KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden inzake de afspraken met België over spoordossiers (Kamerstuk 29984-1276)

13 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0ec9e2ebcb667239 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1284 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 13 mei 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Water-staat over de brief van 19 februari 2026 inzake de afspraken met Belgiëover spoordossiers (Kamerstuk 29 984, nr. 1276).De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 13 mei2026.Voorzitter van de commissie,HuizengaAdjunct-griffier van de commissie,Meedendorp kst-29984-1284ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12841 Vraag 1Hoeveel budget heeft u achter de hand om deze dossiers ook daadwer-kelijk ter hand te nemen? Gaarne een uitsplitsing per dossier van behoefteen beschikbaarheid.Antwoord 1IenW werkt op spoordossiers reeds goed samen met de Belgische FODMobiliteit en kabinet Crucke, zoals vastgelegd tijdens de Thalassatop van2022. Voor diverse dossiers zijn hier ook al financiële kaders voor. Met degezamenlijke verklaring van 18 februari jl. is afgesproken dat de samen-werking gecontinueerd en verder geïntensiveerd wordt. Waar nodig wordtingespeeld op nieuwe thema’s en dossiers, zoals bijvoorbeeld militairemobiliteit of de Brainport-Brusselverbinding. De uitwerking zal komendeperiode plaatsvinden, inclusief eventueel benodigde aanvullendefinanciering.Vraag 2Welke concrete mijlpalen en tijdspaden zijn voor elk van de genoemdespoordossiers afgesproken en op welke momenten worden besluit-vorming en realisatie uiterlijk verwacht?Antwoord 2In de gezamenlijke verklaring is afgesproken dat de vervolgstappen rondde zomer van 2026 zullen worden bepaald. Het doel is om deze tebestendigen tijdens een volgende Thalassatop.Vraag 3Welke rolverdeling en verantwoordelijkheden zijn tussen Nederland enBelgië vastgelegd per dossier, met name ten aanzien van financiering,projectleiding en besluitvorming?Antwoord 3Zoals in de verklaring aangegeven vindt de komende periode de nadereuitwerking en concretisering plaats. Daarbij worden ook definitieveafspraken gemaakt over financiering, projectleiding en besluitvorming.Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande afsprakenhierover, onder meer ook zoals vastgelegd in de afspraken uit 2022.Uitgangspunt zijn de eigen verantwoordelijkheden als lidstaat en in de rolrichting vervoerders en infrabeheerders.Vraag 4Wat is nog nodig na de gezamenlijke verklaring met België om destartbeslissing voor het project Rail Gent-Terneuzen te kunnen nemen?Antwoord 4Met deze gezamenlijke verklaring in de hand werken Nederland en Belgiëverder aan de benodigde projectafspraken. Deze concrete projectaf-spraken zijn nodig voordat een MIRT-startbeslissing genomen kanworden.Vraag 5Wanneer verwacht u de startbeslissing voor het project RailGent-Terneuzen daadwerkelijk te kunnen nemen?Antwoord 5Hiervoor zijn allereerst concrete projectafspraken nodig met België.Daarover is IenW op dit moment in gesprek met de Belgische overheid.Zodra projectafspraken zijn gemaakt, kan de startbeslissing wordengenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12842 Vraag 6Op welke manier worden regio’s en havenbedrijven betrokken bij hetbepalen van de gewenste toekomstige spoorontwikkelingen inzakegrensoverschrijdend vervoer tussen Nederland en België?Antwoord 6Zoals aangegeven in de verklaring wordt erkend dat de rol en betrok-kenheid van regionale overheden belangrijk is voor de verankering in deregionale structuren en voor het draagvlak voor ingrijpende projecten.Daarom worden, indien relevant, regionale overheden zoals gewesten enprovincies uitgenodigd om deel te nemen aan de werkgroepen. Bij hetproject Rail Gent-Terneuzen is het havenbedrijf North Sea