Voortgang gesprekken over de productiemiddelen voor de nieuwe concessies voor de Friese Waddenveren
Brontekst
Versie 176a7ba83949c93d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202623 645Openbaar vervoerNr. 906 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 juli 2026Op 17 juni jl. heb ik met de Kamer gesproken in een tweeminutendebatover de nieuwe concessies voor de Friese Waddenveren. Het kabinet heeftde boodschap van de Kamer goed gehoord: er moet zo snel mogelijkduidelijkheid komen over de afspraken rondom de productiemiddelen,zodat het aanbestedingsproces zo min mogelijk vertraging oploopt en debereikbaarheid van de Waddeneilanden goed wordt geborgd. Het kabinetneemt deze boodschap ter harte. Naar aanleiding van de motie-Grinwisc.s.1, die in dit tweeminutendebat is ingediend en vervolgens is aange-nomen, informeert het kabinet de Kamer met deze brief over de lopendegesprekken over de productiemiddelen. Daarbij wordt onderscheidgemaakt tussen ten eerste de schepen en ten tweede de overige produc-tiemiddelen (terminals en haveninfrastructuur). Voor de vaststelling vande overnamesommen van de schepen moet het kabinet een zorgvuldigproces doorlopen. Dat heeft invloed op de planning van de lopendeaanbesteding. Aan het einde van deze brief is hierover een naderetoelichting opgenomen.SchepenBij de overgang naar de nieuwe concessies in 2029 moeten de huidigeconcessiehouders (Rederij Doeksen en Wagenborg Passagiersdiensten) deschepen die gebruikt worden voor de uitvoering van de concessieoverdragen naar de nieuwe concessiehouder, tegen een bepaaldeovernamesom. De basis voor deze overnamesom is een taxatie van deschepen, uitgevoerd in opdracht van de huidige concessiehouders. Dezetaxaties zijn vervolgens beoordeeld door een controleur in opdracht vanhet Ministerie van IenW (hierna: IenW). Naar aanleiding van deze controlebepaalt op dit moment een bindend adviseur, op initiatief van IenW, of deuitgevoerde taxaties voldoen aan de eisen die voortvloeien uit deconcessies, of dat er nog aanpassingen nodig zijn. Deze bindend adviseur1Kamerstuk 23 645, nr. 903. kst-23645-906ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 9061 is door IenW en de huidige concessiehouders gezamenlijk aangesteld.Aan de hand van het oordeel van de bindend adviseur kan een definitieveovernamesom voor de schepen worden vastgesteld. Naar verwachting zaldit proces vlak na de zomer worden afgerond.Gegeven het bovenstaande kost het proces om tot definitieve overna-mesommen van de schepen te komen meer tijd dan eerder werd voorzien.Het kabinet doet alles wat mogelijk is om dit proces te versnellen, maar isafhankelijk van externe partijen en de beschikbaarheid van de betrokkenpersonen in de zomerperiode.Overige productiemiddelenOp het gebied van de overige productiemiddelen (terminals en havenin-frastructuur) is het nodig dat inschrijvers weten welke gebruiksvergoedingzij in de nieuwe concessieperiode moeten gaan betalen voor het gebruikvan deze productiemiddelen. Deze duidelijkheid is op 10 juli jl. gegevendoor de publicatie van de tweede Nota van Inlichtingen.2 Met deze Notavan Inlichtingen zijn de geactualiseerde vastgoedovereenkomstenopenbaar gemaakt die gelden bij de beschikbaarstelling van de productie-middelen door het Rijk aan de nieuwe concessiehouders vanaf 2029. Indeze vastgoedovereenkomsten is de hoogte van de gebruiksvergoedingopgenomen. Door deze duidelijkheid nu aan inschrijvers te verstrekken,ruim voordat een eerste inschrijving moet worden ingediend, geeft hetkabinet ook invulling aan de motie-Wiersma.3VervolgprocesDoor de geschetste stappen rondom het vaststellen van de overna-mesommen van de schepen, zal het aanbestedingsproces vertragingoplopen. Informatie die van belang is voor inschrijvers zal immers later inde tijd beschikbaar komen. Het kabinet wil borgen dat inschrijversvoldoende tijd hebben om deze nieuwe informatie tot zich te nemen endaar vragen over te kunnen stellen richting IenW. Daarom zal er tegen heteinde van 2026 een extra (vierde) Nota van Inlichtingen komen, voordatgeïnteresseerde partijen in het voorjaar van 2027 een eerste inschrijvingmoeten indienen. Het beoogde moment van gunning schuift op naar hetderde kwartaal van 2027. Daarmee resteert er nog steeds een afdoendeimplementatieperiode van ongeveer anderhalf jaar.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.W.H. Bertram2https://www.tenderned.nl/aankondigingen/overzicht/417747.3Kamerstuk 23 645, nr. 901.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 645, nr. 9062
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
- Voortgang gesprekken over de productiemiddelen voor de nieuwe concessies voor de Friese WaddenverenActuele officiële versie
- application/vnd.oasis.opendocument.text kst-23645-906.odtDownload ↗
- text/html kst-23645-906.htmlDownload ↗
- PDF kst-23645-906.pdfDownload ↗
- application/xml kst-23645-906.xmlDownload ↗
- Metadata metadata.xmlOpen metadata ↗
- Metadata metadata_owms.xmlOpen metadata ↗
Bijlagen
Bij dit hoofddocument
Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie