KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 maart 2026, over Staat van de Volkshuisvesting

17 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8c9dcef5e801e1ab · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 847Integrale visie op de woningmarktNr. 1446 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 17 april 2026 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeftop 11 maart 2026 overleg gevoerd met mevrouw Boekholt-O’Sullivan,Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, over:–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 febru-ari 2026 inzake fiche: Mededeling De Europese Strategie voorwoningbouw (Kamerstuk 22 112, nr. 4275);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 febru-ari 2026 inzake fiche: Mededeling Europees plan voor betaal-baar wonen (Kamerstuk 22 112, nr. 4274);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 29 januari 2026 inzake voortgang NationalePrestatieafspraken (Kamerstuk 29 453, nr. 582);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 29 januari 2026 inzake beleidsreactie op deStaat van de corporatiesector 2026 (Kamerstuk 29 453,nr. 581);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 26 januari 2026 inzake kabinetsreactie oponderzoek Regeldruk bij woningcorporaties (Kamerstuk29 453, nr. 580);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 19 januari 2026 inzake plan van aanpak belem-meringen wooncoöperaties (Kamerstuk 29 453, nr. 579);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 9 januari 2026 inzake aanpassen methodiekmaximale borg (Kamerstuk 29 453, nr. 578);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 11 december 2025 inzake diverse ontwikkelin-gen in het woonbeleid (Kamerstuk 32 847, nr. 1398);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 8 december 2025 inzake rapport Staat van deVolkshuisvesting 2025 (Kamerstuk 32 847, nr. 1394);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 25 november 2025 inzake voortgang aanpakwoondiscriminatie (Kamerstuk 32 847, nr. 1391); kst-32847-1446ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14461 –de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 14 november 2025 inzake het verbeteren van dehuurbescherming voor arbeidsmigranten en het tegengaan vanoneigenlijk gebruik van huurcontracten «naar aard van korteduur» (Kamerstuk 29 861, nr. 171);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 8 oktober 2025 inzake Woontoponderzoek«Investeringsklimaat middenhuur» (Kamerstuk 27 926,nr. 405);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 3 september 2025 inzake voortgang studenten-huisvesting september 2025 (Kamerstuk 33 104, nr. 34);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 14 juli 2025 inzake ondersteuning realisatiemiddenhuur (Kamerstuk 27 926, nr. 399);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 11 juli 2025 inzake ontwikkelingen woonbeleid(Kamerstuk 32 847, nr. 1375);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 7 juli 2025 inzake interdepartementaal beleids-onderzoek (ibo) naar de huursector (Kamerstuk 27 926,nr. 398);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 3 juli 2025 inzake uitvoerbaarheid aangenomenamendementen wetsvoorstel Versterking regie volkshuisves-ting (Kamerstuk 36 512) (Kamerstuk 36 512, nr. 103);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 30 juni 2025 inzake appreciatie motie overvrijstelling overdrachtsbelasting voor taakoverdrachten tussenverenigingen en anbi’s (Kamerstuk 32 847, nr. 1356) (Kamer-stuk 32 847, nr. 1370);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 30 juni 2025 inzake rapport Toezicht WSW 2024(Kamerstuk 29 453, nr. 577);–de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 10 april 2025 inzake weging ontwikkelingenhuurmarkt (Kamerstuk 36 496, nr. 74).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,BrometDe griffier van de commissie,De VosTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14462 Voorzitter: BeckermanGriffier: De VosAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Beckerman, Claassen,Clemminck, Flach, Grinwis, De Hoop, Van Leijen, Mooiman, Nobel,Russcher, Steen en Wiersma,en mevrouw Boekholt-O’Sullivan, Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening.Aanvang 14.00 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Welkom bij de vaste commissie voor Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening. Vandaag is aan de orde het commissiedebat Staatvan de volkshuisvesting. Ik heet de Minister, alle Kamerleden en natuurlijkiedereen die meekijkt van harte welkom. We hebben een strakke planningvandaag. De spreektijd is vastgesteld op vijf minuten per fractie. Ik zou deKamerleden willen voorstellen om in de eerste termijn van de Kamer drieinterrupties op elkaar te hanteren. Op die manier hopen we genoeg tijd tehebben om vier interrupties op het kabinet te kunnen plegen. Bent udaarmee akkoord? Ik zie geen hele verdrietige gezichten.Door het lid Claassen is toestemming gevraagd om deel te nemen aandeze commissievergadering. Zijn er mensen die daar bezwaar tegenhebben? Dat is niet het geval. Daar komt hij weer goed mee weg!We gaan naar de eerste spreker van dit commissiedebat. Dat is het lid DeHoop. Hij spreekt namens GroenLinks-PvdA. U heeft vijf minuten, meneerDe Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Het is mijn eerste debat met deze Minister. Het ismisschien gek dat ik dat ook doe, maar ik wil haar ook welkom heten indeze commissie en heel veel succes wensen. In de uitingen die ze deafgelopen week deed op de televisie, zag ik hoe belangrijk huisvesting, enzeker sociale huisvesting, voor haar persoonlijke verhaal is geweest. Ikhoop daarin dus de verbinding te zoeken met deze Minister en te kijkenhoe we het voor heel veel meer mensen in Nederland kunnen realiseren.Voorzitter. We spreken vandaag over de volkshuisvesting, oftewel over devraag hoe we mensen in ons land aan een goeie woning helpen. Het gaatom een fijne plek om thuis te komen, om vaste grond onder de voeten.Dat is de absolute basis om een leven op te bouwen. Daarom staat inartikel 22, lid 2 van onze Grondwet dat de overheid daarin een taak heeft.Maar voor te veel mensen blijft zo’n thuis onbereikbaar. In de Staat van deVolkshuisvesting zien we een tekort van 400.000 woningen. De gemid-delde huur in de vrije sector ligt rond de € 2.000 per maand. Veel mensenzijn bijna de helft van hun inkomen kwijt aan huur. Voor een gemiddeldkoophuis moet je nu vaak al een ton eigen spaargeld meebrengen. Alsofgewone mensen dat zomaar hebben liggen! Op deze manier raakt eenbetaalbare woning voor heel veel gewone mensen uit zicht. Dat is geennatuurverschijnsel, maar het gevolg van politieke keuzes. Al jaren zien wedat de woningmarkt niet werkt. Toch blijft de politiek maar kiezen voordiezelfde markt.Ook nu weer. In de vorige verkiezingsprogramma’s werden grote beloftesgedaan. Het ging om nieuwe steden – tien zelfs! – om miljardeninveste-ringen en om een enorme bouwimpuls. Maar in het coalitieakkoord isdaar weinig van overgebleven. De VVD heeft de onderhandelingengewonnen, zoals wel vaker gebeurt. De huren gaan omhoog, zo blijkt uitde doorrekeningen van het CPB. De wet van voormalig Minister Hugo deJonge om woekerhuren tegen te gaan wil de coalitie alweer aanpassen,nog voordat de evaluatie is afgerond. De hypotheekrenteaftrek blijftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14463 bestaan, terwijl we weten wat dat doet met de huizenprijzen. Zo blijvenwoningzoekenden op achterstand gezet worden ten opzichte van mensendie al een huis bezitten.Voor woningbouwcorporaties – onze volkshuisvesters, zeg ik daar maarbij, aangezien we het over volkshuisvesting hebben – moet het toch ookeen teleurstelling zijn geweest. Ze geven een duidelijk signaal: ze hebbeneen tekort van 20 miljard euro. Als de Minister niet in actie komt, dankunnen corporaties simpelweg niet genoeg woningen realiseren. Daarombegrijp ik niet waarom het kabinet de winstbelasting voor corporatiesslechts deels wil afschaffen. Het zijn halve maatregelen. In vijftienEuropese landen bestaat deze belasting helemaal niet. Klopt het dat alswe die volledig afschaffen, er 120.000 woningen meer kunnen wordengebouwd dan met de huidige plannen, vraag ik de Minister.Voorzitter. Voor GroenLinks-PvdA zijn echt andere keuzes nodig. Wemoeten kiezen voor betaalbare woningen voor gewone mensen. Daarompresenteren wij vandaag, samen met de wethouders uit onze tien grootstegemeenten, een manifest voor de volkshuisvesting met concretemaatregelen. Ik zou dat via de bode graag overhandigen aan de Ministeren mijn collega’s hier in de zaal.Ik noem vier maatregelen uit dat manifest. Ten eerste: versterk dewoningbouwcorporaties. Schaf de winstbelasting volledig af. Geefcorporaties ruimte om ook voor de middenklasse te bouwen, via degeborgde financiering voor middenhuur. Waarom staat dat niet duidelijkerin het coalitieakkoord?De voorzitter:Wilt u heel even wilt pauzeren vóór de tweede maatregel? Er is eeninterruptie voor u van de heer Nobel, VVD.De heer Nobel (VVD):Dit is precies hoe de VVD GroenLinks-PvdA kent: met rotsvast vertrouwenin de woningcorporaties. Op zich is het natuurlijk hartstikke goed alswoningcorporaties woningen realiseren. Daar is de VVD ook niet optegen. Maar als we kijken naar de afgelopen jaren, zien we dat decorporaties helemaal niet realiseren wat ze beloven. Dat staat los van allezaken waar de heer De Hoop de Minister nu op bevraagt. Is de heer DeHoop het met me eens dat de focus uiteindelijk veel meer zou moetenliggen op het toevoegen van woningen in het middensegment, betaalbarekoop en middenhuur, in plaats van te fixeren op alleen sociale huurwo-ningen? Uiteindelijk gaan de woningzoekenden daar namelijk helemaalniet gebaat zijn. Zij zijn veel meer gebaat bij alle bouwers die in dewoningmarkt willen investeren.De voorzitter:Oké, uw vraag is helder.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Nou, zeg dat maar tegen alle mensen die in de wachtrij staan voor eensociale huurwoning. Ik weet dat de partij van de heer Nobel, de VVD, vindtdat het eigenwoningbezit heilig is. Voor heel veel mensen is dat, aller-eerst, niet bereikbaar. Ten tweede staan er dus heel veel mensen in dewachtrij. In Amsterdam is dat meer dan tien jaar. Er zijn dus tal vangemeenten waar mensen echt behoefte hebben aan die socialehuurwoning. We weten dat het aantal sociale huurwoningen in Nederlandalleen nog maar daalt, al ongeveer tien jaar lang. Dat komt doordat wijmeer ruimte aan de markt hebben gegeven. Als die ruimte voor de marktertoe zou leiden dat mensen die een gewoon salaris hebben, ook aan eenkoopwoning kunnen komen, had ik daar nog enig begrip voor gehad,maar we hebben juist gezien, deze week ook weer, dat een koopwoningvoor heel veel mensen onbereikbaar is. Zorg dus voor betaalbareTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14464 woningen. De partijen die dat het snelst kunnen realiseren, zijn gewoonde woningbouwcorporaties.De voorzitter:Het liefst de vragen iets korter en de antwoorden ook. Dat heeft ermee temaken dat we echt een strakke eindtijd hebben. Eerst is de heer Nobel,dan de heer Flach en dan de heer Mooiman.De heer Nobel (VVD):Nogmaals, de VVD is helemaal niet tegen de realisatie van socialehuurwoningen. Alleen, de fixatie van GroenLinks-PvdA op alleen datsegment is precies wat ervoor zorgt dat die wachtlijsten alleen maartoenemen, want mensen die in principe helemaal geen gebruik hoeven temaken van een sociale huurwoning zoeken zich nu rot op het midden-huursegment. De woningen in het middenhuursegment verdampen nu.We zagen afgelopen jaar 40.000 woningen verdwijnen uit het midden-huursegment. U wees er zelf al op dat voor een starter met een modaalinkomen op de koopmarkt een ton extra meegenomen moet worden. Ikhoop dat PvdA-GroenLinks deze periode samen met de VVD en anderepartijen juist wil gaan kijken naar hoe we ervoor kunnen zorgen dat ermeer wordt gebouwd in het middensegment. Dan moeten we minderreguleren, bijvoorbeeld met minder regels op het gebied van verduur-zaming. Gemeenten als Amsterdam en Utrecht ...De voorzitter:Uw vraag, alstublieft.De heer Nobel (VVD):... doen veel meer dan wat wettelijk nodig is. Bent u bereid om samen metde VVD te zeggen: doe dat nou niet, hou je aan de eisen die er zijn en gameer woningen bouwen?De voorzitter:We gaan terug naar de heer De Hoop, GroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Wat mij wel verbaast als de heer Nobel zegt dat hij zo veel behoefte heeftaan woningen in het middensegment, is dat nota bene de coalitie zelf inhet regeerakkoord bij die twee derde betaalbaar zegt: we willen daar meerbetaalbare koopwoningen. De consequentie daarvan, als je 30% socialehuur hebt en ook nog een groot aandeel betaalbare koop, is dat je nogminder middenhuurwoningen gaat bouwen in de komende jaren. Dat zeiIVBN nota bene ook zelf tegen de Kamer in de afgelopen weken. Ik zie duseen beetje een differentiatie tussen de inbreng van de heer Nobel en water in het regeerakkoord staat. Als je echt wilt zorgen voor betaalbarekoopwoningen – ik ga dan iets zeggen wat de heer Nobel al helemaal nietleuk vindt – moet je de hypotheekrenteaftrek geleidelijk afschaffen, wantdie heeft een prijsopdrijvende werking. Dat zegt ongeveer elke woning-bouweconoom, behalve als ze lid zijn van de VVD. Als de heer Nobel zichecht bekommert om betaalbare koopwoningen, doe dan wat met grond,want dat doet wat met de prijs, en doe wat met de hypotheekrenteaftrek.Anders is dit echt een gratuite inbreng.De heer Flach (SGP):Ik denk dat er twee grote problemen zijn op de woningmarkt: a het tekortaan woningen en b de onbetaalbaarheid ervan. Ik wil het hebben over deleennormen. Die zijn natuurlijk maximaal opgeschroefd en hebben ertoegeleid dat huizen eigenlijk een soort kunstmatige prijs hebben, die wordtbepaald door wat mensen kunnen betalen. Hoe kijkt de heer De Hoop naarhet wat naar beneden brengen van de leennormen, die ook wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14465 genoemd in dat CPB-rapport? Dat klinkt wat raar, want dan kunnenmensen even kort wat minder lenen, maar dat gaat een drukkend effecthebben op de prijzen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vind het echt een heel goed punt van de heer Flach van de SGP. Ik weetook dat hij hier twee jaar geleden, zeg ik uit mijn hoofd, vanuit de SGP eensoort van notitie over naar voren bracht. Daar stonden onder andere dieleennormen in. Die zijn te ruim in Nederland, omdat ze zorgen voor eenprijsopdrijvend effect. Als je kijkt naar de stijging van de woningprijs deafgelopen jaren, zie je dat die een-op-een oploopt met de leenruimte diemensen hebben en niet eens zozeer met het woningtekort. Ik vind het dusheel belangrijk om ook naar die knop te kijken. Er zijn meerdere fiscaleknoppen waar we echt naar moeten kijken. Ik kijk dus graag met de heerFlach hoe we in de komende periode ook op fiscaal gebied en in dieleenruimte de stappen kunnen zetten die nodig zijn.De voorzitter:Helder. Dan ga ik naar de heer Mooiman van de PVV.De heer Mooiman (PVV):Dank u wel, voorzitter. We kunnen een eind meegaan met het betoog vande heer De Hoop, zeker waar het gaat om betaalbare woningen en debouw daarvan. Daarom is het, denk ik, ook ontzettend belangrijk dat weniet alleen inzetten op binnenstedelijke woningbouw, maar ook opbuitenstedelijke woningbouw. Dat kan vaak goedkoper en gemakkelijkeren levert daarom ook uiteindelijk een betaalbaardere huur- of koopwoningop. Toch zien we in heel veel provincies waar GroenLinks dan wel PvdAaan de macht is, of waar deze partijen samen aan de macht zijn, datbuitenstedelijke woningbouw juist ontzettend beperkt wordt. Wat vindt deheer De Hoop daar dan van?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):In de meeste provincies zit er een BBB-gedeputeerde aan de knoppen. Diewillen liever niet dat er op het land gebouwd wordt, omdat dat bestemd isvoor boeren. Ik denk dat het probleem meer zit in de grote ruimte die delandbouw inneemt als het gaat over grond. 60% van onze grond is inhanden van de landbouwsector. Als je 1% daarvan voor woningbouwgebruikt, zou je heel erg veel kunnen doen. De heer Mooiman schetst,denk ik, wel terecht dat je buitenstedelijk ook dingen moet doen. Deeerlijkheid gebiedt te zeggen dat het ook binnen mijn partij weleens totdiscussie heeft geleid: pas nou wel op het groen; zorg voor genoegnatuur. Wij hebben daarover de afgelopen jaren ook gezegd: we moetenook buitenstedelijk bouwen. Maar ik vind het ook belangrijk om met deruimte die we hebben de juiste dingen te doen. Er staan in Nederlandmeer dan 90.000 panden leeg. Daarin kunnen we ook heel veel woningenrealiseren, zeg ik tegen de heer Mooiman via de voorzitter.De voorzitter:De heer Mooiman en daarna mevrouw Wiersma.De heer Mooiman (PVV):Om toch op het eerste punt terug te komen: ik denk dat het goed is datGroenLinks-PvdA aangeeft toch mee te willen kijken naar buitenstedelijkewoningbouw. Het frame dat wordt opgeworpen is dat boeren enwoningbouw elkaar in de weg zouden staan. Dat deel ik niet. Als we kijkennaar het totale bodemgebruik van Nederland, dan zien we dat 6%bestemd is voor wonen. Daar staan 8,3 miljoen woningen op. Er isnatuurlijk meer grond waar je naar zou kunnen kijken. Ik denk alleen datwe er niet aan ontkomen om, als we de woningnood op willen lossen enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14466 we die 100.000 woningen willen halen, buitenstedelijk te bouwen. Wijwillen straks – ik zal daar in mijn termijn ook wat over zeggen –voorstellen indienen om dat ook echt gaan realiseren. We hopen dat wijdaarin samen kunnen optrekken.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Duidelijk. De heer Mooiman spreekt hier tegen een boerenzoon. Ik weethoe belangrijk landbouwgrond en grond voor boeren is. Maar we wetenook dat het echt heel veel ruimte inneemt in Nederland en dat er dekomende periode ook boeren zullen stoppen. Dus zorg er daarom voor datje de juiste keuzes maakt over de grond waar het om gaat en dat je daarpubliek zorgt voor woningbouw of uitbreiding van natuur. Dat zalgedeeltelijk ook buitenstedelijk moeten gebeuren. Dat erken ik ook vanuitmijn fractie.Mevrouw Wiersma (BBB):Ik moet natuurlijk ook even reageren op de patstelling tussen woningenen boeren. Waar het BBB aangaat: mijn partij heeft nooit gezegd dat dietwee elkaar bijten, juist omdat voor woningbouw slechts een heel kleindeel nodig is en daar nog geen boer slechter van geworden is. Sterkernog, de vorige BBB-Minister heeft daar in de Nota Ruimte juist extragebieden voor willen aanwijzen. Het lid De Hoop refereert aan provincies.Is hij het met mij eens dat het aanwijzen van woningbouwlocatiesuiteindelijk toch echt bij primair bij gemeentes ligt? Ik heb het bijvoor-beeld over bestemmingsplanwijzigingen, waarbij we natuurlijk ook eenheleboel mitsen en maren zien. Maar er zit op dit moment nog geenenkele BBB’er in het college of in de raad.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Nee. Nou was er wel een BBB-Minister van Landbouw. Die kennen wijbeiden. Ik denk dat de stikstofaanpak van de voormalige Minister vanLandbouw behoorlijk wat woningbouwproblemen veroorzaakt heeft endat er vertraagd is. Mevrouw Wiersma heeft gelijk: er zijn nog geenBBB-wethouders. Die zullen er misschien de komende periode wel komen.Maar er zijn natuurlijk wel heel veel BBB-gedeputeerden die op het gebiedvan landbouw- en stikstofbeleid echt vertraging hebben veroorzaakt alshet gaat om woningbouw. Ik hoop dat dit kabinet daar andere stappen opneemt en ook dat niet alleen deze D66-Minister van Volkshuisvesting datdoet, maar ook de landbouwminister. Wat dat betreft kan er ook samenge-werkt worden met GroenLinks-Partij van de Arbeid, zeg ik daarbij.Mevrouw Wiersma (BBB):Ik denk inderdaad dat we die voormalig Minister van Landbouw beidengoed kennen. Er ligt een heel concreet uitgewerkt voorstel om derekenkundige ondergrens te verhogen. Daar zal in ik mijn bijdrage ook ietsover zeggen. Daarmee kan 88% van de woningbouw gewoon doorgangvinden. Maar ik moet helaas concluderen dat de partij van de heer DeHoop van GroenLinks-PvdA tegen dat voorstel is. Stel dat woningbouwlo-caties met simpele voorstellen komen, onder andere het verhogen van derekenkundige ondergrens. Kan ik hieruit opmaken dat de partij van deheer De Hoop daar dan toch een handtekening onder gaat zetten?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Nee, en dat hoeft ook helemaal niet. Het zijn namelijk allemaal voorstellendie nog steeds niet juridisch houdbaar zijn gebleken. Ik vind het een heleleuke theoretische discussie die hier gevoerd wordt – het wordt op dezemanier ook een beetje een landbouwdebat – maar op het moment dat weniet aan natuurherstel doen, kun je van alles en nog wat willen met dierekenkundige ondergrens, maar daar kun je juridisch niets mee. Je zultdus eerst wat moeten doen op het gebied van natuurherstel. Als we datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14467 doen, ontstaat er ook heel veel meer ruimte voor woningbouw. Dat ben ikmet mevrouw Wiersma eens. Je zult dan wel eerst in de landbouwsectormoeten ingrijpen, die ons beiden lief is – ik wilde bijna «ús beide» zeggen,zoals in het Fries. Dat is iets waar BBB en GroenLinks-Partij van de Arbeidanders over denken.Mevrouw Wiersma (BBB):Het verhogen van de rekenkundige ondergrens gaat eigenlijk uit van hetmet iets meer praktisch inzicht herstellen van een juridische modellenwer-kelijkheid. Op dit moment gaat die uit van 0,07 gram per 10.000 vierkantemeter. Dat zou zogenaamd een effect hebben, maar dat is gewoon niet hetgeval. Erkent het lid De Hoop dat daarin sprake is van een modellenwerke-lijkheid? Erkent hij dat de meeste woningbouwlocaties een zodanig laageffect wat betreft depositie hebben dat dat überhaupt geen effect heeft opnatuurgebieden? Dat staat namelijk los van het beleid dat gevoerd wordtop natuurherstel.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik heb niet echt zin om een discussie te voeren over modellenwerke-lijkheid. De werkelijkheid is dat er op dit moment 400.000 mensen op zoekzijn naar een woning. Dat komt deels ook doordat er onvoldoende goedestikstofaanpak is geweest vanuit het vorige kabinet. BBB heeft daarin eenbehoorlijke vinger in de pap gehad. Ik zou vooral vooruit willen kijken metdit kabinet en deze Minister om te kijken hoe we kunnen zorgen voor meerbetaalbare woningen. Een deel daarvan zit in de stikstofaanpak. Een anderdeel zit in hoe je de juiste dingen doet met de grond die we in Nederlandhebben. Ik wil daar vandaag graag een debat over voeren.De voorzitter:Dan kunt u uw betoog vervolgen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zit even te kijken bij welk punt ik was. Ik wilde naar mijn tweede punttoe. Ten tweede. Maak twee derde van alle nieuwbouwwoningenbetaalbaar, waarvan minimaal 30% sociaal. We debatteren daar volgendeweek ook over met deze Minister. Wij zouden willen dat dat niet per regio,maar per gemeente gebeurt. Ik zal daar volgende week ook eenamendement over indienen, samen met collega Grinwis.Ten derde. Geef gemeenten de mogelijkheden om beleggers te beboetenwanneer zij woningen leeg laten staan. In tijden van woningnood isleegstand onacceptabel. Steden als Haarlem, Amsterdam en Utrecht latenzien dat streng optreden heel snel, in een jaar tijd, honderden woningenoplevert voor mensen om in te wonen. Hoe staat het met de uitvoeringvan onze aangenomen leegstandsheffing? We hebben gehoord dat daarlange tijd geen handtekening onder is gezet. Ik wil daarover graag destand van zaken horen van de Minister.Ten vierde. Behoud de opkoopbescherming of zelfbewoningsplicht, diehet kabinet wil afschaffen. Waarom kiezen voor afschaffing? Huizen zijn erom in te wonen, niet om te verzamelen. Gemeenten moeten toch zelfkunnen bepalen dat kopers in bepaalde wijken ook daadwerkelijk zelf inhun woning gaan wonen? Ik snap echt niet waarom de Minister en ditkabinet daarvan af willen wijken.Voorzitter, ik rond af. De staat van de volkshuisvesting is zorgelijk. Onzevolkshuisvesters, de corporaties, hebben steun nodig. Het bouwen vanbetaalbare woningen zit in het DNA van mijn partij. Rode wethouders inde vorige eeuw en onze groene en rode wethouders nu hebben corpo-raties in staat gesteld om goede en betaalbare woningen te bouwen voorgewone mensen. Het is tijd dat er ook hier in Den Haag weer voor dieoplossingen wordt gekozen. Wij werken daarin graag samen met ditkabinet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14468 De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Wiersma, wilt u als tweede spreker? Dat is geenprobleem. Mevrouw Wiersma, BBB.Mevrouw Wiersma (BBB):Dank, voorzitter. Ik ga in overleg met mijn collega van de SGP even eerst.Ik zal mijn inbreng hier doen, maar daarna moet ik weg. Dat is niet omdatik het niet belangrijk vind om hier te blijven, maar omdat er een rondetafelgaande is over zelfdoding bij jongeren, waar ik graag bij aansluit. Dusdank aan de heer Flach.Dit is mijn tweede debat, met dezelfde Minister overigens. Het gaat ookover een heel belangrijk punt. Woningnood is geen abstract beleidspro-bleem meer. Het is de dagelijkse realiteit voor honderdduizenden mensen.Het is de realiteit voor jongeren die op dit moment noodgedwongen ophun zolderkamer blijven wonen en voor gescheiden ouders die op ditmoment niet uit elkaar kunnen, omdat ze niet beiden een geschiktewoning kunnen vinden. Het is ook de realiteit voor ouderen die vastzittenin een grote woning, omdat er nergens een passende, betaalbarehuurwoning te vinden is.Voor 87% van de Nederlanders was wonen hét onderwerp bij deverkiezingen in 2023. Dat is niet zomaar een signaal; dat is een noodkreet.Toch blijft het woningtekort op dit moment steken rond 4,8%. Dat zijnbijna 400.000 woningen. We horen al jaren woorden als «regie»,«versnellen» en «doorbraken». Ik weet hoe lastig het is, maar op ditmoment verandert er voor de mensen die al jaren wachten op een woningbitter weinig. Daarom wil ik de Minister vragen welke concrete stappen zij,voor al die jongeren die op dit moment niet van hun zolderkamerafkomen, gaat nemen om op korte termijn resultaten te boeken enstappen te zetten om dit tekort in te lopen. Nog belangrijker: wanneerverwacht zij dat Nederland voor het eerst een daling van dit percentagezal zien? Kan de Minister daar een jaartal bij noemen? We weten datuitgezet beleid pas later effectueert, maar ik ben benieuwd naar het beelddaarbij.We kunnen plannen maken tot we een ons wegen, maar als bouwenonmogelijk gemaakt wordt door regelgeving, blijven het papierenplannen. Het zal u niet verbazen – we hebben het er zojuist in het debatjemet het lid De Hoop ook al even over gehad – dat ik vind dat hetstikstofslot gewoon van de deur moet. Daarnaast spelen er nog andereproblemen voor het halen van targets, zoals voldoende arbeidscapaciteit.Daar wil ik niets aan afdoen, maar stikstof mag geen drempel zijn. In deeerste helft van 2025 daalde het aantal bouwvergunningen nabij Natura2000-gebieden met 30%. Dat betekent dat woningprojecten in grote delenvan het land praktisch stilvallen. De sector wordt ondertussen geconfron-teerd met nieuwe juridische onzekerheden, zoals rond de uitspraak overintern salderen. Daarom heb ik een simpele en fundamentele vraag aandeze Minister. Is zij net zo gemotiveerd als de vorige Minister van VRO omte helpen de rekenkundige ondergrens te verhogen? Het onderzoek dat iknet al aanhaalde, laat zien dat daarmee 88% van de woningbouwprojectenbinnen de stikstofbuffer gewoon door kan gaan, terwijl die projectennagenoeg weinig effect hebben op de naastgelegen natuurgebieden. Zietde Minister dit ook als een van de oplossingen die eigenlijk zo snelmogelijk, het liefst nog dit jaar – de provincies willen dat ook – moetworden ingevoerd?Voorzitter. BBB gelooft ook dat we anders moeten kijken naar waar webouwen, en misschien ook naar wat we bouwen. We moeten niet alleenkijken naar grootschalige megaprojecten waarbij het tien of vijftien jaarduurt voordat de eerste schop de grond in gaat, maar we moeten ooksimpelweg bouwen met gezond verstand en met de gedachte van het«straatje erbij». Uit een onderzoek in Gelderland blijkt dat daar 35.000hectare aan mogelijkheden ligt voor kleinschalige woningbouw. Dat zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14469 260.000 woningen die relatief snel gerealiseerd kunnen worden door aande randen van dorpen en steden dat straatje erbij te bouwen. Dit soortprojecten hebben grote voordelen. Ze zijn snel te realiseren, sluiten aanop de bestaande voorzieningen en infrastructuur, en versterken deleefbaarheid van dorpen. De gemeentes lopen op dit moment vast inlandelijke programmeringsregels, quota en stapels procedures. Daaromde vraag aan de Minister: is zij bereid om de landelijke programmerings-en quoteringseisen te schrappen voor kleine woningbouwprojecten,bijvoorbeeld die tot 50 woningen? Het blijkt namelijk dat generiekequoteringseisen voor kleine projecten soms belemmerend werken. Het isbijvoorbeeld vaak lastig om de 30% sociale huurwoningen rendabel terealiseren. Wil zij gemeenten de ruimte geven om weer te bouwen voorhun eigen inwoners?Voorzitter. Dan de woningcorporaties, de ruggengraat van onze volkshuis-vesting. Die ruggengraat staat onder druk. Volgens een recenteberekening – het werd zojuist ook genoemd – is het financiële tekort bijna20 miljard. Door hogere renten en stijgende onderhoudskosten is deinvesteringsruimte met 22% afgenomen. Als we niets doen, betekent dat43.000 minder woningen. Daarom heb ik de vraag aan de Minister welkeoplossingsrichting zij ziet om dat tekort van 19,4 miljard te dichten.De voorzitter:Wilt u richting een afronding gaan?Mevrouw Wiersma (BBB):Ja, zeker. Erkent de Minister dat het huidige verdienmodel, waarbijcorporaties verlies lijden op de woningen, op termijn simpelwegonhoudbaar is? Welke oplossingsrichtingen ziet zij daarvoor?Nederland heeft huizen nodig. Het gaat uiteindelijk namelijk om éénvraag: wanneer kunnen de jongeren die nu noodgedwongen op zolderverblijven, eindelijk een eigen voordeur krijgen?Dank.De voorzitter:Dank u wel. Dat was mevrouw Wiersma. Zij sprak namens de BBB. Dan gaik naar de heer Flach. Hij spreekt namens de SGP.De heer Flach (SGP):Voorzitter, dank u wel. Ook ik zal niet het hele debat kunnen bijwonen,omdat ik parallel hieraan het debat over de begroting van Sociale Zakendoe. Ik probeer bij een deel van dit commissiedebat te zijn.Voorzitter. Afgelopen maandag besprak deze commissie de toekomst vande ruimte in Nederland en vandaag spreken we over een letterlijkbeeldbepalend thema hierin, namelijk volkshuisvesting. Voor beideonderwerpen is deze Minister sinds enkele weken verantwoordelijk. Ik wilhaar nogmaals veel succes en wijsheid wensen. In dit voor mij eerstedebat met deze Minister zou ik allereerst haar visie op volkshuisvestingwillen vragen. Wat ziet zij als de grootste uitdagingen de komende tijd enwelke stempels wil zij gaan drukken?De problemen zijn namelijk groot. Dat hoef ik de Minister niet te vertellen.De reflex is uiteraard om gelijk in oplossingen te denken. Zeker, dat isnodig, maar de SGP hamert ook steeds op oorzaken. Ik noem gezinsver-dunning. Het aantal eenpersoonshuishoudens stijgt razendsnel. Daarnaastzijn demografische ontwikkelingen, zoals immigratie, belangrijkeaanjagers van het woningtekort. Ik hoor graag een reflectie van deMinister op dit vaak onderbelichte onderwerp, de oorzaken van het tekort.Voorzitter. De uitdagingen op de woningmarkt zijn groot en de Staat vande Volkshuisvesting laat dat zien, maar nog belangrijker is dat het te zienis in de levens van heel veel mensen, van ouderen die niet kunnendoorstromen tot starters die geen woning kunnen vinden. Daar komenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144610 allerlei uitdagingen bij, van verduurzaming en huurprijzen tot aandachts-groepen. Ik heb overigens eerder een amendement ingediend om20 miljoen euro vrij te maken voor de Regeling huisvesting aandachts-groepen, naast een amendement om 10 miljoen te reserveren voor deStimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting. Vanharte aanbevolen, zeg ik tegen mijn collega’s. Het is een stukje reclame-zendtijd.Voorzitter. Veel woningzoekenden kunnen er helaas over meepraten: dehuizenprijzen rijzen de pan uit. Vorige week kwam in het nieuws datdoorsnee inkomens een ton missen om een eigen huis te kopen. Er ligteen stevig rapport van het CPB onder, namelijk de eerste Toegankelijk-heidsmonitor Koopwoningmarkt. Die is opgesteld naar aanleiding van dediscussie over de leennormen en zoals verzocht in mijn motie vandecember 2024. Het rapport is klip-en-klaar. De toegankelijkheid van dekoopwoningmarkt is de afgelopen tien jaar aanzienlijk verslechterd. HetCPB laat zien dat hogere leennormen fors nadelige gevolgen hebben.Deelt de Minister deze constatering? Wat betekent dat in de praktijk?Het rapport laat zien dat stijgende huizenprijzen ook het gevolg zijn vanpolitieke keuzes. Daar komt overigens nog bij dat de woningen ook steedskleiner worden. Je moet dus steeds meer gaan betalen en je krijgt erminder meters voor terug. Wat gaat de Minister hier concreet aan doen?Los van meer bouwen uiteraard, want dat alleen is echt onvoldoende. Hetis tijd voor een fundamentele hervorming van het financiële woonbeleid.Voorzitter. Een van de opstoppers in de woningbouw is de vergunningver-lening. Bouwers en ontwikkelaars moeten nu te vaak te lang wachten opgroen licht. De beslistermijnen worden te vaak niet gehaald. Als uitersteconsequentie kun je dan uiteraard de lex silencio positivo weer invoerenzoals deze ooit bestond, de vergunning van rechtswege als er niet op tijdwordt besloten, maar dat vind ik voor nu nog wel te ver gaan. Tegelij-kertijd lijken de consequenties voor overheden nu te laag. Ik zoek daaromwel naar manieren om de drempels te verhogen voor gemeenten die telaat beslissen. Hoe ziet de Minister dit? Hoe kunnen die drempels wordenverhoogd?Voorzitter. Dan de middenhuur. Veel middenhuurwoningen zijn verkochtterwijl de nieuwbouw tegenvalt. Kortom, er is een afnemend aanbod,zoals ook het onderzoek van SEO naar het investeringsklimaat voormiddenhuur concludeert. Veel extra regels, een oplopende heffing opvermogen en de Wet betaalbare huur hebben een stevige knauw gegeven.In het coalitieakkoord las ik dat het kabinet het investeringsklimaat voorde huurmarkt wil verbeteren. In de budgettaire bijlage staat echter alleenmaar dat het kabinet de overdrachtsbelasting voor particuliereverhuurders met 1 procentpunt wil verlagen. Dat is in de ogen van de SGPonvoldoende om het investeringsklimaat te verbeteren. Wat gaat deMinister nog meer doen? Wordt de regulering van de huurmarktversoepeld? De voorganger van deze Minister had daar plannen voor endie zijn vorig jaar in de ijskast gezet. Wat gaat deze Minister daarmeedoen? Als we de middenhuur willen stimuleren, moeten we namelijk ookiets doen aan de regulering.Daarnaast zijn de Europese regels voor woningcorporaties om midden-huurwoningen te bouwen eindelijk versoepeld. Wanneer kunnen we dedoorvertaling in nationale regels verwachten?Tot slot. Het vorige kabinet heeft besloten om permanente bewoning vanrecreatiewoningen mogelijk te maken. Dat lijkt logisch, maar daar komtheel veel achter weg, getuige ook de uitvoeringstoets. In het coalitieak-koord staat dat het kabinet hier verder mee wil gaan. Hoe ziet dezeMinister dat concreet voor zich?Tot zover.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144611 De voorzitter:Dank u wel. Dat was de heer Flach. Hij sprak namens de SGP. Dan ga iknaar de heer Mooiman. Hij spreekt namens de PVV.De heer Mooiman (PVV):Dank u wel, voorzitter. Het is goed dat we vandaag weer spreken over destaat van de volkshuisvesting, want dat is hard nodig. We hebben immerste maken met een enorme woningcrisis. Het tekort aan woningen isinmiddels al opgelopen naar meer dan 410.000. Koop- en huurprijzen zijndoor schaarste naar recordhoogte gestegen. Nog nooit was een huis zoduur. De gemiddelde prijs van een bestaande woning lag in het laatstekwartaal van vorig jaar op wel € 502.000. Dat is voor het eerst meer daneen half miljoen. Het is een trieste mijlpaal. Ook de wachtlijsten voorsociale huurwoningen zitten nog altijd muurvast. Gemiddeld sta je inNederland zo’n zeven tot tien jaar op een wachtlijst, terwijl wachttijdenvan vijftien jaar geen uitzondering meer zijn en je in sommige gemeentenzelfs twintig jaar moet wachten op een woning. De woningcrisis zorgtervoor dat jongeren en starters steeds vaker geen woning meer kunnenvinden, waardoor levens worden uitgesteld. Maar ook voor ouderen diewillen doorstromen naar een passendere woning of die in een anderelevensfase terechtkomen, is vaak niets beschikbaar. We moeten daaromaan de slag om ervoor te zorgen dat er snel betaalbare en ook passendewoningen worden gebouwd.Om de benodigde woningen te realiseren, is het belangrijk dat we inzettenop en-en en dus niet of. We zullen binnenstedelijk meer bij moeten gaanbouwen en ook met optoppen, splitsen en transformeren kan er meer.Maar daarnaast zullen we serieus aan de slag moeten gaan met buitenste-delijke woningbouw en er dus ook de ruimte aan geven. Ontzettend veelgemeenten staan in de startblokken om te bouwen, maar toch zien we datde opgave nog altijd vastloopt in beleid en procedures met een remmendeffect op de woningbouw.Neem bijvoorbeeld de gemeente Kaag en Braassem, een meerkernigegemeente die graag aan de slag wil met de woningbouw voor haarinwoners. Ze hebben daar ook veel plannen voor, of het nou in het dorpRijpwetering, Oud Ade of Roelofarendsveen is. De plannen zijn er en debehoefte is er. Maar ondanks dat er veel steun is voor woningbouw,blokkeert de provincie Zuid-Holland de plannen. De provincie staatimmers geen woningbouw buiten BSD toe, of dat nou op een ongebruikttrapveldje is of op een verouderd glas- en tuinbouwbedrijf. Wat onsbetreft is het een slechte zaak dat hele gebieden zo op slot worden gezet.We willen dan ook van de Minister horen hoe zij ernaar kijkt dat deprovincie Zuid-Holland zulk star ruimtelijk beleid blijft voeren, juist geletook op de tik op de vingers die oud-Minister Hugo de Jonge aan dezeprovincie gaf.Ook willen we in dat kader van de Minister weten wat de status is van deaangenomen motie omtrent woningbouw in het dorp Koudekerk inAlphen aan den Rijn, waar al decennia geen woningbouw heeft plaatsge-vonden en waarbij de Kamer de Minister heeft verzocht om juist met deprovincie in gesprek te gaan en desnoods over te gaan tot het inzetten vaninstrumentarium.Waar het gaat om woningbouwlocaties van het kabinet zelf, zouden wevan de Minister willen weten welke locaties zij nu concreet gaatbenoemen tot grootschalige woningbouwlocaties. In het coalitieakkoordwordt uitgegaan van de 21 bestaande locaties en 9 nieuw te benoemenlocaties. Kan de Minister daarop reflecteren? Wat zijn nou echt deplannen?Voorzitter. Dan nog een aantal zaken waar we aandacht voor willenvragen. Neem de bovenwettelijke eisen aan woningbouw. Er zijnmeerdere moties door deze Kamer aangenomen om hiertegen op teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144612 treden, maar vooralsnog gebeurt er weinig. Hoe gaat het kabinet deze totuitvoering brengen?Ook willen we van de Minister weten hoe zij kijkt naar de situatie omtrentbouwleges, die in veel gemeenten fors uiteenlopen en veelal ook forsomhoogschieten, met duurdere woningen als gevolg. Vereniging EigenHuis heeft hier eind vorig jaar onderzoek naar gedaan. Waar je inHaarlemmermeer € 328 betaalt, betaal je in Zeist wel € 17.000 voordezelfde vergunning. En zo zijn er nog meer voorbeelden.Dan de sociale sector. Uit de Staat van de corporatiesector blijkt dat detotale onderhoudslasten voor corporatiewoningen in zeven jaar tijd met60% zijn gestegen. Tegelijkertijd stelt de corporatiesector zelf middelentekort te komen om aan de woningbouwopgave te voldoen. We hoordenhet net ook al. Een van de oorzaken die onder andere de Woonbondnoemt betreft private-equitypartijen. Maar welke oorzaken ziet dezeMinister?Ik blijf bij de sociale sector. Wij willen graag van de Minister horen hoe zijkijkt naar de discussie over het woningverdeelsysteem in Ridderkerk. Diegemeente wil haar eigen woningverdeelsysteem hanteren, om zo tezorgen dat haar eigen inwoners ook echt in aanmerking komen voor dewoningen aldaar.Tot slot, voorzitter. Hoewel de bouw van woningen van groot belang is omde tekorten aan te pakken, zal er meer nodig zijn dan bouw alleen om dewoningcrisis te bedwingen. We zullen niet alleen iets moeten doen aan deaanbodzijde, maar ook aan de vraagkant. Dat wil zeggen dat we met nameasielmigratie flink moeten aanpakken. We willen dan ook van de Ministerhoren hoe zij de samenhang ziet tussen de instroom en de woningbouw-opgave, en welke stappen het kabinet gaat nemen om de druk terug tedringen. Wat gaat het kabinet bijvoorbeeld doen met de wet tot hetverbod op de voorrang voor statushouders? Graag een reactie.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Mooiman. U kondigde aan dat u door uw tijd heenzou gaan, maar dat valt zeer mee. Ik ga nu naar de heer Clemminck, diespreekt namens JA21.De heer Clemminck (JA21):Dank u wel, voorzitter. Ik kan me aansluiten bij een aantal opmerkingenvan de collega’s voor mij. De problemen ten aanzien van de woningbouw-opgave zijn geen natuurverschijnsel. Die zijn het gevolg van een combi-natie van politieke keuzes. Het jarenlange bestaan van regelgeving,prijsregulering en overheidssturing heeft de woningmarkt steeds verdervastgezet, ondanks allerlei goede bedoelingen. Voor JA21 begint alles bijhet individu als onderdeel van zijn gemeenschap. Daarom zien we graagmeer ruimte voor particulier opdrachtgeverschap en kijken we metinteresse naar het initiatiefwetsvoorstel van collega Beckerman over dewooncoöperaties.Maar de woonopgave overstijgt uiteindelijk ook het vermogen van hetindividu. Voor JA21 komt dan de markt in beeld, dus projectontwikkelaars,beleggers en bouwbedrijven. Dat zijn de partijen die daadwerkelijkbouwen, investeren en risico’s nemen. Hier gaat het wat ons betreft mis.Deze projectontwikkelaars, verhuurders en bouwbedrijven worden in hetverdachtenbankje geplaatst. Het heil moet van de overheid komen. Wehebben meer marktwerking en minder overheid nodig om dewoningopgave op te pakken. De overheid bouwt geen huizen. Ik hebalthans nog nooit een ambtenaar gezien die naar buiten liep om een huiste bouwen. De overheid neemt ook niet het investeringsrisico omwoningen te bouwen; dat doen particuliere investeerders en institutionelebeleggers. En de overheid weet niet wat de behoefte van NederlandersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144613 echt is. Laat dat maar over aan ontwikkelaars en makelaars, want zij willenniet met een onverkocht huis blijven zitten.Kan de Minister reflecteren op de fundamentele balans tussen enerzijdsde markt en anderzijds de overheid en het huidige woonbeleid? Erkent zijdat de huidige koers, met steeds meer regulering en sturing vanuit DenHaag, het investeringsklimaat voor woningbouw juist verslechtert en debouwproductie daarmee afremt in plaats van versnelt? En is de Ministerserieus beleid om te kijken naar een koers waarbij de overheid mindergaat sturen op detailniveau en juist meer ruimte gaat geven aan marktpar-tijen om woningen te realiseren?Voorzitter. Elk debat over de woonopgave is zinloos als we het niet kunnenhebben over de vraagkant. De woningnood is geen natuurverschijnsel,maar een groot gevolg van massamigratie en opengrenzenbeleid. Demassamigratie, zoals ingezet door opeenvolgende kabinetten van dezepartijen, vergroot het woningtekort, verlengt de wachtlijsten voor eensociale huurwoning en vergroot de prijsstijgingen. Een positief migratie-saldo van 107.000 in 2024 en een positief migratiecijfer van 137.000 in2023: de afgelopen jaren kwam er jaarlijks een stad als Zwolle bij. Bijna50% van de nu te bouwen woningen moeten we bouwen om dezemassamigratie op te kunnen vangen. Het is, werkelijk waar, dweilen metde kraan open. En iedereen ziet dit. Graag een reflectie van deze Minister.Concreet wil ik weten of de Minister de noodzaak ziet om migratie tebeperken vanuit haar verantwoordelijkheid en haar doelstelling om hetwoningtekort aan te pakken. Is zij vanuit haar verantwoordelijkheid voorvolkshuisvesting bereid om binnen het kabinet expliciet te pleiten vooreen beperking van migratie en van de huidige instroom om het woning-tekort op te lossen?Voorzitter. Een overheid die de markt wantrouwt ...De voorzitter:Als u een moment wacht, is er een interruptie voor u van de heer Flach,SGP.De heer Flach (SGP):Ik heb het in mijn bijdrage ook gehad over de vraagkant. Toen heb ik naastmigratie ook relatie genoemd. Is JA21 het met de SGP eens dat we ookaan die kant zouden moeten kijken naar de rol van de overheid? Deoverheid is natuurlijk geen datingbureau, maar er zijn nu in Nederland700.000 mensen die een relatie hebben en beide in een aparte woningwonen. Als ze daar zelf voor kiezen is dat helemaal prima, maar stel nudat er allerlei belemmeringen zijn op fiscaal gebied, of andere zakenwaarop de overheid invloed heeft. Zouden we ook daar niet naar moetenkijken, om ook daarmee een aantal woningen vrij te spelen?De heer Clemminck (JA21):Ik ben mij er zeer van bewust dat de gezinsverdunning ook een veroor-zaker is aan de vraagkant. Migratie is dus niet het enige. Het lijkt mij welingewikkeld om als overheid in het privéleven en het sociale leven vanmensen te gaan zitten, in alle eerlijkheid. Ik wil best kijken naar fiscalemaatregelen die mensen er wellicht van weerhouden om samen iets tedoen, maar in algemene zin zou ik zeer terughoudend willen zijn als hetgaat om de privésituatie van mensen.De heer Flach (SGP):Dat snap ik op zich. Tegelijkertijd doet de overheid niks anders dan in hetprivéleven van mensen zitten, op allerlei vlakken. We zien dat er nood isonder mensen en dat er druk staat op relaties, en dat mensen wel hulpzoeken maar die niet kunnen vinden of niet kunnen betalen. Er zijn in eenheel aantal gemeenten daarom al voorbeelden te zien waarin mensenheel laagdrempelig worden geholpen bij hun eigen hulpvraag, bijvoor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144614 beeld met relatieloketten. Het initiatief moet wat mij betreft altijd bijmensen zelf liggen, maar zou ik JA21 aan mijn zijde kunnen vinden als wekijken wat er mogelijk is om ook aan die kant iets te doen aan degezinsverdunning?De heer Clemminck (JA21):JA21 vindt dat de overheid juist minder in het privéleven van mensen zoumoeten zitten in plaats van meer. Daarover gaat volgens mij ook mijnbetoog. Laat het vooral aan burgers zelf over om keuzes te maken in hunleven en faciliteer als overheid als dat nodig is. Ik wil altijd naarvoorstellen kijken, maar ik ben zeer terughoudend als het erom gaat in hetprivéleven van burgers in Nederland te gaan zitten. Dat zeg ik er in alleeerlijkheid bij.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Clemminck (JA21):Dank u wel, voorzitter. Een overheid die de markt wantrouwt en in de wegzit, daar was ik gebleven. En dan heb ik het over de Hugowet. Ik zeg daaroverigens in alle eerlijkheid bij dat ik niet twijfel aan de intenties van dewet van destijds. Alleen blijkt het medicijn erger te zijn dan de kwaal.Grote zorgen heeft JA21 over het uitponden van woningen, waardoormiddenhuur dreigt te verdwijnen. De Wet betaalbare huur is in werke-lijkheid de Wet geen beschikbare huur geworden. Steeds meer signalenuit de markt laten zien dat er sprake is van minder investeringen, mindernieuwbouw en een krimpend huuraanbod. JA21 was tegen die wet en zietdie ook het liefst verdwijnen. De vorige Minister was voornemens ombinnen het woningwaarderingsstelsel, het WWS, aanpassingen te doenom uitponding tegen te gaan. Voorbeelden zijn het zwaarder laten wegenvan de WOZ en het schrappen van het minpunt bij het ontbreken van eenbuitenruimte. Gaat deze Minister door op die weg? En op welke anderemanier denkt de Minister het uitponden te kunnen stoppen? De verlagingvan de overdrachtsbelasting – mijn collega had het er al over – gaat geensoelaas bieden, ben ik bang. Wat gaat de Minister dus nog meer doen?Hoe beoordeelt de Minister inmiddels de feitelijke werking van de Wetbetaalbare huur? Is zij bereid om eerlijk te erkennen dat deze wet hetinvesteringsklimaat van verhuurders heeft verslechterd en daarmee juistheeft bijgedragen aan het verdwijnen van huurwoningen uit de markt?Voorzitter. Dan Europa en de Europese dimensie in het woonbeleid. JA21maakt zich zorgen over de bemoeizucht van Brusselse bureaucraten.Wonen is altijd een nationale bevoegdheid geweest. Dat is ook logisch,want woningmarkten verschillen fundamenteel per land, per regio enmisschien zelfs per stad. Gelukkig hebben wij de EU buiten de deurgehouden op het woonbeleid. Toch zien we de afgelopen jaren steedsmeer een trend waarin de Europese Commissie met rapporten, strate-gieën en mededelingen komt. De vraag is waar dit stopt. De Nederlandsewoningmarkt kampt al met enorme problemen. Extra Europese regels enrapportages helpen daar niet bij. Zet deze Minister de kritische lijn vanhaar ambtsvoorganger voort ten aanzien van de Brusselse bemoeienismet het nationale woonbeleid? Graag een reactie.De heer Van Leijen (D66):Even over dat Europese woonbeleid. De heer Clemminck doet met zijn«we hebben het buiten de deur weten te houden» een beetje alsof wonenen Europa elkaar nooit raken, maar dat is natuurlijk niet zo. Als je kijktnaar de Europese woonplannen, zie je juist dat de Europese Commissieheel erg kijkt waar regeldruk verminderd kan worden, waar red tapeverwijderd kan worden en waar de woningbouw versneld kan worden.Ziet u daarin ook niet een enorme kans?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144615 De heer Clemminck (JA21):Volgens mij leert de ervaring dat Europa altijd begint met onderzoek enanalyses en aan het einde van de rit altijd komt met nieuwe wetgeving enregels. Een van de grote problemen op de woningmarkt – dat geldt ookvoor de ruimtelijke ordening, waar wij afgelopen maandag over sprakenin de commissie VRO – is juist dat wij door Europa bekneld zijn in dekeuzes die we willen maken. Volgens mij hebben de afgelopen jaren onsdus een ding geleerd: Europa binnenhalen is meer regulering.De heer Van Leijen (D66):Dat is natuurlijk een mooie stelling: Europa begint met analyses enrapporten en eindigt met wetgeving. Maar is de heer Clemminck ervan opde hoogte dat Europa juist met een wetsvoorstel gekomen is om dingente versimpelen? Een versimpelingspakket, dat is wat Europa heel concreetheeft voorgesteld. Dat zou u juist goed in de oren moeten klinken.De heer Clemminck (JA21):Dan ben ik toch bang dat de praktijkervaring met Europa echt iets anderslaat zien. Nogmaals, als Europa binnenkomt, betekent dat uiteindelijkaltijd dat er meer wetgeving komt, ondanks de goede bedoelingen die ermisschien zijn. Overigens kies ik liever voor de nationale route. Dankunnen wij als volksvertegenwoordigers van Nederland zelf bepalenwelke regels we wel willen houden en welke niet.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Clemminck (JA21):Ik was gebleven bij de kritische lijn van de Minister richting Brussel. Dankom ik ook bijna aan het einde van mijn betoog.Tot slot. Wat gaat nu de strategie van deze Minister worden, met eenminderheidscoalitie, ten aanzien van het woonbeleid? Blijft het kabinetvasthouden aan een model van steeds meer overheidssturing, prijsregu-lering en centrale planning, of kiest deze Minister voor een koers waarmeeer juist meer ruimte wordt geboden aan ondernemers, investeerders enbouwers?Voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dat was op de seconde af binnen de tijd, maar er is nog eeninterruptie, van mevrouw Steen van het CDA.Mevrouw Steen (CDA):Ik heb heel even het betoog van de heer Clemminck afgewacht, omdat ikdacht dat hij misschien nog een bocht zou nemen. Dat was niet zo. Ik hebhem ervoor horen pleiten dat dit vooral een nationale zaak moet zijn, datwe dit vooral niet aan Europa moeten overlaten, omdat we hier als natiezelf over moeten gaan. Daarvoor hoorde ik hem zeggen: we moeten heteigenlijk helemaal loslaten; de overheid heeft veel te veel gestuurd endaarom zitten we nu in de problemen. Ziet de heer Clemminck dan nietdat sinds de liberalisatie van de hele woningmarkt in de jaren negentighet woningtekort juist is opgelopen in plaats van afgenomen?De voorzitter:Clemminck, JA21. En kan mevrouw Steen de microfoon uitzetten?De heer Clemminck (JA21):Ja, dat zie ik. Dat geldt overigens ook voor de massa-immigratie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144616 Mevrouw Steen (CDA):Maar kijk dan naar de studies van onder andere het PBL, waarin wordtgezegd: er zijn te veel regels, maar er is veel te weinig sturing. Ik hoorde unamelijk ook praten over regels. Bent u het daar dan mee oneens? Ditgaat toch ook over sturing?De voorzitter:Stelt u uw vragen alstublieft via de voorzitter, mevrouw Steen.De heer Clemminck (JA21):Excuus, ik heb de vraag niet helemaal begrepen. Misschien mag mijncollega die nog één keer herhalen?Mevrouw Steen (CDA):Ik hoor meneer Clemminck aan de ene kant zeggen dat hij geen sturingwil, maar aan de andere kant hoor ik hem zeggen dat hij die wel wil. Ik pakdus even de studie van het PBL erbij, waarin er wordt gezegd dat er welveel regels zijn – daar ben ik het trouwens ook mee eens – maar dat deoverheid heeft verzuimd te sturen. Mijn vraag aan de heer Clemminck isdus of hij het oneens is met instituten zoals het PBL, die zeggen: regelsafschaffen is prima, maar stuur als overheid alsjeblieft.De heer Clemminck (JA21):Dit is natuurlijk niet helemaal een zwart-witscenario. Het gaat ook over devraag waar je op stuurt en wat je wil loslaten. Laten we dan sturen opminder regels. Dat lijkt mij het beste.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Claassen. Hij spreekt namens de GroepMarkuszower.De heer Claassen (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Dit is mijn eerste debat met deze Minister en het isüberhaupt mijn eerste debat VRO, dus dat komt mooi uit. Ik ben ook welblij dat we nu eindelijk een kabinet hebben «dat gaat bouwen». Volgensmij deden andere kabinetten dat ook, maar nu hebben we dus een kabinetdat gaat bouwen. Mijn verwachtingen zijn dus heel erg hoog! Ik ga ookheel goed luisteren als ik bij deze debatten zit. Ik ben natuurlijk nieuw opdit onderwerp. Ik heb een heleboel goede dingen gehoord. Maar ik hebook een beetje een eigen verhaal. Dat ga ik u nu vertellen.Dit is een belangrijk thema. Zo ongeveer heel Nederland zoekt een woningen ziet dat Den Haag niet met oplossingen komt die werken. Ondertussenzitten de ondernemers die huizen moeten bouwen met de handen in hethaar, zien projectontwikkelaars alles vastlopen door de stikstofproble-matiek en kunnen starters maar niet de woning betreden waar zij aljarenlang op wachten. Helaas is de oorzaak eigenlijk simpel: regels, regelsen nog meer regels. De oorzaak kunnen we hier zien, ook in de vorigedebatten. Zelfs hier komen we er niet uit.Dit land, specifiek de woningbouw, is jarenlang helemaal stukgeregeld, tothet punt waarop er nu dus geen huis meer gebouwd kan worden en noggeen meter snelweg uit de grond gestampt kan worden. Als er dan tochnog ergens ruimte gevonden wordt, dan wordt de boel stilgelegd omdater weer een of ander bureaucratisch regeltje uit de hoge hoed getoverdwordt. Die komen inderdaad meestal uit de Europese Unie, maar andersverzinnen we ze zelf wel. Er wordt een vleermuis gevonden, waarna debouw weer platligt. Er zijn belangenverenigingen met te veel tijd: de bouwligt plat. Als er gemeenten zijn met een hekel aan ondernemers, ligt debouw plat.Voorzitter. De voorbeelden zijn legio, maar de oplossingen ook. JarenlangD66-beleid – sorry, zeg ik tegen meneer Van Leijen naast mij – van nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144617 meer regels, nog meer bureaucratie en nog meer schijnoplossingenkunnen met dit kabinet eindelijk door de shredder.Mijn fractie vindt het dan ook goed dat dit kabinet flink wil gaan snoeienin de bezwaarprocedures, maar dat is wel een druppel op een gloeiendeplaat, zo waarschuw ik deze Minister. Het klopt dat bezwaarprocedures hetbouwen van woningen vaak platleggen, maar er moet ook überhaupt welgebouwd kunnen worden. Daarin zit de crux. Door onuitlegbare stikstof-regels, die ronduit zijn gebaseerd op een ongezonde dosis gebakken lucht,zitten we vandaag hier om de woningcrisis te bespreken. Ik heb het overhet stikstofbeleid dat uit de koker komt van alle partijen die in het nieuwekabinet zitten. Met dit stikstokbeleid wil ook dit kabinet niet gaanafrekenen.Voorzitter. Als die stikstofruimte is gevonden en voorstellen ook nog eensbezwaarprocedures hebben overleefd, dan komt het volgende. Zie maareens een bouwondernemer te vinden die nog plezier heeft in zijn werk enin ondernemen. De hele sector, net zoals vele andere, is de laatstedecennia compleet gesloopt door de Rijksoverheid en de gemeente: regelna regel komt erop af. De ene is zelfs nog nuttelozer dan de andere.Gelukkig heeft de voorganger van deze Minister, mevrouw Keijzer, eeneerste aanzet gedaan om dat patroon te doorbreken. Dat is nodig. Het feitdat bouwvakkers per bakfiets naar de bouwplaats moeten komen, isnamelijk het toonbeeld van bureaucratie en tekenend voor een compleetvastgelopen land. Het STOER-programma noemt concrete regelgeving dieonder handen genomen moet worden. Graag hoort Groep Markuszowerdan ook van deze Minister of zij het complete STOER-programmaongewijzigd gaat uitvoeren en versnellen.Voorzitter. Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Keurig binnen de tijd. Dat was de heer Claassen, die spraknamens de Groep Markuszower. Dan ga ik naar de heer Van Leijen vanD66.De heer Van Leijen (D66):Dank u wel. Dit is ook mijn eerste debat met de voorzitter, mijn eerstedebat binnen VRO, en zelfs mijn eerste debat in deze Kamer! Wat mooidat ik mijn eerste debat in deze Kamer gelijk mag voeren over de staat vanonze volkshuisvesting. De afgelopen jaren heb ik gezien hoe bevlogenmensen zich elke dag inzetten om zo veel mogelijk Nederlanders een thuiste geven.Dat is ook hard nodig. In de campagne hoorde ik het verhaal van Liesbeth,iemand die in de herfst van haar leven nog dakloos raakte. Zo zijn erduizenden verhalen van mensen voor wie het leven simpelweg stilstaatomdat zij geen passende woning kunnen vinden. Ik kijk ernaar uit om metdeze nieuwe Minister te gaan werken voor al die woningzoekenden inNederland.Voorzitter. We staan namelijk voor grote opgaves. Woningzoekendenverdienen het dat wij alles op alles zetten om de wooncrisis aan te pakken.Gisteren kreeg ik van de Denktank Toekomst van de woningmarkt eenpublicatie overhandigd die gaat over buitenstaanders op de woningmarkt.Dan gaat het niet alleen om mensen die geen woning hebben, maar ookom mensen die te klein, te duur of ongezond wonen. Volgens mij gaat hetom die mensen. Voor die mensen moeten wij aan de slag. Daar heb ik zinin.Voor mij betekent dit dat we drie dingen gaan doen. Eén: vandaag gelijkbeginnen met het beter benutten van de bestaande woningvoorraad.Twee: morgen de woningbouw versnellen. Drie: overmorgen enorm veelnieuwe woningen realiseren.Dan begin ik met vandaag. Want we kunnen en gaan de komendemaanden al heel erg veel doen, door het optoppen en splitsen veelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144618 eenvoudiger te maken, door vergunningsvrij te bouwen waar mogelijk, endoor de doorstroming flink te versnellen. In de Staat van de Volkshuis-vesting lees ik dat juist de doorstroming bij ouderen een beetje stokt. Ikvraag de Minister of zij dat beeld herkent en wat we kunnen doen om diedoorstroming juist op gang te brengen.Voorzitter. Dan ga ik naar morgen. De stroperigheid moet uit de woning-markt. Het schrappen van regels en bezwaarprocedures gaat daar echtenorm bij helpen. Ik ben geschrokken van het bericht van vorige week datveel gemeentes nieuwbouwplannen niet van de grond krijgen. Ik vraag deMinister wat we kunnen doen om gemeentes daarbij te helpen. Helpenprojecten zoals het vergunningsvrij bouwen in Vught?Voorzitter. Volgende week debatteren we over de Wet regie. Wat D66betreft laten we die wet zo snel mogelijk in werking treden. Zo zorgen wevoor betaalbare woningen voor Nederlanders in alle gemeentes.Voorzitter. We willen ook sneller en innovatiever gaan bouwen. Er wordengelukkig steeds meer en steeds betere prefabwoningen gebouwd. Door deregels voor die woningen door heel Nederland gelijk te trekken, kunnenwe de bouw van die woningen de komende jaren echt gaan versnellen.Ook de nieuwe staatssteunregels uit Europa – die zijn al een paar keergenoemd – bieden enorme kansen. Nu corporaties de mogelijkheidkrijgen om nog veel meer middenhuur te gaan bouwen, komt voor veelwoningzoekenden in heel veel gemeentes in Nederland een passend huisdichterbij. Kan de Minister aangeven wat de status is van de uitwerkingvan deze nieuwe staatssteunregels?Dan ga ik over naar mijn laatste blokje: de lange termijn. Ik ben er trots opdat deze coalitie aan de slag gaat met het oplossen van crisissen dieeigenlijk veel te lang zijn blijven liggen. We gaan Nederland eindelijk vanhet stikstofslot afhalen. We maken van netcongestie onze topprioriteit.Wat we nu zien in Flevoland, Utrecht en Gelderland, waar een aansluitstopvoor nieuwere woningen dreigt, moeten we koste wat kost zien tevoorkomen. Ik hoor graag van de Minister wat dit kabinet op korte termijngaat doen om ervoor te zorgen dat we op hoog tempo door kunnenblijven bouwen. Als woonpartij willen wij namelijk altijd kijken waar wenog een extra stap kunnen zetten om nog meer huizen te bouwen.Ik was dan ook blij om deze week te lezen dat deze Minister aan de slaggaat met de plannen voor nog meer nieuwe wijken en nog meer nieuwesteden. Al die woningzoekenden verdienen het namelijk dat wij hen opeen zetten.Voorzitter. Ik rond af. Ik vind het een enorm voorrecht om de komendejaren samen met deze commissie en deze Minister aan de slag te gaanvoor al die mensen die nu nog geen eigen plek of eigen thuis hebben. Ikkijk ernaar uit om met al mijn collega’s te werken aan plannen die onzevolkshuisvesting nog mooier maken. Dat moet vandaag, dat moet morgenen dat moet overmorgen. We moeten beter benutten, we moetenversnellen en we moeten gaan bouwen. De woningzoekenden kunnennamelijk niet wachten.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Leijen van D66. Er is een hele lijst van collega’sdie hierover direct met u van gedachten willen wisselen. Ik noem ze even:De Hoop, Mooiman, Clemminck, Claassen en Grinwis. We beginnen metde heer De Hoop van GroenLinks-PvdA. Wilt u uw microfoon evenuitzetten, meneer Van Leijen?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst welkom aan de heer Van Leijen in deze commissie. Ik ken hemook vanuit zijn vorige rol bij Aedes, dus ik weet dat het iemand is die hartheeft voor betaalbare woningen. Daar heb ik gelijk een vraag over. Departij van de heer Van Leijen schetste eigenlijk – dat gebeurde zeker in deverkiezingscampagne, maar ik hoor dat nog steeds – dat volkshuisvestingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144619 de grootste doorbraak is en dat daar stappen op gezet moeten worden. Ikheb vooral de vraag hoeveel het kabinet de eerste drie jaar van dekabinetsperiode extra gaat investeren in betaalbare woningbouw. Hoeveelgeld trekt het kabinet daar extra voor uit in 2026, 2027 en 2028, vraag ik deheer Van Leijen.De heer Van Leijen (D66):Volkshuisvesting is uiteraard enorm belangrijk. Volgens mij trekt ditkabinet een hele belangrijke lijn door. We blijven de komende tien jaar eenmiljard investeren in woningbouw. Dat is voor heel veel mensenbelangrijk, want dat geeft stabiliteit, voorspelbaarheid en zekerheid.Mensen weten dan waar ze aan toe zijn. We doen wat aan de vennoot-schapsbelasting voor woningcorporaties. Het is volgens mij de allereerstekeer dat een kabinet dat überhaupt doet. We zorgen voor de investeringenin infrastructuur en we trekken ook nog eens een keer 19 miljard uit voorhet bestrijden van de stikstofcrisis. Volgens mij liggen er dus hele mooieplannen op tafel.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan kijk ik even naar twee dingen: de verkiezingsprogramma’s van de driecoalitiepartijen en de budgettaire tabel. Het CDA had in haar verkiezings-programma tot 2038 8 miljard uitgetrokken, de VVD 11 miljard en D6617 miljard. Het kabinet komt bij al die bedragen niet in de buurt. Dat dusallereerst. Als je kijkt naar de budgettaire tabel, zie je dat er, vergelekenmet het kabinet-Schoof, tot 2028 nul euro extra bij komt voor de investe-ringen in betaalbare woningbouw. De heer Van Leijen heeft wel gelijk metbetrekking tot het kwart van die vpb. Als je echt meent dat betaalbarehuizen het allerbelangrijkste zijn, hoe kan het dan dat er meer 10 miljardverschil is tussen de doorrekeningen van D66 en wat het kabinet nuuittrekt? Hoe verklaart de heer Van Leijen dat gigantische verschil vooriets waarvan u zegt dat uw partij – u noemt die zelfs «de woonpartij» – hetzo belangrijk vindt?De heer Van Leijen (D66):Waar de heer Van Leijen ook gelijk in had was die 19 miljard voor stikstof.Die is ook extra. Dan even over die gelden voor woningcorporaties. Ik wildaar toch niet zomaar aan voorbijgaan. De afgelopen kabinetten hebbenhelemaal niks gedaan aan die vennootschapsbelasting. Het is het eerstekabinet dat er überhaupt iets aan doet. De miljoenen die daarvoor wordenvrijgemaakt, schelen een enorm veel groter bedrag aan investerings-ruimte voor die woningcorporaties. Daar komt bij dat we een helebelangrijke tweede stap zetten door die middenhuur mogelijk te makenvoor woningcorporaties. Dat gaat ook enorm schelen. Hoort u mijdaarmee zeggen dat we het de komende jaren in deze commissie nooitmeer over de positie van de woningcorporaties hoeven te hebben? Nee,dat hoort u mij niet zeggen. Die woningcorporaties bouwen eigenlijk nogwel het meest van allemaal en wij moeten zorgen dat zij hun doelen, deNationale Prestatieafspraken, kunnen halen en ook in de toekomst eenfinancieel model houden. Daar blijf ik dus graag over in gesprek, maar ikbenadruk dat er wel hele belangrijke stappen worden gezet.De voorzitter:Heeft u nog een vraag, lid De Hoop? Ja, zie ik. Dat is uw laatste.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zeg ook niet dat dit kabinet niks doet. Het is alleen niet eens meer, noumisschien een half miljard meer, dan het kabinet-Schoof voorwoningbouw uittrok. De heer Van Leijen heeft het over stikstof. Prima.Goed wat daar gebeurt. Dat gebeurde ook al in Rutte-IV. Het is niet zo dathet heel veel meer is dan dat daar gedaan werd. Ik zou ook heel graagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144620 extra stappen willen zetten in het afschaffen van die vennootschapsbe-lasting, want met wat dit kabinet doet, komen de corporaties nog10 miljard tekort. Dat hoef ik de heer Van Leijen niet uit te leggen, want diekomt zelf uit die sector. Maar als je het echt zo belangrijk vindt in deprioritering, doe dan meer. Er gaat 11 miljard naar de hypotheekrente-aftrek, die het CDA en D66 hadden beloofd af te schaffen. 11 miljard perjaar! In de hele kabinetsperiode gaat er 4 miljard minder naar betaalbarewoningen dan überhaupt in één jaar naar de hypotheekrenteaftrek. Dankunt u toch niet zeggen dat dit kabinet het belangrijk genoeg vindt? Ik wilheel graag de komende periode met u optrekken om die hele winstbe-lasting af te schaffen, maar ik zeg ook in alle eerlijkheid: na de grotewoorden van D66 in deze campagne had ik wel wat meer verwacht. Ukunt erop rekenen dat wij graag met u samenwerken om wat extra tedoen, maar het is wel betrekkelijk weinig als ik kijk naar wat u zelf beloofdheeft voor de verkiezingen.De heer Van Leijen (D66):Dat zie ik echt fundamenteel anders. Nogmaals, het is het eerste coalitie-akkoord dat de tanden zet in die vennootschapsbelasting. Dat scheeltinderdaad 10 miljard. 350 miljoen aan vennootschapsbelasting scheeltongeveer 10 miljard aan investeringsruimte. Daar komt nog een helebelangrijke stap bij als je dit ook voor de middenhuur doet. Voor de restga ik graag op uw aanbod in, meneer De Hoop. Ik ga graag met u ingesprek. Ik blijf graag in gesprek met u en alle leden in deze commissie,om te kijken hoe we woningcorporaties in staat blijven stellen om hundoelen te halen.De voorzitter:Als u de microfoon uitzet, meneer Van Leijen, ga ik naar de heer Mooimanvan de PVV.De heer Mooiman (PVV):In het betoog van de heer Van Leijen zojuist kwam natuurlijk het belangvan de woningbouw naar voren en dat D66 zichzelf ziet als de woonpartij.Toch zien we juist dat waar het vorige kabinet eindelijk weer eenzelfstandig Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hadopgericht, omdat zij die woningnood echt serieus namen, dit kabinet datministerie gelijk weer afbreekt. Ondertussen hebben vrijwel alle partnersin het veld gezegd: doe dit niet en zorg ervoor dat je de capaciteit op ordehebt. Er is nu al een tekort aan capaciteit. Hoe ziet de heer Van Leijen dandit signaal richting de partners in de bouw en hoe gaan we de capaciteitopvangen die nu verloren gaat?De heer Van Leijen (D66):Ik vind de discussie over een «Minister van» of een «Minister voor» niet zospannend. Er liggen hele goede woonplannen. Volgens mij hebben weeen capabele Minister. We gaan snijden in bezwaarprocedures. We gaangeld uittrekken voor stikstof. We trekken miljarden uit voor woningbouwde komende jaren. Er ligt gewoon een heel goed woonplan. Dan kunnenwe een beetje gaan nadenken over hoe we ministeries noemen, maardaar heeft volgens mij geen enkele woningzoekende wat aan.De voorzitter:Meneer Mooiman, u was al door uw interrupties heen. We hadden er drieafgesproken. U zegt dat u er twee heeft gehad? Wij hebben er driegenoteerd. Het probleem is dat we maandag zo ver uitliepen door al dieinterrupties. We hebben er echt drie genoteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144621 De heer Mooiman (PVV):Geen probleem, voorzitter. Ik hoor net van mijn collega, de heerClemminck, dat ik er eventueel een van hem mag hebben. Die krijg ik vanhem cadeau. Staat u mij toe, voorzitter. Ik zou namelijk toch graag nogeven verder in willen gaan op het antwoord van mijn collega. Er wordtaangegeven dat er mooie woonplannen liggen. Dat is zeker waar, maardat is vooral het bestaande beleid dat door het vorige kabinet is opgezet.D66 is met grote beloften gekomen, zoals de tien steden. Volgenstoenmalig Kamerlid Hans Vijlbrief zouden we die zeker terug gaan zien,maar in het coalitieakkoord is daar weinig meer van over. Hoe kan dateigenlijk? Waar zijn nou die tien nieuwe steden van D66?De heer Van Leijen (D66):Die komen er gewoon. Dat heb ik de Minister recent nog horen zeggen.Volgens mij heeft u ook het regeerakkoord gelezen. We gaan van 21grootschalige nieuwbouwlocaties naar 30. Dat gaat énorm veel woningenschelen – ik hoor de heer Mooiman wat zeggen, maar volgens mij was iknog aan het woord – en enorm veel woningen opleveren. Het gaatmensen echt helpen. Het is gewoon nieuw beleid dat mensen gaat helpen.Ik snap het probleem dus eigenlijk niet zo.De voorzitter:Dat is helder. We hebben echt drie vragen in totaal tijdens deze rondeafgesproken en vier vragen wanneer het kabinet aan het woord is. Hetwoord is aan de heer Clemminck van de fractie van JA21.De heer Clemminck (JA21):Ik heb eens een keer op een bierviltje uitgerekend dat er door massami-gratie zo’n zeven van die tien nieuwe steden van D66 zijn bedoeld voormigranten. Maar goed, daar gaat mijn vraag niet over. Overigens wil ikallereerst de heer Van Leijen welkom heten in deze commissie. Hij hadeen mooi betoog. In zijn tweede zin had hij het heel even overdakloosheid. Daar wil ik een vraag over stellen. Nu is het zo dat in grotesteden als Rotterdam – uw partij kent die stad goed – bijna 60% tot 70%van de daklozen bestaat uit Europese arbeidsmigranten. Vaak hebben zijeen zorgvraag, bijvoorbeeld door alcoholverslaving. In Amsterdamkennen we het ook met drugsverslaving. Rotterdam heeft een buiten-gewoon helder en goed beleid om deze dakloze arbeidsmigranten opvrijwillige basis weer terug te krijgen naar hun land van herkomst. Dat iseigenlijk een soort van remigratie. Ziet de heer Van Leijen deze aanpak inRotterdam als een kans om deze in heel Nederland uit te rollen?De heer Van Leijen (D66):Volgens mij zit ik bij een commissiedebat over de staat van de volkshuis-vesting. Het moet volgens mij vooral gaan over wat we gaan doen omwoningen te bouwen. We kunnen het heel lang hebben over wat wevinden van arbeidsmigratie en of we het model voor arbeidsmigratie uitRotterdam willen overnemen, maar volgens mij moeten we een debat metelkaar voeren over hoe we ervoor zorgen dat er woningen bij komen.Mensen die nu geen woning kunnen vinden en al jaren zitten te wachten,moeten een keer geholpen worden.De heer Clemminck (JA21):De heer Van der Leijen begon zelf over dakloosheid, dat was ik niet. Dat iseen onderwerp dat we vaker bespreken in deze commissie. Ik ganogmaals de vraag stellen; ik ga hem herhalen. Wellicht helpt dat. InRotterdam is een heel goede aanpak om dakloosheid bij arbeidsmigratietegen te gaan door arbeidsmigranten die dakloos zijn geworden, terug telaten keren naar hun land van herkomst. Dit gebeurt op vrijwillige basis enmet begeleiding; een soort van remigratieprogramma dat uiterstTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144622 succesvol is. Uw partij draagt daar overigens ook gewoon aan bij. Mijnvraag was: is dat een programma dat we nationaal over heel Nederlandkunnen uitrollen?De heer Van Leijen (D66):Ik ben altijd bereid om te kijken naar programma’s die goed werken, maarik blijf wel herhalen dat de essentie van het tegengaan van dakloosheid– waar het volgens mij in deze commissie over moet gaan – is om tezorgen dat de woningbouwproductie op gang komt.De voorzitter:Dat was afdoende voor de heer Clemminck. Dan ga ik naar het lidClaassen van Groep Markuszower.De heer Claassen (Groep Markuszower):Als je die steden wilt bouwen, heb je ook heel goede infrastructuur nodig.Ik ben benieuwd of de heer Van Leijen dat ook vindt.De heer Van Leijen (D66):Dat vind ik.De heer Claassen (Groep Markuszower):Dan hebben we een paar problemen. Er komt namelijk net een berichtbinnen dat bijvoorbeeld de verbreding van de snelwegen A27, A28 en A12niet doorgaat. Weet u waarom niet? Omdat de Raad van State vindt datdat allemaal met beestjes en gedoe te maken heeft, met stikstofruimte.Die uitbreiding van die wegen gaat er nooit komen. Als je daar veel stedenwilt bouwen, heb je grote infra nodig. Ik ben dus benieuwd hoe meneerVan Leijen dan gaat regelen dat de Raad van State dit soort achterlijkeuitspraken niet meer gaat doen, zodat u uw tien woningen kunt gaanbouwen.De heer Van Leijen (D66):De heer Van Leijen kent zijn positie goed en realiseert zich dat hij niet overde Raad van State gaat als Kamerlid. Daarnaast ligt er voor dit specifiekevoorbeeld een prachtig alternatief: oplossen binnen de tunnel.De voorzitter:Dan ga ik naar de heer Grinwis van de ChristenUnie. Eén moment. Ik hoorenkele Kamerleden spreken. Zou u de discussie onderling willenbeperken, zodat we kunnen luisteren naar de vraag van de heer Grinwisvan de ChristenUnie?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank, voorzitter. Ik zat zó naar die discussie te luisteren, dus ik hield hetnog wel even vol. Ik heb een vraag aan collega Van Leijen. Welkom indeze commissie. Hartstikke goed om u in deze hoedanigheid te treffen.Mijn vraag gaat over wat er wél in het coalitieakkoord staat. De heerHabtamu de Hoop heeft de nadruk gelegd op wat er allemaal niet in staat;laat ik eens even de glas-halfvolbenadering gebruiken. Mijn vraag is alsvolgt. Er staat een reeks die, zeg ik zo uit mijn hoofd, begint bij250 miljoen en waarschijnlijk optelt tot 325 miljoen aan faciliteiten voor dewoningcorporaties in de vpb. Hoe zou die er precies uit moeten zien? Ik zitme het hoofd te breken over hoe dat nou precies moet. Je hebt óf eenopeneinderegeling waarbij je de vpb afschaft óf je introduceert eenherbestedingsreserve, waarbij je aan de voorkant niet weet of daar voor1,4 miljard gebruik van wordt gemaakt of voor een paar honderd miljoen.Hoe ga je dat geld zo, precies volgens die reeks, bij de corporatiesbrengen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144623 De heer Van Leijen (D66):Het lijkt me een hele relevante vraag en volgens mij moeten we daarvooreven op de uitwerking van de Minister wachten.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, maar zo werkt het hier niet. Het gaat om een coalitieakkoord. Datakkoord is van de fracties. De fracties hebben het uitonderhandeld enweten dus precies wat erin staat, wat de achtergrond ervan is, welkebudgettaire reeks erbij hoort en hoe die budgettaire reeks moet wordenomgezet in een maatregel. Dan verwacht ik toch wel iets meer dan dat hetalleen over de schutting wordt gegooid naar de Minister. Ik vermoed dateigenlijk niemand het weet; dat het een uitkomst is van handjeklap, dat deVVD het niet wilde en D66 en CDA wel. Ik vermoed dat de herbestedings-reserve meer dan een miljard kost en dat daar geen onderhandelings-draagvlak voor kwam, en dat we toen maar deze reeks hebbenopgeschreven. Maar ik wil weten hoe deze reeks effectief corporaties instaat gaat stellen om de komende jaren daadwerkelijk nieuwe betaalbarewoningen te gaan bouwen.De heer Van Leijen (D66):Dat heb ik natuurlijk ook al eerder aangegeven. Het is een korting van 250,350 miljoen op de vennootschapsbelasting. Dat vertaalt zich ongeveernaar 10 miljard aan extra investeringscapaciteit bij de woningcorporaties.Daar wordt dus een hele belangrijke stap gezet. Dat is volgens mij demanier waarop dat gaat bijdragen aan betaalbare woningen, wat uwvraag was. Voor de rest is inderdaad het coalitieakkoord voor de fractiesen is de uitwerking aan de Ministersploeg, dus die zie ik met heel veelgenoegen tegemoet.De voorzitter:U was er net nog niet, maar we hebben drie vragen afgesproken, zeg iktegen de heer Grinwis van de ChristenUnie. Dit is dus uw laatste.De heer Grinwis (ChristenUnie):Interrupties in drieën?De voorzitter:Nee. Drie vragen in totaal, zodat we ruimte hebben om straks vier vragenaan de Minister te stellen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Nu ben ik eraan begonnen, dus maak ik ’m af ook. Dan vraag ik hetvolgende. Dit is best wel een waagstuk. Je weet namelijk aan de voorkantniet helemaal precies hoe effectief de faciliteit gaat worden en hoezeer diebenut gaat worden. We hopen allemaal dat deze faciliteit de woningcorpo-raties, ondanks de beperkingen die zij nu in hun investeringscapaciteithebben, enorm gaat helpen, en dat ze de volledige Nationale Prestatieaf-spraken kunnen gaan waarmaken en uitvoeren. Mocht het onverhoopt totgrotere budgettaire derving leiden dan de budgettaire reeks, staat de heerVan Leijen er dan voor open om het daar met elkaar over te hebben? Ik wilnamelijk niet dat deze reeks een soort muur wordt waar je tegenaan loopt,terwijl de woningnood en de nood aan betaalbare woningen nog niet isopgelost, en corporaties niet eens de volledige Nationale Prestatieaf-spraken, waar het Rijk en de corporaties zich beide toe verplicht hebben,kunnen uitvoeren.De heer Van Leijen (D66):Ik lees inderdaad ook in het coalitieakkoord dat we ons committeren aande Nationale Prestatieafspraken. De heer Grinwis vraagt of ik bereid benom het met hem te hebben over wat we doen wanneer blijkt dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144624 corporaties de NPA niet kunnen uitvoeren. Uiteraard ben ik dat. Ik benbereid om het daar met iedereen over te hebben.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de inbreng van de heer Nobel. Hij spreektnamens de VVD.De heer Nobel (VVD):Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de Minister feliciteren met hetakkoord van de marktpartijen om duizenden woningen te bouwen inNieuw-Vennep West. U begrijpt wel dat ik daar, als oud-wethouder Wonenen Bouwen, met warme gevoelens naar kijk. Het is natuurlijk ontzettendmooi om te horen dat er duizenden woningen worden gerealiseerd inNieuw-Vennep West. Tegelijkertijd kennen we helaas ook de verhalen ende problemen van de mensen nu. Dat zijn bijvoorbeeld jongeren die nogbij hun ouders op zolder wonen of senioren die geen geschikte woningkunnen vinden en niet kunnen doorstromen. Voor de VVD is het doel danook heel erg helder: iedereen moet een mogelijkheid hebben tot hetbezitten of huren van een eigen woning. Daarom is het hoog tijd om hetmes te zetten in regels, vergunningen en procedures. Wat de VVD betreftworden er stenen gestapeld, en geen papier.Voor mensen die een opleiding hebben afgerond, een baan hebbengevonden en volop meedoen in de samenleving, lukt het maar niet omeen eigen woning te vinden en daarmee ook een eigen leven op tebouwen. Sinds de invoering van de Wet betaalbare huur zijn er tiendui-zenden woningen uit het middensegment verdwenen. Dat segment was alrelatief klein, en lijkt nu volledig te verdampen. Wat de VVD betreft kan ditniet langer zo doorgaan. Daarom vraag ik aan de Minister of zij het met deVVD eens is dat de wet problematische gevolgen heeft voor het midden-huursegment. Welke maatregelen gaat de Minister treffen om tevoorkomen dat het middenhuursegment volledig verdwijnt? Wanneer wilzij de oplossingen aan de Kamer presenteren? Aan welke fiscale knoppendenkt zij te kunnen draaien?Naast de rampzalige gevolgen van deze wet onbetaalbare huur, waar nietalleen experts, maar ook de VVD de Minister destijds voor gewaarschuwdheeft, zien we ook dat koopwoningen steeds minder bereikbaar worden.Er zijn de afgelopen weken veel onderzoeken verschenen waarin duidelijkwordt dat het voor kopers onmogelijk wordt gemaakt om nog een woningte kopen. Ook vandaag kwam er weer een rapport uit met de conclusie dateen starter met een modaal inkomen de koopmarkt eigenlijk kan vergeten.Ik vraag me namens de VVD af wat de Minister zegt tegen iemand diehard werkt en niet in aanmerking kan komen voor een betaalbare koop- ofhuurwoning in het middensegment.Wat dat betreft zijn er gelukkig ook lichtpuntjes. De VVD is namelijk heelerg blij dat deze Minister de hypotheekrenteaftrek als een huis overeindhoudt. Dat kan voor jonge starters namelijk honderden euro’s per maandschelen. De Minister heeft ook een aantal ambitieuze plannen om hetaantal woningen te vergroten, maar hoe kan hij waarborgen dat 25% vande nieuwbouw ook daadwerkelijk betaalbare koop wordt? Bent u het metde VVD eens dat er juist fors meer betaalbare koop- en huurwoningen inhet middensegment gerealiseerd moeten worden? Hoe wil de Ministerhiervoor zorgen?Voorzitter. Dan de Wet betaalbare huur. De VVD is altijd tegen deze wetgeweest, omdat zij eigenlijk niet gelooft in meer regulering. Uiteindelijkleidt dat namelijk tot de bouw van minder woningen. Dat hebben we deafgelopen jaren ook gezien. De VVD ziet dat in steden als Utrecht enAmsterdam, waar men meer sociale huur wil bouwen dan afgesproken,de woningbouwontwikkelingen niet van de grond komen. De VVD staatachter de bouw van sociale huurwoningen – laat ik dat hier gezegdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144625 hebben – maar hogere ambities dan wettelijk vastgesteld zijn onwenselijk.Ik vraag me namens de VVD af hoe de Minister hiernaar kijkt.De enige manier om uit de woningbouwcrisis te komen is door meer tebouwen. Hiervoor hebben we bouwers, ontwikkelaars en beleggers nodig.Om die reden moeten we het investeringsklimaat aantrekkelijker maken.De regels en vergunningen moeten sneller en soepeler gaan. Ik weet datdeze Minister van militaire precisie houdt, dus ik vroeg mij af of zij hetpercentage van de dakhelling van een huis weet. Geen zorgen, u hoefthier straks geen antwoord op te geven, Minister, want dat zal ik voor udoen. Het antwoord is namelijk dat iedere gemeente hierin een andereafweging kan maken. Dat is precies wat we niet nodig hebben. Als wesneller willen bouwen, moeten we ervoor zorgen dat bouwers gestandaar-diseerd kunnen bouwen. Is de Minister bereid om met deze bouwers eenverdere uniformering van bouweisen te realiseren? Gaat u bijvoorbeeldbovenwettelijke eisen van medeoverheden schrappen, Minister? Kunt ude Kamer hier zo snel mogelijk verder over informeren?Voorzitter, dan splitsen. De vereenvoudigingswet zal onder andereoptoppen, splitsen en vergunningsvrij bouwen mogelijk gaan maken,zodat iedereen eerder kan bouwen op zijn of haar eigen terrein. Wanneerworden de eerste resultaten van deze wet verwacht? Wanneer zou je dezemet de Kamer kunnen delen? Ik zou de Minister in ieder geval willenoproepen om hier al in het eerste kwartaal voortgang op te maken. Datheeft ermee te maken dat de Rijksbouwmeester bijvoorbeeld heeftaangegeven dat splitsen sneller is dan nieuwbouw om de woningnood teverlichten. Ook de Minister-President heeft gelukkig aangegeven hier snelvoortgang op te willen maken. Hij gaf aan dat hij de splitsingsplannen alvoor de zomer op tafel zou kunnen leggen. Kunt u de VVD meenemen inde uniforme manier waarop u dit voor 342 gemeenten gaat regelen?Dan de winkelstraten. Veel winkelstraten in Nederland staan leeg. Is deMinister van plan om bewoning in winkelstraten te stimuleren om deleegstand tegen te gaan?De voorzitter:U bent wel door uw tijd heen, dus wilt u afronden?De heer Nobel (VVD):Ja, voorzitter. Tot slot zou ik aan de Minister zou willen vragen of zij devoorrang voor statushouders zo snel mogelijk wil afschaffen en of zij deVVD kan meenemen in de concrete stappen die ze op dit terrein al heeftgezet.De voorzitter:Dank u wel. Dat was de heer Nobel. Hij sprak namens de VVD. Kan hij zijnmicrofoon uitdoen? Er is een serie aan interrupties. Ik geloof dat ik de heerClaassen eerst zag en daarna de heer Clemminck.De heer Claassen (Groep Markuszower):Ik was benieuwd of de VVD nog iets meer kan vertellen over hoe zij kijkennaar de verhouding tussen sociale huurwoningen en middenhuurwo-ningen. Ik hoor dat er een discussie is. De PvdA zegt: dat moet eigenlijkmeer. Maar misschien kan ook minder de woningmarkt te helpen. Ik wasbenieuwd hoe de VVD daarnaar kijkt.De heer Nobel (VVD):Dank voor deze vraag. Nogmaals, de VVD ziet het belang van de bouwvan sociale huurwoningen, maar waar meer dan 30% sociale huur wordtgebouwd, zien we dat veel woningbouwplannen uiteindelijk niet van degrond komen. Dat heeft ook nog eens te maken met de stapeling vaneisen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid. Wat de VVD betreftzijn sociale huurwoningen dus broodnodig, maar laten we ons vooralTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144626 richten op het middenhuursegment en de betaalbare koopwoningen. Wezien namelijk dat het aantal woningen daar heel erg gering is. Wat de VVDbetreft gaat de Minister zich dus vooral op dat middensegment richten.De heer Clemminck (JA21):Ik zat even te denken hoe het ook alweer zat met de VVD. Ze waren tijdensde vorige kabinetsperiode voor het afschaffen van de voorrang voorstatushouders. Dat hebben ze in de campagne herhaald. Toen zijn ze aande onderhandelingstafel terechtgekomen met D66, zonder JA21. In hetcoalitieakkoord staat volgens mij heel duidelijk dat de voorrang voorstatushouders gehandhaafd blijft. En nu vraagt de heer Nobel of dievoorrang zo snel mogelijk ingetrokken kan worden. Ik ben even het spoorkwijt. Waarom is dat dan niet geregeld in het coalitieakkoord? Waaromvraagt u nu eigenlijk gratis – misschien is het voor de camera’s – iets aande Minister dat u niet heeft uitonderhandeld met D66?De heer Nobel (VVD):Dat lees ik zo niet terug. Ik lees dat we zo snel mogelijk die voorrang gaanafschaffen en dat de Minister alles op alles gaat zetten om ook huisvestingvoor statushouders te realiseren, in welke vorm dan ook. Daarom ben ikheel benieuwd welke stappen de Minister daarin wil zetten. Wat de VVDbetreft wordt die voorrang voor statushouders namelijk zo snel mogelijkafgeschaft.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Russcher. Hij spreekt namens Forumvoor Democratie.De heer Russcher (FVD):Dank, voorzitter. We spreken vandaag over de staat van de volkshuis-vesting. Maar als we eerlijk willen zijn, moeten we eerst een andere vraagstellen: hoe hebben we het in hemelsnaam zo ver laten komen? Dewoningcrisis is namelijk geen natuurverschijnsel, maar het resultaat vankeuzes en decennialang politiek beleid.Laten we even teruggaan naar het begin van deze eeuw. In het jaar 2000had Nederland ongeveer 15,5 miljoen inwoners. Vandaag de dag zijn dater 18,1 miljoen. In iets meer dan twintig jaar zijn er dus ruim 2,5 miljoenmensen bijgekomen. Maar die groei komt niet doordat Nederlandersineens veel meer kinderen kregen. Integendeel, het geboortecijfer ligtrond 1,4 kinderen per vrouw, ver onder het vervangingsniveau. Debevolkingsgroei komt dus vrijwel volledig door migratie. In 2024 kwamen316.000 immigranten Nederland binnen, en in 2025 opnieuw meer dan300.000. In totaal kwamen in de afgelopen vijftien jaar dus 3 miljoenmensen naar ons land. Het migratiesaldo, het aantal mensen dat er nettobij komt, lag de afgelopen jaren rond de 136.000 per jaar – een stad zogroot als Leiden.De voorzitter:Wilt u daar even pauzeren? Er is namelijk een vraag voor u. Dat is delaatste vraag van de heer Nobel, VVD.De heer Nobel (VVD):Ik zag meer mensen een beetje wakker schrikken toen u «vervangings-niveau» zei. Kunt u misschien verduidelijken wat u daar precies meebedoelt? Hoe u het woord gebruikte in de zin klonk namelijk nogal gek.De heer Russcher (FVD):Wat ik daarmee bedoelde is dat er 2,1 kinderen per vrouw nodig zijn omde natuurlijke bevolking in stand te houden. Je hebt een man en eenvrouw. Als zij één kind krijgen, houd je daarmee niet je eigen bevolking inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144627 stand. Als zij twee kinderen krijgen, worden die twee mensen daarmee instand gehouden.De voorzitter:De laatste vraag van de heer Van Leijen, D66.De heer Van Leijen (D66):Sorry, zou u nog even kunnen ingaan op wat u bedoelt met «de natuur-lijke bevolking»?De heer Russcher (FVD):Nederlanders.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.De heer Russcher (FVD):In het jaar 2000 was er een tekort van ongeveer 100.000 woningen.Vandaag de dag ligt het officiële woningtekort boven de 400.000woningen. Is het dan bijzonder dat er een woningtekort ontstaat, zekerwanneer het bouwen van woningen door stikstofregels en klimaatbeleidsteeds moeilijker wordt gemaakt?Voorzitter. Voor mensen die een huis willen kopen is de situatie compleetontspoord. In het jaar 2000 kostte een gemiddelde woning ongeveer drietot vier keer een modaal jaarinkomen. Vandaag kost een gemiddeldekoopwoning ongeveer € 500.000. Dat is elf keer een modaal jaarinkomen.Volgens het Centraal Planbureau komt een huishouden met een modaalinkomen tegenwoordig ongeveer € 108.000 tekort om zo’n woning tekunnen financieren. Tien jaar geleden was 61% van de koopwoningenbereikbaar voor een modaal inkomen. Vandaag is dat nog maar 21%. Vooreen hele generatie jonge Nederlanders is een eigen huis dus onbereikbaargeworden.Voorzitter. Dan het punt waar in het hele land enorme frustratie overbestaat, namelijk de voorrang voor statushouders op de woningmarkt. Inhet regeerakkoord lezen we dat die voorrang pas wordt afgeschaft zodraer voldoende alternatieve huisvesting is gerealiseerd, waarbij status-houders en Nederlanders als een soort tussenoplossing samen komen tewonen. De redenering van het kabinet is dus dat wanneer de instroomomlaaggaat en statushouders eenmaal een woning hebben gekregen, dievoorrang niet meer nodig is. Echter, met de huidige plannen van hetkabinet gaat de instroom niet omlaag en zullen er ieder jaar tienduizendennieuwe statushouders bij komen. Vervolgens zal er, door datzelfdekabinet, altijd nieuwe huisvesting met voorrang voor deze groep nodigzijn. Dat betekent in de praktijk dat statushouders met voorrang eenwoning zullen blijven krijgen, terwijl Nederlanders soms wel meer dantien jaar wachten op een huurwoning. Wat vindt de Minister hiervan?Deelt zij de mening van Forum voor Democratie dat Nederlanders altijdvoorrang moeten krijgen op de woningmarkt?Dan het bouwen. We horen namelijk steeds dat we meer moeten bouwen,maar ondertussen wordt door dit kabinet en de vorige kabinetten beleidgevoerd dat bouwen steeds moeilijker maakt. Volgens de provinciebijvoorbeeld dreigt de bouw van 500.000 woningen vast te lopen doorvoornamelijk stikstofregels. Daarnaast maken klimaatregels, energie-normen en duurzaamheidseisen bouwen duurder, terwijl in delen vanNederland nieuwe wijken door netcongestie niet eens meer kunnenworden aangesloten op het elektriciteitsnet. Er is een overbelaststroomnet als gevolg van de energietransitie. Kort samengevat: Den Haaglaat de bevolking groeien door immigratie en maakt bouwen tegelijkertijdsteeds moeilijker.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144628 Voorzitter. Nederland is nu al een van de meest dichtbevolkte landen vanEuropa. Volgens prognoses groeit ons land mogelijk door naar 23 miljoeninwoners rond 2050. Willen we werkelijk dat elke open ruimte wordtvolgebouwd om de gevolgen van de massale immigratie op te vangen,waarbij we ook nog eens onze cultuur verliezen? De woningcrisis is danook geen mysterie. Het is het gevolg van drie politieke keuzes: massaleimmigratie, verstikkende regelgeving en een overheid die blijkbaar debelangen van Nederlanders niet op de eerste plaats zet. Forum voorDemocratie kiest voor een andere koers: grip op onze grenzen, bouwenweer mogelijk maken en de Nederlander op een.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dat was de heer Russcher. Hij sprak namens Forum voorDemocratie. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Steen. Zij zal sprekennamens het CDA.Mevrouw Steen (CDA):Voorzitter, dank u wel. Mijn stad werd groot door de metaal- en demaakindustrie. Ondernemers als Stork begrepen iets wat we, denk ik,misschien wel uit het oog zijn verloren in de volkshuisvesting, namelijk:als je investeert in werk, moet je ook investeren in wonen en in degemeenschap. Daarom bouwde Stork Tuindorp ’t Lansink, een wijk waaralle mensen door elkaar woonden en waar de opzichter naast de arbeiderwoonde. Dat was in die tijd best wel uniek. Dat laat iets zien dat voor hetCDA nog steeds de kern is van de volkshuisvesting: wonen gaat nietalleen over stenen, maar het gaat over gemeenschappen, over wonenwaar je geworteld bent en wonen in de wijk of het dorp waar je desamenleving ontmoet. Keuzes in de volkshuisvesting zijn dus ook nooitneutraal. Het zijn morele keuzes over samenleven, over kansen en oververantwoordelijkheid.We zijn het er volgens mij allemaal over eens dat we meer woningenmoeten bouwen en dat we procedures moeten versnellen en verkorten,want daar heb ik iedereen hier ook over gehoord, maar als oud-wethouderweet ik ook: de overheid bouwt geen huizen; die worden alleen gebouwddoor samenwerking en vertrouwen tussen gemeenten, corporaties,ontwikkelaars en bewoners.Voorzitter. Daarom heb ik een aantal aanvullende punten op alles wat iknet ook al heb gehoord. U kent het CDA als een partij die gaat voor hetbouwen aan gemeenschappen. Dat betekent investeren in ontmoeting,groen en gezondheid. Dat lijkt zo logisch, maar gemeenten en ontwikke-laars lopen daarbij regelmatig aan tegen begrotingsregels en allerleiadministratieve kaders die de samenwerking met de markt juist moeilijkermaken. Want als je een project probeert rond te rekenen, levert eenvierkante meter woning meer op dan een vierkante meter ontmoetings-ruimte. Ontmoeten wordt zo vaak als onrendabel gezien. Ontmoeting kanin de visie van het CDA nooit onrendabel zijn. We weten namelijk allemaaldat investeren in ontmoeting en gemeenschapsvorming maatschappelijkebaten oplevert: minder eenzaamheid, betere gezondheid en uiteindelijkook lagere zorgkosten.Voorzitter. In Nederland liggen daar interessante voorstellen voor,bijvoorbeeld vanuit het Watertorenberaad, dat onderzoekt hoe publieke enprivate partijen samen kunnen investeren in sterke gemeenschappen.Daarom heb ik twee vragen aan de Minister. Is zij bereid te onderzoekenhoe maatschappelijke baten zoals ontmoeting beter kunnen wordenmeegenomen in de businesscases van woningbouwprojecten, zodatpublieke en private investeringen hierin ook financieel rond te rekenenzijn? Ten tweede: wil zij samen met gemeenten kijken welke administra-tieve en begrotingsregels aangepast kunnen worden, zodat gemeentenmakkelijker met marktpartijen kunnen samenwerken aan projecten waarinTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144629 community building een plek krijgt? Wat het CDA betreft moeten weinvestering in ontmoeting, groen en gezondheid niet langer zien als eenkostenpost, maar als een investering in een sterke samenleving.Voorzitter. Volkshuisvesting gaat ook over gezonde woningen. Dat brengtme bij de schimmelproblematiek. Onlangs waren er opnieuw berichtenover huurders die al jaren in woningen met ernstige schimmelproblemenleven. Mijn voorganger heeft daar samen met u, voorzitter, al vakeraandacht voor gevraagd. We hebben daar opnieuw schriftelijke vragenover gesteld. Het is van belang dat schimmel niet incidenteel wordtaangepakt, maar structureel en professioneel, vandaar stel ik vandaagdeze vraag aan de Minister: is zij bereid met de woningbouwcorporaties afte spreken dat zij de schimmelproblematiek structureel en specialistischaanpakken, bijvoorbeeld met brigades en gespecialiseerde aannemers dieeerst de oorzaak vaststellen en pas daarna de woning duurzaam schim-melvrij maken? De expertise bestaat al en moet alleen beter wordeningezet.Voorzitter. Corporaties zijn onmisbaar voor de volkshuisvesting. Ze zijngoed op weg de afspraken te behalen. Tegelijkertijd hebben ze eenenorme opgave: bouwen, verduurzamen en dat vooral betaalbaar houden.We willen meer ruimte geven om te investeren. In dat kader ben ik ookbenieuwd naar de verruiming van de mogelijkheden voor de niet-DAEB-activiteiten waar we afspraken over hebben gemaakt. Wanneer kunnen wedaar concrete plannen voor verwachten?Voorzitter. De middenhuur. Na een intensieve lobby vanuit Nederlandheeft Brussel de staatssteunregels aangepast, zodat corporaties enontwikkelaars kunnen ondersteunen bij het bouwen van middenhuur. HetCDA heeft daar al in november 2024 een motie over ingediend: maak eenplan van aanpak, zodat we klaarstaan zodra die staatssteunruimte ookbeschikbaar is, niet alleen met de regeling, maar met projecten, inves-teerders en publiek-private samenwerking die al voorbereid zijn. Het planligt er nog steeds niet en dat vind ik echt een gemiste kans. Daarom heb ikde volgende vragen. Is de Minister bereid om met voorrang samen metgemeentes, corporaties, ontwikkelaars en beleggers een landelijkeprojectenpijplijn voor middenhuur op te stellen, zodat projecten enbusinesscases klaarliggen en investeringen direct kunnen starten? Deeltde Minister dat juist de benutting van staatssteunruimte voor demiddenhuur een perfect voorbeeld is van een mooie pps-samenwerking?Voorzitter. Dan de studentenhuisvesting. Kan de Minister al iets zeggenover de uitvoering van de motie over studentenhuisvesting? Daar ligt echteen kans, want als corporaties en studentenhuisvesters hun krachtenbundelen, kan er een vliegwieleffect ontstaan voor de bouw van studen-tenkamers. Dat kan de druk op de woningmarkt verlagen en studentenbeter laten samenleven. En dan maken we het ook voor mbo-studentenmakkelijker om op kamers te kunnen gaan.Ik dank u, voorzitter.De voorzitter:U bent door de tijd heen, maar u bent klaar. Dank u wel. Dat was mevrouwSteen. Zij sprak namens het CDA. Dan geef ik het woord aan de heerGrinwis. Hij zal spreken namens de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Daar zitten we weer. Maandag hadden we een mooidebat over ruimte. Toen was mijn vraag aan de Minister natuurlijk wathaar visie is op de ruimte. Vandaag hebben we het eerste debat over devolkshuisvesting, en nu is mijn vraag: wat is eigenlijk haar visie opvolkshuisvesting?Ik heb zelf mijn kaarten op tafel gelegd in januari, met de woonvisieThuisgeven in tijden van woningnood. Essentiële punten daarin zijn datwe naast bouwen heel goed in de smiezen moeten hebben dat huizenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144630 bouwen ook gemeenschappen bouwen hoort te zijn en dat je daaromgemengde wijken moet bouwen. Als je dat niet doet, creëer je, voor je hetweet, getto’s voor de armen en reservaten voor de rijken. Zo willen wijniet samenleven in dit land. Ik ben dus heel benieuwd.Afgelopen tijd zijn we natuurlijk weleens op pad geweest om onze lokalo’ste ondersteunen. Dan kom je op de meest mooie, maar treurige plekken,waar gebouwd had moeten worden en niet gebouwd is. Ik was bijvoor-beeld in Dieren, waar pal naast de Veluwezoom seniorenwoningen nietgebouwd worden vanwege de stikstofproblematiek. Hoe denkt de Ministerdit snel op te gaan lossen? Biedt de rekenkundige ondergrens soelaas? Iser toch een bouwvrijstelling nodig? Hoe zorgen we ervoor dat daar nog ditjaar wel gebouwd gaat worden?Ik kwam bijvoorbeeld ook in de prachtige wijk Geitenkamp, Arnhem. Daarstaan sociale huurwoningen uit de jaren twintig van de twintigste eeuw.Dat waren echt de hoogtijdagen van onze volkshuisvesting. Zouden wevan de jaren twintig van de 21ste eeuw weer net zo’n tijd kunnen maken?Door passend toewijzen en de manier waarop we met die wijken zijnomgegaan, bleek het percentage van sociale huur, dat we steeds meertoewijzen aan mensen met zwakke schouders, zou je kunnen zeggen,eigenlijk een loden last geworden. Eigenlijk was het percentage socialehuur, gezien hoe wij omgaan met sociale huur, namelijk te hoog voor diewijk geworden. Er was een prachtig initiatief van bewoners om huizen tekopen en wat sterke schouders aan die wijk toe te voegen. Hoe kijkt deMinister daarnaar? Voor wie is sociale huur? In onze volkshuisvestings-visie is sociale huur niet alleen voor mensen die arm zijn, maar is heteigenlijk voor een heel breed deel van het volk. Hoe kijkt de Minister daareigenlijk tegen aan?Ik zal niet al mijn bezoeken van de afgelopen tijd verhalen, maar wat ik zegis een beetje bedoeld om de Minister uit te nodigen en uit te dagen omhaar kaarten op tafel te leggen. Ik heb haar al wat horen zeggen overthuisgeven, dus volgens mij zit dat wel snor. Maar hoe gaan we dathanden en voeten geven?Voorzitter. Het coalitieakkoord. Ik was hoopvol gestemd en tegelijkertijdtoch ook wel wat teleurgesteld. Soms staan er mooie zinnetjes in, maardan staat er een komma, of dan zit er een clausule achter waarvan jedenkt: «Wat staat hier nu precies? Wat gaat dat nou betekenen?» Ik benwel benieuwd hoe de Minister daarmee omgaat.Toen kwam ik bij de budgettaire bijlage. Uiteindelijk is dat het belang-rijkste deel. Een coalitieakkoord kun je aan de kant leggen, maar debudgettaire bijlage bepaalt in dit land zo’n beetje wat er wel en niet kan. Ikben benieuwd hoe vloeibaar die budgettaire bijlage gaat worden. Ik hebhier toch wel wat zorgen bij. Er is namelijk veel te weinig geld inopgenomen voor betaalbare huisvesting. Je kunt natuurlijk focussen opwat er wel is – dat ga ik ook zeker doen – maar ik ga ook even de vingerleggen op wat er niet is.Eigenlijk hadden we natuurlijk de herbestedingsreserve of de vpb voorwoningcorporaties moeten afschaffen. Nu zit er zo’n halfslachtige reeks in,waarmee we van 225 miljoen opbouwen tot 325 miljoen structureel.Niemand weet hoe en met welke faciliteit we die precies bij de woningcor-poraties gaan krijgen, op zo’n manier dat het past binnen de budgettairekaders en tegelijkertijd de Nationale Prestatieafspraken, waar dit nieuwekabinet en deze nieuwe coalitie zich opnieuw aan hebben gecommitteerd,volledig kunnen worden uitgevoerd. Mijn snelle rekensom leert dat hettekort van 20 miljard maar voor de helft wordt ingelopen. Hoe gaan wehet tekort helemaal inlopen?Een meer fundamentele vraag is hoe we ervoor gaan zorgen dat socialehuisvesters en woningcorporaties niet per definitie met een verlieslatendezaak bezig zijn. We zijn namelijk eigenlijk langzaam naar de ondergang toeaan het kruipen. Op een gegeven moment is er gewoon geen enkele centmeer voor woningcorporaties, geen enkele ruimte meer om echtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144631 daadwerkelijk nog te investeren in woningverbeteringen en nieuwbouw.Hoe gaat de Minister uit die squeeze komen?Het coalitieakkoord biedt een bepaalde ruimte. Dat is te weinig ruimte,alleen al wat betreft de NPA, de Nationale Prestatieafspraken. Maar ook na2035 willen we nog steeds huizen bouwen. Ik ben benieuwd hoe deMinister daartegenaan kijkt, en welke ruimte zij zelf gaat zoeken om eenfaciliteit te creëren die daadwerkelijk effectief is en ook daadwerkelijk bijde corporaties en hun investeringscapaciteit terechtkomt. Ik ben zeerbenieuwd, want volgens mij weet op dit moment nog niemand hetprecies.Voorzitter. Ik heb volgens mij de nodige zorgen geuit. Ik ben heelbenieuwd naar de reactie hierop. Over koopwoningen is door mijncollega’s al veel gezegd. Daarover zijn verschillende rapporten verschenende afgelopen tijd ...De voorzitter:U bent inmiddels al door de tijd heen. Wilt u dus afronden?De heer Grinwis (ChristenUnie):Oké. Ja, dat heb je als je gaat freewheelen! Dan neem je te veel tijd peronderwerp. Dat is altijd een risico. Ik moet het misschien toch maar weeruit gaan schrijven.Voorzitter. Mijn zorg is als volgt: gemeenten die bepaalde doelstellingenhadden, gaan die doelstellingen niet halen; dan gaat het om ongeveer driekwart van wat er gebouwd moest worden. Hoe gaan we dat nou wel voorelkaar krijgen? Is het een kwestie van dappere ambtenaren en eendappere wethouder hebben zodat het goed kan komen? Of kan het Rijkhier nog wat soelaas bieden, zodat we gaan waarmaken wat we aan devoorkant beloven?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel, meneer Grinwis, voor de inbreng namens de ChristenUnie. Ikvraag de heer De Hoop om het voorzitterschap over te nemen.Voorzitter: De HoopDe voorzitter:Dat doe ik. Ik geef mevrouw Beckerman het woord. Zij spreekt namens deSocialistische Partij. Het woord is aan u.Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel, voorzitter. Toen ik negen jaar geleden Tweede Kamerlid werd,nam Minister Blok afscheid. Dat deed hij met een artikel in het FD waarinhij zichzelf op de borst klopte door te zeggen: ik ben de eerste VVD’er dieeen heel ministerie heeft doen verdwijnen. Het Ministerie van Wonenwerd namelijk opgeheven. Zijn beleid had bestaan uit het verkopen vansociale huurwoningen – hij reisde daar de hele wereld voor over – hetuitknijpen van woningbouwcorporaties, het verhogen van de huren en hetgeven van voordelen aan beleggers in woningen.Voorzitter. Ik kreeg toch een déjà vu toen ik het nieuwe regeerakkoord las.Bent u de nieuwe Stef Blok? Want het net weer opgerichte Ministerie vanVolkshuisvesting verdwijnt alweer als zelfstandig ministerie. Daarmeebent u de eerste D66’er die een heel ministerie doet verdwijnen. Oppagina 19 lezen we dat sociale huurwoningen in de verkoop gaan.Woningcorporaties worden opnieuw uitgeknepen: er is een tekort van20 miljard als het gaat om alle afspraken over de bouw en verbetering vanwoningen. Toch krijgen zij er maar een deel bij. De huren mogen weeromhoog, lezen we in de doorrekening. En het allereerste wat dit nieuwekabinet doet, is het verlagen van de belasting voor beleggers inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144632 woningen. Dat gebeurt dit jaar al, terwijl corporaties nog twee jaarmoeten wachten. Bovendien zien we allerlei andere voordelen in hetvooruitzicht gesteld worden voor beleggers: het aanpassen van de Wetbetaalbare huur, minder zelfbewoningsplicht en bescherming tegenopkoop. Bent u een «Blokalike», vraag ik de Minister. Einstein zei het al:we kunnen een probleem niet oplossen met dezelfde denkwijze die hetheeft veroorzaakt. Toch is dat wat de Minister lijkt te willen doen: dewooncrisis oplossen met hetzelfde beleid dat de wooncrisis heeftveroorzaakt. Wat ziet deze Minister als de oorzaken van de wooncrisis?Erkent zij dat we er met dit beleid niet uit gaan komen?Laat ik iets meer zeggen over het grootste probleem, namelijk de tekortenbij corporaties. D66 won de verkiezingen mede door de belofte van tiennieuwe steden. Dat werden na de verkiezingen al snel metaforischesteden. En nu, vraag ik aan D66. Er is een tekort van 20 miljard bij decorporaties voor de bestaande afspraken. De bestaande afspraken! Dat isdus nog niet eens voor die plannen voor nieuwe steden. Die tekorten gaanover nieuwbouw, over renovatie en over verduurzaming. Vanuit hetkabinet komt er nog geen begin van een oplossing. Vanaf 2028 komt er250 miljoen. Hoe denkt het kabinet de wooncrisis op te lossen als het debouw van betaalbare nieuwbouwwoningen zo frustreert? Zondervoldoende geld voor corporaties lopen heel veel projecten vast en kunnendus ook heel veel andere woningen niet gebouwd worden. Laat ik maarheel concreet vragen: wat is het doel? Hoeveel sociale huurwoningen zijner na deze regeerperiode?Voorzitter. Dan kom ik met een citaat: «Heel veel mensen hebben hunleven op pauzestand staan, omdat ze geen betaalbare of passende woningkunnen vinden. D66 wil vanaf dag een aan de slag met de noodwoonwet,zodat we leegstaande panden gaan ombouwen.» Dat is een mooi citaat.Dat waren de letterlijke woorden van Rob Jetten in het Debat van hetZuiden. Ik vind dat een fantastisch plan, leegstaande panden ombouwen.Het moet dus een foutje zijn dat dit niet in het regeerakkoord isopgenomen, want dit is echt een manier waarop we snel veel goedewoningen kunnen toevoegen. In totaal staat in Nederland namelijk16 miljoen vierkante meter leeg in 226.000 panden. Dat is nog zonder deverborgen leegstand. Hier kunnen we echt wat mee. Denk aan hetzorgbuurthuis in Oss, met betaalbare woningen voor ouderen in eenvoormalig leegstaand gebouw in een woonwijk, of denk aan al diewoningen voor jongeren die je kunt realiseren in de talloze lege kantorenen boven winkels. Wat gaat het kabinet doen? Wil het extra geld vrijmakenvoor de ombouw van leegstand, leegstand zwaarder gaan belasten of eenopenbaar leegstandsregister invoeren, met bijvoorbeeld een uitdaagrechtvoor bewoners met goede plannen? Het is dag zestien en het zou vanafdag een gebeuren, dus ik ben benieuwd waar het kabinet mee komt.Voorzitter, tot slot. Heel veel mensen willen niet meer wachten op DenHaag en willen het zelf gaan doen: wonen zonder winstoogmerk inwooncoöperaties. We zien talloze initiatieven in steden, maar juist ook inkleine dorpen en kernen. De SP schreef een initiatiefwet die het makke-lijker moet maken om dit soort wooncoöperaties te stichten en kwamsamen met anderen met een amendement om te komen tot een fonds datdit jaar gestart is. Ik ben daar heel erg blij mee. Wat wil deze Minister nogextra doen voor deze mensen die samen de wooncrisis willen bestrijden?Er zijn namelijk nog meer obstakels waardoor dit soort projecten moeilijkvan de grond komen.Daar laat ik het bij. Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage, mevrouw Beckerman. Dan geef ik het voorzitter-schap terug in uw handen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144633 Voorzitter: BeckermanDe voorzitter:Dank u wel. Ik kijk naar de Minister om te zien hoelang zij wil schorsenvoor de beantwoording. Ik wil daarbij wel graag meegeven dat weeigenlijk maximaal 25 minuten kunnen schorsen als we om 18.00 uur klaarwillen zijn.