Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 december 2024, over Circulaire economie
Brontekst
Versie 1228a71c68370119 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 334 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 31 januari 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op19 december 2024 overleg gevoerd met de heer Beljaarts, Minister vanEconomische Zaken, de heer Jansen, Staatssecretaris Openbaar Vervoeren Milieu, en de heer Van Oostenbruggen, Staatssecretaris Fiscaliteit enBelastingdienst, over:–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 12 februari 2024 inzake kabinetsreactie Rli-adviesWeg van de wegwerpmaatschappij (Kamerstuk 32 852,nr. 292);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 12 februari 2024 inzake Plastic Pacts (Kamerstuk32 852, nr. 293);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 13 februari 2024 inzake verzamelbrief circulaireeconomie (Kamerstuk 32 852, nr. 294);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 19 maart 2024 inzake voortgang beleid chemischestoffen (Kamerstuk 28 089, nr. 274);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 19 maart 2024 inzake tussenstand versterkingVTH-stelsel maart 2024 (Kamerstuk 22 343, nr. 394);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 15 maart 2024 inzake reactie op de brief «InbrengNVB aan commissiedebat Circulaire economie» van deNederlandse Vereniging van Banken (NVB) (Kamerstuk 30 196,nr. 826);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 16 april 2024 inzake aanvullende kabinetsinzetlachgasproblematiek in de afvalketen en terugkoppelinggesprekken met de afvalsector (Kamerstuk 30 872, nr. 297);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 29 april 2024 inzake hoofdlijnennotitie circulaire-economiewet (Kamerstuk 32 852, nr. 310);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 23 april 2024 inzake publicatie scenariostudie en kst-32852-334ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3341 monitoring bouwgrondstoffenwinning (Kamerstuk 32 852,nr. 309);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 27 mei 2024 inzake uitkomstenEU-onderhandelingen ecodesign en reparatie, en juridischonderzoek naar aanleiding van motie-Van der Graaf (Kamer-stuk 32 852, nr. 221) (Kamerstuk 22 112, nr. 3949);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.5 juni 2024 inzake verzamelbrief circulaire economie juni 2024(Kamerstuk 32 852, nr. 313);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.31 mei 2024 inzake toelichting circulair klimaatbeleid (Kamer-stuk 32 813, nr. 1397);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 23 mei 2024 inzake uitvoering motie van het lidKostic´ over verschillende aspecten meenemen in de evaluatievan de statiegeldregelgeving (Kamerstuk 32 852, nr. 303)(Kamerstuk 32 852, nr. 312);–de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat d.d. 30 april 2024 inzake nahang besluit tot wijziging vanhet Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afval-stoffen, in verband met het toevoegen van informatie overzeer zorgwekkende stoffen aan de omschrijving van aard,eigenschappen en samenstelling van afvalstoffen (Kamerstuk27 664, nr. 95);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.4 juni 2024 inzake wijziging Besluit melden bedrijfsafvalstof-fen en gevaarlijke afvalstoffen (Kamerstuk 27 664, nr. 96);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.11 juni 2024 inzake werkprogramma storten 2024–2029(Kamerstuk 30 872, nr. 299);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.24 juni 2024 inzake onderhandelingsresultaten EuropeseVerpakkingenverordening (Kamerstuk 22 112, nr. 3958);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.24 juni 2024 inzake reparatie in de circulaire economie(Kamerstuk 32 852, nr. 316);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.24 juni 2024 inzake aanpak financiële situatie plastic recyclers(Kamerstuk 32 813, nr. 1408);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.17 juni 2024 inzake voortgangsrapportage beleidsprogrammacirculair textiel 2024 (Kamerstuk 32 852, nr. 314);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.20 juni 2024 inzake verzamelbrief circulaire economie(Kamerstuk 32 852, nr. 315);–de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat d.d.1 juli 2024 inzake reactie op verzoek commissie over briefBlue Phoenix Group naar aanleiding van vergunningsplichtbodemas door OZHZ (Kamerstuk 30 872, nr. 300);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 25 september 2024 inzake verzamelbrief circulaireeconomie (Kamerstuk 32 852, nr. 318);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 21 oktober 2024 inzake UPV zwerfafval van kunststofpro-ducten voor eenmalig gebruik (Kamerstuk 30 872, nr. 302);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 13 november 2024 inzake trendrapport Duurzame Dinsdag2024 (Kamerstuk 36 600-XII, nr. 62);Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3342 –de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 26 november 2024 inzake transitie naar de circulaireeconomie (Kamerstuk 32 852, nr. 320);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 3 december 2024 inzake voortgang strategische aanpakbatterijen 2024 (Kamerstuk 31 209, nr. 262);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 4 december 2024 inzake reactie op verzoek commissieover problemen textielverwerkingssector (Kamerstuk 32 852,nr. 322);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 4 december 2024 inzake beleidsprogramma circulairtextiel 2025–2030 (Kamerstuk 32 852, nr. 321);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 5 december 2024 inzake reactie tussenrapportEU-rapporteur Circulaire Economie (Kamerstuk 32 852,nr. 323);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 12 december 2024 inzake verzamelbrief circulaireeconomie (Kamerstuk 32 852, nr. 324);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 12 december 2024 inzake uitvoering van de motie van hetlid Stoffer c.s. over het heroverwegen van beleidsmatigeprikkels die reparatie en hergebruik van elektrische enelektronische apparatuur ontmoedigen (Kamerstuk 36 600-XII,nr. 48) (Kamerstuk 36 600-XII, nr. 78);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 4 december 2024 inzake wijziging Besluit melden zorg-wekkende stoffen (ZZS) in afvalstoffen (Kamerstuk 27 664,nr. 97);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 13 december 2024 inzake evaluatie en moties Regelingkunststofproducten voor eenmalig gebruik (Kamerstuk 30 872,nr. 303);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 18 december 2024 inzake reactie op verzoek commissieover de petitie «Richt een «circulair plastic»-tafel op» (Kamer-stuk 30 872, nr. 304).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3343 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: KoerselmanAanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Boutkan, Buijsse, Gabriëls,Grinwis, Peter de Groot, Kostic´, Nordkamp, Pierik, Rooderkerk, Stoffer enWingelaar,en de heer Beljaarts, Minister van Economische Zaken, de heer Jansen,Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu, en de heer Van Oosten-bruggen, Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst.Aanvang 11.31 uur.De voorzitter:Dames en heren, een hele goede morgen. Allereerst een heel hartelijkwelkom aan alle belangstellenden hier op de publieke tribune en aan demensen die dit debat vandaag op afstand gaan volgen. Ook hartelijkwelkom aan de bewindspersonen. Fijn dat u er bent. Natuurlijk wil ik ookde leden en de ondersteuning hartelijk welkom heten. We gaan beginnenmet het debat over circulaire economie. Bij aanvang van de middagverga-dering staan er ook nog stemmingen op de rol. We weten nog niet of wedit debat daarvoor zouden moeten onderbreken. Vooralsnog is dat niet zo.Ik wil u alvast mededelen dat ik dit debat zal voorzitten totdat het plenairedebat over dakloosheid begint. Dat zal tussen 14.00 uur en 14.30 uur zijn,maar wie weet hoever we dan al zijn. Wie zal het zeggen? Daarom gaanwe snel beginnen. Dat klinkt hoopvol, hoor ik? Ik ben altijd hoopvol alsvoorzitter. Laten we er een mooi debat van maken en laten we snelbeginnen. We gaan beginnen met de inbreng van de EU-rapporteurCirculaire Economie, de heer Gabriëls. Gaat uw gang voor uw inbreng.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Als eerste wil ik graag iedereen met wie wegesprekken hebben gevoerd en de medewerkers van de griffie enormbedanken voor de structuur en de input. Ook wil ik de Staatssecretarisbedanken voor de reactie van 5 december op het tussenrapport.Ik wil namens de commissie enkele punten naar voren brengen. Wat meopviel in alle gesprekken die ik voerde met het bedrijfsleven, de financiëlesector, ngo’s, adviesbureaus en consultants is dat iedereen voorstander isvan een circulaire economie. Toch gaat die transitie maar niet vliegen.Iedereen die we gesproken hebben, wil dat er lef wordt getoond en dat erkeuzes worden gemaakt, en tegelijkertijd werkt het nu niet optimaal.Versnippering binnen de overheid is daarbij een thema. De circulairefinanciering is een ander groot thema, net als de normstelling, die hand inhand moet gaan met adequate stimulering. We hebben daar afgelopenweek twee interessante workshops over gehad. Ook is er gisteren eenrondetafelgesprek geweest, waar heel veel informatie tot ons is gekomen.De gesprekspartners zaten vol goede ideeën over hoe het wél zou moeten.Volgens mij kunnen we samen een heel eind komen in een frequenter enbreed ingestoken overleg tussen alle partijen. Het veld weet namelijkprima wat het wil. Ook de Staatssecretaris geeft aan dat samenwerkingcruciaal is in een circulaire economie. Ik zou daarom de volgende vieraanbevelingen willen doen namens iedereen die hier zit.De eerste betreft de samenwerking met het veld. Ik stel voor om eencirculaire-economietop à la de Woontop in het leven te roepen: eenpodium waar de betrokkenen samenkomen en waar zij concrete afsprakenmaken, bijvoorbeeld over geld voor de transitie, over welke regelgeving inde weg staat en over wat bedrijven nodig hebben om deze economievorm te kunnen geven op een manier die werkt voor de samenleving. Ikhoor daar graag een reactie op van de bewindspersonen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3344 Mijn tweede aanbeveling gaat over de inrichting van de circulaireeconomie binnen de rijksoverheid. Oplossingen waar partijen om vragen,liggen vaak niet op het terrein van een aantal departementen. Sorry, dieliggen vaak wél op het terrein van een aantal departementen. Daaromzitten deze bewindspersonen hier ook. De circulaire economie hoort thuisin het hart van de economie. Belangrijk is dat EZ niet een bijdrage zoumoeten leveren aan de circulaire economie, maar dat ze het hart zoumoeten uitdragen als economisch beleid. Je kunt niet een lineaireeconomie hebben en daarnaast een beetje een circulaire economie. Hetmoet het hart zijn. Ik wil graag weten hoe de Minister van EconomischeZaken en de Staatssecretaris van Financiën daarin staan, zeker na deaanbevelingen van Draghi en Letta om de circulaire economie in het hartvan de economie te plaatsen. Tijdens het rondetafelgesprek werd voortseen interessante suggestie gedaan om de transitie te laten trekken dooreen instituut van een circulaire-economiecommissaris, vergelijkbaar methet orgaan van de deltacommissaris, inclusief geld en menskracht. Hoestaan de bewindspersonen daarin?De derde aanbeveling is inhoudelijk. Er moeten afspraken wordengemaakt over normstelling, stimulering en beprijzing: een samenhangendpakket waarbij stok en wortel in evenwicht met elkaar zijn. Het is trouwensecht leuk om mijn eigen woorden hier terug te zien. Ik zeg heel vaak «destok» en «de wortel» en nu zie ik die woorden hier staan en kan ik zevoorlezen. Alle partijen, inclusief het bedrijfsleven, hebben aangegevendat dit nodig is, zeker om circulaire start-ups en met name ook deplasticrecyclers in het leven te houden. De plasticrecyclingbusiness dreigtnamelijk het onderspit te delven in Nederland en in de EU. Daarnaast blijktuit het rondetafelgesprek van vorige week donderdag dat er afsprakennodig zijn om de taxshift voor elkaar te krijgen, dus om arbeid goedkoperte maken en vervuiling grondstoffen te belasten. Als voorbeeld noem ikfast fashion, waarbij goedkope kleding de markt overspoelt, terwijltweedehands en kringloop het nakijken hebben.Uit het rondetafelgesprek blijkt ook dat een goede circulaire businesscasebroodnodig is. Er moet namelijk een afzetmarkt zijn en daarbij speelt deprijs een cruciale rol. Hierbij is, zoals de vertegenwoordiger van de bankenuitlegde, de rol van de overheid cruciaal: normering is essentieel, maarook prijsprikkels aan de verkoopzijde en daarnaast vraagsturing door deoverheid door vergaande circulaire inkoop en aanbesteding zijnbelangrijk. De afzet van producten moet in eerlijke concurrentie kunnenzijn met lineaire bedrijven. Circulaire start-ups en bestaande bedrijven diein transitie zijn, moeten geholpen worden met de overbruggingstijd. In hetrondetafelgesprek werd duidelijk dat de circulaire economie de economievan de toekomst is, waar steeds meer bedrijven kansen zien, mits er eeneerlijke concurrentie komt met de lineaire economie. Ik zou graag dereactie van de drie bewindspersonen horen over de circulaire financiëleaanpak.Tot slot de vierde aanbeveling. Die gaat over het grote verhaal. In hettussenrapport staat dat gedragsverandering nodig is. Het is fijn dat deStaatssecretaris aan een beter narratief werkt, maar gedragsveranderingis alleen te bereiken als de inwoners de juiste informatie hebben énfinancieel in staat worden gesteld de juiste keuzes te maken. De kern vanhet grote verhaal is preventiedoelen nog sterker na te jagen. Hoger op deR-ladder dus. Kan de Staatssecretaris daarover rapporteren via hetnationaal uitvoeringsprogramma? Hoe dragen de Minister van EZ en deStaatssecretaris van Financiën daaraan bij?Dat was de inbreng. Normaal gesproken spreek je ongeveer 130 woordenper minuut en ik heb geprobeerd om mijn verhaal in 150 woorden perminuut te vertellen. Het is te veel om in vijf minuten te stoppen, maar ikhoop namens de commissie dat het goed is overgekomen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3345 Dank aan de EU-rapporteur voor de inbreng. Ik kijk als eerste naar deStaatssecretaris. U kunt beginnen met de beantwoording. Gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Ik garandeer niet dat ik hetzelfde tempo als dat van deheer Gabriëls ga volgen. Dat zeg ik heel eerlijk. Dank voor de mogelijkheidom vandaag mondeling te kunnen reageren op het tussenrapport van deEU-rapporteur Circulaire Economie, de heer Gabriëls. Ik wil hem bedankenvoor zijn rapportage over de stand van zaken rondom het circulaire-economiebeleid. Ik waardeer het werk en de focus van de rapporteur opde noodzakelijke versnelling van de transitie naar een circulaire economiedie hij onderschrijft. Ik vond het goed om te zien dat de Kamer recentelijktwee rondetafelgesprekken, waar de heer Gabriëls het ook over had, heeftgevoerd met partijen die wij zelf ook vaak spreken. Het blijkt dat wehetzelfde doel nastreven en dat we hooguit nog verschillend denken overde manier waarop we die doelen zouden moeten bereiken. Ik vind het ookheel fijn om hier nu met jullie hierover van gedachten te kunnen wisselen,want we staan in Nederland voor een zeer grote opgave. Het is duidelijkdat er samenwerking nodig is om stappen vooruit te kunnen zetten. Hetrapport onderstreept dat en wat ons betreft biedt het waardevolleinzichten en aanbevelingen hiervoor. Het is belangrijk om ons te reali-seren dat de circulaire economie niet alleen gaat over duurzaamheid,maar ook over innovatie, concurrentiekracht, strategische autonomie,toekomstig verdienvermogen en circulaire businessmodellen.Voorzitter. Ik zal nu ingaan op de vier aanbevelingen. Dit doe ik medenamens mijn collega’s van Economische Zaken en Financiën. Derapporteur wijst in zijn eerste aanbeveling terecht op het belang vansamenwerken met het veld. Hij stelde ook voor om een circulaire-economietop te organiseren om afspraken te maken. Het Ministerie vanIenW organiseert jaarlijks de Nationale Conferentie Circulaire Economie,de NCCE. Die nationale conferentie is bedoeld om te vieren wat er algebeurt, om uitdagingen te agenderen en om professionals die werkenaan de circulaire economie te inspireren en te verbinden. Daarnaast is hetmogelijk om afspraken te maken met partijen, bijvoorbeeld met een sectorof met de regio’s. Zo heeft mijn voorganger tijdens de NCCE in 2024 eenstatement ondertekend om de samenwerking tussen de overheid enbanken te versterken. Hierbij daag ik partijen nogmaals uit om te komenmet voorstellen om hierover afspraken te maken. Ik interpreteer deaanbeveling dan ook als een signaal dat ik het bestaan van de conferentienog onvoldoende onder de aandacht van deze Kamercommissie hebgebracht. Ik nodig u bij dezen van harte uit voor de editie van 20 maart2025 in Leeuwarden. U zult via de griffie een officiële uitnodigingontvangen. Overigens wil ik ook zeggen dat de keuze voor Leeuwardenbewust was.De tweede aanbeveling gaat over de inrichting van de circulaire economiebinnen de rijksoverheid. De rapporteur geeft aan dat oplossingen waarpartijen om vragen, vaak op het terrein van een aantal departementenliggen. Dat erkennen wij natuurlijk helemaal. We hebben het hier over eensysteemtransitie die alle hoeken van de maatschappij zal raken: vaneconomische groei tot innovatie, van woningbouw tot zorg, en vanonderwijs en arbeidsmarkt tot fiscale sturing. Het systemische karakterkomt onder andere tot uiting in het Nationaal Programma CirculaireEconomie, waarin beschreven wordt hoe er vanuit alle departementen enmedeoverheden, gecoördineerd door mij als Staatssecretaris, wordtsamengewerkt aan het realiseren van onze gezamenlijke doelen. Het isdan ook goed, en eigenlijk ook logisch, dat er in dit debat drie departe-menten vertegenwoordigd zijn. Naast het Ministerie van EZ en Financiënwerken we ook nauw samen met de Ministeries van VRO, BZK, KGG,LVVN en BHO. Deze tweede aanbeveling bevat ook nog de suggestie vooreen circulaire-economiecommissaris, naar het voorbeeld van de delta-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3346 commissaris. Sinds 1 juli is Steven van Eijck, die bijna recht tegenover mijop de tribune zit, begonnen als Speciaal RegeringsvertegenwoordigerCirculaire Economie. Hij is aangesteld om doorbraken te creëren en eenbrug te slaan tussen de overheid en het bedrijfsleven. Zijn werkpro-gramma staat ook geagendeerd bij dit commissiedebat.Voorzitter. De derde aanbeveling gaat over de normstelling, stimulering enbeprijzing. Ik ben het zeker eens met de rapporteur dat de juiste mix vanmaatregelen het beste richting kan geven aan de transitie. Tegelijkertijdplaats ik ook hierbij de kanttekening dat we moeten roeien met de riemendie we hebben. Niet alleen moet het kabinet zuinig omspringen metfinanciële middelen, maar er moeten dus ook pijnlijke keuzes wordengemaakt. Kijkend naar de geopolitieke context is onze Europese concur-rentiepositie, bijvoorbeeld op het gebied van fossiel plastic, uitdagend tenoemen, mag ik wel zeggen. Zoals u zelf ook concludeert, is het van grootbelang om de Europese markt voor gerecycled plastic structureel teversterken. Daar maak ik me dan ook zeker hard voor. Daar komen wevandaag ongetwijfeld nog wat uitgebreider over te spreken in dit debat.Dan over de noodzaak van een goede circulaire businesscase. Eencirculaire economie kan niet worden afgedwongen binnen een lineairfinancieringsmodel. Dit is volgens mij de fundamentele uitdaging waar wegezamenlijk aan zouden moeten werken. Deze uitdaging gaan we aandoor in te zetten op een aantal speerpunten. Zo verbeteren we de toegangtot de financiering voor circulaire ondernemers door publiek-privatesamenwerking met subsidies en door te werken aan een financieel stelseldat duurzame en circulaire investeringen aantrekkelijker maakt. In datkader is het ook goed om te melden dat uit recent onderzoek is geblekendat circulaire ondernemingen in veel gevallen een lager risicoprofielhebben dan lineaire ondernemingen. Dat zou kunnen helpen bij hetwegnemen van de onterechte zorgen over de risico’s van het financierenvan deze ondernemingen. Daarnaast stimuleren we ook de integratie vancirculaire principes in bestaande financieringsinstrumenten en zoeken wesamen met de sector naar nieuwe vormen van financiering die passen bijde transitie. Het kabinet stimuleert ook actief de circulaire economie viahet inkoopbeleid: via het jaarlijkse gezamenlijke inkoopvolume vanongeveer 85 miljard euro.Voorzitter. Tot slot de vierde aanbeveling over het grote verhaal. Datverhaal gaat uiteindelijk over ons allemaal: over ons gedrag dat we latenzien als burgers, als consument en als ondernemer. Precies om die redenvormt de invalshoek van gedrag ook een belangrijk onderdeel van hetNPCE. De gedragsstrategie is op de lange termijn gericht en op eenoperationele aanpak om circulair gedrag van burgers te bevorderen.Daarbij zetten we waar mogelijk zo hoog mogelijk op de R-ladder in. Alsvoorbeeld van hoe gedrag specifiek op productgroepen kan wordentoegepast, is in het beleidsprogramma circulair textiel 2025–2030 eengedeelte over gedrag opgenomen. Dit gaat in op de rollen die verschil-lende stakeholders hebben om te zorgen voor een omgeving waarbinnenhet voor de consument makkelijker, logischer en eerlijker wordt omcirculair te consumeren. Het is uiteraard belangrijk om de hogere tredenvan de R-ladder in te zetten en te sturen.Voorzitter. Ik wil het hierbij laten, want ik heb al heel veel gezegd.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk nog even naar de EU-rapporteur en wil vragen of alleshelder is.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Mag ik een vraag stellen? Kunnen wij als commissie hier nu een reactie opgeven voordat we beginnen aan onze eigen inbreng? Ik wil hier namelijknog wel een reactie op geven, als dat mag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3347 De voorzitter:U mag dat doen als EU-rapporteur. Als het een politiek standpunt van deGroenLinks-PvdA-fractie is, dan kunt u dat straks laten horen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dan durf ik het toch aan om het als rapporteur te doen, omdat ik denk datwe er hetzelfde over denken. Anders hadden we dit stuk tekst ook nietgemaakt. Ik wil de Staatssecretaris heel erg bedanken voor het antwoord.Wat nu wel vaak naar voren komt, is: dit doen we al, dat gebeurt al en er isal een soort van circulaire-economietop. O, dat is mijn telefoon. Dit isoverigens niet de wekker. Ik sta nooit om 11.45 uur op.Ik wil het volgende gezegd hebben en dat doe ik dan ook als rapporteur.De kern is: er zitten hier heel veel mensen op de tribune, we hebbenhonderden e-mails gehad en er zijn heel veel bezorgde bedrijven enrecyclers, meer dan ooit. «We doen dit al» en «we doen dat al» zeggen, isdan volgens mij niet genoeg. Er moet iets extra’s komen. Er moet ietsextra’s komen boven op die jaarlijkse conferentie. We hebben zó veelnoodkreten gehoord dat we hier nu toch wel van links tot rechts kunnenzeggen – corrigeer me anders maar als ik het niet namens de commissiedoe – dat er meer nodig is dan hetgeen u al doet. Ik heb respect voor watu al doet, alleen is het nu niet genoeg. Dat wil ik gezegd hebben. Hiernakomt iedereen met zijn eigen inbreng. Heel erg bedankt dat u er met zijndrieën bent. Maar het is nu niet genoeg. Het zou de kern, het hart, vanEconomische Zaken, van Klimaat en Groene Groei, van Onderwijs en vanZorg moeten zijn. Het moet niet zo zijn dat het «erbij» gedaan wordt.De voorzitter:Een korte reactie nog.Staatssecretaris Jansen:Ik had ook circulair bouwen kunnen noemen als een van de voorbeeldenvan waar we stappen aan het zetten zijn. De heer Steven van Eijck, die iknet noemde, is juist aangesteld om ons gevraagd en ongevraagd teadviseren en dingen in beweging te krijgen. Ik heb inmiddels meerderekeren met de heer Van Eijck gesproken. Hij zet heel veel dingen inbeweging. Ik denk ook bijvoorbeeld aan het Duurzame Dinsdagkoffertjedat ik in september heb mogen ontvangen, waarin dit keer 224 ideeënzaten, zeg ik uit mijn hoofd. Ook daarin staan een heleboel mooie dingenrondom de circulaire economie die ons verder op weg gaan helpen. Er zijndus meer initiatieven dan die ik nu heb genoemd. Maar ik ben het met deheer Gabriëls eens. Ook wij zijn nog aan het kijken hoe we hier op dejuiste manier mee om kunnen gaan. Er zijn recente berichten over partijendie circulair opereren en die het heel lastig hebben. Ik denk dat we moetenkijken hoe we hier een intensivering op kunnen doen, waarbij we welrekening houden met alle andere attributen die ik net noemde. Ik heb hetdus ook over de vragen «wat is de economische impact op de bestaandeindustrie?» en «wat betekent dat voor andere ontwikkelingen?» Wemoeten dus wel het totale speelveld zien. Maar ja, we zijn aan het kijkenhoe we hier de juiste stappen in kunnen zetten.De voorzitter:Dank u wel. Dan dank ik, ook namens de commissie, de heer Gabriëlsvoor het rapporteurschap. Uiteraard ook bedankt voor de ondersteuningdie daarbij geboden is.We gaan nu verder met de eerste termijn van de kant van de Kamer. Ik wildaar een aantal dingen over zeggen. De woordvoerder mag maximaal vijfminuten spreken. Ik wil voorstellen om in eerste instantie vier interruptiestoe te staan. Verder merkte ik net iets op. We hebben een brede delegatievanuit het kabinet, dus als u een vraag stelt, zeg er dan duidelijk bij voorwie de vraag is. We hebben twee Staatssecretarissen in ons midden,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3348 namelijk de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en deStaatssecretaris van Financiën. Op die manier is het helder voor wie devraag is. Volgens mij heb ik daarmee de administratie op orde gebracht enkunnen we starten. Ik wil de heer Buijsse namens de VVD als eerste hetwoord geven. Gaat uw gang.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Circulariteit is noodzakelijk voor klimaatneutraliteitin 2050 en helpt onze afhankelijkheid van grondstoffen te verkleinen. Hoemeer we circulair produceren en consumeren, hoe minder afval er in hetmilieu belandt. Daarom vindt de VVD het belangrijk dat er hard gewerktwordt aan een circulaire economie. Op het moment dat dit debatplaatsvindt, werken vele duizenden mensen in de textiel-, de bouw-, dekunststoffen-, de elektronica- en de metaalbranche, en nog veel meerbranches, aan een meer circulaire wereld. Ik zal er niet omheen draaien:deze mensen zijn bezorgd over de toekomst van hun branches en hunbedrijven. Al deze branches vinden, zonder uitzondering, dat de Staatsse-cretaris meer georganiseerd met de sector moet werken aan het stimu-leren van circulariteit. Het klimaat voor ondernemen wordt op dit momentte veel bepaald door eenzijdig vanuit de overheid gestelde regels en erwordt te weinig met de sectoren samengewerkt. Ikzelf heb meer dan 25gesprekken en werkbezoeken gehad. Dit is het duidelijke signaal. Zien deStaatssecretaris, de Minister en de andere Staatssecretaris dit ook? Watgaan zij hieraan doen?Voorzitter. Gezien de tijd kan ik helaas niet voor alle sectoren devoorbeelden langslopen. Vandaag zal ik daarom in het bijzonder stilstaanbij de bedrijven die actief zijn in de plastics en de bouwketens. Maar deboodschap die hieruit klinkt, geldt net zo goed voor andere sectoren.Allereerst pleit de VVD voor het beter met het bedrijfsleven organiserenvan de circulaire economie. De afgelopen maanden, en zelfs eerder dezeweek nog, zijn in Nederland meerdere plasticrecyclers failliet gegaan. Datbetreuren wij. Door de wereldwijde overcapaciteit in de plasticproductieen de hoge binnenlandse productiekosten kan de sector niet concurrerenmet de toevloed van goedkope nieuwe plastics uit Azië en de VerenigdeStaten. De VVD wil dan ook dat de Staatssecretaris actie onderneemt. Watde VVD betreft is er onvoldoende georganiseerde samenwerking tussenhet bedrijfsleven en de overheid als het gaat om het behalen van dedoelen uit het Nationaal Programma Circulaire Economie. Hoe kijkt deStaatssecretaris hiernaar?De VVD vindt dat er veel aandacht is voor normeren en beprijzen, maarniet voor stimuleren. Hoewel we allemaal voor het zo snel mogelijkbijmengen van recyclaat in plastics zijn, vraag ik de Staatssecretaris of hijwerkelijk denkt dat de generieke norm voor alle plasticstoepassingen zalwerken, gezien de verschillende toepassingen en levenscycli die er zijn.Tevens vraag ik de Staatssecretaris hoe er met deze circulairplasticnormeen gelijk speelveld wordt geborgd tussen Nederlandse en buitenlandsekunststofverwerkers. Onze nadrukkelijke zorg is namelijk dat door eenongelijk speelveld Nederlandse recyclingbedrijven hun afzetmarktverliezen en failliet gaan.Voorzitter. Bedrijven die actief zijn in de plastics- en afvalbranche willensamen met het kabinet aan een plan werken. De VVD steunt de oproepvan het bedrijfsleven om toe te werken naar een circulairplasticakkoord.Zijn de Staatssecretaris en de Minister bereid om dit verder uit te werken?Voorzitter. Naast of wellicht als onderdeel van een plasticsakkoord zijnchemische bedrijven bereid om recyclingketens van afval naar nieuwplastic en/of chemische grondstoffen verder te ontwikkelen. Zij lopenechter aan tegen een ontoereikende businesscase, terwijl zij juist metinvesteerders en banken zogenaamde landmarkdeals willen sluiten. Omde businesscase te versterken hebben ze zekerheden vanuit het Rijk nodigover bijvoorbeeld vergunningen en regelgeving. Hoe beoordeelt u dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3349 behoefte en bent u bereid om met deze partijen nadere afspraken temaken?Voorzitter. Het laatste punt van aandacht voor wat betreft de plastics-branche is de SUP-regeling met betrekking tot single-use plastics. U heeftrecentelijk een evaluatie gedaan van het Besluit kunststoffen vooreenmalig gebruik. De VVD vindt het goed dat u op Europees gesteldedoelen stuurt, maar tegelijkertijd vragen we ons af of er niet meeralternatieven beschikbaar zijn dan het eenzijdig verhogen van demeerprijs van een kwartje voor eenmalig te gebruiken bekertjes en bakjes.Wat de VVD betreft draaien we dit besluit terug. Bent u bereid om ditbesluit te heroverwegen? Bent u bereid om met de sector in gesprek tegaan om te zoeken naar alternatieven?Voorzitter. Dezelfde vlieger gaat op voor de moties van voormaligKamerlid en collega Erik Haverkort, waarnaar wordt verwezen. De motieop stuk nr. 279 – dat zeg ik erbij voor de insiders – heeft tot doel dat we denieuwe Nederlandse definitie voor hoogwaardige recycling gelijkstellenaan die van Europa. In uw reactie op deze motie verwart u de zaak door tezeggen dat de Europese definitie is gewijzigd en dat de motie hiermee nietuitvoerbaar is. Maar de motie beoogt juist dat de Nederlandse definitieook juridisch conform die van Europa is, ook in de laatste versie van devoorgenomen Europese wet. Wat nu voorligt, zeker zolang de nieuweEuropese wet nog niet is ingegaan, is simpelweg een kop op Europeesbeleid. Bent u ook op dit vlak bereid om uw standpunt hierover te herzien?De voorzitter:U heeft een interruptie.De heer Buijsse (VVD):Dan kan ik even ademhalen. Dank u.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk, gaat uw gang.Mevrouw Rooderkerk (D66):De VVD maakt een terecht punt door te spreken over de vele faillisse-menten in de plasticrecycling, waarover wij ons heel veel zorgen maken.Hij geeft daarbij aan dat het volgens hem ten aanzien van single-useplastic geen oplossing is om daar een kwartje op te heffen en hij zegteigenlijk tegen de bewindspersoon: ga maar terug naar de tekentafel enbedenk wat anders. Wat zou dan het voorstel van de VVD zijn?De heer Buijsse (VVD):Allereerst is het voorstel om in gesprek te gaan met bijvoorbeeldsnackbarhouders en de ketens die daaraan verbonden zijn. Ik hoor designalen. Deze week hadden we bijvoorbeeld een petitieaanbieding vanuitde Plastic Soup Surfer, die ook faliekant tegen dit kwartje was en zelfvoorbeelden bracht van hoe het wel zou kunnen. Ik zeg niet dat dat per sede richting hoeft te zijn, maar het signaal is dat dit kwartje niet gaatwerken. Ik verzoek de Staatssecretaris om in gesprek te gaan met debranches, want er zijn alternatieven. Ik weet het gewoon. In welke richtingdat gaat, maakt me eigenlijk niet eens zo veel uit, maar dit kwartje moetenwe gewoon niet willen.Mevrouw Rooderkerk (D66):«In welke richting het gaat, maakt me niet zo veel uit, maar dit kwartjemoeten we niet willen.» Het enige voorstel dat ik van de VVD hoor, is omin gesprek te gaan. We hebben met de sector al jaren gesprekken overplastic. We hadden een tijd geleden het Plastic Pact, onder eenD66-bewindspersoon. Inmiddels is dat gestopt. Nu wordt er een nieuwvoorstel gedaan en dan hoor ik de VVD zeggen: ga maar met elkaar inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33410 gesprek. Dat is natuurlijk geen oplossing voor het probleem. Wat isvolgens de VVD de oplossing voor het probleem? Anders moet ik namelijkconcluderen dat ik die niet hoor en dat vind ik dan heel erg jammer, wantondertussen zitten we hier wel met een markt die geholpen moet worden.De voorzitter:Dat is helder.De heer Buijsse (VVD):U schetst het alsof er een heel groot probleem is. Wij constateren dat hetaandeel plastics in zwerfafval de laatste jaren sterk aan het teruglopen isdoor reeds genomen besluiten en maatregelen die in het werkveld landen.Die afname van plastics in het zwerfafval is in dermate grote vormengaande dat experts zeggen dat het kwartje geen enkele bijdrage zalleveren om het verder te laten afnemen. Dat was de geest van de petitiedie afgelopen dinsdag is aangeboden. Als deze mensen dat zeggen, dandenk ik werkelijk: waarom moeten we dat kwartje dan nog invoeren?Tegelijkertijd denk ik het volgende. Als ik in de praktijk spreek met allerleibedrijven die hiermee bezig zijn, dan hoor ik dat dit een ordinaire prikkel isom geld uit de portemonnee van consumenten te kloppen. Bedrijven gaandaar namelijk natuurlijk weer iets op verzinnen. Ondertussen is datkwartje, ook bij degenen met een smalle portemonnee, weer weg. Watons betreft is dat dus echt niet nodig.De voorzitter:Ik roep u allen op om het alstublieft bij korte interrupties en korteantwoorden te houden. De heer Gabriëls was eerst. Mevrouw Wingelaar,u komt zo aan de beurt.