Verslag van een commissiedebat, gehouden op 15 april 2026, over Personeel (nader gewijzigde tijd)
Brontekst
Versie b23fd0d59a614f3e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 XVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Defensie (X) voor het jaar 2026Nr. 93 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 30 juni 2026 De vaste commissie voor Defensie heeft op 15 april 2026 overleg gevoerdmet de heer Boswijk, Staatssecretaris van Defensie, over:–de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 17 decem-ber 2025 inzake ontwikkelingen op personeelsgebied najaar2025 (Kamerstuk 36 800-X, nr. 20);–de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 17 decem-ber 2025 inzake stand van zaken maatregelenbrief «Onzemensen, onze toekomst: meer, beter en sneller» (Kamerstuk33 763, nr. 174);–de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 22 septem-ber 2025 inzake start Defensie-enquête (Kamerstuk 36 592,nr. 45);–de brief van de Minister van Defensie d.d. 16 september 2025inzake Stand van Defensie najaar 2025 (Kamerstuk 36 800-X,nr. 3);–de brief van de Minister van Defensie d.d. 27 januari 2026inzake beantwoording vragen commissie over de Stand vanDefensie najaar 2025 (Kamerstuk 36 800-X, nr. 3) (Kamerstuk36 800-X, nr. 26);–de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 3 april 2026inzake groei van de krijgsmacht (Kamerstuk 33 763, nr. 176);–de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 13 april2026 inzake toezegging gedaan tijdens het commissiedebatPersoneel van 19 juni 2025, over de uitkomsten van deevaluatie van het instrument remotie voor burgerpersoneelbinnen Defensie (Kamerstuk 36 800-X, nr. 73);–de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 15 april2026 inzake reactie op twee onderwerpen ten aanzien vanDefensiepersoneel (Kamerstuk 36 800-X, nr. 75). kst-36800-X-93ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 931 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,PaternotteDe griffier van de commissie,De LangeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 932 Voorzitter: PaternotteGriffier: MantenAanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Boon, Dobbe,Peter de Groot, Ten Hove, Jagtenberg, Van Lanschot, Nanninga, Pater-notte, Piri en Struijs,en de heer Boswijk, Staatssecretaris van Defensie.Aanvang 15.01 uur.De voorzitter:Dames en heren, van harte welkom bij deze vergadering van de vasteKamercommissie voor Defensie, die in het teken staat van personeel.Bijzonder welkom uiteraard aan de Staatssecretaris van Defensie aan mijnrechterzijde en aan zijn ondersteuning. En welkom aan de Kamerleden diedeelnemen aan dit debat. Ik zal ze even kort aan u voorstellen: mevrouwJagtenberg namens D66, de heer Boon namens de PVV, mevrouw Dobbenamens de SP, de heer Struijs namens 50PLUS, mevrouw Nanninganamens JA21, mevrouw Ten Hove namens de Groep Markuszower, en deheer Van Lanschot namens het CDA. Verder zijn er, niet te vergeten, deheer De Groot namens de VVD en de heer Van Baarle namens DENK.Dit is een enorme opkomst voor dit commissiedebat. We hebben slechtsdrie uur de tijd. Dit betekent dat ik u moet gaan beperken tot eenspreektijd van vier minuten. In de eerste termijn van dit debat kunt u drieinterrupties naar eigen inzicht inzetten. Daarna proberen we met gezwindespoed door te gaan met de beantwoording van de zijde van het kabinet.Omdat de tijd van de vergadering verschoven is, moet ik zelf helaas om17.00 uur weg, maar we hebben mevrouw Nanninga bereid gevonden danhet voorzitterschap over te nemen, waarvoor alvast veel dank.Dan ga ik allereerst het woord geven aan de eerste spreker, mevrouwJagtenberg. Zij spreekt namens D66.Mevrouw Jagtenberg (D66):Voorzitter. Ik heb door mijn loopbaan heel veel met Defensie samenge-werkt. In de voorbereiding op dit debat moest ik denken aan eenoud-collega en goede vriend van mij onder het call sign Speedy. Speedywas jarenlang jachtvlieger bij Defensie. Zelfs na zijn jaren bij Defensie waste merken dat hij jachtvlieger is geweest: scherpe analyses, gevatteopmerkingen en bovenal een bijzonder slecht gevoel voor humor. Zijnbaan was zijn leefstijl geworden en ik denk dat dit voor een hoop mensenbij Defensie geldt. Dus voor mij gaat dit debat niet per se over personeelen groei, maar echt over de mensen achter de organisatie.Voorzitter. Gelukkig staan mensen weer in de rij om aan de slag te gaan bijDefensie, voor onze vrede en veiligheid. Dat zien we bij het Dienjaar.Sinds 2023 zijn er meer dan 8.000 aanmeldingen geweest voor slechts1.600 plekken. De opschaling wordt niet gehaald, onder andere door eentekort aan keurders. Hoe gaat Defensie deze moeder van het personeels-tekort oplossen? Tegelijkertijd is de opgave groot. Om onze eigen vredeen veiligheid te kunnen garanderen, moeten we vacatures blijven vullen.Defensie is niet de enige sector met tekorten, want ook zorg, techniek, ITen logistiek vissen in dezelfde vijver. Meer samenwerking is nodig,bijvoorbeeld via combinatiebanen en gedeeld werkgeverschap. Ik zeg: nietconcurreren, maar combineren. Daarnaast verlaten jaarlijks 10.000mbo-studenten hun opleiding zonder startkwalificatie, terwijl Defensiejuist hun vaardigheden nodig heeft. Laten we daarom breder kijken dandiploma’s en meer werven op vaardigheden. Graag een reflectie van deStaatssecretaris op deze punten.Voorzitter. De mannen en vrouwen van onze krijgsmacht zetten zich elkedag in voor onze veiligheid, vaak onder moeilijke en onvoorspelbareTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 933 omstandigheden. Goed werkgeverschap stopt niet bij uitrusting entraining. Het omvat ook het mentale welzijn van onze militairen en hetthuisfront. Op papier is veel geregeld, maar signalen uit de praktijk latenzien dat dit niet altijd voelbaar is voor de mensen om wie het gaat. Ik hebhet over militairen die maandenlang op missie zijn zonder structureel enbetekenisvol contact vanuit hun commandant, en thuisfronten, die indiezelfde periode niets van Defensie horen. Dat is niet hoe het hoort envooral niet hoe het kan.Juist in een organisatie als Defensie, waar vertrouwen en kameraadschapcentraal staan, moet mentale ondersteuning geen bijzaak zijn, maar eenvanzelfsprekend onderdeel van een missie. Daarom wil ik de Staatssecre-taris de volgende vragen stellen. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat deverantwoordelijkheid voor het welzijn van militairen niet alleen bij decommandant ligt, maar ook onafhankelijk wordt gemonitord en geëva-lueerd? Is de Staatssecretaris bereid te zorgen voor minimale structurelecontactmomenten met het thuisfront, proactief en niet alleen wanneer eriets misgaat? Is de Staatssecretaris bereid om ervaringen van militairenzelf structureel mee te nemen in rapportages, zodat we niet alleen sturenop beleid maar ook op praktijk?Voorzitter. Er liggen kansen om het systeem sterker, menselijker en betervoorbereid op de toekomst te maken. Maar het huidige systeem isontworpen voor de referentie «man», de standaardman waar de organi-satie omheen is ingericht, van uniform tot uitrusting, van beleid totcarrièremogelijkheden. In een toekomst waarin minstens 30% van hetpersoneel vrouw is, is het tijd voor zijn pensioen. Hoe bereidt Defensie deeigen organisatie voor op een toekomst waarin 30% van het personeelvrouw is? Wordt er bijvoorbeeld geïnvesteerd in specifieke zorg, zoalsgynaecologische expertise?Dan nog nader over zorg. Uit een recente evaluatie blijkt dat er problemenzijn in de zorgketen bij langdurige inzet van Defensie. Kan Defensie goedemedische zorg geven als artikel 5 wordt ingeroepen? Welke concretestappen zijn er naar aanleiding van de evaluatie gezet om dit te verbe-teren?Tot slot. Ook onze reservisten spelen een onmisbare rol in vrede enveiligheid. Ik wil de Staatssecretaris bedanken voor zijn antwoorden opmijn schriftelijke vragen hierover. En ik kijk uit naar de toegezegde briefover de verbetering van de rechtspositie van reservisten.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Ik zie dat er een interruptie is van mevrouw Dobbe van de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank aan D66 voor het vragen om aandacht voor vrouwen bij Defensie. Ikdenk dat dit heel belangrijk is en ik verwacht dat we daar vandaag noglanger over zullen doorspreken. Ik heb een vraag over de opkomstplicht.We hebben het in eerdere debatten, en ook tijdens de begroting Defensie,gehad over de escalatieladder waarin verplichtingen telkens wordengeëscaleerd, met als uitgangspunt dat op het moment dat er nietvoldoende mensen worden geworven, de opkomstplicht opeens een optieis. Is het voor D66 inderdaad denkbaar dat wij een opkomstplicht gaankrijgen, waarbij naar Zweeds model jongeren bijvoorbeeld ook in degevangenis kunnen eindigen als ze niet komen?Mevrouw Jagtenberg (D66):We hebben vorige week nog samen bij de technische briefing overpersoneel bij Defensie gezeten. Daar werden getallen gepresenteerd vande groei van Defensie. De aanwas blijkt vele malen groter te zijn dan devraag. Dit probleem is dus helemaal niet aan de orde.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 934 Mevrouw Dobbe (SP):Maar is het dan niet het makkelijkst om duidelijk te zijn? Als het probleemniet aan de orde is, kunnen we ook zeggen dat we dit niet gaan doen. Dannemen we alle onrust weg die ontstaat door deze mogelijkheid van eenopkomstplicht, die nu ineens weer door onder andere het regeerakkoordnaar boven is gekomen. Het komt er waarschijnlijk toch niet, dus dankunnen we nu zeggen dat we het gewoon niet gaan doen. Dan zijn we ookduidelijk.Mevrouw Jagtenberg (D66):Laten we even naar de huidige situatie kijken. Als op dit moment eenoorlog uitbreekt, wordt iedereen tussen 17 en 45 jaar opgetrommeld. Datis logistiek onhaalbaar en totaal onwenselijk. Daarom is de Staatssecre-taris met een plan gekomen om een escalatieladder in te richten om, inzijn woorden, niet in één keer van de kelder naar de zolder te hoevengaan. Wat mevrouw Dobbe hier stelt, komt op mij over alsof ze het primavindt hoe de huidige situatie is en dat die escalatieladder helemaal nietnodig is. Mij lijkt dat totaal onwenselijk.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Dobbe voor de laatste interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Tot slot dan maar. Volgens mij gaan hier twee dingen door elkaar spelen.Je hebt vredestijd en oorlogstijd. We hebben nu geen oorlogstijd. Dit gaatover een opkomstplicht in vredestijd en daarvoor is de escalatieladderbedoeld. De definitie en het criterium zijn niet «oorlog of vrede», maar «erzijn onvoldoende mensen geworven naar aanleiding van de doelen dieDefensie voor zichzelf heeft gesteld». Op het moment dat de wervingachterloopt, komt er, óók in vredestijd, een opkomstplicht, als het kabinetzijn zin krijgt. Mijn vraag gaat niet over oorlogstijd. Daar hoor ik graag eenreflectie op. Als het niet nodig is in vredestijd, doe het dan niet en weesdaar duidelijk over.Mevrouw Jagtenberg (D66):Ik wou dat ik in deze mooie, naïeve werkelijkheid van mevrouw Dobbe konblijven leven. We bevinden ons op dit moment in een hybride situatie. Hetis een grijs gebied. We gaan niet in één keer van vrede naar oorlog, wezitten er ergens tussenin. Ik wil afstand nemen van het frame dat u schetstdat het iets slechts is om voor Defensie te werken. Het is juist iets waar weontzettend trots op moeten zijn. Ik heb zelf veel met Defensie samenge-werkt en het zijn ontzettend nobele mensen, die met veel plezier hun werkuitvoeren. We moeten daar echt meer respect voor hebben.De heer Van Baarle (DENK):Ik kan mij er zeer zeker bij aansluiten dat het geen slechte zaak is om bijDefensie te werken. We zijn het allen eens dat we ons Defensiepersoneelmoeten waarderen. Tegelijkertijd zijn het invoeren van een opkomstplichtof het verplichten van het invullen van een enquête hele zware maatre-gelen. Je moet heel goed aantonen dat die proportioneel zijn. Het zijningrepen in de individuele vrijheid. Mijn fractie is daar geen voorstandervan.Bent u het ermee eens dat als die stappen op de escalatieladder voorge-steld worden, iedere stap op die ladder nooit zonder expliciete parlemen-taire goedkeuring zou moeten kunnen gebeuren? Het zou niet zo moetenzijn dat een Minister met een pennenstreek een regeling doorvoert endaarmee even verplicht dat jongeren zo’n enquête moeten invullen. Dat iseen voorstel dat ik in ieder geval als minimumondergrens wil gaanindienen. Deelt de collega dat?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 935 Mevrouw Jagtenberg (D66):Voor ons staat voorop dat de vrijwilligheid in de escalatieladder zo langmogelijk in stand wordt gehouden. Mijn fractie kijkt uit naar de verderuitgewerkte plannen van de Staatssecretaris over hoe die ladder erprecies uitziet. Daarna gaan we graag verder in gesprek over hoe we daarparlementair mee omgaan.De voorzitter:Ik zie dat er verder geen interrupties zijn. De heer Van Baarle bewaart dievoor later. Dat betekent dat ik het woord mag geven aan de heer Boon, dienamens de PVV spreekt.De heer Boon (PVV):Voorzitter. De mannen en vrouwen van Defensie staan elke dag klaar vooronze vrijheid. Zij beschermen ons land, onze vrijheid en onze manier vanleven. De PVV is trots op hen. De PVV is trots op onze militairen en trotsop onze Nederlandse veteranen. Maar militairen hebben niets aan enkelmooie woorden. Zij moeten kunnen rekenen op een betrouwbareorganisatie, op genoeg collega’s naast zich, en op mensen die hetmilitaire vak verstaan en op wie je kunt bouwen. Want zonder voldoendeen goed opgeleid personeel is er geen sterke defensie. Daarom kiest dePVV voor een professioneel beroepsleger, aangevuld met reservisten. Deopschorting van de dienstplicht blijft wat ons betreft gehandhaafd.De krijgsmacht zal groeien, maar niet tegen elke prijs. Eén ding staatvoorop: er wordt niet gesleuteld aan de kwaliteit. Er komen geen lagereeisen om aantallen te halen. Wie ons land verdedigt, moet gewoon tot debesten behoren. Als oud-militair zeg ik het zoals het is: ik ga liever met 10goede militairen op pad dan met 100 slechte. Want op het slagveld draaithet om vakmanschap, training en vertrouwen in elkaar, niet om papierenaantallen. Dat zien we terug in de Russisch-Oekraïense oorlog. Rusland zetin op massa, maar zonder kwaliteit leidt dat tot enorme verliezen.Kwaliteit wint uiteindelijk altijd van kwantiteit. Daarom moeten we echtvasthouden – ik benadruk het nog eens – aan hoge eisen: geen versoe-peling, geen politieke correctheid, maar gewoon duidelijke normen.Dit betekent ook dat opleidingen nooit ingekort mogen worden ommensen sneller binnen te halen. Een militaire opleiding kost nou eenmaaltijd, discipline en herhaling. Wie daar ondoordacht aan morrelt, brengtlevens in gevaar. Hoe gaat de Staatssecretaris garanderen dat de kwaliteitvan opleidingen volledig behouden blijft terwijl de krijgsmacht groeit? Iknoem als voorbeeld de AMO, die is teruggeschroefd van achttien naar tienopleidingsweken.Het is onbegrijpelijk dat voor dezelfde functies verschillende fysieke eisengelden voor mannen en vrouwen. Wie hetzelfde werk doet, moet aandezelfde eisen voldoen. Punt. Waarom kiest de Staatssecretaris er nietvoor om één duidelijke norm te hanteren voor iedereen die hetzelfde werkdoet?Kiest de Staatssecretaris voor volledige loyaliteit aan Nederland? Datbetekent ook dat wij geen militairen met dubbele nationaliteit willen en deregeling rondom de Turkse dienstplicht voor Defensieambtenaren willenafschaffen.Voorzitter. Ik ga afsluiten. In de Verenigde Staten is ervoor gekozen ommilitairen met genderdysforie uit te sluiten vanwege de impact opinzetbaarheid en operationele gereedheid. Is de Staatssecretaris bereidom te onderzoeken of Nederland ditzelfde beleid moet voeren met alsdoel een maximaal inzetbare krijgsmacht? Hoe waarborgt de Staatssecre-taris dat transmilitairen die met wapens werken altijd volledig fysiek enmentaal geschikt zijn? Wordt daarop in alle gevallen streng genoeggeselecteerd en gecontroleerd?Voorzitter. Zonder sterke mensen is er geen sterke defensie. De PVV kiestvoor een sterke defensie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 936 Dank u wel.Mevrouw Jagtenberg (D66):Ik hoor de heer Boon zeggen dat we af moeten van het diversiteitsbeleid.Vanochtend zaten we nog met de igk en die gaf zelf aan dat het credo vanDefensie «leave no one behind» is. Dit is bij uitstel de grondslag voorinclusiviteit en diversiteit. Hoe kijkt de heer Boon hiernaar?De voorzitter:Dat is de inspecteur-generaal der krijgsmacht, neem ik aan. De heer Boon.De heer Boon (PVV):Ik heb helemaal niet gezegd dat we van diversiteit af moeten. Ik heb alleengezegd dat de eisen gelijk moeten zijn. Ik denk dat ook vrouwen het nietfijn vinden dat ze in het team komen terwijl ze aan lagere eisen moetenvoldoen. Ze worden dan gezien als minder omdat ze aan lagere eisenhebben voldaan. Die vrouwen zouden het geweldig vinden als ze preciesdezelfde eisen moeten halen als de mannen, want dan ben je «een vanhen», «een van ons». Ik wil juist een sterk leger, waarin iedereen aandezelfde eisen voldoet. Ik wil dat niet alleen. Ik weet uit ervaring datvrouwen die bij Defensie zitten dit ook graag willen.De voorzitter:Dan ga ik het woord geven aan mevrouw Dobbe. Zij spreekt namens deSP.Mevrouw Dobbe (SP):Het was verleidelijk om in te gaan op «die vrouwen», maar ik had geeninterrupties meer.Laatst liep ik via station Utrecht naar huis en zag ik een enorme wervings-stand van Defensie staan. Het was een gigantisch ding. Op allerlei plekkenwordt geworven voor Defensie – ik zie de Staatssecretaris al trots kijken –want het is blijkbaar succesvol. De NOS zei vorige week al: «Het aantalaanmeldingen is momenteel groter dan de capaciteit om de toestroomsnel te verwerken. Het lukt Defensie niet om sollicitanten snel genoeg tekeuren en op te leiden.» De vorige Staatssecretaris zei: ze staan terammelen aan de poorten. Er zijn ontzettend veel aanmeldingen, eigenlijkte veel. Maar dit doet wel wat met de samenleving, want deze wervingzien we niet voor de zorg, het onderwijs of andere beroepen die onzesamenleving draaiende houden en waar ook grote tekorten zijn op ditmoment.Waarom kiest het kabinet zo eenzijdig voor Defensie en niet voor de