KamerkringInloggen
Kamerbrief

Nazending Geannoteerde Agenda juni 2026

8 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f0bace7ef93d6606 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2197 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 juni 2026Hierbij zend ik u een nazending op de geannoteerde agenda van devergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad van 11 en 12 juni, zoals alaangekondigd bij de verzending van de betreffende geannoteerde agenda.De reden voor deze nazending is dat het zogenoemde «lentepakket» vande Europese Commissie in het kader van het Europees Semester, dat op3 juni jl. is gepubliceerd. Gelet op de gedeelde beleidsverantwoorde-lijkheid voor het Europees Semester stuur ik u deze nazending medenamens de Ministers van Economische Zaken en Klimaat en van SocialeZaken en Werkgelegenheid.Tevens informeer ik u hiermee dat het tabaksbelastingpakket niet meer opde agenda staat van de Econfin op 12.De Minister van Financiën,E. Heinen kst-21501-07-2197ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21971 Nazending Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad 11 en12 juni 2026 – Lentepakket Europese Commissie EcofinraadAgendapunt: Lentepakket Europees Semester 2026 – overkoepe-lende mededelingDocument: alle documenten van het lentepakket zijn beschikbaar op dewebsite van de Europese Commissie: https://reforms-investments.ec.europa.eu/publications-0/2026-european-semester-spring-package_enAard bespreking: presentatieBesluitvormingsprocedure: n.v.t.Toelichting:Op 3 juni jl. heeft de Europese Commissie (de Commissie) het lentepakketin het kader van het Europees Semester gepubliceerd. Het EuropeesSemester is het jaarlijkse proces waarin EU-lidstaten hun economisch,arbeidsmarkt- en begrotingsbeleid coördineren. De oorsprong hiervan ligtin het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), inbijzonder artikel 121(2), 126(3) en 148(4), en de afspraken die daarin zijngemaakt over het economisch beleid en het werkgelegenheidsbeleid. Zois afgesproken dat de lidstaten hun economisch beleid als aangelegenheidvan gemeenschappelijk belang beschouwen en het coördineren in deRaad en dat de lidstaten buitensporige tekorten vermijden. Ook isafgesproken dat de lidstaten door middel van hun werkgelegenheids-beleid bijdragen aan het bereiken van de bevordering van scholing,opleiding en het aanpassingsvermogen van werknemers en arbeids-markten die soepel reageren op economische veranderingen. Dezeafspraken over het economisch beleid en het werkgelegenheidsbeleidhebben als doel om bij te dragen aan het bereiken van de doelstellingenvan de Unie, zoals die zijn opgenomen in artikel 3 VWEU.Het Semester combineert het toezicht op macro-economische oneven-wichtigheden, overheidsfinanciën, arbeidsmarktbeleid en het bevorderenvan inclusieve economische groei in de EU. Dit lentepakket valt binnen de2026 Semestercyclus en volgt op het herfstpakket dat is gepubliceerd innovember 2025, waarover de Kamer destijds is geïnformeerd.1Hieronder volgt een overzicht van de overkoepelende mededeling bij hetlentepakket. De verschillende specifieke onderdelen van het lentepakketdie leiden tot besluitvorming in de Raad worden in aparte bijdragen indeze geannoteerde agenda uiteengezet.Overkoepelende mededelingDe Commissie heeft als onderdeel van het lentepakket een overkoepe-lende mededeling gepubliceerd waarin zij ingaat op de doelen van hetpakket en de bredere context waarin het pakket moet worden bezien. In deoverkoepelende mededeling zet de Commissie de economische situatievan de EU uiteen. Centraal staat dat de EU het concurrentievermogen, destrategische autonomie en economische- en sociale weerbaarheid moetversterken. De economische situatie wordt gekenmerkt door vergaandegeopolitieke onzekerheid, aanhoudende mondiale spanningen, verhoogdeveiligheidsrisico’s en de gevolgen van klimaatverandering. Daarnaasthebben de volatiliteit van energieprijzen en stijgende handelstarieveninvloed op de kosten van levensonderhoud, zetten ze toeleveringsketensonder druk en verhogen ze operationele kosten.12026D00621Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21972 Het lentepakket van 2026 draagt, via de coördinatie van het macro-economische beleid van de lidstaten, bij aan het versterken van concur-rentievermogen, strategische autonomie en weerbaarheid van de EU, metinachtneming van de houdbaarheid van overheidsfinanciën. DeCommissie heeft in de context van het volgende Meerjarig FinancieelKader (MFK) het voorstel gedaan om het Europees Semester te verbindenmet de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen. In dit kader biedthet lentepakket, met de daarin voorgestelde landspecifieke aanbeve-lingen, een analytische basis om hervorming- en investeringsbehoeftenop een breed scala aan beleidsterreinen te identificeren en te prioriteren.De Commissie benadrukt in de mededeling dat bij dit lentepakket eensterke nadruk is gelegd op het beoordelen van de vooruitgang die isgeboekt bij de uitvoering van de landspecifieke aanbevelingen van hetlentepakket van 2025.2In de mededeling identificeert de Commissie diverse thematischedimensies die de belangrijkste beleidsuitdagingen vormen waaruit devoorstellen voor landspecifieke aanbevelingen volgen, te weten: hetreageren op externe dreigingen ten aanzien van energie en defensie, hetwaarborgen van macro-economische stabiliteit, het makkelijker kunneninzetten van spaargelden naar productieve investeringen, het dichten vande innovatiekloof, het leveren van eenvoudige, hoogkwalitatieve endigitale overheidsdiensten, het optimaal benutten van de interne markt,het versnellen van een betaalbare transitie naar schone energie endecarbonisatie, het bevorderen van vaardigheden, onderwijs en kwali-teitsbanen, het bevorderen van sociale rechtvaardigheid, het vergrotenvan het aanbod en de betaalbaarheid van woningen en territorialecohesie. Deze thema’s worden in de horizontale mededeling van deCommissie nader toegelicht.Tenslotte gaat de Commissie in op het gebruik van de nationale ontsnap-pingsclausule. Zie hiervoor een aparte paragraaf in deze nazending op degeannoteerde agenda.Het kabinet kan zich vinden in de nadruk die de Commissie met ditlentepakket legt op het belang van hervormingen en investeringen om hetconcurrentievermogen van de EU te versterken, de strategischeautonomie te waarborgen en de weerbaarheid te vergroten, metinachtneming van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Hetlentepakket wijst menselijk kapitaal aan als een drijver van concurrentie-vermogen, met voortaan landspecifieke aanbevelingen voor alle lidstatenom de toenemende tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden aan tepakken. Mede door de aanhoudende oorlog in Iran die de prijzen blijftbeïnvloeden voorziet de Commissie grote banenverliezen, bijvoorbeeld insectoren zoals de bouw, metaal, chemie en transport. Tegelijkertijdkunnen bedrijven niet genoeg gekwalificeerd personeel vinden. Hetkabinet verwelkomt dit verhoogd ambitieniveau op menselijk kapitaal. Dedoor de Commissie aangehaalde thematische dimensies bieden eennuttige analytische basis voor de identificatie en prioritering vanuitdagingen voor verschillende lidstaten. Het kabinet acht het doorvoerenvan hervormingen door lidstaten, onder andere in het kader van hetSemester, van belang voor de productiviteit, concurrentiekracht, financiëlestabiliteit en weerbaarheid van de EU.2European Semester 2025: Country-specific recommendations - ConsiliumTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21973 Lentepakket Europees Semester 2026 – LandspecifiekeaanbevelingenDocument: alle documenten van het lentepakket zijn beschikbaar op dewebsite van de Europese Commissie: https://reforms-investments.ec.europa.eu/publications-0/2026-european-semester-spring-package_enAard bespreking: presentatieBesluitvormingsprocedure: n.v.t.Toelichting:In de Ecofinraad zal een presentatie worden gegeven over het lentepakket,waaronder over de Commissievoorstellen voor landspecifieke aanbeve-lingen van de Raad. De Commissie doet haar voorstellen voor delandspecifieke aanbevelingen op basis van de aanbeveling van de Raadover het economische beleid van de eurozone3, de economische analysein de landenrapporten voor de individuele lidstaten en de door lidstateningediende voortgangsrapportages in het kader van het Stabiliteits- enGroeipact.De Commissie heeft haar voorstellen voor de landspecifieke aanbeve-lingen van de Raad aan de lidstaten dit jaar onderverdeeld in 7 delen:1.Een aanbeveling over het begrotingsbeleid, inclusief fiscale enstructurele hervormingen, waar relevant.2.Een aanbeveling over de woningmarkt3.Een aanbeveling over het gebruik van EU-instrumenten.4.Aanbevelingen over innovatie en obstakels voor investeringen.5.Aanbevelingen over energieverbruik, netcongestie en stikstof.6.Aanbevelingen over de arbeidsmarkt, vaardigheden en onderwijs.7.Aanbevelingen over territoriale cohesie.Het kabinet hecht waarde