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik wil het weer wat hoger trekken, namelijk naar het algemene verhaal. Uzit in de coalitie en u had als partij invloed op het coalitieakkoord. Ik zegdit richting de heer Buijsse van de VVD. Vervolgens staat er geen zin in hetregeerprogramma over circulaire economie, behalve de plasticheffing,waarvan niemand weet waar die precies toegepast gaat worden omdatniemand precies weet wat daar gaat gebeuren. Hoe belangrijk heeft ucirculaire economie gevonden tijdens de vorming van het regeerpro-gramma?De heer Buijsse (VVD):Net als over heel veel andere onderwerpen zijn er in het regeerakkoord, ofhet hoofdlijnenakkoord, afspraken gemaakt om Nederland vooruit tehelpen. Vier partijen hebben daar verantwoordelijkheid voor genomen.Daar heeft de circulaire economie tot op de dag van vandaag een rol ingekregen zoals die nu is opgenomen. Met de kennis van nu en degesprekken die ik voer, denk ik ook dat er wel verbetering mogelijk is.Laten we daar helder over zijn. We zien nog steeds zaken uit het ministerievoortvloeien die bijvoorbeeld nationale koppen zijn. Daar zijn we gewoonniet voor. Wij zoeken dus naar manieren om realistisch en praktisch tezijn, maar we moeten ons wel realiseren dat er door de context waarNederland zich nu in bevindt, in de samenwerking zoals we die hebben,net als bij zo veel zaken, geldt dat er een belemmering is.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik wil even terug naar de single-use plastics en het kwartje. Als ik het goedbegrepen heb, maar daar bevraag ik de Staatssecretaris dadelijk nog welover, gaat het werken als er een duurzaam alternatief is. We hadden hetover gedragsverandering. U heeft het over minder afval in het milieu. Danwerkt dit toch? Dan werkt dit toch tegen vervuiling?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33411 De heer Buijsse (VVD):De maatregelen die vanuit de Richtlijn single-use plastics tot nog toe zijngenomen, hebben al geleid tot een enorm grote afname van plastics inhet zwerfafval. Tot op heden was de afspraak om ook een meerprijs tedoen. De meeste manieren die aangenomen zijn om tot een meerprijs tekomen, is een meerprijs van € 0,01. Nu gaan we deze meerprijs naar€ 0,25 verplichten, terwijl de afname al in heel grote mate gaande is enzich ook zal doorzetten. Experts zeggen dat deze maatregel niks extra’s zaldoen om nog meer zwerfafval schoner te maken, dus wat ons betreft gaanwe dit gewoon niet doen.Mevrouw Wingelaar (NSC):U gaat niet in op mijn opmerking over gedragsverandering. Die isnamelijk ook nodig, net als bewustwording. In dit geval is er een bewustekeuze van de consument nodig. Óf je kiest een duurzame oplossing, óf jekiest een minder duurzame oplossing en daar betaal je dan extra voor.De heer Buijsse (VVD):Gedragsverandering is een goed punt. Ik denk dat er met deze maatregelgeen gedragsverandering zal plaatsvinden. Mensen blijven friet eten,chinees afhalen en koffies to go drinken. De prijs gaat omhoog, onder-nemers zullen manieren vinden om daar iets mee te doen en uiteindelijkkost het de consument geld. Volgens de experts zullen we geen veran-dering zien in hoe het door minder zwerfafval schoner wordt.De voorzitter:De heer Buijsse, komt u... O, de heer Gabriëls van GroenLinks-PvdA heeftnog een vraag.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Nee, ik heb geen interruptie, want daar zijn we hier in dit huis altijd heelmoeilijk in. Ik wil graag vragen hoeveel interrupties we per fractie hebben.Vier?De voorzitter:Ik heb bij aanvang aangegeven dat we er niet heel moeilijk in zijn, maarwe proberen het debat ordentelijk te laten verlopen, ook qua tijd. In eersteinstantie gaat het om vier interrupties. In mijn introductie heb ik gezegddat er ruimte is voor meer interrupties als ze heel kort zijn en als het netjesgaat. Maar ik probeer altijd even te bekijken hoe het er in de praktijk aantoe gaat. Meneer Gabriëls, we gaan het straks beoordelen als u noginterrupties tekortkomt.Meneer Buijsse, rond u af, alstublieft. Uw tijd zit erop.De heer Buijsse (VVD):Ik ga inderdaad afronden, voorzitter. Dank. Ik wil als laatste stilstaan bij debouwsector. Nogmaals, ik zou het liefst alle andere sectoren erbijbetrekken, maar dat gaat helaas niet. Ook in de bouw zie ik legiovoorbeelden van mogelijkheden om materialen te hergebruiken of terecyclen. Dit strekt van biobased bouwen tot hergebruik van betonnenliggers voor viaducten en het gebruik van schone secundairebouwstoffen. Het maakt me trots hoe vindingrijk ondernemers zijn.De voorzitter:Sorry, maar dit is geen afronding.De heer Buijsse (VVD):Jawel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33412 Het is een heel lange afronding. Graag uw laatste zin, want uw tijd zit erruim op.De heer Buijsse (VVD):Oké. Uiteindelijk wil ik de Staatssecretaris vragen om te reflecteren op zijntoegezegde charmeoffensief richting de schone secundaire bouwstoffen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Heutink van... Meneer Gabriëls,heeft u nog een interruptie?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja. Ik dacht: ik ga dan toch een tweede inzetten voor de VVD. We willenhet heel erg graag, we vinden circulaire economie heel belangrijk, 2050,doelen halen voor het klimaat en dergelijke... Maar bij elke norm, bij elkeverplichting, bij elk plusje en bij elke keer dat er een concreet voorstel ligt,komt u met heel veel mitsen, maren en nees, waardoor het milieu nietgeholpen is. Een voorbeeld daarvan is die € 0,25. Je zou namelijk ookkunnen zeggen dat je op de inkomsten van die € 0,25 bij degenen die deplastic bakjes maken, een verplichting zet om naar een duurzaamalternatief te gaan. Dat geld kun je daarvoor gebruiken. Ik zou graag willendat de heer Buijsse van de VVD daarop reageert.De heer Buijsse (VVD):Er zijn twee zaken om op te reageren. Ik begin met het laatste punt van deheer Gabriëls over het fonds. In de brief van de Staatssecretaris staatbeschreven dat onderzocht is om tot een fonds te komen, alleen is het inde uitvoering juridisch heel lastig om dat te doen. Dat was het eerste punt.Het andere punt dat u schetste, ging over de mitsen en maren van deVVD. Wat voor ons cruciaal is, is dat er in Europa een gelijk speelveld is,dat er draagvlak is vanuit de ondernemers en dat er in ieder geval eensoort van overlegstructuur is waarin wordt samengewerkt. Ik heb in al diegesprekken nul, nada, daarvan geproefd. Daarom zit ik hier vrij scherp enmet een lichte emotie dit betoog te voeren.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het nu echt tijd voor de inbreng van de heer Boutkannamens de PVV. Gaat uw gang.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. De brief die we nota bene op vrijdag de dertiendeontvingen met daarin de meerprijs van € 0,25 op plastic producten, riepheel veel reacties op vanuit diverse hoeken. Deze waren niet mals. Ik komhier zo op terug. Ik wil een voorbeeld uit de praktijk noemen. Eenhardplastic statiegeldbeker kost meer arbeid, meer water, meer energie enmeer uitstoot dan een gewone kartonnen beker. Waarom? Een hardplasticstatiegeldbeker wordt vaak voorgespoeld, dus er is meer waterverbruik,meer energieverbruik en extra inzet van een medewerker die op datmoment geen andere taken meer kan uitvoeren. Dan verdwijnt de beker ineen plastic zak in een plastic krat. Vervolgens komt een vrachtwagen debekers ophalen en worden deze elders in het land weer gereinigd. Er isdan dus opnieuw water- en energieverbruik. Ondertussen hebben we ooknog te maken met een bovenmatig uitvalpercentage door onder anderebeschadiging en niet ingeleverde hardplastic bekers. We hebben het danover 30% uitval. Beschadigde of niet schoon te krijgen bekers wordenvernietigd. Het gevolg? Nieuwe bekers dienen dan weer geproduceerd teworden. De conclusie is dat een hardplastic statiegeldbeker veel minderlang meegaat en vaak ook veel minder hygiënisch is dan men denkt.Ironisch gezien verlagen we bij hergebruik dus de eisen aan voedselvei-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33413 ligheid. Ik hoor graag een reactie hierop van de Staatssecretaris, deMinister of de andere Staatssecretaris. Het maakt mij niet uit.Omdat de evaluatie een afname in het gebruik van single-use plasticsaantoont, wat begrijpelijk is gezien het verbod op deze producten voorconsumptie op locatie, wordt een belangrijke ontwikkeling over het hoofdgezien, namelijk de algemene toename van plasticgebruik. Herbruikbareplastic bekers bevatten 38 keer meer plastic dan gewone papieren bekersmet een plastic coating waar minder dan 5% plastic in verwerkt zit. Ik hebhet over gewone koffiebekers die de Staatssecretaris per 1 januari 2026wil verbieden. Wie neemt wie nou in de maling? Ik wil hier graag eenreactie op van de Staatssecretaris.De meerprijs voegt werkelijk niets toe aan de reductiedoelstellingen vanhet ministerie. Dit was al snel duidelijk sinds de invoering van deplastictoeslag om het gebruik van wegwerpplastic terug te dringen met40% vóór 2027. Anders dan bij statiegeld kan de consument de verpakkingna consumptie niet inleveren en de toeslag terugkrijgen. Deze € 0,25 diede consument moet ophoesten, verdwijnt linea recta in de zakken van deverkopers. Dit betekent dus een lastenverzwaring voor de burgers. Hetrisico dat ondernemers weer overgaan naar plastic in plaats van het nugebruikte karton, stimuleert niet om het gebruik van plastic te vermin-deren. Ik hoor ook hier graag weer een reactie op.Voorzitter. Nu we het toch over lastenverzwaring hebben: de volgende ziter alweer aan te komen, namelijk op het gebied van luiers en incontinen-tiemateriaal. Dit betekent een verhoging die terechtkomt bij de nu al niette betalen zorgkosten. Voor babyluiers zal de uitgebreide producentenver-antwoordelijkheid resulteren in een prijsstijging voor gezinnen tussen de€ 109 en € 670 per jaar per kind in de luierleeftijd. Die komt bovenop degenoemde € 1.144 die gezinnen al uitgeven aan een kind in de luier-leeftijd. Maar voor incontinentieproducten zal de UPV ook resulteren ineen jaarlijkse prijsstijging per gebruiker tussen € 143 en € 455 per jaar. Ikwil hier ook graag een reactie op.Voorzitter. Waar we het eerder hadden over de meerprijs van € 0,25,wordt er nu over plannen overlegd om het statiegeld te verhogen naar € 1voor een plastic fles. Nog even en het statiegeldbedrag is hoger dan dewaarde van de inhoud van de fles. Per brief schreef de Staatssecretariseerder dat het aan Verpact is om te bepalen welke maatregelen het snelsteeffect hebben en om die te implementeren. De focus voor Verpact blijftechter op het uitbreiden van het aantal innamepunten en niet op hetverhogen van het statiegeld. Zij stellen namelijk, en dat hebben ze albreed uitgedragen, dat hierbij negatieve effecten kunnen optreden.Nogmaals, wie neemt nou wie in de maling? Ik wil graag een reactiehierop van de Staatssecretaris.Voorzitter. Nederland moet sinds 2021 een afdracht betalen aan Brusselvoor het niet-herbruikbaar plastic verpakkingsafval dat verbrand moetworden. Dit kan oplopen tot een miljard euro binnen de periode. De redenhiervoor is het feit dat producenten, voornamelijk van buiten Europa,niet-herbruikbaar plastic op de markt brachten. Zelfs de EuropeseRekenkamer concludeert dat het systeem voor niet-gerecycled afval slechtfunctioneert. De sinds 2021 ingevoerde nieuwe inkomstenbron voor deEuropese Unie levert Brussel miljarden op. Onze vraag aan de Staatsse-cretaris is: gaat het hier om het redden van het milieu of is dit gewoon eenordinaire belasting om de Brusselse corona-uitgaven te dekken?Voorzitter. Tijdens de begrotingsbehandeling IenW heeft de PVV aan deStaatssecretaris middels een aantal voorbeelden gevraagd naar denationale koppen te kijken. We zitten nog te wachten op de gedanetoezegging. Maar als u toch bezig bent, wil ik het volgende zeggen. Dereductiedoelstelling...De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33414 De heer Heutink... U bent niet de heer Heutink, hè? U bent de heerBoutkan. Ik noem u dus gewoon de heer Boutkan, goed? U heeft eeninterruptie van de heer Gabriëls. Ik hoorde u een aantal keren deStaatssecretaris noemen en toen zag ik de twee Staatssecretarissendenken: voor wie is die vraag nou eigenlijk?De heer Boutkan (PVV):Ik heb in het begin gezegd dat het me niet uitmaakt wie van de drieantwoordt. Anders gaat dat ten koste van mijn spreektijd. Al die Ministersen Staatssecretarissen... Ik bedoel, het is volle bak.De voorzitter:Helemaal goed, meneer Boutkan. Dan denk ik dat het straks vanzelfopgelost gaat worden. Maar u heeft ook een interruptie van de heerGabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):De heer Boutkan heeft het over de afdracht die we aan de Europese Uniemoeten doen voor plastic. Hij zegt dat dat in een of ander coronafondsterechtkomt. Ik begrijp dat niet helemaal, maar prima. Ik wil even terugnaar het volgende. In het coalitieakkoord staat ook een heffing vanaf 2028voor plastic. Wat is dan het verschil? Waarom staat die in het akkoord?Kunt u uitleggen waar die heffing terecht moet gaan komen? Wat gaan wedaarmee doen? Wat voor effect heeft die heffing op de bedrijven die u metuw «haalbaar, betaalbaar en realistisch»-argumenten niet wil belasten?De heer Boutkan (PVV):Ik ben heel blij met wat de heer Gabriëls als laatste zei. Dat betekent datmijn «haalbaarheid, betaalbaarheid en realisme» toch aanslaat bijanderen. Ik wilde dus als eerste een compliment geven aan de heerGabriëls. Die belasting is opgenomen in de onderhandelingen over hethoofdlijnenakkoord. Die zit erin en die zal nodig zijn om de nodige gatente dekken. Ik hoop zelf natuurlijk dat die landt bij de sectoren waarvoor diebedoeld is.Dan de andere vraag. U zei dat u niet begrijpt wat ik zei over Brussel enhet fonds. Men heeft op hoog niveau een afspraak gemaakt dat er jaarlijkseen afdracht is van € 0,80 per kilo van plastic dat de oven ingaat en datniet te recyclen is. Dat hoesten we met z’n allen op. Dat ligt niet bij deproducenten die het maken of leveren. Wij betalen jaarlijks uit algemenemiddelen een bedrag van pak ’m beet 250 miljoen euro, oplopend tot eenmiljard, aan Brussel. Wat blijkt uit de stukken? Brussel heeft een gatgecreëerd door corona-uitgaven en deze worden, oplopend tot eenmiljard, daarmee gedekt. Dat stuit ons als PVV tegen de borst. Wij zoudengraag zien – daar kom ik dadelijk nog op terug, maar ik zie al dat ik bijnadoor mijn tijd heen ben – dat de Staatssecretaris gaat onderzoeken of hetmogelijk is ervoor te zorgen dat er minder plastic die oven ingaat en dat ermeer plastic wordt hergebruikt. Daar proberen we op te sturen.De voorzitter:Dank. Dit is de vierde interruptie van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja, dit is mijn vierde interruptie. De heer Boutkan zegt: de heffing is er omgaten te dekken. Ik vind dat het tegengestelde van wat we hier met z’nallen gezegd hebben, namelijk: het stimuleren van de circulaire economie,het stimuleren met een overbruggingsfonds of het stimuleren vanbedrijven die nu dreigen om te vallen. Kan de heer Boutkan hieropreageren? Waarom kan dat niet gebruikt worden voor zo’n fonds?Waarom is dat om gaten te dekken? Kan de heer Boutkan dat uitleggen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33415 De heer Boutkan (PVV):Dat fonds wordt pas over een paar jaar van kracht. We hebben nu eenprobleem. Nu zitten we met het feit dat die bedrijven omvallen. Demaatregelen die tot nu toe genomen zijn, zijn onvoldoende. We hebben almeerdere keren gehoord, ook gisteren bij het rondetafelgesprek en ineerdere gesprekken, dat de sector bereid is om te verduurzamen. In desector zoekt men elkaar op. De vraag die we nu moeten stellen, is: hoepakken we dit op om in deze Kamer voor elkaar te krijgen dat het wél gaatlukken met de sector, die bereid is om de handen ineen te slaan? Ik doedie oproep ook aan die kant van de tafel, meneer Gabriëls. U merkt hetaan mijn stem: het raakt mij zeer dat, terwijl wij hier eindeloos met elkaarzitten te praten, bedrijven omvallen en mensen werkloos worden! Noemze maar op. Dat raakt mij gewoon! Ik weiger te accepteren dat we datgewoon laten gebeuren.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Rooderkerk van D66 heeft een interruptie.Mevrouw Rooderkerk (D66):De heer Boutkan hield net een rant over de hogere kosten van koffie-bekers en babyluiers, maar ik hoor hem ook zeggen dat alles haalbaar enbetaalbaar moet zijn. De belastingbetaler betaalt natuurlijk ook mee aanhet opruimen en recyclen van afval, dus vind ik hem dan aan mijn zijde alsik een motie indien om circulariteitseisen te stellen aan de productie vangoederen?De heer Boutkan (PVV):Kan mevrouw Rooderkerk dat misschien iets nader specificeren? Mag ikdat met toestemming van de voorzitter vragen?De voorzitter:Ja, dat mag u altijd vragen. Mevrouw Rooderkerk, heel kort graag.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ja, dat is dan meteen mijn laatste interruptie.De voorzitter:Nee, nee, nee. Zo doen we dat hier niet. Een korte verduidelijking graag.Mevrouw Rooderkerk (D66):Een voorstel dat ik bijvoorbeeld wil doen, is om eerlijke prijzen voorspullen te gaan betalen. Ik denk dat dat belangrijk is. We zouden daar alsoverheid het goede voorbeeld in kunnen geven. Er is 80 miljard budget bijde overheid voor de inkoop van spullen zoals thee- en koffiebekers enandere zaken, maar ook van grotere goederen. We zouden er natuurlijk opkunnen inzetten daarvoor een eerlijke prijs te betalen, waarbij je deklimaatkosten meeweegt in de prijs die je voor producten betaalt. Ik benbenieuwd of de heer Boutkan dit zou kunnen steunen.De heer Boutkan (PVV):Dank voor de vraag. U treft hier een partij aan die al helemaal niet blij ismet welke klimaatmaatregelen er ook maar zijn genomen en met hoeveelgeld we daaraan uitgeven, terwijl we aan de andere kant van de wereldzien dat we overspoeld en ingehaald worden. Ik kan er dus heel kort overzijn, ook gezien de tijd: daarin vindt u ons niet aan uw zijde.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk, dit is uw vierde interruptie.Mevrouw Rooderkerk (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33416 Dat vind ik heel erg jammer. U klonk geïnteresseerd, maar nu hoor ik tochweer meteen een nee. De PVV zit nu natuurlijk wel in het kabinet. Ik vindhet heel lastig dat er steeds wordt gezegd «we houden ons aan hethoofdlijnenakkoord», maar op het moment dat er een concreet voorstelkomt om iets voor het klimaat of voor de circulariteit te doen, dan komt ereen nee. Ik hoor ook geen alternatief. Dat moet me van het hart. Ik hoopecht dat deze partij de verantwoordelijkheid wil nemen voor het feit datwij als samenleving onze klimaatdoelen moeten halen en dat wij alsKamer, en ook als kabinet, voorstellen moeten doen om hier veel harderactie op te ondernemen.De heer Boutkan (PVV):Ondanks alle miljarden die we tot nu toe hebben gestopt in het reddenvan het klimaat, zien we dat die tot nu toe werkelijk helemaal nietsopleveren, want die 0,00003 en dergelijke is een bewezen feit. Ik hoor u aldenken «daar komt ie weer», maar daar blijven we bij.Mevrouw Wingelaar (NSC):Gelukkig hebben we afgesproken dat we die klimaatdoelen wel willenhalen, meneer Boutkan. Ik wil nog even teruggaan naar een ander punt. Ikkrijg het niet op een rij hoeveel maatregelen meneer Boutkan inmiddelster discussie stelt. Wij willen sterk inzetten op het voorkomen vanvervuiling van het milieu. Ik hoor daar geen voorstellen voor. U steltalleen maar alles wat we nog willen gaan doen of alles wat we al aan hetdoen zijn ter discussie, maar ik hoor geen alternatieven.De heer Boutkan (PVV):Wat ik net ter discussie heb gesteld, is het lijstje van koppen. Ik heb hetvorige al genoemd, met vijf stuks. In het hoofdlijnenakkoord staat dat ergeen nieuwe koppen komen. De laatste keer heb ik weer lopen zoeken endergelijke. Er komen elke keer koppen bij met het beleid dat nu gaande is.Dat stel ik aan de orde. Het is niet zo dat ik de stoelpoten afzaag van watwe aan het doen zijn; dat is niet wat ik aan de orde stel. Nee: ik wil geennieuwe koppen zien. Het bedrijfsleven wordt namelijk overspoeld metregeltjes en dingen waardoor er een ongelijk speelveld binnen Europaoptreedt. Daar wil ik een einde aan zien. Goedschiks of kwaadschiks: hetmaakt me niet uit. Het moet gewoon anders. Dat heb ik aan de kaakgesteld, zeg ik richting mevrouw Wingelaar.De voorzitter:U kunt uw betoog afmaken, zou ik zeggen. Gaat uw gang.De heer Boutkan (PVV):Voorzitter. Voordat ik het vergeet, wil ik nog iets zeggen. De Staatssecre-taris zei net dat hij een koffertje had ontvangen met groene ideeën. Devraag is wat hij daarmee gaat doen. Die vraag gooi ik er maar eventussendoor.Voorzitter. Ik had al om een reactie gevraagd. Volgens de nieuwewetgeving moet er bijvoorbeeld ook recyclaat worden toegepast ingasleidingen, drinkwaterleidingen en plastic leidingen. Onze vraag is of ditwettelijk wel kan, gezien andere normeringen op dit gebied.Voorzitter. Allerlei zaken komen onze kant op, terwijl veel zaken nog in eenevaluatie zitten of nog niet eens zijn geëvalueerd. Wij vragen de Staatsse-cretaris nu hoe dit kan.Voorzitter. Tot slot een oproep. Daarna stop ik er echt mee. Ik zei dat wesignalen krijgen dat diverse sectoren uit het werkveld met hun vragen enopmerkingen, onder andere tijdens consultaties, tegen een Chinese muurvan onbegrip oplopen bij het ministerie. Ook worden er zaken doorge-voerd op dit dossier terwijl de evaluatie nog gaande is of zelfs nog niet isuitgevoerd. Voor alle duidelijkheid, en daar komt-ie nog één keer: sectorenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33417 zijn niet tegen verduurzaming, maar betrek ze erbij, luister naar ze enneem hun zorgen serieus. Gisteren hadden we een rondetafelgesprekover dit onderwerp. Ik wil nogmaals het volgende benadrukken richting deStaatssecretaris, de Minister en de andere Staatssecretaris. Ga met dezemensen direct om de tafel zitten. Maak gebruik van hun kunde, kennis enervaring. Daar zit een sector wel op de wachten, en niet op de extraheffing van € 0,25.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Rooderkerk van D66, gaat uw gang voor uw inbrengin de eerste termijn.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank u wel, voorzitter. Met jonge kinderen en als woordvoerder Klimaatben ik erg gedreven om werk te maken van een duurzame toekomst. Datkan niet los worden gezien van circulaire economie. Het is van belangvoor de biodiversiteit, een schone leefomgeving en het voorkomt hetmijnen van grondstoffen onder slechte omstandigheden. Zoals groeneenergie ons onafhankelijk maakt van Russisch gas, kan circulair gebruikons autonomie geven op grondstoffen. Dat is cruciaal voor een duurzametoekomst. Het is het hart van klimaatbeleid, zoals eerder gezegd. Het isdus goed dat de Staatssecretaris zegt deze ambitie te onderschrijven. Ikmis alleen wel de vertaalslag naar actie. Er is vrijwel geen geld voorcirculaire investeringen en de nadruk ligt veel op afval en recycling. Dat iszeer belangrijk, maar nog beter is het om grondstoffengebruik tevoorkomen en producten te hergebruiken en te repareren. Hier ga ik inmijn bijdrage op in.Ik begin met het voorkomen van grondstoffengebruik. Ten aanzien van degrondstoffen kan de overheid het goede voorbeeld geven. Hoe staat hetbijvoorbeeld met de circulariteitseisen bij de overheidsaanbestedingenvan onder andere infra, bouw en andere projecten? Staat de Staatssecre-taris ervoor open deze aan te scherpen? De gezamenlijke overhedenhebben – ik noemde het eerder al – een inkoopbudget van 80 miljard. Is deStaatssecretaris het met D66 eens dat hierbij sprake moet zijn van het truepricing-principe? En is hij, zoals de gemeente Amsterdam, bereid tot eenpilot hiertoe? De gemeente Amsterdam experimenteerde hier onlangsmee bij de inkoop van koffie.Voorzitter. Ten tweede ga ik naar het retourneren en hergebruiken vanproducten. Hiervoor ligt een verantwoordelijkheid bij webwinkels,producenten en consumenten. Bijna de helft van de kleding die webestellen gaat retour. Dat is een enorm aantal. Een derde daarvan wordtzelfs meteen vernietigd. Dat moet natuurlijk veel duurzamer. Afval vanelektronische apparatuur groeit daarnaast enorm in Europa. Dat kananders en dat laten bol.com en Wehkamp zien. Zij geven teruggestuurdeproducten een tweede kans. Welke concrete maatregelen kan deStaatssecretaris nemen om te stimuleren dat er voor een retourzendingeen eerlijke prijs wordt betaald en de klimaatschade wordt doorberekend?Welke maatregelen kan de Staatssecretaris nemen om te stimuleren datbedrijven tweedekansproducten aanbieden?Voorzitter. Ten derde ga ik naar het repareren en daarmee naar hetverlengen van de levensduur van producten. Dat is een supereffectievemanier om grondstoffengebruik in te perken. Hoe staat het in dat kadermet de uitvoering van de motie van de heer Bamenga van D66 overreparatievouchers? In 2026 zal ook de reparatierichtlijn nationaalverankerd moeten zijn. Hoeveel producten gaan eronder vallen? En watvoor reparatierecht hebben consumenten van producten die niet onder derichtlijn vallen?Lidstaten moeten daarnaast maatregelen treffen om reparatie te bevor-deren. Welke concrete maatregelen gaat de Staatssecretaris hier nemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33418 Voorzitter. Dan ga ik verder met recycling. We zitten midden in eenenergietransitie en ondertussen staat het concurrentievermogen vanEuropa tegenover de VS en China onder druk. Als wij niet oppassen, danmissen we de boot en verliezen we bedrijven. Het Draghi-rapport windt erdan ook geen doekjes om. Het zegt: investeer in de bedrijven en maakhelder en ambitieus beleid. Toch missen we duidelijke kaders en concretedoelen van de overheid. Veel plasticrecyclingbedrijven gaan failliet. Eengebrek aan certificeren zorgt voor wantrouwen in afval als grondstof. Ditvertraagt de transitie naar circulair, terwijl bedrijven klaar zijn voor eentandje sneller. Wat is de stand van zaken van de circulaire-economiewet,die op aandringen van D66 in de maak is? Kan de Staatssecretaristoezeggen normen te maken voor producten die op de markt komen,zodat deze beter gerecycled kunnen worden? En hoe staat het met deDuurzame Dinsdaginitiatieven die hij heeft ontvangen?Voorzitter. In de beantwoording van onze vragen gaf de Staatssecretarisde markt de schuld van het omvallen van individuele recyclingbedrijven,maar dat is te makkelijk. Hoe kijkt hij aan tegen het financieren van deonrendabele top van circulaire businessmodellen? En hoe staat het metde Europese norm voor duurzame koolstof in de chemische industrie?Voorzitter. Zonder Europa kunnen we niet werken aan een gezond circulairinnovatieklimaat in Nederland en Europa. Kan hij toezeggen in Brusselambitieus in te zetten op de Clean Industrial Deal, waar wij volgens mijallen op wachten?Tot slot zou de circulaire economie het hart moeten zijn van onzeklimaataanpak, maar de klimaatdoelen raken uit het zicht en het bedrijfs-leven vraagt om duidelijkheid. Kortom, kabinet, ga aan de slag voor eenduurzame toekomst.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Mevrouw Wingelaar namens Nieuw SociaalContract, gaat uw gang.Mevrouw Wingelaar (NSC):Dank u wel, voorzitter. Het onderwerp is dus circulaire economie, en datonderwerp is zeer veelomvattend. Je zou bijna niet weten waar je moetbeginnen. Ik ga een poging doen om mijn vijf minuten spreektijd zo goedmogelijk te benutten.Voorzitter. Dit najaar zou de statiegeldregeling worden geëvalueerd. Er istoegezegd dat de regelgeving breed bekeken wordt, waarbij ook eerderdoor de Kamer genoemde zaken worden meegenomen. De uitkomst vande evaluatie zal eind van het jaar met de Kamer gedeeld worden. Nu lezenwe dat er meer tijd nodig is. Wat is de reden voor de vertraging? En hoekan het dat er wel een rapport uitlekt waarin zeer vergaande maatregelenaangekondigd worden? Nieuw Sociaal Contract is van mening dat eenverhoging van het statiegeldtarief nu nog helemaal niet aan de orde kanzijn, want de basis is niet op orde. Het heeft tijd nodig en de inzamelcapa-citeit moet omhoog. Wat is de visie van de Staatssecretaris op dit gebied?Heeft de Staatssecretaris niet nu al enig zicht op welke aanpassingen er inde wetgeving noodzakelijk, nuttig en mogelijk zijn? En hoe wordt deKamer hierin meegenomen?Voorzitter. Ik heb eerder aandacht gevraagd voor de problematiek in degrensstreken met België. In Nederland krijgt men statiegeld voorBelgische blikjes en flesjes, waar in België geen statiegeld voor betaald is.Stelt u zich nu eens voor dat het statiegeldtarief ook nog eens verhoogdwordt. Dan krijgt de Belgische consument dadelijk nog geld uitbetaaldvoor deze blikjes en flesjes. De huidige regelgeving verhoogt bij desupermarkten al de druk op de inleverautomaten. Een hoger statiegeld-tarief zal de druk al helemaal verhogen. De Staatssecretaris plaatsteeerder ook vraagtekens bij de situatie en heeft toegezegd om hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33419 onderwerp te bespreken met het verpakkend bedrijfsleven. Hebben dezegesprekken al plaatsgevonden en is er een oplossing voor?Voorzitter. Ik wil in dit debat aandacht hebben voor plastic. Er zijn namelijkgrote problemen in de industrie rondom productieverwerking enhergebruik van plastic. Er leven veel vragen en onzekerheden op hetgebied van de nationale circulairplasticnorm. De Nederlandse industrieslaat nu zelfs de handen in elkaar om hun zorg kenbaar te maken. Wat ishet standpunt van de Staatssecretaris, maar ook van de Minister overdeze zorgen? De partijen vragen om een circulairplastictafel. Dat is eentafel waaraan diverse ministeries plaatsnemen met de industrie. Eigenlijkverbaast het me dat dit nog niet eerder gebeurd is, want het kan toch nietwaar zijn dat er überhaupt beleidsvoorstellen of wetten uitgewerktworden die de industrie op een dusdanige manier raken zonder dat menaan tafel zit? Wat is de visie van de Staatssecretaris op dit punt? Hoe schatde Staatssecretaris de gevolgen voor de industrie in? En wat is de visievan de Minister van Economische Zaken hierop? Nieuw Sociaal Contractis voor een plastictafel, maar wel met een duidelijke deadline.Voorzitter. De nationale circulairplasticnorm heeft bijvoorbeeld ookinvloed op de sector kunststofleidingensystemen. In Europese wetgevingworden deze plastics ook anders behandeld. Waarom gebeurt dit inNederland niet? Is de Staatssecretaris op de hoogte van de problematiek?En, veel belangrijker, welke oplossingen ziet de Staatssecretaris?Voorzitter. Vorige week en gisteren nam ik deel aan de rondetafelge-sprekken over circulaire financiering en taxshift, normeren, stimuleren enbeprijzen. Dat waren twee zeer interessante gesprekken, maar er wasvooral veel kritiek op dat er geen duidelijke keuzes worden gemaakt ophet gebied van de circulaire economie. De lineaire economie staat nogaltijd voorop. Diverse partijen en sectoren dragen verschillende oplos-singen aan op het gebied van fiscale en juridische maatregelen. Om toteen circulaire economie te komen – en dit is onvermijdelijk als je naar deuitputting van onze grondstoffen kijkt – moet er iets gebeuren. Ik zougraag van beide Staatssecretarissen en de Minister horen welke maatre-gelen zij voorstellen om de circulaire economie mogelijk te maken. Welkeoplossingen zijn er? En op welke manier sluiten deze aan bij de lijnen dieook worden genoemd in het werkprogramma van de Speciaal Regerings-vertegenwoordiger Circulaire Economie? Alleen met een gedragen,integrale visie en een pakket maatregelen zijn volgens experts de doelente halen. Verder vraag ik me hardop even af wie hier dan nu integraal opgaat sturen. Blijven de ministeries op hun eilandjes zitten of is hetverstandig dat er meer integrale aansturing komt?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Kijk eens aan. U bent aan het einde van uw inbreng gekomen. Dat ishartstikke mooi. U heeft nog een interruptie van de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Ik hoor echt wel aanknopingspunten richting ons verhaal als het bijvoor-beeld gaat over de plastictafel en het akkoord. Dat is dus hartstikke goedom te horen. Ik zou door willen vragen op het kwartje van Jansen. Umaakt een statement over het statiegeld. U zegt dat u dit niet wilt. Maar infeite is dat kwartje van Jansen geen statiegeld; het is een soortgelijkevorm van belasting voor de consument. U maakt ook een vergelijking metde grensstreek met België. Die voel ik ook. Maar dan kun je tochonmogelijk voor dat kwartje van Jansen zijn?Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik vind statiegeld helemaal niet te vergelijken met het voorkomen vanvervuiling in het milieu door single-use plastics. We zijn pas anderhalf jaarbezig met dit systeem van statiegeld en ik pleit er altijd voor dat het meerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33420 tijd nodig heeft. Andere landen doen er acht jaar over om de doelen tehalen en wij zetten daarop de versnelling in. Wat mij betreft heeftstatiegeld dus helemaal niets te maken met wat u «het kwartje vanJansen» noemt. Het kwartje van Jansen zet volgens mij in op hetvoorkomen van een grotere wegwerpmaatschappij.De heer Buijsse (VVD):Ze zijn allebei bedoeld om het zwerfafval tegen te gaan, hergebruik testimuleren en milieubelasting te voorkomen. Ik zie daarin wel degelijk eenparallel. Dat is uiteindelijk de bottomline en ik neem aan dat u ook staatvoor de mensen met een minder dikke portemonnee. Dit is uiteindelijktoch een belasting voor inwoners en consumenten. U kunt, zeker in degrensregio, toch niet voor dit voorstel zijn?Mevrouw Wingelaar (NSC):Meneer Buijsse, ik kan u dit zeggen. Als wij het over bestaanszekerheidhebben, hebben we het in ieder geval niet over de doelgroep die € 4 vooreen cappuccino betaalt bij Starbucks of Julia’s. Dan komen we voor eenhele andere doelgroep op.De voorzitter:Meneer Boutkan, u heeft ook een interruptie.De heer Boutkan (PVV):Ik zou het met een voorbeeld willen illustreren. Je hebt twee verkoop-punten. Aan de ene kant heb je de visboer. Aan de andere kant heb je depatatzaak of, afhankelijk van aan welke kant van Nederland je zit, defrietzaak. De visboer is van zijn plastic verpakkingen overgeschakeld opkartonnen verpakkingen om zijn vissen in te doen voor de verkoop, maarde friet- of patatboer is bij plastic gebleven. Stel, dit kwartje wordtingevoerd. Die blijft dan dus bij dat verkooppunt; die mag dat extra doen.Wat denkt mevrouw Wingelaar van NSC dat die visboer, die nu meerbetaalt voor zijn kartonnen verpakking dan voor een plastic verpakking,dan misschien gaat doen? Deelt u de mening van de PVV dat de zorgbestaat dat die visboer dan weer teruggaat naar zijn plastic verpakking,waardoor we onszelf eigenlijk in de voet schieten?Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik sluit dan eigenlijk aan... Het zou mooi zijn als dat geld gebruikt zoukunnen worden... Ik vraag meteen aan de Staatssecretaris of daar tochniet een soort prikkel aan vast kan zitten om te blijven investeren induurzame producten.De heer Boutkan (PVV):Volgens de brief van de Staatssecretaris heeft hij dat onderzocht en is datniet mogelijk. Bij de PVV zit de zorg dat die visboer die, gelukkig, isomgeschakeld, toch weer teruggaat omdat hij dan zijn verdienmodel kanvergroten. Wat hij ervoor had beoogd, blijft over. Kunt u zich erin vindenals we het verhaal over die meerprijs voorlopig niet gaan doen en meeronderzoek gaan doen op dit onderwerp?Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik ben heel erg benieuwd. Ik kan me voorstellen dat de Staatssecretaris ergoed over heeft nagedacht voordat hij met dat voorstel komt en dat hij devragen die wij hierover hebben, dadelijk gaat beantwoorden. Maar ik ganog niet zo ver met u mee dat ik zeg: haal ook deze maatregel van tafel.De voorzitter:Ik dank u wel. Dan is de beurt aan de heer Gabriëls voor zijn inbrengnamens GroenLinks-Partij van de Arbeid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33421 De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Direct met de deur in huis vallend is mijn eerstevraag aan de Staatssecretaris: gelden de doelen uit het NationaalProgramma Circulaire Economie nog, dus de 50% circulair in 2030 en100% in 2050? Staan die doelen fier overeind? En zo ja, wanneer komt dande circulaire-economiewet naar de Kamer? Bent u van plan daar bindendetussentijdse doelen in op te nemen? Wanneer komt er een herzienNationaal Programma Circulaire Economie? De hele sector schreeuwt hiernamelijk om. We hebben overzicht, visie en een concreet routeplan naar2030 en 2050 nodig. Er vallen wekelijks bedrijven om, kennis en innovatie-kracht verdwijnen, en er staat geen zin over in het regeerprogramma.In de textielsector worden de problemen alsmaar groter met de enormetoename van de ultra-fast fashion. Het marktaandeel van Shein isinmiddels groter dan dat van H&M en Zara bij elkaar. Er worden container-schepen vol met plastic kleding uit China gehaald en in de tussentijdlopen de pakhuizen vol met gebruikte kleding waar onvoldoende marktvoor is of die van zulke slechte kwaliteit is dat die niet gerecycled kanworden. Tweedehandskledingverkopers en kringloopwinkels hebben erenorm last van en gisteren bleek ook dat sommige kleren van de webshopShein de gezondheidsnorm voor de wettelijk toegestane hoeveelheidtoxische stoffen met honderden keren overschrijdt. Ik vraag de Staatsse-cretaris om er alles aan te doen om de instroom van deze rotzooi in tedammen. De waanzin door fast fashion en de bizarre milieu-impactmoeten echt gestopt worden. Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgendat we in Nederland een bloeiende textielrecyclingsector houden?Frankrijk, dat zich in een gelijk speelveld bevindt, heft € 5 op iederfastfashion-item. Kan zoiets ook in Nederland? Bent u bereid dat teonderzoeken en hiermee terug te komen naar de Kamer? Graag eenreactie hierop van de Staatssecretaris van Financiën. Kan de UPVaangepast worden? Kan de Staatssecretaris ervoor zorgen dat de bijdragevan de producenten niet alleen gebaseerd is op gewicht, maar ook opkwaliteit, herbruikbaarheid en levensduur van kleding? Ik wil van deStaatssecretaris, in dit geval de Staatssecretaris Milieu, horen of hij bereidis de UPV textiel te verbeteren en hiermee terug te komen naar de Kamer.Dan ga ik verder met plastics. De markt voor hoogwaardig recyclaat komtmaar niet van de grond en in de tussentijd vallen recyclers om. Wij zijndaarom groot voorstander van een bijmengverplichting. Die bijmengver-plichting zou wat GroenLinks-Partij van de Arbeid betreft zo snel mogelijkmoeten ingaan. We roepen op vertraging van de invoering van eenbijmengnorm te voorkomen. Wel moet de norm gepaard gaan met eenpassend pakket aan flankerend beleid. Een voorbeeld hiervan is om in deUPV’s een lagere bijdrage te vragen van een producent op het momentdat die veel in Nederland geproduceerd recyclaat gebruikt. Mijn vraag aande Staatssecretaris is of er ook voorwaarden gesteld kunnen worden aande herkomst van het recyclaat en of er mogelijkheden zijn om eenbijmengnorm in te voeren voor alle kunststofproducten die in Nederlandop de markt komen. Ik denk dat we moeten voorkomen dat verkopersalsnog producten uit goedkoper China kunnen afnemen, terwijl deNederlandse recycle-industrie en de verwerkers blijven wegkwijnen.Dan ga ik naar normeren en beprijzen. We hebben bij de rondetafelge-sprekken van de afgelopen twee weken steeds weer benadrukt gekregenhoe belangrijk het is dat er genormeerd en beprijsd gaat worden, incombinatie met het stimuleren van circulaire bedrijven. Allereerst moet ereen belastingverschuiving plaatsvinden van arbeid naar grondstoffen.Ook zijn er vele andere manieren om de circulaire economie via beprijzingaan te wakkeren. Ik wil graag weten op welke manier de bewindspersonendie hier aanwezig zijn, samen die transitie vormgeven. Wordt ditüberhaupt besproken binnen het kabinet?Ik kom op zwerfafval. Zwerfafval bestaat voor 90% uit verpakkingen eneenmalige artikelen die voor consumptie to go in de openbare ruimte zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33422 ontworpen. Ontwerpers van die verpakkingen zouden zich veel meerbewust moeten zijn van de eigenschappen die het zwerfafvalrisico vanhun verpakkingen genereert. Kan de Staatssecretaris de UPV dusdanigaanpassen dat er ook tariefdifferentiatie komt voor producten die eenlager zwerfafvalrisico hebben? En kan de Staatssecretaris met zwerfafval-rapers in gesprek gaan met het doel om plasticvarianten van zwerfafvalwaarbij ook plasticvrije varianten gevonden worden, in kaart te brengenen te verbieden?Dan heb ik nog een soort van luchtig item, namelijk glas. Ik wil een lansbreken voor herbruikbaar glas. Velen van ons kennen the walk of shamewel, dus dat je na een weekend met lege flessen naar een glasbak loopten dat je ze kapot hoort vallen. Maar het recyclen van glas is hartstikkeenergie-intensief, terwijl er bij glas juist heel veel kansen zijn voorlangdurig hergebruik. Dat geldt bijvoorbeeld voor de bierflesjes die weallemaal kennen, dus de bruine Nederlandse retourfles. Die wordenhergebruikt. Glazen verpakkingen hebben daarom een enorm potentieelvoor een succesvol hergebruiksysteem, bijvoorbeeld voor wijnflessen. Isde Staatssecretaris bereid om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijnom herbruikbaar glas te stimuleren?Tot slot wil ik een oproep doen om weer zo snel mogelijk en zo vaakmogelijk een circulaire-economiedebat in te plannen. Ik weet dat dit in depv moet, maar ik wil het toch genoemd hebben. We behandelen zo veelonderwerpen vandaag en deze inbreng hier doet geen recht aan dehonderden position papers en vragen en bezorgdheid die we deafgelopen maanden, sinds februari, hebben gekregen. Meer verdieping isnodig en daartoe roep ik iedereen op.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Ik heb een vraag aan de heer Gabriëls. Ik heb twee vragen. VindtGroenLinks-PvdA dat er met de circulairplasticnorm, met deze wet, eengelijk speelveld is en wordt gecreëerd in Europa? En vindtGroenLinks-PvdA werkelijk dat deze manier van generieke eisen stellenaan het bijmengen bij al die toepassingen gewenst is?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Sorry, ik had de microfoon aan laten staan. Mijn excuus daarvoor. Omdatdie norm in 2030 in Europa ingaat, lijkt het me verstandig om, daaropvooruitlopend, in 2027 en het liefst eerder een bijmengnormverplichtingin te stellen. Alle recyclers vragen daar namelijk om, omdat de recycle-industrie zo een markt krijgt. We moeten zien te voorkomen dat daarmeeeen weglekeffect ontstaat, doordat er misschien een minder gelijkspeelveld ontstaat. Ik heb een voorbeeld in mijn bijdrage genoemd en hebgevraagd om daarvoor bijvoorbeeld in de UPV flankerend beleid temaken, dus om de huidige norm via flankerend beleid uit te breiden. Ermoet dan in ieder geval naar worden gekeken om enerzijds wel eenbijmengnorm te hebben, dus een stimulerende marktvraag voor recyclers,maar die anderzijds niet uit te stellen. Dat kan via de UPV en viaflankerend beleid. Excuus, de tweede vraag ben ik even vergeten.De heer Buijsse (VVD):Ik had twee vragen gesteld. De eerste vraag ging over het gelijkespeelveld binnen de EU. Als tweede vroeg ik of u echt naar die generiekeeisen voor het bijmengen wilt. Wilt u voor alle toepassingen in deplasticbranche, van lang cyclisch tot kort cyclisch, allemaal dezelfdebijmengnorm, bijvoorbeeld richting 25% à 30%? Dat is voor sommigetoepassingen niet haalbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33423 De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):We hebben ook een petitieaanbieding gehad voor pvc. Als het op allevlakken echt niet anders kan, dan moeten er uitzonderingen plaatsvinden.Dat moet zeker gebeuren. Maar we zijn het er niet mee eens om een helenorm, waar de hele sector zo om schreeuwt, met al die uitzonderingenover één kam te scheren. Wij willen dat die norm er zo snel mogelijk komt,omdat je daarmee niet alleen naar een weglekeffect, maar ook naar«inlekeffecten» kunt kijken. We gaan daar een voordeel mee krijgen. Wespreken hier met z’n allen over de innovatiekracht en over het failliet gaanvan recyclebedrijven. De enige manier om een markt te creëren is om zosnel mogelijk met zo’n norm te komen. Ja, die norm is niet perfect, maarnee, we moeten die niet van tafel gooien. De norm moet met flankerendbeleid geperfectioneerd worden. Volgens mij vindt u dat ook.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we toe aan de interruptie van de heer Stoffer. Gaatuw gang.De heer Stoffer (SGP):Soms komt er zomaar spontaan iets boven, dus ik weet helemaal niet watik lostrek, maar dat herbruikbare glas van de heer Gabriëls vond ik weleen mooi idee. Ik heb me er altijd over verbaasd dat een pak melk dat jehebt gekocht, wat je geregeld doet, de grijze container ingaat. Zo doen wedat in Elspeet in ieder geval. Ik weet niet hoe het elders werkt. Hier in DenHaag werkt het weer anders. Zou het ook een idee zijn om bijvoorbeeldmelk en karnemelk in flessen te doen en die herbruikbaar te maken? Heeftde heer Gabriëls daar weleens aan gedacht? Het komt spontaan naarboven, maar misschien heeft hij daar wel hele goede ideeën over.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik weet het niet, maar het lijkt mij duurzamer. Het lijkt mij een heel goedidee, maar volgens mij bestaat dit al. Bestaat dit al? Volgens mij kun jemelk in flessen kopen, toch? Maar hoe dan ook, als dat niet het geval is enals het duurzamer en beter is, dan lijkt mij dat heel verstandig. Het is altijdbeter, want karton is ook afval. Wij zijn voor alles wat tot minder afval enminder grondstoffengebruik leidt. Mijn antwoord is dus ja, en dank u welvoor deze inbreng.De voorzitter:Meneer Stoffer, ik herinner me dat beeld nog van vroeger, dus dat het inflessen kan.De heer Stoffer (SGP):Nu gaan we bijna een debat met de voorzitter voeren. Het was maar eenspontane gedachte. In de supermarkt waar ik altijd kom, de PLUS inElspeet, heb ik nog nooit flessenmelk zien staan. Er staan daar alleenpakken en plastic dingen. Wie weet kunnen we er nog iets heel moois vanmaken in dit land en heel veel afval voorkomen.De voorzitter:We gaan geen debat met de voorzitter voeren. We gaan door naar deinbreng van de heer Pierik van de BBB. Dat gaan we doen. Gaat uw gang.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. In de landbouw komen we al heel veel circulaireprocessen tegen. Varkens eten restproducten uit de voedingsmiddelenin-dustrie, zoals brood, koek en chocola. Koeien eten sinaasappelschillen enbierbostel, restproducten uit de bier- en suikerproductie. Maar ookcirculair bouwen is iets wat boeren goed kunnen. Stukken hout wordenvaak bewaard omdat ze ergens nog kunnen dienen als ondersteuning ofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33424 vervanging. En wie weleens door een oude boerenstal heen is gelopen, iswaarschijnlijk blij verrast om te zien hoeveel creativiteit daar te zien is alshet gaat om het hergebruik van materialen. Ten laatste worden op steedsmeer akkerbouwbedrijven gewassen verbouwd voor de productie vanbiobased bouwmaterialen.Voorzitter. Het gaat mij natuurlijk om het bevorderen van creativiteit enhergebruik, maar dat moet wel kunnen. Daarmee bedoel ik dat we alsoverheid de regels zo moeten aanpassen, dat de ondernemers en departiculieren stappen gaan zetten in kringloopdenken en hergebruik. Als ikzie hoe lastig het is om een product dat hergebruikt wordt, van hetstempel «afval» te verlossen, hebben we nog een hele lange weg te gaan.Eigenlijk moeten we afval omkatten tot grondstof.Voorzitter. In mijn overtuiging moeten we het bevorderen van de circulaireeconomie Europees aanpakken. Als we ons gedragen alsof we op eeneiland zitten, zullen veel initiatieven sneuvelen als gevolg van het feit datde import van goedkope, niet-circulaire producten de overhand houdt. Wehebben dat helaas kunnen zien in de markt van de plasticrecycling.Voorzitter. Het recyclen, hergebruiken en verduurzamen van productenkost vaak meer geld dan het werken met nieuwe grondstoffen. Als we deondernemers willen ondersteunen, dan is een prijsprikkel nodig. Ik benechter huiverig voor het extra belasten van allerlei producten. Wat BBBbetreft moet de overgang naar circulair ook haalbaar en betaalbaar zijn.We moeten stimuleren, we moeten innoveren, we moeten motiveren enwe moeten ondersteunen. Ik zie daarom meer heil in positieve prikkels.Een taxshift van belasting op arbeid naar belasting op materialen kanwellicht helpen, maar ik wil dan wel eerst de consequenties in beeldhebben voor de economie, maar ook voor de gemiddelde burger. Kan deStaatssecretaris van IenW of de Minister van Financiën die in beeldbrengen?Voorzitter. We zetten steeds meer in op reparatie van producten. DeEuropese Commissie werkt daar ook aan. We moeten daarbij nietvergeten dat we voldoende echte vaklui nodig hebben. Als deze mensener niet zijn, zal het product alsnog bij het grofvuil belanden. Neemt deStaatssecretaris dit ook mee in zijn beleid?Voorzitter. Ten slotte wil ik het volgende zeggen. De Staatssecretaris werktaan een plastictoeslag van € 0,25. Ik vind dit geen goed idee. Deze toeslaggeeft een perverse prikkel voor de ondernemer omdat er feitelijk eenbeloning is voor het blijven verkopen van plastic. Daarnaast nemen weook de prikkel weg om te innoveren in de richting van minder plasticge-bruik. Mijn vraag is waarom de Staatssecretaris denkt dat dit wel gaatwerken, terwijl de vorige toeslag aantoonde dat het juist niet werkte.Dank u wel, voorzitter. Tot zover mijn inbreng.De voorzitter:Kijk eens aan. Dat is hartstikke mooi. Dank u wel. U heeft een interruptievan de heer Grinwis van de ChristenUnie. U ook welkom bij dit debat.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank daarvoor. Ik heb inderdaad een korte vraag naaraanleiding van het eerste deel van het betoog van de heer Pierik. Dat gingspecifiek over biobased gewassen. Steeds meer boeren en in hetbijzonder akkerbouwers, maar volgens mij is het breder, leggen zich toeop de teelt van biobased gewassen. Daar heb je prachtige toepassingenbij. Dat kun je stimuleren. Je kunt helpen om die ketens op te bouwen,maar je kunt ook een vraag creëren door te normeren. Ongeveer de eerstedaad van Minister Keijzer was het aanhouden en aanscherpen van deMPG, de MilieuPrestatie Gebouwen, die juist de vraag naar biobasedgewassen moet stimuleren. Nu is er dan wel een cryptische passagetoegevoegd aan de Woontopbrief, maar dat verhaaltje verhoudt zich ergslecht met het betoog van de heer Pierik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33425 De heer Pierik (BBB):Het is altijd een kwestie van het afwegen van belangen. Het belangrijkstedoel is om er in ieder geval ook voor te zorgen dat die 100.000 woningenjaarlijks gebouwd gaan worden. Je wilt dat natuurlijk het liefst doen metzo veel mogelijk biobased bouwmaterialen. Maar het is een afweging. Eris een urgente noodzaak om die 100.000 woningen te bouwen. Ik kan medan ook voorstellen dat biobased bouwen hier en daar een net iets minderprominente plek inneemt als het gaat om de manier waarop die woningenworden gebouwd.De heer Grinwis (ChristenUnie):Nu breekt toch wel mijn houten klomp, om het over biobased productente hebben, want dit kan niet waar zijn. Dan slaat dat eerste deel van hetbetoog helaas op niet zo heel veel. Als puntje namelijk bij paaltje komt,creëren we eigenlijk geen vraag naar die producten en blijven we maartegen een touwtje duwen. En de heer Pierik weet dat tegen een touwtjeduwen niet zo zinvol is, terwijl het helemaal niet gezegd is dat hettoepassen van biobased producten duurder is. Sterker nog, als je dekosten berekent over de hele levensduur en daarbij ook de klimaatkostenbetrekt, is het bijna altijd goedkoper. Als je meer industrieel gaat bouwen,wat wij willen, kun je biobased materialen ook heel makkelijk in hetproductieproces toepassen. Dus vanwaar gelijk die wat defensievehouding met «het is misschien wat duurder» en «die 100.000 huizen zijneen noodzaak»? Volgens mij is dat helemaal geen tegenstelling. Kom dusuit uw schuttersputje, meneer Pierik.De heer Pierik (BBB):Dank voor deze vraag, meneer Grinwis. De heer Grinwis zegt: kom uit jeschuttersputje. Het blijft een afweging van belangen. Ik beweer hier ookniet dat het een het ander in de weg zit. We moeten volop blijven inzettenop het terrein van het meer gebruiken van biobased bouwmaterialen opde plekken waar dat kan. Ik heb vorige week nog gesproken met eenaannemer die heel veel werkt met biobased bouwen en die daar ooksuperenthousiast over is. Die kan met biobased materialen ook redelijkmarktconform bouwen ten opzichte van andere materialen. Ik denk dat wewat dat betreft heel nadrukkelijk samen op moeten trekken. Op demomenten en op de plekken waar al heel goed gewerkt kan worden metbiobased bouwmaterialen, zeker ook bij wat meer industrieel gebruikzoals bij prefabwoningen en dergelijke, moeten we dat volop oppakken.De voorzitter:Kijk eens aan. Dan volgt de inbreng van de heer Stoffer namens de SGP.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Volgens mij zijn al mijn vragen aan de Staatssecretarisvan IenW. Ik twijfel over twee vragen. Die zouden ook bij Financiënkunnen horen. Dat zal ik specifiek opmerken.Voorzitter. Het onderwerp circulaire economie leeft. Dat kun je alleen alzien aan de vele brieven vanuit het werkveld. Het belang is ook groot. DeCO2-uitstoot van onze levensstijl wordt immers voor het grootste deelbepaald door de productie van alle kleding, koekenpannen en kerstballendie we in huis halen. En die opgave is enorm. Het beleid focust oprecycling, maar de consumptiegroei overtreft de grondstoffenbesparing.We zitten wat dat betreft op een gevaarlijke wip. Recyclingbedrijven inplastic en textiel trekken het niet meer, onder meer door de goedkopeimport van ruwe grondstoffen en wegwerpproducten uit Azië. Kortom, eris echt werk aan de winkel. De SGP pleit voor uitbreiding van hetinstrument uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Het zorgtervoor dat regels en heffingen niet alleen gelden voor Nederlandseproducenten en producten, maar ook voor geïmporteerde producten. AlsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33426 een bijmengverplichting voor recyclaat of een plasticheffing niet voorgeïmporteerde producten geldt, zijn we verkeerd bezig. Breng meerafvalstromen onder de UPV, is mijn opmerking. Zet in op hoogwaardige inplaats van laagwaardige recycling en maak producenten ook verantwoor-delijk voor meer hergebruik en reparatie, bijvoorbeeld door deverplichting om een landelijk dekkend reparatiesysteem te realiseren. Mijnvraag is of dat ook de inzet van de Staatssecretaris is.Plasticrecyclers vallen om. Het is hoog tijd dat Hollands recyclaataantrekkelijker wordt ten opzichte van goedkoop geïmporteerd plastic.Hoe gaan we zorgen voor een effectieve heffing op olieproducten die alsplastic de markt op komen? Een ander knelpunt betreft de residustromen.De bijbehorende verbrandingskosten vliegen omhoog door een stapelingvan heffingen bij afvalenergiecentrales. Kan de CO2-heffing voorafvalenergiecentrales ten minste beperkt worden tot verbranding vanniet-gesorteerde afvalstromen?De ILT denkt aan verviervoudiging van het statiegeldtarief voor petflessen.En ja, het moedigt wat meer mensen aan om flessen in te leveren, maarhet is wel heel gortig. Het wringt met de betaalbaarheid vanboodschappen en dat is niet de goede weg. Ik denk eerder aan eenbeperkte verhoging in combinatie met meer inzamelingspunten en eennieuwe voorlichtingscampagne. De SGP heeft enkele vragen over deregelbrij voor wegwerpplastic. De Staatssecretaris wil niet toestaan datkartonnen bekers en voedselverpakkingen met maximaal 5% plastic, die100% gerecycled worden, gebruikt worden. Zo’n uitzondering zou niethandhaafbaar zijn. De overstap naar herbruikbare bekers is echter nietoveral werkbaar, bijvoorbeeld in ziekenhuizen. Ik snap dat een generiekeuitzondering lastig is, maar mijn vraag is of de Staatssecretaris wil kijkennaar een uitzondering voor het gebruikmaken van de diensten vangecertificeerde bedrijven met een gesloten systeem voor inzameling enrecycling van bekers met een maximumpercentage aan plastic.Voorzitter. Ik ga verder met de waterbeheerders. Die kampen met hogekosten door alle plastichoudende wegwerpdoekjes die in het afvalwateren in het milieu belanden en voor verstoppingen zorgen. Wil de Staatsse-cretaris zich inzetten voor een Europees verbod op het gebruik van plasticin wegwerpdoekjes?Ook in de textielsector zijn grote zorgen. De tweedehandsmarkt wordt depas afgesneden door ultra-fast fashion. Het kan toch niet zo zijn datingezameld textiel zich ophoopt en verbrand moet worden? De UPV gaatper 1 januari in. Er zijn meerdere producentenorganisaties opgericht. Erwordt echter pas over 2026 gecontroleerd en ik vrees concurrentie op zomin mogelijke inzet. Wil de Staatssecretaris zorgen voor een instaptoetsvoor producentenorganisaties, zoals ook in België het geval is?Voorzitter. De SGP pleit ook voor aanscherping van de UPV textiel. Ik hebdaarover de volgende vragen. Worden er afspraken gemaakt over eenbijmengverplichting voor recyclaat? En komt er een tariefdifferentiatie diehergebruik en recycling beloont? Ik kan me voorstellen dat deze vraag bijFinanciën hoort, maar dat weet ik niet helemaal zeker.Voorzitter. Ik wil de Staatssecretaris een compliment maken, omdat hij aande slag is gegaan met mijn motie om te zorgen voor de juiste prikkelsvoor reparatie en hergebruik van afgedankte elektrische apparaten. Diegaan veel te vaak naar de shredder, terwijl het niet nodig is. Eenreparateur uit Ede vertelde: als een klant binnenkomt met een magnetronwaarvan het glas kapot is, dan mag ik niet een goed deurtje van eenandere magnetron overzetten. Dat is toch de wereld op zijn kop?Ik ga de Staatssecretaris toch een beetje de bel aanbinden. Kan ik hemerop afrekenen dat de vakmannen die ik zojuist aanhaalde, binnenkort deruimte hebben om zonder een duur certificaat hun gang te gaan? Enkunnen apparaten pas als afgedankt worden beschouwd als ze er echtgeen raad meer mee weten? Komen er ook afspraken over meer herge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33427 bruik en reparatie, verplichte beschikbaarheid van onderdelen en eenfonds voor reparatiebonussen?Voorzitter. Tot slot wil ik het volgende zeggen, want ik zie dat ik bijna aanmijn tijd zit. De opgave is complex en veelzijdig, en we willen weg van diewegwerpmaatschappij. Maar zonder een mentaliteitsverandering bijbedrijven en consumenten gaat dat niet lukken. Daarom heb ik devolgende oproep: koop bewust en kies voor hergebruik en reparatie. Mijnopa, die vroeger fietsenmaker was, zou daar postuum ongelofelijk blij vanworden.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik had net buiten de microfoon al een mooi gesprek met mijn collega vande SGP. Maar ik ben vooral benieuwd naar de visie van de SGP op de rolvan circulaire bedrijven in dit economische speelveld, die al in hunbusinessmodel hebben opgenomen om het vanaf het begin goed te doen.Zij moeten functioneren in een lineair economisch systeem, waardoor zete maken hebben met een ongelijk speelveld en oneerlijke concurrentie.Heeft de SGP ideeën over hoe we deze circulaire bedrijven in ieder gevalvooruit zouden kunnen helpen en waarmee we ze een gunstigereomgeving zouden kunnen geven?De heer Stoffer (SGP):Het gesprek dat we net buiten de microfoon hadden, ging ook over mijnopa en zijn fietsenmakerij, en mijn oude fiets van meer dan 30 jaar oud,waar ik nog steeds op rijd. Dat was wel een mooi gesprek. Het is eenmooie vraag, maar met een moeilijk antwoord. Ten eerste spreekt het lidKostic´ over «het systeem», en daar zit het vaak al in. We zitten altijdvastgebakken in systemen en daar word ik af en toe gallisch van. Wemoeten op z’n minst buiten het systeem durven denken. Volgens mij isdat het eerste.Ten tweede kan ik allerlei praktische dingen naar boven halen, maar danwerkt dat net weer niet of haal ik ook weer een systeem naar boven. Latenwe er met elkaar voor staan dat dingen soms ook buiten het systeemvallen en dat er soms vanuit de overheid tijdelijk een beetje geld bij moetom iets voor elkaar te krijgen. Dat kan ook. En als er meer dingen zijn, dansta ik daarvoor open. We moeten vooral buiten het systeem durvendenken. Alles wordt altijd maar doodgegooid met «in het systeem» endaar past het net niet in. Dan krijg je een wereld die we echt niet willen.Als er een goede reden voor is, sta ik er graag voor open, maar dit is hetbegin.De voorzitter:Het lid Kostic´ heeft een vervolginterruptie.Kamerlid Kostic´ (PvdD):«Systeemverandering» en «buiten het systeem denken» klinken echt alseen verhaal van de Partij voor de Dieren. Zo zie je dus maar weer dat deSGP en de Partij voor de Dieren af en toe dichter bij elkaar staan dan jedenkt. Staat de SGP er bijvoorbeeld concreet voor open dat we zo’ncirculaire bijdrage op lineaire producten doen? Bedrijven die het al goeddoen, krijgen dan inderdaad te maken met een gelijker speelveld enlineaire producten worden dan wat zwaarder belast. Het geld dat daaruitkomt, wordt ingezet om ervoor te zorgen dat iedereen het makkelijkerkrijgt om circulair te werken.De heer Stoffer (SGP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33428 Ik doe dit wel even uit de losse pols, want er komen misschien allerleileeuwen en beren op je weg. Wat ik net zei over buiten het systeemdurven denken, geldt ook hiervoor. Mijn antwoord is dus vrijuit: ja, datmoeten we durven. Als we dingen namelijk niet durven, dan verandert hethelemaal nooit.De voorzitter:U heeft ook nog een interruptie van de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Mijn vraag aan de heer Stoffer is hoe hij op dit moment het kwartje vanJansen beoordeelt.De heer Stoffer (SGP):Dat doet me weer denken aan het kwartje van Kok. Volgens mij is ergenoeg over gezegd. Je moet altijd uitkijken met allerlei kwartjes. Maarals iets kan helpen om dingen wat beter te maken, dan mag een kwartjevan mij zelfs wel een euro worden. Je moet altijd uitkijken met die dingen,want van dat kwartje van Kok zijn we ook nooit afgekomen. Het moet dusniet iets vaststaands worden waar je nooit meer van afkomt. Ik ben er nietper se op tegen, maar ik ben er ook niet per se voor. Ik denk altijd: het iseen middel om een bepaald doel te bereiken. Dan kan iets goed of nietgoed zijn, maar laat het niet een ding op zich worden.De voorzitter:Lid Kostic´ van de Partij voor de Dieren, gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter. Onze beleidsmedewerker Tanja, die daar zit, vertelde me overhaar lievelingsbroek. Die is ooit van haar moeder geweest. En hetbijzondere aan die broek is dat hij 50 jaar oud is, maar hij schijnt noghelemaal mooi te zijn en heerlijk te zitten. Dat is een gigantisch contrastmet de ultra-fast fashion van nu, waarbij kleren na een paar keer dragen alkapotgaan en mensen elke dag nieuwe producten worden opgedrongen.Het resultaat is geldverspilling en bergen met afval en vervuiling. Hetstaat voor de wegwerpeconomie waar burgers en ondernemers invastzitten, een economie waarin we kostbare materialen verspillen enonze planeet leegzuigen. Dat is niet lang vol te houden. Op een gegevenmoment is de koek gewoon op. Dan is niets meer haalbaar en betaalbaar,zeg ik tegen de PVV. Het is realistisch dat we niet meer wachten en dat wenu echt die verandering versnellen. Erkennen de bewindspersonen dat?De broek van Tanja staat voor die verandering. Hij staat voor een circulaireeconomie waarin kwaliteit en vakmanschap weer centraal staan. Hij staatvoor een economie waarin afval niet bestaat en voor een economiewaarin je langer doet met je favoriete spullen die, als het nodig is,makkelijker gerepareerd kunnen worden. Spullen die langer meegaan, zijnuiteindelijk goedkoper, en daar profiteren mensen in de meest kwetsbareposities ook extra van. Investeren in de circulaire economie betekent dusook investeren in bestaanszekerheid. Maar de daden vanuit de overheidblijven uit. De vorige Staatssecretaris erkende dat de circulaire economieeen illusie blijft zolang het verkopen van zo veel mogelijk goederen vooreen zo laag mogelijke prijs het belangrijkste verdienmodel is voor onzeeconomie. Ze erkende dat er echte transformaties nodig zijn. Zij omarmdehet Rli-rapport Weg van de wegwerpmaatschappij en specifiek de drielangetermijnaanbevelingen: eerlijke prijzen voor producten, minderbelastingheffing op arbeid en meer belasting op primaire grondstoffen, eneen maatschappijbrede antiwegwerphouding. Hiervoor is actie van alledrie de bewindspersonen voor de circulaire economie essentieel.Onderschrijven alle drie de bewindspersonen de drie Rli-aanbevelingen?Voelen zij ook de verantwoordelijkheid om hier samen de schoudersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33429 onder te zetten om aan de ene kant actief de lineaire economie af tebouwen en aan de andere kant de transitie naar circulair te versnellen?Zijn zij bereid om gezamenlijk snel met een concreet plan voor extra actieste komen en daarover de Kamer ergens begin 2025 in te lichten?Voorzitter. Arbeid minder en nieuwe grondstoffen meer belasten is inieder geval een maatregel die veel draagvlak heeft onder het bedrijfs-leven. De voormalig Staatssecretaris van IenW wilde deze verschuivingbetrekken bij een nieuw belastingstelsel. Dit zou inderdaad kostenbe-sparend en efficiënt zijn. Worden kansen voor de circulaire economieinderdaad meegenomen bij de hervorming van het belastingstelsel, vraagik de Staatssecretaris van Financiën. En zo ja, welke stappen worden ergenomen? Ziet hij in dat Nederland achter de feiten aan blijft lopen als webij de herziening van het belastingstelsel lineair en niet toekomstgerichtblijven denken? Het invoeren van een circulaire bijdrage op lineaireproducten blijkt een belangrijke maatregel te zijn volgens een onderzoekvan het ministerie zelf. De opbrengsten van deze bijdrage kunnen in eencirculair fonds gestopt worden, zodat er direct geïnvesteerd kan worden inbijvoorbeeld reparatietekeningen voor winkelpersoneel. Wanneer gaan debewindspersonen met deze maatregel aan de slag?Dan komt er ook nog een actualisatie van het Nationaal ProgrammaCirculaire Economie. Kunnen we de toezegging krijgen dat we bijvoor-beeld in Q1 een concept ontvangen, zodat we er in ieder geval tijdig bijworden betrokken en niet achteraf nog met een heel programma wordengeconfronteerd? Het huidige nationaal programma beloofde meer richtingte geven en meer dwingende maatregelen, maar in de praktijk bestaat hetresultaat vooral uit stapels aan onderzoeken. Kunnen de bewindsper-sonen bevestigen dat de actualisatie van het nationaal programma, net alshet circulair textielprogramma, meer gaat focussen op het verminderenvan het gebruik van grondstoffen en spullen? Kunnen zij ook toezeggendat duidelijk wordt hoe naar de drie Rli-langetermijndoelen wordttoegewerkt, met duidelijke toezegdoelen en tijdlijnen? Kunnen zijtoezeggen dat het programma niet alleen stuurt op vervolgonderzoeken,maar vooral op concrete maatregelen? In het huidige programma staatook dat momenteel wordt verkend – dat was in 2023 – of de ja-jastickerlandelijk kan worden uitgerold. Hoe staat het hiermee en zijn er inderdaadkansen om dit initiatief landelijk uit te rollen?Voorzitter. Ten slotte toonde het Rli ook aan dat mensen wordenoverspoeld door reclame voor wegwerpproducten, waar ze moeilijkweerstand aan kunnen bieden. Daarom beveelt het Rli aan reclame opwegwerpproducten te verbieden. Is de Staatssecretaris bereid teverkennen via welke juridische route dit mogelijk is?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is als laatste van de kant van de Kamer in de eerstetermijn het woord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie. Gaat uwgang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Sprekend over de circulaire economie, begin ikvoor de ChristenUnie-fractie met het besef dat deze aarde niet van onszelfis, maar dat we deze in bruikleen hebben. Ieder welopgevoed mens gaatgoed om met hetgeen niet van hemzelf is, maar van een ander. Je bent erzuinig op en zorgt er goed voor, zodat je het weer kunt teruggeven als jehet niet meer nodig hebt. Zo hebben wij ook de verantwoordelijkheid omde aarde door te geven aan onze kinderen en kindskinderen. Mede vanuitdit besef voelen wij als ChristenUnie de ambitie om in 2050 een volledigcirculaire economie te hebben als zeer urgent. Van alle groene doelen diewe hebben, is dit misschien wel een van de meest fundamentele, maarook een van de meest weerbarstige.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33430 Ondertussen verkondigt het kabinet de blijde boodschap van groenegroei. Vermindering van CO2-uitstoot en economische groei kunnen echtsamengaan, aldus het kabinet. Oké, maar die grondstoffenvoorraad istoch echt eindig, wil ik de Staatssecretaris meegeven. Mede daarom iscirculariteit ook zo van belang. Eindige grondstoffen die niet wordengebruikt of worden hergebruikt, hoeven ook niet te worden gedolven. Kande Staatssecretaris eens reflecteren op de definitie van «groene groei»?Hoe verhoudt deze zich met de grondstoffentransitie? Welke ambitie staathij precies voor? De klimaatdoelen zijn lang niet binnen bereik, zoconcludeerde de KEV. Het vorige rapport over circulaire economie, deICER, concludeerde dat het doel om volledig circulair te zijn in 2050, bijlange na nog niet zal worden bereikt. In januari komt het PBL weer metzo’n rapportage. Als blijkt dat het doel met het huidige beleid niet wordtbereikt, kan de Staatssecretaris dan toezeggen om met aanvullend beleidte komen, zoals het kabinet dat ook van plan is bij de KEV? Wat is de standvan zaken van de circulaire-economiewet? Gaat de Staatssecretaris bezigmet de verdere uitwerking daarvan? Wanneer verwacht hij een wet terconsultatie te kunnen brengen?Voorzitter. In de rest van mijn bijdrage loop ik de R-ladder, zoals dat heet,af. Hergebruik en reparatie als eerste. Die staan namelijk bovenaan deladder, maar lijken onderaan in de prioriteiten van Nederland en Europa testaan. Deelt de Staatssecretaris deze observatie? Is de Staatssecretarisbereid om zich in te zetten voor explicietere aandacht voor hergebruik enreparatie in Europese wetgeving en deze toe te voegen aan deUPV-systemen? Binnen de UPV-systemen, uitgebreide producentenverant-woordelijkheid, is vaak geen aandacht voor hergebruik en reparatie.Sterker nog, binnen de huidige ontwerpen wordt het vaak ontmoedigdaangezien ze niet gericht zijn op recycling. Is de Staatssecretaris bereidom te verkennen op welke manier hergebruik en reparatie aan de huidigeen toekomstige UPV’s kunnen worden toegevoegd?Het is mooi dat de Ecodesignrichtlijn er is, maar wanneer verwacht deStaatssecretaris dat alle in Nederland verkochte producten hieraan zullenvoldoen? Te vaak zien we nog dat producten bijvoorbeeld aan elkaargelijmd zijn en helemaal niet geschikt zijn voor reparatie. Is de Staatsse-cretaris bereid om de ILT te vragen jaarlijks steekproefsgewijs te onder-zoeken in hoeverre productgroepen voldoen aan de gestelde eisen endaarover te rapporteren? Daarnaast is de reparatiebranche bij uitstek instaat om knelpunten te signaleren en mee te denken bij de doorontwik-keling van de UPV’s. Zij zien het als eerste als bepaalde producten vooreen ontwerp niet te repareren zijn. Is de Staatssecretaris bereid omstructureel, bijvoorbeeld halfjaarlijks, overleg te voeren met de vertegen-woordigers van de reparateurs en hen te betrekken bij de UPV’s?Dan kom ik bij industrie en recycling. Voor de Europese en Nederlandseindustrie staan de seinen op rood. Waardevolle industrieën, bijvoorbeeldvan plasticrecycling, staan op omvallen of zijn al omgevallen. Strakshebben we onze wetgeving eindelijk netjes op orde, maar zijn onzebedrijven verdwenen; operatie geslaagd, patiënt overleden. Ik verwachthierop stappen van dit kabinet. Er moet een levensvatbare businesscasezijn voor recycling. Waar die ontbreekt, moet die worden gecreëerd. Dathoudt concreet in, als het bijvoorbeeld gaat over de plasticheffing, dat hetgebruik van gerecycled plastic aantrekkelijker moet zijn dan van virginplastic. Is de Staatssecretaris bereid dit uitgangspunt te hanteren? Zo ja,hoe dan? Voor specifieke producten en materiaalketens moeten deEuropese normen voor bijmenging en recyclaat worden vastgesteld. Ineen petflesje hoort bijvoorbeeld verplicht gerecycled plastic te zitten, ineen auto groen staal en kunstmest moet worden geproduceerd metblauwe of groene waterstof. Zijn de bewindspersonen bereid omkabinetsbreed op deze manier te werken aan vraagcreatie naar duurzameen circulaire producten, al dan niet op Europees niveau?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33431 Ten slotte de subsidie. Het is goed om te lezen hoe de NIKI-regeling kanvoorzien in de opschaling van circulaire technieken. Dit is naar aanleidingvan een eerder aangenomen motie. Volgens mij is er nog meer potentiedan het aantal projecten dat de regeling nu kan bedienen. Zijn dezebewindspersonen bereid om richting de Voorjaarsnota te bezien inhoeverre dergelijke regelingen kunnen worden uitgebreid waarmee zowelcirculariteit als emissiereductie worden aangemoedigd? In de praktijk zienwe dat naast financiering ook de trage vergunningverlening een knelpuntvormt bij opschaling. Kan de Staatssecretaris toezeggen om te bezien hoeknelpunten op dit vlak kunnen worden weggenomen? Dat betekent ofweldat de termijn in de NIKI-regeling wordt verlengd – voor SDE is datbijvoorbeeld achttien maanden – of dat hij mag toezeggen dat devergunningverlening binnen zes maanden kan. Het is een van beide.Voorzitter. Volgens mij ben ik door mijn tijd heen. Dan laat ik de laatstevragen eventjes zitten en hebben we nog wat voor de tweede termijn.De voorzitter:Zo is het. Dank daarvoor. Ik dank de leden voor de inbreng in de eerstetermijn. We gaan schorsen zodat de bewindspersonen zich kunnenvoorbereiden op het beantwoorden van de vragen die gesteld zijn dooralle leden. Het zijn heel wat vragen. Ik stel voor dat we tegelijkertijd ooklunchen. Ik schors tot 14.00 uur.De vergadering wordt van 13.06 uur tot 14.09 uur geschorst.Voorzitter: NordkampDe voorzitter:Goedemiddag allemaal. Ik zou graag het commissiedebat Circulaireeconomie voortzetten. Is de Kamer ermee akkoord dat de Minister vanEconomische Zaken zijn vragen eerst beantwoordt? Hij is later verhinderden zo kan hij snel door. Is dat akkoord? Fijn. Dan het verzoek richting hetkabinet om de vragen van het lid Kostic´ aan het einde van uw beant-woording te plaatsen, omdat zij nu bij de stemmingen aanwezig is. Wezouden eerst schorsen tijdens de stemmingen, maar daar is vanafgeweken. Daarom is zij nu helaas niet aanwezig. Ze zal zo meteen weeraansluiten, maar het verzoek is dus om de vragen het lid Kostic´ aan heteind van uw beantwoording te behandelen. Ik hoor nu de vraag of dat ookmogelijk zou zijn voor de heer Grinwis. Is dat mogelijk? Ik zie dat dat zo is.Dank voor de medewerking van beide zijden. Het is een beetje passen enmeten op zo’n laatste dag voor het reces, maar met elkaar komen we daarwel uit. Richting de Kamer zeg ik: u heeft vier interrupties voor de eerstetermijn van de kant van de regering. Nee, niet per bewindspersoon. Inalgemene zin hebben de Kamerleden vier interrupties. Ik geef graag hetwoord aan de Minister van Economische Zaken.Minister Beljaarts:Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de Kamer voor de uitnodiging omvandaag bij dit commissiedebat aanwezig te mogen zijn. Zoals wevandaag uitvoerig besproken hebben, gaat het over de circulaireeconomie. Ik hecht eraan om duidelijk aan te geven waar mijn beleidsver-antwoordelijkheid ligt. Die ligt namelijk bij de circulariteit van kritiekegrondstoffen als een van de vijf onderdelen van de Nationale Grondstof-fenstrategie. Daarnaast ligt mijn beleidsverantwoordelijkheid natuurlijk bijhet borgen van het gelijke speelveld in de industrie. Een circulairemaakindustrie vermindert niet alleen de strategische afhankelijkheden,maar kan ook fors bijdragen aan de concurrentiekracht van onzeeconomie. In dat kader is het van belang dat we voor de circulairemaakindustrie een gelijk speelveld binnen Europa waarborgen. Ook bijnormeren en beprijzen moeten we dit goed meewegen. In onze inzet opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33432 een weerbare en circulaire maakindustrie concentreren we ons op denegen prioritaire productgroepen. Die zijn belangrijk voor het Neder-landse verdienvermogen en bevatten de kritieke grondstoffen, zoalsbatterijen, elektrolysers, machines en dergelijke. We ontwikkelen daarvooreen routekaart per productgroep voor de hogere leveringszekerheid en decirculariteit. Hierin koppelen we dus onder meer de circulaire busines-scases aan bestaande middelen en instrumenten.Voor de orde: vragen die aan alle bewindspersonen gesteld zijn, zullendoor de Staatssecretaris namens het kabinet worden beantwoord. Ik hebtwee mooie vragen gekregen, waar ik met plezier op inga. De eerste is vanmevrouw Wingelaar, over wat ik zelf vind van het instellen van decirculairplastictafel. Dank voor de vraag. Een dialoog met het bedrijfslevenvind ik van groot belang. Dat heb ik ook met de ondernemerstop gedaan,dus dat past in dat kader. Het is uiteindelijk aan de collega’s, zoals deStaatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van KGG,om op het idee in te gaan. Het is een goed idee, maar zij zijn er uiteindelijkbeleidsverantwoordelijk voor, dus ik wil hen niet voor de voeten lopen. Destaatsecretaris zal hier in zijn beantwoording verder op ingaan.De tweede vraag was ook van mevrouw Wingelaar, waarvoor dank. Devraag ging over de nationale plasticnorm. Wat is het standpunt van zowelde Staatssecretaris als mijzelf over de zorgen om de handen ineen teslaan? Dat is een terechte vraag. Zowel de Minister van Klimaat en GroeneGroei als de Staatssecretaris zijn beleidsinhoudelijk verantwoordelijk voorde plasticnorm. Vanuit mijn rol als Minister van Economische Zaken zal ikmij inzetten voor het gelijke speelveld in Europa en de concurrentiepositievan de circulaire maakindustrie. Dit zal ik uiteraard uiteindelijk bij debesluitvorming over de nationale circulairplasticnorm laten meewegen.De voorzitter:Ik zie een vraag van de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Even een punt van orde, voorzitter. Kunnen wij gewoon tussendoorvragen stellen of bewaren we het voor de blokjes?De voorzitter:Normaal zou ik zeggen dat te bewaren voor de blokjes, maar de vraag ishoe zinvol dat is bij de Minister van Economische Zaken, want die heeftmaar twee vragen te beantwoorden.De heer Buijsse (VVD):Oké. Normaal is het dus per blokje – zo is het straks ook bij de Staatsse-cretaris – en nu kan het gewoon tussendoor. De vraag is: uw streven iseen gelijk speelveld, maar er is geen gelijk speelveld met de nationalecirculairplasticnorm. Dus wat betekent eigenlijk wat u nu zegt?Minister Beljaarts:Dank voor de verdiepende vraag. Dat is nu precies – het is al aangegeven– waar soms de zoektocht ligt van de Kamer als het gaat om de versnip-pering. Ik weet dat dit in de verantwoordelijkheid van de Staatssecretarisen van de Minister van KGG goed belegd is. Daar zijn ook overleggenover. Het is dus niet zo dat het overal versnipperd is en het nietsamenkomt. Op dit moment is er echter nog geen breder afgestemdbeleid dan het beleid dat de Staatssecretaris nadrukkelijker zal toelichten.Ik heb daar dus geen uitputtend antwoord op voor u.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel voor de beantwoording van de vragen. U bent verantwoor-delijk voor economische zaken. Op dit moment verliezen wij innovatie enkracht en gaan er heel veel recyclingbedrijven failliet. Vaak worden danTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33433 argumenten aangedragen voor het gelijke speelveld en wordt er gezegddat we daarvoor zijn. Maar in de tussentijd komen er vanuit China en deVerenigde Staten heel veel virgin plastics en virgin materialen Europabinnen. Daarbij wordt Nederland extra hard getroffen, omdat wij eenkennisland zijn met innovatie en wij heel veel recyclingbedrijven hebben.Wat gaat u doen vanuit uw rol als Minister van Economische Zaken omzowel de Staatssecretaris Milieu als de Minister van Klimaat en GroeneGroei als de Staatssecretaris van Financiën erbij te betrekken om deeconomie die wij met z’n allen nastreven, wél te stimuleren? Op ditmoment zou ik namelijk als Minister van Economische Zaken niet blij zijnmet wekelijkse berichten over onze omvallende kennisbedrijven. Ik denkdat dit cruciaal is voor de toekomst van Nederland en de kennisinfra-structuur. Ik zou daar heel graag een algemene reflectie op willen.Minister Beljaarts:Dank voor de vraag van de heer Gabriëls. Die zorg onderschrijf iknatuurlijk, maar omdat het beleidsterrein zo verdeeld is als het gaat omverantwoordelijkheden, is juist het gesprek dat we hebben, belangrijk. Hetis niet zo dat we het hier nu alleen in de Kamer over mogen hebben, wantonderling hebben we dat gesprek natuurlijk ook. Het is niet alleenbelangrijk in Nederlands verband – daar focussen we ons nu op – maarnatuurlijk ook in Europees verband. We kijken eveneens naar de concur-rentiekracht en naar het gelijke speelveld binnen Europa. Dat gebeurt dusniet alleen binnen de lidstaten zelf, maar ook in Europees verband. U geeftterecht een land als China aan. Het gaat natuurlijk niet alleen Nederlandaan; in Europees verband hebben veel lidstaten met hetzelfde bijltje tehakken. Dit doen we dus. Vandaar dat er, als ik naar een Raad Concurren-tievermogen in Brussel ga, daar ook afstemming is over de punten die weinbrengen over de concurrentiekracht. Dat gaat tot nu toe nog niet heelspecifiek over plastic- of recyclingbedrijven, maar dat is wel beleid dat wesamen maken en samen uitdragen in Brussel.Een gelijk speelveld gaat natuurlijk meerdere kanten op. Ik ben het met ueens dat we heel zorgvuldig moeten zijn in het beschermen van de kennisen het stuk maakindustrie dat we hebben. Daar speelt natuurlijk ook devraag over een gelijk speelveld, want het gaat ook over de subsidiekant endat soort zaken. Dus tot in hoeverre heb je de vrije markt en in hoeverrehelp je de bedrijven met subsidies? Dat is precies wat we zien alssommige bedrijven het niet redden. Ik kan waarschijnlijk nu niet naartevredenheid een volledig antwoord geven op deze vraag. Het deel watmij aangaat vanuit de algemene economie heb ik net toegelicht, denk ik. Ikweet dat de Staatssecretaris in zijn beantwoording dadelijk wat dieperingaat op de specifieke vragen die aan het kabinet gesteld zijn.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank voor de beantwoording van de Minister. Ik had heel graag gehoord:«Ik ga er álles aan doen om ervoor te zorgen dat er een gelijk speelveldontstaat door bijvoorbeeld bedrijven die hier nu omvallen, te stimuleren.Ik ga er alles aan doen om mijn collega van KGG – daar zit ook wat geld –te overtuigen om een fonds op te richten om die bedrijven te helpen. Ikwil er alles aan doen om ervoor te zorgen dat hier in Nederland,misschien met een kop op Europees beleid, wél bepaalde bedrijven metonze voorsprong geholpen worden.» Die noodzaak is er namelijk. Ergebeurt heel veel, maar we zitten met z’n allen een beetje met de handenin het haar. Ik hoop dus dat u dit meeneemt en zegt dat u er alles aan wilgaan doen. Eigenlijk is dit geen vraag. Sorry. Het is gewoon eenopmerking.De voorzitter:Die conclusie had ik al getrokken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33434 Minister Beljaarts:Als kabinet nemen we natuurlijk altijd de zorg uit de Kamer mee.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog of heeft u elke vraag beantwoord? Dat was het, hoorik. Ik kijk even naar links om te zien of er nog vragen zijn voor de Ministervan Economische Zaken.De heer Pierik (BBB):Toch nog een vraag. De Minister van Economische Zaken is natuurlijkvooral verantwoordelijk voor een gezond ondernemingsklimaat hier inNederland. Als we kijken naar dat ondernemersklimaat, zien we dat dathier en daar toch best wel onder druk staat. We hebben het natuurlijk algehad over nationale koppen. Ik wil van de Minister graag horen hoe hij inhet licht van de doorontwikkeling van de circulaire economie aankijkttegen het gezonde ondernemersklimaat in Nederland.Minister Beljaarts:Ik dank het lid Pierik voor deze vraag. Die geeft namelijk precies decomplexiteit aan die deze debatten noodzakelijk maakt en laat zien dat hetnodig is om hierover van gedachten te wisselen. Het geeft aan waarom erniet één antwoord mogelijk is op elke vraag. Precies daar zit hetspanningsveld. We hebben in het regeerprogramma afgesproken dat wenationale koppen niet stimuleren en dat we zo min mogelijk regeldrukwillen en een zo’n gelijk mogelijk speelveld binnen Nederland en Europa.Ook willen we koploper zijn op innovatie en circulaire economie. Somsspelen er tegenstrijdige belangen als het gaat om enerzijds de wens ombedrijven niet te veel te willen belasten met beperkingen en beprijzingenen anderzijds de wens om, met de klimaatdoelen in het achterhoofd, juisteen stapje extra te willen zetten. De complexiteit maakt dat afstemmingonderling in het kabinet zo belangrijk is. Die gesprekken worden gevoerden dat gaat best in een rap tempo. Maar eerlijkheidshalve zijn wenatuurlijk een halfjaar onderweg en u weet hoe langzaam goed beleidmaken soms gaat. Het verdient wel dat goede gesprek; dat ben ik absoluutmet het lid Pierik eens.De heer Boutkan (PVV):Ik heb ook een vraag aan de Minister. Ik maak er dankbaar gebruik van dathij aanwezig is. U heeft recentelijk een brief gestuurd naar de Kamerwaarin u uw actieprogramma aankondigt met betrekking tot de regeldruken het doen van onderzoek naar de bekende nationale koppen. Mijn vraagaan de Minister is of hij dan ook de koppen meeneemt die zijn benoemdtijdens het bespreken van de circulaire economie.Minister Beljaarts:Ik dank het lid Boutkan voor zijn vragen. Alle nationale koppen worden inkaart gebracht. Dat proces is gaande en daar zal dit ook in meegenomenworden.De voorzitter:Ik constateer dat er verder geen vragen zijn voor de Minister vanEconomische Zaken. Ik dank hem voor zijn aanwezigheid. We gaan doornaar de beantwoording van de Staatssecretaris. Zou u dat kunnen inleidenmet verschillende kopjes et cetera?Staatssecretaris Jansen:Zeker, voorzitter. Dank voor het woord en dank aan de commissie vooralle gestelde vragen in de eerste termijn. Ik heb vijf mapjes. De mapalgemeen, de map plasticrecycling, de map SUP, single-use plastics, demap UPV, uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, en de mapTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33435 overig, met alles wat we niet ergens anders in kwijt konden. In dievolgorde zal ik ze ook behandelen.Voorzitter. Zoals ik zei: dank aan de Kamer voor haar eerste termijn. Ikdenk dat heel duidelijk vooropgesteld kan worden dat een circulaireeconomie, wat ons betreft, een toekomstbestendige economie is. Om eenvolledig circulaire economie in 2050 te bereiken, zijn ambitie, heldereregels, circulair ondernemerschap en een omslag in het denken en doennoodzakelijk. Er gebeurt al heel veel in het land bij overheden, bedrijvenen burgers en daar zijn we hartstikke trots op. Het is in ons belang om datzo te houden.Het is ook belangrijk dat iedereen kan en wil meedoen. Voor eenduurzaam, toekomstbestendig verdienvermogen van Nederland moet detransitie worden versneld. Ik ben de afgelopen maanden bij een aantalcirculaire bedrijven op werkbezoek geweest. Ik ben onder de indruk vanhet ondernemerschap van zowel kleine als grote bedrijven die circulariteithanden en voeten geven. Mijn inzet is erop gericht om het samen metmedeoverheden, andere departementen, bedrijven en burgers logischeren makkelijker te maken om tot een circulaire economie te komen. Ik zaldit concreet maken in de actualisatie van het NPCE, dat staat gepland voorseptember 2025. Dit gezegd hebbende zal ik nu ingaan op de gesteldevragen.Deze vraag sla ik over, want die is van een van de leden die niet aanwezigis.Dan kom ik bij de vraag van de heer Buijsse van de VVD en de heerBoutkan van de PVV. Die ging over het klimaat van ondernemen dat op ditmoment te veel bepaald wordt door eenzijdige, vanuit de overheidgestelde regels en waarin er te weinig met de sector wordt samengewerktom de doelstellingen voor circulariteit te halen. Zie ik dat ook en zo ja, watga ik daar dan aan doen? De heer Boutkan zei ook nog dat sectoren niettegen verduurzaming zijn, maar dat ze er wel bij moeten wordenbetrokken, dat er naar hen geluisterd moet worden en dat hun zorgenserieus moeten worden genomen. Dat was eigenlijk de samenvatting vanbeide vragen. Ik hoor tijdens mijn werkbezoeken altijd de wens om samente werken en dat doen we ook, zeg ik richting beide leden. In mijn werkben ik volop in gesprek met ondernemersorganisaties zoals VNO-NCW enMKB-Nederland. Er zijn vele overleggroepen, we organiseren stakehol-dersbijeenkomsten en we werken samen met transitieteams en hetVersnellingshuis Nederland Circulair! Er wordt dus al ontzettend veelsamengewerkt. Daar blijf ik me ook sterk voor maken. Is het genoeg? Datkunnen we alleen maar beoordelen op het moment dat we een totaalover-zicht hebben. Op dit moment zijn dit de sectoren en de manieren waaropwij hierop inzetten. Uiteindelijk moeten we het natuurlijk samen doen.Dan kom ik bij een vraag van mevrouw Wingelaar van NSC. Die ging overhet normeren, stimuleren en beprijzen; zij zei dat er veel kritiek is en dat ergeen duidelijke keuzes zijn wat betreft een circulaire economie. De lineaireeconomie loopt nog altijd voorop en partijen stellen juridische en fiscalezaken voor. Er moet iets gebeuren. Graag een reactie van alle drie debewindspersonen over welke oplossingen er zijn. Ik zal er namens ons alledrie op ingaan. Oplossingen om een circulaire economie te bereiken,formuleren we langs de vier circulaire strategieën: de vermindering vanhet grondstofgebruik door circulair ontwerpen en delen van producten,het vervangen van niet-duurzame grondstoffen door duurzame grond-stoffen, levensduurverlenging van producten en hoogwaardigeverwerking van grondstoffen. Een mix aan maatregelen – stimulerend,normerend en waar nodig beprijzend – is daarbij inderdaad nodig. Fiscalejuridische maatregelen zijn zeker onderdeel van onze beleidsmix. Zo staatdat ook in ons Nationaal Programma Circulaire Economie.De heer Buijsse van de VVD vroeg hoe ik de behoefte beoordeel vanbedrijven aan zekerheden in bijvoorbeeld vergunningverlening enregelgeving om tot een besluitende businesscase te komen waarmeeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33436 financiering gerealiseerd kan worden, en of ik bereid ben hieroverafspraken te maken. Ik herken zeker dat bedrijven problemen metregelgeving ervaren en ik zet me er ook voor in om samen met henoplossingen uit te werken. Dat neemt echter niet weg dat ik graag met desector het gesprek aanga om te kijken waar verbeteringen in regelgevingof beleid nog mogelijk zijn. Dit onderwerp kan bijvoorbeeld op de agendaworden gezet tijdens de bijeenkomst van de nog vorm te geven plastic-tafel.De volgende vraag sla ik ook even over.Dan kom ik weer bij mevrouw Wingelaar van NSC, die vroeg wie erintegraal op gaat sturen en of ministeries zelf blijven sturen. Het isbelangrijk om hier integraal op te sturen. Hoe zien wij dat? Ik ben decoördinerend bewindspersoon voor de circulaire economie, dus ik benverantwoordelijk voor de transitie in zijn geheel. Ik heb daarnaastnatuurlijk veel overleg met andere departementen over de circulariteit ophun eigen beleidsterrein. Zij zijn en blijven verantwoordelijk voor hetcirculair maken van hun eigen terrein. Dat kan ook het beste vanuit huneigen expertise. Maar om het breder te trekken: natuurlijk zijn we ook ingesprek met de Minister van VRO over circulair bouwen, om maar eenvoorbeeld te noemen. Er zijn dus echt wel interdepartementalegesprekken. Zeker op ambtelijk niveau, maar ook binnen het kabinet kijkenwe met regelmaat naar deze materie en staan we erbij stil wanneer nodig.Ik kom bij de vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van deArbeid of de circulaire doelen van het NPCE nog gelden en wanneer ereen herzien plan komt. De hele sector vraagt hier namelijk om. Het doelvan 50% minder gebruik van primaire abiotische grondstoffen in 2030 iszeker nog geldig. Wel is in het NPCE al aangekondigd dat we gaan werkenaan een nieuwe set van doelen die ons beter in staat zal stellen om beleidte maken voor de vier circulaire strategieën die ik net heb genoemd.Daarnaast hebben we natuurlijk ook doelen op het niveau van product-groepen. Mijn streven is om de Kamer de nieuwe set van nationale doelenin de actualisatie van het NPCE aan te bieden in – ik zei het al eerder –september 2025.Deze vraag sla ik weer heel even over. De volgende ook en die daarna ook.Er blijft niet veel over zo, voorzitter.Dan kom ik bij mevrouw Rooderkerk van D66. Hoe kijk ik aan tegen hetfinancieren van de onrendabele top? De mogelijkheid van een subsidiere-geling om de onrendabele top van circulaire technieken af te dekken, isbetrokken bij een verkennend onderzoek van KPMG naar financiëleprikkels voor de circulaire economie. Dit verkennende onderzoek wordt inhet eerste kwartaal van 2025 met de Kamer gedeeld, waarbij ook naarconcrete vervolgstappen zal worden gekeken. Het kabinet zal in aanloopnaar de Voorjaarsnota besluiten over aanvullende klimaatmaatregelen enbestedingen uit de klimaatfondsen en zal u daar natuurlijk over infor-meren.Dan heb ik wederom een vraag van mevrouw Wingelaar van NSC, die hiertrouwens ook met voornaam wordt genoemd. Interessant. De vraag iswelke rol fiscale en juridische maatregelen hebben in het werkprogrammavan de SRCE en hoe de circulaire economie in datzelfde werkprogrammawordt verwerkt. De Speciaal Regeringsvertegenwoordiger CirculaireEconomie is bij uitstek de aangewezen persoon om integraal naarproblemen te kijken. Hij opereert namens de hele regering en kanvraagstukken dus ook heel goed in onderlinge samenhang aanpakken.Zoals u in zijn werkprogramma kunt lezen, werkt hij aan de hand vandoorbraakdossiers aan integrale oplossingen voor het versnellen van detransitie naar de circulaire economie.Dan heb ik een vraag die ik wél pak, omdat die door twee Kamerleden isgesteld, namelijk door mevrouw Rooderkerk en door meneer Grinwis. Ikzal hem dan toch hier opnemen, voorzitter. Dat is de vraag naar de standvan zaken in de circulaire-economiewet. Gaat de Staatssecretaris aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33437 slag met de verdere uitwerking hiervan? Wanneer verwacht hij dat de wetin internetconsultatie zal worden gebracht? In april van dit jaar is er eenhoofdlijnennotitie met u gedeeld waarin de koers voor de circulaire-economiewet wordt geschetst. Ideeën en plannen uit de hoofdlijnennotitieworden in een wetsvoorstel uitgewerkt. Het streven is om dit wetsvoorstelin het najaar van 2025 in openbare consultatie te laten gaan.Daarmee heb ik alle vragen gehad van de leden die aanwezig zijn,voorzitter.De voorzitter:Dank. Zijn er voor zover vragen over dit blokje? Nee. Dan verzoek ik deStaatssecretaris om verder te gaan met het beantwoorden van hetvolgende deel.Staatssecretaris Jansen:Dan kom ik bij plasticrecycling, voorzitter. Allereerst vroeg mevrouwRooderkerk van D66 hoe ik aankijk tegen normen voor producten zodat zebeter gerecycled kunnen worden. Goed recyclebare producten zijnnatuurlijk belangrijk in een circulaire economie. Ik onderschrijf uiteraardhet belang daarvan. In Brussel worden die belangen gedeeld; er wordeneisen opgenomen in de productregelgeving. Een voorbeeld daarvan is denieuwe Europese Verpakkingenverordening, die eerder deze week isaangenomen. Hierin worden eisen gesteld aan recycling, bijvoorbeeld datalle verpakkingen in 2030 recyclebaar moeten zijn en dat verpakkingen in2035 daadwerkelijk op grote schaal gerecycled moeten worden. Ookkomen er verplichte percentages voor het gebruik van recyclaat inkunststof verpakkingen en zal de Europese Commissie in 2028 technischspecificeren wat een goed recyclebare verpakking is. Ook in andereEuropese wetgevingen worden eisen gesteld aan de recyclebaarheid vanproducten zoals elektrische apparaten, batterijen en auto’s.De heer Buijsse van de VVD vroeg of ik denk dat een generieke norm vooralle plastic toepassingen zal werken, gezien de verschillende toepassingenen levenscycli die er zijn. Ja, ik denk dat we met een circulairplasticnormde markt voor circulaire grondstoffen voor alle toepassingen stimuleren.Dat is nodig voor het realiseren van de transitie naar de circulaireeconomie, die we allemaal nastreven. Een belangrijk onderdeel van denorm is het handelssysteem. Met het handelssysteem hoeft niet iedereafzonderlijke verwerker voor alle producten een toepasselijke norm tehalen, maar wordt de norm voor de gehele markt gehaald.Ik kom wederom bij een vraag van de heer Buijsse, namelijk hoe met dezecirculairplasticnorm een gelijk speelveld wordt geborgd tussen Neder-landse en buitenlandse kunststofverwerkers. Ik neem de zorg over demogelijke gevolgen van de norm voor de concurrentiepositie vanNederlandse bedrijven op de Europese en zelfs mondiale markt zeer zekerserieus. Tegelijkertijd ben ik me ervan bewust dat de transitie naar eencirculaire economie met toekomstbestendige bedrijven niet zonder slag ofstoot zal gaan. Anders gesteld: de economische effecten zullen voorsommige bedrijven nadelig zijn en voor andere bedrijven juist positief.Deze afweging noemde de Minister van Economische Zaken net ook al.We zijn dus aan het kijken naar hoe je hiermee om moet gaan, want er zitzeker een spanningsveld tussen. Het gaat dus om de proportionaliteit,zoals wij het dan maar noemen. Ik zal hier bij de verdere uitwerking goedop letten. Ook zal ik de sector hier nauw bij betrekken.Dan kom ik bij... O, die vraag sla ik even over en deze ook.Dan kom ik bij de vraag van de heer Gabriëls van GroenLinks-Partij van deArbeid of er ook voorwaarden gesteld kunnen worden aan de herkomstvan recyclaat. Nee, het stellen van de voorwaarden aan de herkomst vanrecyclaat gaat in tegen de internationale handelsregels. Bij verderevormgeving van het wetsvoorstel zullen we waar mogelijk wel aansluitenbij de Europese regels.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33438 Dan heb ik een vraag van de heer Stoffer. Moet ik de heer Stoffer ookoverslaan, voorzitter? Nee? Hij vroeg of er afspraken worden gemaaktover een bijmengverplichting voor recyclaat en of er tariefdifferentiatiekomt die hergebruik en recycling beloont. Nederland pleit in Europa voorcirculairontwerpeisen voor textiel, zoals een verplicht percentagerecyclaat en eisen aan de levensduur van een product. Deze eisen wordende komende jaren voor textiel uitgewerkt onder de Ecodesignrichtlijn vande duurzameproductenverordening. Met de herziening van de Kader-richtlijn Afvalstoffen wordt het verplicht voor lidstaten om tarieven onderde UPV textiel te differentiëren op basis van deze ontwerpeisen. Dat houdtin dat een producent die een product circulair ontwerpt, minder hoeft tebetalen dan een producent die daar in het ontwerp van de producten geenrekening mee houdt. De verwachting is dat deze wijzigingen in 2027worden ingevoerd voor de UPV textiel in Nederland.De heer Boutkan van de PVV vroeg of het doel van een EU-afdracht opbasis van niet-gerecycled kunststofverpakkingsafval is om het milieu teredden of dat het gewoon een ordinaire belasting is. Dit zijn de woordenvan de heer Boutkan. Vanaf 1 januari 2021 is inderdaad een bijdrage opbasis van niet-gerecycled kunststofverpakkingsafval ingevoerd als nieuweinkomstenbron voor de EU-begroting voor 2021–2027. Lidstaten moeteneen nationale bijdrage uit eigen middelen betalen op basis vanniet-gerecycled plastic verpakkingsafval. Het doel hiervan is lidstatenertoe aan te zetten verpakkingsafval te verminderen en de overgang naareen circulaire economie te stimuleren. Ik denk dat dit het antwoord is opde vraag van de heer Boutkan. Ik zeg daarbij dat ik betwijfel of hij daargenoegen mee neemt.Dan ga ik naar de vraag van de heer Buijsse van de VVD, die vroeg of ikbereid ben om naar analogie van het Klimaatakkoord een circulairplastic-tafel op te richten die toewerkt naar een circulairplasticakkoord. Volgensmij ben ik daar net al kort op ingegaan. Ik vind het belangrijk dat de sectorgoed betrokken wordt bij het plasticbeleid. Gelukkig gebeurt dit al inverschillende gremia. Het is ook duidelijk dat de sector vraagt om eenintensievere betrokkenheid. Dat ondersteunen wij graag. Daarom zal iksamen met de sector kijken hoe we het best vorm kunnen geven aan deinvulling van een plastictafel als klankbord voor het gehele plasticbeleid.Op dit moment zie ik nog geen meerwaarde om gezamenlijk tot eenplasticakkoord te komen, omdat dit zeer waarschijnlijk tot vertraging ofafstel van aangekondigde beleidsmaatregelen zal leiden. Wel vind ik hetbelangrijk om de sector nauw te betrekken bij de uitwerking van hetaangekondigde beleid. Dat signaal heb ik zeker goed gehoord.Er was ook een vraag van mevrouw Wingelaar van het NSC. Zij vroegwaarom er nu pas wordt gesproken over een circulairplastictafel, ook metde industrie. Zij vroeg naar mijn visie hierop en wat de gevolgen voor deindustrie zijn. Ze vroeg ook wat de Minister van EZ denkt. Goed, ik zalnamens ons beiden antwoorden. Ik denk dat het heel belangrijk is dat desector goed wordt betrokken bij het plasticbeleid, en gelukkig is de sectorreeds betrokken bij de uitwerking van de verschillende maatregelen. Het isechter ook duidelijk dat de sector vraagt om intensievere betrokkenheid,zoals ik net heb gezegd. Dat zullen we zeker ondersteunen. Daarom zullenwe samen met de sector kijken hoe we een plastictafel als klankbord voorhet plasticbeleid het beste kunnen vormgeven.Mevrouw Wingelaar gaf aan graag een duidelijke deadline voor diecirculairplastictafel te willen. Ik denk dat het belangrijk is dat wij dit samenmet de sector overleggen en dat ook samen met de sector uit te werken.Daarbij zullen we ook bespreken hoe de sector dit zelf in de tijd ziet.Daarnaast had mevrouw Wingelaar nog een vraag, namelijk of ik op dehoogte ben van de problematiek van de kunststofleidingen. Ik ben zekerop de hoogte van deze problematiek. Ik heb de petitie van BureauLeidinggoed gelezen. Het onderliggende rapport gaat echter uit van eenongewijzigde situatie, terwijl we met de circulairplasticnorm zekerheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33439 willen geven aan de markt om zo innovatie te stimuleren. De norm moetbovendien niet voor ieder afzonderlijk product worden gehaald, maarvoor de gehele markt, zoals ik net al betoogde. De verwerker zal dan ookaan de norm kunnen voldoen via het handelssysteem dat hiervoor isingericht. Desondanks nemen we de zorgen die BureauLeiding heeft geuit,serieus en zijn we hier natuurlijk met de sector over in gesprek.Ik kom vervolgens bij de vraag van de heer Stoffer of ik wil inzetten opeen Europees verbod op het gebruik van plastic in wegwerpdoekjes. Ja,daar wil ik me wel voor inzetten. Ik zal het inbrengen bij de evaluatie vande Richtlijn single-use plastics, die in 2026 zal plaatsvinden.Dan zie ik dat de heer Grinwis is aangeschoven. Ik heb hier in dit mapjetwee onderwerpen voor de heer Grinwis. Het gebruik van gerecycledplastic moet volgens hem aantrekkelijker worden dan dat van virginplastic, bijvoorbeeld door middel van de plasticheffing. Hij vroeg of ikbereid ben dit uitgangspunt te hanteren. Het antwoord is: ja, ik onder-steun dit uitgangspunt. Voor specifieke vragen over de plasticheffing moetik wel verwijzen naar mijn goede collega, de Staatssecretaris vanFinanciën, die hiervoor primair verantwoordelijk is.De heer Grinwis vroeg ook of de bewindspersonen bereid zijn omkabinetsbreed op deze manier te werken aan vraagcreatie voor duurzameen circulaire producten. Laten we vooropstellen dat het keihard nodig isom een markt voor recyclaat te creëren om onze recyclers overeind tehouden. Dat was ook een discussie die net gevoerd werd door deKamerleden onderling. Daarom streven we naar hoge en haalbare doelenvoor recycling en verplichte toepassing van recyclaat in producten. Wezijn ook blij om te zien dat dit al wordt gereguleerd op Europees niveau,want daardoor gelden deze eisen voor alle producten die op de Europesemarkt worden gebracht. Voorbeelden hiervan zijn voertuigen, verpak-kingen, batterijen en elektrische apparaten. Ook onder de Ecodesign-richtlijn kunnen eisen worden gesteld voor de toepassing van recyclaat.Daarom pleit het kabinet ook in Brussel voor deze recyclaateisen.Ik kijk heel even naar de voorzitter. Ik had in het mapje algemeen ook eenaantal vragen van de heer Grinwis. Wilt u dat ik die hierbij betrek of wilt udat ik dit blok eerst afsluit voordat we verdergaan?De voorzitter:Laten we dat eerste doen. Als u nu ingaat op de vraag van de heerGrinwis, dan kunnen we daarna gewoon weer volgens de planning door.