Verslag van een commissiedebat, gehouden op 12 maart 2026, over BOA - stelsel
Brontekst
Versie 0631f0a7564e03ee · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 395Wijziging van de Politiewet 2012 in verband meteen delegatiegrondslag voor een algemenemaatregel van bestuur over de bewapening enuitrusting van buitengewoonopsporingsambtenarenNr. 24 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 20 april 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 12 maart 2026overleg gevoerd met de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid,over:de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 6 okto-ber 2025 inzake de buitengewoon opsporingsambtenaar – eenprofessionele partner met een eigenstandige taak in depublieke ruimte (Kamerstuk 36 395, nr. 22);de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 2 maart2026 inzake antwoorden op vragen commissie over de briefinzake de buitengewoon opsporingsambtenaar – een professio-nele partner met een eigenstandige taak in de publieke ruimte(Kamerstuk 36 395, nr. 22) (Kamerstuk 36 395, nr. 23).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,EerdmansDe griffier van de commissie,Burger kst-36395-24ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 241 Voorzitter: Van der PlasGriffier: Van TilburgAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: El Abassi, Coenradie,Faber, Lammers, Martens-America, Mathlouti, Mutluer, Van der Plas enStraatman,en de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 14.01 uur.De voorzitter:Goedemiddag, dames en heren. Welkom bij dit commissiedebat. Mag ikeven de aandacht van de leden? Welkom bij dit commissiedebatBoa-stelsel. De commissie heeft speciaal verzocht om dit commissiedebatlos te koppelen van het commissiedebat Politie. Ik denk dat dat heel goedis. Hier op de publieke tribune zie ik een aantal groene boa’s, die onzebuitengebieden beschermen. Ik denk dat het heel goed is om dit los tekoppelen, om de boa’s de aandacht te geven die ze verdienen, omdat zij,in welk domein zij ook werken, elke dag verantwoordelijk zijn voor hetbeschermen van onze samenleving, om het zo maar te zeggen. Ik denk dathet goed is dat we daar ruim aandacht aan geven.Dit commissiedebat duurt drie uur, tot 17.00 uur. Ik wil behalve de mensenop de publieke tribune ook de mensen welkom heten die thuis delivestream volgen. Ik wil de leden natuurlijk welkom heten. Dat zijnmevrouw Martens-America van de VVD, mevrouw Mutluer vanGroenLinks-PvdA, de heer Mathlouti van D66, mevrouw Straatman vanhet CDA, mevrouw Faber van de PVV, mevrouw Coenradie van JA21 enmevrouw Lammers van Groep Markuszower. Mijn naam is Caroline vander Plas. Ik zit deze vergadering vandaag voor, maar ik zal zelf straks ookeen bijdrage houden. Op dat moment geef ik het voorzitterschap evenover aan mevrouw Martens-America. Als het gaat om senioriteit, is zij hetlangst lid van deze commissie. Dan zal ik zelf mijn bijdrage houden.Mevrouw Martens-America (VVD):Voorzitter, ik vind dat heel vriendelijk, maar ik heb net mevrouw Mutluerbecomplimenteerd dat zij de nestor is van deze commissie, dus ik denkdat zij een nog betere kandidaat zou zijn voor het voorzitterschap.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Nee joh, dat maakt helemaal niet uit.De voorzitter:Dat is voor mij ook helemaal prima. Het gaat erom dat ik de onafhanke-lijkheid van de voorzitter kan bewaken als iemand anders het voorzitter-schap even overneemt. Mevrouw Mutluer is van harte welkom om hetstraks even van mij over te nemen.Ik stel de leden voor om vier interrupties te doen en die kort en bondig tehouden, zodat we een goede discussie kunnen voeren. De leden hebbenvier minuten spreektijd. Dan rest mij als enige nog om natuurlijk ook deMinister en zijn staf welkom te heten. Een groot aantal leden van de stafzijn ook buiten het zicht hard aan het werk om dit commissiedebat ingoede banen te leiden.Bij dezen is deze vergadering dus geopend. Ik wil als eerste het woordgeven aan mevrouw Martens-America namens de VVD.Mevrouw Martens-America (VVD):Dank, voorzitter. Vandaag spreken we over boa’s. Ik zie een groot aantalboa’s hier zitten. Hartelijk welkom en dank. Boa’s spelen een ontzettendbelangrijke rol, of het nou in de binnenstad, een dorp of de natuur is. AlsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 242 raadslid in Amsterdam heb ik een aantal keer mogen meelopen met deboa’s, onder andere op de Wallen. Ik was echt diep onder de indruk vanhoe zij zaken moeten oplossen met de middelen die ze op dat momentvan ons hebben gekregen. Nogmaals dank daarvoor. Ik heb gezien dat hetwerk allesbehalve makkelijk is. Ik heb ook gezien hoe de interactie metbijvoorbeeld de politie is. Ik heb gezien wat er allemaal beter moet. Ikhoop ook – dat is een uitnodiging – dat eenieder die hier zit, mij weet tevinden. Ik ben nieuw hier, dus ik hoor meer dan graag hoe wij jullie verderkunnen helpen.Voorzitter. Juist daarom is het van belang dat we dit debat hier vandaagvoeren. Gezien de beperkte spreektijd beperk ik mij tot een tweetalonderwerpen. Dat zijn de groene boa’s en de neutraliteit van het uniform.Voorzitter. De groene boa’s spelen een cruciale rol bij het beschermen vanonze natuurgebieden en indirect ook ons. Zij controleren bijvoorbeeld opillegale afvaldumping en zijn vaak als eerste ter plaatse bij grote drugs-dumpingen in de natuur. Daardoor krijgen zij helaas ook vaker direct temaken met georganiseerde criminaliteit. Dat baart mijn fractie zorgen. Ikben benieuwd wat op dit moment de stand van zaken is van bijvoorbeeldhet aanvragen van verdedigingsmiddelen zoals bodycams voor dezegroene boa’s die zij nodig hebben bij het uitvoeren van hun werk. Opwelke termijn gaat de Minister de beleidsregels wijzigen, zodat de vereistevan de noodzaak van een geweldsmiddel wordt gekoppeld aan debevoegdheden en taken van een boa, in plaats van aan vastgesteldesituaties uit het verleden?Ik vraag daarbij aan de Minister hoe ervoor gezorgd kan worden dat hettoewijzen van eventuele wapens en verdedigingsmiddelen in alleprovincies gelijkloopt, om te voorkomen dat er verschillen ontstaantussen provincies en dus tussen de instrumenten die deze boa’s hebben.Hoe zit het wanneer de provincie een omgevingsdienst heeft aangewezenen de omgevingsdienst, anders dan de provincie, niet overtuigd is watbetreft het toewijzen van deze geweldsmiddelen? Kan de Minister ditdelen met de Kamer? Daarnaast wil ik de Minister vragen of en hoe hetaanvraagsysteem voor vuurwapens voor groene boa’s kan wordenvereenvoudigd, uiteraard zonder dat dit ten koste gaat van hetzorgvuldige proces en de veiligheid. Wat de VVD betreft staat deveiligheid van boa’s voorop en mag die nooit in het geding komen doorgeorganiseerde criminaliteit.Voorzitter. Een neutraal uniform. Dit is mijn tweede punt en een belangrijkpunt, want zichtbare religieuze uitingen staan steeds vaker ter discussie inverschillende gemeenteraden. Wat de VVD betreft staat een uniform voorvertrouwen, gezag en neutraliteit. Dat geldt dus voor alle uniformen. Datis al geregeld voor de politie en voor militairen. Wat ons betreft wordt ditook geregeld voor boa’s. Zichtbare religieuze uitingen, zoals het dragenvan een keppeltje, een kruisje of een hoofddoek, dragen wat de VVDbetreft niet bij aan het uitstralen van deze neutraliteit. Laat ik duidelijk zijn:iedereen heeft het recht om te geloven wat hij of zij wil, maar mijn fractiestaat voor een seculiere samenleving, met een scheiding tussen kerk enstaat of tussen moskee en staat. We zullen dus wettelijk moeten veran-keren dat een boa-uniform neutraal moet zijn.Mevrouw Faber (PVV):Het doet me deugd dat de VVD pleit voor neutraliteit, ook voor onderandere de boa’s en de politie. Maar ik vind het volgende wel vreemd. Ikneem aan dat we daar geen jarenlang proces van willen maken. Wekunnen dat heel snel oplossen door de AMvB die al klaarligt in de lucht tehangen, maar tot mijn grote spijt heeft de VVD daartegen gestemd. Dandenk ik ook: hoe serieus bent u dan over die neutraliteit? Mijn voorstelwas destijds: «Laten we de AMvB in de lucht hangen. Dan gaan wewerken aan een wetsvoorstel. Dan is iedereen tevreden. Dan hebben weneutraliteit. Op lange termijn kunnen we het wettelijk borgen.» Dat leekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 243 me de beste oplossing. Mijn vraag is dus: hoe serieus bent u nu over dieneutraliteit? Dat vraag ik u via de voorzitter.Mevrouw Martens-America (VVD):Ontzettend serieus. Wij zijn al begonnen met het schrijven van een wet.De reden waarom we dat doen, is als volgt. Wat mevrouw Faber zegt,stemt mij ook wel positief, want als ik nu ga tellen hoeveel zetels er voorneutraliteit van boa’s zijn, dan denk ik dat wij de 100 wel gaan halen. Datis dus heel goed nieuws. Alleen, de Raad van State heeft natuurlijk ookgezegd: regel dit niet met een algemene maatregel van bestuur; regel ditwettelijk. Om het in één keer goed te doen, zijn wij begonnen met hetschrijven van een wet. Ik hoop dat die nog voor de zomer naar de Kamerkan komen.Mevrouw Faber (PVV):Alle respect voor de Raad van State, maar dat is een advies. Het is eenadvies. Dat kan de bewindspersoon naast zich neerleggen. We hebbeneen seculiere staat, dus we hadden ook een goede reden om dat naastons neer te leggen. Je komt de Raad van State al tegemoet door het ineen wetsvoorstel te gieten.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog, mevrouw Martens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik hoorde niet direct een vraag, maar ik wil uiteraard wel reageren opmevrouw Faber. Mevrouw Faber heeft het recht om ervoor te kiezen om tezeggen: mijn fractie vindt het advies van de Raad van State niet belangrijk.Mevrouw Faber (PVV):Dat heb ik niet gezegd.Mevrouw Martens-America (VVD):Nee, ik zei: «kan ervoor kiezen om». Dat zei ik letterlijk.De voorzitter:Mevrouw Faber, liever niet buiten de microfoon.Mevrouw Martens-America (VVD):Dat zei ik letterlijk, mevrouw Faber. Laten we dat ophelderen. Mijn fractieheeft ervoor gekozen om te zeggen: dan schrijven we de wet. Ik zou graagmet zo veel mogelijk mensen hier aan tafel die handschoen oppakken. Datwillen we zo snel mogelijk doen. Wij kiezen ervoor om het advies van deRaad van State in dezen wel te volgen.De voorzitter:Inmiddels is de heer El Abassi van DENK ook aangeschoven, zeg ik evensnel. Mevrouw Coenradie heeft nog een interruptie.Mevrouw Coenradie (JA21):Ook wij kijken reikhalzend uit naar een wet. Ik ben wel even benieuwd inhoeverre er door de VVD-collega uitgezocht is in hoeverre we, voordat dewet naar de Kamer en mogelijk ook naar de Eerste Kamer toe gaat, ietskunnen bedenken om te voorkomen dat er net na de gemeenteraadsver-kiezingen coalities gesmeed worden en er misschien toch afsprakenworden gemaakt die hier haaks op staan. Hoe kijkt de VVD daartegen aan?Is er een mogelijkheid tot een experimenteel iets of zijn er andere wegendie we daarin kunnen bewandelen?Mevrouw Martens-America (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 244 Ik denk dat dat een hele goede vraag is. Ik heb zelf zeven jaar in degemeenteraad van Amsterdam mogen zitten. Daar zijn natuurlijk almeerdere voorstellen aangenomen om dit wél toe te staan. Ik denk datmevrouw Coenradie dit heel terecht aankaart. Hoe voorkom je eenlappendeken, dus dat in elke gemeente wat anders wordt uitgevoerd? Ikzou heel graag samen willen kijken wat we daaraan kunnen doen. Mijnzorg is de volgende. Dat is de reden waarom we ervoor hebben gekozenom het advies van de Raad van State in dezen wel te volgen. Laten we hetin één keer goed doen. Laten we een goede wet schrijven. Laten we datwel zo snel mogelijk doen, maar laten we het in één keer goed doen. Alsmevrouw Coenradie ideeën heeft om te kijken wat we voor die tijd alzouden kunnen doen, wil ik daar graag samen met haar naar kijken. Hetlastige is natuurlijk dat dit alleen middels een wet is op te lossen, want hetgaat natuurlijk over het verschil in bevoegdheid tussen de gemeente endeze Minister. Als u ideeën heeft, zeg ik via de voorzitter, hoor ik die echtheel graag.Mevrouw Coenradie (JA21):Ik denk dat dat zeker goed is, dus op dat aanbod ga ik zeker in. Het ismisschien niet zo’n chique manier, maar wellicht kan de Minister in zijnantwoord aangeven of daar wegen voor zijn voordat er überhaupt overdeze wet in de Kamers gesproken wordt.De voorzitter:Dank u wel.De heer Mathlouti (D66):Ik heb een vraag aan mevrouw Coenradie naar aanleiding van haarinterruptie.De voorzitter:Sorry, in een commissiedebat kunt u alleen de spreker interrumperen.Maar u kunt uw interruptie natuurlijk wel bewaren voor straks, alsmevrouw Coenradie aan de beurt is voor haar inbreng.Mevrouw Martens-America (VVD):Dan ga ik afronden. De heer Van Dijk van de SGP heeft, gezien het geringeaantal zetels dat zijn partij op dit moment heeft, mij gevraagd om eenaantal vragen te stellen aan de Minister, omdat hij hier zelf niet bij kanzijn. Ik houd het kort. Gaat de Minister kijken naar uitbreiding van debevoegdheid van groene boa’s? Hoe voorkomt de Minister dat ov-boa’sop indirecte, oneigenlijke manier toch met steeds meer taken wordenopgezadeld, doordat meer verantwoordelijkheden naar ov-bedrijvenworden toegeschoven? Dat waren de vragen namens de heer Van Dijk.Dank u wel. Volgens mij zag ik nog een interruptie voor mij.De voorzitter:Dat klopt. Uw inbreng was mooi binnen de tijd. Er is een interruptie vande heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Ik zou de VVD willen vragen waarom zij het vooral belangrijk vindt wat deuiterlijke kenmerken van een boa zijn, in plaats van de handelingen vaneen boa.Mevrouw Martens-America (VVD):Dat is een hele mooie vraag, dus ik ben oprecht blij dat ik die vraag krijg.Ik ben lid van een liberale partij en wij geloven principieel in de scheidingvan kerk en staat, of moskee en staat in dezen. Het heeft voor ons dustwee redenen. Enerzijds is een uniform neutraal. Daar hoort geen enkeleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 245 religieuze uiting bij, welke dan ook. Je ziet het bijvoorbeeld ook inAmsterdam, bij de grote incidenten die daar de afgelopen jaren hebbenplaatsgevonden. Ik durf er oprecht vraagtekens bij te plaatsen als boa’smet een keppeltje of hoofddoek worden afgestuurd op die incidenten,want in hoeverre helpt dat? Ik weet niet of ik dat de dames en heren inkwestie zou durven aandoen.Anderzijds is er het punt waar ik mee begon. Ik geloof principieel datreligie geen enkele rol mag spelen bij het dragen van een uniform. Privéuiteraard wel; iedereen mag geloven wat hij of zij wil. Je mag ook werkenbij de politie. Je mag werken als boa, maar niet in uniform op straat,wanneer je er in je leven voor hebt gekozen om een religieuze uiting tedragen.De heer El Abassi (DENK):Mevrouw Martens-America weet dat het niet waar is dat een uniformalleen neutraal is op het moment dat de vrouw geen hoofddoek draagt. Erzijn scheidsrechters met hoofddoeken; die hebben ook uniformen aan. Erzijn politieagenten in het buitenland met een hoofddoek. Er zijn boa’s inhet buitenland met een hoofddoek; die zijn ook gewoon neutraal. Datklopt dus niet. Ik vroeg mevrouw Martens-America waarom ze uiterlijkekenmerken wel belangrijk vindt en handelingen niet. Ik heb namelijk eenmotie ingediend waarin ik heb gevraagd om politiemedewerkers die in deafgelopen vijf jaar veroordeeld zijn voor discriminatie, racisme ofintimidatie, niet aan te nemen bij de politie. Die mensen zijn namelijk nietneutraal. Dat is gebleken. Die zijn door de rechter veroordeeld. Waarommogen die wel aangenomen worden bij de politie en een vrouw met eenhoofddoek die niets gedaan heeft niet? Dat zou ik de VVD nog een keerwillen vragen.Mevrouw Martens-America (VVD):Naar mijn gevoel gooit de heer El Abassi twee verschillende zaken op éénhoop, maar ik ga toch een poging doen om antwoord te geven op devraag, want hij stelt een serieuze vraag. Met die motie ben ik niet bekend,dus daar ga ik even naar kijken. Ik vind het een legitiem punt. Als jegedragingen aantoonbaar, inclusief een veroordeling, hebben geleid totde gedachte dat jij wellicht niet objectief kunt handelen, vind ik dat eenzeer interessante vraag. Daar ga ik dus even naar kijken. Daarnaast heb ikniet het gevoel dat ik mij moet verantwoorden of verontschuldigen voorhet feit dat ik geloof in een seculiere staat. Ik zal er dus alles aan doen omte zorgen dat religie bij uniformen geen factor zal zijn.De heer El Abassi (DENK):Dat laatste ben ik met mevrouw Martens eens: religie zou geen factormoeten zijn bij het uitoefenen van je beroep. Dat speelt ook niet bij boa’s,zoals het ook niet speelt bij scheidsrechters, boa’s in het buitenland etcetera et cetera. Daarom gaat het mij juist om het handelen. Op hetmoment dat je anders handelt, dus niet neutraal handelt, moet je welaangepakt worden. Ik blijf het vreemd vinden dat als ik een motie indienwaarin het om het handelen gaat en zeg dat je dat ambt dan niet moetkunnen uitoefenen, de VVD dan tegenstemt. Dat vind ik jammer.