aan het Europees Semester en de landspecifiekeaanbevelingen, omdat de Raad de lidstaten hiermee wijst op belangrijkemogelijkheden om hun financieel-economische beleid te versterken en zoook het functioneren en stabiliteit van de Economische en Monetaire Uniete versterken. De huidige geopolitieke ontwikkelingen hebben het belangvoor Nederland van een financieel-economisch sterke Unie nog verdervergroot. Vanzelfsprekend hoort daar ook bij dat we in Nederland, alsonderdeel van de EU, blijven werken aan ons duurzame groeipotentieelen het versterken van onze financieel-economische stabiliteit.Het kabinet hecht aan het behouden van de focus van het Semester opeconomisch, begrotings- en werkgelegenheidsbeleid. Dit is met devoorliggende landspecifieke aanbevelingen voldoende het geval. Delandspecifieke aanbevelingen die de Commissie voorstelt zijn in de ogenvan het kabinet gebaseerd op een grondige analyse in de landenrapportendie de Commissie opstelde en aanbevelingen van de Raad voor heteconomische beleid van de eurozone. Hierbij hecht het kabinet eraan datde landspecifieke aanbevelingen de lidstaten een voldoende mate vanbeleidsvrijheid geven om deze te adresseren. Voldoende beleidsvrijheid isvan belang voor nationaal draagvlak, eigenaarschap en uitvoerbaarheid.In de volgende sectie worden de door de Commissie voorgesteldelandspecifieke aanbevelingen voor Nederland beschreven en wordt eentoelichting gegeven van het kabinetsbeleid dat relevant is voor devoorgestelde aanbevelingen.3Zie de Aanbeveling van de Raad van 13 mei 2025 C/2025/2782, online te raadplegen viaEUR-Lex - 32025H02782 - EN - EUR-Lex.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21974 1.1 Zorg ervoor dat netto uitgaven in lijn zijn met het uitgavenpad dat isaangenomen in de Raadsaanbeveling op [datum] 2026.4 Versterk dedefensie-uitgaven en -gereedheid en zorg tegelijkertijd voor efficiënteuitgaven en pas de begroting geleidelijk aan voor houdbare structureelhogere defensie-uitgaven. Zorg ervoor dat maatregelen om de impact vande stijgende energieprijzen te beperken tijdelijk zijn, gericht op debescherming van kwetsbare huishoudens of energie-intensieve bedrijven,behoud prikkels voor energiebesparing, en zorg ervoor dat de budgettairekosten ervan verenigbaar zijn met de aanbevolen uitgavenpaden.Het kabinet heeft op 14 april 2026 een budgettair structureel plan voor demiddellange termijn (Fiscal Structural Plan, FSP) ingediend bij deCommissie. In dit plan komt de door het Centraal Planbureau geraamdeuitgavengroei gedurende de budgettaire aanpassingsperiode overeen metde maximaal toegestane uitgavengroei op basis van het zogenaamde debtsustainability (DSA)-model van de Commissie en onderliggende aange-paste technische informatie.Het kabinet onderschrijft het belang van begrotingsdiscipline. Het kabinetvoert trendmatig begrotingsbeleid, waarbij aan het begin van dekabinetsperiode afspraken worden gemaakt over wat in één jaarmaximaal mag worden uitgegeven (het uitgavenkader) en hoe hoog debeleidsmatige aanpassing van de belastingen en de premies per jaar is(het inkomstenkader).5 Dit betekent dat er gedurende de kabinetsperiodeniet (aanvullend) hoeft te worden bezuinigd in de vorm van een lagereuitgaven(groei) of het verhogen van de lasten als het economisch tijtegenzit, tenzij dit betekent dat de Europese grenswaarden niet voldoendein acht worden genomen.Het kabinet investeert structureel in defensie. Hiermee groeien deNederlandse NAVO-uitgaven naar 2,8% van het bbp in 2030 en 3,5% bbpin 2035.Op 20 april 2026 heeft het kabinet een Kamerbrief naar het parlementverstuurd met daarin verschillende scenario’s en beleidsmaatregelen.6 Hetkabinet neemt concrete stappen op drie thema’s: (1) verduurzamingversnellen, (2) onafhankelijkheid van olie en gas uit het buitenlandvergroten, en (3) het gericht steunen van kwetsbare burgers en bedrijven.Het pakket aan maatregelen sluit aan bij de huidige situatie en isbudgettair gedekt. Het kabinet heeft goed gekeken of deze maatregelentijdig, tijdelijk en toegepast zijn. De uiteindelijke economische gevolgenvan de situatie in het Midden-Oosten hangen af van de duur en deomvang van het conflict. Het kabinet moet rekening houden metscenario’s waarin de situatie verder verslechtert. In zwaardere scenario’skan aanvullende actie nodig zijn en dan wil het kabinet kunnen klaarstaan,zonder dat het een gegeven is dat direct tot deze maatregelen wordtovergegaan. Hier is de Kamer eerder over geïnformeerd.7 Zoals hierbovenvermeld hangen de economische gevolgen van de situatie in hetMidden-Oosten hangen van de duur en de omvang van het conflict. In debudgettaire gegevens uit de Voorjaarsnota 2026 is nog geen rekeninggehouden met deze potentiële effecten.4De Raadsaanbeveling ter vaststelling van het Nederlandse budgettair structureel plan moetnog worden aangenomen door de Raad. Zie voor toelichting een apart agendapunt in dezegeannoteerde agenda5De budgettaire kaders zijn vastgesteld in de Voorjaarsnota 2026, die tevens fungeert alsStartnota van het kabinet.6Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 1.7Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21975 1.2. Breng de belastingheffing op de verschillende soorten inkomsten uitvermogen op één lijn, inclusief een geleidelijke uitfasering van dehypotheekrenteaftrek.De Commissie oordeelt net als vorig jaar dat bepaalde vermogenstypendoor belastingvoordelen anders worden behandeld, met gevolgen voorde toewijzing van kapitaal en economische beslissingen. De Commissiedoelt hier met name op de preferentiële fiscale behandeling van verschil-lende typen vermogen, waaronder eigen woningbezit (hypotheekrente-aftrek en lage eigenwoningforfait), regelingen voor pensioenopbouw,ondernemingsvermogen (box 2) en beleggingen/sparen (box 3).Het kabinet onderstreept het belang van rust op de woningmarkt en hetbetaalbaar houden van het eigen huis. Daarom is in het coalitieakkoordopgenomen dat de huidige regeling rond hypotheekrenteaftrek en heteigenwoningforfait ongewijzigd blijven.In de afgelopen jaren zijn door meerdere kabinetten diverse maatregelengenomen die voor meer evenwicht in het belasten van inkomen uitvermogen hebben gezorgd. Zo is per 2023 het lage Vpb-tarief verhoogden de bijbehorende schijfgrens. In 2023 is de Wet excessief leneningevoerd en is in 2024 een tweede schijfgrens in box 2 ingevoerd. Dezemaatregelen zien met name op het tegengaan van belastinguitstel in box2. De Wet excessief lenen wordt dit jaar geëvalueerd en de introductie vande tweede schijf in box 2 volgend jaar. Op basis van deze evaluatiesverwacht het kabinet een goed beeld te kunnen schetsen van de effectenvan de maatregelen. Daarnaast is het maximum pensioengevend loon in2025 en 2026 niet geïndexeerd en is in het coalitieakkoord afgesproken datdit maximum ook voor de komende zes jaren geldt. Daardoor wordt defiscale ondersteuning voor pensioenopbouw bij hogere inkomens beperkten zorgt dit voor meer evenwicht in het belasten van vermogen. Tenslottewerkt het kabinet aan het invoeren van een stelsel dat werkelijkrendement belast in box 3. Met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendementbox 3 wordt gestreefd naar vergroting van de rechtvaardigheid, neutra-liteit en houdbaarheid van het fiscale stelsel. Dit wetsvoorstel ligt thansvoor ter behandeling bij de Eerste Kamer. Ten aanzien van het investe-ringsklimaat voor innovatieve ondernemingen werkt het kabinet aan eenaanpassing van de huidige fiscale definitie van start-ups. Daarnaast wordtde invoering van een mogelijkheid tot achterwaartse verliesverrekening(carry-back) overwogen. De voorgestelde regeling voorziet reeds in eenonbeperkte voorwaartse verliesverrekening, maar introductie van eencarry-back zou de systematiek verder symmetrisch maken. De beoogdeinwerkingtredingsdatum van de wet is 2028.1.3 Neem en implementeer maatregelen om barrières voor nieuwbouwweg door het versimpelen van planning- en vergunningenprocedures.Ondersteun de ontwikkeling van een betaalbare private huurmarkt, ondermeer door het herijken van gereguleerde huur.Het kabinet zet zich in voor het sneller, efficiënter en goedkoper realiserenvan woningen. De adviesgroep8 STOER heeft voorstellen gedaan tenaanzien van regels voor ruimtelijke inhoudelijke beoordelingsregels enprocedurele regels voor woningbouw. Het kabinet werkt nu aan deimplementatie van de voorstellen opgenomen in kabinetsreactie STOER.Het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting9 bevat meerdereelementen die bijdragen aan de versnelling van processen en proceduresen de verlaging van administratieve lasten. Ook draagt de wet bij aan het8Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving (STOER)9Kamerstukken II 2024/25 36 512, nr. 11.