KamerkringInloggen
Kamerbrief

Resultaten banenafspraak 2023

16 jul 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ee9050a9d8095cdf · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202434 352Uitvoering en evaluatie ParticipatiewetNr. 320 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 juli 2024Iedereen in Nederland moet mee kunnen doen aan de arbeidsmarkt. Ookmensen die daarbij ondersteuning nodig hebben. Het is de ambitie vanhet kabinet om meer mensen met een arbeidsbeperking aan de slag tehelpen bij reguliere werkgevers. Deze ambitie is vastgelegd in dezogenoemde banenafspraak. Dat is een afspraak uit het sociaal akkoordvan 2013 om in 2026 in totaal 125.000 extra banen te realiseren voormensen met een arbeidsbeperking, 100.000 in de markt en 25.000 bij deoverheid. Met deze brief informeer ik uw Kamers over de gerealiseerdeaantallen voor de banenafspraak over 2023. Tevens breng ik u op dehoogte van de uitkomsten van het onderzoek van de NederlandseArbeidsinspectie over mensen uit de doelgroep banenafspraak dielangdurig niet aan het werk komen. Het eindrapport van dit onderzoekvindt u in de bijlage, en in deze brief is de beleidsreactie opgenomen. Indeze brief vindt u ook de uitwerking van een aantal moties die gericht zijnop het aan het werk helpen van mensen met een arbeidsbeperking.In 2023 hebben werkgevers 85.665 extra banen gerealiseerd ten opzichtevan de nulmeting. Dit is enorm waardevol voor de mensen die hierdooraan de slag zijn. Hiervoor geef ik graag complimenten richting allewerkgevers die deze banen hebben gerealiseerd. Tegelijkertijd blijft hetaantal extra banen helaas achter bij de doelstelling die was gesteld voor2023, namelijk 105.000 extra banen. Voor het eerst sinds de totstand-koming van de banenafspraak geldt dat zowel de marktwerkgevers als deoverheidswerkgevers de jaarlijkse doelstelling niet hebben behaald. Datbetekent dat de afstand tot de doelstelling van de banenafspraak – hetrealiseren van 125.000 extra banen in 2026 – groter is geworden. Het isduidelijk dat meer inzet nodig is om meer mensen met een arbeidsbe-perking aan het werk te helpen.Het is daarbij van belang dat we obstakels die werk in de weg staan zoveelmogelijk wegnemen, zowel voor werkzoekenden als voor werkgevers. Inde brief van juni 2023 is daarom door de Minister voor Armoede, kst-34352-320ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 3201 Participatie en Pensioenen (APP) een aantal vervolgstappen aangekondigdom de banenafspraak te verbeteren1. Het gaat onder meer om eenbeperkte verbreding van de doelgroep banenafspraak met mensen metvergelijkbare kenmerken. Ook wordt het beschikbaar stellen van loonkos-tensubsidie in de WIA, WW en de Wajong uitgewerkt2. Verder is op17 oktober 2023 het wetsvoorstel vereenvoudigde banenafspraakaangeboden aan de Tweede Kamer3. Deze maatregelen helpen om meerwerkgelegenheid te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking bijeen reguliere werkgever. Zo helpen we meer mensen mee te doen in desamenleving en wordt de arbeidsmarkt gaandeweg steeds inclusiever.Voor de langere termijn is meer nodig. Het toewerken naar een vollediginclusieve arbeidsmarkt vergt inzet van alle partijen. Dat moeten wesamen doen. Daarom ben en blijf ik in gesprek met De Werkkamer(gemeenten en sociale partners), UWV én met alle mensen die binnen dedoelgroep horen of daartoe willen horen over verdere verbeteringen vande banenafspraak.Een terugblik: de resultaten tot en met 2023De opgave voor markt en overheid was om tot en met 2023 105.000 extrabanen te realiseren ten opzichte van de nulmeting. 80.000 in de sectormarkt en 25.000 in de sector overheid. De doelstelling van 105.000 banenis met 85.665 niet gehaald. Ten opzichte van 2022 zijn er in 2023 4.548banen bijgekomen. In totaal, inclusief de 75.179 banen ten tijde van denulmeting, zijn er eind 2023 160.844 banen gerealiseerd voor mensen uitde doelgroep banenafspraak.Voor de meting over 2023 is het aantal banen bij reguliere werkgeverseind 2023 afgezet tegen het aantal banen van de nulmeting eind 2012. Hetonderscheid per sector (markt of overheid) is weergeven in tabel 1. Met74.031 extra banen ten opzichte van de nulmeting hebben marktwerk-gevers de doelstelling van 80.000 extra banen in 2023 niet behaald. Ditondanks dat de jaarlijkse groei vorig jaar juist weer flink was toegenomenna een aantal jaren van beperkte groei. Dit is de eerste keer sinds denulmeting dat marktwerkgevers de jaarlijkse doelstelling niet hebbengerealiseerd. Met marktwerkgevers ga ik in gesprek over hoe we het tijkunnen keren, wat nodig is voor werkgevers om meer banen te realiserenen hoe we de bekendheid van de banenafspraak en de bijbehorendeondersteuning kunnen verbeteren. Met als doel dat meer werkgeversmensen met een arbeidsbeperking aan het werk helpen. In dit gesprekneem ik ook mee of het wenselijk is om voor marktwerkgevers, net alsvoor overheidswerkgevers, jaarlijks een quotumpercentage vast te stellen.Vooruitlopend op deze cijfers hebben VNO-NCW en MKB Nederland injuni het initiatief genomen om opnieuw een impuls te geven aan debanenafspraak door het organiseren van het Malietorenberaad. In junibezocht de Minister voor APP dit beraad. De ondernemersorganisatiesorganiseerden het Malietorenberaad omdat ze zich zorgen maken over devoortgang van de banenafspraak. Tijdens het beraad hebben de onderne-mersorganisaties afspraken gemaakt met uitvoerende organisaties alsUWV en de VNG om in regio’s werkgevers en kandidaten met elkaar incontact te brengen en gezamenlijk gestructureerd de focus te behoudenop de kansen die er nog steeds zijn. Ik waardeer dit initiatief zeer.Daarnaast bespraken de aanwezige ondernemersorganisaties dat zij hetvan belang vinden dat de ondersteuningsbehoefte centraal staat enkandidaten goed in beeld worden gebracht bij werkgevers. Later in deze1Kamerstukken II, vergaderjaar 2022/2023, 34 352, nr. 281.2Kamerstukken II 2022/23, 34 352, nr. 281.3Kamerstukken II 2023/24, 36 449, nr. 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 3202 brief zal ik zowel ingaan op de acties die ik onderneem om de ondersteu-ningsbehoefte van kandidaten centraal te stellen als op de beschik-baarheid van kandidaten.De doelstelling voor 2023 voor de overheid was 25.000 banen. Eind 2023hebben overheidswerkgevers 11.634 banen gerealiseerd ten opzichte vande nulmeting. Hoewel de afstand tot de doelstelling nog steeds erg grootis, ben ik voorzichtig positief. Zo hebben overheidswerkgevers in 2023 tenopzichte van 2022 1.630 extra banen gerealiseerd voor mensen uit debanenafspraak. Het is voor het eerst sinds 2020 dat de groei jaar-op-jaareen dergelijke stijging laat zien. Tegelijkertijd zijn we er nog niet. Daaromga ik later in deze brief in op de inzet voor overheidswerkgevers.Tabel 1: Resultaten eind 2023 ten opzichte van de nulmetingToename aantalbanen marktToename aantalbanen overheidTotale toename aantalbanenFormele dienstver-banden76.02710.78886.8151Inleenverbanden(uitzendrelaties enWsw-detacheringen)-1.996846-1.150Totaal74.03111.63485.665Doelstelling