KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 15 januari 2025, over Spoor

4 feb 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 890514ef14293efa · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1229 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 4 februari 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 15 januari2025 overleg gevoerd met de heer Jansen, Staatssecretaris OpenbaarVervoer en Milieu, over:−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 1 oktober 2024 inzake elfde voortgangsrapportage PHS2024-1 (Kamerstuk 32 404, nr. 124);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 4 november 2024 inzake halfjaarverantwoordingenProRail en NS 2024 (Kamerstuk 29 984, nr. 1215);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 13 november 2024 inzake beantwoording vragen commis-sie over de elfde voortgangsrapportage Programma Hoogfre-quent Spoorvervoer (Kamerstuk 32 404, nr. 124) (Kamerstuk32 404, nr. 125);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 27 november 2024 inzake versnelling openstellingrijbewijzenregister ov-boa’s (Kamerstuk 28 642, nr. 112);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 12 december 2024 inzake vervoerplan NS 2025 enaddendum op het beheerplan 2024–2025 ProRail (Kamerstuk29 984, nr. 1216);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 18 december 2024 inzake terugkoppeling aandeelhouders-vergadering ProRail van 15 november 2024 (Kamerstuk29 984, nr. 1217);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 24 december 2024 inzake voortgang vervolgstappenLelylijn en Nedersaksenlijn (Kamerstuk 36 600-A, nr. 48);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 20 december 2024 inzake prestaties ProRail en NS(Kamerstuk 29 984, nr. 1219). kst-29984-1229ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12291 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12292 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: WiendelsAanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Bamenga, Olger van Dijk,Eerdmans, El Abassi, Grinwis, Peter de Groot, Heutink, De Hoop,Koekkoek, Vedder en Veltman,en de heer Jansen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 14.00 uur.De voorzitter:Dames en heren, goedemiddag en welkom bij dit commissiedebat Spoor.Een heel hartelijk welkom aan de mensen op de publieke tribune en ookde mensen die dit debat op afstand volgen. Natuurlijk ook welkom aan deleden en hartelijk welkom aan de Staatssecretaris en de ondersteuningvoor dit debat. We zijn er klaar voor. De commissie heeft vorige week nogeen werkbezoek gebracht aan Spanje om te kijken naar het spoorvervoeraldaar. Ik denk dat er goede inzichten zijn meegenomen voor vandaag,hartstikke mooi. De commissie wil de organisatie en speciaal de heerWiendels, adjunct-griffier, hier vandaag ook aanwezig, hartelijk dankenvoor het organiseren daarvan. We hebben hem net een fotootje aange-boden. Het is hartstikke goed gelopen.We gaan beginnen met het debat. Ik stel voor dat we vier interruptiestoestaan, als ze kort kunnen zijn. De spreektijd in de eerste termijn van deKamer is vijf minuten met vooralsnog vier interrupties. Mochten er meernodig zijn, dan kijken we even hoe het gaat, maar we beginnen met vierinterrupties. De heer Heutink is als eerste aan het woord, namens de PVV.Ga uw gang.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Dit debat gaat wat ons betreft maar over één ding, en dat isMaarheeze en de overlast door asielzoekers. Al jaren wordt het station inMaarheeze geteisterd door overlastgevende asielzoekers uit het azc inBudel. Om die reden neemt NS al anderhalf jaar maatregelen om dereiziger en het spoorpersoneel te beschermen. Maar NS wil knaken zien;anders stoppen ze met de beveiligingsmaatregelen. Als de beveiliging isstopgezet door NS, dan vinden ze het station niet langer meer veiliggenoeg. En dan? Dan slaan ze Maarheeze maar over.Dit kan toch niet waar zijn? Sinds wanneer maakt het asieltuig de dienstuit in ons land? Waarom buigen we voor asielgeweld? We zouden al dieasielzoekers niet alleen een gebiedsverbod moeten geven, maar ook eenvervoersverbod, een vervoersverbod voor al het openbaar vervoerbehalve voor de trein richting België, behalve voor een enkeltje naar hetbuitenland. En die trein noemen we dan de «Jansen-expres». Weverwachten echt stevige maatregelen van het kabinet. Genoeg is genoeg.We moeten ons niet langer laten terroriseren door asielzoekers.We moeten ons ook niet laten piepelen door NS. NS heeft gewooncontractuele verplichtingen, die ze moeten nakomen. Dat betekent: zorgenvoor de veiligheid op stations en zorgen dat Maarheeze bereikbaar is metde trein. We verwachten van de Staatssecretaris dat hij daarop toeziet.Minstens net zo belangrijk is dus keihard optreden: ervoor zorgen dat elkeasielzoeker die zich misdraagt en die één voet op het perron zet er door depolitie direct weer vanaf wordt gehaald en wordt opgepakt. Alleen keihardoptreden zorgt ervoor dat dit geweld stopt. Afschalen van veiligheids-maatregelen is dus echt onacceptabel. Voor de duidelijkheid: we hebbenhet hier over bedreigingen, diefstal, zwartrijden, het gooien van stenen.Mensen durven niet meer op het station te komen. Fietsen worden gejaten de lijst gaat maar door.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12293 Ik heb een aantal korte vragen aan de Staatssecretaris. Gaat u debeveiliging opschroeven? Gaat u werk maken van een gebiedsverbod eneen vervoersverbod? Gaat u garanderen dat NS gewoon doet wat zijmoeten doen, namelijk zorgen voor een veilig en een bereikbaar station?En gaat u geen genade tonen voor het asieltuig uit Budel? Want laten wewel wezen. Als we nu buigen voor het geweld van asielzoekers, dan is hetgewoon anarchie, niets meer en niets minder.Dank u wel.De voorzitter:De heer De Hoop van GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft een inter-ruptie. De heer De Hoop was eerst. U krijgt hierna het woord, meneerEerdmans.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voordat ik aan mijn interruptie begin, laat ik beginnen met te zeggen dathet ook voor ons geen enkel punt van discussie is dat mensen die overlastveroorzaken, of het nu asielzoekers zijn of anderen, hard aangepaktmoeten worden, dat het onacceptabel is dat reizigers en medewerkers vande NS worden geïntimideerd en bedreigd en dat het ook onacceptabel isdat door dit gedrag zo meteen de trein niet meer stopt op het station daar.Dat kan niet. Dat ben ik helemaal eens met de heer Heutink van de PVV,dus ik sluit me daarbij aan. Ik hoop dat hij het met mij eens is dat deStaatssecretaris daar ook een verantwoordelijkheid in heeft.Wat ik wel ingewikkeld vind, is dat wij hier een debat over spoor hebben.We zien dat de Lelylijn en de Nedersaksenlijn het komend jaar niet gaanlukken, dat er geen oplossing komt voor het knooppunt Meppel en dat deprijsstijgingen van de NS doorgaan. Maar de heer Heutink krijgt hetwederom voor elkaar om twee organisaties of personen de schuld tegeven: altijd de NS of asielzoekers. Hij heeft geen woord geuit over despoorproblemen op dit moment. Ik vind het buitengewoon ingewikkelddat de grootste partij van dit land daar geen woord aan wijdt.De heer Heutink (PVV):Ik ga over mijn eigen inbreng, die ik namens PVV doe. Dat doet meneerDe Hoop over zijn eigen inbreng. Voor ons is het geweld dat asielzoekersplegen op het station in Maarheeze dusdanig groot; het is dusdanigschandelijk wat daar allemaal gebeurt. Er wordt niet opgetreden. Wemoeten er korte metten mee maken. Dus sorry, meneer De Hoop, als uniet blij bent met mijn inbreng. Dat is helemaal aan u. Wij nemen er geengenoegen mee als er niets gebeurt om die asielzoekers aan te pakken.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Weet u wat het is, voorzitter? Ik geloof dat de heer Heutink dit heelbelangrijk vindt, maar er is ook nog iets anders. Dit is natuurlijk eenafleidingsmanoeuvre om het er niet over te hebben dat er op dit momentgewoon een potje wordt gemaakt van het openbaar vervoer in Nederland.Het is een bende. Het is oprecht een bende: de betrouwbaarheid, debetaalbaarheid, afspraken die niet worden nagekomen. Afspraak naafspraak daarover, nota bene in het eigen akkoord dat de heer Heutinkheeft onderschreven, wordt niet nagekomen. Daar heeft de PVV het in hethele debat niet over, omdat het hun eigen Staatssecretaris is. Ik zou ookeen reflectie van de heer Heutink willen op hoe hij vindt dat zijn Staatsse-cretaris en het kabinet het op dit moment doen op het gebied van hetopenbaar vervoer.De heer Heutink (PVV):Het is een bende op Maarheeze. Daar is het een bende, zeg ik in derichting van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik noemde net een lijstje:diefstal, zwartrijden, het gooien van stenen. Fietsen worden gejat en erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12294 zijn steekpartijen. Mensen durven de trein niet meer in, zeg ik tegenmeneer De Hoop. Dus u kunt hier allemaal leuke – u zei het net zelf –afleidingsmanoeuvres verzinnen, maar dit is een heel groot probleem. Wijwillen dat de Staatssecretaris dit gaat oplossen, zeg ik in de richting vanGroenLinks-Partij van de Arbeid.De voorzitter:Het woord is aan de heer Eerdmans van JA21 en daarna komt de heerBamenga.De heer Eerdmans (JA21):Ik denk dat de heer Heutink ook een contractuele verplichting heeft,namelijk met dit kabinet. Er zit een Minister van Asiel en Migratie,mevrouw Faber. Aantal illegalen uitgezet: nul. Aantal overlastgevendeasielzoekers en veiligelanders uitgezet: nul. De Top X-lijst – u kent die lijst:agressieve asielzoekers, gewelddadige asielzoekers – is gegroeid onderMinister Faber, onder dit kabinet. Hoezo de schuld neerleggen bij de NSals het probleem wordt veroorzaakt door rondzwervende asielzoekers dieinderdaad hemeltergende overlast veroorzaken bij ondernemers, bij debuschauffeurs, bij de treinen? De NS is het zat, gewoon totaal zat, enwaarom? Omdat het Rijk niet levert. Het Rijk levert niet, uw eigen kabinetlevert niet. Deze Staatssecretaris moet leveren. De NS heeft miljoenengestoken in ingangscontroles, miljoenen gestoken in camera’s, is het zaten dreigt nu inderdaad: we gaan het station overslaan. Dat is een schandeen daar ga ik ook wat over zeggen. Maar wat deze PVV-collega doet, isgewoon de hele bups neerleggen bij de NS. Ik zeg dat het begint bij deasielzoekers. Die moeten daar niet rondlopen; die moeten daar niet zijn.Asielzoekers die overlast geven, moeten worden binnengehouden. Sterkernog, die moeten het land uit. Daar hoor ik de PVV niet over, dus waar blijftdaar het ultimatum?De voorzitter:Dank voor uw interruptie. Ik ga gelijk zeggen dat dit geen asieldebat gaatworden. Desalniettemin geef ik nu het woord aan de heer Heutink om teantwoorden.De heer Heutink (PVV):Niet alleen de NS is de asielzoekers zat. De PVV is het zat, Nederland is hetzat, ik begrijp dat meneer Eerdmans het ook zat is en ik hoop dat deStaatssecretaris het ook zat is.Het is ongelofelijk simpel. De Staatssecretaris heeft twee dingen te doen.Ik heb het net in mijn bijdrage gezegd en meneer Eerdmans heeft dat ookgoed kunnen horen. Wat de Staatssecretaris moet doen, is één, NS zichlaten houden aan haar contractuele verplichtingen en twee, erop toeziendat we als de wiedeweerga gebiedsverboden en vervoersverboden gaanopleggen. We moeten ervoor zorgen dat als asielzoekers die zich nietkunnen gedragen ook maar één voet op het station zetten terwijl ze daarniet hadden mogen komen, ze daarvanaf worden gehaald en wordenopgepakt. Dat is een taak vanuit de rol van de Staatssecretaris IenW, diedit kan doen, uiteraard in overleg met de instanties en met de Ministervan JenV. En ja, dat de Minister van Asiel en Migratie daar ook een taak inheeft, zien we volgens mij allemaal.De voorzitter:De heer Eerdmans nog? Anders ga ik naar de heer Bamenga.De heer Eerdmans (JA21):Ik maak als JA21 dit debat niet tot alleen een asieldebat. Ik vind hetnamelijk heel treurig dat de collega het alleen maar over Maarheeze kanhebben. Sorry, er zijn echt ook andere problemen op het spoor, dus daarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12295 gaat u JA21 ook over horen. Maar ik vind het heel erg klein en kleinzieligals er maar één oplossing is, en dat is namelijk het uitzetten van veilige-landers. Dat had de PVV ons beloofd. Sterker nog, daar heeft Wilders zijnhele overwinning aan te danken. Veiligelanders, mensen die hier nietmogen zijn, moeten het land uit, punt. Je kan een heel verhaal houdenover wat de NS verkeerd doet en wat we moeten doen op dat station.Nee, die mensen horen daar niet te zijn, punt. Dat is de taak van de PVV,de taak van dit kabinet, dus ik vind het een zware onvoldoende voor decollega.De heer Heutink (PVV):Als we nu ook al rapportcijfers gaan uitdelen, wordt het een héélinteressant debat. Maar laten we wel wezen: de Staatssecretaris vanInfrastructuur en Waterstaat zit hier vandaag, niet de Minister van Asiel enMigratie. Dus als collega Eerdmans het graag wil hebben over hetuitzetten van veiligelanders en over mensen die niet in Nederland zoudenmoeten zijn: prima, dat kan hij doen in een asieldebat. Ik wil het hiervandaag met de Staatssecretaris hebben over de maatregelen die wevandaag kunnen nemen om de veiligheid op het station te verbeteren enom het spoorpersoneel en de reiziger beter te beschermen, want dat staatonder druk op Maarheeze.De heer Bamenga (D66):Ik zou graag over een ander onderwerp willen spreken. Het heeft mij heelerg verbaasd hoe de PVV over dit onderwerp heeft gestemd, vandaar datik de volgende vraag aan de heer Heutink zou willen stellen. Er is eenbesluit genomen rondom ERTMS dat ervoor zorgt dat mensen tussenGoes en Vlissingen ontzettend veel overlast gaan ervaren. Er is nog geenduidelijk alternatief daarvoor. Verschillende partijen zijn met een alter-natief gekomen. Ook wij, D66, zijn, in samenwerking met CDA en anderepartijen, met een alternatief gekomen, namelijk snelbussen inzetten. Deregio zelf heeft tegen ons gezegd: dat alternatief gaat ons helpen. Dankaan de Staatssecretaris voor de positieve appreciatie. Ik begrijp dan nietwaarom de PVV, en eigenlijk de hele coalitie, ertegen heeft gestemd. Ikdenk zelf dat dat misschien een fout was. Ik hoor graag van de heerHeutink wat de reden daarvoor was.De heer Heutink (PVV):Omdat het inrichten van een – dit is even technisch – Bus Rapid Transit-verbinding, waarbij er een strook asfalt moet worden neergelegd op eenplek waar die er nu nog niet is, gewoon heel veel geld kost. MeneerBamenga heeft verzaakt te vertellen wat we dan moeten laten, waar wedat geld vandaan moeten halen. Dat is de enige reden waarom wedaartegen hebben gestemd. Als meneer Bamenga opnieuw zo’n voorsteldoet en dan wel met een fatsoenlijke dekking komt, kunnen we datmisschien met elkaar gaan bespreken.De heer Bamenga (D66):Volgens mij, en ook volgens de bestuurders uit Zeeland die ik hebgesproken, hoeft dit helemaal geen extra geld te kosten. Als dat wel zowas, had ik dat wel gehoord van de Staatssecretaris bij de appreciatie,maar het is ook toen door hem niet aangegeven. Ik zou mijn interruptiedus willen gebruiken om bij de Staatssecretaris te checken welke stellingklopt: die van de heer Heutink of die van de bestuurders die mij hebbenaangegeven dat dit niks hoeft te kosten.De heer Heutink (PVV):Ik mag toch hopen dat meneer Bamenga snapt dat als hij pleit voor hetopzetten van een Bus Rapid Transit-verbinding, want daar ging die motienamelijk over ... Hij weet dondersgoed dat het de definitie van zo’nTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12296 verbinding is dat er een rijbaan enkel en alleen wordt gebruikt door debus. Het hele idee is namelijk dat de bus dan in één keer door kan rijden,zonder dat hij last heeft van ander vervoer. Als die verbinding er nu niet is,als die rijstrook er niet ligt, dan zal die moeten worden aangelegd. Enaanleggen kost geld, meneer Bamenga. Zo simpel is het.De voorzitter:Meneer Bamenga, uw derde interruptie.De heer Bamenga (D66):Wellicht tot slot. Volgens mij is dat niet wat de motie zegt. De motie zegtdat wij willen onderzoeken wat nodig is om de Bus Rapid Transit op de lijnRotterdam–Zierikzee–Goes–Terneuzen–Gent uit te bouwen. Dat betekentdus dat er gekeken wordt naar de huidige situatie en wat ervoor nodig isom dat te doen. Vervolgens krijgen wij dat te horen en wordt hetdaadwerkelijk gebruikt als alternatief voor de overlast die er straks gaatkomen. Met de collega’s van de oppositie proberen wij een oplossingdaarvoor te vinden. Ik snap gewoon niet waarom de PVV daar niet inmeedenkt en de Zeeuwen daarmee dus in de steek laat.De heer Heutink (PVV):Ik heb net een antwoord gegeven. Ik kan dat herhalen; dat doe ik met alleliefde. Maar als er één partij Zeeland niet in de steek laat, dan is datvolgens mij onze partij. Wij hebben ook moties en verbetervoorstelleningediend om het leed dat daar gaat plaatshebben, te verzachten. Volgensmij snapt meneer Bamenga dus echt niet waar hij het over heeft. Ik kanopnieuw zeggen dat wat hij zegt niet klopt en dat het geld kost, maar datheb ik net ook gedaan.De heer El Abassi (DENK):Ik ben iets later binnengekomen, maar ik was op mijn telefoon mee aanhet kijken naar het debat en ik schrok van de inbreng van de PVV toen hetineens ging over asielzoekers in plaats van over het spoor. Daar heb ik mijniet op voorbereid, voorzitter. Dat durf ik nu alvast te zeggen. Ik zou deheer Heutink wel willen vragen wat we hier precies mee oplossen. Hetgaat om een dorpje in Nederland waar asielzoekers voor problemenzorgen, zoals de heer Heutink uitlegt. Maar we hebben veel meer dorpjesen steden in Nederland. Hoe gaat de PVV dus al onze spoorproblemen inhet land oplossen? Gaat dat gebeuren door alleen deze specifieke aanpak,waar de hele bijdrage van de PVV over ging? Hoe moet ik dat zien?De heer Heutink (PVV):Dat is ongelofelijk simpel. Wij willen dit probleem vandaag oplossen. Wijwillen dat de Staatssecretaris vandaag met ons in debat gaat overmaatregelen die we kunnen nemen om de asieloverlast te beperken, omte zorgen dat mensen in Maarheeze zich veilig voelen, om te zorgen datde overlast afneemt. Dat is wat wij hier vandaag gaan doen. Sorry,voorzitter, maar ik moet dit toch even zeggen. Meneer El Abassi noemt het«een klein dorpje», alsof het helemaal niet relevant is, maar de NS dreigtdaar de stekker uit het station te trekken. Dat speelt hier vandaag. Als datniet belangrijk genoeg is voor meneer El Abassi, dan vraag ik mij oprechtaf wat hij hier vandaag doet.De heer El Abassi (DENK):Volgens mij draait de heer Heutink het hier om. Elk dorp is belangrijk. Ookeen klein dorpje is belangrijk. Waar de heer Heutink hier omheen danst, isdat hij niet laat zien dat hij alle andere dorpjes, alle andere steden in hetland belangrijk vindt. We moeten het namelijk hebben over de spoorpro-blemen die we in heel Nederland hebben. Door in te zoomen op eengroepje asielzoekers, zoals de heer Heutink hier doet, wil hij via eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12297 tovertruc vandaag een debat voeren over iets heel anders dan waar wehet daadwerkelijk over moeten hebben, namelijk over het oplossen vanalle spoorproblemen in Nederland. Ik zou de heer Heutink toch een vraagwillen stellen, want de heer Bamenga kwam inderdaad met een oplossingwaar de PVV tegen stemde. De heer Heutink gaf aan dat die oplossinggeld kost. Er is ook een pot geld nodig voor het oplossen van deproblemen omtrent het spoor en deze asielzoekers. Hoe wil de heerHeutink die oplossen als er geen geld voor is?De heer Heutink (PVV):Ik heb nooit gezegd dat er geen geld is. U hebt mij horen zeggen dat deheer Bamenga geen goede dekking in zijn motie had. Als we die gingenuitvoeren, dan wisten we niet waarmee we dat moesten gaan betalen.Maar ik kan u verzekeren, meneer El Abassi, dat als de PVV moet kiezentussen een Bus Rapid Transit-verbinding of keiharde maatregelen om hetasieltuig in Maarheeze aan te pakken, ik dan wel weet wat de PVV gaatkiezen. Dat is niet de busverbinding.De heer El Abassi (DENK):Ten slotte kan ik niks anders dan constateren dat de PVV hier helemaalniet is om spoorproblemen op te lossen. De PVV is hier gewoon om eenbepaalde groep aan te pakken. Het gaat hier om een select, klein groepje.Dat smeert hij uit over de gehele groep, zoals de PVV altijd gewend is tedoen. Dat vind ik jammer, maar ook zorgelijk. Als de grootste partij ditsoort problemen in het land moet gaan oplossen – de PVV is op ditmoment aan het roer – dan maak ik me enorme zorgen.De voorzitter:Meneer Heutink, een reactie.De heer Heutink (PVV):De PVV zit hier vandaag in dit debat omdat wij ons grote zorgen makenover de situatie in Maarheeze, omdat wij ons grote zorgen maken over deproblemen daar, omdat wij ons grote zorgen maken over de veiligheidvan onze mensen die daar wonen, omdat wij ons grote zorgen maken ofmensen nog wel veilig de trein in kunnen stappen en of spoorpersoneelniet bekogeld wordt met stenen. Daar maken wij ons zorgen om vandaag.Dat meneer El Abassi dat niet zint, laat ik aan hem. Dat is namelijk wat wijhier vandaag bespreekbaar willen maken. En dat lukt volgens mij redelijkgoed.De voorzitter:Mevrouw Vedder van het CDA, gaat uw gang.Mevrouw Vedder (CDA):Ik moet eerlijk zeggen dat ik wel een beetje twijfel over mijn interruptie,maar ik ga toch echt een oprechte poging doen. Ik krijg namelijk eenbeetje flashbacks naar een stikstofdebat waarbij de partij van de bewinds-persoon het alleen over de wolf had. We zitten nu bij een spoordebat,waarbij het Kamerlid van de partij van de bewindspersoon het alleen overMaarheeze heeft. Maar ik weet ook dat het de grootste partij in de Kameris. Daarmee heeft de partij ook een verantwoordelijkheidsgevoel, hoop ik.Ik ken collega Heutink als iemand met een warm hart voor de regio. Ik wilde heer Heutink alsnog heel graag uitdagen om zijn visie te laten horen ophoe we bijvoorbeeld de flessenhals bij Meppel gaan oplossen, hoe weverdergaan met de Lelylijn en hoe we verdergaan met de Nedersaksenlijn.Ook in het Noorden en in het Oosten zitten namelijk heel veel kiezers vande PVV. Wat kunnen deze mensen van de heer Heutink verwachten? Danhoop ik op een antwoord zonder het woord «Maarheeze» erin.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12298 De heer Heutink (PVV):Nou ja, de Lelylijn gaat niet door Maarheeze.Voorzitter. Het antwoord is eigenlijk vrij simpel, als je kijkt naar de Lelylijnen de Nedersaksenlijn. Er ligt een motie die unaniem door deze Kamer isaangenomen. Die motie is met 150 zetels aangenomen. Die motie draagtde Staatssecretaris op om het geld voor de Lelylijn niet te gebruiken voorde Nedersaksenlijn. Die motie heeft onze fractie ook gesteund. Tegelij-kertijd zien we natuurlijk wel dat er ook een voorstel is aangenomen vancollega Olger van Dijk om te komen met een masterplan voor de Lelylijn,om dus wel echt stappen te kunnen zetten richting de aanleg van deLelylijn, zoals ook in het coalitieakkoord staat. Als je kijkt naar deNedersaksenlijn, dan heb je echt over een heel ander bedrag dan dat voorde Lelylijn. Voor de Lelylijn moet er zeker minimaal 10, 12 of 13 miljard bij.Bij de Nedersaksenlijn hebben we het toch echt wel over een anderbedrag. Dan is de oproep die zowel in het hoofdlijnenakkoord staat alsdoor de Kamer wordt uitgesproken in die motie eigenlijk duidelijk. Die isnamelijk om gewoon door te gaan met zoeken, ook richting deVoorjaarsnota, naar opties om toch stappen te kunnen zetten voor deNedersaksenlijn. Voor mij staat die opdracht als een paal boven water. Alsde Staatssecretaris nu al weet dat het niet gaat lukken bij deVoorjaarsnota, dan hoor ik dat vandaag graag van hem. Maar dat is welhet antwoord richting mevrouw Vedder.Mevrouw Vedder (CDA):Op zich ben ik gelukkig met dát antwoord. Ik denk dat ik de heer Heutinknu al kan vertellen dat dat precies is wat de Staatssecretaris straks gaatzeggen, namelijk dat het niet gaat lukken richting de Voorjaarsnota. DeStaatssecretaris heeft dat namelijk al opgeschreven in een Kamerbrief aanons. Die spoiler heb ik dan alvast verklapt. Mijn vervolgvraag gaat overhet volgende. Ik hoor warme woorden van de heer Heutink over deNedersaksenlijn. De handtekening van de PVV staat ook onder hetregeerprogramma. Stel dat dat het antwoord is van de Staatssecretaris,kan ik er dan op rekenen dat de PVV, net als een heleboel fracties hier inde Kamer, mee zal strijden om al die oplossingen voor de Nedersaksenlijndichterbij te brengen? We moeten ons namelijk niet neerleggen bij eenKamerbrief die zegt: de Kamer is voor mijn plannetje gaan liggen en nuweet ik het niet meer.De heer Heutink (PVV):Wij zijn goed voor onze handtekening, dus we zullen altijd meedenken enmee willen werken om die lijnen dichterbij te brengen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Zo precies of zo concreet als collega Heutink wil zijn over Maarheeze, overwat daar moet gebeuren en over het feit dat er vooral geïnvesteerd moetworden in het zo snel mogelijk het land uit krijgen van mensen, zo vaag ishij als het gaat over investeringen waar heel ons land wat aan heeft,bijvoorbeeld in de Nedersaksenlijn. We weten allemaal dat deze coalitieheeft verzuimd om extra investeringsmiddelen uit te trekken voor onsland. Er gaat heel veel geld naar consumptieve uitgaven, zoals het eigenrisico. Maar er gaat nul komma nul ... Nou, het is niet nul komma nul,maar er gaat heel weinig naar investeringen. Het is gewoon een kwestievan kiezen in schaarste in de politiek. Dat weet de heer Heutink. De heerHeutink geeft zelf in zijn antwoord aan collega Vedder zelf ook al aan datde Nedersaksenlijn qua geld een veel overzichtelijker project is dan deLelylijn. Met andere woorden, het is vrij eenvoudig om daar geld voor tevinden. Waarom wordt er niet gewoon concreet een keuze gemaakt? Alsde Staatssecretaris zelf niet met die keuze komt, dan kunnen we eensuggestie meegeven, bijvoorbeeld de Noord/Zuidlijn. Daar is heel veelgeld uit geplukt. Er zit nog een restant van 872 miljoen in die reservering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12299 Daar kun je de Noord/Zuidlijn niet voor doortrekken. Daar is minimaalongeveer 2 miljard extra voor nodig. Pak die 872 miljoen. Pak 500 miljoenuit de woningbouwinfragelden van dit kabinet. Op die manier heb je1,3 miljard en kan de MIRT-verkenning vandaag nog starten. Waarom nietgewoon een richting aangeven? In ieder geval is mijn uitnodiging aan deheer Heutink: geef samen met mij een richting aan om op die manier1,3 miljard bij elkaar te schrapen om vandaag nog of morgen die MIRT-verkenning te starten!De voorzitter:Ik wil daar graag nog wat op zeggen en dat is niet de uitnodiging, maar deoproep om kortere interrupties te doen. Toevallig gebeurt dit nu bij deheer Grinwis, maar een aantal andere collega’s was ook al heel uitgebreid.Ook vraag ik om kortere antwoorden, want we hebben tot 18.00 uur. Wewillen allemaal het woord voeren en allemaal interrupties plegen, maar ikga dit debat wel om 18.00 uur sluiten. Het woord is aan de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Ik neem de uitnodiging van meneer Grinwis mee naar de besprekingrichting de Voorjaarsnota.De voorzitter:Dat is nog eens kort. Zijn er nog andere interrupties voor de heer Heutink?Anders ga ik naar de heer De Hoop. Hij gaat het woord voeren namensGroenLinks-Partij voor de Arbeid. Meneer De Hoop, gaat uw gang.