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21976 doel jaarlijks 100.000 woningen te bouwen, waarvan twee-derdebetaalbaar. Om dit doel te behalen heeft het kabinet een TaskforceVersnelling Woningbouw ingesteld. In september 2026 zal het kabinethaar actieplan presenteren. In de Kamerbrief Eerste resultaten taskforceversnelling woningbouw10 meldt het kabinet al concrete stappen.Daarnaast zet het Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw in opinnovatieve werkwijzen om de woningbouwopgave te versnellen,betaalbaarder en duurzamer te maken.Ten opzichte van voorgaande jaren is er een toevoeging in de aanbevelingom meer grond beschikbaar te maken voor woningbouw. Het kabinet zetin op een combinatie van effectiever gebruik van al bebouwd land, hetbeter benutten van de bestaande voorraad en van woningbouw buitenbestaand stedelijk gebied. Het kabinet onderschrijft daarom de aanbe-veling om waar nodig grond via een bestemmingswijziging beschikbaar temaken voor woningbouw. Het kabinet ziet als aandachtspunt bij deaanbeveling dat sommige Europese regelgeving is gericht op hetontmoedigen van verstedelijking op nog onbebouwde grond.De Wet betaalbare huur heeft ten doel het verbeteren van betaalbaarheidvan woningen in de bestaande huurvoorraad. Met die wet is de bestaandehuurprijsbescherming uitgebreid tot huurwoningen in het middens-egment, waar nu ook maximale huurprijzen gelden. Een bijwerking van deWet is dat de balans tussen betaalbaarheid voor huurders en investerings-bereidheid van verhuurders, nu uitslaat naar de investeringsbereidheid.Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de beschikbaarheid vanhuurwoningen. Om die balans te verbeteren heeft het kabinet aange-kondigd gerichte aanpassingen te doen aan de huurregulering.111.4 Adreseer de verwachte toename van leeftijdsgerelateerde uitgaven inhet stelsel van langdurige zorg, door het systeem kosteneffectiever temaken.Het kabinet erkent dat er op termijn financiële uitdagingen zijn in delangdurige zorg. Daarom heeft het kabinet samen met 15 andereorganisaties die betrokken zijn bij de ondersteuning en zorg van ouderenin 2025 afspraken gemaakt in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO).In dit akkoord zet het kabinet zich in samen met veldpartijen om detekorten op de arbeidsmarkt in de langdurige zorg aan te pakken en definanciële houdbaarheid van leeftijdsgerelateerde uitgaven tewaarborgen. Daarnaast start het kabinet een verkenning om zorgwettenbeter op elkaar te laten aansluiten. In het tweede kwartaal van 2026 is hetkabinet ook voornemens om een staatscommissie in te stellen over hoehet zorgstelstel in Nederland toekomstbestendig en weerbaar kan wordengemaakt waarbij expliciet rekening wordt gehouden met de zorg enondersteuning voor ouderen.Er worden door het kabinet aanvullende afspraken gemaakt met de driesectoren uit de Wet langdurige zorg (ouderenzorg, gehandicaptenzorg,ggz-wonen). Voor de ouderenzorg zal er een addendum op hoofdlijnenak-koord ouderenzorg (HLO) komen.12 Deze afspraken beperken de jaarlijkseuitgavengroei tot en met 2031.10Kamerstukken II 2025/2026, 32 847, nr. 144811Kamerstukken II 2025/2026, 27 926, nr. 40912Kamerstukken II 2025/2026, 29 389, nr. 166.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21977 2. Zorg voor een voortzetting van hervormingen en investeringen diegedaan zijn onder het Herstel en Veerkracht plan (HVP). Behoud hetmomentum van implementeren van cohesieprogramma’s, waar passendvoortbouwend op de herschikking naar strategische prioriteiten in detussentijdse evaluatie en gebruikmakend van de flexibiliteit binnen hetcohesiebeleidskader tot het einde van de programmeringsperiode.Het kabinet onderkent het belang van hervormingen voor eenveerkrachtige economie. In het kader van het Herstel- en Veerkrachtplan(HVP) worden een aantal belangrijke hervormingen doorgevoerd, op heto.a. de arbeidsmarkt, woningmarkt en klimaat- en energiegebied. Debeoogde effecten van deze hervormingen zullen op termijn zichtbaarderworden. Daarom is continuïteit van deze hervormingen belangrijk, metinachtneming van veranderende omstandigheden.Het kabinet zet zich in om het bedrijfsleven en kennisinstellingen optimaalte laten profiteren van de mogelijkheden die Europese fondsen bieden. Deimplementatie van de cohesieprogramma’s verloopt goed en hetmerendeel van het beschikbare budget is reeds aan projecten toege-wezen. Naar verwachting zijn de cohesieprogramma’s volgend jaarvolledig benut. Hoewel de ruimte voor herschikking en herprioritering vanmiddelen beperkt is, worden bestaande kansen maximaal benut. Zo zijnde beheerautoriteiten van de cohesieprogramma’s gewezen op demogelijkheden die de tussentijdse herziening biedt voor projecten meteen focus op defensie en veiligheid. Medio 2026 opent het EFRO Zuidprogramma een specifieke call voor projecten die de industriële capaciteitvoor dual-use toepassingen en strategische dual-use technologieënversterken, waarmee gerichte innovatie en strategische versterking van desector worden gestimuleerd13. Ook binnen het Just Transition Fund wordteen deel van het budget geherprioriteerd naar de strategisch belangrijketech-sectoren (STEP-prioriteiten), zoals biotech, cleantech en digitali-sering.3. Versterk de publieke en private onderzoeks- en ontwikkelingsintensiteitdoor investeringen in strategische sleuteltechnologieën te ondersteunenen in te zetten op regionale innovatieve ecosystemen. Adresseer hetfinancieringsgat voor startups en scale-ups door onder andere prikkels tebieden om institutionele investeerders aan te trekken. Ondersteun hetmidden- en kleinbedrijf bij het innoveren en het gebruik van nieuwetechnologieën, onder meer door directe subsidies en belastingvoordelen.Het kabinet erkent het belang van investeren in onderzoek en innovatievoor ons toekomstig verdienvermogen.Middels de Nationale Technologiestrategie werkt het kabinet aan hetgericht versterken van innovatie in Nederland, door in te zetten opspecifieke sleuteltechnologieën.14 Aanvullend heeft het voorgaandekabinet een actieplan gepresenteerd om in 2030 te komen tot 3% van hetbruto binnenlands product (bbp) investeringen in R&D.15 Verschillendebeleidsopties uit dit actieplan zijn onderdeel van de scope van de nieuweministeriele Taskforce Toekomstige Welvaart en Verdienvermogen. Hetkabinet zet in op gerichte publieke investeringen die privateR&D-investeringen uitlokken. Ook programma’s uit het Europees Fondsvoor Regionale Ontwikkeling (EFRO) spelen een rol, door gericht teinvesteren in regionale innovatie-ecosystemen en de samenwerkingtussen kennisinstellingen, bedrijven en overheden te versterken.13Defensie openstelling in 2026 in voorbereiding – OPZuid 2021-202714Kamerstukken II 2025/2026, 29 826, nr. 277.15Kamerstukken II 2024/2025, 33 009, nr. 165.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21978 Hoewel de Nederlandse durfkapitaalmarkt zich sterk ontwikkelt, blijft definanciering van scale-ups met grote financieringsbehoeften, met namevoor de deeptech sector, een knelpunt. Voor het ondersteunen van dedoorgroei van startups naar scale-ups blijft het kabinet inzetten opinstrumenten als de SEED Capital regeling, de Vroegefasefinanciering, deROM’s en Invest-NL. Met Invest-NL wordt gewerkt aan een nieuw BlendedFinance Instrument, gericht op de opschaling van start- en scale-ups meteen significante kapitaalbehoefte en is voorgenomen additioneel budgetbeschikbaar voor de uitbreiding van het Deep Tech Fund. Verder wordtingezet op het mobiliseren van institutioneel kapitaal, bijvoorbeeld viainitiatieven als ETCI 2.0 en een fonds-in-fonds van Invest-NL voorpensioenfondsen. Momenteel wordt de oprichting van een nationaleinvesteringsinstelling, als belangrijkste partner voor de EIB, verderuitgewerkt, en onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om een fiscaleregeling te introduceren om individuen te stimuleren financiering teverstrekken aan het mkb en startups. Een overzicht van alle lopendeinitiatieven om de financiering van start- en scale-ups te verbeteren wordtgegeven in een Kamerbrief over durfkapitaal die in het tweede kwartaalmet de Kamer zal worden gedeeld.Het kabinet onderschrijft dat de verdergaande digitalisering van het mkbeen belangrijke bijdrage kan leveren aan de productiviteitsgroei inNederland. De meeste mkb bedrijven hebben een basisniveau vandigitalisering bereikt, maar de toepassing van geavanceerde digitaletechnologieën (zoals automatisering, cloud, robotisering en AI) is voorvelen een uitdaging. De oorzaken zijn divers en liggen op technologisch,organisatorisch, strategisch en menselijk niveau. Het overheidsbeleidmoet zich daarom niet alleen richten op technische implementatie, maarook op bewustwording en randvoorwaarden. Gezien de diversiteit binnenhet mkb is een generieke aanpak voor het mkb niet effectief. Het isbelangrijk om oog te hebben voor sector, bedrijfsgrootte en digitalevolwassenheid van mkb-bedrijven en daarop in het beleid aan te sluiten.De aanbeveling om te komen tot een generieke subsidie (vouchers)- danwel fiscale regeling voor de digitalisering van het mkb wordt daarom nietonderschreven. Wel ondersteunt het kabinet met de Europese DigitaleInnovatie Hubs (EDIH’s) de versnelling van digitalisering van het mkb inde maakindustrie. Het EDIH’s programma is tot en met 2028 verlengd enwordt door de EU, EZK en provincies gefinancierd. Daarnaast co-financierthet kabinet de productiviteitsagenda Smart Industry van de FME,Metaalunie en TNO tot en met 2028, waarin onder andere innovatievemethodieken ontwikkeld worden om de productiviteit in de maakindustriete verhogen. Bewezen methodieken worden vervolgens op grotere schaaluitgerold door de EDIH’s.4.1 Verminder de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen door de uitrolvan hernieuwbare energie en energie-efficiëntie te vergroten, specifiek inde gebouwde omgeving.Het kabinet onderstreept het belang van het inzetten op hernieuwbareenergie en het verminderen van het energiegebruik en is volop bezig methet uitfaseren van fossiele brandstoffen. Om energiebesparing testimuleren is energie meegewogen in het pakket voor Groene Groei.16Daarnaast wordt de energiebesparingsplicht aangescherpt en wordt ereen energiebesparingsfonds opgezet.17 Ook bestaan er veel subsidiemo-gelijkheden18 en werkt het kabinet hard aan verduurzaming in de16Kamerstukken II, 33 043, nr. 114.17Kamerstukken II, 2025/26, 30 196, nr.85818Kamerstukken II, 2024/2025 30 196, nr. 832.