Verslag van een commissiedebat, gehouden op 12 februari 2026, over Selibon
Brontekst
Versie 14cb7cc0aa9f555d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202622 343Handhaving milieuwetgeving30 872Landelijk afvalbeheerplanNr. 451 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 20 maart 2026 De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties en de vaste commissie voorInfrastructuur en Waterstaat hebben op 12 februari 2026 overleg gevoerdmet de heer Aartsen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu, en deheer Van Marum, Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties, over:–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 20 november 2025 inzake aanpakSelibon Lagun (Kamerstuk 22 343, nr. 434);–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 15 december 2025 inzake bestuurs-overeenkomst en uitvoeringsprogramma aanpak SelibonLagun (Kamerstuk 22 343, nr. 435);–de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties d.d. 10 februari 2026 inzake reactie opverzoek commissie over de situatie rondom Selibon (Kamer-stuk 22 343, nr. 438);–de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 12 februari 2026 inzake verzoek Openbaar LichaamBonaire voor vrijstelling MER-plicht met betrekking tot destortplaats Lagun (Kamerstuk 22 343, nr. 440).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,MutluerDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur enWaterstaat,Peter de GrootDe griffier van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,Hessing-Puts kst-22343-451ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 4511 Voorzitter: MutluerGriffier: Hessing-PutsAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Tijs van den Brink, Ceder,Heera Dijk, Michon-Derkzen, Mutluer, Nanninga, Schilder en Tseggai,en de heer Aartsen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu, en deheer Van Marum, Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties.Aanvang 14.01 uur.De voorzitter:Ik stel voor dat we gaan beginnen. Welkom allemaal. Bon dia. Welkom bijdit commissiedebat over Selibon. Ik wil uiteraard namens de Kamerleden,die hier vandaag in groten getale aanwezig zijn, de twee Staatssecreta-rissen welkom heten. Dat zijn de Staatssecretaris van Binnenlandse Zakenen Koninkrijksrelaties, de heer Van Marum, met zijn ondersteuning, en deStaatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de heer Aartsen. Ik wildaarbij vermelden dat dit waarschijnlijk in deze hoedanigheid jullie laatstedebat is met deze commissieleden over Koninkrijksrelaties. Allewaardering voor alle inspanning en het werk dat jullie hier hebbenverricht, maar jullie zijn nog niet klaar. We gaan zo meteen hopelijk eenmooi en goed debat met elkaar voeren over dit onderwerp.Voor de rest wil ik de leden van de commissie het verzoek doen om toe testaan dat mevrouw Schilder, die geen lid is van de commissie, toch deelmag nemen aan dit commissiedebat. Vindt iemand dat bezwaarlijk?Niemand vindt dat bezwaarlijk. Dan mag mevrouw Schilder ookdeelnemen.Voor de rest heb ik vernomen dat wij vandaag een brief hebbenontvangen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Die iseigenlijk best laat binnengekomen. Dat hebben jullie ook gezien. Het gaatover het verzoek van het Openbaar Lichaam Bonaire om een vrijstellingvan de MER-plicht met betrekking tot de stortplaats. Jullie kunnen diegewoon meenemen in dit debat; dan weten jullie dat. Daar zal deStaatssecretaris straks iets over zeggen.Tot slot, voordat we gaan beginnen met de eerste termijn. We hebben toteen uur of vier. Ik wil in de eerste termijn twee interrupties onderlingtoestaan, zodat we straks iets meer interrupties kunnen plegen richting deStaatssecretarissen.Dat gezegd hebbende wil ik nu gaan starten met dit debat. Ik geef alseerste het woord aan de heer Ceder van de ChristenUnie. Uw vierminuten gaan nu in. Nee, drie minuten zelfs maar.De heer Ceder (ChristenUnie):Bon dia. Good day. Goedendag aan eenieder die kijkt.We spreken opnieuw over Selibon. Ik wil er geen doekjes om winden: watons betreft moet Selibon Lagun zo snel mogelijk sluiten. De afspraak vandit kabinet dat de vuilstortplaats nog twee jaar wordt gedoogd, is geziende ontwikkelingen en de uitkomsten die we gehoord hebben tijdens detechnische briefing, voor ons eigenlijk onacceptabel. De Kamer heeftonder andere door middel van moties al meerdere malen klemmendverzocht om als kabinet, meer specifiek als Ministerie van IenW, de regiete nemen. Het kabinet blijft weigeren en zich verschuilen achter de taakvan de eilandsraad. Ik vraag de Staatssecretaris: blijft u op dit momentvolharden hierin? Heeft u er vertrouwen in dat het openbaar lichaam zijnwettelijke taken adequaat kan uitvoeren? Het heeft niet te maken met eengebrek aan wilskracht, maar heeft het openbaar lichaam de capaciteitenom een ramp van deze omvang aan te kunnen? Dat is mijn vraag. Zo ja,waar baseert de Staatssecretaris dit vertrouwen dan nog op?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 4512 Voorzitter. In de antwoorden op mijn schriftelijke vragen schrijft deStaatssecretaris dat er maatregelen genomen zijn die de situatie «op kortetermijn zichtbaar en merkbaar zullen verbeteren». Wat wordt hiermeebedoeld? Wat gaan vooral de omwonenden merken? Ook worden enkelemaatregelen «geherprioriteerd». Ik weet niet wat dat betekent. Kan deStaatssecretaris dit toelichten, ook voor de omwonenden, die zich nogsteeds ernstig zorgen maken?Uit de technische briefing bleek dat er weinig zicht is op concretevooruitgang. Omwonenden en de Nationale ombudsman hebben metklem opgeroepen om te stoppen met het storten van afval. Als ik de briefvan het kabinet lees, ontbreekt het niet aan goede voornemens. Die zijn er.Maar het patroon blijft wel hetzelfde: nieuwe plannen, maar eigenlijk geenuitvoering. Wat is de reactie van het kabinet op de brandbrief van deOmbudsman? Gaat de regering onverkort uitvoering geven aan deaanbevelingen? Zo nee, waarom niet? Ik wil van de Staatssecretaris ookweten hoe nu precies toezicht gehouden wordt op de luchtkwaliteit.Worden er nu continu onafhankelijke luchtkwaliteitsmeningen uitgevoerd?Zo nee, per wanneer gaat dit wel gebeuren?Voorzitter, ik rond af. Zeker nu het kabinet besloten heeft om Selibon tot2028 open te houden, vraag ik me af wat dat op dit moment betekent voorde direct omwonenden, ook omdat we niet weten wat de impact op deluchtkwaliteit en de volksgezondheid is. Moeten zij accepteren dat zij totdie tijd in een vervuilde omgeving wonen? Wat de ChristenUnie betreft isdat onacceptabel en gaan we over tot een aantal maatregelen. Ik heb aleen aantal moties in gedachten, maar ik wil ook kijken naar wat de Kamermet elkaar kan afspreken, ook in samenspraak met het kabinet.Voorzitter, heb ik nog twintig seconden?De voorzitter:Zeker.De heer Ceder (ChristenUnie):Kijk, dan ga ik nog even door.Tot slot, het interbestuurlijk toezicht. De ILT concludeerde al eerder dat hethet bestuurscollege ontbreekt aan uitvoeringskracht en bestuurskracht.Volgens mij is het al heel lang duidelijk dat het bestuurscollege niet instaat is om de problemen op te lossen. Begrijp ik goed dat het kabinetweigert in te grijpen, mede omdat de interventieladder nog niet isuitgelopen? De Staatssecretaris schrijft wel dat we in fase 3 van deinterventieladder, actief toezicht, zitten en dat er wellicht eind februariwordt overgegaan op een vooraankondiging van juridische interventie.Mijn vraag is of de Staatssecretaris kan toelichten waarom al niet veeleerder is opgeschaald naar fase 4 of zelfs 5.Hier wil ik het bij laten.De voorzitter:Dank u wel, meneer Ceder. Dan geef ik direct het woord aan mevrouwHeera Dijk van D66.Mevrouw Heera Dijk (D66):Dank u wel, voorzitter. Bon tardi. «De situatie bij vuilstort Selibon opBonaire is niet alleen zorgwekkend maar ook erg schrijnend. Ik moeteerlijk zeggen dat ik ervan geschrokken ben dat dit soort situaties nogkunnen voorkomen binnen ons Koninkrijk.» Dit zijn niet mijn eigenwoorden; dit was de intro van mijn collega, meneer Bamenga, tijdens hetdebat hierover van een jaar geleden. We zijn twaalf maanden verder en demensen op Bonaire zijn nog geen steek verder gekomen. Nog steedsworden mensen geconfronteerd met brand, giftige rook en zelfs evacuatieuit hun huis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 4513 Voorzitter. De situatie op Bonaire houdt bewoners al jaren in haar greep.Ondertussen leven omwonenden van Selibon in onzekerheid over hungezondheid en leefomgeving. Ondanks herhaalde waarschuwingenworden grote delen van de landfill onvoldoende afgedekt, wat opnieuwheeft geleid tot branden in januari 2026. Het lokaal bestuur heeft eenbelangrijke rol als bevoegd gezag. Tegelijkertijd heeft IenW een bredereverantwoordelijkheid, want als overheid hebben wij een zorgplicht, of datnu in Europees Nederland of in Caribisch Nederland is. Ik voel me erongemakkelijk bij dat het ons al zo lang niet lukt om dit probleemstructureel op te lossen, terwijl bewoners daar dagelijks de gevolgen vanondervinden.De Ombudsman en de Kinderombudsman zijn duidelijk: het nog twee jaargedogen van een illegale vuilstort is onacceptabel. Al acht jaar komen erklachten binnen. De tijd van wachten is voorbij. We hebben geen nieuwrapport en geen nieuwe waarschuwing meer nodig, maar duidelijkheid enregie. Daarom heb ik de volgende vragen aan de Staatssecretaris.Wanneer is voor het kabinet het moment bereikt om op te schalen vanniveau 3 naar niveau 4 van de interventieladder als de huidige aanpakonvoldoende effect heeft? Wat heeft IenW op dit moment nog nodig omde regie over te kunnen nemen? Hoe wordt de gezondheid vanomwonenden structureel in beeld gebracht?Voorzitter. Na jaren van rapporten en waarschuwingen is het nu tijd omdoor te pakken. Dat mogen de bewoners op Bonaire ook van onsverwachten, zodat zij niet meer in angst hoeven te leven, maar kunnenvertrouwen op een gezonde en veilige leefomgeving.De voorzitter:Dank u wel. Ik geef nu het woord aan mevrouw Schilder van de GroepMarkuszower.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Het laatste ILT-rapport is glashelder. De situatie bijSelibon Lagun is complex, zorgwekkend en urgenter dan ooit. We hebbendecennia aan rapporten en plannen, maar geen resultaat. De afvalberggroeit en de gezondheidsrisico’s voor omwonenden groeien mee. Ik vraagde Staatssecretaris: hoe kan het dat, ondanks alle waarschuwingen eningrepen, de situatie niet verbetert maar verslechtert?Voorzitter. Ik heb jaren op Curaçao gewoond. Ik ken de trots en zelfred-zaamheid van de eilanden: «Wij doen het zelf wel. We hebben Nederlandniet nodig.» Die trots is een kracht, maar wanneer bestuurders hulp enregie weigeren terwijl sprake is van een ernstige milieuramp, is die trotsgeen kracht meer maar onverantwoord bestuur. Dat is wat we nu zien. Hetbestuurscollege mist kennis, capaciteit en middelen. Dat is begrijpelijkvoor een klein eiland, maar de ILT is duidelijk. Vergunningverlening,toezicht en handhaving zijn structureel niet op orde, termijnen wordenoverschreden en besluiten blijven uit. Dat is geen overmacht, maar falen.Erkent de Staatssecretaris dat hier sprake is van structureel falen van hetOpenbaar Lichaam Bonaire?We weten namelijk dat het anders kan. Tijdens de periode van deindeplaatsstelling was er wel vooruitgang. Er werd begonnen aan eenomheining, het opruimen van biomedisch afval en het herstel vancontainers. Zodra het OLB het weer overnam, viel alles stil: geen resultaaten dus geen veiligheid voor de omwonenden. Laten we dus stoppen metdoen alsof het lokaal wel gaat lukken.De nieuwe bestuursovereenkomst lijkt een signaal uit Den Haag, maarharde garanties ontbreken opnieuw. Weer overleg en rapportages, maarweinig actie. Ondertussen blijven heftige branden uitbreken en wordenbewoners keer op keer hun huizen uit gejaagd en na een paar dagen weerteruggestuurd zonder dat er een onderzoek naar giftige uitstoot heeftplaatsgevonden. Dit is onverantwoord en onmenselijk. Staatssecretaris,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 4514 waarom blijft de regie bij het OLB, terwijl het daar aantoonbaar misgaat?Waarom grijpt het kabinet niet in? Hoe rechtvaardigt het kabinet debetaling van miljoenen uit Nederland zonder regie of sancties? Hetdreigen met het stopzetten van een financiering treft niet het bestuur,maar de omwonenden. Zij betalen immers met hun veiligheid engezondheid. Voor ons is het simpel: of de verantwoordelijkheid blijft bijhet eiland, en dan zonder financiële steun, of de regie gaat naar IenW.Voorzitter. Genoeg is genoeg. De mensen op Bonaire en zeker deomwonenden van Selibon verdienen veiligheid. Het lokale bestuur kan datniet waarmaken, maar ondertussen blijft Nederland betalen zonder regiete hebben. Dat is onhoudbaar. Daarom moet de regie over de landfill naarIenW. Het is geen kwestie van trots of politiek, maar van leven engezondheid. Wachten is geen optie meer.Dank u wel.De voorzitter:U bedankt voor uw bijdrage. Ik ga nu verder met mevrouw Tseggai vanGroenLinks-PvdA.