restvan de samenleving? Goede zorg en goed onderwijs zijn toch ookwaardevol en zorgen toch ook voor een weerbare samenleving, die nodigis voor Defensie? Is de Staatssecretaris bereid om samen met ons bij deMinister van VWS te pleiten voor een gelijksoortige wervingscampagnevoor de zorg, zoals dit voor Defensie is gedaan? Het kabinet weet nublijkbaar door Defensie hoe het moet. Het zou zonde zijn om dit niet ookvoor de zorg te doen. Hiervoor is eerder al een motie door de Kameraangenomen.In de werving voor Defensie zien we vooral stoere, avontuurlijke beelden.Ik hoorde de Staatssecretaris – ik denk dat het vorige week of twee wekengeleden was – op de televisie in de ochtend een oproep doen: «Kun jegoed een PlayStation-console vasthouden? Denk dan eens na overDefensie.» Dat zei de Staatssecretaris. Maar als je militair wordt, word jeniet voorbereid op computerspellen. Je wordt voorbereid op oorlog. Eenoorlog is verdrietig, keihard, naar en soms zwaar traumatiserend, ookvoor militairen. Het is niet romantisch, het is niet leuk. Vindt de Staatsse-cretaris het beeld dat in de werving voor nieuwe militairen wordtneergezet nou daadwerkelijk realistisch? Zou er in de werving en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 937 aannamebeleid aandacht moeten zijn voor wat het kan betekenen omuitgezonden te worden naar een oorlogsgebied, wat oorlogstraumabetekent, en wat je daadwerkelijk kan tegenkomen? Zo weten mensendaadwerkelijk waar ze aan beginnen en kunnen ze een realistische keuzemaken. Het is wel echt iets anders dan een PlayStation.Dit kabinet overweegt het opnieuw instellen van een opkomstplicht. Ditbetekent dat jongeren verplicht, met dwang, het leger in moeten. Eendwanginstrument waarbij jongeren de tijd en vrijheid wordt afgenomenom in die tijd de opleiding te doen die ze willen, het werk te doen dat zewillen, een huis te zoeken en het leven te beginnen zoals ze dat zelf willen.Veel jongeren zijn actief in de samenleving, in de sportvereniging, binnenhun studie, op het werk, en wat ons betreft komt deze dwang er niet.Daarom heb ik de volgende vragen. Er is een escalatiemodel van dezedwang, die telkens een stapje verdergaat. Wie bepaalt wanneer hetvolgende dwangmiddel zou moeten worden ingezet? Wordt de Kamerbetrokken voordat een volgende dwangstap wordt ingezet? Bij welkeaantallen loopt de werving zo achter dat het kabinet de opkomstplichtvoor onze jongeren wil gaan instellen? Is er een scenario denkbaarwaarbinnen volgens Zweeds model jongeren een gevangenisstrafriskeren? Want daarover was de Staatssecretaris tijdens het debat over debegroting vaag. En is er een scenario denkbaar dat jongeren toestemmingaan Defensie moeten gaan vragen voor een lang verblijf in het buitenland,zoals in Duitsland? Graag een antwoord op deze vragen.Ten slotte nog het punt van de scherfvesten voor vrouwen. In een briefaan de Kamer werd aangegeven dat er 1.500 speciale scherfwerendevesten voor vrouwen beschikbaar zijn gesteld. Dat mag tijd worden. Erzijn op dit moment echter meer vrouwen, ook onder actieve militairen,dan beschikbare speciale scherfvesten. Kan de Staatssecretaris garan-deren dat vrouwen niet op missie worden gestuurd met een scherfvestdat eigenlijk is bedoeld voor een mannenlichaam, en dat dus voorvrouwen onveilig is?Dank u wel.De voorzitter:Keurig precies binnen de tijd. Ik ga het woord geven aan de heer Struijsvan 50PLUS.De heer Struijs (50PLUS):Ik heb nog nooit zo veel briefings in mijn leven gehad als in de laatsteweken. Ik heb daar wel een paar opmerkingen over, omdat ik me toch teveel geconcentreerd heb op de top van de militairen. Ongevraagd ben ikin een langdurig gesprek met de militaire vakbonden terechtgekomen.Toen kantelde mijn beeld op sommige punten. Laat ik vooropstellen dat50PLUS de urgentie ziet. We zien de hybride oorlog. We zien de dagelijksedreigingen om ons heen, op de Noordzee, in ons digitale domein, en bijandere activiteiten die in de besloten briefings heel duidelijk naar vorenzijn gebracht. Op dat punt vindt u mij aan uw zijde.Maar nu toch de zorgen die ik heb. Er is een motie aangenomen om tebespoedigen dat net gepensioneerde militairen kunnen herintreden. Daarblijkt een hub te zitten. Die mensen geven aan dat ze nog kennis hebbenen bijvoorbeeld instructeur kunnen worden. Wij zijn daar een grootvoorstander van, overigens op aangeven van deze militairen zelf. Maar nublijkt dat ze, door allerlei wetgeving, als burger kunnen terugkeren en nietals militair. Kunt u daar een duiding aan geven en benoemen of dit teveranderen is?Een tweede punt betreft de strategische huisvesting. Ik ben enormgeschrokken van de plannen. De huisvesting die men nu voor ogen heeftvoldoet, op zijn zachtst gezegd, niet volledig aan allerlei eisen, zoals voortrainen, opleiden en dat soort dingen. Kunt u mij een stand van zakengeven van die huisvestingsplannen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 938 Last but not least loopt de trechter vast, volgens deze bonden. Er zijninderdaad heel veel enthousiaste aanmeldingen. Maar op veel gebiedenkomen mensen in de wacht te staan en haken ze alsnog af. Dat isveelsoortige problematiek. Soms gaat het om te weinig keuringsmensenop gedragsniveau of op fysiek niveau. Dan is er de vraag of er welvoldoende mensen zijn om ze te kunnen trainen. Kortom, ik kreeg een veelsomberder beeld geschetst dan mij eerder is gegeven, als het echt zo isdat die trechter aan het vastlopen is. Kunt u een overzicht geven van waarde pijnpunten zitten en hoe de Kamer in zijn controlerende en motive-rende houding u kan helpen? Kortom, ik ben erg geïnteresseerd in destand van zaken.Dan kom ik nog op de alliantiepartners en de sponsored reserve. Laten weslimmer gaan samenwerken met mensen in het transport, die ook in dievijver vissen, zodat we een-tweetjes kunnen maken. Ik zie het in de zorgen op allerlei terreinen. Wat is daarvan de stand van zaken? Moeten wedaar niet een paar doorbraken forceren? Ik maak me daar zorgen over,omdat het daar ook stagneert.We richten ons op oorlogstijd. Defensie is hartstikke belangrijk. Daar gaathet allemaal om. Maar ook in de crisisbeheersing heeft Defensie eenbelangrijke taak. Kunt u een doorkijkje geven in hoe het daarmee staat? Umoet dan denken aan uitval van elektriciteit bij een hybride aanval. Watdoet het leger dan? En wat doen bijvoorbeeld de veiligheidsregio’s voorkwetsbare mensen zonder stroom, die afhankelijk zijn van elektronischezorg? Zou u een doorkijkje kunnen geven of ons daar op een anderemanier van op de hoogte willen stellen? U vindt 50PLUS aan uw zijde,maar er moet nog wel veel gebeuren.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Piri. Zij spreekt namensGroenLinks-PvdA.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ook namens mijn fractie spreek ik graag waardering uit voor alle mannenen vrouwen bij Defensie. Hun toewijding en dienstbaarheid verdienendiep respect en zijn een bron van inspiratie. Met een aantal collega’s uitdeze commissie zijn we onlangs nog in Polen geweest. Ook daar zagen weweer hoe fantastisch onze mensen niet alleen opkomen voor onzeveiligheid, maar ook voor die van onze bondgenoten en vrienden alsOekraïne. Die waardering geldt evenzeer voor de militairen die zichinmiddels bijna twaalf jaar geleden hebben ingezet voor de veiligstellingen repatriëring van de slachtoffers van vlucht MH17. Hun inzet verdienterkenning, maar een medaille is uitgebleven. Gaat de Staatssecretariservoor zorgen dat zij deze eindelijk ontvangen?Ook het aflossen van de Nederlandse ereschuld aan de Afghaansebeveiligers duurt veel te lang. Zij hebben onze militairen geholpen. Hen inveiligheid brengen is het minste wat Nederland kan doen. Toch geeftNederland tot mijn schaamte nog altijd niet thuis. Kan de Staatssecretaristoezeggen deze historische fout recht te zetten en de mantra «leave noman behind» eer aan te doen?Voorzitter. Erkenning begint bij goede zorg voor wie nu dient. Juist daarwringt het soms. Het kabinet presenteert ambitieuze groeiplannen, maarde basis is nog altijd in veel gevallen niet op orde. De Staatssecretarisschrijft dat hij de wervings-, selectie-, keurings- en opleidingscapaciteit wilvergroten, maar een concreet plan daartoe ontbreekt nog. Wanneerkunnen wij dit verwachten? Intussen bereiken mijn fractie ontluisterendesignalen: tekorten aan bedden, problemen in restaurants, torenhogewerkdruk, en bij de luchtmachttoren in Breda worden mensen zelfs naarhuis gestuurd vanwege veiligheidsrisico’s door drukte. Als zulke basaleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 939 voorwaarden niet op orde zijn, hoe kan de Staatssecretaris dan al dieplannen over groei gaan waarmaken?Mijn fractie bereiken ook zorgelijke berichten over de samenwerkingtussen het ministerie en de vakbonden. In plaats van samen te werken aanrealistische plannen, lijkt het erop dat nu eenzijdig maatregelen wordendoorgedrukt die raken aan de rechtspositie van personeel. Denk aan hetgroeiplan Defensie of aanpassingen in de Wet ambtenaren defensie. Zelfsde advies- en arbitragecommissie moest eraan te pas komen en roeptDefensie op het gesprek aan te gaan. Hoe heeft het ministerie de bandenmet de bonden zo kunnen laten verzuren? Dat neem ik niet zozeer dehuidige Staatssecretaris kwalijk, maar het is wel een zorgelijke consta-tering. En nog belangrijker richting de toekomst: hoe gaat deze Staatsse-cretaris zijn best doen om deze banden weer te herstellen?Voorzitter. Externe inhuur blijft voor mijn fractie een doorn in het oog. Hetis een belediging voor militair personeel en een verspilling van belas-tinggeld. De Nationale Weerbaarheidstraining is exemplarisch. DeTriangular Group zet zeker 30 instructeurs in op een groep van slechts 108deelnemers, bijna een op drie. Dat is geen ondersteuning meer, maar deuitbesteding van een kerntaak van Defensie, en nog inefficiënt ook.Het wordt nog wranger. Diezelfde commerciële partijen ronselen actiefmilitairen bij Defensie om ze vervolgens tegen een veelvoud van hetsalaris terug te leveren aan datzelfde ministerie. Dit is extra pijnlijk voorcollega’s die wel blijven. Zij worden fors minder betaald en hebben meerverplichtingen. Is de Staatssecretaris bereid paal en perk te stellen aandeze draaideurconstructies, bijvoorbeeld via een anti-ronselbeding? Ligter al een plan om de afhankelijkheid van deze commerciële partijenstructureel af te bouwen door intern kennis en kunde op te bouwen en tebehouden?Tot slot. Bezint eer ge begint, Staatssecretaris. Stop met investeren incommerciële partijen en investeer in samenwerking met de bonden en,bovenal, in het personeel dat ons belangeloos dient.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat er geen interruptie is en ga meteen het woord gevenaan mevrouw Nanninga van JA21.Mevrouw Nanninga (JA21):Ik deel de woorden van waardering voor Defensie waarmee mevrouw Pirihaar betoog opende. En tot mijn eigen verbazing deel ik ook nog andereonderdelen van haar betoog. Daar kom ik nog op.Voorzitter. Defensie groeit snel. Dat is zeer positief en daar zijn we bij JA21erg blij mee. Maar ondanks dat Defensie hard groeit, erkent het ministeriezelf ook dat er sprake is van knelpunten. In briefings hebben we daarovervan alles gehoord. Ook in antwoorden van de Staatssecretaris is ditteruggekomen. Ik wil een paar punten aansnijden.Ik begin met de frictie in de opleidingsketen. Zo blijkt dat Defensie teweinig personeel beschikbaar heeft voor selectie, keuring en opleiding endat inmiddels al 2.700 reservisten op een wachtlijst staan. Bij het Dienjaarmeldden zich sinds de zomer van 2023 bijna 8.000 kandidaten aan.Uiteindelijk zijn er ruim 1.600 gestart wegens een gebrek aan opleidings-plekken. De Staatssecretaris schrijft dat de daadwerkelijke instroom medewordt bepaald door de beschikbaarheid van fysieke opleidingsplaatsen,opleiders en onderwijsmiddelen. Defensie probeert dit knelpunt teverhelpen door samenwerking te zoeken met civiele opleiders.Tijdens de technische briefing werd al aangegeven dat Defensie intoenemende mate leunt op private partijen en oud-militairen dieinmiddels buiten de organisatie een hoger salaris verdienen. Dat roepteen principiële vraag op. Mevrouw Piri stelde deze ook al. Als de overheidde eigen opleidingscapaciteit verliest en vervolgens dezelfde expertiseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9310 moet inhuren tegen hogere tarieven, organiseert ze in feite haar eigenafhankelijkheid van de markt. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe grootdie afhankelijkheid van de markt wordt, hoeveel instructeurs er te kort zijnen hoe hij van plan is deze opleidingscapaciteit structureel op te bouwen?De Staatssecretaris erkent verder in de beantwoording dat er op 1 juni2025 sprake was van 5.852 extern ingehuurde medewerkers en dat degroei van externe inhuur samenhangt met snelle groei en schaarseexpertise. Een krijgsmacht die fundamenteel afhankelijk wordt van externingehuurde expertise in beleid, IT, projectvoering, bedrijfsvoering enopleiding loopt risico, naast de extra kosten. Daarom willen wij dat deStaatssecretaris veel explicieter maakt waar de inhuur precies zit, welkerisico’s zulke afhankelijkheden met zich meebrengen en wanneer en hoeer een geloofwaardig afbouwplan van die afhankelijkheid kan wordengemaakt.Voorzitter. In de stukken staat dat Defensie werkt aan een strategischeopschaling van IT- en cyberspecialisten met maatwerk in werving,beloning, opleiding en mogelijk zelfs een aparte aanstellingsvorm. Ookwordt gewerkt met partnerschappen met bedrijven als Deloitte. Mijnfractie steunt de gedachte dat Defensie op cybergebied sneller encreatiever moet kunnen handelen. Maar hoe voorkom je ook hier weer datdie capaciteit voornamelijk wordt ingehuurd in plaats van zelfopgebouwd? Is het niet zaak dat Defensie qua salarisschalen competi-tiever wordt met de privésector? En hoe voorkom je dat vitale civielewerkgevers leeg worden getrokken? Hoe borg je dat cyberreservisten incrisistijd echt beschikbaar zijn wanneer diezelfde kennis in de civiele vitaleinfrastructuur misschien net zo hard nodig is?De voorzitter:Als u daar een punt zet, ga ik even naar een interruptie van de heer DeGroot van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):We zijn als commissie op werkbezoek geweest op de Maasvlakte. Daarhebben we gehoord dat Defensie het doel heeft om voor bepaaldeexpertiselijnen juist de samenwerking op te zoeken met marktpartijen diede expertise in handen hebben. Het is juist het doel van Defensie om diemensen niet in dienst te nemen. Hoe kijkt mevrouw Nanninga van JA21tegen dat standpunt aan? Het verhaal gaat nu heel erg over dat we het inde toekomst niet moeten doen en dat het allemaal meer geld kost. Wemoeten het allemaal in huis halen, terwijl ook is gebleken – ik zal daarstraks in mijn bijdrage iets over zeggen – dat dat je niet gaat lukken alsDefensie. Je zult moeten samenwerken met civiele bedrijven om ervoor tezorgen dat we gereed zijn als Defensie.Mevrouw Nanninga (JA21):Ik was ook bij dat werkbezoek. Dat hebben we trouwens ook in Oekraïnegezien. Om op te schalen werd daar juist nadrukkelijk de samenwerkinggezocht met marktpartijen. Ik beschouw de vraag van de heer De Grootdus als goed en verhelderend. We zijn er a priori niet tegen, maar wewillen wel heel graag dat de Staatssecretaris dat voor ons wat duidelijkermaakt. Er zit namelijk ook een risico aan. Waar ligt de grens? Hoe groot isde afhankelijkheid? In hoeverre is het verstandig om dat te doen?Je ontkomt natuurlijk niet aan samenwerking met civiel, maar er leeft bijons wel een zorg. Er kan ineens heel veel inzet nodig zijn. Die crucialesectoren hebben bijvoorbeeld ook andere dingen te doen. Je moet nietdaar dan weer tekorten krijgen. We zijn er dus niet per se op tegen, maarwe maken ons wel zorgen en we vragen daar wat meer duidelijkheid over.Dat was de strekking van mijn betoog.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9311 Dat is helder. U heeft nog een hele minuut.Mevrouw Nanninga (JA21):Kijk eens aan. Die ga ik optimaal benutten, voorzitter.Ik ga verder met de Nationale Weerbaarheidstraining. Defensie wilhiermee vooral reservisten opleiden voor de oorlogssituatie in HostNation Support, maar het blijkt onduidelijk te zijn waar deze reservisten nade opleiding geplaatst worden, wat hun precieze rol is, welke verplich-tingen zij hebben en voor hoelang. JA21 wil daarom graag dat deStaatssecretaris concreter maakt wat deze trajecten uiteindelijk opleverenin termen van daadwerkelijk inzetbare reservisten in de oorlogsorgani-satie, zodat we de reservisten ook betrokken en tevreden houden.Het gaat er dus niet alleen om hoeveel mensen dat programma volgen,maar ook hoeveel er echt langer gebonden blijven, hoeveel er oproepbaarzijn en hoeveel er goed geoefend blijven. Zijn ze in crisistijd beschikbaaren, zo ja, waar? Hoe lang zijn mensen na zo’n traject nog inzetbaar ofoproepbaar? Bij welke eenheden komen zij terecht? Welke taken mogen ofmoeten zij verrichten? En hoe stevig is hun verplichting in een crisis ofoorlogssituatie? Dit is allemaal niet erg duidelijk en we zouden daar graagwat meer licht op willen schijnen.Voorzitter. Tot zover mijn bijdrage. Ik kijk uit naar de beantwoording vanmijn vragenvuur.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie daar ook naar uit. Ik ga het woord geven aan mevrouwTen Hove van de Groep Markuszower.