document · 23 jan 2025 · Tweede Kamer
Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over het Fiche: Achtste wijziging administratieve samenwerkingsrichtlijn belastingen (DAC9) (Kamerstuk 22112, nr. 3985)
Brontekst
2025D02333INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGDe vaste commissie voor Financiën heeft op 21 januari 2025 een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretarisvan Financiën over het door de Minister van Buitenlandse Zaken op6 december 2025 toegezonden fiches op het beleidsterrein Financiën:Fiche: Richtlijn betreffende Fiche: Achtste wijziging administratievesamenwerkingsrichtlijn belastingen (DAC9) (Kamerstuk 22 112, nr. 3985)De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwAdjunct-griffier van de commissie,Van der Steur nds-tk-2025D023331 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, VVD, NSC en BBB hebbenmet belangstelling kennisgenomen van het fiche en hebben hieroverenkele vragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-enPvdA-fractieDe leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen de Staatssecretarisof hij kan toelichten hoe bepaald wordt in welk land een multinational naimplementatie van het voorstel aangifte moet doen. Mag de multinationaldat zelf bepalen? Welke belastingautoriteit controleert of de informatie-aangifte op tijd is ingediend of niet?Deze leden zijn verder benieuwd of de vermindering van administratievelasten voor multinationals gekwantificeerd kan worden. Klopt het dat er infeite sprake is van een verschuiving van administratieve lasten, omdat delasten voor relevante belastingautoriteiten toenemen, aangezien zij meerinformatie moeten gaan uitwisselen? Hoe weegt de Staatssecretaris devermindering van lasten voor multinationals in vergelijking met de hogerelasten voor belastingautoriteiten?De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA lezen dat de implementatievan de richtlijn zal leiden tot kosten voor de Belastingdienst, hoewel nogniet goed mogelijk is wat de precieze impact is. Kan de Staatssecretaris deimpact wel kwalitatief verder toelichten? Zijn er bijvoorbeeld gevolgenvoor de IV-capaciteit in de komende jaren, en is een herprioritering in deIV-portfolio noodzakelijk of niet?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de fractie van Nieuw Sociaal Contract constateren dat ergeen impact assessment is gemaakt van de gevolgen van de implemen-tatie van de richtlijn voor Nederlandse uitvoeringsorganisaties, zoals deBelastingdienst. Zij vragen de Staatssecretaris waarom een dergelijkeimpact assessment niet is uitgevoerd en of dit wellicht niet goed mogelijkwas. Daarnaast merken deze leden op dat ook een impact assessment vande gevolgen voor het bedrijfsleven ontbreekt. Zij vragen aan de Staatsse-cretaris waarom ook dit niet is uitgevoerd of niet haalbaar werd geacht.Kan dit alsnog gebeuren? Zo nee, waarom niet?De leden van de fractie van Nieuw Sociaal Contract wijzen erop dat hetvoorstel een bevoegdheidsgrondslag bevat voor de Commissie omgedelegeerde handelingen vast te stellen waarmee snel wijzigingen in hetOESO-raamwerk (IF) kunnen worden doorgevoerd. Deze leden vragen ofhiermee een verschuiving van bevoegdheden plaatsvindt van de nationalewetgever naar de Commissie (voor het aanpassen van de richtlijn) en deOESO (voor het aanpassen van het xml-schema). Zij vragen de Staatsse-cretaris of het mogelijk is om deze bevoegdheid bij de nationale wetgeverte laten zodat deze zich kan blijven uitspreken over de wenselijkheid vanwijzigingen in het OESO-xml-schema. Dit zou de nationale wetgever instaat stellen zelfstandig een afweging te maken tussen de wenselijkheidvan wijzigingen en de behoefte aan equivalentie van regelgeving.Daarnaast vragen de leden van de fractie van Nieuw Sociaal Contract inhoeverre democratische waarborgen worden opgegeven wanneerbesluitvorming verschuift van het nationale parlement naar deCommissie, de Raad (met enkel ex post controle) en de OESO (waarbij exante controle wordt uitgeoefend door het kabinet in niet-openbare2 onderhandelingen). Zij vragen de Staatssecretaris of hij van mening is datdit voorstel voldoende democratische waarborgen biedt?Voorts merken de leden van de fractie van Nieuw Sociaal Contract op datdit voorstel voor onbepaalde tijd zal gelden. Zij vragen of het nietwenselijk is om de geldigheidsduur van het voorstel te koppelen aan devijfjaarlijkse evaluatie van de Administratieve Samenwerkingsrichtlijn.Hiermee kan het functioneren van de gedelegeerde bevoegdhedenperiodiek worden getoetst.Tot slot vragen de leden van de fractie van Nieuw Sociaal Contract inhoeverre belastingplichtigen voldoende inzicht hebben in welkegegevens, wanneer en met welke belastingautoriteiten worden gedeeld.Kan er bij een gegevensdeling een melding worden gedaan aan debelastingplichtige? In welke gevallen kan dit wel en in welke niet? Zijvragen of de Staatssecretaris kan toelichten welke stappen wordenondernomen om de transparantie en het vertrouwen van belastingplich-tigen in dit proces te waarborgen. Kan het kabinet hierop ingaan?