KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 21 januari 2026 over WIA-problematiek

26 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0488c9443f8ad319 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)Nr. 867 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 26 februari 2026 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op21 januari 2026 overleg gevoerd met mevrouw Paul, Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid, over:–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 19 december 2025 inzake voortgang mismatchsociaal-medisch beoordelen, hersteloperatie en kwaliteitsver-beteringen UWV (Kamerstuk 26 448, nr. 862);–de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-heid d.d. 19 december 2025 inzake onderzoek AlgemeneRekenkamer naar fouten bij WIA-uitkeringen (Kamerstuk26 448, nr. 863).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,StultiensDe griffier van de commissie,Post kst-26448-867ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8671 Voorzitter: CeulemansGriffier: Van den BroekAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Bühler, Ceder, Ceulemans,Jimmy Dijk, De Kort, Neijenhuis en Patijn,en mevrouw Paul, Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.Aanvang 10.02 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Welkom iedereen. Welkom aan de mensen op de publieketribune en aan de mensen die deze commissievergadering via delivestream volgen. Ook welkom aan de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid, mevrouw Paul, en aan de commissieleden. Welkom bijhet debat WIA-problematiek van de vaste commissie voor Sociale Zakenen Werkgelegenheid. We hebben een spreektijd van vijf minuten perfractie. Ik zou vier interrupties in de eerste termijn willen voorstellen. Ik ziedat daar geen bezwaar tegen is, dus ik stel voor dat we gaan beginnen. Ikgeef als eerste het woord aan de heer Ceder van de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Mensen melden zich op hun meest kwetsbaremoment bij het UWV voor een WIA- of een Wajong-beoordeling. Op datmoment wil je maar één ding: snel duidelijkheid of je in aanmerking komtvoor een uitkering, en zekerheid dat de beoordeling die er wordt gedaanklopt. Aan beide ontbreekt het momenteel, en dat is zeer kwalijk. Hiermeewil ik niet het UWV of de medewerkers van het UWV diskwalificeren, maarhet feit dat de grootste uitvoeringsorganisatie van het Rijk al jarenlanggebrekkige kwaliteit levert, is zorgelijk. Mijn conclusie na het lezen van hetdocument is eigenlijk dat de chaos bij het UWV nog groter is dan dat ikeerder vermoedde.Voorzitter. De kwaliteit is volgens de Minister niet volledig op orde. Als ikhet rapport van de Rekenkamer lees, lijkt dat me nogal een under-statement. Daar staan harde conclusies in. Het kwaliteitssysteem bij desociaal-medische beoordelingen was niet op orde. De Minister had eenblinde vlek voor de kwaliteit van het UWV, en de sturingsrelatie tussen hetministerie en het UWV is te complex. Er is een te hoge mate vanautonomie met en binnen het UWV. Het kwaliteitsmanagement bij dedivisie SMZ is vrij ontluisterend: er is geen kwaliteitsvisie, medewerkershielden zich niet aan werkinstructies en elk district was zelf verantwoor-delijk voor het kwaliteitsbeleid.Voorzitter. Naar aanleiding van het rapport van de Rekenkamer heb ik eenaantal vragen over wanneer het UWV op de hoogte was, en wanneer hetministerie, en vervolgens ook de Kamer, hierover is geïnformeerd. Dat iseen vraag die ik al langer stel. Ook het Rekenkamerrapport geeft mij daarnamelijk nog geen volledige helderheid over. Klopt het dat de raad vanbestuur eind 2020 al op de hoogte was van de gebrekkige kwaliteit, enklopt het dat de raad van bestuur hier al meerdere malen over heeftgesproken? Als we de tijdlijn lezen, zou dat bijvoorbeeld al in april 2022 ofin oktober 2023 gebeurd zijn. Mijn vraag is wanneer de Minister specifiekgeïnformeerd is over het maatman- en dagloon en de onderdelen waar dehersteloperatie nu op toeziet. Klopt het ook dat de Minister in juni 2024 isverteld dat het niet over de kwaliteit van de beoordeling zelf, maar over deadministratieve kwaliteit zou gaan? Hoe strookt dit dan met de waarheidover de ernst en de omvang, die toen ook bekend was, binnen het UWVop dat moment?Voorzitter. Ik heb daarover nog de brieven van de Kamer nagezocht. In debrief van 28 april 2023 gaat het alleen over de wachtlijsten. In die van6 oktober 2023 gaat het over de informatie over de wachtlijsten. In dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8672 brief van 33 pagina’s valt het woord «kwaliteit» twee keer. Pas op4 september 2024 wordt de Kamer geïnformeerd over het feit dat erzorgen zijn over de kwaliteit. Dat was volgens mij ook pas na eenpublicatie van het AD. In die brief staat «vorig jaar is een aantal verbeter-trajecten voor de kwaliteit van sociaal-medische beoordelingen ingezet»,maar in de eerdere brief werd met geen woord gerept over kwaliteit. Hoekan dit, is de vraag van mijn fractie. Hoe kijkt de Minister aan tegen mijnstelling dat het UWV het al langer wist, maar de ernst en omvang kleinerheeft gehouden en de Minister niet of te weinig alarmerend heeftgeïnformeerd? Wanneer is volgens de Minister de Kamer dan wel juist envolledig geïnformeerd? Ik stel die vragen omdat ik dit nog onvoldoendeheb teruggevonden in het rapport van de Rekenkamer. Ik denk dat ditbelangrijk is omdat we, ook met het oog op de toekomst, als Kamersturing willen geven aan het UWV, omdat dit een van de grootsteuitvoeringsorganisaties van het land is.Voorzitter. Dan de sociaal-medische beoordeling. Er is een nieuwekwaliteitstoets, maar er is nog steeds geen toereikend inzicht in dekwaliteit. Wat is er nodig om dit inzicht wel te krijgen? Klopt het dat er nogdagelijks foute dossiers bij komen? Die dossiers gaan niet alleen overtechnische zaken rondom maatmanloon en dagloon, maar ook over deinhoudelijke beoordeling van de arbeidsongeschiktheid. Zo ja, watbetekent dat voor de hersteloperatie?Kan de Minister wat meer ingaan op de regionale verschillen, zowel quauitkomsten als qua wachttijden? Ik ben blij dat uit de briefing vangisteravond bleek dat de motie rond taakdelegatie en taakherschikkingdoor de Minister en het UWV wordt omarmd. Gezien de ernst van desituatie vind ik het tijdpad echter te traag. Er is ook aangegeven dat er eenwetswijziging voor nodig zou zijn. Het woord «verzekeringsgenees-kundige» vereist nu namelijk altijd een verzekeringsarts. Dit moetgewijzigd worden, en volgens mij kan dit ook. Ik begrijp dat de werkpro-cessen op de achtergrond meer tijd vergen, maar deze specifiekewetswijziging om de taakherschikking breder in te zetten zou wat onsbetreft echt met spoed moeten worden opgepakt. Is de Minister ertoebereid om dit specifieke deel met spoed naar de Kamer te sturen? Er isvolgens mij ook slechts een lichte aanpassing nodig aan de wet. Ik begrijpdan ook niet hoe het kan dat het UWV de gemaakte afspraken over deprioritering niet is nagekomen. Het UWV stelt zich daar in 2026 wel aan tehouden. Begrijp ik de brief zo goed? De Minister schrijft dat hetfundament van een goede uitvoering van de sociaal-medische dienstver-lening ontbreekt, maar dat het het UWV nu wel gaat lukken om deveranderingen door te voeren en om sterker te sturen. Op basis waarvanheeft de Minister het vertrouwen dat het nu wel gaat lukken?Voorzitter, ik kom bij mijn laatste punt. Het UWV kan nog niet voldoen aande wettelijke taken, want 60-plussers worden sowieso niet meer beoor-deeld. Alleen de mensen in de meest schrijnende situaties wordengeholpen. Waar moet ik in dat kader dan aan denken? Dit zijn veel vragen,maar dat komt omdat we die als fractie nog hebben.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Ceder. Dan is nu het woord aan mevrouw Patijn. O,excuus, eerst is er een interruptie van de heer De Kort.De heer De Kort (VVD):Collega Ceder heeft veel terechte vragen gesteld, waar ik me ook bij aankan sluiten. Maar zoals de Rekenkamer zegt: ook wij als Kamer hebbenfouten gemaakt. Ik ben benieuwd hoe de heer Ceder daarnaar kijkt.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8673 De rol van de Kamer is een belangrijke, zoals je ook zag in de parlemen-taire enquête over de toeslagenaffaire. We moeten kritischer naar onszelfkijken. Er is zelfreflectie nodig. Ik heb dat ook geprobeerd te doen. Ik hebnaar aanleiding van dit debat gekeken naar de Kamerbrieven die specifiekgingen over de onderdelen waar de hersteloperatie op ziet, namelijk opmaandloon en dagloon. Ik zit al vijf jaar in de Kamer, dus ik had dezesignalen dan ook voorbij moeten zien komen.Ik ben even de stukken ingegaan. Ik zal een paar voorbeelden geven vanwat ik daarin zag. We hebben in april 2023 een brief gekregen waarinalleen gesproken wordt over een mismatch tussen vraag en aanbod vansociaal-medische beoordelingen. Ik heb daar in ieder geval niet in herkenddat er een dermate groot probleem was dat daar een hersteloperatie voornodig zou zijn. Ik vraag me ook af of je dat uit het woord «mismatch» kanopmaken. In oktober 2023 werden we ook geïnformeerd over de kwaliteit,maar ook dat kwam maar twee keer in de brief terug. Het wordt dus welgenoemd. Mijn vraag is of het, in het licht van de problemen die toen albekend waren, voldoende wordt benoemd. Het komt voor de eerste keerspecifiek, of duidelijker, naar voren nadat het AD daar breder meeuitpakte. Op 4 september 2024 wordt er dan inderdaad gesproken overeen substantieel aantal aangetroffen onjuistheden met een impact op deduur van de uitkering.Tot slot. Ik wil even volledig zijn. In de brief die recent naar de Kamer isgestuurd, staat dat we sinds medio 2024 weten dat de kwaliteit van devaststelling van uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid nietvolledig op orde is. Ik proef een understatement. Ik probeer als zelfre-flectie te kijken of ik hier meer op had moeten aanslaan. Ik denk dat er, inhet licht van wat de Rekenkamer laat zien, in de informatievoorzieningrichting de Kamer ook stevig aan de bel getrokken had mogen wordendoor de Minister. Het UWV had dat in ieder geval richting de Ministermogen doen. Ik weet niet of dezelfde signalen op dezelfde wijze aan deMinister en het ministerie zijn overgebracht. Ik hoop daar wat duide-lijkheid over te krijgen.De heer De Kort (VVD):Dank voor dit antwoord. De heer Ceder en ik zijn vijf jaar geledentegelijkertijd in de Kamer gekomen. Ik heb mezelf ook diezelfde vragengesteld. Ik was naar aanleiding van dat AD-artikel pas meer op de hoogtevan de problemen die daar speelden. Maar ook in de daaraan vooraf-gaande periode hebben we met elkaar de WIA veel te complex gemaakt.Wat kunnen we op dat gebied, los van de hersteloperatie, van deChristenUnie verwachten, zodat het ook begrijpelijk wordt voor decliënten thuis?De voorzitter:De heer Ceder, met een beknopt antwoord.De heer Ceder (ChristenUnie):Sorry, voorzitter. De vorige vraag vroeg om een reflectie, dus dieprobeerde ik te geven. Hier kan ik wat bondiger over zijn.De WIA-systematiek is te complex, zowel voor de mensen die dan eenuitkering krijgen als voor de mensen die de beoordeling moeten doen. Diesystematiek is gewoon niet meer uit te leggen en moet hervormd worden.Daarom hebben we ook het OCTAS-rapport gehad. Wat de ChristenUniebetreft moeten we daar recht aan doen en moet dat ook snel. We zien datde bal een beetje vooruitgeschoven wordt omdat er moeilijke keuzesgemaakt moeten worden. Ik denk dat we over een paar weken van deformerende partijen – u behoort ook tot zo’n partij – meer duidelijkheidmoeten krijgen over welke slagen daar gemaakt moeten worden. Maar dateen hervorming snel moet gebeuren, los van de hersteloperaties en ookals we het hebben over de 35-minners, is evident. Ik hoop dan ook dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8674 formerende partijen de juiste keuzes gaan maken, juist ook om hetprobleem en het onrecht voor met name de 35-minners snel te herstellen.Dat zeg ik ook als oud-advocaat die geregeld tegenover het UWV heeftgestaan en die ook zijn cliënten niet kon uitleggen waarom zij buiten deboot vielen.De voorzitter:Dank u wel. Als er geen vragen voor de heer Ceder meer zijn, is het woordaan mevrouw Patijn van GroenLinks-Partij van de Arbeid voor haarinbreng.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Wij krijgen dagelijks mails over de problemen bijde uitvoering van het UWV. De mensen zijn gefrustreerd over decommunicatie, onzeker over hun uitkering en wanhopig over de wacht-tijden. Zij vragen zich af of dit ooit nog goedkomt en dat vraag ik mij ookaf. De Minister gaf eerder zelf aan dat ze niet weet of alle fouten inmiddelsboven water zijn. De voortgang van het herstel gaat gepaard metonzekerheid en langere wachtlijsten dan in het normale werk van hetUWV, en geeft mensen dus nog langer onzekerheid. Werknemers bij hetUWV voelen dagelijks de druk van de uitvoering. Ik weet eigenlijk nietwaar ik moet beginnen, maar ik begin toch maar. Ik begin met een debatdat vooral technisch zal zijn, maar waarbij we de mensen over wie hetgaat voor ogen moeten houden. Nog steeds is de vraag hoe dit zo langheeft kunnen duren. Hoe heeft het zo lang kunnen doorwoekeren? Deonderste steen moet boven. Ik sluit mij graag aan bij de heer Ceder, die zeidat er nog veel vragen blijven liggen.Voorzitter. Ik ga alleen in op een paar specifieke problemen, omdat wemaar een paar minuten hebben om dit te bespreken. Ik begin met hetverzoek van de Pensioenfederatie. Iemand met een arbeidsongeschikt-heidsuitkering heeft vaak recht op premievrije voortzetting van depensioenopbouw. Pensioenfondsen hebben daarvoor de juiste gegevensover het dagloon nodig. Die moeten zij van het UWV krijgen. Nu er foutenin de berekeningen zitten, moeten ook de pensioenfondsen gaancorrigeren. Door de correctie zijn neveneffecten voor de pensioenen nietuitgesloten. Ik verzoek de Minister snel een commissie in te stellen met dePensioenfederatie, het UWV en SZW en voor de zomer met een oplossingte komen, want dit kan zo niet langer doorwoekeren. Kan de Minister dittoezeggen?Voorzitter. Ik zei al dat de Minister eerder heeft aangegeven niet zeker teweten of er niet nog meer fouten boven water komen. Intussen blijft hetgewone werk liggen, is er een verlicht regime voor 60-plussers, wordende eerstejaarsbeoordelingen feitelijk niet meer gedaan, worden bezwarennauwelijks meer opgepakt en lopen de wachttijden op. De hersteloperatiezou eind 2027 afgerond moeten zijn. Heeft de Minister er vertrouwen indat eind 2027 alle fouten hersteld zijn? Is dat realistisch? Als ik het goedbegrepen heb, moeten er 47.000 onderzoeken gedaan worden en is menbegonnen bij de makkelijkste. Dat betekent dat er gemiddeld 450 beoorde-lingen per week afgehandeld moeten worden, terwijl in het afgelopen jaarmaar 2.000 mensen van de makkelijke zaken geïnformeerd zijn dat er nietsgecorrigeerd gaat worden. Klopt dit? Kunnen wij inzicht krijgen in hoeveelzaken het UWV gemiddeld wekelijks denkt te gaan afhandelen? Dat hoeftniet precies, maar wel ongeveer. Is het realistisch om te denken dat hetherstel in 2027 afgerond is? En kan de Minister aangeven wat haargedachten hierover zijn?Voorzitter. Dan kom ik bij het ARK-rapport. Ik pak er twee dingen uit. In deaanbevelingen staat meerdere keren genoemd dat het belangrijk is datuitkeringsgerechtigden de mogelijkheid hebben om in elk geval deplausibiliteit van een beoordeling en uitkering te checken. Dat kunnen zenu niet, terwijl dat zo hard nodig is om het UWV te kunnen controleren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8675 Wat gaat de Minister daaraan doen? Ten aanzien van het dagloon wordtsteeds benoemd dat er problemen zijn met de berekeningen omdat hetIKB, het individueel keuzebudget, ingewikkeld is. Het IKB is een regelingdie vooral veel voorkomt bij de Rijksoverheid. Hoe kan het dat er voor devaststelling van het dagloon geen rol wordt weggelegd bij de werkgeveren dus specifiek ook bij de Rijksoverheid als werkgever? Dit moet tochsimpel op te lossen zijn? Waarom kunnen de softwareontwikkelaars nietzorgen dat het juiste sv-loon bijvoorbeeld op de loonstroken komt testaan?Voorzitter. We krijgen een woordenbrij aan brieven en rapporten. Tochproef ik nergens de echte urgentie, niet uit de brieven van de Minister enniet vanuit het UWV. Ik heb niet het gevoel dat iemand écht de regie heeften grip krijgt op de situatie. Ik maak me met de dag meer zorgen over water hier gebeurt, of het goed gaat komen en of het UWV überhaupt zelf instaat is om de uitvoering op orde te brengen. Ik wil expliciet van deMinister weten of zij gelooft dat dit goedkomt.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Patijn. Ik zie een interruptie van de heer De Kort vande VVD.De heer De Kort (VVD):Het zijn terechte zorgen die door mevrouw Patijn worden uitgesproken.Het zijn zorgen die ik ook heb. Tegelijk is het ook een hele complexeopgave. Wat denkt u dat er nodig is? De Minister moet volgens u steviglaten merken dat het topprioriteit heeft, maar ik bedoel het los daarvan.Wat is er, puur in de operatie en in de uitvoering, nodig om recht te doenaan de problematiek en aan de urgentie om dit goed op te pakken, die weallemaal voelen?