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik heb geen vraag gehoord. Zoals ik eerder heb gezegd, ben ik niet bekendmet die motie. Het lijkt mij een hele serieuze motie, dus ik zou die straks inde schorsing ook wel graag zien. Het lijkt mij niet essentieel voor hetdebat dat wij hier nu voeren of voor het punt dat ik aanhaal over hetuniform. Het dragen van een religieuze uiting is een vrije keuze, zoals hetook een vrije keuze is om te kiezen voor een beroep waarin je een uniformdraagt. Dat is geen verplichting. Dat mag. Je mag werken met eenreligieuze uiting, met een keppeltje of met een hoofddoek, bij de politie,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 246 als boa. Wat de VVD betreft is dat wanneer je kiest voor een uniform nietaan de orde. Dat geldt voor elke religie.De voorzitter:Dank u wel. Was u aan het einde van uw betoog? Ja. Dan geef ik hetwoord aan mevrouw Mutluer van de PvdA.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Allereerst mijn grote waardering voor ...De voorzitter:Excuses, mevrouw Mutluer spreekt namens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dat maakt helemaal niet uit. We gaan opnieuw beginnen.Allereerst mijn enorme waardering voor de inzet van onze buitengewoonopsporingsambtenaren. Vaak zeggen we: de politie zorgt voor veiligheiden boa’s zorgen voor leefbaarheid. De praktijk is echter veel weerbar-stiger. Ik ben er blij mee dat het ons is gelukt om het hele boa-stelselvandaag apart te behandelen in plaats van dat te doen tijdens eenpolitiedebat, want dat verdienen de boa’s.GroenLinks-PvdA vindt het belangrijk dat de herziening niet blijft steken,zeg ik in alle eerlijkheid, in een administratieve operatie. We zien namelijkeen vervaging tussen de politie- en boa-taken, juist ook doordat de politieonder grote druk staat. Dan kun je niet zeggen: boa’s moeten meeropvangen, maar dat moeten ze wel doen zonder de bevoegdheden,uitrusting, ondersteuning en informatiepositie die daarbij horen.Voorzitter. Mijn fractie maakt zich in dat licht al langer zorgen over degroene boa’s. Op werkbezoeken hebben we gezien hoe groot hunbetrokkenheid bij onze natuur is, maar ook hoe gevaarlijk hun werk somsis. Zij kunnen worden geconfronteerd met stroperij, ondermijning engeorganiseerde drugscriminaliteit. In the heat of the moment kunnen zijniet altijd terugvallen op directe politiebijstand. Dan helpt het niet als deMinister in zijn beantwoording eigenlijk zegt: als een boa niet formeel isaangewezen door de gedeputeerde staten van de provincie voor hetcontroleren op bijvoorbeeld gewapende stroperij, kan er ook geen grondvoor het dragen van een vuurwapen zijn, ook al kan de boa die situatie inde praktijk wel degelijk tegenkomen. Dat vind ik echt een bureaucratischebenadering, want de praktijk trekt zich weinig aan van functiebeschrij-vingen. Een boswachter die in een afgelegen gebied oog in oog staat meteen gewapende crimineel heeft niets aan de constatering dat dit op papiernet buiten zijn formele taak valt.Mijn vraag aan de Minister is dus: erkent hij dat de toekenning vangeweldsmiddelen niet mag verzanden in een systeem waarin de papierenwerkelijkheid boa’s in de echte wereld onnodig kwetsbaar maakt en erkenthij dat ze afhankelijk zijn van de provincie? Is hij bereid om met de groeneboa’s zelf opnieuw te kijken naar de uitvoerbaarheid van de procedures ende rol van Justis? Omgekeerd zeg ik ook dat er ingezet moet worden opde professionalisering van communicatie, de-escalatie en het toepassenvan bewapening bij groene boa’s.Dit wringt overigens ook bij de NS-boa’s. Zij krijgen te maken metagressie, geweld en mensen met onbegrepen gedrag. De NS heeftgezegd: wij willen niet dat onze boa’s steeds verder in de richting vanarrestantenvervoer en aanhoudingsafhandeling worden geduwd, omdatdat ten koste gaat van hun primaire taak, namelijk de veiligheid in de treinen op het station. En wat zegt de Minister dan? Ja, de werkgevers, depolitie en het bevoegd gezag moeten daar lokaal maar afspraken overmaken. Maar daarmee weten heel veel NS-boa’s nog steeds niet waar zeaan toe zijn. Tegelijkertijd zeg ik dat ik ook wel weer hele mooie dingenzie, zoals in Utrecht, waar bepaalde interventiemedewerkers, de boa’s,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 247 mensen met onbegrepen gedrag op een passende manier opvangen. Datvind ik heel waardevol. Wat mij betreft wordt dat ook uitgerold. Ga dussamen met NS-boa’s kijken wat nodig is.Dan de informatiepositie. De Minister erkent gelukkig dat boa’s alsvolwaardig partner binnen de politiefunctie hun werk veilig en adequaatmoeten kunnen doen, maar dan moet de toegang tot identificatie-informatie echt op orde komen. De toegang tot het rijbewijzenregister isweer doorgeschoven, ondanks eerdere moties van onze hand. Ook deverdere toegang tot systemen als de SKDB en de BVV zit voor boa’s nogin verkenningen, juridische trajecten en wetswijzigingen. Mijn vraag is:wanneer komt die toegang er nou en wat gaan de boa’s daarvan merken?Tot slot, voorzitter. PTSS is een onderwerp dat ik heel belangrijk vind, ookin het licht van brandweer en politie. Wij hebben gezegd: ga dat landelijkerkennen. Dat geldt wat mij betreft ook voor de boa’s. Daar wil ik graageen reactie van de Minister op. Hetzelfde geldt voor de financiering en deonafhankelijke klachtenbehandeling. Onze oproep, en dan rond ik af, is:stuur boa’s niet met een kluitje in het riet. Zij zijn een volwaardige partneren verdienen alle steun van onze zijde.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Straatman heeft een interruptie. Ik weet niet wie ereerder was.Mevrouw Straatman (CDA):Ik heb een vraag aan mevrouw Mutluer over PTSS. In het nieuweboa-stelsel zien we dat heel veel van de nazorg primair geregeld is bij dewerkgever, waardoor het heel afhankelijk is van de werkgever welkekeuzes er wat betreft nazorg worden gemaakt. Hoe kijkt zij naar deinbedding van PTSS, en nazorg in brede zin, in het nieuwe bestel?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dat vind ik een uitstekende vraag van mijn collega. Ik ben heel blij dat iksamen met haar optrek met onze initiatiefnota om een PTSS-instituut vooralle geüniformeerde beroepen in het leven te roepen. In dat kader vind ikdan ook dat de boa’s die met verschillende werkgevers te maken hebben,duidelijkheid moeten krijgen. Nu is het namelijk primair de verantwoorde-lijkheid van de werkgever. Dat kan verschillen. Je ziet dat de boa’s op ditmoment publieke taken vervullen in een steeds grimmigere omgeving.Dan kun je niet volstaan met handreikingen en richtlijnen. Ik vind datPTSS bij de boa’s ook gewoon landelijk erkend moet worden, net als bijde brandweer inmiddels, dankzij ons, het geval is. Ik vind dat er gewoonhulp, ondersteuning en financiering moeten komen. Het moet niet van jewerkgever afhangen welke ondersteuning en hulp je krijgt. Wat mij betreftwordt dat dus nader geregeld. Ik hoop dat de Minister daar straks ook eenantwoord op kan geven.De voorzitter:Dat was voldoende? Er zijn geen andere interrupties? Dan geef ik hetwoord aan de heer Mathlouti, die spreekt namens D66.De heer Mathlouti (D66):Dank, voorzitter. Mijn eerste debat in deze commissie gaat direct overonze mensen op straat. Het gaat over de boa’s, die we allemaal kennen uitonze wijken, stations en winkelstraten. Het zijn mensen die zich er keihardvoor inzetten en er dagelijks voor zorgen dat onze leefomgeving heelschoon en vooral veilig blijft. Zij zijn ook vaak de eerste die te makenkrijgen met frustratie richting de overheid. Dat is geen makkelijke positie.Ik wil ze daar allereerst graag voor bedanken. Ik sluit me aan bij dewoorden van de eerdere sprekers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 248 Voorzitter. Het nieuwe boa-stelsel. Er worden een aantal goede stappengezet om het werk van de boa verder te professionaliseren. Ik lees in debrief dat het terugbrengen van het aantal domeinen van zes naar tweeonder andere zorgt voor meer duidelijkheid. Ook de verbeterde toegangtot informatiesystemen juichen wij toe. We lezen bijvoorbeeld dat deboa’s toegang krijgen tot het rijbewijsregister en het kentekenregister. Datis een goede eerste stap. Dat geldt helaas nog niet voor de toegang totonder andere de strafrechtketendatabank. We lezen dat hier eenverkenning over loopt, maar wat is hier de status van, vraag ik deMinister. Als je verantwoordelijkheid draagt op straat, moet je ook over dejuiste informatie beschikken en daar gegrond naar kunnen handelen.Gelukkig zetten we daar in ieder geval een eerste goede stap toe.Voorzitter. Naast complimenten heb ik ook een aantal zorgen. Zoverschuift het directe toezicht, van politie en OM naar de werkgevers zelf.Ik begrijp dat dit in de basis voor zowel de politie als het OM praktisch kanzijn, maar tegelijkertijd krijgen boa’s in het nieuwe stelsel ook veel meerbevoegdheden. Juist daarom vind ik dat we scherp mogen zijn op hettoezicht. Zie ook de zorgen van de Nationale ombudsman hierover. Voorzowel de boa als de burger moet helder zijn wie er controleert en waar jeterechtkunt als er echt iets misgaat. De Minister geeft in zijn brief aan datde nadere uitwerking plaatsvindt, maar misschien kan hij daar al iets overzeggen.Voorzitter. Dan wil ik het hebben over nazorg. We weten dat het werk vande boa lichamelijk, maar vaak ook emotioneel, zwaar kan zijn. Het geweldwaarmee zij te maken krijgen, is niet mals. Werkgevers worden ooknadrukkelijk verantwoordelijk voor de nazorg. Ik denk dat dat in de basiseen goede zet is. Daarin schuilt misschien wel het risico dat de ene boabeter wordt beschermd dan de andere. Mijn vraag aan de Minister is danook: hoe zorgen we ervoor dat alle boa’s gelijke bescherming krijgenwanneer ze die nodig hebben? Hoe wordt de kwaliteit daarvan geborgd?Zal de Minister daar vanaf het eerste moment actief op toezien, bijvoor-beeld door werkgevers actief te vragen naar hun opbouw van de nazorg?Ik lees nu namelijk vooral dat het initiatief wat betreft verantwoording enmonitoring op het gebied van nazorg vooral bij de werkgevers wordtneergelegd. Kan dat initiatief ook bij de Minister zelf komen te liggen?Voorzitter. Dan de Wet seksuele misdrijven. Mijn collega Van der Werfheeft hier eerder verzocht om alle boa’s handelingsbevoegd te makenonder die wet. We weten namelijk uit de praktijk dat straatintimidatie veelvoorkomt op plekken waar boa’s een belangrijke rol vervullen, zoalsstations, uitgaansgebieden en drukke winkelstraten. De Minister geeft inde stukken aan dat de evaluatie binnenkort verwacht wordt. Kan hijaangeven wanneer deze komt en hoe snel hij verwacht dat boa’s landelijkonder deze bevoegdheid kunnen vallen?Voorzitter, tot slot. In Noord-Holland loopt momenteel een pilot waarinpolitie en boa’s op meldkamerniveau nauw met elkaar samenwerken,onder meer via een aparte handhavingstafel. Uit die pilot lezen we dat datzorgt voor betere informatie-uitwisseling, meer gecoördineerdeaansturing en een effectieve inzet van zowel politie als handhaving. Hoekijkt de Minister naar deze pilot? Is hij eventueel bereid om te verkennenhoe de lessen hieruit breder kunnen worden getrokken en landelijkkunnen worden ondersteund?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik ben blij dat mijn collega ook de straatintimidatie aanhaalt. Per 1 januari2024 geldt de Wet seksuele misdrijven en is straatintimidatie strafbaar.Alleen blijkt handhaving complex te zijn, omdat de boa’s geen bevoegd-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 249 heden hebben. Daarover hadden wij inderdaad, in samenwerking metD66, een motie ingediend. Het duurt mij te lang. Deelt mijn collega onzemening dat het allemaal te lang duurt, ook de pilots en de evaluatie?Voordat het daadwerkelijk uitgerold wordt, leven we in 2027 en 2028.Vindt mijn collega ook dat de Minister hier vaart mee moet maken en veeleerder naar de Kamer moet komen om te regelen dat straatintimidatie inalle gemeenten door de boa’s, onder hun bevoegdheid, wordt opgepakt?De heer Mathlouti (D66):De behoefte aan snelheid is ook de achtergrond van mijn vraag. Tegelij-kertijd kan ik me voorstellen dat je dit zorgvuldig moet doen. Ik hebbegrepen dat er een eerste pilot is geweest met een klein aantalgemeenten, waarvan de bevindingen nog niet voldoende waren om tezeggen: we gaan het breder uitrollen. Daar was een verdere proef voornodig. Ik ben heel erg benieuwd wanneer we daar de resultaten vankrijgen. Hoe eerder hoe beter, maar het moet ook zorgvuldig.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. We gaan door naar mevrouw Straatman. Zijspreekt namens het CDA.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. Boa’s vervullen een cruciale rol in onze publiekeruimte. Ze dragen bij aan de leefbaarheid, de veiligheid en het gezag vande overheid op straat. Dat doen boa’s in steeds moeilijkere omstandig-heden, want ook voor hen, net als voor veel hulpverleners en personenmet een publieke taak, verhardt het werk: van geweldsuitbarstingen opstraat of in de trein tot confrontaties met drugscriminelen in de natuur. HetCDA staat voor de veiligheid van boa’s en alle personen met een publieketaak. Wij zullen ons blijven inzetten om die veiligheid te verbeteren.Daarbij past ook een nieuw boa-stelsel. Het CDA heeft daar nog wel eenaantal vragen over.Allereerst over de uitrusting. In het nieuwe stelsel is de werkgever aan zetom een verzoek te doen tot toekenning van aanvullende uitrusting engeweldsmiddelen. De adviesrol van de politie verdwijnt. Dat is geen kleineverandering, want dat vraagt veel van werkgevers. Voor het CDA is hetbelangrijk dat de rechtsgelijkheid wordt geborgd. Wij begrijpen dat ermaatwerk nodig is voor de diverse taken van boa’s, maar binnen diediversiteit moeten gelijke gevallen ook gelijk uitgerust worden. Het kannamelijk niet zo zijn dat een boa met een soortgelijk takenpakket ingemeente a wel een korte wapenstok of pepperspray krijgt en ingemeente b niet, puur afhankelijk van de willekeurige inschatting vanverschillende werkgevers. Hoe borgt de Minister eenheid in diversiteit?Meer specifiek over de uitrusting van groene boa’s in de handhaving vanstroperij. De Minister schrijft dat inmiddels de kou uit de lucht zou zijn endat bij alle provincies duidelijk is dat aanwijzingen van boa’s voor dehandhaving zijn belegd bij de gedeputeerde staten van provincies. Maar isdat wel zo? De provincies waarbij hierover onduidelijkheid zou bestaan,zouden momenteel bezig zijn met aanwijzingsbesluiten. Kan de Ministeraangeven hoe het ervoor staat met die aanwijzingsbesluiten? Zijn dieinmiddels in alle provincies genomen? Zo nee, wat gaat de Minister dandoen voor de groene boa’s die nog met een bevoegdheidsvacuüm temaken hebben?Voorzitter. Dan over het onafhankelijk toezicht. In het nieuwe stelselverliezen politie en OM hun directe toezichthoudende rol en krijgenwerkgevers een primaire verantwoordelijkheid in het toezicht. Tegelij-kertijd schrijft de Minister dat het gebruik van geweldsmiddelen altijdgebeurt onder het gezag van het Openbaar Ministerie. Hoe verhouden dietwee waarheden zich tot elkaar? Welke toezichthoudende rol van het OMblijft bestaan en welke verdwijnt? Voor het CDA is het belangrijk dat in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2410 nieuwe bestel de onafhankelijkheid van het toezicht geborgd blijft. Hoegaat de Minister dit inregelen als de primaire toezichttaak bij de wetgeverintern wordt ingeregeld?Voorzitter. Dan de lastendruk voor werkgevers. Zij krijgen zwaardereverantwoordelijkheden op het gebied van opleiding, permanenteeducatie, screening, nazorg en toezicht. Wat betekent dit concreet voorkleine gemeenten en particuliere werkgevers? Hoe voorkomt de Ministerdat deze lastenverzwaring de inzet van boa’s voor kleine gemeentenmoeilijker maakt?Dan nazorg, waar ik zojuist al wat over zei. De Minister wijst in debeantwoording van de schriftelijke vragen op de richtlijnen en deaanstelling van een veiligheidsadviseur. Dit maakt nazorg nog steedsafhankelijk van de keuzes van de individuele werkgevers. PTSS wordtvoor boa’s ook nog niet erkend als beroepsziekte. Het CDA heeft in deinitiatiefnota over PTSS het belang benadrukt van uniformiteit en eencentraal meldpunt. Hoe gaat de Minister deze uniformiteit inbedden in ditnieuwe stelsel?Voorzitter, ik rond zo af, maar eerst nog iets over de informatiepositie. DeMinister zet goede stappen voor de verbetering van de informatiepositievoor boa’s, maar legt daarbij de focus op publieke boa’s. Wat gaat deMinister doen om de informatievoorziening voor private boa’s, met nameprivate groene boa’s, te verbeteren? In dat kader heb ik ook nog een vraagover de toegang van ov-boa’s tot de strafrechtketendatabank – dat is eenhele mond vol. Mijn collega’s van IenW horen telkens dat dat nog niet luktomdat het vastloopt bij JenV. Klopt dat? Kan de Minister dat verdertoelichten?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Straatman. Dan gaan we naar de bijdrage vanmevrouw Faber namens de PVV.Mevrouw Faber (PVV):Dank u wel, voorzitter. Het werk van de boa en de politie liggen in elkaarsverlengde. Waarom zouden we de boa dan niet opnemen in de politieor-ganisatie? Volgens de Minister is hier geen draagvlak voor. De politie zouonder andere niet over voldoende financiën beschikken. Maar bijoverdracht van de boa kan dat toch samen met de bijbehorendemiddelen? Hoezo is er een risico dat de lokale verankering dan minder zouworden? De politie is toch ook gecentraliseerd? Insinueert de Minister datde politie niet lokaal betrokken is?In plaats van tot centralisering gaat de Minister over tot decentralisering.Het stelsel wordt hervormd naar een gelaagd model, waarin de rol van dewerkgever groter wordt. Het toezicht verschuift van politie en OM naar dewerkgever, die de grote verantwoordelijkheid van de verstrekking vangeweldsmiddelen krijgt. De werkgever kan de Minister vragen omgeweldsmiddelen toe te kennen. De werkgevers zijn primair verantwoor-delijk voor het juiste gebruik daarvan. Staat de werkgever sterk genoeg inzijn schoenen om de geweldsmiddelen daadwerkelijk in te zetten? De kansis groot dat werkgevers worden bedolven onder een klachtenregen, daarzij ook een laagdrempelige klachtenprocedure dienen op te tuigen. Daarbijkomt nog dat het daadwerkelijke gebruik van deze bevoegdheid geschiedtonder het gezag en de verantwoordelijkheid van het OM. Zo veelverschillende partijen werkt het verschuilen achter elkaar in de hand.Hoeveel grip houdt de Minister hier nog op? Kortom, een groot deel vande verantwoordelijkheid en de kosten worden belegd bij de werkgevers.Dit zal bijvoorbeeld de prijs voor een treinkaartje nog verder opdrijven. Ditkomt in feite door een falende overheid.Voorzitter. Het trainen en toetsen van boa’s valt officieel onder deverantwoordelijkheid van hun werkgevers. Echter, veel werkgeversTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2411 hebben dit uitbesteed aan de Politieacademie, die de hercertificering wilafbouwen, waardoor de boa’s hun bevoegdheid dreigen te verliezen. DePolitieacademie zou een inhaalslag organiseren. Wat is de status hiervan?Waarom laten we de BOA Academie de hercertificering niet overnemenvan de Politieacademie? Weliswaar kunnen werkgevers eigen gecertifi-ceerde toetsers inzetten, maar dan moeten toetsers wel in vaste dienst zijnbij de werkgever en dat is niet altijd het geval. Is het een idee om dehertoetsing eenmaal in de twee jaar plaats te laten vinden in plaats vanieder jaar? Graag een reactie van de Minister.Voorzitter. Groene boa’s struinen tijdens nacht en ontij door de bossen enlopen regelmatig tegen illegale stropers aan, dikwijls met een jacht-geweer. Daarom is de groene boa uitgerust met een vuurwapen. Nu is ernogal wat gesteggel over dit wapen. Het is «use it or lose it». Het oordeelkan zijn: als er niet voldoende incidenten zijn, heb je het kennelijk nietnodig. Terwijl zelfs de rechter stelt dat het, als je belast bent met dehandhaving van onder andere wildstroperij, aannemelijk is dat je met eenvuurwapen geconfronteerd kan worden. De Minister geeft aan het beleiddusdanig aan te passen dat niet het aantal processen-verbaal, maar de rolen taak van de boa leidend zullen zijn in de afweging voor het toekennenvan geweldsmiddelen, maar wanneer laat de Minister dit eindelijk inwerking treden?Voorzitter. Op basis van de Omgevingswet ligt de toekenning van hetvuurwapen bij de gedeputeerde staten. Dat is eigenlijk wel vreemd, wantde provincie kan alleen bestuurlijk handhaven en de boa’s handhavenstrafrechtelijk. Stroperij is een economisch delict, dat onder het strafrechtvalt. Dat is dus een hele vreemde constructie. De ene provincie kent hetwapen wel toe en de andere weer niet, met als gevolg dat stropers zichverplaatsen naar het gebied met de minste pakkans. Waarom wordt ditniet landelijk geregeld? Is het IPO al in actie gekomen, zoals afgesproken?Graag hoor ik over de status hiervan.Voorzitter. Zoals de Minister al eerder aangaf, is het huidige boa-stelselcomplex. Het geweldsmonopolie ligt primair bij de Staat. Nu wordt hetversnipperd in diverse lagen. Dit is het tegenovergestelde van de wensvan de Kamer. Is de Minister bereid om bij nader inzien toch over te gaantot centralisatie?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Faber. U bent ook mooi binnen de tijd gebleven.Dan gaan we over naar mevrouw Coenradie van JA21.Mevrouw Coenradie (JA21):Voorzitter. Boa’s spelen een steeds belangrijkere rol in de handhaving vanregels in onze publieke ruimte, of dat nu is in het openbaar vervoer,natuurgebieden of onze steden en dorpen. Daarom is het goed dat wevandaag spreken over de toekomst van het boa-stelsel. Als we meer vanboa’s vragen, moeten we ook eerlijk kijken naar de randvoorwaardenwaaronder zij hun werk doen.Laat ik beginnen bij het openbaar vervoer. Uit cijfers van vervoerders blijktdat agressie en geweld tegen medewerkers een hardnekkig probleemblijft. De NS registreerde in 2024 meer dan 1.000 incidenten met agressietegen het personeel, waarbij in honderden gevallen zelfs sprake was vanfysiek geweld en letsel. Juist medewerkers met een handhavende taak,zoals ov-boa’s, krijgen hier relatief vaak mee te maken. Tegelijkertijd horenwij vanuit OV-NL dat er in de praktijk wel degelijk sprake is van eenverschuiving van taken richting vervoerders, bijvoorbeeld bij arrestanten-vervoer en aanvullende toezichts- en verantwoordingsverplichtingen. DeMinister stelt dat daarvan geen sprake is. Kan de Minister reflecteren opdit verschil in beeldvorming? Is hij bereid om hierover met de sector inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2412 gesprek te gaan, zodat duidelijkheid ontstaat over verwachtingen enverantwoordelijkheden?Dan de samenwerking tussen de politie en de ov-boa’s. In de beant-woording lezen we dat afspraken over aanhouding en verdere afhandelingop stations iets is tussen de lokale gezagen, de politie en deboa-werkgever. Tegelijk schrijft de Minister dat voor een organisatie als deNS samenwerkingsafspraken juist zo veel mogelijk landelijk moetenworden ingevuld. Dat laatste lijkt mij logisch, maar wat wordt het nouprecies? Moet een landelijke vervoerder straks langs ieder lokaal gezagom afspraken te maken over arrestaties op stations of gaan we toe naaruniforme, landelijke afspraken?Daarnaast zien we in de praktijk verschillen in de samenwerking tussenpolitie en ov-boa’s, mede door uiteenlopende concessie-eisen vanregionale overheden. Dat kan leiden tot onduidelijkheid over taken enverantwoordelijkheden. Is de Minister bereid te bezien of er meerlandelijke afspraken nodig zijn om meer uniformiteit te creëren?Voorzitter. Wij steunen het verzoek om ov-boa’s onder passendewaarborgen toegang te geven tot de Basis Voorziening Vreemdelingen, destrafrechtketendatabank en het rijbewijsregister. In de praktijk komenhandhavers regelmatig situaties tegen waarin de identiteit van personenniet direct kan worden vastgesteld. Toegang tot deze registers kanbijdragen aan snellere en effectievere handhaving. Is de Minister bereiddit met prioriteit te regelen?Voorzitter. In de stukken lezen we ook dat veel zaken lokaal geregeldmoeten worden, terwijl boa’s zich bij gewelds- of hoogrisicosituatiesmoeten terugtrekken. Dat klinkt logisch op papier, maar in de praktijk kandat ingewikkelder zijn, bijvoorbeeld in buitengebieden, waar politieonder-steuning langer op zich laat wachten. Deelt de Minister de zorg dat boa’shierdoor soms in situaties terechtkomen waarin terugtrekken niet altijdeenvoudig is? Hoe gaan we daar verantwoord mee om?Tot slot de randvoorwaarden voor boa’s zelf. Wij horen nog altijdzorgwekkende signalen dat door capaciteitsproblemen bij de Politieaca-demie niet alle boa’s met geweldsmiddelen tijdig kunnen wordengetoetst. Daarbij horen we dat politiepersoneel vaak voorrang krijgt bijtoetsing, waardoor boa’s langer moeten wachten. Hoe staat het met dewerkgroep die een inhaalslag moest organiseren? In het licht vanarbeidskracht wil ik de Minister ook vragen om te kijken naar defrequentie van toetsing. Zou het niet verstandig zijn om dit bijvoorbeeldeens per twee jaar te doen in plaats van jaarlijks, zodat operationelecapaciteit behouden blijft? De vakbond heeft voorgesteld om te kijkennaar een aparte boa-academie voor toetsing, onder toezicht van hetministerie. Hoe kijkt de Minister naar dat voorstel?Tot slot de her- en bijscholing. Boa’s in verschillende disciplines doen heelander werk, van ov-handhaving tot natuurtoezicht. Hoe gaat de Ministerervoor zorgen dat her- en bijscholing meer kunnen worden toegesnedenop de specifieke functie van een boa?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Coenradie. Dan gaan we over naar mevrouwLammers van Groep Markuszower.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Boa’s staan dagelijks in de frontlinie, in hetopenbaar vervoer, op straat en in wijken waar agressie en intimidatiesteeds normaler lijken te worden. De cijfers liegen er dan ook niet om. Hetwerd net al even genoemd: alleen al de NS meldde in 2024 al meer dan1.000 ernstige agressie-incidenten tegen medewerkers, waarvan 336gevallen van lichamelijk geweld en 338 letselgevallen. Dit is de realiteitwaarin onze boa’s moeten werken. Daar moet hard tegen wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2413 opgetreden. Sinds 23 februari loopt er bij de NS een pilot waarin 75NS-boa’s worden opgeleid om een korte wapenstok te dragen. Diewapenstok is keihard nodig voor alle boa’s. Daarom wil mijn fractie datdeze pilot zo snel mogelijk wordt afgerond en dat de korte wapenstoklandelijk beschikbaar komt voor alle boa’s.Daarnaast hoor ik uit het veld een ander knelpunt. Boa’s werken nogsteeds met versnipperde registratiesystemen. Daardoor weten collega’svaak niet wat er speelt. Geef boa’s één landelijk systeem waarinincidenten direct kunnen worden geregistreerd en gedeeld, zodat snellerkan worden opgetreden. Kan de Minister hierop reageren?Voorzitter. Dan een ander belangrijk punt voor onze fractie. Politie enboa’s dienen in beginsel neutraal over straat te gaan. Daar is eenKamermeerderheid voor. Ik wil hier wel een kanttekening bij plaatsen. Wemoeten niet vergeten waar we vandaan komen. We waren altijd eenchristelijk land en wat onze fractie betreft moet Nederland haar joods-christelijke normen en waarden verdedigen. Laten we dus niet alle religiesover één kam scheren. Joden en christenen leggen hun religie niet op aananderen. Bij de islam zien we dit echter voortdurend, net als afgelopenmaandag bij de iftarschorsing. De discussie over neutraliteit gaat dan ookover de opdringerigheid van de islam. Daarom wil Groep Markuszowerwel een verbod op religieuze uitingen bij boa’s, maar moet er wat onsbetreft daarna wel worden nagedacht over coulance voor joods-christelijke symbolen.Het vorige kabinet wilde het verbod op religieuze uitingen via een AMvBregelen. De Raad van State was kritisch, maar het kan en het mag, en hetis vooral de snelste route. Mijn vraag is dus ...De voorzitter:Mevrouw Lammers, er is een interruptie. Stelt u uw vraag en daarna krijgtu een interruptie van mevrouw Straatman.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Dus mijn vraag is: waar blijft het verbod en voor welke datum gaat deMinister dit regelen?Mevrouw Straatman (CDA):Volgens mij staat in onze Grondwet dat iedereen gelijk is. Volgens mijstaat er ook vrijheid van godsdienst in. Dus mijn oprechte vraag aanmevrouw Lammers is als volgt. Óf u bent voor een verbod op religieuzeuitingen – daar kan ik me heel veel goede argumenten bij voorstellen – ofu bent daartegen. Kunt u uitleggen hoe u binnen de kaders van onzeGrondwet mensen met een islamitische achtergrond wilt verbieden omeen hoofddoek te dragen, maar coulance wilt betrachten voor anderen?Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Zoals ik net heb benoemd, is onze fractie van mening dat Nederlandgebaseerd is op joods-christelijke normen en waarden. Die willen wijbehouden. Daarom vinden wij dat er daarvoor coulance moet zijn.Mevrouw Straatman (CDA):Ik leid hieruit af dat u dus voor een grondwetswijziging bent wat betreft devrijheid van godsdienst, want dat is de enige manier waarop u dit zoukunnen inregelen. Ik denk overigens dat dat ook niet kan, maar laten wedat dan ook wel helder hebben.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Ik hoor niet echt een vraag.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2414 Oké, u gaat daar zelf over. Mevrouw Lammers, zou u even uw microfoonwillen uitzetten? Er is namelijk een interruptie van mevrouw Martens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik wil dat verbod ook. Daarom ben ik zelf begonnen met het schrijven vaneen wet. Daar had mevrouw Lammers zelf ook voor kunnen kiezen inplaats van voor het wijzen naar anderen. Ik wil eigenlijk wel voortbor-duren op de vraag die net gesteld is. Hoe zou u dat doen?Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Daar zijn allerlei manieren voor. Je kan bijvoorbeeld zeggen dat je daarniet op gaat handhaven. Als iemand een klein kruisje wil dragen, zou jekunnen zeggen: we handhaven daar niet op.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik heb geen antwoord gehad op de vraag. Nogmaals, wij vinden volgensmij allebei dat er een verbod moet komen op religieuze uitingen, maarmevrouw Lammers roept zaken die wettelijk gezien niet mogelijk zijn, ookniet middels een wijziging. Ik ben zelf wel een beetje van de tak die vindtdat als je hier hele grote stoere praat hebt, je het zelf moet regelen of inieder geval één, twee of drie opties moet noemen voor hoe je dit wiltregelen. Laten we hier nou niet een wedstrijd doen wie het strengste is. Ikga die wet zelf schrijven. Ik neem aan dat mevrouw Lammers daar danstraks voor stemt. Oké, laat ik het dan makkelijk maken. Als dat voorligt,welke wet zou u dan willen aanpassen, middels een amendement of weetik veel, om wat u hier roept daadwerkelijk te realiseren?Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Dat hoeft niet per se via een wet of een amendement. Je kan ook gewoonafspreken dat als iemand een klein kruisje draagt, je daar niet op gaathandhaven.De voorzitter:Dan zag ik nog een interruptie van de heer Mathlouti.De heer Mathlouti (D66):Mevrouw Lammers had het over de joods-christelijke waarden. Kan zijduiden wat die waarden dan precies zijn?Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Ik denk dat die in de Grondwet staan.De heer El Abassi (DENK):Dat is heel vreemd. Mevrouw Lammers, die zelf de Grondwet wil wijzigen,verwijst nu naar de Grondwet. Mevrouw Lammers is in ieder geval eerlijk,maar volgens mij is wel heel duidelijk dat mevrouw Lammers op ditmoment discrimineert. Ze zegt namelijk: de ene religieuze uiting wel en deandere niet. Ze gaat zelfs zo ver dat ze de Grondwet wil wijzigingen. Dit isprecies het voorbeeld dat ik hier eigenlijk wil benoemen, namelijk: gaathet nou om uiterlijke kenmerken, zoals een vrouw met een hoofddoek dieniet discrimineert? En mag mijn collega mevrouw Lammers, die hiergewoon in de Kamer aan het discrimineren is, straks wel bij de boa’swerken? Mijn vraag aan mevrouw Lammers is: vindt zij dit terecht?Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Ja, volgens mij is het geen discriminatie. Zoals ik net ook al een aantalkeren heb gezegd, is onze fractie van mening dat de joods-christelijkenormen beschermd moeten worden. De islam staat haaks op diejoods-christelijke normen. Daarom vinden wij dus dat er neutraliteit moetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2415 zijn, maar dat er wel coulance moet zijn voor bijvoorbeeld het dragen vaneen kruisje.Mevrouw Faber (PVV):De inhoudelijke discussie laat ik even voor wat die is, maar wat ik welzorgelijk vind, is dat hier een volksvertegenwoordiger aanwezig is diezegt: dan gaan we niet handhaven. Dan heeft mevrouw Lammers het overhet niet handhaven van de wet. Dat vind ik toch wel een zorgelijke uiting,want dan zet je dus wel de democratische rechtsstaat op de helling. Hoeziet mevrouw Lammers dat? Is ze het ermee eens dat ze op deze manier infeite de wet aan haar laars lapt? Als we toch niet gaan handhaven, kunnenwe de wetten wel overboord gooien. Dit kan toch gewoon niet als TweedeKamerlid?Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Nee hoor. Nee, ik bedoel alleen te zeggen dat op het moment dat eriemand is die een klein kruisje wil dragen dat half onder haar kleding valtof iets dergelijks, wij daar geen halszaak van moeten maken.De voorzitter:Oké. Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Hoe gaat de Minister optreden tegen gemeentebestuurders zoalsburgemeester Halsema in Amsterdam, die al heeft gezegd dat zij weigertom het verbod uit te voeren?Ten slotte, voorzitter. Het kabinet noemt bodycams als onderdeel van eenmeer gestandaardiseerde uitrusting. Vorige jaar is er bij de NS een pilotgeweest met bodycams. Nu hoorden we in het rondetafelgesprek vanafgelopen woensdag dat er opnieuw een pilot komt voor het opspeldenvan die bodycams. Dat is tamelijk bizar, want die pilot is er al geweest.Kan de Minister uitleggen waar we nu eigenlijk mee bezig zijn? Wat is erdan überhaupt gedaan bij die pilot vorig jaar? Kan de Minister garanderendat die bodycams zo snel mogelijk beschikbaar komen? Graag een reactiedaarop.Daarnaast wil ik nog zeggen: veel respect en waardering voor onze boa’s.Zij verdienen alle middelen en steun van ons om hun taak goed te kunnenuitvoeren. Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. We gaan naar de bijdrage van devoorlaatste spreker, de heer El Abassi, namens DENK.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Ondanks dat mijn maag redelijk leeg is op dit moment,ben ik misselijk geworden van een aantal woorden die hier in de Kamerhelaas gebezigd worden. Joods-christelijke normen wel, islam niet, eenkeppeltje wel, een hoofddoek niet: ik kan niet anders constateren dan datdat keiharde discriminatie is in dit huis. De mensen die dit soort uitingendoen, zouden verboden moeten worden bij de boa’s, niet de onschuldigevrouwen met een hoofddoek.Terwijl we hier spreken over hoe we Nederland veiliger kunnen maken,hoe we boa’s beter kunnen ondersteunen en hoe we het personeelstekortin de handhaving kunnen aanpakken, besteden partijen tijd aan dediscussie over kleding. Eerlijk gezegd vind ik dat een zeer vreemdeprioriteit. We hebben in veel gemeenten een tekort aan boa’s. Gemeentenzoeken naar mensen die dit belangrijke werk willen doen. In sommigewijken helpt het juist als handhavers een afspiegeling zijn van desamenleving en herkenbaar zijn voor de mensen die ze aanspreken. Dan isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2416 het toch minstens opmerkelijk dat wij tegelijkertijd nadenken over regelsdie deze mensen juist uitsluiten.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Martens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Nog los van de woorden van de heer El Abassi, zijn wij hier natuurlijk ookom fundamentele, principiële discussies te vormen, bijvoorbeeld als hetgaat om de definitie van een «neutraal uniform». Maar als we het hebbenover «randzaken», «niet urgent» of «niet groots», waar de heer El Abassiop doelt als het gaat over welke kledingvoorschriften van belang zijn voorboa’s, hoe duidt hij zelf dan de show die zij afgelopen weken zelf hebbenopgevoerd rondom de schorsing voor de iftar?De heer El Abassi (DENK):Als ik terugdenk aan de gebeurtenissen rondom de iftar ... Dat is eentotaal ander onderwerp, maar ik ga de vraag wel beantwoorden,voorzitter – met liefde, zelfs. Als ik erop terugkijk hoe mijn collega heelvriendelijk, volgens het proces, via de voorzitter, niet vroeg om eennieuwe pauze in te lassen, niks ten koste van extra tijd, maar gewoon devraag heeft gesteld of de schorsing een kwartier eerder kon uit collegia-liteit, zodat hij kon eten, dus een kwartier eerder in plaats van een kwartierlater ... Dan moet de VVD, en zeker ook een aantal andere partijen, echt inde spiegel kijken waarom ze hier zo’n drama van maken. Een kwartiereerder schorsen. We zijn daardoor niet een kwartier later klaar. Het is uitcollegialiteit. Bovendien hebben partijen er niks over gezegd, en maken zeer achteraf een hele heisa van. Ik vind het verschrikkelijk en schandalig datdit gebeurt in dit huis.De voorzitter:Dank u wel. Ik wil de leden er wel op wijzen dat dit niet is waar dit debatover gaat. Ik wil de leden dan ook verzoeken om het bij de interrupties tehouden bij de boa’s, want zij verdienen de aandacht die ze verdienen. Wegaan dus geen zijsporen nemen, maar ik wilde de heer El Abassi wel degelegenheid geven om hierop te reageren. Gaat u verder.De heer El Abassi (DENK):Dank dat u mij daartoe de gelegenheid heeft geboden.Het is toch opmerkelijk dat we tegelijkertijd nadenken over regels die dezemensen juist uitsluiten. Het debat wordt vaak gevoerd over de neutraliteitvan het uniform, maar neutraliteit zit niet in een kledingstuk. Neutraliteitzit in gedrag, in professionaliteit en in de manier waarop iemand defunctie uitoefent. Een boa zonder hoofddoek die zich niet neutraalgedraagt, mag blijkbaar wel werken, maar een vrouw met een hoofddoekdie haar werk volledig professioneel en onpartijdig doet, zou dat nietmogen. Dat is totaal niet uit te leggen.Als we deze redenering doortrekken, waar stopt het dan? Moeten we danook zeggen dat een scheidsrechter niet neutraal kan zijn met eenhoofddoek, of een docent, of een arts in een ziekenhuis, of agenten inlanden zoals het Verenigd Koninkrijk of Canada? In al die beroepenverwachten we professionaliteit en onpartijdigheid, en daarbij wordenmensen beoordeeld op hun gedrag, niet op hun uiterlijk. Wij vinden datwe moeten focussen op wat echt telt, namelijk goede handhaving,voldoende personeel en vertrouwen tussen burgers en overheid en nietop het uitsluiten van vrouwen met een hoofddoek.Voorzitter. Mijn moeder draagt een hoofddoek. Mijn zussen dragen eenhoofddoek. Ik heb nichten die een hoofddoek dragen. Heel veel vrouwendie ik ken, dragen een hoofddoek. Het zijn vrouwen die werken, studeren,zorgen voor hun familie en zich dagelijks inzetten voor de samenleving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2417 We hebben hier in dit huis zelfs collega’s met een hoofddoek. Daarom zegik dit heel, heel duidelijk: ik pik het van niemand dat vrouwen methoofddoek worden weggezet of geframed als «minder neutraal».Neutraliteit zit niet in een kledingstuk. Neutraliteit zit in gedrag, inprofessionaliteit en in hoe iemand zijn functie uitvoert. Deze vrouwenhandelen neutraler en rechtvaardiger dan menig politicus in deze zaal. Zeverdienen respect en gelijke kansen, geen uitsluiting en framing.Voorzitter. Dan toch over de boa’s. We zien een ontwikkeling die DENKgrote zorgen baart. Binnen het boa-stelsel wordt steeds vaker gesprokenover de uitbreiding van bevoegdheden en zelfs over extra bewapening.Dat lijkt misschien een praktische oplossing, maar we moeten onsrealiseren wat hier eigenlijk gebeurt. Stap voor stap schuiven we hetgeweldsmonopolie steeds verder op. Laat één ding duidelijk zijn: boa’sdoen belangrijk werk en krijgen helaas soms ook te maken met agressie.Zij verdienen bescherming en ondersteuning. Maar de oplossing kan tochniet zijn dat we steeds meer geweldsmiddelen de straat op sturen? DeWetenschappelijke Adviesraad Politie heeft hier juist nadrukkelijk voorgewaarschuwd. In haar advies stelt de raad dat geweldsbevoegdhedenalleen mogen worden uitgebreid wanneer dat echt noodzakelijk is, en dathet geweldsmonopolie in de kern bij de politie hoort te liggen.Voorzitter, ik kort het een stuk in. Wat mij betreft is de vraag: wie draagtstraks de politieke verantwoordelijkheid? Neemt de Minister het adviesvan de Wetenschappelijke Adviesraad Politie serieus of kiest hij voor eenkoers vanuit de onderbuik, waarbij steeds meer handhavers wordenbewapend en het geweldsmonopolie langzaam maar zeker verwatert?Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer El Abassi. Er is een interruptie van mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Ik wil toch nog even op die hoofddoek terugkomen. Meneer El Abassigeeft aan dat neutraliteit gaat om gedrag. Maar het dragen van eenhoofddoek ís gedrag. Dat valt daar gewoon onder. Het is gewoonlariekoek. Hij kan wel zeggen: ik pik het allemaal van niemand. Nou, ik zalu één ding zeggen, zeg ik via de voorzitter: ik pik het nooit dat Nederlandgeïslamiseerd wordt, en zeker niet door partijen als de uwe.De voorzitter:Ik geef de heer El Abassi de gelegenheid om te reageren, maar dit is geenislamdebat; dit is een debat over het boa-stelsel.De heer El Abassi (DENK):Mijn collega naast mij vindt het dragen van een keppeltje geen gedrag envindt het dragen van een kruisje kennelijk ook geen gedrag. Zo zie je datdaar in dit huis onderscheid in wordt gemaakt. Als mevrouw Faber hetheeft over gedrag, dan zou ik mevrouw Faber willen vragen wat zij vanécht gedrag vindt. Wat vindt zij ervan als er personen zijn in dit huis dievinden dat er meer of minder Joden moeten zijn, die vinden dat er meerof minder Marokkanen moeten zijn? Ik zou de PVV willen aangeven: kijk inde spiegel. Volgens mij is de persoon die de PVV dan in de spiegel zietjuist de persoon die niet aangenomen mag worden als boa. Doe dat, inplaats van wijzen naar vrouwen met een hoofddoek die helemaal niksverkeerd gedaan hebben, mevrouw Faber, zou ik willen zeggen via devoorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dat doen we. Mevrouw Faber had ook geen interrupties meer.U bent erdoorheen. Mevrouw Faber, u mag via de microfoon praten. Als ueen persoonlijk feit wil maken, kan dat altijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2418 Mevrouw Faber (PVV):Dit is een persoonlijk feit, maar ach, ik laat meneer El Abassi maar in zijnwereld.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Coenradie heeft nog een interruptie op de heer ElAbassi.Mevrouw Coenradie (JA21):Ja, een interruptie, of misschien wel een punt van orde. Weet je, u gaf hetals voorzitter net ook aan. De boa’s verwachten, denk ik, echt eenboa-debat. Zo stond het overigens ook in mijn agenda. Er wordt hier eenpunt aangehaald door de VVD, want het gaat hier natuurlijk ook over deneutraliteit van de boa, maar als we niet uitkijken, hebben we hier opeenseen islamdebat. Daar heb ik wel moeite mee, dus ik zou toch even via devoorzitter richting de commissieleden willen zeggen: laten we dat pad nouniet opgaan. Ik vind dat echt niet oké. Laten we het hier nou echt hebbenover de boa, de inzet, het stelsel et cetera, gewoon alles wat hier in deconvocatie staat.De voorzitter:Mevrouw Coenradie, dank u wel. Ik ben het daarmee eens. Daarom gaf ikhet net ook aan. Als er vragen worden gesteld, wil ik leden wel zo veelmogelijk de ruimte geven voor een debat, maar ik ben het met u eens. Hetgaat hier over het boa-stelsel. Een onderdeel daarvan is de uniformen ende neutraliteit. Wat dat betreft is het ook prima om daar vragen over testellen, maar we gaan dit debat niet alle kanten op laten schieten. Dat doetgeen recht aan de boa’s in Nederland en ook niet aan de mensen diehiernaartoe zijn gekomen om dit debat te volgen. Laten we het gewoonecht bij het onderwerp houden. Meneer El Abassi, u heeft geen inter-rupties meer, maar u mag altijd een persoonlijk feit maken. Maar ik zouzeggen: laten we gewoon teruggaan naar de orde van dit debat.Dat gezegd hebbende wil ik het voorzitterschap overgeven aan de nestorvan deze commissie, mevrouw Mutluer, zodat ik mijn eigen inbreng in ditdebat ook kan doen.Voorzitter: MutluerDe voorzitter:Gelukkig hoef ik niet zo veel te doen, behalve mevrouw Van der Plas hetwoord geven voor haar eerste termijn.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel, voorzitter. Elke dag worden in Nederland conducteurs enboa’s in het openbaar vervoer mishandeld, bespuugd, beledigd enuitgescholden. Elke dag. Het wordt hoog tijd dat we nu eindelijk eens eenkeer – wij, hier, in de Kamer – gaan opstaan en deze mensen daadwer-kelijk gaan helpen. Zij missen onze rugdekking. Tijdens een recent bezoekaan de NS, met conducteurs en medewerkers van de afdeling veiligheiden service, liet een van hen mij een filmpje zien van een volledigdoorgesnoven man die haar bedreigde. Dat staat letterlijk op beeld. Erwaren getuigen. En wat zei het Openbaar Ministerie? «Deze aangifte gaanwe seponeren, want er is onvoldoende bewijs.» Gelukkig startte zij eenartikel 12-procedure en kreeg ze een jaar later toch haar gelijk. Gisterentijdens het rondetafelgesprek over veiligheid in het openbaar vervoerhoorden we soortgelijke verhalen. Conducteurs, boa’s: ze vragen niet veelvan ons. Ze willen maar een ding: rugdekking, van hun leiding en van ons.Ik hoor regelmatig dat het OM aangiftes van boa’s en conducteursseponeert. Kan de Minister de Kamer een overzicht geven van de zakendie de laatste vijf jaar zijn geseponeerd, en waarom? Kan hij ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2419 aangeven hoeveel aangiftes tot een veroordeling hebben geleid? Ikontvang graag een overzicht op alle boa-domeinen.Voorzitter. Er zijn landelijke afspraken gemaakt over een stevige aanpakvan geweld tegen mensen met een publieke taak, de EenduidigeLandelijke Afspraken. Ik vraag me af hoe het met de uitwerking daarvanstaat. Er zou dit voorjaar een evaluatie komen. Wanneer krijgen we die?Kan de Minister nu al wat delen uit die evaluatie?Voorzitter. Ik heb diep respect voor boa’s en conducteurs die zwaarmishandeld worden, maar al snel hun werk in de bus, de trein, op straat ofin het bos of buitengebied weer oppakken, maar van respect eet je geenbrood; dat snap ik ook. In deze Kamer zijn meerdere moties aangenomenom er daadwerkelijk iets aan te doen, onder andere een motie van BBB enVVD voor minimumstraffen bij geweld tegen hulpverleners. Dat is dus ookgeweld tegen boa’s. Daarom vraag ik de Minister: hoe staat het met deuitvoering van die motie?Dan ga ik naar de toegang tot de informatie. Boa’s smeken al jaren omtoegang tot systemen om te checken of iemands identiteit wel klopt. Boa’smogen naar iemands ID-bewijs vragen en mensen bekeuren of in deboeien slaan. Ze mogen echter niet in de bestaande systemen checken ofde identiteit wel klopt en of iemand al eerder in de fout is gegaan.Identiteitsvaststelling is nodig voor een effectief lik-op-stukbeleid,dossieropbouw en een persoonsgerichte aanpak vanuit de overheid. Datis nog steeds niet goed geregeld. Vaak moeten boa’s lang wachten totdatde politie er is, die de identiteitscheck wél mag doen. Dit lange wachtenleidt vaak tot escalatie en geweld tegen de boa. De algemene maatregelvan bestuur, de AMvB, die het rijbewijzenregister beschikbaar maakt voorboa’s is weliswaar een goede stap, maar niet de heilige graal. Depersonen waar boa’s mee te maken krijgen, hebben in veel gevallennamelijk helemaal geen rijbewijs. Waarom is de toegang tot de strafrecht-ketendatabank, de SKDB, en het vreemdelingenregister er nog steedsniet? Is het misschien mogelijk om een pasfoto aan de databank van deGemeentelijke Basisadministratie te koppelen? Wie houdt dit steedstegen?