KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang versterking toezicht in het funderend onderwijs 2024 (herdruk)

20 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 156077bd43b393ac · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 293Primair Onderwijs31 289Voortgezet OnderwijsNr. 780 HERDRUK1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 december 2024Dag in, dag uit werken honderdduizenden onderwijsprofessionals in onsland met volle energie aan goed onderwijs. Leraren zorgen ervoor dattalenten van leerlingen worden ontplooid. Begeleiders, ondersteuners,conciërges, roostermakers en vele anderen realiseren de best mogelijkewerkomstandigheden voor hun collega’s en leerlingen. En schoolleidersen bestuurders houden vaste koers richting verdere verbetering enprofessionalisering van het onderwijs op hun scholen.Onderwijstoezicht is een cruciale factor in het samenspel van maatregelenen actoren om goed onderwijs te organiseren. Het is belangrijk dat hettoezicht robuust is, zodat we ervan op aan kunnen dat het zicht op dekwaliteit van het onderwijs op scholen op orde is. Daarom is er deafgelopen jaren hard gewerkt aan verdere versterking van het toezicht,zowel op stimulerend als op handhavend vlak, in lijn met de eerderaangekondigde voornemens.2Via deze brief blik ik graag terug op wat er dit jaar is bereikt. Ook kijk ikvooruit, om uw Kamer te schetsen welke ontwikkelingen op het vlak vantoezicht nog te verwachten zijn. Dat doe ik aan de hand van drie thema’s.Ik begin met een update van het traject waarin eisen worden gesteld aanbestuurders. Vervolgens ga ik in op de onderzoekskaders van de Inspectievan het Onderwijs (hierna: inspectie) en de verwachtingen ten aanzien vande onderwijskwaliteit. Ten slotte wordt beschreven hoe de inspectie deonderwijskwaliteit de komende tijd beter in beeld houdt. Daarbij realiseerik me met hoeveel inzet onderwijsinspecteurs hier aan werken.1i.v.m. een correctie in de eerste Kamerstuktitel2Zie hiervoor de Kamerbrieven Samen voor beter onderwijs, duidelijk over kwaliteit (Kamer-stukken II, 2022–2023, 31 293 en 31 289, nr. 652) en Voortgangsbrief versterking toezicht in hetfunderend onderwijs (Kamerstukken II, 2023–2024, 31 293, nr. 707). kst-31293-780ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7801 De afgelopen periode was er de nodige aandacht voor toezicht naaraanleiding van het onderzoek van het programma Nieuwsuur naar hetaantal schoolbezoeken door de inspectie in het primair onderwijs. In dezebrief reflecteer ik – in aanvulling op de Kamerbrief van 31 oktober jl.3 – opde ontstane situatie en de stappen die gezet worden.1. Wetsvoorstel eisen aan bestuur en accreditatiestelsel Bestuurders en intern toezichthouders zijn niet alleen verantwoordelijkvoor de kwaliteit van het onderwijs, maar moeten ook zorgen dat derandvoorwaarden in het onderwijs op orde zijn. Vanzelfsprekend moetenze zich ook houden aan de regels. Het gaat immers om de ontwikkeling,veiligheid en toekomst van leerlingen én om gemeenschapsgeld waarzorgvuldig en doelmatig mee moet worden omgegaan. Het kabinet vindthet belangrijk om niet alleen duidelijkheid te bieden aan besturen overwat er van hen verwacht wordt, maar ook te kunnen ingrijpen wanneer zijde wettelijke eisen niet naleven. Daarom kom ik met een wetsvoorstelwaarin scherpere eisen worden gesteld aan het bestuur en intern toezicht.Met dit wetsvoorstel stel ik onder meer eisen aan de kwaliteit vanschoolbesturen en worden meer richtlijnen en verduidelijkingenopgenomen over wat ten aanzien van het intern toezicht wordt verwacht.Bovendien komt er een VOG-verplichting voor bestuurders en interntoezichthouders, zoals aangekondigd in de Kamerbrief «Stand van zakenrond de Verklaring Omtrent het Gedrag in het primair en voortgezetonderwijs».4 Dit is de minimale basis voor een bestuurder en interntoezichthouder van een