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21979 industrie.19 Nederland blijft investeren in de uitrol van hernieuwbareenergie, met een ambitie van 40 GW voor windenergie op zee in 2040.Daarnaast is de subsidieregeling Duurzame Energie en Klimaattransitie(SDE++) met 6 nieuwe openstellingsrondes (2027–2032) verlengd voor degrootschalige uitrol van hernieuwbare energie en CO2 reducerendetechnieken. De SDE++ wordt bovendien regelmatig verbreed en verdiept.Daarnaast biedt het klimaatfonds extra financiering voor de ontwikkelingen uitrol van innovatieve, duurzame energieprojecten.Voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving is een omvangrijkpakket aan maatregelen getroffen, gericht op het collectieve spoor (dewijkgerichte aanpak), het individuele spoor (koop- en huurwoningen,VvE’s) en de utiliteitsbouw.20 De Klimaat- en Energieverkenning 2024 laatzien dat de verduurzaming van de gebouwde omgeving gestaag vordert.Het maatschappelijk vastgoed verduurzaamt met behulp van de subsidievoor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed (DUMAVA-subsidieregeling). Verder treden de Wet gemeentelijke instrumentenwarmtetransitie en de Wet collectieve warmte op 1 januari 2027 inwerking.21 Daarnaast werkt het kabinet aan het opstellen van eenNationaal Gebouwen Renovatie Plan.224.2 Verminder netcongestie door het vergroten van de capaciteit van hettransmissie- en distributienet, het implementeren van flexibiliteitsoplos-singen, het maximaliseren van grensoverschrijdende handel en het verdervereenvoudigen van vergunningsprocedures.Het kabinet werkt samen met diverse partners aan de aanpak vannetcongestie in het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN). Deacties in dit programma zijn gericht op snellere fysieke uitbreiding enbetere benutting van het net.23 Ook is voor de jaren 2025 en 2026 eensubsidie beschikbaar gesteld (Flex-e) om flexibiliteitstoepassingen bijgrootverbruikers te stimuleren.24 Om betere benutting van het net verderte stimuleren zijn er in februari 2026 acht doorbraken gepresenteerd metals doel om de huidige wachtrij significant te laten afnemen.25 Voor watbetreft de snellere realisatie van infrastructuur wordt gewerkt aan eenversnellingspakket om de doorlooptijden van hoogspanningsprojecten teverkorten. Dit pakket is in het voorjaar van 2025 aangekondigd.26De aanbeveling om de zone-overschrijdende elektriciteitshandel temaximaliseren geldt in Nederland uitsluitend voor het maximaliseren vangrensoverschrijdende elektriciteitshandel, aangezien Nederland éénbiedzone kent. Conform de EU-verordening Elektriciteitsmarkt moestnamelijk vanaf 2020 minimaal 70% van de capaciteit gereserveerd wordenvoor zone-overschrijdende handel. Om de capaciteit van grensoverschrij-dende verbindingen (interconnectoren) beter te benutten heeft het kabinetin 2019 het «Actieplan om met investeringen de grensoverschrijdendecapaciteit te verhogen» vastgesteld. Onder toezicht van de ACM heeftTenneT de afgelopen jaren maatregelen getroffen om te voldoen aan deeisen in het actieplan. TenneT heeft vastgesteld, en middels een brief aande Commissie laten weten, dat vanaf 1 januari 2026 de 70%-eis gehaald is.Daarmee is ook het actieplan voltooid. In verdere gevallen waar tochonvoldoende thermische capaciteit beschikbaar is om de 70%-eis te19Kamerstukken II, 2024/2025. 32 813, nr. 234.20Kamerstukken II 2023/24, 29 911, nr. 434.21Kamerstukken II, 36 576, nr. 119.22Overheid.nl | Consultatie National Building Renovation Plan - Nationaal plan voor de renovatievan gebouwen23Kamerstuk II 2025/2026 29 023, nr. 64024Kamerstuk II 2024/2025 29 023, nr. 53525Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 62626Kamerstukken II 2024/25, 29 023, nr. 566Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219710 behalen, zal TenneT door middel van remedial actions («corrigerendemaatregelen») in de vorm van redispatch («herverdeling») deze eis, endaarmee een veilig net, bereiken.4.3 Implementeer structurele maatregelen om overmatige stikstofdepo-sitie en de verslechtering van waterkwaliteit effectief aan te pakken, metbijzondere aandacht voor duurzame landbouw.Het kabinet is ervan doordrongen dat de stikstofdepositie en de verslech-tering van waterkwaliteit omvangrijke en urgente problemen zijn. Om diereden heeft het kabinet dit voorjaar de Taskforce Landbouw, Natuur enStikstof ingesteld om met een geborgd pakket aan maatregelen te komenen heeft het recent de eerste contouren hiervan gepresenteerd.27Het kabinet maakt duidelijke keuzes voor een sterke en toekomstbe-stendige agrarische sector en het structureel verbeteren van de natuur. Ditmaakt, stapsgewijs, vergunningverlening voor de woningbouw, hetverduurzamen van de landbouw en de industrie weer mogelijk. Om dezedoelen te realiseren heeft het kabinet 20 miljard euro tot en met 2035beschikbaar gesteld. Het kabinet heeft hierbij voor een geborgde aanpakgekozen; aanvullende maatregelen worden getroffen indien de emissie-doelen voor landbouw, industrie en mobiliteit voor 2035 (of het tussenlig-gende streefdoel voor de landbouw in 2030) niet worden bereikt.Tot de zomer geeft het kabinet daarom prioriteit aan de uitwerking vanonder meer een maatregelpakket met generieke reductiemaatregelen, eenmaatregelpakket met faciliterende en stimulerende instrumenten omboeren te ondersteunen bij verduurzaming en omschakeling naar minderintensieve- of meer natuurinclusieve landbouw, een opvolger van hetlegalisatieprogramma PAS-melders, een beleidsmatige invulling van dezoneringsaanpak, het bepalen van kaders en invulling van het beleidgericht op sociaaleconomische vitaliteit, en de afronding van hetontwerpNatuurplan. Het kabinet streeft ernaar om de uitwerking van dezeaanpak voor de zomer te presenteren.Wat betreft waterkwaliteit is de Kamer in juli 2025 nader geïnformeerdover de voortgang van de implementatie, aanvullende maatregelen envervolgstappen van de Kaderrichtlijn Water (KRW).28 Daarnaast is het 8eactieprogramma Nitraatrichtlijn gericht op het voorkomen van waterver-ontreiniging van grond- en oppervlaktewater door nutriënten afkomstigvan de landbouw en deze te verminderen, eutrofiëring van het oppervlak-tewater tegen te gaan en te voldoen aan de norm van 50 mg/l nitraat inhet bovenste grondwater.29 Daarmee zal worden bijgedragen aan hetbehalen van de doelen van de KRW, voor wat betreft nutriënten afkomstigvan de landbouw.5.1 Neem en implementeer maatregelen om de prikkels voor flexibele entijdelijke arbeidscontracten te verminderenNet als vorige jaren beveelt de Commissie aan de prikkels te verminderenom flexibele of tijdelijke contracten te gebruiken. Het kabinet herkent zichin deze aanbeveling. In nauw overleg met sociale partners zijn deafgelopen jaren een aantal belangrijke stappen gezet om de doorge-schoten flexibilisering op de arbeidsmarkt terug te dringen. Hierbij is naareen nieuwe balans op de arbeidsmarkt gezocht, met voldoendewendbaarheid voor werkgevers.27Kamerstuk II 2025/26, 36 800 XIV, nr. 80.28Kamerstuk II 2024/25, 27 625, nr. 716.29Kamerstuk II 2024/25, 33 037, nr. 597Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219711 Het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers30 ziet erop dat werknemersmet een oproepcontract meer inkomens- en roosterzekerheid krijgen.Door oproepcontracten in beginsel af te schaffen en te vervangen doorbandbreedte-contracten, hebben werkenden de zekerheid van eenminimaal inkomen. Verder krijgen uitzendkrachten meer zekerheid doorhet inkorten van de meest onzekere fasen binnen uitzendwerk en door hetrecht op ten minste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden ten opzichte vanwerknemers in dienst bij de inlener. Om draaideurconstructies bij tijdelijkwerk te