«Het kan wél!», roept de Minister-President ons steeds toe. Ik zou duszeggen: eindelijk een keer aan de slag ermee. Wat kan er wel voor eenlandelijke uitrol van samenwerking tussen ov-boa’s en het Real TimeIntelligence Center, het RTIC, van de politie? Het is van belang om in éénsysteem persoonsgegevens te registreren of uit te wisselen tussen politieen boa. Nu doet iedereen dat in een eigen systeem. Geef alsjeblieft noueindelijk eens toegang tot systemen waarmee een ov-boa persoonsge-gevens kan vaststellen. Dan hoeft de politie er ook niet meer bij te komen.Dat ontlast ook hun werk en vermindert agressie. Kan de Ministertoezeggen dat dit wordt geregeld voor boa’s? Zo ja, wanneer is heteindelijk zover?Tot slot, voorzitter. Heel kort. Er is veel gezegd over de groene boa’s. Iksluit mij helemaal aan bij de vragen die hierover gesteld zijn. De groeneboa’s beschermen onze buitengebieden en worden geconfronteerd metgeorganiseerde criminaliteit. Er is een groot tekort. Ik wil de Ministervragen of hij bereid is om samen met de provincies om tafel te gaan omte zorgen voor structurele financiering en voldoende capaciteit voor degroene boa’s.Dank u wel.De voorzitter:Ik geef het voorzitterschap weer terug aan mevrouw Van der Plas.Voorzitter: Van der PlasDe voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2420 Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn vande Kamer. We gaan straks verder met de beantwoording door de Minister.Hoeveel tijd heeft u nodig? 25 minuten, hoor ik. Dan zijn we hier om 15.30uur dus weer terug. Dank u wel alvast. Tot straks, zeg ik tegen de mensenop de tribune.De vergadering wordt van 15.06 uur tot 15.28 uur geschorst.De voorzitter:Beter luisteren naar de voorzitter, wordt hier gezegd. Dat vind ik een heelgoed plan.We zijn weer terug, na een korte schorsing na de eerste termijn van deKamer, waarin de leden hun inbreng hebben geleverd en hun vragenhebben gesteld. Ik wil de Minister graag het woord geven om de vragen tebeantwoorden. Kunt u aangeven of u blokjes heeft en zo ja, welke blokjesdat dan zijn?Minister Van Weel:Zeker heb ik blokjes, voorzitter. Na een korte inleidende tekst heb ik eenblokje over de neutrale uitstraling van het uniform. Laten we daarmeebeginnen. Dan heb ik een blokje over de informatiepositie en de registers,daarna het ov, dan de geweldsmiddelen en vervolgens de verantwoorde-lijkheden van werkgevers en het toezicht. Ik eindig met andere belangrijkezaken. Dat zijn de kopjes.Dan begin ik nu, met uw welnemen, met mijn inleidende tekst.De voorzitter:Ik kijk even naar de leden. Ik wil voorstellen dat de Minister een blokje metvragen afrondt en dat we daarna de interrupties doen, voor de soepelheidvan het debat. Dan geef ik de Minister het woord.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Ik ben blij dat we vandaag met elkaar van gedachtenwisselen over de boa. Allereerst zeg ik vriendelijk gedag tegen alle boa’sdie in het publiek zitten, maar via de camera ook tegen alle boa’s die hetdebat op afstand volgen, en ook tegen degenen die het debat niet volgen.Dat begrijp ik hartstikke goed, want die zijn waarschijnlijk bezig met hunheel belangrijke werk, maar ook hun wens ik het allerbeste.De boa heeft een onmisbare en belangrijke rol in het leefbaar en veilighouden van onze wijken, het openbaar vervoer en onze natuurgebieden.Zij zijn onze oren en ogen bij het handhaven van de kleine norm enspecialistische wet- en regelgeving. Het huidige boa-stelsel bestaat nuongeveer vijftien jaar. In die vijftien jaar is de boa-functie verder geprofes-sionaliseerd en zijn er steeds meer taken en bevoegdheden bij gekomen.Ook onze samenleving en de vraag naar veiligheid zijn in die vijftien jaarveranderd. Het boa-stelsel was daar tot op heden onvoldoende inmeegegroeid. Dat zorgde voor een aantal concrete en principiëleknelpunten in het huidige stelsel, waardoor het noodzakelijk was om dattegen het licht te houden.Over een aantal van deze knelpunten heb ik in een vorige capaciteit vakermet uw Kamer van gedachten gewisseld. Zo zijn de bevoegdheden entaken van de boa al vaker onderwerp van gesprek geweest en hebben wehet regelmatig met elkaar gehad over de uitrusting van en de gewelds-middelen voor boa’s, bijvoorbeeld het vuurwapen voor de groene boa.Ook kost het vaststellen van de identiteit van een verdachte op ditmoment veel tijd voor zowel de boa als de politie. Daarom werken we aantoegang tot de systemen voor boa’s, zodat ze vaker zelfstandig kunnenovergaan tot identificatie als de situatie daarom vraagt. Dit is ookopgenomen in het coalitieakkoord. Ik kom later nog terug op de indivi-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2421 duele registers en de vraag wanneer we de toegang daartoe voor elkaargaan krijgen.Het algemene uitgangspunt bij de boa-beschouwing is geweest dat boa’sover een stevig, toekomstbestendig stelsel moeten beschikken. Daarbij iser bewust voor gekozen om het bestel te optimaliseren door te behoudenwat nu wel goed werkt en verbeteringen aan te brengen waar dat nodig is.Het afgelopen jaar is samen met belanghebbenden uit het boa-veld eenintensief traject doorlopen om te komen tot een ontwikkelrichting voor hetnieuwe boa-stelsel. Dat heeft geleid tot de richting en aanpassingen diemijn voorganger in de brief van 2 oktober uiteen heeft gezet. Met de in diebrief voorgestelde wijzigingen zetten we een belangrijke stap naar eentoekomstbestendig stelsel. We versterken de legitimiteit van boa’s, wevergroten hun slagkracht en we dragen bij aan een leefbare en veiligesamenleving.Voorzitter. Een nieuw stelsel implementeren kost tijd. Ik vind het belangrijkom dit zorgvuldig en in goede afstemming met alle belanghebbenden tedoen. Zoals u weet, hebben we in Nederland meer dan 20.000 boa’s,werkzaam voor ongeveer 600 verschillende werkgevers. Ik streef ernaarom het stelsel in 2028 volledig geïmplementeerd te hebben. Waarmogelijk zullen we deelonderwerpen die eerder klaar zijn, ook al eerder inwerking laten treden. Zo kan ik zeggen dat de beleidsregels op het gebiedvan geweldsmiddelen binnenkort als eerste stap worden aangepast.Hierin koppel ik onder meer de noodzaak voor de toekenning vangeweldsmiddelen aan de taak van de boa. De bepaling om met situatiesen incidenten uit het verleden de noodzaak aan te tonen, de zogenaamdekan-bepaling, waar we het zo vaak over hebben gehad, laat ik daarmeevolledig vervallen voor alle boa’s. Die beleidsregels zijn vandaaggepubliceerd in de Staatscourant. Ze worden op 1 mei van kracht. Ik denkdat we daarmee een belangrijke stap hebben gezet in het dossier dat hierin uw Kamer al zo lang heeft gezorgd voor irritatie, en niet alleen bij u,maar natuurlijk ook bij de boa’s die daar het slachtoffer van waren.Ook zijn we samen met het Ministerie van IenW bezig met het openstellenvan het rijbewijzenregister voor boa’s, zodat ze vaker de identiteit van eenverdachte kunnen vaststellen, en gaan we, zoals is vastgelegd in hetcoalitieakkoord, werken aan de toegang tot de Basis VoorzieningVreemdelingen en de strafrechtketendatabank; die laatste is wel watlastiger, maar daar kom ik straks nog op terug. We zijn dus volop aan deslag. Dat moet ook, want er is nog een heleboel te doen. Natuurlijk zullende diverse partijen en belanghebbenden uit het boa-veld bij het helevervolgtraject worden betrokken. Ik kijk er ook naar uit om dat gesprekverder aan te gaan met u, bijvoorbeeld over deelonderwerpen als toezicht,opleiding en training, en certificering. Die onderwerpen komen vandaagook langs. Dit is een traject, een stelsel, in ontwikkeling. Daar kijk ik naaruit.Dit was mijn inleiding, voorzitter.De voorzitter:Ik kijk even naar de leden om te zien of hier vragen over zijn. Nee. Dankunt u aan het volgende blokje beginnen.Minister Van Weel:Ja. Dat is voor mij een kort blokje, over de neutraliteit van hetboa-uniform. U weet dat ik een traject in gang had gezet om dat te regelenper AMvB en niet per wet. Wij vonden namelijk dat dat kon voor dezemaatregel, vanwege de snelheid die ermee gemoeid was. De Raad vanState heeft daar een negatief advies over gegeven en meent dat dit meteen wetswijziging moet worden geregeld, omdat het raakt aan degrondrechten. U heeft ook het coalitieakkoord gelezen. Daarin is niksopgenomen over de neutraliteit van het boa-uniform. Dat betekent dat ikvoornamelijk ga kijken naar wat uw Kamer verwacht en hoe uw KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2422 daarmee verder wil omgaan. Ik heb al gehoord dat er voornemensbestaan voor een initiatiefwet. Als dat de route is die de Kamer wenst tebewandelen, zullen we daar uiteraard van harte behulpzaam bij zijn.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. O, sorry.De voorzitter:De heer El Abassi krijgt het woord voor een vraag aan de Minister.De heer El Abassi (DENK):Sorry, voorzitter; ik was iets te snel. De Minister geeft aan hierin naar deKamer te luisteren. Ik zou hem willen vragen of er ook gekeken wordt naarde mensen in het veld. Zijn er signalen dat werken met een hoofddoek opniet neutraal is? Misschien kan de Minister dat aangeven.Minister Van Weel:Ik heb in een vorige periode deze AMvB naar voren gebracht en inbehandeling gebracht omdat ik ervan overtuigd was dat de neutraliteitvan het boa-uniform van grote waarde is. Die AMvB-route is doodge-lopen, zoals gezegd. In het coalitieakkoord zijn er geen afspraken overgemaakt. Dat betekent dat ik allereerst wil luisteren naar uw Kamer. Ik hebzelf niet de behoefte om nog een keer de ronde langs het veld te maken.We zullen zien. Als er een wetswijziging vanuit de Kamer komt, zal die alletrajecten weer doorlopen, inclusief een consultatie. Dan kan iedereen,waaronder dus mensen uit het veld, burgers en belangenorganisaties,input geven voor het conceptwetsvoorstel dat er dan ligt. Dat is de routedie we dan bewandelen.De voorzitter:Ik wil vier interrupties per persoon voorstellen. Als we goed binnen de tijdblijven, kunnen we daar misschien enige verbreding in zoeken, maar ikvraag dan ook van de leden om de vragen kort en bondig te houden; danheeft u meer kans op meer interrupties.De heer El Abassi (DENK):Ik stel die vraag ook omdat ik me oprecht afvraag hoe we hier ineens opkomen; althans, hoe in dit geval de Minister hierop komt. In steden alsAmsterdam lopen relatief veel vrouwen met een hoofddoek rond. Heeft deMinister het gevoel dat Amsterdam niet zit te wachten op vrouwen meteen hoofddoek als boa? Vertrouwen mensen die niet? Waar komt dietwijfel over de neutraliteit vandaan? Is daar onderzoek naar gedaan, of ishet een onderbuikgevoel uit de Kamer?Minister Van Weel:Eén. Die discussie hebben we eerder gevoerd. Het moge duidelijk zijn wattoen mijn afweging is geweest. Daarom heb ik toen dat traject ingezet.Twee. Zoals ik heb gezegd, is het nu aan uw Kamer om dit dossier verderop te pakken. Ik hoef verder geen uitgebreide verhandelingen met u tevoeren over wat ik daar al dan niet van vind. In de kern – laat ik hetomwille van de discussie kort houden – geldt voor mij dat een uniformeen uniform is en daarmee niet van religieuze uitingen zou moetenworden voorzien, dan wel daarmee zou moeten worden aangevuld.De heer El Abassi (DENK):Daarom stel ik die vraag ook. Ik snap het oprecht niet. Een uniform vaneen arts is ook een uniform en een uniform van een scheidsrechter is ookeen uniform. Van die mensen verwachten we ook dat ze neutraal zijn eninteger handelen. Ik wil de Minister dus nog een keer vragen: is dit eenonderbuikgevoel of komt dit naar voren uit wetenschappelijk onderzoek?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2423 Kan de Minister onderbouwen waarom hij vindt dat het de veiligheid vanNederland ten goede komt om vrouwen met een boa te verbieden om tewerken als boa?De voorzitter:De heer El Abassi zei «vrouwen met een boa», maar hij bedoelt natuurlijk«vrouwen met een hoofddoek».Minister Van Weel:Dat is omdat het hier gaat om het geweldsmonopolie van de Staat. Hetgaat hier om handhaving, om Vrouwe Justitia en om haar uitvoerders.Niet voor niets is Vrouwe Justitia blind. Daarom is neutraliteit, juist in ditsoort beroepen, wat mij betreft essentieel. Ik ga echt niet tot een vergelijkmet u komen, zeg ik via de voorzitter tegen de heer El Abassi, maar dathoeft ook niet. De Kamer is nu aan zet en ik zal volgen wat de Kamervoorstelt.De voorzitter:Meneer El Abassi, dit is uw laatste interruptie.De heer El Abassi (DENK):Ja, dan maak ik mijn interrupties maar meteen op.Dat vind ik jammer. We hebben hier inderdaad vaker het debat overgevoerd, maar we hebben het nooit over het waarom gehad. Ik snapoprecht niet waarom, behalve dat ik van collega’s hoor dat het er nietuitziet en dat we een onderscheid moeten maken tussen keppeltje enniet-keppeltje. We weten allemaal dat dit ooit is ontstaan door eenPVV-motie waarin het ging om vrouwen met een hoofddoek. Er zijnverschillende artikelen over geschreven door deskundigen, de Raad vanState heeft hier iets van gevonden en het College voor de Rechten van deMens heeft hier iets van gevonden. Ik snap niet waarom de Ministerhieraan vasthoudt en keer op keer wil tegenhouden dat vrouwen met eenhoofddoek in dit soort beroepen aan de slag gaan, terwijl zij ons kunnenhelpen met het beveiligen van de stad, terwijl er heel weinig mensen zijndie überhaupt voor dit soort beroepen solliciteren. Ik hoop dat de Ministerons dit toch een keer wil uitleggen.Minister Van Weel:Dat laatste moet ik even ontkrachten. Dit is absoluut geen beroep waarmensen niet voor solliciteren. Ik moet zeggen dat de aantrekkelijkheid vanhet werk als boa zich op een alltime high bevindt. We moeten echt af vanhet idee dat dit banen zijn die mensen niet zouden willen. Ik ken inmiddelsheel veel voorbeelden van politieagenten die overstappen naar eenboa-werkgever of omgekeerd. Dat is nou juist de volwassenwording vanhet boa-bestel waar we het vandaag over hebben. Dat idee wil ik duswegnemen. Het gaat helemaal niet verkeerd met de werving van boa’s.Verder denk ik dat alles hierover gezegd is en ik daar niets aan hoef toe tevoegen.Mevrouw Martens-America (VVD):Een heel klein puntje van orde, want de samenvatting van de heer ElAbassi over de vraag waar de discussie van vandaag vandaan komt, isfeitelijk onjuist. Hij zegt dat de discussie voortkomt uit de behoefte van dePVV om hoofddoeken te verbieden. De VVD heeft aangekondigd wettelijkte willen verankeren dat uniformen van boa’s neutraal zijn. Voor mijnfractie geldt dat dit voor elke religie het geval moet zijn; daar maken wijgeen onderscheid in. Laat ik dat hier even heel duidelijk vermelden.