aan degelijke behandeling.Bij de eerdere implementatie iservoor gekozen om aan tesluiten bij het bestaandesysteem, waarbij beperkingenworden gesteld aan de gelijkebehandeling bij studie- enonderhoudstoelagen en-leningen of andere toelagenen leningen. Er is geen redenom nu anders te beslissen.Artikel 12, derde lidArtikel 12, derde lidBehoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Artikel 12, vierde lidArtikel 12, vierde lidBestaande regeling in artikel85 Pensioenwet.Geen-Artikel 13, eerste lid(monitoring,beoordeling,inspecties)Bestaande regelingen zoalsbijvoorbeeld in de Wav en deWet College voor de rechtenvan de mens.Lidstaten moeten zelfvoorzien in maatregelen ommogelijke misbruik enmogelijke overtredingen vanartikel 12 te voorkomen.Zie nader paragraaf 3.3. van dememorie van toelichting.Artikel 13, tweede lid(sancties)Bestaande regelingen inhoofdstuk 4 Vw 2000 enhoofdstuk IV Wav, op grondwaarvan de Arbeidsinspectieo.m. een bestuurlijke boetekan opleggen of anderebestuursrechtelijke sancties,zoals een waarschuwing, kantoepassen.Lidstaten moeten zelfvoorzien in sancties. Desancties moeten doeltref-fend, evenredig en afschrik-kend zijn.Artikel 13, derde lidBestaande regeling in artikel5:15 Algemene wetbestuursrecht.De lidstaten zorgen ervoordat de instanties die belastzijn met de handhaving vandeze wet toegang hebben totde werkplekken vanvreemdelingen. De lidstatenhebben de keuze om hierinte voorzien door nationalewetgeving (facultatief).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 325 Richtlijn (EU)2024/1233Richtlijn 2011/98/EUBepaling in implementatiere-geling of bestaande regelingOmschrijving beleidsruimteToelichting op de keuze bij deinvulling van de beleidsruimteArtikel 14, eerste lidHet is staande praktijk datwerknemers uit een derdeland en derden, zoalsbijvoorbeeld een vakbond,een klacht kunnen indienenbij instanties zoals deNederlandse Arbeidsinspec-tie.De lidstaten moetenfaciliteren in een mecha-nisme waar de vreemdelingeen klacht kan indienen. Eenklacht over de naleving vandeze richtlijn kan recht-streeks worden ingediend, ofvia derden zoals vakbonden,andere verenigingen ofbevoegde instanties dievolgens de criteria in hetnationale recht, administra-tieve praktijken of geldendecollectieve arbeidsovereen-komsten een rechtmatigbelang hebben of via eenbevoegde instantie (als hetnationaal recht daarinvoorziet).Zie nader paragraaf 3.3. van dememorie van toelichting.Artikel 14, tweede lidDe bestaande regelingenvoor juridische proceduresvoorzien in de mogelijkheidom een derde schriftelijk temachtigen.Als gekozen wordt omklachten af te handelen viaderden zoals vakbonden,andere verenigingen ofbevoegde instanties dievolgens de criteria in hetnationale recht, administra-tieve praktijken of geldendecollectieve arbeidsovereen-komsten een rechtmatigbelang hebben, dienen zij demogelijkheid te hebben ombestuursrechtelijke ofcivielrechtelijke procedureste starten.Artikel 14, derde lidBestaande regeling in artikel17 GrondwetGeenArtikel 15, eerste lid(Gunstiger bepalin-gen)Artikel 13, eerste lidBehoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Artikel 15, tweede lidArtikel 13, tweede lidBehoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Lidstaten kunnen bepalingeninvoeren of handhaven diegunstiger zijn voor depersonen die onder hettoepassingsgebied van derichtlijn vallen.Er is geen gebruik gemaakt vande mogelijkheid om gunstigerebepalingen in te voeren of tehandhaven.Artikel 16 (Informatieaan het publiek)Artikel 14Behoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Hieraan wordt feitelijkuitvoering gegeven door deIND, die zowel hand-outsmet informatie verstrekt alsdigitaal informatie beschik-baar stelt op hun eigen site.Ook is informatie beschik-baar op de site workinnl.nl.Artikel 17 (Verslagleg-ging)Artikel 15Behoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Artikel 18 (Omzetting)Artikel 16Behoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Artikel 19 (Intrekking)Behoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 326 Richtlijn (EU)2024/1233Richtlijn 2011/98/EUBepaling in implementatiere-geling of bestaande regelingOmschrijving beleidsruimteToelichting op de keuze bij deinvulling van de beleidsruimteArtikel 20 (Inwerking-treding en toepassing)Artikel 17Behoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.Artikel 21 (Adressa-ten)Artikel 18Behoeft naar zijn aard geenimplementatie in wetgeving.1 Kamerstukken II 2013/14, 33 749, nr. 3 (MvT), p. 2-3.2 Kamerstukken II 2013/14, 33 749, nr. 3 (MvT), p. 12–13. 