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik ben zelf ook redelijk wanhopig; dat geef ik ook aan in mijn spreektekst.Ik weet niet of dit goed gaat komen. Ik zou het niet weten. Nou,misschien ... Pfff. Dit is eigenlijk wel de kern van het probleem; het lijktwel of niemand weet wat er nodig is. Hoe moet ik dat in mijn eentje wetenof hoe moeten wij dat hier met elkaar weten, terwijl er zo veel mensen bijhet UWV en zo veel mensen bij het ministerie mee bezig zijn?Ik zie wel dat de automatische neiging om alles te verstoppen in woordeneen onderdeel is van de reden waarom wij het zo lang niet hebben gezien.Ik heb de rapporten er allemaal nog eens bij gepakt. De woordendichtheidalleen al, van de stukken die wij krijgen ... Het zoeken naar precies dat enefoutje dat effecten heeft voor soms wel tienduizenden mensen is bijnaonmogelijk. Het zou ongelofelijk geholpen hebben in die afgelopen jarenals het UWV gewoon tegen de Minister had gezegd: «Luister, wij hebbenminder kwaliteitscontroles gedaan, maar in de kwaliteitscontroles die wijtussen 2020 en 2024 gedaan hebben, zien wij steeds weer opnieuw bovenkomen dat er fouten gemaakt zijn. Het percentage fouten in die kwaliteits-controles die we hebben gedaan, is te hoog. Punt.» Het had geholpen alsin de cultuur van het UWV had gezeten – dat zegt ook de Rekenkamer –dat de mensen die de kwaliteitscontroles hebben gedaan direct aan tafelhadden kunnen zitten bij de voorzitter van de raad van bestuur van hetUWV om te zeggen: «Luister eens, voorzitter, hier is een groot probleem.Dit moet nu de topprioriteit zijn. En u moet dat melden aan het ministerieen die Minister moet dat melden aan de Kamer. Hoe gaan we datinregelen?»De voorzitter:Wilt u tot de afronding van uw antwoord komen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8676 Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ja. Ik ben erg bevlogen over dit onderwerp, sorry. Het gaat me aan hethart.Die cultuurverandering is dus een hele belangrijke. Als u mij vraagt wat eranders moet, is dat een van de grote punten.De voorzitter:Dank u wel. De heer De Kort heeft geen vragen meer. Dan is de heer Dijkaan het woord voor een interruptie.De heer Jimmy Dijk (SP):Ik wil mevrouw Patijn toch even ... ik wil niet zeggen «op weg helpen»,maar in mijn vraag zit misschien een deel van het antwoord verweven. Ikmerk dat er heel snel wordt gekeken naar uitvoeringsorganisaties terwijlde politieke leiding uiteindelijk hier bepaalt wat voor cultuur er inuitvoeringsorganisaties zit. Misschien herkennen we een patroon inverschillende schandalen. Hier zit een Groninger, en ik ben ook woord-voerder toeslagenschandaal geweest. Het is niet een-op-een over tenemen, maar je ziet wel de ontmenselijking terugkomen in alle brieven enin alle woorden. Bent u het met me eens dat dat ook een belangrijke factoris, dus hoe wij tegen mensen aankijken, met welk mensbeeld er over ditsoort dossiers is nagedacht en ook met welk mensbeeld er is aangestuurdin politieke zin? Bent u het met me eens dat dat gevolgen heeft en dat diteen van de gevolgen ervan is?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ja, wellicht. Dat geldt ook voor de bureaucratisering die heeft plaatsge-vonden, en ook voor de juridificering. Het geldt ook voor de angst omfouten te maken. Dat ligt ook bij ons. De noodzaak om geen fouten temaken zit er ook in. Eigenlijk zou er een cultuur moeten ontstaan waarin jedie fouten wél maakt en waarin die communicatie wél plaatsvindt. HetRekenkamerrapport zegt – de Minister zegt dat eigenlijk zelf ook in de brief– dat een groot deel hiervan ook zal moeten ontstaan door een beterecommunicatie tussen het ministerie en het UWV. Maar ik wil ook dat ergewoon gezegd wordt: «Ik heb een fout gemaakt, sorry. Dat moet hersteldworden. We hebben gisteren ontdekt dat dat zo is en we gaan het morgenmelden aan de Minister.»De voorzitter:Dank u wel. Als er dan geen vragen voor mevrouw Patijn meer zijn, is hetwoord aan de heer Dijk van de SP voor zijn inbreng.De heer Jimmy Dijk (SP):Dank u wel, voorzitter. In 2021 startte mijn partij een meldpunt UWV. Daarkwamen toen 1.200 meldingen en verhalen uit. Als je al die verhalen leest,doen ze je allemaal zeer. Het is uiterst pijnlijk. Eind 2025 was de achter-stand bij de WIA-claimbeoordeling opgelopen tot 35.000 mensen enmisschien nog wel meer. De chaos is zo ongelofelijk groot en daarmee dezorgen bij de SP-fractie ook. Als ik dat allemaal hoor, deel ik iedere vraagdie mijn voorgangers net hebben gesteld. Ik ben ook blij dat die vragenworden gesteld, want in vijf minuten tijd lukt het eigenlijk niet om eendossier als dit te bespreken.We weten dat een groot deel van de zieke werknemers niet eens in de WIAterechtkomt, maar vastzit in de Participatiewet, in de bijstand of in de WW,of zelfs zonder uitkering of inkomen zit en die ook niet eens meer durftaan te vragen of aan te gaan. Mensen moeten nu ontzettend lang wachtenop een keuring en die wachttijd dreigt alleen maar verder op te lopen. Datis geen uitvoeringsprobleem, maar een rechtvaardigheidsprobleem. Datleidt tot grote persoonlijke drama’s. Ik had het net over het meldpunt met1.200 verhalen. Moet je nagaan als het 35.000 verhalen zouden worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8677 Een groot deel van de WIA-aanvragen komt van flexwerkers. Dat zijnmensen die weinig toegang hebben tot werknemersrechten ofre-integratie. Flexwerkers hebben twee keer zoveel kans om in de WIAterecht te komen als een werknemer met een vast contract. Dat is watnamelijk wat onzekerheid met mensen doet: het maakt ze ziek. Daar komtbij dat 40% van de WIA-aanvragers psychische klachten heeft. Dezemensen slagen aantoonbaar minder vaak in terugkeer naar werk danmensen met lichamelijke klachten.Dat roept de fundamentele vraag op of wij ons werk en onze contract-vormen wel op zo’n manier hebben ingericht dat ze mensen beschermen.De SP vindt van niet. We willen dan ook vragen welke structureleproblemen en oplossingen de Minister ziet ten aanzien van het inrichtenvan werk en contractvormen die bijdragen aan deze instroom in de WIA.Ik ben het namelijk met iedereen hier eens dat we moeten voorkomen datmensen arbeidsongeschikt zijn en thuis komen te zitten. Het is altijd beterdat zij aan het werk komen. Dan helpt het echter niet dat er hier ookpartijen zitten, ook in deze zaal, die binnenkort fors willen bezuinigen oparbeidsongeschikten. Dat is de tegenovergestelde richting.Ik stelde net een vraag aan mevrouw Patijn over bureaucratisering en demanier waarop wij met mensen omgaan. In reactie op het rapport van deAlgemene Rekenkamer zet het kabinet in op verdere automatisering vanhandmatige processen. Mijn vraag is: hoe groot zijn de risico’s die kunnenontstaan door deze automatisering? Wij willen dat mensen wordengeholpen, het liefst door mensen, en niet vermalen worden doorsystemen.Ik keer terug naar wat ik net zei. Als het doel werkelijk waar is om de WIAte verbeteren, dan is de opdracht die de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid heeft gegeven voor het ibo-rapport de verkeerde.Natuurlijk is het goed om mensen te ondersteunen bij werkhervatting,maar dat vraagt om begeleiding, zekerheid en vertrouwen. Het doel magniet zijn om de instroom en de kosten simpelweg te beteugelen doormensen te gaan korten. Wat helpt het mensen als de Inkomensvoor-ziening Volledig Arbeidsongeschikten wordt afgeschaft? Dat is goed vooreen bezuiniging van 1,2 miljard euro per jaar. Dat helpt de Minister. Dathelpt niet de mensen. Wat helpt het om de WIA-uitkering te baseren ophet minimumloon in plaats van op het laatstverdiende loon? Eenbezuiniging van 7,3 miljard euro. Dat helpt de Minister. Dat helpt niet demensen. Stel je eens voor dat je een leven lang vol trots en inzet hebtgewerkt, hebt bijgedragen, het land draaiende hebt gehouden, en danoverkomt je iets waardoor je lichamelijk of psychisch arbeidsongeschiktraakt. Juist op dat moment word je op de pijnbank gelegd. D66, CDA enVVD hadden deze miljardenbezuinigingen al opgenomen in hunCPB-doorrekening. Die keuzes komen nu terecht bij mensen die altijdgewerkt hebben en nu bescherming nodig hebben. Is dit werkelijk waarhoe jullie willen omgaan met de werkende klasse? De SP wil dat niet. Wezullen daarom met concrete voorstellen komen die mensen zekerheidbieden in plaats van een straf.Ik benadruk dit hier wel, want ik vind het fijn als we het eens zijn over eenhersteloperatie en met meerdere partijen samen aan een oplossingwerken. Maar ik heb het nu keer op keer meegemaakt: bij de aardbe-vingsellende in Groningen, bij het toeslagenschandaal en nu weer. Hetzijn díé politici die dit veroorzaakt hebben en niet dé Kamer als gezamen-lijke entiteit. Nee, het zijn díé politici die een liberale agenda eropnahouden, die mensen wantrouwen, die deze problemen hebbenveroorzaakt. Dus kom bij mij niet aan met dat deze partij niet wil samen-werken, maar kom met voorstellen die mensen helpen in plaats van ze hetvel over de neus te trekken.Ik heb nog één vraag en dan rond ik af, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8678 U bent ruim over de tijd. Dus als u kunt afronden, graag.De heer Jimmy Dijk (SP):Nog één vraag en dan rond ik af. In het vorige debat over de herstelope-ratie heeft de SP al aangegeven dat het jaar 2025 ook moet wordenmeegenomen en ik vind eigenlijk dat ook het jaar 2026 moet wordenmeegenomen. Ik vraag de Minister om daarop te reageren.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een vraag van mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Veel van wat u zegt, kan ik onderschrijven. Ik was even geïnteresseerd inhet meldpunt. U geeft aan dat daar heel veel meldingen binnen zijngekomen. Was het voor de SP toen mogelijk om überhaupt te analyserenwat de problemen waren in de uitvoering van het dagloon?De heer Jimmy Dijk (SP):Ja, dat zien wij terug. En dat zeg ik echt niet om onszelf op de borst tekloppen, want de keerzijde daarvan is dat het ons niet is gelukt om hetbreed en overal verspreid te krijgen. Maar we zien het daar wel in terug,niet zo massaal als nu is gebleken, maar je ziet de signalen terug.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):De Rekenkamer vraagt: hoe zorg je nou dat je de plausibiliteit kan latentoetsen? Dat gaat over het geheel van de beoordeling. Dat is eigenlijk nubijna onmogelijk. Ik heb het bij de FNV nagevraagd en die zeggen ook:voor ons is het ook bijna onmogelijk en daardoor hebben wij het ook nieteerder gezien. Het is dus bijzonder dat jullie dat toen wel hebben kunnenwaarnemen, maar jullie hebben het waarschijnlijk met moeite bovenwater gekregen. Bent u het met mij eens dat het ontzettend belangrijk isdat dat helderder wordt, dat het controleerbaar wordt, dat je als individukunt zien: mijn uitkering is op orde of niet?De heer Jimmy Dijk (SP):Ja, absoluut. Ik heb hier meer dingen in mijn tekst zitten, maar hetonderwerp gaat mij ook aan het hart en dan gaat het soms met je op deloop en komen er meer woorden uit dan op papier staan. Er past mij welenige bescheidenheid over het meldpunt, moet ik zeggen, en over deconclusie die we daaruit kunnen trekken. Het zijn heel persoonlijkeverhalen, niet zo gedetailleerd, niet zo technisch als u nu de vraag stelt. Ikzei net al dat het ons toentertijd ook niet gelukt is om het op die manierboven water te krijgen, mede door de ingewikkeldheid van het heledossier. Ik zie het nu met terugwerkende kracht, als ik het lees. Als ik deverhalen lees, dan denk ik: o ja, dat zit achter de verhalen van de mensendie dat met ons deelden. Maar de technische problemen en fouten die erin die tijd werden gemaakt, hebben wij toen niet op die manier bovenwater kunnen krijgen.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng, meneer Dijk. U laat zich dadelijk excuserenvanwege een debat elders in dit gebouw. Fijn dat u in ieder geval nuaanwezig kon zijn. Als er verder geen vragen meer zijn, dan is het woordaan mevrouw Bühler van het CDA.Mevrouw Bühler (CDA):Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de griffie nog bedanken voor het zosnel regelen van een technische briefing met UWV. Die was gisterenavonden was zeer informatief. Ik ben dan ook blij dat de mensen van UWV elkedag aan de slag gaan voor de mensen die het nodig hebben, wantTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 8679 vertrouwen van mensen in de overheid wordt voor een belangrijk deelbepaald door de uitvoeringsorganisaties. Maar we spreken vandaag nietvoor niets over de WIA-problematiek, want hier, bij die uitvoeringsorgani-satie, gaat het juist niet goed.De WIA-problematiek brengt levens van mensen tot stilstand. Dat isschrijnend voor mensen die wachten. Ook werkgevers blijven metonduidelijkheid zitten. De titel van het Rekenkamerrapport zegt genoeg:«Fouten bij WIA-uitkeringen: blind voor de signalen, burgers geraakt». DeRekenkamer komt met een hard oordeel en ook hier verdient het kabinetop zijn zachtst gezegd geen schoonheidsprijs.Ik wil vandaag vooral stilstaan bij de reactie van het kabinet en deaangedragen oplossingen en verbeteringen. Er wordt in de brief van deMinister veel gezegd. Echter, wij zien nog steeds geen harde verbeterings-agenda. Dat moet wat ons betreft een stuk concreter. Ik heb dan ook eenaantal vragen aan de Minister. De eerste vraag is wanneer er daadwer-kelijk een concrete verbeteringsagenda ligt die verdergaat dan wat we nual hebben liggen. We zijn al laat, maar we willen hem wel voor de zomerzien. Overigens bedoelen we met «concreet» ook echt concreet: duidelijkper maatregel aangeven wat er opgelost wordt, dus wat de burger kanverwachten. Twee. Het is ook nodig dat bij het uitwerken van een concreteverbeteringsagenda niet alleen UWV en SZW betrokken worden, maarjuist ook het hele veld eromheen, conform het advies van de Rekenkamer.Kan de Minister toezeggen hen ook hierbij te betrekken? Neemt deMinister dan ook het aantrekkelijk maken van het beroep verzekeringsartshierin mee?Dan kom ik bij het volgende. Ten aanzien van het sturingsmodel voorzbo’s hebben wij al vaker opmerkingen gemaakt. De Rekenkamerbe-vinding «Blind voor de signalen» en falend kwaliteitsmanagementsysteemis niet bepaald klein bier, zeker omdat we vaker hebben aangedrongen opeen ander sturingsmechanisme. De governance is dus echt niet goedgeregeld. Dat zegt de Rekenkamer ook. In het Rekenkamerrapport staatdat de kwaliteit van de uitvoering minder aandacht krijgt van hetministerie dan het behalen van de kritieke prestatie-indicatoren die hetMinisterie van SZW wél wil zien. De rechtmatigheid wordt wel op eenpositieve manier gerapporteerd. Met andere woorden: de Minister wilvooral weten of de declaraties kloppen en de bonnen op orde zijn. Ikchargeer een beetje. Er wordt echter nauwelijks gevraagd naar dekwaliteit van de primaire taak van het UWV: het goede doen voor onzeinwoners. Juist daar is de Minister verantwoordelijk voor. Wat ons betreftis dit een serieus probleem in het sturingsmodel.In de praktijk wordt eigenlijk maar één rol echt ingevuld. Dat is die van deeigenaar, gericht op onder andere de bedrijfsvoering en rechtmatigheid.Als opdrachtgever moet je willen weten hoe goed je opdracht wordtuitgevoerd. Dat geeft je zicht op de kwaliteit van de uitvoering. Dat datniet goed is gegaan, moge duidelijk zijn. De Rekenkamer adviseertdaarom terecht om bestuurlijke driehoeken aan de kant van het opdracht-geverschap te versterken. Dat vraagt om voldoende kennis en inhoude-lijke diepgang vanuit SZW. Ik vind het dan ook bedenkelijk dat de Ministerin haar brief niet aangeeft deze opdrachtgeversrol zo snel mogelijk verderte willen invullen. Ook stelt zij niet voor om vanuit het ministerie kennis endiepgang in te brengen om eigen inzichten te ontwikkelen in de bedrijfs-voering van het UWV.Dat brengt mij bij het afdoen van de motie-Inge van Dijk. De Minister heeftnaar aanleiding van deze motie een onderzoek laten doen naar demeerwaarde van andere sturingsvormen. Die doet ze in deze brief wat onsbetreft wat mager af. De Rekenkamer concludeert nu juist dat de huidigesturingsvorm niet goed is ingericht en adviseert om daar nu aan tewerken. Nu blijkt dat dat niet zwaar wordt opgepakt, ga ik dan maar weerterug naar de zbo-structuur. Dat is niet om koste wat kost het UWV terugte halen naar het ministerie, maar juist omdat we ministeriële inzet willenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86710 zien op dat opdrachtgeverschap. Kan de Minister toezeggen dat ze datopdrachtgeverschap zichtbaarder en steviger gaat invullen en onsdaarover informeert voor de zomer? Voor ons is dit ook gewoon de crux.Dit zijn namelijk de instrumenten die de Kamer heeft op het gebied vantoezicht.De voorzitter:Mevrouw Bühler, u heeft een interruptie van meneer Dijk. Als u nog nietaan het einde van uw spreektekst was, vraag ik u daarna ook af te gaanronden.De heer Jimmy Dijk (SP):Ik heb een korte vraag hierover. Ik had inderdaad ook de reactie op demotie-Van Dijk gelezen. Ik vond die ook redelijk beperkt en niet heel sterk,laat ik het zo zeggen. Ik was het er ook niet mee eens. Ik heb in het slotvan uw betoog net iets van een richting gehoord over wat u wilt dat ergebeurt. Kunt u iets scherper beschrijven wat u precies verwacht van ditkabinet?Mevrouw Bühler (CDA):Ik heb me echt moeten beperken in de tekst om dit ingewikkelde stuk uitte leggen. Ik wil ook niet verzanden in een discussie over governance. Datis het laatste wat we willen. We willen graag dat er ministeriële verant-woordelijkheid wordt genomen. We willen graag dat er daadwerkelijk, insamenhang, gekeken gaat worden naar een oplossing. Volgens mij kun jedat doen door juist aan beide kanten de inzet te versterken als het gaat omopdrachtgeverschap. Ik ben ex-bankier. Op het moment dat het bijbedrijven niet goed ging, zorgden wij ervoor dat er vooral juist werdgekeken naar hoe je ervoor kunt zorgen dat die operatie op een goedemanier uitgevoerd kan worden. Zo kun je ook de taak die belangrijk is opeen goede wijze vormgeven. Dat zorgt voor duurzaamheid en een juistemanier om dingen verder te versterken. Dat mis ik nu heel erg.Daarom blijven wij erop hameren dat de Minister dat eigenaarschap watmeer moet pakken. Als dat dan niet kan door de manier waarop het nugeorganiseerd is en daar als niet sterk op ingezet kan worden, zeggen wij:haal het UWV dichter naar huis. Dan ben je direct namelijk verantwoor-delijk. Dat ben je sowieso, maar dan heb je vanzelf dat eigenaarschap. Zokunnen wij als Kamer op de juiste manier onze controlerende taken goedinvullen.De voorzitter:De heer Dijk heeft een vervolgvraag. De antwoorden mogen ietsbeknopter.De heer Jimmy Dijk (SP):Mijn vraag is ook zeer kort. Wil het CDA wat mevrouw Bühler in haarlaatste zin aangeeft?Mevrouw Bühler (CDA):Het CDA wil heel graag dat eigenaarschap.