onderwijsorganisatie. Ook krijgt de inspectie methet wetsvoorstel omtrent eisen aan bestuurders meer mogelijkheden voortoezicht en handhaving. Het streven is dat het wetsvoorstel in de eerstehelft van 2025 voor internetconsultatie wordt aangeboden.Daarnaast worden er vanuit de onderwijssector initiatieven genomen.Deze zijn gericht op voortdurende professionalisering en ontwikkeling omde kwaliteit van bestuurders in het funderend onderwijs verder teverhogen, bovenop de bovenstaande minimale wettelijke eisen. DePO-Raad, de VO-raad en de VvOB (Vereniging voor Onderwijsbestuurders)ontwikkelen gezamenlijk een stelsel van accreditatie voor bestuurders inhet funderend onderwijs. Er zijn inmiddels twee pilots uitgevoerd waaraandertig bestuurders uit het primair en voorgezet onderwijs deelnamen. Hetberoepsprofiel voor bestuurders in het funderend onderwijs en demethodiek voor de accreditatie zijn al eerder vastgesteld. Het beroeps-profiel beschrijft wat bestuurders horen te weten, te kunnen en te doenom hun taak goed te kunnen uitoefenen en vormt de inhoudelijke basisvoor de op ontwikkeling gerichte accreditatie. Momenteel werken de driepartijen aan de oprichting van een onafhankelijke organisatie die deaccreditatie gaat uitvoeren. Het streven van de betrokken sectororgani-saties is dat de accreditatietrajecten de eerste helft van 2025 starten.2. Heldere verwachtingen ten aanzien van de onderwijskwaliteit Voor iedereen die bij het onderwijs betrokken is moet helder zijn wat goeden veilig onderwijs is en welke verwachtingen er op dat vlak zijn. Denavolgende trajecten maken efficiënt(er) toezicht van de inspectie op dekwaliteit en de veiligheid van het onderwijs mogelijk.3Kamerstukken II, 2024–2025, 31 293, nr. 760.4Kamerstukken II, 2023–2024, 27 923, nr. 491.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7802 2.1 Toepassing standaard basisvaardigheden Uit onderzoek blijkt dat veel leerlingen het lezen, schrijven en rekenen nietgoed beheersen. De focus van het kabinet ligt dan ook daar: op hetverbeteren van deze cruciale competenties bij leerlingen en studenten.Ook het onderwijstoezicht kan daaraan bijdragen. Sinds augustus 2023bevatten de onderzoekskaders van de inspectie de standaard Basisvaar-digheden (Onderwijsproces 0 ofwel OP0). Aan de hand van de standaardkijkt de inspectie vaker en diepgaander naar het lees-, schrijf- en rekenon-derwijs en burgerschap.Op dit moment geeft de inspectie wel herstelopdrachten op de standaardBasisvaardigheden, maar de standaard weegt – net als in het schooljaar2023–2024 – nog niet mee in het eindoordeel. De reden daarvoor is dat deverplichting tot burgerschapsonderwijs pas op 1 augustus 2023 isingevoerd. Daarom scoren nu nog veel scholen niet voldoende op hetonderdeel burgerschap. Om draagvlak te houden voor deze standaard, isbesloten om tot 1 augustus 2025 nog geen oordeel te geven. Wel wordener herstelopdrachten gegeven, zodat scholen weten wat ze te doen staatom burgerschap goed in te bedden in hun onderwijs. Vanaf 1 augustus2025 zal de inspectie OP0 wel meewegen in het eindoordeel.2.2 Aandacht voor veiligheid op school in het toezicht Vrij en veilig jezelf kunnen zijn; voor het kabinet is dit een absolutevoorwaarde voor het kunnen volgen én verzorgen van goed onderwijs.Naast het onderwijs in de basisvaardigheden heeft het thema veiligheiddaarom prioriteit binnen het toezicht van de inspectie. Veiligheid opschool komt altijd aan de orde bij kwaliteitsonderzoeken.De monitor sociale veiligheid is een cruciaal instrument voor scholen ominzicht te krijgen in de veiligheidsbeleving en om het veiligheidsbeleid opaf te stemmen. Daarnaast kan de inspectie deze gegevens gebruiken bijhet maken van een risico-inschatting die wordt gebruikt om te bepalen ofvervolgstappen van de inspectie nodig zijn. De inspectie handhaaft strikterop de monitoring van de sociale veiligheid