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank. Stelt u zich voor dat op Texel al jarenlang een vuilstort inbrand staat. Laat dat even op u inwerken. Wat zou dat met uw gevoel vanveiligheid doen? Als op Texel of in een ander deel van EuropeesNederland een vuilstort in brand zou staan, hadden we hoogstwaar-schijnlijk al veel eerder ingegrepen. Ik schaam mij ervoor dat dit inNederland, maar dan in het Caribisch deel van ons land, toch gebeurt. Hetis duidelijk dat de situatie op Bonaire onhoudbaar is. Recent zijn er weeromwonenden geëvacueerd. Wat GroenLinks-PvdA betreft moet er directworden ingegrepen om verdere gezondheidsschade, zowel fysieke alsmentale, voor omwonenden te voorkomen.Sinds de bestuurlijke afspraken tussen het kabinet en het OpenbaarLichaam Bonaire over de aanpak van de grote schadelijke gevolgen vande vuilstort is er weinig gebeurd. De bewoners van Bonaire merken niksvan deze bestuurlijke afspraken. Dat blijkt ook wel uit het feit dat deStaatssecretaris in zijn brief van vanmorgen over de zeer uitzonderlijkevrijstelling voor de MER-plicht spreekt van een calamiteuze situatie,omdat de branden op de vuilstort maar blijven terugkeren.De voorzitter:De bel gaat. Een aantal collega’s gaat naar de stemmingen. Ik kan mevoorstellen dat we daarbij aanwezig moeten zijn als er hoofdelijkestemmingen zijn. Mochten die er zijn, dan schorsen we deze vergaderingen gaan we snel naar de zaal. Mevrouw Tseggai, u mag wachten tot de belniet meer gaat en dan mag u fier verder.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Eerder deze week ontvingen wij een brief van de Nationaleombudsman, die in niet mis te verstane bewoordingen schrijft dat debestuurlijke afspraken niet acceptabel zijn, omdat deze onvoldoende zijnom de burgers daadwerkelijk en op een duurzame manier te beschermen.De vuilstort moet direct sluiten – dat stelt ook de Ombudsman – omdat hetlanger gedogen van de illegale situatie onverenigbaar is met de plicht vande overheid om de gezondheid en veiligheid van de burgers van Bonairete beschermen.Voorzitter. Ik heb een aantal specifieke vragen voor de Staatssecretarissen.Hoe kan het dat deze kwestie zich nu al zo lang voortsleept? De eersteklachten kwamen al in 2018 bij de Ombudsman binnen. Waarom is er nietveel eerder adequaat ingegrepen? Het lijkt voor het openbaar lichaam ende beide ministeries onduidelijk te zijn wie waarvoor verantwoordelijk is.Hoe kan dat? Kan de Staatssecretaris van IenW aangeven of de brandenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 4515 op korte termijn zullen stoppen door de spoedige aanleg van een nieuwstortcompartiment? Zo nee, wat moet hiervoor dan nog meer gebeuren?Welke mogelijkheden heeft de Staatssecretaris van IenW om de verant-woordelijkheid voor het toezicht naar zich toe te trekken, bijvoorbeelddoor een wijziging van de wet? Mijn collega Schilder zei dat net ook al.Daarnaast ziet de Ombudsman het steeds terugkerende probleem dat hetOpenbaar Lichaam Bonaire een uitzonderlijk breed takenpakket heeft,maar niet beschikt over de noodzakelijke capaciteit, expertise en uitvoe-ringskracht. Dit brengt natuurlijk grote risico’s met zich mee. Hoe gaat hetkabinet dit samen met Bonaire op korte termijn oplossen? Kunnen beideStaatssecretarissen toezeggen dat er geen financiële belemmeringenzullen zijn om zowel de tijdelijke als de structurele oplossingen voor ditprobleem met de vuilstort te financieren?Voorzitter, ik kom tot een afronding. Ik hoop en ik ga ervan uit dat hetkabinet – of het volgende kabinet, zeg ik er even bij – alles op alles zet omde problemen zo snel mogelijk op te lossen. Het lijkt mij verstandig als hetkabinet ons als Kamer maandelijks een update gaat geven over hoe deoplossingen vorderen, zodat wij als Kamer goed op de hoogte blijven.Ook daarop wil ik graag een reactie.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ook mijn dank voor uw bijdrage. Dan gaan we naar de eerste termijn vande heer Van den Brink van het CDA.De heer Tijs van den Brink (CDA):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Bon dia. Good day. De situatie bijSelibon Lagun is al jaren ernstig en is ook vandaag nog steeds pijnlijkactueel. Nog recent, begin dit jaar, is er opnieuw brand uitgebroken op destortplaats. Dikke rook trok over omliggende woonwijken en bewonerswerden opnieuw geconfronteerd met stank, rook en zorgen over hungezondheid. Deze gebeurtenis maakt duidelijk dat de risico’s waar we hierover spreken geen theoretische of historische problemen zijn, maar eendagelijkse realiteit voor inwoners van Bonaire.Voorzitter. Het CDA is blij dat dit debat vandaag wél doorgaat, in tegen-stelling tot vele andere debatten die worden verplaatst in verband met dekomst van een nieuw kabinet. Dat geeft de urgentie aan. Het CDA ziet ookdat er nu stappen worden gezet. De bestuursovereenkomst, het uitvoe-ringsprogramma, de vrijgemaakte middelen en de brief van vanmorgenover het vrijstellen van de MER-plicht laten zien dat zowel het bestuurs-college als het Rijk de ernst van de situatie onderkennen. Tegelijkertijdconfronteert juist deze recente brand ons met de vraag of de huidigeaanpak snel, robuust en afdwingbaar genoeg is om nieuwe incidenten tevoorkomen. De kern van dit debat is voor het CDA de verbinding tussenverantwoordelijkheid en uitvoering. Bonaire is geen gemeente op afstand;het is Caribisch Nederland. Dat betekent dat het Rijk niet alleen samenwer-kingspartner is, maar ook een bijzondere verantwoordelijkheid draagtvoor de veiligheid, gezondheid en leefomgeving van inwoners.Mevrouw de voorzitter. De bestuursovereenkomst bevat veel enambitieuze afspraken: financiële stabilisatie van Selibon N.V., inzet vanOmgevingsdienst NL, opvolging van ILT-aanbevelingen en de afspraak omSelibon Lagun uiterlijk in 2028 te sluiten. Dat is belangrijk. Het recentebrandincident onderstreept dat de periode tot 2028 kwetsbaar blijft en dattijdelijke maatregelen er echt voor moeten zorgen dat de risico’s snelafnemen. Concreet heb ik drie vragen aan de Staatssecretaris, zeg ik via u,mevrouw de voorzitter. Ten eerste over de acute risicobeheersing. Welkeaanvullende maatregelen zijn sinds de recente brand genomen omherhaling te voorkomen? Acht de Staatssecretaris de huidige kortetermijn-maatregelen voldoende om brandgevaar, rookontwikkeling en gezond-heidsrisico’s daadwerkelijk te beheersen? Wat heeft u nog meer nodig omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 4516 een einde te kunnen maken aan de onverantwoorde situatie die er nu lijktte zijn? Ten tweede over gezondheid en vertrouwen. Is de Staatssecretarisbereid om structureel en onafhankelijk gezondheidseffecten te latenmonitoren en de Kamer en de bewoners daarover actief te informeren,juist na incidenten zoals de brand? Ten derde over de regie. Als afsprakenniet tijdig worden nagekomen of nieuwe incidenten zich blijven voordoen,welke concrete interventiemogelijkheden heeft het Rijk dan nog om meerbij te sturen?Voorzitter. Het CDA wil voorkomen dat tijdelijke oplossingen onbedoeldleiden tot nieuw uitstel. Voor inwoners van Bonaire telt uiteindelijk nietwat er op papier staat, maar wat zij merken in hun leefomgeving. Ditdossier is daarmee ook een toets van bestuurlijke betrouwbaarheid. Dehuidige situatie is, voor zover ik dat hiervandaan kan beoordelen, echtonverantwoord. Doet u, in overleg met de Rijksvertegenwoordiger en hetOLB, vooral wat nodig is om de veiligheid van de bevolking tot eind 2028en daarna te garanderen, alstublieft.Dank u wel, mevrouw de voorzitter.De voorzitter:Precies binnen de tijd. Dank u wel. Mevrouw Nanninga, aan u het woord.Mevrouw Nanninga (JA21):Dank u wel, voorzitter. Een speciale groet aan de mensen die meekijkenvanuit Bonaire.Voorzitter. De Inspectie Leefomgeving en Transport, de ILT, sprak vorigeweek in een technische briefing over Selibon van de drieslag complex,zorgwekkend en urgent. Deze week werd bekend dat naast het bindende,onafhankelijke onderzoek, zoals overeengekomen in de bestuursaf-spraken, ook de Nationale ombudsman met zijn eigen onderzoek komt.Voorzitter. Het is goed dat de Staatssecretaris eind vorig jaar concreteafspraken heeft kunnen maken met het bestuurscollege van Bonaire. Desluiting van de stortplaats in 2028, de inzet op een nieuw stortvak en debetrokkenheid van Omgevingsdienst NL zijn belangrijke stappen, maarafspraken op papier brengen vooralsnog geen enkele merkbare verbe-tering mee voor de leefomgeving, vooral nu de ILT duidelijk blijft wijzennaar het Openbaar Lichaam Bonaire, waar te weinig in beweging lijkt tekomen. En dat terwijl omwonenden hun huizen vorige maand nog hebbenmoeten evacueren door rook en branden.Ik heb een aantal vragen aan de Staatssecretaris. Ten eerste. De ILTconstateert dat eerdere verbeteringen slechts tijdelijk effect hadden en datvoor een doortastende uitvoering het budget ontbrak. Hoe wordt concreetgeborgd dat gemaakte afspraken wel volledig en tijdig kunnen wordenuitgevoerd? Wat doet de Staatssecretaris als dat niet zo is? Waar komteventueel aanvullend budget vandaan?Ten tweede. Als gevolg van een rechterlijke uitspraak ligt de primaireverantwoordelijkheid nu dus weer bij het lokaal bestuur. Tegelijkertijd ismeermaals uit rapportages gebleken dat de uitvoeringskracht bij hetOpenbaar Lichaam Bonaire al jaren tekortschiet. In dat kader wil ikaandacht vragen voor de governancestructuur. Het Openbaar LichaamBonaire is tegelijkertijd aandeelhouder, vergunningverlener, toezicht-houder en handhaver rond Selibon. Vindt de Staatssecretaris deze totalerolvermenging wenselijk voor effectief bestuur? Er komt natuurlijk eenonderzoek naar de bedrijfsvoering aan, dat bindend is voor het bestuurs-college. Dat zou er in maart van dit jaar moeten zijn. Is er al het een enander duidelijk? Verwacht de Staatssecretaris dat deze opleverdatumgehaald zal worden? Waar ligt de grens van zijn bevoegdheid voor deStaatssecretaris? Wanneer zou zwaardere rijksregie wel weer aan de ordekunnen komen? Kan er in de interventieladder nu eens opgeschaaldworden naar juridische interventie? Dat zou volgens de stukken gerecht-vaardigd zijn bij taakverwaarlozing. Een jaar na de rechterlijke uitspraakTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 4517 dat er nog niet genoeg tijd was gegeven, is er sinds het ingrijpen van deRijksvertegenwoordiger nog niets veranderd of gedaan door het OLB. Alsdat geen taakverwaarlozing is, wat is het dan wel?Voorzitter. Ten derde, de toekomst. Hoe gaat de langdurige, duurzameafvalverwerking voor Bonaire eruitzien? Het lijkt me superomslachtig omafval helemaal naar Europees Nederland te verschepen. Zijn er geeneffectievere opties, bijvoorbeeld in samenwerking met de landen Curaçaoof Aruba? Hoever is men in de planning voor een moderne eigenafvalverbrandingscentrale die zelfs energie kan opleveren? Ik denk aaneen centrale zoals in Amsterdam, maar dan wel succesvol. Op termijn –maar dit is toekomstmuziek – zou het ook kunnen in samenwerking metVenezuela, als het politiek stabiel kan worden georkestreerd.Afrondend, voorzitter. Omwonenden willen geen nieuwe rapporten. Zewillen schone lucht, veiligheid en duidelijkheid over hun gezondheid. Zewillen weten wanneer hun situatie verbetert, niet op papier, niet ingesprekken, maar in hun dagelijks leven.Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Nanninga. Dan geef ik als laatste in de eerstetermijn het woord aan mevrouw Michon-Derkzen van de VVD.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank, voorzitter. Het is goed dat we het hierover hebben. Helaas móétenwe het hierover hebben. Een aantal collega’s refereerde er al aan: vorigjaar, in maart 2025, hadden we het hier over exact hetzelfde probleem. Ikdenk dat we elkaar er ook niet van hoeven te overtuigen dat wat er aan dehand is op Bonaire met de vuilstortplaats, gewoon opgelost moet worden.Ik zou graag aan de Staatssecretaris van BZK willen vragen hoe hetinterbestuurlijk toezicht eruitziet en wat de Rijksvertegenwoordiger nudoet. Vorig jaar heeft de Rijksvertegenwoordiger namelijk – ik meen datdit inderdaad de «ladder» wordt genoemd – de stap gezet voor deindeplaatsstelling. Laten we wel zijn: dit is een eilandelijke taak. Ik lees inde stukken dat er nu weer wordt gedacht aan een volgende stap, terwijl ertegelijkertijd ook een akkoord is met het bestuurscollege. Hoe verhoudendie twee zaken zich tot elkaar? Kan het zo zijn dat de Rijksvertegenwoor-diger al een volgende stap maakt, terwijl er tegelijkertijd een akkoord ismet het bestuurscollege om het in 2028 te sluiten?Aan de Staatssecretaris van IenW zou ik het volgende willen vragen. Klopthet dat met de brief die we vandaag hebben gekregen, over de vrijstellingvan de MER-plicht inclusief de middelen die zijn vrijgemaakt voor datnieuwe stortvak, het proces kan worden versneld? Ik ben het namelijk ookmet veel collega’s eens die zeggen: we weten allemaal dat dit moetworden opgelost en graag zo snel mogelijk. De structurele oplossing isdat nieuwe stortvak. Dat is dus pas per 2028. Kan het met bijvoorbeeld devrijstelling van de MER-plicht sneller? Wie doet daarin wat? Dit laatste zouik dan weer aan de Staatssecretaris van BZK willen vragen.Voorzitter. Naar aanleiding van het commissiedebat van vorig jaar is ereen motie aangenomen om te komen tot een stevig, integraal entoekomstbestendig plan, zowel voor de korte als voor de lange termijn. Deheer Ceder heeft daarvoor het initiatief genomen. Mijn partij heeft dezemotie medeondertekend. Ik zou aan beide Staatssecretarissen willenvragen: wat behelst dat plan dan? Hoe is het uitgevoerd? Beschouwen wede bestuursovereenkomst als het toekomstbestendige plan of zijn er nogandere dingen? Tijdens de afgelopen begrotingsbehandelingen is daarnog een motie overheen gekomen, ook van de heer Ceder en mijn collegade heer Van der Burg. Daarin gaat het over de samenwerking weeropzoeken met het bestuurscollege van Bonaire voor een structureleoplossing. Eigenlijk is dit gewoon hetzelfde verhaal als het jaar ervoor.Graag dus een update over de uitvoering van die beide moties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 4518 Tot slot zou ik de Staatssecretaris van BZK willen vragen hoe het debatbinnen de eilandsraad en het bestuurscollege verloopt op dit punt. We zijnhet er natuurlijk allemaal over eens dat het opgelost moet worden. Ikhoop dat het bestuurscollege daar binnen hun eigen eilandsraad stevigover debatteert.Dank u wel.De voorzitter:Ik hoor veel vragen en veel eensgezindheid. We gaan zo even een pauzetjeinlassen, zodat de beide Staatssecretarissen zich kunnen voorbereiden opde antwoorden. Hoeveel tijd hebben jullie nodig? Minimaal een halfuur?Dan gaan we om 14.55 uur weer door. Tot zo meteen.De vergadering wordt van 14.26 uur tot 14.55 uur geschorst.De voorzitter:Geachte leden van de commissie... O, we missen nog één Staatssecre-taris. Als die ook binnen is, gaan we beginnen aan de tweede termijn. Nogeven geduld dus.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Het is 14.55 uur geweest. We gaan van start. De beide Staatssecretarissenzijn inmiddels ook binnen. Voor degenen die net kijken: bon dia. We gaanzo meteen starten met de tweede termijn van het commissiedebat overSelibon. De Staatssecretarissen hebben, naar aanleiding van de velevragen die zijn gesteld, de tijd gehad om zich op de tweede termijn voorte bereiden.Ik stel voor om te beginnen met de vragen die zijn gericht aan de heerAartsen, de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Daarnakomt Staatssecretaris Van Marum aan de beurt voor de overige vragen.Aan u het woord, meneer Aartsen.O ja, voordat we daarmee beginnen, wil ik zeggen dat ik vier interruptiestoelaat. Dat is best fors. Ga daar goed mee om. We kijken of we om 16.00uur klaar kunnen zijn. Ik stel dus voor dat we met dien verstande gaanstarten.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Vanuit mijn hoedanigheid als Staatssecretaris zal ikbeginnen met iets te zeggen over de situatie daar. De vragen vanuit decommissie over waarom dit nog niet is opgelost en waarom er nog niet isingegrepen, zijn terecht, denk ik.Ik zal iets zeggen over de ingewikkeldheid van wat we daar hebbengedaan. Ik zal ook een aantal vragen beantwoorden ten aanzien van deleefomgeving en het stelsel rondom vergunning, toezicht en handhaving.De Staatssecretaris van BZK zal ingaan op het interbestuurlijk toezicht ende gesloten bestuursovereenkomst. Ik zal ook nog wat zeggen over debrief die ik u vandaag heb toegestuurd. De heer Ceder begon daar hetdebat volgens mij ook mee. Ik heb zelf acht jaar Kamerlid mogen zijn, dusik weet hoe vervelend het is om ’s ochtends nog een brief te mogenontvangen. Excuses daarvoor. Ik zal zo uitleggen waarom ik het tochverstandig vond om u hierover te informeren. We kunnen daardoornamelijk volgens mij het debat beter voeren met elkaar. Die informatiewilde ik daarom niet volledig achterhouden, want er lopen nog wattechnicalities. Maar ik vond het wel gepast om dat nu te doen. Ik zal erstraks inhoudelijk wat meer over zeggen.Volgens mij worden de ernst en urgentie van de situatie breed gedeeld.Dat merk je hier in de Kamer. Het maakt wat dat betreft ook niet uit hoe jede informatie tot je neemt, of dat nu met foto’s, rapporten of de verhalenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 4519 van mensen daar is. Ik denk dat voor iedereen die de beelden van heteiland ziet, de verhalen hoort of de rapporten leest de conclusie is dat ditmoet worden opgelost, dat de situatie zeer ernstig is en dat er iets moetworden ondernomen. Die conclusie delen we. Die eensgezindheid overhet feit dat het probleem linksom of rechtsom moet worden opgelost,delen de Staatssecretaris en ik ook.De vraag waarom dit niet wordt opgelost en er niet wordt ingegrepen is,denk ik, ook terecht. Dat wordt ook breed gedeeld. Dat zijn hele belang-rijke vragen. Tegelijkertijd is het antwoord daarop ook heel erg lastig tegeven. Ik zal zo meteen iets zeggen over waarom het zo complex is om inte grijpen en wat de belemmeringen daarbij zijn. Ik zal daarna iets zeggenover wat we wel doen en ook over wat we willen doen. Laat ik hier ookduidelijk stellen dat het niet zo is dat de Staatssecretaris en ik denken:«Ach, laat maar. We doen niks. Laat die mensen maar aan hun lot over.»Dat is natuurlijk niet het geval. Wij zien die beelden en de situatie daarook. Wij voelen ook het ongemak. Je wilt het goede doen voor mensen.Niks doen is dan ook heel vervelend. Tegelijkertijd hebben wij als beideStaatssecretarissen natuurlijk ook de verantwoordelijkheid om teworstelen met de complexiteit achter de vraag waarom er niet wordtingegrepen. Mevrouw Tseggai vroeg mij dat ook heel mooi. Zij vroegwelke bevoegdheden er, zowel nu als in de toekomst, nodig zijn om in tekunnen grijpen. Dat heb ik even als structuur voor mijn verhaal gebruikt.Waarom wordt er nu niet ingegrepen? Waarom is het zo verschrikkelijkcomplex om dat te doen? Het eerlijke verhaal is dat wij gebonden zijn aande democratische spelregels die we met elkaar hebben afgesproken. Datzit ’m in het feit dat het bestuurscollege een democratisch gekozen orgaanis binnen ons Koninkrijk. Het is dus niet zomaar toegestaan om datterzijde te schuiven. Hoe verschrikkelijk de beelden en de situatie ook zijn,wij kunnen niet zomaar zeggen dat we die spelregels aan de kant duwen.Daar hebben we interbestuurlijk toezicht en een interventieladder voor. Ikdenk dat de Staatssecretaris van BZK daar straks iets over zal zeggen. Wijkunnen en mogen dat natuurlijk niet zomaar doen. Wij hebben ons tehouden aan die bestuurlijke spelregels.In het voorjaar van vorig jaar is er door de waarnemend Rijksvertegen-woordiger natuurlijk wel een besluit genomen en dat is teruggeflotendoor de rechter. De rechter heeft daarvan gezegd: dit is niet hoe het spelbinnen het Koninkrijk gespeeld dient te worden. Daarvan kunnen wevinden wat we vinden, maar dat is wel de situatie die er op dat momentgold. Ook wij zijn gebonden aan rechterlijke uitspraken als deze, die deregie weer teruglegde bij het openbaar lichaam. Dat dwingt ons op ditmoment ook om de interventieladder op een goede en zorgvuldige wijzemet elkaar af te lopen. Het is nu fase 3. Op dit moment werkt de ILT aaneen rapportage om de Rijksvertegenwoordiger te helpen om die volgendestap te kunnen zetten. Daar is ook onderbouwing voor nodig; de ILT geeftdie ook. Die ILT hoopt nog deze maand de rapportage – dat hebben ze mevanmorgen nog laten weten – af te kunnen ronden, zodat we voldoendeonderbouwing hebben om een eventuele volgende stap te kunnen zetten.Voorzitter. Een ander element waardoor het zo ingewikkeld is, heeft temaken met de aard van het VTH-stelsel, het stelsel van vergunningen,toezicht en handhaving. Er doen zich hier twee problemen voor. Desituatie op Bonaire kenmerkt zich niet zozeer doordat het een probleembinnen het VTH-stelsel is, maar doordat het een probleem is vanbestuurskracht en uitvoeringskracht. Daar zit de kern van het probleem endat is ook de reden waarom we via interbestuurlijk toezicht en deinterventieladder dienen in te grijpen.Een ander element binnen het VTH-stelsel is nou juist dat de Staatssecre-taris van IenW in dezen stelselverantwoordelijke is, maar tot mijn eigenfrustratie heb ik geen enkel wettelijk instrumentarium, ook niet binnen hetNederlandse deel van het VTH-stelsel, om te kunnen interveniëren. Ik hebmeerdere casussen lopen, ook in Nederland, zoals die van Chemours enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45110 een aantal andere casussen, waar echt wel wat is gebeurd en waarbij erook strafrechtelijke aangiftes liggen. Ik heb de andere Kamercommissie,die van I&W, er ook al een aantal keer over geïnformeerd dat er op ditmoment een wettelijk instrumentarium ontbreekt om goed vorm tekunnen geven aan die stelselverantwoordelijkheid.Dit is ook de reden waarom ik inmiddels het wetsvoorstel VersterkingVTH-stelsel milieu, inclusief een interventiemogelijkheid voor deStaatssecretaris, ter internetconsultatie heb liggen. Het gaat over hetNederlandse deel, dus het is niet van toepassing op het Caribisch deel vanNederland. Het ligt nu ter internetconsultatie. Ik zal u besparen wat dereacties van de lokale overheden daarop zijn – die zitten daar nou niet echtom te springen, laat ik maar zeggen – maar het is wel een instrument datop dit moment ontbreekt, ook in hoe we het hebben georganiseerd. Datmaakt het geheel dus complex. Ik zei al: dat is de uitleg om duidelijk temaken waarom het een en ander zo traag loopt en waarom zaken nietgebeuren.Laat mij dan vertellen wat we wél doen – ik denk dat dat ook verstandig isom te doen – en ook wat daarin wat mij betreft het lonkend perspectief is.We hebben een tijdje terug al het natuur- en milieubeleidsplan uitgevoerd.Dat loopt inderdaad op dit moment ook nog. Het wordt voortgezet in fase2. Daarin was een sluiting van Selibon in 2030 voorzien. Inmiddels is er,ook met grote dank aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, eenbestuursovereenkomst met bijbehorende middelen gesloten die voorzietin een sluiting in 2028.Daarnaast hebben we nog het programma Afval op Maat. Ook daar zijnstappen in gezet. Daar zie je natuurlijk echter wel – dat is een discussie dieook uw Kamer vaak in deze commissie voert – dat wij helaas genoodzaaktwaren om daar vanwege het gebrek aan verantwoording van middeleneen pauze in te gelasten, maar we stellen daarbinnen wel inhoudelijkekennis en expertise ter beschikking.Een ander punt