SociaalAkkoord(80.000)(25.000)(105.000)1 De som van de toename van het aantal banen in de markt en bij de overheid kan afwijken vande toename van het totaalaantal banen vanwege afrondingsverschillen. Vorm dienstverbandWe spreken over twee verschillende manieren waarop mensen met eenarbeidsbeperking aan het werk gaan, namelijk via een formeel dienst-verband of via een inleenverband. Het totale aantal extra banen is deoptelsom van de toename van formele dienstverbanden enerzijds eninleenverbanden anderzijds. Bij reguliere werkgevers zijn er ten opzichtevan de nulmeting 86.815 extra banen via formele dienstverbanden,bijvoorbeeld tijdelijke of vaste contracten, gerealiseerd. Werkgevers in desector markt hebben 76.027 extra banen via formele dienstverbandengerealiseerd en werkgevers in de sector overheid 10.788. Het aandeelformele dienstverbanden in het totaalaantal dienstverbanden is daarmeetoegenomen in 2023 ten opzichte van 2022.Markt- en overheidswerkgevers kunnen naast formele dienstverbandenook via inleenverbanden banen realiseren. Inleenverbanden zijn zoweluitzendrelaties als detacheringen vanuit de sociale werkvoorziening(Wsw-detacheringen). De banen via inleenverbanden tellen mee bij desector waar de werknemer daadwerkelijk werkt. Bijvoorbeeld: iemandwerkt gedetacheerd vanuit de sociale werkvoorziening bij een werkgeverin de ICT-branche. In dit geval telt hij mee bij de gerealiseerde aantallenvoor de markt.De ingeleende mensen uit de doelgroep worden bij elke meting opnieuwtoegedeeld aan de sectoren op basis van de verdeelsleutel inleenver-banden. Deze wordt vastgesteld op basis van objectief, representatiefonderzoek. Dit onderzoek is uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek.In de begeleidingscommissie zijn alle betrokken partijen, waaronderwerkgeversorganisaties, uitzendbedrijven en Cedris vertegenwoordigd.Tijdens de nulmeting waren er 36.206 banen via inleenverbanden.76,0 procent van deze inleenverbanden was gerelateerd aan marktwerk-gevers en 24,0 procent aan overheidswerkgevers. Eind 2023 waren erTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 3203 35.055 banen via inleenverbanden. Uit het onderzoek van SEO4 blijkt datvan deze inleenverbanden 72,8 procent gerelateerd is aan de marktwerk-gevers en 27,2 procent aan overheidswerkgevers. De verdeelsleutel istoegepast op het totaalaantal verloonde uren5 van banen via inleenver-banden eind 2023. In totaal waren er eind 2023 ten opzichte van denulmeting 1.150 minder banen via inleenverbanden dan tijdens denulmeting. Werkgevers in de sector markt hebben 1.996 minder banen viainleenverbanden gerealiseerd ten opzichte van de nulmeting enwerkgevers in de sector overheid hebben 846 extra banen via inleenver-banden ten opzichte van de nulmeting gerealiseerd.Het totaalaantal banen dat werkgevers via inleenverbanden realiserenneemt, na een aanvankelijke stijging, de afgelopen jaren af en is nu onderhet niveau van het totaalaantal banen dat beschikbaar was voor mensenuit de doelgroep banenafspraak via inleenverbanden tijdens de nulmeting.Met het oog op deze ontwikkeling is in de brief van 6 juli 2023 (Kamerstuk34 352, nr. 299) aan de Tweede Kamer een analyse aangekondigd ommeer zicht te krijgen op de redenen en de achterliggende oorzaken van deontwikkeling in banen die gerealiseerd worden via inleenverbanden. Uitdeze analyse die is uitgevoerd en waarover uw Kamer via de nota naaraanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel vereenvoudigde banenaf-spraak6 is geïnformeerd, blijkt dat een reden voor de daling van deinleenverbanden de afgelopen jaren is dat geen sprake is van nieuweinstroom in Wet sociale werkvoorziening, waardoor de groep mensen meteen Wsw-indicatie gestaag afneemt. Hierdoor neemt ook gelijk het aantaldetacheringen van mensen met een Wsw-indicatie naar regulierewerkgevers af. Ook kan de krapte op de arbeidsmarkt een verklaring zijn.In tijden van krapte zullen werkgevers hun schaarse krachten graag willenbinden. De daling van de inleenverbanden is een gevolg van degenoemde redenen. Dit laat onverlet dat werkgevers en werknemerinleenverbanden kunnen benutten als opstap. De regering blijft zichhiervoor inzetten. Zo blijven sociaal ontwikkelbedrijven belangrijk voor hetbieden van detacheringen aan reguliere werkgevers. Dit heeft de Ministervoor APP ook benoemd in de brief infrastructuur sociaal ontwikkelbe-drijven van 21 december 2023.7Ontwikkelingen van de banenafspraak de afgelopen jarenIn de bijlage is de ontwikkeling tussen 2015 en 2023 in beide sectorenopgenomen waarbij per sector ook onderscheid is gemaakt tussenformele dienstverbanden en inleenverbanden over de jaren heen.Stand van zaken overheidswerkgeversDe resultaten van overheidswerkgevers in 2023 zijn voorzichtig positief tenoemen in vergelijking met de ontwikkelingen de afgelopen jaren. Na eendaling in de realisatie bij de overheid in de jaren 2021 en 2022 is er nuweer een voorzichtige stijging te zien, maar we zijn er nog niet. Webekijken daarom met alle overheids- en onderwijssectoren hoe er dekomende jaren nog meer banen gerealiseerd kunnen worden. De Ministervan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zet zich als coördinerendbewindspersoon voor de overheid ervoor in dat de overheid banen blijftrealiseren voor mensen die tot de doelgroep banenafspraak behoren.4www.seo.nl/publicaties.5Een baan is gedefinieerd in verloonde uren. Een baan staat gelijk aan 25,5 uur per week.6Kamerstukken II, 2023/24, 36449.7Kamerstukken II, 2023/24, 34 352, nr. 307.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 3204 In 2022 zijn al extra maatregelen aangekondigd voor de sector Rijk en hetfunderend onderwijs. In de brief van 6 juli 2023 8 is een update gegevenover deze extra maatregelen. Zo is voor het primair onderwijs bijvoor-beeld inmiddels een zogenaamde routekaart ontwikkeld door de PO-Raaden het Vervangingsfonds/Participatiefonds, met behulp van de NormaalsteZaak, die werkgevers kan helpen om aan de slag te gaan met de banenaf-spraak. Daarnaast heeft de Staatssecretaris van BZK in december 2023een hernieuwde focus voor de sector Rijk aangekondigd (zie hierna). Dezemaatregelen moeten de komende tijd nog meer positief effect gaansorteren voor de toekomstige resultaten van de sector Rijk. De Ministervan BZK informeert uw Kamer in het najaar in meer detail over devoortgang van de banenafspraak en de maatregelen in de sector Rijk ende overige publieke sectoren. Hieronder staat een update op hoofdlijnenover de maatregelen voor de sector Rijk.Maatregelen sector RijkOm een extra impuls te geven aan de Banenafspraak binnen het Rijk, zijnin 2022 twee extra maatregelen aangekondigd. Het gaat om centralefinanciering en het opbouwen van een Netwerkorganisatie met focus opSocial Return. In 2023 is bij een aantal ministeries gebleken dat hetrealiseren van banen verder op gang kan worden gebracht door met eencentraal budget te werken. De centrale financieringsconstructie houdt indat organisatieonderdelen van een ministerie naar rato van hun eigenopgave