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2424 Dit was niet echt een punt van orde, maar het is een slimme manier omnog iets tegen de heer El Abassi te zeggen. Uw punt is gemaakt. Omdat ude heer El Abassi heeft aangesproken, geef ik hem de gelegenheid omhierop te reageren.De heer El Abassi (DENK):Volgens mij heb ik gewoon gezegd dat het ooit begonnen is met eenmotie van de PVV, van de heer Markuszower, zeg ik uit mijn hoofd, diedestijds nog van de PVV was. Die motie heeft het ook gehaald in deKamer. Daarna kwam er inderdaad een VVD-motie overheen, waarin hetiets anders was geformuleerd, maar de bedoeling, de strekking, isgewoon – dat hoor ik terug bij andere Kamerleden, ook bij het Kamerlidhier naast mij – om vrouwen met een hoofddoek te weren als boa. Datblijft mijn standpunt.De voorzitter:Dan maken we nu een einde aan deze discussie, want de eerste termijnvan de Kamer, waarin u met elkaar kon debatteren over elkaars stand-punten, is geweest. Ik wil de Minister de gelegenheid geven om door tegaan naar het volgende blokje. Dat gaat over – ik moet even m’n brilopzetten, mensen – de informatiepositie en de registers.Minister Van Weel:Dat vind ik een ontzettend belangrijk punt. Ik ben zelf in Utrecht geweest,waar ik heb meegelopen met boa’s die mij hun verhaal vertelden: als jeiemand een proces-verbaal wilt geven voor door rood fietsen in de spits,op weg naar zijn of haar werk, en diegene geen ID-bewijs bij zich heeft,moet je die persoon vervolgens tot drie kwartier ophouden voordat eruiteindelijk een politieagent komt, die natuurlijk ook niet zit te wachten opdit soort taken, om de identiteit van die persoon vast te kunnen stellen. Ikvind het een wonder dat het dan blijft bij een proces-verbaal voor doorrood rijden, want ik kan me voorstellen dat de irritatie enorm oploopt opdeze manier. Dat moeten we boa’s niet aandoen. Ik ben dus vanaf hetbegin zeer gemotiveerd geweest om dat voor elkaar te krijgen. Detoegang tot het rijbewijzenregister moet uiteindelijk door het Ministerievan IenW worden geaccordeerd, maar we liggen echt op koers – dat is hetgoede nieuws – om dit vanaf april in ieder geval voor de publieke boa’s almogelijk te maken. Hopelijk kan het dan later dit jaar via een AMvB ookmogelijk worden gemaakt voor de private boa’s. Ik denk dat daarmee eeneerste belangrijke stap wordt gezet.Ja, er is een workaroundpilot in Rotterdam. Dat werd ook genoemd doormevrouw Coenradie. Zoals mijn voorganger, denk ik, ook met uw Kamerheeft gewisseld, zitten daar wel juridische haken en ogen aan. We latendie pilot nu wel doorlopen, maar die heeft onvoldoende juridische basisom hem breder uit te rollen. Daarom willen we er eerst aan werken omwel die juridische basis te creëren, en dan kunnen we dat verderdoorzetten.De Minister van AenM gaat over de BVV. Die Minister kende ik tot voorkort zeer goed. Inmiddels moeten we daar de banden weer wat aanhalen,maar ik weet zeker dat we eruit gaan komen om ook daar zo snel mogelijkeen traject op te zetten om dat mogelijk te gaan maken ...De voorzitter:Ik wil u heel even onderbreken, als u het niet erg vindt. We werken in deKamer heel vaak met afkortingen die voor ons allemaal bekend zijn. Ik zouu willen vragen om, als u een afkorting gebruikt, ook even te zeggen watdie betekent.Minister Van Weel:De boa hoef ik niet uit te leggen, hè?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2425 De voorzitter:Die hoeft u niet uit te leggen, nee.Minister Van Weel:We hebben het over registers. Naast het rijbewijsregister is er een BasisVoorziening Vreemdelingen. Dat is een database waarin de identiteit vanvreemdelingen is vastgelegd. Die valt onder de verantwoordelijkheid vande Minister van Asiel en Migratie. We hebben ook een strafrechtketenda-tabank. Die valt onder het Ministerie van Justitie en Veiligheid, maar danwel onder de Staatssecretaris. Ze staan niet voor niks genoemd in hetcoalitieakkoord; dat is juist omdat we het belang erkennen van eendeugdelijke toegang daartoe. Ik zal dus ook zo snel mogelijk trajectenopzetten om zowel voor die Basis Voorziening Vreemdelingen als voor destrafrechtketendatabank te kijken hoe we daar de noodzakelijke stappenkunnen zetten. Voor de strafrechtketendatabase zijn we al in de fase vanhet zogeheten beleidskompas. Daarbij inventariseren we welk probleemwe willen oplossen en hoe we dat het beste kunnen doen. Daarmee wil ikdus wel ontkrachten dat de toegang vastloopt omdat er onwil zou bestaanbinnen mijn ministerie of elders. Dat voel ik niet. Ik deel wel de frustratiedat het lang heeft geduurd om bij het rijbewijsregister die toegang tekrijgen, maar ik zal er zelf bovenop zitten om te zorgen dat dit inderdaadspoedig ter hand wordt genomen voor die zaken waar ik zelf over ga.Er was ook nog een vraag van mevrouw Lammers, namelijk of we nietkunnen werken met één landelijk registratiesysteem voor alle boa’s. Zijvroeg of ik ervoor kan zorgen dat dat systeem er komt en ook wordtgeïmplementeerd. Ik zou daar zeker schoonheid in zien, maar in dehuidige verdeling van verantwoordelijkheden is het aan werkgevers omzelf hun eigen registratiesysteem vast te leggen. Boa’s mogen op basisvan de Wet politiegegevens wel politiegegevens met elkaar delen. Dejuridische mogelijkheid om dat te doen, bestaat dus wel. Ik kan me echtvoorstellen dat één systeem dat positief zou beïnvloeden, maar dat heeftnatuurlijk hele grote financiële consequenties. Bovendien gaat dat danover die 600 werkgevers heen. Ik zie het dus voor deze doorontwikkelingvan het stelsel niet als een hele haalbare kaart om op te nemen. Datneemt niet weg dat ik natuurlijk wel snap wat de gedachte daarachter is.Wat gaan we dan doen voor de private en de groene boa’s als het gaat ominformatievoorziening? Dat was een vraag van mevrouw Straatman.Iedere boa moet voor zijn eigen specifieke taak natuurlijk kunnenbeschikken over een goede informatiepositie. Daarom is het ook vanbelang om die informatie die behulpzaam kan zijn om een persoon teidentificeren voor iedereen, zowel publiek als privaat als groen als anders,beschikbaar te maken. Er zijn wel wat uitdagingen als het gaat om degroene boa’s uit domein 2. De grote versnipperdheid in het werkge-versveld speelt hier parten. Dat maakt de zorgvuldige toegang en hettoezicht daarop heel moeilijk, omdat je dus zit met werkgevers met slechtsenkele boa’s, waarvoor je het toezicht dat noodzakelijk is voor toegangonafhankelijk moet inbrengen. Daarom doen we dit stapsgewijs ennoemde ik dat het rijbewijsregister vanaf april in ieder geval toegankelijkis voor de publieke boa’s. We werken ernaar dat die tegen het einde vanhet jaar ook toegankelijk is voor de private boa’s, waaronder de groeneboa’s, zoals is genoemd.Dan een vraag van mevrouw Van der Plas, of het mogelijk is om eenpasfoto aan de databank van de GBA toe te voegen. Ik weet niet of u hetwel voluit had geschreven, maar de GBA is de Gemeentelijke Basisadmi-nistratie. Dat is niet mogelijk. Het implementeren van een centraal registerzou in verhouding tot de verbetering van de identiteitsvaststelling nietproportioneel zijn, vanwege potentiële privacyinbreuken en de gevoe-ligheid van de gegevens. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft destijds,in december 2022, negatief geadviseerd over dit voorstel.Voorzitter. Dat was wat ik had over de informatiepositie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2426 De voorzitter:Dan kijk ik even naar de leden: zijn hier vragen over? Nee, dat is niet hetgeval. Dan kunt u door naar het volgende blokje. Dat gaat over hetopenbaar vervoer.Minister Van Weel:Ja. Oftewel: het ov.De voorzitter:Het ov.Minister Van Weel:Ik heb het vermoeden dat deze nog een paar keer terugkomt in dit debat,voorzitter.Mevrouw Martens vroeg: verschuiven er op basis van de ontwikkel-richting nu nog meer taken van de politie naar de boa’s in het ov; krijgenbedrijven meer taken op dat gebied? Dat is niet wat er in de brief over deontwikkeling van het stelsel staat. We willen juist duidelijkheid verschaffenover de eigen rol en de taak van de boa binnen de politiefunctie en dezebestendigen. Maar er staat wel een uitgangspunt in: we willen dat de boazijn eigen werk zelfstandiger kan doen dan nu het geval is. Dat is wat wede komende tijd met al die werkgevers moeten gaan bepalen. Watbetekent dat nou? Wat heeft een boa nodig om minder afhankelijk te zijnvan de politie voor de uitvoering van zijn taken? Dat gaat niet over hetverschuiven van verantwoordelijkheden, maar meer over het in zijn krachtzetten van de boa, al dan niet met middelen, informatiesystemen,communicatiesystemen en arrangementen tussen politie en boa’s en doordie op een betere manier te regelen dan nu het geval is. Ik denk dat datook een hoop frustratie wegneemt. Natuurlijk gaan we de ov-bedrijvendaar ook bij betrekken.De heer Mathlouti (D66):Voorzitter?De voorzitter:We gaan even het blokje afmaken. Daarna komen de vragen.Minister Van Weel:Mevrouw Coenradie vroeg of de samenwerking tussen politie en ov-boa’smeer uniform kan worden geregeld. Op dit moment verschilt dat perlocatie, soms per werkgever en soms per stad of gemeente. Zoals gezegdzijn ze zo veel mogelijk complementair aan elkaar. In die zin heb je dusvooral afspraken nodig over waar de overdracht van de ene naar deandere functie ligt en over de verdeling die lokaal wordt afgesproken,zodat ze allebei hun eigen taak kunnen doen. Daarbij is er wel noodzaaktot maatwerk. Ik heb dat gezien in verschillende steden. Boa’s wordenvoor verschillende zaken ingezet. Er werd al gesproken over deinterventie-boa’s. Dat vind ik zelf ook een heel mooi voorbeeld. Dat betrefteen prangend probleem waar de politie nu ontzettend veel tijd aan kwijtis. In Utrecht heb ik boa’s gezien die zich voornamelijk bezighouden metverslaafden op straat. Dat vereist dus duidelijke afspraken met de politieover wat de boa’s doen, wanneer je ze kunt bellen en wanneer iets wordtovergedragen.In sommige gemeentes is ervoor gekozen om samen te gaan zitten in eenmeldkamer, omdat eenduidige afbakening aan de voorkant moeilijker isen je dus vaker ter plekke per incident moet kunnen bepalen of er eenboa-team of de politie op af wordt gestuurd. Dat vereist dan ook weer dater iemand in de meldkamer zit die anders op straat zou lopen. Zo denk ikdat er ontzettend veel best practices zijn die deels zijn afgeleid van wat erlokaal werkt en deels zijn gericht op maximale efficiëntie. Ik denk niet datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2427 we dat landelijk heel strak moeten gaan vastleggen. In de ontwikkelingvan het stelsel wil ik wel kijken of we daar een soort guide van bestpractices van kunnen maken. Middelgrote gemeentes die op dezelfdemanier omgaan met boa’s in de handhaving kunnen daarmee dan lerenvan elkaar.Mevrouw Lammers vroeg naar de pilot met de wapenstok van de NS. Zijvroeg wanneer alle boa’s van de NS een wapenstok krijgen. De NS is eenpilot gestart waarin 75 boa’s zijn uitgerust een wapenstok. Het is nu aande NS om naar de resultaten van die pilot te kijken en op basis daarvaneen besluit te nemen. Als de NS een wapenstok aanvraagt voor al zijnboa’s, zullen de politie en het OM daar een advies over geven en zal ikdaar een besluit over nemen. Ook daarbij zeg ik: er komen nieuwebeleidsregels, dus we hebben niet meer te maken met de kan-bepaling enincidenten uit het verleden als basis voor de toekomst. Het gaat echt omde taak. Daar geeft de pilot voldoende inzicht in, denk ik.Nog meer pilots, maar dan met bodycams. Er werd gevraagd waarom erzo veel rondes met bodycams zijn. Het is voor boa’s nu al mogelijk ombodycams te dragen. Dat hebben wij geregeld met het Ministerie vanSZW. Daar is geen enkele belemmering voor. Het is nu echt aan dewerkgevers van de boa’s om te bepalen of ze hun boa’s wel of niet meteen bodycam willen uitrusten. Van de NS heb ik begrepen dat het hierbijniet gaat om een nieuwe pilot, maar om een gefaseerde uitrol van hetgebruik van de bodycams door toezichthouders. Daarbij worden de boa’svan de NS toegerust met nieuwere, modernere bodycams. Het is dusgeen pilot, maar onderdeel van de invoering daarvan. Ik kom zo nog terugop bodycams in zijn algemeenheid daar waar het gaat om de uitrustingvan boa’s, want daar zegt het coalitieakkoord ook wat over.Mevrouw Van der Plas vroeg naar het seponeren. Hoe vaak gebeurt dat?Er wordt in de registratie geen onderscheid gemaakt naar specifiekeberoepsgroepen, dus we kunnen de boa’s niet uit die cijfers lichten. Depolitie en het OM publiceren jaarlijks in het voorjaar de cijfers over alledelicten tegen alle mensen met een publieke taak. Ze nemen dezenatuurlijk zeer ernstig en met voorrang op en bij zo’n 85% van deaangiftes die zijn gedaan, leidt dat daadwerkelijk tot een strafvorderlijkereactie. Ik vind dat eerlijk gezegd hoopvolle cijfers. Politie en OM nemengeweld tegen hulpverleners in ieder geval serieus.Dat brengt mij bij geweldsmiddelen en de rest van de uitrusting.De voorzitter:Dan ga ik eerst even kijken naar de leden. Ik zag dat in ieder geval de heerMathlouti een vraag heeft aan de Minister.De heer Mathlouti (D66):Die had ik aanvankelijk inderdaad. Die ging over de pilot in Noord-Hollandwaarin politie en de boa’s goed samenwerken in de meldkamer, maardaar heeft de Minister eigenlijk al min of meer antwoord op gegeven. Hijhad het over een vorm om best practices te delen. Volgens mij is dat eengoede start. Dingen die ergens goed werken, moet je volgens mij brederfaciliteren. Dus dat is in ieder geval een goed begin.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie nog een hand van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Volgens mij hoort het hierbij. Ik zou nog even in willen gaan op de zorgendie de vervoersbedrijven hebben geuit ten aanzien van het arrestanten-vervoer en de aanhoudingsafhandelingen. Zij vinden dat dat niet bij henhoort, maar bij de politie omdat zij met hun boa’s in het ov met namewillen focussen op hun kerntaken. We weten dat de NS al eerderafspraken heeft gemaakt met de politie over het arrestantenvervoer, juistTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2428 omdat die boa’s vaak te voet of met de trein zijn en dat niet kunnenoppakken. Het nadrukkelijke verzoek is om dat landelijk te verankeren. Ikwil daar toch een reactie op van de Minister, temeer omdat wij eerder viaeen motie samen met collega Michon-Derkzen hebben gepleit voor heelconcrete samenwerkingsafspraken tussen politie en boa’s voor al dietaken. Graag daar een reactie op.Minister Van Weel:Ik begrijp die wens en ik begrijp ook de wens van het ov. Het ov heeft eenvoor- of een nadeel – het is maar hoe je het noemt – want dat rijdt doorhet hele land heen en hoewel wij wel een landelijke politie hebben, is datniet hoe we uiteindelijk de inzet van de politie hebben belegd. Dat maakthet lastig om te bepalen – uiteindelijk opereert de politie immers ondergezag van de burgemeester – hoe een burgemeester de politie moetinzetten op het moment dat een trein met boa’s en een arrestant door zijnverantwoordelijkheidsgebied rijdt. Daar kan ik wettelijk niets afdwingen.Wat ik wel kan doen, is ook hier weer – dan kijk ik naar de heer Mathlouti – kijken naar best practices, want er zijn een aantal van dit soort afsprakengemaakt en er zijn natuurlijk trajecten waarvan je weet dat het daaropvaker voorkomt dan op andere. Daar komt de pilot ook vandaan die welsuccesvol is geweest. Daarna kan je kijken hoe je dat als een best practiceook door andere gezagen kan laten overnemen. Ik denk dat dat ongeveeris hoever mijn macht daar reikt.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik ga hier een concrete toezegging uit proberen te halen, want dan hoef ikgeen motie in te dienen. Dat willen we natuurlijk niet meer. Tenminste, zomin mogelijk. Wat zegt de Minister concreet? Uiteindelijk is hij verant-woordelijk en ik heb er heel veel belang bij dat hij straks met de VNG ofhet Veiligheidsberaad in gesprek gaat, dus ook met die lokale gezagen,om na te gaan hoezeer ze hier handen en voeten aan kunnen geven,omdat je daarmee daadwerkelijk die boa’s binnen het ov kunt ontlastenzodat zij zich kunnen richten op hun kerntaken. Bent u daartoe bereid? Alsdat afgedaan kan worden met een toezegging, dan hoef ik dat niet via eenmotie af te dwingen, uiteraard indien er een meerderheid is.Minister Van Weel:Als ik mevrouw Mutluer de moeite kan besparen om een motie in tedienen, dan zal ik dat heel graag doen. Wat ik kan toezeggen, is dat we inieder geval kijken naar best practices op basis van de afspraken die er alzijn en om die dan vervolgens onder de aandacht te brengen van degezagen.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Is dit een interruptie? Wordt het gerekend als een interruptie als ik zeg dathet niet zo bedoeld was?De voorzitter:Dat is een interruptie, ja.