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Verwacht ik dat alle in Nederland verkochte productenaan de Ecodesignrichtlijn zullen voldoen? Dat was een vraag van de heerGrinwis. Ecodesigneisen worden per productgroep bepaald. Als voor eenproductgroep regels zijn ontwikkeld, moeten alle producten op deEuropese markt daaraan voldoen, dus ook die in Nederland. Er gelden nual ontwerpeisen voor veel elektrische apparaten, wasmachines, drogers,tv’s, smartphones, tablets, cv-ketels en verlichting. Deze ontwerpeisengaan onder andere over een lange levensduur, reparatie, energieverbruiken recycling. De Europese Commissie kan ook een horizontale eis stellendie de repareerbaarheid van producten verplicht stelt en bijvoorbeeldverlijming van onderdelen tegengaat. Ik dring erop aan dat deze eis erkomt. Het zal dus tijd vragen eer er een Ecodesignregel is voor alleproducten op de markt. Maar stap voor stap gaat dit voor steeds meerproducten gelden.De heer Grinwis vroeg ook of ik bereid ben om de ILT te vragen jaarlijkssteekproefsgewijs te onderzoeken in hoeverre productgroepen voldoenaan de gestelde eisen en daarover te rapporteren. Ja, want het gebeurtnamelijk al. De ILT houdt toezicht op producten die vallen onder deEcodesignregelgeving. Dit gebeurt inderdaad steekproefsgewijs, gelet opde beschikbare capaciteit. De ILT registreert alle producten waarop zijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33440 toezicht houdt. Bij non-conformiteit treedt de ILT op, wat tevens geregis-treerd wordt. De ILT rapporteert aan de Europese Commissie via hetsysteem dat hiervoor is opgezet. De Europese Commissie stelt elke vierjaar een rapport op over de naleving in de gehele EU.Dan heb ik nog een vraag van de heer Boutkan en mevrouw Rooderkerk inhet mapje algemeen. Ik noemde net de koffer met groene ideeën,Duurzame Dinsdag. Wat ik daarmee ga doen? De maatschappelijkeinitiatieven op Duurzame Dinsdag laten zien wat er kan en wat er algebeurt in de maatschappij. Die groene ideeën zijn een indicator van teverwachten ontwikkelingen. Deze ideeën gebruik ik op verschillendemanieren. Ik stimuleer uiteindelijk natuurlijk het leggen van verbindingentussen initiatieven, het bedrijfsleven en de overheid. Daarnaast gebruik ikdeze ervaringen als input voor beleid. Ik ben al bij een aantal van dezebedrijven op bezoek geweest en ik ga komend jaar bij nog een aantal vandeze initiatieven op bezoek, om een beter beeld te krijgen van demogelijkheden en hoe we verbindingen kunnen leggen. Ook mijnambtenaren zijn hier al hard mee aan de slag.Dan kom ik weer terug bij de inbreng van de heer Grinwis, waarmee ikeigenlijk bezig was. Kan ik reflecteren op de definitie van «groene groei»?Hoe verhoudt deze definitie zich tot de grondstoffentransitie en welkeambitie heb ik daarbij? Groene groei gaat volgens mij vooral over deduurzaamheidstransitie waar mijn collega, de Minister van Klimaat enGroene Groei, hard aan werkt. Circulariteit is een belangrijke voorwaardeom op lange termijn groen te kunnen groeien. Een circulaire economie isimmers een economie waarin duurzame en hernieuwbare grondstoffenworden gebruikt, waarin producten en grondstoffen worden hergebruikten waarin afval is geminimaliseerd. Om dit te realiseren heeft het kabinetdan ook de ambitie om in 2050 circulair te zijn. Tegen de heer Grinwis wilik nog zeggen dat ik net in mijn opening aangaf dat een toekomstbe-stendige economie circulair is. Dat geeft dus kort het standpunt weer.Er is nog een vraag van de heer Grinwis; dit is overigens de laatste. Kan iktoezeggen om te bezien hoe knelpunten op het vlak van trage vergun-ningen kunnen worden weggenomen? Vergunningen zijn nodig om toteen integrale afweging van alle belangen te komen. Een vergunning helptbedrijven bij het tijdig nemen van investeringsbeslissingen en geeft dezekerheid dat een project mag worden uitgevoerd. Dit onderwerp heeftnatuurlijk wel mijn aandacht, ook bij andere transities. Ik werk in hetNationaal Programma Verduurzaming Industrie met meerdere ministeriessamen om te kijken naar versnellingsmogelijkheden. Optimalisatie van hetvergunningverleningsproces is vooral mogelijk in de fase vóór hetindienen van de aanvraag. Wij roepen het bedrijfsleven dan ook op omactief vooroverleg te voeren met de bevoegde gezagen.Ik was toch niet helemaal correct, want ik heb nog twee vragen van deheer Grinwis. Hij stelde dat de klimaatdoelen nog lang niet binnen bereikzijn en dat in februari weer een ICER uitkomt. Hij vroeg of ik kantoezeggen met aanvullend beleid te komen als blijkt dat met het huidigebeleid de doelen niet worden bereikt. In februari zal ik de ICER inontvangst mogen nemen. Ik verwacht dat het PBL de boodschap zalherhalen dat we met de huidige middelen en inzet de doelen niet zullenbehalen.Er gebeurt al wel heel veel. Denk bijvoorbeeld aan aanvullend beleid ophet huidige NPCE, zoals het beleidsprogramma textiel, dat ik de Kameronlangs heb toegestuurd. Mijn reactie op de aanbeveling uit de ICER zal ikmeenemen bij de actualisatie van het NPCE, die – ik heb het net ook algezegd – in september 2025 met de Kamer zal worden gedeeld. Het isgoed mogelijk dat we dan ook nieuwe maatregelen zullen aankondigen.Dan kom ik echt bij de laatste vraag van de heer Grinwis. Dat was devraag of het kabinet echt bereid is om richting de Voorjaarsnota te bezienin hoeverre de klimaatregelingen kunnen worden uitgebreid waarmeezowel circulariteit als emissiereductie kunnen worden aangemoedigd. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33441 kabinet vindt het zeker belangrijk om met circulaire maatregelen aan deklimaatdoelen bij te dragen. Een mogelijkheid voor de subsidieregelingom de onrendabele top van circulaire technieken af te dekken is betrokkenbij een verkennend onderzoek van KPMG naar financiële prikkels voor decirculaire economie. Ook dat heb ik in mijn inleiding gezegd. Dit rapportwordt in het eerste kwartaal van 2025 met de Kamer gedeeld, waarbij ookconcrete vervolgstappen zullen worden bekeken. Het kabinet zal inaanloop naar de Voorjaarsnota besluiten over aanvullende klimaatmaatre-gelen en bestedingen uit het Klimaatfonds. Natuurlijk zal ik de Kamerdaarover informeren.De voorzitter:Dank u. Dan kijk ik naar de kant van de Kamer voor interrupties.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik hoor de Staatssecretaris zeggen: ik wil wel een plastictafel, maar ik wilgeen akkoord. Hij noemt daarbij als reden dat hij geen vertraging wil. Dievertraging wil ik ook niet en daarom vroeg ik om die duidelijke deadline.De voorzitter:Dus uw vraag is...?Mevrouw Wingelaar (NSC):Kan het dan niet gewoon met een deadline? Kunnen we niet gewoon zotot een akkoord komen?Staatssecretaris Jansen:Een deadline is lastig. We denken dat we op de huidige manier het snelstehet resultaat bereiken dat we met elkaar nastreven. Ik kan geen hardedeadline noemen. Ik kan alleen zeggen dat we er zo snel mogelijk meezullen komen, juist omdat we het grotere belang daarvan voor ogenhouden.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor alle antwoorden. Ik had inderdaad veel vragen gesteld en datrealiseerde ik me weer. Ik vraag om één specificatie in het antwoordinzake die subsidieverlening en de NIKI. Het punt dat daar speelt, is dat deNIKI is bedoeld voor circulaire technieken. Na de beschikking van desubsidie moet een project binnen een halfjaar worden opgestart. Maardaar zitten vergunningverlening, en de traagheid daarvan, vaak een beetjein de weg. De suggestie van mij was om er óf voor te zorgen dat dietermijn van zes maanden eigenlijk nooit wordt overschreden óf degeoorloofde periode tussen het moment van subsidiebeschikking en hetopstarten van het project gewoon wat te verlengen à la de SDE. En ik hebde suggestie gedaan om dan die termijn van achttien maanden tegebruiken. Misschien is dat te lang, maar dat kan natuurlijk ook een wayout zijn. Je kunt geen ijzer met handen breken en misschien kun je hierook niet vooraf garanderen dat elke vergunning voor die termijn van zesmaanden wordt verstrekt. Dus misschien biedt dit een oplossing.De voorzitter:En uw vraag is?De heer Grinwis (ChristenUnie):Mijn vraag is: als Mozes niet naar de berg komt, kan de berg dan naarMozes komen? Oftewel, als de vergunning niet altijd binnen die zesmaanden kan worden verstrekt, kan de opstarteis dan misschien ietsverder in de tijd worden gezet?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33442 Dat lijkt me helder.Staatssecretaris Jansen:Ik snap de vraag, want we lopen hier inderdaad af en toe tegen aan. Aande andere kant redden heel veel initiatieven het wel netjes binnen die zesmaanden. Dus het zijn misschien de wat ingewikkelder trajecten waar jeop dat moment tegen aanloopt. Het staat potentiële ondernemingen diedeze actie willen ondernemen natuurlijk ook altijd vrij om met ons contactte zoeken en te vragen hoe ze hier dan het beste mee om kunnen gaan.We kunnen daar altijd in meedenken. Dit is typisch een van de onder-werpen waarover we met de sector het overleg aangaan om te kijken hoewe ermee kunnen omgaan. Maar binnen de generieke regeling, waarbijeen termijn van zes maanden geldt, gaat het in de meeste gevallengelukkig gewoon prima.De heer Buijsse (VVD):Ik heb twee vragen: één over de norm en één over het plasticakkoord.Eerst over de norm. De Staatssecretaris verwijst en spreekt uit dat hij hetgelijke speelveld in Europa serieus neemt. Maar in diezelfde zin stelt hijook dat dat niet zonder slag of stoot gaat en hij beroept zich op proportio-naliteit. Sorry, maar ik vind dit echt een diskwalificatie van het bedrijfs-leven. Zij zijn hier ook in groten getale aanwezig. Er gaan op dit momentgewoon te veel bedrijven failliet. Ik heb in mijn 25 gesprekken alleen maarslechtnieuwsgesprekken gevoerd. De Staatssecretaris zegt dan het serieuste nemen, maar we weten dat het niet zonder slag of stoot gaat. Ik ga daareigenlijk niet mee akkoord. Mijn vraag is of hij echt denkt dat hethandelssysteem waar hij naar verwijst, helpt voor Europa en of dathandelssysteem gaat werken voor alle toepassingen, zoals het leidin-genwerk. In de jaren waarin wij dat moeten gaan uitvoeren, waarin wetevens op Europese regels overgaan, denk ik dat dat enorm veelrompslomp gaat opleveren.Mijn tweede vraag gaat over het plasticakkoord. De Staatssecretaris zegteigenlijk geen meerwaarde te zien in een plasticakkoord. Ik zou dat willentoelichten. Ik heb in die 25 gesprekken kennisgenomen van veel partijen inverschillende stappen in ketens. Die stappen gaan van de kraker tot enmet de afvalbrander, en ook weer terug. Binnen de context van de doelenvan het Klimaatakkoord voor 2050 is er een gemeenschappelijk plan omdaarnaartoe te werken en om te voldoen aan het Klimaatakkoord metdraagvlak van de bedrijven, inclusief verschillende vormen van technolo-gieën. Maar die technologieën zijn nog niet verder ontwikkeld. Als deStaatssecretaris geen meerwaarde ziet in een akkoord, dan had ik in iedergeval gehoopt in zijn betoog te horen dat hij een luisterend oor heeft voordat plan. Ik hoor dat dus niet en dat vind ik jammer. Ik zou willen vragenom toch met de plastictafel echt open te staan voor een akkoord richting2050 en niet op de korte termijn georiënteerd te zijn zoals nu.De voorzitter:Helder. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Voorzitter. Laat ik beginnen met de eerste vraag. Over de norm was devraag eigenlijk heel kort samengevat: helpt het en levert het niet heel veelrompslomp op? Wij zijn ervan overtuigd dat het gaat helpen. Daarbij geldtde opmerking zoals ik die net bedoelde dat het niet zonder slag of stootzal gaan. Met proportionaliteit bedoel ik niet dat wij een aantal bedrijvenzomaar opgeven. Wel is het zo dat, op het moment dat bedrijven vanlineair naar circulair gaan en het bedrijfsmodel daarop aanpassen,bepaalde banen mogelijk zullen verdwijnen. Andere banen zullen ervoorterugkomen. Het is niet zo dat mensen daarbij overbodig worden, maarmogelijk zullen mensen hun werk anders kunnen invullen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33443 Hetzelfde zien we bijvoorbeeld ook als we kijken naar een heel simpelvoorbeeld als wegenbouw en wegenaanleg. Heel veel mensen zitten nunog langs de weg met hun meter, kijken letterlijk op afstand naar elkaar ennemen dingen op. In de toekomst zou het zomaar zo kunnen zijn dat opheel veel plekken in asfalt sensoren komen te zitten. Ik weet dat dat ookgebeurt in de provincie waar ik woon. Daarmee kun je bij wijze vanspreken registreren wat de druk is op het asfalt en welke slijtage erplaatsvindt. Daarmee zouden diezelfde mensen niet meer langs de weghoeven te staan, maar zouden zij op een andere manier hun werk kunnendoen, misschien wel achter een computerscherm. De inzet van arbeid zaldus veranderen, maar dat wil niet zeggen dat mensen daarbij op datmoment overbodig worden. Dus het is echt een andere manier vanwerken en doen en dat geldt ook in zijn algemeenheid.Dan de vraag of dat rompslomp gaat opleveren. Dat is volgens mij ookiets wat de Minister van Economische Zaken net zei. Het idee is juist omdat te voorkomen. We hebben met elkaar afgesproken te kijken hoe wedaar op de juiste manier mee om kunnen gaan. We hebben erovernagedacht; dat heeft de Minister van Economische Zaken volgens mij ookgeuit. Je kunt inderdaad vragen om alles vast te leggen en elke handelingte verantwoorden. Je kunt ook kijken naar wat de norm is voor de manierwaarop we werken, zodat iemand alleen rapporteert wanneer diegeneafwijkt. Dat is ook een optie. Daarmee verlaag je de regeldruk. Dat is hetidee waar de Minister en ik samen naar aan het kijken zijn. Dat zalbedrijven in de praktijk enorm kunnen helpen. Want dit alles is nietbedoeld om het alleen maar lastiger en ingewikkelder te maken en omervoor te zorgen dat mensen daar bij wijze van spreken niet eens hunnormale activiteiten door kunnen uitvoeren. Het is juist als volgt bedoeld.We moeten die stap zetten; het moet circulair worden. We moeten ookkijken naar de gevolgen. Hoe ga je daar op de juiste manier mee om? Datis ook letterlijk iets wat wij juist iedere keer met de sectoren proberen teoverleggen: hoe ga je hiermee om en hoe ga je hier op de juiste wijzevorm aan geven zonder dat het allemaal onbedoelde negatieve bijeffectengenereert?De voorzitter:De was de beantwoording van de eerste vraag. Heeft u een vervolgvraagop de eerste vraag, heer Buijsse? Een moment voor de beantwoording.Staatssecretaris Jansen:De tweede vraag. Ik was zo uitgebreid. Mijn antwoord op de tweede vraagis dat ik niet vooraf wil worden vastgepind op een akkoord, maar ik benwel voor het voeren van het goede gesprek. Dat zal ik integraal doen, dusmet alle partijen uit de keten. Het op voorhand vastleggen van eenakkoord maakt andere oplossingen mogelijk onbereikbaar. Dus om dezereden willen we de vrijheid hebben om het op de juiste manier met desectoren te bewerkstelligen.De heer Buijsse (VVD):Ik zou om een technische verduidelijking willen vragen, want anders benik zo door mijn interrupties heen.De voorzitter:Een technische verduidelijking gaat niet van uw interrupties af.De heer Buijsse (VVD):Oké, dank. Even heel concreet: wat gaat de Staatssecretaris dan veran-deren aan die normwet?Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33444 Ik snap de vraag wel, maar het lastige is dat de wet nog niet bestaat. Dusals de heer Buijsse vraagt wat ik aan de wet ga veranderen, kan ik enkelzeggen dat we ermee bezig zijn.De heer Buijsse (VVD):Dit is ook weer een technische vraag. De wet is in consultatie geweest. DeStaatssecretaris gaat hem naar de Raad van State brengen. Hij weet al watde feedback is, onder andere vanuit ons. Wat is de Staatssecretarisvoornemens om daarmee te doen en om daaraan te veranderen?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij is het vrij logisch dat wij op de juiste wijze omgaan metfeedback. Dus wij kijken of we die kunnen verwerken in de wet. Daaromzeg ik wat ik zeg. Om hem nu al aan te passen ... Er ligt een concept enuiteindelijk komt er natuurlijk een definitief voorstel. Daarbij zal ook dereactie worden verwerkt die wij hebben gekregen.De heer Boutkan (PVV):Ik wil iets zeggen over dat laatste antwoord op de vraag van de heerBuijsse. Ik krijg in ieder geval niet de indruk dat er wat mee gedaan wordt,want dat zijn de signalen die wij krijgen als Kamerleden. Ik zie dat er welinspraak is, dat er wordt meegesproken en dergelijke, maar vervolgens zieik aan het einde van de rit dat er totaal niets met de inbreng gedaan is.Maar ik ga terug. De Staatssecretaris had het goed gezien, die belastingdie wij jaarlijks aan Brussel afdragen voor die coronasteun om het gat tedichten. Dat geld komt nu uit algemene middelen. Is de Staatssecretarishet met de PVV-fractie eens dat je hiermee, doordat het uit de algemenemiddelen komt, de motivatie om te gaan innoveren niet bevordert? Laatstaan dat recycling daarmee wordt gestimuleerd. Het komt niet op hetbordje van de producenten, want die voelen de pijn niet. Het komt vanallerlei kanten deze kant op. Het gaat gewoon die oven in, voor 80 cent perkilo, en dat betalen we weer als een van de braafste jongetjes van de klas.Het gaat echt om veel geld. Het gaat in totaal om een miljard in vijf jaar. Isde Staatssecretaris bereid te bekijken of dat niet anders kan? Dat is dangelijk mijn vervolgvraag hierop.Staatssecretaris Jansen:Daar wil de Staatssecretaris graag in tweede termijn op terugkomen.De heer Boutkan (PVV):Technisch: en op de eerste vraag die ik stelde?De voorzitter:Welke vraag?De heer Boutkan (PVV):De vraag hoe het zit met het feit dat wij de signalen krijgen dat het anderswordt begrepen, terwijl u van uw kant zegt: we nemen alles mee, webespreken dit, we passen het aan en dergelijke. De hele tribune zit vol. Diemensen zijn de afgelopen weken en maanden bij ons over de vloergeweest. Die signalen ontvangen wij niet. Dus ergens gaat het mis in deketen, om het zo maar te zeggen. De vraag is dan waar het mis gaat in deketen.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij zijn wij nog bezig met het proces van verwerking van defeedback en het aanpassen ervan. Ik begrijp dat heel veel mensen graagzien dat wij daar sneller en uitgebreider op terugkomen. Zorgvuldigheidhier is wel heel belangrijk. En ja, wij zullen zeker terugkoppelen hoe we deinbreng meenemen en we zullen het ook terugkoppelen als we bepaaldeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33445 inbreng niet kunnen meenemen, omdat dat weer andere nadelen totgevolg heeft. Dat is natuurlijk wel zo netjes, ook richting de mensen die deinbreng hebben geleverd.De voorzitter:Zijn er verder aan de kant van de Kamer interrupties gewenst op hettweede gedeelte?Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik had op ditzelfde punt ook een vraag. Ik heb schriftelijke vragen gesteldover het omvallen van allerlei recyclebedrijven voor plastic. In debeantwoording werd gezegd: ja, dat komt door de markt; ze kunnen daarniet zoveel aan doen. Nu is er een subsidie vrijgemaakt van 267 miljoeneuro om bedrijven bij te staan in de transitie naar een circulaire plastic-keten. Er zijn bedrijven die dit al doen en die toch omvallen. Het lijkt mevooral van belang dat we die bedrijven gaan steunen. Ik ben benieuwd ofde Staatssecretaris nadenkt over maatregelen om dit soort bedrijvenbijvoorbeeld met subsidie bij te staan. Bij het Ministerie van Klimaathebben we bijvoorbeeld de SDE++-subsidie. Ik kan me voorstellen dat jebinnen het Klimaatfonds ook een mogelijkheid zou kunnen creëren voordit soort bedrijven die het goede al doen. Ik heb het nu niet over bedrijvendie met een transitie bezig zijn, maar die het al uitvoeren.Staatssecretaris Jansen:Ik heb een kort antwoord. Die 267 of 287 miljoen euro, even uit mijnhoofd, is bedoeld voor de verwerkers. Ik heb het niet helemaal scherp. Wedoen dat in overleg met de Minister van KGG. Daar is het bedraguiteindelijk inderdaad voor bedoeld.De voorzitter:Herhaalt u de vraag, mevrouw Rooderkerk? Dit gaat niet ten koste van eeninterruptie.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dit was echt verre van een antwoord op mijn vraag. Zal ik het nog eenkeer herhalen? Oké. Er zijn heel veel plasticbedrijven die omvallen. Daarheb ik schriftelijke vragen over gesteld. In de beantwoording wordt er eenbeetje naar verwezen dat die plasticmarkt inderdaad lastig is en dat we opEuropees niveau wat moeten doen. Ik hoor in al deze antwoorden van destaatsecretaris tot nu toe vooral uitleg van de Europese regels. Ik had nietverwacht dat deze staatsecretaris vooral daarop zou focussen. Ik denk datje landelijk moet kijken naar wat er nodig is voor onze circulaire keten.Wat hebben we nodig voor deze bedrijven? Zouden we daar wellicht extrasubsidie voor vrij kunnen maken, bijvoorbeeld voor de onrendabele top ofzoals we dat ook bij de SDE++-subsidie doen? Die subsidie noemde ik alsvoorbeeld voor hoe we bedrijven helpen die duurzaam willen zijn. Zoudenwe zo’n subsidie ook niet voor dit soort bedrijven moeten vrijmaken?Staatssecretaris Jansen:Het is allemaal een stuk makkelijker als we heel veel geld zouden hebben,maar natuurlijk zien we deze ontwikkeling ook. Wij horen eveneens vanbedrijven die dreigen om te vallen of al zijn omgevallen. We zijn nu aanhet kijken hoe we als kabinet hier op de juiste wijze mee om moeten gaan.Daarbij kijken we tegelijkertijd ook naar het speelveld en naar wat dituiteindelijk betekent voor de internationale ontwikkelingen. We kijken ookof we daarmee niet een onbedoeld neveneffect voor Nederlandsebedrijven genereren. Dat zei ik net al tegen de heer Buijsse. Dat zijn dedilemma’s waar we tegenaan lopen. Dat betekent inderdaad – dat ben ikmet u eens – dat het helaas tijd kost om daar op de juiste manier mee omte gaan. Dat is gewoon het vervelende hieraan. Er zijn bedrijven die hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33446 hartstikke moeilijk hebben. Wij krijgen die signalen echt dagelijks binnen.Dan moeten we hier wel op de juiste manier mee omgaan en niet te sneleen besluit nemen met andere effecten die we op dit moment niet in kaarthebben.Mevrouw Rooderkerk (D66):Wanneer krijgen we daar een brief over?De voorzitter:Wanneer kan de Kamer daar een brief over verwachten?Staatssecretaris Jansen:Bij de voorjaarsbesluitvorming, maar we zullen in Q1 met een briefdaarover komen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Kan de Staatssecretaris garanderen en toezeggen dat er op z’n laatst in2027 een norm ligt? Iedereen vraagt erom. Kan hij zeggen dat hij, als hij ingesprek gaat met de sector, de sector er breed bij betrekt en met allepartners spreekt om eventueel aanvullend flankerend beleid te hebben opde norm? Dat is een simpele ja- of neevraag.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij hebben we aangegeven dat er inderdaad in 2027 een normzal komen. Dat is dan wel met de integrale afweging, want we lopen erwel tegenaan dat we op dat moment een gelijk speelveld moetenbehouden ten opzichte van andere landen.De voorzitter:Dus het antwoord is ja?Staatssecretaris Jansen:Ja, 2027. Maar we kijken wel naar de integrale afweging.De heer Pierik (BBB):Ik ben blij dat de Staatssecretaris bevestigt dat, als het gaat om hetstimuleren van circulaire maatregelen, ook gebruik kan worden gemaaktvan het Klimaatfonds. De vragen die ik daarover heb, zijn eigenlijktweeledig. In hoeverre zijn er aanvullende gesprekken gepland om ookhier het bedrijfsleven bij te betrekken en ook met de sector over diespecifiek klimaatgerichte maatregelen te overleggen? Is vanuit hetKlimaatfonds een bepaald budget beschikbaar dat specifiek kan wordeningezet voor deze circulaire maatregelen?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij vinden er voortdurend ambtelijke gesprekken plaats met desector om te kijken hoe je deze middelen op de juiste wijze kan inzetten.Dus ik steun de heer Pierik daarin. Het is belangrijk om dit geld op diemanier in te zetten.De heer Pierik (BBB):Er is dus géén speciaal budget voor? In principe zou al het geld vanuit hetKlimaatfonds dus ook naar circulaire maatregelen kunnen gaan?Staatssecretaris Jansen:Het is niet geoormerkt.De voorzitter:Is de vraag voor u voldoende beantwoord, meneer Pierik?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33447 Staatssecretaris Jansen:Het is vrij in te zetten.De voorzitter:Ter verduidelijking: het zou dus ook volledig naar de circulaire maatre-gelen kunnen, maar tegelijkertijd doet u dat niet omdat het niet geoor-merkt is? Je kunt het dus zowel een voordeel als een nadeel noemen,begrijp ik? Ik kijk naar de heer Pierik of het antwoord voor hem duidelijk is.Dat is het geval. Zijn er verder nog interrupties op dit gedeelte? Die zijn erniet. Dan stel ik voor dat de Staatssecretaris doorgaat met het volgendekopje.Staatssecretaris Jansen:Het volgende kopje gaat over de single-use plastics, oftewel SUP. De heerPierik, de heer Buijsse en de heer Boutkan vroegen waarom de Staatsse-cretaris denkt dat een toeslag van € 0,25 gaat werken, terwijl de vorigetoeslag niet werkte. Ik zal daar in algemene zin op reageren. Uit deevaluatie blijkt dat de meerprijs nu niet werkt. Dit komt mede doordatondernemers de hoogte ervan zelf mogen bepalen en ze de opbrengstmogen houden. Ze kiezen nu vaak voor een bedrag dat consumenten nietecht prikkelt om de keuze te maken voor het herbruikbare alternatief. Voorde consument is het onduidelijk waarom ze moeten betalen, met name alser niet echt een alternatief is. De regels moeten dus eenduidiger enduidelijker worden. Daarom kies ik ervoor om de meerprijs vast te stellen.Iedereen weet dan precies waar hij aan toe is. Consumenten weten dat ze€ 0,25 kunnen besparen door een beker of een bakje mee te nemen.Daarnaast is er dan geen concurrentie tussen verkopers vanwege delaagste meerprijs. Uiteindelijk gaat het volgens mij gewoon om degoedkoopste en lekkerste koffie; die combinatie is dan bepalend. Waar demeerprijs als oneerlijk wordt ervaren omdat er geen mogelijkheid is om tekiezen voor een herbruikbaar alternatief, schaf ik die af. Dit is bijvoorbeeldhet geval bij thuisbezorging en bij supermarkten. Ik verwacht dat demeerprijs op deze manier effectiever wordt ingezet en bijdraagt aan hetbestrijden van zwerfafval en het bevorderen van hergebruik.Dan heb ik een vraag van de heer Boutkan. Hij beschreef het proces datnodig is voor het gebruik van herbruikbare bekers en stelt vast dat daarjuist meer plastic voor nodig is. Dat is slechter voor het milieu. Hethergebruik van bekers brengt daarnaast een risico met zich mee voor devoedselveiligheid. De heer Boutkan vroeg naar mijn reactie. Uit deSUP-evaluatie blijkt dat er veel verschillende getallen in omloop zijn. Diezijn niet altijd wetenschappelijk onderbouwd. We hebben zelf eenlifecycle-onderzoek gedaan waar andere cijfers uit naar voren komen. Hetis daarbij van groot belang dat veel herbruikbare verpakkingen in hetsysteem blijven. Overigens gelden voor zowel eenmalige als herbruikbareverpakkingen regels voor de voedselveiligheid. Daarnaast hebben we temaken met de Europese doelstelling die we moeten halen. Die gaat overhet reduceren van het aantal eenmalige bekers en bakjes met plastic enniet over het reduceren van de totale hoeveelheid plastic. Die doelstellinghalen we niet als we eenmalige bekers met een klein beetje plastic blijventoestaan. Dat is de reden waarom we er op deze manier mee omgaan.Mevrouw Wingelaar van NSC vraagt of de meerprijs van € 0,25 kanworden gekoppeld aan een prikkel om te investeren in duurzameproducten. Dat idee is ook opgekomen in de evaluatie. Je zou demeerprijs die consumenten betalen bijvoorbeeld kunnen onderbrengen ineen fonds en dit gebruiken voor duurzame doeleinden. Dat is echtermakkelijker gezegd dan gedaan, zoals enkele Kamerleden ook opmerktenin hun reactie op het voorstel. Ik kan dat alleen maar onderstrepen, wanthet blijkt ook uit de cijfers in de evaluatie. Ik vrees dat het de regeldrukvoor ondernemers flink zal verhogen en daarom doe ik het niet. Ik geefprioriteit aan het effectiever en duidelijker maken van de regelgeving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33448 De heer Buijsse vraagt of ik bereid ben mijn standpunt te herzien over demotie-Haverkort c.s. De motie gaat over de definitie voor hoogwaardigerecycling. De Verpakkingenverordening is afgelopen maandag vastge-steld. Wanneer de verordening van kracht wordt, gelden de definities diedaarin staan ook in Nederland. Het gaat dan om verpakkingen in bredezin. Het is niet bedoeld voor de context van de eenmalige plasticpro-ducten, de SUP. Die richt zich namelijk niet op recycling, maar op hetreduceren van bepaalde eenmalige producten. Ik acht de motie-Haverkortc.s. om die reden onuitvoerbaar. Ik begrijp de achterliggende gedachtevan de heer Buijsse wel, namelijk meer ruimte laten voor het gebruik vaneenmalige bekers in kantoren en kantines, mits ze gerecycled worden. Ikkan daar echter niet meer ruimte voor geven, omdat het de regels nietmeer handhaafbaar maakt. We zouden ernstig inboeten op de effectiviteitvan deze regelgeving en ook de Europese doelstellingen niet halen. Omdie reden kunnen wij de motie niet uitvoeren.De heer Buijsse vraagt of ik bereid ben het gesprek met de sector aan tegaan en te zoeken naar alternatieven voor de SUP-meerprijs. Er wordt alveel gesproken met de sector. Toen in 2021 de huidige regelgeving totstand kwam, inclusief de verplichte meerprijs voor bekers en bakjes, zijnhierbij ook stakeholders betrokken. Voor de evaluatie van de regelgevingis door de onderzoekers gesproken met onder andere Koninklijke HorecaNederland, met cateraars, fastfoodrestaurants en met een maaltijdbezorg-platform. Ik zie nu geen aanvullende reden om met de sector in gesprek tegaan over alternatieven.De heer Stoffer van de SGP vraagt of ik bij de plastics voor eenmaliggebruik een uitzondering wil overwegen voor gecertificeerde bedrijven dieeen gesloten systeem hebben voor de inzameling en recycling van bekers,met een maximumpercentage aan plastic. Het antwoord is heel kort: nee.Er is een uitzondering voor ziekenhuizen en gesloten inrichtingen, zoalsgevangenissen. Er is ook een uitzondering voor plastic bekers en bakjesdie hoogwaardig gerecycled worden, bedoeld voor gebruik bij evene-menten. Ik zie geen ruimte voor nog meer uitzonderingen. We moeten deEuropese verplichting om het gebruik van bekers en bakjes te vermin-deren halen. Alle bekers en bakjes die onder de uitzonderingen vallen,tellen niet mee. We halen de doelstelling echter niet als we vooreenmalige consumpties bekers toestaan, ook niet als ze door gecertifi-ceerde bedrijven met een gesloten systeem worden geleverd.Daarmee ben ik aan het einde komen van mijn beantwoording, voorzitter.De voorzitter:Zijn er interrupties gewenst op dit onderdeel?De heer Boutkan (PVV):Ik kan er met mijn pet niet bij, bij deze beantwoording. Ik laat de Staatsse-cretaris een bekertje zien en vraag hem: is dit nu een kartonnen bekertje ofeen plastic bekertje?Staatssecretaris Jansen:Het antwoord is: beide.De heer Boutkan (PVV):Volgens de Europese richtlijnen is dit geen plastic, want er zit namelijkminder dan 5% plastic in. Dit bekertje valt daar dus buiten. We hebben eengesloten systeem. Ik heb het van de week al aangekaart ten kantore vande Staatssecretaris. De ambtenaren zeiden toen direct: nee, u ziet het fout,meneer Boutkan. Er is onduidelijkheid, ook op uw website. Daardoor is diepuinhoop gecreëerd. Europa heeft bepaald dat een bekertje met minderdan 5% plastic niet onder deze regeling valt. Daar komt bij dat hetbiobased plastic is dat in dit bekertje is verwerkt. Het is geen fossielplastic. Het is een gesloten systeem. De verkopers zamelen het in en zeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33449 halen nu al een doelstelling richting 75%. Dat is dus boven die 40%reductie die is opgelegd. Ik kan er dus echt met mijn pet niet bij dat uwillens en wetens bedrijven binnen een jaar kapotmaakt door dat zogeneriek neer te leggen. Kom gewoon eens met maatregelen voor ditsoort bedrijven. Het werkt niet. Ze halen meer dan 40% reductie. Dat isook wat Europa van ons verlangt. Waarom gaan we dan toch door om ditachterlijke, kleine kartonnen bekertje... U merkt het gewoon aan mijnstem: ik begrijp het niet. We halen de doelstelling; waarom dan toch zoprominent blijven pushen op dat kartonnen bekertje?De voorzitter:Wat is de kern van uw vraag?De heer Boutkan (PVV):Als u mijn betoog heeft gehoord, kunt u toch niet blijven volhouden datdit een plastic bekertje is? Nogmaals, ga nog een keer in gesprek met demarktpartijen. Mijn mailbox ontploft door de beantwoording die u hier nugeeft. Ik vraag u daarom erop terug te komen.De voorzitter:Het woord is aan de Staatssecretaris. De vraag is of u erop wiltterugkomen.Staatssecretaris Jansen:Ik zal er in ieder geval in de tweede termijn uitgebreider op terugkomen.Het bekertje is volgens mij vrij essentieel voor dit onderwerp.De voorzitter:Ik zag dat het lid Kostic´ een interruptie heeft.