voorkomen, vervalt verder de huidige 6-maanden-onderbrekingstermijn voor ketens van tijdelijke contracten, en wordt dezevervangen door een administratieve vervaltermijn van drie jaar.De inwerkingtreding van de wet is voorzien met ingang van 1 januari2028, behalve voor het onderdeel gelijkwaardige arbeidsvoorwaardenvoor uitzendkrachten. Beoogde inwerkingtreding hiervan is rond 1 januari2027.5.2 Pak de tekorten op de arbeidsmarkt en het gebrek aan vaardighedenaan, onder meer door onbenut arbeidspotentieel beter te benutten endoor sterker in te zetten op bij- en omscholingsmaatregelen. Moedigmobiliteit aan naar hoogproductieve sectoren en sectoren waar eenmaatschappelijke uitdaging is. Verbeter de werk en leefomstandighedenvan arbeidsmigranten van binnen en buiten de EU.De Commissie heeft vorig jaar een vergelijkbare aanbeveling gedaan, metdit jaar een toevoeging op arbeidsmigratie. Het kabinet kan zich vinden inde aanbeveling. De Nederlandse arbeidsparticipatiegraad behoort tot dehoogste in Europa.31 Desalniettemin blijft het kabinet zich inzetten voorhet verminderen van belemmeringen die verschillende groepen ervarenom (meer) te werken. Bijvoorbeeld via het tegemoetkomen van hetcombineren van werk met zorg voor kinderen (o.a. via de hervorming vanhet kinderopvangstelsel), het aan het werk helpen van statushouders ennieuwkomers (o.a. via de Werkagenda Voor een Inclusieve Arbeidsmarkten de aankomende brede aanpak over werk voor nieuwkomers), dehervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur en het actieprogramma«NL Werkt». Het resterende onbenutte arbeidspotentieel is beperkt envaak niet eenvoudig aan te wenden.32 Verhoging van het arbeidsaanbod isdaarmee onvoldoende om de schaarste van arbeid op te lossen.Om keuzes te maken over de inzet van schaars talent werkt het kabinetaan een Talentstrategie.33 Hiermee wil het kabinet beleid rondom onderandere de arbeidsmarkt, onderwijs en migratie meer in samenhanginzetten om talent op te leiden voor en te bewegen naar sectoren die vanbelang zijn voor onze economische groei en voor het realiseren van debelangrijke maatschappelijke doelen. De Talentstrategie geeft ook richtingvoor het instrumentarium voor een Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Hetkabinet spreekt een ambitie uit voor het oprichten van een nieuweLLO-regeling op korte termijn en het toewerken naar een overzichtelijk,toegankelijk en bestendig LLO-stelsel op langere termijn, inclusief eenstelsel van leerrechten.3430Kamerstuk II 2024/25, 36 746, nr.3.31Eurostat, Employment – annual statistics, via: https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Employment_-_annual_statistics32Hiertoe zet Nederland onder andere middelen uit het Europees Sociaal Fonds (ESF+) en JustTransition Fund (JTF) in om arbeidsmarkttekorten en vaardighedenmismatches aan te pakkendoor te investeren in arbeidsmarkttoeleiding en sociale inclusie van mensen met eenkwetsbare arbeidsmarktpositie en bij- en omscholing.33Rond de zomer ontvangt uw Kamer een brief over de Talentstrategie.34Kamerstukken II, 2026/2026, 30 012, nr. 161Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219712 Meer gerichte arbeidsmigratie kan verder verlichting brengen waar dearbeidsmarktkrapte het meest knelt. Zo werkt het kabinet aan een pilot omgericht en onder strenge voorwaarden goed geschoolde krachten naarNederland te halen voor specifieke maatschappelijk cruciale beroepen.Arbeidsmigratie legt echter ook druk op het realiseren van gematigdebevolkingsgroei, zoals geadviseerd door de Staatscommissie Demografie,en vormt geen structurele oplossing voor arbeidsmarkttekorten. De inzetop een hoogproductieve economie vergt tevens vermindering van deafhankelijkheid van laagbetaalde arbeid. Het kabinet neemt in dat kaderonder meer maatregelen om de inzet van flexibele contracten voorstructureel werk te verminderen en om de werk- en inkomenszekerheidvan flexwerk te verhogen. Verder zet het kabinet zich in voor de aanpakvan misstanden door onverminderd de aanbevelingen van hetAanjaagteam bescherming arbeidsmigranten en door het SER-advies«Arbeidsmigratie naar waarde» uit te voeren. Zo treedt vanaf 2027 de Wettoelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) in werking.Verder verhoogt het kabinet boetes bij overtreding van arbeidswetten enhoudt het kabinet de mogelijkheid tot een sectoraal uitzendverbod bijaanhoudende misstanden.5.3 Verbeter basisvaardigheden van studenten, onder andere door hetlerarenberoep aantrekkelijker te maken en achterstandsscholen gericht teondersteunen. Stimuleer deelname aan STEM-programma’s (wetenschap,technologie, techniek en wiskunde)De Commissie heeft vorig jaar een vergelijkbare aanbeveling gedaan Hetkabinet erkent het belang van deze aanbeveling. Een belangrijke stap inhet verbeteren van basisvaardigheden is in 2022 gezet met het meerjarigemasterplan basisvaardigheden voor het funderend onderwijs35 en deAanpak basisvaardigheden mbo.36 Verder zijn onderdelen van hetactieprogramma Tel mee met Taal voortgezet, voornamelijk de regionaleaanpak.37 Naast ondersteuning van achterstandsscholen zijn er verschil-lende maatregelen ingevoerd om segregatie in het onderwijs tebestrijden.38Wat betreft het lerarentekort wordt ingezet op het aantrekken, opleiden enbehouden van voldoende en goed opgeleid onderwijspersoneel, hetversterken van de professionaliteit en aantrekkelijkheid van het leraren-beroep en het duurzaam organiseren van kwalitatief en toekomstbe-stendig onderwijs, ook bij aanhoudende personeelsschaarste.39Met betrekking tot het versterken van het STEM-onderwijs, stimuleert hetkabinet het funderend onderwijs via twee projecten het techniek- entechnologie onderwijs: Sterk Techniek Onderwijs40 (structureelprogramma gericht op het beroepsgericht vmbo) en Techkwadraat(Nationaal Groeifondsprogramma gericht op primair en voortgezetonderwijs)41. Ook wordt ingezet op instroom in bèta technisch vervolgon-derwijs via het Actieplan Groene en Digitale Banen.42 Het kabinet werktdaarnaast aan een talentstrategie waarvan het stimuleren van deelname35Kamerstukken II, 2024/2025, 31 293, nr. 762.36Kamerstukken II, 2023/2024, 31 524, nr. 603.37Kamerbrief bij verkenning aanpak basisvaardigheden volwassenen vanaf 2025 | Kamerstuk |Rijksoverheid.nl38Kamerstukken II, 2020–2021, 31 293, nr. 571 en Kamerbrief over voortgang uitvoeringbeleidsagenda tegen segregatie in het funderend onderwijs | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl(2023).39Kamerstukken II 2025/26, 27 923, nr. 518.40Kamerstukken II 2023/24, 28 760, nr. 115.41Kamerstukken II 2022/2023, 31 293, nr. 665.42Zie het Actieplan groene en digitale banen (2023) en de beleidsbrief Vervolgonderwijs,onderzoek en wetenschap, Kamerstukken II, 2024–2025, 31 288, nr. 1185.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219713 aan STEM-programma’s een belangrijk onderdeel is. Het kabinetondersteunt een betere genderbalans en inclusie van leerlingen enstudenten met een migratieachtergrond in STEM-onderwijs middelsverschillende maatregelen.43VervolgprocesIn de Ecofinraad van 12 juni 2026 zal de Commissie een presentatie gevenvan het lentepakket, met inbegrip van de landspecifieke aanbevelingen.Vervolgens zal een horizontale notitie over de landspecifieke aanbeve-lingen voorliggen in de Raad Algemene Zaken van 16 juni a.s. Deze notitiedient als input voor de gebruikelijke bespreking van de voorgesteldelandspecifieke aanbevelingen in de Europese Raad van 18 en 19 juni. Doorde uitzonderlijke krappe tijdslijnen voor de behandeling van het lente-pakket dit jaar, wordt de horizontale notitie opgesteld door het Raadsvoor-zitterschap met input van de voorbereidende comités van de Raad. Hetkabinet verwacht dat deze notitie een feitelijke en nuttige weergave van devoorstellen zal bevatten en verwacht dat Nederland zal kunneninstemmen met de horizontale notitie tijdens de Raad Algemene Zakenvan 16 juni. Op 29 juni liggen de werkgelegenheids- en sociale aspectenvan de landspecifieke aanbevelingen ter goedkeuring voor in de RaadWerkgelegenheid en Sociaal Beleid. Tenslotte liggen alle landspecifiekeaanbevelingen ter aanname voor in de Ecofinraad van 10 juli.Agendapunt: Lentepakket Europees Semester 2026 – macro-economische onevenwichtigheden procedureDocument: de diepteonderzoeken onder de macro-economischeonevenwichtighedenprocedure zijn beschikbaar op: https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-governance-framework/macroeconomic-imbalance-procedure/depth-reviews_enAard bespreking: presentatieBesluitvormingsprocedure: n.v.t.Toelichting:De Commissie heeft op 20 mei jl. de diepteonderzoeken onder demacro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP) gepubliceerdvoor Nederland,44 Griekenland, Italië, Hongarije, Roemenië, Slowakije enZweden. In het Alert Mechanism Report (AMR) 2026, gepubliceerd innovember 202545, stelde de Commissie vast dat ze voor deze zevenlidstaten diepteonderzoeken zou gaan uitvoeren naar mogelijke macro-economische