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Prima, ik ga ’m gewoon gebruiken en dan bewaar ik er nog eentje voor degroene boa’s. Hij mag iets steviger, beste Minister. Het mag veel stevigerdan alleen maar onder de aandacht brengen. Ik wil dat u gewoon actieonderneemt en dat het uiteindelijk ook gewoon gebeurt. Kunt u detoezegging iets verstevigen?Minister Van Weel:Dat zou ik hier wel kunnen zeggen, maar dan heb ik vervolgens 342burgemeesters aan de lijn, die mij allemaal gaan vertellen dat ik daar nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2429 over ga. Daar hebben ze nog gelijk in ook, want wettelijk gezien hebben zijhet gezag over de inzet van de politie en ik niet. Ik ben de beheerder,samen met de korpschef. Vanuit mijn bevoegdheden kan ik dus nietverder gaan dan de toezegging zoals ik die heb gedaan.De voorzitter:Dank u wel. Ik voorzie een motie.Minister Van Weel:Het oordeel laat zich dan ook raden.De voorzitter:Tenzij er nog vragen zijn van de Kamer, gaat u nu verder met het blokjegeweldsmiddelen.Minister Van Weel:Geweldsmiddelen. Ik denk dat er al heel veel aandacht is geweest voor degroene boa’s en het makkelijker maken van het verkrijgen van eenvuurwapenvergunning. Ik ben oprecht blij dat de beleidsregels nugepubliceerd zijn, dat de kan-bepaling er nu uit is en dat het enige watnog telt voor de beoordeling van een vuurwapen, de taakomschrijvingvan de boa is. Daar waar het gaat om de groene boa’s, zeg ik: ja,inderdaad zijn de provincies volgens de Omgevingswet het gezag dat dieaanwijzingsbesluiten moet geven over de taken van groene boa’s. Eenaantal van u heeft dat gememoreerd. We hebben de provincies eropgeattendeerd en zullen dat ook blijven doen.Tot nu toe hebben drie provincies dat gedaan. Ik pak mijn aantekeningener even bij. Dat zijn Gelderland, Overijssel en Noord-Brabant. Ik moet welzeggen dat daar ook wel de bulk van de groene boa’s zit, omdat daarnatuurlijk de meeste natuurgebieden zijn. Stropers kunnen natuurlijk altijduitwijken naar Noord-Holland, maar daar zullen ze weinig winst behalen.Ik denk dus dat we voor de korte termijn daarmee in ieder geval dat gathebben gedicht. Die provincies hebben ook daadwerkelijk alle groeneboa’s de taak gegeven tegen gewapende stroperij. Daarmee worden deaanvraag van een vuurwapen en de toekenning daarvan een stukeenvoudiger. Ik zeg er wel bij dat het uiteindelijk aan de werkgevers is, endie kunnen we niet dwingen, om uiteindelijk ook de aanvraag te doennamens hun eigen boa’s. Maar ten opzichte van waar we stonden, is heteen belangrijke stap voorwaarts, denk ik.Dat geldt dus nu ook voor alle andere boa’s en andere geweldsmiddelen.Ook daar is de kan-bepaling en het aantal incidenten dat ze hebbenmeegemaakt in hun taak, niet meer bepalend voor het feit of zij al dan nietde beschikking kunnen krijgen over bijvoorbeeld een wapenstok. Ook datis geen automatisme. Je kunt je voorstellen dat als het om handhaving ineen heel rustige buurt gaat, je veel liever zonder een wapenstok rondlooptom een meer laagdrempelig contact te hebben met de omgeving dan insommige omgevingen, waarin die dreiging van gevaar, ook voor huneigen persoon, veel hoger is. We hebben het nu in ieder geval geünifor-meerd aan de mogelijkhedenkant. Het is aan de werkgever om het danverder in te vullen.Ik denk dat dit ook een antwoord is op de vraag van mevrouw Straatmanover de uniformering van die uitrusting. Ook in het nieuwe stelsel hebbenwe dus te maken met een basisuitrusting. Daarbovenop komen dieaanvullende geweldsmiddelen. Dat kan een wapenstok zijn of pepper-spray. Het is dan aan de werkgevers om dat naar aanleiding van de takendie ze geven aan specifieke boa’s aan te vragen en daar toestemmingvoor te verkrijgen. Uiteindelijk is het dan de Dienst Justis, die namens mijeen besluit neemt over die aanvragen. Dat is nu ook al het geval. Hetenige wat vervalt in de nieuwe situatie is de toezichtsrol van het OM.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2430 Mevrouw Coenradie vroeg nog of ik de toetsing voor geweldsmiddelenvan een naar twee jaar wil brengen. Laat ik vooropstellen dat ik de situatiedie is ontstaan rond de Politieacademie betreur. Ik snap de Politieaca-demie. Ook die moet roeien met de riemen die zij heeft, maar dat maguiteindelijk natuurlijk niet ten koste gaan van de toetsing van boa’s voorhet gebruik van hun geweldsmiddelen. De inhaalslag die gedaan zouworden, is gedaan, dus alle werkgevers die nog in 2025 hun medewerkerswilden laten toetsen, hebben dat kunnen doen. In die zin was er begin ditjaar geen sprake van een achterstand, maar de Politieacademie heeft welgezegd dat zij daar in 2026 geen capaciteit voor heeft. Ik ben dusinderdaad met een werkgroep bezig om te bekijken wat de beste manier isom dat te doen. Is dat een boa-academie? Zijn dat private partijen die wein permanente dienst hebben? Is dat toch via een omweg de Politieaca-demie, maar dan met compensatie? Daar zijn we nog niet uit, maar wegaan zorgen dat we daar in ieder geval in de komende maandenhelderheid over krijgen, zodat we niet weer tegen dat probleem aanlopen.Vanwege de impact en de toekenning van geweldsmiddelen en goedwerkgeverschap wil ik niet per se die termijn oprekken van een naar tweejaar. Ik wil veel liever regelen dat we een jaar gewoon kunnen halen.Dan houden we wat betreft de groene boa’s één vraagstuk over en dat isdoor een aantal van u genoemd. Wat nou als je in the middle of nowherebent, je geen taak hebt met betrekking tot gewapende stroperij en je ietstegenkomt waarbij er sprake is van een gevaarzetting? Ik wil toch zeggendat als het niet behoort tot de taakomschrijving van de boa, het debedoeling is dat de boa zich terugtrekt uit die situatie en hulp roept. Destrafrechtelijke vervolging van hetgeen wordt aangetroffen, heeft dangeen prioriteit. De veiligheid van de boa heeft dan prioriteit. Dat an sich,dus het feit dat je in de natuur kunt aanlopen tegen ondermijnendecriminaliteit, is niet automatisch een reden om een vuurwapen toe tekennen. Zoals gezegd, is de gewapende stroperij dat wel, omdat hetgewoon behoort tot de taak van de boa om die tegen te gaan. Daar kandan wel een vuurwapen bij horen. Dat wil ik voor de helderheid wel nogeven hebben neergelegd.Voorzitter, ik heb er nog eentje. Nee, nog twee en dan ben ik aan het eindevan het blokje. De eerste is de vraag van de heer El Abassi, die vroeg naarde uitbreiding van de bevoegdheden en de extra bewapening:verschuiven we niet het geweldsmonopolie en hoe houden we daar gripen toezicht op? In eerste instantie zorgen de werkgevers ervoor dat deboa’s binnen de aan hen gegeven bevoegdheden opereren, maar elkeinzet van geweld wordt uiteindelijk beoordeeld door het OM. Dat bekijktook in elk individueel geval van geweldsinzet of er noodzaak is totstrafvervolging. De ambtsinstructie is leidend bij de inzet van gewelds-middelen. Op basis van die ambtsinstructie is de boa verplicht om bij deinzet van die middelen een geweldsmelding te doen bij de hulpofficier vanjustitie. Voor het nieuwe bestel wordt samen met de werkgevers, depolitie en het OM verder uitgewerkt welke aanvullende waarborgen voorgeweldsinzetten moeten worden geregeld om dat ook in het nieuwestelsel gewaarborgd te hebben.Ten slotte kom ik op het aantal groene boa’s in de buitengebieden. Daarga ik niet over, zeg ik tegen mevrouw Van der Plas. Dat is aan deboa-werkgevers zelf. Er is op dit moment vanuit mijn ministerie wel eensubsidie van 5 miljoen euro per jaar. Verder is de collega van LVVN in thelead om te bekijken wat er vanuit het oogpunt van natuurbescherming ennatuurbeheer aanvullend nodig zou zijn aan groene boa’s in de buitenge-bieden.O, ik heb hier ook nog een vraag over de bodycam. Excuses, het waren ertoch drie. Het is geen geweldsmiddel, maar hoe zit het met het uitrustendaarmee? In het coalitieakkoord staat beschreven dat boa’s en politie-agenten die dat nodig hebben voor de uitvoering van hun taak eenbodycam krijgen, zodat ze veiliger kunnen werken. In het nieuweTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2431 boa-stelsel is de bodycam al standaard onderdeel van de aanvullendeuitrusting. Het is uiteindelijk nog wel aan de werkgever om die in overlegmet de boa al dan niet toe te kennen. Ik ken ook boa’s die absoluut nietzitten te wachten op een bodycam. Het hangt dus maar helemaal af vande setting waarin je opereert of het van toegevoegde waarde is of niet,maar de mogelijkheid is er en die wordt ook onderstreept in het akkoord.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat mevrouw Coenradie een vraag heeft. Daarna ismevrouw Faber en dan mevrouw Straatman.Mevrouw Coenradie (JA21):Heel fijn dat de Minister de komende tijd bekijkt hoe we ermee omgaan. Ikhoor dat er in ieder geval nog meerdere mogelijkheden openstaan, zoalseen boa-academie. We weten ook nog niet of er een vervolg komt op ditcommissiedebat – dat is namelijk nu even besloten – en wanneer dat danis. Is het, om toch een beetje de druk erop te houden, mogelijk om binnennu en drie maanden een brief te ontvangen over de stand van zaken? Ikben namelijk wel benieuwd naar de uitkomsten van deze hersenspinselsen de openstaande mogelijkheden.Minister Van Weel:Ik stel voor om zo veel mogelijk dingen te clusteren. Ik waardeer dit apartedebat over de boa’s. Ik stel voor dat we bij het volgende halfjaarberichtpolitie een apart hoofdstuk over de boa’s toevoegen en dat we daarin eenaantal van deze zaken benoemen. Dan laten we het samenlopen, maarbesteden we er wel expliciet aandacht aan.Mevrouw Faber (PVV):Ik wil het nog even hebben over de toekenning van het vuurwapen doorde gedeputeerde staten. Ik heb in mijn eerste termijn al gezegd dat hetwel een beetje vreemd is dat dit bij de provincies ligt, omdat die alleenbestuurlijk kunnen handhaven. Klopt dit allemaal wel? De boa’s moetennamelijk strafrechtelijk handhaven. Ik vraag me af hoe dat kan. Ik hebbegrepen dat aan het IPO het verzoek is gedaan om dit te repareren en omhet weer onder de Wet natuurbescherming te laten vallen, zodat hethersteld wordt. Wat is de status daarvan? Is daar iets van bekend bij deMinister? Klopt het wel dat de gedeputeerde staten die toewijzing kunnendoen? Er gaan verschillende verhalen rond, ook over Justis. Er zijn doorde landsadvocaat adviezen gegeven, maar die worden niet prijsgegeven.Het is een beetje een black box voor mij. Wellicht kan de Minister dittoelichten. Het is ook prima als hij dat in een brief doet, maar ik wil daarwel graag helderheid over hebben.Minister Van Weel:Ik denk dat u niet de enige bent die hierover enigszins verbaasd was. Datwaren wij ook. De landsadvocaat heeft ons geadviseerd over hoe wijhiermee moeten omgaan. De Omgevingswet is hier de schuldige. Ik weetniet of men tijdens de behandeling van de Omgevingswet explicietgekeken heeft naar dit zijeffect, maar daarin is aangewezen dat dehandhaving van de gewapende stroperij en het aanwijzen van de boa’sdie dit als taak hebben, belegd is bij de provincies. Dat is natuurlijk niethet meest praktisch, want dat betekent dat wij de provincies nu moetenopbellen om hen een aanwijzingsbesluit te laten nemen zodat weuiteindelijk die dekking hebben. Dat is hoe de wet nu werkt. Je zou dat vrijeenvoudig kunnen oplossen met een reparatiewet. Daar zullen we naarkijken, samen met de nieuwe Minister van VRO, van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening. For the time being: zolang de provincies hunaanwijzingsbesluiten nemen – de drie belangrijkste hebben datgedaan – is het gerepareerd en is het verder niet onhelder. We hebben nuTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2432 gewoon een heldere juridische basis voor het optreden. Dat is nu hetgeval voor Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Ik begrijp niet helemaal wat die reparatie inhoudt. Kunnen gedeputeerdestaten die toekenning geven? De Minister geeft aan dat drie provincies hetgeregeld hebben, namelijk Gelderland, Overijssel en Noord-Brabant, maarvolgens mij zijn er ook stropers actief in Drenthe en andere provincies. Ugaf het voorbeeld van Noord-Holland, maar volgens mij stropen ze ookkonijnen en hazen. Ik weet niet hoe dat zit.Minister Van Weel:Die reparatie zou eruit bestaan dat de domeinaanwijzing en de taken diedaarin genoemd worden, voldoende zijn. Dan kan ik die besluiten weernemen als Minister en dan hoeft er verder ook geen aanwijzing meer tekomen vanuit de provinciale staten. Maar op dit moment hebben we temaken met de Omgevingswet en is dat wél nodig. Het klopt dat destroperij niet alleen actief is in die drie belangrijkste provincies. Daaromzitten we de andere provincies ook achter de broek om dat aanwijzingsbe-sluit zo snel mogelijk te nemen.Mevrouw Faber (PVV):Wanneer is de Minister weer in staat om die aanwijzing te geven? Aanwelke tijdspanne moet ik dan denken? Worden we geïnformeerd op hetmoment dat dat weer kan?Minister Van Weel:Het is een wetswijziging. Nogmaals, op het moment dat de provincies dieaanwijzingsbesluiten hebben genomen, zijn we gedekt. Dan is er geenacute nood. Maar je zult wel een wetswijziging moeten indienen op deOmgevingswet. Ik wil niet zeggen dat u beter weet dan ik hoelang eenwetstraject ongeveer in beslag neemt, maar u weet dat wel net zo goedals ik.De voorzitter:Mevrouw Faber, dit is uw laatste interruptie.Mevrouw Faber (PVV):Wanneer is de Minister bereid om er actief op in te zetten dat die reparatieeraan komt? Bent u daar al over in gesprek? Want we moeten datnatuurlijk niet laten versloffen. Er moet wel wat gebeuren. Wanneer wordthet nieuwe wetsvoorstel geïnitieerd?Minister Van Weel:Ik wil niks laten versloffen, maar mijn belangrijkste prioriteit is om er nuvoor te zorgen dat het geregeld is voor de boa’s die er zijn. De weg om hetnu geregeld te krijgen, is via de provincies, omdat zij nu die bevoegdheidhebben. Daar ligt de prioriteit nu. Daarnaast zal ik met de nieuwe Ministervan VRO in overleg gaan, want die moet uiteindelijk de wetswijzigingindienen. Ik zal vragen of zij daartoe bereid is en of dat samenvalt metandere reparaties aan de Omgevingswet die al aanstaande zijn. Dan kandaar een wetstraject omheen worden gezet. Nogmaals, het is nietmoeilijk, maar het moet wel door alle stappen heen.Mevrouw Straatman (CDA):Ik wil op ditzelfde punt graag nog wat doorvragen. Het is goed als er eenreparatiewet komt, maar op dit moment hebben de boa’s daar natuurlijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2433 nog niets aan. In de beantwoording van de vragen staat: «De provincieswaarbij dit speelt, zijn momenteel de aanwijzingsbesluiten aan hetvormgeven.» Betekent dit dat de andere provincies waar dit ook speelt,buiten de drie provincies die we zojuist genoemd hebben, dit in proceshebben? Of betekent het dat zij gewoon nog bezig zijn met een juridischediscussie en dat zij dus weigeren om dit in proces te nemen?Minister Van Weel:Dank voor de verhelderende vraag. Niemand weigert. Het heeft hier temaken met processen. Dat speelt ook bij die overige provincies.Mevrouw Straatman (CDA):Dan heb ik één vervolgvraag. Wat kan de Minister doen om die processente versnellen, of in ieder geval om de provincies aan te zetten dit zo snelmogelijk te regelen? Wat betekent dit concreet voor de boa’s in dieprovincies nu? Zij handelen nu onbevoegd, maar hebben wel eenvuurwapen. Kunt u mij meenemen in wat die boa’s nu moeten doen? Zijhebben wel een vuurwapen, maar mogen dat niet gebruiken. Het isnatuurlijk een onwerkbare situatie. Wij hebben die situatie gecreëerdomdat er een juridische ruis ontstaat, maar we moeten het voor die boa’swel goed inregelen.Minister Van Weel:Ik durf niet per se te zeggen of er nu gewapende boa’s rondlopen buitende drie provincies die genoemd zijn. Ik kan daar wellicht in de tweedetermijn op terugkomen. Ik zal het u dan even laten weten. Nogmaals, deprioriteit is nu gericht op het hebben van die aanwijzingsbesluiten. Dat isniet moeilijk, maar het moet wel even gebeuren.