een bijdrage leveren aan een centrale financiering binnen heteigen ministerie. Het voordeel hiervan is dat de middelen geoormerkt zijnen op een centrale plek efficiënt kan worden gekeken waar nog banengerealiseerd kunnen worden. Bovendien kunnen organisatieonderdelendie minder mogelijkheden hebben om in de eigen organisatie banen terealiseren zo ook bijdragen aan de centrale opgave. Ook de Netwerkorga-nisatie is inmiddels van start gegaan en wordt de komende tijd steedsverder uitgebreid. De Rijksoverheid heeft jaarlijks voor minimaal130 miljoen euro aan Social Return-verplichtingen uitstaan bij leveran-ciers. Door Social Return (SR) toe te passen in aanbestedingen, worden erconcrete afspraken met leveranciers gemaakt om een bepaald gedeeltevan de loonsom te gebruiken voor het realiseren van banen voor mensenmet een arbeidsbeperking. Het doel van de netwerkorganisatie is om meteen gebundelde leveranciersaanpak de impact te vergroten als het gaatom het realiseren van meer werkgelegenheid voor mensen met eenarbeidsbeperking. De organisatie is ingericht als grenzeloze samen-werking, waarbij 5 departementen samenwerken aan de opgave.Belangrijkste focuspunten voor 2023 en 2024 zijn het inrichten van deorganisatie (capaciteit), het bepalen van het beïnvloedbare inkoopvolume,het bepalen en inzetten van een koers om tot een leveranciersaanpak tekomen, een afwegingskader opstellen voor monitoring, het creëren vandraagvlak bij interne en externe partijen en het starten met gesprekkenmet de betreffende leveranciers.In de voortgangsbrief Banenafspraak Rijk9 is eind 2023 een hernieuwdefocus voor de banenafspraak binnen het Rijk aangekondigd. Dehernieuwde focus kent drie thema’s. Ten eerste gaat het om het inrichtenvan een adequate begeleidingsstructuur voor mensen uit de doelgroepbanenafspraak die aan de slag gaan bij de overheid. Dit gebeurt ondermeer door het breder aanstellen van interne jobcoaches. Ten tweedebestaat de hernieuwde focus uit het inventariseren van kansrijkedomeinen in samenwerking met Binnenwerk, de rijksbrede organisatie diemensen met een arbeidsbeperking aan het werk helpt Deze organisatie8Kamerstuk 34 352, nr. 2999Kamerstukken II, 2023/24, 34 352, nr. 309.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 3205 voert intensief overleg met grote overheidswerkgevers om te komen totwerkzaamheden die op grote schaal door mensen met een arbeidsbe-perking kunnen worden uitgevoerd. Tot slot betreft de hernieuwde focushet aanscherpen van de kwaliteit en duurzaamheid van de gerealiseerdebanen.Voor de komende tijd zijn nog forse inspanningen nodig. Daarom wordtook gewerkt aan verder inzicht verkrijgen in specifieke werkzaamheden enprojecten binnen de Rijksoverheid die zich ervoor lenen om substantieelextra mensen vanuit de doelgroep Banenafspraak aan het werk te helpen.De organisatie die zich hiermee binnen het Rijk bezighoudt is Binnenwerk.In 2023 steeg het aantal banen bij Binnenwerk van 687 naar 870 banenvoor mensen uit de doelgroep banenafspraak, daarmee kwamen er bijBinnenwerk dus 183 banen bij.Rapport Nederlandse Arbeidsinspectie «Op papier arbeidsver-mogen, in de praktijk geen reële kans op werk»De afgelopen jaren is er een stagnatie opgetreden in de groei van hetaantal gerealiseerde banen voor de banenafspraak. Deze stagnatie werdals eerste zichtbaar bij de sector overheid en is nu ook zichtbaar voor demarktsector. Er zijn verschillende factoren die hierbij een rol spelen, denkonder andere aan een constant aandeel werkgevers dat mensen met eenarbeidsbeperking in dienst heeft, maar ook een gebrek aan geschiktekandidaten. De Nederlandse Arbeidsinspectie (vanaf nu: Arbeidsinspectie)heeft het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar die laatste groep: mensenuit de doelgroep banenafspraak die langdurig niet aan het werk komen.Het eindrapport van dit onderzoek van de Arbeidsinspectie vindt u alsbijlage bij deze brief. In deze brief ga ik kort in op de hoofdlijnen van hetrapport en mijn beleidsreactie. Ik wil bij deze de Arbeidsinspectie graagdanken voor het gedegen onderzoek.Hoofdlijnen rapport ArbeidsinspectieIn het eindrapport «Op papier arbeidsvermogen, in de praktijk geen reëlekans op werk» constateert de Arbeidsinspectie dat veel mensen in dedoelgroep banenafspraak langdurig niet aan het werk komen. DeArbeidsinspectie stelt ook dat een substantieel deel van deze groepzodanige beperkingen en problemen heeft dat er sterke twijfels zijn of zijwel voldoen aan het uitgangspunt van de banenafspraak, namelijk datmensen in de doelgroep een reële kans op werk bij een regulierewerkgever hebben. De Arbeidsinspectie stelt dat de begeleiding van dezegroep wellicht beter gericht kan zijn op alternatieve vormen van partici-patie, waardoor capaciteit vrijkomt die beter benut kan worden voor debegeleiding van mensen die wel een kans op werk hebben. Ook consta-teert de Arbeidsinspectie dat de dienstverlening van UWV en gemeenteneraan bijdraagt dat mensen die wel reële kansen op regulier werk hebbenaan het werk worden geholpen. Echter krijgen lang niet alle klanten dienog een kans op regulier werk hebben actieve begeleiding. De belang-rijkste oorzaak hiervan is dat de beschikbare tijd ontbreekt die nodig is omin de klanten te kunnen investeren. Dit terwijl beschikbare tijd als grootstesuccesfactor wordt gezien door medewerkers van UWV en gemeenten.Medewerkers geven aan dat er in de uitvoering meer tijd en ruimte zoumoeten zijn voor het leveren van maatwerk en het investeren in eenvertrouwensband met klanten.Geen reële kans op werkOp basis van CBS-microdata is door de Arbeidsinspectie berekend dat35% van de mensen uit de doelgroep banenafspraak tussen 1 januari 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 3206 en 1 januari 2022 in het geheel niet gewerkt heeft. Verreweg het grootstedeel heeft ook in de jaren daaraan voorafgaand niet gewerkt. Naast de35% die geheel niet heeft gewerkt, heeft 11% tussen 2019 en 2022 minderdan een jaar gewerkt.De Arbeidsinspectie constateert dat het aandeel niet-werkenden binnen dedoelgroep banenafspraak relatief groot is onder mensen met een indicatiebanenafspraak die onder verantwoordelijkheid van gemeenten vallen10,de afgewezen Wajong aanvragen11 en de Wajong-populatie12. Het aandeelniet-werkenden binnen de doelgroep banenafspraak is het kleinst ondervso- en pro-schoolverlaters13 en mensen die via de praktijkroute aan hetwerk zijn gekomen14.Dienstverlening UWV en gemeentenDe Arbeidsinspectie geeft aan dat een belangrijke succesfactor is het tijdkunnen investeren in klanten, ervan uitgaande dat deze klanten een reëlekans op regulier werk hebben. Het heeft een positieve invloed als er eenvertrouwensband is met de klant, en de medewerker de persoonlijkevoorkeuren van de klant kent en er rekening mee kan houden. Geduld enfrequente klantcontacten zijn daarbij essentieel. Een kleinere caseload enminder registratiedruk zou kunnen helpen om de dienstverlening teverbeteren.De Arbeidsinspectie geeft aan dat de klanten die niet actief wordenbegeleid (passieve caseload) veelal