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank voor de vraag die net gesteld werd, want de vraag is inderdaad ofhet CDA wil dat het UWV direct onder de Minister gaat vallen. Dat is dievraag over het eigenaarschap. Het antwoord daarop is «ja». Ik benbenieuwd wat dat betekent voor de komende tijd, of de operatie daarmeewordt versimpeld; maar goed, dat gaan we merken.Ik heb een andere vraag, over de bredere hervormingen. We zien dat eriets moet veranderen. Het aantal verzekeringsartsen daalt, het aantalaanvragers stijgt en de vergrijzing neemt toe. We zien ook dat er eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86711 probleem is met 35-minners. Als je het goed wilt regelen, zullen er voorwelke hervorming van de WIA dan ook onvermijdelijk meer mensen endus ook meer financiën moeten komen. In het stuk van CDA en D66waarin de grote problemen worden benoemd die aangepakt moetenworden, heb ik de WIA niet teruggevonden. Dat vond ik jammer, want ikdenk dat de WIA een van de grootste en meest complexe operaties is diewe in dit land kennen en dat die daarom ook al jaren vooruitgeschovenwordt. Ik mag toch hopen dat het CDA vindt dat er niet alleen hervor-mingen moeten komen, maar dat er ook middelen beschikbaar moetenworden gemaakt om die mogelijk te maken. Anders verzanden we, denkik, in wat ik «a perfect storm» noem. Is het CDA het ermee eens dat erhervormingen moeten komen? Zo ja, hoe zien die er dan uit? Is het CDAhet ermee eens dat er dan ook gelijk middelen beschikbaar moetenworden gesteld om ervoor te zorgen dat we niet afkoersen op een noggroter probleem?Mevrouw Bühler (CDA):Ja, het CDA vindt inderdaad dat er hervormingen moeten komen. HetCDA vindt ook dat je vooral moet kijken naar wat er op de korte termijngedaan kan worden. Wij vinden dat het ministerie daar samen met hetUWV in moet optrekken, om te kijken hoe we zaken op de korte termijnorganisatorisch anders kunnen gaan inrichten. Vervolgens zijn eronderwerpen die betrekking hebben op het stelsel. Het CDA vindt dat wedie goed met elkaar, ook met de polder, moeten gaan bespreken.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, want ik raak toch een beetje in de war. Ik houd mijn hart vast voor watdit de komende jaren gaat betekenen voor dit grote probleem. MevrouwBühler geeft aan dat we naar kortetermijnoplossingen moeten kijken. Daarben ik het mee eens. Vandaar ook mijn voorstel om naar een taakher-schikking te kijken en met spoedwetgeving te komen. Ik denk dat dat opeen redelijke, makkelijke en overzichtelijke manier kan. Maar het CDA wilook dat het eigenaarschap van het UWV verandert. Dat is een enormeoperatie. Aan de ene kant komt het CDA met een voorstel voor eengigantische operatie, waarvan ik me afvraag of dat de mensen op ditmoment gaat helpen. Aan de andere kant zegt het CDA wel dat we naarkortetermijnoplossingen moeten kijken. Het probleem daarbij – mijn vraagis niet beantwoord – is de lange termijn. Hoe ziet de langetermijnher-vorming eruit? Kan ik ervan uitgaan dat het CDA en het kabinet hier danook geen middelen voor vrijmaken, omdat ze het zien als een langeter-mijnproject, waar dit kabinet geen stappen in gaat zetten?Mevrouw Bühler (CDA):Volgens mij maakt u het complexer dan het is. We hebben gezegd dat wehet eigenaarschap heel belangrijk vinden. In eerste instantie hebben weeen motie ingediend om de zbo-structuur verder uit te zoeken. Er zijn ookandere mogelijkheden om het eigenaarschap goed in te richten. Dat heb iknet gezegd. Dat is voor ons het allerbelangrijkste. We hebben de Ministernu gevraagd of ze daarop een toezegging kan doen en of ze kan aangevenop welke wijze ze dat eigenaarschap goed gaat invullen, rondom dieopdracht. Daarmee heb ik niet gezegd dat wij nu al grote hervormingenrichting een zbo-structuur voorstaan. Volgens mij zijn u en ik het metelkaar eens dat het heel belangrijk is dat die opdracht goed wordtuitgevoerd. Daarvoor wensen wij, zeker op de korte termijn, al maatre-gelen die makkelijker te nemen zouden kunnen zijn.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86712 Naarmate dit debat vordert, word ik toch wat minder optimistisch over deplannen van het komende kabinet voor een oplossing voor de WIA. Mijnvraag over de hervorming, die onvermijdelijk gepaard gaat met middelen,wordt volgens mij ontweken. Laat ik daar helder over zijn: als er geen geldbij komt, gaan die hervormingen in ieder geval ook de komende jaren nietplaatsvinden. Dat betekent dat voor heel veel mensen – denk aan dezorgen over de hersteloperatie, maar ook aan de mensen die buiten dieoperatie vallen omdat ze nooit een WIA-uitkering hebben gehad, de35-minners – het probleem gewoon niet wordt opgelost. Het probleemwordt alleen maar groter. Ik ga het dus nog een keer proberen. Is het CDAvan mening dat de WIA-hervorming nu ingezet moet worden? Zo ja, is hetCDA dan ook van mening dat daarvoor voldoende middelen beschikbaarmoeten worden gesteld?Mevrouw Bühler (CDA):Ik heb gezegd wat ik gezegd heb. We moeten vooral gaan kijken naar deoplossingen, en de financiële plaat is een ander traject, waar ik nu niet opin wil gaan.De voorzitter:Dan is er een interruptie van de heer Dijk.De heer Jimmy Dijk (SP):Daar gaan we dus wel op in, juist omdat u het niet wilt en mensenwachten op oplossingen. Ze kunnen niet wachten totdat u nog eens gaatbesluiten om met een voorstel te komen om fors te bezuinigingen, juisthierop. De heer Ceder heeft het donders goed, hij heeft gelijk. Ik geef nietsnel complimenten, maar hij stelde heel scherpe vragen die de kern vanhet probleem raken. Als dit probleem moet worden opgelost, dan kan erniet worden bezuinigd. Ik somde het net exact op. Als u mij niet gelooft ofmij niet wilt volgen in mijn argumentatie of die van de heer Ceder: ik vinddat allemaal prima, maar de Onafhankelijke Commissie ToekomstArbeidsongeschiktheidsstelsel zegt dat als je wilt versimpelen enverbeteren, dat minimaal een miljard euro extra kost. Geen bezuinigingendus. Bij de bespreking vandaag van de WIA-problematiek rijst dus weldegelijk de vraag of het CDA, D66 en de VVD in hun komende plannengaan bezuinigen en denken daarmee de problemen rondom de WIA tegaan oplossen, of dat ze de kaarten tegen de borst houden en over eenaantal weken met miljardenbezuinigingen komen. Het staat namelijk al inhet stuk van de heer Bontenbal en de heer Jetten: «We vereenvoudigenhet stelsel, verminderen de instroom en maken de WIA actiever.» Datstaat er al, daar staat gewoon...De voorzitter:Kunt u tot een vraag komen, meneer Dijk?De heer Jimmy Dijk (SP):Wees dan ook zo eerlijk en mans of vrouws genoeg om te zeggen: ja, wegaan inderdaad miljarden bezuinigen, want we willen de instroomverlagen en we willen er geen geld aan uitgeven. Dat is wel het minstewat u kunt doen voor mensen die in de ellende terecht zijn gekomen.De voorzitter:Mevrouw Bühler met een reactie. Het was overigens uw laatste inter-ruptie, meneer Dijk.Mevrouw Bühler (CDA):Meneer Dijk, ik heb uw betoog gehoord. Ik heb ook gehoord dat uvoorstellen heeft. Ik ben heel benieuwd naar de voorstellen van de SP.Maar zo gemakkelijk is het niet; het is natuurlijk wel een puzzel die gelegdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86713 moet worden. Hervormingen zijn niet van vandaag op morgen opgelost.De inzet is: kijk wat we op korte termijn kunnen doen qua invoering. Latenwe daarmee met elkaar aan de slag gaan. Ik denk dat wij als Kamer en alscommissie hierover het goede gesprek moeten voeren. Gisteren is in detechnische briefing ook gezegd door het UWV dat zij een aantal zakensneller kunnen uitvoeren als de Kamer daarover het gesprek voert methen. Laten we onze energie vooral daarop richten. Grote hervormingen opde middellange termijn moet je volgens mij in gezamenlijkheid doen.De voorzitter:Er is nog een interruptie van mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):De vraag is vrij concreet aan de collega’s, en ik zou het heel graag willenweten van mevrouw Bühler zelf: vindt u het reëel dat er bezuinigd gaatworden op de uitgaven voor de WIA, of realiseert u zich dat er eenstelselwijziging nodig is en er dus geld bij moet?Mevrouw Bühler (CDA):De vraag wordt elke keer op een andere manier gesteld. Ik heb eenantwoord gegeven en daar houd ik het bij.De voorzitter:Geen vervolgvraag? Dan zijn we aan het einde gekomen van de inbrengvan mevrouw Bühler van het CDA en is het woord aan de heer De Kortvan de VVD voor zijn betoog.De heer De Kort (VVD):Dank, voorzitter. De VVD kan zich aansluiten bij de zorgen die alle fractieshebben geuit en ook bij alle vragen die zijn gesteld aangaande dehersteloperatie. De Rekenkamer was er heel helder over: het is aan allekanten fout gegaan. Ik kijk dus ook in de spiegel. Wij als Tweede Kamerhebben de wetgeving veel te complex gemaakt. De interne kwaliteitscon-troles bij het UWV waren niet op orde. Het departement en de Ministerwaren onvoldoende aangehaakt. Alles wat fout kon gaan, is hier ook foutgegaan.Zoals gezegd, zijn er al veel vragen gesteld. Ik sluit me daarbij aan. Ik wilnog bij vier punten stilstaan waarover ik nog aanvullende vragen heb. Teneerste maak ik me veel zorgen over de groep die te maken heeft metverkeerde berekeningen rondom de loonloze tijdvakken en die geenuitkering heeft ontvangen hoewel men daar achteraf gezien wel recht ophad. Indicatief gaat dat om zo’n 400 personen. Ik ben heel benieuwd watde Minister voor die groep kan betekenen. Waar kan die groep zichmelden? De hersteloperatie richt zich met name op mensen die nogsteeds een WIA-uitkering hebben en die te veel dan wel te weinig hebbenontvangen, maar deze groep heeft recht op een uitkering en heeft nooitdie WIA-uitkering ontvangen. Hoe gaan we daarmee om? Ik denk dat diegroep topprioriteit moet hebben. Ik ben benieuwd hoe de Ministerdaarnaar kijkt.Ten tweede de uitlegbaarheid en begrijpelijkheid. We hebben het allemaalover de complexiteit van de WIA, terwijl de persoon die het betreft heelafhankelijk is van die uitkering. Is de Minister bereid om samen met deCliëntenraad te kijken naar de uitlegbaarheid en begrijpelijkheid van dehersteloperatie maar ook van de persoonlijke WIA-uitkering?Mijn derde punt: uit de technische briefing van gisteren kwam met namenaar voren dat het geneeskundig onderzoek, dat ook in de wet vastligt,een probleem is. Bij die WIA-beoordelingen heeft namelijk de verzeke-ringsarts altijd een rol, terwijl er juist een ontzettend tekort is aanverzekeringsartsen. De heer Ceder had daar terecht een vraag over.Kunnen we op dat punt niet afwijken van de wet? Desnoods dien ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86714 daarvoor een motie in, zodat er een duidelijke Kameruitspraak komt.Daarmee kunnen we namelijk de hersteloperatie versnellen en menseneerder helpen. Misschien dat een arbeidsdeskundige dat ook kan doen,een sociaal-medisch beoordelaar of wellicht de huisarts of een arboarts.Ik zoek naar creatieve oplossingen en hoor ook graag een reactie van deMinister daarop. Kunnen we via een uitspraak van de Kamer tijdelijk –voor de duur van deze hersteloperatie – afwijken van de wet? Paralleldaaraan moet de wet snel naar de Kamer komen voor herziening. De heerCeder gaf dat ook al aan. Maar tot die tijd komt er wat mij betreft eenKameruitspraak om er tijdelijk van af te kunnen wijken. Ik ben benieuwdhoe de Minister daarnaar kijkt.De aandacht gaat terecht naar alle cliënten. Daar begon ik ook mijnverhaal mee. Ik wil ook afsluiten met de werkgevers. Verkeerde bereke-ningen rondom uitkeringen hebben ook gevolgen voor werkgevers enverzekeraars, die al dan niet te veel hebben betaald aan premies. Wat kande Minister voor die groep betekenen?Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer De Kort. Dan is het woord aan de heer Neijenhuis vanD66.De heer Neijenhuis (D66):Voorzitter, dank u wel. Vandaag spreken we waarschijnlijk veel over cijfers,systemen en processen, maar laat ik beginnen met waar dit debat echtover moet gaan, namelijk mensen. Ik heb mensen gesproken dielangdurig ziek zijn, mensen die na twee jaar ziekte eindelijk duidelijkheidhopen te krijgen over hun inkomen en hun toekomst, mensen die lang inonzekerheid zitten vanwege enorme wachtlijsten. Daarna zitten ze inonzekerheid vanwege fouten; niet hún fouten, maar fouten van deoverheid. Voor hen duurt dit onacceptabel lang, want als je ziek bent enafhankelijk van een WIA-uitkering, dan moet je kunnen vertrouwen op deoverheid.Er ligt nu eindelijk een regeling, maar de uitbetalingen zijn nog nietbegonnen. Welke oplossingen bieden we nu aan deze groep mensen? Kande Minister toezeggen dat het niet zal gebeuren dat er deze herfst, tweejaar na bekendmaking van de fouten, nog steeds niet is gestart met debetalingen? Kent de Minister de signalen van mensen die dat gelddermate hard nodig hebben of zo ziek zijn, dat ze nu het geld al willenhebben, voordat de regeling in werking treedt, en bereid zijn om daarvooralle keteneffecten voor lief te nemen?Wordt er gewerkt aan een oplossing voor mensen bij wie in 2025, ook nabekendmaking van de fouten, nog steeds verdere fouten zijn gemaakt, dieniet onder de regeling vallen? Van mensen die te veel hebben ontvangen,wordt er gelukkig geen geld teruggevorderd. Dat is heel goed. Maar wordthun uitkering dan in één klap verlaagd, of is daarbij ruimte voormaatwerk?Dan de mensen die lang moeten wachten op een beoordeling. Welkeoplossing heeft de Minister voor mensen die al zo lang op een wachtlijststaan dat hun situatie inmiddels verergerd is? Zij moeten volgens deregels dan nog steeds worden beoordeeld op hoe de situatie was toen zede WIA aanvroegen. Dat is toch eigenlijk gewoon niet te doen? Ik begrijpde grote druk waar het UWV onder staat, maar hoe kan het dat ik signalenkrijg van mensen bij wie de arts aantoonbaar het dossier niet heeftgelezen voor de beoordeling, of waarvan het medisch dossier gewoonniet op orde was?Voorzitter. Dan de manier waarop het UWV met fouten omgaat. Hetrapport van de Algemene Rekenkamer is glashelder. Jarenlang was dekwaliteitscontrole bij het UWV onder de maat. Fouten kwamen nietincidenteel voor, maar werden jaar op jaar gemaakt. In sommige jarenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86715 bleek in een steekproef slechts minder dan de helft van de onderzochtecasussen aantoonbaar juist. Minder dan de helft! Pas jaren later kwam datnaar buiten. Tienduizenden mensen zijn geraakt.Wat mij vooral raakt, is dat die signalen er wel waren. Ze zijn alleen nietopgepakt. De Algemene Rekenkamer spreekt harde woorden. Hetkwaliteitsmanagement functioneerde niet, de leer- en verbetercyclus wasdoorbroken en de focus lag te veel op productie en wachttijden, ten kostevan de juistheid. Dat roept fundamentele vragen op. Hoe kan het datfouten jarenlang konden doorgaan? Waarom was er geen landelijkoverzicht van waar fouten werden gemaakt en wat daarvan de gevolgenzijn voor mensen? Hoe is het mogelijk dat er een rechtmatigheidscijfervan bijna 100% was, terwijl ondertussen de fouten zo wijdverspreidwaren? Graag een reactie van de Minister daarop.Voorzitter. Helaas is dit niet de eerste keer dat de overheid fouten maakt,en het is waarschijnlijk ook niet de laatste keer. Laten we zorgen dat weniet alleen leren van onze fouten, maar ook van hoe we onze foutenherstellen. Nu lijkt het wiel steeds weer opnieuw uitgevonden te moetenworden. Dat de aanpak iedere keer weer net anders is, leidt ook totverwarring.Allereerst wat de compensatie betreft. Mensen die zijn benadeeld doorfouten van de overheid moeten niet afhankelijk zijn van toeval, rechts-zaken of ingewikkelde hersteloperaties. Zou er niet gekeken moetenworden, vraag ik aan de Minister, naar een standaardcompensatiere-geling, een regeling die uitgaat van vertrouwen en niet van wantrouwen?Een regeling die ook oog heeft voor keteneffecten zoals gevolgen voortoeslagen, aanvullende pensioenen, schulden? Nu brengt iedere organi-satie zelf weer alle keteneffecten opnieuw in kaart.Voorzitter. Dit debat vraagt ook iets van onszelf, van de Kamer. We moeteneerlijk in de spiegel kijken, want de WIA is te complex. Dat zegt niet alleenhet UWV; dat zegt ook de Algemene Rekenkamer. Dit is wetgeving die zoingewikkeld is, dat burgers hun eigen uitkering niet kunnen controleren enuitvoerders structureel fouten maken. Dat is simpelweg te ingewikkeld.Daarom pleit D66 voor structurele vereenvoudiging. Daar zijn al goedevragen over gesteld en daar hebben we ook al moties over ingediend ofmede ingediend. Hoe kijkt de Minister naar het idee van een jaarlijksevereenvoudigingsdag, zoals eerder voorgesteld door ChristenUnie, BBBen D66? Dat is een vast moment per jaar waarop we verwachten dat hetkabinet met een vereenvoudigingswet komt, waarin alle voorstellenkunnen worden samengevoegd. Ik noem iets als een taakherschikking. Zokomt er druk op de ketel en hoeft niet ieder voorstel te wachten op eeneigen wetstraject. Dan kunnen we wat meer snelheid maken. Laten we opdie manier concrete oplossingen aanleveren, zodat we fouten voorkomen,fouten beter herstellen en mensen uit de problemen helpen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Neijenhuis. Dan heeft u een interruptie van de heerCeder en dat is tevens zijn laatste interruptie.De heer Ceder (ChristenUnie):Het was een goed betoog. Ik kon me er ook in vinden. De onvermijdelijkeconclusie die aan dit betoog verbonden moet worden, is dat eenhervorming noodzakelijk is, maar dat daar ook middelen voor nodig zijn.Ik heb mevrouw Bühler hier ook over ondervraagd. Zij geeft aan er nogniet op vooruit te kunnen lopen of dat volgens de CDA-fractie ook gaatgebeuren of noodzakelijk is. Ik trok de afgelopen jaren samen op met deD66-fractie, juist ook om die hervormingen door te laten gaan. Erkentmeneer Neijenhuis dat hier middelen voor nodig zijn? Wil hij duidelijkheidgeven aan juist deze kwetsbare mensen of deze hervormingen ook gaangebeuren, doordat hier voldoende middelen aan gekoppeld worden? WeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86716 weten allebei dat als dat niet gebeurt, de WIA-problematiek in dekomende kabinetsperiode vanwege verschillende dynamieken niet zalworden opgelost en dat deze waarschijnlijk zelfs verder zal toenemen.De heer Neijenhuis (D66):Dank voor die vraag. In mijn eigen verkiezingsprogramma, want daar ga ikop dit moment nog steeds vanuit, staan maatregelen opgenomen om deWIA te hervormen. Dat zijn maatregelen die een besparing inhouden enmaatregelen die juist een intensivering inhouden en extra uitgaven metzich meebrengen. Ik weet dat het bij formaties nog nooit een partij geluktis om het programma een-op-een in een regeerakkoord te krijgen. Dat zalmijn partij waarschijnlijk ook niet lukken; ik hoor een bevestiging van deheer De Kort hiernaast. Dat is de realiteit. U zult zien waar we mee komen.U mag mij nog steeds alles vragen over ons verkiezingsprogramma, maarop de formatie kan ik natuurlijk nog niet vooruitlopen.De voorzitter:Dank u wel. Dan mevrouw Patijn met ook haar laatste interruptie.