Portopgenomen in de reguliere governance en is dus nauw betrokken. IenWheeft daarnaast regelmatig (hoog)ambtelijk en bestuurlijk contact met deprovincie Zeeland over dit dossier.Vraag 7Hoeveel geld is er naar schatting de komende jaren nodig om hetspoornetwerk tussen Nederland en België te verbeteren?Antwoord 7Op diverse projecten zijn al financiële afspraken gemaakt of in de maak,zoals bijvoorbeeld Rail Gent-Terneuzen. Op andere projecten wordtgestudeerd op de mogelijkheden voor verbetering en financiële impactdaarvan.Vraag 8Hoeveel middelen zijn er in het regeerakkoord beschikbaar gesteld voorhet versterken van het spoorvervoer naar België?Antwoord 8In het coalitieakkoord zijn hiervoor geen specifieke middelen vrijgemaakt.Vraag 9Wat is de planning die past bij de ambities die in de afspraken met Belgiëzijn gemaakt? Kan worden toegelicht hoe deze planning tot stand isgekomen?Antwoord 9Zoals in de verklaring aangegeven vinden de komende periode de nadereuitwerking en concretisering plaats. Daarbij worden ook definitieveafspraken gemaakt over de planning.Vraag 10Bent u van plan om ook met Duitsland afspraken te gaan maken over hetverbeteren van het internationaal spoorvervoer?Antwoord 10Met Duitsland wordt reeds samengewerkt op basis van de «JointDeclaration of Intent (JDOI) German-Dutch cooperation on cross-borderrail freight», specifiek voor goederenvervoer. Zoals in de Beleidsbrief1aangekondigd werk ik aan de verbreding van de bestuurlijke afsprakenmet Duitsland. Op diverse grensoverschrijdende railprojecten is ooksamenwerking, zowel met het Duitse Bundesministerium als met deaanliggende Länder. Eind 2025 is met de Tweede Kamer een analyse1Kamerbrief «Beleidsbrief Infrastructuur en Waterstaat: Nederland bereikbaar, schoon, veilig eneconomisch sterk houden» (Kamerstuk 36 800 XII, nr. 34)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12843 gedeeld van ProRail, waarin onder meer de mogelijkheden voor verbe-tering van verbindingen richting Duitsland uiteen zijn gezet2.Vraag 11Wat gaan treinreizigers de komende kabinetsperiode concreet merken vande gemaakte afspraken met België?Antwoord 11De afgelopen jaren zijn reeds diverse verbeteringen tot stand gebracht,ook als onderdeel van de bestaande afspraken. Zo is de Drielandentreingaan rijden en is ook de IC Amsterdam-Brussel meer frequent en snellergaan rijden. Daarnaast is wordt onderzocht waar verdere verbeteringenmogelijk zijn voor de treinreiziger door middel van versnelling of hogerefrequentie. De komende periode wordt gewerkt aan besluitvorming.Vraag 12Welk specifiek budget is er aan deze gezamenlijke verklaring gekoppeld,en hoe is de verdeling van de investeringskosten tussen Nederland enBelgië vastgelegd?Antwoord 12Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 7 zijn op diverseprojecten al financiële afspraken gemaakt of in de maak, zoals bijvoor-beeld Rail Gent-Terneuzen. Op andere projecten wordt gestudeerd op ofgewerkt aan de mogelijkheden voor verbetering en financiële impactdaarvan.Vraag 13Op welke wijze wordt de regie verdeeld tussen het Rijk en de regionaleoverheden (zoals de provincie Noord-Brabant voor de Brainport-Brussellijn), en wie is uiteindelijk financieel verantwoordelijk voor deuitvoering?Antwoord 13Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 en in de verklaring vindende komende periode de nadere uitwerking en concretisering plaats.Daarbij worden ook definitieve afspraken gemaakt over financiering,projectleiding en besluitvorming. Daarbij wordt zoveel mogelijk aange-sloten bij bestaande afspraken hierover, onder meer ook zoals vastgelegdin de afspraken uit 2022. Uitgangspunt zijn de eigen verantwoordelijk-heden als lidstaat en in de rol van opdrachtgever richting vervoerders eninfrabeheerders. Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 7 zijn opdiverse projecten al financiële afspraken gemaakt of in de maak, zoalsbijvoorbeeld Rail Gent-Terneuzen. Op andere projecten wordt gestudeerdop de mogelijkheden voor verbetering en financiële impact daarvan.Vraag 14Wat is de huidige operationele status van de Drielandentrein? Wordt erinmiddels op het volledige traject gereden zonder technische of infrastruc-turele beperkingen?Antwoord 14De Drielandentrein rijdt in het algemeen zoals beoogd op het geheletraject Aachen-Heerlen-Maastricht-Liège Guillemins en vice versa. Door(geplande) werkzaamheden in Duitsland en door stakingen in België washet de afgelopen periode niet mogelijk zonder hinder te rijden. Behoudensdeze (externe) oorzaken is de betrouwbaarheid van de verbinding sinds de2Bijlage «Advies ProRail over Internationaal reizigersvervoer van en naar Nederland» bijKamerstuk 29 984, nr. 1266.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12844 start fors verbeterd, hoewel met name op het traject van en naarDuitsland nog achter blijft bij de (Nederlandse) normen.Vraag 15Welke concrete deadlines zijn er afgesproken voor de besluitvormingrondom het 3RX-dossier, en welke specifieke procedurele hindernissenworden er momenteel met de Belgische en Duitse partners besproken?Antwoord 15Voor het 3RX-dossier is IenW momenteel in afwachting van een doorBelgië toegezegd voorstel voor de vervolgfase. Zodra IenW dat voorstelheeft ontvangen zal de Tweede Kamer nader worden geïnformeerd.Vraag 16Gelet op het feit dat u «onafhankelijk van andere dossiers» tot versnellingwil komen bij Rail Gent-Terneuzen: betekent dit dat de financiering voordit project is losgekoppeld van de bredere discussies over de sluis bijTerneuzen of andere grensoverschrijdende infra?Antwoord 16De Nederlandse financiering voor het project Rail Gent-Terneuzen is reedsgereserveerd vanuit het pakket Wind in de Zeilen en het NationaalGroeifonds, en staat los van bredere discussies of andere dossiers tussenNederland en België.Vraag 17Wat is de concrete streefdatum voor de start van de bouw en deingebruikname van deze verbinding nu er sprake is van een «impuls»?Antwoord 17Op dit moment is er nog geen concrete datum te noemen waarop debouw zou kunnen beginnen. Een eerste planning zal, zoals gebruikelijk,onderdeel zijn van de MIRT-verkenning. De verwachting is dat eeneventuele MIRT-realisatiefase niet vóór 2030 start.Vraag 18Zijn Franse en Duitse collega’s ook betrokken bij de afspraken enoverleggen tussen België en Nederland, gelet op het feit dat de econo-mische verbondenheid van de gehele delta tussen Hamburg en Le Havrewordt benadrukt in brief?Antwoord 18De verklaring is getekend door Nederland en België. Bij de gesprekkenwordt meegenomen hoe de gehele Delta van Le Havre tot Hamburgverbonden is. Indien er implicaties zijn bij nadere voorstellen voorFrankrijk of Duitsland zal het gesprek met hen worden verbreed. MetFrankrijk en Duitsland wordt al wel actief samengewerkt in het kader vande European Transport Corridor North Sea Rhine Mediterranean.Vraag 19Hoe passen de gemaakte afspraken met België binnen de bestaandeambities van het TEN-T en internationaal treinvervoer? Is er sprake vaneen treinverbinding van Le Havre naar Hamburg, via Hamont-Weert? Enwaar precies komt deze verbinding door Nederland?Antwoord 19De gemaakte afspraken passen goed in de ambities van het TEN-Tnetwerk en het komende Connecting Europe Facility voor de periode2028–2034. Met tussen België en Nederland goed voorbereide plannenvoor grensoverschrijdend vervoer (bijvoorbeeld capaciteitsuitbreidingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12845 Gent-Terneuzen of Amsterdam – Brussel) wordt ook de kans op Europesefinanciering hoger. Voor de achterlandverbindingen van de havens op deLe Havre – Hamburg range zijn er wel gemeenschappelijke belangen bijhet bevorderen van voldoende