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik waardeer de passie van de heer Boutkan, maar volgens mij kan hij diebeter voor andere zaken inzetten. Ik ben heel benieuwd naar de rest vanuw betoog. Ik heb een vraag aan de Staatssecretaris. Heeft hij de oproepvan de Fair Resource Foundation en de Consumentenbond gehoord? Dieoproep ging over het verhogen van het statiegeld op een slimme manier.De consument die netjes zijn blikje of flesje inlevert, krijgt € 0,05 extraterug. Dat is dus winst voor de consument. Dat geld zou dan bij deStichting Verpact moeten worden gehaald, want die heeft nog heel veelgeld op de plank liggen. Het zou Verpact ook helpen, omdat ze dan eerderhun inzamelingsdoelen halen. Dat is het betoog van de Fair ResourceFoundation en de Consumentenbond. Is de Staatssecretaris bereid om ditte verkennen en te kijken of dit zou kunnen werken?Staatssecretaris Jansen:We zijn regelmatig met Verpact in gesprek. We kijken hoe je het inzame-lingssysteem nog aantrekkelijker kunt maken voor mensen. Er zijn heelveel opties langsgekomen, waaronder het pleidooi om een paar cent extraaan de consument te betalen. Eén ding moet wel heel duidelijk zijn: iedereeurocent die bij Verpact ligt, moet uiteindelijk terugkeren in het systeem.Het is dus niet zo dat er heel veel geld ligt en dat ze er winst op maken.Het lid Kostic´ heeft dat ook niet gezegd, maar ik benoem het toch even.Het geld is echt bedoeld om het terug te laten keren in het totale systeem.De volgende simpele optie is ook verkend. Er zijn automaten waar je ophet moment dat je je fles inlevert, een QR-code kan scannen. Het geldwordt dan direct op je rekening bijgeschreven. Dat gebeurt al in landenom ons heen. Over dergelijke opties zijn we met Verpact in gesprek. Weverkennen alle mogelijkheden om het laagdrempeliger te maken voormensen om verpakkingsmateriaal met statiegeld in te leveren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33450 Ik wil kort vooruitlopen op de opmerking die is gemaakt over verhogingvan het statiegeld naar € 1. Dat plan komt niet uit mijn koker en het komtook niet uit de koker van de ILT. Het is een vraag die door Verpact isgesteld. Verpact vroeg te onderzoeken wat het effect zou kunnen zijn vaneen verhoging van het statiegeld naar bijvoorbeeld € 1. Er is noghelemaal niets bekend over besluitvorming hierover. Die onduidelijkheidwil ik in ieder geval wegnemen. Het komt niet bij mij vandaan, zeg ik heeleerlijk.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De Staatssecretaris is in ieder geval geïnteresseerd. Ik wil graag een briefvan de Staatssecretaris als hij gaat spreken met Verpact over hetspecifieke voorstel van de Fair Resource Foundation en de Consumen-tenbond. Zij hebben een goede staat van dienst. Volgens mij is het eengoed idee. Ik zou heel graag willen dat de Staatssecretaris serieus ingesprek gaat met Verpact om te onderzoeken of het een goede optie is dievoldoende oplevert. Ik vraag de Staatssecretaris daar dan in Q1 eenterugkoppeling over te geven aan de Kamer.De voorzitter:Is het mogelijk dat de Kamer in Q1 van het volgende jaar hierover eenbrief ontvangt?Staatssecretaris Jansen:We hebben een evaluatie gepland staan in Q1 van 2025. Naar aanleidingdaarvan komen we ook weer terug bij de Kamer. Dat is het momentwaarop wij de Kamer nader gaan informeren. Alle opties die wijbespreken, ook met Verpact, komen dan aan bod.De heer Buijsse (VVD):Ik sluit aan bij het betoog van de heer Boutkan over de motie op stuk nr.279 van de heer Haverkort en ik betwist wat de Staatssecretaris hieroverstelt. Als er toch een bezwaar komt op deze aanpassing, dan kan datzomaar tot juridische risico’s leiden. We zullen het nu niet hebben overdefinities en interpretaties daarvan. U heeft uw interpretatie gekozen,maar wij kijken daar echt anders tegenaan. De heer Boutkan heeft dat metpassie uitgedragen. Ik kan er nog niet bij, bij wat de Staatssecretarishierover zegt. In die zin volg ik de lijn van de heer Boutkan.Over het kwartje wil ik nog het volgende vragen. Hoe moet ik het mevoorstellen? Als ik een frietje bij de snackbar wil bestellen, stimuleert uhet «bring your own»-principe. Moeten mensen dan een pan meenemennaar de snackbar? Hoe gaat dat? Hoe denkt de Staatssecretaris daarover?Staatssecretaris Jansen:Dank aan de heer Buijsse voor deze vraag. Wij hebben daar natuurlijk ooknaar gekeken: hoe ga je hiermee om? Als voorbeeld: je ziet veel mensendie met het openbaar vervoer reizen, van huis een beker koffiemeenemen. Onderweg kunnen ze die beker nog een keer gebruiken enlaten bijvullen. Als iemand bij de chinees bakjes meekrijgt, kunnen diebakjes voor de tweede en derde keer opnieuw gebruikt worden. Dat is hetidee erachter. Of het ideaal is, is een tweede. Het zou op deze manierkunnen werken. Maar ook op het moment dat je je eten gaat afhalen, kunje zelf bakken meenemen.De voorzitter:Als er verder geen interrupties meer zijn van de kant van de Kamer, stel ikvoor dat de Staatssecretaris verder gaat met het een na laatste deel. Hetwoord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33451 Dan kom ik bij de kop uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Daarzijn heel veel vragen over gesteld. Ik denk dat de UPV een belangrijke rolin de circulaire economie gaat spelen en steeds meer zal worden ingezet.Door de UPV worden producenten verantwoordelijk voor het inzamelenen verwerken van het afval van de producten die ze op de markt brengen.Het gaat dus over de achterkant van de keten: het organiseren enfinancieren van het afvalbeheer. Het instrument UPV wordt op dit momentdoorontwikkeld zodat het nog effectiever kan worden en nog meer kanbijdragen aan de circulaire economie. Uw Kamer is hierover in oktobervorig jaar geïnformeerd. Bij de doorontwikkeling wordt ook gekeken of deUPV kan worden uitgebreid naar reparatie. Daar zei ik net ook al iets over.Het is nog geen gegeven, er wordt alleen gekeken of die uitbreidingmogelijk is. De UPV is namelijk geen duizenddingendoekje. De UPV wordtvaak genoemd als dé oplossing voor het realiseren van een circulaireeconomie, maar naast de UPV zul je andere instrumenten nodig hebbenom een circulaire productketen te bereiken. Daarom zetten we ook in ophet duurzaam ontwerpen van producten. Dat doen we onder andere metde Ecodesignrichtlijn en met regels voor specifieke producten, zoalsverpakkingen, elektrische apparaten en batterijen. Tegelijkertijd blijven weervoor zorgen dat de UPV door de doorontwikkeling maximaal bijdraagtaan de circulaire transitie. Die richt zich dus ook op hergebruik enhoogwaardige recycling. Uw Kamer kan medio volgend jaar informatieover de vorderingen in dit traject tegemoetzien.De heer Stoffer vraagt of ik meer afvalstromen onder de UPV-regeling zallaten vallen en of ik daarbij inzet op hoogwaardige recycling door meerhergebruik en reparatie. Hij noemt als voorbeeld een landelijk dekkendreparatiesysteem. Het is inderdaad mijn inzet om meer afvalstromen op tenemen onder de verplichtingen van de UPV. Ik denk daarbij onder andereaan luiers en meubels. Er lopen ook verkenningen naar andere product-groepen. In het doorontwikkeltraject van de UPV onderzoek ik of hetmogelijk is om reparatie een plek te geven in de UPV en meer te doen methergebruik en hoogwaardige recycling. Ik informeer de Kamer rond dezomer over de uitkomst van dit onderzoek. In de tweede helft van het jaarinformeer ik de Kamer over de bredere doorontwikkeling.Dan heb ik de vraag van het lid Kostic´ of ik bereid ben om een circulari-teitsbijdrage op te nemen in het UPV-systeem en, zo ja, wanneer ik dat gadoen. Zoals ik net al zei, zijn we het UPV-instrument aan het doorontwik-kelen. Er loopt een onderzoek naar de mogelijkheden om de UPV meer terichten op circulariteit. Dat kan bijvoorbeeld door voor te schrijven dat inde UPV-systemen ook fondsen voor reparatie worden opgericht. Zoals ikeerder zei, is de UPV wel een instrument voor afvalbeheer. We moetendus goed kijken of het zowel juridisch en technisch als economischmogelijk is. Dit onderzoek zal in het voorjaar klaar zijn. Uw Kamer zal rondde zomer over de voortgang van het doorontwikkeltraject wordenbijgepraat. Als blijkt dat het kan, zal het nog wel de nodige aanpassingenvragen. Dat betekent dat het niet eerder dan in 2027 gerealiseerd kanworden.Dan heb ik een vraag van de heer Grinwis. Hij vraagt of ik bereid ben teverkennen op welke manier hergebruik en reparatie aan de huidige entoekomstige UPV-regelingen kunnen worden toegevoegd. Daartoe ben ikzeker bereid. Dat doen we ook in het doorontwikkeltraject dat ik netnoemde. Als onderdeel daarvan loopt er een onderzoek om de UPV meerte richten op circulariteit. De opties van hergebruik en reparatie krijgendaar nadrukkelijk een plek in. Ze worden verkend. Ik informeer de Kamerrond de zomer, in de tweede helft van volgend jaar.De heer Boutkan vraagt een reactie op de mogelijke kostenstijging voorluiers en incontinentieproducten die wordt veroorzaakt door de uitge-breide producentenverantwoordelijkheid. Door de UPV worden deproducenten van luiers en incontinentieproducten verantwoordelijk voorde kosten van inzameling en recycling. Ze kunnen dit doorberekenen in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33452 prijs van deze producten, maar dat hoeft niet. Er zitten namelijk behoorlijkgrote marges op. Uit de doorrekening die wij gedaan hebben, komen weop veel lagere bedragen dan hier werden genoemd. Met de UPV zullen dekosten voor het restafval omlaaggaan voor inwoners, maar vooral ookvoor de instellingen. Het kan dus ook juist een kostenbesparing opleveren.De voorbereidingen van de UPV zijn nog gaande. We hopen het ontwerp-besluit begin volgend jaar voor internetconsultatie aan te bieden.De laatste vraag over dit onderwerp is van de heer Grinwis van deChristenUnie. Hij vraagt of ik bereid ben om structureel overleg te voerenmet vertegenwoordigers van reparateurs en hen te betrekken bij deUPV-regelingen. Het ministerie heeft zeer regelmatig contact met debranche van reparateurs, bijvoorbeeld met leden als Techniek Nederlanden Stichting Repair Café. Zo werken we met hen samen aan het repara-teursregister. Ze zijn ook betrokken bij de doorontwikkeling van de UPV.Dat levert zeer waardevolle input op, bijvoorbeeld voor de Ecodesign-richtlijn en andere EU-productenwetgeving. We verkennen ook demogelijkheden om reparatie een plek te geven binnen de UPV. Webekijken hoe belanghebbenden beter betrokken kunnen worden bij deuitvoering van de UPV-richtlijnen. Reparateurs zullen daarin expliciet alsdoelgroep worden meegenomen.De voorzitter:Dan stel ik voor dat de Staatssecretaris nu de vragen van het lid Kostic´behandelt voordat we overgaan op de interrupties. Daarna gaan we doormet het laatste gedeelte van de beantwoording door de Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Het lid Kostic´ vraagt of ik kan toezeggen dat de Kamer in Q1 een conceptkrijgt van de actualisatie van het NPCE. Ik denk dat het goed is dat umeestuurt op de transitie. Daar is onder meer dit debat voor. Het is nietmogelijk om al in Q1 een concept te sturen. De teksten zijn nog nietgereed. We willen goed luisteren naar partijen in het werkveld. Dat vergtextra tijd. In september zal het geactualiseerde NPCE aan de Kamerworden gestuurd. Wat mij betreft gaan we daarna met elkaar het debaterover aan.Het lid Kostic´ vraagt of de bewindspersonen kunnen toezeggen dat bij deactualisatie van het NPCE via duidelijke tussendoelen wordt toegewerktnaar de drie langetermijndoelen zoals die genoemd zijn door de Rli. Hetlid Kostic´ verzoekt om een tijdlijn en om de toezegging dat niet alleenwordt gestuurd op vervolgonderzoek, maar vooral ook op concretemaatregelen. Bij de actualisatie van het NPCE kijken we of en hoe we dezepunten kunnen meenemen.De voorzitter:Dank voor de beantwoording. De heer Boutkan heeft nog een vraagopenstaan. Welke vraag is dat, meneer Boutkan?Staatssecretaris Jansen:Ik denk dat de beantwoording in het mapje overig zit.De heer Boutkan (PVV):Ik kan niet in uw mapje kijken.De voorzitter:Laten we ervan uitgaan dat het onder het kopje overig valt. Als dat niethet geval is, stel ik voor dat u de vraag daarna opnieuw stelt. Het kost udan geen interruptie.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33453 Misschien heb ik het antwoord gemist. Specifiek over de UPV-regelingvoor textiel had ik gevraagd of de bijdrage van producenten niet alleen opgewicht gebaseerd zou kunnen worden, maar bijvoorbeeld ook oplevensduur, herbruikbaarheid en kwaliteit van kleding. U heeft in hetalgemeen gezegd dat er een doorontwikkeling is, maar ik heb specifieknaar de UPV-regeling voor textiel gevraagd. Dat is een. Een tweede vraagwas of in de UPV tariefdifferentiatie mogelijk is voor het risico opzwerfafval. Ik weet niet of u in algemene zin heeft geantwoord, maar het iseen ander onderwerp dan circulariteit. Het gaat over zwerfafval. Daar hebik geen antwoord op gehoord.Staatssecretaris Jansen:Ik sluit niet uit dat de beantwoording van deze vragen ook in het mapjeoverig zit. Als dat niet zo is, kom ik daar in de tweede termijn bij de heerGabriëls op terug.De heer Boutkan (PVV):Ik wil terugkomen op een vraag die wel is beantwoord, namelijk over deUPV voor luiers en incontinentiemateriaal. De Staatssecretaris zei dat erruime marges op zitten en refereerde vervolgens aan recycling. Uit decorrespondentie blijkt echter dat er regelmatig een gat zit tussen wat hetministerie hierover communiceert en wat partijen zeggen. Er wordennamelijk cijfers aangehaald over recycling die in heel Europa niet gehaaldworden. Je kunt het bij de buren navragen. Dus die marges halen ze niet.Ik vraag me dan af hoe de Staatssecretaris tot een berekening komt metzulke marges, waarbij wordt gerekend met recyclingaantallen die nietworden gehaald. Hoe komt het dat er elke keer tussen het ministerie enhet bedrijfsleven een enorm verschil zit? Ik denk toch echt dat we met eenprobleem te maken hebben.De voorzitter:Helder, het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Ik zal er in de tweede termijn op terugkomen. In de doorrekening die wijhebben gedaan, staan veel lagere bedragen dan die door de heer Boutkanwerden genoemd. Ik wil wel zeker weten dat we de juiste dingen metelkaar vergelijken, dus ik kom erop terug.De voorzitter:Het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb volgens mij vijf vragen gesteld over het NPCE. Ik heb goedgeluisterd. Eén vraag is in ieder geval duidelijk beantwoord. Vragen waarik nog onvoldoende duidelijkheid over heb, wil ik opnieuw stellen. Kunnende bewindspersonen bevestigen dat zij bij de actualisatie van het NPCEmeer gaan focussen op het verminderen van het gebruik van grondstoffenen spullen, net zoals bij het programma circulair textiel? Dat was één.De voorzitter:Dan laten we die eerst beantwoorden. Het gaat om een ja of een nee?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Sorry, wat bedoelt u?De voorzitter:Het gaat om een ja-of-neeantwoord.Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33454 Ik moet eerlijk zeggen dat ik deze vraag heb gemist, omdat ik even aan hetoverleggen was. Overigens is een van uw openstaande vragen welbeantwoord, omdat die ook door andere Kamerleden was gesteld.Daarvoor moet ik u naar die beantwoording verwijzen, omdat het nu opde stapel met beantwoorde vragen ligt. De andere twee vragen komenwaarschijnlijk in het mapje overig aan de orde. Kunt u voor nu de vraagherhalen die u net stelde?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Misschien moet ik ze allemaal even herhalen, want nu ben ik echt in dewar. Mijn vraag was: kunnen de bewindspersonen bevestigen dat zij bij deactualisatie van het NPCE meer gaan focussen op het verminderen vanhet gebruik van grondstoffen en spullen, net zoals bij het programmacirculair textiel? Dat was één. Een andere vraag was of de bewindsper-sonen ook kunnen toezeggen dat inzichtelijk wordt gemaakt hoe naar dedrie langetermijn Rli-doelen wordt toegewerkt, met duidelijke tussen-doelen en een tijdlijn. Daar heeft de Staatssecretaris iets over gezegd watik gewoon niet begrijp, namelijk iets als «we gaan kijken of en hoe». Maarik wil weten of hij die drie doelen gaat meenemen, ja of nee. Daarnaastvroeg ik of de Staatssecretaris kan toezeggen dat hij niet alleen zal sturenop vervolgonderzoeken, maar ook op concrete maatregelen. Die vraagheeft de Staatssecretaris wel herhaald, maar hij bevestigde niet dat hijgaat sturen op concrete maatregelen. De Staatssecretaris zei «we gaanbezien of en hoe», maar kan de Staatssecretaris er gewoon duidelijk overzijn of hij het gaat doen of niet? Dat helpt mij in het vervolg.Staatssecretaris Jansen:Voor de laatste vraag zal het lid Kostic´ het moeten doen met het antwoorddat ik gaf. Op de eerste vraag is het antwoord: ja, indien mogelijk. Op demiddelste vraag kom ik in de tweede termijn terug.De voorzitter:Het lid Kostic´, tot slot.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Is de vraag over de ja-jasticker al beantwoord of komt die nog?De voorzitter:Die beantwoording komt nog.Staatssecretaris Jansen:Die vraag wordt behandeld in het mapje overig.De voorzitter:Dan stel ik voor dat we doorgaan naar het mapje overig.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Dit is de grootste map, dus daar zijn we wel een tijdjemee bezig.Ik begin met een vraag van mevrouw Wingelaar van NSC. Ze vroeg watmijn visie is op de inzamelcapaciteit en op statiegeld. Ze vroeg ook of ikzicht heb op welke aanpassingen in de wetgeving noodzakelijk, nuttig enmogelijk zijn. Producenten halen de wettelijke inzameldoelstelling van90% van de blikken en flesjes met statiegeld niet. Het is duidelijk dat er inieder geval meer innamepunten moeten komen. Toezichthouder ILT heeftVerpact gelast om 5.400 nieuwe innamepunten te realiseren. Het isbelangrijk dat het consumenten makkelijker wordt gemaakt om hunstatiegeld te innen. Ik wil niet vooruitlopen op de uitkomsten van deevaluatie. U ontvangt in het voorjaar het rapport met mijn eerstebeleidsreactie. We zijn natuurlijk wel in gesprek met verschillende partijen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33455 zoals gemeenten, om te kijken hoe we het aantal inzamelpunten kunnenuitbreiden. Uiteindelijk is het aan Verpact om de noodzakelijke aantallen tehalen. Wij voeren er wel gesprekken over.Mevrouw Wingelaar vraagt rond het onderwerp statiegeld om een updateover grensregio-effecten. Deze vraag is volgens mij al eens eerder gesteld.Op dit moment hebben nog niet alle landen in Europa een statiegeld-systeem. Met de Verpakkingenverordening die deze week is vastgesteld,wordt dat op termijn wel verplicht. Buurlanden zullen dan ook statiegeldinvoeren. Volgens Verpact gaat maar een beperkt aantal verpakkingen degrens over. Het loont dus niet om een specifieke maatregel te treffen omdat aan te pakken. De Verpakkingenverordening schrijft voor dat lidstatenrekening moeten houden met effecten in de grensregio’s. We verwachtendus dat het een tijdelijk verschijnsel is. Ik begrijp dat dit misschienonbevredigend is, maar het is de situatie zoals die nu is.Mevrouw Wingelaar vraagt waarom de statiegeldevaluatie is vertraagd.De afronding van de evaluatie was inderdaad gepland voor eind dit jaar.De voorbereiding en opzet van de evaluatie had echter iets meer tijdnodig. Ook gedurende de looptijd van de evaluatie bleek dat er meer tijdignodig is om een zorgvuldig resultaat met de Kamer te kunnen delen. Ikontvang het rapport in het begin van 2025. Daar moet ik dan eerst nogmijn beleidsreactie op vormen. Beide stuur ik in het voorjaar aan deKamer. Ik hecht eraan te zeggen dat ik geen beleidsvoornemens formuleerterwijl de evaluatie loopt. Dat geldt ook voor een eventuele verhoging vanhet statiegeldbedrag naar € 1. Dat voornemen heb ik niet geformuleerd,ook al dook een bericht hierover plotseling op in de krant.Dan heb ik een vraag van de heer Boutkan, de heer Stoffer en mevrouwWingelaar. Zij vroegen of er plannen zijn om het statiegeld te verhogennaar € 1. Volgens mij ben ik daarop ingegaan. Ik kan het volgende nogtoevoegen. De ILT heeft onderzoek gedaan en is nog bezig om de lastonder dwangsom te bestuderen. De ILT heeft Stichting Verpact gelast omte onderzoeken of de hoogte van het statiegeldbedrag kan helpen hetinzamelingspercentage te verhogen. De ILT kan op dit moment nog nietzeggen of hier een nieuwe last uit zal komen over de hoogte van hetstatiegeld. Het verhogen van het statiegeld naar € 0,50 of € 1 is iets wat inde media is opgedoken. Het is niet door het ministerie, de ILT of Verpactnaar voren gebracht als voornemen om er op dit moment iets mee tedoen. Zoals ik al zei, wordt de statiegeldregeling nu geëvalueerd. In hetvoorjaar van volgend jaar komen de Minister en ik met een beleidsreactieen het rapport.De heer Buijsse wil weten wat mijn ervaringen zijn bij het in een positiefdaglicht stellen van bodemassen als schone circulaire bouwstoffen. In eencirculaire economie is er uitsluitend een toekomst voor bodemassen alsdit schone en gewassen bodemassen zijn. Dit is ook de boodschapwaarmee de Speciaal Regeringsvertegenwoordiger Circulaire Economieop pad gaat. Hij is in gesprek met de partijen van de gehele keten diebetrokken is bij bodemassen. Zijn inzet is gericht op het creëren vandraagvlak en vertrouwen voor het beschouwen van schone bodemassenals veilige bouwstof. Het heeft dus onze aandacht en de SpeciaalRegeringsvertegenwoordiger Circulaire Economie is hiermee aan de slag.Mevrouw Rooderkerk vraagt hoe het staat met de Europese norm voorduurzame koolstof in de chemische industrie. Ze vraagt of wij hier nietzonder Europa mee aan de slag kunnen en of ik kan toezeggen ambitieusin te gaan zetten op de Clean Industrial Deal. Op dit moment is er geenEuropese norm voor duurzame koolstof in de chemische industrie. Mijnvoorganger heeft, samen met de toenmalige Minister van EZK,opgeroepen tot een overkoepelend Europees beleidskader, met als doelop Europees niveau het gebruik van duurzame koolstof in de chemischeindustrie te stimuleren. Ik blijf mij hier ook voor inzetten, samen met deMinister van KGG. Ik ben daarnaast in gesprek met de EuropeseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33456 Commissie over het nieuwe werkprogramma van de Commissie en overde aangekondigde Clean Industrial Deal.Mevrouw Rooderkerk vraagt hoe de Staatssecretaris aankijkt tegen truepricing bij het inkoopbeleid van de rijksoverheid. Ik denk dat het heel goedis om het afwegen van de maatschappelijke kosten een grotere rol tegeven bij het inkoopbeleid. Daarom komt er een pilot om te onderzoekenhoe true pricing kan worden meegenomen in de beoordeling van offertesbij inkoop en aanbestedingen. De Kamer wordt over de uitkomsten vandeze pilot in 2025 geïnformeerd.Mevrouw Rooderkerk vraagt hoe het staat met de circulariteitseisen bijaanbestedingen voor infra en bouw. Op dit moment bereid ik regelgevingvoor om te zorgen dat de milieu-impact van de infrasector wordt verlaagden circulariteit wordt gestimuleerd. Voor de woningbouw bestaat dezeregelgeving al, namelijk de MilieuPrestatie Gebouwen. Het bedrijfslevenen medeoverheden wensen eenduidigheid in het aanbesteden van infra,zodat er perspectief ontstaat om te investeren in verduurzaming encirculariteit. Op dit moment besteden partijen op verschillende manierenaan. Dat veroorzaakt onduidelijkheid. Er is op een eerder momentregelgeving aangekondigd. Het is uiteindelijk een maatregel geworden inhet Nationaal Programma Circulaire Economie, dat aansluit op deEuropese Bouwproductenverordening.Dan nog een vraag van mevrouw Rooderkerk. Zij refereert aan de Richtlijnrecht op reparatie en vraagt welke maatregel ik ga nemen om reparatie tebevorderen. Deze richtlijn stelt dat lidstaten ten minste één maatregelmoeten nemen ter bevordering van reparatie. De maatregel kan zowel vanfinanciële als niet-financiële aard zijn. Er zijn verschillende mogelijkheden.Eén ervan is het ondersteunen van initiatieven uit de gemeenschap, zoalsrepaircafés. Andere mogelijkheden zijn het organiseren van opleidings-programma’s of het nemen van lokale maatregelen voor het toeganke-lijker maken van reparatie. Er is nog geen besluit genomen over welkemaatregel of maatregelen we gaan nemen. De verschillende mogelijk-heden en effecten ervan worden nog nader verkend.De heer Stoffer vraagt of er afspraken worden gemaakt over meerhergebruik en reparatie, verplichte beschikbaarheid van onderdelen eneen fonds voor reparatiebonussen. Het antwoord is ja. Er is al wetgevingvoor hergebruik en reparatie. De EU-Ecodesignwetgeving, die ik al eerdernoemde, gaat hierover en richt zich op verschillende productgroepen,zoals tv’s, wasmachines enzovoorts. De wetgeving houdt onder meer indat deze producten goed te repareren moeten zijn en dat er reserveonder-delen beschikbaar moeten zijn. Komende jaren zullen deze eisen voorsteeds meer productgroepen gaan gelden. Op nationaal niveau kijken wenaar financiële prikkels, inclusief een mogelijk reparatiefonds of eenreparatiebonus. Er loopt een onderzoek. Begin 2025 wordt de Kamerhierover nader geïnformeerd.De heer Stoffer vraagt of er binnenkort ruimte is om zonder een duurcertificaat reparaties uit te voeren aan elektronica. Ook wil hij weten ofapparaten pas als afgedankt worden beschouwd als er niets nuttigs meermee te doen is. Het antwoord is in essentie ja. Ik bereid een aanpassingvan de regels voor. Voor kleine reparatiebedrijven wordt de certificeringdan vervangen door een simpele set voorschriften. Die voorschriftenblijven wel nodig voor veiligheid en milieubescherming. Bij het afdankenvan apparaten moet worden gekeken of ze nog gerepareerd of hergebruiktkunnen worden. Het voorstel voor de afgifteplicht voor afgedankteelektronica houdt daar rekening mee. Daarnaast komt er binnenkort eenhandreiking waarmee ondernemers kunnen bepalen of een apparaat alsafval moet worden beschouwd. Zowel de aanpassing voor het certificaatals het voorstel voor de afgifteplicht worden in de eerste helft van 2025naar de Kamer gestuurd.Mevrouw Rooderkerk vraagt welke producten onder de reparatierichtlijnvallen. Dat zijn producten waarvoor op EU-niveau repareerbaarheidseisenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33457 gelden volgens de Edodesignwetgeving, zoals wasmachines, stofzuigers,mobiele telefoons. De Europese Commissie zal de komende jaren aan nogmeer productgroepen de eisen stellen die gelden volgens de Ecodesign-wetgeving. Het gaat dan om veelgebruikte elektronische producten engrotere huishoudelijke producten.Mevrouw Rooderkerk vraagt welke reparatierechten consumenten hebbenvoor producten die buiten het bereik van de reparatierichtlijn vallen. Alseen product kapotgaat binnen de wettelijke garantieperiode, hebbenconsumenten recht op gratis herstel of vervanging door de verkoper. Ditgeldt voor alle producten. De richtlijn voorziet erin dat fabrikanten vanproductgroepen die onder de Ecodesignrichtlijn vallen, deze producten opverzoek van de consument ook nog na het verstrijken van de garantie-termijn moeten repareren voor een redelijke prijs. Daarnaast staat in derichtlijn dat als een product binnen de wettelijke garantietermijn wordtgerepareerd, in bepaalde gevallen de garantietermijn met een jaar wordtverlengd.Dan heb ik nog een vraag van mevrouw Rooderkerk. Ze vraagt hoe hetstaat met de uitvoering van de motie-Bamenga over reparatievouchers.De mogelijkheid van een reparatiebonus, zoals genoemd in de motie-Bamenga, is betrokken in het verkennende onderzoek van KPMG naarfinanciële prikkels voor reparatie. Dit staat ook in de recente brief die deKamer heeft gekregen naar aanleiding van de motie-Stoffer. Deze staatvandaag ook op de agenda. De resultaten van het verkennende onderzoekworden in het eerste kwartaal van 2025 met de Kamer gedeeld. We zullendan ook naar concrete vervolgstappen kijken.De heer Pierik leidde zijn vraag in met de opmerking dat voor de circulaireeconomie voldoende vaklieden nodig zijn. Zonder deze mensen is het nietmogelijk. Hij vraagt of ik dat meeneem in mijn beleid. Het kabinet heeftzeker aandacht voor de benodigde menskracht en vakmanschap in decirculaire economie. We stimuleren de aandacht voor het circulair werkenin het beroepsonderwijs, zodat steeds meer jonge mensen met debenodigde vaardigheden op de arbeidsmarkt komen. We starten in 2025ook met om- en bijscholing voor mensen die al aan het werk zijn inpraktische beroepen, zoals het maken van ontwerpen, reparatie, maar ookin zakelijke dienstverlening of marketing voor circulaire producten.De heer Gabriëls vraagt hoe de Staatssecretaris gaat zorgen voor eenbloeiende textielsector. In het nieuwe beleidsprogramma circulair textielstaat uitgewerkt welke acties en maatregelen het kabinet de komendejaren wil nemen voor de textielsector. Hierin wordt de afnemendekwaliteit van textiel ook als probleem benoemd. Een belangrijkemaatregel is de Ecodesignverordening voor duurzame producten. Europawerkt daarmee aan eisen voor textiel dat van goede kwaliteit is en dat isontworpen om lang mee te gaan. Daarnaast onderzoeken we maatregelenom ultra-fast fashion tegen te gaan, bijvoorbeeld door het beprijzen vanniet-circulair textiel. Tot slot wordt de UPV textiel uitgebreid. Zo wordenschoenen toegevoegd en komen er eisen aan tariefdifferentiatie om zocirculaire keuzes te belonen.De heer Stoffer vraagt of de Staatssecretaris kan zorgen voor eeninstaptoets voor producentenorganisaties voor de textiel, zoals dat ook inBelgië het geval is, vooral met het oog op handhaving. Producenten dieonder de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid textiel vallen,moeten sinds 2023 melden en rapporteren hoeveel textiel ze op de marktbrengen. Vanaf 2026 moeten de producenten rapporteren over dedoelstellingen voor voorbereiding voor hergebruik, recycling en vezel-tot-vezelrecycling. Daar wordt door de ILT al op gehandhaafd. We kennen nugeen instaptoets voor producentenorganisaties. We kijken in hetdoorontwikkelingstraject van de UPV wel of er meer eisen kunnen wordengesteld aan die organisaties. Het komt ook in steeds meer Europeseregelgeving aan de orde. We zijn bereid om ook te kijken of een instap-toets, of iets dat daarop lijkt, daarin een rol zou kunnen spelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33458 De heer Gabriëls vraagt of we in Nederland, net als in Frankrijk, een taxkunnen heffen op fast fashion. Hij vraagt om een onderzoek naar diemogelijkheid. We volgen de ontwikkelingen in Frankrijk en de wijzewaarop deze tax wordt uitgewerkt. Uit eerdere gesprekken blijkt dat dezefast-fashiontax wordt ingevuld door tariefdifferentiatie onder de UPVtextiel. Na herziening van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen is het voorlidstaten verplicht om tarieven te differentiëren. Dit moet gebeuren opbasis van de eisen die in de Ecodesignverordening voor duurzameproducten worden uitgewerkt. Het goed uitwerken en invoeren van dezeeisen onder de UPV textiel heeft voor Nederland prioriteit. De verwachtingis dat deze wijzigingen voor de UPV textiel in Nederland in 2027 wordendoorgevoerd.De heer Gabriëls en de heer Stoffer vragen of er in de textielsector eenbijmengverplichting wordt ingevoerd voor recyclaat. Nederland zet inEuropa in op circulaire ontwerpeisen voor textiel, waaronder een verplichtpercentage recyclaat. Dit wordt de komende jaren voor textiel uitgewerktin de Ecodesignverordening voor duurzame producten. Daarmee zal hetvoor alle producten op de Europese markt verplicht worden om eenminimaal percentage recyclaat toe te passen in nieuwe textielproducten.De heer Gabriëls vraagt of de Staatssecretaris herbruikbaar glas wilstimuleren. We zien mooie voorbeelden van het hergebruik van glas,bijvoorbeeld bij bierflesjes, zoals de heer Gabriëls al zei. Daarom ben ikbereid om te kijken of en hoe hergebruik van glas gestimuleerd kanworden. Er zijn wel belangrijke ontwikkelingen die we eerst willenafronden. De Europese Verpakkingsverordening is afgelopen maandagformeel aangenomen. Hier staan ook eisen in voor hergebruik enherbruikbare verpakkingen. Daarnaast ben ik de huidige doelstellingenvoor recycling en hergebruik van verpakkingen aan het evalueren. Wehopen de Kamer in het voorjaar over de uitkomsten daarvan te infor-meren. We willen eerst de uitkomsten van de evaluatie kennen enduidelijk hebben wat het effect is van de Verpakkingsverordening opNederlands beleid. Als we die informatie hebben, ben ik bereid om tekijken naar het stimuleren van herbruikbaar glas.Mevrouw Rooderkerk merkt op dat voor retourzendingen een eerlijke prijsmoet worden betaald. Ze vraagt wat ik hierover kan toezeggen. In 2025wordt samen met het Ministerie van Economische Zaken onderzoekgedaan naar de milieuwinst die behaald kan worden met het verminderenvan retourzendingen. Ook wordt onderzocht op welke manier onnodigeretourzendingen kunnen worden voorkomen. Uit onderzoek blijkt dat hetbij de meeste retourzendingen om kleding gaat. Daar zal dan ook de focusop liggen. In het onderzoek wordt ook gekeken naar de effecten van eeneventuele verplichtstelling van retourkosten.Lid Kostic´ zegt dat mensen overspoeld worden door reclame en daardoormoeilijk weerstand kunnen bieden. Ze vraagt of de Staatssecretaris kanverkennen via welke route het mogelijk is om reclame voor wegwerppro-ducten te verbieden. Ik ben het ermee eens dat mensen niet zoudenmoeten worden aangespoord tot het aanschaffen van wegwerpproducten.Een verbod op bepaalde reclames moet wel een juridische grondslaghebben. Recent heeft mijn collega, Minister Hermans, de Kamer geïnfor-meerd over de juridische aspecten die zijn verbonden aan een verbod opreclame voor fossiele producten. De conclusie was dat een nationaalverbod niet per definitie onmogelijk is. Er zitten wel behoorlijk watjuridische haken en ogen aan. Ik ben bereid met de collega op ditdepartement verder te verkennen wat we wél kunnen doen. De eerderge-noemde kanttekeningen moet ik er echter wel bij plaatsen.Het lid Kostic´ vraagt naar de stand van zaken van de landelijke invoeringvan de ja-jasticker. Dit was een van de vragen die nog openstond. Deverkenning naar de landelijke invoering van de ja-jasticker is dit jaarafgerond. Ik heb de uitkomsten naar uw Kamer gestuurd. Ik ben op zoeknaar de juiste juridische basis. Tegelijkertijd heb ik te maken met EuropeseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33459 kaders die een landelijke invoering van de ja-jasticker bemoeilijken. Wezijn dat nu aan het bestuderen. We kijken ook naar de proportionaliteit,omdat de papierverspilling door folders op dit moment ook al autonoomaan het afnemen is.Ik durf het bijna niet te zeggen, maar dit is de laatste vraag. De heerGabriëls vraagt of de Staatssecretaris met zwerfafvalrapers in gesprek kangaan, met als doel gevonden plasticvarianten waarvoor ook plasticvrijealternatieven bestaan, in kaart te brengen en te verbieden. Ik denk dat hetbelangrijk is om zwerfafval zo veel mogelijk terug te dringen, zeker hetplastic in het zwerfafval. Daarom laat ik een onderzoeksbureau kijken naarde mogelijke uitbreiding van de aanpak van plastic producten in hetzwerfafval. We onderzoeken wat de beste aanpak is en de resultaten zullenin het eerste kwartaal van volgend jaar naar de Kamer worden gestuurd.De voorzitter:Voordat we overgaan op de interrupties kijk ik even naar de Kamer of allevragen zijn beantwoord. Ik heb het dan niet over een wellicht onbevre-digend antwoord, maar over vragen die u gemist heeft in de beant-woording van de Staatssecretaris. Ik begin bij de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Ik had te weinig tijd, dus ik kon een vraag niet stellen.De voorzitter:Dat is heel creatief, maar dat mag niet. De heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ja, eh...De voorzitter:Het gaat om een vraag die u gemist heeft in de beantwoording.De heer Boutkan (PVV):Ja, dat klopt. Het was een vraag die ik stelde over de toepassing vanrecyclaat in plastic leidingen, waaronder druk-, gas- en drinkwaterlei-dingen. Mijn vraag was of dat wettelijk gezien kan en of het niet strijdig ismet andere wetgeving.Staatssecretaris Jansen:Die vraag heb ik gemist. Ik zal die in de tweede termijn beantwoorden.De voorzitter:Ik kijk nog even verder. Mevrouw Wingelaar.Mevrouw Wingelaar (NSC):De Staatssecretaris gaf als antwoord dat er niet veel producten over degrens gaan, maar dat weet de Staatssecretaris helemaal niet. Jumbo enAlbert Heijn produceren namelijk voor de Belgische en Nederlandse marktdezelfde flessen. Mijn vraag komt elke keer niet goed aan, merk ik. Ik koopin België hetzelfde flesje water van het Albert Heijn-merk als in Nederland.Ik betaal in België geen statiegeld. Ik breng het naar Nederland en leverhet daar met zakken vol in.