dat wij ook in de reguliere overleggen van ODNL, eensamenwerkingsverband tussen de omgevingsdiensten in Nederland,nadrukkelijk bespreken, is dat we vanuit ODNL samenwerking enondersteuning richting de eilanden en openbare lichamen ter beschikkingstellen, zodat zij gebruiken kunnen maken van deze kennis en kunde enexpertise. De Staatssecretaris zal zo iets over de bestuursovereenkomstzeggen. Dat is, denk ik, een belangrijke stap die daarin is gezet.Voorzitter. Twee andere zaken. Een daarvan gaan we een dezer dagendoen: de vrijstelling van de MER. Dat is een vrij uitzonderlijke stap, maardie vond ik wel noodzakelijk om te zetten, gelet op de situatie die er nu is.De reden waarom ik de brief vandaag heb gestuurd, is dat ik het besluitformeel nog niet heb genomen. Het heeft ermee te maken dat er in deaanvraag nog wat technische zaken moeten worden gewijzigd om hetjuridisch gezien ook echt te kunnen doen, maar ik vond het een beetjeflauw om dat besluit maandag te nemen en u dan pas maandag een briefte sturen. Ook dat ken ik vanuit de kant van de Kamer. Vandaar dat ikvandaag heb besloten om de collega’s op Bonaire te informeren dat ikvoornemens ben dit besluit te nemen, op een aantal technische wijzi-gingen na, en uw Kamer daarover ook netjes te informeren voorafgaandaan het debat.Ik denk dat we daarin een belangrijke stap zetten. Het is ook een majeurestap, zeg ik erbij. Juist de MER-spelregels dienen er namelijk toe omervoor te zorgen dat omwonenden voldoende bescherming krijgen op hetmoment dat er een activiteit plaatsvindt die de milieuregels zou kunnenaanraken. Maar we hebben dus besloten om een ontheffing te verlenenvan de MER-verplichting. Naar ons weten is dat nooit eerder gebeurd.Dat zorgt voor twee dingen. Eén. Het zorgt ervoor dat de situatie tot 2028beheersbaar blijft. Dat is het voornemen. Maar het zorgt er hopelijk ookvoor dat de situatie kan worden versneld. Sommigen van u zullen dat vastTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45111 weten, maar het kost al gauw een dik jaar om de MER-procedure goed tekunnen doorlopen, met alle waarborgen daarin.We zijn daar niet lichtzinnig mee omgegaan. We hebben er goedeexpertise bij ingeschakeld. Met name de branden in januari waren despreekwoordelijke druppel om te zeggen: weliswaar is er hierover geenjurisprudentie en er zijn natuurlijk altijd voors en tegens... Als je een juristvraagt naar zijn opvattingen, krijg je altijd «enerzijds, anderzijds» alsantwoord. Voor ons was de volgende vraag echter doorslaggevend. Wordtde situatie op de eilanden hiermee beter? Wordt de situatie op Bonairehiermee beter? Het antwoord hierop is: ja. Dat vonden wij voldoendeonderbouwing om dit besluit te nemen. Zo kan er hopelijk versneldworden overgegaan tot de inwerkingtreding van het stortvak. Daarbijhebben we wel een aantal voorwaarden gesteld, ook ten aanzien vangevaarlijke stoffen. Asbest is daar een voorbeeld van. Wat hoort er wel enniet thuis? Daarvan hebben we van het bestuurscollege ook schriftelijkebevestiging ontvangen. Er moeten nog een aantal technische punten inworden verwerkt.Voorzitter. Dan naar de toekomst toe. Mevrouw Tseggai vroeg welkebevoegdheden er nodig zijn om dit uiteindelijk te kunnen doen. We zienallemaal dat dit een probleem is. We zien, denk ik, ook allemaal dat deinterventieladder suboptimaal functioneert.Welke stappen zou je kunnen zetten? Een mogelijkheid is om te besluitenom het Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES aan te passen. Ook datvergt natuurlijk dat het via de democratische spelregels wordt doorlopen.Dat betekent technisch gezien dat je het Inrichtingen- en activiteitenbesluitBES aanpast. Dat betekent dat je de activiteiten ten aanzien van afval zalverplaatsen van type III, wat het op dit moment is, namelijk een eilande-lijke taak, naar type IV. Dat hebben we inmiddels al gedaan met brandstof-opslagen, vanwege de grote complexiteit en de grote milieurisico’s.Het betekent concreet dat je de milieuvergunningsplicht verschuift. Ik zeger overigens wel bij dat er in de huidige situatie geen milieuvergunning is.Dat zorgt er ook voor dat ILT het moeilijk heeft om in te kunnen grijpen. Eris een vorm van gedoging. Ik heb, nogmaals, in het hele VTH-stelsel geeninterventiemogelijkheid. Je zou dus de milieuvergunning kunnenverschuiven van het bestuurscollege naar de Minister. In deze casus zaldat dan de Staatssecretaris van IenW zijn.Dat betekent dat de Staatssecretaris van IenW dan ook bevoegd gezag zalworden. In de praktijk zal RWS, Rijkswaterstaat, de vergunning verlenen.De ILT kan er dan stevig op ingrijpen. Dit moet wel via de Kamer lopen.Het kan via een besluit. Het gaat drie tot zes maanden duren, met eenspoedprocedure, die ook zal moeten worden onderbouwd. Het hangt dusook samen met hoe de interventieladder is doorlopen.Als je dit doet, zal dat een en ander teweegbrengen. Je kan dit namelijkniet alleen maar voor de casus Selibon doen. Je moet onderbouwenwaarom je dat ook voor andere situaties zal doen. Ik zeg er ook bij dat danniet alle problemen zijn opgelost. De verantwoordelijkheid blijft liggen bijSelibon zelf en daarmee ook bij de eigenaar van Selibon, het openbaarlichaam. Die zullen dan ook een last onder dwangsom kunnen ontvangenvan de ILT. Er blijft altijd een afhankelijkheid van het bestuurscollege voorde lokale vergunningen.Als antwoord op de vraag van mevrouw Tseggai wat het handelingsper-spectief is in dezen: dit zou een optie zijn. Ik geef daar wel de winstwaar-schuwing bij dat daarmee niet in een keer alle problemen zijn opgelost. Jezal natuurlijk ook de discussie moeten gaan voeren over waar je derekening neerlegt voor het aantal stappen dat hiervoor moet wordengezet.De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Michon-Derkzen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45112 Staatssecretaris Aartsen:Tot zover mijn inleiding, voorzitter. Ik heb zo nog een paar specifieke,korte...De voorzitter:O, dit was nog uw inleiding?Staatssecretaris Aartsen:Ik heb eigenlijk geprobeerd alle vragen in één keer te behandelen, ookgelet op de tijd en de dubbeling.De voorzitter:Dat snap ik. U mag zo even ingaan op ...Staatssecretaris Aartsen:Ik heb een paar technische vragen, maar ik denk dat dit genoeg is. Sorry,dat is uw taak. Maar dit is het eerste deel ten aanzien van de verantwoor-delijkheidsverdeling en het ingrijpen op de acute situatie.De voorzitter:Helder. Daar zie ik inmiddels een drietal interrupties op. Die ga ik toestaan.Ik ga gewoon iedereen die het woord wil, nu het woord geven. Ik beginmet mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Dank aan de Staatssecretaris van IenW voor deze uiteenzetting. Ik had hetin mijn bijdrage over die bestuursovereenkomst van november 2025, diesamen met het bestuurscollege van Bonaire is overeengekomen. Ik neeminderdaad aan dat dat met de Staatssecretaris van BZK is. Druist detoelichting die de Staatssecretaris van IenW nu geeft over een anderewijze van vergunningverlening in tegen die bestuursovereenkomst? Ik wildus eigenlijk op een nette manier zeggen: bent u nou wel of niet geholpenmet de bestuursovereenkomst die de Staatssecretaris van BZK met hetbestuurscollege is overeengekomen?De voorzitter:Dat is een vrij concrete vraag. Het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Daar zijn we zeker mee geholpen. Vooral de mensen op Bonaire zijndaarmee geholpen. Daarmee kunnen in het hier en nu acute stappenworden gezet. Nogmaals, de Staatssecretaris zal zelf ook zo de bestuurs-overeenkomst toelichten. Het gaat dan onder andere over de bedrijfs-voering, de mogelijkheid om maatregelen op de korte en lange termijn tenemen, de inzet van omgevingsdiensten en nog een aantal andere zaken.Dat helpt dus zeker. Ik probeer zo goed als mogelijk de vragen tebeantwoorden die er zijn gesteld over welke bevoegdheidsmogelijkhedener zijn. Ik zou hier alleen niet de illusie willen wekken dat wanneer je vancategorie III naar IV gaat, je alles in één keer hebt opgelost. Dat vergtwetgeving. Alleen al in een spoedprocedure ben je zes maanden verder.Dat zal juridisch proportioneel moeten worden onderbouwd. Er moet ookeen logica hangen achter waarom je dat ook voor de andere eilanden doeten wat dat dan behelst. Dan blijft de bestuurs- en uitvoeringskracht eeningewikkeldheid. Wat betreft de vraag die mevrouw Tseggai terecht steltover verwevenheid zou dit een oplossing zijn. Maar het vergt echt nog welwat studie naar hoe je dit goed organiseert.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Staatssecretaris voor het handelingsperspectief, laat ik heteven zo zeggen. Wat ik even lastig vind hieraan is dat de StaatssecretarisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45113 een aantal opties heeft gegeven van dingen die wij zouden kunnen doenof aanpassen qua bevoegdheden vanuit de Kamer, maar hij er ook bij zegtdat een spoedprocedure drie tot zes maanden zou kosten. Mijn vraag aande Staatssecretaris is: wat kunnen we nú doen voor de mensen opBonaire? In de tussentijd kunnen we dan misschien de stappen zetten diede Staatssecretaris net noemde. Ik ben eigenlijk op zoek naar eenhandelingsperspectief met een iets kortere termijn.Staatssecretaris Aartsen:Die kortere termijn zit ’m in de bestuursovereenkomst die is gesloten inhet najaar. Daar volgen een aantal maatregelen uit. Die korte termijn zit ’min de MER-vrijstelling. Daarmee kun je in het hier en nu, als de vergun-ningverlening op het eiland is rondgegaan, sneller beginnen met de starten bouw van zo’n stortvak. De bouw van zo’n stortvak moet binnen zes totnegen maanden vanaf de bouwstart lukken. De versnelling zou kunnenkomen van de interventieladder en de indeplaatsstellingsoptie. Maar datmoet dus echt zorgvuldig volgens de democratische spelregels verlopen.Dat zijn zaken die in het hier en nu volgen.Als het gaat om het besluit aanpassen – dat gaat over een AMvB-voorstel– ben ik onder andere gebonden aan spelregels die we daar hebbenafgesproken. Een Kamerbehandeling is er eentje van, maar ook verplichtetoetsing aan de voorkant door de Raad van State. Dat maakt het zoingewikkeld. Daarom probeer ik aan de voorkant ook uit te leggen hoe hetmet die democratische spelregels zit. De regering is verplicht om langs deRaad van State te gaan als het gaat om dit soort wijzigingen en deonderbouwing daarvan, wil je die juridisch goed borgen.De voorzitter:Mevrouw Tseggai heeft een aanvullende interruptie.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Dank voor deze beantwoording. Ik begrijp het ook. Maar ik werd evengetriggerd door mevrouw Nanninga die zei: kunnen we in de tussentijdbijvoorbeeld afval verschepen? Zo ontstaan er in ieder geval geen nieuwebranden. Mevrouw Nanninga zit nee te schudden. Dan vraag ik datgewoon namens mezelf. Wat is in de tussentijd het handelingsper-spectief? Hoe zorgen we ervoor dat, terwijl we al deze stappen zetten diede Staatssecretaris net noemt, die afvalberg in de tussentijd niet groterwordt, er nog meer branden ontstaan et cetera, et cetera, et cetera?Staatssecretaris Aartsen:In ons stelsel blijven alle zaken die mevrouw Tseggai noemt de verant-woordelijkheid van het Openbaar Lichaam Bonaire en het bestuurs-college. Die zijn democratisch gekozen. Dat valt op die manier binnen onsstelsel. We hebben daar via de bestuursovereenkomst een aantalafspraken over gemaakt. De Staatssecretaris zal daar wat meer overzeggen. Wij proberen te doen wat we kunnen, maar we kunnen nu niet opde stoel van het bestuurscollege gaan zitten. Dat zijn de democratischespelregels die we met elkaar hebben afgesproken. Wij proberen dus tedoen wat we kunnen en een handelingsperspectief te bieden. Ik kijk ookuit naar de rapportage van de ILT, want daarmee kom je weer hoger op deinterventieladder.De voorzitter:Dit wordt uw derde interruptie, maar van mij mag het, mevrouw Tseggai.U laat het gaan? Oké, dan mevrouw Schilder.