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Na 25 minuten rood vlees wil ik het nu graag over het spoorhebben. De fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid maakt zich grotezorgen over de voortdurende problemen op het spoor en misschien bijnanog wel grotere zorgen over het gebrek aan ambitie en urgentie bij ditkabinet om de problemen aan te pakken en de nodige investeringen tedoen. Voor vrijwel alle zorgen die ik zo langsloop, geldt dat we het bijnaKamerbreed met elkaar eens zijn dat er snel iets moet gebeuren. We zienechter dat dit kabinet en deze Staatssecretaris niet verder komen dan hetplakken van een stukje plakband, als er überhaupt al een poging wordtgedaan om er iets aan te doen. De urgentie lijkt niet gevoeld te worden enmeer dan een miljoen treinreizigers hebben dagelijks last van.Voorzitter. Laat ik beginnen met de soap die het in Noord-Nederlandinmiddels begint te worden. Enkele uren voor kerst ontvingen we van deStaatssecretaris een brief over zijn gesprekken over de Lelylijn en deNedersaksenlijn. Kort samengevat: er is sprake van stilstand en hetkabinet weigert ook maar iets te doen. De Staatssecretaris lijkt vooralboos te zijn op deze Kamer, die zijn plan om geld van de Lelylijn voor deNedersaksenlijn te gebruiken niet steunt. Als je de brief goed leest, zegt hijeigenlijk: de Lelylijn, die wel in het regeerprogramma staat, kunt u maarbeter uit uw hoofd zetten, want daar gaat het kabinet eigenlijk niet eensmoeite meer voor doen, en de Nedersaksenlijn komt er alleen als u hetgeld van de Lelylijn daarvoor inzet. Het Noorden voelt zich niet serieusgenomen en ook wij als Kamer worden op deze manier niet serieusgenomen door het kabinet. We worden alleen maar als lastig gezien. Hetis, werkelijk waar, de omgekeerde wereld.Alsof dit niet erg genoeg is, begrepen we deze week ook dat de aanpakvan de knelpunten bij Meppel op de lange baan wordt geschoven.Anderhalf jaar later geleden stelde de Kamer via een amendement van deheer Grinwis, medeondertekend door mij en ook door Kamerleden vanandere partijen, dat er geld beschikbaar moest worden gesteld voor derest van het bedrag. Nu blijkt opeens dat de werkzaamheden pas in 2027zullen beginnen, dat er nog meer geld nodig is en dat de treinreizigersnog zeker vijf jaar last hebben van een storing op dit traject. Ik kan meTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122910 heel erg goed voorstellen dat Noord-Nederland zich daar ook boos overmaakt. Ik heb eigenlijk maar één simpele vraag aan deze Staatssecretaris:wat gaat hij nu doen om deze problemen zo spoedig mogelijk aan tepakken?Voorzitter. Naast mijn grote zorgen over de investeringen in goedespoorinfrastructuur, maken wij ons ook zorgen over de betaalbaarheid endaarmee de toegankelijkheid van de trein. Recent zijn de treinkaartjesruim 6% duurder geworden. Als de Staatssecretaris bij de Voorjaarsnotaniet meer geld weet te reserveren, zullen de treinkaartjes volgend jaarwéér duurder worden, zeker met de huidige inflatie. Dat is echt zorgelijk.De voorzitter:Meneer De Hoop, u heeft een interruptie van mevrouw Veltman van deVVD.Mevrouw Veltman (VVD):Ik haak nog even aan bij het stukje hiervoor. U had het over Noord-Nederland. Het is heel terecht om daar aandacht voor te vragen. Mijnvraag is de volgende. Met betrekking tot het traject Zwolle–Groningen ligtde bal eigenlijk voor het doel om daar per dag 22 extra treinen te latenrijden door Arriva. Ik vind het heel terecht dat we heel goed kijken of datmogelijk is, want je kunt de reiziger veel meer en frequenter vervoerbieden. ProRail zet dat in feite op slot en staat dat ineens niet toe, wanthet is een andere vervoerder dan de NS, terwijl Arriva die treinen al veellanger wil rijden. Is GroenLinks-PvdA het met mij eens dat daar heel goednaar moet worden gekeken en wil GroenLinks-PvdA samen met mijoptrekken om te zorgen dat er wél ruimte komt voor deze extra treinen,zodat de reizigers in Noord-Nederland daadwerkelijk beter geholpen zijn?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het is duidelijk dat de VVD en GroenLinks-Partij van de Arbeid een anderevisie op openbaar vervoer hebben. Wij vinden echt dat het een basisvoor-ziening moet zijn en dat de NS het grootste gedeelte van het openbaarvervoer zou moeten doen. Tegelijkertijd heb ik een aantal decenniageleden en deze jaren de ontwikkeling gezien dat Arriva een stevige rol inNoord-Nederland op zich heeft genomen en dat Arriva dat goed gedaanheeft en prima doet. Als daar meer treinen gereden kunnen worden doorArriva, moet je daarnaar kijken. Ik vind het alleen wel belangrijk dat hetdan een basisvoorziening is, dat er een goede frequentie is en dat er nietalleen naar rendement wordt gekeken. Dat is een gesprek dat volgens mijde Staatssecretaris, ProRail en beide provincies moeten voeren. Het is dusniet iets waarvan ik als een soort ultimatum zeg dat wij daar niet vooropenstaan, maar ik weet ook wat voor visie mevrouw Veltman heeft enhet kan best zijn dat die ook bij deze vraag aan de orde is. Wat dat betreftwil ik hierbij niet meteen te toegevend zijn.Mevrouw Veltman (VVD):Volgens mij zijn de treinen en diensten die ik net noemde, aanvullend opwat de NS rijdt. De basisvoorziening is er dan dus sowieso. Hoe mooi isals je de reizigers meer kunt bieden? Ik zou daarvoor dus vooral tot veelenthousiasme willen aanmoedigen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vind dat het niet ten koste moet gaan van de dienstverlening van de NSdaar. Als het aanvullend kan zijn, vind ik dat je daar altijd naar moet kijken.De voorzitter:Vervolg uw betoog.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122911 Die prijsstijging is het rechtstreekse gevolg van het feit dat het kabinet nietextra investeert in ov. Niet alleen de treinkaartjes dreigen vorig jaar forsduurder te worden; ook het regionale ov wordt zo hard door kabinets-beleid geraakt dat ook bussen, trams en metro’s in de steden en dorpenfors duurder worden en weer worden wegbezuinigd. Wat GroenLinks-Partij van de Arbeid betreft maken we het ov veel betaalbaarder enstimuleren we hiermee ook het gebruik van het ov. Bij dit kabinet zien wedaarvoor geen enkele ambitie. Deze Staatssecretaris komt niet verder danwat tijdelijke noodverbandjes om de prijzen niet nog verder te latenexploderen. Dit kan gewoon niet langer zo. Ik verwacht van een Staatsse-cretaris Openbaar Vervoer dat hij opkomt voor al die ov-reizigers enwaarborgt dat de bus en de trein betaalbaar zijn. Graag hoor ik hoe hijdeze donkere wolken boven het ov gaat wegnemen.Als laatste nog een vraag over het herstel van het viaduct op de hsl:wanneer komt daar meer duidelijkheid over?Voorzitter, ik sluit af, maar niet voordat ik het volgende heb gezegd. Mijnfractie verwacht van deze Staatssecretaris een andere houding richtingdeze Kamer. Hij weet donders goed dat zijn route van de afgelopen wekennul komma nul draagvlak heeft in deze Kamer, ook bij de coalitiepartijen.Er is nota bene een motie tegen zijn route aangenomen met 150 stem-men. Hij dient de Kamer serieus te nemen. Ik verwacht dat vandaag vanhem. De stageperiode is voorbij. Alle mensen die dagelijks met het ovreizen, verwachten een Staatssecretaris te zien die elke dag knokt voor hetopenbaar vervoer, voor betrouwbaar openbaar vervoer. Ze maken zichzorgen over de verschraling van het ov en de alsmaar stijgende prijzen.Inwoners en bestuurders in Noord-Nederland voelen zich in het hemdgezet. De Staatssecretaris heeft nu nog de kans om hier iets aan te doen.Ik hoop dat hij zich dat goed realiseert.Dank.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Veltman, namens de VVD, voor uw inbreng.Mevrouw Veltman (VVD):Dank, voorzitter. Vorig jaar bleek dat er weer meer sprake is van agressieen geweld in de trein. Personeel wordt uitgescholden, bespuugd engeschopt. Vrouwen en meisjes reizen vaak niet meer met de trein in deavond omdat ze zich niet veilig voelen. De VVD vindt het onbestaanbaardat we hierin niet sneller stappen zetten en harder optreden, bijvoorbeeldals het gaat om sneller en makkelijker de identiteit van de overlastgevervaststellen. Dat moet meestal met behulp van de politie. In Rotterdamdoet de politie op afstand en digitaal die check. Dat is anders dan in derest van Nederland, waar ze moeten wachten, soms wel 45 minuten, totde politie is gearriveerd en dan pas de check kunnen doen, wat ergeregeld toe leidt dat een overlastgever vanwege ongeduld steedsagressiever wordt. In Rotterdam is het binnen een paar minuten gefikst.Het scheelde daar 14.000 politie-uren en 8.500 boa-uren. Deze werkwijzehad al lang landelijk ingevoerd moeten zijn. De ov-bedrijven geven aandat een verschil van inzicht in de weg staat aan landelijke invoering vandeze werkwijze. Als dat zo is, dan lijkt het me dat we als politiekhelderheid moeten verschaffen en dat we hier, in deze commissie, eenuitspraak moeten doen om het verschil van inzicht te slechten. Bij dezen:wat mij betreft, regel dit. En als daar een motie voor nodig is, danschrijven we die. Graag een reactie van de Staatssecretaris.Voorzitter. Ik vraag de Staatssecretaris ook hoe het staat met de uitvoeringvan mijn motie over het regionaal reisverbod en met het cameratoezichtop stations. Zijn er nog stations in Nederland waar cameratoezicht nodigis, maar nog niet gerealiseerd is en, zo ja, wat is er nodig om dat terealiseren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122912 Voorzitter. Er zijn asielzoekers uit het azc van Budel die overlast veroor-zaken en voor onveilige situaties zorgen voor reizigers en personeel. DeNS overweegt station Maarheeze zelfs niet meer aan te doen. Dat kan tochniet waar zijn? We laten ons toch niet gijzelen door deze overlastgevers?Welke trajecten zijn er nog meer waar asielzoekers voor overlast zorgen?Moet de handhaver op deze trajecten ook te lang wachten op de politieom de identiteit van de overlastgevers vast te stellen? Hoe gaat deStaatssecretaris de problemen bij Maarheeze zo snel mogelijk oplossen?Hoe zorgt hij ervoor dat de overlastgevers worden aangepakt? Kan hijtoezeggen dat de speciale busdienst niet wordt gestopt zolang er geenzekerheid is over een veilige treinreis tussen Eindhoven en Weert? Graagantwoorden.Voorzitter. De prestaties van de NS voldeden in het laatste kwartaalweliswaar aan de bodemwaarde, maar zelden of nooit aan de streef-waarde. De prestaties liggen nog niet op het niveau dat de reiziger magverwachten. Eigenlijk is die streefwaarde een wassen neus. Wat gaat deStaatssecretaris doen om te zorgen dat de NS zijn prestaties verder beterten de streefwaarde haalt? Ook vraag ik hem hoe hij met de NS en ProRailstrakkere afspraken gaat maken over het telkens of langdurig nietfunctioneren van liften in stations, omdat daarmee het treinverkeer niettoegankelijk is voor mensen met een fysieke beperking.Dan de structurele oplossing voor de prijzen van de treinkaartjes. De VVDis van mening dat het helpt als de NS zich tot zijn kerntaken beperkt:zorgen dat de treinen op tijd rijden, dat ze überhaupt rijden, dat ze veiligzijn en dat ze schoon zijn. Dat is waar het om gaat. Geld dat de NS steektin taken die andere organisaties ook kunnen uitvoeren, kunnen ze betersteken in het voorkomen van tariefsverhogingen. Hoe geeft de Staatsse-cretaris uitvoering aan de motie-Heutink/Veltman die hierover gaat? Watgaat de Staatssecretaris doen om de prijzen van treinkaartjes betaalbaarte houden in de toekomst?Voorzitter. Deze week lazen we weer – het ging er al even over – dat hetniet wil vlotten bij Meppel. Het budget is blijkbaar verkeerd geraamd ende planning is ver vooruitgeschoven. Heeft de Staatssecretaris op hetnetvlies hoe belangrijk deze verbinding is om het noorden van Nederlandvoor de rest van Nederland te ontsluiten en andersom? Welke actie neemthij om de problemen bij Meppel aan te pakken?Voorzitter. Vorige week is een deel van deze commissie op werkbezoekgeweest in Spanje om te horen hoe de hogesnelheidslijnen daar werken.Natuurlijk is Spanje een totaal ander land.De voorzitter:Mevrouw Veltman, voordat u verdergaat met uw volgende stukje, heeft deheer Grinwis een interruptie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Excuus naar mevrouw Veltman. Ik ben zeker benieuwd naar wat zij zougaan zeggen over het werkbezoek van vorige week, maar heb even eenvraag over Meppel. Mevrouw Veltman zegt ook dat het eigenlijk tenen-krommend is dat terwijl er tig keer gecheckt is hoeveel geld er nou nodigzou zijn om dat hele knooppunt – dus niet alleen het perron en hetemplacement, maar ook die overwegen – aan te pakken en dat het konmet 75 miljoen, het nu in één keer misschien wel 100 miljoen duurder is.Mevrouw Veltman stelt vragen: hoe zit het nou en gaat de Staatssecretarishet oplossen? Hoe stevig is deze vraag van mevrouw Veltman? Het kantoch niet zo zijn dat we uiteindelijk na dit debat constateren: ja, ja, er iseen probleem, er is 100 miljoen te kort en dus doen we maar even niksaan die overwegen?Mevrouw Veltman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122913 Die vraag is heel stevig en ik stel die niet voor niks. Als je hoort dat hetniet vlot en dat er problemen zijn geweest met de ramingen, wil ikgewoon weten hoe het zit. Pas daarna denk ik na over hoe we hetprobleem op kunnen lossen. Anders zou ik er nu bij voorbaat al vanuitgaan dat het hoppa, ineens 100 miljoen extra is. Ik wil weten wat er aan dehand is en dan wil ik kijken naar hoe dat op te lossen is, of niet. Of moetenwe in fases gaan denken? Dat zou misschien ook kunnen. Wat is er welmogelijk? Dat zijn de vragen die ik vooral heb.De voorzitter:Dank u wel. Vervolgt u uw betoog, richting Spanje.Mevrouw Veltman (VVD):Goed. We zijn dus in Spanje geweest. Natuurlijk is Spanje een totaal anderland en is daar veel meer ruimte om spoor aan te leggen, maar het iswerkelijk waar om je vingers bij af te likken. Op de hsl in Spanje kun jekiezen tussen drie verschillende aanbieders, net wat bij je past. Door deconcurrentie is de prijs omlaaggegaan en het aantal reizigers heeft eenvlucht genomen. Ze verruilen de vluchten voor de trein. Ik ben ervanovertuigd dat open toegang en meer concurrentie goede prikkels zijn voorvervoerders om de beste dienstverlening te leveren. Een aantal van mijncollega’s hier aanwezig was ook in Spanje. Het kan niet anders zijn dandat mijn collega’s naar aanleiding van dit werkbezoek gaan schuiven vanmonopolie en nationaliseren naar een open mind en marktwerking, wantik hoorde de o’s en de a’s om mij heen en volgens mij hebben zij het lichtgezien.De voorzitter:De heer Heutink wil daar iets over vragen, denk ik.De heer Heutink (PVV):Het geldt natuurlijk alleen voor de hsl die we hebben gezien in Spanje endat is een heel andere hsl dan die we kennen in Nederland. In Nederlandkennen we een hsl die nog net 80 kilometer per uur kan rijden, als dietrein überhaupt al rijdt. Het is dus een totaal andere spoorlijn dan wehebben gezien in Spanje. Beseft mevrouw Veltman wel dat de stelligheidwaarmee zij dit hier zegt ... Het is wel een beetje appels en perenvergelijken, de situatie zoals we die hebben mogen meemaken in Spanjeen de situatie zoals we die kennen in Nederland, waar we het niet eensvoor elkaar krijgen om bruggen fatsoenlijk te ontwerpen.Mevrouw Veltman (VVD):De heer Heutink moet wel luisteren, want ik zei net: Spanje is niethetzelfde als Nederland. En ik zei ook dat wat ik vraag – ik ga daar zo nogeven iets verder op in – een open mind is. Je hebt hier niet dezelfde soortverbindingen. Je hebt hier niet zo veel ruimte om die lijnen aan te leggen.Het is echt een andere situatie, maar wat ik vraag is: kom uit die groef endenk eens wat breder na. Dat was net ook mijn interruptie op de heerDe Hoop. Kijk eens naar wat open toegang wel kan doen, om uiteindelijkbetere dienstverlening aan de reiziger te leveren.De voorzitter:Ik zie de heer El Abassi. Voor zijn laatste interruptie, zie ik. Gaat uw gang.De heer El Abassi (DENK):Ik ga hem toch gebruiken. Ik hoorde mevrouw Veltman in haar bijdrageaangeven «schoon, snel, veilig» en ik hoor haar nu over de Spaansetreinen, waar je zeker wel je vingers bij kunt aflikken denk ik. Dan spreek ikeven voor mijzelf. Zij heeft het dan over marktwerking. Denkt mevrouwVeltman niet dat het juist te maken heeft met de prijs? Je kunt namelijk alTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122914 voor € 9 van Madrid naar Barcelona met de trein. Dat is heel aantrekkelijk.Dat is wat we vaker terug hebben gehoord. Zou het niet vooral met deprijs te maken hebben in plaats van met marktwerking?Mevrouw Veltman (VVD):Dat het met de prijs te maken heeft, dat ben ik honderd procent eens metde heer El Abassi. Alleen dat die prijs zo laag is in Spanje, komt doordat ermarktwerking is.De heer Olger van Dijk (NSC):Nieuw Sociaal Contract, ondergetekende, heeft inderdaad wat interes-sante inzichten opgedaan. Ik kom daar zo nog op in mijn bijdrage. Ik hoopdat mevrouw Veltman en de VVD ook het licht hebben gezien op het puntvan de vervanging van vluchten door internationaal treinverkeer. Dat iseigenlijk mijn vraag. Wij zijn in tweeënhalf uur van Madrid naar Barcelonagegaan, 630 kilometer. Je ziet inderdaad dat heel veel vluchten, tientallenprocenten, in een paar jaar zijn vervangen door treinreizen. Is de VVD nuook tot het inzicht gekomen, met Nieuw Sociaal Contract, dat we inprincipe daar waar het kan op internationale verbindingen tussen grotesteden tot 750 kilometer moeten stimuleren dat die ritten per hsl wordengemaakt in Europa?Mevrouw Veltman (VVD):Ik heb het niet over het exacte aantal kilometers, maar wat we in Spanjehebben gezien, is dat je ontzettend comfortabel in plaats van zesenhalfuur in de auto of gedoe met lang wachten op airports heel snel encomfortabel van Barcelona naar Madrid kan komen. We hebben allemaalgezien hoe goed dat werkt. Natuurlijk is dat een goed idee. Ik zei net al:het heeft daar een vlucht genomen, want ze nemen daar geen vluchtmeer, maar de trein. Nou hebben wij hier niet zo veel binnenlandsevluchten, dus ter vervanging daarvan is het lastig. Maar voor internati-onaal verkeer zou het heel mooi zijn, alleen al om het comfort en hetgemak dat je hebt. Goed idee om internationaal treinvervoer een stevigeboost te geven en wat mij betreft ook volledig met concurrentie en opentoegang, zoals we dat ook hebben gezien in Spanje, zodat de prijs en dedienstverlening de beste kunnen worden die we willen voor onzereizigers.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog, zou ik zeggen.Mevrouw Veltman (VVD):Voorzitter. Een gezonde concurrentie op het spoor is beter voor dereiziger. Dat zei ik al. In Spanje leverde dit circa 40% meer reizigers op. Hetgaat erom dat we meer open naar het netwerk kijken, niet vastzitten in degroef van een monopolie maar kansen grijpen en lef tonen. Is dit ook devisie van de Staatssecretaris, is mijn vraag.Tot slot, voorzitter. Wat is de visie van de Staatssecretaris op internati-onaal spoorvervoer, ook met betrekking tot het laten rijden van meerdereaanbieders? Wil de Staatssecretaris ook onderzoeken of in plaats van32 treinen die per week over de Belgische grens gaan, 48 treinen ookmogelijk zijn en wat maximaal kan? Wanneer kunnen vervoerders,vooruitlopend op het verlenen van toegang tot het spoor, werken metkaderovereenkomsten, die een betere planning voor investeerdersmogelijk maken?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Eerdmans van JA21.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122915 De heer Eerdmans (JA21):Hij is nog niet gestart.De voorzitter:Wij timen ook voor u, hoor. We wachten tot u gaat spreken. Gaat uw gang.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter. De stopwatch staat aan. Ik denk dat wij een gezagscrisishebben. Die hebben we in Nederland, maar die hebben we ook op hetspoor. Mijn buurvrouw zei het al: als je op sommige trajecten nog nietbent bespuugd of bedreigd als conducteur, dan ben je eerder uitzonderingdan regel. Dat is pijnlijk. Iedereen in uniform, of dat nu een agent is, eenhulpverlener of een conducteur, verdient ons respect. Want zonder respectis er geen gezag, maar dat gezag wordt ondermijnd. De spoorvervoerdersmeldden 1.000 geweldsincidenten in 2023. Dat was een stijging van 8%.JA21 pleit daarom voor terugkeer van de spoorwegpolitie, die waswegbezuinigd en afgeschaft in 2013. De spoorwegpolitie hield zich bezigmet veiligheid rond de stations en in de treinen, met een speciale eenheid.Rover en ProRail hebben destijds allebei met klem opgeroepen totterugkeer van de spoorwegpolitie. Tevergeefs. Ik maak er melding van dathet aantal meldingen van agressie vermoedelijk veel hoger ligt, maar datmensen het al niet eens meer melden, omdat ze toch wel uitgescholdenzullen worden.Voorzitter. Vorig jaar was de maat vol voor het ov. Na de zoveelstemishandeling van een conducteur lag het openbaar vervoer voordrie minuten stil op 20 april. Iedereen zei: genoeg is genoeg. Hoe kijkt deStaatssecretaris naar het idee van terugkeer van de spoorwegpolitie? Ikben in ieder geval blij dat we een pilot krijgen tussen Emmen en Zwolle. Ineen vorig debat hebben we dat kunnen regelen. Ik zou het graag brederwillen.Voorzitter. Helemaal bar en boos is het op station Maarheeze in Brabant.Agressieve asielzoekers vanuit azc Budel maken daar de dienst uit en deNS dreigt het station daarom over te slaan, omwille van de veiligheid vanhet personeel. Daar geef ik ze groot gelijk in. Ik ben er ook langs geweest.De veiligheid van reizigers en personeel staat voorop. Dat geldt trouwensook voor de buschauffeurs die worden bedreigd en bespuugd. Het isonacceptabel. Er is door de NS 2,3 miljoen euro geïnvesteerd in extracamera’s, ingangscontroles en noem maar op. Maar it takes two to tango.Het Rijk moet leveren. Waar zijn de Ministers? Waar is de Staatssecretaris?Hoe heeft dit zo uit de hand kunnen lopen? Ik wil dat de Staatssecretarisvandaag belooft dat dit conflict binnen drie weken is opgelost. Anders ishet heel simpel: of het azc Budel gaat dicht, of er komt geld. Het houdt eenkeer op.De voorzitter:Meneer Eerdmans, u heeft een interruptie van uw collega Heutink.De heer Heutink (PVV):Ik deel helemaal de analyse dat het kabinet aan zet is. Ik deel volledig deanalyse dat NS ook met de handen in het haar zit. Maar ik wil wel vragenaan meneer Eerdmans of hij wel beseft dat we toch ook afspraken met NShebben gemaakt over het faciliteren van de sociale veiligheid op stationsen in de trein. Het gaat ook over het aandoen van station Maarheeze endus over het garanderen van die dienst richting dat dorp. Snapt meneerEerdmans dat dat wel degelijk ook een element is waar we ook NS aanmoeten houden? Dat staat even los van het feit dat de Staatssecretaris enhet kabinet aan zet zijn om maatregelen te nemen. Daar ben ik hethelemaal mee eens, maar dit is wel een belangrijk element dat meneerEerdmans hier vergeet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122916 De heer Eerdmans (JA21):Je kunt zeggen: de trein moet rijden, want dat hebben we afgesproken.Maar de trein moet ook veilig rijden. Als NS de veiligheid niet meer kangaranderen voor personeel en reizigers, dan hebben we een probleem. Ikdenk dat het water hoger aan de lippen staat bij de NS, die zelf velemiljoenen heeft geïnvesteerd en zich zeer teleurgesteld toont in debijdrage van het Rijk. De NS zegt: we gaan dat niet meer doen; als wij dieveiligheid niet kunnen garanderen, dan kunnen wij ook niet meer langsstation Maarheeze. Dat is een grof schandaal – dat heb ik al gezegd, ookvandaag in de krant – maar het moet dus wel worden opgelost doormeerdere partijen die aan tafel zitten. Anders is het voor reizigers gewoonniet aanvaardbaar om die trein nog in te stappen, want voor je het weetheb je een mes in je rug. Ik zeg het maar. Het is gewoon zeer agressief engewelddadig op dit moment, niet alleen op de trein. Dat moet afgelopenzijn.De heer Heutink (PVV):Beseft meneer Eerdmans dat de situatie in Maarheeze, het feit dat de NSdat station niet meer kan aandoen, komt door het simpele feit dat ze nietlanger willen betalen voor de beveiligingsmaatregelen en dus maarstoppen met de beveiliging? Omdat ze stoppen met de beveiliging, is datstation niet meer veilig. Feitelijk kiest de NS er dus zelf voor – dat mogenze überhaupt niet doen – om de situatie nu zo te maken dat ze daar nietmeer kunnen stoppen. Dat is toch hartstikke krom, vraag ik aan de heerEerdmans.De heer Eerdmans (JA21):U ziet vanuit die brief ... Die is u dankzij mij waarschijnlijk ook onder ogengekomen, want ik begreep gisteren dat u die zelf nog niet gelezen had. O,wel? Oké. Daarin staat in ieder geval heel duidelijk dat de NS het zat is omalleen aan de lat te staan en dus meer verwacht van het Rijk. Dat is mijnoproep aan de Staatssecretaris: toon u in dit geval nou een partner; ga omde tafel en probeer te leveren, want anders gaat het mis. Ik denk dat deNS zegt: de maat is gewoon vol. We hebben vorig jaar gezien dat detreinen gaan stilstaan als er zo veel agressie is naar het eigen personeel.De NS staat voor het eigen personeel. Natuurlijk moet de NS zorgen voorveiligheid op de stations, maar dit probleem wordt niet door de NSveroorzaakt. Dit probleem wordt veroorzaakt door rondlopende veilige-landers uit het grote azc in Budel die de trein pakken in Maarheeze. Daarligt de oorsprong van dit probleem. Die mensen stappen in de trein, zijnzeer agressief en betalen niet. Het zijn zwartrijders. Dat leidt tot conflicten.Dat moet afgelopen zijn. Ik vind eigenlijk dat de NS heel veel heeftgedaan. De NS beschrijft wat nu het ultimatum is. Het is een keihardeconclusie, maar ik vind dat de Staatssecretaris echt aan zet is.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Eerdmans (JA21):Voorzitter. Het is bar en boos. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretarisdaarop reageert.Dan ga ik naar de punctualiteit. De streefwaardes zijn niet helemaalgehaald, maar wel bijna. In de spits heb je een kans van 35% dat je eenzitplaats in de tweede klas krijgt. Bij vertragingen van minder dan vijfminuten rijden ze ook volgens schema. Dat vind ik best knap. Ik vraag mewel af hoe groot nou de kans is dat ik mijn aansluiting mis als ik vanuitArnhem naar Den Haag reis. Dat vind ik nou een goede streefwaarde. Ikhoor namelijk van veel mensen in mijn eigen team die van ver komen datzij regelmatig de trein missen, daardoor helemaal achteropraken en eenuur te laat op de bestemming aankomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122917 Voorzitter. Dan naar de treinkaartjes. De trein is duur. Het is veelgoedkoper om met de auto van Leeuwarden naar hier te komen dan metde trein. Een retourtje is € 62. Met de auto ben je € 55 kwijt. Ik denk dat demotie-Bikker belangrijk was om de boel vooralsnog te dempen. Toch zijnde kaartjes per 1 januari natuurlijk weer 6% duurder geworden. Mijn vraagis eigenlijk: wat als de olieprijzen blijven stijgen? Dat kan om vele redenengaan gebeuren. Ik ben een benzinerijder. Ik betaal nu bijna € 2 per liter.Als dat zo meteen € 2,50 of € 3 per liter wordt, dan gaan mensen echt uitpure armoede de trein in, want je gaat het gewoon niet meer betalen aande pomp. Is de NS daarop voorbereid? Zijn we erop voorbereid alsmensen de auto laten staan?Voorzitter. Dan heb ik nog een vraag over de hygiëne. Ik vind onze treinenvies. Ik vind de paden vies. Ik vind de toiletten vies. Ik ben niet de enige.Treinliefhebber Henk Westbroek heeft op mobiliteit.nl een hartenkreetgeplaatst. Hij zegt: ik ben een treinliefhebber, maar ik ga niet meer, want ikvind het vies. De reactie van de NS daarop was: nee, de treinen zijn nietaltijd zo schoon als we zouden willen; dat komt doordat er krapte zit bij deschoonmakers en in de schoonmaakbranche. Is de Staatssecretaris hetermee eens dat onze treinen te vies zijn en dat de hygiëne een indicatorzou moeten zijn binnen het pakket, en dus ook als KPI in het eisenpakketbij de concessie moet worden opgenomen? Het moet gewoon schoner.Het moet gewoon veel schoner. Henk Westbroek zei: misschien zijn demensen viezer geworden. Dat geloof ik niet. Ik denk dat we daar echtgewoon meer eisen aan moeten stellen.Voorzitter, tot slot de Lelylijn. Ik ben het geheel met de collega’s Vedder,De Hoop en Van Dijk eens dat de 13 miljard voor de Lelylijn 13 miljardvoor de Lelylijn moet blijven. De Nedersaksenlijn is eigenstandig. Wijvinden dat die twee lijnen van belang zijn en niet door elkaar gehaaldmogen worden. Het ene project opofferen voor het andere is niet oké. Ikheb de brief van de Staatssecretaris daarover gelezen. Die was daar tochwat schimmig over. Ik vraag hem of ik die passage goed of slechtinterpreteer als ik zeg dat de gelden bestemd voor de Lelylijn ook daarmoeten blijven.Voorzitter, ik hou het daarbij.