Voortgang Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen en wetsvoorstellen die de arbeidsmarkt hervormen
Brontekst
Versie 993755704c09694a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 311Zelfstandig ondernemerschap25 883ArbeidsomstandighedenNr. 278 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 november 2024InleidingOp zelfstandigen die langdurig ziek worden komt veel af. Onder anderehet risico op een forse teruggang in inkomen doordat ze hun werklangdurig niet of in mindere mate als gevolg van ziekte kunnen voort-zetten. Arbeidsongeschiktheid is een risico dat zich niet bij iedereenvoordoet, maar als hiervan sprake is, zijn de gevolgen groot. Demeerderheid van de zelfstandigen is nu niet verzekerd. Een deel vindt eenverzekering niet nodig of dekt het risico af op andere manier zoals metopgebouwd vermogen of het inkomen van een partner. Een ander deel isonverzekerd, omdat zij de kosten te hoog vinden of omdat zij geenverzekering kunnen afsluiten, bijvoorbeeld door (een combinatie van) hunleeftijd, medische aandoening of medische geschiedenis.In het regeerprogramma is daarom opgenomen dat er voor zelfstandigen,net als voor werknemers, een verplichte (budgetneutrale) arbeidsonge-schiktheidsverzekering komt die voor iedereen toegankelijk is. Zelfstan-digen zijn hierdoor beter beschermd tegen verlies van inkomen bijlangdurige arbeidsongeschiktheid. Ook zorgt deze verzekering voor eengelijker speelveld tussen zelfstandigen onderling, en tussen werknemersen zelfstandigen. Tot slot voorkomt het dat de kosten van arbeidsonge-schiktheid door beroep op de bijstand op de samenleving als geheelworden afgewenteld. Mijn voorganger heeft, ook naar aanleiding van hetPensioenakkoord en de totstandkoming van het advies «Keuze voorzekerheid» in de Stichting van de Arbeid, het wetsvoorstel dat ditvoornemen regelt – het wetsvoorstel Wet basisverzekering arbeidsonge-schiktheid zelfstandigen (Baz) – in juni van dit jaar in consultatie gebrachten uitgezet voor diverse adviezen en toetsen. Hierbij is specifiek gekekennaar een verzekering die qua vormgeving past bij de aard van hetzelfstandig ondernemerschap. Zelfstandigenorganisaties en socialepartners zijn dan ook nauw betrokken geweest bij de totstandkoming vanhet voorstel. kst-31311-278ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2781 De internetconsultatie is inmiddels gesloten en alle gevraagde uitvoe-ringstoetsen en adviezen zijn ontvangen. In deze brief geef ik uw Kamereen terugkoppeling van de internetconsultatie en vat ik de belangrijksteconclusies van de ontvangen toetsen en adviezen samen. Terwijl hetkabinet deze uitkomsten en de gevolgen daarvan voor het wetsvoorstelnog weegt, vind ik het belangrijk om uw Kamer nauw te blijven betrekkenin de verdere uitwerking van het voorstel.Daarom informeer ik uw Kamer nu over deze uitkomsten en schets ik hetvervolgproces dat ik voor mij zie.Ook geef ik met deze brief uitvoering aan de motie van het lid Flach vande SGP-fractie, over een verkenning van de uitvoerbaarheid van eenuitzondering voor de agrarische sector.1 Verder doe ik mijn toezeggingaan het lid Van Houwelingen van de FvD-fractie gestand over het verslagdoen van mijn gesprek met een afvaardiging van de cultuursector. Dezetoezegging heb ik gedaan in het tweeminutendebat zzp van 25 september.Ten slotte geef ik in deze brief een korte stand van zaken van devijf andere wetsvoorstellen die evenals de Baz onderdeel zijn van eenbreder pakket aan arbeidsmarkthervormende maatregelen: hetwetsvoorstel re-integratie tweede spoor, het wetsvoorstel personeels-behoud bij crisis, het wetsvoorstel hervorming arbeidsmarktinfrastructuur,het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers en het wetsvoorstelVerduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden.InternetconsultatieVan 11 juni tot 23 juli jl. heeft het conceptwetsvoorstel Baz voor consul-tatie opengestaan. Op deze consultatie zijn in totaal 2.260 reactiesbinnengekomen, waarvan 1.755 openbare reacties. Het overgrote gedeeltevan de reacties is van individuele personen en bedrijven. Een kleinergedeelte is van landelijke (branche-)organisaties en belangenbehartigers.Onder de reacties is enig begrip voor het voorstel omdat het niet hebbenvan een arbeidsongeschiktheidsverzekering een onaanvaardbaar risicomet zich mee zou nemen voor de zelfstandigen. Maar het merendeel vande reacties is kritisch op het voornemen van een verplichte arbeidsonge-schiktheidsverzekering voor zelfstandigen, dan wel op de uitwerkingdaarvan. Deze reacties bevatten bezwaren die gericht zijn op het gehelewetsvoorstel of op specifieke kenmerken van de verzekering. Zoals hetverplichte karakter van de verzekering, gewenste uitzonderingen op dekring van verzekerden, de hoogte van de premie, het gekozen arbeids-ongeschiktheidscriterium en de duur van de wachttijd. Zoals gebruikelijkzal bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstel worden bekeken of dereacties aanleiding geven om het wetsvoorstel op punten te verduide-lijken of te veranderen. In de memorie van toelichting van hetwetsvoorstel zal op de internetconsultatie uitgebreid worden ingegaan.Uitvoeringstoetsen en adviezenEr zijn uitvoeringstoetsen en adviezen gevraagd aan de Belastingdienst,het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekering (UWV), de SocialeVerzekeringsbank, de Autoriteit Financiële Markten, Autoriteit Persoonsge-gevens, Raad voor de Rechtspraak en het Adviescollege toetsingregeldruk. Ik ga op die toetsen en adviezen hieronder in.De uitvoeringstoetsen van de Belastingdienst en UWV zijn kritisch over deuitvoerbaarheid, met als beoordeling respectievelijk «niet uitvoerbaar» en1Kamerstukken II 2024/25, 31 311, nr. 267.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2782 «niet uitvoerbaar, tenzij». In de kern zien de beoordelingen op devolgende punten:•Onzekerheid over de grondslag winst uit onderneming. In de huidigevormgeving wordt voor het vaststellen van de verzekeringsplicht, hetvaststellen van de verschuldigde premie en het vaststellen van deuitkering, aansluiting gezocht bij de zogeheten «winst uit onderne-ming».De belastbare winst uit onderneming is de grondslag waaroverzelfstandig ondernemers onder andere inkomstenbelasting eninkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet aan de Belasting-dienst afdragen. De groep is dus in het algemeen al bekend met deBelastingdienst. Pas bij een definitieve aanslag inkomensheffing, dieanderhalf tot vijf jaar na het begin van het belastingjaar wordtafgegeven, is er zekerheid over de verschuldigde inkomstenbelasting,premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw.Diezelfde onzekerheid geldt ook voor de uitvoering van de Baz. Degekozen grondslag leidt tot een periode van onzekerheid over deverzekerings- en premieplicht voor de zelfstandige. Beide organisatiesvinden dat de gekozen grondslag «winst uit onderneming» daarmee tegrote risico’s op terug- en nabetalingen met zich meebrengt. DeBelastingdienst vindt dat het wetsvoorstel hierdoor een te grootberoep doet op het doenvermogen van zelfstandigen omdat hetvolgens de dienst een reëel risico geeft op onverwachte terugvorderin-gen en (problematische) schulden. UWV vindt de gekozen grondslagom dezelfde reden een ongewenste basis voor een verzekering envindt de wijze van vaststelling van de verzekeringsplicht en de daarbijbehorende zelfstandigenadministratie daarom niet uitvoerbaar.