spoorcapaciteit, de Nederlands-Belgischesamenwerking zal daaraan bijdragen.Vraag 20Is er sprake van alleen goederenvervoer of ook van personenvervoer?Zou via Hamont-Weert de Brabantroute kunnen worden ontzien waardoorer minder treinen met vervoer gevaarlijke stoffen door de Brabantse enVenlose binnensteden rijden? Welke afspraken voorziet u met betrekkingtot goederen- en personenvervoer op de Brainport-Brussellijn?Antwoord 20De verklaring heeft betrekking op zowel personen- als goederenvervoer. InNederland (en ook in België) wordt het spoor integraal en intensiefgebruikt voor verschillende treindiensten en zijn soms ook afwegingennodig daartussen. In de afweging per corridor zal dit ook een plaatsmoeten krijgen, rekening houdend met de Europese verordeningcapaciteit spoorweginfrastructuur. In de studies rond Weert-Hamont wordtop dit moment geen rekening gehouden met goederenroutering, medeook vanwege de benodigde investeringen en het feit dat deze verbindingeen Natura2000-gebied doorkruist.Vraag 21Welke vervolgstappen liggen er in het vooruitzicht? Kan de Kamer wordengeïnformeerd over de uitkomsten van het bestuurlijk overleg dattenminste één keer per jaar tussen beide landen plaatsvindt om devoortgang van de spoorse afspraken te bespreken? Wat is de Nederlandseinzet hierbij? En worden regionale partners, zoals de gemeenteEindhoven, hierbij betrokken?Antwoord 21Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 3 en in de verklaringvinden de komende periode de nadere uitwerking en concretiseringplaats. Daarbij worden ook definitieve afspraken gemaakt over finan-ciering, projectleiding en besluitvorming. Daarbij wordt zoveel mogelijkaangesloten bij bestaande afspraken hierover, onder meer ook zoalsvastgelegd in de afspraken uit 2022. Uitgangspunt zijn de eigen verant-woordelijkheden als lidstaat en de rol richting vervoerders eninfrabeheerders.Met de verklaring wordt een versterking van de samenwerking beoogd.De te maken afspraken zullen zien op een invulling van die versterking,waarbij gedacht wordt aan werkgroepen op concrete dossiers. De Kamerzal worden geïnformeerd over het politieke overleg waar de voortgangvan de werkgroepen besproken zal worden. Zoals ook aangegeven in hetantwoord op vraag 6 en in de verklaring wordt erkend dat de rol enbetrokkenheid van regionale overheden belangrijk is voor de verankeringin de regionale structuren en voor het draagvlak voor ingrijpendeprojecten. Daarom worden, indien relevant, regionale overheden zoalsgewesten en provincies uitgenodigd om deel te nemen aan dewerkgroepen.Vraag 22Wat betekent de passage «Ondertekenaars spreken af om de samen-werking tussen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en deFederale overheidsdienst voor Mobiliteit en Vervoer op meerderespoordossiers te intensiveren en te versnellen door deze meer vanuit eenintegrale en brede blik te benaderen» concreet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12846 Antwoord 22Er is geconstateerd dat er door IenW en de Belgische FOD Mobiliteit algoed wordt samengewerkt op dossiers. Tegelijkertijd wordt erkend dat erook nieuwe uitdagingen zijn op uiteenlopende dossiers zoals militairemobiliteit. Met deze verklaring is afgesproken om de goede samen-werking te continueren maar ook in te spelen op de kansen voor hetversterken van grensoverschrijdende mobiliteit tussen grensregio’s. Ditwordt gedaan met een integrale blik met als doel om de uitdagingeneffectief en versneld aan te pakken en op te lossen.Vraag 23Wat is de kabinetsinzet voor het aanvullend en concreet afsprakenkaderdat rond de zomer van 2026 gereed zou moeten zijn?Antwoord 23Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 21 wordt met deverklaring een versterking van de samenwerking beoogd. De te makenafspraken zullen zien op een invulling van die versterking, waarbij gedachtwordt