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Een mooi en lief verhaal over mensen. Bevlogen ook. Maar dan detoekomst, hè, want ik wil toch aansluiten op de vraag van de heer Ceder.Ik wil ook u de vraag stellen of u het zelf acceptabel zou vinden als erbezuinigd zou worden op de WIA.De heer Neijenhuis (D66):Zoals ik net al zei, hadden we in ons verkiezingsprogramma hervormingenop de WIA staan. Dat zijn hervormingen die erop gericht zijn dat de tochwel grote uitgavengroei en de grote instroom afgeremd worden. Wedenken dat dat ook echt nodig is. Daarnaast zijn het maatregelen die juistintensiveren, dus die juist extra ruimte bieden om de problemen die erzijn, op te lossen met extra geld. Dat is het programma zoals wij datallebei voor ons zien. Maar zoals ik net zei, is het nog nooit een partijgelukt om al haar wensen in een regeerakkoord voor elkaar te krijgen. Wezijn ermee bezig, de onderhandelingen lopen en als we eruit komen, kuntu het resultaat daarvan zien en beoordelen.De voorzitter:Oké, dank u wel. Dan vraag ik of iemand het voorzitterschap heel even vanmij kan overnemen, puur om mij het woord te geven. Mevrouw Patijn wildat doen, waarvoor dank.Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Dan geef ik graag het woord aan de heer Ceulemans.De heer Ceulemans (JA21):Dank u wel, voorzitter. Er is ongelofelijk veel gezegd en gevraagd, en ik zalniemand vermoeien met het oplepelen van een tekst van vijf minuten dievooral een herhaling van zetten zou worden. Ik beperk me dus tot eenaantal punten die niet of in mindere mate aan de orde zijn gekomen.Ik sluit me in ieder geval aan bij de vraag van de heer De Kort over hetkeurslijf waar we nu in zitten als het gaat om die verzekeringsartsen: isdaar niet wat meer flexibiliteit en soepelheid mogelijk? In de technischebriefing van gisteren werd door het UWV gezegd dat zij vermoeden datdaar dan al vrij snel wetswijzigingen voor nodig zijn. Ik steun in iedergeval iedere inzet om te kijken of er binnen de benauwde kaders die wehebben, toch wat meer mogelijk is om dit proces iets vlotter te trekkendan het op dit moment verloopt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86717 Dan heb ik een vraag over het volgende. In de kabinetsbrief lezen we dater 23 artsen in vaste dienst zijn gegaan. Dat is in het kader van de aanpakvan schijnzelfstandigheid. Maar hoeveel inzetbare capaciteit is tegelij-kertijd verloren gegaan doordat zzp-constructies zijn weggevallen? Kan deMinister inzichtelijk maken wat het netto-effect is geweest op het aantalbeschikbare beoordelingsuren als gevolg hiervan?We hebben het nu veel over hersteloperaties achteraf, maar aanzienlijkminder over preventie aan de voorkant. Uit de stukken blijkt dat signalenover oplopende fouten, kwaliteitsproblemen en capaciteitsknelpunten allanger bekend waren, zowel binnen het UWV als bij het ministerie. Toch iser lange tijd vooral gestuurd op het wegwerken van achterstanden. Datroept de vraag op hoe de Minister voorkomt dat we over enkele jarenopnieuw moeten vaststellen dat bij nieuwe WIA-beoordelingen structurelefouten zijn gemaakt. Op welke wijze wordt gemonitord of de huidigemaatregelen daadwerkelijk leiden tot minder fouten en niet alleen totsnellere afhandeling? Gisteren bij de technische briefing stelde mevrouwPatijn de vraag over het rechtmatigheidsgehalte, of zeg maar hetjuistheidsgehalte van de huidige stand van zaken, maar daar kwam nietecht een duidelijk antwoord op. Dat roept natuurlijk de vraag op inhoeverre we daar op dit moment überhaupt grip op hebben.Dan was er nog de vraag die ik gisteren ook bij de technische briefing hebgesteld over de werkinstructies. Het is duidelijk dat, zoals ook deRekenkamer concludeert, er ook veel spaak loopt doordat er in verschil-lende districten bij het UWV verschillend wordt omgegaan met werkin-structies en kwaliteitswaarborgen. Dat lijken mij zaken die je aan devoorkant heel snel gerepareerd moet hebben omdat eigenlijk elke andereverbeteringsslag weer strandt op het moment dat die onderliggendeproblematiek niet is weggenomen. Dan schrik ik erg als ik doorvraag enblijkt dat zelfs dat, dus het verbeteren en harmoniseren van werkin-structies, twee jaar gaat duren. We krijgen van het UWV mooie hand-outsover ontwikkelingsagenda’s met prioriteren, verbeteren en vernieuwen,maar op het moment dat zelfs dit, wat aan de voorkant geregeld moet zijnals waarborg om de rest te kunnen uitrollen, lang gaat duren, roept datgewoon wel de vraag op of dit niet een olietanker is die dermate moeilijkte keren is dat dit weer de vraag opwerpt of het UWV überhaupt dezeverbeteringsslag aankan. Dus graag ook daar een reflectie op van deMinister.Ik houd het hier eventjes bij, omdat ik denk dat ik anders in herhaling gavallen.De voorzitter:Dan geef ik u het voorzitterschap weer terug.Voorzitter: CeulemansDe voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde van de eerste termijngekomen. Ik kijk even naar de Minister hoeveel tijd zij nodig denkt tehebben voor het voorbereiden van haar antwoorden in eerste termijn. Eendik halfuur. Dan schorsen we tot 11.35 uur. We hervatten de vergaderingom 11.35 uur.De vergadering wordt van 11.02 uur tot 11.40 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug, iedereen. De Minister is gearriveerd. Dat betekent dat wekunnen beginnen met de beantwoording van de Minister in de eerstetermijn. Wat betreft interrupties zou ik willen voorstellen om te beginnenmet vier interrupties. We kunnen altijd kijken of er meer mogelijk is, mitsde interrupties kort en bondig plaatsvinden. Ja? Dan beginnen we metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86718 vier interrupties. Ik geef het woord aan Minister Paul voor haar eerstetermijn.Minister Paul:Voorzitter, dank. Excuses dat ik te laat was. Het kostte toch nog net watmeer tijd om de antwoorden op de vragen voor te bereiden en hier weerterug te komen.Voorzitter. Meedoen op de arbeidsmarkt is een belangrijke pijler voor eenvolwaardig bestaan. Als volledig meedoen op de arbeidsmarkt door ziekteof een ernstig ongeluk niet meer mogelijk is, dan moet je erop kunnenrekenen dat je hulp krijgt om weer aan het werk te komen. Als dat nietgaat, moet je erop kunnen vertrouwen dat je inkomensondersteuningkrijgt. Met deze uitgangspunten voor ogen hebben we een stelselingericht waarmee we veel mensen kunnen helpen, maar u weet allemaaldat dat stelsel al geruime tijd onder druk staat. Het is voor veel mensencomplex, het aantal aanvragen van een WIA-uitkering neemt toe en deuitvoering staat onder grote druk. Dit zorgt voor lange wachttijden enonzekerheid voor zieke werknemers, hun werkgevers en andere betrok-kenen. Dit laat zien dat de WIA eenvoudiger moet – uw Kamer heeft datook meermaals gezegd – en er zwaarder ingezet moet worden oppreventie. De fundamentele politieke keuzes die hiervoor nodig zijn, zijnaan een volgend kabinet. Vandaag praten we over wat we nu al, samenmet UWV, kunnen en moeten doen om gemaakte fouten te herstellen, dekwaliteit te verbeteren en de achterstanden te beperken. Ik zal in hetvervolg van mijn beantwoording ingaan op de verschillende thema’s waarvragen over zijn gesteld. Ik begin met het thema herstel WIA.UWV heeft een herstelorganisatie ingericht om de fouten die zijn gemaaktin de vaststelling van het dagloon, te corrigeren. UWV gaat in het kaderdaarvan 47.000 dossiers nader onderzoeken. Dit zijn de lopende enbeëindigde uitkeringen in de periode 2020–2024. UWV heeft deze mensenal laten weten dat hun dossier wordt onderzocht. Zodra uit onderzoekduidelijk is dat er voor iemand geen gevolgen zijn omdat de WIA-uitkeringcorrect is vastgesteld, informeert UWV de betreffende persoon. De eerstemensen uit deze groep hebben inmiddels bericht ontvangen van UWV.Eind november ben ik zelf in gesprek gegaan met uitkeringsgerechtigdendie te maken hebben met de WIA-hersteloperatie. Ze vertelden mij overde onzekerheid die ze ervaren en de impact op hun leven. Ik vind het heelbelangrijk dat we die onzekerheid zo snel als mogelijk wegnemen.De uitkeringsgerechtigden die ik sprak, vertelden overigens dat UWV henregelmatig op de hoogte houdt. Dat ervaren ze als prettig. UWV doet zijnbest om in de verschillende informatiebehoeften van mensen te voorzien,via allerlei verschillende kanalen. Zo organiseert UWV regionale informa-tiebijeenkomsten, waarbij aansluitend ruimte is voor een-op-een-gesprekken. Ook stuurt UWV elk kwartaal een brief aan uitkeringsgerech-tigden. Daarnaast kunnen mensen met vragen altijd het klantcontact-centrum bellen. Zo houdt UWV mensen op de hoogte van de mogelijkefouten en wat er nog moet gebeuren om deze te herstellen. Dit wordtgaandeweg steeds duidelijker.UWV heeft op dit moment nog geen beschikkingen gestuurd aanpersonen van wie de uitkering verandert. Voordat dit kan, moet een aantalzaken nog goed uitgezocht worden. Een van de belangrijkste zaken is hetvoorkomen van zogenaamde negatieve keteneffecten. Daarmee bedoel ikhet volgende. Wanneer mensen een bedrag nabetaald krijgen, heeft datsoms negatieve effecten op andere regelingen, zoals toeslagen enbelastingen. Met een tijdelijke regeling willen we die negatieve effecten zoveel mogelijk voorkomen, zodat mensen niet van de regen in de drupbelanden. Dit doen we door mensen nabetaling te geven in de vorm vaneen vergoeding die niet meetelt voor het inkomen. De afgelopen maandenis er vanuit mijn ministerie en door veel betrokken partijen hard gewerktaan deze regeling. Daardoor is het gelukt om deze regeling vorige maandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86719 uit te zetten voor internetconsultatie en voor uitvoeringstoetsen bij UWV,Belastingdienst en Dienst Toeslagen. Dit is een mooi en concreet resultaat,waarmee we mensen echt kunnen helpen. Ik ben hier oprecht blij mee.Ik deel het standpunt van de heer Neijenhuis dat dit voor mensen destandaard zou moeten zijn. Daarom werkt mijn ministerie aan eenstructurele oplossing voor de langere termijn bij alle publieke uitvoerders.Het is belangrijk om hierbij ook aandacht te hebben voor werkgevers; datben ik eens met de heer De Kort. De vergoedingsregeling wordt gefinan-cierd via een rijksbijdrage, wat betekent dat fouten in het verleden geenextra kosten voor werkgevers opleveren. UWV verwacht rond de zomervan 2026 de eerste correcties te kunnen uitvoeren.Misschien is het goed om mijn blokjes te noemen, bedenk ik mij nu, wantdat maakt het wat makkelijker voor de Kamer. Ik heb inleidende teksten enga daarna op een aantal specifieke thema’s in. In mijn inleidende tekstenzal ik een aantal vragen direct adresseren. Daarna zal ik de vragen die dannog niet aan bod zijn gekomen, in drie blokjes behandelen. Het eerste engrootste blokje gaat over herstel WIA en kwaliteitsverbeteringen. Hettweede blokje gaat over sociaal-medische achterstanden. Het derde blokjegaat over sturing.Voorzitter. Het corrigeren ...De voorzitter:Excuus, u heeft een interruptie van de heer Neijenhuis.De heer Neijenhuis (D66):Dank voor het antwoord. Fijn om te horen dat er wordt gewerkt aan eenstructurele oplossing voor de hersteloperaties. Dat is erg mooi. Ik zou daarnog wel graag wat meer informatie over willen. Zitten daar bijvoorbeelddie keteneffecten goed in, zodat dat niet iedere keer weer opnieuw gedaanhoeft te worden? En wat is zo’n beetje het tijdspad daarvan? Wordt daarnu aan gewerkt en hebben we het misschien over tien jaar nog niet, of iser bijvoorbeeld voor de begrotingsbehandeling van volgend jaar al zichtop een oplossing?Minister Paul:Feit is dat elke hersteloperatie wezenlijk anders is, of het nu gaat omconcrete fysieke schade zoals in Groningen of om de WIA-problematiekdie we hier bespreken. Maar het voorkomen van die keteneffecten isbijvoorbeeld best wel een grote verandering. Daar hebben we snel aangewerkt met vereende krachten, zeg ik maar. Dat is bijvoorbeeld iets watwe veel breder willen laten landen, dus ook bij andere uitvoerders. Dat isiets waar we voor de zomer meer over kunnen melden, want dan heeftvolgens mij ook de internetconsultatie plaatsgevonden. Daar komenongetwijfeld allerlei reacties op, die we serieus zullen bestuderen en diedan ook weer een plek krijgen in dat voorstel. Daar komen we voor dezomer bij de Kamer op terug.Voorzitter. Het corrigeren van wat er fout is gegaan, is één ding, maardaarmee zijn we er niet. We moeten er ook voor zorgen dat het in detoekomst beter gaat. In dat kader zet het UWV belangrijke stappen om dekwaliteit beter te monitoren en te borgen. Het UWV werkt aan hetverbeteren van de reguliere kwaliteitsmeting van de sociaal-medischedienstverlening. Met het instrument Meting Operationele Kwaliteit, MOK,toetsen professionals van verschillende kantoren in het land elkaars werk,waardoor de professionals continu van elkaar leren en verbeteren.Daarnaast helpen de uitkomsten van deze metingen ook om goed zicht tehouden op de kwaliteit van de dienstverlening in de organisatie en extraaandacht te geven aan onderwerpen waarvoor verbetering nodig is, wantvoorkomen is nog altijd beter dan genezen.Ik denk dat een van de belangrijke zaken is dat je, wanneer je alsUWV-collega’s en professionals kennis en ervaringen vanuit het land metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86720 elkaar deelt, veel sneller patronen gaat herkennen. Je bent dan nietdecentraal bezig bent met het oplossen van incidenten, maar je consta-teert dat er bepaalde patronen zijn of dat bepaalde zaken veel voorkomen,en kunt daar dan structurele oplossingen voor ontwikkelen. Zo heeft hetUWV het afgelopen jaar het vierogenprincipe geïntroduceerd voor hetvaststellen van het maatmanloon, is de dagloonmodule aangepast enhebben meerdere onderwerpen een plek gekregen in opleidingen.De voorzitter:Voordat u verdergaat, heeft u een interruptie van mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat mijn vraag hier het meest logisch is. De Minister geeft aan datkantoren elkaar controleren. Kantoren hebben elkaar in de afgelopenperiode ook geholpen, onder andere het kantoor in Heerlen. Tijdens ditdebat is er een interview verschenen met Wim van Pelt, de vertegenwoor-diger van de UWV-artsen, die eigenlijk zegt: er is een groot foutper-centage. Hij heeft het over 70% in die zaken. Het UWV zegt daar ietsanders over. Ik zou graag van de Minister willen weten of het klopt dat ditin Heerlen speelt, wat zij ervan vindt en wat zij eraan gaat doen.Minister Paul:Ik hoorde op weg naar beneden – vandaar dat ik wat later was – dat er eenartikel was verschenen. Ik heb het zelf nog niet gelezen. Ik zou, alsmevrouw Patijn dat goedvindt, de kans willen hebben om het grondig telezen, maar ook om het te checken. Niemand heeft er wat aan als we overen weer met percentages gaan goochelen en smijten. Ik zou daarop in eenbrief willen terugkomen bij de Kamer. Voor wanneer kunnen we dat doen?Over twee weken, hoor ik van de ambtenaar naast mij. Het is nu21 januari. Zullen we zeggen: voor eind januari? Voor het einde vanmaand komt er een brief naar de Kamer.