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Bedankt voor de beantwoording tot nu toe, Staatssecretaris. Ik heb alleennog even een vraag: wie gaat er straks over dat tijdelijke stortvak? Is datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45114 weer dezelfde partij? Gaat dat weer lokaal lopen? Ik heb er eerlijk gezegdvrij weinig vertrouwen in dat we een andere uitkomst krijgen als wehetzelfde doen. Hoe gaan we erop toezien dat het daar wel goed gaat?Staatssecretaris Aartsen:Daar zijn de bestaande toezichthouders dus voor. De ILT voert dat uit. Inons democratisch stelsel ligt de verantwoordelijkheid, en dus ook deuitvoeringskracht, natuurlijk wel daar. Het kan dat daar geen vertrouwenin is, maar ik zeg nogmaals: we hebben te maken met de democratischespelregels die er zijn. Ik kan niet zeggen dat ik geen vertrouwen heb in eencollege van B en W, en daarom vervolgens het college van B en W aan dekant schuiven. Daar hebben we een aantal spelregels over afgesproken.Dat is die interventieladder. Vorig jaar heeft de Rijksvertegenwoordigeringegrepen, maar die is teruggefloten door de rechter. Wij proberen duste doen wat we kunnen. Ik denk dat we hier echt een majeure stap meezetten om ervoor te zorgen dat dat tijdelijke stortvak er echt gaat komen.In de gesprekken die daarover plaatsvinden, proberen we natuurlijk ookeraan vast te houden dat dat daadwerkelijk gaat gebeuren.De voorzitter:Mevrouw Schilder heeft een vervolgvraag.Mevrouw Schilder (Groep Markuszower):Dat klopt. Ik zit er een beetje mee dat er nu al aangegeven wordt dat decapaciteit en de manschappen om alle branden te blussen en af te dekkener niet zijn. Dan gaan we er een tijdelijk stortvak aan toevoegen. Ik ziegewoon niet hoe we dit gaan doen. Ik vraag me echt af hoe we nu tegende mensen die daaromheen wonen gaan zeggen dat we nog een extrastortvak bouwen, want daarmee vergroten we eigenlijk het probleem inplaats van dat we het verkleinen. Hoe ziet u dit?Staatssecretaris Aartsen:In de vraagstelling zit dat «we» dat doen. Ik probeer de ongemakkelijkheidook te schetsen, dus ik zeg nogmaals: «we» is in dit geval het democra-tisch gekozen bestuurscollege. Dat is daar verantwoordelijk voor en heeftde regie. Dat geeft ook heel duidelijk aan dat het die regie niet wenst af testaan. Sterker nog, dat is vorig jaar naar de rechter gestapt om dat af tedwingen; dat was tegen de indeplaatsstelling van de Rijksvertegenwoor-diger. Dat zijn de democratische spelregels die we hebben. Daaromtrentproberen wij te kijken wat we kunnen doen om te ondersteunen. Iknoemde al het afvalbeheersprogramma, het NMBP en de bestuursover-eenkomst. We gaan echt een enorme stap zetten als het gaat om devrijstelling van de MER-procedure. Voor het probleem dat mevrouwSchilder schetst, zijn we gedwongen om ons te houden aan de interven-tieladder en het interbestuurlijke toezicht.De voorzitter:De heer Ceder wilde net ook al wat zeggen. Voordat ik naar de heer Vanden Brink ga, krijgt de heer Ceder dus het woord.De heer Ceder (ChristenUnie):Deze toelichting is fijn. Ik vraag me wel het volgende af. Wij hebben vande week begrepen dat er nog geen luchtkwaliteitmetingen zijn gedaan. Wehebben ook begrepen dat het schijnt dat omwonenden, in ieder gevalvolgens de normen, eigenlijk niet in de omgeving zouden mogen wonenomdat die normen constant overschreden zijn. Voor mij rechtvaardigt dateen fase 4-ingrijpen. Ik merk nu dat de Staatssecretaris zegt: wij zijnterughoudend vanwege de juridische en bestuurlijke afspraken. Deafgelopen twee jaar – we zijn namelijk, of ik in ieder geval, al zo lang metdit dossier bezig – hoorden we vooral dat IenW zichzelf niet het verant-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45115 woordelijke ministerie vond om dit op te pakken. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is of het klopt dat als luchtkwaliteitsnormen op plekkenmet omwonenden ver overschreden zijn, een inschaling in fase 4gerechtvaardigd is en er daarmee wel degelijk een casus bestaat. We zijnnamelijk sinds die rechtszaak van de indeplaatsstelling een jaar verder.Sindsdien is er wel wat gebeurd en is er ook meer naar boven gekomen.Staatssecretaris Aartsen:De vraag over de luchtkwaliteitsnormen was een van de vragen die ik noghad liggen, maar die kan ik gemakshalve nu beantwoorden. Ook hier geldtdat het bevoegd gezag de partij is die aan de lat staat voor de luchtkwali-teitsnormen. Op het moment dat er niet wordt voldaan aan de luchtkwali-teitsnormen moeten mensen zich wenden tot het bevoegd gezag. Dat is indeze casus het bestuurscollege. Op dit moment is het zo dat het bestuurs-college de GGD de opdracht heeft gegeven om hier onderzoek naar tedoen. De Minister van BZK heeft de opdracht gegeven om een gezond-heidsonderzoek te laten doen door het RIVM. Nogmaals, dat is hoe het tenaanzien van de luchtkwaliteit gaat. Die zaken wegen natuurlijk allemaalwel mee bij de bevoegdheidsuitbreiding van type III naar type IV waar ikhet over had. Ik wijs er alleen wel op dat als je die stap gaat zetten je ookzult moeten aantonen dat alle andere stappen zijn gezet en dat die stapproportioneel en voldoende onderbouwd is. Anders heb je namelijk ookeen probleem met het rechtvaardigen van dit soort zaken. Dus ja, ditwegen we hierin mee en de situatie is ernstig. Vandaar ook dat wij hierserieus bespreken of je van type III naar type IV moet. Ik vind het mijnverantwoordelijkheid om daar netjes antwoord op te geven en dat ook teschetsen. Aan de ene kant gaat dat helpen. Aan de andere kant gaat hetniet morgen de problemen oplossen en de vraag is ook hoe je het danvervolgens overmorgen oplost, omdat er dan uiteindelijk nog steedsproblemen zijn die linksom of rechtsom zullen moeten worden opgelost.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik prop twee vragen ineen. Wat maakt dat de Staatssecretaris zegt over tegaan naar fase 4? Is dat nu bij dezen al een toezegging? Heeft hij daar eenKameruitspraak voor nodig? Ik vraag mij ook af hoe het zit als we het nuvanuit een strafrechtelijk kader bekijken. We weten inmiddels dat eenaantal omwonenden vanwege de situatie aangifte gedaan hebben.Ontstaat er dan geen grondslag om als verantwoordelijke Minister ofverantwoordelijk ministerie met het oog op de veiligheid vanomwonenden alsnog in te grijpen? Dat is dan niet op basis van debestuurlijke interventieladder maar omdat er misschien ook sprake is van– hoe wil je het noemen? – een economisch delict of milieudelict of inieder geval van een strafrechtelijk aspect. Inmiddels loopt dat trajectnamelijk ook.Staatssecretaris Aartsen:Ik snap nu dat de focus gelijk gaat naar die type III- en typeIV-bevoegdheid. Om heel eerlijk te zijn, dacht ik toen ik het voor het eerstzag ook dat het probleem opgelost was. Waar doen we zo moeilijk over?Daar zitten natuurlijk wel wat haken en ogen aan. Er zijn natuurlijkgewoon stortplaatsen en afvalbeheersystemen waar het wel functioneert.De vraag is: moet je dit in zijn geheel zien? Je kunt niet voor één bedrijf,voor één stortplaats, van type III naar type IV gaan. Ook daar heb jeonderbouwing voor nodig. Ook daarbij moet je de proportionaliteitkunnen uitleggen. Je moet kunnen uitleggen dat alle andere stappenreeds zijn gezet. Dat betekent dat je toch ook weer op die interventieladderterechtkomt, want als je niet kan uitleggen dat daarbij de stappen zijndoorlopen zoals ze zijn doorlopen, zal het ook ingewikkeld zijn om deproportionaliteit van die stap aan te kunnen tonen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45116 Ik merk aan mezelf dat dit allemaal juridische termen zijn en die lossenaan de situatie daar niks op, maar dat is natuurlijk ook wel hoe we metelkaar besloten hebben om het een en ander te organiseren; daar hebbenwe ons ook aan te houden. Er zijn in dit land heel veel problemen die ikgraag met een decreet zou willen oplossen, liever vandaag dan morgen,maar waarvoor we wel een aantal spelregels en waarborgen hebbeningebakken; die zijn er natuurlijk ook niet voor niets.De voorzitter:Ik zie dat de heer Ceder wil interrumperen. Nee, meneer Ceder, wevervallen in herhaling. Volgens mij lag er een vraag over de aangifte die isgedaan door de bewoners. Kunt u die nog even beantwoorden,Staatssecretaris?Staatssecretaris Aartsen:Ja. Het staat iedereen vrij om aangifte te doen. Een rechter zal zich danmoeten buigen over de vraag of er sprake is van een strafrechtelijkeovertreding. Het lijkt me zeer onverstandig om daar vanuit het kabinetcommentaar of een reactie op te geven.De voorzitter:Dit wordt uw derde interruptie, meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, voorzitter.Ik snap dat het ministerie zich gebonden voelt aan juridische grenzen. Datbegrijp ik. Tegelijkertijd – we zijn met een aantal Kamerleden bij deomwonenden geweest – is er frustratie dat er al die jaren gewoon geenonderzoek is gedaan naar de luchtkwaliteit en naar de veiligheid van deomwonenden. Dat raakt hun gewoon. Als uit het rapport blijkt dat er weldegelijk sprake is van schadelijke effecten voor de omwonenden, ofmisschien wel levenslange gevolgen voor de kinderen daar, dan hebbenwe met elkaar een groot probleem. Mijn vraag gaat specifiek over deluchtkwaliteitsmetingen. Ik begrijp dat er opdracht is gegeven om die tedoen. Mijn vraag is of het ministerie bereid is om óf de druk op te voeren,zodat het binnen afzienbare tijd gebeurt, óf gewoon zelf een onafhankelijkonderzoek in te roepen om duidelijkheid te krijgen over de veiligheid voorde omwonenden op dit moment.Staatssecretaris Aartsen:Hoe aantrekkelijk het ook is om ja te zeggen op die vraag, ben ik ook daarterughoudend in. Ik nodig u uit bij uw collega-commissie voor I&W. Als ikhier ja op ga zeggen, dan krijg ik diezelfde vraag voor Chemours, voorTata Steel en voor een casus in Limburg. Voor je het weet zijn hetministerie en de rijksoverheid zo meteen bezig om bij alle bedrijven inNederland dit soort metingen te doen. De reden is dus dat we daaroverspelregels hebben afgesproken. Die stellen dat het bevoegd gezag degeneis die dat moet doen. ILT houdt er toezicht op. Die doet dat ook goed.Naast de signaalrapportage die ze eerder heeft gegeven, komt ILT einddeze maand ook met een rapportage. Voor wat betreft de bestuurlijkeverhouding – daarom zitten we hier met z’n tweeën – heeft de Staatssecre-taris van BZK aangegeven dat hij het RIVM onderzoek heeft latenuitvoeren. Hij heeft de opdracht daartoe gegeven binnen de bestuursover-eenkomst. Dat zijn wel de verhoudingen en ook de bevoegdheidsverhou-dingen die we volgens mij met elkaar moeten respecteren.De heer Tijs van den Brink (CDA):Dank u wel voor de antwoorden, Staatssecretaris. Vat ik u goed samen alsik zeg: we doen ons best, maar we weten eigenlijk niet of het goedkomt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45117 Staatssecretaris Aartsen:Zo’n algemene uitspraak geldt natuurlijk bij veel dingen in het leven.Volgens mij doet iedereen zijn of haar best, maar we hebben er ook meete maken dat er niet overal makkelijke oplossingen voor bestaan.Nogmaals, we hebben ook spelregels waar we ons aan dienen te houden.Daarom proberen we de situatie te verbeteren, zo goed en zo kwaad alshet gaat.De heer Tijs van den Brink (CDA):Dan concludeer ik dat u eigenlijk zegt: zo’n brand kan over drie maandenweer gebeuren en dan zitten we in precies dezelfde situatie. Kunt u deRijksvertegenwoordiger niet opnieuw in stelling brengen? De rechter heeftu de vorige keer teruggefloten, maar kunt u dat opnieuw doen? Of magdat niet?Staatssecretaris Aartsen:Ik denk dat de Staatssecretaris van BZK zo wat meer zal zeggen tenaanzien van het interbestuurlijke. Maar een van de onderliggende puntenwas nou juist: zorg dat je de stappen zorgvuldig doorloopt en dat je hetgoed onderbouwt. Dat is ook de reden waarom de ILT, nogmaals, heelhard werkt om in februari die rapportage op te leveren: zodat je onder-bouwing hebt. Een rechter gaat natuurlijk ook niet over één nacht ijs.De voorzitter:We hebben nog een halfuur. Ik wil de Staatssecretaris echt nog demogelijkheid geven om zijn bijdrage te leveren. Als u nu per se een vraagwil stellen, dan is die ruimte er, maar ik wil er... Mevrouw Nanninga heefteen vraag, zie ik. Dan geef ik u het woord, mevrouw Nanninga. Ik stel voordat de Staatssecretaris daarna een aantal technische vragen die hij noghad, beantwoordt. Dan wil ik naar de andere Staatssecretaris.Mevrouw Nanninga (JA21):Voorzitter, ik zal het kort houden.Ik herken me niet in de kenschets dat het met stap 4 op de escalatieladderallemaal opgelost zou zijn. Dat heeft volgens mij niemand hier gezegd. Derechter heeft natuurlijk gezegd dat er niet genoeg tijd was. Dat was eenbelangrijk argument om het terug te draaien. Er is een jaar verstreken. Ikben dus benieuwd hoe de Staatssecretaris dat ziet. Het criterium zou«taakverwaarlozing» zijn. Ik zie niet in hoe dat hier niet aan de orde zouzijn. Dat zou dus een stap verder rechtvaardigen.Staatssecretaris Aartsen:Twee zaken. Mevrouw Nanninga sprak in haar inleiding van «stap 4»,maar ik had het hier over «type IV». Dat zijn twee wezenlijk verschillendedingen. Daarom is het verstandig om die niet door elkaar te laten lopen.