(Hilariteit)De voorzitter:Dat is óók heel creatief. We zijn nu getuige van een bekentenis.Mevrouw Wingelaar (NSC):Nee, ik niet. Ik klink wel erg Belgisch, maar ik woon in Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33460 De voorzitter:Mevrouw Wingelaar, uw concrete vraag.Mevrouw Wingelaar (NSC):Hoe gaat de Staatssecretaris dit voorkomen? Het verhoogt de druk op deinlevermachines in de grensregio’s gigantisch.De voorzitter:Duidelijk. Het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Ik heb deze vraag eerder gehoord. Ik weet uit eigen ervaring dat je, als jein Duitsland frisdrank koopt, deze niet kan inleveren bij een NederlandseAlbert Heijn. Blijkbaar is het een typisch Belgische situatie; dat ben ik danmet u eens. Ik zal daar in de tweede termijn wat uitgebreider opterugkomen.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Een van de vragen was of de Staatssecretaris de UPV dusdanig kanaanpassen dat er tariefdifferentiatie komt voor producten die een lagerzwerfafvalrisico hebben. Er waren dus twee vragen: één over plastic en deandere over...Staatssecretaris Jansen:Ik denk dat ik daar in tweede termijn op terugkom, want de vraag is vrijspecifiek. Ik wil wel het juiste antwoord geven aan de heer Gabriëls.De voorzitter:Nee, het gaat niet om gewone vragen. Het gaat nu specifiek om vragendie u in de eerste termijn gesteld heeft en die niet beantwoord zijn doorde Staatssecretaris. Daar gaat het om. Er komt nog een tweede termijn etcetera, en er komen nog interrupties. Het woord is aan het lid Kostic´ endan aan de heer Buijsse.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik hoop dat dit niet als een interruptie telt, maar dat is aan de voorzitter. Ikhoorde eigenlijk twee toezeggingen: de Staatssecretaris gaat kijken wat demogelijkheden zijn om reclame die wegwerpproducten promoot, juridischaan te pakken. Hij gaat het nader bezien. Ik wil heel graag weten wanneerdat komt.De voorzitter:Sorry, maar dit kan in tweede termijn. Ik wil voor de zorgvuldigheid datalle vragen door de staatsecretaris beantwoord zijn, en dan volgt detweede termijn. Het woord is aan het lid Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Een oplettende kijker thuis attendeert mij erop dat een vraag van de heerStoffer niet beantwoord is. Ik kan hem voorlezen. «Een ander knelpuntbetreft de residustromen. De bijbehorende verbrandingskosten vliegenomhoog door de stapeling van heffingen bij afvalenergiecentrales. Kan deCO2-heffing voor afvalenergiecentrales ten minste beperkt worden totverbranding van niet gesorteerde afvalstromen?»De voorzitter:Nu we dan toch bezig zijn, stel ik voor dat we het podium geven aan deStaatssecretaris, de heer Van Oostenbruggen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33461 Voorzitter, dank u wel. Ik ben er ook nog, en ik heb lekker zitten wachten.We hebben ook ruim de tijd. Ik ga zelf natuurlijk ook flink de tijd nemenvoor de drie vragen die ik heb. De vraag van de heer Stoffer is er een van.Allereerst hadden we het de vorige keer dat wij in debat waren, over staalbij Defensie en nu hebben we het over plastic. Op zich is dat eeninteressante ontwikkeling. Ik ga in ieder geval het een en ander vertellenover hoe wij op fiscale wijze aankijken tegen de circulaire economie.We staan als Nederland voor een grote opgave om over te stappen op eencirculaire economie, en dat zien we. We hebben het over een systeemtran-sitie die alle hoeken van de maatschappij zal raken. Belastingen raken ookalle hoeken van de maatschappij. In de discussie over hoe tot eencirculaire economie gekomen wordt, gaat het heel vaak over de noodzaakvan een goede circulaire businesscase. Daar hoort beprijzing bij. Zonderbusinesscase gaat de transitie niet vliegen. In de discussie wordt vaak delink gelegd met de fiscaliteit en de manier waarop wij willen gaanbeprijzen, want daar zijn een hele hoop keuzes in te maken. Mijn prioriteitligt de komende maanden in ieder geval bij het uitwerken van deafspraken in het regeerakkoord om een circulairplasticheffing eneventuele beprijzende alternatieven uit te werken. Dat onderzoek loopt enik heb daar nu ook geen informatie over. Het wordt zeker bij de voorjaars-besluitvorming meegenomen.Ik kan ingaan op een aantal specifieke vragen. Ik heb vragen van mevrouwWingelaar, de heer Gabriëls en het lid Kostic´ die eigenlijk allemaal indezelfde lijn liggen. Ik lees de vragen even opnieuw voor.De vraag van mevrouw Wingelaar is: «De lineaire economie staat nogaltijd voorop; welke oplossingen zijn er?» De heer Gabriëls vraagt opwelke manier de transitie binnen het kabinet samen wordt vormgegevenen wat er mogelijk is met een taxshift. Dat gaat ook een beetje over deinrichting van de economie. De heer Pierik vraagt of ik in beeld kanbrengen wat de consequenties voor de economie en de gemiddeldeburger zijn van een taxshift van belasting op arbeid naar belasting opmateriaal. De Partij voor de Dieren heeft een vergelijkbare vraag.Vanuit de fiscaliteit dragen we bij het Ministerie van Financiën natuurlijkons steentje bij. Het regeerprogramma heeft het over normeren, stimu-leren en beprijzen. Normeren en stimuleren zijn de spreekwoordelijkeafdeling van de heer Jansen. Om een voorbeeld te geven van wat we albijdragen: verbranden en storten van afval wordt reeds belast onderafvalstoffenbelasting en de zogenaamde CO2-heffing. Het niet-circulair zijnheeft daarmee altijd een prijs, en die prijs loopt langzaam of snel op. Hetis maar net hoe je ertegen aankijkt. In ieder geval werk ik die afspraak inhet regeerprogramma met betrekking tot een eventuele circulairplastic-heffing verder uit.Tegelijkertijd begrijp ik ook de oproep of er niet nog meer kan. Ik benabsoluut bereid om ook in het kader van een nieuw belastingstelsel tekijken naar de mogelijkheden en effecten van een taxshift. Daarbij wil ikwel even gezegd hebben dat belastingheffing – dat is natuurlijk ook eenklein beetje ter verdediging van de toko Fiscaliteit en Belastingdienst –primair bedoeld is om geld binnen te halen voor alle lovende en goededingen die we doen in deze maatschappij, voor de voorzieningen die weals Nederland belangrijk vinden. Het is daarbij van belang dat belasting-heffing stabiel en zeker is. Dat is het primaire belang. Het secundairebelang kan natuurlijk zijn dat je belastingheffing gaat inzetten voorgedragssturing, maar dat heeft wel een heel vervelend effect voor deafdeling Belastingen. Dat wil zeggen: als het werkt, dan worden debelastinginkomsten daarna minder. Dat is natuurlijk niet de bedoeling alsje primaire doel is om voorzieningen te financieren. Tegelijkertijd is hetiets wat we al sinds jaar en dag doen, en uiteraard heeft dat een plek ineen nieuw belastingstelsel.Maar goed, om de verwachtingen ook daar even te managen: een taxshiftvan arbeid naar vergroening is in principe een hele slimme lastenver-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33462 schuiving. Het vergroot de prikkel om te gaan werken en maakt tegelij-kertijd de prikkel om te vervuilen minder groot. Het klinkt allemaal alsplus-plus, win-win. Ik wil de verwachtingen daarbij wel temperen, want inde praktijk blijkt zo’n taxshift heel ingewikkeld. Een belangrijke redenhiervoor is dat in absolute euro’s de lasten op arbeid echt veel en veelhoger zijn dan de lasten op vergroening en niet zo’n klein beetje ook. Terillustratie: op dit moment wordt 22 miljard binnengehaald met milieu enautogerelateerde belastingen. De autogerelateerde belasting kennen we alheel lang; de motorrijtuigenbelasting valt daar ook onder. 22 miljard klinktveel – het is ook veel – maar op arbeid halen wij op dit moment 231miljard op. Dat is een ruime factor 10 meer. Om de lasten op arbeid eenheel klein beetje te verlagen – dit heeft eigenlijk een marginaal effect oparbeid; effect zou je met een taxshift toch wel graag willen – is dus eenrelatief forse verhoging van milieubelastingen nodig.Een voorbeeld. Er is veel discussie over energiebelasting, ons allenbekend. Dat zeg ik er maar even bij: die moet omlaag, die moet omhoog.Nu levert energiebelasting in ieder geval 5 miljard op. Stel je voor: vooreen verlaging van het tarief in de eerste en tweede schijf van box 1 met1% – dat is niet veel, niet dat je bij je nieuwe loonstrook denkt, jeetjemina,wat hou ik netto veel over – zouden we de energiebelasting moetenverdubbelen. Met alle discussies die we dan hebben over betaalbaarheid,kom je ook heel snel in de knoop. Natuurlijk is het iets wat je wel wil, maaraan een taxshift en dan vooral aan een taxshift in de categorie van een bigbang – ik zeg het maar even netjes – zitten wel nadelen. We kijken er zekernaar, maar verwacht niet dat we zo meteen geen lasten op arbeid hebbenen alleen maar op dingen die het milieu belasten, want daar gaan wegewoon niet aan komen. Ik zit al helemaal te denken hoe je 231 miljardeuro kan verdelen. Tegelijkertijd is het wel onderwerp van gesprek. Datzeg ik even over de inrichting van de economie. Ja, we zijn ermee bezigen nee, het is niet de holy grail waarmee binnen een jaar ons belasting-stelsel fundamenteel wordt omgegooid.De heer Stoffer vraagt hoe we gaan zorgen voor een effectieve heffing opolieproducten die als plastic de markt op komen. Dat was volgens mij ookeen beetje de vraag van de heer Buijsse.De voorzitter:U ziet vanzelf wel wie zich aangesproken voelt.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dit kabinet heeft in het regeerprogramma afgesproken om een heffing opplastic in te voeren. We hebben bedacht om daarvoor een budgettaireopbrengst van 547 miljoen structureel in te boeken. Dat is een hele forsetoegevoegde belasting. Deze beleidsmaatregel is onderdeel van datbredere pakket van stimuleren, normeren en beprijzen. Om uitvoering aandeze afgesproken maatregel te geven, zijn allerlei aparte externeonderzoeken in gang gezet. Daar wordt in kaart gebracht op welke maniereen heffing op plastic zou kunnen worden vormgegeven, hoe dit aansluitop de circulairplasticnorm en wat de beleidseffecten daarvan zijn. Wehebben dus de norm en de beprijzing staan. Ook wordt separaatonderzoek gedaan naar mogelijke alternatieve beprijzingsmaatregelenvoor het stimuleren van circulair plastic. In het voorjaar zal het kabinet, naoverleg met de sector, de verschillende onderzoeken en de economischeeffecten wegen en hier een besluit over nemen. Het staat in het hoofdlij-nenakkoord, maar het is ook een heel belangrijk onderwerp hier. Het iseen nieuwe belasting en als je een nieuwe belasting invoert, moet je deuitvoering ook heel erg meewegen. Als ik dat niet doe, dan kan ik nietterugkomen op het ministerie. We willen dat vorm gaan geven. Het staatin het hoofdlijnenakkoord: dit gaan we doen.Dan vraagt de heer Stoffer of de CO2-heffing voor afvalcentrales tenminste beperkt kan worden tot verbranding van niet gesorteerdeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33463 afvalstromen. Dat was ook de vraag van de heer Buijsse. Allereerst: degrondslag voor de CO2-heffingindustrie is álle fossiele CO2-uitstoot. Daarzit dat dus bij. Dan is de vraag of je eventueel de bijmenging daaruit kanhalen. Dat is een interessante vraag en ik begrijp de gedachte, maar voorhet bepalen van de uitstoot wordt in de CO2-heffingindustrie een-op-eenaangesloten bij de regels van het Europese emissiehandelssysteem. Heteruit halen komt de eenduidigheid van de sector en ook de uitvoer-baarheid niet ten goede. Het uitsluiten van bepaalde stromen is in mijnogen op dat moment onwenselijk en ook heel ingewikkeld. Ik hebnatuurlijk oog voor de gevolgen voor de recyclingsector. Daarbij geldt ookdat hoe meer er gerecycled wordt, hoe minder ton er verbrand wordt enhoe minder er dan weer wordt geheven. Dat effect dat recycling inafvalstromen uiteindelijk ook in de businesscase positief meeweegt, zoudaar theoretisch in moeten zitten.In onderzoeken wordt bijvoorbeeld ook gesproken over de hoeveelheidplastic in ons eigen afval versus geïmporteerd afval. In landen waar heelslecht gerecycled wordt, zit er veel meer plastic in het afval. Het resultaatis dat het ook duurder is om dat te verbranden. Uiteindelijk zit die wegingof die positieve prijsprikkel om goed te recyclen er in zekere mate wel in.Uit externe evaluatie van de afvalstoffenbelasting blijkt dat het uiteindelijkniet eenduidig is of dat nou de businesscase negatief aan het beïnvloedenis. We kijken er wel verder naar, maar de oplossingsrichting om in hetEuropees handelssysteem of in ieder geval die een-op-eenkoppeling los telaten, zou om allerlei pragmatische redenen niet onze voorkeur hebben.De heer Grinwis vraagt of ik bereid ben om als uitgangspunt te hanterendat met de plasticheffing het gebruik van gerecycled plastic aantrekkelijkermoet zijn dan het gebruik van virgin plastics. Ik moet wel zeggen dat iktwee weken geleden, toen het fossielesubsidiedebat in voorbereiding was,voor het eerst hoorde van virgin plastics. Je leert als Staatssecretaris elkedag. Het antwoord op de vraag is overigens heel simpel: ja. Het kabinetlaat momenteel verschillende varianten voor plasticheffing onderzoeken.Het uitgangspunt is dat plasticheffing alleen geldt voor fossiele plastics endus niet voor gerecyclede plastics. Hierdoor zal de businesscase voorgerecycled plastic uiteindelijk verbeteren. Wat de effecten van plastic-heffing precies zijn, zal moeten blijken uit het onderzoek. Dat geeft danook aan hoe je dat gaat beprijzen om uiteindelijk tot de doelen te komendie je ervoor stelt. Op basis hiervan zal het kabinet in het voorjaar eenbesluit nemen over die plasticheffing. Uiteraard doe ik dat niet alleen,want het is ook zeker het gebied van mijn collega-Staatssecretaris, de heerJansen, die naast mij zit.De voorzitter:Fijn, hartelijk dank. Ik kijk naar de Kamer of er verder nog behoefte is aaninterrupties. Ik vermoed van wel. Dan begin ik bij mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank voor de beantwoording, ook aan de Staatssecretaris aan wie ik numijn vraag ga richten. Ik kom terug op iets wat de staatsecretaris zei overhet Klimaatfonds. Dat zou in principe ook geheel voor circulair tegebruiken zijn. Volgens mij is dat niet het geval, want het richt zich opCO2-besparing. Dat kan circulair zijn, maar dat hoeft niet. Vandaar ookmijn eerdere vragen – maar daar wordt nog onderzoek naar gedaan – overdie plastic recyclingbedrijven en of die niet elders geholpen zoudenmoeten worden binnen het Klimaatfonds. Ik zou nu iets willen vragen overde toezegging om komend jaar onderzoek te doen naar true pricing. Ik bendaar heel blij mee. Ik ben benieuwd in welk kwartaal we daar iets overzouden kunnen verwachten. Het is wellicht interessant om in deuitwerking daarvan de manier te bekijken waarop dat al vormgegevenwordt in de gemeente Amsterdam, zodat het wiel niet opnieuw hoeft teworden uitgevonden. Daar wordt gebruikgemaakt van de milieukostenin-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33464 dicator voor het berekenen van de prijs en daar wordt vastgelegd dat hetbudget maximaal een percentage van de verwachte opdracht magbedragen.Ten tweede het in kaart brengen van drie kansrijke aanbestedingen: wat isde impact en wat zijn de te verwachten kosten?Ten derde hier één traject uit kiezen waarvoor het budget vrijgemaakt kanworden en de CO2-prijs kan worden toegepast: is het mogelijk om dit meete nemen in de beantwoording? Ik kan het uiteraard ook aan de assistentvan de Staatssecretaris doen toekomen.Staatssecretaris Jansen:Het antwoord op de eerste vraag is: tweede helft 2025. Op de tweedevraag kom ik wat uitgebreider terug in de tweede termijn.Mevrouw Rooderkerk (D66):Heel fijn die tweede termijn, en anders is het natuurlijk ook prima om er inde brief op terug te komen of het zo kan. Mijn tweede vraag ging over detoezegging dat er komend jaar onderzoek wordt gedaan naar de retour-zendingen. Ik ben benieuwd wanneer dat in het komend jaar is. Ik denkdat het heel interessant is om daarbij het meenemen van klimaatkosten tebekijken en wat er nog te doen is om te stimuleren dat er minder retourwordt gezonden. De Staatssecretaris gaf aan dat het samen met Econo-mische Zaken wordt opgepakt en dat het vooral over textiel gaat. Weweten dat er ook enorm veel producten retour worden gezonden. Bijbol.com bijvoorbeeld is met een derde van de items iets mis. Zij biedendie dan als tweedehands of tweedekans aan, maar dat gebeurt natuurlijkhelemaal niet overal. Ik vroeg me af of het ook breder kan wordengemaakt; dat wil zeggen: niet alleen textiel maar ook producten. Is hetmogelijk om ook tweedehands- of tweedekansproducten in die brief tebetrekken, dus dat je bedrijven stimuleert om dat ook op die manier tegaan doen en niet die producten gewoon weg te gooien?Staatssecretaris Jansen:Dit zijn heel veel vragen voor de tweede termijn. Ik kan wel de vraag overdie retourzendingen beantwoorden. We komen daar voor de zomer opterug.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb ook een gemiste vraag, denk ik. Ik ga toch even door met eeninterruptie. Ik begrijp niet zo goed wat de houding van de bewinds-persoon is als het gaat om de taxshift. Ik begrijp dat hij er wel positieftegenover staat, maar er mitsen en maren bij plaatst. Als ik het goed heb,gaat de Staatssecretaris nog voor de Voorjaarsnota een brief schrijvenover of en hoe er slimmere financiële prikkels kunnen komen die decirculaire ondernemer kunnen helpen. Om het specifiek te maken: kan deStaatssecretaris toezeggen dat hij in de brief meeneemt hoe die taxshiftdaarbij zou kunnen helpen?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Volgens mij gaan we in het voorjaar specifiek in op plasticheffing enalternatieve prijsmaatregelen daaromtrent. We komen sowieso rond hetvoorjaar met een brief over het nieuwe belastingstelsel waarin we hetmeenemen. In een recent debat over fossiele subsidies is volgens mijtoegezegd dat we daarin ook specifiek het onderwerp klimaat meenemen.Dat komt dus ook in een brief naar de Kamer. Ik vind het heel belangrijkom te benadrukken dat ik de visie van een taxshift heel erg onderschrijf enom tegelijkertijd te benadrukken dat we daar in relatie tot een totaal anderbelastingstelsel, alleen al vanwege de verschillen in grootheden, niet dewereld van moeten verwachten. Dat was, denk ik, meer het punt dat ikwilde maken. Ik hoop dat ik de vraag van het lid Kostic´ nu goed hebTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33465 beantwoord, want het is mij een beetje onduidelijk. Ik ga niet een briefschrijven over allerlei verschillende manieren om de circulaire economiete ondersteunen. Dat is volgens mij meer het werk van mijn collega-Staatssecretaris.De voorzitter:Wat is kort samengevat uw vraag, lid Kostic´?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Sorry, maar het is ingewikkeld. Ik probeer het een beetje duidelijker temaken. Deze bewindspersoon gaat over die belastingen. De vraag was ofhij het maximale uit die belastinghervorming kan halen om juist decirculaire economie zo veel mogelijk te prikkelen en circulaire onder-nemers te helpen. Zij worden benadeeld door het lineaire model, en onderandere door het huidige belastingsysteem. Ik heb begrepen dat dezebewindspersoon daar ook een brief over zou sturen; maar goed,misschien niet. Ik vraag hem er wel een brief over te sturen, waarin hijconcreet schetst welke maatregelen er wel mogelijk zijn binnen hetbelastingstelsel. Ik hoor hem nu heel pessimistisch zijn over wat er welmogelijk is, maar er is volgens mij meer mogelijk. Ik daag hem uit om datte verkennen, ook in het kader van een eerlijke kans geven aan circulaireondernemingen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Helder. Er loopt sowieso nog een onderzoek naar allerlei verschillendemanieren om de circulaire economie te ondersteunen. Wanneer de briefdaarover komt? Als dat onderzoek klaar is, komt daar uiteraard eenkabinetsreactie op, en die komt dan ook uw kant op. De brief waar ik heteerder over had in mijn inbreng – vandaar dat ik dat even splits – gingspecifiek over de plasticheffing. Ja, er komt iets uw kant op zodra hetonderzoek is afgerond naar het verder ondersteunen van de circulaireeconomie. U heeft dan volgens mij de toezegging dat er iets komt.De voorzitter:Er komt dus geen aparte brief, maar een onderzoek gelieerd aan ditonderwerp met een begeleidend schrijven?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ja exact, een kabinetsreactie zoals we dat altijd doen bij evaluatieonder-zoeken.De voorzitter:Oké, duidelijk.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik wil even benoemen dat ik het fijn vind dat de heer Van Oostenbruggener is en deze uitleg kan geven. Dit is de plek waar we de hele tijddiscussies hebben over hoe we het nou verder brengen. Dat ligt echt ophet terrein van deze Staatssecretaris. Dank daarvoor dus. Ik heb nog maaréén interruptie, misschien...De voorzitter:En u heeft nog een tweede termijn.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja, en een tweede termijn. Mijn vraag is voor de andere Staatssecretaris,de heer Jansen. De heer Jansen geeft aan dat hij gaat onderzoeken hoe hijdie rotzooi van Shein en die miljoenen kilo’s plastic kleding uit China kantegengaan. Die overspoelen de hele markt hier, waardoor tweedehands-en kringloopwinkels in de problemen komen. De staatsecretaris zegt: ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33466 wil gaan onderzoeken hoe we dat kunnen tegengaan. Ik wil eentoezegging dát hij dat gaat tegengaan, na welk onderzoek dan ook. Ditmoet gewoon stoppen. Graag daar een toezegging over. Niet onderzoekenhoe, maar toezeggen dat.De voorzitter:Kunt u dat toezeggen, Staatssecretaris?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij werd dat al eerder besproken. Die goedkope, niet-duurzametextielmaterialen komen trouwens niet alleen uit het Verre Oosten, maarook uit andere delen van de wereld. Uiteindelijk is het idee om dat juistmet elkaar Europees aan te pakken. Op het moment dat we het alleen alsNederland doen, kun je het nog steeds via de indirecte route naarNederland toe krijgen. We moeten het, ook om de Europese industrie tebeschermen, Europees aanpakken. Dat is de reden waarom wij zeggen: ja,we zijn ermee bezig, maar we hebben daar wel tijd voor nodig. Iedereenmoet er wel gelijktijdig in meegaan.De voorzitter:Dank. Dan kijk ik even verder. De heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Het gaat over de afvalverbrandingsinstallaties en de CO2-heffing. Ik bengeen expert, maar ik krijg door dat er een aanscherping van deCO2-heffing voor de industrie is van 35% naar 43%. Voor afvalverbran-dingsinstallaties is de aanscherping van 35% naar 80% CO2-heffing. Dankom je bij de vraag die ik ook eerder in dit debat plaatste over hetperspectief van de afvalverbrandingssector. Die sector is onderdeel vandie hele keten, en uiteindelijk belanden die kosten ook weer gewoon bij deconsument. U noemde terecht dat er een samenhang is tussen de normen de CO2-heffing. Dat is goed. Ik zou toch willen oproepen om de vraagte stellen of het eigenlijk wel eerlijk is wat hier gebeurt.De voorzitter:Staatssecretaris Van Oostenbruggen, denk ik?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Die vraag kan ik heel makkelijk beantwoorden. Grappig, ik heb die vraagook vrij recent in de Eerste Kamer gehad. Ik ga er een hele vervelendereactie op geven. Echt hoor, álles wat ik naar de Kamer stuur, vind ikeerlijk.De voorzitter:Dat is een hele geruststelling.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Het tweede punt ten aanzien van de afvalverbrandingsinstallaties: het iscontinu onderwerp van gesprek en het wordt ook in het Belastingplanopgenomen. Ook het afgelopen Belastingplan is gesteund door de Kamer.Uiteindelijk komen de niveaus van beprijzing langs de Kamer.De voorzitter:U heeft ook nog een tweede termijn, meneer Buijsse. Zou dit echt niet inde tweede termijn kunnen? Dan de heer Boutkan nog.De heer Boutkan (PVV):Op zich wel een hele geruststelling dat wat verstuurd wordt eerlijk is, zouik zeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33467 Staatssecretaris Van Oostenbruggen:En rechtvaardig. Dat was ook een vraag in de Eerste Kamer.De heer Boutkan (PVV):Ja, rechtvaardig. Om direct op rechtvaardigheid terug te komen: met diebelasting die beoogd wordt en die CO2-heffing kom je, pak ’m beet, uit op150%. Daarmee ga je een zodanig duurder tarief maken dat het aantrekke-lijker wordt om toch weer gebruik te gaan maken van nieuwe fossieleproducten en dergelijke. Je maakt het ook aantrekkelijker dat men vertrektnaar het buitenland om daar zijn handel te laten verbranden. We krijgendadelijk een uitstroom waarvan ik zeg: hoe zit het dan met de ecologischevoetafdruk die we – ja, ik niet, maar anderen – altijd zo hoog in hetvaandel hebben?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Allereerst zijn wij op dit moment netto-importeur van afval. Goedbe-schouwd komt er meer afval om te verbranden onze kant op dan er naarbuiten toe gaat. Ten tweede zijn weglekeffecten zeker een punt van zorg.De zorg is dat je het hier uiteindelijk zo duur maakt dat elders de fossieleemissies plaatsvinden, en je het klimaat er dus niet mee helpt. Dat wordtgewogen en het ligt elke keer op tafel als wij bezig zijn met beprijzing. Wehebben dat toevallig recent ook gedaan in het Belastingplan en dathebben we met elkaar ook vastgesteld. Ja, het is een risico, en nee, op ditmoment exporteren we per saldo ons afval niet.De voorzitter:Dank. Ik schors even voor vijf minuten, zodat we straks nog ruim een uurde tijd hebben om met elkaar het goede gesprek aan te gaan.De vergadering wordt van 16.15 uur tot 16.24 uur geschorst.De voorzitter:We gaan verder met het commissiedebat, te beginnen met de tweedetermijn van de kant van de Kamer. U heeft iets meer dan anderhalveminuut. Ik geef graag als eerste het woord aan de heer Buijsse van deVVD.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Het beter organiseren van de circulariteit van deeconomie is geen sinecure. Onze rapporteur riep op dat het vanaf nu echtanders moet. Dat was het eerste aandachtspunt waartoe hij het kabinetopriep. In alle eerlijkheid: ik ben niet tevreden met wat de rapporteurbedoelde en met de reacties die ik vandaag vanuit het kabinet hebgehoord. Ik ben blij en tevreden dat men in groten getale hier aanwezig is.Dank daarvoor. Ten aanzien van een aantal onderwerpen wil ik, medenamens mijn fractie, toch toewerken naar een aantal moties. Ik zal daartoebij dezen ook een verzoek doen voor een tweeminutendebat. Tegelijkertijdhebben we een moment stilgestaan bij de definitiekwestie rondomcirculaire bekertjes vanuit Europese wetgeving. Ik snap dat het in decontext van dit debat heel complex is om daar in detail over te gaandebatteren. Ik zal bij de eerstvolgende procedurevergadering decommissie toestemming vragen voor een technische briefing betreffendedit onderwerp, zodat we met expertise achter de hand netjes kunnendebatteren over dit specifieke onderwerp.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Dan geef ik het woord aan de heer Boutkan van de PVV.De heer Boutkan (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33468 Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me graag aan bij de woorden van de heerBuijsse. Dat geldt ook voor het tweeminutendebat, want ook wij hebbenwat in petto, zeg maar. Ik mis een reflectie van de Staatssecretaris op hettoegenomen plasticgebruik door de herbruikbare hardplastic beker. Daaris 30% uitval. Meer plastic wordt geproduceerd ten opzichte van diebekende – daar komt ie weer – kartonnen bekertjes. De cijfers die ik netallemaal opnoemde, komen van een hele grote fastfoodketen uit het land.Die hebben heus wel in de gaten wat hun uitvalpercentages en dergelijkezijn en hoeveel energie en water ze verbruiken. We zijn gewoon het kindmet het badwater aan het weggooien.Voorzitter. Ik had een aantal koppen genoemd. Ik heb daar nog geenantwoord op gehad, maar dat antwoord mag ook per brief van destaatsecretaris. Het gaat onder andere over reductiedoelstelling, normvoor hergebruik, hoogwaardige recycling, meetmomentrecycling,inzameling en recycling, definitie van plastic freight en de SUP-richtlijn. Eris sprake van een SUP-regeling, een circulairplasticnorm en plasticheffing,UPV et cetera, et cetera. De PVV wil graag van de staatsecretaris wetenaan welke regelingen, wetten en maatregelen het Ministerie van IenWwerkt; ook die welke afkomstig zijn uit Brussel. Als dat ook per brief kan,dan hoor ik dat graag van de staatsecretaris.De voorzitter:Dat gaan we straks in de tweede termijn horen. Mevrouw Wingelaar.Mevrouw Wingelaar (NSC):Dank u wel, voorzitter. Dank u wel allen voor het geven van deantwoorden. Het volgende houdt mij een beetje bezig. We hebben deafgelopen weken met bijna iedereen die op de tribune zit, gesprekkengevoerd. We hebben rondetafelgesprekken gehad. Ons is echt op het hartgedrukt dat het één voor twaalf is. Als ik iets mis in dit debat, dan is het ofdie urgentie echt gevoeld wordt.Een aantal dingen houdt mij nog bezig, waaronder dat plasticakkoord. DeStaatssecretaris zei dat er in 2027 een norm ligt, maar dat het welonderdeel uitmaakt van de integrale afweging. Ik zou heel graag en heelprecies willen weten wat hij daar nou mee bedoelde.Dank u wel.De voorzitter:Duidelijk. De heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik deel datgene wat al gezegd is over de urgentieen over de passie die eigenlijk gevoeld zou moeten worden om dit de kernvan het debat te laten zijn. We hebben het er heel veel over; de een overglas en de ander over bekertjes. Ik doe daaraan mee, maar daarboven zitdie taxshift, daarboven zitten belastingprikkels en daarboven zitten echtekeuzes van onder meer beprijzen en stimuleren. Over dat gesprek hebbenwe het nog niet. In dat kader wil ik de heer Van Oostenbruggen nog weleven op het hart drukken om vaker te komen als er circulaire-economiedebatten zijn. De kern van heel veel dat hier besproken wordt,ligt in zijn handen. Ik wil pleiten voor een brief waarin de Staatssecretarisecht aangeeft wat wel kan. Dat zou ons heel erg helpen. U legt uit dat hetmoeilijk is, maar u geeft ook aan dat u er wel voor openstaat om na tedenken over die taxshift. U zou de staatsecretaris Milieu heel erg helpendoor datgene wat u wel kunt doen, toch in een brief naar ons te sturen,zodat wij in ieder geval gerustgesteld zijn.Dan heb ik nog een vraag over de UPV textiel. Kan de bijlage van de briefaan producentenorganisaties niet alleen op gewicht gebaseerd zijn, maarook op kwaliteit, herbruikbaarheid en levensduur van kleding? Daar heb iknog geen antwoord op gehad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33469 Dank voor de toezegging dat er in 2027 sowieso een circulairplasticnormligt.Dan nog één vraag aan de heer Jansen.De voorzitter:Meneer Gabriëls, u gaat ervan uit dat u een toezegging heeft gekregen,maar ...De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Hij zei «ja» toen ik vroeg ...De voorzitter:Het is nog niet genoteerd als een toezegging. U heeft schijnbaar gehoorddat de Staatssecretaris heeft toegezegd met een norm te komen. Het gingmij er even om dat wij de toezeggingen bijhouden, maar dan gaat hetmeer om informatieverzoeken. Daar valt dit niet onder. Daarom was ikeven in verwarring over wel of geen toezegging. Dit betreft eentoezegging van de Staatssecretaris, maar dan niet over een informatie-verzoek en daarom staat die niet op mijn lijst. Gaat u verder.