Kabinetsreactie op verzoek commissie op de drie uitspraken van 1 juli 2026 van de Raad van State over het kinderpardon
Brontekst
Versie ea990c1b0c2f0931 · officiële bron19637 Vreemdelingenbeleid Nr. 3626 Brief van de minister van Asiel en Migratie Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 9 september 2026 Naar aanleiding van het verzoek van de vaste commissie voor Asiel en Migratie d.d. 3 juli 2026 reageert het kabinet op de drie uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2026.[voetnoot 1] De Afdeling oordeelde dat in de betreffende zaken geen toereikende belangenafweging is gemaakt tussen het belang van Nederland en de belangen van de betrokken kinderen. In deze drie zaken is expliciet opgedragen om aan de betrokken kinderen en hun ouders een verblijfsvergunning te verlenen op grond van het privéleven (artikel 8 EVRM). De IND geeft momenteel uitvoering aan deze individuele uitspraken. De uitspraken van de Afdeling worden op dit moment nog nader bestudeerd. Ook zullen binnenkort te verwachten uitspraken van de rechter in vergelijkbare zaken meegenomen worden in deze nadere bestudering. Deze uitkomsten worden nauwgezet gevolgd. De minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink 1. Uitspraak 202500252/1/V1 | Raad van State,ECLI:NL:RVS:2026:3812. 2. Uitspraak 202400459/1/V1 | Raad van State, ECLI:NL:RVS:2026:3813. 3. Uitspraak 202405347/1/V1 | Raad van State, ECLI:NL:RVS:2026:3816.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.