•Legt druk op schaarse capaciteit. Beide organisaties geven aan dat deuitvoering van het wetsvoorstel veel capaciteit vraagt en dat inwer-kingtreding op korte termijn niet realistisch is gezien de huidigecapaciteitsvraagstukken bij beide organisaties. Het UWV geeft aan dathet wetsvoorstel niet uitvoerbaar is, omdat de benodigde (extra)verzekeringsartsencapaciteit niet in het huidige arbeidsongeschikt-heidsstelsel kan worden geleverd. De Belastingdienst geeft aan dat hetwetsvoorstel een groot beroep doet op schaarse capaciteit, in een tijdwaarin tot 2028 verwacht wordt dat 45% van de werknemers van dedienst met pensioen zal gaan. Daarnaast geeft de Belastingdienst aandat het wetsvoorstel een grote impact heeft op de beschikbareInformatievoorziening (IV-)capaciteit van de organisatie, die op ditmoment al onder druk staat. Indien prioriteit wordt gegeven aan deuitvoering van de Baz gaat dat volgens de Belastingdienst onvermijde-lijk ten koste van andere wettelijke taken van de organisatie, inclusieftoezicht en dienstverlening aan burgers en bedrijven.•Uitvoering van het wetsvoorstel is complex. Beide organisaties vindende uitvoering van het wetsvoorstel complex door vooral de wisselin-gen in de verzekeringsplicht. Dat komt doordat iemand bijvoorbeeldhet ene jaar ondernemer is, en het jaar daarop (tijdelijk) niet meer.Verder leidt ook de mogelijkheid van het zijn van gemoedsbezwaardeen het uitstappen van de publieke verzekering naar de private markt(opt-out) tot wisselingen in de verzekeringsplicht. Dit leidt tot mutatiesin de systemen van UWV en Belastingdienst. Om uitvoering te gevenaan de Baz, zullen er daarom gegevens moeten worden gedeeldtussen verschillende instanties, en moeten processen op elkaaraansluiten.De Belastingdienst geeft aan dat er geen inwerkingtredingsdatum kanworden vastgesteld, nu het wetsvoorstel onuitvoerbaar is. UWV geeft aandat invoering in elk geval niet kan voor 1 januari 2030 en mogelijk ook nietin de jaren erna als een wijziging van het (bredere) stelsel van arbeidson-geschiktheid uitblijft. De boodschap van beide uitvoeringstoetsenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2783 betekent dat ik de gesignaleerde knelpunten nader moet bestuderen.Daarbij verwacht ik wijzigingen in het conceptvoorstel aan te brengenvoordat ik volgende stappen zet in het wetgevingsproces.De ontvangen toetsen en adviezen van de Sociale Verzekeringsbank, deAutoriteit Financiële Markten, Autoriteit Persoonsgegevens, Raad voor deRechtspraak en het Adviescollege toetsing regeldruk geven enkeleaandachtspunten mee waarmee het wetsvoorstel verbeterd kan worden ofkan worden aangevuld. De komende tijd bekijk ik of deze aandachts-punten leiden tot verduidelijking of aanpassingen in het wetsvoorstel.VervolgprocesEen verplichte verzekering voor zelfstandigen is geen geringe ambitie: hetgaat om een verzekering voor meer dan een miljoen zelfstandig onder-nemers die passend is voor deze groep. Dat legt ongeacht de exactevormgeving een forse druk op al schaarse capaciteit bij uitvoerendeinstanties.Voor deze opdracht staat dit kabinet. In overleg met sociale partners,zelfstandigenorganisaties en beoogd uitvoerders wordt al sinds 2020gewerkt aan een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare verzekering. Hetvormgeven van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstan-digen is zowel onderdeel van het pensioenakkoord als van een pakket aanmaatregelen om de arbeidsmarkt te hervormen. In de zoektocht naar eenverzekering die aan die criteria voldoet, hebben naast het kabinet zowel deuitvoerders, zelfstandigenorganisaties als de sociale partners het belangvan de zelfstandigen in een gezonde arbeidsmarkt als uitgangspunt. Metdat gedeelde uitgangspunt zie ik genoeg aanknopingspunten om op kortetermijn te verkennen hoe de gesignaleerde knelpunten kunnen wordenondervangen.Met meer of minder vergaande