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik hoop dat dit niet als interruptie geldt, maar ik zou het fijn vinden als datvoor het tweeminutendebat kan zijn. Dat is meestal over twee of drieweken.Minister Paul:We gaan ons best doen. Ik geloof niet dat het gebeurt, maar stel dat hettweeminutendebat begin volgende week wordt gepland, dan weet ik nietof we met een zinnig antwoord kunnen komen. Maar mocht dat op eentermijn van ongeveer twee weken zijn, dan moet het lukken. Daar gaan weons best voor doen.De voorzitter:Ja, en als die brief er zo snel mogelijk aan komt – er wordt terecht gezegddat we natuurlijk zelf over de planning gaan – dan zullen we het tweemi-nutendebat inplannen op het moment dat die brief er is, met inacht-neming van de termijn die de Minister net genoemd heeft. Yes? Dan kande Minister verder met haar beantwoording.Minister Paul:Ja, super, dank u wel. Voorzitter, ik moet even zoeken waar ik wasgebleven: bij het meetinstrument. Even voor de flow van het verhaal: eenaantal van deze zaken moet ook een plek krijgen in de opleiding. Ik denkdat dat heel belangrijk is. Ik wilde daar vóór de interruptie nog hetvolgende aan toevoegen. Sommige dingen klinken misschien als opendeuren; ook voor mij, zeg ik eerlijk. Maar we constateren met elkaar datsommige zaken niet gebeuren waarvan je zou willen dat ze al een stevigerplek hadden, of dat er aan de ene kant meer decentraal wordt gewerkt danTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86721 aan de andere. Dat heeft een reden. Het is een kans en een mogelijkheidom meer maatwerk te bieden en dichter bij de mensen te staan die je wilen moet bedienen, maar het zorgt tegelijkertijd voor een gebrek aanstandaardisatie en aan bepaalde controles. De kunst is wat mij betreft dusom het goede van maatwerk te behouden, maar er ondertussen alles aante doen dat er volgens goede, hoge en goed geborgde kwaliteitsstan-daarden wordt gewerkt. Bepaalde zaken meenemen in de opleiding enonboarding gaat daarbij volgens mij helpen.Voorzitter. We hebben het er vaak over: er zijn te weinig verzekerings-artsen, waardoor mensen langer moeten wachten op een sociaal-medische beoordeling. Tegelijkertijd is het aantal WIA-aanvragen deafgelopen jaren enorm toegenomen. Er is dus sprake van een mismatch.Deze mismatch heeft niet alleen gevolgen voor de WIA-claimbeoordeling,maar voor alle sociaal-medische dienstverlening die UWV levert. Op dekorte termijn blijven we binnen het huidige stelsel maatregelen treffen omde wachttijden voor mensen en de druk op de uitvoering te verminderen.In lijn met de motie-Ceder maakt mijn ministerie samen met UWV en debetrokken beroepsgroepen werk van met name taakdelegatie en taakher-schikking.Onlangs is een verkenning gestart naar de vormgeving van taakher-schikking. Zoals de heer Ceder terecht opmerkte, wordt ook in beeldgebracht welke wetswijzigingen hiervoor nodig zijn, zodat deze kunnenworden ingediend bij uw Kamer. Ik zeg daar nog maar een keer bij dat ikweet dat er in de huidige wetgeving ruimte is om bepaalde zaken alanders te organiseren. Ik heb UWV met klem gevraagd die ruimte volledigte benutten. Het is de taak van mij en mijn ministerie om ervoor te zorgendat we in samenspraak met uw Kamer datgene regelen wat wettelijkgeregeld moet worden. We zijn echt snoeihard aan de slag om het heleproces van taakdelegatie en taakherschikking in werking te laten treden.Ook bekijken we samen met UWV hoe het proces voor ...De voorzitter:Excuus. Voordat u verdergaat: ik zie twee interrupties, van mevrouw Patijnen de heer Ceder. Ik weet niet wie ... De heer Ceder was eerst, hoor ik.Dank u wel.De heer Ceder (ChristenUnie):Naar aanleiding daarvan: gisteren is in een technische briefing aange-geven dat het UWV staat te popelen om hiermee aan de slag te gaan,maar dat voor dit specifieke onderdeel een wetswijziging nodig is, eengrondslag waardoor je taken breder zou kunnen herschikken. Naar mijnweten vraagt dat niet om het omgooien van het wetboek of de wetssyste-matiek, maar om het mogelijk maken van een verruiming op één ofslechts een beperkt aantal onderdelen, door toevoeging van een extraartikel dat ervoor zorgt dat anderen ook gemandateerd zijn om dezeopdracht uit te voeren. Als we dat lostrekken van de gehele opgave, dievolgens mij pas in 2028 gereed is, en als we dit echt willen, dan kan datvolgens mij relatief snel, omdat het in mijn ogen om een beperkteaanpassing gaat. Dat hebben we vaker gezien rondom spoedwetgeving ofandere maatschappelijk belangrijke zaken die om wetgeving vroegen.Mijn vraag is of het klopt dat het om een beperkte aanpassing gaat en ofhet mogelijk is om dit onderdeel uit het bredere proces los te trekken envervroegd naar de Kamer te sturen. Daarmee zijn de Kamer en deMinister, maar vooral ook het UWV en de mensen, geholpen.Minister Paul:Jazeker, en dat gaan we ook doen. Het is niet de bedoeling om iets wat weal in het hier en nu zouden kunnen doen of wat we relatief simpel kunnenregelen, te laten wachten of mee te nemen in alle grotere veranderingen.We zijn nu dus inderdaad aan het kijken wat dat dan precies zou behelzen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86722 Dat komt dan ook op een zo kort mogelijke termijn naar de Kamer. Dat isdus niet gekoppeld aan 2028, integendeel.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Even concreet over wat er naar de Kamer terugkomt, want ik zou datgraag als toezegging willen noteren. Is dat het voorstel, waar de Kamerdan vervolgens over kan debatteren en stemmen? Of komt u terug naarde Kamer met een uitleg over hoe u het tijdspad voor u ziet? Het isvolgens mij duidelijk dat wij voorkeur hebben voor het eerste, omdat hetvolgens mij om een vrij beperkte wetswijziging gaat. Zou ik daar ook eentoezegging op kunnen krijgen? Dan wordt er ook een termijn aanverbonden.Minister Paul:Als wij ook kunnen constateren wat die beperkte wetswijziging behelst enhoe dat eruit zou moeten zien, dan kan dat ... Ja, wanneer? Ik weet hetniet. Ik hoor meneer Ceder zeggen «volgende week», maar dat kan helaasniet. Het komt dan rond de zomer naar de Kamer.De voorzitter:Dank u wel. Dan had u nog een vraag van mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik sla even aan op de nadruk die de Minister legt op de woorden «metklem gevraagd». Ik denk: waarom is dat nu nog niet doorgevoerd?Waarom is het nog niet gebeurd als er al maatregelen mogelijk zijn binnende huidige wetgeving? Het zit overal wel een beetje tussendoor, maarkunnen we een overzicht krijgen van welke maatregelen nu al genomenkunnen worden en wat de stand van zaken is wat betreft de doorvoeringvan die maatregelen?Minister Paul:Als u het goed vindt, dan kom ik daar zo meteen op terug. Ik was evenafgeleid door een van de interrupties die ik kreeg. Ik heb namelijk eenblokje over de hersteloperatie, maar ik ben eigenlijk doorgegaan met desociaal-medische beoordelingen. Met uw goedvinden ga ik terug naar deconcrete vragen die zijn gesteld over de hersteloperatie en kwaliteit. Danga ik daarna verder met sociaal-medische beoordelingen en de issues diedaar spelen. Dan kom ik ook concreet op die vraag terug.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Komt u dan ook heel specifiek terug op dat «met klem gevraagd»? Ik wilook even weten wat dat is en wat daar zit in die verhoudingen. Is dat ietsspecifieks of wilde u het gewoon zo benadrukken?De voorzitter:U komt dan gewoon terug op de vraag die net door mevrouw Patijn isgesteld. Het is handig als u op dat moment ook daadwerkelijk aangeeftdat het om een antwoord op die vraag gaat. Dan kunt u nu verder met uwbeantwoording.Minister Paul:Ja, voorzitter, daar kom ik op terug.Voorzitter, dan ga ik nu inderdaad de vragen van de leden onder het kopjehersteloperatie en kwaliteit beantwoorden. Ik begin met een vraag van deleden Ceder en Dijk. Die vraag ging over het gegeven dat er nog geenduidelijkheid over is of de kwaliteit bij UWV nu op orde is. Zij vroegen watTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86723 ervoor nodig is om dat op orde te krijgen. UWV monitort de kwaliteitmiddels steekproeven. Wanneer uit die steekproeven over 2025 blijkt datde foutpercentages voor dagloonvaststellingen nog te hoog zijn, dan isdat aanleiding om de periode waar de hersteloperatie op ziet, teverlengen. Ik besluit hierover zodra ik voldoende zicht heb op deontwikkeling van de kwaliteit in 2025.Het lastige is – en dat zeg ik maar in alle eerlijkheid – dat op het momentdat je meer aandacht besteedt aan kwaliteit en kwaliteitsmanagement enbezig bent met het herstellen van fouten, er ongetwijfeld ook anderedingen oppoppen. De uitdaging is om dat kwaliteitsmanagement stevigen robuust op orde te krijgen – daarmee kan ik dus niet uitsluiten dat ernog dingen oppoppen – en tegelijkertijd de fouten die al geconstateerdzijn in de lopende operatie zo goed en voortvarend mogelijk te tackelen.Op dit moment is er nog geen volledig beeld van 2025 en dat kwaliteitsin-strument is ook nog in ontwikkeling. We zien wel dat de steekproevensteeds betrouwbaarder worden.De heer De Kort vroeg mij wat er gebeurt met de mensen die onterechtgeen uitkering hebben ontvangen. Wat doen we voor deze mensen? Hetkan voorkomen dat mensen door een onjuist vaststelling van hetmaatmanloon – dat gaat dus niet over de loonloze tijdvakken, maar omeen onjuiste vaststelling van het maatmanloon – geen uitkering hebbengekregen. UWV heeft hier onderzoek naar gedaan en dit bleek in een zeergering aantal het geval te zijn: 0,3% binnen de steekproef van bijna300 casussen. Die gevallen uit de steekproef zijn allemaal gecorrigeerd. Inalgemene zin geldt – dat zou ik echt willen zeggen – dat iedereen dietwijfelt aan de beoordeling van hun WIA-uitkering bij UWV kanaankloppen. Vanaf het begin van de hersteloperatie staat bij UWV eenspeciaal team van cliëntondersteuners klaar, dat vragen kan beant-woorden en kan helpen om te bepalen welke stappen er gezet kunnenworden.Ik kan me voorstellen dat de berichtgeving ook wat losmaakt bij mensenbij wie misschien helemaal niets aan de hand is. Als je met dat soortgevoelens zit en bang bent dat er misschien wel iets mis is, dan zou ikmensen ook echt aansporen om aan te kloppen. Dan kunnen zakennamelijk gecheckt worden en dan kan hopelijk ook ter geruststellinggezegd worden dat er niets aan de hand is. En als er wel iets aan de handis, kan er actie ondernomen worden.Mevrouw Patijn vroeg mij naar de pensioenfondsen. De pensioenfondsensluiten niet uit dat neveneffecten gecorrigeerd moeten worden. Devergoedingsregeling waar ik eerder over sprak is in overleg met keten-partners tot stand gekomen, waaronder de pensioenfondsen. We hebbenveel tijd besteed aan het opstellen van die vergoedingsregeling, met alsdoel de keteneffecten zo veel mogelijk te voorkomen. UWV heeftinmiddels een goed proces staan om de dossiers te controleren en tecorrigeren. UWV heeft ook met andere ketenpartners goede afsprakengemaakt. Ik zou daarom willen toezeggen dat ik samen met UWV met depensioensector verder in gesprek ga om te zorgen dat we de effecten tothet minimum beperken. Mevrouw Patijn vroeg mij expliciet naar deoprichting van een commissie, maar als ik kijk naar hoe de overleg-structuur nu loopt en welke partners daarbij betrokken zijn, dan denk ikdat dat niet nodig is. Ik denk dat we in de constellatie waarin we nuwerken op het goede spoor zitten. Ik deel wel het aandachtspunt vanmevrouw Patijn dat we voor die pensioenfondsen nog verder in gesprekmoeten gaan.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik stelde de vraag, omdat ik vorige week met de Pensioenfederatie aantafel heb gezeten. Zij gaven juist het signaal af dat het helemaal niet zovlot loopt. De waarheid zal altijd in het midden liggen, maar ik wil er echtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86724 op aandringen dat dat goed opgepakt wordt. Ik zou het fijn vinden als wedaar ook voor de zomer over geïnformeerd worden.Minister Paul:Dat gaan we doen. U weet dat pensioenen ook in mijn portefeuille zitten,dus het is sowieso ook goed voor mij om met de Pensioenfederatie naderin gesprek te gaan. Dit is een belangrijk punt dat ik meeneem. We komendaar voor de zomer op terug.Mevrouw Patijn stelde een andere vraag ten aanzien van het dagloon. Zijstelde dat het individueel keuzebudget, het IKB, ingewikkeld is en vroegwaarom er geen rol is voor de werkgever hierbij, refererend aan de rolvan de Rijksoverheid zelf. Het punt is hier dat werkgevers een bepaaldevrijheid hebben in het kiezen van vormen om loon uit te betalen. Daar ishet IKB een voorbeeld van. In cao’s worden ook andere variantenvastgelegd. Het beperken van mogelijkheden of vormen om loon tebetalen is een politieke keuze die ook aan uw Kamer is, zeg ik er maar bij.De softwareontwikkelaars zijn volledig afhankelijk van de keuzes diewerkgevers maken en hebben daar eigenlijk een beperkte rol in. Zij voerenuit wat we met elkaar bedenken, om het zo maar te zeggen.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ja, dat begrijp ik. Die softwareontwikkelaars moeten een opdracht krijgenom dat te doen. Die krijgen ze in dat geval meestal van hun werkgever. Devraag is – het is misschien ook een beetje een vervolgvraag – of deMinister in ieder geval bereid is om met de Stichting van de Arbeid ende ... Ik kan de naam nu even niet verzinnen, maar het gaat om de club diede publieke werkgevers vertegenwoordigt. Ik zie dat uw collega het graagwil invullen. De vraag is dus of de Minister bereid is om te kijken of er eenafspraak gemaakt kan worden met de partners over het in de cao’sopnemen van de verplichting om op de loonstroken het sv-loon goed tedefiniëren. Dat zou volgens mij een enorme slag schelen. Daar hoeven wegeen wet voor aan te passen. Dat kan volgens mij binnen een jaargeorganiseerd zijn. Dan heb je die mogelijkheid op die loonstroken. Zoude Minister bereid zijn om met de Stichting van de Arbeid en die andereclub – ik kan er niet opkomen – daarover te overleggen?Minister Paul:Overleggen wil ik zeker wel, omdat het me ook een lief ding waard is alswe dit zorgpunt met een beetje inspanning van verschillende kantenzouden kunnen verhelpen en daarmee dat probleem kunnen tackelen. Datis zeker zo als daar dan geen wetgeving en aanverwanten voor nodig zijn.Ik weet alleen niet of het zo simpel is. Ik ben voortdurend in gesprek metsociale partners en instituties als de Stichting van de Arbeid, de SER ennoem maar op. Bedoelde u de SER? Of niet?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):...De voorzitter:Graag door de microfoon. U mag iets toelichten en dat telt dan niet alsinterruptie.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik bedoelde de publieke werkgevers. Die zitten in ... Ik kan er nietopkomen.Minister Paul:Ik kan dat in ieder geval wel meenemen in gesprekken en kijken wat deknoppen zijn waar je op moet drukken om dit voor elkaar te krijgen, wantdaar gaat het om. Ik kan hierover niet een soort order uitvaardigen, wantTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86725 dat is niet aan mij. Dat is inderdaad iets wat de werkgevers uiteindelijkdoen, maar ik wil dat zeker meenemen in mijn gesprekken met dezepartners.De heer Neijenhuis stelde mij de vraag of er al uitbetalingen zijn gestart ofwaarom ze nog niet zijn gestart. Zodra de vergoedingsregeling in werkingtreedt, kan het UWV starten met het uitkeren van vergoedingen voor dedossiers waarbij fouten zijn gemaakt. Dat zal tegen de zomer gebeuren.Dat hangt allemaal samen met de vergoedingsregeling waar ik het overhad, om keteneffecten te voorkomen en ervoor te zorgen dat mensen nietvan de regen in de drup belanden. Mensen kunnen zich nu al bij het UWVmelden als ze in financiële nood zitten. Dan zullen ze passende onder-steuning en maatwerk krijgen, omdat we niet mensen in de kou willenlaten staan.De heer Neijenhuis vroeg ook of de verlaging van de uitkering in één klapplaatsvindt of dat er ruimte is voor maatwerk. Bij een verlaging van deuitkering kan het UWV voor individuele gevallen een zogenaamdeuitlooptermijn hanteren, zodat mensen zich kunnen aanpassen aan definanciële situatie. Ook daarvoor is dus maatwerk mogelijk.Mevrouw Patijn vroeg mij of ik er vertrouwen in heb dat alle fouten eind2027 hersteld zijn en of dat realistisch is. Dat is altijd een gewetensvraag.Ik heb vertrouwen in het proces dat we nu aan het optuigen zijn en samendoorlopen. Mijn ministerie is in nauw overleg met het UWV over devoortgang binnen de hersteloperatie. Tegelijkertijd – dit klinkt flauw, endat realiseer ik me – kan ik niet op voorhand garanderen dat alle foutenhersteld zijn in 2027. Mocht dit niet haalbaar zijn, dan zullen we datvroegtijdig laten weten. Sowieso weten we dat vroegtijdig, doordat we devinger aan de pols houden. We gaan dan ons best doen om bij te sturenen zullen in ieder geval uw Kamer daarover informeren. Op de basisvraag«heb ik vertrouwen in waar we nu mee bezig zijn?» antwoord ikvolmondig «ja».In de inbreng van verschillende leden werd eraan getwijfeld of ik de senseof urgency voldoende voel. Er werd ook gerefereerd aan hoe bepaaldezaken geformuleerd zijn in brieven enzovoort, enzovoort. Ik snap dat. Ikdenk dat we soms best een weg te gaan hebben met onze brieven en dathet een tikkie minder wollig mag, een tikkie directer. Dat is een bepaaldevorm die we met elkaar hebben gekozen. Toen ik aan de andere kant vande tafel zat, viel me dat ook op. Ik doe in ieder geval mijn best onzebrieven zo duidelijk mogelijk te maken, maar er zit soms toch eenbepaalde zweem in. Tegelijkertijd zou het ook niet altijd helpen als ik mijneigen pure emoties in die brieven zou verwoorden. U mag best weten dater op heel veel dossiers allerlei uitdagingen spelen die ook bij mij somstot frustratie en irritatie leiden, maar niemand heeft er wat aan als ikdaarin blijf hangen en uw Kamer daarmee vermoei. Ik probeer zaken dusook op een zakelijke manier aan te pakken en te doorlopen. Ik zou hetbeeld willen wegnemen dat ik, maar ook mijn ministerie – dat is vooralbelangrijk – de sense of urgency niet voelen. Die voelen we wel degelijk.Zoals alle leden aangaven, hebben we het hier over problemen, cijfers enpercentages, terwijl het over mensen gaat. Ik denk dat wij allemaalhebben gekozen voor dit werk om iets te kunnen betekenen voor mensendie in de problemen zitten en voor mensen in een kwetsbare situatie. Ikheb vertrouwen in datgene waar we nu mee bezig zijn, maar ik kan nietgaranderen dat in 2027 alles volledig is opgelost.