onevenwichtigheden. Hierover is de Kamer op 12 januari jl.geïnformeerd.46Met de publicatie van het lentepakket heeft de Commissie, op basis vandeze diepteonderzoeken, voor Hongarije, Italië en Slowakije macro-economische onevenwichtigheden vastgesteld. Roemenië ondervindtbuitensporige macro-economische onevenwichtigheden. Voor Nederland,Zweden en Griekenland zijn naar aanleiding van de diepteonderzoekengeen macro-economische onevenwichtigheden vastgesteld. DeCommissie heeft in het diepteonderzoek voor Nederland mogelijkemacro-economische onevenwichtigheden onderzocht die verband houdenmet het overschot op de lopende rekening, de woningmarkt, en hogehuishoudschulden. De Commissie geeft aan dat het overschot op de43Zie ook Worden wie je bent op school, Over Worden wie je bent op school, viawww.wordenwiejebentopschool.nl/over/, Sterk Techniekonderwijs, Sterk Techniekonderwijs,via www.sterktechniekonderwijs.nl en Techkwadraat, Techkwadraat, via www.techkwadraat.nl44https://economy-finance.ec.europa.eu/document/download/c3ce1193-a86e-420b-bb95-768cb9e9d464_en?filename=ip337_en.pdf45https://commission.europa.eu/publications/2026-european-semester-alert-mechanism-report-0_en462026D00621Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219714 lopende rekening is afgenomen en dat het overschot voor een deel teverklaren is door structurele kenmerken van de Nederlandse economie.De Commissie noemt in haar beoordeling ook aangekondigde beleids-maatregelen op de woningmarkt en de investeringsagenda die opmiddellange termijn kan bijdragen aan het verminderen van het overschotop de lopende rekening. Het kabinet kan zich vinden in de beoordelingvan de Commissie.Nederland kan de presentatie van het lentepakket, met daarbij deresultaten van de diepteonderzoeken, aanhoren. In de Ecofinraad van10 juli zullen zoals gebruikelijk Raadsconclusies voorliggen over deresultaten van de diepteonderzoeken van de Commissie.Hieronder volgt een nadere toelichting op de onderzochte macro-economische aspecten voor Nederland en de beoordeling van deCommissie.Overschot op de lopende rekeningHet overschot op de lopende rekening was volgens Commissiebereke-ningen in 2025 7,9% bbp, een afname ten opzichte van 2024 (toen nog9,2%). Volgens de Commissieramingen zal dit naar verwachting weer totboven de 9% stijgen in 2026 en ook in 2027 hoog blijven. Zie voor eenuitgebreide toelichting op de drijvende factoren achter het saldo op delopende rekening van Nederland een eerdere Kamerbrief die hier naderop ingaat.47Het spaarsaldo wordt bepaald door bedrijven, huishoudens en deoverheid. Het hoge spaarsaldo van Nederland komt voort uit besparingenvan bedrijven. Een substantieel deel van de besparingen van bedrijvenwordt gedreven door de relatief hoge concentratie multinationals inNederland die hier zijn door het aantrekkelijke vestigingsklimaat. Achterde bijdrage van multinationals aan het spaaroverschot gaat een statis-tische vertekening schuil, die te maken heeft statistiekregels over detoerekening van ingehouden winsten aan de lopende rekening. Winstendie zij wereldwijd maken slaan via de primaire inkomens neer in hetNederlandse lopende rekeningsaldo. Doordat Nederlandse multinationalsrelatief weinig dividend uitkeren en hun winsten veelal investeren in hetbuitenland, komen die winsten in het Nederlands spaarsaldo terecht.Zoals de Commissie in het diepteonderzoek ook aangeeft, berekende DeNederlandsche Bank dat het anders toedelen van ingehouden winsten aanbuitenlandse aandeelhouders zou leiden tot een reductie van het gemetenoverschot op de lopende rekening met gemiddeld 1,3% van bbp over deperiode 2021–2023. Daarnaast draagt ook het mkb bij aan het spaarsaldo,sinds 2015 tussen de 1,5% en 2,2%. Het spaarsaldo van huishoudens namvolgens de ramingen in 2025 toe naar 2,9% in 2025. Het spaarsaldo bevatonder andere pensioenbesparingen (die het saldo opstuwen) enhypotheekschulden (die het saldo drukken). Naar schatting verklaart hetuitgebreide en grotendeels kapitaal gedekte pensioenstelsel vanNederland 2% bbp van het spaarsaldo. Ten slotte had het overheidssaldovan -1,9% in 2025 op basis van de Commissieramingen een drukkendeffect op het overschot op de lopende rekening.Het lopende rekeningsaldo is een uiting van structurele kenmerken van deNederlandse economie, macro-economische ontwikkelingen in anderelanden en conjunctuur. Het kabinet voert dan ook geen beleid om delopende rekening te sturen. Alhoewel het hoge spaarsaldo van Nederlandgoeddeels te verklaren is door enkele van onze fundamenten – zoalsmultinationals die in het buitenland investeren en het pensioenstelsel –47Kamerstukken II 2021/2022, 35 925 IX, nr. 13.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219715 erkent het kabinet dat het verstandig is om verstoringen die mogelijk tengrondslag liggen aan het overschot op de lopende rekening, te adres-seren. In Nederland betekent dat vooral dat private binnenlandseinvesteringen omhoog moeten. Het kabinet herkent dat er voor bedrijveninvesteringsbelemmeringen zijn in Nederland. Daarom worden erverschillende stappen genomen. Zo werkt het kabinet samen met diversepartners aan de aanpak van netcongestie in het Landelijk ActieprogrammaNetcongestie. Ook maakt het kabinet keuzes voor een sterke en toekomst-bestendige agrarische sector, wat stapsgewijs, vergunningverlening voorde woningbouw, het verduurzamen van de landbouw en de industrie weermogelijk maakt. Daarnaast is een belangrijke inzet van het kabinet deoprichting van een nationale investeringsinstelling. Een nationaleinvesteringsinstelling kan het Nederlandse concurrentievermogenversterken door financieringsknelpunten op te vangen, de toegang totEuropese financiering en samenwerking met de EIB te verbeteren enversnippering van publieke financieringsinstrumenten te verminderen.48Daarnaast dragen de investeringen via het project Beethoven en deinvesteringen in defensie bij aan het terugdringen van het overschot opde lopende rekening, zoals ook benoemd door de Commissie in hetdiepteonderzoek.Woningmarkt en huishoudsschuldenIn eerdere jaren betrok de Commissie het onderwerp huishoudschuldenbij het onderzoek naar de woningmarkt. Dit jaar zijn deze analysesgesplitst in het diepteonderzoek. Aangezien deze onderwerpen nauwverbonden zijn, worden ze in deze geannoteerde agenda samen bezien.Volgens de Commissieberekeningen namen woningprijzen, ondanks eentoename in het aanbod van koopwoningen, met 8,5% toe in 2025 tenopzichte van het jaar ervoor. De Commissie benoemt verschillendedrijvende factoren achter hoge woningprijzen, waaronder: demografischetrends, een mismatch in de woningvoorraad (grote huizen, kleinerehuishoudens), stijgende besteedbare inkomens, fiscale prikkels vooreigenwoningbezit en de kleine omvang van de private huurmarkt (14,3%van totale woningaanbod in 2025). De omvang van de private huurmarktis volgens de Commissie verder ingeperkt door de toegenomen verkoopvan deze woningen, mede gedreven door de inwerkingtreding van de Wetbetaalbare huur in combinatie met hogere rentes en belastingwijzigingen.Volgens de Commissie was er in 2025 een tekort van 400.000 woningen.De Commissie geeft aan dat de huishoudschulden in 2025 zijn gedaaldnaar 92,6% bbp ten opzichte van 93,3% in 2024. Desondanks blevenhuishoudschulden als percentage van het bbp in Nederland het hoogstevan de EU. Hypotheken maken ongeveer 90% uit van de huishoud-schulden. De Commissie beoordeelt dat inspanningen om hervormingendoor te voeren teneinde met schulden gefinancierd eigen woningbezit teontmoedigen, beperkt zijn gebleven.De Commissie onderkent in het diepteonderzoek dat het kabinet actiefmaatregelen treft om uitdagingen op de woningmarkt aan te pakken. DeCommissie noemt verschillende maatregelen die al worden getroffen,waaronder de Wet versterking regie op de volkshuisvesting, concretevoorstellen uit het Eindrapport adviesgroep STOER, de Realisatiesti-mulans en de inzet uit het coalitieakkoord om de private huursector uit tebreiden. Een uiteenzetting van de kabinetsinzet ten aanzien van uitda-gingen op de woningmarkt is opgenomen in de appreciatie van derelevante landspecifieke deelaanbeveling (1.3) in deze geannoteerdeagenda. Daarnaast erkent het kabinet dat huishoudschulden in Nederlandrelatief hoog zijn. Tegelijkertijd onderstreept het kabinet het belang van48Kamerstuk II 2024/2025, 35 637, nr. 701Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219716 rust op de woningmarkt en het betaalbaar houden van het eigen huis.Daarom is in het coalitieakkoord opgenomen dat de huidige regeling rondhypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait ongewijzigd blijven. Demaatregelen die worden genomen om de woningmarkt te verbeterenkunnen op termijn een dempend effect hebben op de hoge privateschulden.Implementatie Stabiliteits-en Groeipact – jaarlijkse voortgangs-rapportageAard bespreking: gedachtewisselingBesluitvormingsprocedure: n.v.t.Toelichting:In het kader van het herziene Stabiliteits- en