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik ging om 30 minuten vragen, maar ik ga mijn uiterste best doen om met25 minuten weer beneden te zijn.De voorzitter:Super. Dank u wel. Dan schors ik de vergadering tot 16.05 uur.De vergadering wordt van 15.39 uur tot 16.05 uur geschorst.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dank u wel, voorzitter. Ik heb zes blokken. Blok een is woningbouwalgemeen, de omvang van de tekorten en de oorzaken daarvan. Dan hebik een blokje belemmeringen woningbouw en het versnellen ervan.Daarna heb ik een blokje Beter Benutten. Vervolgens heb ik een blokaandachtsgroepen en migratie. Ik heb daarna een blok investerings-klimaat, financiën, gemeenten en koop. Tot slot heb ik een blokjecorporaties.De voorzitter:Dank u wel. En wilt u de vragen aan het einde van een blok krijgen ofkunnen ze ook tussendoor gesteld worden?Minister Boekholt-O’Sullivan:Het liefst aan het einde van het blok, omdat we dan zeker weten dat ik hetniet nog ga zeggen.De voorzitter:Daar gaan wij in mee. Dan geef ik u de ruimte om te beginnen met debeantwoording.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dank u wel, voorzitter. Een deel van jullie heb ik maandag al mogenontmoeten en een aantal van jullie tref ik vandaag voor het eerst. Vooreen aantal van jullie is dit het eerste VRO-debat en daar wil ik u meefeliciteren. Ik kan u verzekeren dat ik uitzie naar de samenwerking met uallemaal. Voordat ik overga tot het beantwoorden van uw vragen zou ikheel graag willen toelichten waarom ik na bijna 32 jaar Defensie dezeoverstap heb gemaakt.Toen ik 2 was, kwam ik samen met mijn moeder en mijn twee broers naarNederland, met niks behalve de kleren die wij aanhadden. Het was degemeente Culemborg die ons een sociale huurwoning toewees enuiteindelijk ook voor de inrichting van dat huis heeft gezorgd, totdat wijvanuit dat huis naar een ander huis konden doorstromen. Uiteindelijk zit iknu hier. Ik weet als geen ander wat het verschil is tussen een huis en eenthuis. Dat is het onderdeel zijn van een gemeenschap, in een buurt waar jeveilig kan opgroeien, met een slootje waarop je kan schaatsen als het heelhard vriest. Dat is de afgelopen jaren niet meer zo heel vaak gebeurd,maar in mijn jeugd wel; ik ben al oud. Er was ook een meertje in de buurtwaarin je kon zwemmen, een gymnastiekvereniging waar je gewoon opde fiets naartoe kon en de bibliotheek, waarin ik uren doorbracht. Ik heb jagezegd tegen deze opgave omdat wonen mij aan het hart gaat, omdat ikvind dat eenieder het recht heeft op een huis met een t ervoor, dus eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144634 thuis. Voor mij staat die t voor: je welkom voelen in een gemeenschap,jezelf mogen zijn en achter de voordeur veilig zijn, fysiek en sociaal.Volgens mij is er in een mensenleven weinig belangrijker dan dat. Dat isde reden waarom ik volmondig ja tegen deze portefeuille heb gezegd.Inmiddels ben ik twee weken onderweg en heb ik al verschillendewerkbezoeken afgelegd. Vanochtend heb ik zelfs nog gefacetimed metStek West. Ik heb me verwonderd, ik heb ongemak ervaren en ik heb ookwel wat schaamte gevoeld dat dit het land is dat we met elkaar hebbengebouwd en waarin we met elkaar iets te doen hebben. Zo ben ik opbezoek geweest bij Denise, een vrouw met twee kleine kinderen die nietanders kon dan bij haar ouders in een heel klein appartementje intrekken,waarbij haar zoon en zijzelf in een stapelbed in een heel klein kamertjeliggen en haar dochter op een stretchertje naast haar ouders ligt. U kentdeze situaties ook. Ik vertel u niets nieuws. En toch rijden we na zo’nwerkbezoek op de fiets, met de auto of met de trein weer naar waar wijnaartoe moeten, en laten we hen achter in de situatie waarin zij zitten. Ikvind het echt verschrikkelijk.Kamerlid Flach en Kamerlid Grinwis vroegen mij om mijn visie opvolkshuisvesting en om mijn belangrijkste accenten. Ik denk dat mijn visieis dat ik vind dat iedereen recht heeft op een thuis. Hoe moeten we datdoen? Dat moeten we doen door sneller en meer te bouwen. Dat moetenwe doen door woningen betaalbaar te laten zijn voor diegenen die erwonen, in alle segmenten. En we moeten zorgen dat die woningenkwalitatief goed zijn en ook blijven. Het gaat dan niet alleen over dewoning, maar ook over de woonomgeving. In een ideale situatie vullendeze drie doelstellingen elkaar aan of versterken ze elkaar zelfs. Nieuwewoningen zijn bijvoorbeeld per definitie heel duurzaam. Flexwoningen zijntegenwoordig kwalitatief goed, betaalbaar en snel te bouwen. Ik heb datin mijn loopbaan binnen het Ministerie van Defensie, met name binnenuitzendgebieden, heel regelmatig gezien.We moeten wel eerlijk zijn. Het lukt namelijk niet altijd om alles tegelij-kertijd perfect te doen. Onze politieke prioriteit in deze tijd is daarbijhelder: het woningtekort oplossen, sneller meer woningen realiseren enwoningbouw boven alles. Dat is waar ik me voor ga inzetten. Ik wil dekomende jaren besluiten en projecten met een eenvoudige maarindringende vraag bezien: levert deze maatregel huizen en een thuis op?Brengen we met dit besluit de realisatie van dit huis en dit thuisdichterbij? Dat betekent bouwen waar het kan en grote projecten dieduizenden woningen opleveren. Het betekent ook dat we het bestaandebeter benutten: een straatje of wijkje erbij, een laag erop, woningensplitsen, kantoren transformeren en waar nodig flex- of modulairewoningen plaatsen. Een dak boven je hoofd is een thuis, in welke vormdan ook. Het betekent dat het leven van iemand weer van de pauzestandaf kan. Iemand kan weer een volgende stap zetten en hoeft niet langer tewachten.Tegelijkertijd betekent het prioriteren van woningbouw niet dat anderedoelen verdwijnen. Funderingsproblemen, klimaatadaptie, huurbe-scherming en het huisvesten van aandachtgroepen blijven onverminderdbelangrijk. Het toevoegen van huizen kan heel goed sporen met dezedoelstellingen. We zullen dit altijd bevorderen. Investeren in de bestaandevoorraad zonder bijvoorbeeld aandacht voor funderingen is onhandig enzorgt voor grote problemen later. Als we deze wooncrisis echt willenoplossen, vraagt dat iets van ons allemaal. We moeten soms iets doen ensoms iets laten. Het vraagt juist ook iets van mensen die zelf geenproblemen hebben op de woningmarkt. Uiteindelijk doen we dit nietalleen voor onszelf, maar ook voor onze kinderen, voor de kinderen vanonze vrienden of voor de verpleegkundige, de politieagent of de leraar dienu geen woning kan vinden.Voorzitter. Ik ben me er zeer van bewust dat ik er alleen niet kom. Ik hebmijn collega’s en jullie hier heel hard voor nodig. Om die reden komt erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144635 onder leiding van de Minister-President een taskforce die gaat helpen bijhet versnellen van de woningbouw. Ik besef ook heel goed dat ik u nodigheb. Ik kan daarover zeggen dat ik eigenlijk wel blij ben met een minder-heidskabinet. We zoeken namelijk oplossingen voor alle Nederlanders,niet alleen voor degenen die op de coalitiepartijen hebben gestemd. Ikheb lang niet zo veel politieke ervaring als u. Ik ga fouten maken,vergissingen herstellen en sorry tegen u zeggen, maar u gaat me nooitbetrappen op het niet serieus nemen van deze opgave. Ik wil maar eending: er samen met u voor zorgen dat onze medelanders een dak bovenhun hoofd krijgen of houden. Ik ga dus goed naar u luisteren. Ik wil zo veelmogelijk samen met u optrekken.Uit de paar kennismakingsgesprekken die ik tot nu toe al heb kunnenvoeren, merk ik dat u bouwen net zo belangrijk vindt als ik. Bij degenen bijwie ik nog niet langs ben geweest, ga ik dat natuurlijk zo snel mogelijkdoen. Ik heb de hoop en het vertrouwen dat wij stappen gaan zetten als uen ik deze opgave serieus nemen. In antwoord op de vragen over of ik opBlok ga lijken, of ik een eigen departement nodig heb of op anderevragen, kan ik zeggen dat ik de afgelopen 31 jaar en 7 maanden altijdmaar een doel voor ogen heb gehad. Dat heb ik hier ook, namelijk 100.000woningen. Dat ga ik doen met of zonder een eigen departement, met ofzonder het zijn van een Bloklookalike of lookalike van wie dan ook. Ik gadit doen als Elanor, omdat ik hierin geloof.Dank u wel.Voorzitter. Ik begin met het eerste mapje, namelijk woningbouwalgemeen, omvang, tekort en oorzaken. De heer Flach van SGP vraagt omeen reflectie op de oorzaken van het woningtekort. Die oorzaken zien erruwweg als volgt uit: 45% ontstaat door groei van de bevolking, 25% doorhet kleiner worden van huishoudens, 14% doordat sloop gecompenseerdmoet worden en met de resterende 16% dringen we het eerder ontstanewoningtekort terug. De groei van de bevolking ontstaat voor 95% dooralle vormen van migratie. Een van de oorzaken van huishoudensver-dunning is de vergrijzing. Dat betekent dat er veel twee- en eenpersoons-huishoudens zijn. De huishoudensverdunning heeft daarnaast ook temaken met de keuzes die mensen maken, bijvoorbeeld over hoeveelkinderen mensen willen en of iemand wel of niet wil samenleven met eenpartner.Dan kom ik bij de vraag van JA21 over mijn strategie met betrekking totmeer regulering door de overheid of juist meer ruimte voor de markt. Hetvolkshuisvestingbeleid in Nederland is van oudsher gebaseerd op debalans tussen regie van de overheid en ruimte voor het particuliereinitiatief daarbinnen. We willen ruimte bieden voor de vereenvoudigingvan regels, het versnellen van procedures, het creëren van een aantrek-kelijk investeringsklimaat voor corporaties en private investeerders en hetbeschikbaar stellen van financiële middelen om de businesscase van dewoningbouw rond te krijgen. We willen regie voeren op basis van de Wetversterking regie volkshuisvesting. De overheid neemt daarvoor weer deregie op de woningbouw door het borgen van betaalbaarheid, toeganke-lijkheid en kwaliteit.JA21 vroeg naar het Europees woonbeleid. Ik ben het ermee eens dat hetwoonbeleid een nationale bevoegdheid is en dat ook moet blijven.Gelukkig bevestigt de Europese Commissie dit in het Affordable HousingPlan, dat eind vorig jaar is verschenen. Ook andere lidstaten steunen ditstandpunt. Ik zie in deze gezamenlijke Europese aanpak juist kansen, doorsamen te kijken naar Europese wet- en regelgeving die onze woningbouw-opgave bemoeilijkt. In ’27 komt hiervoor een Europees vereenvoudigings-pakket voor de woningbouw. Op Europees schaalniveau kunnen weinnovaties aanjagen en uitwisselen die onze woningbouw sneller,goedkoper en duurzaam moeten maken.Mevrouw Wiersma van BBB vroeg wanneer het woningtekort gaat dalen.Vorig jaar is het woningtekort voor het eerst licht gedaald. Dat was heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144636 licht, namelijk van 4,9% naar 4,8%. Voordat Nederlanders daar echt watvan gaan merken, is er meer nodig. ABF voorziet in haar prognose dat wehet tekort ieder jaar een stukje wegwerken. Als we elk jaar die 100.000woningen realiseren, gaat het nog sneller dan ABF voorziet.De PVV stelde een vraag over welke locaties het kabinet gaat benoementot grootschalige woningbouwlocaties. In het coalitieakkoord isopgenomen dat er verspreid over het land minstens 30 grootschaligenieuwbouwlocaties van nationaal belang gebouwd worden. Afgelopenvrijdag is de opdrachtbrief voor de ministeriële taskforce gepubliceerd,waarin onder andere de volgende opdrachten zijn gegeven. Er moeten 9nieuwe nationale grootschalige woningbouwlocaties worden aangewezenboven op de bestaande 21. Dit kan ook gaan om het opplussen vanbestaande locaties. Daarnaast moeten de juiste ruimtelijke, juridische enfinanciële randvoorwaarden worden gecreëerd voor de 30 locaties om deuitvoering te borgen.Dat was het eerste mapje, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk naar de collega’s om te zien of er interrupties zijn. Dat ishet geval. Eerst is de heer Mooiman, dan de heer Clemminck.De heer Mooiman (PVV):Dank aan de Minister ten aanzien van de antwoorden over de groot-schalige woningbouwlocaties. We hopen natuurlijk dat dat uiteindelijk ookecht volledig nieuwe locaties gaan worden, niet alleen locaties die al in deplannen zitten. Mocht er toch naar bestaande regionale grootschaligewoningbouwlocaties gekeken worden, dan wil ik het werk van de Ministermisschien een beetje makkelijker maken door te benoemen dat de Kameral meerdere moties heeft aangenomen om de locatie Bleizo-West inLansingerland tot grootschalige woningbouwlocatie te benoemen.Misschien zou de Minister dat mee kunnen nemen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat zal ik zeker meenemen.De voorzitter:Zo gaat het snel. De heer Clemminck, JA21.De heer Clemminck (JA21):Kijk, laten we dat erin houden. Dank aan de Minister voor de beant-woording in het eerste blok, natuurlijk. Het is fijn om te horen dat u zegtdat de nationale bevoegdheden rondom de woonopgave nationaal blijvenen niet naar Europa gaan. Wij houden u daar graag aan. Als u daar steunvoor nodig heeft, kunt u in ieder geval op JA21 rekenen.Dan wil ik nog even terug naar de oorzaken van het woningtekort. DeMinister geeft inderdaad de cijfers die wij ook kennen als het gaat om dedemografische groei en welk deel van de woningbouwopgave doormigratie komt. Mijn vraag was of de Minister vanuit haar verantwoorde-lijkheid en haar doelstelling voor de volkshuisvesting wil gaan sturen ophet beperken van de migratie.Minister Boekholt-O’Sullivan:Wat ik ga doen, is datgene wat er in het coalitieakkoord staat. Daarnaast iser, denk ik, een opgave die heel direct gerelateerd is aan deze opgave enhet debat waar we het vandaag over hebben: kijken hoe we ervoorkunnen zorgen dat de statushouders woonruimte vinden in het bestaandeaanbod, in het nieuwe aanbod of in een tussenvariant. Daar kom ik straksnog op terug, in een van de andere blokjes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144637 De heer Clemminck (JA21):Uiteraard. Daar hebben we het dan straks bij dat andere blokje nog over.Mijn vraag ging over de maatregelen om de instroom, de migratie, tebeperken, vanuit uw verantwoordelijkheid. Ik kan inderdaad lezen watdaarover in het coalitieakkoord staat. De eerste cijfers zijn niethoopgevend. Laten we eerlijk zijn: dat is u als nieuwe Minister niet teverwijten, uiteraard, maar het is de voorgaande kabinetten, ondanks degoede woorden hierover, nooit gelukt om de migratie onder controle tehouden. Mijn vraag is dus nogmaals of u er, vanuit uw verantwoorde-lijkheid als Minister voor onder andere Wonen, binnen het kabinet voorgaat zorgen dat de migratie beperkt wordt. Mijn vraag was hoe u dat gaatdoen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik ga er in ieder geval voor zorgen dat ik een betrouwbaar bewinds-persoon ben binnen de coalitie. Verder ga ik de Minister van Asiel enMigratie, die ook pas twee weken bezig is, de kans geven om invulling tegeven aan zijn opdracht.De voorzitter:Ik zie dat er geen interrupties meer zijn. O, toch wel.Mevrouw Steen (CDA):Ik had een klein beetje verwacht dat ... Ik had nog een vraag openstaanvan afgelopen maandag, over het overzicht van straatjes en wijkjes erbij.Ik dacht: dat komt vast in dit blokje terug. Ik herinner de Minister er dusnog even aan.De voorzitter:Heel goed.Minister Boekholt-O’Sullivan:Mijn excuses, maar die vraag komt wel snel. Uit het onderzoek van hetPBL, het Planbureau voor de Leefomgeving, blijkt dat er in Nederland meteen straatje erbij ruimte is voor maximaal 95.000 woningen, verdeeld overruim 2.100 woonkernen. Daarnaast heeft het Economisch Instituut voor deBouw in kaart gebracht dat gemeenten beperkte ambtelijke capaciteithebben en deze vaak inzetten voor grote woningbouwprojecten. Verderzijn er voor kleine bouwprojecten vaak weinig subsidies beschikbaar.Samen met het IPO en de VNG heb ik een programmaplan voor uitvoe-ringskracht opgesteld om de ambtelijke capaciteit en deskundigheid bijgemeenten en provincies structureel te versterken om de woningbouw-productie te versnellen. Daarnaast ontvangen gemeenten vanuit deRealisatiestimulans een vaste bijdrage van € 7.000 per gestarte betaalbarewoning. Deze bijdrage wordt ook beschikbaar gesteld voor woningen diedoor een straatje erbij worden gerealiseerd.De voorzitter:Ik zie dat dat geen extra vragen oproept. Dan kunt u verder met hettweede blok van uw beantwoording: belemmeringen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik begin met de vraag van D66 over het versnellen van de woningbouw. Ikben het met u eens dat we moeten versnellen. Daar gaan we op meerderemanieren op inzetten. We beginnen in de voorfase door samenwerkingaan de versnellingstafels tussen overheid, markt en corporaties, waarbijwe werken aan concrete doorbraken. Om capaciteitstekorten bijgemeenten aan te pakken zet ik in op structurele versterking van deuitvoeringskracht. Ik wil splitsen en optoppen makkelijker maken, wantdaarmee kunnen we snel woonruimte toevoegen. Industriële bouw zorgtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144638 voor een snellere bouwfase en de Wet regie zorgt voor versnelling in deberoepsfase.Dan de vraag van D66 over Vught. Op grond van de Omgevingswetkunnen gemeenten activiteiten vergunningsvrij maken in hetomgevingsplan. De gemeente Vught doet dit voor woningbouw. Ookandere gemeenten zijn hiermee bezig. Ik moedig dit dan ook van harteaan. Op de website van het Informatiepunt Leefomgeving is hierover alveel informatie te vinden. Ook hiervoor bieden wij ondersteuning bij deimplementatie van de Omgevingswet. Dit gebeurt dus, dit mag en dit magook nog meer.Dan de vraag van de PVV hoe ik kijk naar bouwleges. Gemeenten,provincies en waterschappen hebben de eigen bevoegdheid om leges teheffen. Beleid is dat leges niet hoger mogen zijn dan de kosten diegepaard gaan met de werkzaamheden. Ik doe wel een beroep op hetgezond verstand van gemeenten bij het vaststellen van de hoogte hiervan,zodat deze niet hoger gemaakt worden dan strikt noodzakelijk.De SGP vroeg hoe ik ervoor ga zorgen dat er meer drempels komen voorgemeenten zodat zij niet te laat beslissen. Ik onderschrijf het belang vansnellere procedures. Meestal beslissen gemeenten overigens op tijd overde technische bouwvergunning voor woningen. Dat geldt voor 95% vande gevallen. Voor de natuurvergunningen zijn gemeenten vaak afhankelijkvan de provincies. We gaan als eerste inzetten op het ondersteunen vande gemeenten en provincies om dit te versterken, en ook de uitvoerings-kracht.Dan de vraag van de Groep Markuszower, namelijk of ik doorga met hetcomplete STOER-programma. Ja. Voor de zomer ontvangt u hier eenvoortgangsbrief over. Ik had mezelf voorgenomen om te gaan oefenenmet het geven van kortere antwoorden.JA21 vroeg of ik kan reflecteren op de zorgen over de rem op de bouw. Inhet regeerakkoord zet deze regering in op het schrappen, versoepelen enversimpelen van regels. Zo gaat het kabinet aan de slag met schrappenals het gaat om bezwaarprocedures. Ook werkt dit kabinet aan eenjaarlijkse vereenvoudigingswet, waardoor wetten en regels structureelvereenvoudigd gaan worden. Ik ga aan de slag met het ontwikkelen vaneen vereenvoudigingsopgave in de fysieke leefomgeving. Die aanpakgaan we de komende tijd verder uitwerken. De uitwerking van dezeopgaven in het fysieke ruimtelijke domein, waaronder in de woningbouw,zal ik opnemen in de aanstaande voortgangsbrieven over het programmaSTOER.De heer Mooiman van de PVV vroeg wat ik ga doen met alle moties die erliggen over de bovenwettelijke eisen van de gemeenten. In het regeerak-koord is aangegeven dat dezelfde landelijke regels gelden en dat allelokale bovenwettelijke eisen nietig dan wel onverbindend zijn. Detechnische eisen aan gebouwen op grond van de Omgevingswet en hetBesluit bouwwerken leefomgeving zijn landelijk en uniform. Mijnvoorganger heeft aangegeven in de kabinetsreactie op het adviesrapportSTOER dat er afspraken met de landelijke versnellingstafel zijn gemaaktover het verzamelen van signalen over aanvullende eisen van medeover-heden die leiden tot knelpunten bij bouwprojecten. Zoals ik al zei, ga ikdoor met STOER. Ik zal hier een scherp oog op blijven houden.Dan een vraag van D66 over netcongestie in de Flevopolder, Gelderlanden Utrecht. Het kabinet vindt een aansluitstop niet zomaar te accepteren.Er is inmiddels een crisisteam opgezet onder leiding van de Staatssecre-taris van Klimaat en Groene Groei, waarin Rijk, provincies, netbeheerdersen ACM met hoge prioriteit samenwerken aan maatregelen om eenaansluitstop te voorkomen. De belangrijkste maatregelen zijn hetverkennen van mogelijkheden om het net sneller uit te breiden, het makenvan een analyse van de mogelijkheden om de risicobereidheid teverhogen en het intensiveren van het huidige maatregelenpakket. Ookvindt een validatie plaats van de analyse van TenneT zelf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144639 Dan een vraag van BBB, D66, Groep Markuszower en ChristenUnie. Zijzeggen dat Nederland op het stikstofslot zit en vragen wat ik daaraan gadoen. Daar waar de woningbouw op dit moment problemen ondervindtvan stikstof, blijf ik inzetten op het benutten van het bestaande instrumen-tarium om woningbouw te realiseren. Het kabinet levert hier een bijdrageaan door bijvoorbeeld schoon en emissieloos bouwen, SEB, te stimuleren.Zoals ik maandag al vertelde, gaat het kabinet met de MinisteriëleTaskforce Landbouw, Natuur en Stikstof aan de slag om met een geblekengeborgd reductiepakket zo snel mogelijk een juridisch houdbare reken-kundige ondergrens in te voeren. Een rekenkundige ondergrens helpt omvan het stikstofslot te komen. Maar voor de invoering van een reken-kundige ondergrens zijn natuurherstel en de juridische houdbaarheidcruciaal. We moeten voorkomen dat woningbouwprojecten na eenjuridische procedure illegaal worden, dus vanwege gerechtelijkeprocedures. Ook de Raad van State concludeert in haar voorlichting vanmei 2025 dat geborgde natuurherstelmaatregelen nodig zijn voor hetinvoeren van een rekenkundige ondergrens.BBB had een vraag over de betaalbaarheidseisen bij kleine projecten. DeWet versterking regie voorziet in lokale ruimte, ook omdat projecten vanelkaar verschillen. Aanstaande maandag ga ik daarover verder met u ingesprek.Dan heb ik een vraag van de PVV over Alphen en Koudekerk. Ik heb vande gemeente Alphen begrepen dat Koudekerk aan den Rijn nu vijf door deprovincie en gemeenteraad goedgekeurde plannen heeft, voor in totaal164 woningen, die in 2027 en 2028 worden gerealiseerd. Daarnaast heeftde gemeente in oktober 2025 besloten een gebiedsplan Oog vanKoudekerk te maken, waarin zij overkoepelende strategieën opnemenvoor de ontwikkelingen die aansluiten bij het dorp en de naastgelegenontwikkeling van de Gnephoek. Dat zal in het najaar klaar zijn, begreep ik.Ik heb nog nooit van de Gnephoek gehoord, dus ik zal daar eens opbezoek gaan.De voorzitter:In deze commissie hoort u vaak genoeg over de Gnephoek. Dat komt vastgoed, Minister.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik zeg aan mijzelf toe dat ik daarheen ga. Het plan Weidevogel zit in hetproces van het gebiedsplan. De provincie is betrokken bij de ontwikkelingvan het gebiedsplan, en mijn ambtenaren ook. Ik wacht dit graag af.De PVV vroeg naar de opstelling van Zuid-Holland ten opzichte van delocatie Kaag en Braassem. Gezien de grote bouwopgave moeten we allelocaties benutten: binnenstedelijke en buitenstedelijke locaties, groot-schalige en kleinschalige locaties. Daarom vind ik het belangrijk datprovincies die ruimte bieden. Na gesprekken in de afgelopen maandenheeft de provincie Zuid-Holland nieuwe locaties toegevoegd, ookbuitenstedelijke locaties. Het plan Straathof in de gemeente Kaag enBraassem is niet geaccordeerd door de provincie, omdat het in eenweidevogelgebied ligt, maar een andere buitenstedelijke locatie in dezegemeente is wél geaccordeerd.Tot slot in dit mapje heb ik een vraag van de PVV over Ridderkerk. Ik benbekend met de discussie over het woonruimteverdeelsysteem in degemeente Ridderkerk. De gemeenteraad heeft deze keuze gemaakt. Ditvalt ook binnen de autonomie van deze gemeente. Ik zie dit alleen niet alseen gewenste ontwikkeling, juist ook omdat we willen dat gemeenten inde regio samenwerken om mensen te huisvesten. We spreken hierovermaandag verder, tijdens het WGO over de Wet regie.Dat was dit mapje, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144640 De voorzitter:Dank u wel. Er zijn vragen, eerst van de heer Nobel van de VVD en danvan de heer Mooiman van de PVV.De heer Nobel (VVD):Ik vroeg me af of de Minister in dit blokje ook antwoorden zou geven overde verdere uniformering van bouweisen, dus over de bovenwettelijkeeisen bij medeoverheden en over splitsen. Als dat niet het geval is, danwacht ik nog even, maar anders ga ik nu mijn vragen stellen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat komt nog.De voorzitter:Dan strepen we het niet weg.De heer Mooiman (PVV):Dank aan de Minister voor de antwoorden. Ik zit even te zoeken, gelet ophet aantal interrupties. Ik heb in ieder geval een vraag over Koudekerk. Ikwil toch echt aan de Minister vragen om de woningbouw in Koudekerkmogelijk te maken en zo nodig het instrumentarium in te zetten, zoals ineen motie aan de Minister werd verzocht. Daar was een brede Kamer-meerderheid van volgens mij 124 zetels voor. Ik hoop echt dat de Ministerdie motie in ieder geval uit wil gaan voeren en daar desnoods een keer opbezoek gaat om de locaties te zien waar het over gaat. Het zijn namelijk,zonder gekheid, locaties waarvan ieder zou zeggen: hier kan je gewoonbouwen. De provincie Zuid-Holland wil dat echter niet. De vraag aan deMinister is dus of zij van plan is om die motie uit te voeren.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik heb nu het beeld dat het niet nodig om instrumenten in te zetten. Mijnbeeld is namelijk dat het nu gebeurt. Ik hoor u, maar mijn zin was nog nietklaar. Ik ga er dus kijken en ik ga mijn eigen beeld daarover vormen.Mocht mijn beeld anders zijn dan wat ik nu tegen u heb gezegd, dan komik daarop terug.De voorzitter:Het scheelt interrupties als we het noteren als toezegging. Dan vraag ikaan de Minister wanneer ze daarop terug kan komen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Het meest logische is om daar in het najaar op terug te komen, omdat zijdan ook die ontwikkelingen en hun werk hebben gedaan. Als ik eerder ga,dan ga ik wel eerder kijken, maar dan verwijzen zij mij ook naar het najaar,omdat ze dan pas klaar zijn met al hun voorbereidende werk. Ik wilvoorkomen dat ik ergens op bezoek ga en vervolgens tegen u zeg: ja, datwordt het najaar. Ik weet nu al dat het najaar gaat zijn voordat zij er klaarvoor zijn om mij te vertellen wat daar allemaal gaat gebeuren.De voorzitter:Er wordt morrend akkoord gegaan. We noteren het als toezegging aan deheer Mooiman. Wilde u iets zeggen, meneer Mooiman?De heer Mooiman (PVV):Het is helder. Het is fijn dat de Minister bereid is zich daar verder in teverdiepen. Ik benadruk wel dat er ook gewoon een Kamermeerderheidvan 124 zetels is geweest, waarvan ik hoop dat de Minister die respec-teert. Ook de gemeente wil dit, dus dat is ook best wel een big deal, denkik. Dan ten aanzien van de bovenwettelijke eisen die gemeentes stellenaan woningbouwprojecten. Ik hoor helemaal wat de Minister zegt tenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144641 aanzien van versnellingstafels en het verzamelen van signalen. Dat deedde vorige Minister inderdaad ook. Toch is dan de vraag: hoe is de Ministeruiteindelijk van plan om te gaan handhaven?Minister Boekholt-O’Sullivan:Als het nodig is om te handhaven, zitten er instrumenten in deOmgevingswet waarmee dat kan. Ik zal niet schromen die in te zetten alsdat nodig is. Ik heb voor mezelf alleen wel een escalatieladder voorwanneer ik daaraan begin. Dat wil niet zeggen: ik ben nieuw, dus webeginnen weer van voor af aan. Ik ga voort met het grootste gedeelde vanhet werk van mijn voorganger. Ik ga dus niet terugroeien; ik ga vooruit-roeien. Het heeft nooit zin gehad om achteruit te roeien. Ik zal nietschromen instrumenten in te zetten, maar ik moet daar wel eerst zijngeweest. Ik wil met de mensen gesproken hebben over wat het probleemis. Op basis van een zuivere afweging zal ik niet schromen daarop tehandhaven of daarvoor instrumenten in te zetten als dat nodig is.De voorzitter:Ik denk dat u daarmee naar het derde blok van de beantwoording kan,over het beter benutten van de bestaande voorraad.