aanpassingen aan het wetsvoorstel streefik naar een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare verzekering. Om opzorgvuldige wijze opvolging te kunnen geven aan de ontvangen bezwarenen adviezen, verwacht ik het aangepaste wetsvoorstel op zijn vroegst inhet derde kwartaal van volgend jaar bij uw Kamer in te dienen.Herstel- en Veerkrachtplan (HVP)De Baz maakt als hervorming onderdeel uit van het HVP. Hiervoor zijntwee mijlpalen opgenomen over de voortgang en implementatie van hetwetsvoorstel. De eerste mijlpaal is dat de wetgeving, na aanname in hetparlement, in het eerste kwartaal van 2025 in het Staatsblad is gepubli-ceerd. De tweede mijlpaal is dat uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026het parlement een brief ontvangt over de uitvoering van de verplichtearbeidsongeschiktheidsverzekering.Eerder is uw Kamer geïnformeerd dat gezien de stand van het wetge-vingstraject het tijdig halen van de eerste mijlpaal niet langer realistischis.2 Niet (tijdig of volledig) halen van de mijlpaal heeft financiële gevolgenin de vorm van een substantiële korting op de te ontvangen middelen uitde Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) (maximaal € 600 mln. per2Kamerstukken II 2024/25, 31 311, nr. 263.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2784 mijlpaal, dus in totaal mogelijk 1,2 mld. euro).3 Er bestaat de optie om hetHVP te wijzigen, inclusief mijlpalen uit te stellen.Om hier gebruik van te kunnen maken moet worden aangetoond dat denoodzaak tot wijziging voortkomt uit objectieve omstandigheden, er eenbeter alternatief is of de administratieve lasten worden verlaagd. Deuiterlijke deadline voor het behalen van HVP-mijlpalen is 31 augustus2026. Dit betekent dat bij een wijziging de mijlpalen voor die tijd moetenzijn behaald. Ook mag een wijziging niet tot een lager ambitieniveauleiden wat betreft het adresseren van de relevante landspecifiekeaanbevelingen.4 De mogelijkheden voor het wijzigen van deze hervor-mingsmijlpalen zijn dus beperkt, waardoor het onzeker is of een kortingkan worden voorkomen.Wijzigingsverzoeken moeten worden goedgekeurd door de EuropeseCommissie en de Ecofinraad. Ik ga met de Europese Commissie ingesprek over mogelijke oplossingen binnen de kaders van de HVF. Daarbijis de inzet van het kabinet richting de Europese Commissie om demijlpalen voor de Baz in het HVP mee te laten lopen in latere betaalver-zoeken. De Minister van Financiën en ik houden uw Kamer op de hoogtevan de gesprekken hierover met de Europese Commissie.Verkenning uitzondering agrarische sectorDe motie van het lid Flach (SGP) verzoekt de regering te verkennen of deagrarische sector kan worden uitgezonderd van de kring van verzekerdenen de uitvoerbaarheid daarvan na te gaan.5Voor deze verkenning heb ik naar de juridische aandachtspunten voor eendergelijke uitzondering gekeken. Daarnaast heb ik de Belastingdienstgevraagd en bereid gevonden om te onderzoeken op welke manier deagrarische sector zou kunnen worden uitgezonderd. Ik deel met u deresultaten van deze verkenning, zonder oordeel over de beleidsmatigewenselijkheid van een dergelijke uitzondering.Rechtvaardiging van een eventuele uitzonderingDe kring van verzekerden voor het wetsvoorstel bestaat uit zelfstandigendie winst uit onderneming genieten. In welke sector deze zelfstandigewerkzaam is, is op dit moment niet van betekenis voor de vraag ofdiegene onder de kring van verzekerden valt. Om voor zelfstandigen in deagrarische sector een uitzondering te maken moet er, mede in het lichtvan de doelstellingen van het wetsvoorstel, een rechtvaardiging zijn voorhet onderscheid dat voor deze groep wordt gemaakt ten opzichte vanandere groepen zelfstandigen die wel onder de kring van verzekerdenvallen.Als onderscheidende kenmerken