van leerlingen door scholen. Erwordt sneller gerappelleerd als gegevens niet tijdig worden aangeleverd.De inzet van scholen en inspectie laat zich merken. In het schooljaar2022–2023 was bij slechts 28 van de ruim 9.000 scholen een voornementot sanctionering nodig, alvorens de gegevens werden aangeleverd. Bijgeen enkele school hoefde daadwerkelijk tot sanctionering te wordenovergegaan. Ook nu speelt een beperkt aantal voornemens tot sanctio-nering.Verder heeft de inspectie vanaf januari 2024 de eigen procedure voorbinnenkomende signalen5 omtrent sociale veiligheid aangescherpt.Signalen die opvolging behoeven, krijgen dat op korte termijn. Bij zeerernstige signalen gebeurt dit direct. Er wordt dan contact gelegd met eenbestuur of een onderzoek gestart.Na een daling tijdens de coronapandemie is er weer een toename te zienvan het totaal aantal schorsingen en verwijderingen van leerlingen opschool. Specifiek zien we dat dit toeneemt vanwege (intimidatie ofdreiging met) fysiek geweld tegen personeel en leerlingen.6 Het is nooit5Het jaarverslag over 2023 van de inspectie laat zien dat 52% van de ruim 3.880 signalen diebinnenkwamen een veiligheidscomponent bevatte.6Inspectie van het Onderwijs. Open data schorsen en verwijderen. https://www.onderwijsinspectie.nl/trends-en-ontwikkelingen/onderwijsdata/schorsingen-en-verwijderingen [geraadpleegd op 9 september 2024].Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7803 een lichtzinnige beslissing voor scholen om over te gaan tot schorsing ofverwijdering. Maar wanneer een leerling een risico vormt voor deveiligheid van anderen moet een school actie ondernemen. Ik vind hetbelangrijk dat dit gebeurt en dat hierover duidelijk wordt gecommuni-ceerd, ook naar de leerling die het betreft. Zeker als diens leeftijd enontwikkelfase dat mogelijk maken. Naar aanleiding van een toezeggingaan het lid Rooderkerk (D66)7 heb ik intensief gesproken met de inspectie,om leerlingen bij incidenten beter mee te nemen in bestaande proto-collen. Dit heeft geresulteerd in een aanvulling van bestaande informatiedie online staat over schorsen en verwijderen, waardoor de stem van deleerling prominenter aan bod komt.2.3 Concretisering deugdelijkheidseisen Deugdelijkheidseisen zijn de wettelijke eisen op het vlak van onderwijs-kwaliteit en onderwijsorganisatie, die gesteld worden aan schoolbesturenen op basis waarvan de inspectie toezicht houdt op deze besturen. Hetkabinet wil duidelijkheid en focus aanbrengen in wat we verwachten vanhet onderwijs en alle onderwijsprofessionals. Daarom wordt momenteelgewerkt aan het concretiseren van een aantal deugdelijkheidseisenrondom onderwijskwaliteit, zoals toegelicht in de Kamerbrief Van heldereverwachtingen naar betere resultaten.8 De termen «ononderbrokenontwikkelingsproces» en «stelsel van kwaliteitszorg» worden geconcreti-seerd, zodat duidelijker wordt wat binnen de eisen van de scholenverwacht wordt. Daarbij wordt evidence-informed werken opgenomen inde wet als onderdeel van het stelsel van kwaliteitszorg.2.4 Aanpassing onderzoekskaders In de onderzoekskaders beschrijft de inspectie hoe zij haar onderzoekenuitvoert én wat zij precies onderzoekt en beoordeelt. De huidige onder-zoekskaders voor het funderend onderwijs zijn sinds 2021 van kracht.Jaarlijks worden de onderzoekskaders geactualiseerd om ze in lijn tebrengen met onder andere nieuwe wet- en regelgeving, en in te spelen opactuele ontwikkelingen. Periodiek vindt een grotere aanpassing plaats. Deinspectie werkt momenteel aan nieuwe onderzoekskaders die in 2027 inwerking zullen treden. Het is belangrijk van tijd tot tijd de onderzoeks-kaders aan te passen om zo te blijven aansluiten bij ontwikkelingen in hetonderwijs en de maatschappij. De inspectie maakt daarbij gebruik vaninterne en externe evaluaties van het toezicht. Het doel is om te komen totcompacte, duidelijke en duurzame onderzoekskaders, waarin – binnen hetwettelijk kader – inzichten uit de wetenschap en uit het werkveld een plekkrijgen.In de periode tot en met juni 2026 worden de nieuwe onderzoekskadersverder uitgewerkt, onder andere via raadplegingen en in wisselwerkingmet belangrijke actoren, waaronder het werkveld, de wetenschap, beleiden andere interne en externe bronnen. In deze periode start ook deimplementatie- en communicatiefase en vindt er een test van het kaderplaats. Vanaf juli 2026 zullen de opbrengsten getoetst worden in het veld.2.5 Bijstelling onderwijsresultatenmodel Onderwijsresultaten zijn de resultaten van leerlingen en de voortgang inhun ontwikkeling. In het toezicht van de inspectie spelen de onderwijsre-sultaten van een school ook een belangrijke rol. De onderzoekskaders vande inspectie bevatten daarom een standaard voor onderwijsresultaten7TZ202405-041 (Kamerstuk 29 240, nr. 153).8Kamerstukken II, 2023–2024, 31 293 en 31 289, nr. 710.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7804 (OR1). Om deze standaard te kunnen beoordelen, gebruikt de inspectieeen onderwijsresultatenmodel. Voor het voortgezet onderwijs omvat ditmodel vier indicatoren: de doorstroom in de onderbouw, de doorstroomin de bovenbouw, de eindexamencijfers en of leerlingen in het derdeleerjaar minimaal op hetzelfde niveau zitten als dat van het schooladviesvan de basisschool.Het kabinet vindt het belangrijk dat voorspelbaar en duidelijk is wat wevragen van het onderwijs. Dat betekent ook dat het voor scholen volstrektduidelijk moet zijn langs welke lat de onderwijsresultaten van hunleerlingen gelegd worden: waarop worden scholen beoordeeld en hoewordt het inspectieoordeel over de leerresultaten berekend. De stip op dehorizon is duidelijk: een model dat bijdraagt aan het beste onderwijs vooralle leerlingen en dat goed werkt voor de scholen, besturen en deinspectie.Vorig jaar heeft de inspectie het onderwijsresultatenmodel geëvalueerdom te bezien of en hoe het kan worden verbeterd. Belangrijke aandachts-punten hierbij waren mogelijke ongewenste neveneffecten en ervaringenuit het onderwijs zelf. Op basis van deze evaluatie brengt de inspectie inbeeld welke onderdelen heroverweging verdienen. Hierbij worden demoties Kwint en Soepboer betrokken met als voorwaarde dat zeuitvoerbaar zijn en passen binnen het onderzoekskader.9 Op dit momentworden verschillende aspecten nader verkend, zoals de positie van destandaard in de integrale beoordeling van scholen en een betere correctievan de normen van het model op basis van leerlinggegevens met het oogop kansengelijkheid. Ook besteedt de inspectie aandacht aan de commu-nicatie over het model om te voorkomen dat het model leidt tot eenzijdigesturing op resultaten door scholen en besturen. In dit kader zal deinspectie in het voorjaar van 2025 een webinar organiseren. Daarmeekomt de inspectie ook tegemoet aan de resultaten van de evaluatie en deuitgangspunten van de herziening.De mogelijke wijzigingen moeten uiteraard binnen de huidige wettelijkekaders passen. Bezien wordt wat nodig is om deze te implementeren. Hetvoornemen is dit in te voeren per 2027, gelijktijdig met de nieuweonderzoekskaders.3. Onderwijskwaliteit beter in beeld Goed zicht op de onderwijskwaliteit op scholen, zowel op landelijk niveauals op individuele scholen, is essentieel. De afgelopen jaren heeft hetkabinet daarom geïnvesteerd in het versterken van het toezicht op scholendoor de inspectie.3.1 Voortgang betere verantwoording en informatievoorzieningschoolbezoeken Het is cruciaal dat de verantwoording en informatievoorziening over detoezichtactiviteiten van de inspectie op orde zijn. Na onderzoek van hetprogramma Nieuwsuur heeft de inspectie geconstateerd dat zij in deperiode tussen 2014 en 2019 niet elke vier jaar alle basisscholen heeftbezocht. Dat betreur ik, hierover is uw Kamer op 31 oktober jl. per briefgeïnformeerd.10 Hierin is ook aangegeven dat de informatievoorzieningaan de Kamer onvolledig is geweest. Tevens is uw Kamer in die brief9Motie Kwint (Kamerstukken II, 2022–2023, 36 200 VIII, nr. 190) en motie Soepboer (Kamer-stukken II, 2023–2024, 31 289, nr. 580).10Kamerstukken II, 2024–2025, 31 293, nr. 760.