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Het maakt mij niet uit, als er maar een norm in 2027 ligt.Als laatste vraag ik of de Staatssecretaris met de zwerfafvalrapers incontact wil treden, en niet alleen met dat onderzoeksbureau dat hijnoemde, om na te gaan of bepaalde soorten plastic die worden terugge-vonden in zwerfafval, verboden kunnen worden als er een plasticvrijalternatief is.De voorzitter:Dank. De heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Van Oostenbruggen over deafvalenergiecentrales, namelijk in hoeverre er een gelijk speelveld is inEuropa. Ik heb even wat cijfers op een rij gezet om te kijken of er sprake isvan rechtvaardigheid, wat de heer Van Oostenbruggen zo belangrijk vindt.De verbrandingsbelasting in Nederland bedraagt € 39,23 per tonrecyclingresidu. In België bedraagt deze belasting € 4,21 per ton. InNederland komt daar nog een CO2-heffing bovenop, die oploopt tot € 80 à€ 100 per ton residu. In België geldt geen nationale CO2-heffing. InNederland kost een ton recyclingresidu in 2030 dus € 140 en in België€ 4,21. Is dit rechtvaardig? Is dit misschien wel een nationale kop? Ik zoudaar graag wat meer toelichting op willen hebben.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter. Hoe gaan we naar een circulaire economie als we geenverschuiving gaan realiseren van belasting van arbeid naar belasting vangrondstof? Dat is de grote vraag aan de Staatssecretaris van Financiën.Want volgens mij kan dat niet en kunnen we dus al die doelen in deprullenbak gooien. Ik wil ten eerste een serieuze toezegging van deStaatssecretaris dat hij met een brief komt waarin hij precies uitlegt hoehij de ruimte die er binnen zijn portefeuille is, maximaal gaat benutten omwel tot die taxshift te komen die nodig is. Wat kan wel? We gaan toch aande slag met een hervorming van het belastingstelsel. Ik vraag hem omanders toe te lichten hoe we die doelen wel gaan halen. Graag dus eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33470 brief. Dit is het minste wat we kunnen doen. Ik weet anders niet hoe we ditvoor elkaar gaan krijgen.Dan zijn er nog wat vragen die volgens mij vergeten zijn. Aan beidebewindspersonen heb ik een vraag gesteld die de Staatssecretaris vanFinanciën nog niet helemaal heeft beantwoord. Ik was benieuwd of deStaatssecretaris zich houdt aan de Rli-aanbevelingen, net zoals zijnvoorgangers in het vorige kabinet.Is de andere Staatssecretaris bereid om samen met de twee anderebewindspersonen te kijken waar we met extra acties kunnen komen en deKamer daar in Q1 over te informeren? Ik vraag dus aan de drie bewinds-personen om de koppen bij elkaar te steken, deze uitdaging serieus tenemen en te kijken wat kan en vervolgens samen de Kamer te informerenover extra acties. Zijn ze daartoe bereid?Ten slotte. Dank aan de Staatssecretaris van Milieu voor de toezeggingover de ja-jasticker en een verbod op reclame. Daar zou de Staatssecre-taris op terugkomen. Ik wil graag een indicatie: wanneer komt hij daaropterug? Dat zou fijn zijn.De voorzitter:Dank. Dan wil ik het woord geven aan de beide Staatssecretarissen. Wehebben nog wat tijd. We hebben net geïnventariseerd en ze hebbenongeveer twintig minuten nodig voor de beantwoording. Ik wil het laatstekwartier gebruiken voor de toezeggingen. Er is dus nog ruimte voorgesprek. Ik geef geen maximum voor de interrupties. Daar is ruimte voor,maar houd het dan wel een beetje kort. Laten we kijken hoe we dat metelkaar vorm kunnen geven. Dan geef ik eerst het woord aan de heer VanOostenbruggen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag was of ik hier vaker wil komen. Datwaardeer ik zeer. Graag. Het antwoord is dus ja, maar uiteraard op uwuitnodiging. Ik nodig mezelf nooit uit op feestjes, maar als u mij uitnodigt,dan kom ik, tenzij er andere debatten zijn.De tweede vraag was of ik taxshift serieus neem. Ik heb gezegd dat we datgaan doen, maar ik heb alleen de verwachtingen geprobeerd te temperen.Dit is echt onderdeel van hoe wij kijken naar een nieuw belastingstelsel.Daarover heb ik, zoals ik net ook al zei, drie weken geleden het een enander toegezegd in het debat over fossiele subsidies, samen met mijncollega Hermans. Daarover is vanavond nog een tweeminutendebat. Inhet voorjaar komt er een brief, waarin wij ingaan op de verschuiving in debelastingmix, mooi Nederlands voor taxshift, dus dat hebben wijtoegezegd. Ik kan nog een keer een toezegging doen, maar dat is dezelfdebrief, en die komt in het voorjaar.Dan de vraag of ik de doelen van de Rli onderschrijf. Volgens mij heeftmijn collega net gezegd dat hij die onderschrijft. Dat is echt super, want hijspreekt namens het hele kabinet. Er is eenheid van kabinetsbeleid. Daarhoor ik sinds kort bij. Het zou echt een hele mooie stijlfiguur zijn als ik nuzou zeggen dat ik dat niet onderschrijf. Dat doe ik dus niet. Ik onderschrijfdat uiteraard, maar dat heeft de heer Jansen al gezegd.Dat waren mijn vragen. O nee, er is ook nog een vraag over België enrechtvaardigheid. «Rechtvaardig» wil niet zeggen «gelijk». Dat is een helebelangrijke toevoeging daarbij. Ik heb deze vraag net zelf in 30 secondenvoorbereid. De prijzen voor het verbranden van afval in België zijn heelerg gespecificeerd per afvalstroom. Dat wil niet zeggen dat het goedkoopis. Waar ik me op macroniveau aan vasthoud, is dat wij een netto-importeur zijn van afval voor verbranding, maar ik weet niet of we daarblij mee moeten zijn of niet. We kunnen het hebben over eerlijk enrechtvaardig, maar de mix is op dit moment niet dat al ons afval naar hetbuitenland gaat omdat het daar veel goedkoper is. Daarmee wou ik datplaatje even inkleuren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33471 Is het rechtvaardig? Ja. Zijn er verschillen in Europa? Ja, zoals dat welvaker gebeurt tussen landen, met accijnzen en alles wat je wil beprijzen ennormeren. Dat is ook iets wat continu gewogen wordt. Je moet jevoorstellen dat België ineens subsidie zou geven op het verbranden vanafval en ons afval daarheen gaat. Dan denk ik dat we in no time contacthebben met België en zeggen: hoe kan dit, hoe gaat dit en wat kunnen wedaaraan doen? Dit soort dingen wegen we, ook in het Belastingplan. Dathebben we volgens mij recent gedaan. Dat kan ik erover zeggen.De voorzitter:Dank voor uw heldere beantwoording. Ik zie twee interrupties.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik begrijp nog steeds niet wat er dan in die brief in het voorjaar komt.Misschien ben ik een beetje dom, maar misschien kunt u dat iets betertoelichten. Ik wil specifiek weten of in die brief komt te staan welkemaatregelen u kunt nemen binnen het belastingstelsel om de circulaireeconomie te bevorderen; dat even concreet.Ik heb ook een vraag die nog niet is beantwoord. Ik vroeg aan deStaatssecretaris van Financiën om met de andere twee bewindspersonente gaan zitten en te kijken naar deze hele serieuze uitdaging die wehebben, die nog groter is dan de energietransitie; dat hoef ik de Staatsse-cretaris niet te vertellen. Ik vroeg ook om met een brief aan de Kamer tekomen waarin zij gezamenlijk aangeven welke extra actie zij gaanondernemen om de circulaire economie eindelijk van de grond te krijgen.Dus nog die twee vragen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Wat betreft die eerste vraag: er loopt een onderzoek over wat we allemaalgaan doen op het gebied van taxshift of verschuiving in de belastingmix.Daarover komt een brief. Daar staat in wat we gaan doen, wat we noggaan ontwikkelen. Misschien moet er nog iets onderzocht worden, maardat zit erin. Wat erin staat, weet ik niet, want het loopt nog en die briefmoet nog geschreven worden. Op de vraag of er een brief komt waarinstaat wat de plannen van het kabinet zijn op het gebied van verschuivingin de belastingmix, is het antwoord nog steeds ja. Die brief komt.Wanneer komt die dan? In het voorjaar.Dan de tweede vraag. In het kabinet werkt het zo dat wij heel veel metelkaar overleggen; echt heel veel. Het is heel goed om elkaar goed in deogen te kijken. Maar dit soort dingen doen wij. We doen niet anders. Zelfszo’n debat als dat van vandaag wordt enorm afgestemd, zowel tussen debewindspersonen als ambtelijk, vanwege het feit dat het plaatje moetkloppen. Het zou heel bijzonder zijn als er doelen worden gesteld en ikdaarna helemaal mijn eigen Belastingplan maak. Die communicatietussen bewindspersonen is er dus wel, op zijn zachtst gezegd.De voorzitter:U bent heel erg duidelijk. Kort, samenvattend, afsluitend het lid Kostic´hierover.Kamerlid Kostic´ (PvdD):U bent wel heel streng, voorzitter. Dit is fundamenteel, want we willenjuist dat de drie bewindspersonen hierop ook richting de Kamer duidelijksamenwerken. Ik vraag niet of jullie samenwerken, want daar ga ik danmaar van uit, maar laat dat dan ook blijken aan de Tweede Kamer doorsamen een brief te schrijven waarin u aangeeft welke extra maatregelen ugaat nemen voor de circulaire economie. Als u geen extra maatregelenneemt, kan dat ook een conclusie zijn, maar ik zou heel graag willen dathet kabinet een nieuwe traditie in gang zet waarbij deze drie bewindsper-sonen voortaan gezamenlijk brieven gaan sturen waarin ze nieuweTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33472 maatregelen aankondigen, of niet. Dat is dus mijn concrete vraag: wilt ualstublieft een nieuwe brief sturen?De voorzitter:Ik vermoed dat u die toezegging niet krijgt, maar er zijn wellicht ookandere middelen om dit af te dwingen. Maar we gaan het zien.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:We sturen een brief.De voorzitter:Kijk, zo doen we zaken.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dat heb ik volgens mij al 38 keer gezegd. Dat is één. Twee – dat is ook heelbelangrijk – is dat wij al die brieven met elkaar afstemmen in de onder-raden van de ministerraad. Dan staat het hele kabinet erachter. Dat is echtheel belangrijk; daar kan ik echt van op aan.Dan de vraag: wie ondertekent er? Als de brief alleen maar over hetbelastingstelsel gaat, onderteken ik hem. Als het een belastingstelselbriefis met allerlei ingewikkeldheden op het gebied van belastingderving,dekking of kies maar wat, dan ondertekent mijn collega van Financiënmee. Als er toevallig ook nog dingen in staan die te maken hebben metkeuzes en doelen op het gebied van Klimaat en Groene Groei, tekentmevrouw Hermans ook mee. We kijken dus per brief wat erin staat en hoewe dat dan doen. Meestal gaat dat zo: er wordt over een bepaaldbeleidsterrein een brief geschreven en als kabinet onderschrijven we dat.Ik teken ook niet mee bij OCW of Defensie. U kunt ervan uitgaan dat hetkabinet achter elke brief staat en dat dat in goed overleg gaat.De heer Pierik (BBB):Ik ben blij dat de Staatssecretaris in ieder geval ook onderstreept dat ergrote verschillen zitten in de tarifering van de afvalverwerking. Ik heb nogtwee aansluitende vragen. Is de Staatssecretaris het met mij eens dat deconcurrentie ten opzichte van afvalenergiecentrales in het buitenlandverslechtert? Mocht de Staatssecretaris dat toegeven, is het dan recht-vaardig als de afvalenergiecentrales door die concurrentieverslechteringdreigen om te vallen?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Concurrentie meet je tussen landen. Op dit moment zien we afval onzekant op komen omdat het aantrekkelijk is om in Nederland afval teverbranden. Dat is echt wel de situatie waar we in zitten. Dat is een van devariabelen waarop je daarna je belastingmix afstemt.De voorzitter:Helder.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Wij doen dus niet aan oneerlijke concurrentievoordelen of staatssteun, ofiets wat juist de andere kant opgaat. In de mix zoals die nu is, zijn wijnetto-ontvanger van afval omdat het hier zo aantrekkelijk is.De voorzitter:Kort, afrondend hierover, meneer Pierik.De heer Pierik (BBB):Die cijfers zijn natuurlijk gebaseerd op de periode dat er nog geenCO2-heffing in Nederland was. Die CO2-heffing is niet echt een extraTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33473 belasting voor de afvalenergiecentrales, maar resulteert natuurlijk wel ineen andere afweging, een andere concurrentiepositie.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:En zoals met alles weeg je dat dus zowel bij de Voorjaarsnota als in hetnajaar bij het Belastingplan om uiteindelijk te komen tot wat voor dat jaarde beste mix wordt.De voorzitter:Dank. Ik kijk even verder rond. Ik zie dat de heer Boutkan wil reageren, oftoch de heer Gabriëls?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Volgens mij zijn we nog bezig met de beantwoording van de tweedetermijn, toch? Na die antwoorden zouden we toch ... De heer VanOostenbruggen heeft antwoord gegeven en dan zouden we nog ...De voorzitter:U kunt nu het gesprek aangaan met de heer Van Oostenbruggen over zijnbeantwoording.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):O, dan heb ik ...De voorzitter:Volgens mij was het allemaal best wel duidelijk.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Sorry, excuus daarvoor. Dan heb ik nog één korte vraag. Het gaat nietalleen om de taxshift, maar ook om heel veel andere prikkels op uwterrein, die bijvoorbeeld te maken hebben met het binnenlaten van fastfashion. Wilt u in de brief die gestuurd zal worden, zoals u vaak gezegdheeft, in ieder geval breder kijken dan alleen de taxshift? Wilt u daarin ookkijken naar allerlei andere zaken die te maken hebben met fiscaliteiten omde circulaire economie te verbeteren?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Helder, dank voor deze verduidelijking. Op dit moment belasten wij fastfashion niet. Er is dus geen specifieke prikkel op het gebied van goedkopekleding. We hebben bijvoorbeeld btw op alle producten die met kleding temaken hebben. Daar maken we op dit moment geen onderscheid in. Datis ook echt heel lastig, want wanneer is kleding goedkoop en wanneer iskleding fast? Als je het mij vraagt, is dat geen fiscale vraag. Tegelijkertijdzijn er inderdaad veel meer secundaire doelen die relevant zijn voorbelastingheffing, zoals gezondheid en veiligheid, om maar even wat tenoemen. Daar zijn wij uiteraard mee bezig. Dat zit dus ook allemaal in debrieven over hoe wij in de toekomst onze belastingmix in de breedheidwillen hebben. Maar fast fashion is volgens mij iets te specifiek om ons opte richten.De heer Boutkan (PVV):Ik hoorde de Staatssecretaris iets zeggen over de import van afval voor deverbrandingsovens. In 2021 exporteerden we 789.000 ton brandbaar afvalnaar het buitenland; wij, vanuit Nederland. Met een CO2-heffing daarop,die er gaat komen, zal dat gaan stijgen. De Staatssecretaris had het zelfover de weglekeffecten. Die zullen dus alleen maar toenemen. In datzelfdejaar, 2021, importeerden we 1,1 miljoen ton afval. We kennen allemaal debeelden van afval dat dagelijks vanuit Rome naar het AEB, het AfvalEnergie Bedrijf in Amsterdam, gaat. Voor komend jaar worden dat viertreinen per dag. Mijn vraag is – ik zie de voorzitter al naar voren leunen –Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33474 hoe dat valt te rijmen met de beantwoording over de beprijzing en deCO2-heffing. De heer Pierik zei terecht dat er een kop op zit. In hethoofdlijnenakkoord staat: geen koppen. Ik hoor de Staatssecretaris ookzeggen: we gaan het uitzoeken. Maar er moet straks in de Voorjaarsnotawel een besluit over genomen worden, als ik goed ben voorgelicht.Kunnen wij die brief voor die tijd krijgen en, zo ja, wanneer? Ook graageen antwoord daarop.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:De brief komt voor de Voorjaarsnota, zoals ik volgens mij al een paar keerheb gezegd. Die komt in het voorjaar.Twee. U geeft aan dat het om de een of andere reden kennelijk aantrek-kelijk is om 789.000 ton – dat zijn uw cijfers; ik heb die niet gecontroleerden heb die gegevens nu niet bij me – te exporteren en zegt dat we 1,1miljoen ton importeerden en dat we dus een netto-importeur van afvalzijn. Ja, dat is met wel meer producten zo. Daarvoor hebben we eenhandelsbalans, die voor Nederland ... Doorgaans exporteren we meer,maar afval importeren we meer.De voorzitter:Ik denk dat we dit onderwerp nu voldoende behandeld hebben. De heerBuijsse nog een interruptie? Anders ga ik door naar StaatssecretarisJansen. Nee, het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De Staatssecretaris van Financiën had het over een onderzoek naar demogelijkheden et cetera. Is dat een onderzoek van alle ministeries?Wanneer komen de resultaten daarvan ongeveer? Is dat bijvoorbeeld in2030 of volgend jaar? Een indicatie zou voldoende zijn.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Er wordt op dit moment een extern onderzoek uitgevoerd. Dat wordt nietintern uitgevoerd; dat is extern. Sowieso komen we met een interne briefvan Financiën, over de hervorming van de belastingmix.De voorzitter:Dan gaan we door naar ...Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Er werd nog gevraagd wanneer. In het voorjaar. Echt alles wat ik stuur entoezeg komt ongeveer in het voorjaar. Mocht iemand nog vragen wanneerer een brief komt: in het voorjaar.De voorzitter:Ongeveer in het voorjaar. Dan gaan we door naar de volgende Staatsse-cretaris. Ik geef graag het woord aan de heer Jansen.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Ik heb twee partijen gehoord die een tweeminutendebathebben aangevraagd. Ik heb ook de vraag van de heer Buijsse over eentechnische briefing gehoord, over wanneer het nou een bekertje is vanpapier dan wel van plastic en de Europese normen. Het lijkt me slim omervoor te zorgen dat de technische briefing voor het tweeminutendebatplaatsvindt. Dat scheelt misschien weer een motie. Ik wil de voorzitterverzoeken de Griffie te vragen daar rekening mee te houden. Ik hoop dathet op die manier mogelijk is.Ik heb een aantal vragen te beantwoorden. Als ik de heer Boutkan goedheb begrepen, vroeg hij of de plasticnorm ook zal gelden voor kunststof-leidingen. Dat was eigenlijk de vraag die hij stelde. Volgens mij ben ikdaar ... Ik zie hem nee schudden, voorzitter. Misschien is het handig ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33475 De voorzitter:Ik wil geen interruptie uitlokken, maar ik ben wel heel benieuwd wat deheer Boutkan hiervan vindt.De heer Boutkan (PVV):We praten eigenlijk langs elkaar heen, net als toentertijd met maritiem enmarine. In dit geval wordt er dadelijk een recyclaat vereist in dehardplastic leidingen die we allemaal kennen, in de grond of als regenpijpen noem maar op. Maar er zijn ook plastic appendages, zoals dat zo mooiheet, oftewel kleppen, afsluiters en dergelijke die onder druk staan. Danheb ik het over drinkwaterleidingen, maar ook gasleidingen. Mijn vraagaan de Staatssecretaris is of je eigenlijk wel kan eisen om zoveel procentrecyclaat toe te voegen. Is dat niet in strijd met andere veiligheidswet-geving die er is? Dat is mijn vraag. Dan maken we een wet om recyclaattoe te voegen, terwijl dat volgens een andere wet uit veiligheidsoverwe-gingen helemaal niet mag. We kennen allemaal de gasklappers in dit land.Die willen we toch niet nog een keer hebben doordat we recyclaat gaantoevoegen?Staatssecretaris Jansen:Het is natuurlijk wel gebruikelijk dat we wetgeving met elkaar afstemmen.Op het moment dat daar strijdigheid zou zijn, wordt daarop geacteerd.Maar het is niet zo dat wij komen met een wet over recyclaat en dat dievervolgens strijdig is met andere wetten die er zijn.De voorzitter:Nee, we gaan nu even door. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Een andere vraag van de heer Boutkan is hoe de plastictaks van de EU uiteigen middelen innovatie of verbetering tegenhoudt, want producentenvoelen die eigenlijk niet. De heer Boutkan heeft een punt. Van de heffingan sich gaat geen prikkel uit. Daarvoor is beleid van lidstaten zelf nodig.Dat is ook precies de reden waarom ik werk aan maatregelen voor decirculaire plasticketen waarin plastic producten recyclebaar zijn. Dat doenwe onder andere via de norm voor circulair plastic, waarover we al eenpaar keer hebben gesproken. Ook onderzoeken we welke aanvullendemaatregelen nog mogelijk zijn om recyclebare plastics uit de verbran-dingsoven te houden. Er komt ook steeds meer Europese regelgeving,zoals de Verpakkingsverordening, waarin eisen aan recyclebaarheid enverplicht gebruik van plastic recyclaat worden gesteld.Een andere vraag van de heer Boutkan is hoe de Staatssecretaris komt toteen andere inschatting van de kosten van de UPV voor luiers en inconti-nentieproducten dan die hij kent. Ik weet niet welke bron de heer Boutkangebruikt voor de aangedragen kosten. Wij hebben onderzoek latenuitvoeren naar het mogelijke financiële effect van de invoering van deUPV voor luiers en incontinentieproducten. Dit onderzoek is openbaar,staat op internet en is dan ook gedeeld met diverse producenten,inzamelaars en recyclers. Dat is het antwoord dat ik richting de heerBoutkan moet geven.Dan heb ik nog een vraag over de effecten op andere terreinen van deovergang naar hergebruik. In de brief over de evaluatie van deSUP-regeling heb ik aangegeven dat de prioriteit nu ligt bij het wijzigenvan de regelgeving. Eind 2025 gaan we bekijken of er aanleiding is totverder onderzoek, of dat meerwaarde heeft, naar de brede effecten van dereductiemaatregelen.Dan heb ik een vraag van mevrouw Wingelaar over de plasticnorm in2027. Ik zei dat we die integraal gaan wegen en zij vroeg hoe dat precieszit. De plasticnorm is aangekondigd voor 2027; punt. Alleen, voorafgaanden daarnaast zullen we ook kijken naar de economische of ecologischeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33476 effecten van de aangekondigde heffing, in samenhang met elkaar. Voordatwe naar de plasticnorm kijken, kijkt het kabinet integraal naar de afwegingdie wij maken op alle verschillende beleidsterreinen die hiermee gemoeidzijn. Hij komt dus in 2027.Mevrouw Wingelaar had ook een vraag over statiegeld in de grensstreekmet België. In eerste termijn heb ik gezegd dat dit wat ons betreft eentijdelijk probleem is. Na invoering van de Verpakkingenverordening zouhet probleem kleiner moeten zijn. Ik geef mevrouw Wingelaar gelijk dat desituatie nu inderdaad zo is dat sommige fabrikanten dezelfde flessenverkopen in Nederland als in een buurland, in dit geval België. Dat is huneigen verantwoordelijkheid. Zij kiezen daar zelf voor. Ze nemen voor liefdat ze hierdoor geld verliezen aan statiegeld dat onterecht wordt geïnd.Het is blijkbaar kostbaarder om aparte flessen te maken voor Nederlanden andere landen dan dat dit effect kan optreden. De producentenver-eniging Verpact is verantwoordelijk voor de werking en de financieringvan het hele statiegeldsysteem, dus ook bij de Jumbo en de Albert Heijn.Het zou mooi zijn als dat ook in de grensregio’s goed werkt, maarnogmaals, de verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk daar waar die hoort.Het is wel duidelijk dat er zo snel mogelijk meer innameapparaten moetenkomen, zoals ik al eerder betoogde. Wat wij aan Verpact meegeven, is datzij daarbij zeker ook oog moeten hebben voor de grensregio’s.Een vraag van de heer Gabriëls ging over de tariefdifferentiatie textiel. Erkomt tariefdifferentiatie op basis van kwaliteit. Producenten moeten dusmeer gaan betalen voor minder circulaire producten. Zo pakken we het inprincipe aan op het gebied van textiel.Een andere vraag was of ik de UPV kan aanpassen, zodat tariefdifferen-tiatie voor verpakkingen met een laag risico op zwerfafval mogelijk wordt.Ik vind het een interessant idee om tariefdifferentiatie te gebruiken omcirculariteit te stimuleren. Het risico op zwerfafval zou hier een voorbeeldvan kunnen zijn. Het is wel belangrijk dat tariefdifferentiatie uitvoerbaarblijft. We moeten goed kijken of en hoe we de tariefdifferentiatie dan voorgaan schrijven. Op dit moment schrijven we alleen voor dat er tariefdiffe-rentiatie moet plaatsvinden in de UPV-systemen, maar niet op welkekenmerken die moet plaatsvinden. Dit willen we wel meenemen in hetdoorontwikkeltraject van de UPV.Dan heb ik een vraag van de heer Grinwis, mevrouw Rooderkerk en deheer Pierik: hoe kunnen we circulaire bedrijven die het lastig hebben,tegemoetkomen? Ik denk dat het van groot belang is om te kijken wat wekunnen doen voor die bedrijven. Deels zijn hiervoor de middelen uit hetKlimaatfonds beschikbaar. Ook daar hebben we al eerder met elkaar bijstilgestaan. De 267 miljoen euro is met name bedoeld voor structureleinvesteringen in recyclingtechnieken. Dit geld is afkomstig uit het perceelVroege fase opschaling van het Klimaatfonds. Ten aanzien van deeventuele inzet van overige middelen uit het Klimaatfonds heb ik in eerstetermijn al aangegeven dat de mogelijkheid van een subsidieregeling omde onrendabele top van circulaire technieken af te dekken, zeer recent isonderzocht door KPMG in een studie naar financiële prikkels voor decirculaire economie.Een vraag van de heer Gabriëls ging over de zwerfafvalrapers. Hij vroeg ofik met ze in gesprek wil gaan. Ja, dat kan ik zeker doen.Het lid Kostic´ vroeg: kunnen de bewindspersonen bij de actualisatie vanhet nationaal programma meer focus op gebruiksvermindering leggen?Ja. Verminderen van het grondstoffengebruik door efficiency, bijvoor-beeld het delen van producten, is onderdeel van de eerste circulairestrategie. Dit nemen we zeker mee bij de actualisatie van het NPCE. Hetprogramma is van het hele kabinet, dus dat doen we dan ook insamenhang met alle verschillende departementen.Dan de vraag over de ja-jasticker. Daar kom ik voor de zomer op terug.Volgens mij was ik die termijn nog schuldig aan het lid Kostic´.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33477 Voorzitter. De laatste vraag is van mevrouw Rooderkerk. Hoe kijkt deStaatssecretaris naar true pricing bij het inkoopbeleid van de rijks-overheid? Ook bij deze vraag ging het nog om de termijn. Daar kom ikvoor de zomer op terug.Overigens wil ik ook nog even in de bredere context het volgende zeggen.We hebben vandaag natuurlijk ook heel uitgebreid gesproken over bekers,bakjes en de € 0,25. We hebben uitgelegd wat daar de redenatie achter is.Ik denk dat het goed is om daar nader over na te denken. Dat zalongetwijfeld bij de tweeminutendebatten aan bod gaan komen. Dan zalook duidelijk blijken wat we hier uiteindelijk mee gaan doen.De voorzitter:Dan kijk ik even naar de kant van de Kamer om allereerst te zien of allevragen beantwoord zijn.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, bijna. Ik was teruggekomen op de toezegging over de...De voorzitter:Eén moment. Ik wou eerst even controleren of alle vragen beantwoordzijn door de Staatssecretaris. Nee? Oké. Dan geef ik het woord aanmevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik vroeg me af of het mogelijk is een tweeminutendebat aan te vragen ofdat dat al gebeurd is.De voorzitter:Dat is reeds gebeurd.Mevrouw Rooderkerk (D66):Oké. Super.De voorzitter:Meneer Boutkan, een vraag van u is niet beantwoord.De heer Boutkan (PVV):De Staatssecretaris stapt nu heel makkelijk af van het onderwerp van dekartonnen bekertjes door te verwijzen naar het tweeminutendebat – danhoop ik er weer te zijn – maar daarmee ontneemt hij deze Kamer eigenlijkde mogelijkheid om door te kunnen gaan op dit onderwerp. Wat voorinformatie komt er dan dadelijk bij dat tweeminutendebat naar voren? Ofkrijgen we voor die tijd een brief met tekst en uitleg over hoe hetministerie ertegen aankijkt? Ik heb namelijk al een paar keer verwezennaar een aantal zaken. Ik ben wel nieuwsgierig naar hoe het ministeriedaartegen aankijkt.De voorzitter:Duidelijk. De vraag is dus welke informatie er nog richting de Kamer gaatvoorafgaand aan het tweeminutendebat.Staatssecretaris Jansen:Voor het tweeminutendebat zal er een brief richting de Kamer gaan.Daarin kijken we bijvoorbeeld ook naar het percentage plastic in een bekeren of het dan wel of geen plastic is. Dat zal ook bij de technische briefingaan bod komen. In de brief zal ik ook ingaan op hoe wij omgaan met debekers en de plastic bakken, waar we vandaag ook discussie over hebbengevoerd. Ik heb de opmerking van de Kamer namelijk gehoord. Wij kijkenhoe we daar op de juiste manier mee om moeten gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33478 Kamerlid Kostic´ (PvdD):De staatsecretaris had in een eerdere ronde toegezegd dat hij zou gaankijken naar de mogelijkheden om reclame op wegwerpproducten aan tepakken. Er was een juridische verkenning. Hij had gezegd dat hij verderzou kijken naar de mogelijkheden die er zijn. Ik ben vooral benieuwdwanneer hij daar per brief op terugkomt.Staatssecretaris Jansen:Laten we zeggen: in de eerste helft van 2025. Ik moet even kijken hoeveeltijd we daarvoor nodig hebben. Ik neem het dus ruim. Het kan zijn dat upositief wordt verrast en dat het eerder komt, dus misschien al in heteerste kwartaal. Maar ik ga uit van de eerste helft van 2025.De voorzitter:Dan kijk ik nog even rond. Eenmaal, andermaal, verkocht.Dan gaan we naar de toezeggingen. Laten we die nog even zorgvuldigafhandelen met elkaar, zodat daar geen onduidelijkheid over bestaat. Deeerste toezegging is aan het lid Rooderkerk; zij is inmiddels welvertrokken.–De Kamer wordt in het eerste kwartaal van 2025 geïnformeerd over destand van zaken ten aanzien van de plasticrecyclingbedrijven.–Medio volgend jaar wordt de Kamer geïnformeerd over de vorde-ringen ten aanzien van de UPV’s; dit is een brede toezegging aan deKamer.–In het voorjaar van 2025 ontvangt de Kamer de beleidsreactie en hetrapport inzake de resultaten ten aanzien van statiegeld.–In de tweede helft van 2025 wordt de Kamer geïnformeerd over deuitkomsten van het onderzoek naar true pricing bij aanbestedingen;dat is een toezegging aan het lid Rooderkerk.–Het verkennend onderzoek van KPMG naar financiële prikkels voor decirculaire economie komt in het eerste kwartaal van 2025 naar deKamer.–In het eerste kwartaal van 2025 ontvangt de Kamer het onderzoek naarde mogelijke aanpak van plasticproducten in het zwerfafval.Meneer Gabriëls, is dat correct?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Nee, het gaat erom dat tariefdifferentiatie op het zwerfafvalrisico wordtmeegenomen in de doorontwikkeling van de UPV. Dat is een moeilijke,maar dat is wel kloppend.De voorzitter:Dat is goed. Dan passen we de toezegging nu aan. Daar gaat ook deStaatssecretaris mee akkoord. Dan schrijven we de toezegging op dezemanier. Dank voor uw verheldering.–Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de mogelijkhedenom het aantal retourzendingen te verminderen; dit is een toezeggingaan het lid Rooderkerk.–De Kamer wordt voor de Voorjaarsnota geïnformeerd over de wijzewaarop de circulaire economie met fiscale prikkels kan wordenondersteund en over de mogelijkheden van een taxshift; dit is eentoezegging aan de leden Kostic´ en Gabriëls.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik krijg ingefluisterd: in het voorjaar. Ik zei volgens mij bij alles «hetvoorjaar». Ik heb misschien één keer per ongeluk «voor de Voorjaarsnota»gezegd, maar het is in het voorjaar. Dat moet wel duidelijk zijn.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33479 In het voorjaar. Daar gaan we niet over onderhandelen, maar is de restvan de toezegging akkoord en helder?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Om nog met de zwerfafvalrapers in overleg te treden. Ik kan de Zwerfi-nator en de Plastic Soup Surfers aanraden.De voorzitter:Ik volg dit even niet.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):O, daar waren we nog niet. Sorry, ik dacht dat alle toezeggingen algeweest waren. Dit zou er ook nog één zijn.De voorzitter:Nee, als we alle toezeggingen hebben gehad, geef ik dat aan.–Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de ja-jasticker; datis een toezegging aan het lid Kostic´.–Voor het tweeminutendebat wordt de Kamer geïnformeerd over plasticbekers; ik vermoed dat dit een toezegging is aan de heer Boutkan.Dan is er nog een tweeminutendebat aangevraagd, onder anderen doorhet lid Buijsse. Zijn de toezeggingen zoals wij die genoteerd hebbenvolledig? Ik hoor van de griffier dat er nog een toezegging is.–Een juridische verkenning voor een verbod op reclame op wegwerp-producten komt in de eerste helft van het volgende jaar naar de Kamer.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):En dan dus dat gesprek met die zwerfafvalrapers, waarvoor ik deZwerfinator en de Plastic Soup Surfers kan aanraden.De voorzitter:Daar komt geen brief over.Staatssecretaris Jansen:We gaan in gesprek. Waar nodig koppelen we natuurlijk terug naar decommissie.De heer Boutkan (PVV):Naar aanleiding van het gesprek dat nu wordt geopperd: neemt deStaatssecretaris in die gesprekken ook zijn eigen gegevens over hetzwerfafval mee die afkomstig zijn van Rijkswaterstaat?Staatssecretaris Jansen:Zeker, dan krijgen we volgens mij het beste gesprek.De voorzitter:Dan sluit ik bij dezen de vergadering. Ik bedank de mensen op de tribuneen uiteraard de deelnemers aan deze vergadering. Tot een volgende keer.Sluiting 17.06 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 33480
Gerelateerde bronnen
- Circulaire economie - verplaatst en verlengd i.v.m. overlap plenaire agenda
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 19 december 2024, over Circulaire economie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.