niet of onvoldoende kunnen wordengevonden, schept dit een precedent voor andere sectoren die eenuitzondering vragen. Als dit zou leiden tot het uitzonderen van meergroepen, zet dat de uitvoerbaarheid en stabiliteit van het stelsel onderdruk.3De Commissie heeft discretionaire bevoegdheid voor het bepalen van de korting. Op basis vande kortingsmethodologie en precedenten in de toepassing ervan zullen belangrijke mijlpalenals nieuwe wetgeving naar verwachting tot 600 miljoen kosten. Daaropvolgende mijlpalen diezien op de stand van de uitvoering kosten naar verwachting minder. Zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/08/30/bijlage-1-grafische-weergave-kortingsmethodologie.4Het betreft: LSA.2019.2.1, LSA.2020.2.2 en LSA.2022.3.1: «Adequate sociale bescherming voorzelfstandigen zonder personeel bevorderen».5Kamerstukken II 2024/25, 31 311, nr. 267.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2785 In deze technische verkenning is verder niet gekeken of er, mede in hetlicht van de doelstellingen van het wetsvoorstel, een rechtvaardigingbestaat om de agrarische sector te onderscheiden van andere groepenzelfstandigen die in het huidige wetsvoorstel onder de kring van verze-kerden vallen.Wel heeft de Stichting van de Arbeid in het advies «Keuze voor zekerheid»specifieke kenmerken voor de agrarische sector6 benoemd en kennenverschillende EU-landen, zoals Frankrijk7 en Slovenië8, een eigen regimevoor werkenden in de agrarische sector. Hiermee is een rechtvaardigingvoor een uitzondering in het licht van dit wetsvoorstel niet zonder meergegeven; een vergelijking tussen verschillende socialezekerheidsstelselsvalt niet altijd even goed te maken.Uitvoeringstechnische mogelijkhedenDe agrarische sector is door de Belastingdienst in de aangifte inkomsten-belasting te onderkennen. Zelfstandig ondernemers in de agrarischesector hebben binnen de aangifte inkomstenbelasting te maken metspecifiek voor de doelgroep geldende fiscale regelingen zoals delandbouwvrijstelling en bosbouwvrijstelling. In de aangifte inkomstenbe-lasting wordt daarom gevraagd of de ondernemer agrarische activiteitenverricht. Als daarop bevestigend wordt geantwoord, komen de voor dedoelgroep relevante inkomensvragen beschikbaar. Deze specifieke positiegeeft de mogelijkheid om de agrarische sector af te bakenen. De kans opmisbruik indien er een uitzondering voor de agrarische sector komt wordtdoor de Belastingdienst als beperkt gezien. De gegevensset in de aangifteinkomstenbelasting is voor de agrarische sector dermate afwijkend datdeze niet geschikt is voor zelfstandige ondernemers buiten de agrarischesector.Wel zou dit tot een mogelijk te ruime afbakening van de doelgroep kunnenleiden; bijvoorbeeld bij agrarische ondernemers waarvan de ondernemingniet alleen een agrarische component heeft – zoals een zorgboerderij – endie ook worden uitgezonderd van de verzekeringsplicht. Deze te ruimeafbakening kan een rechtvaardiging voor een onderscheid voor deagrarische sector bemoeilijken, omdat bedrijven zonder een agrarischecomponent wel verplicht verzekerd worden.Zoals hierboven onder het kopje «uitvoeringstoetsen en adviezen»toegelicht geven de uitvoeringsorganisaties aan dat de huidige uitzonde-ringen op de verzekeringsplicht de uitvoering van het wetsvoorstelcomplex en foutgevoelig maakt. Het toevoegen van een extra uitzon-dering maakt de uitvoering complexer. Daarnaast bestaat het risico dat demaatschappelijke druk om meer uitzonderingen toe te staan groter wordt,al dan niet doordat er meer bezwaarschriften binnenkomen ten aanzien6In dat advies wordt vermeld: «Het feit dat agrarische ondernemers levende productenproduceren en verkopen betekent dat het uitvallen van de ondernemer door ziekte of arbeids-ongeschiktheid per definitie