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen verdere vragen. U kunt dus overgaan tot hetlaatste blokje, overige belangrijke vragen.Minister Van Weel:Dan begin ik met ...De voorzitter:O, excuses. Ik keek even verkeerd. Het is nog niet het laatste blokje; wehebben nog het blokje verantwoordelijkheden werkgevers en toezicht.Minister Van Weel:Ja, maar dat is niet een heel dik blokje. Laat ik daar dus doorheen gaan.Het blokje met de andere belangrijke zaken is ietsje langer.Mevrouw Straatman vroeg naar de verdwijnende rol van het OpenbaarMinisterie als het gaat om toezicht. Het klopt dat het OM in het nieuwestelsel geen toezichthouder meer is. Het heeft dus geen rol meer in deadvisering over het toekennen van aanvullende wapenuitrusting, en ookniet in het toezichthouden op de taakuitvoering door de boa. Het OM blijftuiteraard wel het bevoegd gezag voor zover de boa gebruikmaakt van zijnstrafrechtelijke bevoegdheid of van de geweldsbevoegdheid die daaraangekoppeld is. Daarmee behoudt het, zoals ik net al tegen de heer El Abassizei, ook een rol bij de strafrechtelijke toetsing van incidenten, en uiteraardook bij de kwaliteit van de opsporing. We zijn nog bezig met de nadereuitwerking van het toezichtstelsel, zeg ik ook tegen anderen. Daarbij zullenwe hier ook rekening mee houden.Het is de bedoeling dat in het nieuwe bestel de werkgever een onafhanke-lijke interne toezichthouder aanstelt. Die houdt dan toezicht op dekwaliteit, integriteit, proportionaliteit en rechtmatigheid van de taakuit-voering. Die onafhankelijke interne toezichthouder wordt wettelijkverplicht, naar het voorbeeld van de functionaris gegevensbescherming,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2434 zoals we die kennen binnen organisaties. Daarnaast komt er ook eentweede- en derdelijnstoezicht. We komen later nog terug op hoe we datprecies vorm gaan geven. Dat gaan we samen met het veld verderuitwerken.Mevrouw Straatman vroeg nog wat het betekent voor de kleineregemeentes en de kleinere werkgevers van boa’s. Professioneel werkgever-schap is een van de pijlers die we in het nieuwe bestel naar voren willenlaten komen. De verantwoordelijkheden die daarbij horen, moeten vooriedereen gelden. Maar ik besef ook wel dat dat een grote impact kanhebben op kleine werkgevers. We zullen de mogelijkheid voor samen-werking tussen verschillende werkgevers bij het invullen van het toezichtdus behouden. Dan zou je bijvoorbeeld regionaal kunnen kijken of eenaantal gemeentes dat gezamenlijk kan doen, om het meer behapbaar tehouden en om meer schaalgrootte te creëren.Mevrouw Straatman vroeg ook nog hoe het zit met de nazorg. Dat is eenzaak van individuele werkgevers, en zij vroeg of we het niet landelijkkunnen organiseren. Dat kan niet, want die nazorg vloeit voort uit hetwerkgeverschap zoals dat in de Arbowet is vastgelegd. De Arbowetverplicht werkgevers om een risico-inventarisatie en -evaluatie op testellen om arbeidsrisico’s zoals geweld en agressie in kaart te brengen enmaatregelen te nemen om deze te beperken. Uiteindelijk ziet de Arbeidsin-spectie dan weer toe op de naleving van de Arbowet. Werkgevers moetenop basis daarvan bij incidenten, zoals geweld op het werk, wat bij een boaook kan gebeuren, zelf zorgen voor passende opvang en nazorg.In het verlengde daarvan ligt de PTSS-vraag, zoals die is genoemd.Uiteraard is het van groot belang dat er goed wordt zorg gedragen voorboa’s, ook daar waar sprake is van PTSS, maar ook hier is het primair opbasis van de wet aan de werkgevers om een zorgstelsel in te richten. Datis ook onderdeel van hun rechtspositie. Daarnaast vindt er – anders kom ikweer bij best practices terecht – al uitwisseling van kennis en ervaringenplaats tussen de werkgevers van verschillende beroepsgroepen overberoepsgerelateerde gezondheidsklachten, waaronder natuurlijk ookPTSS.Dat was het blokje toezicht en verantwoordelijkheden.De voorzitter:Dank u wel. Ik zag nog een vraag van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):We hebben er een jaar voor gevochten om PTSS bij de brandweerlandelijk te erkennen als beroepsziekte en ik ben best bereid om datgevecht ook voor de boa’s aan te gaan. Het antwoord «het is afhankelijkvan de werkgevers» ken ik en herken ik van de voorgaande Ministers. Ikneem daar geen genoegen mee, omdat elke werkgever daar op eenandere wijze mee omgaat. Ik vind dat we, zeker na zo’nboa-stelselherziening, alles op alles moeten zetten om PTSS landelijk teerkennen. Is de Minister daartoe bereid? Zo niet, dan zullen wij proberen,hopelijk in samenspraak en samenwerking met andere partijen, om deMinister een andere weg – hoe zeg je dat netjes? – te laten bewandelen.Minister Van Weel:Ik hoorde het woord «motie» niet, maar ik voelde het wel ergens indoorklinken. Wat ik wel wil doen, is in het volgende halfjaarbericht eenparagraaf wijden aan PTSS en hoe wij daartegenaan kijken. Dat helpt udan misschien om te bepalen hoe ver dat afligt van hoe u daartegenaankijkt en wat dat verder nog vereist.Dan nu de overige belangrijke zaken. Eerst de handelingsbevoegdheid vanboa’s onder de Wet seksuele misdrijven. Ook daar heb ik in mijn vorigeverleden met uw Kamer over van gedachten gewisseld. We hebben toengesteld dat we de pilot, hoewel die nog loopt, willen openstellen voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2435 meerdere gemeenten, voor zij die dat willen. De eerste resultaten die ikterughoor van deze pilot zijn positief. In die zin verwacht ik dat we met deevaluatie door kunnen stappen naar het creëren van een permanentebevoegdheid. Die evaluatie wacht ik wel af. Die komt dit jaar rond dezomer. Tot die tijd verandert er dus wat mij betreft niets aan de pilots dielopen. Na die tijd zal ik zorgen voor een naadloze overgang van de pilotnaar de permanente bevoegdheid. We gaan dus niet ergens mee stoppenom dan vervolgens een bevoegdheid te creëren. Dat zal gewoon naadloosin elkaar overlopen.Al debatterend kom je toch al een heleboel onderwerpen tegen onderweg,blijkt in het debat.De Eenduidige Landelijke Afspraken. Mevrouw Van der Plas had daar nogeen vraag over, namelijk hoe het staat met de herziening daarvan. In aprilvorig jaar is de evaluatie met een beleidsreactie naar uw Kamer toegegaan. We werken nu aan de herziening van de Eenduidige LandelijkeAfspraken en ik verwacht dat die voor het zomerreces naar uw Kamer toekan komen.Mevrouw Coenradie vroeg hoe je de her- en bijscholing meer kunttoespitsen op specifieke functies, bijvoorbeeld het verschil tussen degroene boa en de ov-boa. Het nieuwe puntensysteem voor permanenteher- en bijscholing is erop gericht om ruimte te creëren voor werkgeversom zelf de bijscholing te kiezen die zij nodig achten voor hun specifiekewerk, maar er is wel een evenwicht tussen die ruimte en het aantal zakendat je landelijk wilt voorschrijven. De kwaliteit van de processen-verbaalvan boa’s moet natuurlijk gewoon een landelijke standaard kennen. Daarzit dus eenduidigheid achter. Dat geldt ook voor het nieuwe Wetboek vanStrafvordering en de bijscholing die daarvoor nodig is of hetde-escalerend bejegenen van bepaalde groepen. Er komt dus een mix vancentrale en specifieke her- en bijscholing in dat puntensysteem.Mevrouw Van der Plas vroeg nog naar de motie van BBB en VVD overminimumstraffen bij geweld tegen hulpverleners. Er komt snel een briefaan. Ik hoop nog in april, zeg ik tegen mevrouw Van der Plas.Ik denk dat ik daarmee aan het einde van mijn eerste termijn ben.De voorzitter:Dan kijk ik even naar de leden om te zien of al de vragen die zij hebbengesteld, ook zijn beantwoord door de Minister. Ik geef nog de gelegenheidvoor een vraag aan mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Eén vraag is niet beantwoord, voorzitter. Die ging over interventiemede-werkers op stations om verward en onbegrepen gedrag op te pakken. Datzijn vaak boa’s. Ik weet dat er in Utrecht een hele mooie pilot loopt.Mogelijk gaat Rotterdam die ook overnemen. Eigenlijk zou je dat uitmoeten rollen. Wellicht komt dat nog een keer terug bij het debat oververward en onbegrepen gedrag, maar ik zou toch de Minister opnieuwwillen vragen om daar zijn eerste reflectie op te geven.Minister Van Weel:In een bijzin had ik ze al geprezen. Het is een van de specifieke boa-takendie mogelijk navolging verdienen. Ik zal dit dus zeker inbrengen vanuitmijn verantwoordelijkheid in het traject over verward gedrag, datnatuurlijk onder de leiding van de Minister van BZK plaatsvindt.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu over naar de tweede termijn van de Kamer. Ikkijk even wie van de tweede termijn gebruik wil maken. Dat is mevrouwMartens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2436 Dank, voorzitter. Ik wil in ieder geval de Minister en zijn team bedankenvoor alle uitgebreide antwoorden. Ik wil graag een tweeminutendebataanvragen.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ook mijn dank aan de Minister. Eén ding dat mij duidelijk is geworden uitdit debat over het boa-stelsel, is dat wat er nu ligt, nog niet de optimaleversie is, gelet op alle brieven en positionpapers die wij hebbenontvangen. Mijn nadrukkelijke verzoek aan deze Minister is om daar echtrekening mee te houden en dat te verwerken in het nieuwe boa-stelsel, ofhet nou gaat om de groene boa’s, hun uitrusting, hun bewapening of deNS-boa’s. Ik hoop en verwacht dat hij dat gaat doen. Wij beraden ons welop een aantal moties om deze Minister in ieder geval de goede weg op testuren, want dat is nu nog niet het geval. Dat gaan we meemaken bij hettweeminutendebat dat net is aangevraagd.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Mathlouti.De heer Mathlouti (D66):Voorzitter, dank. Dank ook aan de Minister en zijn team voor de duidelijkebeantwoording. Ik vind het goed om een aantal dingen te horen en dat erstappen zijn gezet. We zijn er nog niet, maar in ieder geval zijn er stappengezet in het kader van toegang tot informatie en de verschillendesystemen. Ik zei in de eerste termijn dat de behoefte om het sneller tedoen er nog steeds is, maar de zorgvuldigheid en de juridische hobbelszijn volgens mij heel logisch. Dat over dat stukje.Ik denk dat ik nog even moet kauwen op het antwoord over de bestpractices, zoals de Minister het noemde, op het gebied van samenwerkingtussen politie en boa’s. Het delen van best practices en in welke vorm isvoor mij nog even een vraag.Verder vind ik het heel goed om het enthousiasme van de Minister tehoren over de pilot op het gebied van de Wet seksuele misdrijven. Goeddat hij daar kort na de resultaten in ieder geval op door wil pakken. Datzien we met belangstelling tegemoet.Heel veel dank.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Straatman.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ook namens mij dank aan de Minister voor debeantwoording van de vragen. Aan mijn kant is er nog één aanvullendevraag. Ik had het in mijn eerste bijdrage over de toegang tot informatie-systemen van private boa’s. De Minister gaf aan dat hij verwacht dit laterdit jaar te kunnen inregelen, maar dat er nog moeilijkheden zijn metonafhankelijk toezicht. Ik vroeg me af of de Minister een doorkijkje kangeven in hoe hij dit onafhankelijke toezicht wil inregelen, of hij daar alideeën bij heeft en of hij die kan delen. Het is namelijk belangrijk dat ervoor publieke en private boa’s dezelfde rechten gelden, want ze hebbendezelfde eed afgelegd en hebben dezelfde taak, dus ze moeten die taakook op dezelfde manier kunnen uitoefenen. Ik zou het zonde vinden als weop een later moment te lang doordiscussiëren over dat onafhankelijketoezicht, waardoor dat ook weer vertraging oploopt.Bij het aanwijzingsbesluit hebben we zojuist langdurig stilgestaan. Ik gaervan uit dat de achterblijvende provincies daar snel werk van maken enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2437 ook die urgentie voelen, want het kan niet zo zijn dat de groene boa’s dedupe worden van de juridische strijd die gevoerd wordt.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Dank u, voorzitter. Eerst wil ik de Minister natuurlijk bedanken voor zijnbeantwoording. Er is al een tweeminutendebat aangevraagd. Daar zal ikwat moties indienen ter aanmoediging van de Minister.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Coenradie? Geen tweede termijn. MevrouwLammers.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Nee, ik zou alleen graag de Minister willen bedanken voor zijn beant-woording van de vragen.De voorzitter:De heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter. Er is inderdaad een tweeminutendebat aangevraagd. Dat zal ikgebruiken voor een aantal moties ter aanmoediging of misschien terontmoediging.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan wil ik het voorzitterschap even overgeven aan mevrouwMutluer.Voorzitter: MutluerDe voorzitter:Mevrouw Van der Plas, het woord is aan u voor uw tweede termijn.Mevrouw Van der Plas (BBB):Dank u wel. Allereerst natuurlijk dank aan de Minister en zijn staf voor debeantwoording, maar ik wil de tweede termijn meer gebruiken om al onzeboa’s in Nederland een hart onder de riem te steken. Mensen beseffen teweinig dat zij ons land veilig houden, dat zij mensen beschermen, dat zijervoor zorgen dat mensen veilig in de trein kunnen reizen en veilig opstraat kunnen zijn. Ik vind dat soms door mensen van buitenaf maar somsmisschien ook hier of in het verleden hier – in deze commissie heb ik hetniet gehoord – een beeld van boa’s wordt neergezet waar jullie last vanhebben. Jullie zorgen er wel voor dat wij elke avond gewoon weer veiligthuis kunnen komen. Ik zou publieke figuren in Nederland die invloedhebben – influencers, zoals ze dat tegenwoordig noemen – ook echt willenoproepen om op televisie voorzichtig te zijn en niet schamper te doenover boa’s. Dat verdienen jullie niet. Het getuigt van heel erg weinigrespect, maar ook van heel erg weinig kennis. Iedereen die een bepaaldbeeld heeft van boa’s, zou ik aanraden om even een weekje mee te lopen,te zien wat jullie dan meemaken en vooral ook te zien wat jullie doen omons land veilig te houden. Daar wil ik mijn tweede termijn mee afsluiten.Voorzitter: Van der PlasDe voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2438 Dan neem ik het voorzitterschap weer terug. Ik kijk naar de Minister: wil hijnog op iets reageren? Er is één vraag gesteld door mevrouw Straatmanover de toegang van de private boa’s tot de informatiesystemen.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Op die vraag kan ik een heel kort antwoord geven: wenemen in het halfjaarbericht politie mee hoe we daartegen aankijken. Datis nog tijdig, want we beginnen nu in april met de publieke zaken endaarna komt de rest.Laat mij ook nog een woord van dank uitspreken aan alle boa’s, dieinderdaad een cruciale rol voor ons vervullen in de veiligheid in onzeomgeving, in onze steden, in onze straten, maar ook in onze natuurge-bieden. Ze zijn niet meer weg te denken. Het is ongelofelijk om te zien dater binnen vijftien jaar – het is echt nog een jonge organisatie – in dediversiteit ontzettend veel kracht in deze organisatie zit. Daar gaan weverder aan bouwen.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu de toezeggingen even doornemen, maarallereerst merk ik op dat er een tweeminutendebat is aangevraagd, metals eerste spreker het lid Martens-America van de VVD.Ik loop de toezeggingen langs.–Naar aanleiding van vragen van mevrouw Mutluer over het arrestan-tenvervoer gaat de Minister kijken naar de best practices en brengt hijdie onder de aandacht van de lokale gezagen.–Naar aanleiding van een vraag van mevrouw Coenradie zal de Ministerin het volgende halfjaarbericht politie een los hoofdstuk over de boa’sopnemen.–Naar aanleiding van vragen van mevrouw Mutluer zal de Minister inhet volgende halfjaarbericht ook een passage opnemen over PTSS, datstaat voor «posttraumatische stressstoornis».–Naar aanleiding van vragen van mevrouw Van der Plas zal de Ministerde Kamer voor de zomer de brief over de herziening van de Eendui-dige Landelijke Afspraken sturen.Ik wil de Minister en zijn staf als voorzitter van dit commissiedebatnogmaals bedanken voor de antwoorden. Ik wil de Kamerleden bedankenvoor hun betrokkenheid en hun mooie woorden over de boa’s. Ik wil hetpubliek hier op de tribune heel erg bedanken voor hun komst en hetvolgen van het debat. Dat geldt ook voor de mensen die dit thuis hebbengevolgd. Ik dank de bodes voor de goede zorgen, de harde werkers op deachtergrond die zorgen dat wij een goed debat kunnen voeren. Uiteraardook dank aan de griffier voor de ondersteuning.Rest mij niets anders dan te zeggen: zorg goed voor elkaar, help elkaar,wees goed voor elkaar, zie om naar elkaar en kom vooral veilig thuis.Dank u wel.Sluiting 16.32 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 395, nr. 2439
Gerelateerde bronnen
- BOA - stelsel
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 12 maart 2026, over BOA - stelsel
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.