2. Schema GVVAArtikel 3.4, eerste lid, aanhef enonder{ Vb 2000GrondslagVbTWVvereist?Toepas-sings-gebiedNationaal(GVVA)Procedure(HII)Art 5,tweedelid, en8,derdelidArt 11Art 11,derdelid, en8,vierdelidRechten-pakket(HIII)(art 12en 13)a. verblijf als familie- ofgezinslid;Deels RL2003/86/EG3.13–3.29Ja, tenzij7.1BuWav2022Ja,indientoestem-ming omtewerken(3(1)(b))NeeNeeJa,indientoe-stemmingom tewerkenb. verblijf als economischniet-actieve langdurigingezetene;3.29aNee (7.6BuWav2022)NeeNeec. arbeid als zelfstandige;3.30Nee(3(1)(b)Wav)Nee(3(2)(k))Need. arbeid als kennismigrant;3.30aNee(2.1(1)(a)BuWav2022)Ja (3(1)(aen c))NeeJaJaJaJaJae. verblijf als houder van deEuropese blauwe kaart;RL2021/1883/EU3.30bNee(2.2(1)BuWav2022)Ja (3(1)(aen c))NeeJaNee1JaDeels2Jaf. seizoenarbeid;RL2014/36/EU3.30cJaNee(3(2)(e))Jag. overplaatsing binnen eenonderneming;RL2014/66/EU3.30dNee(2.6(1)BuWav2022)Nee(3(2)(d))Neeh. arbeid in loondienst;3.31InbeginselJa (3(1)(aen c))JaJaJaJaJaJai. grensoverschrijdendedienstverlening;RL96/71/EG3(Richtlijn(EU)2018/957)43.31aNee (4.6BuWav2022)Nee(3(2)(c))Neej. onderzoek in de zin vanrichtlijn (EU) 2016/801;RL (EU)2016/8013.33Nee(2.3(1)BuWav2022)Ja (3(1)(aen c))NeeJaNee5JaJaJak. lerend werken;Deels RL(EU)2016/8013.39Inbeginsel(3.4BuWav2022)Ja (3(1)(aen c))JaJaNee4JaJaJal. arbeid als niet-geprivilegieerdmilitair of niet-geprivilegieerdburgerpersoneel;3.40Nee (5.1BuWav2022)Ja (3(1)(aen c))NeeJaJaJaJaJaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 327 Artikel 3.4, eerste lid, aanhef enonder{ Vb 2000GrondslagVbTWVvereist?Toepas-sings-gebiedNationaal(GVVA)Procedure(HII)Art 5,tweedelid, en8,derdelidArt 11Art 11,derdelid, en8,vierdelidRechten-pakket(HIII)(art 12en 13)m. studie;Deels RL(EU)2016/8013.41Ja, tenzij2.5(1) of3.1(1)(b)BuWav2022)Ja,indientoestem-ming omtewerken(3(1)(b))NeeNee,natio-naaluitge-zonderd(3(3))Ja,indientoe-stemmingom tewerkenn. het zoeken naar en verrichtenvan arbeid al dan niet inloondienst;Deels RL(EU)2016/8013.42Nee (7.4BuWav2022)Ja (3(1)(aen c))NeeJaJaJaNvtJao. uitwisseling, al dan niet inhet kader van een verdrag;3.43Nee (3.3BuWav2022)Ja,indientoestem-ming omtewerken(3(1)(b))NeeNeeJa,indientoe-stemmingom tewerkenp. medische behandeling;3.46Ja, tenzij3.2,eerstelid, onderb,BuWav2022Ja,indientoestem-ming omtewerken(3(1)(b))NeeNeeJa,indientoe-stemmingom tewerkenq. tijdelijke humanitairegronden;3.48Nee (7.5BuWav2022)Ja,indientoestem-ming omtewerken(3(1)(b))NeeNeeJa,indientoe-stemmingom tewerkenr. het afwachten van eenverzoek op grond van artikel 17van de Rijkswet op hetNederlanderschap;3.49Nee (7.7BuWav2022)Ja,indientoestem-ming omtewerken(3(1)(b))NeeNeeJa,indientoe-stemmingom tewerkens. niet-tijdelijke humanitairegronden.3.50 en3.51Nee (7.5BuWav2022)Ja,indientoestem-ming omtewerken(3(1)(b))NeeNeeJa,indientoe-stemmingom tewerkenDerdelands gezinsleden vanUnieburgers met verblijf ogvVerblijfsrichtlijnRL2004/38/EGNee(3(2)(a))Derdelands gezinsleden vanUnieburgers met verblijfgelijkwaardig aan recht van vrijverkeerNee(3(2)(b))Tijdelijke beschermingRL2001/55/EGNee (6.5BuWav2022)Nee(3(2)(f))Internationale beschermingRL2011/95/EUNee (6.1BuWav2022)Nee(3(2)(g))Internationale bescherming ogvnationaal recht, internationaleverplichtingen of rechtspraktijkNee (6.1BuWav2022)Nee(3(2)(h))Ja(3(5)):Samen-loopGEASTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 328 Artikel 3.4, eerste lid, aanhef enonder{ Vb 2000GrondslagVbTWVvereist?Toepas-sings-gebiedNationaal(GVVA)Procedure(HII)Art 5,tweedelid, en8,derdelidArt 11Art 11,derdelid, en8,vierdelidRechten-pakket(HIII)(art 12en 13)Langdurig