Groeipact (SGP) hebbenlidstaten budgettair-structurele plannen (hierna: plannen) voor demiddellange termijn opgesteld49. Deze plannen bevatten een pad voor demaximale groei van de uitgaven gedurende een aanpassingsperiode vanvier of zeven jaar (uitgavenpad), en daarnaast voorgenomen structurelehervormingen en investeringen. De naleving van het uitgavenpad en deimplementatie van hervormingen en investeringen worden jaarlijksgemonitord. Daartoe dienen alle lidstaten jaarlijks uiterlijk op 30 april eenvoortgangsrapport in. De Commissie heeft op basis van deze voortgangs-rapporten beoordeeld of de uitgavengroei voor 2025 in lijn is met hetaanbevolen uitgavenpad voor dat jaar, en of de verwachte uitgavengroeiin 2026 in lijn zal zijn met het aanbevolen uitgavenpad voor 2026. Opaanbeveling van de Commissie kan de Raad een buitensporig tekortvaststellen wanneer de afwijking van het uitgavenpad de drempel-waarden50 overschrijdt en de schuld van de betreffende lidstaat boven de60% ligt (zie andere paragraaf in deze nazending over buitensporigetekorten).De Commissie oordeelt dat voor 18 lidstaten de uitgavengroei in 2025 inlijn is met het aanbevolen uitgavenpad. Daarnaast oordeelt de Commissiedat de uitgavengroei van Italië, Portugal, Litouwen en Slovenië groten-deels in lijn is met het aanbevolen uitgavenpad. Deze lidstaten wijkenbeperkt af en blijven binnen de toegestane drempelwaarden. DeCommissie ziet voor Ierland, Luxemburg, Nederland, Malta, Bulgarije,Hongarije en Tsjechië over 2025 een afwijking van het aanbevolenuitgavenpad die groter is dan de toegestane drempelwaarden. VoorNederland is dit conform verwachting, zoals gecommuniceerd in hetvoortgangsrapport en eerder gedeeld met de Kamer51. Deze beoordelingis nog gebaseerd op het ingediende budgettair structurele plan uit 2024.Het kabinet heeft in april 2026 een herzien plan ingediend. Dit plan zalnaar verwachting worden goedgekeurd in de Ecofinraad van 10 juli 2026(zie andere paragraaf in deze nazending over Raadsaanbeveling herzienebudgettair-structureel plan van Nederland). Voor 2026 en verder geldt datde Commissie de uitgavengroei van Nederland al beoordeelt op basis vandit herziene plan.Bij de beoordeling van de raming van de uitgavengroei voor 2026concludeert de Commissie dat de uitgavengroei in 16 lidstaten naarverwachting in lijn is met het aanbevolen uitgavenpad. Daarnaast oordeeltde Commissie dat de uitgavengroei van Frankrijk, Spanje, Portugal,Luxemburg en Nederland naar verwachting grotendeels in lijn is met het49Economic surveillance of EU Member States - Economy and Finance50Drempelwaarden voor jaarlijkse en cumulatieve afwijkingen van het aanbevolen uitgavenpadzijn respectievelijk 0,3% bbp en 0,6% bbp.51Zie Kamerstukken II 21 501-03, nr. 186Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219717 aanbevolen uitgavenpad. Deze lidstaten wijken beperkt af en blijvenbinnen de toegestane drempelwaarden. De Commissie ziet voorHongarije, Zweden, Litouwen, Slovakije, Malta, Bulgarije, Hongarije enTsjechië een risico op afwijking van het aanbevolen uitgavenpad diegroter is dan de toegestane drempelwaarden.De Commissie benadrukt dat het algemene begrotingstekort en de schuldvan Nederland naar verwachting in zowel 2025 als 2026 onder deEuropese referentiewaarden van 3% bbp respectievelijk 60% bbp blijven.Zolang lidstaten binnen de referentiewaarden blijven, kan de Raad geenhandhavingsmaatregelen opleggen.De beoordelingen door de Commissie voor 2026 zijn gebaseerd op deLenteramingen van de Commissie. Op basis van deze beoordelingen doetde Commissie aanbevelingen aan lidstaten om de uitgavengroei in lijn tebrengen met het aanbevolen uitgavenpad (zie ook een andere paragraafin deze nazending over «Landspecifieke aanbevelingen»). In het najaarbeoordeelt de Commissie opnieuw of de (geraamde) uitgavengroei voor2026 in lijn is met het aanbevolen uitgavenpad. In het voorjaar van 2027volgt een definitieve beoordeling op basis van de gerealiseerde uitgaven-groei in 2026.Implementatie Stabiliteits-en Groeipact – Beoordeling buiten-sporige tekorten en effectief gevolg aan aanbevelingenDocument: het 126.3-rapport van de Commissie52 en het voorstel voorhet Raadsbesluit om het bestaan van een buitensporig tekort in Malta opte heffen53 zijn publiek beschikbaar.Aard bespreking: presentatie (126.3-rapport) en besluitvorming(Raadsbesluit opheffen buitensporigtekort Malta)Besluitvormingsprocedure: gekwalificeerde meerderheidToelichting:De Commissie beoordeelt jaarlijks op grond van artikel 126, lid 3, VWEUof sprake is van buitensporige tekorten in lidstaten. Deze beoordelingvindt plaats wanneer de overheidsschuld boven de referentiewaarde van60% bbp ligt en onvoldoende snel daalt (schuldcriterium), of wanneer hetbegrotingstekort de referentiewaarde van 3% bbp overschrijdt (tekortcri-terium). De toepassing van het schuldcriterium verdient enige toelichting.De Commissie kijkt hiervoor alleen naar lidstaten die niet al in eenbuitensporigtekortprocedure zitten, een schuld boven 60% bbp hebben engéén begrotingspositie dicht bij evenwicht of in overschot kennen. Ditlaatste wordt geoperationaliseerd als een tekort van meer dan 0,5% bbp.Voor lidstaten waarvoor aan deze voorwaarden is voldaan, beoordeelt deCommissie of de afwijking van het door de Raad aanbevolen uitgavenpad– dat moet voorzien in een daling van de schuld op middellange termijn –boven de drempelwaarden in de controlerekening uitkomt54.Dit jaar vindt voor de eerste keer sinds de herziening van het begrotings-raamwerk in 2024 de toetsing van het schuldcriterium plaats, omdat hetuitgavenpad pas in januari 2025 is aanbevolen. De Commissie heeft in2024 en 2025 wel getoetst op het tekortcriterium, op basis waarvan 10lidstaten reeds in een buitensporigtekortprocedure zitten. Bij de beoor-deling van buitensporige tekorten houdt de Commissie rekening met detoename van defensie-uitgaven voor de 16 landen die reeds gebruikmaken van de nationale ontsnappingsclausule.52Excessive deficit procedures - overview - Economy and Finance53Malta - Economy and Finance - European Commission54Voor afwijkingen van het uitgavenpad geldt een jaarlijkse drempelwaarde van 0,3% bbp eneen cumulatieve drempelwaarde van 0,6% bbp.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219718 Op basis van de Lenteraming van de Commissie55 blijkt dat van delidstaten die nog niet in een buitensporigtekortprocedure zitten, Duitsland,Griekenland, Spanje, Portugal en Slovenië een schuld hebben hoger dan60% in 2025. Griekenland en Portugal voldoen volgens de Commissie aanhet schuldcriterium, omdat zij in 2025 een begrotingsoverschot hadden endaarmee een begrotingspositie kenden die dicht bij evenwicht of inoverschot was. Daarom zijn deze lidstaten niet verder beoordeeld onderhet schuldcriterium. Voor Duitsland, Spanje en Slovenië lagen deafwijkingen van het uitgavenpad binnen de afgesproken drempelwaarden,mede door activatie van de nationale ontsnappingsclausule. Op basishiervan concludeert de Commissie dat er voor deze landen op dit momentgeen sprake is van buitensporige tekorten op basis van het schuldcri-terium.Daarnaast heeft de Commissie onderzoek gedaan naar de naleving vanhet tekortcriterium. De Commissie baseert zich daarbij op de realisatie-cijfers voor 2025 en de ramingen voor 2026. Deze cijfers waren aanleidingom onderzoek te doen naar het bestaan van een buitensporig tekort inBulgarije, Duitsland, Estland, Letland en Slovenië. Daarbij gaat het om eenverwachte overschrijding in 2026 voor Duitsland, Estland, Letland enSlovenië, en een overschrijding in zowel 2025 als 2026 voor Bulgarije.Voor Bulgarije, Estland en Letland kunnen zogeheten «relevante factoren»door de Commissie worden meegewogen bij de beoordeling, omdat hunoverheidsschuld lager is dan de referentiewaarde van 60% bbp56. VoorDuitsland en Slovenië kunnen relevante factoren niet worden meege-wogen, omdat hun schuld hoger is dan de 60%-referentiewaarde en deoverschrijding van de 3%-referentiewaarde niet tijdelijk is. Voor Bulgarijekunnen relevante factoren wel worden meegewogen, maar deze werkenper saldo in het nadeel van Bulgarije. Ook wordt het tekort niet alsuitzonderlijk en tijdelijk beoordeeld. Voor Estland en Letland stelt deCommissie géén buitensporig tekort vast, vanwege de toepassing vanextra defensie-investeringen als relevante factor. Voor Duitsland enSlovenië wordt géén buitensporig tekort vastgesteld, omdat deoverschrijding van de 3%-norm volledig wordt verklaard door defensie-uitgaven waarvoor de nationale ontsnappingsclausule (NEC) is geacti-veerd. Voor Bulgarije is de NEC eveneens geactiveerd, maar wordt detekortoverschrijding niet volledig verklaard door defensie-uitgaven. DeCommissie concludeert op basis van het onderzoek dat Bulgarije nietvoldoet aan het tekortcriterium en stelt voor om een buitensporig tekortvast te stellen voor Bulgarije.Naar verwachting zal de Commissie in de Ecofinraad op 12 juni hetonderzoek naar het bestaan van buitensporige tekorten