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik begin met de vraag van D66 en de VVD over optoppen, splitsen endoorstromen en over het realiseren van woningen in winkelstraten. Doorbestaande gebouwen beter te benutten kunnen er op korte termijn meerwoningen en woonplekken worden toegevoegd. Dat kan bijvoorbeeldgaan om het realiseren van meer woningen boven winkels en in winkel-straten, om transformatie, om optoppen, om splitsen, om woningdelen enom hospitaverhuur. Er gebeurt al veel, maar ik wil daar echt eenversnelling en schaalvergroting in teweegbrengen. Daarom werk ik aaneen landelijke aanpak voor het beter benutten van bestaande gebouwenen de bijbehorende omgeving. Dit is ook een opdracht die ik heb in hetkader van de Taskforce Versnelling Woningbouw. Ik verwacht u hierovervoor de zomer te kunnen informeren.Dan kom ik bij de vraag van de SGP over de permanente bewoning vanrecreatiewoningen. In het coalitieakkoord is opgenomen dat het nieuwekabinet de permanente bewoning van recreatiewoningen mogelijk wilmaken en aan de slag gaat met het oplossen van de uitvoeringspro-blemen hierbij. Daar maak ik mij sterk voor. De komende weken benut ikom op een rij te zetten wat de meest kansrijke, uitvoerbare en wenselijkemogelijkheden zijn om aan het voornemen uit het coalitieakkoordinvulling te geven. We willen namelijk de onzekerheid wegnemen bijmensen die in dergelijke woningen wonen en zoeken naar werkbareoplossingen. Op dit moment loopt er nog een onderzoek om een beterbeeld te krijgen van de situatie op deze vakantieparken, waardoor deuitvoeringslast nauwkeurig kan worden ingeschat. Ik kom hier eind aprilmet een beleidsbrief op terug.Dan kom ik bij de vraag van PvdA-GroenLinks over de leegstandbelasting.Ik heb vorige week de voordracht aan de Koning getekend, zodat hetkoninklijk besluit voor de leegstandbelasting volgende week in werkingkan treden. Dan kunnen de gemeenten aan de slag met de voorberei-dingen. De VNG is al bezig met de Q&A’s voor gemeenten. Ook is er eenmodel-belastingbesluit in de maak. VRO is ambtelijk aangehaakt en denktmet de VNG mee over de precieze vormgeving van deze belasting.Volgens mij zijn we dus op de goede weg. Het was mijn eerste nattehandtekening.Dan kom ik bij een vraag van de VVD: wanneer kan de Kamer de eersteresultaten verwachten van het vereenvoudigen van woningdelen ensplitsen? Om woningdelen en splitsen meer te stimuleren verken ik waarregels geüniformeerd en beperkt kunnen worden. Ik onderzoek of enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144642 eventueel op welke wijze het vergunningsvrij maken van woningdelen ensplitsen passend is. Ik informeer u hierover voor de zomer.Dan tot slot, voorzitter, de vraag van de SP wat ik ga doen om woon-coöperaties te stimuleren. Wooncoöperaties kunnen een mooie aanvullingbieden om het woningtekort op te lossen. Er ontstaan door het hele landinspirerende voorbeelden, die laten zien wat de potentie is van dewooncoöperatie. Ik wil deze woonvorm dan ook graag verder stimuleren.Ik ga me hierin verdiepen en kom hier graag nog verder met jullie over tespreken.Dat was ’m, voorzitter.De voorzitter:Dank. Er is een hele trits aan interrupties. Eerst Van Leijen en dan is Flach.Daarna is De Hoop en dan ikzelf. O, de heer Nobel meldt zich ook, maareerst gaan we naar collega Van Leijen van D66.De heer Van Leijen (D66):Misschien zou de Minister ook nog even kort kunnen ingaan op dedoorstroom van ouderen en wat er specifiek kan gebeuren om die verderte bevorderen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat zit in een later mapje.De voorzitter:Dan zullen we dit niet noteren als een interruptie. Wilt u uw microfoonweer uitdoen, meneer Van Leijen? We gaan verder met het lid Flach vande SGP.De heer Flach (SGP):Het gaat over het permanent bewonen van recreatiewoningen. DeMinister gaat ongetwijfeld veel het land in om op bezoek te gaan. De SGPis er ook niet op tegen. Wij zeggen alleen: leg de keuze of een parkdaarvoor geschikt is bij gemeenten neer; zij alleen kunnen bepalen of hetgeschikt is. Er zijn tal van voorbeelden waarin zo’n park op basis vanondermijning, veiligheid of slechte bereikbaarheid geen goede papierenheeft voor het voor permanente bewoning in te richten. Het duurt nogeven voordat die brief komt. Zou de Minister zich daarvoor door diebelangenverenigingen van gemeenten die zich bezighouden met dievakantieparken willen laten informeren over de grote nadelen die er aandeze instructieregel zouden kleven? Desgewenst kan ik ook wel eencontactpersoon leveren.Minister Boekholt-O’Sullivan:Altijd en graag. Wat we doen, moet gaan over uitvoerbaarheid. Ik maakdus graag gebruik van uw netwerk.De voorzitter:Ik denk dat het dan goed is om dit als toezegging te noteren. Voor welkedatum kan de Minister hierover terugkoppeling geven aan de Kamer?Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat betekent dat ik heel snel van de heer Flach een appje moet krijgen,want dan koppel ik dit terug in de beleidsbrief van april.De voorzitter:De heer Flach begint al met appen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144643 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het is in ieder geval fijn om te horen dat de Minister haar handtekeningheeft gezet met betrekking tot de leegstandsheffing. Daar is mijn fractieerg blij mee. De Minister geeft ook heel duidelijk aan dat ze beter wilomgaan met onbenutte ruimte. De Minister gaat daarmee aan de slag,maar gelukkig zijn heel veel gemeenten daar de afgelopen periode al meeaan de slag gegaan. Een van de dingen die zij gedaan hebben, is eenzelfbewoningsplicht instellen in hun gemeente. Dat heeft ervoor gezorgddat op heel veel plekken door heel Nederland woningen die anders nietbewoond zouden worden, weer bewoond worden door mensen. In huizendie bedoeld waren om te verzamelen, wonen nu daadwerkelijk mensen.Juist de Minister gaat in het regeerakkoord die mogelijkheden voorgemeenten beperken. Mijn vraag aan haar is waarom zij dat doet.Minister Boekholt-O’Sullivan:Hier ga ik op terugkomen in de tweede termijn, want ik heb het antwoordnu gewoon niet voor u. Ik kan nu gaan voorlezen wat de ambtenaar naastme laat ontstaan, maar dan weet ik niet wat ik zeg. Dus ik vind het fijn alsik hierop mag terugkomen.De voorzitter:Die interruptie zullen we wegstrepen, meneer De Hoop. Wilt u nu heeleven het voorzitterschap overnemen?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja.Voorzitter: De HoopDe voorzitter:Ik geef het woord aan mevrouw Beckerman van de SP voor haarinterruptie.Mevrouw Beckerman (SP):Die interruptie gaat ook over leegstand. Het is namelijk heel goed om tehoren dat die leegstandsheffing er komt, maar dat is natuurlijk nog nietgenoeg. Daarmee zijn die leegstaande panden nog niet omgebouwd totwoningen. Ik noemde in mijn termijn de opmerking van Rob Jetten: D66wil vanaf dag een aan de slag met een noodwoonwet, zodat weleegstaande panden gaan ombouwen. Nou, we zitten op dag zestien, duswe zouden de Minister graag willen vragen wat zij gaat doen zodat dieleegstaande panden daadwerkelijk omgebouwd worden tot woning.Minister Boekholt-O’Sullivan:Er is een voorstel voor een wetswijziging. Die ligt nu bij de Raad vanState. Daar moeten we natuurlijk de uitkomst van afwachten. Dat zalleiden tot het aanpakken van de leegstand.De voorzitter:Ik kijk even naar mevrouw Beckerman. Zij heeft een vervolginterruptie.Mevrouw Beckerman (SP):Dat is natuurlijk een heel technisch antwoord, maar mijn vraag waseigenlijk wat de Minister gaat doen. Wat wil zij voor maatregelen nemenom ervoor te zorgen dat die woningen daadwerkelijk wordenomgebouwd? We hebben de afgelopen jaren namelijk heel vaak gehoorddat mensen zeiden dat ze dit wilden doen, maar we zagen ook jaar na jaardat het aantal leegstaande panden dat daadwerkelijk geschikt werdgemaakt voor bewoning daalde. Tegelijkertijd wachten heel veel mensenop een goed en betaalbaar huis. Het doet gewoon heel veel pijn om dan teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144644 zien dat er gebouwen leegstaan. Hier in Den Haag zijn er gebouwen diemeer dan 30 jaar leegstaan. Welke concrete maatregelen wil de Ministernemen om ervoor te zorgen dat deze leegstaande panden daadwerkelijkworden omgebouwd?De voorzitter:Uw vraag is duidelijk.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik denk dat er meerdere dingen moeten gebeuren. Een is het procesant-woord dat ik u zojuist gaf: we wachten op de uitkomst van de Raad vanState. Daarnaast hebben we een fonds, een transformatiefonds. Dat gaatdus om leegstaande panden geschikt maken als woonruimte. Als er meeris wat ik kan doen, dan ga ik daar ongetwijfeld de komende week achterkomen. Zoals ik in mijn inleidende woorden zei: voor mij zijn die 100.000woningen – dat gaat dus om 100.000 thuizen – de stip op de horizon. Dusals ik iets moet doen op de weg daarnaartoe, moet dat zorgvuldig,juridisch correct en volgens de procedures gebeuren. Die zal ik allemaal ingang zetten als het inderdaad leidt tot significante aantallen die bijdragenaan. Ik wil graag veel tijd besteden aan iets wat tot significante aantallenleidt op weg naar die 100.000. Ik wil voorkomen dat ik heel veel tijd kwijtben aan kleine aantallen. Ik veel graag veel tijd besteden aan groteaantallen en weinig tijd besteden aan kleine aantallen. Daar moet ik duseerst helder inzicht in hebben. Als ik dat inzicht heb, weet ik ook wat ik tedoen heb.De voorzitter:Dank voor uw antwoord, Minister. Ik geef het voorzitterschap terug aanmevrouw Beckerman.Voorzitter: BeckermanDe voorzitter:Dank u wel en dan geef ik het woord weer aan de heer Nobel van de VVD.De heer Nobel (VVD):Dank aan de Minister voor de beantwoording en de toezegging dat zijvoor de zomer met een heel pakket wil komen om bijvoorbeeld splitsen enuniformering van regels te vereenvoudigen. Dat is heel erg goed.Tegelijkertijd maak ik me ook een beetje zorgen, omdat dat een heel breedpakket is. Splitsen is iets heel anders dan de procedures. Ik noemde netvoor de grap de dakhelling. Daar hoefde u natuurlijk geen antwoord op tegeven, Minister, maar het is nogal een groot pakket en daarom ben ik welbenieuwd naar hoe u dat voor zich ziet. U hoeft hier niet precies dat heleplan neer te leggen, maar ik vraag het omdat 342 gemeenten allemaal huneigen regels hebben en we gewoon zien dat bijvoorbeeld in een stad alsAmsterdam het afgelopen maar 89 betaalbare koopwoningen zijngerealiseerd en Amsterdam wel jaar in, jaar uit, meer dan 30% socialehuur bouwt, terwijl dat helemaal niet wettelijk is opgenomen. Wat de VVDbetreft, kunt u daarop veel eerder ingrijpen. Dat geldt ook voor allerleibovenwettelijke duurzaamheidseisen. Ik ben dus gewoon benieuwd hoe udaarnaar kijkt. Omdat dit zo veelomvattend is, ben ik bang dat als wewachten tot de zomer, niet alles erin gaat staan.De voorzitter:«Hoe de Minister daarnaar kijkt ...»Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik weet zeker dat ik niet in staat ga zijn om iets op te leveren in welkeaanpak dan ook waarmee we alle problemen in een keer oplossen en datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144645 het er dan ook nog in staat op een manier waarmee we allemaal gelukkigzijn. We moeten ook niet wachten op de zomer, hè? Het is niet zo dat weniks doen en alleen maar aan het denken en afstemmen zijn. Er gebeurt alheel veel wél. Wat we te doen hebben op weg naar de zomer, is ervoorzorgen dat we synergie halen uit al die verschillende gemeentes en dathelder is waarop we instrumenten gaan inzetten en waarop niet. Wehebben meer sociale huurwoningen nodig en we hebben meer midden-woningen nodig. Het is allemaal nodig. Het zal allemaal een plek in datplan moeten krijgen, zo ook splitsen, optoppen, hospiteren en al dieverschillende vormen van hoe we met leegstand omgaan. Mijn grootstezorg is, denk ik, dezelfde die u uit als u zegt dat als je daar allemaal weerheel lang, tot de zomer, over gaat nadenken, we weer zoveel maandenverder zijn. Wij zeggen: er komt een plan. Maar het is niet zo dat wijwachten totdat dat volledige plan er ligt, voordat wij daadwerkelijkinstrumenten uit de Omgevingswet kunnen inzetten als dat nodig mochtzijn.De heer Nobel (VVD):Laat ik dan even stilstaan bij de wat grotere brokken en laat ik danspecifiek even inzoomen op de sociale huur en gemeenten die veel meersociale huur bouwen dan dat we eigenlijk wettelijk met elkaar hebbenvastgelegd. Dat zou op zich geen probleem hoeven zijn, ware het niet datwoningbouwaantallen in die gemeenten gewoon niet worden gereali-seerd. Onderdeel daarvan is dat sociale huur het uiteindelijk gewooningewikkelder maakt om het plan rond te rekenen. Hoe kijkt u dan naargemeenten die jaar in, jaar uit die woningbouwaantallen niet halen, maarook jaar in, jaar uit veel meer bouwen dan wat wij wettelijk van ze vragenen die veel hogere duurzaamheidseisen hebben? Bent u bereid om metdie gemeenten heel snel om tafel te gaan en te zeggen dat dit zo nietlanger kan?De voorzitter:U bent een nieuwe Kamerlid, maar het is niet «bent u bereid?», maar «isde Minister bereid?», want anders ga ik antwoord geven en dat is niet watu wenst.Minister Boekholt-O’Sullivan:Soms moet ik dingen niet hardop zeggen, want ik dacht: o, dat zou ookwel interessant zijn. Nou heb ik het toch hardop gezegd. Ik denk dat ik udrie antwoorden wil geven. Eén. Ik begrijp waar u vandaan komt en hetniet volledig geven van een antwoord wil niet zeggen dat ik probeer omuw vraag heen te praten. Het betekent alleen dat ik meer inhoudelijkekennis nodig heb om te kijken wat we precies waar moeten doen en watdaar de effecten van zijn. Een. We hebben een taskforce, die de komendeweken vorm gaat krijgen. Daar is dit ook nadrukkelijk onderdeel van.Twee. We hebben maandag een WGO over precies de wet waarover u hetheeft. Ik zou u dus heel graag maandag weer hierover treffen. Dat geeftmij dan ook nog vier dagen om toch nog tot een antwoord te komenwaarin u misschien iets minder nee schudt. Drie. Ik zei net al tegen u: alswe met elkaar normeringen afspreken, dan moet je je er ook met elkaaraan houden. Tegelijkertijd moet je ook niet blind zijn voor het gegeven datop sommige plekken iets anders nodig is dan op een andere plek. Ik wildus voorkomen dat we alleen maar naar Amsterdam kijken en dat daardan iets uit komt als regel voor alle gemeentes. We hebben met elkaarafspraken gemaakt. Voor mij is een afspraak een afspraak totdat het geenafspraak meer is en je nieuwe afspraken hebt. Tegelijkertijd hebben weook afgesproken dat er ruimte moet blijven voor gemeenten om daar eenandere zienswijze op te hebben. Daar moeten we ook naar kijken. Ik gagraag maandag met u hier verder over in gesprek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144646 De voorzitter:Daarmee zijn er geen vragen meer in dit blok. Dan gaan we naar het blokaandachtsgroepen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Voor sommige woningzoekenden is het nog moeilijker om een woning tevinden. Ze zijn kwetsbaar, ze komen er niet tussen en kunnen soms nietwachten totdat ze aan de beurt zijn. Ook voor hen geldt: het hebben vaneen thuis is essentieel om mee te kunnen doen in de samenleving. Ik ziehet dus als mijn opgave om voor iedereen een thuis te realiseren, ookvoor deze mensen.Het CDA heeft gevraagd naar de stand van zaken, dus ik geef eerstantwoord op de vraag van het CDA. De motie verzoekt het kabinet eenondersteuningsprogramma studentenhuisvesting in te richten, gericht opgemeenten buiten de G4. Dit heeft als doel de bouw van onzelfstandigewoonruimte voor studenten te versnellen en dit te verankeren in deactualisering van het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting. Ik ga dekomende maandag het Landelijk Actieplan Studentenhuisvestingactualiseren samen met de partners in het Landelijk Platform Studenten-huisvesting. Het ondersteuningsprogramma is daar onderdeel van. Ik zieook dat het voor jongeren moeilijk is om hun wooncarrière te starten.Daarom ga ik ook de bouw van onzelfstandige woonvormen voorjongeren en studenten bevorderen met objectsubsidies.Ik ben onlangs ook bij een aantal studenten op bezoek geweest. Ondanksdat ze in een hele mooie kamer woonden, gaven ze mij wel aan dat zeoverwegen hun afstuderen uit te stellen omdat ze eruit moeten de dagnadat ze afgestudeerd zijn. Dat is natuurlijk een heel onwenselijk gevolgvan iets wat we ongetwijfeld goed bedoelden. Maar als de consequentie isdat jonge mensen hun afstuderen gaan uitstellen, werkt dit ook weertegen ons. Dus ook dit moet nadrukkelijk een plek krijgen.Dan ga ik door met de vraag van D66 over de doorstroming van ouderen.Ik ga sturen op voldoende passende woningen voor ouderen, in denieuwbouw en in de bestaande voorraad. Daarnaast ga ik gemeenten encorporaties stimuleren om in te zetten op doorstroming door bijvoorbeeldverhuiscoaches en doorstroommakelaars. Dat doe ik via de Wet regie endoor het delen van goede voorbeelden. Ook kijk ik naar de mogelijkhedenvoor een doorstroombank of doorstroomhypotheek om doorstroming ookfinancieel mogelijk en aantrekkelijk te maken. Ik verwacht u hier voor dezomer verder over te informeren. Ook hiervoor geldt het volgende. Ik benop bezoek geweest bij ouderen die alleen maar willen doorstromen als datin dezelfde buurt, rond dezelfde sociale contacten en in de buurt van hunkleinkinderen kan plaatsvinden. Als dat huis er niet is, blijven zij met z’ntweeën in een huis wonen met vijf slaapkamers. Dus ook daar moeten wegoed nadenken over een passend antwoord op het gemeenschapsdenkenen op de vraag waar we mensen vragen uit te vertrekken. Die mensenhebben hun hele leven heel hard gewerkt om aan dat huis te komen. Zemoeten niet het gevoel hebben dat ze aan het einde van hun levengevraagd worden te vertrekken naar een nieuwe sociale omgeving.Dan het vraagstuk van migratie en asielmigratie. Dat is uiterst complex enraakt mij ook persoonlijk. Ik vind het belangrijk dat mensen die vluchtenvoor oorlog en geweld, hier een vergunning krijgen en in Nederland eenveilig thuis vinden. Het is belangrijk dat ze de taal kunnen leren en werkvinden, en dat de kinderen naar school gaan. Er is snel duidelijkheid overhun verblijfstatus nodig, ook om ze niet langer in een opvang te latenverblijven dan strikt noodzakelijk. Als ze mogen blijven, moeten ze zichwelkom voelen in Nederland en snel naar woonruimte verhuizen, of ditnou een kamer of een huis is.Tegelijk zie ik ook de realiteit van vandaag: betaalbare woningen zijnschaars. Dit leidt tot jongeren die langer thuis blijven wonen, gezinnen dienoodgedwongen klein wonen en ouderen die juist niet kleiner kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144647 gaan wonen. Dat zijn zorgen die ik net zo goed voel en serieus neem. Ikweiger de verschillende groepen woningzoekenden tegenover elkaar teplaatsen. Iedereen verdient een veilige en betaalbare plek om te wonen,en het raakt me dat we daar op dit moment niet in slagen.Daarom moeten we snel aan de slag met de afspraken uit het coalitieak-koord, met het beperken van de instroom van asielzoekers, waar mijncollega van AenM mee aan de slag is, het verbeteren van de doorstroomuit de opvang en het aanpakken van de grote woningschaarste. Daar ga ikecht vol mee aan de bak. Denk ook aan het realiseren van alternatieve entijdelijke vormen van huisvesting, zo nodig tussen opvang en huisvestingin. Dat doe ik samen met de Minister van Asiel en Migratie.Dan de vragen van PVV en JA21, over hoe ik kijk naar migratie en heteffect op wonen. Daar heb ik net al iets over gezegd, maar debouwopgave wordt voor ongeveer de helft veroorzaakt door bevolkings-groei. Die bevolkingsgroei wordt voor een belangrijk gedeelte veroorzaaktdoor migratie: arbeid, studie, asiel en gezinshereniging. De staatscom-missie demografie adviseert om in te zetten op gematigde groei. Hetvorige kabinet omarmde dit advies en dit kabinet gaat ermee verder. Wewillen grip krijgen op alle vormen van migratie.Dan de vraag van PVV, VVD en Forum voor Democratie, over hetwetsvoorstel verbod op voorrang. Gemeenten hebben de wettelijke taakom statushouders aan huisvesting te helpen. Zo zorgen we er ook voordat COA-opvanglocaties voor asielzoekers beschikbaar blijven en nietonnodig groot en duur hoeven te zijn. Gemeenten kunnen statushoudersdaarom voorrang geven op hun sociale huurwoning. Ik zie dat insommige gemeenten die voorrang steeds meer knelt, omdat anderewoningzoekenden te lang op de wachtlijst staan. Het kabinet gaat daarwat aan doen. Om de druk van deze doelgroep op de woningvoorraad teverminderen, ga ik aan de slag met het bouwen van alternatievehuisvesting voor statushouders, Oekraïense ontheemden en anderemensen die met spoed woonruimte zoeken. Als er voldoende alterna-tieven zijn voor statushouders, is voorrang voor deze doelgroep opreguliere sociale huurwoningen dan ook niet meer nodig. Ik stuur uwKamer op korte termijn een brief over hoe ik omga met dit wetsvoorstel.Dat was dit blokje, voorzitter.De voorzitter:Er is een behoorlijk aantal interrupties. Ik heb een volgorde – voorlopig isdat: De Hoop, Steen, Mooiman en Flach – maar ik zou het ook willenclusteren per thema. Ik begin bij De Hoop, GroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik wil graag naar het wetsvoorstel gaan dat voormalig Minister Keijzerheeft ingediend, omdat er best een stevig advies van de Raad van Stateover werd geschreven. Daarin stond dat het wetsvoorstel niet effectiefwas, maar vooral ook in strijd met de Grondwet. Er stond letterlijk: «Alseen instrument voor een bepaalde groep wordt ingetrokken terwijl diegroep zich niet in een gelijke uitgangspositie bevindt, leidt dit tot ongelijkebehandeling en gaat dit rechtstreeks tegen de Grondwet in.» Het kreegdictum d. Als ik de inleiding van deze Minister hoor, als ze dit advies leesten als ze zelf de waarde onderschrijft van gelijkheid en het verdienen vaneen plek als je in een land terechtkomt, dan kan zij toch niet anders dandat wetsvoorstel intrekken?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik zei zojuist al in mijn laatste zin dat u op korte termijn een brief van mijkrijgt over hoe ik hiernaar kijken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144648 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ga hier toch op door, omdat het echt om iets fundamenteels gaat. Ditgaat om gelijke behandeling. De Minister schetst hier ook vanuit haarpersoonlijke verhaal hoe belangrijk het is dat als je hier in Nederlandterechtkomt ... De helft van de mensen die hier komt, zit langer dan eenjaar in een azc. Mensen krijgen dus niet boem-pats een huis. Maar als deMinister deze waarde zo belangrijk vindt en de Raad van State daar zo’nstevig advies over geeft, dan heeft de Minister daar toch nu ook eenmening over? Dan vindt de Minister dat toch wel of niet gepast? Ik steldus nogmaals de volgende vraag. Als de Minister haar woorden hieroverzo zwaar weegt als ik die ervaar, dan kan ze toch niet anders dan deze wetintrekken?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik ben blij dat u goed naar mij heeft geluisterd, meneer De Hoop. Ik hebnet toegelicht hoe ik in dit vraagstuk zit. Verder wil ik nu niet vooruitlopenop de brief die ik ga schrijven, want dat wordt een zorgvuldige brief,waarin ik mijn afwegingen onder elkaar zet. Ik vraag u dus nog evengeduld te hebben tot u deze brief ontvangt.De voorzitter:Dan nu mevrouw Steen, de heer Mooiman en de heer Flach. Ik vraag evenaan mevrouw Steen of ze een vraag heeft over hetzelfde onderwerp. Vindtu het goed als ik eerst alle vragen over voorrang voor statushouderscluster? Oké. Dan mag eerst de heer Mooiman, dan de heer Flach en dande heer Clemminck.De heer Mooiman (PVV):Het is toch een beetje een opmerkelijke beantwoording. Je zou namelijkdenken dat het voor het kabinet helder is wat het met het ingediendewetsvoorstel wil doen. Sinds 2010 zijn er al 200.000 sociale huurwoningenmet voorrang naar statushouders gegaan. Als je dat naast de woning-bouwopgave legt, zie je dat dat een verschrikkelijke druk op de woning-markt geeft. Ik zou het volgende aan de Minister willen vragen. Ik hoopnatuurlijk dat ze het wetsvoorstel niet intrekt, maar als zij dat doet, zijn deafspraken hierover in het coalitieakkoord toch helemaal niets meer waard?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik denk dat je woord juist veel waard is als je ervoor zorgt dat wat je doetzorgvuldig gebeurt, dat je je woorden zorgvuldig kiest bij een onderwerpdat zo gevoelig ligt, dat je dat netjes onder elkaar zet en dat je goed kijktnaar hoe je het hebt opgeschreven en wat daar de consequenties van zijn.Dat is de manier waarop ik werk. Ik vraag u dus ook nog heel even geduldte hebben. Het gaat niet lang duren, maar ik vraag u nog even geduld tehebben tot ik die brief stuur.De voorzitter:Meneer Flach, heeft u een vraag over hetzelfde onderwerp? Nee. U wel,meneer Clemminck? Ja.De heer Clemminck (JA21):Nederland zit te snakken naar het intrekken van die voorrang voorstatushouders. Er is geen enkel maatschappelijk draagvlak voor. Nu warenwe eindelijk zover dat er wetgeving aankwam, en nu zegt de Minister: ikga eerst een brief schrijven en dan trek ik de wet misschien wel in. Ik wilde Minister toch eens uitnodigen om eens langs te gaan bij verschillendeplekken in Nederland waar jongeren jaren op een wachtlijst staan en danzien dat een statushouder gewoon een huis krijgt omdat die voorrangkrijgt. Is de Minister bereid om, desnoods met mij of met de commissie,eens langs te gaan bij plekken waar al die jongeren jaren en jaren staan teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144649 wachten en gewoon voorbijgestreefd worden? Dit kan toch echt niet zozijn? Deze wetgeving maakt eigenlijk gewoon onderscheid tussenNederlanders die netjes staan te wachten op een woning en de status-houder die ze dan voorbijfietst. Dit is eigenlijk gewoon een vorm vandiscriminatie, waar onmiddellijk een einde aan moet komen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik zal altijd ingaan op elk aanbod of elke vraag om ergens heen te gaan ente kijken. Het suggereert alleen dat ik die verhalen niet ken en dat ik er nietben geweest. Ik ga dus graag met u ergens op bezoek, maar ik ben ergeweest. Ik ken deze problematiek. Juist omdat ik deze problematiek zogoed ken, kies ik ervoor om dit op mijn manier te doen, omdat het ommijn handtekening gaat en ik daarin geloofwaardig voor mezelf wil zijn. Ikwil dat netjes in een brief schrijven. Die komt uw kant op.Mevrouw Steen (CDA):Het is goed om te horen dat de Minister zo’n hart heeft voor de studenten-huisvesting en dat zij daar ook al is geweest. In mijn bijdrage zei ik dat ikhet belangrijk vind dat ook mbo-studenten de kans krijgen om op kamerste gaan. We zien dat veel van die studenten dat graag willen, maar dateigenlijk nog niet goed kunnen. Dat komt natuurlijk omdatmbo-instellingen niet alleen in de G4 en meer in de middelgrote stedenzitten. Mijn vraag is dus eigenlijk wat de Minister, naast de bestaandestudentenhuisvesters en studentenhuizen, gaat doen om deze groepen tefaciliteren om ervoor te zorgen dat ook zij de kans krijgen om te leren hoehet is om in gemeenschap te leven en samen verantwoordelijk te zijn vooreen huishouden.