«Stap 4» gaat over het interbestuurlijk toezicht en de interventieladder.«Type IV» gaat over de classificatie onder het Inrichtingen- en activiteiten-besluit BES en de Wet vrom BES. Dat is dus belangrijk, want anders gaandie dingen door elkaar lopen en dat is vervelend.Ten aanzien van haar vraag over taakverwaarlozingen, zeg ik hetvolgende. Ook dat is natuurlijk een juridische benaming waar vervolgensal dan niet een stap op moet worden gezet. Dat is ook de reden dat de ILThard werkt aan een onderbouwing, zodat als daar sprake van is, je ookstappen kunt zetten. Wij kunnen dat hier namelijk wel vinden met elkaar,maar als een rechter daar vervolgens anders over denkt of de onder-bouwing onvoldoende blijkt, staan we hier weer met elkaar. Je moet dieonderbouwing en zorgvuldigheid vandaag dus ook met daadkrachtcombineren. Daarom hopen we ook dat de ILT-rapportage voldoendeaanleiding biedt om die stappen te zetten, als dat zou blijken uit dierapportage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45118 De voorzitter:Ik stel voor dat u gewoon nog even doorgaat en richting een afrondinggaat.Staatssecretaris Aartsen:Ja, voorzitter, want ik heb al een aantal vragen in de reacties behandeld.Misschien heb ik nog één punt, inderdaad over de onderzoeken voor deomwonenden. Ik gaf daarbij aan dat de Staatssecretaris van BZK datonderzoek heeft laten doen, in het kader van een bestuurlijke overeen-komst met het RIVM. Volgens mij zei ik net iets in de trant van dat de GGDdat onderzoek doet. Dat is foutief en dat wil ik graag even rechtzetten. Hetis nu zo dat het bevoegd gezag de gemeentelijke dienst, de GGD, kanvragen om dat te doen. Als omwonenden dat hebben, kunnen ze zichnatuurlijk richten tot het bestuurscollege en dan staat het het bestuurs-college vrij om de GGD hiernaar te vragen. Sterker nog, het is ook hunverantwoordelijk om ten aanzien van de leefomgeving ook de GGD in teschakelen.Dan is er nog een tweetal vragen gesteld over het stortvak. Ik heb daar inmijn inleiding al het een en ander over gezegd, over de brief. Dat zal ikdus nu achterwege laten. Het gaat over de spoedige aanleg van hetstortvak. Gaan hiermee de branden stoppen? Die garantie kunnen wenatuurlijk nooit geven; er is geen garantie op het stoppen van de branden.Het zorgt er wel voor dat de alternatieve verwerkingslocatie, die onderdeelis van de uitwerking van de bestuursovereenkomst, hier hopelijk mee kanworden versneld en ook die keuze snel kan worden gemaakt, voor in juli,zodat we daarmee een belangrijk belemmering hebben weggenomen. Hetnieuwe stortpark moet vooral de huidige stortplaats voorzien in deoverbrugging tot 2028. Dit vermindert het risico op nieuwe branden,waardoor je ook het operationeel beheer kan verbeteren.Dat waren eigenlijk de enige vragen nog over de stortvakken.Mevrouw Heera Dijk (D66):Dank voor de beantwoording. Ik moest het even op me in laten werken,want het was heel veel informatie. Ik vraag me een beetje hetzelfde af alsde collega van het CDA net: gaat dit nog goedkomen? Want we zijn al zoveel jaren bezig. Ik heb behoefte om te weten wanneer de rapportage danwordt verwacht. Wat moet er nog meer bij komen om dat dossier sluitendte maken? Dat heb ik nog niet helemaal helder. Misschien heb ik niet goedgeluisterd, maar daar heb ik even behoefte aan.Staatssecretaris Aartsen:Dat is een begrijpelijk vraag. Wij verwachten de ILT-rapportage eindfebruari. We zitten nu op 12 februari. We hopen dus voor het einde van demaand de rapportage te hebben. Die zal de ILT dan ook delen met dewaarnemend Rijksvertegenwoordiger, die dan ook een beslissing zalnemen over de interventieopdracht.De voorzitter:Uw laatste interruptie, meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, voorzitter, die maak ik hieraan op.Ik heb heel veel debatten met de Staatssecretaris van Koninkrijksrelatiesgehad hierover. Ik denk dat het Ministerie van IenW hierbij ook wel watmeer gewicht in de schaal zal moeten gaan leggen, gezien de aard van deproblematiek. Er komt een meting, een luchtkwaliteitsmeting. Als ik deeerdere rapporten zo zie, denk ik dat daaruit zal voortvloeien dat er sprakeis van een niet-bewoonbare situatie. Ik vraag me af wat dat dan betekent.Het kan toch niet zo zijn dat het OLB dan vervolgens verantwoordelijk isvoor de ontruiming, relocatie of tijdelijke hervestiging van omwonenden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45119 Volgens mij moet de landelijke overheid daar dan toch iets in betekenen.Ik vraag me dus af of u alvast kunt voorsorteren op wat er gebeurt op hetmoment dat eindelijk gemeten wordt of er sprake is van een leefbaresituatie. Wat betekent dat voor omwonenden en wat zou de rol van IenWdan wel de rest van het kabinet dan zijn?Staatssecretaris Aartsen:Deze vragen liggen in elkaars verlengde en kan ik samen behandelen. Ikvind het niet helemaal fair om te zeggen dat er meer gewicht in de schaalgelegd moet worden. Ook ik heb mij aan de wet te houden. In dit gevalgeldt het VTH-stelsel. Dat stelsel biedt de Staatssecretaris geenmogelijkheid om in te grijpen, maar ik zou dat wel verstandig vinden.Daarom heb ik een wetsvoorstel geschreven, dat inmiddels in internetcon-sultatie is gegaan, om in te kunnen grijpen in het Nederlandse deel. Voorhet Caribische deel is er een ander traject. Dan kan ik dus ingrijpen in decasus die de heer Ceder noemt in het tweede deel van zijn vraag. Op basisvan de huidige Nederlandse wet heeft de Staatssecretaris van IenW geenmogelijkheid tot interventie als uit metingen blijkt dat omwonendenonevenredig worden geraakt. In ons huidige stelsel is dat neergelegd bijhet bevoegd gezag. Dat is zo in Nederland en dat is zo in het Caribischdeel. De ILT houdt daar toezicht op. Dat is wat het op dit momentingewikkeld maakt. Daarom probeer ik ook netjes te schetsen hoecomplex het is, wat er wel kan en hoe het kan, en dat we daar ons uiterstebest voor doen.De voorzitter:Dank u wel, Staatssecretaris. Ik stel voor dat we nu verdergaan met deStaatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Gelet op de tijd houd ik errekening mee dat we niet toekomen aan een tweede termijn. Ik stel voordat de Staatssecretaris met zijn beantwoording begint en dat we kijkenhoever we komen.Staatssecretaris Van Marum:Dank u wel, voorzitter. Bon tardi, good day. Dank aan de commissie voorhet stellen van de vragen.Tot nu toe hebben we een redelijk technische verhandeling gehad, maarom het even in jip-en-janneketaal af te pellen: we hebben te maken meteen stortplaats die sinds jaar en dag gevuld wordt met onder meerorganisch materiaal dat niet goed aangereden wordt; daardoor komt hettelkenmale tot ontbranding en laaien die branden ook met regelmaat op.Er zijn een aantal zaken die we nu proberen op te lossen. De technischeinvulling van het hele verhaal pakken we straks wel even, maar een vande zaken is de volgende: als er een tijdelijk stortvak komt met materiaalom gecompacteerd op te slaan, neemt de kans op branden significant af.Hetzelfde geldt voor het toedekken van het materiaal dat gestort is envoor het toezicht. Het gebeurt heel vaak dat in de weekenden wordtgestort; dat wordt dan niet gecontroleerd en het materiaal wordt dan ookniet afgedekt. Deze zaken hebben we met het bestuurscollege besproken,om daar richting en invulling aan te geven. Uiteindelijk zal bekekenworden hoe wij naar een nieuwe vorm van afvalinzameling, op Bonaire ofeen andere locatie, kunnen gaan. Er zal een sanering van de landfillmoeten plaatsvinden. Wie we daarvoor ook aan zet laten zijn: bij alles watwe doen, zullen incidentele en structurele middelen bijgelegd moetenworden. Het is van belang om dit in het grote verhaal even goed voor debril te hebben.Dan ga ik in op de rollen en de verantwoordelijkheden. Op alle eilandenvan het Caribisch deel van het Koninkrijk zijn die bij het omgaan met afvaleen grote uitdaging. Als het systeem niet op orde is, heeft dat directegevolgen voor de volksgezondheid, het milieu, de natuur en de economie.Dat zien we op Bonaire nu heel scherp terug bij Selibon Lagun. De situatieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45120 bij Selibon Lagun is nog steeds zorgwekkend en acuut. In de eerste wekenvan januari waren er weer meerdere incidenten en branden op dezestortplaats. Dat bevestigt dat er ook sprake is van een structureel enonmiddellijk risico voor de volksgezondheid, het milieu, de natuur en deopenbare orde. Afval werd bijgestort zonder het te scheiden, het werdonvoldoende gecompacteerd en niet structureel afgedekt. Daardoor laaiende branden steeds opnieuw op. Door de rookontwikkeling moestenomwonenden tijdelijk elders worden ondergebracht. Belangrijk is dat ernu wordt ingezet op daadkrachtig operationeel beheer. Dat is dusscheiden waar mogelijk, persen met een compactor, dagelijkse afdekkingen structureel toezicht.Eind vorig jaar hebben het bestuurscollege en ik de Bestuursovereen-komst Samenwerking Aanpak Selibon Lagun ondertekend. Daarin hebbenwij bindende en resultaatgerichte afspraken gemaakt om de acute risico’sop korte termijn te mitigeren en concrete verbeteringen te realiseren voorde omwonenden. Sinds het sluiten van de overeenkomst heeft hetbestuurscollege aantoonbaar stappen gezet, zoals de inzet op definanciële ondersteuning van Selibon N.V. Het bestuurscollege isverantwoordelijk voor die uitvoeringsorganisatie. Ik noem ook devoorbereiding van investeringen in materieel zoals inzameltrucks en debetrokkenheid bij de inrichting van een gezamenlijk programma. Mijnambtenaren monitoren de voortgang continu en voeren hierover overlegmet het bestuurscollege, Selibon en de omwonenden. We hebben ookregelmatig contact met de Rijksvertegenwoordiger en met IenW. Vorigeweek heeft ook de Omgevingsdienst NL Bonaire bezocht om de onder-steuning bij de uitvoering van de VTH-taken verder vorm te geven.Tegelijkertijd zien we dat bij de uitvoering de prioriteiten nog niet altijdliggen bij de maatregelen die het risico het meest reduceren. Hetoperationeel beheer sluit nog onvoldoende aan op de acute veiligheids-en milieurisico’s. De essentiële randvoorwaarden zoals materieel,afdekking en toezicht zijn nog niet structureel op orde. In de bestuursover-eenkomst is afgesproken dat nieuw materieel wordt aangeschaft. Het isvan groot belang dat op korte termijn ook een compactor wordt aange-schaft. Die compactor zorgt ervoor dat het vuil wordt aangereden en ergeen zuurstof bij komt. Dat verkleint de kans op branden enorm. Het afvalwordt dan geperst en op die manier wordt dat risico verkleind. Daarnaastmoet het gestorte afval dagelijks worden afgedekt. Inmiddels is voldoendeafdekkingsmateriaal beschikbaar. De achterstand bij het afdekken moet nudus zo snel mogelijk worden ingelopen. Selibon heeft aangegevenhiervoor nog enkele weken nodig te hebben.Voorzitter. Ik ga in op het interbestuurlijk toezicht. Ik wil explicietbenadrukken dat het interbestuurlijk toezicht en de indeplaatsstellinguitsluitend zien op besluiten die het bestuurscollege conform de wet moetnemen. Zo is dat geregeld in de WolBES. De inzet van dit instrument isdaarmee zeer beperkt. Het is daarom niet mogelijk om te sturen opfeitelijk handelen in de operationele uitvoering. Voor het afdwingen vanconcrete resultaten is dit instrument dus niet geschikt. Ingrijpen doormiddel van een indeplaatsstelling leidt dan ook niet vanzelf tot hetbeschikbaar stellen van meer middelen. De indeplaatsstelling kan weljuridische naleving afdwingen, maar geen fundamentele, uitvoerbareoplossingen realiseren zolang de benodigde middelen ontbreken.Wij hebben in bestuurlijke en juridische zin dus alles gedaan wat binnende huidige financiële en juridische kaders mogelijk is om de acute risico’ste beheersen en de wettelijke naleving af te dwingen. Zo heeft deRijksvertegenwoordiger ingegrepen en op korte termijn resultatengeboekt. Daarna heb ik met het bestuurscollege afspraken gemaakt overhet sluiten van de stortplaats en over het investeren in Selibon. Uit mijneigen begroting heb ik geld beschikbaar gesteld voor het verbeteren vande situatie op de stortplaats én voor de uitvoering van de VTH-taken.Gisteren heb ik het bestuur van Bonaire er weer toe opgeroepenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45121 daadkrachtig en snel stappen te zetten om het stortplaatsbeheer teverbeteren. De volgende stap zou dan ook niet een juridische, maar eenbeleidsmatige en financiële moeten zijn: het mogelijk maken van eendaadwerkelijke uitvoering richting een structurele oplossing.Tot slot. De situatie bij Selibon Lagun vraagt om urgentie, regie envolharding. De verantwoordelijkheid voor het realiseren van de concreteen duurzame verbeteringen ligt primair bij het bestuurscollege vanBonaire. De inwoners van Bonaire verdienen een veilige leefomgeving eneen duurzame oplossing voor het afvalbeheer. Daar blijf ik mij onver-minderd voor inzetten.Ik ga nu over tot de beantwoording van de vragen.De voorzitter:Dat gaat u nog niet doen, want er komen eerst interrupties. Ik zag eenaantal handjes omhooggaan. Ik begin met mevrouw Michon-Derkzen.