toelichten.Vervolgens stelt het Economisch en Financieel Comité (EFC) een opinievast, waarna de Commissie een aanbeveling doet aan de Raad om eenbuitensporig tekort vast te stellen voor Bulgarije. De Raad besluit hieroverop 10 juli.Naast het onderzoek naar nieuwe buitensporige tekorten heeft deCommissie onderzocht of lidstaten voor wie eerder al door de Raad eenbuitensporig tekort was vastgesteld effectief gevolg hebben gegeven aande aanbevelingen om aan deze tekorten tijdig een einde te maken. Ditbetreft België, Finland, Frankrijk, Italië, Hongarije, Malta, Oostenrijk, Polen,55https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-forecast-and-surveys/economic-forecasts/spring-2026-economic-forecast-slowdown-growth-energy-shock-drives-inflation_en56Op grond van verordening No 1467/97 (Artikel 2.3) kan de Commissie rekening houden metrelevante factoren als een lidstaat een schuld heeft van onder 60% of, als dat niet het geval is,als het begrotingstekort dichtbij de 3% blijft en de overschrijding tijdelijk is. Dit betreffen onderandere de macro-economische omstandigheden en een toename van defensie-investeringen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219719 Roemenië en Slowakije. Deze aanbevelingen werden voor een groot deelin januari 2025 door de Raad vastgesteld en bevatten een correctiefuitgavenpad. De Commissie concludeert dat al deze lidstaten voldoendemaatregelen hebben genomen ter correctie van het buitensporig tekort.Malta heeft zijn overheidstekort in 2025 teruggebracht tot onder 3% bbpen blijft daar volgens de lenteraming ook in 2026 en 2027 onder, waardoorde Commissie de Raad aanbeveelt om het besluit van 26 juli 2024 inzakehet bestaan van een buitensporig tekort in Malta op te heffen. De Raadbesluit waarschijnlijk in de Ecofinraad van juni hierover. Nederland kanzich vinden het oordeel om het buitensporig tekort voor Malta op teheffen en is voornemens om in te stemmen met het Raadsbesluithierover.Implementatie Stabiliteits-en Groeipact – aanvraag activatienationale ontsnappingsclausule SpanjeAard bespreking: Goedkeuring Raadsaanbeveling activatie nationaleontsnappingsclausule SpanjeBesluitvormingsprocedure: versterkte gekwalificeerde meerderheidToelichting:Zoals toegelicht in de nazending van de Geannoteerde Agenda van deEurogroep en Ecofinraad van juni 202557 heeft de Commissie op 19 maart2025 voorgesteld om lidstaten tijdelijk en gericht de mogelijkheid tebieden een verzoek in te dienen tot activering van de nationale ontsnap-pingsclausule (National Escape Clause, NEC) binnen de Europesebegrotingsregels, met als doel ruimte te bieden voor een verhoging vannationale defensie-uitgaven op korte termijn. De clausule kan op verzoekvan een lidstaat worden ingezet onder drie voorwaarden: (i) uitzonderlijkeomstandigheden buiten de controle van de lidstaat, (ii) substantiëleimpact op overheidsfinanciën, en (iii) behoud van schuldhoudbaarheid opde middellange termijn. Lidstaten mogen volgens het Commissievoorsteltussen 2025–2028 afwijken van het door de Raad vastgestelde (correc-tieve) uitgavenpad wanneer dit het gevolg is van een toename vandefensie-uitgaven tot een maximum van 1,5% bbp, gemeten t.o.v.referentiejaar 2021. Zie voor een nadere toelichting de Kamerbrief van28 maart 202558.De nationale ontsnappingsclausule is reeds geactiveerd voor zeventienlidstaten, te weten België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland,Finland, Griekenland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Oostenrijk,Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije en Tsjechië59.Spanje heeft op 13 april ook een aanvraag ingediend voor activatie vandeze ontsnappingsclausule. De Commissie heeft beoordeeld dat deaanvraag voldoet aan de drie bovengenoemde voorwaarden. DeCommissie doet een aanbeveling aan de Raad om de ontsnappings-clausule voor Spanje te activeren.Het kabinet volgt de beoordeling van de Commissie en is voornemens inte stemmen met de Raadsaanbeveling voor Spanje tijdens de Ecofinraadvan 12 juni. Bij de jaarlijkse monitoring van de toepassing van denationale ontsnappingsclausule zal het kabinet aandacht blijven vragenvoor schuldhoudbaarheid en financiële stabiliteit, inclusief het onvermij-delijke belang van herprioritering van uitgaven ten behoeve van struc-tureel hogere defensie-uitgaven.57Zie de Nazending Geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad juni 2025, Kamerstukken II2024/25, 21 501-07, nr. 2119.58Kamerstuk 21 501-20 nr. 220759Zie geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad juli 2025, Kamerstukken II 2024/25,21 501-07, nr. 2124.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219720 Implementatie Stabiliteits-en Groeipact – nationale ontsnappings-clausule voor energiemaatregelenAard bespreking: Dit onderwerp is niet apart geagendeerd, maar kan bijde overkoepelende mededeling aan bod komen.Besluitvormingsprocedure: n.v.t.Toelichting:De Commissie geeft in de overkoepelende mededeling bij het Lentepakketaan dat lidstaten de bestaande nationale ontsnappingsclausule (NationalEscape Clause; NEC) binnen het SGP ook zouden kunnen benutten voorenergie-gerelateerde steunmaatregelen en investeringen. Daarbij zou debestaande ruimte die de NEC biedt an maximaal 1,5% bbp per jaar, diemomenteel is bedoeld voor extra defensie-uitgaven, deels kunnen wordenbenut voor maatregelen gericht op energie-onafhankelijkheid60. DeCommissie geeft aan dat jaarlijks maximaal 0,3% bbp en over de periode2026–2028 cumulatief maximaal 0,6% bbp kan worden aangewend, metbehoud van de beoogde einddatum van de NEC in 2028.De NEC is een bestaand instrument binnen het Europese begrotings-raamwerk. Op verzoek van een lidstaat kan de clausule worden geacti-veerd (of in dit geval, op een andere manier ingezet) indien sprake is vanuitzonderlijke omstandigheden buiten de controle van de lidstaat die eenaanzienlijke impact hebben op de overheidsfinanciën, mits de schuld-houdbaarheid op middellange termijn niet in gevaar komt. Op basis vaneen beoordeling van de Commissie zal de Raad hierover besluiten metversterkte gekwalificeerde meerderheid. Nederland acht het van belangdat toepassing van de NEC tijdelijk, gericht en verenigbaar met schuld-houdbaarheid blijft.Implementatie Stabiliteits-en Groeipact – Raadsaanbevelingherziene budgettair-structureel plan van NederlandAard bespreking: PresentatieBesluitvormingsprocedure: n.v.t.Toelichting:In het kader van het herziene Europese begrotingsraamwerk hebbenlidstaten budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn(hierna: plannen) ingediend, met daarin hun voorgenomen begrotings-beleid, hervormingen en investeringen. Alle lidstaten hebben hun planingediend61. Nederland heeft inmiddels een herzien plan ingediendwegens het aantreden van een nieuw kabinet62. De Ecofinraad van 12 junia.s. zal spreken over het herziene plan van Nederland en de beoordelingdaarvan door de Commissie.De Commissie merkt op dat Nederland in het plan op enkele puntenafwijkt van de oorspronkelijke technische informatie, met name door hetgebruik van recentere CPB-cijfers voor het structureel primair saldo eneen hogere inflatie als gevolg van externe economische omstandigheden.Deze afwijkingen acht de Commissie gerechtvaardigd. Nederlandpresenteert in het plan zowel de nationale CPB-raming van de uitgaven-groei als de maximaal toegestane uitgavengroei volgens deSGP-vereisten, waarbij Nederland de berekening op deze punten heeftgeactualiseerd.60In de overkoepelende mededeling noemt de Commissie onder meer steun aan huishoudensen bedrijven om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, versnelling vanelektrificatie, investeringen in elektriciteitsnetten en energieopslag, energiebesparing enuitbreiding van schone energiecapaciteit.61Kamerstuk 21 501-07, nr. 208562Budgettair-structureel plan voor de middellange termijn | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219721 De Commissie beoordeelt de plannen op basis van Verordening2024/1263. De Commissie oordeelt dat het uitgavenpad zoals voorgestelddoor Nederland voldoet aan de vereisten. De Commissie doet op basisdaarvan een aanbeveling aan de Raad om het uitgavenpad vast te stellen.In de Ecofinraad van 10 juli 2026 zal naar verwachting een Raadsaanbe-veling voor Nederland, inclusief het uitgavenpad zoals opgenomen in hetNederlands plan, voorliggen. Besluitvorming hierover vindt plaats metgekwalificeerde meerderheid.Tabel kerncijfers begrotingsbeleid202620272028202920302039Uitgavengroei technische informatie van de Commissie (%)4,73,53,13,53,7n.v.t.Uitgavengroei volgens het CBP zoals vermeld in Nederlandse plan (%)4,73,53,13,53,7n.v.t.Schuldratio in plan (in % bbp)46,8%46,5%46,1%45,6%45,2%51,2%Begrotingstekort in plan (in % bbp)– 2,4%– 1,5%– 1,3%– 1,2%– 1,2%– 3,0% Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219722

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c16fee128852d1c3

14 okt 2026 · 13bf7595e0726811

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.