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Het is goed nieuws dat Defensie groeit. Tegelijk ishet beschamend hoe we in het verleden met onze militairen zijnomgegaan. Ik heb zelf meegemaakt dat contracten van beroepsmilitairenin 2001 niet werden verlengd. Kort daarna kregen al deze mensen eenbrief met daarin de vraag of ze alsjeblieft wilden terugkomen. Gelukkig isdie tijd voorbij. We zien tegenwoordig dat er geïnvesteerd wordt inpersoneel en dat er daarnaast ook meer aandacht en waardering is voorde mens en de gezinnen achter de militair en de veteraan.Groep Markuszower ziet de samenwerking tussen Defensie en de civielesectoren als een meerwaarde. Er gaan de komende jaren miljarden extranaar Defensie voor onder meer kazernes, oefenterreinen en militaireinfrastructuur. Hierbij wordt een beroep gedaan op dezelfde aannemers,ingenieurs en installateurs die ook nodig zijn voor woningbouw,onderhoud aan bruggen, wegen en de uitbreiding van het elektriciteits-netwerk. Dit constateerden onderzoekers in een rapport van ABN AMRO.Er zijn tot 2030 tot wel 19.000 extra arbeidskrachten per jaar nodig vooralle opgaven in de bouw. Welke kansen ziet de Staatssecretaris hier omvoor de bouw van Defensieprojecten waar mogelijk onze eigen genistenin te zetten? Zij hebben immers heel veel expertise zelf in huis. Is daar alover nagedacht? Is dit te combineren met hun huidige taakstellingen?Voorzitter. Het Instituut samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen,het IDR, verbindt de Nederlandse krijgsmacht met veertien civielerelatieziekenhuizen. Het doel is om traumateams te trainen en gereed tehouden voor inzet, zodat militaire zorgverleners hun specialistischevaardigheden op peil kunnen houden. Dat is een mooie samenwerking.Echter, over de administratieve kant hiervan heeft mijn fractie tweevragen. Deze gaan specifiek over de medisch specialisten in opleiding totspoedeisendehulparts, dus de aios die via het IDR aan het werk is.Eén. Gaan de opleidingsplekken voor Defensie en de relatieziekenhuizenten koste van het landelijk aantal beschikbare arbeidsplaatsen of zijn ditextra opleidingsplekken? Twee. Wie financiert deze opleiding en hoe zitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9312 het met de beschikbaarheidsbijdrage voor deze mensen? Waar gaat diesubsidie heen? Gaat die naar Defensie of naar het relatieziekenhuis?De Kamer wordt door VWS in het tweede kwartaal van dit jaar geïnfor-meerd over de ramingen van het Capaciteitsorgaan over het aantalopleidingsplaatsen voor SEH-artsen. Dit gaat over de periode 2027 tot2030. Kan de Staatssecretaris ervoor zorgen dat ook duidelijk wordt hoede verdeling tussen civiel en militair er voor deze jaren uitziet?Voorzitter. Tijdens een werkbezoek hoorden we van de vliegtuigonder-houdstechnicus dat onderhoudstechnici van Defensie meer dan eensworden weggekaapt door KLM of andere particuliere bedrijven vanwegeaanzienlijk hogere lonen. Dit leidt naast verlies van arbeidspotentieel enverspilling van opleidingsgelden logischerwijs tot enorme onvrede bij hetachterblijvende personeel. Hoe voorkomt Defensie dat personeel door deciviele arbeidsmarkt wordt weggekaapt omdat de arbeidsvoorwaardendaar aantrekkelijker zijn? In hoeverre wordt er nog gewerkt met bindings-premies en valt hierin nog winst te behalen?Voorzitter. Tot slot wil ik benadrukken dat Defensie niet alleen eenprachtige werkgever kan zijn, maar ook een waardevolle verrijking van jeleven. Het heeft mij persoonlijk veel gebracht en ik zou mijn tijd bijDefensie niet hebben willen missen.Dank u.De voorzitter:Veel dank. Mooi om van meerdere commissieleden veel terug te horenover eigen ervaringen bij Defensie. Ik ga het woord geven aan de heer VanLanschot. Hij spreekt namens het CDA.De heer Van Lanschot (CDA):Dank, voorzitter. Deze inbreng doe ik mede namens de SGP. Kan ik erdaarom van uitgaan dat ik dan ook dubbele spreektijd krijg?De voorzitter:Neen. Maar wel goed om te weten.De heer Van Lanschot (CDA):Voorzitter. Personeel is de ruggengraat van onze krijgsmacht; het zorgtvoor afschrikking, gereedheid en veiligheid. De vraag is: groeien we snelen slim genoeg, en met voldoende zorg voor de mensen die nu al hetverschil maken? Defensie zegt zelf ook: we zijn er nog niet. Positief bij detechnische briefing van vorige week was dat de rekruteringstargets opschema bleken te liggen voor dit jaar. De grootste klap zit in de eerstetwee jaar. Dus dat compliment geven we hier met veel plezier.Voorzitter. Het is goed om te zien dat Defensie met steeds meer bedrijvenen organisaties afspraken maakt over het reservistenverlof in de cao. Wijhebben ook schriftelijke vragen gesteld over welke wet- en regelgevinghier nog belemmerend voor is. Hoe staat het met dit onderzoek, vraag ikaan de Staatssecretaris.Voorzitter. Defensie zet verder ook in op het Dienjaar en het DefensityCollege. Daar zit potentie, maar ook een knelpunt. Opschaling lukt nogniet goed genoeg door krapte in de instroom- en opleidingsketen. Wat kande Staatssecretaris hieraan doen?Ook werkt Defensie toe naar 2.000 psychologische onderzoeken permaand. Selectiepsychologen worden echter belemmerd door de alsmaarbreder wordende interpretatie van de Wet op de medische keuringen. Kande Staatssecretaris aangeven wat de stand van zaken is betreffende demotie die hier een oplossing voor vroeg?We hebben het hier al eventjes gehad over de Kaderwet dienstplicht. In detechnische briefing werd gesteld dat het ambtelijk advies is om in dezomer te starten met het voorbereiden van deze Kaderwet dienstplicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9313 Kan de Staatssecretaris toezeggen om hier dan inderdaad een start mee tegaan maken?Voorzitter. Een ander punt op het gebied van werving is het denken aanjongeren die zich in een achterstandspositie bevinden op de arbeidsmarkt.Zit daar niet veel meer potentie? Kan daarnaar worden gekeken metstichtingen, organisaties en bijvoorbeeld het Nationaal ProgrammaLeefbaarheid en Veiligheid? Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris dekansen op samenwerking met dat programma inschat.Voorzitter. Naast rekruteren is natuurlijk ook behoud extreem belangrijkom de ambitieuze doelstellingen te halen. De collega’s Struijs en Pirialludeerden ook al op de relatie met de vakbonden. Onze fractie vraagtdan ook of de Staatssecretaris bereid is om in te zetten op een reset vande verhoudingen met de vakbonden, zodat we in goede samenwerkingverschillende knopen kunnen doorhakken. Ik bedoel dan een goedesamenwerking tussen Defensie en de vakbonden om de krijgsmacht op teschalen naar een moderne en grootschalige krijgsmacht. We denken danaan onderwerpen als «de uitstroomleeftijd», maar ook «flexibelecarrièreplanning».Daarop nog iets dieper ingaand: ik denk dat een levensfase waarin je hetdrukker hebt, bijvoorbeeld met jonge kinderen of met mantelzorg vooreen naaste, voor iedereen wel herkenbaar is. Zou het geen mooie kanszijn als Defensie ook op schaal de ruimte biedt om bij een ander OPCO ofin een burgerfunctie bij Defensie aan de slag te gaan? Zo kan in een aantaljaar een positie worden bekleed die makkelijker te combineren is, zodatberoepsmilitairen daarna ook weer terug kunnen gaan naar hun rol alsberoepsmilitair. We bereiden daar een motie over voor.Tot slot wil ik nog het volgende zeggen. We willen een krijgsmacht diegroeit. Dan moeten we eerlijk zijn over knelpunten, die hier ook doorcollega’s zijn genoemd. Dat zijn: minder papieren ambities en meeruitvoerbare plannen, met het besef dat personeel de ruggengraat vanonze krijgsmacht is.Dank u wel.De voorzitter:Dat was keurig binnen de vier minuten. De heer Van Lanschot sprak medenamens de SGP-fractie. Ik ga het woord geven aan de heer De Groot,namens de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Voorzitter. Ik wil me aansluiten bij alle mooie woorden voor onzemilitairen. We hebben onlangs nog in Polen gezien hoe hard dat werk is.Warme woorden vanuit de VVD voor iedereen die elke dag opstaat omons land een stapje veiliger te maken en te houden, en natuurlijk ook voordegenen die dat in het verleden hebben gedaan. Het is ook nodig, want deveiligheidssituatie in Europa vraagt om een krijgsmacht die gaat groeienen duurzaam inzetbaar is. De VVD ziet het aantal mensen dat we daarbijmet elkaar – daar gaat het debat over – kunnen inzetten voor alle sectorenals een beperking. Daarom staat er voor de VVD één ding centraal. Wemoeten nu niet alleen kijken naar meer instroom, maar ook naar hetslimmer organiseren van de totale personeelscapaciteit.Defensie kijkt veel naar instroom, terwijl er op de korte termijn wellichtveel winst te behalen valt in het beter benutten van mensen die al zijnopgeleid. De vraag is dus: waarom maken we nog steeds maar beperktgebruik van Defensiegepensioneerden? Hun kennis en ervaring zijn vangrote waarde. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dan ook: welkevoorstellen ten opzichte van het huidige beleid gaat de Staatssecretarisdoen om personeel dat bijvoorbeeld met functioneel leeftijdsontslag gaat,toch te kunnen blijven inzetten of herinzetten? En welke belemmeringenworden dan weggenomen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9314 Ook bij reservisten zien wij potentieel dat nog lang niet wordt benut. Datziet het kabinet zelf ook. De overheid moet hier zelf het goede voorbeeldgeven. Er gebeuren al veel goede zaken. Zo is de overheid structureelleverancier van reservisten. Maar het schort wel aan de rechtspositie vandeze reservisten. Is de Staatssecretaris bereid om samen met de andereoverheidswerkgevers te regelen dat medewerkers bij het Rijk, provinciesen gemeentes zonder nadeel kunnen deelnemen aan het Dienjaar ofreservist kunnen worden? Ik weet dat het kabinet aan een aantal wijzi-gingen werkt. Welke en vooral wanneer kunnen we de uitkomstendaarvan verwachten?Voorzitter. Dan ga ik verder met «een nieuwe manier van werken». Omvoldoende personeel te krijgen is de VVD ervan overtuigd dat we deDefensieopgave op het gebied van personeel niet alleen kunnen oplossen.We moeten veel intensiever samenwerken met bedrijven en kennisinstel-lingen, zeker op het terrein waar technologie centraal staat. Ik sta even stilbij de drones. De landmacht zet er namelijk nu vol op in en heeft eengroot aantal specialisten nodig. Dat vraagt om een andere benadering.Waarom zouden dronepiloten niet deels in het bedrijfsleven en deels bijDefensie willen werken? Waarom benutten we de opleidingscapaciteit vande markt niet veel meer? Dit is maar een van de vele voorbeelden diedenkbaar zijn.Mijn vragen aan de Staatssecretaris zijn dan ook: welke concrete stappenworden er gezet om samenwerking met het bedrijfsleven bij opleiding eninzet te intensiveren? Is de Staatssecretaris bereid om te starten met pilotsvoor echt hybride functies, zoals in het VK, waar mensen primair civielwerken en tijdelijk als militair, of waar mensen eigenlijk geen primairewerkgever hebben maar zowel civiel als militair in deeltijd aangesteldzijn? Zij zijn dus ook gewoon militair geworden naast hun civiele baan.Specifiek hoor ik graag de stand van zaken met betrekking tot de wervingvan 1.200 dronespecialisten en -technici. In hoeverre verschillen dezeprofielen van de klassieke rekruut? En worden arbeidsvoorwaarden endoorgroeimogelijkheden hierop aangepast, zodat Defensie kan concur-reren met de private sector?Voorzitter. Als Defensie groeit, moeten we ook kijken waar die groeiterechtkomt. Welke functies vervullen we en vergroten we daarmee? Is hetook echt de operationele capaciteit? Daarom vraag ik de Staatssecretaris:wat is de huidige verdeling tussen beleidsfuncties en operationelefuncties binnen Defensie? Hoe ontwikkelt die verhouding zich tot dehuidige personele groeiplannen? Voor de VVD is het duidelijk dat de groeimoet landen waar het de komende jaren nodig is, en dat is bij deoperationele capaciteit en gereedstelling.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank aan de heer De Groot. Dan geef ik het woord aan de heer Van Baarlenamens DENK.De heer Van Baarle (DENK):Dank, voorzitter. We zijn het in deze zaal over veel dingen met elkaaroneens, maar over één ding zijn we het unaniem eens: we moeten respecthebben voor ons Defensiepersoneel, dat zich inzet voor onze veiligheid.Of je het nu eens bent met de NAVO-norm of niet, feit is dat in dezewereld, met de taken die Defensie heeft, de komende tijd meer mensennodig zijn. Daarover heb ik eerst een aantal algemene vragen.Als we naar de plancijfers voor de instroom kijken, dan zien we dat dievoor alle categorieën behaald worden, behalve voor de beroepsmilitairen.Wat is daarvan de reden? Heeft het kabinet bij het gehanteerde cijfer van122.000 mensen de mogelijkheden die AI en automatisering bieden wel ofniet in ogenschouw genomen? Wat gaat daar nog aan veranderen? Deuitstroomcijfers vind ik vrij hoog. Komt dat door natuurlijk verloop ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9315 zitten daar andere factoren achter? Kan de Staatssecretaris daar extraduiding aan geven?Voorzitter. We moeten er ook voor zorgen dat Defensie een aantrekkelijkewerkgever is. Daarmee komen we op het onderwerp arbeidsvoorwaarden.Het arbeidsvoorwaardenakkoord loopt per 1 september af. Kan deStaatssecretaris toezeggen dat er met al dat extra budget dat hij terbeschikking heeft voor Defensie, ook ingezet zal worden op het verbeterenvan de arbeidsvoorwaarden? Op welke punten ziet de Staatssecretaris zelfruimte om de arbeidsvoorwaarden voor het personeel te verbeteren?Wat kan de Staatssecretaris bijvoorbeeld zeggen over de plannen voor deloonontwikkeling van Defensiepersoneel? Het gaat dan om de koopkrachten de looptijd van dat nieuwe arbeidsvoorwaardenakkoord. Waar gaat hijop inzetten? Vindt de Staatssecretaris al iets van de aanvullende wensendie vanuit bijvoorbeeld de bonden geuit worden, zoals een vergoedingvoor reizen op Defensielocaties, of het flexibeler kunnen opnemen vanverplichte feestdagen? Wat vindt hij van het verruimen van regelingen entegemoetkomingen, zoals een regeling voor snelle inzet, die nu alleenvoor NAVO-inzet en EU-inzet wordt toegepast? Graag een reactie van deStaatssecretaris.Wat DENK betreft zouden we ook blijvend moeten inzetten op diversiteiten representativiteit. U weet dat DENK dat belangrijk vindt. Defensie moetnamelijk een afspiegeling zijn van de Nederlandse bevolking. We kunnenook niet anders. Wat gaat de Staatssecretaris doen om hier extra op in tezetten en om inclusie een van de daadwerkelijke pijlers van de organisa-tiecultuur en -structuur te maken?De inspecteur-generaal publiceerde in 2023 een onderzoek naar grens-overschrijdend gedrag en opmerkingen binnen Defensie. Een derde vande respondenten gaf aan dit te hebben meegemaakt, waarvan de meestegevallen discriminatie betrof. Wordt dit onderzoek periodiek herhaald?Doe bijvoorbeeld systematisch onderzoek naar de reden dat mensen bijDefensie uitstromen. Is dit ook een van de redenen dat sommige mensenuitstromen?We lezen ook dat er wordt toegewerkt naar 30% vrouwen Defensiebreed.Het is goed dat daar een cijfer voor is. We zitten alleen nu op 20%. Ik maakme er zorgen over – ik hoor hierover graag van de Staatssecretaris – datwe die 30% op deze manier niet gaan halen. Er moet dus een tandje bijworden gezet. Waarom hebben we dat cijfer alleen voor Defensiebreed?Moeten we dat cijfer niet ook voor beroepsmilitairen gaan hanteren? Daarlopen we ten opzichte van die 30% nog flink in achter, als ik de cijfersmoet geloven.Voorzitter. DENK is ook helder in wat we niet willen. Dat is de verplichteopkomstplicht en de verplichte enquête. Ik wil van de Staatssecretarisweten of hij kan garanderen dat geen van de stappen op die escalatie-ladder zonder parlementaire toestemming kan gebeuren. Welke straffenwil hij mensen gaan geven? Kan de Staatssecretaris celstraffen uitsluiten?Wat ons betreft moet dat helemaal niet gebeuren; celstraffen gaan echtheel erg ver.Voorzitter. Tot slot wil ik nog het volgende zeggen. Recentelijk is mijnmotie over het snel realiseren van een permanente herdenkingsplek voorde genocide in Srebrenica met zeer brede steun in de Tweede Kameraangenomen. Ik zou de Staatssecretaris willen vragen hoe hij die motiegaat uitvoeren en om dat permanente monument echt snel te realiseren.Is hij bereid om de Kamer periodiek van de voortgang op de hoogte testellen en hier vaart achter te zetten?Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank aan de heer Van Baarle. Dan zijn we aan het einde gekomen van deeerste termijn van de zijde van de Kamer. Er zijn behoorlijk wat vragengesteld. Ik denk dat de Staatssecretaris een goed antwoord wil geven opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9316 die interessante vragen. Hij is ultiem in staat om dat goed en bondig tedoen. Daar heeft hij wel enige voorbereidingstijd voor nodig, inclusief hetheen en weer wandelen naar de zaal. Ik stel voor dat wij de vergaderingom 16.15 uur weer hervatten. Om 16.15 uur beginnen we weer.De vergadering wordt van 15.49 uur tot 16.18 uur geschorst.De voorzitter:Goedemiddag. Van harte welkom terug bij deze vergadering van de vasteKamercommissie voor Defensie, die in het teken staat van het personeels-beleid van het ministerie. De Staatssecretaris is weer onder ons. Wehebben tot 18.00 uur de tijd. Er zijn ongeveer 93 verschillende vragengesteld en de Staatssecretaris gaat die allemaal rap beantwoorden, engoed. Daar gaan wij op toezien. We hebben daar alle vertrouwen in.Mocht u hem desondanks willen onderbreken, dan kan dat, maar dan welmaximaal drie keer om ervoor te zorgen dat we ook tijdig klaar kunnenzijn. Ik ben zelf tot 17.00 uur bij deze vergadering aanwezig. Daarna neemtmevrouw Nanninga het voorzitterschap over. Het woord is aan deStaatssecretaris.Staatssecretaris Boswijk:Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan alle Kamerleden. Voor zover ikmij kan heugen is er nog nooit zo’n grote opkomst geweest bij eenpersoneelsdebat over Defensie. Dat is heel erg goed om te zien. Het zegtook heel veel over het belang dat de Kamer hecht aan de posities vanonze mannen en vrouwen. Dat belang deel ik als Staatssecretaris zeker.Voorzitter. Ik zal even een beeld schetsen van de indeling van de beant-woording. Ik geef een korte inleiding en daarna volgen de blokjes. Wezitten inmiddels in een vliegtuig op 8.000 meter hoogte. De geopolitiekesituatie heeft ons gedwongen om snel op te stijgen. We zijn op ditmoment nog aan het vliegtuig aan het sleutelen. Dat is waar we op ditmoment in zitten. Dat zorgt voor allerlei groeipijnen, waar we op ditmoment tegen aanlopen.Ik zal even een beeld schetsen. Eind jaren tachtig bestond de Defensieor-ganisatie uit 135.000 mannen en vrouwen. Dat is uiteindelijk gekrompennaar om en nabij 60.000 in 2018. Wij moeten nu binnen een paar jaar opz’n minst naar 100.000 en mogelijk meer. Het is jammer dat mevrouwDobbe er niet bij is. De vergelijking met de zorg werd bijvoorbeeldgemaakt. Eind jaren 80 werkten ongeveer 800.000 mensen in de zorg ennu 1,4 miljoen. Dit zeg ik even als voorbeeld voor de grootte en de manierwaarop dat is gaan groeien. Overigens zie ik voor deze twee sectoren juistveel mogelijkheden om slimme combinaties te maken, wat we al doen.De geopolitieke situatie heeft ervoor gezorgd dat we heel snel weernieuwe mensen moeten werven. Voorgaande kabinetten hebben hiervoormeer geld uitgetrokken, met brede steun van uw Kamer, ik meen van allepartijen hier aanwezig. Ze hebben ook creatieve manieren gezocht om zosnel mogelijk weer mensen aan te nemen. Dat heeft ervoor gezorgd datwe verschillende aanmeldstromen hebben. Wij hebben het hier in deKamer vaak over het Dienjaar gehad. Aan het begin waren we misschieneen beetje sceptisch. Dat is drie jaar geleden. Het lijkt alweer heel langgeleden. Inmiddels hebben we veel meer aanmeldingen dan we plekkenhebben.We hebben op dit moment permanent 6.000 mensen in de opleidingzitten. Dat is ongekend. De generatie die er nu zit, heeft niet eerdermeegemaakt dat er zo veel mensen permanent in de opleiding zitten. Endat knelt aan alle kanten. Er is een gebrek aan keuringscapaciteit, wat uwKamer net al noemde. Er is een gebrek aan opleidingscapaciteit, waar ikzo meteen nog uitgebreid op zal ingaan, en een gebrek aan kazernes. Deheer Struijs en mevrouw Piri noemden dat net al. Ook is er een gebrek aanoefenterreinen en aan munitie. We hebben het afgelopen maandag alTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9317 gehad over de fysieke gebreken en de plannen die we hebben. Daargebeurt gelukkig al heel veel mee.Tegelijkertijd zal het de aankomende jaren echt werk in uitvoering blijven,omdat we van zo ver moeten komen en omdat we zo snel moetengroeien. Los van het werven van personeel – de heer Van Baarle noemdehet net al – is het behoud van personeel minstens zo belangrijk, dus hetkoesteren van de mensen die ook in tijden van bezuinigingen toch op hunpost zijn gebleven. Ik wil deze gelegenheid ook gebruiken om dezemensen te bedanken. Het is niet altijd makkelijk geweest. Naast dat hetmaatschappelijk soms... Er zijn tijden geweest dat we niet meer in uniformmet het ov reisden en dat je er op een verjaardag niet zo snel over praattedat je bij Defensie werkte. Die tijd is echt anders. Mevrouw Ten Hoverefereerde daar net ook aan. Dat leeft inderdaad enorm. Maar die tijd ligtecht achter ons en dat gaat in sneltreinvaart.Mijn opdracht als Staatssecretaris is vooral rust houden, dus geen nieuweexotische instroommodellen uitvinden of andere nieuwe dingen. Mijnopdracht is vooral rust houden en ervoor zorgen dat we snelheid gaanmaken. Dat klinkt tegenstrijdig, maar dat is, volgens mij, wel wat wemoeten doen.Voorzitter. Ik heb drie blokjes. Het is een beetje ingewikkeld. Het was heelmoeilijk om het in blokjes op te knippen, want er waren veel raakvlakken.Het is dus niet helemaal perfect, zeg ik er meteen bij. Blokje één gaat overschaalbaarheid, dienmodel en instroom. Dat is het grootste blok. Daar zijndoor u ook de meeste vragen over gesteld. Dan volgt het blokje diversiteiten inclusie. Het laatste blokje is overig.Dan gaan we meteen maar beginnen met het allereerste blokje en devragen van mevrouw Dobbe en de heer Van Baarle. Ik heb het evensamengevat – de heer Van Baarle en mevrouw Dobbe formuleerden hetveel briljanter dan ik – in «de angst voor dwang». We hebben het daarnatuurlijk in de begrotingsbehandeling over gehad. Zoals toegezegd in hetbegrotingsdebat heb ik de Kamer een brief gestuurd over waar we aandenken.Zoals ik al zei, zitten we op dit moment midden in de lucht en zijn we aanhet sleutelen. We zijn op dit moment bezig om uit te zoeken of uit tevinden wat het meest slimme model is. We hebben wel al de vraaggedeeld: hoe zou dat verplichtende karakter er dan uitzien? U heeft dieopbouw ook gezien. Ik ga dat niet als Staatssecretaris in één keerbesluiten. Daar moet natuurlijk een goede juridische basis onder liggen.Wij zullen tot aan de zomer gebruiken om die selectieve opkomstplichtverder uit te denken en te zorgen voor de juiste juridische basis. Dat zaluiteindelijk worden vormgegeven in de wijziging van de Kaderwetdienstplicht. Dan heb ik in ieder geval die zorg weggenomen. Wij gaan nuniet iets bepalen. Er komt een goede juridische onderbouwing en wehebben al een tipje van de sluier opgelicht over waar wij ongeveer aandenken.De heer Struijs zei al: ik heb nog nooit zo veel technische briefings gehad.Dat is ook vanuit uw eigen behoefte. In het Kamerdebat werd eromverzocht. Ik heb ook gezegd: ik wil de Kamer zo veel mogelijk meenemen,omdat ik begrijp dat we hier een wijziging doorvoeren die veel interesseopwekt. Tegelijkertijd wil ik er nogmaals bij zeggen, zoals ik in mijninleiding aangaf: we hebben op dit moment veel meer aanmeldingen danwe aankunnen. Op dit moment en in de nabije toekomst zie ik dus nogniet dat we moeten gaan escaleren. Tegelijkertijd leert de afgelopen tijdons dat we geen enkele optie kunnen uitsluiten en dat we ook niet moetenstoppen met nadenken over dat soort scenario’s. Dat is helaas ook derealiteit.Mevrouw Jagtenberg zei terecht: we moeten ook niet vergeten dat we opdit moment al een dienstplicht hebben. Die is dan wel opgeschort, maardat is, wat mij betreft, het model van de kelder naar de zolder, terwijl wijzoeken naar een veel meer adaptief model, dat veel meer past bij de tijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9318 Maar nogmaals, dat zijn we op dit moment aan het uitwerken. We zullende Kamer, zoals we de afgelopen week ook hebben gedaan, nauwmeenemen in de stappen waarvan wij denken dat die nodig zijn. Er zullenongetwijfeld nog veel momenten gaan plaatsvinden dat we hieroverkunnen gaan debatteren.Dan ga ik verder met de vraag van mevrouw Jagtenberg, maar ook dievan de heer Van Lanschot. Eigenlijk stelde iedereen die vraag.De voorzitter:Voordat u daartoe overgaat: er is een interruptie van de heer Van Baarlevan DENK.De heer Van Baarle (DENK):Ik neem aan dat dit stukje beantwoording van de Staatssecretaris over deopkomstplicht gaat. Dan wil ik daar gelijk mijn vraag over stellen. DeStaatssecretaris weet hoe mijn fractie daarover denkt. Het is een helezware bevoegdheid die bij de regering wordt gelegd. Daarom vroeg ikook: kan de Staatssecretaris in ieder geval toezeggen dat als dit in hetgereedschapskistje van de regering gaat... Al die stappen die in datescalatiemodel zitten, van een enquête tot het verplicht op keuringmoeten komen tot uiteindelijk verplicht dienen, kunnen niet zonderexpliciete goedkeuring van het parlement. Volgens mij gaat dat nu via eenkoninklijk besluit en dat moet dan zo snel mogelijk in een wet gegotenworden. Er zijn ook andere vormen. Kan de Staatssecretaris in ieder gevaltoezeggen dat hij dadelijk niet met een pennenstreek kan gaan besluitendingen te verplichten?Staatssecretaris Boswijk:Even voor de volgordelijkheid: ik kan nu überhaupt niks, want er is noggeen juridische basis om die opschaling toe te passen. Op dit moment isdaar dus helemaal geen sprake van. Wij moeten sowieso zorgen voor eengoede juridische basis. Dat zal in de wijziging van de Kaderwet dienst-plicht moeten gaan plaatsvinden. Op dit moment is daar dus geen sprakevan. Ik denk eerlijk gezegd dat de zorg die de heer Van Baarle daaroverheeft... Het goede moment om te kijken naar hoe de Kamer daarbijbetrokken wordt, is volgens mij wanneer wij deze wet gaan behandelen inde Kamer. Ik kom zo meteen nog terug op hoe dat met de huidigedienstplicht is. Naar mijn mening kan het kabinet dat nu al besluiten, maarik laat dat zo meteen weten.Mevrouw Dobbe (SP):Ik vraag toch even door. Er komt natuurlijk een moment waarop we hethierover kunnen hebben, maar dan ligt die wet er al. En dan kunnen wewat vinden van die wet, maar we willen nu graag, als het kan, aan dezeStaatssecretaris meegegeven... Er kan namelijk ook een scenario wordenuitgewerkt waarbij je het dwangkarakter, dus de opkomstplicht, niet alseindstation neemt. Je neemt dan als uitgangspunt: ja, we hebben eenescalatiemodel, maar het eindigt niet in een opkomstplicht. Dat scheeltons dan weer een hele discussie bij de wet die u nu gaat uitwerken. Als uhet op dit moment al zo rooskleurig ziet, kunt u dit dan toezeggen?Staatssecretaris Boswijk:Wij maken deze wet juist in de hoop deze nooit te hoeven gebruiken, zegik er allereerst bij, maar ook omdat wij nooit weten welke scenario’s wijnog krijgen. We moeten ons allemaal voorbereiden op het slechtstescenario. Dan wil je niet nu al in deze tijd, die nog relatief overzichtelijkis... In vergelijking met drie jaar geleden zouden we dat misschien nietzeggen, maar we weten nooit wat er gaat komen. En als we dan ineens totde conclusie komen: we hebben destijds een kader gemaakt dat onsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9319 enorm in de weg zit, terwijl de geopolitieke situatie nu vraagt om snel tehandelen...De voorzitter:Ik kijk even of mevrouw Dobbe daar nog op wil interrumperen. Ja.Mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, dat is jammer. Dan heb ik een andere vraag. Ik ben niet naar alletechnische briefings geweest, maar wel naar een aantal. In een daarvanwerd wel duidelijk dat het voor Defensie mogelijk is om met het helemooie escalatiemodel dat er nu is stappen over te slaan; dat is ons ookuitgelegd. Op het moment dat de werving dermate achterloopt of als deveiligheidssituatie daarom vraagt, kunnen er stappen worden overge-slagen. Dan vraag ik mij af: hoe ziet dat er dan uit? Hoe specifiek is datdan? En wie bepaalt dat dan? En wat is bijvoorbeeld het achterlopen vanwerving? Hoeveel moet dat dan achterlopen?Als het gaat over een veiligheidssituatie, is dat dan... Als de NAVO eromvraagt, dan gaan we het sowieso doen. Ik heb wel behoefte aan wat meerduidelijkheid over wat dat dan zou kunnen betekenen.Staatssecretaris Boswijk:Ik kan de heer Van Baarle en mevrouw Dobbe enigszins tegemoetkomen.Ik heb even snel uit laten zoeken hoe het zit met de huidige dienstop-komstplicht, die nu is opgeschort. Om die te heractiveren is een Kamerbe-sluit nodig. Het lijkt mij logisch dat wij die systematiek ook gaangebruiken bij deze nieuwe wetgeving die we gaan uitvoeren. Nogmaals,wij zullen nog met wetgeving komen en wij gaan hier nog met de Kamerover in debat. Maar ik denk dat ik hier al best wat zorgen over hebweggenomen. Als wij de opkomstplicht willen effectueren, dan moetenwe de Kamer daar eerst in meenemen.De voorzitter:Dat is helder. Ik zie dat u door kunt gaan met... Nee, de heer Van Baarlevan DENK nog.De heer Van Baarle (DENK):Wat hebben we eigenlijk qua interrupties afgesproken?De voorzitter:We doen er drie. Ik zei «helder». Mevrouw Dobbe zegt zojuist: ik heb nogmaar één interruptie over; daar moet u niet uit opmaken dat ik ditvoldoende helder vond. Maar u kunt daar in de tweede termijn uiteraardnog op doorvragen. U kunt de beantwoording vervolgen, Staatssecretaris.De heer Van Baarle (DENK):Dan houd ik die nog even in mijn tas.De voorzitter:Dat is helder. U kunt de beantwoording vervolgen.Staatssecretaris Boswijk:Dan ga ik verder met de vraag van mevrouw Jagtenberg en de heer VanLanschot over het tekort aan keurders. Er is inderdaad een tekort aankeurders. Dat is tegelijkertijd niet de grootste bottleneck die we op ditmoment hebben. Ik noemde net al even een rijtje van alle bottlenecks diewe hebben.Ik begin bij de keuringscapaciteiten. Wij zijn die op dit moment aan hetuitbreiden, maar er is wel een tekort. Het gaat nog niet zo snel als weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9320 zouden willen. Maar we doen er alles aan om dit zo snel mogelijk op teschroeven en we zien daar wel vooruitgang in.De volgende bottleneck is het opleiden. Stel dat je de mensen hebtgekeurd, dan moet je ze gaan opleiden. Dat is een grotere bottleneck. Ikhoorde men inderdaad ook al de zorg uitspreken dat er extern wordtingehuurd. Er zijn ook al wat bedrijven genoemd... Die zorg begrijp ik.Tegelijkertijd zou je als Defensie in een ideale wereld al je opleidingscapa-citeit zelf willen hebben. Maar de realiteit is dat we, met de krimp vanDefensie zoals we die hebben gezien, ook heel veel kaders zijn kwijtge-raakt in de afgelopen jaren. Dat kader heb je niet vandaag of morgenmeteen terug, omdat deze mensen vaak een andere baan hebbengevonden en in andere delen van de veiligheidsbranche zijn gaan werken.Het positieve aan het inhuren van die externe opleidingscapaciteit is dat jeveel mensen die een aantal jaar geleden de dienst hebben verlaten, metkennis en capaciteiten die we als Defensie anders kwijt zouden zijn, viadeze constructie wel weer kan inhuren om opleidingen te draaien. Ik zeger wel meteen bij: dat wil je natuurlijk op een goede manier doen. Je wilter een goede balans in hebben. Je wilt natuurlijk niet te afhankelijkworden van de externe opleidingscapaciteit. Die zorg snap ik.Ik heb ook de zorg gehoord: krijg je dan niet een aanzuigende werking, inde zin dat je vrijdag de poort verlaat in je pak en maandag terugkomt alsciviel opleider? Die zorg is niet nodig. Je moet minimaal twaalf maandenniet meer bij Defensie werken om extern ingehuurd te kunnen worden.Ik wil de bedragen wel iets nuanceren. Dat zouden goudgeranderegelingen zijn. Dat is toch een beetje appels met peren vergelijken. Hetpersoneel dat je inhuurt is altijd ietsje goedkoper dan externe inhuur,maar dat komt omdat de externe inhuur ook weer zijn eigen voorzie-ningen moeten regelen, zoals pensioenopbouw. Dat is dus altijd wel eenbeetje appels met peren vergelijken.Stel je voor dat we zeggen dat we helemaal geen externe opleidingscapa-citeit willen, dan is het gevolg dat je heel veel druk gaat neerleggen bij demensen die wij nu zelf in dienst hebben. Hoge druk bij het bestaandekader zorgt er soms juist voor dat zij de dienst verlaten omdat ze het tedruk vinden. Met die waarheid hebben we ook te maken. De Kamer heeftvorig jaar een motie aangenomen die heeft gezegd: we willen een soortstrategische afspraak gaan maken met de externe opleiders, met degedachte «wij willen de afhankelijkheden afbouwen, maar we hebben zesimpelweg wel nodig». Het past ook helemaal in de gedachte van eenschaalbare krijgsmacht.Ik geloof dat de heer Struijs het net over de logistiek had. We makenbijvoorbeeld gebruik van chauffeurs met een civiele vrachtwagen ommaterieel voor Defensie te verplaatsen. Dat doen we overigens al heelveel. Eigenlijk moet je dit ook in dat licht zien. Je kijkt dus hoe desamenleving ons kan helpen met het opleiden. Maar daarin moetnatuurlijk wel een gezonde balans zijn. Daar zijn we op dit moment meebezig. Vorig jaar november is er een overeenkomst gesloten tussenDefensie en verschillende van deze opleiders om duidelijkheid enzekerheid in te bouwen, zodat we daar een wat gezondere balans in gaankrijgen. Maar op dit moment kan ik simpelweg niet zonder.Mevrouw Dobbe vroeg: vindt de Staatssecretaris het beeld van dewerving daadwerkelijk realistisch? Dat ging over de PlayStation-console.Het is denk ik goed om je te realiseren dat ik hier niet het beeld heb willenschetsen... Ik weet wat ik toen heb gezegd. Ik heb toen zeker niet gezegddat oorlog leuk is. Oorlog is verschrikkelijk. Alles wat wij hier doen, doenwij met de bedoeling dat we het nooit hoeven te gebruiken. Het klinkt heelparadoxaal, maar dat is waarom we investeren in onze krijgsmacht. BijGoedemorgen Nederland heb ik het volgende gezegd. Vroeger hadden wijbijvoorbeeld de campagne «Geschikt/Ongeschikt». Daar was hetstereotype dat je niet bij Defensie past als je languit op de bank ligt.Wegwezen. De dreigingen die we nu zien, zijn er niet meer alleen in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9321 fysieke domein, maar ook in het cyberdomein. Daar hebben we mensenvoor nodig die soms hele andere capaciteiten hebben, mensen waarvanwe vroeger dachten dat we die niet moeten willen hebben. Die mensen,even niet generaliserend, hebben soms capaciteiten die we als Defensiejuist heel erg nodig hebben. Ik haalde die PlayStation-console aan omdathet beeld vroeger was: zit je de hele dag te gamen, dan hebben we niksaan je. Maar u heeft allemaal werkbezoeken gebracht aan een groot deelvan Oekraïne of aan onderdelen bij onszelf. U heeft de dronepiloten toenook gezien. Daar zitten wel overeenkomsten tussen. Ik wil daar niet meezeggen dat oorlog leuk is, maar wel dat je capaciteiten hebt die je in deciviele wereld gebruikte en die we in de militaire wereld op dit momentnodig hebben. Dat is wat ik ermee bedoelde te zeggen.Mevrouw Dobbe stelde ook een vraag over het Duitse plan. Je moet jedaar melden als je een bepaalde leeftijd hebt, in ieder geval mannen, en jenaar het buitenland gaat, zei ze. Denkt u daar ook over na, was haar vraag.Mijn antwoord is: nee, daar denken we niet over na.Mevrouw Nanninga en mevrouw Piri hadden vragen en zorgen over deexterne opleidingscapaciteit. Ik heb daar natuurlijk al het een en anderover gezegd. Op dit moment is nog geen 10% van de opleidingscapaciteitin zijn totaliteit extern ingehuurd. Nogmaals, ik begrijp uw zorg helemaal,maar op dit moment kunnen we niet anders. We zijn echt aan het kijkennaar hoe we er toch voor kunnen zorgen dat we zelf zo veel mogelijkopleidingscapaciteit hebben. Maar om door die flessenhals te gaan,kunnen we op dit moment niet zonder.We hebben de knelpunten «keuringen» en «opleiding» gehad.De heer Struijs maakte een opmerking over de kwaliteit van kazernes enhet gebrek aan legering. Mevrouw Piri heeft daar volgens mij ook eenopmerking over gemaakt. Ik weet nog heel goed hoe het was toen ik zelfopkwam in Schaarsbergen. Je gaat in een soort tijdmachine en komtterug in de jaren vijftig. Dat ziet er niet uit. Toen werd mij gezegd: «Julliezijn de laatste lichting. Het wordt allemaal verbouwd en vernieuwd, geenzorgen.» Toen ik daar zeven jaar later als Kamerlid op werkbezoek kwam,was er nog niet zo veel veranderd. Dat komt omdat we de afgelopen jarenenorme bezuinigingen hebben meegemaakt.Op het vastgoed is het meest bezuinigd. Waarom? Omdat de OPCO’s, endaar ben ik ze erg dankbaar voor, er alles aan hebben gedaan om kennis-en operationele eenheden zo veel mogelijk te ontzien. Wapensystemen enoperationele kennis zijn dus zo veel mogelijk behouden gebleven. Hetmoet alleen ergens vandaan komen. De post waar je dan het snelst opgaat snijden, is uiteindelijk het vastgoed. Het resultaat is