niet goed in beeld zijn. De caseloadszijn vaak omvangrijk, er zijn weinig klantcontacten en ontwikkelingen bijde klant worden niet tijdig waargenomen met het risico van gemistekansen voor doorstroom naar actieve begeleiding. Ook komt integraledienstverlening met GGZ/WMO/Jeugdzorg zelden tot stand.De Arbeidsinspectie ziet ook een aantal belemmeringen in de dienstver-lening die (de voortgang van) de re-integratie in de weg staan. Dat betreftbijvoorbeeld lange wachttijden bij sociaal medische beoordelingen (bijUWV) en lange wachttijden in de zorg. Ook restricties in de inzet vaninstrumenten en voorzieningen kunnen belemmerend werken.Medewerkers pleiten voor meer flexibiliteit bij de inzet van instrumentenen voorzieningen. Er is nog nauwelijks sprake van integrale dienstver-lening in het sociale domein waardoor vertraging in de re-integratie kanoptreden. Ook noemt de Arbeidsinspectie het bekende probleem datschakelen binnen de participatieketen moeilijk is. En waar voorheen dekrapte op de arbeidsmarkt gunstig uitpakte voor de doelgroep, is er nueen situatie ontstaan dat de krapte nadelig uitpakt voor de doelgroep.Werkgevers willen door de krapte snel en volledig inzetbare medewerkers,maar die zijn nauwelijks te vinden binnen de doelgroep banenafspraakaldus de Arbeidsinspectie.10Dit betreft mensen die onder de verantwoordelijkheid van gemeenten vallen en waarvoor eenindicatie banenafspraak is toegekend door UWV.11Hieronder vallen personen die een Wajong aanvraag hebben ingediend bij UWV, maarwaarvan UWV of heeft geoordeeld dat er nog arbeidsvermogen is, of dat er op het momentvan beoordelen geen arbeidsvermogen is maar waarbij het niet vast staat of dat duurzaam is.12Hieronder vallen alle mensen die geregistreerd staan onder vier verschillende grondslagen:oude Wajong, nieuwe Wajong, nieuwe Wajong voortgezette werkregeling en nieuweWajong-arbeidsondersteuning.13(Ex-)leerlingen vanuit het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs die zelfschriftelijk een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen hebben aangevraagd bij UWV.14Mensen waarvan via een gevalideerde loonwaardemeting op een werkplek is vastgesteld datze niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 3207 BeleidsreactieOp dit moment behoren 265.000 mensen tot de doelgroep banenafspraak.Deze mensen zijn opgenomen in het doelgroepregister dat UWV beheert.Hiervan is ruim de helft aan het werk (138.000 mensen). De Arbeidsin-spectie constateert dat in de periode 2019–2022 (en ook grotendeels in dedaaraan voorafgaande jaren) een groep van 35% van de mensen in hetdoelgroepregister in het geheel niet gewerkt heeft. Het gaat om een groepvan ruim 67.000 mensen op basis van de omvang van het doelgroepre-gister ten tijde van het onderzoek van de Arbeidsinspectie15. Ongeveereen derde hiervan (35%) heeft een Wajong-uitkering, de rest valt onderverantwoordelijkheid van de gemeente. Dit heeft grote consequentiesvoor de beschikbaarheid van bemiddelbare mensen in het doelgroepre-gister. Dit beeld komt ook naar voren in veel gesprekken die vanuit SZW inde afgelopen periode gevoerd zijn met onder andere sociale partners,individuele werkgevers, UWV en gemeenten. Zij geven aan dat het lijktalsof er steeds minder kandidaten zijn die direct bemiddelbaar zijn en totde doelgroep banenafspraak behoren. Ik maak mij hier zorgen over,omdat we tegelijkertijd ook zien dat er nog te veel mensen met eenarbeidsbeperking aan de kant staan die wel willen en kunnen werken. Wemoeten ons hierbij realiseren dat wanneer mensen op dit moment nietbemiddelbaar zijn dit gelukkig niet om een permanente situatie hoeft tegaan. Daarom is er een aantal onderdelen waar ik de komende tijd meeaan de slag ga:–Beter in beeld brengen van kandidaten uit de doelgroep banenafspraak–Beperkte verbreding doelgroep banenafspraak–Toekomstvisie banenafspraak–Verbeteringen voor de uitvoering–Inzet werkgeversHieronder ga ik dieper in op deze punten. In ieder geval is duidelijk dat hethalen van de doelstelling van de banenafspraak geen gemakkelijkeopgave is. Met elkaar moeten we alle zeilen bijzetten om zoveel mogelijkwerkgelegenheid te organiseren voor mensen met een arbeidsbeperking.In beeld brengen van kandidatenHet is van groot belang dat van kandidaten bekend is wat hun talenten zijnen waar kansen liggen om aan de slag te gaan bij werkgevers. Debeschikbaarheid van voldoende kandidaten is van cruciaal belang omkansen te benutten die werkgevers bieden aan mensen die tot dedoelgroep banenafspraak behoren. Ook uit eerdere signalen uit de praktijkis gebleken dat werkgevers moeite hebben om voldoende mensen tevinden die tot de doelgroep banenafspraak behoren. Daarom is in de briefvan 7 juni 2023 extra inzet aangekondigd om de matching verder teverbeteren zodat de kansen op werk van mensen die tot de doelgroepbanenafspraak behoren toenemen.16Daarnaast loopt ook het programma Verbeteren Uitwisseling Matchings-gegevens (VUM), een samenwerking van VNG, UWV en SZW. Het doel ismeer transparantie in werkzoekenden- en vacaturebestand over regio- enorganisatiegrenzen heen. Zo kunnen UWV en gemeenten de juistewerkzoekende snel, goed en duurzaam koppelen aan de juiste vacature.De dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden verbetert door15Het betreft 35% van een cohorte van 190.769 mensen. Dat zijn mensen die op 1 januari 2019 inhet doelgroepregister zaten en daar ook de volledige daaropvolgende drie jaar in gezetenhebben. Mensen die in deze drie jaar uitgestroomd zijn, zijn derhalve buiten de cohortegelaten.16Kamerstukken II, 2022/23, 34 352, nr. 281.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 3208 gestandaardiseerde elektronische gegevensuitwisseling. Werkgevers enarbeidsmarktprofessionals krijgen een beter inzicht in het beschikbarearbeidspotentieel. Tot eind 2024 lopen er VUM-pilots. De invoering vanhet programma bij UWV en gemeenten in de regio’s volgt vanaf 2025.Begin 2024 is een project gestart dat is gericht op het introduceren vannieuwe aanpakken om voor meer mensen die tot de doelgroep banenaf-spraak behoren te kijken wat hun talenten zijn en waar kansen liggen omaan de slag te gaan bij werkgevers. Arbeidsmarktregio’s kunnendeelnemen aan het project. Stichting Nederland Onderneemt Maatschap-pelijk ondersteunt de arbeidsmarktregio’s bij de uitvoering van hetproject. Deze stichting voert in opdracht van SZW het project «Op naar de125.000 banen» uit. Inmiddels zijn 2 gemeenten daadwerkelijk begonnenmet de aanpak en zijn er nog 3 andere die op korte termijn gaan beginnen.Het project richt zich op mensen die bemiddelbaar zijn naar werk enmensen waarvan gemeenten eerder hebben geconstateerd dat ze dat nietzijn. Het project is nog te kort van start om nu al resultaten te kunnendelen. Mijn streven is u begin 2025 verder te informeren over dit project.Op basis van de evaluatie van het project zal het kabinet besluiten overhet al dan niet breder inzetten van deze aanpak.Beperkte verbreding doelgroep banenafspraakIn de brief van 7 juni 2023 is een beperkte verbreding van