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. De heer Bamenga namens D66.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Afgelopen week zijn wij met de commissie voorI&W op werkbezoek geweest in Barcelona en Madrid. Ik moet zeggen datik geïnspireerd terug ben gekomen van dit werkbezoek. Niet alleenhebben we elkaar als commissieleden beter leren kennen, wat hetKamerwerk en de onderlinge samenwerking om zaken te kunnen doenvoor alle Nederlanders verbetert, maar we hebben ook kunnen zien wathet betekent als je als land durft te investeren in duurzame mobiliteit,openbaar vervoer en een hoogwaardig spoorsysteem. Dat laatste is waarik vandaag in dit commissiedebat over wil gaan spreken.Wanneer je durft te investeren in een hoogwaardig spoorsysteem,ontstaat er een nieuwe realiteit. Dan ontstaan er nieuwe verbindingen,nieuwe contacten en nieuwe bedrijvigheid. Ik geloof dat de kwaliteit vanhet leven daarmee kan verbeteren. In Spanje zaten we in een trein vanBarcelona naar Madrid. Deze trein deed er tweeënhalf uur over om eenafstand van meer dan 600 kilometer te overbruggen. Maandag ging ik vanEindhoven naar Groningen. Die trein deed er drieënhalf uur over om eenafstand van 280 kilometer te overbruggen. En als ik naar Parijs ga vanuitRotterdam, doe ik er tweeëneenhalf uur over. Ik ben met de trein sneller inParijs dan dat ik vanuit mijn woonplaats in Groningen ben. We moeten dedorpen en steden van ons land beter met elkaar zien te verbinden. Wemoeten daarom durven investeren in betere en snellere verbindingen. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122918 geloof dat wij daar veel voor terugkrijgen. Is de Staatssecretaris het daarmet mij over eens? En hoe reflecteert de Staatssecretaris hierop?Evenals voor Spanje, ligt er een grote uitdaging voor Nederland om onzeregio’s goed bereikbaar te houden. Als we alle regio’s in Nederland goedmet elkaar verbinden, levert dat heel veel kansen op. Zonder de auto, fietsof trein is het voor de meeste Nederlanders onmogelijk om naar school,werk of vrienden te gaan. Voor D66 is goede en betrouwbare mobiliteiteen recht. Dat recht geldt voor mensen in het noorden, oosten en zuidenvan Nederland net zo erg als voor mensen in de Randstad. Dat de regio’sop dit moment niet voldoende bereikbaar zijn, vind ik onrechtvaardig.Helaas zien we dat deze coalitie en dit kabinet vooral met mooie woordenkomen, maar als het gaat om daden de mensen in het noorden, oosten enzuiden van Nederland laten zitten.Ik wil het vandaag hebben over de spoorverbinding in drie regio’s:Noordoost-Nederland, Noord-Nederland en Zeeland. Ten eerste hetnoordoosten, waar de Nedersaksenlijn moet komen. Er lagen tien optiesop tafel om de Nedersaksenlijn te financieren. Geld van de Lelylijn waseen van deze opties. Wat D66 betreft is dat onacceptabel. Daarbovenopweten we niet wat de andere negen waren. En toch is het besluit weervooruitgeschoven. Daarbovenop zeggen de provincies dat geld van deLelylijn het enige concrete plan was. Waarom zegt de Staatssecretaris inde Kamer dat hij tien plannen heeft, maar zeggen de provincies dat geldvan de Lelylijn de enige concrete optie was? Wat waren de andere negenopties?Voorzitter. Dan de Lelylijn. Het is lastig om zo’n gigantisch project teregelen wanneer je op pad wordt gestuurd zonder geld. Het is goed dat deStaatssecretaris openstaat voor vele financieringsopties. Kan de Staatsse-cretaris inschatten hoeveel geld realistisch is om op te halen als het Rijk,provincies, gemeenten, Europa en bedrijven allemaal bijdragen? Wat gaathij doen om te zorgen dat er genoeg private investeringen komen? Hoekijkt de Staatssecretaris naar de Europese financiering van bijvoorbeeldde Rail Baltica? Wat kunnen we daarvan leren?Voorzitter. Dan Zeeland. De Staatssecretaris zegt dat de proef voor ERTMSin Zeeland moet plaatsvinden begin 2029 voor ten minste vier maanden.Voor de Zeeuwse reiziger leidt dit tot grote overlast: geen treinen tussenGoes, Middelburg en Vlissingen. Aan deze reizigers moet een goedalternatief geboden worden. Dit had de Staatssecretaris gelijk moetendoen, zodat de reizigers die te lijden hebben onder grote overlast wetenwaar ze aan toe zijn. Wij hebben met het CDA, en ook andere met partijen,een motie ingediend voor een snelbusverbinding in Zeeland, die tijdenshet ERMTS-onderzoek als alternatief gebruikt kan worden. Dank aan deStaatssecretaris voor de positieve appreciatie. Maar het is wel echt bizardat deze door een meerderheid van de Kamer is weggestemd. Ik vraagaan de collega’s die dit gedaan hebben: waarom? Laten we Zeeland niet inde steek laten. Wanneer gaat de Staatssecretaris nou echt duidelijk makenwat de precieze alternatieven worden voor vervoer?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond. Dan is nu het woord aan mevrouw Koekkoekvan Volt.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dank, voorzitter. Wat Volt betreft is spoor een essentieel onderdeel vaneen duurzame toekomst. Treinreizen bieden een groen en efficiëntalternatief voor de auto en het vliegtuig, en zorgen ervoor dat Nederlanden de landen om ons heen beter bereikbaar zijn. Spoorlijnen worden nietvoor niets levensaders genoemd. Als ik dan het regeerakkoord lees, lijkthet erop dat het kabinet dat ook inziet. Het spoor is namelijk niet alleeneen vervoersmiddel, maar ook een investering in onze toekomst. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122919 van belang dat Nederland verbonden blijft, ook over de grenzen heen, endat treinreizen duurzaam, toegankelijk en betaalbaar blijven. Dus mijnvoornaamste vraag vandaag aan de Staatssecretaris in dit debat is omboter bij de vis te tonen. Want er waren in het regeerakkoord groteambities, zoals de aanleg van de Lelylijn en de Nedersaksenlijn en hetaansluiten van vijf treinstations op hogesnelheidslijnen net over de grens.Maar nu is het een paar maanden later, en wat is er nog over van diegrote ambities? De financiering van nieuwe spoorlijnen is niet rond, en deplannen voor de Lelylijn en de Nedersaksenlijn lijken in de koelkast te zijngezet. Dit is onbegrijpelijk, want juist de Lelylijn vormt een belangrijkeverbinding tussen de Randstad en Noord-Nederland en versterktbovendien de verbinding met Duitsland en Scandinavië. Dit traject isinmiddels ook opgenomen in het Europese high-speed masterplan.Daarom wil ik de Staatssecretaris vragen hoe het staat met de aanvraagvan Europese subsidie voor de aanleg van de Lelylijn, waarbij ik mebewust ben van het feit dat het niet de eerste en ook niet de tweede keeris dat een Kamerlid hierom vraagt. Er ligt Europees geld op de plank,maar Nederland is niet in staat om een goede aanvraag te doen. Waaromniet? We hebben vorige week gezien dat men dat in Spanje juist heel goedgedaan heeft. Haalt de Staatssecretaris de lessen die geleerd zijn op bijzijn Spaanse collega?Voorzitter. Dan een aantal vragen over de hogesnelheidslijnen. Hoeverloopt de aanpak van de constructiefouten bij viaducten? Wordthiervoor structureel geld vrijgemaakt om ervoor te zorgen dat dezeinfrastructuur ook in de toekomst op orde blijft? Daarnaast hebben we alsEuropa gezamenlijk heldere ambities gesteld: een verdubbeling van hethogesnelheidsspoorvervoer tegen 2030 en een verdrievoudiging ervantegen 2050. Voor het spoorgoederenvervoer is het doel een toename van50% tegen 2030 en een verdubbeling tegen 2050. Deze doelstellingenvragen om een gezamenlijke inspanning van alle lidstaten en om eenuniforme aanpak, zoals een Europees ticketsysteem en langere concessiesvoor aanbieders. Helaas zien we dat hoge kosten op het spoor, waarondertoltarieven, hiervoor nog steeds een belemmering vormen en dat ze hetgebruik van deze duurzame vervoerswijze ontmoedigen. De Staatssecre-taris heeft mij voor het kerstreces toegezegd dat hij de Kamer zouinformeren over de onderhandelingen over de tolheffing. Ik vraag hemhoe het daarmee staat.De Staatssecretaris heeft aangegeven dat hij in het eerste kwartaal van ditjaar met een visie op het internationale treinvervoer zal komen. Ik vraag,hopelijk ten overvloede, of dit nog steeds het geval is en zo ja, wanneerdie visie verwacht wordt. Ook wil ik vragen of de Staatssecretaris vandaagal een doorkijk wil geven. Wat worden de drie prioriteiten waarop hij zichzal richten? We hebben vorige week in Spanje gehoord en gezien wat hetdoet wanneer een regering zichzelf duidelijke doelen stelt. Daar hebben zein een aantal jaar een hogesnelheidsnetwerk weten op te zetten waarmeeje bijna overal in Spanje kunt komen. Het is al eerder gezegd: een rit vanBarcelona naar Madrid kost tweeënhalf uur en is voor mensen met iedertype portemonnee toegankelijk. Ook staat alles klaar om de nachttrein vanAmsterdam naar Barcelona te laten rijden, dit jaar. Daarover heb ik devolgende concrete vraag. Is de Staatssecretaris bereid om samen met zijnSpaanse collega op te trekken om ervoor te zorgen dat de obstakels, dienu vooral in Frankrijk liggen, worden weggenomen? Ik ben nu zelf – alleenop de heenweg, zeg ik er eerlijk bij – met de trein naar Barcelona gereisd.Het lijkt mij een prachtig vooruitzicht als ik die reis deze zomer weer kanmaken, maar dat ik dan wakker kan worden in Barcelona.Tot slot, voorzitter. Het spoorgoederenvervoer speelt een cruciale rol inhet verduurzamen van onze economie en het verminderen van zwaarvrachtverkeer op de weg. Het biedt niet alleen economische voordelen,maar is ook een duurzaam alternatief, met een lagere CO2-uitstoot.Daarom wil ik aan het kabinet vragen welke concrete stappen wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122920 gezet ... Sorry, ik vergeet de inleiding. Dan kan ik de vraag wel stellen,maar dan heeft u er niets aan. Om de Europese doelstellingen te behalen,is een gezamenlijke inzet van lidstaten nodig, samen met de langetermijn-visie tot 2050. Daarom vraag ik het kabinet welke concrete stappen erworden gezet om dit gelijke speelveld te realiseren en bij te dragen aan deEuropese groeiambities voor het spoorgoederenvervoer. Ik weet dat wehierover een apart debat gaan voeren met deze commissie. Daarom wil ikde Staatssecretaris vragen of hij de Kamer voorafgaand aan dat debat eentoekomstvisie voor het spoorgoederenvervoerbeleid kan sturen waarinvooruitgekeken wordt tot 2050. Kan hij daarbij ook ingaan op de Europeseinzet en ook specifiek op de meerjarige financiële agenda die hiervoornodig is? Welke maatregelen overweegt de Staatssecretaris om hetfinanciële speelveld voor het spoorgoederenvervoer gelijkwaardiger temaken aan dat voor andere modaliteiten?Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Olger van Dijk van NieuwSociaal Contract.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank, voorzitter. Ik mocht ook mee op het werkbezoek aan Spanje. Ik bendaardoor ook geïnspireerd. Niet alles is beter in Spanje, maar hethsl-netwerk wel. Dat hebben we kunnen zien. Terwijl wij hier in Nederlandnog met 120 kilometer per uur over onze enige HSL-Zuid kachelen, gaanze daar inderdaad met 300 kilometer per uur lekker comfortabel – enbetaalbaar! – in tweeënhalf uur van Barcelona naar Madrid. We komeninderdaad nog te spreken over het voorstel dat in Q1 komt; daarvoor sluitik me aan bij de vraag van mevrouw Koekkoek. Volgens mij was het geenvraag, maar gewoon een toezegging, dus dat gaan we zien en met elkaarbespreken.Ik heb nog wel een aantal punten naar aanleiding van het werkbezoek.Sinds 1 januari rijdt de NS hier met een nieuwe concessie. Op interna-tionale verbindingen is nu daadwerkelijk concurrentie mogelijk. Spanjelaat zien dat dat tot scherpere prijzen voor consumenten kan leiden. Kande Staatssecretaris aangeven hoe het ermee staat in Nederland? Wanneerkunnen we ook met nieuwe vervoerders naar Berlijn, Hamburg, Brugge?Zitten hier nog barrières? Zo ja, probeert de Staatssecretaris die dan ookweg te nemen en de concurrentie op de internationale verbindingen aante jagen? De NS en de NMBS verdubbelen nu, in de nieuwe dienstre-geling, het aantal dagelijkse treinen naar Brussel naar 32. Dat is op zichnatuurlijk mooi, maar in hoeverre is er dan nog ruimte voor concurrentie?Dat is eigenlijk mijn vraag aan de Staatssecretaris. Het gaat dus ook omandere aanbieders. Ik sluit graag aan bij de vragen van het lid Koekkoekover de nachttrein van Barcelona naar Amsterdam en vul daarbij aan deconcrete vraag wanneer de eerste nachttrein daadwerkelijk gaat rijden.Dan kom ik bij onze eigen HSL-Zuid. Voor de kerst mocht ik zelf een stukjemeerijden. De snelheidsbeperkingen, zo kan ik u vertellen, liggen iedereenzwaar op de maag. De hele dienstregeling in Nederland heeft er ook lastvan. Kan de Staatssecretaris aangeven wanneer die constructiefouten echtzijn opgelost? Hoe groot zijn de risico’s als we weer sneller zouden gaan?Dan heb ik het dus over de kans op een vorm van bezwijken, maar ookover het effect, want we moeten ook accepteren dat we niet alle risico’s totnul kunnen reduceren. Het maakt natuurlijk wel uit wat dan het effect is. Isde Staatssecretaris het met NSC eens dat in elk geval het opnieuw verderverlagen, dus naar 80, niet aan de orde kan zijn? Kan hij ook eenstappenplan toezeggen voor hoe we weer toewerken naar 300 kilometerper uur op die HSL-Zuid?Voorzitter. Op dit moment geldt er een toeslag voor het deel tussenSchiphol en Rotterdam. Het is niet voor alle reizigers precies duidelijk hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122921 die toeslag wordt verrekend. Het is erg omslachtig. Ziet de Staatssecre-taris mogelijkheden om die toeslag te laten vervallen totdat het automa-tisch kan? Als dat niet kan, wanneer kan het dan automatisch wordenverrekend?Voorzitter. Uit de laatste cijfers die we ontvingen over de prestaties vanNS en ProRail blijkt dat de bodemwaarden ternauwernood gehaaldworden. Voor de HSL-Zuid geldt dat helaas nog altijd bij lange na niet.Kan de Staatssecretaris aangeven of er al resultaten zijn van het verbeter-programma waar NSC per motie om heeft gevraagd? Kan de Staatssecre-taris ons ook het comfort geven dat we in 2025 die absolute bodem-waarden echt achter ons gaan laten en de streefcijfers weer in beeldkomen? Graag een reactie van de Staatssecretaris op de slechte score vande NS in het Europese onderzoek van T&E. NS was nummer 22 op eenlijst van 27 Europese spoorwegexploitanten.Voorzitter. Ik kom bij de vervolgstappen voor de Lelylijn en de Nedersak-senlijn. Laat ik proberen om positief te beginnen. Goed dat er met deregio overeenstemming is over de opzet van het masterplan van deLelylijn naar aanleiding van mijn motie. Daar kunnen we gelukkig meeverder. Maar het uitblijven van een vervolgstap voor de Nedersaksenlijnkan ik niet anders betitelen dan als «broddelwerk». In de brief aan deTweede Kamer van 24 december durft deze Staatssecretaris zelfs naardeze Kamer te wijzen. In het debat voor de kerst noemde ik dit al «dewereld op zijn kop». Deze Kamer heeft in januari 2024 al uitgesproken:handen af van het budget van de Lelylijn. Dit is uitentreuren herhaald. Inantwoord op Kamervragen van de heer Pierik en mijzelf van eindnovember vorig jaar zijn tien mogelijke financieringsopties voor de NSL inbeeld gebracht. De Lelylijn – ik heb het nagelezen – staat er echt niet bijals mogelijk budget om uit te putten. Graag breng ik in herinnering datdeze Staatssecretaris bestuurt namens deze Kamer. Ik herhaal het voor dederde keer: wij willen resultaten zien. Keer alle potjes om, maak dit tottopprioriteit.Heel concreet tot slot enkele vragen aan deze Staatssecretaris. Wat heefthij nu gedaan om geld te vinden voor de Nedersaksenlijn? Hoe vaak is deStaatssecretaris in Brussel geweest? Heeft hij al gesproken met deEuropese Investeringsbank? Waarom kan er geen bijdrage komen uit de2,5 miljard voor de ontsluiting van woningbouw? Heeft de Staatssecre-taris met de regio gesproken over cofinanciering? Wanneer is hetvervolgoverleg?Voorzitter. Waar een wil is, is een weg, een spoorweg. Ik vraag met klemvan de Staatssecretaris om voor het tweeminutendebat dat ongetwijfeldwordt aangevraagd, een overzicht te sturen van de financierings-mogelijkheden voor de Nedersaksenlijn die nu concreet worden onder-zocht.Voorzitter, tot slot. Wij willen van de Staatssecretaris het gevoel krijgendat hij er echt alles aan doet om de financiering voor elkaar te boksen, dathij overlegt, laveert en tot een oplossing komt. Kortom, dat hij bestuurt.Dank u wel.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat zijn stevige woorden van collega Van Dijk, maar ik denk niet onterecht.Laat ik het zo zeggen, als ik dit akkoord mee had getekend, dan was ikover heel veel dingen niet tevreden geweest, maar dan was ik blij geweestdat ik de Nedersaksenlijn en de Lelylijn er nog in had gehad. Ik kan mevoorstellen dat dit bij collega Van Dijk het geval is. Als je dan zo’n briefkrijgt zoals wij op kerstavond kregen, is dat niet alleen broddelwerk, maarook een klap in het gezicht van de Kamer, ook richting de motie diecollega Van Dijk heeft ingediend. Ik wil de heer Van Dijk de volgende vraagstellen. Als er voor het tweeminutendebat niet meer creativiteit van dezeStaatssecretaris komt, hoe beoordeelt de heer Van Dijk dat dan? HoeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122922 kunnen we dan nog door met de Staatssecretaris in het debat over deNedersaksenlijn en de Lelylijn?De heer Olger van Dijk (NSC):Bedankt voor de vraag. We hebben dit debat voor de kerst gehad. Toenheb ik mijn ongenoegen geuit. Dat doe ik nu opnieuw. Die brief viel mijook rauw op het dak, zo richting kerstavond. Ik verwacht eigenlijk vandaagal van de Staatssecretaris het inzicht dat hij zijn uiterste best moet doenom die financiering te vinden en dat hij het uit zijn hoofd moet laten omnaar het budget voor de Lelylijn te kijken. Dat is nu heel duidelijkgemarkeerd, unaniem, door 150 Kamerleden. Ook ik lees in de brief «hetwordt lastig» en «de verwachting is dat het niet lukt». Ik wil een anderementaliteit zien vandaag, dat hij zich maximaal gaat inspannen, dat hijelke dag, elke week overlegt met zijn collega’s in het kabinet, met Europa,ook over budgetten die we misschien nog niet hebben aangeboord. Ik hebeen aantal concrete suggesties gedaan. Daar wil ik vandaag al een reactieop en ik wil inderdaad voor dat debat al zien waaraan gewerkt wordt. Iksnap dat dat niet in twee of drie weken al tot resultaat kan leiden. Zo werktdat. Maar ik verwacht wel dat dingen in gang worden gezet. Dat gevoelwil ik wel krijgen vandaag, ook richting dat tweeminutendebat.De voorzitter:De heer De Hoop voor zijn laatste interruptie.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik deel dat volledig. Ik moet eerlijk bekennen dat ik weleens heb gedacht –ik vind het heel vervelend om dit te zeggen – dat de Staatssecretaris metmeer bevlogenheid de «minder, minder»-uitspraak van de heer Wildersheeft verdedigd dan dat hij zich het afgelopen halfjaar heeft ingezet voorhet openbaar vervoer. Dat vind ik buitengewoon ingewikkeld. Ik deel echthet gevoel dat de heer Olger van Dijk vandaag op tafel legt, een gevoeldat denk ik breder leeft in deze commissie, dat het regionaal openbaarvervoer enorm onder druk staat, dat er een grote verschraling is en dat wevan dit kabinet verwachten dat er wat gebeurt. Dat verwachten van dezeStaatssecretaris, maar ook van de coalitiepartijen en ik hoop dat het onslukt om de Staatssecretaris in beweging te krijgen, want dat is keihardnodig.De heer Grinwis (ChristenUnie):Heldere woorden. Broddelwerk. Ik ben het met collega Van Dijk eens.Maar misschien moeten we de Staatssecretaris een handje helpen en hemgewoon voorzeggen hoe hij het moet financieren. Uiteindelijk is het decoalitie zelf die niet zo veel middelen ter beschikking heeft gesteld voor aldie projecten die in het hoofdlijnenakkoord zijn opgenomen, maar wel2,5 miljard voor de ontsluiting van woningbouw. Waarom pak je dan niethet restant van de reservering voor het doortrekken van de Noord/Zuidlijn,872 miljoen, en 25 miljoen uit de woningbouwenvelop, en ziedaar: je kuntde MIRT-verkenning starten. Dan kun je onderwijl voor het restant van400 miljoen altijd nog gesprekken aanknopen met de EIB, de EuropeseInvesteringsbank. Maar laten we alsjeblieft geen tijd verdoen door heenen weer te wijzen en op te roepen tot gesprek. Het is kiezen in schaarsteen misschien moeten we hem deze keuze gewoon voorzeggen.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik begrijp die opmerking van de heer Grinwis en toch vind ik dat deStaatssecretaris gelegenheid moet krijgen, al wordt de tijd steeds korter,om zelf te laten zien dat hij dit voor elkaar kan krijgen. Daar daag ik hemook toe uit vandaag. Ik heb inderdaad een optie genoemd in deantwoorden op de vragen van de heer Pierik en mijzelf is eind novembereen overzicht gegeven. Daar staat ook generieke financiering in van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122923 Rijk. Daar kun je ook in lezen dat je inderdaad zou kunnen herprioriterenvanuit projecten, maar je kunt wel degelijk ook op zoek naar Europesefondsen. Daar zie ik ook echt mogelijkheden. Die 2,5 miljard is eenmogelijkheid. Zo moet je uiteindelijk ook gaan schrapen uit die verschil-lende potjes. Dat komt nu echt eerst. Daarvoor hebben we ook eenStaatssecretaris en een bestuurder. Die wil ik die kans echt geven, maar ikwil wel het gevoel krijgen dat dat ook ergens toe kan gaan leiden. Daar isvandaag voor bedoeld en ik hoop dat we uit het antwoord van deStaatssecretaris dat gevoel en dat vertrouwen kunnen krijgen.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Vedder namens het CDA. Gaat uw gang.Mevrouw Vedder (CDA):Dank, voorzitter. Ik wil beginnen met de Nedersaksenlijn en de Lelylijn.Eerlijk gezegd heb ik echt enorm zitten zoeken naar de woorden waarmeeik fatsoenlijk onder woorden kan brengen wat ik ervan vind. Ik heb zemisschien nog niet eens helemaal te pakken. Als je het hebt over deLelylijn en de Nedersaksenlijn, maar ook bijvoorbeeld over de flessenhalsMeppel, dan gaat het niet alleen over rails en treinen die daar overheenrijden. Dan gaat het in de kern over brede welvaart in een regio waarmensen al decennialang eraan gewend zijn geraakt dat ze niet wordengezien, dat ze niet worden gehoord, dat ze keer op keer worden vergetenof in de steek worden gelaten en dat gedane beloftes worden gebroken.Dat is wat daaronder zit.Dat is ook de reden waarom wij, waarom ik en veel collega’s met mij, inde periode voor de kerst, na de kerst en nu nog, zo veel bestuurders aande lijn hebben gekregen uit het noorden en uit Oost-Nederland. Waar diemensen het geduld vandaan halen om te blijven trekken aan dit dossier ...Ik vind het lovenswaardig. Ik weet waar die energie vandaan komt: dat isomdat die bestuurders in de kern bezig zijn om te knokken voor de bredewelvaart van hun mensen. In die zin vind ik de brief over de voortgangvan de Nedersaksenlijn en de Lelylijn echt een klap in het gezicht. Dat doetgewoon zeer. Dat doet zeer bij de mensen in het noorden en dat doet zeerbij de mensen in het oosten. Ik vind het eigenlijk gewoon onaanvaardbaar.In antwoord op de schriftelijke vragen van NSC en BBB heeft de Staatsse-cretaris in het tweeminutendebat gezegd dat hij tien financieringsopties inkaart heeft gebracht. Vervolgens kijkt de Staatssecretaris eigenlijk maarnaar één potje, namelijk dat van de Lelylijn. Een tweede wordt nog in dekantlijn genoemd. Dat is het Mobiliteitsfonds. Maar als je daar toch aangaat komen, dan ga je ook hele vervelende beslissingen maken, en dusblijft er maar één alternatief over. De Kamer heeft in het verleden keer opkeer al aangegeven dat ze die route niet ziet zitten. De wens van deTweede Kamer is nadrukkelijk genegeerd. Dat kan; dat mogen eenMinister en een Staatssecretaris doen. Vervolgens is er in de regio hetbeeld geschetst dat dit de enige optie is. Naar de Kamer wordt gekekenvan: hoe haalt de Kamer het eigenlijk in haar hoofd om mij het werk zomoeilijk te maken, die kaders te scheppen en daar wat van te vinden? Detweede motie is daar volgens mij een antwoord op. Ik hoop dat deMinister dat antwoord gehoord heeft. Nul zetels in de Kamer vinden heteen goed idee om uit de Lelylijn-pot te putten. Nul. In de brief die naar deKamer is gestuurd, staat dat er geen meerderheid voor is. Zo kan je hetook opschrijven, maar het is een meerderheid van nul.Dat betekent dus dat wij veel verwachten van de Staatssecretaris. DeStaatssecretaris heeft zelf ook verwachtingen geschapen, namelijk door tezeggen dat er tien routes zijn. Waarom zie ik die dan niet uitgewerkt?Waarom zie ik alleen optie één van de Lelylijn en optie twee van hetMobiliteitsfonds? Waar zijn de opties drie tot en met tien gebleven?Waarom hoor ik daar de bestuurders uit het noorden en het oosten nietover in hun terugkoppeling over het gesprek dat ze de dag na hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122924 tweeminutendebat met de Staatssecretaris hebben gevoerd? De Staatsse-cretaris heeft namelijk beloofd dat hij al die oplossingsrichtingen met deregio zou gaan bespreken. Voor zover ik heb begrepen, is dat nietgebeurd.Voorzitter. Ik verwacht echt meer van de Staatssecretaris op dit dossier. Iksnap ook wel dat het ingewikkeld is, maar het CDA neemt gewoon geengenoegen met een brief waarin staat: «De optie die ik voor ogen had, ismij afgesneden. Dat was het dan. Ik heb een slecht gevoel bij deVoorjaarsnota. Ik denk niet dat het daarbij gaat lukken.»Voorzitter. Dan de flessenhals Meppel. Dat was ook een vervelendeverrassing. Wij hebben als Kamer keer op keer ons best gedaan om geldlos te maken dat nodig is om die flessenhals Meppel structureel aan tepakken. Nu krijgen we opnieuw te horen dat het veel meer geld gaatkosten, 100 miljoen tot wel 250 miljoen meer. Dat is geen kattenpis. Bij mijrijst dan de vraag hoe we in deze Kamer nou nog geloofwaardig infrabe-slissingen kunnen nemen als het blijkbaar zo makkelijk en zo vaak uit deklauwen loopt. Wij moeten als Kamer toch ook kunnen vertrouwen op dejuistheid en de volledigheid van de informatie die ons wordt aangeleverd?Wij doen daar vervolgens ons best voor. Ik heb geen batterij metambtenaren die de boel voor me kan narekenen. Ik wil dus graag van deStaatssecretaris horen of er een totaaloverzicht kan komen waar we opkunnen bouwen, met de bedragen die echt nodig zijn om die flessenhalsMeppel aan te pakken. Het gaat om 1,8 miljoen mensen die in het noordenwonen en zich elke keer weer door die flessenhals blijven wurmen naarDen Haag om dit opnieuw te agenderen. Ik hoop echt dat we het in dezeKamer nu een keer geregeld kunnen krijgen. Ik zou graag een brief willenhebben voor dat totaalbeeld. Ik zou graag van de Staatssecretaris willenweten of de dekking die we nu nog missen in het MIRT 2025 wordtgeregeld. Ik zou graag willen weten wat de planning is voor de realisatievan het vierde perronspoor. Die is nu voorzien in 2030. Ik heb in de krantgelezen dat ProRail nog steeds denkt dat het geld dat er nu beschikbaar isdaar voldoende voor is, maar de schop is de grond nog niet in. Ik wilweten of het klopt, of we genoeg geld en genoeg tijd hebben. Hoe staathet daarmee? Hoe staat het met de derde en de vierde intercity? Hetamendement van Grinwis en vele anderen vraagt namelijk niet alleen omminder verstoringen maar ook om meer en snellere treinen.Tot slot, voorzitter, nog één afrondende vraag over het traject Emmen–Rheine, of specifiek over de 500 meter van station Coevorden tot deDuitse grens. Ik ben op zich blij met de beantwoording van de Staatsse-cretaris van onze schriftelijke vragen hierover, over de inzet van Duitsmaterieel en de inzet bij de ILT. Mijn vraag is als volgt. Stel dat de Duitseveiligheidsinstantie de ILT morgen om een advies vraagt, wanneer zou ditadvies dan positief beoordeeld kunnen zijn? Kan de Staatssecretaris ooksamen met zijn Europese collega’s inzetten op vereenvoudiging van hetproces door dit te agenderen bij de eerstvolgende Transportraad?