direct moet worden opgevangen. De agrarische sector heefthiervoor arrangementen georganiseerd die zorgdragen voor directe continuering van debedrijfsvoering waarmee het agrarische bedrijf in materiele zin geen «inkomensverlies» heeft.Op basis van de arrangementen die gebruikelijk zijn in de agrarische sector, is niet voor 100%van de agrarische ondernemers het risico op langdurige arbeidsongeschiktheid afgedekt. Dearrangementen bieden veelal een goede dekking voor het inkomensverlies bij ziekte voor deeerste twee jaar. Voor de langere termijn zal een groot deel van de agrarische ondernemers viabedrijfsoverdracht of bedrijfsbeëindiging het inkomensrisico kunnen afdekken.».7Panteia, 2021, Internationale vergelijking uitvoering werk en inkomen.8Hierbij is gekeken naar de relevante gegevens, zoals opgenomen in het Mutual InformationSystem on Social Protection (MISSOC).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2786 van de verzekeringsplicht omdat andere doelgroepen zich zullen beroepenop het gelijkheidsbeginsel of het verbod van willekeur.De precieze uitvoeringsgevolgen van het bovenstaande zijn op voorhandniet aan te geven. Alleen bij een formele uitvoeringstoets kan dit volledigin kaart worden gebracht.Gesprek met een vertegenwoordiging van de cultuursectorConform de toezegging aan het lid Van Houwelingen (FvD) ben ik16 oktober 2024 in gesprek gegaan met vertegenwoordigers uit deculturele en creatieve sector. Vertegenwoordigers van de CreatieveCoalitie, het Platform ACCT, de Kunstenbond en de organisaties NCP,VVTP, NAPA en AFN waren bij dit gesprek aanwezig. In het gesprek werdbenadrukt dat de creatieve en culturele sector een zeer diverse sector is.De sector gaf aan zich ernstige zorgen te maken omdat er sprake is vaneen opeenstapeling aan maatregelen: over de voorgenomenbtw-verhoging, over het opheffen van het handhavingsmoratorium opschijnzelfstandigheid en over het wetsvoorstel Baz. Daarbij is relevant datdeze sector aangaf dat ze vaak te maken heeft met kortlopende projectfi-nanciering, een gebrek aan een gezonde markt en de naderende gevolgenvan de korting op het gemeentefonds.De sectorpartijen gaven aan dat er veel onzekerheid over voorgenomenhandhaving en wet- en regelgeving bij opdrachtgevers is en dat zzp’ersdaardoor opdrachten verliezen. Er is behoefte aan sectorspecifiekevoorbeelden en meer duidelijkheid hoe sectorspecifieke kenmerkendoorwerken. Er wordt nu een groot grijs gebied ervaren. De sector gaf aanbehoefte te hebben aan een overzicht van wat er op hen afkomt, regie enzicht op de impact. Niet alleen in termen van geld, maar ook in hande-lingsperspectief. Daarbij zijn volgens de sector alle partijen aan zet:overheid, zzp’ers, en opdrachtgevers. Voorlichting zou kunnen helpen bijvoorkomen van onzekerheid hoe je je tot elkaar moet verhouden enonterechte vrees voorkomen. Daarom is de publiekscommunicatie «zzp jaof nee» opgezet, waarin werkgevers en werkenden meer informatiekrijgen om te bepalen of bij een bepaalde opdracht sprake is van eenarbeidsovereenkomst of dat een zelfstandige kan worden ingehuurd.Hierin zijn ook sectorspecifieke voorbeelden opgenomen. Deze communi-catie wordt voortgezet en komende periode verder uitgebreid. Ook vindener regelmatig bijeenkomsten (webinars, presentaties) en gesprekkenplaats waarin SZW en de Belastingdienst toelichting geven aan diversebranches en sectoren over de wet- en regelgeving en de opheffing van hethandhavingsmoratorium. De sectororganisaties betwisten niet dat zeschijnzelfstandigheid moeten aanpakken en flexibilisering verminderen. Ikheb ook in het gesprek aangegeven dat het vinden van de balans tijdnodig heeft en dat transities pijn kunnen doen, maar dat de stappen diewe zetten wel noodzakelijk zijn.Ik heb naar aanleiding van