de doelgroepbanenafspraak aangekondigd. Het gaat om mensen met een WIA- enWW-uitkering die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnenverdienen, en mensen met een Wajong-uitkering die duurzaam geenarbeidsvermogen hebben die werken bij een reguliere werkgever. Met denota van wijziging17 die op 22 mei 2024 is ingediend bij het wetsvoorstelbanenafspraak wordt in dat wetsvoorstel opgenomen dat mensen in deWajong die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en werken bij eenreguliere werkgever en mensen in de WIA die als volledig en duurzaamarbeidsongeschikt zijn aangemerkt en werken met loondispensatie tot dedoelgroep banenafspraak gaan behoren. Door deze voorgestelde wijzigingkomen deze mensen in aanmerking voor dezelfde instrumenten enondersteuning als de mensen die nu al tot de doelgroep banenafspraakbehoren.Toekomstvisie banenafspraakIn de brief van 7 juni 202318 is aangekondigd aan de slag te gaan met hetverbeteren van de banenafspraak. Onderdeel daarvan -en in lijn met debevindingen van de Arbeidsinspectie- is om de ondersteuningsbehoeftevan mensen meer centraal te stellen binnen de banenafspraak. Begin ditjaar is een werkgroep gestart die aan concrete maatregelen daarvoorwerkt. In deze werkgroep zijn diverse betrokkenen vanuit verschillendeinvalshoeken vertegenwoordigd. Ik neem in deze werkgroep ook deconstateringen mee van de Arbeidsinspectie in het bijzonder waar hetgaat over de omvang, samenstelling en problematiek van de mensen diemoeilijk aan het werk komt.De werkgroep heeft de afgelopen maanden gewerkt aan de inhoudelijkeverkenning en het vormgeven van de contouren van het toekomstbeeldbanenafspraak. Daarvoor zijn gesprekken gevoerd over verschillendevormen van ondersteuningsbehoefte (bijvoorbeeld het onderscheidtussen structurele en tijdelijke ondersteuningsbehoeften), de afbakening17Kamerstukken II, 2023/24, 36 449, nr. 7.18Kamerstukken II 2022/23, 34 352, nr. 281.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 3209 van de doelgroep, als ook het huidige aanbod aan voorzieningen eninstrumenten voor de doelgroep van de banenafspraak.Op basis hiervan gaat de werkgroep na de zomer verder met hetontwikkelen van een aantal mogelijke varianten voor de toekomstigebanenafspraak, op verschillende ambitieniveaus. Het doel is om twee ofdrie varianten uit te werken en daarvan de mogelijke effecten op debaankansen voor mensen met een ondersteuningsbehoefte in beeld tebrengen. Deze varianten willen we vervolgens breder voorleggen inzogenoemde praktijkgesprekken waar we mensen uit de doelgroep,werkgevers en uitvoerders vragen om mee te denken over de varianten.Zo scherpen we samen het toekomstbeeld van de banenafspraak aan. Hetstreven is om u hierover begin 2025 verder te informeren.Verbeteringen voor de uitvoeringDe Arbeidsinspectie constateert dat er nog veel verbeteringen mogelijkzijn in de dienstverlening van met name mensen die veel ondersteuningnodig hebben om de stap te zetten naar werk of andere vormen vanparticipatie. Hoewel medewerkers vaak binnen de mogelijkheden die zijhebben veel inzet plegen om mensen die zij actief begeleiden te latenparticiperen, zorgen tijdgebrek en hoge caseloads er vaak voor dat ze nietalle ondersteuning kunnen geven die zij nodig achten. Daarnaast maakt deuitvoering volgens het rapport van de Arbeidsinspectie keuzes tussenactieve en passieve begeleiding. Mensen met een grotere afstand tot dearbeidsmarkt ontvangen dan nagenoeg geen ondersteuning om de eerstestap op weg naar werk te zetten. Het is van groot belang dat de uitvoeringzich een goed beeld vormt van de mogelijkheden en kansen op werk vanalle mensen die behoren tot de doelgroep. En dat de mensen de onder-steuning ontvangen waar zij behoefte aan hebben. Dit is van belang voorde mensen zelf. En voor de arbeidsmarkt waar de vraag naar arbeids-krachten in bepaalde sectoren (zoals de zorg en de horeca) nog steedsgroot is. Ik wil met de uitvoering in gesprek over wat er nodig is om ookde mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt ondersteuning tekunnen bieden.In het Programma Simpel Switchen werk ik samen met VWS, Divosa,VNG, UWV, Cedris, VGN, Movisie, partners uit het zorgdomein en(koepelorganisaties van en voor) ervaringsdeskundigen gezamenlijk aanhet wegnemen van drempels en belemmeringen en het versoepelen vanovergangen in de participatieketen. We willen dat mensen makkelijkertussen uitkering en (deeltijd) werk en tussen vormen van participatie zoalsdagbesteding, beschut werk, de banenafspraak en regulier werk kunnenswitchen. Het is essentieel dat het voor mensen veilig voelt en veilig is om(ontwikkelings)stappen te zetten waarbij ze ook terug kunnen stromen inde uitkering mocht dat nodig zijn. Om dit mogelijk te maken zetten we ookin op het ondersteunen van de professional in het sociaal domein methandreikingen en tools. In de brief aan uw Kamer van 13 maart 202419bent u geïnformeerd over de voortgang van het programma en over dedoelen en ambities voor de komende jaren die zijn vastgelegd in hetmeerjarenprogramma Simpel Switchen dat van 2024 tot en met 2027loopt.In lijn met bovenstaande voornemens wordt vanuit het programmaParticipatiewet in Balans ingezet op het faciliteren van een anderewerkwijze bij de uitvoering van de Participatiewet. Dit komt voort vanuitde behoefte om te werken vanuit vertrouwen, de menselijke maat eneenvoud in de uitvoering. In april 2024 overhandigde de VNG de19Kamerstukken II 2023/24, 34 352, nr. 311.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 32010 Leeragenda20 Participatiewet in balans (tot stand gekomen in samen-werking met gemeenten, SAM21, Divosa22, de Landelijke Cliëntenraad enEuropean Anti Poverty Network Nederland (EAPN) aan het Ministerie vanSZW. De benodigde cultuuromslag en organisatieverandering binnengemeenten en vakkundigheid van de professional in de uitvoering zijndaarin belangrijke aandachtspunten waarmee betrokken partijen aan deslag gaan. Op 21 december 2023 is het programmaplan Participatiewet inbalans naar de Kamer gestuurd23. De ambitie van de herziening van deParticipatiewet is dat iedereen moet kunnen beschikken over eentoereikend en zeker bestaansminimum. We willen mensen daarnaaststimuleren en ondersteunen om naar vermogen deel te nemen op dearbeidsmarkt en aan de samenleving. Het wetsvoorstel Participatiewet inbalans is op 27 juli 2024 bij uw Kamer ingediend.24Inzet werkgeversUit het rapport van de Arbeidsinspectie blijkt dat de krappe arbeidsmarktaanvankelijk geholpen heeft om meer mensen uit de doelgroep banenaf-spraak aan het werk te helpen. Nu zien we echter een keerzijde van dekrapte: werkgevers hebben volgens medewerkers van UWV engemeenten steeds vaker mensen nodig die direct en volledig inzetbaarzijn, terwijl het deel van de doelgroep banenafspraak dat nog niet werktjuist meer ondersteuning nodig heeft. Ook geven medewerkers aan datvaak een beroep wordt gedaan op dezelfde grotere bedrijven in specifiekesectoren als logistiek, groen, productie en detailhandel Tijdens hetonderzoek van de Arbeidsinspectie