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Grinwis namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Het blijkt ook duidelijk uit de bijdragen van mijncollega’s: dit kabinet is niet vooruit te branden als het aankomt op hetverbeteren van de bereikbaarheid van Nederland per spoor, en in hetbijzonder van Noord-Nederland. We weten allemaal dat politiek kiezen inschaarste is. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: durft hij dat? Er is altijdte weinig geld om alles te doen wat we zouden willen, altijd. Dat probleemhad natuurlijk minder groot hoeven zijn als de coalitie minder geld zoustoppen in allerlei consumptieve uitgaven als het verlagen van het eigenrisico en meer in investeringen in onze infrastructuur. Ook in tijden waarinTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122925 je in een te strak pak bent genaaid, is besturen goed mogelijk, maar danmoet je er wel voor gaan staan, met een visie. Je moet gaan staan voor deregio. Je moet de mooie woorden over bereikbaarheid en daadkrachtomzetten in daden. Ik denk dat mijn oproep aan de Staatssecretaris helderis.Voorzitter. Dan kom ik op een aantal specifieke projecten. Allereerst deflessenhals bij Meppel. In de regio is fikse onrust ontstaan – collegaVedder en een aantal andere collega’s hadden het er ook al over – nu blijktdat met het huidige budget dat door de Kamer bij elkaar geharkt is en datvolgens alle berichten in eerste instantie genoeg zou zijn, alleen eenvierde perron aangelegd kan worden en het emplacement aangepast kanworden. Dat betekent dus dat de overwegen tussen Zwolle en Meppel nogaltijd niet aangepakt zouden worden, terwijl dat uitdrukkelijk wel in descope zat van de door de Kamer aangenomen amendementen. Er komtvooralsnog dus nog geen ondertunneling. Door het huidige standstill-principe komen er dus ook gewoon geen extra treinen. De door de regioen de Kamer gewenste derde en vierde intercity naar Groningen zijndaarmee dus voorlopig gewoon uit beeld.Kan de Staatssecretaris zo spoedig mogelijk een strakkere raming geven,om de overwegen tussen Meppel en Zwolle ook aan te pakken? Gaat hetbij de 100 miljoen die de Staatssecretaris bij het vorige debat noemdeecht om slechts twee overgangen of tunnels? Wat gebeurt er dan met alleandere overgangen, zoals die in Staphorst? Gaat de Staatssecretaris hierzelf geld voor uittrekken of moet de Kamer voor de derde keer voor hetnoorden van het land opkomen, omdat de regering dat weigert? Haalgewoon het benodigde geld uit de rokende restanten van de reserveringvoor de doortrekking van de Noord/Zuidlijn. Dat zou mijn simpelesuggestie zijn. Hoe staat het met de uitvoering van de motie-Van der Graafover de derde en vierde intercity naar Groningen? Nee, dat zijn niet dieextra treinen van Arriva, die overigens nog steeds niet rijden, ondanks deaankondiging van de Staatssecretaris in het vorige debat dat deze perjanuari 2025 zouden rijden. Graag een harde toezegging op dievolwaardige derde en vierde intercity per uur van en naar Groningen, nogdeze concessieperiode.De voorzitter:Meneer Grinwis, ik ga u toch onderbreken, want u heeft een interruptievan de heer Bamenga van D66.De heer Bamenga (D66):De heer Grinwis noemt in zijn interrupties, maar ook nu in zijn eigenbijdrage, de restanten van de reservering voor de Noord/Zuidlijn. Ik wiltoch aan de heer Grinwis vragen of hij weet dat de Noord/Zuidlijnrandvoorwaardelijk is voor meer treinreizen richting Brussel, Londen enParijs, omdat die nu eenmaal ruimte biedt in de Schipholtunnel. Zelfs deaanleg van de Lelylijn is afhankelijk van de ruimte die daardoor ontstaat.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, daar ben ik mij terdege van bewust. Ik wilde er net iets over gaanzeggen, dus dank voor deze interruptie. Dat scheelt weer spreektijd. Ik benme zeer bewust van de toegevoegde waarde van het doortrekken van deNoord/Zuidlijn naar Schiphol. Sterker nog, ik ben ook overtuigd van denoodzaak ervan. Als het aan de ChristenUnie zou liggen, zouden we meerinvesteren in openbaar vervoer en zouden we niet de rokende restantenvan deze reservering hoeven te plunderen, maar zouden we die aanvullen,zodat we en-en-en kunnen doen. Maar gegeven de situatie en gegeven hetfeit dat deze coalitie geen extra geld voor ov-projecten heeft uitgetrokken,maar wel heeft gezegd dat ze de Nedersaksenlijn aanlegt, de Lelylijn wilaanleggen en de meeste van de zeventien gepauzeerde projecten, waar deNoord/Zuidlijn ook bij zit, wil lostrekken ... De coalitie heeft er geen geldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122926 voor uitgetrokken. We weten dat er 1,8 miljard uit deze reservering isgehaald en dat er daarmee bij lange na geen zicht is op het realiseren vande doortrekking van de Noord/Zuidlijn. We weten dat die MKBA-technischaltijd goed uitkomt, dus bij een volgend kabinet komt er altijd wel weergeld voor de Noord/Zuidlijn. Maar ik denk niet dat er ooit weer geld komtvoor de Nedersaksenlijn of de Lelylijn, die MKBA-technisch mindermakkelijk rondrekenen. Dan zeg ik, geruggensteund door het hoofdlijnen-akkoord, waarin gepleit wordt voor de Nedersaksenlijn en de Lelylijn: stopnu geld in de Nedersaksenlijn en forceer een doorbraak; begin vandaagmet de MIRT-verkenning. Daar leg ik de prioriteit en dan moet deNoord/Zuidlijn nog eventjes wachten, niet omdat ik dat zo graag wil, maaromdat wij als ChristenUniepolitici wel durven te kiezen in schaarste.De voorzitter:U mag verdergaan met uw betoog. De heer Bamenga zou wel willenreageren, maar zijn interrupties zijn op. Meneer Grinwis, vervolgt u uwbetoog.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, voorzitter. Dan kan ik dit stukje overslaan, want dit was in één keerhelder.Voorzitter. Dat is dus ook mijn pleidooi voor de Nedersaksenlijn. Dat hettenenkrommend was en broddelwerk: al die woorden zijn al gevallen, dusdie hoef ik niet dunnetjes gaan herhalen. Mijn oproep aan de Staatssecre-taris is niet om ach en wee te gaan roepen of «moeilijk, moeilijk, moeilijk»,maar om gewoon keuzes te maken. Er ligt 872 miljoen op de plank in diereservering voor het doortrekken van de Noord/Zuidlijn. Gebruik dewoningbouwgelden, de ontsluitingsmiddelen voor de woningbouw, die erwel zijn, die deze coalitie wel heeft uitgetrokken. Een plus een is drie en jekunt die MIRT-verkenning starten. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is:ga er nou niet omheen draaien, ga ervoor staan. Kies en zeg toe dat ditinderdaad een route zou kunnen zijn die u gaat bewandelen, sterker nog,dat dit de route zal worden die u gaat bewandelen en in ieder geval datdie MIRT-verkenning uiterlijk met de Voorjaarsnota zal worden gestart.Dan de Bikkergelden. Deze enorme investering in betaalbaarheid enbeschikbaarheid van het openbaar vervoer onder aanvoering van ... Nouja, wij mochten daar leiding aan geven, maar er waren heel veel fracties indeze Kamer die die route steunden en die onder die motie-Bikker stonden.Die dreigt toch een beetje een stille dood te sterven. Enerzijds omdat deregering hard dreigt te gaan bezuinigen op bussen in de regio’s rond degrote steden, de korting op de BDU die als een donderslag bij helderehemel in het coalitieakkoord stond, althans impliciet, maar anderzijds ookdoor het inflatiespook. De prijsstijging bij de NS werd dankzij de motieeenmalig voorkomen. Dit jaar moest 6% prijsstijging worden doorge-voerd, waarbij vermeld moet worden dat de Staatssecretaris in de bres isgesprongen. Anders was het nog erger geweest. Dat geef ik graag toe.Maar als we niet uitkijken, dreigt opnieuw een grote stijging van de prijsvan treinkaartjes in 2026. Hoe gaat de Staatssecretaris een structureleoplossing voor die enorme prijsstijging bij de NS bieden? Ook deaccijnsverlaging op benzine en diesel verdwijnt per 1 januari 2026. Erdreigt dus over de volle breedte een forse prijsstijging per 1 januariaanstaande voor het personenvervoer. Werkt de Staatssecretaris samenmet de Minister aan één bod voor de voorjaarsnotaonderhandelingen omhier misschien een antwoord op te formuleren? Of laten we het gewoonallemaal gebeuren en betekent dat gewoon weer een grote prijsstijging endus nog een hogere inflatie komend jaar? Hoe vecht de Staatssecretaristegen de dreigende kaalslag in het ov als gevolg van de ... Nee, dat was’m.Dan de hsl. Ik kan me aansluiten bij de gestelde vragen. De snelheidsbe-perkingen zijn in december bijgesteld. Toch is er nog geen zicht op eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122927 definitieve oplossing. Mijn laatste vraag aan de Staatssecretaris is:wanneer komt u met een plan van aanpak en een planning, inclusiefrealistische raming, om de hsl weer in de benen te krijgen en dan met desnelheid van 300 kilometer per uur die oorspronkelijk was beoogd?De voorzitter:Dank u wel. De heer El Abassi namens DENK. Ga uw gang.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Vandaag kan ik niet anders dan wederom stilstaan bij deabsurde prijsstijgingen van de treinkaartjes. De verhoging van maar liefst6% is inmiddels per 1 januari ingegaan. De Staatssecretaris lijkt zichzelfgerust te stellen met de gedachte dat het erger had gekund, dat het geen12% is geworden. Het kan niet erger. Het kon alleen beter, namelijk geenverhoging of zelfs de treinkaartjes goedkoper maken. In een tijd waarinveel mensen moeite hebben om rond te komen, wordt het openbaarvervoer in Nederland alleen maar duurder en dat terwijl juist het spoortoegankelijk en betaalbaar zou moeten zijn voor iedereen. Gezinnen meteen laag tot modaal inkomen zouden zich niet maandelijks zorgen moetenmaken over waar zij de honderden euro’s vandaan moeten gaan halenvoor noodzakelijke reizen. Wat gaat de Minister doen om treinkaartjesbetaalbaar te houden voor Nederlanders met een laag of modaalinkomen?Tegelijkertijd zien we dat de NS sinds kort met 1.600 extra treinen perweek rijdt om het dalende aantal reizigers op te vangen. Hoe beter onzedienstregeling, des te meer Nederland aan de trein heeft, aldus de NS.Maar wat heeft Nederland aan meer treinen als een treinkaartjeonbetaalbaar is geworden? Meer aanbod helpt niet als mensen de treinniet kunnen betalen. Groei heeft pas zin als het openbaar vervoer vooriedereen toegankelijk is. Is de Staatssecretaris bereid om samen met deNS te zorgen voor niet alleen meer, maar vooral voor betaalbaar openbaarvervoer?Voorzitter. Ik wil de Staatssecretaris meenemen naar Spanje en uiteraardniet fysiek, maar gewoon in gedachten. Tijdens mijn werkbezoek vorigeweek, stapte ik hier samen met mijn collega’s in de hogesnelheidstreinvan Barcelona naar Madrid. In slechts tweeënhalf uur legden we ruim500 kilometer af. Dat is sneller dan met de auto gaan, want dat duurtzesenhalf uur en zelfs sneller dan met het vliegtuig gaan, als je de tijdvoor het inchecken en de security meeneemt. Maar wat me het meesteopviel, is dat zo’n rit van 500 kilometer mogelijk is voor slechts € 9. € 9,voorzitter, € 9! Ter vergelijking, een tiende van het aantal kilometers is dereis van Utrecht naar Den Haag, maar je betaalt daar wel het dubbelevoor. Voor een comfortabele, snelle en duurzame reis dwars door het landhoef je dus slechts € 9 te betalen. Voor hetzelfde geld komt menigNederlander het dorp niet eens uit met de buurtbus. Doordat Spanje hetopenbaar vervoer zo aantrekkelijk heeft gemaakt voor iedereen is hetpercentage reizigers tussen Barcelona en Madrid dat de trein boven hetvliegtuig verkoos flink gestegen. In 2019 koos zo’n 60% voor de trein –daar gaat de bel van de plenaire vergadering – en inmiddels is dat 80%.Dat zijn percentages waar wij in Nederland momenteel slechts vankunnen dromen. In de woorden van mijn collega van de VVD: het is om jevingers bij af te likken.Hoe kan het dat Spanje erin slaagt om zijn spoor zo toegankelijk enbetaalbaar te maken, terwijl in Nederland de prijzen de pan uit rijzen?Waarom kunnen wij niet leren van deze landen, zou ik de Staatssecretariswillen vragen. Is de Staatssecretaris bereid om te onderzoeken hoe landenals Spanje hun spoor betaalbaar houden en om deze inzichten te vertalennaar de Nederlandse situatie? Ik heb hierover al eerder een motieingediend, namelijk om een onderzoek te doen naar de buurlanden waaropenbaar vervoer veel goedkoper is. Die motie heeft het helaas nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122928 gehaald. Ik stel dus nog een keer de vraag aan de Staatssecretaris. Graageen reflectie hierop van onze Staatssecretaris. Mensen zouden moetenkiezen voor de trein omdat die snel, comfortabel en betaalbaar is, en nietomdat ze een andere keuze hebben. De trein moet geen luxeproduct zijn,maar een rechtvaardige en toegankelijke optie voor iedereen.Voorzitter. Dat was het wat mij betreft.De voorzitter:U heeft nog een interruptie van de heer Olger van Dijk. Gaat uw gang,meneer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):We kunnen ons als Nieuw Sociaal Contract op zichzelf heel goedaansluiten bij het betoog van de heer El Abassi van DENK over betaalbaretreinkaartjes. Wij hebben ons uiterste best gedaan, in overleg met dezeKamer, om het tot die 6% te beperken. Dan kun je inderdaad het glas alshalfvol of als erg leeg zien, zoals de heer El Abassi dat formuleert. Maardan toch even het volgende. Politiek is ook kiezen. Ik ken DENK als eenzeer autominnende partij. De heer Grinwis refereerde al aan de uitdagingbij de accijnzen. Het kan niet allemaal. We kunnen niet én ervoor zorgendat de treinkaartjes goedkoper worden én ervoor zorgen dat accijnzenlaag blijven of lager worden. Dus ik zou de heer El Abassi en DENK willenuitdagen. Wat moet het nou zijn, als we een keuze hebben? De bomengroeien financieel gezien niet meer tot aan de hemel. Als we 100 miljoenof 200 miljoen hebben, gaat dat dan naar de treinkaartjes of naar deaccijnzen op de auto’s?De heer El Abassi (DENK):Inderdaad, het lijkt op deze manier wel een breder debat te worden. Wijwerken voor de auto op allerlei manieren enorm belastend. Die wordt opallerlei manieren belast of het nou gaat om parkeerbelasting, verkeers-boetes of welke manier dan ook. Wij zijn daar geen voorstander van. Wijzijn wel voorstander van het volgende. Wij hebben dat ook in Spanjeteruggezien en dat land kan dat. Inderdaad, het is een kwestie van keuzes.De treinen zijn daar enorm aan het concurreren met de auto. Dat is wathet aangaf in de presentatie waar de heer Olger van Dijk ook bij aanwezigwas. Dat zou ik eigenlijk hier in Nederland terug willen zien. Dus zorgervoor dat je goede concurrentie hebt. Wij zijn er inderdaad geenvoorstander van om auto’s als melkkoe te gebruiken. Als de heer Olgervan Dijk gaat vragen waar het geld vandaan moet komen, dan zeg ik dat ikdat voorbeeld vaker heb genoemd. Deze coalitie heeft ervoor gekozen om1,7 miljard cadeau te geven aan grootaandeelhouders, aan rijkereondernemingen. Die keuze zouden wij niet gemaakt hebben. Die hebbenjullie wel gemaakt, zeg ik even tegen diegenen die in de coalitie, in hetkabinet, zitten. Die keuze zouden wij niet gemaakt hebben. Het hieraanbesteden, zouden wij perfect vinden.De heer Olger van Dijk (NSC):De vraag was natuurlijk om een keuze te maken, omdat er schaarste is.Waar je het geld ook vandaan haalt, er is een scheiding tussen inkomstenen uitgaven, maar daar moeten we het nu niet over gaan hebben, wantdan wordt het debat nog breder. Maar ik hoor de heer El Abassi welzeggen dat hij concurrentie bepleit. Moet ik dat dan horen als dat DENKeigenlijk de huidige concessie van NS wil openbreken en ook op hetkernnet volledige concurrentie wil toestaan?De heer El Abassi (DENK):Van mij mag er best geconcurreerd worden. Volgens mij is er al een vormvan marktwerking, ook hier in Nederland. Het is een beetje een vage vormvan marktwerking, durf ik wel zeggen. Er is wel concurrentie, maar tochTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122929 ook weer niet. Dus wat dat betreft mag er wat mij betreft wel meerconcurrentie zijn. Tegelijkertijd vind ik wel dat de overheid erop moettoezien dat het niet doorslaat. Ik kan me namelijk zomaar voorstellen datals een particuliere partij in een monopoliepositie terechtkomt, die danook alles kan doen. Dat hebben we gezien in de zorg. Dat hebben wegezien bij wonen. Dat moeten niet ook bij mobiliteit hebben. Ik zou duszeggen: prima, concurrentie mag, maar zorg ervoor dat marktwerking nietdoorslaat.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerstetermijn van de kant van de Kamer. We gaan nu schorsen, zodat deStaatssecretaris zich kan voorbereiden op de beantwoording in de eerstetermijn van de Staatssecretaris. Ik schors daarom dit debat tot 16.00 uur.De vergadering wordt van 15.32 uur tot 16.01 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen dit commissiedebat Spoor. Hartelijk welkom terug aan deStaatssecretaris. We gaan beginnen aan de beantwoording in de eerstetermijn van de kant van het kabinet. Daarvoor wil ik de Staatssecretarishet woord geven, maar niet zonder hem te vragen een toelichting tegeven op de wijze van beantwoorden. Dat helpt namelijk altijd heel erg bijhet overzicht. Aan de leden zou ik willen voorstellen dat we interruptiesplegen aan het einde van elk blokje. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Dank u wel, voorzitter. Ik heb vijf mapjes: algemeen, sociale veiligheid,bereikbaarheid Noord-Nederland, internationaal spoor en overig. Ze zijnalle vijf goed gevuld, dus ik ga gewoon rustig beginnen.De voorzitter:Ik zou u willen aansporen om dat «rustig» achterwege te laten. Gaat uwgang. We gaan tempo maken.Staatssecretaris Jansen:Voorzitter. Dank ook aan de Kamer natuurlijk voor haar inbreng in eerstetermijn. Ik zie overigens een aantal mensen naar u kijken, voorzitter.Misschien is er een vraag.De voorzitter:Nou, wat zullen we eens doen? Ik zou zeggen: maximaal vier interrupties.Maar wel korte interrupties, want we hebben de helft van de tijd voor ditdebat al gebruikt. Dus vier korte interrupties. Ik ga daar echt goed opletten. Ga uw gang, Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Nogmaals dank, voorzitter. In Nederland ligt ruim 3.000 kilometer spoor.Het komt niet vaak voor dat we het spoornetwerk kunnen uitbreiden. Hetlaatste stukje nieuw spoor dat in gebruik is genomen, was het Theems-wegtracé: 4 kilometer nieuw spoor in de Rotterdamse haven. Dat kostte300 miljoen euro en is in 2021 in gebruik genomen. Nieuw spooraanleggen is kostbaar en moet goed worden ingepast in ons dichtbevolkteland.Deze Kamer wil dat we ook aan de slag gaan met de Lelylijn en deNedersaksenlijn – ik zal nog even schetsen wat er precies is gebeurd –maar op dit moment is dat niet realistisch, omdat zicht op financiering vandeze spoorlijnen ontbreekt. Dit kabinet stelde daarom een compromisvoor: geld dat gereserveerd staat voor de Lelylijn en op zijn vroegst pasbij de realisatie daarvan hiervoor beschikbaar gesteld zou kunnen worden,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122930 nu inzetten voor de Nedersaksenlijn. Voor de Nedersaksenlijn kannamelijk binnen de huidige regels een verkenning gestart worden. Voorde Lelylijn kan dit met de huidige middelen niet. In het masterplan voor deLelylijn onderzoeken we hoe de financiering van dit spoortraject vanongekende omvang alsnog zou kunnen worden gerealiseerd. Het kabinetheeft dit besluit niet lichtzinnig genomen. Alle opties zijn de revuegepasseerd, van afwijken van spelregels tot vinden van extra budgetbinnen het Rijk en van deelverkenningen tot onderzoek naar alternatievevormen van financiering. Geen van deze opties heeft enkel voordelen. UwKamer heeft via de motie-Van Dijk unaniem laten weten niets te voelenvoor het voorstel van het kabinet, en dus ga ik de komende tijd samenmet de regio kijken hoe we dan wel stappen kunnen zetten voor deNedersaksenlijn. Tegelijkertijd werken we dus aan het eerdergenoemdemasterplan voor de Lelylijn. Ik kom hier bij de Voorjaarsnota nog een keerop terug, maar ik ben ook benieuwd welke mogelijkheden de Kamer zelfziet om beide projecten toch vlot te trekken. De heer Grinwis van deChristenUnie kwam met een voorbeeld daarvoor.Het andere belangrijke onderwerp waarover we het vandaag hebben, isde hoofdrailnetconcessie. Sinds 1 januari is de hoofdrailnetconcessie van2025–2033 in werking getreden. Daarmee gaan 1,1 miljoen treinreizigersin Nederland erop vooruit. Met de nieuwe dienstregeling 2025 rijdt de NSzo’n 1.600 extra treinen. Zo rijdt bijvoorbeeld de Airport Sprinter elf keerper uur tussen Schiphol en Amsterdam Centraal. Ook gaat binnenkort devernieuwde Eurostarterminal open. Dan kunnen reizigers weer zondertussenstop van Amsterdam naar Londen reizen in vier uur.De laatste jaren waren de prestaties op het spoor echter ondermaats. In2024 hebben NS en ProRail hard gewerkt om de prestaties op het spoor teverbeteren met het verbeterprogramma Betrouwbaar Beter. Door in tezetten op onderhoud van materieel en voldoende technisch personeel, isde beschikbaarheid van materieel weer op orde. Daarnaast zijn er vorigjaar 30 snelheidsbeperkingen opgelost, bijvoorbeeld bij Geleen, Raven-stein en Zaltbommel. Daarmee zijn we er nog niet. Voor de volledigeprestatieverbetering is meer tijd nodig. Daar blijven NS en ProRail zichsamen met het ministerie voor inzetten.Er ligt ook een enorme onderhoudsopgave op de spoorwegen. Naast destappen die met het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer wordengezet om de bereikbaarheid per spoor te verbeteren, wordt op veelplekken in Nederland ook het spoor vernieuwd. En hoewel dit op kortetermijn hinder voor de reizigers oplevert, zorgt dit op lange termijn vooreen verbeterde betrouwbaarheid van het spoor.Ik sluit graag af met een topprioriteit van dit kabinet. Dat is de inzet op hetveiliger maken van het openbaar vervoer, zodat werknemers en reizigerszorgeloos in de trein kunnen stappen. Samen met de vervoerders, dedecentrale concessieverleners, ProRail, de politie, de vakbonden en hetMinisterie van Justitie en Veiligheid zijn we daarmee bezig. We zien datwe bij een situatie zoals er momenteel is rondom station Maarheezegezamenlijk, ook met het kabinet, de overlast moeten aanpakken en onsmaximaal moeten inspannen voor veilige bereikbaarheid. Over deveelheid aan maatregelen die worden genomen door de ov-sector, wordtuw Kamer binnenkort per brief nader geïnformeerd. Kortom, we werkensamen met onze partners hard aan een veilig en bereikbaar Nederland perspoor. Dat zullen we ook het komende jaar blijven doen.Dit was mijn algemene inleiding. Ik heb ook nog een aantal concretevragen bij de inleiding. Wilt u dat ik die ook nu doe of wilt u eerst deKamer vragen laten stellen?De voorzitter:Ik zou ze graag even die gelegenheid willen geven. De heer De Hoop heeftvolgens mij een vraag, namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122931 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):De Staatssecretaris had ook kunnen zeggen: ik realiseer me dat ik eenroute heb bewandeld die de Kamer niet wilde en ik heb de deksel op deneus gekregen; ik had het misschien anders kunnen doen. De Staatssecre-taris zegt dat het een compromis was. Het is geen compromis als de heleKamer al een jaar lang zegt «ik wil het niet», maar de Staatssecretaris hettoch doet. De Staatssecretaris heeft met zijn oren dicht, met zijn vingers inde oren, deze route gekozen en hij staat er nog steeds achter. Ik vind hetwel heel ingewikkeld dat de Staatssecretaris geen enkele beweging maakten ook niet schetst wat die andere scenario’s dan waren. Ik hoor nu graagvan hem drie, vier concrete scenario’s die de Staatssecretaris anders ingedachten had. Leg die dan op tafel in dit debat, zou ik tegen de Staatsse-cretaris willen zeggen.Staatssecretaris Jansen:Ik heb gezegd dat dit kabinet op grond van meerdere besprekingen binnenhet kabinet tot dit voorstel heeft besloten. Dat is het compromis dat webinnen het kabinet hebben bereikt op grond van de middelen diebeschikbaar waren en de situatie zoals die is. Dat is de reden waarom ditkabinet heeft gezegd: dit is ons voorstel richting de Kamer. De Kamerheeft een hele duidelijke uitspraak gedaan: dat wil zij niet.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan concludeer ik nu dat wij tot de Voorjaarsnota niet nog iets anders vande Staatssecretaris kunnen verwachten.Staatssecretaris Jansen:We hebben ook gesproken over andere mogelijkheden, maar daar wasgeen draagvlak voor binnen het kabinet. Hier was wel draagvlak voor. Ditis het voorstel dat ik heb gedaan aan de Kamer. Over andere voorstellenzullen wij bij de Voorjaarsnota wederom als kabinet een besluit gaannemen en dan gaan we richting de Kamer.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Er is al in januari 2024 door de Kamer een spreekt-uitmotie aangenomenwaarin werd gezegd dat de Lelylijngelden niet ingezet mogen wordenvoor de Nedersaksenlijn. De Staatssecretaris is zo meteen tot aan deVoorjaarsnota in april 2025 niet in staat geweest om dan wel binnen ditkabinet dan wel buiten dit kabinet in de Kamer een andere oplossing voorelkaar te krijgen en daar een draagvlak voor te organiseren in het kabineten in de Kamer. Wat heeft de Staatssecretaris zitten doen?Staatssecretaris Jansen:We hebben de afgelopen maanden wel degelijk met elkaar nagedacht,zowel binnen het ministerie als binnen het kabinet, over hoe je hier op dejuiste wijze mee om kunt gaan. We hebben ook gekeken naar de financiëlepositie en naar welke middelen er binnen het hoofdlijnenakkoordgereserveerd waren voor een aantal projecten. We hebben het nu de heletijd over de Lelylijn en de Nedersaksenlijn, maar de Noord/Zuidlijn wordtdaar ook genoemd als een van de prioritaire projecten. Wij hebben daardus gewoon naar gekeken en binnen het kabinet was er draagvlak voordeze oplossing. We wisten van het bestaan van de motie van de Kamer.Die is niet voor niets al eerder aangenomen, maar dit was wel hetgeenwaarvan we binnen het kabinet zeggen: hier was draagvlak voor enhiermee willen we graag richting de Kamer gaan, om te kijken of deKamer hiervoor openstaat of niet. De stemming over de motie van de heerVan Dijk was vrij duidelijk. Er waren 150 stemmen voor. De Kamer staathier dus niet voor open.De heer Olger van Dijk (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122932 Ik zit toch met stijgende verbazing hiernaar te luisteren. Het begint met defeiten op een rij hebben. We mogen toch verwachten van de Staatssecre-taris dat hij die op een rij heeft. Collega De Hoop heeft al gerefereerd aande motie uit januari. Die mag bekend zijn. De Staatssecretaris is daarnaaangetreden, maar we mogen er toch van uitgaan dat hij die motie ookheeft. In elk debat dat we hierover hebben gevoerd, is die door een vanons vanuit de Kamer genoemd. Ik wil daar nog twee dingen aantoevoegen. Dan wil ik een reactie van de Staatssecretaris, met iets vaninzicht over of hij dit misschien anders of beter had kunnen doen. Daarben ik in alle eerlijkheid wel een beetje naar op zoek, ook om vertrouwente krijgen in het vervolg.In november is er door ondergetekende een motie ingebracht over hetmasterplan Lelylijn. U kunt ’m nazoeken. Daar staat een tweede verzoekin. Dat verzoek is om te blijven zoeken naar aanvullende financieringbovenop het budget dat er al is. Dat was een paar weken voor hetzogenaamde voorstel vanuit het kabinet om wel het Lelylijnbudget tegebruiken. Ik kan niet inzien hoe je die uitspraak anders kan uitleggen. Datwas dus voordat er gewerkt werd aan het voorstel om volledig naar hetLelylijnbudget te kijken voor de Nedersaksenlijn.En dan het tweede. Er is door deze Staatssecretaris geen voorstel aandeze Kamer gedaan. De reden dat de motie door ondergetekende isingediend, is dat in het debat, toen we bleven vragen waar deze Staatsse-cretaris dan naar keek, gezegd is dat niet uitgesloten was dat er ook zouworden gekeken naar het budget voor de Lelylijn. Dat is iets anders daneen voorstel. Daarom hebben wij die motie ingediend. Ik verwacht dustoch een reflectie van deze Staatssecretaris op deze feiten zoals ik diepresenteer, en de erkenning dat de Staatssecretaris dit proces op eenandere manier had kunnen ingaan door ook andere opties te onder-zoeken.De voorzitter:Twee interrupties in één.Staatssecretaris Jansen:Sorry, ik dacht dat er eerst nog een andere vraag van mevrouw Vedderwas.De voorzitter:Nee, u mag nu antwoorden, hoor.