het bovenstaande aangegeven graag dekomende periode op werkbezoek te gaan bij de culturele sector. Debestaande contacten met de sectorpartijen en de andere Ministeries(OCW, Financiën) worden ook voortgezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2787 Stand van zaken van andere maatregelen die de arbeidsmarkthervormenWijziging van de re-integratieverplichtingen in het tweede ziektejaarOnderdeel van het pakket om de arbeidsmarkt te hervormen is ook hetwetsvoorstel tot wijziging van de re-integratieverplichtingen in het tweedeziektejaar van werknemers bij kleine en middelgrote werkgevers.Dat wetsvoorstel beoogt werkgevers eerder duidelijkheid te geven over dere-integratie van langdurig zieke werknemers, waarbij de re-integratie zichin het tweede ziektejaar in principe richt op het tweede spoor (bij eenandere werkgever). Door het vorige kabinet is het voornemen geuit om deBaz en het wetsvoorstel re-integratie tweede spoor in één wetsvoorstelaan uw Kamer aan te bieden.9Wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisisEen ander wetsvoorstel uit het reeds genoemde pakket aan maatregelenter hervorming van de arbeidsmarkt is het Wetsvoorstel personeels-behoud bij crisis (Wpc). De Wpc is afgelopen mei opengesteld voorinternetconsultatie. Parallel hieraan zijn onder andere met UVW (debeoogde uitvoerder) intensieve gesprekken gevoerd over de uitvoer-baarheid van het wetsvoorstel. De internetconsultatie en de gevoerdegesprekken zullen tot verdere uitwerking leiden met als doel de uitvoer-baarheid verder te verbeteren. De verwachting is dat in het eerstekwartaal van 2025 uitvoeringstoetsen zullen worden aangevraagd en dathet wetsvoorstel in de tweede helft van 2025 bij uw Kamer ingediend kanworden.Wetsvoorstel Hervorming ArbeidsmarktinfrastructuurMet de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur worden een aantalmaatregelen genomen om de dienstverlening rondom werk en scholing teverbeteren. Om de ondersteuningsbehoefte van mensen en werkgeversmeer centraal te zetten wordt de publieke en private dienstverlening ineen arbeidsmarktregio via 1 loket toegankelijk: het Werkcentrum. Voor debenodigde wettelijke grondslagen en het borgen van deze samenwerkingdienen de Wet SUWI en het Besluit SUWI te worden gewijzigd. Hetwetsvoorstel voor eerstgenoemde wijziging zal dit jaar nog in internetcon-sultatie worden gebracht.Wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers en wetsvoorstel Verduidelijkingbeoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoedenOp 6 november jl. heeft de Afdeling advisering van de Raad van Statehaar advies uitgebracht over de wetsvoorstellen Meer zekerheidflexwerkers en Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsver-moeden (Vbar). Beide wetsvoorstellen zijn beoordeeld met een dictum B.Dit betekent dat de Afdeling advisering van de Raad van State een aantalopmerkingen heeft bij de wetsvoorstellen en adviseert daarmee rekeningte houden voordat de wetsvoorstellen bij uw Kamer worden ingediend.De adviezen worden momenteel bestudeerd. Het wetsvoorstel Vbar maaktals hervorming ook onderdeel uit van het HVP. Uw Kamer wordt op eenlater moment geïnformeerd over het vervolg van deze wetsvoorstellen.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van Hijum9Kamerstukken II 2022/23, 29 544, nr. 1176.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2788
Gerelateerde bronnen
- De minister gaat in gesprek met de creatieve en culturele sector over de impact van de beleidsmaatregelen rond zzp'ers en rapporteert hierover terug aan de Kame
De minister gaat in gesprek met de creatieve en culturele sector over de impact van de beleidsmaatregelen rond zzp'ers en rapporteert hierover terug aan de Kamer.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.