is niet gesproken met werkgevers(par-tijen) en daarom ontbreekt het werkgeversperspectief. Ik ga daarom metwerkgevers(partijen) in gesprek om te kijken of zij de constateringen uithet rapport delen. Dit neem ik mee in het eerdergenoemde gesprek dat ikmet werkgevers ga voeren over hoe we de ontwikkeling in het aantalgerealiseerde banen kunnen keren, wat nodig is voor werkgevers ommeer banen te realiseren en hoe we de bekendheid van de banenafspraaken de bijbehorende ondersteuning kunnen verbeteren.Naast deze gesprekken blijf ik werkgevers via verschillende wegenstimuleren en faciliteren om meer mensen met een arbeidsbeperking eenkans te geven om mee te doen. Zo zal er tijdens de Paralympische Speleneen evenement georganiseerd worden om inclusief werkgeverschap meerop de kaart te zetten. Mijn streven is u begin 2025 nader te informerenover de inzet van werkgevers.Onderzoek naar de toegevoegde waarde en marktbehoefte vanpilot Sociaal InnovatiefondsIn 2021 is in opdracht van SZW een pilot gestart voor het SociaalInnovatiefonds25 (hierna: SIF). De pilot voor het fonds omvat projectenwaarbij leningen worden verstrekt aan werkgevers die willen investeren ininclusieve aanpassingen voor de doelgroep, zogenaamde «deals». In depilot worden werkgevers begeleid in het opstellen van een inclusievebusinesscase. Het gaat daarbij om investeringen in groepen mensen uito.a. de banenafspraak. Uit een eerder onderzoek in opdracht van hetministerie bleek namelijk dat werkgevers ondanks een positieve busines-20Leeragenda Participatiewet: vertrouwen en vakmanschap | VNG21SAM is de beroepsvereniging voor uitvoerend professionals in het publiek sociaal domein22Divosa is de vereniging voor leiddinggevenden in het sociaal domein bij gemeenten23Kamerstukken II 2022/23, 34 352, nr. 306.24Kamerstukken II 2023/24, 36 582, nr. 2.25Kamerstukken II 2021/22, 34 352, nr. 221.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 32011 scase een drempel ervaren om te investeren om groepen mensen met eenbeperking aan te nemen.Inmiddels zijn vanuit de pilot zeven deals gesloten met werkgevers. Hetfonds ondersteunt werkgevers bij het vormgeven van de businesscase,verbindt financieringsmogelijkheden (zoals banken en fondsen) envoorzieningen in de arbeidsmarktregio. Ook verstrekt het zelf financie-ringen in de vorm van leningen of garanties. Tot nu toe zijn de resultatenveelbelovend. Met de huidige werkgeversdeals worden ruim 450inclusieve banen gerealiseerd. De pilot heeft daarbij uitgewezen dat hetfonds financiële drempels weg kan nemen en tegelijkertijd de verbindingkan leggen met de arbeidsmarktregio, aangezien het koppelen vanwerkgevers aan kandidaten uit de doelgroep van groot belang is voor eeninclusieve businesscase.Momenteel kijk ik naar de mogelijkheden voor een vervolg. Om een goedbeeld te krijgen van de potentie van het SIF binnen het bredere veld vanfinanciering, heeft het ministerie een onderzoek laten uitvoeren door DeBeleidsonderzoekers in samenwerking met Andersson Elffers Felix naarde toegevoegde waarde en marktbehoefte van het SIF26. Uit dit onderzoekblijkt onder andere dat het SIF een specifieke plek inneemt in hetfinancieringslandschap voor ondernemers die willen investeren in hetaannemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hierbij kanhet SIF een logische, nationale partner zijn die het complete aanbod heeft:van het vormgeven van de businesscase tot het verstrekken van eenlening. Ook blijkt er behoefte te zijn aan de mogelijkheden die het SIFbiedt. Wel gaven de onderzoekers een aantal aanbevelingen mee bij eenmogelijk vervolg. Deze aanbevelingen zijn bijvoorbeeld gericht op dekeuze voor bepaalde doelstellingen, het wegnemen van bepaaldedrempels voor ondernemers en de betrokkenheid van het ministerie bijhet fonds. De uitkomsten van het onderzoek zal ik meenemen in debeslissing en in de uitwerking van een mogelijk vervolg op de pilot.Arrest Hoge Raad recht op loonkostenvoordeel bij overgang vanondernemingLoonkostenvoordelen zijn tegemoetkomingen voor werkgevers diemensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst nemen.In het arrest van 24 mei 2024 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het rechtop loonkostenvoordeel (LKV) bij een overgang van onderneming meeover gaat naar de overnemende werkgever.27 Eerder oordeelde deCentrale Raad van Beroep (CRvB) al dat de voor recht op LKV benodigdedoelgroepverklaring mee over gaat bij een overgang van onderneming.28In de uitvoering van de loonkostenvoordelen vóór de uitspraak van deHoge Raad, verviel na een overgang van onderneming het recht op LKV.Omdat overgang van onderneming niet wordt vastgelegd op werknemers-niveau is het niet mogelijk hier in een geautomatiseerd proces rekeningmee te houden.UWV en de Belastingdienst zullen uitvoering geven aan dit arrest en hetrecht op LKV laten doorlopen na een overgang van onderneming.Vanwege uitvoeringstechnische redenen is het op dit moment noodza-kelijk dat de werkgever hiervoor in bezwaar gaat tegen de26Als bijlage 4 toegevoegd aan deze brief27Hoge Raad 24 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:746.28Centrale Raad van Beroep 22 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:525.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 32012 Wtl-beschikking29, wanneer er sprake is geweest van een overgang vanonderneming. Deze werkwijze geldt voor de berekening van het recht enhoogte van de loonkostenvoordelen over 2023 en mogelijk ook voorvolgende jaren. Het Ministerie van SZW, UWV en Belastingdienst gaanuitvoerig communiceren over deze werkwijze. Omdat deze werkwijzeadministratieve lasten met zich meebrengt voor werkgevers en uitvoe-ringsorganisaties, werk ik voor de langere termijn aan een wetsvoorstelwaarin wordt geregeld dat het recht op loonkostenvoordeel na elkewisseling van werkgever of overgang van onderneming kan blijvendoorlopen. In dit wetsvoorstel wordt bepaald dat na een wisseling vanwerkgever of een overgang van onderneming een nieuwe doelgroepver-klaring kan worden aangevraagd, waarmee de werkgever recht krijgt opeen verleend loonkostenvoordeel voor de resterende duur ervan. Ik streefernaar deze wetswijziging uiterlijk het eerste kwartaal van 2025 aan uwKamer aan te bieden.Pilot No-riskpolis voor langdurig bijstandsgerechtigdenConform amendement de Kort c.s.30 is er een concreet voorstel uitgewerktvoor een pilot met de inzet van de no-riskpolis voor langdurig bijstandsge-rechtigden. Onderzoeksbureau De Beleidsonderzoekers heeft in samen-spraak met gemeenten en UWV een aantal varianten uitgewerkt van eenpilot. Daarop is gekozen voor de variant die methodologisch het meestsolide is, zodat er na de pilot conclusies kunnen worden getrokken over dewaarde en de effectiviteit van het instrument voor langdurig bijstandsge-rechtigden die nu geen gebruik kunnen maken van de no-riskpolis.Ik ga starten met het uitwerken van een AMvB op basis waarvan hetexperiment kan plaatsvinden en met de voorbereidingen voor eenonderzoek behorende bij de pilot. In een voorhangprocedure zal deconcept-AMvB