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik ben dat helemaal met u eens, mevrouw Steen. Daarom is het, denk ik,goed om te weten dat de mbo’s, zowel de studenten als de onderwijs-instellingen, zijn toegetreden tot dat Landelijk Platform Studentenhuis-vesting. Zij zitten daar nu in, zodat er gezamenlijk naar oplossingengezocht kan worden, waardoor we niet de ene categorie studenten eenvoorrangspositie geven ten opzichte van de andere categorie. Die laatstecategorie hebben we heel hard nodig voor alle opgaves in Nederland.De heer Flach (SGP):Mevrouw Steen had het over de jongeren en ik ga het hebben over deouderen. Ik hoop dat ik de Minister verkeerd heb begrepen. Ik meendenamelijk dat ze zei: we moeten ouderen niet dwingen om uit hun socialeomgeving te gaan als we ze vragen die woning met die vijf slaapkamersachter te laten. Dat betekent nogal wat als je daar al heel je leven met heelveel plezier woont. Ik zou er echt voor willen pleiten om te zorgen datmensen geen woonschaamte krijgen, waarbij ze het gevoel hebben eenwoning bezet te houden. We mogen maximaal inzetten om mensen teverleiden om in een appartement of iets kleiner te gaan wonen, maarlaten we ze alsjeblieft nooit gaan dwingen om ruimte te maken en ze niethet gevoel geven dat ze ruimte moeten maken.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik heb dat onhandig gezegd, denk ik. Ik ben het helemaal met u eens,meneer Flach. Ik kan u vertellen dat mijn buren toen ze hoorden dat ikdeze positie kreeg, bij mij binnen kwamen lopen en zeiden: je gaat ons nutoch niet wegsturen? Dus als ze kijken: nee, dat is echt niet wat ik bedoel.Ik bedoel het zoals u zegt en niet op een andere manier.De voorzitter:Helder. Volgens mij zijn er geen vragen meer in het blokje aandachts-groepen. Dan gaan we naar het blokje investeringsklimaat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144650 Minister Boekholt-O’Sullivan:Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de vraag van de SGP over hetinvesteringsklimaat. Ik ben het ermee eens dat het investeringsklimaatmoet verbeteren om te zorgen voor voldoende betaalbare huurwoningen.Daarom ga ik in het kader van de versnelling van de woningbouw met hetkabinet kijken wat er nodig is. Daarbij kijken we ook naar fiscaliteit alshuurregulering.Dan een vraag van de SGP, JA21 en de VVD: hoe beoordeelt u de Wetbetaalbare huur en erkent u dat die bijdraagt aan uitponden en zorgt voorminder middenhuur? De Wet betaalbare huur is ingevoerd omdat dehuren hard stegen. Woningen die voorheen middenhuur waren, werdenbij een bewonerswisseling steeds vaker in het duurdere huursegmentverhuurd. Ik herken wel dat het voor verhuurders minder aantrekkelijk isgeworden om woningen te verhuren. Dat komt niet alleen door de Wetbetaalbare huur. Er zijn maatregelen genomen op de huurmarkt, defiscaliteit is aangepast en ook de gestegen rente maakt het steeds minderaantrekkelijk. We zien daarom dat private verhuurders er vaker voor kiezenom hun woning te verkopen. Dat er veel woningen uit de privatehuursector verdwijnen, is zorgelijk en vraagt maatregelen. Daarom ga ikbreder kijken hoe het investeringsklimaat kan worden verbeterd. Dat doenwe in de taskforce woningbouw.De SGP en JA21 vroegen naar de optimalisering van de Wet betaalbarehuur en naar het besluit van mijn voorganger, dat al in de Tweede Kamerligt. Voorafgaand aan de wettelijke evaluatie in 2027 bekijk ik hoe de Wetbetaalbare huur kan worden geoptimaliseerd. We wachten dus niet engaan nu al kijken wat we kunnen doen. Hierbij kijk ik ook naar het besluitvan mijn voorganger dat al in uw Kamer ligt, waarmee knelpunten voorverhuur door met name particuliere verhuurders worden weggenomen. Inapril zal ik uw Kamer verder informeren over de ontwikkelingen in dehuursector en zal ik ingaan op de invulling van de optimalisatie.Dan een vraag van de PvdA over opkoopbescherming. Ik ben ontzettendintrovert; ik praat op een dag eigenlijk helemaal niet zo veel. Het klopt datin het coalitieakkoord is opgenomen dat de ruimte voor gemeenten voorde opkoopbescherming en de zelfbewoningsplicht wordt ingeperkt engerichter wordt gemaakt. In het coalitieakkoord is ook opgenomen dat ikhier pas concrete invulling aan ga geven aan de hand van de evaluatie diemomenteel wordt uitgevoerd. Voorheen visten starters vaak naast het netomdat beleggers veel woningen aankochten. Deze woningen werdenvervolgens duur verhuurd. Inmiddels zijn er maatregelen genomenwaardoor door beleggers aangekochte woningen niet meer te duurverhuurd kunnen worden. Dat maakt dat we de noodzaak van dezemaatregelen opnieuw moeten bekijken. Ik verwacht deze evaluatie rondde zomer naar uw Kamer te kunnen sturen.Dan een vraag van het CDA over de administratieve regels en begrotings-regels van de gemeente. Er is al veel mogelijk in de samenwerking tussenmarktpartijen en de overheid om community building een plek te geven.Zoals eerder gezegd, hecht ik daar veel waarde aan. Begrotingsregelshebben onder andere tot doel de gemeenteraad goed te informeren endeze in staat te stellen het budgetrecht goed uit te oefenen. De begro-tingsregels hoeven het samenwerken met marktpartijen echter niet in deweg te staan. Ik ga hier wel over in gesprek met de gemeenten, want waarhet simpeler kan, moet het simpeler.Dan een vraag van het CDA over onderzoek naar maatschappelijke batenin businesscases. Ik ben mij ervan bewust dat de maatschappelijke batenniet zichtbaar zijn in de businesscases van woningbouwprojecten. Ik benmet het programma Innovatie en Opschaling Woningbouw de aanpakSamen Slim gestart om voor grootschalige woningbouwlocaties nieuwemanieren van bekostiging te onderzoeken. Ik noem een voorbeeld: wewerken in Groningen toe naar een maatschappelijke bv waarin verschil-lende baathebbers meebetalen aan ontmoetingsruimtes die andersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144651 moeilijk te financieren zouden zijn. De lessen die we leren uit deze aanpakzal ik verspreiden naar alle nationaal grootschalige gebieden endaarbuiten, in lijn met de opdrachtbrief Versnelling Woningbouw van detaskforce.Voorzitter. Tot slot de vraag van de SGP over de toegankelijk. Het CPBheeft laten zien dat meer kunnen lenen voor een hypotheek uiteindelijkvooral leidt tot hogere huizenprijzen. Het CPB adviseert de leennormenniet te verlagen. Dit zou namelijk op korte termijn de toegankelijkheid nogverder onder druk zetten. Ik ben het met het CPB eens dat het vergrotenvan het aanbod van woningen het belangrijkste is om deze toeganke-lijkheid te verbeteren. Dit kabinet zet zich daarom vol in voor het bouwenvan nieuwe woningen, het wegnemen van belemmeringen in dewoningbouw en het beter benutten van de bestaande voorraad.Voorzitter. Dat waren de vragen uit dit mapje.De voorzitter:Dank u wel. Ik heb vijf aanmeldingen voor vragen. Ik ga kijken of we dezekunnen clusteren per onderwerp. Voorlopig heb ik: De Hoop, Nobel,Grinwis, Flach en Steen. Als eerste de heer De Hoop, GroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik hoorde de Minister in het vorige blokje, toen het over de statushoudersen hun voorrang ging, zeggen: bij dit soort gevoelige onderwerpen wil ikdingen zorgvuldig doen. Ik zou de Minister wel willen voorhouden dat alser de afgelopen periode een onderwerp gevoelig is geweest, dat wel deWet betaalbare huur was. De Minister schetste net zelf in haar antwoorddat zij, in plaats van de evaluatie af te wachten, al in april wil schetsen hoezij de Wet betaalbare huur wil aanpassen. Hoe is dat dan zorgvuldig, vraagik de Minister.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik denk niet dat ik volledig de ervaring heb die u deelt over hoe gevoeligde totstandkoming van die wet hier destijds is geweest. Ik zal allereerstdus zorgen dat ik daar beter over wordt bijgepraat. Mijn beeld is dat diewet er is en in 2027 geëvalueerd zou worden. We zien dat er elementen inzitten ... Nogmaals, er is geen wet die voor iedereen goed is. Als het voorde een goed is, is er altijd iemand anders die daar nadeel van ondervindt.Ik wil ook geen Minister zijn die zegt: omdat de regels zeggen dat we er in2027 pas naar kijken, ga ik er in 2026 niet naar kijken. Ik zeg dat ik ga kijkenwat er vooruitlopend op die uitgebreide evaluatie al gedaan kan worden.Daarbij ga ik niet over een nacht ijs. We moeten met elkaar goed kijkenwat daaruit komt, als er al iets uit komt. We gaan daar ook ongetwijfeldmet elkaar over in gesprek. Ik ga dus niet over een nacht ijs. Maar als erveel tumult is over deze wet, ongeacht of dat van u of van een anderepartij komt, dan is het ook raar als ik niet bereid ben ernaar te kijken. Ik gaer dus naar kijken, maar ik ga niet over een nacht ijs. Ik kom daarop terug.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vind het zonde dat ik mijn vierde interruptie hieraan verspil, want ik zouhet ook graag over de investeringscapaciteit van corporaties willenhebben, maar ik ga het toch doen. Ik begrijp dit antwoord namelijkgewoon niet. De Minister zegt: ik zou het zonde vinden om er niet naar tekijken. Het hele idee van een evaluatie is toch dat ernaar gekeken wordt?Nadat ernaar gekeken is, worden er vervolgens besluiten genomen. Maarals u besluiten gaat nemen voordat uw eigen ministerie überhaupt deevaluatie hiervan heeft afgerond, is dat toch per definitie niet zorgvuldig?Ik zou hier toch een beter antwoord op willen van deze Minister. Ik vindhet namelijk ook niet coherent met haar eerdere bijdrage. Het gaat er nietom dat het bij mij gevoelig ligt; het gaat erom dat het een flinke ingreep isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144652 en dat je pas iets wilt doen na een evaluatie. Het hele idee van eenevaluatie is toch dat je daarna pas iets doet?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik begrijp uw vraag en ik hoor uw zorgen. Tegelijkertijd zijn er ook anderesignalen, waarvoor ik ook mijn ogen niet wil sluiten. Ik kies er dus voorom naar die signalen te luisteren en te kijken wat die precies betekenen enof er genoeg uit komt. Ik ga niet over een nacht ijs. Ik ga daar een briefover schrijven en dan kunnen we er daarna nog over praten, maar ik wil erwel naar kijken. Ik wil niet doof zijn voor de andere signalen die er zijn.De voorzitter:Ik kijk even naar de mensen die zich hebben aangemeld. Zijn er vragenover dit specifieke onderwerp? Ja, zie ik. De heer Nobel, VVD.De heer Nobel (VVD):Wellicht in tegenstelling tot GroenLinks-PvdA ben ik heel erg blij dat deMinister duidelijk aangeeft dat ze de desastreuze gevolgen van die Wetbetaalbare huur ziet. Ik ben ook blij dat zij in april al met een brief komt,maar ik maak me er wel zorgen over dat de Minister zegt: ik ga kijken. Alswe namelijk heel lang blijven kijken naar wat er gebeurt met het midden-huursegment, zijn straks alle woningen daarin verdampt. Alleen dit jaar alzijn er 40.000 woningen verdampt. Het kan dus niet zo zijn dat we in aprilalleen een brief krijgen met «ik ga ernaar kijken». Dit onwenselijke effectkan nooit de bedoeling zijn geweest van deze wet. Dat is ook de redenwaarom de VVD altijd tegen heeft gestemd. Gaat de Minister dus meerdoen dan alleen kijken?Minister Boekholt-O’Sullivan:In april ben ik voor nu uitgekeken. Er staat in april iets in die brief. Maar ikwil de tijd tot april hebben om ernaar te kunnen kijken. Volgens mijzeggen wij dus hetzelfde.De heer Nobel (VVD):Ik ben blij met dit antwoord van de Minister, want ik zie dit als eentoezegging dat er in die brief ook daadwerkelijk maatregelen zullen staandie gaan voorkomen dat er meer middenhuurwoningen uit het segmentverdampen.De voorzitter:Kunnen we dit noteren als toezegging of niet?Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat kunt u.De voorzitter:Dan noteren we dit als toezegging. Ik had nog Grinwis, Flach en Steenstaan. Iemand anders nog op ditzelfde onderwerp? Nee, zie ik.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik heb twee onderwerpen. Eerst een interruptie op dit onderwerp. Sorrytrouwens dat ik een poosje weg was, maar ik deed ook een debat overfiscaliteit. Ook leuk. Ik hoor de Minister verschillende toezeggingen ofaankondigingen doen, zoals «ik kom met een brief over de zelfbewonings-plicht» en «ik kom met een brief over de Wet betaalbare huur en hoe diewel of niet zou moeten worden aangepast». Voor je het weet zijn datallemaal verkokerde, individuele spoortjes, terwijl we dit holistischmoeten benaderen. We zijn juist ooit in deze markt gaan ingrijpen om ookmensen met een middeninkomen te beschermen tegen hoge prijzen enom mensen met een middeninkomen ook kans te geven op een koophuisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144653 et cetera. Dus laten we dit alsjeblieft wel holistisch doen, want straks gaanwe de zelfbewoningsplicht uit het raam gooien en de Wet betaalbare huuren de huurprijsbescherming enorm afwaarderen, en dan blijft er uitein-delijk niks over van de hele doelstelling. Kan de Minister dus toezeggendat ze dit niet allemaal in separate briefjes naar de Kamer stuurt, maar heteen beetje integraal bij ons neerlegt?Minister Boekholt-O’Sullivan:U krijgt in ieder geval een beleidsbrief waarin al een helemaal elementenstaan. In de taskforce zit die holistische benadering waaraan u refereert.Als ik in mijn carrière iets heb geleerd, is het dat je nooit alleen maarenkelvoudige dingen moet doen, omdat een en een dan nooit tot drieleidt. En als «drie» die 100.000 woningen is, moeten een en een driekunnen zijn. Ik ben het dus helemaal met u eens.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank u wel. Dan zie ik daarnaar uit en dan kijken we wat er gaat gebeuren.O ja, box 3 hoort er eigenlijk ook bij, maar laat ik de Minister daar nietmee lastigvallen. Dan een heel ander punt. Ik weet niet wat de Ministerallemaal al heeft gezegd over de investeringscapaciteit van woningcorpo-raties. Ik had het ...De voorzitter:Dat is het volgende blok.De heer Grinwis (ChristenUnie):O, oké.De voorzitter:Ik wil natuurlijk niet dat u iets verspilt!De heer Grinwis (ChristenUnie):Dan trek ik deze interruptie weer snel in!De voorzitter:Helder. Dan had ik nog een heel lijstje staan. Ik had Flach en Steen in iedergeval nog. Iemand nog iets op dit onderwerp? Nee, zie ik. Dan mevrouwSteen, CDA.Mevrouw Steen (CDA):Nou ja, dit onderwerp? Dit blokje, ja, oké. Ik begin even bij de administra-tieve regels en de begrotingsregels voor gemeenten. Ik hoorde deMinister zeggen dat gemeenten eigenlijk al heel veel kunnen en dat debegrotingsregels er zijn om gemeentelijke begrotingen te beschermen.Nou weet ik zelf als oud-wethouder Financiën en Grondzaken heel goeddat die regels er zijn om goed en deugdelijk begrotingsbeleid te voeren,en daar ben ik ook helemaal voor. Tegelijkertijd heb ik bij het ontwikkelenvan mijn eigen stad gezien hoe moeilijk het soms is om risico op risico oprisico af te moeten dekken. Het is ontzettend frustrerend hoe veel ergevraagd wordt van gemeentes als het gaat over het afdekken vanrisico’s. Ik ben ervan overtuigd, echt vast van overtuigd, dat het mogelijkis om dit soort regels te versoepelen, om iets meer te durven als het gaatover het geven van ruimte aan gemeenten om te kunnen investeren en tekunnen samenwerken met de markt. Ik vraag de Minister dus met klemom ... Nou ja, ik vraag haar misschien niet alleen om in gesprek te gaan,want ik denk dat gemeenten heel goed weten over welke regels en welkebegrotingsdisciplines dit gaat.De voorzitter:En uw vraag?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144654 Mevrouw Steen (CDA):Ga daar echt mee aan de slag. Maak hier een prioriteit van, want er zitgeld vast in gemeentelijke begrotingen dat gebruikt kan worden voor ditsoort zaken. Mijn vraag is dus wat de Minister gaat doen, meer dan alleenin gesprek gaan over dit soort regels.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik zit samen met de Minister van BZK in een departement, dus ik ga ookmet hem in gesprek over die vereenvoudiging en zijn rol richting allegemeentes. Ik heb uw signaal dus gehoord en ik ga dat meenemen.De voorzitter:Uw laatste vraag, mevrouw Steen.Mevrouw Steen (CDA):Mijn laatste interruptie maak ik graag op aan de maatschappelijke batenen de mooie voorbeelden die er al zijn. Ik hoorde de Minister Samen Slimnoemen, in Groningen. Het gaat mij erom dat we dit schaalbaar maken.We moeten dit zo snel mogelijk schaalbaar maken, zodat we hieropkunnen doorpakken. Het verspreiden in de verstedelijkingsgebieden isheel mooi, maar ik denk dat juist hier regie vanuit het Rijk nodig is om teversnellen. Mijn vraag is dus of de Minister kan toezeggen om dit watsteviger aan te pakken. En hoe wil ze dat gaan doen?Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat zit in dat programma Innovatie en Opschaling Woningbouw. Daarin zitdus ook het opschalen van goede eerder gevonden initiatieven. Diemoeten daarin dus gedeeld worden en bekeken worden op opschaling.De voorzitter:De laatste vraag in dit blok is van de heer Flach, SGP.De heer Flach (SGP):Die gaat over de leennorm. Ik las in het rapport van het CPB dat een vande conclusies is dat die leennorm wel de stijging van de huizenprijzenafremt, maar de toegankelijkheid op de korte termijn kan problematiseren.Tegelijk lees ik ook: de mediane leencapaciteit is niet meer voldoende omde koopprijs te betalen. Jongeren hebben ook echt vermogen nodig. Wewillen toch niet dat wonen straks alleen iets is voor de elite en je geenhuis meer kunt krijgen als je een gewoon salaris verdient? Zou de Ministerkunnen toezeggen dat ze dit rapport nog eens grondig bespreekt op hetministerie, en kijkt welke kansen er wél zijn? Ik vraag haar om even doordie korte termijn heen te kijken naar de lange termijn. Hoe kan dit tochhelpen bij het verlagen van huizenprijzen, juist voor die jongeren dieanders echt de boot dreigen te missen?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, dat kan ik.De voorzitter:Zo snel kan het gaan. Dan kan de Minister naar de beantwoording in hetlaatste blok, over corporaties.Minister Boekholt-O’Sullivan:Corporaties leveren een onmisbare bijdrage aan het wonen. Ze zorgenvoor betaalbare huurwoningen van goede kwaliteit, zijn koplopers in deverduurzaming van woningen en spelen een belangrijke rol in het leefbaarmaken en houden van de woonomgeving. Dat is een groot goed. In 2022zijn er voor het eerst Nationale Prestatieafspraken gesloten over debelangrijkste volkshuisvestelijke opgaven. In 2024 zijn deze afsprakenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144655 vernieuwd. Corporaties hebben sindsdien hard gewerkt om alle doelen tebehalen en zullen dat de komende jaren blijven doen. Ik zie dat er heelveel nieuwbouwwoningen gebouwd zijn en dat de betaalbaarheid voorhuurders flink verbeterd is. Het aantal woningen met een slechtenergielabel is sinds 2022 zelfs bijna gehalveerd. Corporaties dragen ookbij aan de bouw van middenhuurwoningen. Ze zullen daarin zij aan zijmoeten staan met marktpartijen. Het tekort aan middenhuurwoningen isgroot en we hebben alle partijen nodig.In januari is met uw Kamer gedeeld dat de financiële situatie van decorporaties sterk is verslechterd. Tot 2034 komt de sector ongeveer19 miljard tekort. Ik werk de maatregelen die dit kabinet neemt om hettekort te verkleinen in de komende tijd verder uit, zodat corporaties hunfundamentele rol kunnen vervullen.De heer Grinwis vroeg: «In het coalitieakkoord staat dat de vennoot-schapsbelasting voor de corporaties met 325 miljoen wordt verlaagd; hoegaat u dit vormgeven?» In het coalitieakkoord is een pakket aan maatre-gelen voorgesteld om de investeringscapaciteit van corporaties teondersteunen. De verlaging van de vennootschapsbelasting is daar eenonderdeel van. Samen met Financiën ben ik momenteel de opties aan hetuitwerken om de vennootschapsbelasting voor corporaties conform hetcoalitieakkoord te verlagen. Er zijn verschillende opties om dit te doen.Hierbij valt onder andere te denken aan het vormen van een herbeste-dingsreserve of een investeringsaftrek. Hiervoor brengen we momenteelde juridische vormgeving, de uitvoerbaarheid, de staatssteunaspecten ende budgettaire impact in kaart. Ik verwacht uw Kamer hierover uiterlijk inhet najaar te kunnen informeren.GroenLinks-Partij van de Arbeid vroeg of het klopt dat de afschaffing vande winstbelasting 120.000 woningen oplevert. Het afschaffen van devennootschapsbelasting voor de sociale opgave kost structureel1,4 miljard en levert maximaal 40 miljard aan leenruimte op. Dat zorgtervoor dat er ongeveer 160.000 nieuwe sociale huurwoningen kunnenworden gebouwd. Het coalitieakkoord levert corporaties structureel325 miljoen op. Dat zorgt voor ongeveer 9 miljard aan leenruimte en voorongeveer 36.000 sociale huurwoningen. In het coalitieakkoord worden eenaantal maatregelen voorgesteld om het investeringstekort van corporatiesop te lossen. Het structureel verlagen van de winstbelasting is er daar eenvan. Ik schat voorlopig in dat het met dit pakket mogelijk wordt om hetfinanciële tekort voor de komende jaren op te lossen. Op dit moment werkik de maatregelen uit en ik zal ik uw Kamer hier op een later moment overinformeren.De PVV vroeg mij welke oorzaken ik zie voor de stijging in onderhoudsuit-gaven van corporaties. Ik deel de zorgen die de Autoriteit woningcorpo-raties recent heeft geuit over de fors hogere uitgaven aan onderhoud. Wehebben op dit moment nog geen volledige analyse van de onderliggendeoorzaken van deze stijging. In de brief over de voortgang van de NationalePrestatieafspraken die u in januari heeft ontvangen, is aangekondigd datmijn ministerie onderzoek gaat doet naar de kostenontwikkeling in decorporatiesector. Ik zal uw Kamer hierover in het najaar informeren.BBB en de ChristenUnie hebben mij gevraagd of ik kan erkennen dat hetverdienmodel van corporaties niet langer houdbaar is. Ik ga allereerst aande slag met het oplossen van dat tekort van bijna 20 miljard. Maar ja, er isook sprake van een meer fundamentele onevenwichtigheid in hetverdienmodel van corporaties. De huurinkomsten zijn onvoldoende omalle relevante kosten te dekken. Per maand wordt er gemiddeld € 48verlies geleden op elke sociale huurwoning. Corporaties lenen bij om ditverschil te overbruggen. De sector beweegt daarom gestaag naar deabsolute financiële grenzen. Vanaf 2030 bereiken steeds meer corporatieshet punt dat zij hun investeringen daardoor noodgedwongen moetenterugschroeven. Het herstellen van de financiële balans is geen kleineopgave en vraagt een kritische analyse van de toekomstige rol en opgaveTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144656 van de corporaties, de doelmatigheid van hun uitgaven, de vormgevingvan het huurbeleid en de benodigde steun vanuit de overheid. Mijnvoorganger heeft de voorbereidingen getroffen om hierover eenonafhankelijk advies te vragen. Dat ga ik ook doen en ik kom snel terug opwanneer en hoe.Dan de vraag van D66, het CDA en de SGP over de Europese staatssteun-regels. Ik ben blij dat de Europese Commissie op 16 december heeftbesloten staatssteun voor middenhuur mogelijk te maken. Op dit momentinventariseer ik de verschillende mogelijkheden binnen de richtlijnen vande Europese Commissie. Voor de zomer ontvangt uw Kamer mijn planvan aanpak. Ik werk de gekozen optie vervolgens uit in een wijziging vande Woningwet. Ik ga binnenkort met corporaties, gemeenten en beleggersin gesprek over deze uitwerking. Dan zal ik ook het gesprek voeren overde vraag hoe de samenwerking er bij de realisatie van middenhuur uitgaat zien en neem ik uiteraard de suggesties van mevrouw Steen mee.Het CDA heeft mij drie vragen gesteld over vocht en schimmel. Ik ben opde hoogte van de jarenlange problematiek rondom vocht en schimmel inwoningen. Wat ik hier overigens nog het allerergste aan vind, is datmensen schaamte voelen om het ook te melden en naar buiten tebrengen. Volgens mij hebben we er dus los van de technische oplossingook rekening mee te houden dat het nooit tot schaamte van de bewonersmag leiden, maar altijd van degene die het niet oplost. In de NationalePrestatieafspraken met corporaties en gemeenten hebben we afsprakengemaakt over de manier waarop dit aangepakt gaat worden. We hebbenafgesproken dat corporaties dit altijd serieus nemen en proactief moetenaanpakken. Daarnaast werk ik samen met Aedes en de VNG aan de inzetvan onafhankelijke vocht- en schimmelexperts, want die heb je hier welvoor nodig. Voor de zomer informeer ik uw Kamer over de voortgang vande afspraken uit de Nationale Prestatieafspraken. Ik ben al met devoorzitter van Aedes in gesprek geweest en heb ook afgesproken hierovermet Aedes in gesprek te gaan. Ik wil ook graag snel op werkbezoek naarde Huurcommissie om hier gewoon meer van te horen en zelf ook gevoelen beeld bij de problematiek te krijgen.U heeft mij ook gevraagd of ik bereid ben met de corporaties af te sprekendat zij schimmelproblematiek structureel en specialistisch aanpakken. Erzijn drie belangrijke afspraken gemaakt. Ze zetten zich maximaal in omvocht en schimmel beheersbaar te maken. Ze spannen zich samen metgemeenten en het Rijk in om de meldingsbereidheid te verhogen, indiennodig met de inzet van experts. Zoals ik zei, ben ik met hen in gesprek omze een steuntje in de rug te geven om ervoor te zorgen dat die onafhanke-lijke experts ook daadwerkelijk worden ingehuurd. Ik zal uw Kamer hiervoor de zomer over informeren.De ChristenUnie heeft gevraagd naar de Geitenkamp in Arnhem en vraagtmij voor wie sociale huur eigenlijk is bedoeld. Het feitelijke antwoord opde vraag is dat sociale huur in eerste instantie is bedoeld voorhuishoudens met een inkomen tot ongeveer € 57.000. Ik begrijp natuurlijkde oproep van de heer Grinwis om een goede mix van huishoudens in dewijken te hebben. Ik vind dat ook wenselijk. Daarom wil ik graagbenadrukken dat corporaties de ruimte hebben om vrij toe te wijzen. Inoverleg met de gemeente kunnen corporaties 15% van hun woningentoewijzen aan mensen met een hoger inkomen. Ze kunnen in de lokaleprestatieafspraken, bijvoorbeeld in Arnhem, afspreken dat ze een deel vande woningen aan de hogere inkomens toewijzen.Voorzitter. De enige vraag waarvan ik nu niet zeker weet of ik dievoldoende heb beantwoord, is een derde vraag van mevrouw Steen overschimmel, maar ik denk dat ik die heb beantwoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144657 De voorzitter:Was dit het laatste blokje? Ja. Dan zijn er interrupties van de heer Grinwisen mijzelf. Ik geef eerst gewoon het woord aan de heer Grinwis van deChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor de reactie van de Minister. Ik begin eerst met de woningcorpo-ratie en die faciliteit van 325 miljoen. Ik heb er twee vragen over. Eerst eentechnische vraag. Ik heb begrepen dat als je een faciliteit zoals eenherbestedingsreserve inbouwt het nadeel is dat de ICR daarmee niettoeneemt en dat je daarmee dus nog steeds een probleem hebt met destructurele investeringen in woningen. Kan daar dus ook iets meegebeuren? Dat is de financieel-technische vraag. Dan de politieke vraag.Hoe kun je een faciliteit bouwen zoals een herbestedingsreserve of eeninvesteringsaftrek met een plafond van 325 miljoen? Het is toch inprincipe, naar zijn aard, een openeinderegeling, die doorgaat zolang ercorporaties zijn met bepaalde investeringsplannen en die corporaties dieplannen in die reserve zetten. Dat kun je toch niet aan de voorkant meteen schaartje knippen? Ziet de Minister dat en hoe vrij voelt ze zich daarinom toch een goeie faciliteit te bouwen? Of gebeurt dat met budgettairedogmatiek?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik kijk uit naar de dag dat ik net zoveel technische antwoorden kan gevenals uw aantal technische vragen, meneer Grinwis. Dat zegt iets over mij,niet over u. Ik heb aan mijn rechterzijde even gevraagd welk antwoord ikhierop kan geven zonder dat ik onzin ga uitkramen. Het voorstel is dat weeen brief schrijven waarin we meer toelichten wat we precies bedoelen.Dan kan ik die brief eerst lezen en begrijpen voordat ik die naar uw Kamerstuur.De voorzitter:Is dat afdoende voor de heer Grinwis? O, dan moeten we een termijnvragen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Is in april akkoord?