Reactie op de brief van de Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV) van 1 juli 2020 en op de brief van de Inspectieraad naar aanleiding van de evaluatie aanwijzingen inzake rijksinspecteurs
Brontekst
Versie 39600f54137846c4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 31 490Vernieuwing van de rijksdienst Nr. 286 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 16 oktober 2020 Bij brief van 8 september jl. verzoekt u mij om een reactie op de brief van de Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV) waarmee zij een notitie van haar erevoorzitter prof. mr. Pieter van Vollenhoven aan u aanbiedt. Bij brief van 29 september jl. verzoekt u mij om een reactie op de brief van de Inspectieraad die ik als bijlage heb gevoegd bij mijn voortgangsbericht over de evaluatie van de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties van 2 juli 2020.1 Met deze brief voldoe ik aan uw verzoeken. Beide brieven gaan over een thema dat breed leeft: de onafhankelijkheid van rijksinspecties. In de borging van die onafhankelijkheid spelen de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties een grote rol. Deze Aanwijzingen laat ik dit jaar evalueren. Hierover heb ik u geïnformeerd bij mijn brieven van 4 maart, 23 april en 2 juli 2020.2 In laatstgenoemde brief heb ik aangegeven dat de brief van de Inspectieraad bij de evaluatie van de Aanwijzingen zal worden benut. In de genoemde brieven heb ik steeds de koppeling gemaakt met de brede evaluatie van de verschillende bestaande kaders voor rijksorgani-saties op afstand. Het kabinet meent dat het goed is om in de volle breedte te kijken naar het beleid en de praktijk bij het instellen van organisaties op afstand, het beleggen van taken bij dergelijke organisaties en de verhouding van zo’n organisatie met het ministerie. Daarbij wil het kabinet kijken naar het effect op de werking van de ministeriële verant-woordelijkheid. Daarbij worden de analyse en aanbevelingen uit het op eigen initiatief uitgebrachte advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over ministeriële verantwoordelijkheid nadrukkelijk betrokken. 1Kamerstuk 31 490, nr. 282.2Kamerstuk 31 490, nrs. 276, 281 en 282 kst-31490-286ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 31 490, nr. 2861 Binnen de brede evaluatie bieden interviews en een aantal groepssessies met experts ruimte aan inbreng door bijvoorbeeld wetenschappers en bestuurders. Ook de heer Joustra, voorzitter van de Stichting Maatschappij en Veiligheid, is uitgenodigd voor een interview. Eén van de aandachtspunten in de brede evaluatie is de invloed van gedrag en (organisatie)cultuur. Hierbij zullen ook de inzichten van prof. dr. Sandra van Thiel worden betrokken. Prof. Van Thiel vroeg eerder dit jaar in haar essay «Leren loslaten» aandacht voor het fenomeen dat vaak gekozen wordt voor een structuuroplossing bij een gedrags- of cultuurprobleem en dat een dergelijke oplossing dan geen soelaas biedt. Ook de Inspectieraad wijst op het belang van het gedragsaspect. Daaraan wordt dan ook nadrukkelijk aandacht besteed in de brede evaluatie. Hoewel ik u dus kan verzekeren dat ik de inbreng van zowel de Inspec-tieraad als de Stichting Maatschappij en Veiligheid benut, wil ik ook benadrukken dat ik het niet opportuun vind om op de bevindingen van de evaluatie van de Aanwijzingen of de brede evaluatie vooruit te lopen met een inhoudelijke reactie op de brieven van de Inspectieraad en de Stichting Maatschappij en Veiligheid. Zoals ik u reeds eerder berichtte naar aanleiding van de motie van het lid Van der Graaf c.s.3 en daarin gesterkt door voornoemd essay, ben ik van mening dat voor goede besluitvorming over eventuele wijzigingen eerst onderzoek en een goede analyse van de bestaande problemen nodig is en een onderbouwd inzicht in het effect van mogelijke wijzigingen. Vervolgens kan worden bepaald welke maatregelen tot de gewenste verbetering leiden. De planning is erop gericht uw Kamer in december 2020 over de resultaten van het eerste onderzoek van de «Aanwijzingen inzake de rijksinspecties» te informeren. De bedoelde analyse vindt echter (ook) plaats in het ruimere perspectief van de brede evaluatie. De resultaten van deze brede evaluatie worden eind 2021 verwacht. Het is aan een volgend kabinet om aan de hand van die resultaten een koers te kiezen. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops3Kamerstuk 28 844, nr. 211 en Kamerstuk 31 490, nr. 281.Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 31 490, nr. 2862
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.