aan uw Kamer worden gezonden. Ook gaan we op zoeknaar gemeenten die de pilot gaan uitvoeren. In verband met de tijd dienodig is voor de voorbereiding, kan de pilot niet eerder starten dan begin2026.Belemmeringen voor werkgevers bij het aan het werk helpen vanmensen met een arbeidsbeperkingDe motie van het lid Léon De Jong31 verzoekt te inventariseren tegenwelke belemmeringen werkgevers aanlopen die wel bereid zijn ommensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen, maar daar in depraktijk nog een te hoge drempel voor ervaren, en maatregelen te treffenom deze drempels weg te nemen met als doel meer mensen met eenarbeidsbeperking aan het werk te helpen.Uit gesprekken met werkgevers, ervaringsdeskundigen, de uitvoering enuit onderzoeken zijn diverse belemmeringen bekend geworden waarwerkgevers tegenaan lopen bij het aan het werk helpen van mensen meteen arbeidsbeperking. In de brief van 14 februari 202432 en de brief van7 juni 202333 bent u geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoeknaar de afbakening van de doelgroep banenafspraak en de maatregelendie het ministerie heeft getroffen. Ook bent u geïnformeerd over het feit29«Wtl»: de Wet tegemoetkomingen loondomein die bestaat uit drie tegemoetkomingen voorwerkgevers en als doel heeft om werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt indienst te nemen of te houden.30Kamerstukken II, 2022/23, 36 200 XV, nr. 62.31Kamerstukken II, 2022/23, 34 352, nr. 287.32Kamerstukken II, 2023/24, 34 352, nr. 310.33Kamerstukken II, 2023/24, 34 352, nr. 281.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 32013 dat in gesprekken van het ministerie met betrokkenen naar voren isgekomen dat verschillen in toekenningscriteria en uitvoering vanregelingen, instrumenten en dienstverlening tussen gemeenten onderlingen tussen UWV en gemeenten een knelpunt vormen voor werkgevers bijhet aannemen van mensen met een ondersteuningsbehoefte.Om verder in te gaan op de inventarisatie, heeft het ministerie insamenwerking met de Normaalste Zaak een sessie georganiseerd metwerkgevers, zijn er gesprekken gevoerd met diverse partijen en eenenquête uitgezet. Ook uit deze inventarisatie kwam naar voren dat debovengenoemde verschillen tussen gemeenten onderling en tussen engemeenten en UWV een groot knelpunt vormen. Andere knelpunten diewerkgevers uitten, omvatten vooral het aanbod van kandidaten en beterinzicht kunnen krijgen in de capaciteit van de kandidaten, betere onder-steuning aan werkgevers en informatievoorziening vanuit de overheidover beschikbare regelingen en instrumenten, het draagvlak binnen deeigen organisatie en het verminderen van administratieve lasten. Eenaantal suggesties die werkgevers zelf benoemden om hieraan tegemoet tekomen, lag bijvoorbeeld in meer begeleiding voor de begeleiders op dewerkvloer (als het ging om collega’s die nog niet zoveel ervaring hebbenmet collega’s met een ondersteuningsbehoefte), beter contact over het inverbinding brengen met (geschikte) kandidaten en een simpeler en snellerproces van loonwaardemeting en sneller inzicht in de mogelijkheden(bijvoorbeeld als het gaat om de no-riskpolis en proefplaatsingen). Hiernaga ik op deze onderdelen in per thema.WerkgeversdienstverleningDe werkgeversdienstverlening kan een zeer belangrijke, zo niet essentiëlerol spelen bij het koppelen van werkgevers aan mensen met eenarbeidsbeperking. Adviseurs van UWV en gemeenten kunnen werkgeversbegeleiden bij de aanvraag en informeren over de mogelijkheden watbetreft regelingen en instrumenten om mensen met een ondersteunings-behoefte aan het werk te helpen. Zij doen dit in nauwe samenwerking metandere publieke partijen, zoals de SBB en sociaal ontwikkelbedrijven.In het kader van de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur,waarover uw Kamer geïnformeerd is in april34, vinden momenteelgesprekken plaats over de verbetering van samenwerking tussen partijenop de werkgeversdienstverlening. Om arbeidsmarktdienstverleningtoegankelijker en beter vindbaar te maken, komt er in elke arbeidsmarkt-regio één gezamenlijk regionaal loket: het Werkcentrum. De naam«WerkgeversServicepunt» zal verdwijnen, maar de werkgeversdienstver-lening blijft op dezelfde manier beschikbaar via het Werkcentrum. In dezegesprekken over werkgeversdienstverlening, met partijen als UWV, VNGen SBB, zal ik daarom de knelpunten die werkgevers hebben benoemd,bespreken. Een aantal van de knelpunten kan ook worden besproken inhet licht van de landelijke werkgeversdienstverlening. In de Kamerbriefover de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur35 is ook benoemd dat ingezamenlijkheid met UWV en gemeenten wordt bekeken hoe de landelijkesamenwerking verder versterkt kan worden. Dit kan onder andere helpenbij mogelijkheden tot harmonisering van (verslaglegging over) instru-menten en regelingen in verschillende regio’s, zodat grotere werkgeversminder administratieve last ervaren wanneer zij werknemers uit verschil-lende regio’s willen aannemen. Ik zal deze punten daarom ook afstemmenmet het Landelijk Werkgeversservicepunt Gemeenten en het LandelijkWerkgeversServicepunt UWV.34Kamerstukken II, 2023/24, 33 566, nr. 109.35Kamerstukken II, 2023/24, 33 566, nr. 109.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 32014 Het doel van gesprekken over de werkgeversdienstverlening is om tebezien hoe processen van verschillende betrokken partijen beter op elkaarkunnen aansluiten en hoe beter en breder kan worden samengewerkt.Informatievoorziening voor werkgevers over de mogelijkheden die er zijnvoor werkgevers kan hier onderdeel van zijn. Er zijn namelijk al veelmogelijkheden voor regelingen en instrumenten om werkgevers enwerknemers te ondersteunen wanneer sprake is van een ondersteunings-behoefte, maar deze kunnen nog beter worden belicht.In beeld brengen van kandidatenHet in beeld brengen van de kandidaten wordt tevens genoemd als éénvan de knelpunten. Over de maatregelen op dit punt, heb ik u eerder indeze brief geïnformeerd bij de beleidsreactie op het rapport van deNederlandse Arbeidsinspectie.Breed offensief en verbeteringen loonwaardebepalingIn 201836 en 201937 is de Kamer geïnformeerd over een breed pakketmaatregelen met als doel om meer mensen met een arbeidsbeperkingaan het werk te helpen: het Breed Offensief. Het betreft maatregelen terverbetering van de ondersteuning van (potentiële) werknemers met eenarbeidsbeperking en werkgevers in wetgeving, lagere regelgeving enuitvoering. Een aantal voorbeelden die ik wil noemen:–Er zijn meer waarborgen in de Participatiewet gekomen voor onder-steuning op maat;–het instrument loonkostensubsidie is op een aantal punten verbeterd;–aan praktijktafels van werkgevers en gemeenten is een voorkeursmo-del ontwikkeld voor een werkproces loonkostensubsidie -inclusiefdoorlooptijden, ook voor loonwaardebepaling – en uitgerold overgemeenten–de samenloop van de no-riskpolis met loonkostensubsidie isverbeterd;–een uniforme methode voor loonwaardebepaling is in werkinggetreden.De uitvoering van de uniforme loonwaardebepaling