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat is helemaal akkoord. Dank voor deze toezegging en ik begrijp hethelemaal. Ik heb nog een andere vraag, als ik die nog mag stellen. Dat isde vraag over wat de Minister zei in reactie op mijn illustratie aan de handvan de Geitenkamp, maar ik had het ook kunnen zeggen aan de hand vande Haagse wijk Moerwijk, mij welbekend als oud-raadslid hier. De makkevan een wijk met een samenstelling met heel veel sociale huur is als volgt.In Geitenkamp gaat het om 85% en in Moerwijk om 77% à 78%. Toen diewijken werden gebouwd, waren die voor een breed publiek en was er niksaan de hand. Via passend toewijzen zijn we nu eigenlijk de samenstellingvan de goedkoopste wijken van een stad steeds eenzijdiger en problemati-scher aan het maken. De 15% die de Minister noemt, gebruiken dewoningcorporaties vaak niet. Dat snap ik wel, want de urgentie omwoningen toe te wijzen aan anderen is ook heel erg groot. Hoe gaan wedit nou fatsoenlijk vormgeven, zodat we sterke wijken creëren? Terwijl weerbij staan, creëren we in het ergste geval namelijk gewoon getto’s. Ik kandat niet aanzien. We hadden ooit trotse volkshuisvesting in die wijken. Datis een beetje de why achter mijn vraag.Minister Boekholt-O’Sullivan:Zoals ik al aangaf, ben ik het met u eens. We moeten kijken hoe we samenmet de corporaties en de gemeenten hiervoor een oplossing vinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144658 Vanmorgen, of volgens mij was het gisteren, heb ik een stuk getekendwaardoor we in Zaandam regie gaan voeren op de verdeling van dehuizen die daar vrijkomen, om ervoor te zorgen dat die wijken niet nogslechter worden dan ze al zijn. Gelukkig hebben we daar ook het NPLVvoor. Er zijn dus instrumenten. Ik geloof niet dat ik op zoek ben naar meerinstrumenten. Ik ben op zoek naar een dusdanige toepassing van dieinstrumenten dat die gemengde wijken ... Ik denk dat u het daarover heeft,want ik ken die wijken in Arnhem goed; ik ben daar onlangs nog geweest.Dat moet je niet zo willen. Dat moeten we met z’n allen niet willen. Maardan moet er wel gebruikgemaakt worden van de bestaande instrumenten.Ik zal hier in mijn gesprekken met de gemeentes en met de corporatiesdus ook bij stilstaan.De voorzitter:Helder. Dan kijk ik naar de heer De Hoop voor het voorzitterschap.Voorzitter: De HoopDe voorzitter:Ik geef mevrouw Beckerman het woord voor haar interruptie namens deSocialistische Partij.Mevrouw Beckerman (SP):Ik vroeg de Minister: bent u een Blokalike? Dat vroeg ik omdat ik zie datheel veel keuzes die nu gemaakt worden, heel erg lijken op keuze die dezewooncrisis zo diep hebben gemaakt. Dat zie ik toch ook echt terug in hetdebat. Er is een enorm tekort bij corporaties. Er mogen hogere hurengevraagd worden. We zien aan de ene kant verkoop van sociale huurwo-ningen en aan de andere kant belastingvoordeel voor beleggers. In april alzijn er concrete maatregelen voor aanpassing van de Wet betaalbare huur.Herkent de Minister dat dit beleid niet fundamenteel verschilt van wat erhiervoor is gedaan?Minister Boekholt-O’Sullivan:Zoals ik in mijn opening zei, ben ik niet bezig met op wie ik lijk; ik benbezig met wat er nodig is om tot 100.000 huizen, thuizen, te komen. Ikweet dat ik niks ga kunnen verzinnen waar iedereen helemaal gelukkigvan wordt. Niets! Bij alles wat we verzinnen in combinatie gaat iemandiets moeten geven en kan iemand anders iets krijgen. We hebben demarkt dus ook nodig. We hebben iedereen nodig om dit vraagstuk voorelkaar te krijgen. Als er maatregelen zijn die we moeten nemen en als wevooruitlopend op evaluaties naar maatregelen moeten kijken, dan voel ikme verantwoordelijk – ik denk dat ik dat ook ben – om naar alles te kijkenen mijn ogen nergens voor te sluiten. Als ik dan toch op iemand moetlijken, dan wil ik graag lijken op iemand die overal naar kijkt. Een beterantwoord dan dat kan ik u helaas niet geven.Mevrouw Beckerman (SP):If it walks like a duck and if it quacks like a duck, it probably is a duck. Mijnpunt ziet heel erg hierop. De Minister zegt: wat is er nodig om tot 100.000woningen te komen? Super! Er is alleen al voor de bestaande afsprakeneen tekort van 20 miljard bij corporaties. Daar vult het kabinet ongeveer10 miljard van op. Dan is er dus een tekort van 10 miljard over. Dat is voorde bestaande afspraken. Er is een campagne gevoerd waarin gezegdwerd: tien nieuwe steden; we gaan die wooncrisis oplossen. Maar zelfsvoor de bestaande afspraken is er al een tekort van 10 miljard. Dan gaanwe toch op deze manier die wooncrisis niet oplossen, laat staan dat wedan komen tot die tien nieuwe steden? En daar moeten toch ook socialehuurwoningen in staan? Dat is de achtergrond van mijn vraag: hoe kom jeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144659 ooit tot 100.000 betaalbare woningen als je op deze manier omgaat metcorporaties?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik geloof niet dat ik tot 100.000 woningen ga kunnen komen als ik dat nietdoe. Ik begrijp wat u zegt, mevrouw Beckerman, maar tegelijkertijd moetik naar alles blijven kijken. Er is gewoon geen scenario denkbaar – datweet ik wel al na zestien dagen! – waarin je het voor iedereen goed doeten dan ook nog 100.000 huizen hebt. Als je het voor iedereen goed wildoen, dan blijf je eindeloos met elkaar in gesprek en zitten de mensen dieop die woningen zitten te wachten, op ons te wachten. We zullen dus metelkaar, in een balans, oplossingen moeten zoeken, zodat er voor elkemedelander, zoals ik ze noem, een plek en een thuis is in Nederland. Wemoeten alles doen wat daarvoor nodig is. U kunt erop rekenen dat ik datga doen. Ik zal voorkomen dat ik een eend word!De voorzitter:Ik geef het voorzitterschap terug aan mevrouw Beckerman.Voorzitter: BeckermanDe voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn vanzowel de zijde van de Kamer als de zijde van het kabinet. Ik kijk naar decollega’s: is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is het geval.In de tweede termijn hanteren we een derde van de spreektijd van deeerste termijn. Dat komt neer op 1 minuut en 40 seconden. Daar ga ik ustrak aan houden, zodat we voor 18.00 uur kunnen eindigen.Het woord is aan de heer De Hoop van GroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Allereerst dank aan de Minister voor de antwoorden in eerstetermijn. Ik zou vier dingen kort langs willen lopen.De Wet betaalbare huur. Ik zou de Minister echt willen verzoeken om tewachten op de evaluatie. Vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid, hetwoord dat zij zelf ook verkoos, zou ik het heel onverstandig vinden om datniet te doen.De voorrang voor statushouders. De Minister gaf in haar eigen bijdrageook aan dat ze dingen wil doen die juridisch gezien correct zijn. De Raadvan State zegt dat het inperken van de voorrang voor statushouders tegende Grondwet ingaat. Als de Minister dat weet, zou ze dat absoluut nietmoeten doen. Dat is voor mijn fractie zwaarwegend, zeg ik ook tegen deMinister.Dan de zelfbewoningsplicht. Ik wacht de brief af, maar juist als jewoningnood wil aanpakken, zou ik zeggen: beperk die gemeenten nouniet.Voorzitter. Dan zou ik nog twee dingen naast elkaar wil plaatsen. Ik wilschetsen hoe er elke verkiezing verandering wordt beloofd, maar de VVDuiteindelijk haar zin krijgt. Ik wil dat schetsen aan de hand van dehypotheekrenteaftrek. In het stuk van D66 en CDA stond dat die geleidelijkafgebouwd zou worden. Dat gebeurt niet. Er gaat zelfs 11 miljard naartoedit jaar. De Minister vertelde net in haar eigen beantwoording dat het160.000 woningen op zou leveren als wij de winstbelasting voor corpo-raties af zouden schaffen. Met het pakket dat dit kabinet nu neerlegt, gaathet om 36.000 woningen. Dat betekent dat wij de kans op 124.000betaalbare woningen laten liggen. Ik doe dus echt een beroep op deMinister. Ik zal er in elk debat dat ik namens GroenLinks-Partij van deArbeid met deze Minister heb, voor pleiten om die winstbelasting zo snelmogelijk af te schaffen. Dan krijgen we namelijk niet alleen snel 100.000Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144660 woningen, maar dan krijgen we ook betaalbare woningen. Daar zal ik dezeMinister elk debat op uitdagen.Dank.De voorzitter:Geen tweeminutendebat?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):En een tweeminutendebat! Dat heb ik aan het begin van mijn bijdragegezegd, toch? Nee?De voorzitter:Oké. Nee, we hadden het nog niet gehoord, maar dat geeft niks.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan vraag ik bij dezen een tweeminutendebat aan. Dank.De voorzitter:Dan gaan we door naar de heer Flach van de SGP.De heer Flach (SGP):Voorzitter, dank u wel. Het is de heer Bontenbal nooit gelukt in deze Kamerom het aantal moties terug te dringen. Maar deze Minister lukt dat wel alin het eerste debat dat ik met haar heb, door soepele toezeggingen op hetgebied van recreatiewoningen en leennormen. Dat scheelt moties. Datwaardeer ik.Dan noem ik nog twee dingen. Ik zal heel regelmatig terugkomen op diebetaalbaarheid. Daar gaan we nog iets meer over horen. Dat zie ik als eengroot probleem, naast de krapte op de woningmarkt. Mensen moeten eente groot deel van hun inkomen uitgeven aan huisvesting en komendaardoor sneller in andere problemen terecht. Daar zal ik regelmatig opterugkomen.Ik heb de antwoorden rond vergunningen en gemeenten en dergelijkedeels gemist doordat ik twee debatten tegelijk deed. Ik benadruk dus nogmaar een keer hoeveel winst daar te behalen is. Ik ben erg voorstandervan autonomie van gemeenten, maar gemeenten moeten ook durvenerkennen dat, als er gebrek aan kennis en capaciteit is, uniformering ookecht kan helpen bij het bereiken van doorbraken. Daar is veel winst tebehalen. Dat geef ik graag mee aan de Minister.De voorzitter:Dank aan de heer Flach, die sprak namens de SGP. Dan ga ik naar deMooiman van de PVV.De heer Mooiman (PVV):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de antwoorden. Ik wil deGnephoek er toch nog een keer bijhalen, omdat dit denk ik een voorbeeldis van hoe het niet moet gaan en vervolgens van wat er nodig is. Dat iseen grote locatie in Alphen aan den Rijn, waar de provincie vele jaren langwoningbouw tegen heeft gehouden. Uiteindelijk was er druk vanuit hetRijk nodig om daar wel wat voor elkaar te krijgen. Als we kijken naar decasussen die er nog zijn, denk ik dat we toch een soort zelfde houding vande Minister zouden willen, namelijk dat hij doorzettingskracht toont. Latenwe dit bijvoorbeeld even vergelijken met de situatie in Koudekerk. Dat isook in de gemeente Alphen aan den Rijn, waarvan de provincie zegt: «Uwoont in een dorp. U heeft daar een thuis. De Minister hecht daar ookaan. Maar u kunt ook in de stad gaan wonen, want we gaan hier absoluutgeen woningen bouwen.» En dat terwijl de woningdoelstellingen al nietgehaald worden, zeg ik daar maar even bij. Ik denk dat dat allemaalillustreert dat er doorzettingskracht nodig is van deze Minister, vooralTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144661 richting de hoge medeoverheden. Zo af en toe frons ik even. Ik doe datniet richting de Minister, maar ik doe dat gelet op het feit dat ik de uitlegvan provincies ken, maar weet dat heel veel mensen wel graag eenwoning willen hebben. Ik hoop dat de Minister dat meeneemt.De voorzitter:Dank u wel, meneer Mooiman. Hij sprak namens de PVV. Dan de heerClemminck van JA21.De heer Clemminck (JA21):Dank u wel, voorzitter. Veel dank aan de Minister voor het beantwoordenvan de vraag en de soepele toezeggingen. Dat scheelt hopelijk weer watmoties.Ik ben blij met de opmerking van de Minister over Europa, namelijk datEuropa niks te zoeken heeft bij ons woningbeleid, omdat dat echt eennationale zaak is. Daar gaan we de Minister zeker bij helpen en ook aanhouden, zoals ik al zei.Wat betreft de Wet betaalbare huur zit ik er natuurlijk wat anders in dancollega De Hoop. Ik ben blij met de toezegging om in april met een brief tekomen. Ik hoop dat er echt een ander beleid gaat ontstaan en dat er goedwordt ingegrepen op, zoals het noem, een wet die niet werkt en die totuitponding gaat leiden. Ik ben dus benieuwd naar de brief van april.De beantwoording over de statushouders stelt mij zeer teleur. Er ligt eenwetsvoorstel dat volgens mij goed in elkaar steekt. Een dag langergewacht, betekent gewoon dat Nederlanders op een oneerlijke manier opdeze woningmarkt terechtkomen. Ik hoop echt dat de Minister daar tocheen andere route voor gaat kiezen en dat hij snel met de afschaffing gaatkomen.Ten slotte kom ik bij migratie. Ik hoor vooral de kille cijfers die ik al kende.Die zijn wat mij betreft schrikbarend als het gaat om de woningmarkt. Ikmis dan toch wel wat urgentie en gevoel bij wat deze massamigratie doetmet Nederlanders op de woningmarkt. Ik zou de Minister willen uitdagenom toch nog eens even los van de cijfers, die uiteraard kloppen, met meerurgentiegevoel over dit vraagstuk te spreken.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel meneer Clemminck van JA21. Nu Van Leijen, D66.De heer Van Leijen (D66):Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de Minister voor soepele toezeg-gingen en de beantwoording van de vragen. Ik zou nog aandacht willenvragen voor één punt en dat is de tijdelijke huisvesting van economischdaklozen in woonhotels. Ik begrijp dat er bij de gemeentes wat zorgendaarover zijn. Bij de inwerkingtreding van de Wet versterking regie vervaltde categorie sociale noodsituatie als grondslag, waardoor daar watuitvoeringsproblemen ontstaan. Zou ik de Minister mogen vragen omdaar nog even naar te kijken?De voorzitter:Dank aan de heer Van Leijen, die sprak namens D66. Dan Nobel, VVD.De heer Nobel (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat de Minister heeft aangegeven dat zein april met een brief komt waarin ze daadwerkelijk de negatieve effectenvan de Wet betaalbare huur wil gaan aanpakken. Ook tijdens dit debat ishet weer heel veel gegaan over sociale woningbouw, maar wat de VVDbetreft veel te weinig over betaalbare koop en het middensegment. Als ereen volgende keer weer in blokjes wordt gesproken, zou ik de Ministerecht willen vragen om gewoon een apart blokje te maken over betaalbareTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144662 koop en het middenhuursegment. Want we moeten het ook hebben overal die jongeren die net hun opleiding hebben afgerond en met een baanbegonnen zijn, maar te veel verdienen voor een sociale huurwoning en teweinig voor een betaalbare koopwoning. Alle rapporten die de afgelopenweken zijn verschenen laten juist zien dat die mensen nu echt in de knelzitten. Wat de VVD betreft blijven we daarover met elkaar in gesprek, ookvolgende week weer.De voorzitter:Dank u wel, meneer Nobel van de VVD. Dan de heer Russcher van Forumvoor Democratie.De heer Russcher (FVD):In Nederland betalen een heleboel mensen huren die wel kunnen oplopentot bijvoorbeeld € 1.800 per maand of meer, terwijl zij heel graag eenwoning zouden willen kopen. Toch krijgen de mensen die dus bijvoor-beeld € 1.800 aan huur betalen, volgens de huidige hypotheekregels vaakgeen hypotheek om een woning te kopen, waarbij zij bijvoorbeeldvergelijkbare maandlasten zouden hebben. Dat betekent dat zij jarenlangprobleemloos hoge huur betalen, maar geen huis kunnen kopen. Opinitiatief van de NHG is er in 2022 een pilot geweest waarbij huurbeta-lingen werden meegewogen bij hypotheekverstrekking, maar daar is vrijweinig gevolg aan gegeven. Mijn vraag is of de Minister bereid is om teonderzoeken of er opnieuw een pilot kan worden gestart, maar dit keeronder aansturing van het Ministerie van VRO en uiteraard mogelijk insamenwerking met andere organisaties en ministeries. Kan daarbijonderzocht worden of bewezen huurbetalingen structureel kunnenworden meegewogen bij het bepalen van de maximale hypotheeklasten?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Russcher van Forum voor Democratie. Dan mevrouwSteen, CDA.Mevrouw Steen (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de Minister voor haar helderebeantwoording en haar open houding in dit debat. Ik denk dat we elkaarnog heel vaak gaan spreken over het onderwerp volkshuisvesting enwonen. Ik denk dat dat een goed idee is. Ik sluit me aan bij de heer Nobelals het gaat over de aandacht voor het middensegment. Dat is precies dereden waarom ik de Minister wel zou willen aansporen om te bekijkenwelke maatregelen, ook tijdelijk, we al zouden kunnen nemen in verbandmet dit segment, nog voor de evaluatie van de Wet betaalbare huur.Volgens mij kan dat prima en liggen er al een aantal voorstellen klaar omdat te doen. Laten we dat vooral doen. Laten we vooral hiermeedoorgaan. Ik wou bijna zeggen: tot maandag.De voorzitter:Maar niet voordat er nog een interruptie voor u is van de heer De Hoop,GroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Toch een interruptie op het laatste punt. De scherpte waarmee mevrouwSteen dat zegt, bevreemdt mij wel een beetje, omdat het een wet was vaneen CDA-Minister die de woningmarkt nadrukkelijk meer wilde regulerenen terug wilde naar volkshuisvesting. Dat herken ik ook nog steeds in debijdrage van het CDA. Is het niet verstandig om bij zo’n grote wet eenevaluatie af te wachten? Van een bestuurderspartij als het CDA verbaasthet mij een beetje dat dit hier nu niet het geval is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144663 Mevrouw Steen (CDA):Zeker. Dat is ook helemaal waar. Het is ook niet zo dat het CDA zegt dat dieWet betaalbare huur van tafel moet. Sterker nog, we zijn heel blij met diewet, omdat we zien dat de huurbescherming daarmee geborgd is enomdat we ook zien dat die leidt tot verduurzaming. Er zitten dus eenheleboel goede kanten aan die wet, maar tegelijkertijd zien we ook eenaantal nadelige effecten. Daar zijn we niet blind voor. Dat heeft het CDAoverigens ook gezegd in de afgelopen maanden. Juist daarom is het goedom te bekijken wat we nu al zouden kunnen doen. Het is geen rocket-science. Het zijn dingen die eigenlijk al op de plank liggen en waar wemee aan de slag kunnen. Als wij met elkaar aan deze tafel zeggen dat hetbelangrijk is dat we versnellen, dat we de woningbouw vlottrekken en datwe een balans moeten krijgen in de koop- en huurmarkt, dan vind ik datwe het aan onze stand verplicht zijn om daar niet mee te wachten. Wemoeten het ene doen en het andere niet laten. Wat mij betreft kunnen wedat goed doen.De voorzitter:Een hele korte vervolgvraag en dan ook een kort antwoord.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ga mijn best doen. Het gaat om de middenhuur. Als mevrouw Steen diezo belangrijk vindt in de balans, waarom heeft het CDA dan geaccepteerddat bij die twee derde betaalbaar een groter deel betaalbare koopgerealiseerd moet worden? Dat zorgt ervoor dat die middenhuur juist uithet betaalbare segment wordt gedrukt bij nieuwbouw. Ik snap dat niet zogoed, als dat zo belangrijk is.De voorzitter:Dat was een korte vraag.Mevrouw Steen (CDA):Dat is omdat dat hele brede middensegment meer in balans moetenkomen. Wij gunnen het mensen, jongeren, ook om een woning te kunnenkopen. Op dit moment zien we dat dit veel minder en minder goed hetgeval is. Juist die balans moet hersteld worden. Het is dus niet het een ofhet ander, maar het zal allebei moeten. Juist de betaalbare koop gaatdaaraan bijdragen, mits op een goede manier geborgd.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Grinwis van de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank. Dank ook aan de Minister voor haar eerste volkshuisves-tingsdebat in deze Kamer en voor de toezeggingen. Ik heb in de eerstetermijn een beetje gefreewheeld. Daardoor ben ik een paar vragenvergeten en met permissie stel ik er toch een paar. Sorry dus voor detechniek!Hoe staat het met de uitvoering van de aangenomen motie die deregering verzocht om in lijn met de oorspronkelijke doelstelling onder detaakoverdrachtsvrijstelling af te zien van overdrachtsbelasting bijtaakoverdracht tussen woningcorporaties door blokkades in de uitvoe-ringspraktijk weg te nemen? Dat is het verzoek van die motie. Die isaangenomen. Dat is toch wel een bouwsteen voor het helpen vancorporaties bij hun woningbouwopgave, zeker als er bij de een wel teweinig investeringscapaciteit is en bij de ander niet.Ten tweede. Zijn de middelen die in het coalitieakkoord zijn opgenomenook potentieel bestemd voor het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwo-ningen? Dat hebben collega De Groot en ikzelf, samen met het CDA, deafgelopen jaren aangejaagd. Er zit 100 miljoen in dat motortje, maar dat isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144664 eigenlijk te weinig om dat motortje te laten lopen. Wat is de visie van deMinister daarop? Dat hoeft allemaal niet in de tweede termijn. Het kan ookmeegenomen worden in de brieven die nog komen.Ten derde. Wat is de reactie van de Minister op de aanbevelingen van hetevaluatierapport Nationaal Actieplan Dakloosheid? Dat zijn hele duidelijkeaanbevelingen. Ik ben benieuwd hoe de Minister die ziet. Dit antwoordkan eventueel ook volgen bij het WGO van aanstaande maandag.De voorzitter:Helder. Dank u wel. Ik kijk even naar de heer De Hoop voor het overnemenvan het voorzitterschap.Voorzitter: De HoopDe voorzitter:Het woord is aan mevrouw Beckerman namens de Socialistische Partij.Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel, voorzitter. Wonen is de grote ongelijkmaker in Nederland. Wegeven 11 miljard per jaar uit aan de hypotheekrenteaftrek en een grootdeel daarvan gaat naar de rijkste groep. Twee van de partijen die nu decoalitie vormen, hebben beloofd om daar iets aan te doen. Wat zien wenu? Die wordt niet verlaagd, maar zelfs iets verhoogd. Dat is 11 miljardaan de ene kant. Aan de andere kant hebben we de corporaties. Dus wehebben 11 miljard voor hypotheekrenteaftrek, maar de corporaties krijgenpas over twee jaar een kwart miljard erbij. Dat betekent dus 11 miljard perjaar voor de een en een kwart miljard, over een paar jaar, voor decorporaties. Ik vind dat problematisch, omdat we daarmee nooit uit diewooncrisis gaan komen. De reden dat ik daar vrij fel over ben, is dat ikhierover behoorlijk teleurgesteld ben. Er zijn gewoon hele grote beloftesgedaan. Het was een hoopvolle, optimistische boodschap in decampagne. Het was een groot onderwerp en een reden voor heel veelkiezers. Dat gaan we niet waarmaken op deze manier.Voorzitter. Ik laat het hierbij in tweede termijn, maar ik vind het goed dater een tweeminutendebat is aangevraagd, zodat we ook met eigenvoorstellen kunnen komen, want dat zullen we altijd blijven doen.De voorzitter:Ik geef het voorzitterschap terug aan mevrouw Beckerman.Voorzitter: BeckermanDe voorzitter:Dank u wel. Ik kijk naar de Minister om te zien of zij direct kan antwoordenin de tweede termijn. De Minister.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja. Dan begin ik met de vraag van Forum over de NHG-pilot. We zijn ingesprek met de financiële instellingen over hoe meer maatwerk toch kanleiden tot het sneller verkrijgen van een hypotheek door de doelgroependie u benoemt. Ik zou graag eerst die gesprekken willen afronden voordatwe conclusies trekken over de vraag of het opnieuw of op een anderemanier moet.Dan de vraag van de ChristenUnie over het Nationaal Fonds BetaalbareKoopwoningen. Daar kijk ik naar. Wat ik met de envelop uit het coalitieak-koord ga doen, loopt mee in de augustusbesluitvorming en dat moet ikook nader met Financiën bespreken.Wat betreft de vraag over dakloosheid maak ik graag gebruik van hetaanbod van de heer Grinwis om daar maandag op terug te komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144665 De voorzitter:Er lag ook nog een vraag uit de eerste termijn.Minister Boekholt-O’Sullivan:O ja, we moeten nog naar de motie over de taakoverdracht enoverdrachtsbelasting kijken. Daar ben ik mee bezig. Dat onderzoeken wesamen met Financiën. Ik verwacht dat ik er in het kader van het Belas-tingplan op terug kan komen. Dat waren volgens mij de vragen.Dank. Fijn dat we dit op deze manier hebben kunnen doen. Ik heb goedgeluisterd en u ook gehoord. Volgens mij hebben we allemaal hetzelfdedoel voor ogen, namelijk 100.000 woningen met urgentie bouwen. Ikneem al uw aandachtspunten mee. Met een enkeling van u ga ik ookergens op bezoek. Ik kijk uit naar alle volgende debatten met u die nogkomen gaan.Dank u wel.De voorzitter:Er is nog een vraag voor u van de heer Russcher, Forum voor Democratie.De heer Russcher (FVD):Mijn vraag aan de Minister is of het voorstel dat ik net aankaartte, dus ditconcrete voorstel over bewezen huurlasten van een aantal jaren, kanworden meegenomen in de gesprekken die zij voert met de financiëleinstellingen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik neem het mee in de gesprekken.De voorzitter:Helder. Daarmee zijn we bijna aan het einde van dit debat gekomen, maarniet voordat ik, zoals te doen gebruikelijk, de toezeggingen met udoorneem.–Voor de zomer ontvangt de Kamer een voortgangsbrief over deuitvoering van het programma STOER. Hierin gaat de Minister ook inop haar vereenvoudigingsplan voor regelgeving voor de fysiekeleefomgeving.Dat is juist.–Dit najaar ontvangt de Kamer een brief over het gesprek dat Ministervoert met de provincie Zuid-Holland over de uitvoering van demotie-Mooiman (36 800 XXII, nr. 18) over woningbouw in Koudekerkdoorgang te laten vinden.Dat klopt.–In april ontvangt de Kamer een beleidsbrief met betrekking tot hetpermanent bewonen van vakantieparken. De Minister ontvangt van hetlid Flach contactgegevens van gemeenten slash ervaringsdeskundigenen koppelt terug in deze brief.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat is onderdeel van de beleidsbrief. Het is dus geen aparte brief.De voorzitter:Helder. Dat is prima.–Voor de zomer ontvangt de Kamer een brief van de Minister over haarplannen om woningdelen slash woningsplitsen eenvoudiger te maken.–Voor de zomer ontvangt de Kamer de aanpak voor ouderenhuisvestingen doorstroming.–Op zeer korte termijn ontvangt de Kamer een brief over hoe deMinister zal omgaan met het wetsvoorstel Verbod voorrang statushou-ders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144666 –In april informeert de Minister de Kamer, vooruitlopend op deevaluatie van de Wet betaalbare huur, over wat zij wil gaan doen metbetrekking tot de Wet betaalbare huur.–De Minister zal zich, naar aanleiding van een vraag van het lid Flach,verdiepen in het CPB-rapport over de impact van leennormen eninformeert de Kamer hierover.Daar hebben we nog geen datum voor.Minister Boekholt-O’Sullivan:Voor de zomer.De voorzitter:Voor de zomer. Dat is het nu ook.–Voor de zomer ontvangt de Kamer de inzet van de Minister voor derealisering van meer middenhuurwoningen naar aanleiding van denieuwe EU-staatssteunregels.–Voor de zomer ontvangt de Kamer een brief over de voortgang van deNationale Prestatieafspraken. Daarin gaat de Minister in op de aanpakvan de schimmelproblematiek door de woningcorporaties.–In april ontvangt de Kamer een brief over de inzet van de Minister opde investeringsfaciliteit van de corporaties naar aanleiding van vragenvan het lid Grinwis.–Bij het Belastingplan komt er een reactie op de motie over het afzienvan overdrachtsbelasting bij taakoverdracht.Ik moet iedereen bedanken, maar ik bedank vooral de griffier die dezetoezeggingen zo keurig leesbaar heeft opgeschreven. Daarmee zijn weecht aan het einde gekomen van deze vergadering. Het lid De Hoop heefteen tweeminutendebat aangevraagd en dat zal plenair worden gepland.Dank allen. Daarmee sluit ik de vergadering en wens ik u allen een fijneavond.Sluiting 17.58 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 144667

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 2f05c0cbc307ec9e

14 okt 2026 · 17222c42755c4723

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingStaat van de Volkshuisvesting
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 11 maart 2026, over Staat van de Volkshuisvesting

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.