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik heel duidelijk gezegd wat het proces was. Ik heb ookonder anderen van mevrouw Vedder, maar later ook van de heer Van Dijk,de vraag gehad of ik ook keek naar de middelen die gereserveerd zijn voorde Lelylijn en of ik daarvan geen gebruik zou willen maken voor deNedersaksenlijn. Volgens mij heb ik tot twee of drie keer toe aan de Kameraangegeven dat ik die garantie niet ga geven omdat we alle opties openmoeten houden. Dat is ook een van de vragen die de heer Van Dijkletterlijk aan mij gesteld heeft: wilt u alle opties openhouden? Dat wasiedere keer mijn antwoord daarop. Nogmaals, wij hebben hier binnen hetkabinet meerdere keren over gesproken. Voor dit voorstel was draagvlaken voor de andere voorstellen niet.De heer Olger van Dijk (NSC):Voor de goede orde het volgende. Vanuit NSC is altijd, in elk debatgezegd: handen af van het budget van de Lelylijn. Toen wij het beeldkregen dat u het niet uitsloot – dat is wat anders dan dat daar volledignaar gekeken wordt – hebben wij als Kamer gemeend dat nog een keer temoeten bekrachtigen. Van de zijde van NSC is telkens gezegd: weescreatief en kijk naar al die varianten. Op geen enkele manier hebben wijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122933 als Kamer het gevoel gekregen dat de opties die beschreven zijn in debeantwoording van de Kamervragen van Pierik en mijzelf, zijn onderzochten dat daarnaar gekeken wordt. Dat willen wij vandaag uit het debathalen. Ik zou toch ook de reflectie van de Staatssecretaris willen hebbendat hij dat wellicht beter had kunnen doen, en de erkenning dat er geenconcreet voorstel naar deze Kamer is gegaan om te doen wat er gezegd is.Dat hebben wij überhaupt niet gezien.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik ook in de afgelopen maanden in de debatten vakeropties laten vallen. We hebben ook gekeken naar Europese middelen,maar daarover hebben we in een debat richting de Kamer teruggekoppelddat dat maximaal 10% en waarschijnlijk minder zou zijn van het totalebedrag van bijvoorbeeld de Lelylijn in het kader van de TEN-T-middelen.De volgende tranche daarvoor wordt ook pas in 2028 opengesteld en dehuidige tranche is al vrijwel uitgeput. Dat zijn allemaal antwoorden die ikwel degelijk heb gegeven richting deze commissie in debatten in deafgelopen periode. We hebben dus wel degelijk zitten kijken naar allemogelijke middelen. We hebben ook gesproken met de regio en hebbengevraagd: zijn jullie bereid om mee te doen aan de financiering voor beideprojecten en, zo ja, hoeveel? Het antwoord was meestal een substantiëlebijdrage. Dat was het antwoord dat wij kregen met betrekking tot deLelylijn. We hebben dus wel degelijk zitten kijken naar wat er mogelijk is,maar uiteindelijk was dit het voorstel dat binnen het kabinet draagvlakkreeg, kijkend naar de middelen en de situatie. Tegelijkertijd heb ik aan deKamer aangegeven dat u op het moment dat we er niet uitkomen, bij deVoorjaarsnota concreet een voorstel krijgt voor concrete vervolgstappendie we willen zetten voor beide projecten. Nogmaals, ik blijf benadrukkendat de Noord/Zuidlijn een van die projecten is. Ook daarvoor zullen werichting de Kamer met een antwoord moeten komen.Mevrouw Vedder (CDA):Die motie van collega Van Dijk, Pierik en mijzelf was er al voordat hetvoorstel werd gepresenteerd, want er is nooit een voorstel gepresenteerd.Die is eigenlijk ook een uiting van het feit dat er al een aangenomenvoorstel lag. We hebben daar in heel veel debatten naar gevraagd: blijft deStaatssecretaris van de Lelylijn-pot af? Blijkbaar had de Kamer er geenvertrouwen in dat de Staatssecretaris zich dat signaal uit de Kamer zouaantrekken. Dat is de reden van het ontstaan van die motie. Die is met150 stemmen aangenomen. Nou begrijp ik dat er allerlei scenario’s zijnbesproken in het kabinet en dat het enige scenario waar in het kabinetdraagvlak voor is, die ene route is waarvan de Kamer unaniem heeftgezegd: dit willen we niet. Klopt dat?Staatssecretaris Jansen:Voorzitter. Vooruitlopend op december, toen we hierover de motie hebbengekregen van de heer Van Dijk, hebben wij heel veel opties besproken inhet kabinet. Dit was de meest kansrijke optie, waar binnen het kabinetunaniem draagvlak voor was.Mevrouw Vedder (CDA):Ik hoop dat ik hier nu een opening hoor. Het meeste draagvlak: ik hoop datdat betekent dat er andere scenario’s waren die ook op draagvlak kondenrekenen, maar misschien op minder draagvlak dan voor deze route. Dannog vind ik het onbegrijpelijk dat de Staatssecretaris niet heel helder in dediscussies in het kabinet heeft aangegeven: jongens, het voorstelwaarvoor het meeste draagvlak is en waarmee jullie mij nu naar de Kamersturen, is precies wat de Kamer niet wil. Ik kan daar gewoon niet bij. Hoezien de andere routes eruit, waar dan misschien minder draagvlak voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122934 was, maar hopelijk wel voldoende draagvlak? Wanneer komt de Ministermet de details daarover?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij moet ik eerst volgens de juiste route binnen het kabinet nukijken naar andere mogelijkheden voor draagvlak. Op het moment dat ik«onvoldoende draagvlak» zeg, kan het zijn dat daar een of meerderebewindspersonen vóór waren, terwijl een aantal dat niet zo’n goed ideevond. Dit was het enige idee waarover er unanimiteit bestond binnen hetkabinet.De voorzitter:Ik kijk nog even naar de heer De Hoop. Hij wil nog een interruptiegebruiken.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het zou voor een bewindspersoon wel fijn zijn om in staat te zijn om ineen kabinet draagvlak te organiseren. Ik vind het toch wel ingewikkeld omte proeven dat de Staatssecretaris alleen in staat is gebleken om voor ditvoorstel een meerderheid te organiseren in het kabinet, voordat het naarde Kamer kwam. Bovendien realiseert hij zich dan niet dat het uiteindelijkook gaat om een meerderheid in de Kamer. Ik snap gewoon niet dat deStaatssecretaris toen in het kabinet niet gezegd heeft: u kunt mij op dezemanier niet naar de Kamer sturen, want dan ga ik nat. Dat moet deStaatssecretaris toch aangevoeld hebben? Ik snap gewoon niet dat deStaatssecretaris zich op die manier het bos in heeft laten sturen. Hoe heefthij zich met iets laten sturen, waarvan hij wist dat hij daarmee nat zougaan in de Kamer? De Staatssecretaris kan dan toch gewoon zeggen: ikdoe dit gewoon niet op deze manier; dit kabinet heeft dit zelf in hetregeerprogramma gezet, dus steun me dan ook met een serieus voorstel?Ik had het als Staatssecretaris niet gepikt dat er op die manier met mij zouworden omgegaan.De voorzitter:Helder.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Mag ik daar dan een reflectie op?Staatssecretaris Jansen:Natuurlijk wist ik dat het een lastige opdracht was. Aan de andere kantgaat dit kabinet ook uit van het credo: wat kan wél in plaats van wat kanallemaal niet? Dit kon financieel wel, dus dit is het voorstel waarmee weuiteindelijk unaniem naar de Kamer zijn gegaan. En de Kamer heeft zichdaartegen uitgesproken.De voorzitter:Mevrouw Koekkoek nog, Volt.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dit is onbevredigend. Het kán wel; daar gaat dit kabinet van uit. Maar dangaan we dus alleen kijken naar wat het kabinet vindt, dus naar watvolgens het kabinet financieel wél kan. Dan boeit het dus niet wat er aandeze kant wordt gezegd. Dat is de boodschap nu eigenlijk. Dat ga ik echtniet over me heen laten komen. Wat wel kán, is wat zowel financieel alspolitiek kan, zeker als er een motie ligt die zo breed aangenomen is. Hiermoet echt een beter antwoord op komen.Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122935 Volgens mij is dit gewoon het antwoord. Er is een motie van de heer VanDijk, mevrouw Vedder en de heer Pierik aangenomen. 150 stemmenwaren voor die motie. Die motie zegt tegen het kabinet: dit is niet de juisteoplossing. Dat is de situatie. Wij hebben gewoon bekeken welke middelener beschikbaar zijn, welke projecten in het hoofdlijnenakkoord genoemdworden en hoe we daar uitvoering aan kunnen geven. Dit was een van demogelijkheden om daar uitvoering aan te geven. Het kabinet was erunaniem van overtuigd dat het in ieder geval financieel uit kon op dezemanier.Mevrouw Koekkoek (Volt):We hebben een situatie waarin de Staatssecretaris zegt dat hij heelduidelijk weet wat de Kamer wil, omdat er een aangenomen daarover ligten het ook daarvoor zeer duidelijk was. Vervolgens gaat hij in een overlegzitten dat wij niet kunnen controleren. Dan komt hij uit dat overleg en zegthij tegen de Kamer: sorry, maar mijn collega’s wilden allemaal niet, er wasgeen unanimiteit, dus daar zult u het maar mee moeten doen; ik heb nueen zwart gat op de Voorjaarsnota. Dat neigt naar een schoffering van hetparlement door dit kabinet. Ik hoop eigenlijk dat de Staatssecretaris zichdat niet alleen realiseert, maar dat hij ook aangeeft: ik heb voor u geknokt;ik heb dit, dit, dit en dit allemaal onderzocht. Want anders komt het ookeen beetje neer op politieke luiheid en dat zou ik niet wensen van eenStaatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Wij hebben als kabinet bekeken wat er mogelijk is. Dit was een helekansrijke mogelijkheid. Hier was unaniem steun voor binnen het kabinet.Voor de andere opties was er geen draagvlak in meerderheid. Dit was dusde enige weg die wij konden bewandelen. Laat ik heel duidelijk zijn. Het ishelemaal niet zo dat wij de Kamer negeren of dat wij gewoon zeggen:zoek het maar uit, Kamer! De motie van de heer Van Dijk is in decemberaangenomen. Daarin is heel duidelijk gezegd: wij vinden dit niet de juisteoptie. En dus valt die af.De voorzitter:Vervolgt u uw beantwoording, Staatssecretaris. Volgens mij gaat u nu danecht naar uw eerste blokje. Klopt dat? O, sorry, mevrouw Vedder nog. Gauw gang.Mevrouw Vedder (CDA):Ik zit hier toch wel met stijgende verbazing. De Staatssecretaris herhaaltkeer op keer dat dit het enige voorstel was waar het kabinet unaniemdraagvlak voor had. Dan kan ik niet anders dan dat vertalen ... Het kabinetwist ook dat hier in de Kamer geen draagvlak voor was. Het heeft dusunaniem besloten om de wens van de Kamer gewoon glashard tenegeren. Hoe moet ik dit op een andere manier vertalen dan dat? Ik hoopdat de Staatssecretaris mij dat uit kan leggen, want ik wordt hier nu echtdiepdroevig van.Staatssecretaris Jansen:Het is heel simpel. Dit was het voorstel waar draagvlak voor was binnenhet kabinet. Wij hebben aan de Kamer gevraagd: vindt u dit een goedidee? Er is een hele duidelijke motie gekomen die zegt: dat vinden wijgeen goed idee. En nee, dat is niet via een officieel voorstel gegaan.Daarin moet ik de heer Van Dijk ook gelijk geven. Maar het kwam tersprake in het debat. Ik heb toen aangegeven wat de denkrichting van hetkabinet is en de Kamer heeft aangegeven dat niet de juiste denkrichting tevinden.De heer Bamenga (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122936 Ik wilde eigenlijk reageren op wat de Staatssecretaris net zei, namelijk dater eigenlijk gezegd is dat dit de kansrijke optie was. Ten eerste vraag ik mijaf wat de Staatssecretaris daarmee bedoelt, dat het een kansrijke optie is.Er is namelijk gebleken dat die totaal niet kansrijk is. Op het moment datde Staatssecretaris dan zegt dat dit de enige optie is, vraag ik me sterk afof de Staatssecretaris deze klus daadwerkelijk kan klaren, als er totaalgeen draagvlak is voor de enige optie die de Staatssecretaris ziet.Staatssecretaris Jansen:Het was de enige optie, omdat wij hebben gekeken naar de middelen diebeschikbaar zijn. Voor alle projecten die genoemd worden in het hoofdlij-nenakkoord, de Lelylijn, de Nedersaksenlijn, de Noord/Zuidlijn, zijn geenaanvullende middelen beschikbaar gesteld. We hebben gekeken waar welbudget voor is en waar we inderdaad substantiële stappen kunnen zetten.Dat was de Nedersaksenlijn. Dat betekent niet – dat heb ik ook laatst in hetdebat tegen de Kamer gezegd – dat wij daarmee de intentie hadden om deLelylijn de nek om te draaien. Het masterplan, de aangenomen motie-Van Dijk, is namelijk ook iets waarmee we aan het werk waren. Alleen, wehadden het idee dat we met deze stap, om de middelen van de Lelylijn tegebruiken voor de Nedersaksenlijn, daarin al een substantiële staphadden kunnen zetten. Vervolgens zouden we zijn doorgegaan met hetmasterplan. Nu gaan we met beide projecten door of eigenlijk – ik blijf hetmaar herhalen – ook met de Noord/Zuidlijn. We gaan dus bij alle drie deprojecten verder kijken.De heer Bamenga (D66):Ik heb een hele simpele vraag: denkt de Staatssecretaris nog dat hij dezeklus kan klaren, ja of nee?Staatssecretaris Jansen:Wij kijken naar alle opties die er zijn. We kijken naar de beschikbaremiddelen en uiteindelijk komen we bij de Voorjaarsnota met een voorstelrichting de Kamer, want die gaat er uiteindelijk over. Binnen het kabinetzullen wij kijken of er draagvlak is voor de andere opties die aangedragenworden.De heer Grinwis (ChristenUnie):Politiek is kiezen in schaarste, zei ik in mijn termijn. De Staatssecretarishad een route voor ogen die de Kamer niet deelt, unaniem. De Staatsse-cretaris moet dus een andere keuze maken. Hij kan niet volstaan door tezeggen dat de Noord/Zuidlijn prioritair is. Er zit slechts 872 miljoen in dereservering, terwijl het hele project ... Nou ja, het was 2,8 miljard, maarhet gaat waarschijnlijk meer dan 3 miljard kosten en misschien wel meerdan 4 miljard, want de prijzen stijgen als je twee keer met je ogenknippert. De Nedersaksenlijn is prioritair en de Lelylijn is prioritair. DeStaatssecretaris zal dus moeten gaan kiezen in schaarste en het enigepotje dat hij heeft, is dat hij samen met de heer Madlener de woning-bouwgelden mag gaan delen. Zeg dat 50% naar wegen gaat en 50% naarov, dan kom je nog steeds geld te kort. Wat vindt de Staatssecretaris dusvan mijn voorzet om die, inderdaad niet populaire, keuze te maken? Ikkrijg namelijk ook gelijk appjes uit de regio Amsterdam, zo van: héGrinwis, wat ben je nou weer aan het doen? Maar durf te kiezen. Wat vindtde Staatssecretaris van deze keuze? Want anders blijven we er een beetjeomheen draaien en blijven we alles vooruitschuiven naar deVoorjaarsnota. Dan blijft iedereen in het ongewisse.Staatssecretaris Jansen:Ik ga ongetwijfeld nog uitgebreider terugkomen op uw vraag. U gafinderdaad een denkrichting mee. De Minister en ik zijn daarover ingesprek. We zijn aan het kijken. Die 2,5 miljard waar we het dan overTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122937 hebben, daarvan hebben we met name gekeken wat je ermee kuntbereiken. Dat moet aanvullend zijn op huidige afspraken. Op het momentdat er dus ergens een project is met een tekort van bijvoorbeeld100 miljoen, dan gaan we dus niet die 2,5 miljard daarvoor inzetten. Maarop het moment dat er een kansrijk project is waarvoor nog een stukinfrastructuur moet worden gerealiseerd, wat 100 miljoen kost enbijvoorbeeld additioneel 5.000 woningen betekent, dan gaan we dat weldoen. Zo hebben we op dit moment de inschatting gemaakt. Hoe deverdeling gemaakt wordt, dus wat gaat er naar weg, naar ov, naar fietspaden dergelijke, daar moeten we nog naar kijken met elkaar.De voorzitter:Dan kijk ik nog één keer goed naar de kant van de Kamer. Ik zie dat alleinterrupties voor nu even voorbij zijn. Dat zijn er overigens een heel aantalgeweest. Maar dan kunt u wat mij betreft met uw eerste blokje beginnen.Staatssecretaris Jansen:Voorzitter. Dan heb ik nog een hele rits vragen die onder het kopjealgemeen zijn gesteld. Kan de Staatssecretaris aangeven of er al resul-taten zijn behaald door het verbeterprogramma waar NSC per motie omheeft gevraagd? Dat was een vraag van de heer Van Dijk. ProRail en NShebben in 2024 volgens de planning de maatregelen in het verbeterpro-gramma uit kunnen voeren. Zo zijn er ruim 30 tijdelijke snelheidsbeper-kingen versneld opgelost. De materiaalbeschikbaarheid bij NS is weer oporde gebracht. Ook is de dienstverlening en informatievoorziening bijwerkzaamheden verbeterd. Dankzij deze maatregelen hebben ProRail enNS de bodemwaarden van de meeste prestatie-indicatoren alsnog kunnenhalen, zoals ook net in de eerste termijn door de Kamer is geconcludeerd.Dan heb ik een vraag van mevrouw Veltman van de VVD. Wat gaat deStaatssecretaris doen om ervoor te zorgen dat NS zijn prestaties verderverbeterd en de streefwaarden haalt? In 2024 hebben ProRail en NS allesop alles gezet om de maatregelen binnen het verbeterprogrammaBetrouwbaar Beter uit te voeren, om zo de prestaties te verbeteren. Het isduidelijk dat het verbeterprogramma al zorgt voor verbeteringen, want wezien de stijgende lijn die ik net ook al noemde. Aansturen op het verbe-teren van de prestaties via het verbeterprogramma blijkt dus een effectiefmiddel. Dat loopt door in 2025. IenW zal erop toezien dat ProRail en NSzich ook dit jaar blijven inzetten om de prestaties te verbeteren. Alleen, wijkunnen natuurlijk niet vooruitlopen op de prestaties in 2025. We zullen erwel heel scherp op blijven letten.Een vraag van de heer Eerdmans van JA21 gaat ook over de streef-waardes. Die zijn niet helemaal gehaald, maar wel bijna. Hoe groot is dekans dat ik vanuit Arnhem mijn aansluiting naar Den Haag mis, vroeg u.Dat vond u een goede streefwaarde, zoals u dat zelf omschreef. Het exactepercentage van deze specifieke verbinding heb ik natuurlijk niet paraat. Ikzal het wel voor de heer Eerdmans opzoeken. Misschien dat we daar eengetal uit kunnen halen dat u gaat helpen. Op basis van de voorlopigecijfers van 2024 blijkt wel dat je als reiziger in 89,4% van de gevallen optijd, met een marge van vier minuten, op je bestemming kan aankomen.Overstappen zijn hierin overigens ook meegenomen.Dan heb ik een vraag van de heer Van Dijk van NSC. Kan de Staatssecre-taris het comfort geven dat we in 2025 de absolute bodemwaarden achterons laten en dat de streefcijfers weer in beeld gaan komen? Zoals ik netzei, kan ik natuurlijk niet vooruitlopen op de prestaties in 2025. Wel was erin 2024 duidelijk een stijgende lijn te zien door de maatregelen in hetverbeterprogramma Betrouwbaar Beter. Ook in 2025 zullen ze zich blijveninzetten om de prestaties te verbeteren. De verwachting is wel dat diestijgende lijn ook zal worden voortgezet in 2025.Mevrouw Veltman stelde een vraag naar aanleiding van het werkbezoekaan Spanje. Zij vroeg om eens te kijken wat open toegang kan doen. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122938 kunnen volgens haar kansen grijpen en lef tonen. Zij vroeg of dit ook mijnvisie is als Staatssecretaris. We onderzoeken verschillende studievariantenvoor de marktordening na 2033. Tot 2033 borgt de hoofdrailnetconcessieeen samenhangend spoorvervoer en is open toegang met name mogelijkop de internationale verbindingen en, aanvullend op de HRN-concessie, inhet binnenland, daar waar er capaciteit is. Een van de varianten voor detoekomst waar ik naar laat kijken, gaat uit van veel ruimte voor opentoe-gangvervoer. Daarbij betrekken we ook de lessen uit de ervaringen vanandere landen met open toegang, zoals Spanje en Oostenrijk. Pas als weinzicht hebben in de gevolgen voor de reizigers en de efficiënte benuttingvan het spoorsysteem, kunnen we tot keuzes komen. Daarbij staat hetpublieke belang wat ons betreft natuurlijk voorop.Nog een vraag van mevrouw Veltman: wanneer kunnen vervoerders,vooruitlopend op het verlenen van toegang tot het spoor, werken metkaderovereenkomsten, die een betere planning voor investeerdersmogelijk maken? De toepassing van kaderovereenkomsten op het drukkeNederlandse netwerk is natuurlijk complex. Daarvoor moeten wenatuurlijk eerst de impact goed gaan onderzoeken. Samen met ProRailwordt de komende tijd onderzocht wat de mogelijkheden zijn omkaderovereenkomsten een goede plek te geven. Daarbij betrekken wenatuurlijk ook de sector.Een vraag van de heer De Hoop, mevrouw Veltman en de heer Grinwiswas, even heel algemeen opgeschreven, wat ik ga doen om de treinbetaalbaar te maken. Afgelopen najaar zijn natuurlijk met NS afsprakengemaakt om de tarieven in 2025 niet met 12%, maar met 6% te latenstijgen. Ja, 6% is nog steeds een flinke stijging, zeg ik ook richting de heerEl Abassi. Ik ben alleen wel blij dat het geen 12% is geworden. Daarbijheeft het kabinet de intentie uitgesproken om te komen tot een structureleoplossing vanaf 2026. Om te komen tot een voorstel wordt er op ditmoment interdepartementaal overleg gevoerd en wordt er met NSgesproken. Zoals eerder aan de Kamer gemeld, zal dit thema onderdeeluitmaken van de voorjaarsnotabesluitvorming. Daarnaast zal de Kamernader over dit thema worden geïnformeerd. Daarbij betrekken we ook dekorting op het studenten-ov en de BDU-gelden, zeg ik voor de volle-digheid.Dan een vraag van de heer El Abassi van DENK: wat gaat de Staatssecre-taris doen om de treinkaartjes betaalbaar te houden voor de lagereinkomens? De provinciale overheden en vervoersautoriteiten kunnen voorhet regionale ov tariefsproposities voor minima uitvragen. Dit gebeurt ookop meerdere plekken. Gemeenten kunnen hieraan ook een bijdrageleveren, als onderdeel van de gemeentelijke verantwoordelijkheid voorhet minimabeleid. Voor de HRN-concessie is NS verantwoordelijk voor hetinrichten van kortingsproducten. In NOVB-verband wordt verdernagedacht over een ticket voor lagere inkomens. Hierbij wordt welgekeken naar de financiering, die nog gevonden moet worden. Mogelijkkan dit een maatregel zijn in het sociaal klimaatplan van Nederland.Nog een vraag van de heer El Abassi: hoe kan het dat in Spanje het spoorzo betaalbaar is ten opzichte van Nederland? Ik herken inderdaad – ik benook weleens in Spanje met de trein geweest, zeg ik tegen de heer ElAbassi – dat de trein in Nederland relatief duur is in vergelijking metandere Europese landen. In andere Europese landen is het gebruikelijk datde belastingbetaler meer meebetaalt aan het treinkaartje, bijvoorbeeld inde vorm van een significante subsidie aan de vervoerder. In Nederland isdat niet zo. Daar hebben we als politiek niet voor gekozen.Nog een vraag van de heer El Abassi: is de Staatssecretaris bereid om teonderzoeken – dit is eigenlijk eenzelfde soort vraag, die in het verlengdevan de vorige ligt – waarom het treinkaartje in Spanje zo betaalbaar is endat te vertalen naar de Nederlandse context? Wij willen natuurlijk lerenvan goede voorbeelden elders, maar de situatie in Spanje – dat werd ookgezegd door een aantal Kamerleden in het onderlinge gesprek – is nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122939 een-op-een vergelijkbaar met die in Nederland. Ik heb ook berichtengekregen dat vervoerders in Spanje verliezen lijden. Het is de vraag of ditop de lange termijn houdbaar is. De Nederlandse situatie is anders. Wijspannen ons er binnen de Nederlandse context voor in om de betaal-baarheid van de trein zo goed mogelijk te borgen.Een vraag van mevrouw Veltman: hoe staat het met de uitvoering van demotie-Heutink/Veltman over de kerntaken van NS? Het kabinet betrektdeze motie bij het zoeken naar een structurele, meerjarige oplossing voorde NS-tarieven. Hierbij wordt ook overleg gevoerd met NS en met deaandeelhouder van NS, de Minister van Financiën. De Kamer wordtkomend voorjaar geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.Dan ben ik bijna aan het einde van het mapje algemeen, voorzitter. Deheer Grinwis van de ChristenUnie vroeg: werkt de Staatssecretaris met deMinister samen aan één bod voor de voorjaarsnotaonderhandelingen alshet gaat om de betaalbaarheid van het ov en een accijnsverlaging voor deauto? We trekken op dit dossier inderdaad samen op. In het hoofdlijnenak-koord hebben we alleen afgesproken dat de accijnskorting in 2025 blijftbestaan. Als de korting wordt doorgetrokken, heeft dat gevolgen voor deschatkist en het behalen van de klimaatdoelen. In het voorjaar gaat hetkabinet integraal kijken naar alle ontwikkelingen en opgaven. Op basisdaarvan nemen we een besluit. Maar we trekken hierin dus samen op.De laatste vraag in het blokje algemeen is van de heer Eerdmans: is NSvoorbereid op extra reizigers als de benzineprijzen stijgen en de mensende auto verruilen voor de trein? Op dit moment zitten we nog op 94% vanhet aantal van voor corona, dus er is nog ruimte. NS geeft dan ook aandat het een positieve ontwikkeling zal zijn als reizigers de auto verruilenvoor de trein. Zeker in de daluren is er nog veel ruimte in de trein. In deconcessie is geregeld dat NS moet zorgen dat er in de trein voldoendezitplaatscapaciteit is. Daar gaan we natuurlijk op toezien.Dat was het kopje algemeen, voorzitter.De voorzitter:Helemaal goed. Dan gaan we als eerste naar mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Het ging ook even over de prestaties van de NS. De Staatssecretaris zegtdat hij goed naar de prestaties blijft kijken en dat hij die volgt. Maar wehebben begrepen dat ProRail en NS hebben aangegeven dat er veelonderhoud op het spoor gaat plaatsvinden en dat dat veel overlast metzich mee gaat brengen. Ik zou graag willen weten op welke wijze deStaatssecretaris zich ertegenaan bemoeit om ervoor te zorgen dat dieoverlast echt tot een minimum wordt beperkt. Alleen maar zeggen «ikvolg de prestaties» is niet genoeg. Nee, wat doet hij? Is hij inherentgemotiveerd om te zorgen dat de reiziger in Nederland hier echt zo minmogelijk last van heeft?Staatssecretaris Jansen:Goeie vraag. Wij zijn hierover continu in gesprek met NS en ProRail. Wijhebben met hen de afspraak gemaakt dat we ook kijken naar het totalemobiliteitsplaatje binnen Nederland. Het kan dus niet zo zijn dat er ergensspoorwegwerkzaamheden zijn terwijl er tegelijkertijd in dezelfde regio aande weg wordt gewerkt. Dat proberen we te voorkomen via afstemming,want anders heb je als reiziger of als automobilist überhaupt geenalternatief meer. We proberen dus wel afstemming te vinden, zodatwerkzaamheden niet allemaal gelijktijdig op dezelfde locaties plaats-vinden. Daarnaast proberen we te werken met goede voorlichting encommunicatie, zodat mensen niet verrast worden en zodat ze wetenwanneer werkzaamheden gaan plaatsvinden en wat eventueel hetalternatief is dat wordt aangeraden vanwege de verwachte drukte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122940 De voorzitter:Er is een interruptie van de heer El Abassi van DENK.De heer El Abassi (DENK):Ik had de Staatssecretaris gevraagd hoe de treinkaartjes goedkopergemaakt kunnen worden, maar ik hoorde hem in zijn antwoord eigenlijkalleen verwijzen naar de gemeenten. Ik zou hem toch willen vragen:meent u dit? Meent u het dat u voor iets wat landelijk speelt, verwijst naarde gemeenten? Kunnen gemeenten dan willekeurig bepalen of er wel ofgeen subsidies richting bewoners gaan? Is dit niet een taak van deStaatssecretaris?Staatssecretaris Jansen:Dank aan de heer El Abassi voor deze vraag. Ik heb volgens mij aange-geven dat gemeenten hierop zouden kunnen inspelen via hun minima-beleid, maar natuurlijk kijken wij ook landelijk naar de betaalbaarheid vanhet treinticket. De prijs van een treinticket zou dit jaar met 12% zijngestegen, maar dat hebben we kunnen terugbrengen tot een stijging van6%. We gaan bij de Voorjaarsnota kijken – dat heb ik aan de Kamertoegezegd – welke structurele oplossing we hiervoor kunnen verzinnen.