wordt gemonitord enwaar nodig worden verbeteringen aangebracht. Met de brief van30 augustus 202338 is uw Kamer geïnformeerd over onderzoek van deArbeidsinspectie en Blik op Werk naar de uitvoering van de uniformeloonwaardebepaling en over verbeteracties die onder andere naaraanleiding daarvan in gang zijn gezet. Momenteel wordt een invoerings-toets uitgevoerd die is gericht op alle maatregelen van het BreedOffensief. Ook wordt er dit jaar onderzoek gedaan naar de invulling doorgemeenten van de verordeningsplicht die met de wet Breed Offensief isgeregeld. Uw Kamer ontvangt de resultaten hiervan zodra die beschikbaarzijn.Ik vind het van groot belang dat drempels voor werkgevers bij het aan hetwerk helpen van mensen met een ondersteuningsbehoefte waar mogelijkworden verlaagd. Op deze manier kunnen we samen de kansen op dearbeidsmarkt voor mensen met een arbeidsbeperking vergroten. Deinventarisatie laat zien dat werkgevers diverse knelpunten ervaren bij hetin dienst nemen van mensen met een arbeidsbeperking. Met de inventari-satie via gesprekken, de enquête die is uitgezet onder werkgevers en de36Kamerstukken II, 2017/18, 34 352, nrs. 115 en 13837Kamerstukken II, 2018/19, 34 352, nr. 16338Kamerstukken II, 2022/23, 34 352, nr. 302.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 32015 acties die zijn ingezet is uitvoering gegeven aan deze motie en beschouwik deze als afgedaan.Belemmeringen voor mkb-ondernemers bij het in dienst nemenvan mensen met een arbeidsbeperkingDe motie van het lid Den Haan39 verzoekt om in gesprek te gaan metUWV, Stichting Studeren en Werken op Maat (SWOM) en MKB-Nederlandom te verkennen of procedures voor het aanvragen van voorzieningen (bijUWV) eenvoudiger en verkort kunnen worden, zodat mensen met eenarbeidsbeperking sneller een baan kunnen krijgen bij mkb-bedrijven en tekijken wat verder nodig is om dit mogelijk te maken.Het ministerie heeft gesprekken gevoerd met UWV, SWOM enMKB-Nederland. Tijdens deze gesprekken zijn de belemmeringen voormkb-ondernemers bij het in dienst nemen van mensen met een arbeids-beperking uitvoerig besproken en heeft SWOM een lijst met een aantalspecifieke knelpunten aangeleverd. Een belangrijk signaal dat naar vorenkwam, is de complexiteit en de duur van de procedures voor hetaanvragen van voorzieningen bij het UWV. Daarnaast constateert SWOMdat mkb-ondernemers behoefte hebben aan meer begeleiding. Er zijnvolgens SWOM te veel verschillende loketten (bijvoorbeeld bijgemeenten) en instanties, de administratieve lasten zijn te hoog, niet elkevoorziening wordt vergoed en mkb-ondernemers weten vaak niet welkevoorzieningen er allemaal zijn.Net als de indieners vind ik het belangrijk dat mkb-ondernemers zo minmogelijk belemmeringen ondervinden bij het in dienst nemen vanmensen met een arbeidsbeperking en het aanvragen van voorzieningen.Gelukkig doen we hier al veel aan. UWV werkt momenteel aan hetvereenvoudigen van de aanvraagprocedures, waaronder de digitaliseringvan aanvragen voor werkgeversvoorzieningen. De verwachting is dat dezeverbeteringen in of na de zomer van dit jaar worden gerealiseerd.Bovendien kunnen werkgevers hulp vragen bij het aanvragen vanvoorzieningen bij UWV en is uitgebreide informatie beschikbaar via dewerkgeversservicepunten.De termijn voor het nemen van beslissingen over werkvoorzieningen doorUWV bedraagt 8 weken. UWV heeft deze tijd vaak ook nodig voor hetdoen van een (werkplek)onderzoek door een arbeidsdeskundige en somsook bedrijfseconomisch onderzoek. Hoewel de snelheid van beslissenbelangrijk is, blijft zorgvuldigheid van het proces essentieel om dekwaliteit van de dienstverlening te waarborgen. Daarom is een verdereverkorting van de procedures niet reëel. In sommige gevallen is extra tijdnodig voor onderzoek. Bijna 90% van de beslissingen over werkgevers-voorzieningen wordt binnen de 8-weken termijn genomen. Voor werkne-mersvoorzieningen is dit percentage zelfs 95%.We blijven werken aan initiatieven om mkb-ondernemers te ondersteunenbij het in dienst nemen van mensen met een arbeidsbeperking.Voorbeelden hiervan zijn initiatieven die de contacten met werkgeversversterken, zoals de ontwikkeling naar arbeidsmarktdienstverlening vanuitéén loket. Veelal kan ook een jobcoach worden ingezet die de professi-onele begeleiding van een persoon met een beperking op de werkplekvoor rekening neemt. Eerder in deze brief verwees ik al naar dehervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur. In de Kamerbrief van29 april 2024 werd aangekondigd dat maatregelen worden genomen voor39Kamerstukken II, 2022/23, 36 200 XV, nr. 71.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 32016 het creëren van één regionaal loket, het «Werkcentrum»40. Dit zalbijdragen aan het creëren van meer toegankelijke en overzichtelijkedienstverlening voor werkzoekenden, werkenden en werkgevers.UWV en Stichting Nederland Onderneemt Maatschappelijk werken tevensaan het vergroten van de bekendheid van voorzieningen en onder-steuning van werkgevers. Dit doet UWV bijvoorbeeld door de werkgevers-servicepunten op regelmatige wijze over de mogelijkheden van voorzie-ningen te informeren en presentaties te verzorgen aanwerkgeversverenigingen. Daarnaast zijn op het inspiratieplatform UWV opde pagina’s voor werkgevers sprekende voorbeelden te lezen.Met de lopende en geplande acties is een goede basis gelegd om deervaren belemmeringen door mkb-ondernemers te verkleinen. SWOM enUWV hebben structurele contactmomenten om eventuele knelpunten tebespreken. Ik ben van mening dat deze initiatieven op korte en langetermijn hun vruchten zullen afwerpen. Daarom beschouw ik deze motieals afgedaan.AfsluitingNet als de afgelopen jaren zijn er in 2023 weer banen voor mensen meteen arbeidsbeperking bij reguliere werkgevers bijgekomen. Dat is positief.Ik ben dan ook blij dat door de inspanningen die werkgevers in zowel demarktsector als de overheidssector het afgelopen jaar hebben gedaanmeer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk zijn. Die inspan-ningen zijn enorm waardevol.Tegelijkertijd neemt de afstand tussen de realisatie en de doelstelling voorde banenafspraak verder toe. Om het tij te keren moeten we hiergezamenlijk de schouders onder zetten de komende tijd. De cijfersonderstrepen dat. Ik kijk er naar uit om mij hier de komende jaren voor inte zetten in overleg met werkgevers, werknemers, de uitvoering enuiteraard de mensen om wie het gaat. Ik ga dan ook graag in gesprek overwat, naast de al ingezette verbeteringen, nog meer nodig is om extrabanen te realiseren voor mensen met een arbeidsbeperking. Dat gesprekvoer ik ook graag met uw Kamer, bijvoorbeeld tijdens de aanstaandebehandeling van het wetsvoorstel vereenvoudiging banenafspraak.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. Nobel40Kamerstukken II, 2023/24, 33 566, nr. 109.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 34 352, nr. 32017

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a4acfc5aa308cccb

14 okt 2026 · cb4021b9abb1eb52

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.