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7805 geïnformeerd over welke maatregelen worden getroffen om dit teverbeteren.Zoals toegezegd in antwoorden op vragen van de leden Soepboer (NSC)en Kisteman (VVD)11 informeer ik u nader over het starten van eenonafhankelijk extern onderzoek naar rapportages over de bezoeken van deinspectie aan scholen in het funderend onderwijs. De Auditdienst Rijk(ADR) is reeds gestart met de voorbereidingen voor dit onderzoek. Opkorte termijn vindt ook de formele opdrachtverlening plaats, zodra deonderzoeksopzet – conform de regels van de ADR – zorgvuldig isafgerond. Op basis van de eerste planning geeft de ADR aan dat zij debevindingen in juli 2025 verwacht. Verder laat de inspectie een externepeer-review op haar toezichtsaanpak verrichten. Dit zal in het eerstekwartaal van 2025 plaatsvinden. De inspectie was al gestart met hetverbeteren van de kwaliteit en volledigheid van de registratie van detoezichtactiviteiten, maar hier zal zij de komende periode extra inzet opplegen om ervoor te zorgen dat dit zo snel mogelijk helemaal op orde is.Deze verbeterslag moet ertoe leiden dat de inspectie zich te allen tijdevolledig kan verantwoorden over haar activiteiten. De inspectie zal externlaten controleren of de aanpassingen dit doel bereiken.3.2 Meer onderzoeken op scholen Een belangrijk onderdeel in de versterking van het toezicht is hettoenemende aantal onderzoeken op scholen. Van iedere school wordt eenjaarlijkse prestatie- en risicoanalyse gemaakt. Op basis van de waarge-nomen risico’s worden vervolgens kwaliteitsonderzoeken op scholengedaan. Bij kwaliteitsonderzoeken wordt bijvoorbeeld gekeken naar hetpedagogisch-didactisch handelen, veiligheid, basisvaardigheden, enandere onderdelen, om een goed zicht te krijgen op de kwaliteit; dit mondtuit in een oordeel over de kwaliteit op de betreffende school. Daarnaast isde inspectie begonnen met steekproefsgewijze kwaliteitsonderzoeken. Ditnieuwe instrument draagt bij aan een representatief beeld van deonderwijskwaliteit op schoolniveau en op landelijk niveau en zorgt ertevens voor dat de inspectie feedback krijgt op haar jaarlijkse prestatie- enrisicoanalyse van alle scholen. Dit representatieve beeld is ook terug tevinden in de Staat van het Onderwijs. Beide soorten kwaliteitsonder-zoeken zijn de afgelopen jaren snel in aantal toegenomen, door descherpere afstelling van de risicoanalyse en met name ook door deintroductie van de steekproef-kwaliteitsonderzoeken per augustus 2023.Om ervoor te zorgen dat de extra schoolbezoeken niet tot teveel toezicht-slast leiden, gaat de inspectie extra voorlichting verzorgen over hetverloop van inspectiebezoeken. Deze aanvulling op haar werkwijze zal deinspectie op korte termijn doorvoeren.3.3 Onderzoeken naar besturen Sinds 2017 is het toezicht van de inspectie (ook) bestuursgericht. Het is debedoeling dat alle schoolbesturen in Nederland eens per vier jaaronderzocht worden door de inspectie. De inspectie kijkt dan onder anderenaar de kwaliteitszorg en het financieel beheer en voert ook op enkeleonder het bestuur ressorterende scholen verificatieactiviteiten uit. Gezienhet belang van meer zicht op schoolniveau heeft de inspectie ruimtegecreëerd voor intensiever toezicht op scholen. Daarom is het in 2024 enook in 2025 niet mogelijk de bestuursgerichte vierjaarscyclus volledig uitte voeren. De inspectie zet in op risico-onderzoek bij risicobesturen en wil11Aanhangsel Handelingen 2024/25, nr. 637 (Soepboer) en Aanhangsel Handelingen II 2024/25,nr. 636 (Kisteman).