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Patijn, u heeft al vier interrupties gehad, maar deinterrupties zijn kort en bondig geweest. Ik stel dus voor dat we dat aantalvan vier loslaten en koersen op zes, mits ze kort en bondig blijven.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86726 Dank voor de souplesse. Het gaat over mensen; daar zijn we het allemaalover eens. Uiteindelijk gaat het mij toch ook om de cijfers en de contro-leerbaarheid. Ik heb heel specifiek gevraagd of het mogelijk is om in iedergeval een soort gemiddelde te horen van wat er per week wordtafgehandeld. Ik heb namelijk grote twijfels of 2027 haalbaar is. Ik hoor datu overtuigd bent, maar ik ben dat niet. Ik wil ervan overtuigd worden datdit haalbaar is. We hebben gisteren van het UWV gehoord dat er eenopbouw is van de simpele zaken naar de ingewikkelde zaken, tenzij er ietsspecifieks benoemd wordt. Dat betekent dat het steeds ingewikkelder enmoeilijker gaat worden om evenveel zaken af te blijven ronden. Ik wilgraag inzicht krijgen in de planning, eigenlijk gewoon per week, watbetreft die dossiers. Ik vind het namelijk best ambitieus dat er meer dan400 zaken per week afgehandeld moeten worden, gezien wat we tot nutoe hebben gezien waar het UWV toe in staat is.Minister Paul:Op dit moment is het voor mij niet mogelijk om een gemiddelde van hetaantal dossiers per dag te geven. Wat mevrouw Patijn zegt, klopt. Op ditmoment gaat het om de relatief eenvoudige dossiers, waar mogelijk maaréén fout in zit. De hersteloperatie als zodanig draait ook nog niet op vollesterkte. Zodra de vergoedingsregeling in werking treedt, kan het UWV ookde dossiers oppakken waarbij er eventueel sprake is van meerdere fouten.Het UWV schat zelf in dat eind 2027 de hele operatie is afgerond, mits devergoedingsregeling inderdaad voor de zomer in werking treedt, wat nude planning is.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dit is precies wat ik bedoel met die urgentie. Ik proefde dit gisteren bij hetUWV ook een beetje: we zeggen dat we het straks, een beetje verder weg,opgelost hebben. Maar wat is dan precies de planning om dat ook tehalen? Ik heb namelijk het gevoel dat zaken steeds verder naar achterenworden geschoven en dat het aantal dossiers dat straks wekelijksbehandeld moet worden alleen maar op gaat lopen als je die 2027 wilgaan halen. Ik heb er behoefte aan om te weten of er überhaupt eenplanning is van het aantal zaken dat er wekelijks – het hoeft niet dagelijkste zijn – afgehandeld gaat worden, hoe die vormgegeven gaat wordenenzovoorts. Ik heb het dus echt over de operationele inzichten. Ik zou dieniet hoeven hebben als ik niet het gevoel zou hebben dat die er niet zijn.Dát baart mij heel veel zorgen en geeft mij het gevoel dat er geen urgentieis. Daarom noem ik dat. Ik zou de Minister dus heel graag willen vragenom toch eens na te gaan bij het UWV of die planning er wel op die manieris en of die planning op enige manier met ons gedeeld kan worden.Minister Paul:Ik wil daar best in die brief, die ik sowieso voor de zomer ga sturen, meerover zeggen. Natuurlijk is er een planning. De collega’s bij UWV gaan nietals kippen zonder kop allerlei dingen doen. Over welke hersteloperaties jehet ook hebt, er zit altijd heel veel werk in de voorbereiding, in de stappendie je zet om zaken goed af te stemmen en in het op poten zetten van eenregeling die zoden aan de dijk zet waar de mensen wat aan hebben, zodatze niet van de regen in de drup belanden enzovoort, enzovoort. Daar zitheel veel werk in, om vervolgens door te kunnen pakken en dan hopelijkals een geoliede machine – het klinkt wat oneerbiedig – zaken te kunnenbehandelen en afhandelen. Ik ga kijken wat we voor de zomer kunnendoen. Ik ben misschien een beetje fel, maar ik snap ook wel het comfortdat mevrouw Patijn zoekt. Dat is heel begrijpelijk, maar ik moet zelfterugdenken aan andere situaties waar ik als Kamerlid indertijd mee bezigwas. Daar waar acties snel werden uitgevoerd – ik denk bijvoorbeeld aande hersteloperatie toeslagen – bleek later in het traject dat dat niet altijdde beste oplossing was. Er werden onder druk bepaalde acties ontplooid,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86727 waarvan je later kunt zeggen: was dat nou zo verstandig? Maar ik snap devraag van mevrouw Patijn en ik ga daar zo goed mogelijk antwoord opgeven.De voorzitter:Dank u wel. Dan was er ook nog een vraag van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik haakte aan op de opmerking van de Minister dat er soms wat wolligetaal gebruikt wordt en dat dat beter moet. Dat is denk ik goed, maar hetgaat mij er niet zozeer om of er wollige taal gebruikt wordt. Ik ben echt opzoek, al een tijd lang, naar wanneer bekend was dat het maatmandagloonfoutief berekend werd. Ik vraag me dat af omdat het belangrijk is omdaarnaar te kijken, niet alleen in de kwaliteitscontrole richting het UWV,maar ook richting het ministerie. Volgens mij werd het in 2021 bekend.Zover ik weet hebben er geen herstelwerkzaamheden plaatsgevonden,dus terugbetalingen, waardoor het aantal zo hoog heeft kunnen oplopen.Dat heeft niet alleen gevolgen voor cliënten, maar ook voor werkgevers envoor pensioenen. Het is een enorm probleem geworden en als Kamerlidwil ik kunnen controleren of het UWV en het ministerie voldoendedoordrongen waren van de ernst van de situatie en daar vervolgens opgeacteerd hebben. Ik weet dus niet – dat kan ik ook niet uit het rapport vande Rekenkamer halen – of het ministerie niet alleen over de kwaliteit isgeïnformeerd – die informatie hebben wij ook gehad, maar die was, zoalsik net heb toegelicht aan de heer De Kort, wat mij betreft summier – maarook over wanneer bekend was dat er verkeerde berekeningen werdenvastgesteld en verkeerde uitkeringen werden verstrekt aan mensen.Waarom duurde het zo lang, na een artikel in de media, voordat dezeoperatie vervolgens op gang is gekomen? Waar is het blijven hangen? Enwanneer wist wie wat?Minister Paul:Dat zit ergens in mijn mapjes – ik geloof bij sturing – maar ik wil er inalgemene zin op zeggen dat dit bij het ministerie in juli 2024 bekend werd.De Algemene Rekenkamer heeft daar in de tussenrapportage, en ook inhet recente rapport, wat over gezegd, namelijk dat bepaalde fouten ofbepaalde signalen binnen UWV wel naar boven kwamen, maar niet opwaarde werden geschat. Er werd naar gekeken als een administratiefprobleem en er werd niet onderkend dat dit mensen ging raken op demanier waarop mensen uiteindelijk geraakt bleken te zijn. Bij hetMinisterie van SZW is het dus in juli 2024 bekend geworden.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel voor het scheppen van helderheid hierover, dat juli 2024 deeerste keer was dat het ministerie in ieder geval gedetailleerd werdgeïnformeerd over verkeerde berekeningen rondom het maatmanloon,dat daar een groot probleem zat en dat het niet alleen om de administra-tieve kwaliteit ging. In het rapport van de Rekenkamer lees ik dat in iedergeval vanaf september 2021 de FEZ van het UWV de zorgwekkendeuitkomsten van de kwaliteitscontroles deelt met het divisiemanagementen de raad van bestuur, en aangaf dat het om onjuistheden in recht op enhoogte en duur van WIA-uitkeringen gaat. Ik ben er niet bij geweest, maartoen is in ieder geval aangegeven dat er verkeerde berekeningen werdengemaakt en dat het recht op WIA ook discutabel was. Wat mij verbaast, isdat het nadat die duidelijkheid er in 2021 volgens mij was bij de raad vanbestuur, nadat het daar bekend was, drie jaar duurt voordat de ambte-naren en de Minister daar op die wijze gedetailleerd hoogte van krijgen.Mijn vraag is allereerst of het klopt dat het drie jaar geduurd heeft en, zoja, wat de Minister daarvan vindt. Dit gaat om de grootste uitvoeringsor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86728 ganisatie van het Rijk en ik wil graag kijken waar wij kunnen sturen encontroleren, zodat dit nooit meer kan gebeuren op deze wijze.De voorzitter:Dank u wel. Voordat ik de Minister het woord geef, wil ik u echt verzoekenom de interrupties kort en bondig te houden, ook omdat we naar zesinterrupties gaan. Ik begrijp dat de context nodig is, maar het moet ietskorter kunnen dan dit. De Minister.Minister Paul:Ik kom dan toch terug op wat ik zojuist zei. De Rekenkamer laat inderdaadheel duidelijk zien dat er informatie was, dat er signalen waren, maar datdie zijn gemist of in elk geval niet op waarde zijn geschat binnen UWVzelf, dat te lang gedacht werd, nog tot de zomer van 2024, dat die foutenadministratief waren en geen impact zouden hebben op mensen, terwijldat wel zo was, en dat daar niet genoeg op is doorgevraagd. Dus dat isgewoon niet goed gegaan. Het Rekenkamerrapport zegt niet dat er bewustniet of gebrekkig is geïnformeerd, zowel vanuit UWV richting mijnministerie als vanuit het ministerie richting de Kamer. Hoe moet je hetzeggen? Het is bijna niet te bevatten dat het zo is gegaan, maar het is welzo gegaan. Er zijn niet moedwillig dingen achtergehouden, maar het isgewoon niet op waarde geschat. Dat is iets waar we eerder over spraken.Op het moment dat bepaalde zaken niet in een goed robuust kwaliteitsma-nagementsysteem gemonitord worden, bepaalde zaken te veel alsincident worden gezien, patronen niet worden onderkend en niet wordtgeconstateerd dat er structureel iets mis is en wat de impact daarvan is opmensen, dan kan dit gebeuren. Zo is het volgens mij gebeurd. En datpraat ik niet goed, want dat is gewoon niet goed.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Ceder nog.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik hoor de Minister zeggen dat de bevindingen misschien bij de raad vanbestuur of anderen nog niet voldoende op waarde waren geschat envooral dat werd gedacht dat het de mensen niet zou raken. Nogmaals, ikben er niet bij geweest. Ik moet me alleen verhouden tot wat ik in hetrapport van de Rekenkamer lees. Daarin lees ik toch echt dat al vanafseptember 2021 de FEZ zorgwekkende uitkomsten deelt met de raad vanbestuur en dat gaat over onjuistheden in recht op en hoogte en duur vanWIA-uitkeringen. Deze bevindingen, over hoogte, recht en duur, kunnenniet geen impact hebben op mensen. Als er een verkeerde WIA-uitkeringis verstrekt of een verkeerd percentage of een verkeerd maandmanloon isberekend, betekent dat dat er sprake is van een situatie die een klant directraakt in zijn of haar belang. Mijn vraag is of de Minister erkent dat op hetmoment dat er fouten worden gemaakt – dat was al bekend in 2021 – metde hoogte van de WIA-uitkering en dat sommige mensen waarschijnlijkeen wat lagere hebben gekregen, dat wel degelijk direct mensen raakte endat het ook direct gemeld had moeten worden.Minister Paul:Ja, daar ben ik het mee eens, want dat raakt mensen en dat had gemeldmoeten worden. Ik weet niet of de heer Ceder dat suggereerde, maar uitdat rapport van de Algemene Rekenkamer komt ook naar voren datbepaalde zaken, waarvan je zou willen dat die tot op het hoogste niveaudoordringen, niet zijn gebeurd. Sommige zaken zijn dus ergens blijvensteken. Volgens mij had mevrouw Patijn het in haar inbreng overcultuurverandering en een cultuur waar je aan de ene kant fouten in magmaken, maar waar je aan de andere kant ook van leert en je vervolgensmet elkaar verbeteringen in weet door te voeren. Dat is misschien wel hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86729 ingewikkeldste wat er is. Een kwaliteitsmanagementsysteem is eeninstrument dat daarbij kan helpen, maar uiteindelijk heeft het heel erg temaken met de organisatiecultuur en hoe je dingen met elkaar oppakt enverbetert.De voorzitter:Laatste interruptie van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, laatste vraag. Als ik het rapport lees, dan stel ik vast dat de raad vanbestuur, het hoogste orgaan binnen de organisatie, in 2021 wel degelijkgedetailleerd was geïnformeerd over recht, hoogte en duur van deWIA-uitkering. Dus er kan een organisatiecultuur zijn waarin dingen nietbij de hoogste piefen terechtkomen, maar volgens mij was dat in dit gevalwel gebeurd. Klopt het dat daarna ook niet gelijk begonnen is met hetterugbetalen of herstellen van dat maatmanloon en het actief informerendaarover? Klopt het dat dat pas later, in 2024, is opgestart, waarna dehersteloperatie volgde? Als dat geconstateerd is, maar daar niet opgeacteerd is, en als bekend was dat mensen al drie jaar lang eenverkeerde uitkering kregen, hoe rijmt u dat dan met het feit dat ervervolgens niet aan gedacht is om dat te herstellen, omdat mensen directin hun belang en hun recht geraakt zijn?Minister Paul:Het enige wat ik kan zeggen is dat op het moment dat in volle hevigheidduidelijk was, ook voor mijn ministerie, wat er aan de hand was,begonnen is met het optuigen van die hersteloperatie om de fouten die inhet verleden zijn gemaakt, te herstellen. Ook ikzelf en het ministeriedenken, dat rapport lezend, terug en proberen te achterhalen waar zakenmisgegaan zijn en hoe we dat in de toekomst kunnen voorkomen. Maarvanaf het moment dat duidelijk was voor het ministerie, voor mijnambtsvoorgangers, dat er iets aan de hand was en dat we daar werk vanmoesten maken, is dat gebeurd. Toen hebben we de Kamer ook directgeïnformeerd. Het is dus niet zo dat er toen nog op informatie is blijvenzitten.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer De Kort.De heer De Kort (VVD):In aanvulling op mijn collega, de heer Ceder, het volgende. Ik heb dezelfdevragen. De Minister omschrijft wat er gebeurd is en wat de Rekenkamerconstateert, maar ik ben benieuwd naar wat de Minister ervan víndt.Minister Paul:Volgens mij heb ik dat wel al gezegd, maar blijkbaar niet duidelijk genoeg.U weet dat ik sinds 5 september deze functie bekleedt. Toen dit dossier opmijn bureau kwam, was mijn voornaamste vraag hoe dit zo lang heeftkunnen voortduren. Waar gewerkt wordt, vallen spaanders; dat weet ik.Dus er kunnen fouten worden gemaakt. Belangrijk is echter dat je die snelweet te identificeren en vervolgens snel weet te herstellen, én dat je nietop incidenten reageert maar er op een gegeven moment voor kunt zorgendat er structurele oplossingen komen. Dat vind ik het meest zorgwek-kende. Daarom is er in die hersteloperatie ook heel veel aandacht voorkwaliteitsmanagement. Dat klinkt als een abstract begrip, maar het gaaterom dat je goed nadenkt over uniforme werkwijzen en standaardisatie engoed nadenkt over hoe je met elkaar aan een cultuur bouwt waarin je alsje twijfelt over iets of iets niet zeker weet, bij een ander te rade gaat. Ookmoet je ervoor zorgen dat je bepaalde onderwerpen in de opleiding entrainingen meeneemt. Je moet een veelheid aan actie ontplooien om ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86730 aan te pakken. Dat kan niet met één druk op de knop. Dat is wat ikdaarover te zeggen heb.