«Verzinnen» is niet het goede woord; «bedenken» is beter. Uiteindelijk zijnwe in deze zaal namelijk allemaal gebaat bij betaalbaar openbaar vervoer.De heer El Abassi (DENK):Volgens de Staatssecretaris moeten we blij zijn dat de prijs niet met 12%,maar met 6% is gestegen. Daar had je ieder willekeurig getal kunneninvullen: de prijs had beter met 100% dan met 200% kunnen stijgen, en gazo maar door. We willen niet dat het te duur wordt, maar het ís op ditmoment te duur. In vergelijking met alle buurlanden – dat heb ik vakeraangegeven, ook in het vorige debat – is het bij ons gewoon verschrik-kelijk duur. De landen om ons heen kiezen ervoor, zoals de Staatssecre-taris heeft aangegeven, om een subsidie te gebruiken voor hun inwoners.Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: waarom doen wij niet gewoon watandere landen doen, namelijk onze eigen inwoners helpen met hetvervoer?Staatssecretaris Jansen:Dat zal een integrale afweging zijn binnen het kabinet bij deVoorjaarsnota. Volgens mij is heel duidelijk dat wij ook kijken naar bredewelvaart en naar de koopkracht van mensen, maar die brede afweginggaan wij als kabinet maken bij de Voorjaarsnota.De heer El Abassi (DENK):Dat mag; dat kan. Maar daar heb ik ook rekening mee gehouden. Ik heb inmijn bijdrage aangegeven: als we een rit van Utrecht naar Den Haagvergelijken met een rit van Barcelona naar Madrid, zie je dat de rit vanBarcelona naar Madrid tien keer zoveel kilometers is. De rit van Utrechtnaar Den Haag is dus tien keer minder kilometers dan de rit van Barcelonanaar Madrid, maar de prijs is het dubbele van die grote rit. Dan hebbenwe het niet meer over koopkracht, maar over enorme woekerprijzen diewe hier vragen. Ik zou de Staatssecretaris toch willen vragen om, net alsde buurlanden, uit te zoeken wat mogelijk is om onze inwoners te helpenmet vervoer van A naar B.Staatssecretaris Jansen:Ik ben het met de heer El Abassi eens – dat heb ik volgens mij ook in mijninleiding gezegd – dat het Nederlandse openbaarvervoernetwerk duur isten opzichte van de landen om ons heen. Maar we hebben met elkaar ookgezien – dat is ook in het onderlinge debat tussen de Kamerleden duidelijkuitgesproken – dat de situaties niet een-op-een vergelijkbaar zijn metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122941 elkaar. Neem de situatie in Spanje, die heel mooi is. Dan praat je over € 9voor het traject Madrid–Barcelona, maar dat is een traject waaréén langgerekt spoor ligt, waar je heel hard op kunt rijden. BinnenNederland heb je heel beperkt de ruimte om deze snelheden te halen.Daarnaast heb je ook heel veel stops, want ook de intercity’s hebbenbinnen Nederland wel degelijk meerdere stops. Denk bijvoorbeeld aan hettraject Groningen–Den Haag. Dat is de situatie zoals die is. Niet voor nietszeggen wij – dat heb ik zelf ook al een aantal keren gezegd in het debat –dat het spoorwegnet in Nederland bijna vergelijkbaar is met het metro-netwerk in andere landen. Dat is de situatie en die is ook van invloed ophet prijskaartje dat je daaraan verbindt.De voorzitter:Uw laatste interruptie.De heer El Abassi (DENK):Er is inderdaad een verschil. Die buurlanden, waaronder Spanje, besluitennamelijk om het flink te subsidiëren. Zij besluiten om geld uit hetoverheidspotje te besteden aan vervoer, vervoer voor iedereen. Er is eenverschil als ik kijk naar de treinen. De treinen van Spanje zijn superluxe.De sporen zijn supergoed. De treinen daar zijn inderdaad ook supersnel.Dat is allemaal kostenverhogend. Je zou denken dat de trein in Nederlanddan juist veel goedkoper zou zijn, maar het tegendeel, het tegenoverge-stelde, is waar. Ik kan dus niet anders dan constateren dat het inderdaadpolitieke keuzes zijn en dat Nederland er, helaas, voor kiest om onzetreinen duur te houden in vergelijking met de landen om ons heen.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij kijken we in Nederland naar alle vormen van modaliteit, dusweg, spoor, bus, fiets en andere vormen die er mogelijk zijn. We proberenhet voor iedereen bereikbaar en betaalbaar te houden. Dat is de situatiezoals die nu is en daar hangt een prijskaartje aan.De heer Bamenga (D66):Ja. Ik had eigenlijk mijn vraag gemist. Ik weet niet of de Staatssecretarisdaar nog op in zal gaan. In mijn inleiding heb ik gesproken over onzeervaringen tijdens het werkbezoek. Er zijn natuurlijk hier en daar welspecifieke vragen over gesteld, maar ik had gevraagd aan de Staatssecre-taris om daarop te reflecteren.Staatssecretaris Jansen:Ik krijg net ingefluisterd dat ik bij overig terugkom op uw vragen, zeg iktegen de heer Bamenga.De voorzitter:Dat is mooi. Ook op de vragen op de heer Eerdmans? Heeft u toch nogeen vraag? Gaat uw gang.De heer Eerdmans (JA21):Nee. Ik dank de Staatssecretaris voor de antwoorden over de drukketrajecten. Ik vind 90% op tijd rijdende treinen goed. Je kan niet zeggen: datis zwaar onvoldoende. Alleen gaat het – ik had het er even met mijnbuurvrouw over – wel om waar je in de trein stapt. Vandaar mijnvoorbeeld van Arnhem. Ik denk dat de drukste trajecten Amsterdam–Rotterdam, Utrecht–Zwolle en Breda–Venlo zijn. Daar zit de grootste bupsin de trein natuurlijk in de ochtend- en avondspits. Kan dat gespecificeerdworden? Misschien is dat wel zo, maar kan je ook zeggen: de KPI is eropgericht om die mensen minder dan vijf minuten vertraging te latenhebben en dat zetten wij ook op 95%? Dat is natuurlijk iets anders dan datje in Groningen op de trein stapt, denk ik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122942 Staatssecretaris Jansen:Ik snap de vraag van de heer Eerdmans heel goed. Ik heb volgens mij ookeerder gezegd dat de discussie in de Randstad vaak gaat over: heb ikvoldoende mogelijkheden om binnen een aantal minuten van A naar B tegaan, al dan niet met een tussenstop? In de regio is men vaak al blij als ermeerdere keren per dag de optie bestaat om met de bus of de trein tereizen. Laten we wel wezen, ook kijkend naar trajecten: wij praten hieraltijd over spoor, over de weg of over de bus, maar het is vaak eencombinatie van factoren. Mensen gaan thuis de deur uit. Dat doen zelopend, fietsend of met de auto naar misschien wel een bushalte.Misschien pakken ze daar wel de bus naar een treinstation en dan de trein.Het is dus een totale optelsom. En de aansluiting, daar zit vaak ook debottleneck.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk nog even één keer naar de kant van de Kamer voordatwe naar het volgende blokje gaan. Niemand gemist? Nee? Dan gaan wedat doen. Dat is het blokje sociale veiligheid. Het woord is aan deStaatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Ik heb ook goed nieuws. Geen grote inleiding. Ik ga gewoon direct doormet de vragen.Een vraag van de VVD, JA21 en de PVV, mevrouw Veltman, de heerHeutink en de heer Eerdmans, was hoe ik de problemen in Maarheeze gaoplossen en of ik kan toezeggen dat de speciale busdienst niet wordtgestopt. Laat ik vooropstellen – dat heb ik volgens mij ook al eerder geuit– dat ik het schandalig vind wat er rondom station Maarheeze aan overlastplaatsvindt. Ik denk dat het heel goed is dat de NS maatregelen heeftgenomen om de veiligheid voor reizigers en personeel te waarborgen. Ikben het met u eens dat de NS conform de concessieafspraak – dat zeg iktegen de heer Heutink – de bereikbaarheid en veiligheid van stationMaarheeze moet behouden. Dat klopt. De NS draagt primair de verant-woordelijkheid voor veilig ov, maar op deze bijzondere locatie zalaanvullend een aantal preventieve maatregelen genomen moeten wordenom de overlast kleiner te maken. Ik vind dat het kabinet dit probleem moetoplossen en de overlast moet aanpakken. Ik heb vandaag nog met deMinister van Asiel en Migratie gesproken over deze situatie en ik heb methaar afgesproken om gezamenlijk met de Minister van JenV het gesprekaan te gaan, omdat hier eigenlijk een aantal facetten bij elkaar komen.Overigens hebben wij – de heer Eerdmans maakte daar dacht ik in zijntermijn een opmerking over – in 2024 achteraf de kosten die de NS heeftgemaakt over 2023 voor de helft betaald. Het is dus echt niet zo dat de NSals enige heeft betaald. Wij hebben ook vanuit het Rijk echt een verant-woordelijkheid gepakt en daaraan meebetaald.Dan een vraag van de heer Heutink, of ik de beveiliging ga opschroevenbij station Maarheeze. Ik snap de vraag wel, maar puur de beveiliging bijstation Maarheeze is nu niet het probleem. De 100% ingangscontrole,extra camera’s, extra inzet van boa’s en de fysieke aanpassingen aan hetstation zorgen ervoor dat de situatie op station Maarheeze volgens de NSbeheersbaar is en dat veel incidenten worden voorkomen. De bron is eenbrief van de NS aan IenW en Asiel en Migratie van 10 december 2024. Ikben het er wel mee eens dat er ook naar preventieve maatregelen gekekenmoet worden, zodat voorkomen kan worden dat de NS extra beveiligingmoet inzetten. Daarover, zoals ik net al memoreerde, zal ik het gesprekmet de Ministers van Asiel en Migratie en Justitie en Veiligheid blijvenvoeren.Dan heb ik een vraag van mevrouw Veltman over de busdienst. Die had iknet eigenlijk ook al genoemd bij de algemene vragen van iedereen. Ik hebnatuurlijk geen invloed op buslijnen in het regionale ov, maar ik herkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122943 wel het belang dat u schetst. We nemen dit ook mee in de gesprekken metbetrokken partijen, in dit geval de provincie Noord-Brabant.Een vraag van mevrouw Veltman: welke trajecten zijn er nog meer waaropasielzoekers voor overlast zorgen? Is er cameratoezicht op de stations enin de treinen op deze trajecten? Bij de meeste stations en trajecten is deoverlast van asielzoekers niet groter dan van andere groepen. Aan dehand van data zetten vervoerders handhaving in en nemen maatregelen.Bij de spoorverbindingen en stations in de buurt van de aanmeldcentra inTer Apel en Budel zijn er wel extra maatregelen om incidenten en overlastte voorkomen. Zo bieden het Ministerie van Asiel en Migratie en deverantwoordelijke decentrale ov-autoriteiten op de lijn Emmen–Zwolleeen subsidie voor vliegende teams. Deze dragen allemaal een bodycam.Daarnaast zijn sommige stations en alle treinen daar voorzien vancamera’s. Ook bij Maarheeze en de grote stations rondom is er cameratoe-zicht, dragen ov-boa’s bodycams en hebben de treinen camera’s.Nog een vraag van mevrouw Veltman: moet de handhaver op dezetrajecten te lang wachten op de politie om de identiteit van de overlast-gever vast te stellen? Bij Ter Apel en Maarheeze zijn er extra maatregelenen inzet. Zo voert de NS op Maarheeze een 100%-ingangscontrole,waardoor veel overlast en incidenten worden voorkomen. Daardoor wordter dus veel minder een beroep gedaan op de politie. De aanrijtijden vande politie op deze locaties zijn daarnaast afhankelijk van onder andere hettijdstip, de ernst van de situatie en de capaciteit van de politie. Hier heb ikgeen precieze cijfers van, maar ook voor de handhaving op deze locatieszetten we ons maximaal in om de mogelijkheden van zelfstandigeidentificatie door ov-boa’s te vergroten, waarbij het ministerie samenwerktmet JenV aan de toegang tot het rijbewijsregister voor de ov-boa’s.Een vraag van de heer Heutink van de PVV: gaat de Staatssecretaris werkmaken van reis- en gebiedsverboden? Vervoerders hebben allebevoegdheid om met toestemming van het Openbaar Ministerie reis- enverblijfsverboden op te leggen aan notoire overtreders. Dit geldt ook vooroverlastgevers bij Maarheeze. Overtreding van een reis- of verblijfsverbodwordt uiteindelijk strafrechtelijk aangepakt. Dan komen we weer bijJustitie en Veiligheid.Een vraag van mevrouw Veltman was hoe het staat met de uitvoering vanhaar motie over het regionaal reisverbod. De pilot regionaal reisverbod isafgerond, waarbij de lessen zijn gedeeld met vervoerders, overheden enveiligheidspartijen. Deze lessen bieden, in combinatie met het rapportover handhaving in het ov, inzicht in de wijze waarop gegevensdelingmogelijk is, waardoor regio’s zelfstandig aan de slag kunnen metregionale reisverboden. In het rapport worden bij dit onderwerp aanbeve-lingen gedaan over gegevensdeling tussen boa’s en politie, die beidevallen onder de verantwoordelijkheid van JenV. Uiteraard bestudeer ik ditrapport ook, om te bezien welke bijdrage wij uiteindelijk kunnen hebbenvoor betere handhaving in het ov. Het initiatief voor de regionalereisverboden ligt wel in de regio, waarbij slechts een beperkt aantalregio’s denkt gebruik te zullen maken van dit instrument vanwege hetbeperkte effect versus de benodigde investering. Voorafgaand aan hetcommissiedebat Ov en taxi van 20 februari kom ik hierop terug in eenbrief richting de Kamer.Dan heb ik een vraag van mevrouw Veltman die ik ook had verwacht. Devraag gaat over de ID-check via de politiedatabase. Zij zei dat dit veelpolitie-en boa-uren scheelt en vroeg wat landelijke invoering in de wegstaat. Die vraag is volgens mij eerder gesteld in een ander debat. Laat ikbeginnen met te benadrukken dat de oorspronkelijke werkwijze juridischeaanpassing behoefde. Die is eind 2024 doorgevoerd, waardoor dezewerkwijze nu veel minder bijdraagt aan zelfstandige identificatie door deboa’s. De proef in Rotterdam is dus eigenlijk lastiger geworden, zeg ikeven heel eerlijk, omdat de toegang voor de boa’s is beperkt. Dat heeft temaken met het feit dat ze nu wel nog gegevens kunnen zien, maar geenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122944 afbeelding van degene om wie het gaat. Voor een verdere uitrol van deaangepaste werkwijze, zoals momenteel in Rotterdam, wordt ook gekekennaar de impact daarvan op de betrokken organisaties en naar devoordelen die deze aangepaste werkwijze oplevert. Dit is des te meerrelevant nu uit de praktijk blijkt dat de mogelijkheden tot het vaststellenvan iemands identiteit op basis van enkel politiegegevens – dat is deaangepaste werkwijze – zeer beperkt zijn en de werkwijze wel veelcapaciteit vraagt. De politie heeft bij JenV aangegeven dat de belasting enimpact op de organisatie niet in verhouding staan tot het resultaat dathiermee wordt bereikt en dat zij daarom de oplossing van deze proble-matiek niet ziet in een verdere uitrol van de aangepaste werkwijze. Voorinformatie die de boa kan gebruiken voor zelfstandige identificatie vanstaande gehouden personen is van belang dat boa’s een eigenstandigetoegang krijgen tot systemen die de boa hiervoor kan gebruiken. Hierwordt in het traject toegang rijbewijzenregister door IenW en JenVmaximaal op ingezet. Ik begrijp dat het niet een bevredigend antwoord is,maar ik heb het wel voor u uitgezocht, zeg ik tegen mevrouw Veltman.Dan heb ik er nog twee onder dit kopje, voorzitter. Wederom mevrouwVeltman: zijn er nog stations in Nederland waar cameratoezicht nodig is,maar nog niet gerealiseerd en, zo ja, wat is er nodig om het dan wel terealiseren? Op dit moment heeft ongeveer een kwart van de stationspermanente camera’s hangen. Daarnaast zijn er op verschillende plaatsenin het land soms tijdelijke camera’s, hebben ook alle NS-treinen camera-toezicht en dragen veiligheids- en servicemedewerkers bodycams. Met dehuidige hoeveelheid camera’s is het ov goed in staat om live en achterafincidenten te detecteren. De ambitie is om meer plaatsen te voorzien vancameratoezicht, door middel van een subsidie aan ProRail. Voorafgaandaan het commissiedebat Openbaar vervoer en taxi kan ik hierop terug-komen. Ik kan u ook iets aanbevelen. Ik ben in december in Utrechtgeweest op werkbezoek. Daar kun je dus zien hoe het in de praktijk werkt.Zij kunnen daar in heel Nederland zien hoe op stations bepaalde situatieszich ontwikkelen en of daar wel of niet extra inzet nodig is.De laatste vraag onder dit kopje, van de heer Eerdmans van JA21. Hoe kijkik aan tegen het idee van terugkeer van de spoorwegpolitie? Voor de inzetvan de politie moet ik u natuurlijk doorverwijzen naar de Minister vanJustitie en Veiligheid. Dat is niet mijn bevoegdheid. Zelf vind ik het welvan belang dat de ov-boa’s goed samenwerken met de politie en dat ervoldoende capaciteit beschikbaar is om de boa’s waar nodig te onder-steunen. Op die manier is de inzet van boa’s een effectieve manier vanhandhaven. Ik snap uw vraag absoluut. Het was een middel dat altijd heeladequaat werkte, maar er is in het verleden een afweging gemaakt. Dit isde situatie waar we nu in zitten, maar ik snap uw vraag absoluut.De voorzitter:Dank voor de beantwoording in dit blokje. We gaan als eerste naarmevrouw Veltman van de VVD.Mevrouw Veltman (VVD):Ik krijg een beetje de indruk – u kent dat wel – van «we staan erbij en wekijken ernaar», naar wat er in Maarheeze gebeurt, maar ook op de lijnEmmen–Zwolle. Ik heb een paar concrete vragen. Eén. Overlastgevers inhet ov en overlastgevende asielzoekers die het zeker zo bont maken op dielijnen, horen gewoon een ov-verbod te krijgen. Die horen daar niet meerte reizen. Ik doe een beroep op de Staatssecretaris om daarvoor te gaanzorgen. En zonder pardon, want mensen gaan de trein niet meer invanwege dit soort situaties. Dan het tweede. Ik hoor dan: ja, de ID-checkook op die trajecten, bij de aanmeldcentra, wordt gedaan via hetrijbewijsregister. Alsof die asielzoekers die nog in procedure moeten ofzitten al in het rijbewijsregister staan in Nederland. Ik begrijp het gewoonniet. En ondertussen zien wij dus boa’s die eigenlijk tandeloze tijgers zijn,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122945 met onvoldoende middelen. Ik heb het idee dat mensen erbij staan enernaar kijken. Ik ben echt flabbergasted.Staatssecretaris Jansen:Laat ik heel duidelijk zijn: dat is zeker niet het geval. Ik kan ook aangevenrichting Kamer dat wij hier continu ook met de NS contact over hebben.Dat heb ik niet zelf, maar op ambtelijk niveau is aan de lopende bandcontact om deze problematiek aan te pakken, zeker rondom Ter Apel enrondom Budel. Ik heb overleg met de Ministers van Asiel en Migratie envan Justitie en Veiligheid om te kijken hoe we dit op de juiste wijzestructureel kunnen aanpakken. Daarbij zal inderdaad een gebiedsverbodof een verbod op reizen met het ov zeker als zeer kansrijke optie wordenmeegenomen. Uiteindelijk moeten we dat wel met z’n drieën kortsluiten,want we willen wel dat we alle mazen aanpakken om te voorkomen datuiteindelijk de overlast misschien weer op een andere locatie vlak daarbijin de buurt gaat ontstaan. We moeten het dus wel op de juiste wijzeaanpakken met elkaar.De voorzitter:Als u geen vervolgvraag heeft, dan ga ik naar de heer Heutink en dan komik daarna bij de heer Eerdmans.De heer Heutink (PVV):Ik mis toch een beetje het gevoel van urgentie bij de Staatssecretaris, alsik luister naar de antwoorden. Hij zegt «ik ga in gesprek met de Ministervan Asiel en Migratie en met de Minister van Justitie en Veiligheid», maarik verwacht eigenlijk ook gewoon vandaag in dit debat dat hij gaat zeggen«de maat is vol», dat hij zegt wat de NS zegt en wat Nederland ook zegt:de maat is vol als het gaat om overlast van al die asielzoekers. Ik wil vande Staatssecretaris in eerste instantie weten wat dan die preventievebeheersmaatregelen gaan zijn. Gaan we dan echt inzetten op diereisverboden, op zo’n vervoersbod, op een gebiedsverbod? Ik wil echtweten van de Staatssecretaris aan welke preventieve maatregelen hij dandenkt, wanneer hij die dan denkt te kunnen invoeren en wanneer wij daarin ieder geval als Kamer wat meer over te horen krijgen. Dat is de eerstevraag die ik heb aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Laat ik heel duidelijk stellen dat alle drie de bewindspersonen die hiermeete doen hebben, het zat zijn. Wij snappen alle drie de urgentie heel goed.Ieder zal hier vanuit zijn eigen bevoegdheid de juiste stappen in kunnenzetten. En ja, vanuit mijn hoedanigheid als Staatssecretaris OpenbaarVervoer zal mijn inzet erop gericht zijn om een reisverbod dan wel eengebiedsverbod in te brengen als meest kansrijke optie, maar natuurlijkhebben we ook nog de Minister van Asiel en Migratie, die misschien weleen andere aanpak voor ogen heeft, en de Minister van Justitie enVeiligheid. We proberen allemaal met elkaar een afdekkend voorstel temaken om deze problematiek per direct aan te pakken.De heer Heutink (PVV):De reden dat wij met die opmerking komen over het gevoel van urgentie,is dat ik de Staatssecretaris net hoor zeggen dat niet hijzelf maar zijnambtenaren in Budel en Maarheeze zijn wezen kijken en bezig zijn met hetoplossen van de problemen. Het moet, verdorie, toch de Staatssecretariszijn die hoogstpersoonlijk naar Maarheeze gaat om daar de problemen opte lossen en die zorgt dat NS of wie dan ook werk hiervan gaat maken,korte metten gaat maken met het asieltuig dat daar rondloopt?Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122946 Ik had zeker ter plekke een kijkje kunnen nemen, maar ik vond hetverstandiger om hierover contact te zoeken met de Minister van Justitieen Veiligheid en de Minister van Asiel en Migratie. Dat betekent niet dat ikde komende tijd daar niet een keer langsga. Misschien gaan we daar welmet meerdere bewindspersonen langs. De volgorde die ik heb gekozen,was om het gewoon goed aan te pakken met mijn collega-bewindspersonen.De heer Heutink (PVV):Tot slot. Mag ik dan concluderen dat ik de Staatssecretaris hoor zeggendat hij werk gaat maken van zo’n vervoersverbod, dat hij werk gaat makenom dat nog vaker op te leggen en ook te handhaven? Want dat is nog weleven een vraag die ik heb. Ik wil in eerste instantie een antwoord horen opde vraag of mijn conclusie klopt, ja of nee. Maar ik hoor de Staatssecre-taris net iets zeggen over die vervoersverboden, maar toch blijft deellende bestaan. Hoe kan dat dan? Hoe kan het dat, als wij een gebieds-verbod opleggen, ze dan toch blijven komen? Dan moet de Staatssecre-taris toch ook richting JenV zeggen: we moeten gaan handhaven? Wemoeten ook gewoon zorgen dat iedereen die zo’n gebiedsverbod heeft,geen stap meer kan zetten op zo’n perron. Alleen dan gaat het tochwerken?Staatssecretaris Jansen:De heer Heutink trekt terecht de conclusie dat handhaving bij Justitie enVeiligheid ligt. Laat ik een voorbeeld noemen uit mijn eigen woonplaats,waar op een gegeven moment ook veel overlastgevers waren door deweek na 18.00 uur en in de weekenden. Daar werd op een gegevenmoment actief op gehandhaafd, maar vervolgens verplaatste het zich naarde wijken om het stationsgebied heen. Op het moment dat we een aanpakinstellen, moeten we wel goed in beeld hebben dat we het probleemadequaat aanpakken en het niet verplaatsen naar een andere locatie,misschien wel in de omgeving. Dat bedoelde ik met mijn opmerking.De voorzitter:Het woord is aan de heer Eerdmans namens JA21 voor een interruptie.De heer Eerdmans (JA21):Het lijkt me goed dat de Staatssecretaris een keer gaat kijken in Budel,want hij spreekt over Budél. Dat zegt mij alweer genoeg. De situatie inMaarheeze is gewoon ontspoord, letterlijk. De NS wil het niet meer, zietgewoon te veel risico’s. Ik vind het echt een schande dat we zover zijn inNederland dat wij door rondzwervende veiligelanders een station gewoonniet meer gaan bedienen. Dat kan gewoon niet. Onacceptabel. Ik wil datde Staatssecretaris dat gewoon zegt. Het personeel van de NS voelt zichin de steek gelaten. Ik heb gezegd: of het wordt geregeld, of je moet hetazc gewoon dichtgooien. Dan maar geen azc meer daar. Je kunt toch nietzeggen dat treinreizigers dan maar de dupe moeten zijn van tuig dat weniet willen aanpakken?De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Eerdmans (JA21):Ik wil daar gewoon een reactie op horen. Wij zullen ook zeker met motieskomen om dat in de Kamer af te dwingen. Dat was mijn eerste vraag,voorzitter.Staatssecretaris Jansen:Laat ik in elk geval vooropstellen dat ik Budel wél ken. Ik ben er regelmatiggeweest, ook toen ik in het bedrijfsleven werkte. Het is trouwens een heelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122947 mooi dorpje, zeg ik ook heel eerlijk. Kijk, een deel van de zaken die unoemt, ligt niet op mijn beleidsterrein. Ik kan daar nu geen antwoord opgeven. Dat ligt echt bij de Minister van Asiel en Migratie en handhavingligt bij de Minister van Justitie en Veiligheid. Ik kan daar misschien weliets van vinden, maar ik heb ook geleerd dat het niet verstandig is als ikmijn privémening geef, want dat heeft allerlei andere consequenties.De voorzitter:Heeft u nog een vervolginterruptie?De heer Eerdmans (JA21):Het is een beetje wat Heutink ook zegt: het gaat ook om het gevoel dat deStaatssecretaris staat voor het personeel van de NS, van de vervoerders,van de bussen. Hij moet laten zien dat dat zo niet kan, dat het niet kan datze daar bespuugd en geterroriseerd worden. Kom op zeg! Daar moet eenkabinet gewoon afstand van nemen. Dan moet je optreden. Dan moet jeniet zeggen: dat moet Faber doen. Dat moet ook de Staatssecretaris vanSpoor doen.En dan gaat het even om het geld, want daar had de Staatssecretaris welgelijk in. Hij zei dat dat in 2023 is gecompenseerd door de toenmaligebewindspersonen – correct – maar in ’24 heeft de NS een tegemoet-koming gevraagd en daar is nog steeds niets op terug vernomen. Hoestaat het dan met 2024?Staatssecretaris Jansen:Laat ik beginnen met de eerste vraag van de heer Eerdmans, namelijk dieover urgentie. Ja, de urgentie is er. Dat is ook precies een van de redenendat ik op werkbezoek ben geweest in Utrecht. Dat was juist om daar bij decentrale kamer te kijken hoe het in zijn werk gaat, waar men tegenaanloopt en hoe men daarmee omgaat. Ik vond het zelf het interessantstedat heel veel aan bewegingen van personen preventief wordt gezien endat daar adequaat op wordt ingespeeld. Dat vond ik juist heel knap eraan.Dan de tweede vraag, over de middelen. Ik noemde inderdaad ook 2023.Ook dat is achteraf, pas in 2024, gecorrigeerd. Dat gesprek vindt ookplaats op dit moment. Maar we hebben geen besluit genomen. Laat ik hetzo stellen: er is nog geen besluit genomen. Dat wil niet zeggen dat er nieteen besluit genomen gaat worden om hetzelfde te doen als in 2023.De heer Eerdmans (JA21):Mijn vraag is wanneer dit nu geregeld wordt. Ik heb gezegd de Staatsse-cretaris drie weken te geven. Maar wanneer gaat station Maarheeze ... Kaner de garantie komen van de kant van het kabinet dat station Maarheezebediend wordt en bediend blijft worden?Staatssecretaris Jansen:Even in het kader van de urgentie: bij de Voorjaarsnota maar zeker eerder.Laat ik dat vooropstellen. Het gesprek met de NS zal eerder plaatsvinden,maar bij de Voorjaarsnota wordt het geformaliseerd. Bij besluitvorming.De voorzitter:Uw laatste interruptie.De heer Eerdmans (JA21):Ik had nog een vraag willen stellen over de spoorwegpolitie. Mag dat?De voorzitter:U mag vragen wat u wil.De heer Eerdmans (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122948 Omdat het hetzelfde blokje was. Ik snap het; het heeft deels te maken metJenV. Zeker, daar hebben we nu die pilot. Maar nu lopen de boa’s achterde feiten aan. Er is een incident, er moet worden gehandhaafd, de boa’skomen maar dan is het al te laat. Dan ligt er al iemand in een hoek, of desituatie is onguur en onveilig. De spoorwegpolitie was preventiefaanwezig op probleemtrajecten – probleemtrajecten, dat zeg ik erbij – vanNS en andere vervoerders, zodat zij direct ter plekke waren als hetmisging. Daarom pleit ik zo voor de terugkeer van de spoorwegpolitie. Ikbegrijp dat het absoluut ook bij JenV zit en dat het geld kost, maar ik hoorwel de intentie van de Staatssecretaris dat erover te praten valt. Klopt dat?Staatssecretaris Jansen:Ik wil er niet op vooruitlopen, maar heb er ook over gesproken met deboa’s in het ov. Zij gaven heel duidelijk aan dat zij in het verleden meermogelijkheden hadden dan in de huidige situatie. Dan kom je eigenlijk bijeen andere opmerking die al eerder is gemaakt: op het moment dat jeiemand wil aanhouden, moet je assistentie van de politie inroepen. Somsmoet je dan wel een halfuur wachten. Dan escaleert de situatie vaak. Datis niet wenselijk, dus dan wordt er gekeken hoe je hier op een anderemanier mee kunt omgaan. Maar inderdaad, dat was in de tijd van despoorwegpolitie beter geregeld dan nu. Dat zeg ik heel eerlijk.