ingezetenenRL2003/109/EGNee(4(2)(a)Wav),tenzij 1ejaar(punt 8bijlage IIRuWav)Nee(3(2)(i))Uitstel van vertrekNee(3(2)(j))ZeevarendenNee(3(2)(l))1 Artikel 13 Richtlijn (EU)2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang enverblijf van onderdanen van derde landen met het oog opeen hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raadbevat een specifieke regeling (Zie ook: Kamerstukken II 2023/24, 36 332, nr. 8 (NvW II)).2 Artikel 15 Richtlijn (EU)2021/1883 van het Europees parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang enverblijf van onderdanen van derde landen met het oog opeen hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raadbevat een specifieke regeling.3 Kamerstukken 26524 (Implementatie).4 Kamerstukken 35358 (Implementatie).5 Artikel 34, tweede lid, Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegangen verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten ofau-pairactiviteiten bevat een specifieke regeling (Zie ook: Kamerstukken II 2015/16, 34 128, nr. 7 (NvW)). 3. BeslistermijnenArtikel 3.4, eerste lid,aanhef en onderBeslistermijnVerlenging beslistermijnWijziging werkgeverVerlenging beslistermijna. verblijf als familie-of gezinslid;90 dagen6 mndNvtNvtverblijf als familie- ofgezinslid van eenhouder van deEuropese blauwekaart90 dagen1NvtNvtNvtb. verblijf alseconomisch niet-actieve langdurigingezetene;90 dagen6 mndNvtNvtc. arbeid als zelfstan-dige;90 dagen6 mndNvtNvtd. arbeid alskennismigrant;90 dagen30 dagen245 dagen15 dagen3e. verblijf als houdervan de Europeseblauwe kaart;90 dagen, dan welbinnen 30 dagenindien de aanvraagis ingediend door deerkende referent1Nvt30 dagenNvthouder van deEuropese blauwekaart of een beperkingverband houdend metverblijf als familie- ofgezinslid van eenhouder van deEuropese blauwekaart430 dagen30 dagen530 dagenNvtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 329 Artikel 3.4, eerste lid,aanhef en onderBeslistermijnVerlenging beslistermijnWijziging werkgeverVerlenging beslistermijnf. seizoenarbeid;90 dagenNvtNvtNvtg. overplaatsingbinnen een onderne-ming;90 dagenNvtNvtNvth. arbeid in loon-dienst;90 dagen30 dagen145 dagen15 dagen2i. grensoverschrij-dende dienstverle-ning;90 dagen6 mndNvtNvtj. onderzoek in de zinvan richtlijn (EU)2016/801;60 dagenNvt45 dagen15 dagen2k. lerend werken;60 dagenNvt45 dagen15 dagen2l. arbeid als niet-geprivilegieerdmilitair of niet-geprivilegieerdburgerpersoneel;90 dagen30 dagen145 dagen15 dagen2m. studie;60 dagenNvtNvtNvtn. het zoeken naar enverrichten van arbeidal dan niet inloondienst;90 dagen30 dagen1NvtNvto. uitwisseling, al danniet in het kader vaneen verdrag;90 dagen6 mndNvtNvtuitwisseling als aupair dan wel in hetkader van Europeesvrijwilligerswerk;60 dagenNvtNvtNvtp. medische behande-ling;90 dagen6 mndNvtNvtq. tijdelijke humani-taire gronden;90 dagen6 mndNvtNvtr. het afwachten vaneen verzoek op grondvan artikel 17 van deRijkswet op hetNederlanderschap;90 dagen6 mndNvtNvts. niet-tijdelijkehumanitaire gronden.90 dagen6 mndNvtNvt1 Kamerstukken II 2013/14, 36 332, nr. 8.2 In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde omstandigheden gelet op de complexiteit van de aanvraag3 In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde omstandigheden4 Indien de vreemdeling:1°. houder is van een geldige Europese blauwe kaart die is afgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie en de vreemdeling gedurendeten minste twaalf maanden als houder van die kaart in die lidstaat heeft verbleven;2°. na een verblijf in een lidstaat als bedoeld onder 1°, als houder van een geldige Europese blauwe kaart gedurende ten minste zes maanden alshouder van die kaart in een andere lidstaat heeft verbleven; of3°. als gezinslid van de houder van de Europese blauwe kaart als bedoeld onder 1° of 2° reeds onderdeel uitmaakte van het gezin in de anderelidstaat.5 Termijn kan in bijzondere gevallen verband houdend met de complexiteit van de aanvraag worden verlengd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 958, nr. 330
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.