aan werkgroepen op concrete dossiers.Vraag 24Kan er een stand van zaken worden gegeven over hoe de afspraken uit deThalassa Top in 2022 inmiddels ter hand zijn genomen?Antwoord 24Via verschillende voortgangsbrieven internationaal spoor is de TweedeKamer regelmatig geïnformeerd over de voortgang op specifiekeonderdelen uit de verklaring. De start van de Drielandentrein en deversnelling en frequentieverhoging van de IC Amsterdam-Brussel zijnbelangrijke verbeteringen voor de treinreiziger. Rond Rail Gent-Terneuzenwerken we toe naar een startbeslissing komend jaar. Op Weert-Hamontzijn diverse studies uitgevoerd om te verkennen wat technisch enfinancieel gezien mogelijk is. Naast de specifieke projecten ligt demeerwaarde ook in de regelmatige onderlinge afstemming enkennisuitwisseling.Vraag 25Wat is uw inzet voor het verbeteren van de coördinatie en de uitrol vanhet European Rail Traffic Management System (ERTMS)?Antwoord 25Met België wordt structureel overleg gevoerd over de uitrol van ERTMS.In dit overleg nemen de ministeries en infrastructuurmanagers van beidelanden deel, zodat makkelijk afspraken gemaakt kunnen worden over deaansluiting van ERTMS aan weerszijden van de grens. Belangrijkeonderwerpen zijn op dit moment de HSL en de planning van de ERTMSuitrol op de Roosendaal – Essen lijn (onderdeel uitrol tranche 1). Dekomende periode wordt dit contact daarom geïntensiveerd.Vraag 26Wat is uw inzet voor de capaciteitsuitbreiding voor personenvervoer pertrein en verbetering van de bestaande verbindingen tussen België enNoord-Brabant (Antwerpen-Roosendaal, Amsterdam-Brussel, enz.)?Antwoord 26Op verschillende verbindingen onderzoekt IenW met de regio enBelgische partners welke kwaliteitsimpulsen mogelijk en opportuun zijn.Dit gaat vaak niet eens over extra infrastructuur, maar vooral over welkaanbod past bij de huidige en de te verwachten vervoersvraag. In deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12847 afspraken in het verlengde van de intentieverklaring zal per verbindingeen aanpak worden geschetst.Vraag 27Wat is uw inzet voor de verbetering van de bestaande grensoverschrij-dende verbindingen tussen België en de Nederlandse provincie Limburg(Drielandentrein, Weert-Hamont, enz.) en over de mogelijkheden voor deherinrichting van momenteel niet-functionele verbindingen, zoalsHasselt-Maastricht?Antwoord 27Ook op de grensoverschrijdende verbindingen tussen Limburg en Belgiëwordt onderzocht welke verbeteringen mogelijk en opportuun zijn. Hierbijwordt aangesloten op lopende gesprekken tussen IenW en partners overbijv. de spoorbrug bij Maastricht en 3RX, zie hierboven.Vraag 28Wat is uw inzet voor het opstarten van reflecties en/of studies metbetrekking tot de ontwikkeling van verbindingen tussen België en deNederlandse provincie Noord-Brabant (Brainport-Brussel)?Antwoord 28Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 3 en in de verklaringvinden de komende periode de nadere uitwerking en concretiseringplaats. Daarbij worden ook definitieve afspraken gemaakt over finan-ciering, projectleiding en besluitvorming. Daarbij wordt zoveel mogelijkaangesloten bij bestaande afspraken hierover, onder meer ook zoalsvastgelegd in de afspraken uit 2022.Vraag 29Wat is uw inzet bij de afspraak over het aan beide zijden van de grenswerken aan het oplossen van de knelpunten die een belemmering vormenvoor de ontwikkeling van lokale grensoverschrijdende netwerken? Enwelke knelpunten ziet u nu?Antwoord 29Het doel van de gezamenlijke verklaring is om de samenwerking teverstevigen en versnelling aan te brengen op spoordossiers. In dat kaderzie ik het belang van het oplossen van belemmerende knelpunten aanbeide zijden van de grens. Tijdens de bijeenkomst rond de zomer zullenconcretere afspraken worden gemaakt, waarin ook de knelpunten wordenbezien.Vraag 30Wat is