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7806 daarnaast bestuursgesprekken voeren met circa een kwart van debesturen.De werkwijze ten aanzien van besturen is op dit moment nog in ontwik-keling, waarbij het de intentie is dat vanaf 2026 de vierjaarscyclus weerwordt uitgevoerd.3.4 Onaangekondigde toezichtactiviteiten Onaangekondigde toezichtactiviteiten kunnen – naast aangekondigdeonderzoeken – een waardevol instrument zijn binnen het toezicht. Daaromwordt het onaangekondigd toezicht door de inspectie momenteel alingezet bij (ernstige) risico’s ten aanzien van de onderwijskwaliteit of deveiligheid. Dit gebeurt conform de wet (art. 11, 5e lid, Wet op hetonderwijstoezicht) die bepaalt dat de inspectie haar onderzoekenaankondigt en ook onderzoek zonder aankondiging kan doen als zij ditnodig oordeelt.Het is van belang dat steeds gewogen wordt wat de toegevoegde waardevan dit instrument is en onder welke voorwaarden het ingezet kanworden. Uw Kamer heeft in moties uitgesproken meer onaangekondigdtoezicht te willen en de uitwerking hiervan te baseren op onderzoek vande inspectie.12 Naar aanleiding van deze moties heeft de inspectie eenverkenning uitgevoerd naar onder meer de effectiviteit en (on)mogelijk-heden van onaangekondigd toezicht, die als bijlage bij deze brief met uwKamer gedeeld wordt.De gerichte inzet van het instrument van onaangekondigd toezicht zorgtvoor meerwaarde binnen het al bestaande instrumentarium van deinspectie. De inspectie is gezien de uitkomsten van de verkenning welterughoudend om onaangekondigd toezicht als generiek instrument meerin te zetten. In de verkenning komt namelijk naar voren dat er op basis vande uitgevoerde pilot geen aanwijzingen zijn dat onaangekondigdebezoeken leiden tot andere oordelen dan aangekondigde bezoeken. Ookconstateert de inspectie dat er in het veld zeer wisselend draagvlak is vooronaangekondigde toezichtactiviteiten. Van belang is verder dat deinspectie concludeert dat juist het aankondigen van kwaliteitsonderzoekenhet mogelijk maakt om ze op grote schaal te kunnen blijven uitvoeren.Tegelijkertijd heeft de verkenning waardevolle interventieoptiesopgeleverd om onaangekondigd toezicht gericht, vaker en effectief in tezetten: bij (ernstige) risico’s ten aanzien van de onderwijskwaliteit of deveiligheid, als een kort en stimulerend bedoeld schoolbezoek en in hetkader van naleving van relatief snel te controleren normen. Voorbeeldenhiervan zijn de normen voor de onderwijstijd en de bevoegdheid vanleraren. Deze vormen van onaangekondigd toezicht kunnen eenmeerwaarde hebben voor effectief toezicht. De inspectie zal in 2025 eenbegin maken met de ontwikkeling en invoering van deze vormen vanonaangekondigd toezicht, in de vorm van een pilot in het primaironderwijs. Precieze vormen en aantallen zullen mede afhankelijk zijn vande mogelijkheden om alle opgaves binnen de beschikbare capaciteit vormte geven.12Kamerstukken II, 2019–2020, 35 000 VIII, nr. 226 (motie Van Meenen) en Kamerstukken II,2023–2024, 31 289, nr. 576 (motie Ceder). Hiermee beschouw ik tevens toezeggingTZ202403–042 als afgedaan (Kamerstuk 31 289, nr. 586).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7807 Tot slotVia bovenstaande stappen wordt het toezicht de komende tijd verderversterkt. Ik bericht uw Kamer opnieuw over de voortgang indien daaraanleiding toe bestaat. Zo zal ik uw Kamer in het najaar van 2025informeren over de uitkomsten van het onderzoek van de ADR naar derapportage over schoolbezoeken door de inspectie.Daarnaast laat uw Kamer zich ook informeren door de Inspecteur-Generaal van het Onderwijs in een hoorzitting op 16 januari 2025.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7808

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · da050de0f3196149

14 okt 2026 · abeedb086fb505e7

13 okt 2026 · 370f19b22d413546

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.