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik suggereer de Staatssecretaris, met zijn hints naar persoonlijkemeningen die hij niet uitspreekt, om dit keer niet te spelen met aftredenmaar op te treden. Ik hoor heel veel over overleg en contact met zijncollega-bewindspersonen. Dat is allemaal goed en wel. Maar kan hijgaranderen dat de aanpak van het kabinet samen met de NS zodanigeffectief is dat een consequentie never nooit kan zijn dat de NS stationMaarheeze gaat overslaan?Staatssecretaris Jansen:Ik zou bijna zeggen «over mijn lijk» dat wij dat laten plaatsvinden. Het kanniet zo zijn dat overlast ervoor gaat zorgen dat de treinen niet meerstoppen in Maarheeze. Als dat zou betekenen dat ik in de tussentijdtwee keer die kant op moet, dan ga ik twee keer die kant op, maar dat wilik niet laten gebeuren.De voorzitter:Dank. U heeft uw interrupties opgebruikt. Ik ben vrij streng omdat ik bangben dat we vandaag niet aan de tweede termijn toekomen. Alle ledenhebben recht op interrupties, zou ik willen zeggen, dus ik wil mevrouwVeltman het woord geven, want zij heeft nog twee interrupties over.Daarna gaan we door naar het volgende blokje.Mevrouw Veltman (VVD):Mijn interruptie gaat over wat de Staatssecretaris daarnet zei over dewerkwijze in Rotterdam bij de identificatie van de ID-check door de boa’s.Ik hoorde de Staatssecretaris zeggen dat de boa’s in Rotterdam geenfoto’s meer zien, maar de Rotterdamse boa’s zien nog steeds foto’s. As wespeak wordt er waarschijnlijk weer iemand aangehouden, want datgebeurt daar heel vaak, en wordt op dit moment de foto gecheckt met dedatabase van de politie. Het is dus niet correct wat ik hier hoorde. En hetscheelt vele uren in positieve zin: 14.000 politie-uren in Rotterdam scheelthet, 8.500 boa-uren. Ik zou dus graag van de Staatssecretaris detoezegging willen dat er een gezamenlijke reactie komt, met Justitie enVeiligheid, op het rapport van OV-NL waarin deze materie staat uitge-werkt. Daarnet refereerde de Staatssecretaris er zelf aan: zorgen dat er eengoede, met de praktijk kloppende, werkende en realistische reactie komt.Ik zeg er meteen bij dat de Staatssecretaris in zijn brief over het rijbewijs-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122949 register schrijft dat mijn motie met die brief is afgehandeld. Dat is niet zo,want die motie gaat hierover en niet over het rijbewijsregister. Dus ik zouook de toezegging willen dat die motie niet als afgehandeld wordtbeschouwd.Staatssecretaris Jansen:Als mevrouw Veltman vindt dat haar motie niet volledig is afgedaan, gaanwe daarvoor zorgen. Dat betekent dat we hierop terug gaan komen,samen met JenV. Ik ga wel nog even in de volgende pauze checken wat desituatie is. Ik krijg net door dat foto’s niet meer gezien kunnen worden. Uzegt dat dat nog wel kan. Dat vind ik interessant, dus daar wil ik nog opterugkomen in de tweede termijn.De voorzitter:Dank. We moeten snel door, willen we nog aan de tweede termijntoekomen. Dat is ook een aanmoediging aan u, Staatssecretaris, om korten bondig de volledige antwoorden te geven. We hebben nog zo’n50 minuten, dus laten we snel doorgaan met het volgende blokje:bereikbaarheid Noord-Nederland.Staatssecretaris Jansen:Dat klopt, voorzitter. De heer Bamenga van D66 vroeg: wat waren deandere negen opties voor het vervolgbesluit Lelylijn–Nedersaksenlijn? Erzijn inderdaad tien opties in de Kamer besproken. Kort samengevat gaande opties over het afwijken van spelregels tot het vinden van extra budgetbinnen het Rijk en van deelverkenningen tot onderzoek naar alternatievevormen van financiering middels private gelden of EU-gelden. In diehoedanigheid moet u de negen andere opties voor ogen zien.De heer Grinwis van de ChristenUnie vroeg: kan de Staatssecretaris deWoMo-gelden en het restant van de dekking voor de Noord/Zuidlijninzetten voor de Nedersaksenlijn? Wij hebben zeer veel opties verkend,met de verschillende departementen. Woningbouwmiddelen zijn eenandere prioriteit van het kabinet. Er is een beoordelingskader voorgemaakt, maar dat sluit niet goed aan bij de doelen van de Nedersak-senlijn. Middelen voor Defensie worden op een andere manier belegd. Deov-verbinding Amsterdam–Haarlemmermeer is reeds in verkenning enhard nodig voor de verdere groei van het spoornetwerk, zowel nationaalals internationaal; dat kwam net ook al onderling ter sprake. Niet voorniets staat ook dat project in het regeerakkoord. Die reservering is keihardnodig om de stap te zetten naar de planning- en studiefase. De dekkings-optie is wat mij betreft niet reëel, zeg ik heel eerlijk.Dan een vraag van mevrouw Koekkoek van Volt: is er al een aanvraaggedaan voor de CEF-financiering voor de Lelylijn? De Lelylijn maakt, zoalswe al eerder hebben aangegeven, onderdeel uit van een nieuwe infra-structuurverbinding van de TEN-T-verordening. Daarmee is CEF-financiering in principe mogelijk. Een aanvraag van CEF-financiering kanpas worden gedaan in 2028. Voor de periode 2021 tot 2027 kan dat nietmeer. Daarnaast is het nodig dat Nederland de besluitvorming voormedefinanciering afgerond heeft voordat we een aanvraag voorCEF-financiering kunnen doen. Hiervoor moeten we een stap verder zijn inonze onderzoeken. Die worden meegenomen in het masterplan.De heer Van Dijk van NSC vroeg: «Heeft de Staatssecretaris met de regioover cofinanciering gesproken? Wanneer is er een vervolgoverleg met deregio?» Hierover is gesproken, maar er is nog geen concreet bedraggenoemd. Natuurlijk blijf ik in overleg met de regio. Ik ben ook zeerbenieuwd naar een concreet bod. Voor uw informatie: ik heb eind dezemaand nog een afspraak met twee commissarissen die in deze regiozitten.Nog een vraag van de heer Van Dijk van NSC: hoe vaak is de Staatssecre-taris in Brussel geweest? Hij vroeg of ik met de Europese InvesteringsbankTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122950 heb gesproken over de Nedersaksenlijn. Ik kom regelmatig in Brussel.Voor dit onderwerp ben ik niet persoonlijk in Brussel geweest. Ik heb ookniet met de Europese Investeringsbank gesproken. De Nedersaksenlijnkan geen aanspraak maken op de CEF-gelden, want het is geen Europeestransportnetwerk. Ik onderzoek eerst de mogelijkheid om dit uit debegroting te halen. Een lening bij de EIB kan namelijk ook invloed hebbenop het EMU-saldo. Voor de Lelylijn wordt wel naar alle mogelijkefinancieringsopties gekeken in het masterplan, ook bij de EuropeseInvesteringsbank. Nogmaals, voor de Nedersaksenlijn zijn er geenmogelijkheden voor CEF-gelden.De heer Bamenga van D66 vroeg of ik kan inschatten welk bedragrealistisch is als het gaat om het ophalen van geld van private bedrijven,en wat ik ga doen om genoeg private investeringen aan te trekken. Wemoeten hier een goed onderscheid maken tussen financiering enbekostiging. Veel vormen van private financiering vragen uiteindelijk ompublieke bekostiging. Dat betekent dat de overheid uiteindelijk toch eenbedrag betaalt, vaak met rente. In het masterplan Lelylijn werken we ditverder uit.Mevrouw Veltman van de VVD en mevrouw Vedder van het CDA steldeneen vraag over de flessenhals Meppel: welke actie onderneemt deStaatssecretaris om de problemen bij Meppel aan te pakken? Uw Kamerheeft recentelijk de MIRT-brief ontvangen. Hierin heb ik uitgelegd hoe iksamen met de regio bij Meppel te werk ga. De afspraken die met de regiogemaakt zijn, staan nog steeds. ProRail heeft in opdracht van het Rijk eenbrede verkenning uitgevoerd naar maatregelen rond Meppel, met nauwebetrokkenheid van de regio, en samen met de regio binnen het BO MIRTde inzet van het budget bepaald. Een budget van 75 miljoen is voldoendevoor het aanleggen van een vierde perronspoor en een aantal zaken diede betrouwbaarheid van het netwerk al op korte termijn verbeteren. Deinschatting van 65 miljoen is gemaakt door de regio’s zelf, dus niet doorProRail. Deze maatregelen worden gezien als een belangrijke eerste stapom de doorstroming van en naar het Noorden robuuster te maken. Hetvierde perronspoor zal op zijn vroegst in 2030 gereed zijn. Dit is overigenssneller dan eerder door ProRail aangegeven.Overwegen zijn nog wel een belangrijk punt van aandacht. Hier zijn nugeen middelen voor beschikbaar. Wel kunnen overwegen nader wordenonderzocht. In het vervolg wordt ook onderzocht of de geselecteerdeoverwegen inderdaad de beste keuzes zijn en of het niet goedkoper kan.Dat is ook een vraag die al eerder in een ander debat ter sprake isgeweest. Koppelkansen voor de omgeving zijn hierin een belangrijkaandachtspunt. Cofinanciering vanuit de regio kan hier dan ook een rol inspelen. Het precieze tekort is niet bekend. Er zijn nu geen middelenbeschikbaar voor de aanpak van de overwegen, enkel voor het onderzoek.Financieel gezien is er op dit moment dus heel weinig tot geen ruimte.Elke intensivering betekent dat een ander project stopgezet moet worden.Dit loopt mee in de afweging voor het BO MIRT 2025, waar ik op ditmoment niet op vooruit zou willen lopen.Dan een vraag van mevrouw Veltman van de VVD en van de heer DeHoop van GroenLinks-Partij van de Arbeid: weet u hoe belangrijk hetknooppunt Meppel is om het Noorden met de rest van Nederland teverbinden? Ze vroegen ook welke actie ik onderneem. Wij zijn ons zeerbewust van het belang van dat knooppunt. We zijn bezig om hierinverbeteringen aan te brengen. Wat betreft de actie die we hebbenondernomen: ProRail heeft, in opdracht van het Rijk, een bredeverkenning naar maatregelen rond Meppel uitgevoerd met betrokkenheidvan de regio, zoals ik net ook al aangaf. In het BO MIRT heeft besluit-vorming plaatsgevonden. Het budget van 75 miljoen wordt ingezet voorhet aanleggen van het vierde perronspoor en een aantal zaken voor debetrouwbaarheid op korte termijn. Dit is een belangrijke eerste stap om dedoorstroming van en naar het Noorden uiteindelijk robuuster te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122951 Overwegen zijn, zoals ik net al aangaf, een punt van aandacht. In hetvervolg wordt ook onderzocht of de overwegen de beste keuze zijn en ofer ook andere opties zijn. Ik heb ook al een opmerking gemaakt overkoppelkansen.Voorzitter. De heer Grinwis van de ChristenUnie vroeg of ik zo spoedigmogelijk een raming kan geven om de overwegen tussen Meppel enZwolle aan te pakken. Met de regio is in het BO MIRT afgesproken om ditgezamenlijk nader te onderzoeken en dit in het BO MIRT van 2025 tebespreken. Het precieze bedrag kan ik op dit moment nog niet aangeven,omdat er nog onderzoek naar wordt gedaan. In het najaar is hier meerover te vermelden. Het is wel een eerste inschatting van ProRail dat ervoor het saneren van de twee overwegen een tekort van 100 miljoen eurois. Dat is een eerste, grove inschatting. Maar nogmaals, wij komen hier inhet najaar op terug.Nog een vraag van de heer Grinwis van de ChristenUnie en van mevrouwVedder van het CDA: hoe staat het met de uitvoering van de motie-Van derGraaf over de derde en vierde intercity naar Groningen? Daar wilt u eenharde toezegging op. De vraag was of ik hiervoor samen met de NS,ProRail en de regio een aanvalsplan wil opstellen, zodat we dit opmiddellange termijn gaan bereiken. Een apart aanvalsplan is niet nodig.Voor de noodzakelijke inframaatregelen voer ik realisatie en onderzoek uitmet de regio. In de aanloop naar de midterm review van deHRN-concessie wordt bepaald of en op welk moment de derde en vierdeintercity naar Groningen structureel kunnen gaan rijden en of deze onderde concessie gaan rijden of in open toegang zouden kunnen.Dan de laatste vraag in dit blokje, voorzitter. Die is wederom van de heerGrinwis, ChristenUnie. Hij vroeg of ik voor de andere overwegentunnelsgeld ga vragen aan de Kamer. Het doortrekken van de Noord/Zuidlijn werdals optie genoemd. Er zijn nu geen middelen beschikbaar voor de aanpakvan de overwegen, enkel het onderzoek. Financiële ruimte is er niet. Elkeinvestering betekent dus dat een ander project het lastiger krijgt. Wekijken dus of dit de beste optie is of dat het goedkoper kan. Koppelkansenworden meegenomen. Geld halen uit de Noord/Zuidlijn heeft negatieveeffecten, omdat we met de regio Amsterdam afspraken hebben gemaakt,ook over Zuidasdok. Als wij hier geld uithalen, komen de afspraken metAmsterdam wat zwaarder onder druk te staan, zeg ik tactisch.De heer Grinwis (ChristenUnie):Het woord «Noord/Zuidlijn» is diverse keren gevallen. Geen misverstand:de ChristenUnie is fan van dat project. Wat ons betreft zouden wenatuurlijk meer investeren in het ov. Dan moeten we nog steeds kiezen inschaarste, maar dan zou de schaarste iets kleiner zijn. De Staatssecretariszegt nu wel heel snel: nee, het is prioritair, het staat in het hoofdlijnenak-koord, en daarmee basta. Dan zitten we in een gigantisch prisoner’sdilemma. Als de Staatssecretaris geen keuzes maakt, gaat er niksgebeuren. Waar hij niet op ingaat, is dat er een enorme greep is genomenuit de kas, uit de reservering, voor de Noord/Zuidlijn, van 1,8 miljard.Kortom, er zit dus nu wel 872 miljoen in deze reservering en weMIRT-verkennen lekker door, maar we weten allemaal dat als je uiteindelijkdoorgaat naar de planuitwerking en de realisatiefase, je na één station-netje klaar bent en je dus nooit bij Schiphol komt. Dus dan is het óf dereservering voor de Noord/Zuidlijn bijplussen met geld dat er niet is óf datgeld gebruiken om iets anders te doen. Ik ben op zoek naar de richting vande keuze in de schaarste die de Staatssecretaris gaat maken in plaats van:kan niet, wil niet, allemaal prioritair.Staatssecretaris Jansen:Wij hebben hier ook over nagedacht. Ik zeg heel diplomatiek dat als wijeen greep uit deze kas doen, wij het risico lopen dat Amsterdam dan ookde cofinanciering van een aantal andere projecten stopzet. Dat is de redenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122952 waarom ik zeg dat het niet mijn voorkeur heeft om dit te doen. Danworden niet alleen de Zuidasdok, maar ook een aantal andere projecten inde regio mogelijk een stuk lastiger in dezen.Mevrouw Vedder (CDA):Ik heb een aantal vragen gesteld over de flessenhals Meppel. Ik heb ookantwoorden gehoord, maar ik vond ze nog behoorlijk hoog over,oppervlakkig. Ik kan er eigenlijk niet zo heel veel mee, dus ik ga een heleconcrete vraag stellen. Gaan we de deadline voor de aanleg van hetvierde perronspoor in 2030 halen?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik dat net duidelijk aangegeven. In 2030, en dat is eerderdan verwacht, wordt het vierde perronspoor opgeleverd. Daarvoor is die75 miljoen.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik hoor de Staatssecretaris toch vooral zeggen wat er niet kan, in alleeerlijkheid. Ik hoor zeggen dat de 2,5 miljard uit de woningbouwmiddelenniet goed aansluit op de doelen. Als ik naar het hoofdlijnenakkoord kijk, ismij dat toch echt een raadsel. Daarin staat dat het gaat om de ontsluitingvan woningen. We weten dat de Nedersaksenlijn 10.000 tot 50.000 nieuwewoningen ontsluit. We weten dat nu dat fonds wordt uitgewerkt en dat hetkomende jaar die 2,5 miljard pas wordt ingevuld. Nogmaals, waar een wilis, is een weg. Ik verwacht ook dat alle creativiteit wordt aangewend. Dankun je niet deze optie op voorhand al uitsluiten.Mijn vraag gaat over het volgende. Ik hoor de Staatssecretaris zeggen dathij zelf nog niet naar Brussel is geweest en dat de EIB misschien voor deLelylijn een optie is. Deze commissie gaat naar Brussel binnenkort. Wijgaan daar met de relevante mensen spreken. Ik spreek zelf binnenkort metde EIB. Ik verwacht van deze bestuurder, deze Staatssecretaris, dat hij zelfgaat spreken in Brussel met deze en met de Europese Investeringsbank, indie volgorde wellicht. Kan deze Staatssecretaris toezeggen dat hij zelf alhet mogelijke gaat doen en ook deze gesprekken gaat voeren omfinanciering te vinden, niet alleen voor de Nedersaksenlijn, maar ook voorde Lelylijn?Staatssecretaris Jansen:Die vraag is mij al meerdere keren gesteld. Ik heb één agenda. Ik kan nietoveral tegelijk zijn. Op het moment dat ik in Brussel ben, zal dit ter sprakekomen. Een van mijn ambtenaren heeft afgelopen dinsdag – nee, sorry,het was maandag – in Berlijn nog gesproken met de Duitse counterpart.We hebben daar gekeken naar welke mogelijkheden er zijn. Dit komtabsoluut ook ter sprake op het moment dat ik weer in Brussel ben. Maar ikzeg nogmaals in de richting van de heer Olger van Dijk: ik heb maar éénagenda en ik kan maar één ding tegelijk doen; ik kan niet tien dingentegelijk doen. Ik snap de urgentie. U heeft mij ook gevraagd om creatief tezijn en naar alle mogelijkheden te kijken. Ja, dat doen wij al de hele tijd.De voorzitter:De heer Olger van Dijk voor zijn laatste interruptie.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik heb ook geen antwoord gehoord op de vraag die ik in mijn inbrengstelde. Op zich hoor ik nu wel dat er creatief wordt gekeken. Daar ben iknaar op zoek, maar ik wil dat gewoon op schrift zien. Ik wil gewoon zienwaar nu aan gewerkt wordt, aan welke varianten. Dat heb ik gevraagd inmijn inbreng en ik wil vandaag echt de toezegging dat de Kamer inzichtkrijgt op zo kort mogelijke termijn, voor een eventueel tweeminutendebat.Ik begrijp dat er nog geen resultaten zijn, maar ik wil wel echt concreetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122953 zien waar nu naar gekeken en aan gewerkt wordt. Ik wil ook detoezegging, die ik net volgens mij wel bij hem beluisterde, dat deStaatssecretaris dit inderdaad zelf ook aan de orde zal stellen in Brussel.Staatssecretaris Jansen:Alle opties waarmee wij schermen, waaraan wij denken, komen tersprake, maar wij hebben richting de Kamer heel duidelijk aangegeven datwij bij de Voorjaarsnota naar u toe komen. Eerst moet hier wel binnen hetkabinet over gesproken worden. Ik ga hier niet op vooruitlopen.Mevrouw Veltman (VVD):We hebben het hier samen voortdurend, heel terecht, over de verbindingmet Noord-Nederland. We hebben het over hoe we het knooppunt bijMeppel kunnen aanpakken. We hebben het over hoe we mensen inNoord-Nederland beter kunnen bedienen. Mijn vraag aan de Staatssecre-taris is: gaat hij zich ervoor inzetten ... Nee, laat ik het zo zeggen: hoe gaathij zich ervoor inzetten dat die extra treinen die tussen Zwolle enGroningen gereden kunnen worden, maar waarop op dit moment tocheen soort slot zit, wel gaan rijden? Dus hoe gaat hij er in overleg metProRail en de vervoerders ervoor zorgen dat die diensten geboden kunnenworden? Ik wacht even tot de Staatssecretaris ...De voorzitter:Nee, gaat u vooral door met uw vraag.Mevrouw Veltman (VVD):Ik wil namelijk wel dat hij hoort wat ik zeg.De voorzitter:Jazeker. Houd u het kort.Mevrouw Veltman (VVD):Nou, dat was mijn vraag: zorg er alstublieft voor dat die ruimte er komt. Iksnap dat het ingewikkeld is. Ik snap dat het ook spannend is. Maar ik zouhet mooi vinden als de Staatssecretaris zou zeggen: dit ga ik proberen teregelen.Staatssecretaris Jansen:De Staatssecretaris heeft nog een paar seconden nodig, zegt hij heelheerlijk.De voorzitter:U mag deze vraag ook eventjes ...Staatssecretaris Jansen:Ik kom hier later op terug.De voorzitter:Helemaal goed. Dan doen we dat zo meteen.Mevrouw Koekkoek (Volt):Terugkomend op de Europese financieringsmogelijkheden: de Staatsse-cretaris gaf terecht aan dat het tussen 2021 en 2027 niet gelukt is met dieLelylijn. Gelukkig is het wel gelukt om de Lelylijn op te nemen in hetnetwerk. In de afgelopen periode was er bijna 34 miljard beschikbaar voorprecies dit soort lijnen. Wij hebben het nu de hele tijd over het gegevendat geld niet beschikbaar is. Er zit ook een hele ontevreden Kamer aandeze kant. Daar ligt dus een kans voor de Staatssecretaris om zich juist inEuropa actiever op te stellen. Ik begrijp echt wel dat een proces nietzomaar doorbroken kan worden, maar mijn suggestie is dan om naar zo’nTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122954 investeringsbank toe te stappen en ervoor te zorgen dat we als Nederlandin ieder geval dat andere spoor wel op orde hebben, zodat die cofinan-ciering en al die voorwaarden vóór 2028 klaar zijn. Ik neem aan dat deStaatssecretaris dat wel gaat doen. Nogmaals, er lag dus 34 miljard op deplank voor precies dit soort netwerken. Dat helpt de Staatssecretaris uit debrand.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik aangegeven dat wij alle opties onderzoeken. Dit is ookeen van de opties die we onderzoeken. Dit kan ik mevrouw Koekkoek dusabsoluut toezeggen.Overigens heb ik ook een antwoord voor mevrouw Veltman. Juist deaanpak van de flessenhals Meppel is noodzakelijk om deze twintig extratreinen te kunnen laten rijden.De voorzitter:Mevrouw Koekkoek, ga uw gang.Mevrouw Koekkoek (Volt):Thanks. Het verloopt een beetje slordig zo.We hebben het als Nederland al een paar keer geprobeerd, maar wehebben het nooit voor elkaar gekregen. In Spanje hebben ze het wel voorelkaar gekregen; dat gaf ik ook aan in mijn inbreng. Sterker nog, daarhebben ze binnen een paar jaar een heel hogesnelheidsnetwerk op potengekregen. Een andere vraag die ik stelde in mijn inbreng, was: heeft deStaatssecretaris plannen om dit op te volgen bij de Spaanse collega?Heeft hij plannen om te leren van de lessen uit Spanje? Waar wij inNederland falen, kunnen ze dit in Spanje kennelijk wel goed uitvoeren.Anders heeft het namelijk weinig zin om zo’n optie op tafel te leggen.Nederland heeft die optie namelijk al jaren op tafel liggen; we laten steedsEuropees geld liggen. Ik zou het dus mooi vinden als deze Staatssecretarisdat als ambitie zou hebben, en zou zeggen: ik ga alles op alles zetten omervoor te zorgen dat dit deze keer slaagt, zodat ik de eerste Staatssecre-taris ben die dit wel voor elkaar krijgt.Staatssecretaris Jansen:Ik heb al met meerdere Europese collega’s contact gehad toen ik inBrussel en Straatsburg was. Ik heb nog geen contact gehad met mijnSpaanse collega. Toen ik op social media zag dat een aantal Kamerledenin Madrid was, heb ik wel direct ambtelijk laten navragen hoe dat daarprecies zit. Daaruit kwam onder andere het antwoord dat ik net in mijninleiding noemde. Het lijkt erop dat een aantal partijen in Spanje opsommige lijnen wel met verliezen te maken hebben. Het ziet er dus mooiuit, maar dat wil niet zeggen dat het daarmee ook rendabel is. Maar ik bennatuurlijk aan het kijken naar de investering waar u het over heeft. Watbetreft de middelen die wij ter beschikking hebben: het maakt me niet uituit welke hoeken of gaten die komen; als we daarmee iets kunnenrealiseren, vind ik het prima.De heer Bamenga (D66):Volgens mij zijn er twee vragen niet beantwoord. Ik had volgens mij nogde vraag gesteld hoe de Staatssecretaris ervoor gaat zorgen dat er genoegprivate investeringen komen voor de Lelylijn. Daarnaast vroeg ik ook hoede Staatssecretaris kijkt naar de Europese financiering van Rail Baltica;wat kunnen we daarvan leren? Dat waren de vragen die ik nog gesteldhad.Staatssecretaris Jansen:Ik heb het idee dat ik in mijn inbreng wel op de eerste vraag van de heerBamenga ben ingegaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122955 De heer Bamenga (D66):Volgens mij ging het om de eerste vraag die ik gesteld heb. Maar goed,het was heel vluchtig. U heeft daar wat mij betreft hoog over – zo zeicollega Vedder het ook – een reactie op gegeven. U heeft eigenlijkverwezen naar het masterplan. Maar dat antwoord ging veel meer over deverschillende financieringen. Dan heb ik het over het Rijk, de provincie,gemeenten, Europa en bedrijven. Zo had ik het ook ingeschat. Maar ik hebhet over de vraag hoe u dit gaat doen. Wat gaat u eraan doen om dieprivate investeringen verder te faciliteren? Als u nu verwijst naar hetmasterplan, dan is dat de reactie. Maar dat heb ik nog niet gehoord.Staatssecretaris Jansen:Ik snap de vraag van de heer Bamenga. Binnen het masterplan gaan wijalle mogelijkheden onderzoeken. Private investeringen zijn een van deonderdelen daarvan. Om maar een voorbeeld te noemen: we kijken ook ofer bij pensioenfondsen misschien mogelijkheden liggen. Maar soms blijkt«privaat» niet helemaal privaat te zijn; dat was ook de opmerking die iknet maakte. Soms is «privaat» ook «semi-privaat»; dan ben je als overheiduiteindelijk alsnog zelf aan het financieren. Daar kijken we ook naar. Wantuiteindelijk is privaat geld in mijn ogen wel ander geld dan geld datindirect toch bij de overheid vandaan komt.De voorzitter:Meneer Bamenga, uw laatste interruptie.De heer Bamenga (D66):Ik had gehoopt dat dit geen interruptie zou zijn, omdat mijn vragen nietzijn beantwoord.De voorzitter:Dat geldt dan voor de vorige. Maar u gaat nu een interruptie plegen, neemik aan?De heer Bamenga (D66):Dit is dan de derde, neem ik aan? Ja. Oké. Prima.Ik heb u nadrukkelijk gevraagd om te kijken naar de Baltische staten,omdat daar echt een fantastisch project is gefinancierd door Europa. Danwil ik de toezegging dat de Staatssecretaris de volgende vragen echt teruglaat komen in zijn masterplan. Hoe is dat gefinancierd? Wat zouden wedaarvan kunnen leren?