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van de heer De Kort.De heer De Kort (VVD):Dank voor het antwoord. De Minister geeft ook aan dat het dus niet goedging en dat het belangrijk is dat je snel identificeert en snel herstelt. Ikmerk aan de Minister dat daar nu urgentie en aandacht voor is in diehersteloperatie. Alleen in de periode daarvoor, tussen 2021 en 2024, is datniet gebeurd. Tot slot dan de vraag aan de Minister: wat kunnen wedaarvan leren?Minister Paul:Wat we ervan kunnen leren en wat ik in ieder geval heel belangrijk vindvoor zowel UWV als SZW, is dat je het gesprek moet voeren over de juistethema’s, dat je ook moet durven doorvragen als zaken onduidelijk zijn ofals je er een onbestemd gevoel over hebt, dat je moet borgen dat hetallemaal goed opgelijnd is – dat kan gaan om kwaliteitswaarborgen die jeinbouwt bij UWV zelf via de Auditdienst of via FEZ – en dat je ook daar inde gesprekken en rapportages het juiste gesprek over voert. Ook dat isdus een veelheid aan initiatieven en acties die we nu al in werking hebbengezet. Het is niet zo dat we het nu beschouwend bekijken en denken: overeen paar jaar moet het klaar zijn. Nee, dat zijn gewoon heel concretedingen waar we dagelijks en wekelijks mee bezig zijn. Ik heb reguliereoverleggen, zodat ik goed de vinger aan de pols kan houden. Die zijn ookopgevoerd. Die zijn deels live en deels online. Ik kan dat natuurlijk niet inmijn eentje. Ik heb daar collega’s voor, die op dagelijkse basis contacthebben over de problemen. We bekijken ook hoe we ervoor kunnenzorgen dat er in de toekomst geen nieuwe problemen ontstaan.De voorzitter:Dank u wel. Ik zag mevrouw Bühler haar hand net ook nog opsteken.Mevrouw Bühler (CDA):Ik probeer mijn interrupties op te sparen totdat mijn vragen beantwoordworden, maar ik heb nu toch heel eventjes een vraag. U gaf aan het beginvan uw betoog aan dat de informatievoorziening tussen UWV en hetministerie niet goed was vormgegeven en niet goed is gemonitord. Bent uhet met mij eens dat de crux juist zit in hoe je het opdrachtgeverschaphebt vormgegeven? Is dat niet juist hetgeen we nu wel heel goed moetengaan inregelen om ervoor te zorgen dat je goed de vinger aan pols houdten erbovenop kunt zitten?Minister Paul:Nu kan ik voor de verandering ook een kort antwoord geven. Ik zegvolmondig ja op beide punten. Ja.De voorzitter:Nou, dat beviel uitstekend.Minister Paul:Fijn hè? Voorzitters zijn daar over het algemeen heel blij mee.De voorzitter:Absoluut. U kunt ook verder met uw beantwoording.Minister Paul:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86731 Ja heel fijn. Ik ga door met een vraag van mevrouw Patijn over deaanbeveling dat uitkeringsgerechtigden hun plausibiliteit zouden moetenkunnen checken. Dat is nu niet het geval. Wat gaan we daaraan doen? Ikbegrijp heel goed de wens om een hulpmiddel of een rekentool teontwikkelen. Daar is uiteraard ook al weleens over nagedacht, maar hetgaat om zulke complexe berekeningen dat dit niet eenvoudig te realiserenis. Je wilt ook niet dat mensen door middel van een tool een dusdanigversimpelde en wellicht verkeerde voorstelling van de situatie krijgen.Mensen hebben de mogelijkheid om inzage te krijgen in hun dossier en dewijze waarop UWV tot de hoogte van hun uitkering is gekomen. Het is eenbalans tussen begrijpelijkheid en volledigheid bij het delen van informatie.Met name bij schriftelijke informatie houdt UWV rekening met verschil-lende informatiebehoeften. Als mensen vragen hebben, wordt dedagloonberekening uitgebreider toegelicht, bijvoorbeeld in eenpersoonlijk gesprek, zodat het voor mensen ook beter te volgen is. Nietalleen uit werkbezoeken, maar ook uit mijn gesprekken met WIA-uit-keringsgerechtigden heb ik begrepen dat juist dat persoonlijke contactheel erg gewaardeerd wordt. Dat is niet eenvoudig, want ook onzeUWV-mensen zijn schaars. Mensen en middelen zijn altijd schaars, maarer wordt wel echt ingezet op die persoonlijke communicatie zo veelmogelijk haar werk laten doen. Daarnaast zal UWV, zodra het devergoeding uitbetaalt, de berekening van de vergoeding met mensendelen, zodat mensen kunnen zien hoe UWV de hoogte van de vergoedingheeft bepaald. Dat wordt dus keurig opgebouwd.De heer Dijk is niet meer aanwezig, maar ik ga zijn vraag wel beant-woorden. De vraag gaat wat breder dan dit debat: hebben we ons werk enonze contractvormen wel op een manier ingericht waarop mensenworden beschermd en welke problemen en oplossingen zie ik in die werk-en contractvormen die onder andere zouden kunnen bijdragen aan deWIA? Een van de andere belangrijke thema’s in mijn portefeuille is debalans tussen vast en flex op de arbeidsmarkt. Dat is een veel brederevraag, die ook onderdeel is van het arbeidsmarktpakket, waar we inandere debatten ook over spreken en waar we samen met de socialepartners ook gewoon heel concreet afspraken over hebben gemaakt.Momenteel wordt dit verder uitgewerkt in wetgeving. Sommige wettenliggen al in uw Kamer, andere wetten komen nog naar de Kamer. Het kloptoverigens dat de instroom in de WIA vanuit flexibele arbeidsrelaties hogeris. Tegelijkertijd bieden flexibele arbeidsrelaties ook mogelijkheden voormensen met een slechtere gezondheid om de arbeidsmarkt te betreden.Wat dat betreft moet je contractvormen echt breder wegen. Daarom ben ikook blij dat we met de sociale partners tot dat arbeidsmarktpakket zijngekomen.Dan is er een vraag van de heer De Kort: kan ik toezeggen dat er insamenwerking met de Landelijke Cliëntenraad wordt gewerkt aan WIA inbegrijpelijke taal? Dat kan ik zeker toezeggen. Toevallig of niet toevallig, ikheb gisteren een heel goed gesprek gehad met vertegenwoordigers vande Landelijke Cliëntenraad. Een van hun prioritaire thema’s is onderandere de WIA. We hebben met elkaar ook afgesproken dat het heelbelangrijk is om daarin samen op te trekken. Begrijpelijke taal is eenbelangrijk onderdeel van een vereenvoudiging van de WIA, zodat het voormensen ook eenvoudiger wordt om te begrijpen waar het überhaupt overgaat. Dit nemen we mee. Dat doen we dus ook in samenspraak met deCliëntenraad.De heer Neijenhuis vroeg mij hoe ik kijk naar een idee van een jaarlijksevereenvoudigingsdag. Ik vind het een sympathiek idee. Ik weet dat er ookal een jaarlijkse Dag van de Publieke Dienstverleners is. Vereenvoudiginglijkt mij een mooi thema om daar te behandelen. Volgens mij had de heerNeijenhuis het in dat kader ook over wetgeving en dat je dan een grotewet zou kunnen hebben om allerlei vereenvoudigingen door te voeren. Inalle eerlijkheid zeg ik: ook dat klinkt sympathiek, maar is misschien nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86732 altijd werkbaar omdat allerlei wetgeving ook bij verschillende publiekeuitvoerders met verschillende snelheden gaat. Kleine aanpassingen zul jemisschien wel in een soort van verzamelwet kunnen meenemen en dan inéén klap kunnen doen. Dat vind ik interessant. Maar er zijn heel veel zakendie gewoon een eigen dynamiek en daardoor een ander tempo hebben. Ikhad het net toevallig over het arbeidsmarktpakket. Alleen al het bewakenvan de balans tussen bijvoorbeeld wetgeving die heel erg gericht is opwerknemers en wetgeving die meer gericht is op werkgevers, en hetbewaren van de balans daarin zodat ik al mijn sociale partners ook nogdichtbij houd en we draagvlak behouden, is al een hell of a job. Maar ikvind het idee sympathiek, dus die vereenvoudigingsdag is een mooithema.De heer Dijk vroeg ook hoe groot de risico’s zijn bij automatischeprocessen. Ik zou deze zorg graag willen wegnemen, want de geautomati-seerde processen zijn echt een aanvulling en gaan over het verkleinen vanfoutgevoeligheid bij ingewikkelde berekeningen. Je kan hierbij denkenaan het berekenen van het dagloon. Dit vervangt niet, en wat mij betreftnooit, de menselijke beoordelingen. Die blijven gewoon belangrijk. Het zaldus meer aanvulling en niet vervanging zijn.De heer Ceulemans vroeg ... Nee, sorry. Dit is het blokje kwaliteit.Voorzitter, een ogenblikje, want ik moet heel even iets bekijken. Ik ga tochgewoon door met de vragen en dan pak ik straks de draad wel weer op,hoop ik, en als dat niet gebeurt, dan hoor ik het wel van uw Kamer. Ja, zogaan die dingen.De heer Ceulemans had een vraag over het volgende. Even kijken. «Er isvooral gewerkt aan het wegwerken van achterstanden. Hoe voorkomenwe dat we over enkele jaren moeten vaststellen dat er structurele foutenzijn gemaakt? Op welke wijze wordt gemonitord dat er ook echt minderfouten worden gemaakt en het niet alleen maar om snellere afhandelinggaat?» UWV is eind 2024 gestart met de implementatie van de meting vande operationele kwaliteit in de WIA. Met dit instrument wordt periodiek dekwaliteit van de WIA-beoordeling gemeten. Aan de hand hiervan wordende fouten gemonitord. Dat is dus wat dat betreft inderdaad een structureleaanpak.De voorzitter:Kan iemand het voorzitterschap even overnemen en mij het woord gevenvoor een vraag?Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Er is een interruptie van de heer Ceulemans.De heer Ceulemans (JA21):Dank u wel. Het sluit een beetje aan op wat er gisteren in de technischebriefing werd gezegd en bij wat u, volgens mij, eerder vandaag inantwoord op mevrouw Patijn al heeft gezegd, namelijk dat de cijfers van2025 nog niet bekend zijn. Heeft u inzicht in wanneer we die kunnenverwachten?Minister Paul:Daar kom ik graag in de tweede termijn op terug.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer over aan de heer Ceulemans. Ofheeft u nog een tweede interruptie?De heer Ceulemans (JA21):Nee hoor, dan wacht ik de tweede termijn af. Dank u zeer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86733 Voorzitter: CeulemansDe voorzitter:Dan is het woord weer aan de Minister.Minister Paul:Er was ook een vraag van de heer Neijenhuis over het punt van kwaliteit,namelijk: waarom was er geen landelijk overzicht van waar fouten werdengemaakt en wat de gevolgen waren voor mensen? Er werd wel eenlandelijk overzicht bijgehouden, maar gedurende de covidperiode vondeen afschaling van de steekproeven plaats. Ook kregen de signalen die erwaren in die periode niet de aandacht die ze verdienden. Eigenlijk hebbenwe het daar al over gehad. Sinds oktober 2024 zijn de steekproeven weerop niveau en splitst UWV fouten uit naar districten in het land. Het heeftdaarbij een landelijke dekking. Ook wordt er nu beter onderzocht wat degevolgen van fouten zijn, want fouten melden is één ding, maar foutenoplossen is iets anders, want je moet dan ook wel volledig doorgrondenwat de implicaties van bepaalde fouten zijn. Dat gebeurt sowieso beterdan gedurende de covidperiode, maar ook beter dan daarvoor. Er is nugewoon meer aandacht voor. Waar fouten worden gevonden, worden dieook direct teruggelegd bij het team. Dat wordt vervolgens ook directopgevolgd.De voorzitter:Voordat u verdergaat, krijgt u een vraag van de heer Neijenhuis.De heer Neijenhuis (D66):De Minister gaat erop in, zo van: er is tijdens de coronaperiodeafgeschaald. Of dat een verstandige maatregel was, daar kun je wat vanvinden, maar dat zij dan zo. In 2024 werd er weer opgeschaald. De collegadie naast mij zit, de heer De Kort, is van de parlementaire enquêtecom-missie Corona, maar volgens mij lag in 2024 corona toch al wel een aardigtijdje achter ons. Hij kan dat bevestigen. Waarom duurde het tot 2024voordat die steekproeven weer opgeschaald werden? Die steekproevenzagen er namelijk niet best uit. Dat blijkt nu ook wel uit het Rekenkamer-onderzoek. Ik vind het best wel zorgelijk dat dat zo lang heeft moetenduren.Minister Paul:Dat ben ik helemaal met de heer Neijenhuis eens. Dat kwam doordat ervooral heel veel focus lag op het wegwerken van wachtlijsten enachterstanden, om het zo maar even te zeggen. Dat blijkt uit het rapportvan de Algemene Rekenkamer, maar dat zien wij ook als we nu zelfterugkijken. Er is al die tijd veel minder aandacht geweest voor datkwaliteitsmanagement en het adequaat oppakken en adresseren van diefouten. Dat is misschien een herhaling van eerdere antwoorden, maardaar komt het wel steeds op neer. Ik denk dus dat het heel belangrijk enheel goed is dat we daar nu voortvarend mee aan de slag zijn en dat daarook gewoon grote nadruk op wordt gelegd.Voorzitter. Ik kijk even waar ik in de draad van mijn verhaal was, alvorensdoor te gaan met het volgende blokje. Als laatste in het algemene verhaalhad ik met de heer Ceder de gedachtewisseling over taakherschikking entaakdelegatie. Wat moet wettelijk geregeld worden? Daar komen we voorde zomer bij de Kamer op terug.Ook kijken we op dit moment samen met UWV hoe het proces voorherbeoordeling kan worden verbeterd. De eerste stap hierin is hetinvoeren van een verplicht standaardaanvraagformulier dit voorjaar. Daarwordt dus binnen nu en een paar maanden aan gewerkt. Om de komendejaren gerichter te sturen op verbeteringen binnen de gehele organisatie,heeft UWV de Ontwikkelagenda Sociaal-Medische DienstverleningTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86734 opgesteld. Deze ontwikkelagenda geeft richting aan de verbeteringen envernieuwingen die UWV inzet. Dit moet voor een beter fundament van deorganisatie zorgen, waardoor UWV in staat is om efficiënter te werken enook beter in staat is om benodigde veranderingen door te voeren. Aandeze ontwikkelagenda ligt een brede analyse van de hele UWV-organisatieten grondslag. Die is afgelopen zomer door een extern bureau verricht.Sterker sturen op de prioritering is hier ook onderdeel van. Door dezesturing hoeven individuele medewerkers niet meer zelf moeilijke keuzes temaken. Ik ben het ermee eens – de heer Ceder stipte dat ook aan – datregionale verschillen onwenselijk zijn. In 2026 en 2027 gaat UWV werkenaan het creëren van een goede basis. De focus ligt daarbij op verbeteringvan de aansturing en de bestaande werkwijze, zodat regionale verschillenafnemen en er meer uniformiteit komt.De heer Ceder noemde ook het vertrouwen in deze sturing. UWV en mijnministerie zullen periodiek evalueren of de sturing de gewenste effectenheeft en of deze moeten worden bijgesteld. Verbeteringen die UWV al ingang heeft gezet, zijn onder meer de pilot die, samen met het Verbondvan Verzekeraars, deze maand is gestart. Die is gericht op het doelmatigeraanleveren en in behandeling nemen van de WIA-aanvraag en het verderdigitaliseren van intakeprocessen. De huidige situatie betekent dat UWVnet als voorgaande jaren niet alle wettelijke taken in de sociaal-medischedienstverlening kan uitvoeren. UWV blijft de grootste prioriteit geven aande Wajong- en WIA-claimbeoordelingen. Het gaat daar dit jaar sterker opsturen. Het gaat hier namelijk om mensen die wachten op duidelijkheidover het recht op een uitkering en daarmee op inkomenszekerheid. Opandere dienstverlening, zoals de RIV-toets en de Ziektewet, zet UWVbeperkte capaciteit in voor situaties waarin verwacht wordt dat een toetsof beoordeling de meeste impact heeft. UWV houdt beperkte capaciteitover voor het doen van herbeoordelingen. Hier gaat het om mensen die aleen uitkering ontvangen en waarbij het de vraag is of de hoogte van deuitkering moet worden gewijzigd.De heer Ceder vroeg mij waaraan moet worden gedacht bij «schrijnendegevallen». UWV werkt sinds januari met een werkwijze waarmee het decapaciteit zo gericht mogelijk inzet voor mensen die deze het hardst nodighebben. Volgens mij heeft UWV hier gisteren in de technische briefing eenen ander over gezegd, ook hoe het die screening uitvoert. Om een beeldte geven: als het gaat over mensen in een schrijnende situatie, dan gaathet onder andere over mensen met schulden, over mensen bij wie in hetgezin inkomen wegvalt door bijvoorbeeld een scheiding of een overlijden,of over situaties waarin er sprake is van een dreigende huisuitzetting.Voorzitter. Op dit punt ga ik over tot het beantwoorden van de concretevragen.De voorzitter:Excuus. Voordat u dat doet, is er een interruptie van de heer De Kort.De heer De Kort (VVD):De Minister geeft aan dat ze voor de benodigde wetswijziging vóór of inde zomer terugkomt naar de Kamer. Dat is mooi, maar ik heb nog eenvraag. Zou het de Minister helpen om de hersteloperatie makkelijker uit tevoeren als er een uitspraak van de Kamer komt, bijvoorbeeld via eenmotie, om tot aan de zomer toch af te wijken van de wet? We lopennamelijk tegen de vraag aan of het om de letter of de bedoeling van dewet gaat. Dan doel ik met name op het geneeskundige onderzoek dat inde wet staat. Hoe kijkt de Minister daarnaar?Minister Paul:Volgens mij maakt dat voor de hersteloperatie an sich niet uit, daar waarhet gaat om taakherschikking of taakdelegatie. Natuurlijk is het fijn als deKamer mij ondersteunt in de zaken waar we mee bezig zijn en waarvan ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86735 denk dat ze nodig zijn. Misschien kwam daar wel ... Dan geef ik toch alvasteen reactie op de vraag van mevrouw Patijn over dat «met klem». Ik hebhet misschien met heel veel klem gezegd, maar niet met heel specifiekebedoelingen of om weer te geven dat er licht zit tussen wat UWV wil enwat ik wil. Het gaat er vooral om dat wetgeving maken nooit een doel opzich is. Je doet dat omdat je het nodig hebt om bepaald beleid door tekunnen voeren, om bepaalde acties te kunnen nemen en om in iedergeval de juridische grondslag te hebben. Soms zijn we er met elkaar watbehoudend in om te kijken of er daadwerkelijk wettelijke veranderingennodig zijn. Wij zijn aan het verkennen of dat nodig is. Op sommige puntenis dat nodig; dat weten we. Als het nodig is, dan gaan we daarmee aan deslag en komen we er voor de zomer bij de Kamer op terug. Eigenlijk vraagik in den brede: als er zaken veranderd en verbeterd kunnen wordenzonder dat je daar wetten of nieuwe regels voor nodig hebt, doe het danvooral. Het is meer een uitnodiging. Ik ben een beetje aan het zoeken waarwe dan ... Ja ... Ik ben een beetje aan het zoeken. Ik vind het zelf belangrijkdat we snel concrete stappen kunnen zetten wat die taakherschikkingbetreft. De eerste aanpassingen kunnen ook gewoon plaatsvinden binnenUWV zonder wetswijzigingen.Tijdelijk afwijken – dat was volgens mij de vraag – van de wet- enregelgeving over het verzekeringsgeneeskundig onderzoek is nietmogelijk. Ook jurisprudentie en tuchtrecht spelen hierbij een rol.Daarnaast is het belangrijk dat de mensen die we daarvoor gaan inzetten,gedegen daarop voorbereid worden. Dat zijn over het algemeenhbo-professionals. Er is dus gewoon een traject te lopen. Het is altijd fijndat de Kamer zegt «ja, wij ondersteunen dat». Maar ik geloof niet dat deKamer daarin iets hoeft af te dwingen, nee. Dat is volgens mij het eerlijkeantwoord: kijken waar de mogelijkheden zijn, mensen die we daarvoorgaan inzetten, goed toerusten en vervolgens daar waar je die wettelijkegrondslag wel nodig hebt, daaraan werken en dat zo snel mogelijk naar deKamer sturen.Dan ga ik door. Excuses, ik ben een beetje warrig. Het is mijn derde debatvan de week.Een vraag van mevrouw Bühler: kan de Minister toezeggen dat ermaatregelen komen om de instroom van verzekeringsartsen te verhogen?Er is eigenlijk een soort van ongoing campagne met wervingsacties die opverschillende manieren worden ingezet om nieuwe verzekeringsartsenaan te trekken. We zien alleen dat er in bredere zin sprake is van tekortenaan artsen op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld huisartsen. Ik heb stiekemwel mijn hoop erop gevestigd ... Ik las een tijdje terug dat ook veelafgestudeerde artsen meer behoefte hebben aan een nine-to-fivebaan,geen onregelmatige tijden, geen diensten, enzovoort, enzovoort. Dat iseen van de elementen die je in dit werk kunt aanbieden, maar ik weetvanuit