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Sorry dat ik het zeg, maar ik vind de inleiding een beetje bevreemdend.Het is heel goed dat we het juridisch kader scherp hebben, maar ik hoorde Staatssecretaris zeggen dat je de hele ladder en de indeplaatsstellingalleen kan toepassen bij besluiten die het bestuurscollege moet nemen. Ikvraag mij dan het volgende af. Het bestuurscollege voert debatten met deeilandsraad. Zij worden toch opgedragen om de eilandelijke taak op eengoede manier uit te voeren? De eilandsraad draagt hun toch op om deellende die er is op te lossen? Wanneer is het dan een besluit dat hetbestuurscollege moet nemen? Dat moeten zij dus inderdaad gaan nemen.Ik hoor de Staatssecretaris zeggen «nee, het gaat hier om feitelijkhandelen», maar «feitelijk handelen» komt toch voort uit besluiten? Ikbegrijp deze redenering niet en daarom begrijp ik ook niet de terughou-dendheid om hier te spreken van taakverwaarlozing, waarbij je inderdaadvia de Rijksvertegenwoordiger de ladder gaat inzetten om het daadwer-kelijk op te lossen.De voorzitter:Wat vindt u daarvan, Staatssecretaris?Staatssecretaris Van Marum:Die besluiten volgen de Wet vrom BES. Wij hebben daar ook mee temaken. Het is niet zo dat wij zomaar over allerlei vormen van wetgevingheen kunnen lopen. We hebben ook gewoon te maken met hoe diewetgeving is ingericht.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Kijk, bij gemeenten hier in het land is het ook niet anders. De gemeentenhebben gewoon eigenstandige taken. Dit is dus een eigenstandige taakvan het Openbaar Lichaam Bonaire. Daar volgt feitelijk handelen uit. Ikdenk dat iedereen hier het ermee eens is dat dat feitelijk handelen nietgoed is. Er wordt dus aan het bestuurscollege van Bonaire opgedragenom ervoor te zorgen dat het foute feitelijk handelen, of het niet feitelijkhandelen, teniet wordt gedaan. Wat zouden anders besluiten zijnwaarvoor een Staatssecretaris van BZK wél die ladder in kan zetten en deindeplaatstreding kan starten? We zeggen hier allemaal dat het evident isdat de besluiten niet worden nagekomen of dat de nodige besluiten nietworden genomen, maar ik hoor in de reactie een terughoudendheid die ikecht niet begrijp. Sorry dat ik het nog een keer zeg.Staatssecretaris Van Marum:Er is absoluut geen terughoudendheid. Wij proberen juist alles te doenom beweging in die zaak te krijgen. Op dit moment zien wij de grootstekans om dat op korte termijn in beweging te krijgen in het zoeken naarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45122 goede samenwerkingen met dat bestuurscollege. Daar maken we dan ookgewoon hele harde afspraken mee, die we continu opvolgen. Dat is éénkant van het verhaal. Als we echt willen ingrijpen, dan kunnen we ook devergunning intrekken of weigeren. De Rijksvertegenwoordiger kan echtalleen maar in de plaats treden bij zaken waarover het bestuurscollegebesloten heeft. Dat is dus wel een probleem. Daar is ook nog niet directeen oplossing voor. Op dit soort momenten moet je gewoon kijken naarwat de meest optimale mogelijkheden zijn om daar zo snel mogelijkbeweging in te krijgen. Ik vond het in ieder geval van belang dat hetbestuurscollege doet waar het wat betreft Selibon N.V. verantwoordelijkvoor is, namelijk het beschikbaar stellen van de middelen en dematerialen om de zaak goed af te dekken en op te halen. Ik zie er ook optoe dat dat daadwerkelijk gebeurt. Dat gebeurt ook door de Rijksvertegen-woordiger, de ILT en IenW. We zitten er dus van alle kanten bovenop. Datlaat onverlet dat er af en toe wel juridische beperkingen zijn als we doorwillen pakken.De voorzitter:Mevrouw Tseggai en daarna mevrouw Dijk. O, mevrouw Tseggai hadgeen interruptie. Dan ga ik naar mevrouw Dijk.Mevrouw Heera Dijk (D66):Als we het dan toch over de Rijksvertegenwoordiger hebben: is het eenidee dat hij een oordeel geeft over de ILT-rapportage en dat hij dat zospoedig mogelijk deelt? Kunt u dat toezeggen?Staatssecretaris Van Marum:Eind februari.De voorzitter:Begrijp ik goed dat... Ik vind het zelf een bijzondere conclusie, maar als deStaatssecretaris dat zegt, dan gaan we gewoon eind februari afwachten.Dan zien we daarna verder. Mevrouw Nanninga heeft nog een interruptie.Mevrouw Nanninga (JA21):Ik ga proberen te parafraseren, omdat er niet echt een helder antwoord opkomt. Er zijn afspraken gemaakt, dus er is een plicht tot handelen. Daar istot nu toe niet aan voldaan. De Rijksvertegenwoordiger heeft toeningegrepen. De rechter zei vervolgens dat dat niet mocht, omdat er nogniet genoeg tijd was geweest voor het OLB om zelf dingen te doen. Wezijn een jaar verder. Het klopt wat de Staatssecretaris zegt: ze moetenhandelen naar de gemaakte afspraken. Maar dat gebeurt niet; dat is hetprobleem. Daar moet nu dus op gereageerd worden. Er kan dus niet meergezegd worden dat ze dat zelf bepalen, want het is al bepaald. Maar hetwordt niet gedaan.Staatssecretaris Van Marum:Enerzijds hebben we hier te maken met het bestuurscollege. Dat heeft eenaantal taken. Ik heb afspraken gemaakt met dat bestuurscollege en ik zieer scherp op toe dat die ook worden nagekomen. Dat is de ene kant vanhet verhaal. Anderzijds kijkt de ILT hoe het daar verdergaat. Ook deRijksvertegenwoordiger doet dat. Ten derde heeft ook de Staatssecretarisvan IenW maatregelen genomen om een versnelling van een aantalconcrete maatregelen mogelijk te maken. Dat is op dit moment de situatieom de voortgang erin te krijgen.Zoals ik aan het begin van mijn verhaal geschetst heb: wie het uiteindelijkook gaat doen, als we tot een structurele oplossing willen komen, danzullen er incidenteel gewoon middelen nodig zijn om die oplossingenmogelijk te maken. Dat wil dus zeggen dat je ten eerste een tijdelijkstortvak in moet richten waar je goed mee aan de gang kunt gaan, dat jeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45123 ten tweede een nieuwe locatie moet maken waar de vuilverwerking opeen goede manier plaats kan vinden en dat je ten derde uiteindelijk overmoet gaan tot het saneren van de landfill. Dat heeft wel een bepaaldevolgordelijkheid. Eigenlijk lopen hier dus drie trajecten: het bestuurs-college wordt door ons op de huid gezeten om de dingen te doen die weafgesproken hebben, de Rijksvertegenwoordiger kijkt met de ILT of debedrijfsvoering op een goede manier gebeurt en of ze daarin wel of nietmoeten ingrijpen en IenW probeert een versnelling te genereren door deprocedures simpeler te maken. Dat is hoe we het nu met elkaar proberenop te pakken. Dat laat onverlet dat we middelen en eventueel ookmenskracht beschikbaar moeten hebben als we echt stappen willenzetten.De voorzitter:Een korte interruptie, mevrouw Nanninga. Daarna wil ik een ordevoorsteldoen, gelet op de tijd. Eerst mevrouw Nanninga.Mevrouw Nanninga (JA21):Over middelen en mensen heb ik vragen gesteld. Daar zal vast antwoordop komen. Feit blijft echter dat alles wat de Staatssecretaris zegt, met allerespect, open deuren zijn. Het zijn namelijk gemaakte afspraken. Daarwordt toezicht op gehouden; dat is op zich ook een open deur. Het helepunt van toezicht houden is niet dat je constateert dat het niet goed gaat,maar dat er vervolgens ook iets gebeurt. Dat is waar deze commissieeigenlijk naar op zoek is. Dat toezicht en die afspraken snappen we. Diesnappen de mensen op Bonaire ook. Het punt van toezicht is dat je ookingrijpt als uit het toezicht blijkt dat al die afspraken niet wordennagekomen. Wat gebeurt er dan?Staatssecretaris Van Marum:Dat is dus precies wat ik probeer uit te leggen. Er is op een bepaaldmoment ingegrepen door de Rijksvertegenwoordiger. De rechter heeft datteruggedraaid. In feite ga je dan dus een paar stappen terug, waardoor jeop dat vlak eigenlijk alweer op achterstand staat. Dan kun je afwachtenwanneer dat weer gaat rollen, maar je kunt ook met het bestuurscollegeafspraken maken om zaken in de versnelling te krijgen en om daar in detussentijd toch concrete stappen in te zetten. Het een sluit het ander nietuit. Het is juist zo dat wij er in de goede samenwerking met het bestuurs-college echt op lopen te drukken dat een aantal zaken die we afgesprokenhebben, ook nagekomen worden. Vervolgens wordt in het toezichtgekeken of er nog andere zaken zijn die niet deugen en die het mogelijkmaken om daar op een andere manier mee om te gaan. IenW zorgt ervoordat die tijdelijke mogelijkheden opgelost worden. Willen we naar eenstructurele oplossing toe, dan zullen we daar ook op een andere manierde menskracht en de middelen naast moeten zetten, maar dan zijn we nogweer een stap verder.De voorzitter:U heeft nog vijf minuten. Ik stel voor dat u alle antwoorden geeft die noggegeven moeten worden. Daarna gaan wij samen als commissie kijken ofer een tweeminutendebat moet komen en of we nog een apart debat overSelibon moeten gaan organiseren, zeker als de ILT-rapportage binnen is. Ikgeef u nu de ruimte om alle antwoorden te geven. Daarna gaan weconclusies trekken.Staatssecretaris Van Marum:Er is nog gevraagd of er geen taakverwaarlozing aan de orde is. Dat isbegrensd door de WolBES tot de door de wet gevorderde beslissingen.Sturen op resultaat of handelend sturen, bijvoorbeeld een besluit totTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45124 gedogen, vallen daar dus niet onder. Het oordeel is aan de Rijksvertegen-woordiger.De heer Ceder vroeg: «Wat gaan omwonenden merken van de korteter-mijnmaatregelen. Welke maatregelen worden geherprioriteerd?» Demaatregelen zijn erop gericht de bedrijfsvoering van Selibon N.V. in hetstortplaatsbeheer te verbeteren. Als Selibon beschikt over het juistemateriaal en dit met voldoende personeel kan worden ingezet, worden derisico’s rond de stortplaats beperkt. Daarnaast werken we aan hetinrichten van een tijdelijk stortvak dat voldoet aan de milieuvoorschriften.Op deze manier kan de huidige afvalberg, die voor zo veel problemenzorgt, eerder worden aangepakt. Ik heb deze week met het bestuurs-college afgesproken dat de aankoop van een compactor en het instellenvan een nieuw beheerprotocol worden versneld. Het bestuurscollege gaathier actief op toezien en grijpt direct in wanneer het niet wordt nageleefd.Mevrouw Michon vroeg: «Wat behelst de bestuursovereenkomst? Hoe isdie uitgevoerd? Vinden we dat de bestuursovereenkomst het toekomstbe-stendige plan is of zijn er nog andere zaken? Graag een update over debeide moties.» Ik heb voor de korte termijn bestuurlijke afsprakengemaakt. Die zien op het op orde brengen van de bedrijfsvoering vanSelibon, kortetermijnmaatregelen bij de stortplaats en de inzet vanOmgevingsdienst NL. Daarbij