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van het wijzigenvan de richtlijn, omdat hiermee de regeldruk voor bedrijven beperktwordt. Zij hebben nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie lezen dat lidstaten zelf effectieve sancties inhet leven moeten roepen in het geval dat bedrijven de hiervoorbeschreven regels overtreden. Welke sancties betreffen dit in Nederland?Is hier aanvullende wetgeving of een wetswijziging voor nodig?De leden van de VVD-fractie lezen dat het van belang is dat één-op-éénhet IF-raamwerk wordt overgenomen omdat derde landen ook hetIF-raamwerk gebruiken. Welke landen uit de OESO gebruiken hetIF-raamwerk al, en welke (nog) niet? Wat is daarnaast de status van dekwalificerende overeenkomsten die gesloten dienen te worden metandere jurisdicties?De leden van de VVD-fractie lezen dat het rapporteren van additioneleinformatie nog niet is opgenomen in de DAC-richtlijn. Wat is de reden datdit nog niet is gebeurd?De leden van de VVD-fractie lezen dat deze richtlijn per 31 december 2025geïmplementeerd dient te zijn in nationale regelgeving. Is dit voor alleEU-landen een realistisch tijdspad? Wat zijn de gevolgen als één ofmeerdere landen in de EU de richtlijn niet op tijd geïmplementeerdhebben? Welke stappen worden er nu genomen om te zorgen datbedrijven eind 2025 duidelijkheid hebben over de informatieaangiftesmedio 2026?De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorstel tot gevolg heeft dat inieder geval de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffingvan belastingen zal moeten worden gewijzigd. Welke wijzigingenbetreffen dit? Wanneer kan de Kamer het voorstel tot wijziging vangenoemde wet verwachten? Is dit gelijktijdig met of als onderdeel van hetimplementatiewetsvoorstel?Op enig moment in 2025 zullen twee implementatiewetsvoorstellen, DAC8en DAC9, tegelijk bij de Tweede en/of Eerste Kamer liggen. De leden vande VVD-fractie lezen dat die samenloop additioneel beslag zal leggen ophet wetgevings- en het parlementair proces en maakt die processen ook3 complexer. Kan worden toegelicht wat precies die processen complexermaakt? En hoe kan die complexiteit worden gereduceerd?De leden van de VVD-fractie lezen dat de uitvoering van onderhavigvoorstel weliswaar berust op ingrijpende aanpassingen in systemen, maardat hiervoor geen aanvullende IV-inspanningen nodig zijn. Welkesystemen dienen aangepast te worden? Kan verder toegelicht wordenwaarom deze ingrijpende aanpassingen geen beslag leggen op deIV-capaciteit van de Belastingdienst?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie lezen dat de Minister schrijft dat er geenkwantitatieve assessment heeft plaatsgevonden om de regelgevendeconsequenties voor het bedrijfsleven in kaart te brengen. De Ministerschrijft wel het volgende over de positieve effecten van de richtlijn:«Wel kan een kwalitatieve inschatting gegeven worden van de financiëleconsequenties van het voorstel. Immers betreft het voorstel een kwalifice-rende overeenkomst tussen lidstaten. Hiermee verlaagt het voorstel deregeldruk voor de multinationals die onder de toepassing van Pijler 2vallen, doordat zij slechts bij één belastingdienst de informatieaangiftehoeven in te dienen. De regeldruk die volgt uit een informatieaangifte isbeschreven in de memorie van toelichting bij de Wet minimumbelasting2024. In de memorie van toelichting bij de Wet minimumbelasting 2024 isverder aangegeven dat er voor Nederland circa 3.000 multinationalegroepen en binnenlandse groepen onder de reikwijdte van deze wetvallen met betrekking tot het indienen van de informatie aangifte.»De leden van de BBB-fractie zijn blij met de ambitie van het kabinet om deregeldruk te verminderen, ook in het kader van DAC9. Deze leden hebbenenkele vragen.De leden van de BBB-fractie constateren dat DAC9 voor een deel nieuwerapportageverplichtingen introduceert, kan de Minister aangeven of en inwelke mate dit de regeldruk voor het bedrijfsleven verzwaart, zoals deuitbreiding van verplichtingen naar nieuwe, innovatieve sectoren/producten?Deze leden vragen tenslotte of de Minister kan aangeven of de rapportageen samenwerkingsvereisten qua inhoudelijke complexiteit ook toenemenvanwege DAC9?4
Versie 4e64c28ca7e789af253c5035f90680249b5692546b46338e23e07548739f680d · Officiële bron.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.