dan inderdaadlegering, waar je niet gelukkig van wordt.De voorzitter:Is de Staatssecretaris inmiddels alweer in Schaarsbergen geweest?Staatssecretaris Boswijk:Niet in deze functie, maar ik wil er zeker nog wel een keer heen.De voorzitter:Die toezegging is genoteerd.Staatssecretaris Boswijk:Het zou mooi zijn als de voorzitter dan meegaat. Ik zeg er wel bij dat ikveel andere locaties heb bezocht. We hebben hier maandag ook een debatover gehad, dus ik zal er niet te veel over uitweiden, ook omwille van detijd. Helaas lijken veel kazernelocaties op wat je in Schaarsbergen aantreft.Wat doen wij hieraan? Natuurlijk zijn we ons ervan bewust. De heer VanBaarle zegt bijvoorbeeld: het behoud is belangrijk en dan moet je zorgenvoor een goede leefomgeving. Je krijgt ook een hoop nieuwe mensenbinnen en die wil je enthousiast houden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9322 We zijn nu als de brandweer bezig om die kazernes te revitaliseren ennieuwe kazernegebouwen, legeringsgebouwen prefab te gaan bouwen.Daar zijn we as we speak heel hard mee bezig. We zijn ons er namelijkheel erg van bewust dat legering essentieel is. Het eerlijke verhaal is weldat het een project is van een lange adem, omdat we van heel ver moetenkomen.De heer Struijs (50PLUS):Ik heb toch even een verdiepingsvraag. Is de Staatssecretaris bereid ombinnen afzienbare tijd een soort risicoparagraaf op die strategischehuisvesting te geven? Als die specifieke dingen die geheim zijn nietkunnen... Er zijn namelijk veel zorgen over. Mijn mailbox loopt ervan over.Het zit niet alleen in achtergestelde huisvesting – ik heb zelf mijn verledenin de Generaal Spoorkazerne – maar ook in modernisering van oefenge-bieden en de ICT-omgeving, omdat daar ook allerlei specialisten wordenopgeleid. Ik zou graag een globaal overzicht willen hebben van de risico’sen de voortgang, want ik denk dat dit wel een pijnpunt blijft.Staatssecretaris Boswijk:Afgelopen maandag hebben wij het debat Ruimte voor Defensie gehad.Een van de dingen die ik daarin heb gezegd is: het is nu nog een heelgroot programma, maar we willen het op gaan knippen in kleineprogramma’s zodat het beter te volgen wordt. We zien namelijk ook dat deene bouw of renovatie sneller gaat dan de andere. Ik heb toegezegd ombij de Stand van Defensie de Kamer te informeren over de voortgang vande projecten. Ik denk dat we daar best veel in kunnen delen. Het zou mooizijn als de Kamer een werkbezoek kan doen in het teken van «ruimte voorDefensie» en dan meer wat betreft de voortgang, om ook even te zienwaar we vandaan moeten komen en wat we nu aan het doen zijn.De voorzitter:Die suggestie nemen we mee. U kunt door met de beantwoording, zie ik.Staatssecretaris Boswijk:Het gaat dus niet alleen over legeringsgebouwen, maar ook overoefenterreinen, de infrastructuur onder de grond en noem maar op.Mevrouw Nanninga vroeg waar de reservisten van de NationaleWeerbaarheidstraining landen. Daar was onduidelijkheid over. Wij zijn opdit moment bezig met het bouwen van een oorlogsorganisatie. Dat houdtniets anders in dan dat we heel strategisch nadenken over hoe deDefensieorganisatie eruit moet zien. Wat is de verhouding tussenberoepsreservisten en burgerpersoneel? We hebben wel gezegd dat weomwille van de druk niet willen wachten tot het helemaal klaar is.We willen dus al wel beginnen met de uitrol en het aannemen vanmensen. Het is uiteindelijk de bedoeling dat je wordt gekoppeld aan eeneenheid nadat je de Nationale Weerbaarheidstraining hebt gevolgd en jedaarna hebt besloten reservist te worden. Dat is uiteindelijk het doel. Hetdoel is ook om dat eind dit jaar te hebben gerealiseerd, zodat je weet bijwie je zit als je reservist bent. Dan kun je ook worden meegenomen in decommunicatie van die eenheid.Mevrouw Nanninga (JA21):Dank voor deze uitleg met ook een duidelijk tijdpad. Als ik de Staatssecre-taris goed hoor, dan komt er aan het eind van het jaar duidelijkheid. Ik steldeze vraag natuurlijk niet voor niks. Dat is omdat ons daarvandaangeluiden hebben bereikt dat dat zo is.Ik had een heel ritsje met vragen die hiermee wel beantwoord zijn, maarop eentje wil ik nog iets specifieker ingaan. Dat is: hoe stevig is deverplichting van een reservist op het moment dat er echt een oproep gaatgelden? Het maakt natuurlijk ook uit of mensen bereid zijn zich daarvoorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9323 aan te melden. Is het mogelijk om dat iets eerder dan aan het einde vanhet jaar duidelijk te hebben? Dan weet je ook echt welke verplichting jeaangaat als je je aanmeldt. Dan hoef je nog niet precies te weten waar jegaat trainen en waar je terechtkomt, maar dit is een punt dat ik terughooren dat mensen belangrijk vinden in hun overweging.Staatssecretaris Boswijk:Toen ik reservist werd, had je de slogan «vrijwillig, maar niet vrijblijvend»en dat is eigenlijk wat het is. Reservisten die zich aanmelden nadat ze deNWT hebben gedaan en dus hebben besloten reservist te worden, kunnenin een bepaalde situatie worden opgeroepen. Dan zul je al het anderemoeten laten vallen. Dat geldt voor een specifieke situatie. Stel dat het omeen dreiging gaat in het cyberdomein. Dan worden reservisten zoals ik,bouwkundig ingenieurs, bijvoorbeeld niet achter een computer gezet,want dat gaat niet goed. Je gaat dan natuurlijk wel kijken wat de dreigingis en wie je daarvoor nodig hebt. Wordt er wel een appel op jou gedaan,dan moet je ook komen.Ik zeg er wel meteen bij dat reservisten dit ook heel graag willen.Reservisten en ook beroepsmilitairen melden zich aan om juist datsteentje bij te dragen. Ze zitten er vaak ook op te wachten om zichzelfnuttig te maken. Dat zit diep in het DNA van militairen, van zowelreservisten als beroepsmilitairen. Dat zien we bijvoorbeeld ook terug alsze de dienst hebben verlaten. Neem het Veteranen Search Team. Alsiemand vermist is, dan verversen 2.600 mensen in Nederland hunWhatsApp in de hoop dat ze worden opgeroepen. Dat is, volgens mij, dementaliteit die bij veel militairen, beroepsmilitairen en reservisten heerst.Ik zie daar ook geen problemen.Mevrouw Nanninga (JA21):Het verhaal over die mentaliteit is gelukkig herkenbaar. Maar het gaaterom dat je na de opleiding NWT ergens wordt ingedeeld en dat dan nietprecies duidelijk is wat specifiek je rollen zijn. Het gaat me dus om dieonduidelijkheid. Ik denk dat het echt kan schelen in aanmeldingen als datverhaal de wereld uit is.Staatssecretaris Boswijk:Dat klopt. Die onduidelijk is er inderdaad op dit moment, omdat wij al zijnbegonnen met de NWT. Over iedereen die we nu binnen kunnen halen,zou ik zeggen: dat is super. Parallel daaraan geef ik het voorbeeld van hetvliegtuig. We zijn al gaan vliegen, maar we zijn nog bezig met hetmonteren van de stoelen. Dat doen we op dit moment. We proberen datzo snel mogelijk te doen. Ik snap ook het risico. Ik snap ook dat mensendie zich aanmelden kunnen denken «ik word niet teruggebeld en het duurtlang» of «ik ben gekeurd, maar ik kan nog niet de opleiding in». Dat is onsgrootste risico op dit moment. Ik voel daarom ook de druk om zo snelmogelijk al die belemmeringen weg te halen. Tegelijkertijd hebben wesimpelweg niet de luxe om te wachten tot alles klaar is, omdat degeopolitieke situatie daar nu eenmaal niet naar is.Mevrouw Ten Hove van Groep Markuszower had de vraag: hoe kun je ditslim met de samenleving afstemmen? Deze vraag is vrij breed. Urefereerde onder andere aan het rapport van ABN AMRO. Hoe gaan weelkaar niet beconcurreren als het bijvoorbeeld gaat over de bouw? Wehebben natuurlijk een tekort aan arbeidskrachten. Ik denk oprecht dat ditjuist een pleidooi is voor reservisten. Ik geloof dat Winston Churchill ooitover reservisten heeft gezegd: twice the citizen. Ik zou juist in een tijd vanschaarste, waarin we tekorten hebben op alle fronten, zeggen datreservisten juist de mensen zijn die én in de zorg kunnen werken,bijvoorbeeld in het brandwondencentrum, maar ook reservist kunnen zijn.Ik zeg er meteen bij dat het geen duizenddingendoekje is. We hebben zelfsburgemeesters die ook reservist zijn. Hoe mooi is het dat die mensen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9324 functies vervullen? Dat is juist een pleidooi, denk ik, en dat doen we veelbreder. De heer Struijs vroeg dus net: maken we er al gebruik van bijbijvoorbeeld transport? Ja, dat doen we al heel veel en dat moet nog veelmeer. Ik zie daar vooral heel veel kansen.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording. Mijn vraag wasspecifiek gericht op de parate eenheden zoals bij de genisten. Kunnen zijmet hun huidige taakstelling, zoals we hier vandaag in vredestijd zitten,bijvoorbeeld bijdragen aan het bouwen van preventieobjecten op dekazerneterreinen? Kunnen zij dat erbij hebben?Staatssecretaris Boswijk:Die vraag stelt u aan een genist. Ja, dat lijkt me fantastisch. Het zou heelmooi zijn als Defensie bijvoorbeeld veel meer oefenterreinen zou kunnenaanleggen. Alleen, dan hebben we de Wet werk en economie of de Wetmarkt en ...De voorzitter:De Wet markt en overheid.Staatssecretaris Boswijk:De Wet markt en overheid; dat was het. Die zorgt nog wel voor watpraktische beperkingen, namelijk dat de overheid niet mag gaan concur-reren met bijvoorbeeld bedrijven die dat werk ook zouden kunnen doen.Maar ik vind de gedachte wel interessant. Ik denk dat, aangezien er eentekort is aan aannemers, ook heel veel aannemers het prima zoudenvinden als Defensie daar deels of geheel ... Uw opmerking zet mij aan hetdenken. Op dit moment worden we daar nog in beperkt, maar het isinteressant om te kijken wat de voors en tegens ervan zijn en wat het zoukunnen brengen.De voorzitter:Dan gaan we ervan uit dat we later weer wat horen over het denkwerk dathiermee gestart is.Staatssecretaris Boswijk:Zeker. Ik moet even kijken wat en waar een handig haakje is, maar het isoprecht een vraag die ons ook aan het denken zet. Ik vind het een goedpunt.De voorzitter:Dank. U kunt verder met... O, mevrouw Jagtenberg, D66.Mevrouw Jagtenberg (D66):Meteen aanvullend voor het denkwerk. Misschien komt de Staatssecre-taris er dadelijk nog op, maar ik noem het nu maar alvast. Een voorbeeldwaar wij in de technische briefing over hoorden, is dat er ook een tekort isaan vliegtuigmonteurs. Er werd uitgelegd dat de KLM en de luchtmachtelkaar in het opleidingstraject beconcurreren om dezelfde schaarsestudenten. De combinatie waarin Defensie misschien meer voor demaatschappij kan doen, is een interessant denkperspectief, maarandersom kan je misschien ook wel combinatiebanen hebben waarbij jeeen vliegtuigmonteur met KLM deelt. Misschien kan dit meegenomenworden in het denkwerk.Staatssecretaris Boswijk:Zeker. Ik had die vraag wel, maar was er nog niet aan toegekomen. Ik kaner gelijk even op ingaan. We zijn op dit moment aan de lopende bandconvenanten aan het sluiten met allerlei marktpartijen. KLM is er daar eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9325 van. Ik heb er zelf in mijn eerste week een gesloten met ABN AMRO. Hetwas best wel grappig om te zien dat je op de Zuidas ook ineens mensen inuniform tegenkomt. Normaal moet je twee uur rijden, naar ergens op dehei. Ik was zowaar op de Zuidas. Daar zitten mensen die weer heel veelweten van cybersecurity en financiële markten. Tot een paar jaar geledendachten wij dat Defensie deze kennis helemaal niet nodig had. Nu denkenwe ineens: dat moeten we eigenlijk ook hebben.Maar we willen niet gaan concurreren met de financiële sector; we willenkijken hoe we elkaar kunnen versterken. Voor marktpartijen is hetnatuurlijk ook interessant, want wij hebben weer kennis die zij niethebben. We zijn op dit moment exact dit punt aan het uitrollen. Mijnvoorgangers – ik neem dat stokje zeker over – waren ook al begonnen methet sluiten van convenanten. Zo’n convenant houdt hele praktische zakenin: mogen reservisten in de tijd van de baas oefeningen doen enzovoort?Het enthousiasme is enorm. Er zijn heel veel bedrijven die zichaanmelden. Ik denk dat dat heel mooi is en wel past bij de tijdsgeest datook bedrijven hun maatschappelijke verantwoording hierin nemen.De voorzitter:U kunt verder met uw beantwoording.Staatssecretaris Boswijk:In het verlengde daarvan stelde de heer De Groot, maar ook de heer VanLanschot, een vraag over de rechtspositie van reservisten. Er zijninderdaad nogal wat open eindjes die we echt moeten gaan regelen,bijvoorbeeld loondoorbetaling bij ziekte. Wij zijn in overleg met SZW omte kijken wat die rechten en plichten zijn en bij wie de verantwoording ligt.Dat gesprek vindt op dit moment plaats. Het doel is dat we dat voor dezomer helder hebben en kunnen gaan uitwerken, zodat we weten wat derechten en plichten van reservisten, van ons, maar ook van de werkgeverszijn. Daarin moeten inderdaad nog wat verbeteringen gemaakt worden ener zijn nogal wat onduidelijkheden. We hopen dit voor de zomer duidelijkte hebben.Dan had de heer Struijs nog de vraag of ik een overzicht kan geven van depijnpunten op het gebied van de instroom. Ik denk dat ik dat gaandewegmijn verhaal wel heb aangegeven, namelijk dat op dit moment depijnpunten zitten bij de keuring, het opleiden en het legeren.De heer Struijs (50PLUS):Mag ik nog? Heb ik er nog een?De voorzitter:Ja, u heeft er nog een. De heer Struijs.De heer Struijs (50PLUS):Ik heb toch een wat meer abstraherende vraag. Bij 50PLUS worstelen wemet het debat in de Kamer of... Laat ik voor mezelf spreken. Ik worstel metmijn publieke optreden in de media. Ik geef vanavond weer een lezingover waar we nu staan. Het is in mijn beleving geen vredestijd, maar ik wilgeen onrust zaaien door te zeggen dat we in oorlog zitten. We zitten erergens tussenin. We kennen in de wet en ook in het publieke optredenniet... We zitten in een hoge mate van alertering. Kijk maar wat er op deNoordzee gebeurt, kijk naar de hybride aanvallen enzovoorts, enzovoorts.Ik zoek een beetje naar gemeenschappelijke taal in de duiding. Dat vind iktoch wel een worstelpartij, zoals we hier met z’n allen onze verant-woording dragen, en u natuurlijk voorop als Staatssecretaris. Het zit ookeen beetje in de communicatiestrategie. Wordt het niet ook tijd dat we dieduiding af en toe eens meenemen: waarom doen we dit alles? We doendit niet voor niks, of we nu voor- of tegenstander zijn. Al die briefings, aldie discussies zijn meer dan terecht. Ik zoek een beetje naar een duidingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9326 die niet gelijk tot hele grote paniek leidt, maar die wel de ernst van denoodzaak en alle dingen die we hier doen, aangeeft. Gaarne een reflectie.De voorzitter:Anders dan een woord als «hybride», kan de Staatssecretaris daar ietsbij...Staatssecretaris Boswijk:Ik denk dat de heer Struijs een heel terecht punt aanhaalt. Ik heb daareerlijk gezegd nog niet het complete antwoord op, zeg ik er meteen bij.We leven inderdaad in een vrij onzekere tijd met veel complexe vraag-stukken waar heel veel dingen met elkaar te maken hebben. Het gevaarvan een onzekere tijd met veel complexiteit is dat mensen terugvallen opsimpele antwoorden. Dat kan soms zelfs een beetje gevaarlijk zijn. Ik ziehet eerlijk gezegd niet alleen als een opdracht voor mij als Staatssecre-taris, maar als een opdracht overheidsbreed, en ook zeker als eenopdracht voor de volksvertegenwoordiging, om mensen mee te nemen inde dilemma’s en de uitdagingen waar we voor staan. Ik geef daar zelfinvulling aan door toch zo veel mogelijk het land in te gaan, voor zaaltjeste staan, zo laagdrempelig mogelijk, om mensen mee te nemen in decomplexiteit en de uitdagingen waarvoor we staan.Ik begon mijn pleidooi met aangeven hoe de Defensieorganisatie erbijvoorbeeld eind jaren tachtig uitzag. Als je dat al weet en je kijkt naar deorganisatie die we nu hebben qua omvang en naar waar we weer naartoegaan, dan valt het eigenlijk in perspectief nog reuze mee. Ja, het is eenenorme operatie. En ja, we vragen veel, maar tegelijkertijd staat deomvang van de krijgsmacht niet in verhouding met de krijgsmacht die webijvoorbeeld in de Koude Oorlog hadden. We moeten dat ook altijd inonze communicatie meenemen, denk ik. Het vraagt ook echt wel wat vanons allemaal. Het is niet iets wat wij als overheid alleen kunnen doen.De voorzitter:Toen had Nederland 14 miljoen inwoners. De heer De Groot van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Ik merk dat ik toch de behoefte heb om aan de Staatssecretaris te vragenom wat concreter te worden over de stappen die hij zet in een aantaldossiers. Ik hoor een hoop beschouwingen over wat er nodig is; dat wetenwe allemaal. Bij ons werkbezoek aan de Maasvlakte hebben we gesprokenmet civiele chauffeurs en met onze reservisten. Het gaat dus om veelinformatie die wij als Kamer ook hebben. Dat is precies de reden waaromwe hier aan tafel komen in het debat, namelijk niet om hetzelfde te horen,maar om concreet te horen wat de Staatssecretaris gaat doen.Ik heb gevraagd: hoe gaat de Staatssecretaris mensen binnenboordhouden die met functioneel leeftijdsontslag gaan? Ik weet dat u voor dezomer komt met de rechtspositie van reservisten, maar mijn vraag wasaan welke oplossingen u denkt. In welke richtingen denkt u? Daarnaastheb ik nog een openstaande vraag over...De voorzitter:Ik weet niet of dit vragen zijn waarvan de Staatssecretaris dacht dat hij zeal had beantwoord? We kunnen ook aan het eind even kijken of allevragen beantwoord zijn. Dan hoeft u die niet te herhalen.De heer Peter de Groot (VVD):Ik zeg via u, voorzitter, dat de Staatssecretaris net een vraag heeftbeantwoord over de rechtspositie van reservisten, maar ik ben daar niettevreden over. Het antwoord was namelijk: het komt voor de zomer. Dathad ik al in de brief gelezen. Ik zou van de Staatssecretaris dus graag eenmeer concrete beantwoording van die vragen willen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9327 De voorzitter:Helder. Kan de Staatssecretaris daar concreet over zijn?Staatssecretaris Boswijk:Dat is het ingewikkelde aan het vliegen in een vliegtuig, terwijl we nogaan het afmonteren zijn. De Kamer heeft inderdaad tijdens het begrotings-debat het een en ander gevraagd. Ik heb de Kamer toegezegd en ookmeteen de verwachtingen geschapen... Ik heb toen gezegd: we zijn op ditmoment bezig met het uitwerken van het