uw inzet bij het, in lijn met de afspraken van het pentagonaleministersoverleg van juni 2023, uitwerken van de nodige stappen tenbehoeve van de ontwikkeling van een verbinding tussen de haven vanAntwerpen en het Duitse Ruhrgebied (3RX)?Antwoord 30Voor het 3RX-dossier is Nederland momenteel in afwachting van een doorBelgië toegezegd voorstel voor de vervolgfase. Zodra dat voorstel isontvangen, wordt de Tweede Kamer nader geïnformeerd.Vraag 31Wat is uw inzet bij het zetten van concrete stappen om het spoorgoede-renvervoer tussen de havens van Gent en Terneuzen structureel teverbeteren? En ziet u hierbij ook mogelijkheden voor passagierstreinen?Antwoord 31Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12848 Mijn inzet is het starten van de gezamenlijke en integrale verkenning RailGent-Terneuzen samen met België. De maatregelen die daaruit voort-komen, zullen het mogelijke, toekomstig passagiersvervoer nietonmogelijk maken. Op dit moment zijn daar echter geen concrete plannenvoor.Vraag 32Wat is uw inzet bij het vergroten van de weerbaarheid en van de capaciteitvoor grensoverschrijdende militaire mobiliteit?Antwoord 32België en Nederland spelen met de diverse Noordzeehavens eenbelangrijke rol in Host Nation Support als aankomstplekken voor militairmaterieel en personeel en als startpunt voor internationale militairecorridors richting Oost-Europa. In het recente rapport «Tijd om tehandelen»3 is uiteengezet welke opgaven Nederland heeft om het spoorvoldoende weerbaar te maken en om toenemende militaire transportengoed te kunnen blijven accommoderen. Eén van de aanbevelingen richtzich op het efficiënter maken van onze grensovergangen door dienstrege-lingen beter op elkaar af te stemmen en interoperabiliteitsproblemen,zoals het wisselen van locomotieven en machinisten, te verminderen.Daarnaast kunnen we als landen met een vergelijkbare taak van elkaarleren en liggen er kansen om de aanpak op elkaar af te stemmen, zowelbilateraal als in corridorverband binnen de internationale rail freightcorridor North Sea Baltic.Vraag 33Wat is uw inzet bij het vergroten van de efficiëntie van het vervoer perspoor (bijvoorbeeld via autonoom vervoer)?Antwoord 33Vanaf 2025 is, in kader van de in 2019 getekende Joint Declaration RailFreight tussen Nederland en Duitsland, de pilot Automatic Train Operationop de Betuweroute van start gegaan. O.a. ProRail en DB Cargo werkendaar intensief samen. Autonoom rijden heeft in potentie een positieveimpact op het energiegebruik benodigd voor spoorvervoer, de benuttingvan de infrastructuur en de betrouwbaarheid van het vervoer. Als er eind2026 meer inzicht is op de resultaten van de pilot wil ik samen met Duitsepartners nagaan hoe hier proactief vervolg aan kan worden gegeven, ookin Europees kader.Vraag 34Wat is uw inzet voor de coördinatie van de strategische richtsnoeren tenaanzien van capaciteitsverdeling conform de nieuwe EU-verordeningcapaciteit?Antwoord 34Mede op Nederlands initiatief is een groep van lidstaten begonnen metuitwerken van een procedure hoe de lidstaten de strategische richt-snoeren van capaciteitsverdeling gaan coördineren. Mijn inzet is gerichtop een transparante procedure waarbij de lidstaten voldoende aantrekke-lijke capaciteit voor internationaal personen- en goederenvervoer perspoor garanderen die door de gemeenschappelijke infrastructuurbe-heerders wordt aangeboden. Ik verwacht dat daarvoor in 2027 de eerstecoördinatieronde tussen de lidstaten zal moeten worden uitgevoerd.3Bijlage «Adviesrapport impactanalyse Weerbaarheid en Militaire Mobiliteit van het Neder-landse spoor» bij Kamerbrief 30 821, nr. 321.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12849

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 281ae7ef60bad75d

14 okt 2026 · 7b1b48c8c020249c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.