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik in mijn algemene inleiding ook aangegeven dat wijbekijken welke lessen we van andere landen kunnen leren. Ik noem zelfweleens het volgende voorbeeld. Toen ik gedeputeerde was in Flevoland,keken we ook naar Europese middelen. Maar dat ging om factor acht: alswij € 1 kregen uit Brussel, konden we daar € 8 van maken in Flevoland.Wij zijn nu binnen het ministerie ook aan het kijken of wij op die maniermisschien zo’n meerwaarde kunnen creëren wat betreft de middelen dieeventueel beschikbaar zijn.De voorzitter:Heeft u nog een interruptie, meneer Bamenga, of bent u klaar? Nee, oké.Dan gaan we door naar het volgende, een-na-laatste, blokje: internati-onaal. Gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:Het goede nieuws is dat dit mapje minder dik is.Er was een vraag van mevrouw Koekkoek, de heer El-Abassi en de heerVan Dijk, dus van Volt, DENK en NSC: «Op internationale verbindingen isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122956 nu concurrentie mogelijk. Spanje laat zien dat concurrentie kan leiden totscherpere prijzen voor consumenten. Kunt u aangeven hoe het daarmeestaat in Nederland?» Het kabinet ziet natuurlijk ook kansen voor opentoegang op internationale verbindingen. Daarom zijn deze verbindingen,op de IC Brussel en de kortgrensoverschrijdende verbindingen na, niet inde HRN-concessie opgenomen. Concurrentie op de internationaleverbindingen is nu nog beperkt, maar zal vanwege de groeiende vraag dekomende jaren wel gaan toenemen. Meerdere vervoerders hebben zich albij de ACM gemeld omdat ze de komende jaren internationale verbin-dingen willen gaan verzorgen, ook voor nieuwe bestemmingen. Mijnvoorganger heeft u daar ook al eerder over geïnformeerd. De komendejaren zullen we zien welke van deze initiatieven capaciteit krijgentoegewezen door ProRail en welke uiteindelijk tot de markt kunnentoetreden.Dan was er een vraag van mevrouw Koekkoek van Volt: staat detoezegging nog steeds dat de Staatssecretaris met een visie komt voor hetinternationale treinvervoer in Q1 van dit jaar, en kan hij alvast eendoorkijkje geven van drie prioriteiten daaruit? Die toezegging staatnatuurlijk absoluut nog. Maar u heeft deze qua planning wel iets ambiti-euzer ingestoken. Ik had namelijk aangegeven dat ik in de eerste helft van2025 met die visie zou komen. Daar zit dus ook Q2 nog bij. Met de visiewordt uitwerking gegeven aan het regeerprogramma om te komen tot eenvoorstel voor het aansluiten op hogesnelheidslijnen over de grens. In dereactie op uw initiatiefnota van afgelopen jaar heeft het kabinet reeds eenaantal belangrijke aandachtspunten voor de visie genoemd, bijvoorbeeldhet versterken van de positie van de internationale reiziger en het belangvan integrale ticketing. Maar ik noem ook het geven van richting watbetreft de vragen op welke internationale corridors we willen inzetten enhoe vervoerders hiervoor ruimte willen bieden. U begrijpt dat ik nu nogniet verder op die uitwerking vooruit wil lopen, maar ik ga daar dit jaar, alsik het advies met u heb gedeeld, zeker het gesprek met u over aan. Datgaat dus in de eerste helft van dit jaar gebeuren.Dan was er een vraag van mevrouw Veltman van de VVD en van de heerBamenga van D66: wat is de visie van de Staatssecretaris op het interna-tionale spoorvervoer, ook met betrekking tot het laten rijden van meerdereaanbieders? Voor de internationale verbindingen geldt open toegang,behalve voor de IC Brussel en de kortgrensoverschrijdende verbindingen.Zoals eerder aangegeven, is de verwachting dat ik komend jaar met eenvisie kom, als uitwerking van het regeerprogramma.Dan was er een vraag van de heer Van Dijk van NSC: wanneer kunnen wemet nieuwe vervoerders naar Berlijn, Hamburg of Brugge gaan? Hij vroegof ik nog barrières zie en, zo ja, of ik die probeer weg te nemen enconcurrentie probeer aan te jagen. Nieuwe vervoerders kunnen nu altreindiensten naar internationale bestemmingen uitvoeren. De grootstebarrière is vaak de businesscase. Door de regelgeving rond capaciteitsver-deling aan te passen, willen we meer ruimte garanderen voor interna-tionale treinen, zowel richting Berlijn als op de hsl. Ik verwacht datwijzigingsvoorstel snel, voor de voorhang, aan uw Kamer te sturen. In devisie voor het internationale spoor zal ik hier dan ook op ingaan.Dan was er een vraag van mevrouw Veltman van de VVD en de heer VanDijk van NSC. Zij vroegen of ik wil onderzoeken of het mogelijk is om, inplaats van 20 treinen per week, 48 treinen per week over de Belgischegrens te laten rijden. Zij vroegen wat er maximaal kan. Ik ben blij dat deNS vanaf dit jaar meer treinen naar Brussel laat rijden. Het is mogelijk omaanvullend meer hogesnelheidstreinen naar de Belgische grens te latenrijden. ProRail heeft eerder, in het kader van Alle seinen op groen,onderzocht dat er 64 treinen per dag tussen Amsterdam en de Belgischegrens kunnen rijden. Er is dus ruimte voor aanbieders om een aanvraag tedoen. Over de capaciteit aan Belgische zijde moet nog wel afstemmingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122957 plaatsvinden. Het is aan de Belgische spoorinfrastructuurbeheerder omkeuzes te maken wat betreft de capaciteitsverdeling.Dan was er een vraag van mevrouw Koekkoek van Volt en de heer VanDijk van NSC. Zij vroegen of ik bereid ben om samen met mijn Spaansecollega op te trekken om ervoor te zorgen dat de obstakels, die nu vooralin Frankrijk liggen, weggenomen kunnen worden. Vanuit de EuropeseCommissie is een pilot gestart om te kijken naar de verbinding vanuitNederland naar Barcelona. Het ministerie en ProRail zijn hierbij aange-haakt. Ook vanuit andere landen zijn overheid en infrabeheerdersaangehaakt. Dat geldt ook voor Frankrijk. Momenteel wordt doorinfrabeheerders gezamenlijk gekeken naar mogelijkheden om de treindoor vier landen te laten rijden, ook wat betreft capaciteit op het spoor. DeEuropese Commissie steunt die pilot niet financieel, maar wil focussen ophet bijdragen aan oplossingen voor de belemmeringen rond het opzettenvan deze treindienst. Er wordt ingezet op een start van de pilot per 2026.Maar het is uiteindelijk wel aan de vervoerder om wat betreft opentoegang de afweging te maken of dit haalbaar is.Ik heb nog twee vragen te gaan, voorzitter.Dan was er een vraag van mevrouw Vedder over Emmen–Rheine. Zijvroeg wanneer er duidelijkheid komt over de 500 meter van Coevorden totaan de Duitse grens. Ik ben in goed overleg met de Inspectie Leefom-geving en ... Waar staat de T ook alweer voor? «Transport», hoor ik naastme. Excuus. Ik ben natuurlijk ook in overleg met ProRail. Het streven vanalle partijen is om eind februari duidelijkheid te hebben, zodat we op tijdzijn voor het integrale projectbesluit. Het heeft absoluut mijn aandacht; ikdoe alles wat ik kan doen om hiervoor te zorgen. Ik snap de vraagnamelijk. Volgens mij heeft u die ook al twee keer eerder gesteld.Dan was er nog een laatste vraag, van meneer Bamenga van D66: watkunt u leren van Rail Baltica? U dacht net dat die vraag nog openstond.Rail Baltica is vooral gefinancierd door de Connecting Europe Facility, deCEF. Er is vanuit deze facility overigens meer budget beschikbaar voorOost-Europese landen dan voor West-Europese. Daarnaast speelt ook hetfeit dat dit een verbinding tussen vier Europese landen is.Dat was de laatste vraag, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even kort naar de leden die nog interrupties overhebben. Geen vragen? Nee. Dan vraag ik u om het laatste blokje tebehandelen. Dan gaan we daarna even bekijken hoe we dit debat netjesen ordentelijk gaan afronden.Staatssecretaris Jansen:Dan het mapje overig. De heer Eerdmans van JA21 vroeg of ik het methem eens ben dat de treinen te vies zijn en dat de reinheid van treinen eeneis zou moeten zijn in de concessie. Ik herken het beeld dat het de NS in2024 niet altijd gelukt is om met schone treinen te rijden, onder meervanwege een beperkte beschikbaarheid van schoonmaakpersoneel. NStreft wel diverse maatregelen om dit aan te pakken, onder meer doorsamen met de partners in te zetten op werving en behoud vanmedewerkers en op het slimmer inzetten van de beschikbare schoon-maakcapaciteit. De concessie bevat reeds eisen die toezien op de netheidvan treinen, waaronder de prestatie-indicator Algemeen klantoordeel ende informatie-indicator Klantoordeel netheid treinen.Dan vroegen meneer De Hoop van GroenLinks-PvdA, mevrouw Koekkoekvan Volt, de heer Van Dijk van NSC en de heer Grinwis van deChristenUnie wanneer er meer duidelijkheid komt over oplossingen watbetreft het herstel van de viaducten op de hsl. Ze vroegen ook of erstructureel geld wordt vrijgemaakt om ervoor te zorgen dat dehsl-infrastructuur ook in de toekomst op orde blijft. ProRail voertmomenteel onderzoek uit naar de herstelmaatregelen voor die construc-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122958 tiefouten. De verwachting is dat ProRail in Q1 van 2025 zowel met eenplanning als met bedragen zal komen voor de werkzaamheden aan deviaducten. Voor die tijd heeft het geen zin om een jaartal te noemen,omdat de te verwachten kosten dan nog niet bekend zijn. Er wordtgezocht naar een oplossing voor de constructiefouten. Dat vraagt wel perviaduct – dat maakt het ook lastig – om maatwerk. Dat kost dus tijd. Op ditmoment zijn hiervoor nog geen middelen gereserveerd, zeg ik tegen devraagstellers.De heer Van Dijk van NSC vroeg of ik het met hem eens ben dat in elkgeval het opnieuw verder verlagen van de snelheid op de hsl naar 80kilometer per uur onacceptabel is. Ik zou bijna geneigd zijn om direct ja tezeggen, maar ik zeg dan wel dat in de keuze voor de snelheid op de hslwat ons betreft veiligheid essentieel is. Dat staat voorop. Door het herstelvan betonschade kan er sinds eind vorig jaar weer 120 kilometer per uurworden gereden waar voorheen nog 80 kilometer per uur werd gereden.Als de veiligheid het noodzakelijk maakt dat de snelheid opnieuw verlaagdmoet worden, moeten we dat accepteren. Natuurlijk ben ik zelf vanmening dat het goed zou zijn als we juist sneller kunnen rijden. U kuntzich ervan verzekeren dat die mogelijkheid ook bekeken wordt, zeg ikrichting de heer Olger van Dijk, maar veiligheid staat wel voorop.Dan was er nog een vraag van de heer Olger van Dijk, namelijk of ikmogelijkheden zie de hsl-toeslag te laten vervallen totdat dit automatischkan en zo nee, wanneer deze toeslag automatisch kan worden verrekend.Ik zie geen mogelijkheid om de hsl-toeslag te laten vervallen. De reizigerbetaalt deze toeslag voor een snellere verbinding en de reistijd over de hslblijft toch veel korter dan via het reguliere spoor. Het schrappen van detoeslag heeft bovendien financiële gevolgen. Ik zeg heel eerlijk richting deheer Van Dijk dat ik hoe dan ook geen middelen beschikbaar heb om deNS tegemoet te komen. Op dit moment heb ik geen zicht op of enwanneer deze toeslag automatisch kan worden verrekend.Dit is weer een vraag van de heer Olger van Dijk. Hij vraagt naar eenreactie van mij op de slechte score van de NS in het Europese onderzoek,in het T&E-rapport, de internationale vergelijking van spoorvervoerders.Dit onderzoek is uitgevoerd door Transport & Environment, eenonderzoeks- en lobbybureau, met als doel EU-transportbeleid te verduur-zamen. Vanuit Nederland is onder andere Milieudefensie aangesloten. Inhet rapport worden de spoorvervoerders in Europa op diverse onderdelenmet elkaar vergeleken. Dit rapport kan waardevolle inzichten bieden voorde spoorsector. Tegelijkertijd moet goed bekeken worden of er geenappels met peren vergeleken worden. In dit rapport worden een aantalbelangrijke thema’s niet belicht die naar mijn idee wel meegenomenhadden moeten worden, bijvoorbeeld de hele hoge frequentie van treinenin Nederland en de mogelijkheid voor de reiziger in Nederland om metéén ov-chipkaart of een betaalpas met het hele ov te kunnen reizen zondervooraf te boeken. De NS bestudeert de bevindingen uit het rapport om tebezien welke inzichten daar voor hen in zitten.Dan kreeg ik een vraag van de heer Bamenga over het hinderpakketZeeland. Wanneer is duidelijk hoe het alternatieve vervoer er in Zeelanduit gaat zien? Er zijn afspraken met Zeeland gemaakt over een maatrege-lenpakket voor hinderbeperking en het vergroten van de betrouw-baarheid. Dit wordt de komende jaren door de spoorsector samen met deZeeuwse partijen verder uitgewerkt. Zo kunnen we bekijken hoe we dezorgen en wensen van Zeeuwen, inwoners, maar bijvoorbeeld ookstudenten en werknemers, een plek kunnen geven. Hier is ook de tijd voor.Het proefproject is voorzien voor 2029. Via de voortgangsrapportageERTMS wordt u op de hoogte gehouden van de uitwerking. Overigens hebik in het vorige debat wel een aantal voorbeelden genoemd van afsprakendie we daarover al gemaakt hebben met de Zeeuwen.Er was nog een vraag van de heer Bamenga. Welke investeringen zijn ervoor de BRT in Zeeland nodig en wat doet u daarvoor? Voor een BusTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122959 Rapid Transit is geen vrijliggende infrastructuur over de volle lengtetussen Zeeland en Rotterdam voorzien. Wel moet de aanleg wordengezien in samenhang met de aanpak van de Zeelandbrug. Ook zijn eraanvullende investeringen nodig op specifieke locaties. Wat er preciesnodig is, wordt samen met de regio uitgewerkt. Over de uitwerking vaneen Midden-Zeelandroute heb ik in het afgelopen MIRT afsprakengemaakt met Zeeland. In het kader van het MIRT houd ik u ook op dehoogte van de vorderingen en de uitkomsten. De motie, waarover ook watdiscussie plaatsvond, gaven wij overigens oordeel Kamer, omdat ernamelijk werd gevraagd om onderzoek te doen. Onderzoeken kunnen inprincipe altijd worden gedaan. Uit de discussie tussen de heer Bamengaen de heer Heutink had misschien wel naar voren kunnen komen dat daarmisschien de extra investeringen voor nodig waren. Maar nogmaals, hetwas een motie met een verzoek tot onderzoek. Daarom gaven we dieoordeel Kamer.De vraag van mevrouw Veltman van de VVD was hoe ik strakkereafspraken ga maken met de NS en ProRail over het telkens of langdurigniet functioneren van liften op treinstations. Er is gelukkig al sprake vaneen dalende trend in het gemiddelde aantal liften dat een week of langerin storing is: van vijftien tot twintig langdurige storingen per maand in dezomer van 2022 naar zeven liften per maand in het najaar van 2024. Op ditmoment wordt het in de reisinformatie vermeld als een lift een week oflanger een storing heeft. Daarnaast werkt ProRail nu aan de ontwikkelingvan een realtime-liftmonitoringssysteem, waardoor ook data overkortdurende liftstoringen kunnen worden gedeeld met vervoerders vooractuele reisinformatie. Uw Kamer heeft ook een motie van de heerGrinwis uit maart 2024 aangenomen. Die vraagt dat er vanaf 2025 in eenhalfjaarverantwoording gerapporteerd wordt over de werking van liften.Met ProRail zijn afspraken gemaakt over de rapportage aan IenW. Devoortgang daarvan houden we in de gaten. Ik vind het wel van belang temelden dat een deel van de problematiek binnen ProRail moeilijk op telossen is, omdat veel storingen het gevolg zijn van externe factoren, metname van vandalisme en waterschade.Mevrouw Vedder vroeg: kan de Staatssecretaris bij de Transportraadsamen met de EU-collega’s inzetten op de vereenvoudiging van hetproces met betrekking tot Emmen–Rheine? Dat is eigenlijk een vervolg opde vraag die ik net heb beantwoord. Het ministerie zet zich in hetEuropees spoorwegagentschap ERA in voor een vereenvoudiging van hettoelaten van materieel, om grensoverschrijdend spoorvervoer tebevorderen. Bij de komende evaluatie van de ERA-verordening zal hetministerie in Europees verband aandacht vragen voor het specifieke puntdat u benoemt.Voorzitter. Dan de een-na-laatste vraag, van mevrouw Koekkoek. Die gingover de hoge tolkosten voor het spoorgoederenvervoer: hoe staat het metde onderhandelingen over deze tolheffingen? De kosten voor de gebruiks-vergoeding zijn vastgelegd in Europese regels. Er is op dit moment geenherziening van deze regels voorzien. Op dit moment kijken we naar hetbevorderen van het gelijke speelveld voor het spoor ten opzichte vanandere modaliteiten. Dit wordt ook meegenomen in de beleidsagendagoederenvervoer en in het eindproduct van het Toekomstbeeld Spoorgoe-derenvervoer, dat het kabinet dit jaar zal presenteren.De laatste vraag, van mevrouw Koekkoek: «Welke concrete stappenworden gezet om dit gelijke speelveld te realiseren en bij te dragen aan deEuropese groeiambities voor spoorgoederenvervoer? Kan de Staatssecre-taris voor het commissiedebat Spoorgoederenvervoer een overzichtsturen van de Europese inzet, de verwachtingen en de toekomstvisie voorspoorgoederenvervoer?» In december heb ik u een nadere uitwerking vanhet Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer toegestuurd. Ik ga hierovergraag met de Kamer het debat aan in het commissiedebat Spoorgoede-renvervoer. De verdere uitwerking van het toekomstbeeld vindtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122960 momenteel plaats. Dat gebeurt parallel aan, maar ook in samenhang met,de beleidsagenda goederenvervoer en het Toekomstbeeld OV. De Kamerwordt hierover in 2025 geïnformeerd. Ik kan u toezeggen voor hetcommissiedebat Spoorgoederenvervoer meer inzicht te geven in deEuropese ambities en in wat er aan beleidstrajecten loopt om het gelijkespeelveld te bevorderen.Voorzitter. Ik kijk ook even vriendelijk naar de griffie voor het geven vaneen reële termijn. Dat heeft met het volgende te maken. Gisteren heeft ubesloten een apart commissiedebat te organiseren over het spoorgoede-renvervoer, waardoor ook de bespreking is uitgesteld van de brief overhet vervoer van gevaarlijke stoffen over het basisnet en de spooremplace-menten. Dat begrijpen we, maar het is complexe materie en wetgevingmet een ingewikkelde belangenafweging. Wellicht kunnen we detussentijd gebruiken om het onderwerp specifiek toe te lichten doormiddel van een technische briefing, die we graag zouden willenaanbieden. Dat is de reden waarom ik vriendelijk naar de griffie keek.De voorzitter:Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ik wil de Staatsse-cretaris nog even vragen welke vragen er zijn blijven liggen voor detweede termijn. Er is volgens mij een aantal vragen blijven liggen.Staatssecretaris Jansen:Voor zover ik het kan overzien, was alleen de vraag van mevrouw Veltmanblijven liggen. Die ging over wel of geen afbeeldingen bij het raadplegendoor boa’s. Daar zou ik in tweede termijn op terug willen komen.De voorzitter:Oké. Dank voor de beantwoording door de Staatssecretaris in de eerstetermijn van het kabinet. Ik wend mij even tot u als Kamer. Wij hebbennamelijk geen tijd meer voor een volledige tweede termijn. Dat kunnen weop verschillende manieren oplossen. Mijn voorstel zou zijn dat ik zometeen de tweede termijn heropen voor het aanvragen van een twee-minutendebat en dat we daarna toch kort schorsen voor de beant-woording van de overgebleven vraag. Daarna doen we de toezeggingenen ronden we het debat af. Dan zijn we net iets over zessen klaar. Dat zoueigenlijk het meest ordentelijke proces zijn. Ik kijk even naar om te zien ofdat op instemming kan rekenen van de leden. We hebben geen tijd vooreen volledige tweede ronde. Dat zal ik u vast meegeven. U heeftruimschoots gebruikgemaakt van de mogelijkheid tot interrupties, ookmet lange interrupties. Dat geef ik dus mee. Ik kan natuurlijk een rondjedoen in de toelichting. U kunt dan toelichten welke vraag er is blijvenliggen. Dat is natuurlijk technisch altijd mogelijk.Dan ga ik door naar de tweede termijn van de Kamer. Ik geef het woordaan de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. In deze tweede termijn wil ik een tweeminutendebat aanvragen.Dat heb ik hierbij gezegd. Ik dank de Staatssecretaris voor de beant-woording. Ik hoop dat hij als de wiedeweerga werk gaat maken van deproblemen in Maarheeze.Dank u.De voorzitter:De heer Olger van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank, voorzitter. Ik heb nog een vraag gesteld over het stappenplanrichting 300 kilometer per uur op de hsl. Daar zou ik een concrete reactieop willen. Ik heb twee halve toezeggingen gehoord waar ik toch eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122961 verduidelijking van zou willen. Hij zou het namelijk in Brussel aan de ordewillen gaan stellen, maar de agenda is lastig is. Ik wil wel echt een datumwaarop deze Staatssecretaris naar Brussel gaat. Ik begreep ook dat hijeind januari met de regio verder spreekt. Ook daarbij zou ik eentoezegging willen dat we daar ook schriftelijk over worden geïnformeerd.De voorzitter:Daarover gaan we zo naar de Staatssecretaris luisteren. MevrouwVeltman, heeft u ook nog een overgebleven vraag?Mevrouw Veltman (VVD):Nou, eigenlijk is het een reactie op informatie die in mijn ogen niet correctis. Ik wil dat dus graag even melden. Er wordt net aangegeven dat deflessenhals bij Meppel een blokkade zou zijn voor de extra treinen. Ik hebbegrepen dat dat niet correct is. Het zou dus goed zijn als ik daaroverword geïnformeerd, desnoods in een brief. Dan blijft mijn vraag staan ofde Staatssecretaris zich ertegenaan gaat bemoeien met de intentie om dietreinen wel te laten rijden. Gaat hij kijken hoe dat precies zit en waar diemogelijkheden zitten?De voorzitter:Dank u wel. Meneer El Abassi, heeft u nog een vraag die is blijven liggen?De heer El Abassi (DENK):Eerder een verzoek. Ik hoef nu geen antwoord te hebben, maar het zou fijnzijn als de Staatssecretaris ons kan inlichten. We zien namelijk ook wie hettweeminutendebat heeft aangevraagd. Kan de Staatssecretaris onsvoorzien in wat cijfers? Om hoeveel mensen gaat het bij Maarheeze? Omhoeveel overlastplegers gaat het procentueel gezien, als je ook kijkt naarhet azc? Om wat voor soort incidenten gaat het? En om hoeveel overlastgaat het procentueel gezien als je het vergelijkt met heel Nederland? Hetzou wel fijn zijn als we op die manier geïnformeerd worden voordat ermoties worden ingediend.De voorzitter:Dank u wel. We gaan zo meteen kijken of dat direct afgedaan kan wordendoor de Staatssecretaris. Anders kan het wellicht middels een brief of ietsanders. We gaan de reactie van de Staatssecretaris afwachten. Ik schorsvijf minuten. Dan kan de Staatssecretaris de beantwoording van deovergebleven vragen even verder voorbereiden. Ik schors tot 17.55 uur.De vergadering wordt van 17.51 uur tot 17.55 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen het commissiedebat Spoor. We komen toe aan de afrondingvan dit debat. Er zijn nog een aantal open eindjes. Die gaan we nuafhandelen. Allereerst is aan de orde de beantwoording van de Staatsse-cretaris in de tweede termijn. Daarna zullen we de toezeggingen doen. Ikzou dus graag de Staatssecretaris het woord willen geven voor debeantwoording van de overgebleven vragen.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Allereerst de vraag van mevrouw Veltman over de foto’sin verband met de pilot Rotterdam. Hier wil ik graag schriftelijk opterugkomen in reactie op het stappenplan OV-NL, over handhaving in hetov.Dan de vraag van de heer Van Dijk. Die ging over een toezegging voor eenbrief na het gesprek met de regio. Die toezegging kan ik gewoon doen.Wanneer ga ik naar Brussel? Ik heb even in de agenda gekeken. Ik heb nogdeze maand een afspraak met transportcommissaris – ik moet heel evenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122962 spieken – Tzitzikostas; ik wilde het eigenlijk combineren, maar ik vond denaam even erg lastig, vandaar dat ik die even moest opzoeken!U heeft gevraagd om een stappenplan voor 300 kilometer per uur van dehsl. Ik verwacht dat ProRail in het voorjaar van 2025 met een stappenplankomt, mogelijk zelfs nog in Q1. Maar in ieder geval komt het in hetvoorjaar van 2025.Dan de vraag van de heer El Abassi over overlastgevers Maarheeze. Ik kantwee dingen doen. Ik kan u de cijfers geven die ik op dit moment heb. Diegaan over de periode tot en met 2023. Die kan ik u gewoon verstrekken,want die heb ik. Als u actuelere informatie wilt, kan ik daar pas opterugkomen voor het commissiedebat Openbaar vervoer en taxi. Een deelvan de informatie ligt namelijk bij de NOS ... Ik bedoel: NS; ja, die ligtmisschien ook bij de NOS! En een ander deel van de informatie ligt bijJenV. Ik moet er dus echt meer tijd voor uittrekken om die informatie vooru te vinden, zeg ik richting de heer El Abassi.De voorzitter:Dan stel ik als voorzitter voor dat we daar een toezegging van maken. Danwordt die informatie dus geleverd.Staatssecretaris Jansen:Ja, ik zal beide doen: ik zal de informatie die we hebben hoe dan ooktoesturen voor het tweeminutendebat dat is aangevraagd en de uitge-breidere informatie zal ik toesturen voor het commissiedebat Openbaarvervoer en taxi.Dan heb ik nog een vraag: een derde, vierde IC naar Groningen of extratreinen van Arriva? ProRail heeft capaciteit toegewezen voor slechtsvier extra treinen per dag. Extra structurele treinen kunnen niet zondermeer gereden worden zonder maatregelen op overwegen en baanstabi-liteit en maatregelen bij Meppel. En energie heeft er ook mee te maken.Dat zijn de vragen die ik heb gekregen, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Nee, ik ga geen interrupties meer toestaan. U zult het dusmoeten doen met de antwoorden. U heeft een tweeminutendebat voor deafronding van dit commissiedebat. We zijn door de tijd heen en hebbennog wat administratie te doen.Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording in de tweedetermijn. Dan rest mij het correct afhandelen van de administratie, met uwgoedkeuren. Dat zijn de toezeggingen.−De Staatssecretaris zegt toe te zullen kijken naar het Rotterdamsmodel, waarin boa’s telefonische toegang hebben tot het rijbewijsre-gister. Hij zal dit doen aan de hand van het rapport van OV-NL enkoppelt dit per brief terug aan de Kamer.Er staat geen termijn bij. Dat is een correcte weergave van de toezegging,denk ik.Mevrouw Veltman (VVD):Bijna. Ik vroeg ook of dat dan wel een gezamenlijke reactie kan zijn metJenV.Staatssecretaris Jansen:Dat heb ik inderdaad toegezegd: het wordt een gezamenlijke reactie.Daarnaast gaan we checken hoe het nou zit met die afbeeldingen.De voorzitter:En heeft u daar ook een termijn bij voor wanneer u dat kunt afhandelen?Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122963 Een termijn is lastig te geven. Ik moet ook nog overleg hebben met JenVdaarover. Laat ik uitgaan van het eerste kwartaal. Misschien lukt heteerder, hoor, maar ik moet eerst overleggen met JenV.De voorzitter:Helemaal goed. Is genoteerd. Dan de tweede toezegging.−De Staatssecretaris zegt toe voor het commissiedebat Spoorgoederen-vervoer de Kamer een brief te doen toekomen waarin hij verderuiteenzet wat de Europese ambitie en inzet is voor wat betreft hetspoorgoederenvervoer.Volgens mij was dat ook een toezegging aan mevrouw Veltman. Of washet mevrouw Koekkoek? Ja? Dat zetten we er even bij: een toezegging aanmevrouw Koekkoek.−De Staatssecretaris zegt toe na het gesprek met de regio over deLelylijn en de Nedersaksenlijn een brief aan de Kamer te sturen overde voortgang. Dit is een toezegging aan het lid Olger van Dijk.−De Staatssecretaris zegt toe voor het commissiedebat Openbaarvervoer en taxi de Kamer een brief te doen toekomen waarin de cijfersen soorten overlast van station Maarheeze van 2024 worden weerge-geven. Dat is een toezegging aan de heer El Abassi.Dit zijn de toezeggingen die we genoteerd hebben.Staatssecretaris Jansen:Wellicht een aanvulling: de cijfers die we al wel tot onze beschikkinghebben, komen voor het tweeminutendebat.De voorzitter:Ja, dat heb ik begrepen.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik had nog twee dingen, over iets wat op het einde genoemd werd. Ikhoorde: stappenplan 300 kilometer per uur dit voorjaar. Dat gaat dus overde HSL-Zuid terugbrengen naar 300. Ik hoorde ook dat u nog deze maandnaar Brussel zou willen gaan. Maar goed, dat kan hij misschienmeenemen in de brief ten aanzien van de regio.De voorzitter:Ik vind dat geen toezegging. Dat gaat de Staatssecretaris doen. Die anderetoezegging zullen we noteren, want dat is een toezegging waar eenstappenplan voor moet komen en dat naar de Kamer moet wordengestuurd. Die nemen we dus op als vijfde toezegging.De heer El Abassi (DENK):Er zijn bijna al moties aangekondigd over Maarheeze. Ik zou de Staatsse-cretaris daarom toch willen vragen om ook de andere informatie voor hettweeminutendebat aan te leveren en er anders rekening mee te houdenbij de appreciatie.De voorzitter:De Staatssecretaris doet zijn best, volgens mij.Staatssecretaris Jansen:Ik doe mijn stinkende best om de informatie zo snel mogelijk aan televeren. Maar omdat ik hier ook met externe partijen te maken heb, kan ikecht niet garanderen dat die voor het tweeminutendebat komt. De heerEl Abassi vraagt of ik daarmee rekening kan houden bij de appreciatie,maar het ligt een beetje aan de opstelling van de motie, zeg ik heel eerlijk.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122964 We kunnen als Kamer ook verzoeken om te wachten met het tweeminu-tendebat totdat de cijfers er zijn. Dat is de andere kant van de medaille.Wat uw voorzitter betreft zijn de toezeggingen daarmee afgedaan.Daarmee komen we ook aan het einde van dit debat. Ik zou in ieder gevaliedereen die dit debat op de publieke tribune heeft gevolgd hartelijk willenbedanken. Ik bedank ook de mensen die het debat op afstand hebbengevolgd. Dank aan de Staatssecretaris en de ambtelijke ondersteuningvoor hun aanwezigheid. Dank uiteraard aan de leden voor het leveren vande inbreng en het levendige debat. Dank aan de griffie en de onder-steuning en natuurlijk voor het feit dat wij gefaciliteerd worden om hiereen goede vergadering te kunnen houden en dat alles genoteerd wordt.Dank voor het debat.Sluiting 18.05 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 122965

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7a0182a29eb5e656

14 okt 2026 · bc4b4ebd55cd58fb

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingSpoor
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 15 januari 2025, over Spoor

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.