constateer ik ook dat er nadere plannennodig zijn voor de lange termijn. Daarin trek ik samen op met mijncollega’s van IenW en LVVN. Dit besluit moet voor 1 juli 2026 door hetbestuurscollege worden genomen. Daarna zal ik, of althans mijn opvolger,u ook informeren.De heer Van den Brink had een vraag over de kortetermijnmaatregelen:«Welke aanvullende maatregelen zijn er sinds de recente brand genomenom herhaling te voorkomen? Acht de Staatssecretaris dit voldoende omhet te beheersen?» Zoals gezegd, heb ik in de afgelopen dagen afsprakengehad. Naar aanleiding van de branden heeft Selibon per 20 januari 2026een nieuwe werkwijze ingevoerd voor de stortplaats. Een belangrijkemaatregel daarin is dat er voldoende afdekmateriaal aanwezig moet zijn.Dagelijks wordt al het die dag aangeleverde restafval afgedekt en alledagen van de week is er een stortopzichter aanwezig. Daarnaast zorgenSelibon en het bestuurscollege voor de aankoop van nieuw materiaal,zoals een compactor. Door deze nieuwe werkafspraken wil Selibon dekans op het ontstaan van nieuwe branden minimaliseren. Ik heb met hetbestuurscollege afgesproken dat het actief gaat toezien op het nalevenvan het nieuwe protocol, waarbij het ingrijpt waar nodig. Ik heb dat metname ook afgesproken voor de weekenden. Dan schijnt er dus ookgestort, maar niet afgedekt te worden, waardoor de branden weer opgaan laaien.Ik heb de volgende afspraken gemaakt op 11 februari. Eén. Het bestuurs-college zorgt ervoor dat Selibon N.V. binnen twee weken een compactorbestelt. Het bestuurscollege voorziet hierin wanneer dit niet door Selibonwordt gedaan. Twee. Het bestuurscollege legt binnen twee weken metSelibon N.V. een protocol vast waarin staat hoe en wanneer dagelijks, ookin het weekend, de stortplaats moet worden afgedekt, waarin staat dat ereen voldoende voorraad afdekkend materiaal is en waarin staat hoe grootde noodvoorraad moet zijn. Drie. Het bestuurscollege gaat erop toeziendat dit afdekkingsprotocol wordt nageleefd en grijpt direct in wanneer ditniet gebeurt. Vier. Het bestuurscollege gaat met de betrokkenhulpdiensten, zijnde de GGD, de brandweer en het RIVM, verkennen water mogelijk is om te zorgen dat er op korte termijn metingen mogelijk zijnom de gezondheid van bewoners te waarborgen bij incidenten. Hetbestuurscollege komt terug op de planning voor deze verkenning. BZKdenkt mee waar mogelijk. Vijf. Het bestuurscollege en de Staatssecretarishebben uitgesproken dat de uitvoering van de bestuursovereenkomstvolgens planning verloopt. De gestelde termijnen zijn haalbaar voor hetbestuurscollege. Er zijn op dit moment geen grote knelpunten en er isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45125 geen extra ondersteuning nodig. Ik heb met ze afgesproken: mocht daarverandering in komen, dan communiceren zij daar zelf over en hoef ik datniet op te halen. Tot zover dat blokje.Dan heb ik interbestuurlijk toezicht en uitvoering. De heer Ceder, mevrouwDijk, mevrouw Schilder, mevrouw Michon-Derkzen en mevrouw Nanningavroegen: «Begrijp ik goed dat het kabinet weigert in te grijpen, medeomdat de interventieladder nog niet afgelopen is? Waarom is er niet veeleerder opgeschaald naar fase 4 of 5 van die interventieladder?» Nee, hetkabinet weigert niet in te grijpen; er wordt actief ingegrepen binnen dewettelijke kaders. De waarnemend Rijksvertegenwoordiger is eerderovergegaan tot indeplaatsstelling, waarmee feitelijk fase 6 is bereikt. Dezeindeplaatsstelling is door de rechter vernietigd, waarna het toezichttrajectis teruggezet naar fase 3. Daarna heeft de waarnemend Rijksvertegen-woordiger het bestuurscollege verzocht een verbeterplan op te stellen. Hijziet ook toe op de uitvoering hiervan. De meest recente voorgangsrap-portage wordt op dit moment beoordeeld. Op basis daarvan wordtbepaald of verdere opschaling noodzakelijk en juridisch houdbaar is.Daarnaast heb ik, om het proces te versnellen, bestuurlijke afsprakengemaakt en bied ik ondersteuning aan het lokale bestuur. Tegelijkertijdvergt een structurele oplossing aanvullende beleidsbesluiten en financiëlebesluiten.De voorzitter:Even voor de inventarisatie: hoeveel antwoorden heeft u nog? Vijf, begrijpik. We kunnen nog een paar minuten doorgaan. Anders ga ik de Staatsse-cretaris vragen om de vragen die zijn gesteld schriftelijk te beantwoorden.Kan dat snel?Staatssecretaris Van Marum:Dan de vraag hoe het kabinet de capaciteit en de expertise van het OLBgaat verbeteren. Ik werk continu aan de versterking van de capaciteit vanhet OLB. Zo stel ik in samenwerking met VNG International enOmgevingsdienst NL capaciteit en expertise ter beschikking om direct deuitvoeringskracht te verbeteren, specifiek voor vergunningverlening,toezicht en handhaving rond milieu, natuur en bouwen. Daarnaast heefthet kabinet in de laatste jaren de vrije uitkering substantieel verhoogd.Daarmee kan het OLB zijn taken beter uitvoeren. Tegelijkertijd heeft hettijd nodig voor de realisatie.Dan vroeg mevrouw Schilder hoe ik kijk naar het functioneren van hetbestuurscollege. Ik werk op verschillende onderwerpen veel en goedsamen met het bestuurscollege van Bonaire. Tegelijkertijd zien wespecifiek bij de omgang met afval dat het niet goed gaat. Daarom heeft deRijksvertegenwoordiger eerder ingegrepen en hebben we bestuurlijkeafspraken gemaakt.Dan vroeg mevrouw Nanninga wat ik vind van de rolvermenging metbetrekking tot OLB, VTH en eigenaarschap: is dit wenselijk voor hetbestuur? Het combineren van eigenaarschap en verantwoordelijkheden bijvergunningverlening, toezicht en handhaving binnen één bestuurslaag istoegestaan. Vanuit het oogpunt van goed bestuur is een duidelijkescheiding van rollen en verantwoordelijkheden wenselijk om onafhanke-lijkheid, geloofwaardigheid en handhaafbaarheid te waarborgen. Dit isook de reden dat wordt ingezet op versterking van VTH via Omgevings-dienst NL en een programmastructuur voor de aanpak van de proble-matiek bij Selibon Lagun buiten het regeringsbeleid om.Dan vroeg mevrouw Nanninga nog of er een onderzoek komt naar debedrijfsvoering dat bindend is voor het bestuurscollege, of een en anderduidelijk is en of ik verwacht dat deze datum wordt gehaald. Het betrefteen onafhankelijk onderzoek dat eerder is afgesproken in het kader van degemaakte bestuurlijke afspraken. De uitkomsten van dit onderzoek zijnbindend voor het bestuurscollege. Op dit moment zijn er geen signalenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45126 dat de planning niet haalbaar is. Ik verwacht daarom ook dat de resultatenvan het onderzoek halverwege maart beschikbaar zullen zijn, metinachtneming van de zorgvuldigheid die bij een dergelijk onderzoek past.Dan vroeg mevrouw Tseggai naar de maandelijkse voortgang en of ikmaandelijks een update naar de Kamer kan sturen. Ik informeer uw Kameral regelmatig over de voortgang, in ieder geval eens per halfjaar. Dat zal ikook blijven doen. Wat mij betreft moet de energie nu in de uitvoeringgaan zitten. Als de situatie daartoe aanleiding geeft, zal ik uw Kamer extrainformeren.Dan vroeg mevrouw Michon hoe het debat tussen de eilandsraad en hetbestuurscollege verloopt. Ik heb gisteren nog intensief overleg gehad methet bestuurscollege over de noodzaak om zo snel mogelijk tot eenoplossing te komen. Zij delen dat beeld en zijn hierover in overleg met deeilandsraad. De eilandsraad heeft herhaaldelijk het bestuurscollegeopgeroepen om tot een oplossing te komen. Recent hebben ze ook bijna 7miljoen euro vrijgemaakt. In de informele contacten roep ik het bestuurs-college ook op om goed in gesprek te blijven met de eilandsraad, omdatwe zien dat ze ook via andere wegen proberen contact en informatie tekrijgen.De voorzitter:Was dat het?Staatssecretaris Van Marum:Nog één. Mevrouw Tseggai vroeg naar de financiën en een structureleoplossing. Ze vroeg: kunnen beide Staatssecretarissen toezeggen dat ergeen financiële belemmeringen zullen zijn om zowel de tijdelijke als destructurele problemen op te lossen? Het antwoord is: nee, dat kan ik niet.Ik kan niet zeggen dat er geen financiële belemmeringen zullen zijn omzowel de tijdelijke als de structurele problemen op te lossen.De voorzitter:Ik heb geen tijd voor een tweede ronde, maar als voorzitter wil ik welaangeven dat de ingeplande tijd van twee uur niet voldoende is geblekenom dit debat op een goede wijze te voeren. De antwoorden die zojuist zijnvoorgelezen... Mijn verzoek, ook namens de commissie, is om alleantwoorden – ze werden namelijk heel snel voorgelezen – ook schriftelijkte doen toekomen aan de overige Kamerleden, opdat zij die mee kunnennemen, mocht er een tweeminutendebat worden aangevraagd, wat ikverwacht. Kunt u dat toezeggen, Staatssecretaris?Staatssecretaris Van Marum:Ja.De voorzitter:Dan zorgen we ervoor dat de antwoorden die zojuist zijn gegeven ookschriftelijk jullie kant op komen. Ik kijk even naar de leden van decommissie, want ik heb twee suggesties. De eerste suggestie is om inieder geval een tweeminutendebat, waarvan ik verwacht dat jullie datwillen, in te plannen. De heer Ceder, gaat uw gang.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, ik zou graag een tweeminutendebat willen inplannen. Ik zou – ik kijkeven de collega’s aan – voor dat debat en na de ILT-rapportage misschiennog de tweede termijn willen doen met de nieuwe bewindspersonen. Ikweet niet of het nodig is om een heel nieuw debat aan te vragen. Ik zou inieder geval graag die tweede termijn doen, voordat we het tweeminuten-debat met elkaar voeren. Dat zou mijn suggestie zijn, maar ik vraag welformeel een tweeminutendebat aan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45127 Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik wil eigenlijk gewoon een tweeminutendebat in de eerste week na hetreces. Het hoeft niet heel lang te duren, dus wat mij betreft leggen we datverzoek neer bij de Griffie plenair. Ik zou wel willen voorstellen omgewoon een nieuw commissiedebat in te plannen met de nieuwebewindspersonen. Ik denk namelijk dat de ILT-rapportage misschien ookweer tot vragen van de zijde van de Kamer leidt.Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):Ik begrijp dat de Rijksvertegenwoordiger eind februari besluit of we overmoeten gaan naar de volgende fase op die bestuurlijke interventieladder,waar het de hele tijd over gaat. Ik kijk de collega’s hier even aan. Ik wil datbesluit dan namelijk graag weten, zodat we dat ook kunnen meenemen. Ikhoop dat de Staatssecretaris van BZK in de beantwoording nog even kanbevestigen of dat besluit inderdaad eind februari door de Rijksvertegen-woordiger wordt genomen. Als dat inderdaad zo is, dan hecht ik er welaan om te weten wat er besloten wordt, om daar vervolgens weer metelkaar over in debat te gaan.Mevrouw Nanninga (JA21):Het is mij in commissieverband om het even of we een tweede termijndoen of een heel nieuw debat op dit punt. De meerderheid beslist. Ik zoudaar dan wel heel graag ook dat onafhankelijke en bindende onderzoek bijbetrekken. Dat is er medio maart. Als we dan toch met z’n allen bezig zijn,lijkt dat me wel raadzaam. Anders blijven we aan de gang, want datonderzoek zou ook zomaar aanknopingspunten kunnen geven tot eennader gesprek.De voorzitter:Ik ga proberen hier een conclusie uit te trekken. Er komt zo snel mogelijkeen tweeminutendebat. Daarnaast gaan we kijken of we een nieuw debatmet de twee nieuwe bewindspersonen kunnen laten inplannen, nadat wezowel de ILT-rapportage als dat onafhankelijke onderzoek hebben. Dat zalergens in maart zijn. Dan gaan we daarmee verder.Ik had deze vergadering echt anders willen afsluiten, want ik weet dat hetjullie laatste vergadering in deze hoedanigheid is. Dank voor alles watjullie hebben gedaan. Hopelijk tot ziens in de toekomst. Ik wil de leden vande commissie ook heel erg danken voor het begrip in jullie inbreng in ditbest wel pittige debat. We gaan elkaar snel na het reces weer treffen. Totziens.Dank u wel, allen.Sluiting 16.09 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 343, nr. 45128
Gerelateerde bronnen
- Selibon
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 12 februari 2026, over Selibon
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.