coalitieakkoord. We gaan van2% naar 3,5%. Dat was begin dit jaar het startsignaal: we kunnen gaanplannen, we kunnen dingen gaan doen.Ik ben nu zes weken onderweg, denk ik. Ik heb in het eerste debat over debegroting ook al meteen gezegd: ik heb echt tot de zomer nodig om dit tedoen. Halverwege hebben we het personeelsdebat en gaandeweg ga ik uzo veel als mogelijk informeren. Dan vind ik het toch ingewikkeld als ik nuterugkrijg «ik krijg zo veel informatie» en «ik krijg nu weer dezelfdeinformatie». Ik doe wat de Kamer vraagt, denk ik dan. We geven vol gasen ik probeer u mee te nemen in elke stap, maar het gras gaat niet hardergroeien door eraan te trekken.Veel zal dus pas in de zomer echt duidelijk gaan worden. Dat is overigensniet alleen omdat wij nog maar een paar weken weten dat we van 2% naar3,5% gaan en met goed onderbouwde plannen moeten komen, maar hetis simpelweg ook omdat we het goed moeten doen. Ik heb dus eenministerie als SZW nodig om dit op een goede manier te doen, zodat wehet juridisch goed kunnen borgen.De voorzitter:Ik zie dat u de vraag van de heer De Groot daarmee beantwoordt, maarnog niet de vraag over het functioneel leeftijdsontslag. Misschien kunt udie meteen meepakken.Staatssecretaris Boswijk:Ja, daar ga ik meteen op door. Een andere partij die wij belangrijk vinden,zijn de vakbonden. Ik kom daar zo meteen nog iets uitgebreider op terug.As we speak, althans vrij snel na mijn installatie, heb ik kennisgemaaktmet de vakbonden, omdat ik het belang van hun rol zie. De rol van devakbonden wordt alleen maar groter, ook omdat de Defensieorganisatiegroter wordt. Morgen ben ik aanwezig bij de startgesprekken over denieuwe arbeidsvoorwaarden. Dat raakt ook aan de vraag van de heer VanBaarle. Ik zie inderdaad het belang ervan in dat er snel nieuwe arbeids-voorwaarden komen. Ik heb daar al een mandaat voor opgehaald. Ik kandaar natuurlijk niet over communiceren, omdat we daar nog over gaanonderhandelen. Ik zou natuurlijk gek zijn als ik hier al mijn kaarten op tafelleg.Het mandaat is er; morgen gaan de gesprekken plaatsvinden. Tijdens diegesprekken zullen we het ook hebben over het functioneelleeftijdsontslag. Voor militairen heet dat overigens weer anders, maar debenaming is me even ontschoten. Ik zie dus het belang daarvan. Ik hebheel veel mensen, vooral sergeanten en majoors die fysiek nog fit zijn,horen zeggen: ik wil heel graag langer bij Defensie blijven dienen.Gelukkig kunnen we daar al iets in doen, zij het beperkt: we kunnen eenjaar laten nadienen. Er zijn heel veel mensen die me erop aanspreken.Ik hoor het appel van de heer De Groot, ik weet dat er een motie ligt vande heer Struijs, dus ik weet wat het belang is, maar ik wil het ook op eengoede en nette manier doen. Daarnaast vind ik dat we dat netjes moetendoen met de partijen die we daarvoor nodig hebben. In de aankomendeweken gaat er veel gebeuren. Het is niet zo dat we de afgelopen wekenniets hebben gedaan, want er heeft al heel veel voorbereidend werkplaatsgevonden. Ik deel het ongeduld van de heer De Groot. Blijf medaarin ook pushen; dat zou ik namelijk ook doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9328 De voorzitter:Ik zie dat u verder kunt met uw beantwoording.Voorzitter: NanningaStaatssecretaris Boswijk:Dan gaan we naar diversiteit en inclusie. Ik begin met een algemeenbetoog. Voor ik verderga, dank ik de voorzitter. Hij wordt nu vervangen. Hijvertrekt met stille trom en dat verdient hij niet.Ik ga verder. Een goede krijgsmacht is een diverse krijgsmacht. Alleen alvanuit het belang van een sterke krijgsmacht hebben we vrouwen nodig.Zo simpel is het gewoon. Er zijn stapels wetenschappelijke onderzoekendie aantonen dat teams die in zeer fragiele regio’s worden ingezet beterfunctioneren als er vrouwen bij zijn betrokken. Ik kan er nog een heelpleidooi over houden. Ik heb dat destijds met mevrouw Dobbe ookregelmatig gedaan, want wij zitten daarin helemaal op één pagina. Ik ziedat dus zelf en Defensie ziet het zeker ook. Er wordt gestreefd naar 30%,maar daar zijn we nog niet. We zien wel een groei die reden geeft totoptimisme. Het is een onderwerp dat blijvende aandacht verdient.Niet alleen het werven van vrouwen verdient aandacht, maar ook desituatie waarin vrouwen kunnen functioneren. Ik heb kennisgemaakt methet bestuur van Vrouw & Defensie. Het was een buitengewoon goed enconstructief gesprek, maar ik ben ook geschrokken van wat ik hoorde overopmerkingen die naar vrouwen worden gemaakt en over onveiligesituaties die plaatsvinden. Ik zeg er meteen bij: die vinden helaas breed inde samenleving plaats. Dat is echter geen enkel excuus en het is mijnopdracht om te zorgen dat het bij Defensie zo snel mogelijk de wereld uitis. Ik zeg dat ook als vader van drie dochters. Kortom, ik onderschrijf hetbelang dat ik bij iedereen hoorde, maar dat mevrouw Dobbe en mevrouwJagtenberg expliciet hebben gemaakt. Het is erg belangrijk.Los van de cultuurverandering die nodig is, gaat het ook om de uitrusting.Dat betreft niet alleen vrouwen, maar speelt breder. Vroeger kreegiedereen hetzelfde type kisten, waardoor veel mensen blessures kregen enuitvielen. Er wordt nu veel meer maatwerk geleverd. Er wordt gekekennaar wat iemand nodig heeft, wat past bij iemands lichaamsbouw en defysieke verschillen tussen mannen en vrouwen. Dat gebeurt zeker ook bijscherfvesten. Het is een belangrijk punt en ik denk dat het goed is dat wedie stappen zetten. Mevrouw Dobbe merkte op dat het gek is dat we datnu pas doen. Gelukkig gebéurt dat dan nu.Maar het gaat nog veel verder. Het gaat ook over uniformen die passen bijvrouwen die zwanger zijn. Dat zijn ook zeker dingen die we snel moetenoppakken. Ik heb een hele waslijst meegekregen van Vrouw & Defensie enik heb beloofd om die lijst zo snel mogelijk af te werken. Het zijn wel heelveel punten, en dan zijn de punten die over materieel gaan nog hetmakkelijkst. In ieder geval onderschrijf ik het belang helemaal.De heer Van Baarle merkte op dat er een afspiegeling van de Nederlandsesamenleving nodig is, ook om het draagvlak voor de krijgsmacht tebehouden. Ik ben dat geheel met hem eens. Mensen moeten zich kunnenherkennen in een krijgsmacht die ook hun normen en waarden beschermt.Los van de man-vrouwverdeling, ben ik er ook heel trots op dat we meerdan negen denominaties in onze krijgsmacht hebben. Ook met dezegroepen heb ik kennisgemaakt en heb ik goed contact. Ik zie daar hetbelang van in. Afgelopen week hebben we een debat gehad over fysiekeruimtes, zoals gebedsruimtes. Ik heb het belang onderstreept dat daarruimte voor moet zijn, ongeacht om welke overtuiging of geloof het gaat.De voorzitter:Dank. Ik moet de Staatssecretaris heel even onderbreken voor eeninterruptie van mevrouw Dobbe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9329 Mevrouw Dobbe (SP):Heel goed dat er bij deze Staatssecretaris zo veel aandacht is voor dewerkomstandigheden van vrouwen bij Defensie. We hebben daar in hetverleden inderdaad uitgebreider over gesproken. Mijn vraag zag er vooralop of er genoeg scherfvesten zijn. Ze zijn er nu eindelijk. Het zijn er 1.500.Zijn dat er genoeg of is er nog steeds een risico dat vrouwen op missiegaan met een scherfvest dat niet veilig is?Ik ben ook wel benieuwd naar de lijst die de Staatssecretaris heeftmeegekregen. Ik hoef niet alles tot in detail te weten, maar als wij wetenwat de voortgang is die wordt gemaakt bij verschillende onderwerpen,dan kunnen we er in de toekomst makkelijker specifieke vragen overstellen. Misschien wil deze Staatssecretaris in een apart briefje terug-komen op wat precies de inspanningen zijn.Staatssecretaris Boswijk:Ik kan er vrij helder het volgende over zeggen. Iedereen die de poortuitgaat, man of vrouw, moet de juiste spullen hebben die hem of haarveilig houden, dus ook scherfvesten.De heer Van Baarle (DENK):We zitten Defensiebreed op dit moment op ongeveer 20% vrouwen. In2030 moet dat 30% zijn. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: hoerealistisch is het dat we die 30% zullen halen, als we op dit moment op20% zitten? Bij beroepsmilitairen zitten we slechts op 12,8%. Zou het nietgoed zijn om een target te stellen specifiek voor beroepsmilitairen? Wezien graag dat het percentage bij beroepsmilitairen, dat nu het laagst is,de komende tijd omhoog gaat. We willen dus graag dat het percentageniet alleen hoger wordt onder het burgerpersoneel, maar juist ook onderde beroepsmilitairen.De voorzitter:Dank. De Staatssecretaris gaf net in zijn antwoord het goede voorbeeld.Met het oog op de tijd verzoek ik de vragen en antwoorden zo bondigmogelijk te houden.Staatssecretaris Boswijk:Ik gaf aan dat we goed op weg zijn, maar we zijn er nog lang niet. Wedoen er alles aan om dat proces te versnellen. Dat geldt ook voorberoepsmilitairen. Sterker nog, we zijn aan het kijken hoe we vrouwen bijde mariniers en de Luchtmobiele Brigade kunnen krijgen. Waar moetenwe dan aan denken? We kijken naar de uitrusting. We doen niets aan dekwaliteits- of keuringseisen, want we willen dat iedereen... De heer Boonrefereerde net aan de clustereisen en ik kan die zorg wegnemen: we doengeen concessies aan de eisen. Je zit in een bepaald cluster. Bij mariniers isdat cluster 6 en daarvoor moet je 2.700 meter kunnen rennen. Deze eisgeldt voor iedereen.Vrouwen vielen vaak af op het ontbreken van passende spullen. Dat goldoverigens niet alleen voor vrouwen, maar ook voor mannen. We kijkendus naar het juiste schoeisel, de juiste kleding, de juiste voorbereiding ende juiste training richting een keuring. Daar wordt op dit moment opingezet. Als de heer Van Baarle het toelaat, wil ik voor een apart streef-getal voor beroepsmilitairen eerst even uitzoeken of het kan, of het helpten wat het richtgetal dan zou moeten zijn. Ik kom daar dan later op terugin de eerstvolgende personeelsbrief.De voorzitter:Is dat akkoord voor de heer Van Baarle van DENK?De heer Van Baarle (DENK):Wanneer komt die brief?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9330 Staatssecretaris Boswijk:Ik geloof dat er voor de zomer nog eentje komt, dus dat is redelijk snel.De voorzitter:Voor de zomer is prima, zegt meneer Van Baarle. Dan ga ik naar mevrouwJagtenberg van D66.Mevrouw Jagtenberg (D66):Ik wil toch nog even terug naar het punt van mevrouw Dobbe. Ze vroegvolgens mij stiekem om een toezegging over de waslijst van Vrouw &Defensie en of u kunt aangeven welke inspanningen daarvoor wordengedaan. Dat scheelt weer een hoop losse Kamervragen.Staatssecretaris Boswijk:Ik moet het werk toch doen, dus het is dan een kwestie van knippen enplakken. Ik poog dat voor de zomer te doen. Ik heb ook toegezegd dat ikvoor de zomer met Vrouw & Defensie in gesprek ga om te kijken wat depunten zijn, wat de voortgang is en wat we kunnen doen. Het probleem iseen beetje dat ik nu in de uitzoekfase zit, dus ik vind het heel moeilijk tezeggen hoe concreet ik dan al kan zijn. Ik poog het voor de zomer te doen,maar pin me er niet helemaal op vast. Ik wil het namelijk ook afstemmenmet Vrouw & Defensie. Ik zou het gek vinden als ik degenen die hethebben aangejaagd later informeer dan de Kamer, eerlijk gezegd. Datspeelt gewoon ook een beetje mee.De voorzitter:Dus er ligt een toezegging met een wat onzekere einddatum. Is datakkoord voor mevrouw Jagtenberg? Dat is akkoord. Als er geen inter-rupties meer zijn, vervolgt de Staatssecretaris zijn betoog.Staatssecretaris Boswijk:In het verlengde daarvan had de heer Boon van de PVV een vraag. Zijnvraag over de eisen voor vrouwen voor dezelfde functies heb ik beant-woord. We hebben clusters, en daaraan moet je voldoen. De heer Boonmerkte op dat trans militairen altijd fysiek en mentaal in staat moeten zijnom hun werk te kunnen doen. Hij vroeg of dat ook zo was. Daarover kan ikzeggen dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen geslacht ofgeaardheid. We kijken naar de objectieve eisen, namelijk of iemand fysieken mentaal geschikt is, ongeacht de persoon.De voorzitter:En dat roept een interruptie op van de heer Boon namens de PVV.De heer Boon (PVV):Mijn vraag was wel iets uitgebreider. Ik vroeg of u wilt kijken naar wat erin Amerika is besloten. Daar is besloten om trans militairen de dienstverplicht te laten verlaten. Er zijn verschillende incidenten geweest. InBritish Columbia in Canada was er een grote schietpartij. Er was eenschietpartij in Rhode Island in de USA. Dat was ook met trans mensen. InAmerika is er nu veel angst over de mentale gesteldheid van transmensen. In Defensie laat je die mensen toch met een wapen lopen.Worden die er wel voortdurend op gecontroleerd of ze het aankunnen,ook mentaal? Wilt u reflecteren op de beslissing die Amerika heeftgenomen, namelijk: wij willen deze mensen niet meer in onze Defensiehebben?Staatssecretaris Boswijk:Wij voeren gewoon ons eigen beleid. Wij kijken naar wat wij denken datnodig is. Wij keuren zonder aanziens des persoons iedereen doorlopendop hoe stabiel men is, mentaal en fysiek. We laten ons zeker nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9331 inspireren door andere landen. Ik denk dat wij het hier best goed voorelkaar hebben, met bepaalde beperkingen. Dus nee, ik ben niet bereid omover te nemen wat Amerika aan het doen is. Dat is aan hen.De voorzitter:Ik zie geen nadere interrupties. U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris Boswijk:Dan komen we bij het blokje overig.De voorzitter:Ik was te snel. De heer Van Baarle van DENK heeft nog een interruptie.De heer Van Baarle (DENK):Ik was even aan het wachten tot de Staatssecretaris klaar was met zijnbeantwoording binnen het blokje over diversiteit en inclusie. Ik had eenaantal vragen gesteld binnen dit blokje, die de Staatssecretaris nietspecifiek heeft beantwoord. Ik kan me heel goed voorstellen dat als deStaatssecretaris voor de zomer met een brief komt...Ik ben eigenlijk op zoek naar het volgende. Dit is een onderwerp dat je nietalleen met de mond moet belijden. Het is iets wat in je organisatiecultuurmoet zitten. Is de Staatssecretaris bereid om wellicht, als hij daar ietsmeer tijd voor nodig heeft, voor de zomer met een meer allesomvattendeherijking van zijn plannen te komen over diversiteit en inclusie? Hoe gaathij daar extra stappen in zetten? Hoe waarborgen we dat het in de cultuuren structuur zit? Los van de woorden die de Staatssecretaris uit, ben ikbenieuwd naar hoe we dat in de praktijk gaan zien en met welke borging.Staatssecretaris Boswijk:Ik snap de vraag van de heer Van Baarle en tegelijkertijd is die paradoxaal.Een plan zorgt namelijk niet voor een cultuurverandering. Het gaat er dusveel meer om dat we nú aan de slag gaan en nú mensen aanspreken. Ikprobeer dat zelf als Staatssecretaris ook te doen.Toen ik een week, of zelfs nog maar twee dagen, in functie was, heb ikmeteen gezegd: ik meen dat het overmorgen Internationale Vrouwendagis en ik vind het heel belangrijk om als Staatssecretaris te zeggen datzogenaamd grappig bedoelde schuine opmerkingen niet oké zijnenzovoort, enzovoort. Mijn eerste filmpje dat werd opgenomen, ginghierover. Is het daarmee opgelost? Nee, maar ik wil ermee aangeven dathet mijn doorlopende aandacht heeft. Ik heb alleen niet de illusie als wijhier een motie aannemen waarin staat dat het vanaf vrijdagmiddag 15.00uur klaar moet zijn met die schuine grappen, dat het dan werkt. Helaas isdat niet zo. U kan mij er wel op afrekenen dat ik hier aandacht voor zalvragen op elk moment en op elke plek waar ik ben.Ik denk dat de heer Van Baarle en ik op dit terrein op een lijn zitten. Dat isom twee redenen. Eén. Ik vind het moreel niet oké hoe mensen soms metelkaar omgaan. Dat vindt gelukkig het over-, over-, overgrote deel van demensen bij de Defensie ook. En twee: we hebben iedereen nodig, dus hoedom ben je als je dan mensen wegpest om hun geaardheid, geslacht ofwat dan ook.Ik kan het volgende nog meegeven. We zijn bezig met een Defensienota,die rond de zomer naar buiten zal komen. Een onderdeel daarvan zal ookgaan over leiderschap, hoe we met elkaar omgaan en hoe we naar onzemensen kijken. Ik denk eerlijk gezegd dat we daarin hele mooie woordengaan opschrijven, die meneer Van Baarle net noemt en die we allebeifantastisch vinden, maar uiteindelijk gaat het erom dat we op dewerkvloer mensen aanspreken. Ik zal dat doen en de heer Van Baarle magme daaraan houden.De heer Boon (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9332 Ik wil de Staatssecretaris wel oproepen om niet het wokespook los te latenbinnen Defensie. Een foute grap wordt weleens gemaakt bij Defensie endat moet af en toe kunnen. Pesten is natuurlijk fout, maar militairen zijnecht wel mondig genoeg om te zeggen «stop, nu is het genoeg» als het tever gaat. Laat alsjeblieft niet dat wokespook los binnen Defensie.Ik hoor dat het blokje inclusie is afgerond. Ik had meerdere vragen gesteldover de loyaliteit, maar ook over de regelingen die vanuit Nederland zijningesteld voor de Turkse dienstplicht. Turken kunnen in het Nederlandseleger een renteloze lening krijgen van € 6.000 of zelfs 20 werkdagenbuitengewoon verlof met behoud van bezoldiging. Wat vindt de Staatsse-cretaris daarvan? Is hij bereid om dit af te schaffen?De voorzitter:Met de herhaalde oproep tot bondige interrupties en antwoorden, geef ikhet woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Boswijk:Hier heeft de heer Boon een punt. Hij heeft die vraag inderdaad gesteld. Ikkom daar zo even op terug. Het antwoord zit niet in mijn mapje en ik kanhierop niet een heel briljant antwoord bluffen. Ik kom er zo dus op terug.Ondertussen begin ik met het blokje overig. Het is een vrij groot blokje. Deheer De Groot vroeg hoe het staat met de 1.200 dronespecialisten en-technici. Hij vroeg hoe de arbeidsvoorwaarden verschillen van die van deconcurrentie uit de private sector. Bij de aanmeldingen en redenen om bijDefensie te gaan, zien we dat dronespecialist een van de meest populairefuncties is. Het is een van de grootste drijfveren voor met name jongerenom zich aan te melden. De arbeidsvoorwaarden zijn vooralsnog gewoonhetzelfde. We zien dat het niet nodig is om uitzonderingen te maken omhiervoor mensen te werven. Sterker nog, er zijn juist veel mensen die omdeze reden bij Defensie komen, gelukkig maar.In het verlengde daarvan vroeg de heer De Groot hoe er wordt omgegaanmet de samenwerking met het bedrijfsleven en de opleidingen ronddrones en innovaties. Bij bijna al mijn werkbezoeken aan de OPCO’s wasgeregeld dat er ook bedrijven en onderwijsinstellingen aanwezig waren.De spullen die nu, vooral door Nederlandse bedrijven, worden ontwikkeld,worden meteen vertaald naar producten. Dat gebeurt veel in samenspraaken op basis van wat er nu in Oekraïne gebeurt. Het is mooi om te zien datdie samenwerking tussen bedrijven en Defensie er al heel erg is.Er is ook veel kennisuitwisseling met die bedrijven. Veel van dezebedrijven die voor en met Defensie werken, hebben ook reservisten alspersoneel. Ik was pas geleden bij de opening van het kantoor vanDroneShield in Amsterdam. Dat is een Australisch bedrijf dat sinds korteen Europees hoofdkantoor heeft in Amsterdam. Degene die mij haduitgenodigd was een Nederlandse reservist. Het gaat supernatuurlijk inelkaar over. En ja, we kijken bij de mbo- en hbo-opleidingen ook hoe wehet curriculum goed kunnen afstemmen, zodat daar skills worden geleerdwaar Defensie meteen wat aan heeft. Dat gebeurt dus al, maar er moetnog veel meer gebeuren.Afgelopen maandag hadden we het debat over het Programma Ruimtevoor Defensie. Er zitten ook een paar projecten in waarbij wordt gekekenhoe we slim ruimtes met elkaar kunnen delen. Het is vaak ook heelpraktisch. Denk aan lokalen en ruimtes om te kunnen experimenteren.Zoals u weet, zijn er best wel wat locaties waarbij ook regio’s voorstellenom er een veiligheidscampus te maken. Dat wordt dus zeker meege-nomen, omdat we zien dat het belangrijk is om de aanwas te houden. Ikzeg erbij dat we op dit gebied dus ook al veel aanwas hebben.Dan ga ik naar mevrouw Jagtenberg. Dat gaat over een heel anderonderwerp.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9333 Ja, maar niet voordat we nog een interruptie van de heer De Groot van deVVD over het voorgaande punt gaan beluisteren.De heer Peter de Groot (VVD):Ik wachtte heel even of de Staatssecretaris het laatste stukje van mijnvraag nog zou beantwoorden, maar hij wilde naar een andere beant-woording gaan. Daarom stel ik de vraag opnieuw. Ik vind het goed om tehoren hoe het loopt bij de werving van mensen die een bijdrage leverenaan de droneontwikkeling, bijvoorbeeld. Ik had niet alleen gevraagd naarmensen die civiel reservist zijn en van daaruit een bijdrage kunnenleveren aan Defensie, maar ik had ook specifiek gevraagd naar hetVK-model. Dat is het model van het Verenigd Koninkrijk, waarin mensenparttime militair kunnen zijn. Dat is iets anders dan reservist. Ik geef eenvoorbeeld. Je werkt tweeënhalve dag in een bedrijf en je bent tweeën-halve dag taxichauffeur. Dat doen mensen in Nederland. Je benttweeënhalve dag werkzaam bij een bedrijf en je bent tweeënhalve dagmilitair, dus echt een duorol. Kan de Staatssecretaris daar nog iets overzeggen?Staatssecretaris Boswijk:Dat is een goed punt van de heer De Groot. Het klopt dat hij daar eenvraag over had gesteld. We kijken er inderdaad naar om dat ook op diemanier te doen, niet alleen op het terrein van kennisuitwisseling. Het isdelen in schaarste, dus je wil kijken hoe je de beperkte arbeidskrachten zoeffectief mogelijk kan gebruiken. Het is dus zeker een punt dat nu wordtmeegenomen.Dan ga ik naar een vraag van mevrouw Jagtenberg over de contacten methet thuisfront. Ik heb vanmorgen de igk gesproken, die daarover eenrapport heeft geschreven. We hebben op dit moment al een juridischebasis die Defensie verplicht om dit te organiseren, onder andere deVeteranenwet. Bij mijn weten is er op dit moment al heel veel geregeld.Denk bijvoorbeeld aan terugkomdagen, het thuisfront dat een dag uitgaatof aan inbellen met een schip dat aan de andere kant van de wereld vaart.De informatiedichtheid is op dit moment een stuk beter, zeker in verge-lijking met uitzendingen die langer geleden plaatsvonden.Ik denk alleen dat de uitdaging meer zit in hoofdtaak één en hoe hetthuisfront zich verhoudt tot de man of vrouw op wie op dat moment eenappel wordt gedaan, of wat er gebeurt als beide partners bij Defensiewerken, want dat gebeurt ook veel. De grote uitdaging zit bij hoe weomgaan met die situaties. We zijn daar nu as we speak mee bezig enbekijken hoe we dat slim en menselijk kunnen uitvoeren. Dat zijn welnieuwe vraagstukken. Vroeger had je uitzendingen en was het redelijkoverzichtelijk, tussen aanhalingstekens. Dit is een hele nieuwe situatie,waarin de samenleving in haar geheel aan de lat staat en het veeldichterbij komt. Het is een terecht punt en de igk heeft ons daar ook opgewezen. We zijn ermee aan de slag, maar het is nog werk in uitvoering.Mevrouw Jagtenberg (D66):De vraag was iets breder dan alleen het thuisfront. Het ging over mentaalwelzijn in het algemeen. Ik zou dit moment willen gebruiken om een lanste breken voor een persoonlijk verhaal van een militair die zelfs een boekheeft geschreven over haar persoonlijke ervaring, Mandy Heeren. Ze zatals enige Nederlandse militair in Zuid-Libanon. Er is aan ondersteuningvanuit Defensie voor haarzelf heel veel misgegaan terwijl ze daar zat. Zeheeft maandenlang tussen de bombardementen van Israël en Hezbollahgezeten. Op een gegeven moment was haar voedselrantsoen op enstuurde ze een vraag naar Defensie of ze extra voedsel kon krijgen. Hetantwoord was: je hebt toch geld vanuit de VN-missie? Dat kan niet. Hetthuisfront heeft in die tijd ook niets gehoord van Defensie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9334 Het kan gewoon niet dat dat qua systeemaanpak blijkbaar acceptabel is,maar in de praktijk toch blijkt dat dit voor het mentaal welzijn van eenmilitair echt niet werkt. Kan de Staatssecretaris hier de toezegging opgeven om daar in ieder geval in detail naar te kijken?Staatssecretaris Boswijk:Ik vind dat ingewikkeld, omdat het gebruikelijk is dat we niet op indivi-duele gevallen ingaan. Maar als dat zo is, dan is dat natuurlijk niet goedgegaan. De Kamer heeft ik geloof in juni het veteranendebat. Dat gaat ookveel meer over de inzet en over hoe we dit in de breedte moeten doen. Ikzal het doorgeven, ook aan de Minister. Uitzending en inzet zijn primair deverantwoordelijkheid van de Minister. Ik denk dat ze hiervan al op dehoogte is, maar ik zal het zeker meenemen. En ik doe ook wel de oproepom ons hier scherp op te houden. Dan kom ik weer op het punt van deheer Van Baarle: behoud is nog belangrijker dan instroom. Als we alleenmaar mensen erbij krijgen maar er gaan harder mensen weg, dan doenwe als Defensie iets niet goed. Dat is simpel zat.Dan had de heer Van Lanschot nog een vraag gesteld over kansarmejongeren. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat jongeren die niet direct aaneen baan bij Defensie denken omdat ze er in hun omgeving bijvoorbeeldniet mee in aanraking komen... Kan Defensie samenwerking zoeken metstichtingen en organisaties in de samenleving die ervaring hebben met ditsoort jongeren, onder andere met het Nationaal Programma Leefbaarheiden Veiligheid? Ik moet zeggen dat wij als Defensie al heel veel jongerenweten te bereiken, via heel veel instroom, onder andere VEVA, natuurlijkhet Dienjaar, de NWT, de mdt en het Defensity College. We werken op ditmoment heel nauw samen met steeds meer onderwijsinstellingen om tekijken hoe we opleidingen laagdrempeliger, efficiënter en beter kunnenmaken.Als je kijkt hoe we vroeger jongeren en ook jongeren in kwetsbare positiesbereikten en hoe we dat nu doen, dan hebben we daar al echt een grotestap in gemaakt. Tegelijkertijd wringt het een beetje. Ik gaf net ook al aandat we meer aanmeldingen hebben dan we aankunnen. De druk opDefensie is immens. Het klinkt een beetje onaardig, maar het is niet deprimaire taak van Defensie om kansarme jongeren op te leiden. Natuurlijkis elke jongere welkom – we hebben ze er graag bij – maar we moeten ookkijken hoe we het overzichtelijk kunnen kanaliseren.Zoals ik net al heb aangegeven, hebben we heel veel knelpunten. Het is almoeilijk om alle aanmeldingen die we hebben te kunnen faciliteren. Ik wildaar als Staatssecretaris vooral mijn focus op hebben. Natuurlijk kijken wehoe dit slim kan en hoe we koppelkansen – een lelijk woord – hebben. Datwil ik zeker doen, maar ik kan niet nog een extra inspanning leveren. Deorganisatie staat al onder heel veel spanning; we bewijzen onszelf daargeen dienst mee.Dan was er in het verlengde daarvan nog de vraag van het CDA over delevensfase en de carrièreplanning. Het was onder andere ook de vraagvan de heer Struijs hoe je meer maatwerk kan bieden. Een deel van deuitstroom die we zien, zien we om de volgende reden: je bent jong, jemeldt je aan bij Defensie, je gaat op uitzending en vindt dat fantastisch.Vervolgens ontmoet je een partner, krijg je kinderen en zit je ineens in eenandere levensfase, waarbij je soms het tempo niet meer aankan dat jevroeger had toen je nog 20 was. Dat is gewoon zoals het leven gaat. Wezien helaas dat mensen daardoor de dienst verlaten, omdat het niet tecombineren is. We zijn echt aan het kijken naar meer maatwerk: hoe kan jemeer aansluiten bij de levensfase waarin men zich bevindt? Daar zijn weop dit moment echt mee bezig.Het is natuurlijk heel moeilijk, omdat je niet iedereen maatwerk kanbieden. En je moet ook wel, als er op de knop wordt gedrukt, op mensenkunnen rekenen. Dus dat is wel een dilemma. Maar wij zien ook wel dewens vanuit de Kamer. Het is ook een punt dat wij met onze partners,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9335 SZW en de bonden, moeten bespreken. We zien de noodzaak dat Defensiedaarin een moderne werkgever moet zijn. Dus voor het geheel even eenpleidooi, maar tegelijkertijd vragen we ook iets van begrip voor decomplexiteit die erbij komt kijken.De voorzitter:Daar heeft mevrouw Ten Hove een vraag over.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Dat klopt. Ik wilde toch nog even een vervolgvraag stellen over debeperkte opleidingscapaciteit. Er is gesproken over het Defensity College.Onder anderen de prinses van Oranje heeft hieraan deelgenomen.Hartstikke mooi. En er is een burgemeester die soldaat 1 is. Hoewaarschijnlijk is het dat zij ingezet worden als shit hits the fan? Wordt erdan ook gekeken naar wie er daadwerkelijk inzetbaar is op het momentdat het ertoe doet? Want daar zou je de opleidingsplekken voor moetengebruiken, lijkt mij.Staatssecretaris Boswijk:Ik vind dit een hele goede vraag. Als ik alleen even kijk naar het ministerie,dan zie ik dat wij burgermedewerkers hebben die ook reservist zijn. Steldat het fout gaat, ben je dan nodig als burger of als reservist? Dat is eenheel terecht dilemma, denk ik. Stel dat je burgemeester bent en er is eenincident waar je in de veiligheidsregio de eindverantwoordelijke bent. Danis een soldaat 1 superbelangrijk, maar ben je misschien iets meer nodigals burgemeester. Dat is inderdaad een dilemma waar op dit moment naarwordt gekeken.Tegelijkertijd kan je daar niet helemaal bij het begin van de selectieonderscheid in maken, want misschien kan die burgemeester aan deandere kant van het land, als zijn gedeelte van het land saai is, wel een rolspelen. Het is moeilijk om daarop te selecteren «jij wel en jij niet, jij hogeprioriteit en jij lage prioriteit», maar uiteindelijk is dat in de hele oorlogsor-ganisatie waar we mee bezig zijn. Dat is exact wat we aan het doen zijn.Hoe zien die schijven en die verdeling eruit? Wat is het aandeel beroepsen wat is het aandeel reservist en welke reservisten prioriteer je? Het kanniet zo zijn dat als we op een knop drukken en rekenen op 5.000 reser-visten, slechts de helft komt aankakken, omdat de andere helft ergensanders essentieel is. Op dit moment zijn we die puzzel aan het leggen. Hetis ook een terecht punt, denk ik.Daardoorheen zien we – dat heeft, geloof ik, de heer Struijs ookopgemerkt – nu ook allerlei moderniseringen plaatsvinden. Welke functieskunnen we digitaliseren? Daar wordt ook naar gekeken op dit moment. Ikzei net: we zitten op 8.000 meter hoogte en we zijn nog aan het sleutelenaan het vliegtuig. Gaandeweg dit debat kom ik erachter dat het nog veelcomplexer is. Het vliegtuig heeft ook nog geen motoren. Daar zijn we ooknog mee bezig. Dit om maar even aan te geven hoe complex het is. Dushet is niet alleen dat we uitgaan van bezuinigingen, ineens flink investerenen groeien. De geopolitieke situatie is ook nog eens van saai naarontzettend complex gegaan en de wapensystemen die we destijdshadden, zijn nu totaal anders. Er is nog veel meer, maar ik hoor dat devoorzitter wil dat ik doorga.De voorzitter:Ja, ik ga even een punt van orde maken, want we komen echt heel erg inde knoei met de tijd op deze manier. Ik zie nog een interruptie van de heerVan Lanschot; die doen we even. Ik wil voorstellen dat de Staatssecretarisdaarna zijn betoog afmaakt en we de vragen even opsparen. Ik hoor heelveel herhaling en voorbeelden. Dat maakt het bloemrijk maar ook eenbeetje langdradig, als ik het zeggen mag. Ik wil de Staatssecretaris vragenom de beantwoording heel bondig te houden. Nu nog een interruptie vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9336 de heer Van Lanschot, daarna graag even het betoog van de Staatssecre-taris afmaken, en daarna de vragen voor wie nog interrupties heeft. Als udaarmee akkoord bent, dan kunnen we er misschien nog een hele kortetweede termijn infietsen. De heer Van Lanschot.De heer Van Lanschot (CDA):Mijn interruptie gaat over de levensfasebanen. Ik heb er begrip voor datde Staatssecretaris zegt dat er niet heel veel maatwerk kan wordentoegepast omdat het complex is. Mijn pleidooi is dan ook juist om geenmaatwerk toe te passen, maar dit te standaardiseren en op schaal delevensfasebanen te organiseren. Zo hangt het niet af van een welwillendecommandant of net die hr-medewerker die een stap verder zet, maar regelje dit echt op schaal met voldoende jobs, zodat het voor iedereenmakkelijk en toegankelijk is. Dat wilde ik graag nog even benadrukken. Hetzal ook in de motie terechtkomen.Mijn vraag is verder aan de Staatssecretaris of hij nog terug zou kunnenkomen op het verzoek om een toezegging te doen om een reset in deverhoudingen met de sociale partners aan te gaan, zodat we samen deknopen kunnen doorhakken om de krijgsmacht op te schalen.De voorzitter:Er wordt verzocht om een toezegging.Staatssecretaris Boswijk:Ja, dat kan ik toezeggen, maar ik vraag er wel een beetje de ruimte voor.We hebben zo veel panelen die op dit moment spelen. Mijn verwachting isdat het cement wel snel wordt gestort. De aankomende maanden gaan weveel puzzelstukken in elkaar leggen, alleen hebben we net een doosopengetrokken. O, ik mocht geen bloemrijke voorbeelden meer gebruiken.Pin mij niet helemaal op een datum vast. Laat ik zeggen dat wij pogen ditvoor de zomer te doen, maar het kan er ook net na worden.De voorzitter:Dank. Vervolgt u uw betoog.Staatssecretaris Boswijk:Dan kom ik op het punt van de heer Boon over de Turkse dienstplicht. DeKamer heeft er inderdaad al meerdere keren moties over aangenomen. Eris ook al gepoogd om die uit te voeren. Twee dingen. Hier zijn de bondenvoor nodig. Maar nog veel belangrijker is dat we hier ook de andereoverheid, in dit geval de Turkse overheid, voor nodig hebben. Daarhebben we nog niet heel veel medewerking van gemerkt.Er zijn heel veel vragen gesteld over uitwisseling van medisch personeel.Omwille van de tijd: ik heb het over technisch personeel. Wat ik overtechnisch personeel zeg, geldt qua uitwisseling ook voor medischpersoneel.Mevrouw Piri had een vraag gesteld over de waardering voor hulpver-leners die betrokken zijn bij de MH17. Er is inderdaad aan deze menseneen herinneringsbeeldje gegeven. Dat is vrij ruimhartig verstrekt aan eengrote groep mensen. Het is ons ook bekend dat dat niet voor iedereen alsvoldoende wordt ervaren. Wij zijn ons aan het beraden over de volgendestap en over wat wijsheid is. Mijn verwachting – formeel is het de Ministerdie erover gaat – is dat de Minister hierover op korte termijn een besluitgaat nemen. Het is een punt dat zeker ook onze aandacht heeft.De heer Van Baarle had een motie ingediend, en die is aangenomen, overde herinnering aan Srebrenica. Wij delen helemaal de overtuiging dat ditbelangrijk en nodig is. Dat hebben we natuurlijk ook bij de appreciatie vande motie gezegd. Mede op basis van de laatst aangenomen motie gaatDefensie samen met alle partners, waaronder ook de monumenten-stichting, aan de slag om met elkaar zo snel mogelijk tot een definitiefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9337 monument te komen. De eerstvolgende update die u hierover gaatontvangen, is in de Veteranennota. Het debat dat jullie gaan hebben isergens in juni, zeg ik even uit mijn hoofd. Voor die tijd zal u hier ook meerinformatie over de uitvoering van die motie ontvangen.Dan kom ik op de vraag van mevrouw Piri over de Afghaanse beveiligers.Het kabinet heeft een grote inspanning geleverd in het overbrengen vande Afghanen. De Kamer is hierover geïnformeerd. Wij hebben deze lijn almeerdere keren gecommuniceerd. Ik wil erop wijzen dat de primaireverantwoording voor dit dossier bij het Ministerie van Buitenlandse Zakenligt. Er zullen ongetwijfeld nog debatten over gaan plaatsvinden.Dan had ik nog een laatste vraag van de heer De Groot. Wat is de huidigeverdeling tussen beleids- en uitvoeringsfuncties? De Bestuursstaf omvat4.800 mensen. Op 76.770 mensen is dat een percentage van 6,2%. Ik snapook wel wat de vraag van de heer De Groot is. Uiteindelijk willen we zoveel mogelijk mensen praktisch op de werkvloer. Ik zeg er wel meteen bijdat we ook beleid en bestuur nodig hebben om uiteindelijk dingen uit tevoeren. Ik snap de gedachte achter de vraag. Ik ben me daar helemaal vanbewust. We willen geen te grote overhead hierin. Dat is een goed punt,denk ik.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Heel veel dank voor deze medewerking aan de bondigheid. Er is nog eenheel kort veegrondje voor korte interrupties. En dan kunnen we, denk ik,ook nog wel kort een tweede termijn rond krijgen met z’n allen als wegedisciplineerd omgaan met de interrupties. Mevrouw Ten Hove, heeft unog een korte vraag?Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Het spijt me: ik moet er zo ook vandoor. Ik had expliciet vragen gesteldover het IDR en de samenwerking, en dan specifiek over de opleidings-plekken van de SEH-arts. Die vragen zijn in de verste verte niet beant-woord. Ik zou willen voorstellen dat ik deze vragen meegeef aan deStaatssecretaris en dat er in de toegezegde brief van VWS over hetCapaciteitsorgaan en de ramingen duidelijkheid komt over hoeveelarbeidsplekken, civiel en militair, er voor de SEH-arts zijn en over debeschikbaarheidsbijdrage, de financiënstroom.De voorzitter:Is dit voorstel van mevrouw Ten Hove akkoord voor de Staatssecretaris?Staatssecretaris Boswijk:Dat is akkoord. En excuus, ik heb het inderdaad een klein beetje bewustovergeslagen. Ik zei net dat alles wat ik over technisch personeel zeg, ikook bedoel voor medisch personeel. Ik vergeet dan dat dit eronder lag,excuus.Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):Ik snap dat u de cijfers vandaag niet paraat heeft, om even in Defensie-termen te blijven. Als ik een toezegging krijg dat het in die brief komt, danben ik tevreden.De voorzitter:Die heb ik bij dezen gehoord. Dank u. De Staatssecretaris knikt. MevrouwDobbe, heeft u een interruptie? Nee, u heeft geen interrupties meer. Ja,maar dat is gewoon wel van de interrupties... Voor de rest is er de tweedetermijn nog. De heer Boon.De heer Boon (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9338 Misschien dat u deze tussendoor beantwoord heeft, maar ik heb hem niethelemaal duidelijk meegekregen. Wie hetzelfde werk doet, moet aandezelfde eisen voldoen, en dan bedoelen we ook de fitheidstest. Als je opuitzending bent, gaat de vijand niet langzamer op iemand van het anderegeslacht schieten, omdat die van het andere geslacht is.Staatssecretaris Boswijk:De fittest is voor iedereen hetzelfde.De voorzitter:Dan de heer Struijs met een interruptie.De heer Struijs (50PLUS):Ik heb nog een verduidelijkingsvraag. Het principe in het leger is dat als jewordt opgeleid, je wordt ingezet ten tijde van oorlog. Dat geldt ook voorde prinses van Oranje en voor de burgemeester, tenzij. Dus primair wordje ingezet, het «tenzij» volgt. Dus niet andersom, want dan doen we hieriets voor de bühne. Kan de Staatssecretaris daar nog even scherp opreageren?De voorzitter:De Staatssecretaris met een verwachte scherpe reactie.Staatssecretaris Boswijk:In feite staat iedereen aan de lat, maar er wordt natuurlijk wel gekeken wiehet meest van nut kan zijn voor de situatie. Tijdens de coronapandemiewerden andere reservisten opgeroepen en andere netwerken aangeboord,en niet ineens iedereen. Als mensen opkomen en hun werk laten liggen,dan moet je natuurlijk ook wel een taak hebben die ze kunnen vervullen.De essentie, de bottomline, is: vrijwillig, maar niet vrijblijvend.De voorzitter:Dank. Heel kort meneer Van Lanschot nog.De heer Van Lanschot (CDA):Veegrondje. Ik had nog een vraag gesteld over de psychologischeonderzoeken en de belemmering van de Wet op de medische keuringen.Het antwoord kan, in het kader van de tijd, ook schriftelijk als het nu nietparaat is.Staatssecretaris Boswijk:De heer Van Lanschot heeft deze vraag inderdaad gesteld. We zijn onsbewust van dit probleem. Overigens valt het in de praktijk mee. Dat heeftveel te maken met hoe de vragen worden gesteld. Ik kan nu iets gaanzeggen uit het hoofd wat ik denk dat goed is...De voorzitter:Mag ik de Staatssecretaris te hulp schieten? Ik heb namelijk het woord«motie» al horen vallen. Ik vermoed zomaar dat er een tweeminutendebataangevraagd gaat worden naar aanleiding van dit commissiedebat.Daarin kan het misschien ook nog aan de orde komen. Dan hoeven wegeen schoten voor de boeg te lossen en dan komt er toch een antwoord.Is dat een idee?Staatssecretaris Boswijk:Ja, dan komen we dan met een antwoord. Prima.De voorzitter:Goed. Dan wil ik voor de tweede termijn voorstellen om een spreektijdvan één minuut te hanteren en één interruptie. Als we daar een beetjeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9339 gedisciplineerd mee omgaan, dan moet iedereen nog een zegje kunnendoen en een antwoord kunnen krijgen. Dan begin ik bij mevrouwJagtenberg van D66.Mevrouw Jagtenberg (D66):Dank, voorzitter. Even een snelle checkvraag, want ik ben nog een nieuwKamerlid: moet ik nu nog formeel een tweeminutendebat aanvragen?De voorzitter:Als u dat wenst, dan kunt u dat bij dezen doen.Mevrouw Jagtenberg (D66):Ik zie dat de rest van de groep dat graag wil en ik ook, dus bij dezen. Erwas nog een vraag van mij die niet beantwoord is. Die vraag ging overeen recente evaluatie waaruit blijkt dat er problemen zijn in de zorgketenbij een langdurige inzet van Defensie. Kan de Staatssecretaris nog ingaanop die vraag?De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Boon, namens de PVV.De heer Boon (PVV):Heel kort, want ik had net geen interrupties meer. De Staatssecretaris zeinet dat alles gelijk is, maar er is bijvoorbeeld de Defensie Conditie Proef.Daar moeten mannen 2.400 meter lopen en vrouwen 1.900 meter. Dat istoch een verschil van 500 meter. Ik snap niet dat de Staatssecretaris zegtdat er geen verschil zit in de eisen. Hieruit blijkt dat dat wel zo is. Ik wilstraks nog een keer een antwoord daarop.De voorzitter:Dank u wel. Dat is keurig binnen de tijd. Mevrouw Dobbe, namens de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. We hebben het gehad over de opkomstplicht. De Staatssecre-taris hoeft wat ons betreft die wet niet te maken; dat scheelt weer tijd.Maar voor ons is onduidelijk wanneer de Kamer dan wordt meegenomenen geïnformeerd als de escalatieladder wordt doorlopen. Op het momentdat er bijvoorbeeld wordt overgegaan tot een verplichte enquête metdwang, tot een verplichte keuring of tot een verplicht gesprek, wordt deKamer dan van tevoren meegenomen? Kunnen we daar dan nog iets overbesluiten?Ik had ook een vraag over de scherfvesten. De Staatssecretaris zei heelstellig dat niemand zonder geschikt materieel de deur uit gaat. Dat isnatuurlijk jarenlang wel gebeurd bij vrouwen die geen passende scherf-vesten hadden. Mijn vraag is nogmaals: kan de Minister dan garanderendat elke vrouw die wordt uitgezonden een passend scherfvest heeft?De voorzitter:Dank u wel. De heer Struijs, namens 50PLUS.De heer Struijs (50PLUS):Dank, voorzitter. Zou de Staatssecretaris eventueel in een brief aandachtkunnen besteden aan de uitbreiding van de geestelijke verzorging en demodernisering van de geestelijke verzorging? Want er zijn andere vormenvan geestelijke zorg gevraagd.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van Lanschot, namens het CDA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9340 De heer Van Lanschot (CDA):Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ik wil dus graag eentweeminutendebat aanvragen om een motie in te dienen op het thema.De voorzitter:De heer De Groot van de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Voorzitter, ik zal niet ook een tweeminutendebat aanvragen, maar ik kijk erwel naar uit. Ik wil de Staatssecretaris bedanken voor de beantwoording.En we staan natuurlijk allemaal te trappelen om de opschaling, eenschaalbare krijgsmacht, te laten slagen. We zitten vol met ideeën. Datheeft de Staatssecretaris vandaag ook gehoord, denk ik. De Staatssecre-taris is nog bezig om een aantal zaken uit te zoeken. De VVD kijkt erg uitnaar de brief van de Staatssecretaris. Wij bekijken nog of we in hettweeminutendebat daar door middel van een motie of moties wataanmoedigingen voor willen meegeven.Dank u wel.De voorzitter:De heer Van Baarle van DENK voor zijn tweede termijn.De heer Van Baarle (DENK):Dank, voorzitter. Dank ook aan de Staatssecretaris en zijn ondersteuningvoor de beantwoording. Er zijn twee punten die voor DENK van grootbelang waren in dit debat, namelijk de omstandigheden rondom dieopkomstplicht, en hoe je ervoor zorgt dat we een concretiseringsslagmaken met de plannen omtrent inclusie en diversiteit. Ik denk, gezien detijd die we hebben, dat het niet nuttig is om daar nu nog veel vragen overte stellen. Wij zullen in de vorm van moties aan de Kamer een aantaluitspraken voorleggen over deze onderwerpen. Dus ik tref de collega’sgraag bij het tweeminutendebat.De voorzitter:Dank u wel. Dan heb ik zelf ook nog een korte tweede termijn. Ik draag,met veel dank, het voorzitterschap even over aan mevrouw Jagtenberg.Voorzitter: JagtenbergMevrouw Nanninga (JA21):Ik heb nog even een specifieke vraag, die ik omwille van de tijd in deeerste termijn niet heb gesteld. Het gaat over de Brigade SpecialeBeveiligingsopdrachten. Dat is een elite-eenheid van de KMar. Zij wordenuitgezonden naar risicogebieden. Als dat onder de paraplu van Buiten-landse Zaken gebeurt, dan gelden er allerlei andere arbeidsvoorwaarden,andere regelingen. Dat is in het nadeel van deze mensen, dus van hunuitzendtoelage, hun buitenlandtoelage en andere vergoedingen. Het heeftook impact op de veteranenstatus. Omdat het niet onder Defensie valt,gelden er andere regelingen. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe datprecies zit? Vindt de Staatssecretaris deze constructie rechtvaardig, dusdat deze mensen wel grote risico’s lopen, maar niet de regelingen hebbendie voor Defensie gelden?Ik heb ook een vraag aan de Staatssecretaris over de positie vanBSB-militairen die in risicogebieden diplomaten beveiligen. Klopt het datzij wanneer ze voor Buitenlandse Zaken werken op onderdelen buiten dereguliere uitzend- of buitenlandregelingen vallen? En zo ja, waarom is datzo? Is dit iets wat gerepareerd moet worden? Ik ben me bewust van eenzekere gedetailleerdheid hiervan. Misschien dat het antwoord in datveelvuldig aangevraagde tweeminutendebat kan komen.Dank u wel. En dank voor het tijdelijke voorzitterschap.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9341 De voorzitter:Graag gedaan. Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan mevrouwNanninga.Voorzitter: NanningaDe voorzitter:Waarvoor dank. Heeft de Staatssecretaris voor de beantwoording in detweede termijn nog behoefte aan een schorsing, of gaat u beantwoorden?De Staatssecretaris.Staatssecretaris Boswijk:Dank u wel, voorzitter. Ik zou het wel mooi vinden als we drie tweeminu-tendebatten zouden hebben, want ik heb ervan genoten. Ik vind het alleenjammer dat we het een klein beetje moeten afraffelen, terwijl het zo’nbelangrijk onderwerp is en er zo veel te bespreken is. Maar goed, het iswat het is. Ik ga even iets snoeien in mijn anekdotes.Laat ik beginnen met de laatste vraag. Het is inderdaad bekend dat depositie van de BSB’ers anders is dan die van de medewerkers, demilitairen, van Defensie. Ik weet ook dat er nog niet zo lang geleden in deKamer een motie is aangenomen om te kijken of en hoe dit gelijkge-trokken kan worden, ook qua veteranenstatus. En het is ook breder: hoekan je omgaan met het toekennen van een veteranenstatus aan bijvoor-beeld dronepiloten, met de nodige zorg daarbij? Dat is een complexevraag, zeg ik er meteen bij. Op dit moment wordt dat onderzocht. De BSBligt voor een deel bij Buitenlandse Zaken. Maar het punt is helemaalbekend. We moeten er ook iets mee, omdat we zien dat er nieuwe functiesontstaan die we vroeger niet hadden. Dus we zijn daarmee bezig. Ik kan eralleen geen toezegging op doen, omdat we hierbij van heel veel mensenafhankelijk zijn. Het is wel goed dat u hier blijvend aandacht voor vraagt.De voorzitter:De heer De Groot heeft daar een vraag over, namens de VVD.De heer Peter de Groot (VVD):Volgens mij is het vrij eenvoudig. BSB’ers zijn gewoon in dienst bij hetMinisterie van Defensie. Zij vallen onder het Ministerie van Defensie, maarworden ook ingezet voor bijzondere bijstand binnen andere ministeries.Als ze daar worden uitgezonden voor zwaar werk, dan hebben zijbijvoorbeeld geen aanspraak op vergoedingen of indexatie van dievergoedingen. Daar is de werkgever, het Ministerie van Defensie, gewoonverantwoordelijk voor. Ik denk dat daar de vraag ook specifiek over gaat.Wil de Staatssecretaris daarnaar kijken?Staatssecretaris Boswijk:Zeker. Daar zijn we al mee bezig, maar daar gaan natuurlijk niet alleen wijover. Daar gaan ook binnen Defensie verschillende... Voor de veteranen-status hebben we een aparte commissie en de arbeidsvoorwaardenbehandelen we samen met de bonden. Dus dat doen we niet alleen zelf.Het punt is geheel terecht. We gaan dit vaker zien, omdat het gebruik vande BSB enorm is toegenomen. Ik weet nu waar de vraag vandaan komt,want jullie zijn natuurlijk pasgeleden op stap geweest. De vraag is mijweleens vaker voorgelegd. Het is een terecht punt, alleen moeten wij erook op een goede manier naar kijken.Dan kom ik op het punt van mevrouw Dobbe over die wet. MevrouwDobbe zegt: die wet hoeft van mij niet, maar ik wil wel betrokken worden.Dat gaat niet samen. Nee, dat is flauw. Wij gaan de brief uitwerken inwetgeving en die wetgeving komt natuurlijk naar de Kamer. Er gaan echtnog heel veel mogelijkheden komen om input vanuit de Kamer mee tegeven. Ik denk dat dat ook zo moet. Het moet op een goede manier gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9342 Het was mijn bedoeling om u zo snel en zo vroeg mogelijk in het procesmee te nemen.Ik heb wel wat kritiek gekregen dat ik vandaag met niets nieuws kom,maar ik krijg ook de opmerking dat ik te veel briefing geef en dat er te veelbriefings worden aangeboden. Helemaal prima. Ik heb dat veel liever dandat ik zo meteen te horen krijg: had ons maar gebriefd. We blijven julliegewoon spammen met alle informatie, dus ook over de wet. We komenjullie kant nog op. Ik verwacht dat ik jullie allang een keer heb gesprokenop het gebied van personeel voordat die wet er is. Dus er is ook dan nogeen mogelijkheid om te sturen.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb een verduidelijkende vraag. Gaat het in die wet dan alleen over deopkomstplicht? Mijn vraag was meer: als er bijvoorbeeld wordtovergegaan op de verplichte enquête of de verplichte keuring, want dat zitin de escalatieladder, kunnen wij dan voor die tijd daarover met deStaatssecretaris in debat?Staatssecretaris Boswijk:Ja, die wet gaat daar wel over, maar niets weerhoudt de Kamer ervan omal guidance mee te geven over waar de focus moet liggen: wat wel of watniet. Ik denk dat dat tweeminutendebat zich daar ook prima voor leent.Hoe eerder wij vanuit u horen wat u graag wil of juist niet, hoe beter. Wijzullen dat dan meenemen in het verdere proces.Dan kom ik op de vraag van de heer Boon. Hij haalt dan toch twee dingendoor elkaar. We hebben het de hele dag al over de FIT; dat is gelijk. Waarde heer Boon nu op doelt is de Defensie Conditie Proef, de DCP. Daar zitinderdaad verschil tussen wat we aan mannen en aan vrouwen vragen.Dat is al sinds jaar en dag zo, en het lijkt me gewoon prima dat we dat opdie manier doen. Dat houdt wel in dat als je je aanmeldt bij Defensie en jesolliciteert naar een bepaalde functie, die functie binnen een bepaaldcluster valt. Laten we zeggen dat je gewoon dezelfde eisen hebt als je bijde Luchtmobiele Brigade wilt of bij de mariniers.Verder had mevrouw Jagtenberg nog de vraag over die medische keten.Wij doen al enorm veel investeringen en we kijken echt, ook voortbor-durend op de coronapandemie, hoe we elkaar kunnen versterken. Wehebben gezien hoe dat goed werkte. U kunt zich wel voorstellen dat we inde personeelsbrief die we gaan aanbieden – dat was ook een punt van deheer Van Lanschot over de psychologische onderzoeken waar we op ditmoment druk mee bezig zijn – hier ook even een update over geven. Watzijn de belemmeringen en de maatregelen die wij nemen om dit al weg tenemen? Er gebeurt gelukkig al best veel op dit moment.Dat was het, voorzitter.De voorzitter:Er was nog een openstaande vraag over de scherfvesten.De heer Struijs (50PLUS):Sorry, voorzitter. Er was ook nog een vraag over de geestelijke verzorgers.De voorzitter:De vragen over de geestelijke verzorgers en de scherfvesten moeten nogbeantwoord worden.Staatssecretaris Boswijk:Ten aanzien van de scherfvesten nogmaals de bevestiging: als mannen ofvrouwen de poort uit gaan, hebben ze de passende spullen. Ik heb het netook al gezegd. Daar kan mevrouw Dobbe ons aan houden.Dan de geestelijke verzorging. Ik ben even kwijt wat de vraag daaroverwas.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9343 De voorzitter:Kunt u de vraag herhalen, meneer Struijs?De heer Struijs (50PLUS):Kan de Staatssecretaris, door uitbreiding en de nieuwe generatie diebinnenstroomt, op een ander moment een terugkoppeling geven over deuitbreiding en de modernisering?Staatssecretaris Boswijk:Dat kan ik nu meteen zeggen. De geestelijke verzorging groeit inderdaadmee met onze Defensieorganisatie, niet alleen in het aantal geestelijkeverzorgers, maar ook in denominaties. We hebben nu meer denominatiesdan we destijds hadden. Het is niet zo dat we dat ongebreideld doen. Wekijken echt naar een goede onderbouwing en waar behoefte aan is. Wehebben er negen en ik denk dat dat wel aangeeft dat we het speelveld danredelijk afdekken. Dus het groeit zeker mee en ik zie zeker het belangdaarvan.De voorzitter:Goed. Met heel veel medewerking van de Kamer en zeker ook van deStaatssecretaris hebben we toch heel mooi binnen de tijd dit debat wetenaf te ronden. Er is een aantal toezeggingen gedaan. De toezeggingenkomen naar jullie toe via de toezeggingenregistratie. Het moet even ietsuitgewerkt en netjes geformuleerd worden, maar ze komen naar u toe.Er is een tweeminutendebat aangevraagd en dat gaat ingepland worden.Ik wil de Staatssecretaris en zijn staf heel hartelijk bedanken voor deaanwezigheid en voor de beantwoording. Ik bedank de leden van deKamer, de mensen op de publieke tribune, de meekijkers, de onder-steuning, het Kamerpersoneel, de griffie, en natuurlijk de voorzitter dievoor het grootste deel deze vergadering heeft voorgezeten. Op naar hetvolgende debat en het tweeminutendebat, waarin dit gesprek wordtvoortgezet en gestand wordt gedaan, gok ik zomaar, met de nodigemoties.Dan verklaar ik hierbij deze vergadering voor gesloten. Dank u wel.Sluiting 17.58 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 X, nr. 9344
Gerelateerde bronnen
- Personeel (nader gewijzigde tijd)
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 15 april 2026, over Personeel (nader gewijzigde tijd)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.