de wervingscampagnes dat we dat punt best wel belichten. Weblijven daarop inzetten om te kijken hoe we toch meer mensen kunneninteresseren voor dit type baan. Als daar nog creatieve ideeën over zijn,houd ik me aanbevolen. Maar daar is aandacht en actie op gezet.De heer Neijenhuis vroeg mij welke oplossing er is voor mensen die allang op de wachtlijst staan en voor wie de situatie nu is verergerd. UWVheeft als doelstelling dat in 2026 niemand langer dan zes maanden op eenWIA-claimbeoordeling wacht. Mensen die wachten op een WIA-claim-beoordeling, krijgen een voorschot op de uitkering die ze niet hoeventerug te betalen, mocht het oordeel uiteindelijk anders zijn. Ook krijgen zein de tussentijd een aanbod om alvast te starten met re-integratie.De heer Neijenhuis vroeg ook hoe het kan dat er signalen van mensen zijndat de arts aantoonbaar het dossier niet heeft gelezen, of dat het medischdossier niet in orde is. Dat vind ik heel moeilijk te beoordelen. Het isnatuurlijk sowieso niet de bedoeling dat een arts het dossier niet heeftgelezen of dat het dossier niet op orde is. Dat is heel ongewenst en heelnaar voor de mensen die het betreft. Eerlijk gezegd ken ik zelf die signalenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86736 niet. Ik kan er dan eigenlijk ook niks anders over zeggen dan dat datgewoon niet de bedoeling is en dat ik dit signaal meeneem om daar, voorzover we dat kunnen, strakker op te sturen. Het gaat namelijk eigenlijkover individuele niet-performance, zeg ik dan maar. Het mag gewoon nietgebeuren. Het is voor mensen wel mogelijk om daarover een klacht in tedienen bij het UWV. Dat is vervelend, maar ik zou mensen daartoe welwillen oproepen. Het geldt uiteindelijk voor heel veel dingen die niet goedgaan: als iets niet goed gaat en het wordt niet gemeld, dan kunnen we erook niks aan doen. Als iets niet goed gaat en het wordt gemeld, dan kun jeer werk van maken.De voorzitter:Er is een vraag van de heer Neijenhuis, nog over het voorgaande punt,denk ik.De heer Neijenhuis (D66):Ja, precies. Dank dat de signalen worden meegenomen en in ieder gevalworden betrokken bij het traject over de dingen die ik net noemde. Devraag over de mensen die heel lang op een wachtlijst staan, is alleen niethelemaal goed begrepen, volgens mij. Er worden inderdaad dingen zoalshet voorschot geregeld, en het is op zich goed dat de re-integratie alvastkan beginnen. Je hebt alleen ook de volgende specifieke situatie. Als jebijvoorbeeld een jaar lang op een wachtlijst hebt gestaan, dan is iemandin sommige gevallen in dat jaar echt van gedeeltelijk arbeidsongeschiktnaar totaal arbeidsongeschikt gegaan. Dan moet zo’n arts eigenlijk gaanbeoordelen wat de situatie helemaal aan het begin was, dus toen diepersoon de WIA inging. Dat is natuurlijk totaal niet te doen. Dan heb je alsarts iemand die eigenlijk niet meer kan werken tegenover je en dan moetje gaan terugredeneren «een jaar geleden had die persoon nog welkunnen gaan werken».Dan heb je ook nog de volgende situatie. Als een arts tot die conclusiekomt, dan moet je die persoon alsnog een WGA geven, terwijl die nu inaanmerking zou komen voor een IVA. Dat is in praktische zin eigenlijk niette doen. Daar vraag ik dus het volgende over. Zeker als die langewachtlijsten misschien nog verder oplopen – laten we hopen dat we datvoorkomen, maar dat is wel de verwachting – dan moet er volgens mijtoch echt wel een oplossing voor deze situatie komen. Dat kan namelijkniet zo.Minister Paul:Ik ben het daar helemaal mee eens, maar volgens mij is het toch deoplossing om die wachtlijsten zo snel mogelijk weg te werken. Laat ik hetzo zeggen: het omgekeerde geldt ook. Je hebt natuurlijk gelukkig ookmensen die op punt a binnenkomen en volledig of gedeeltelijk herstellenen daardoor weer meer kunnen. Het is dus helemaal waar dat je in eenandere situatie kunt belanden doordat er tijd overheen gaat. Dat is wat mijbetreft een aansporing om er alles aan te doen om die wachtlijstengewoon zo snel mogelijk terug te dringen. En voor mensen bij wie dat dusinderdaad kan leiden tot heel ingewikkelde situaties, kan er in detussentijd een voorschot op de uitkering komen et cetera et cetera.De voorzitter:De heer Neijenhuis, met een vervolgvraag.De heer Neijenhuis (D66):Ik zou hier toch nog wel iets over willen zeggen. De oplossing «we gaanwachtlijsten verder terugbrengen» is iets waar ik op hoop, maar die iktoch niet genoeg vind. We zien volgens mij namelijk allemaal dat dieproblematiek toch wel erg hardnekkig is en niet van vandaag op morgenis opgelost. Dit soort situaties bestaan wel gewoon en daar moeten weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86737 volgens mij iets aan doen. Het is ook weer niet zo dat ik nu direct eenkant-en-klare oplossing heb, zo van: ga dat dan maar doen. Volgens mijkunnen we echter niet langdurig van artsen verwachten dat ze, als hetbijvoorbeeld echt een jaar duurt om iemand te beoordelen, telkens gaankijken naar een jaar terug, terwijl de situatie in de tussentijd flinkveranderd is. Dat kunnen we volgens mij niet van hen verwachten, dus ikverwacht nu geen kant-en-klare oplossing van de Minister, van: zo gaanwe het doen. Ik zou echter wel van de Minister willen vragen dat er inieder geval wat verder naar gekeken wordt dan alleen op de manier «wegaan de wachtlijsten proberen weg te werken».Minister Paul:Zeker en terecht mag u dat van mij verwachten. Ik heb in mijn inleidendewoorden aangegeven dat het vraagt om een herprioritering van deinspanningen vanuit het UWV. Ik heb aangegeven, maar misschien nietduidelijk genoeg, dat de prioriteit komt te liggen bij de eerste beoordeling.Daar komen de mensen namelijk mee binnen. Dan weten ze sneller waarze aan toe zijn. Dat betekent dat er op andere punten – dat heb ik ookaangegeven in mijn tekst – minder mensen vanuit het UWV ingezetworden. Maar voor de doelgroep die de heer Neijenhuis omschrijft, wordtalles op alles gezet om die niet langer dan zes maanden te laten wachtenen het liefst zo snel mogelijk een WIA-claimbeoordeling te geven.De voorzitter:Er was ook een vraag van mevrouw Bühler.Mevrouw Bühler (CDA):Het is echt duidelijk dat de sociaal-medische achterstand de achilleshielvan de operatie is. Er is een aantal vragen gesteld en een aantalantwoorden gegeven. Bij mij komt de vraag op wat we doen als dewachtlijsten oplopen. U zegt nu: wij leggen de prioriteit bij de wacht-lijsten. Maar u kunt niet aangeven of die wachtlijsten worden weggewerkt.Wat doen we als die wachtlijsten oplopen? Kunt u daar een antwoord opgeven? Op welke manier informeert u de Kamer hierover?Minister Paul:Het eerlijke antwoord is dat er gewoon een totale stelselwijziging nodig isom de problemen structureel op te lossen. Feitelijk zijn we nu aan hetherstellen en plakken we grote pleisters. Dat klinkt een beetje oneerbiedig,maar dat is wat nu nodig is en waar we volle kracht op inzetten. Als jealtijd een beperkt aantal mensen en beperkte middelen in kunt zetten, zulje moeten prioriteren en herprioriteren. In antwoord op de vraag van deheer Neijenhuis zei ik net: een van de groepen waar we absolute prioriteitbij leggen, betreft de mensen die komen voor een eerste beoordeling, eeneerste oordeel. Dan weten zij waar zij aan toe zijn. Daarnaast kijken wenaar de taakherschikking en de taakdelegatie. Uiteindelijk dienen we tezorgen voor de efficiency in de organisatie zelf, door standaardisatie endoor op een slimmere manier te werken. Ik bedoel dat we alle knoppendie we nu al kunnen bedienen, bedienen. Dat zit ’m in systemen, in kennisen kunde van mensen en in het stellen van prioriteiten. Ik zeg numisschien redelijk gemakkelijk «prioriteiten stellen». Dat klinkt eenvoudig,maar dat is het niet. Dat betekent namelijk dat je andere dingen minder ofniet kunt doen. Maar het helpt als wij het met elkaar aandurven ombepaalde prioriteiten te stellen; dat is ook een van mijn taken. Dan hoeftdie moeilijke afweging namelijk niet gemaakt te worden door eenmedewerker op de werkvloer die tegenover een cliënt zit. Die weetgewoon: hier ga ik volle bak mee aan de slag; dit andere moet misschieneven wachten. Dat zijn de keuzes die we maken. Maar het eerlijkeantwoord is: als we het echt voor de lange termijn willen aanpakken, zijndaar hervormingen voor nodig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86738 Mevrouw Bühler (CDA):Ik begrijp het. U geeft heel duidelijk aan hoe ingewikkeld het is. De Kamervraagt regelmatig om mee te kijken en te monitoren. U gaf al aan: wedoen dat vaak met wollige teksten. Het zou, denk ik, wel heel fijn zijn alswe als Kamer mee kunnen monitoren en dat we bedenken op welke wijzewe dat kunnen doen. Dat hoeft wat mij betreft niet met brieven met eenhoop tekst. Het kan op een andere manier. Ik zou graag aan de Ministerwillen vragen om met een werkwijze te komen als het gaat om hoe wijscherp aan de wind kunnen zeilen.Minister Paul:Ik snap die behoefte. Tegelijkertijd zoek ik zelf de balans in de manierwaarop ik mensen inzet. Ik bedoel: mensen die zich bezighouden metallerlei rapportages kunnen zich niet met andere dingen bezighouden.Maar ik snap de behoefte van de Kamer. We gaan dus kijken hoe we dezaken die wij zelf ook al benutten voor voortgang en voortgangsrappor-tages, op een logische, aansprekende en heldere manier kunnenontsluiten voor de Kamer. Ik stel me zo voor dat dat ook voor de zomermoet lukken, en als het mogelijk is eerder. Maar goed, ik heb ook lievereen situatie van – hoe zeg je dat? – underpromise and overdeliver dan datik van alles beloof wat ik niet kan waarmaken of dat ik mijn opvolger metproblemen opzadel; dat vind ik niet goed.Voorzitter. Ik ga door met een vraag van de heer Neijenhuis, over de artsen het dossier. Nee, die heb ik gehad.De heer Neijenhuis had ook ... Was het de heer Neijenhuis of was het deheer Ceulemans? Dat weet ik niet. Misschien waren ze het beiden. Het waseen vraag over artsen in vaste dienst en schijnzelfstandigheid: hoeveelartsen zijn er verloren gegaan? O, het was de heer Ceulemans. Precies,dat dacht ik al. Even voor de goede orde het volgende. We hebben intotaal ongeveer 700 artsen. 10% daarvan was zzp’er. De helft daarvan isvertrokken. Er zijn dus 35 artsen vertrokken. Ik heb me ook te houden aandie regels rond schijnzelfstandigheid, of ik dat leuk vind of niet.Voorzitter. Ik ben nu aanbeland bij het derde blokje, over sturing entoezicht. Daar betrek ik ook de bevindingen van de Algemene Rekenkamerbij. Ik moet eerlijk zeggen dat ik blij ben dat de Algemene Rekenkamer isingegaan op het verzoek om de WIA-casus te onderzoeken. De Reken-kamer wijst diverse oorzaken aan waarom bij de vaststelling van deWIA-uitkeringen gedurende lange tijd fouten zijn gemaakt en er opsignalen daarover niet adequaat is gereageerd. In de kern is het advies datUWV de basis voor kwaliteit weer op orde moet krijgen. SZW moet dewet- en regelgeving minder foutgevoelig maken en het toezichtversterken.Op diverse fronten werken UWV en SZW hier hard aan. Dit is ook eenantwoord op de fundamentele vraag van de heer Neijenhuis, over waarhet de afgelopen jaren aan schortte. Kwaliteit van de dienstverlening is debasis. Mensen en bedrijven moeten kunnen rekenen op tijdige enkwalitatief goede dienstverlening door UWV. SZW moet de randvoor-waarden scheppen die hiervoor nodig zijn: budget en wet- en regelgeving.Om de kwaliteit van de dienstverlening te borgen is toezicht het sluitstuk.Dat begint bij toezicht binnen UWV zelf: de eenheden business control enkwaliteit, de Auditdienst UWV en de externe accountant. Daar moet SZWook op kunnen vertrouwen. Maar SZW heeft ook zelf wat te doen. Ik moetvaststellen dat bij UWV kwaliteit- en risicomanagement en het financiëlecontrolesysteem adequaat zijn ingeregeld en functioneren.In de kabinetsreactie zijn gerichte maatregelen opgenomen, onder anderehet opbouwen van meer expertise, het systematisch bespreken vanrisico’s voor de dienstverlening met het bestuur van UWV, het intensieverbenutten van de kennis van de Auditdienst UWV en verbetering van deverantwoordingsinformatie over rechtmatigheid, inclusief een nieuwedefinitie van rechtmatigheid. Dit doen we vanaf het jaarverslag 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86739 Ik zou nu graag ingaan op de vragen op het punt over sturing ensturingsrelatie. Dan begin ik met een vraag van de heer Ceder: hoe is deinformatievoorziening over de gebrekkige kwaliteit van de beoordelingenverlopen? Volgens mij hebben we het daar al even over gehad in hetinterruptiedebatje. De Rekenkamer laat heel duidelijk zien dat er infor-matie was en dat er signalen waren, maar dat die inderdaad zijn gemist ofin ieder geval niet op waarde zijn geschat. Er werd echt te lang gedacht,nog tot de zomer van 2024, dat die fouten administratief waren en geenimpact hadden op mensen, terwijl dat wel zo was. Er is dus gewoon nietgoed doorgevraagd. Ik heb al eerder gezegd, maar ik wil het best nog eenkeer herhalen, dat dit gewoon niet goed is gegaan. Maar ik wil ookherhalen: het rapport van de Rekenkamer constateert niet dat er bewustniet of gebrekkig is geïnformeerd vanuit UWV naar SZW.Voorzitter. De heer Ceder en mevrouw Patijn vroegen hoe het UWV nu wélgaat lukken om de veranderingen door te voeren door sterker te sturen. Eris veel aan de hand bij de sociaal-medische dienstverlening – daar is netook wat over gezegd – op allerlei vlakken. De Algemene Rekenkamerlegde ook de vinger op de zere plek. Belangrijk vanuit mijn ministerie isdat we UWV scherper volgen, signalen opmerken en ernaar handelen, endat we uiteindelijk ook – dat kun je in allerlei systemen of processenvervatten – werkt aan een cultuur van openheid over fouten en lerendvermogen. Overigens is UWV ook daarmee bezig.Er is dus aandacht voor de harde kant, de systeemkant, de processenkanten de kant van de werkinstructie, maar ook voor de communicatie, voorde kennis en kunde die nodig is in de opleidingen. Maar dat geldtinderdaad ook voor cultuur. Ik bedoel: als je wilt dat mensen, wanneer zefouten hebben gemaakt of wanneer ze twijfelen over iets, met elkaar ingesprek gaan en niet bang zijn om bij hun leidinggevende aan te kloppenen dat ook die niet bang is om dingen verder te escaleren, dan moet jedaaraan werken. Dat krijgt UWV-breed ook heel nadrukkelijk de aandacht.Met de maatregelen in de Kamerbrief heb ik wat dat betreft hetvertrouwen dat we de goede richting inzetten: sterker sturen op kwaliteit,standaardisatie en investeren in al die zaken die ik net ook noemde.Mevrouw Bühler vroeg me of ik kan toezeggen dat ik het opdrachtgever-schap zichtbaarder en steviger ga invullen en of ik de Kamer daarovervoor de zomer wil informeren. Kijk, we hebben ook met het oog op ditdebat – debatten worden namelijk geagendeerd en wij proberen ons bestte doen om daarop vooruitlopend ook met de Kamer al op papier een enander te wisselen – snel gereageerd op het rapport van de AlgemeneRekenkamer. In die kabinetsreactie hebben we een aantal lijnen uitgezetwaarop we ook heel stevig gaan acteren, bijvoorbeeld maandelijkseoverleggen op bestuurlijk niveau over opdrachtgeverschap, systematischcontact met de interne controleurs van het UWV, zoals de AuditdienstUWV, het opbouwen van meer expertise waar nodig en periodiekegesprekken over de risico’s. We maken dus echt werk van de scherpte ende inhoudelijke diepgang die de Rekenkamer bepleit.De komende maanden gaan we dat verder uitwerken en daar gewoonverder mee aan de slag. Daarbij wordt dus ook nadrukkelijk gekeken naarde opdrachtgeversrol. Daarnaast komt binnenkort de vijfjaarlijkseevaluatie van het – dat is wat breder – SUWI-stelsel, dat ook ingaat op degovernance, die ook relevant is, want die wordt hierbij meegenomen.Voor de zomer wordt u hier nader over geïnformeerd; dat betreft dekabinetsreactie op de SUWI-evaluatie en de stand van de uitvoering. Diekomt voor de zomer naar uw Kamer. Daarin nemen we dit punt ookexpliciet mee.Mevrouw Bühler vroeg mij ook – dat is eigenlijk een beetje in hetverlengde – waarom ik niet overweeg de zbo-status van het UWV aan tepassen. Volgens mij hebben we daar eerder al over gewisseld. Kijk, als ikde overtuiging had dat een wijziging van de governance de dienstver-lening voor mensen en bedrijven zou verbeteren, dan zou ik daar echtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86740 morgen mee starten. Serieus, dat zou ik doen als ik die overtuiging had.Maar die overtuiging heb ik niet. Ik denk juist dat dat heel erg gaatafleiden van de operatie zelf en van de dingen waar UWV en wij als SZWmee aan de slag moeten. Nieuwe sturingsvormen of organisatiewijzi-gingen vragen namelijk veel extra capaciteit van beide organisaties. Watmij betreft kan die capaciteit het beste worden ingezet voor het primairedoel: verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening. Dat is heteerlijke antwoord.Mevrouw Bühler (CDA):Ik hoor de Minister duidelijk maken dat zij van plan is om echt op hetniveau van de dienstverlening aan de slag te gaan. Daar ben ik dus heelblij mee. Ik ben blij met de beantwoording. Ik heb ook aangegeven dat ikhet belangrijk vind dat we als Kamer mee kunnen monitoren. We hebbenhet ook gehad over het creëren van een instrument waarmee we datkunnen doen. Volgens mij hebben we daarmee wel een aantal puntengecreëerd om die monitoring ook vanuit deze rol op goede wijze vorm tegeven. Ik zou graag aan de Minister een toezegging willen vragen om afen toe even in te prikken en te peilen bij de Kamer of we nog samen op dejuiste koers zijn. U heeft natuurlijk al gezegd dat we gaan kijken op welkemanier we dat kunnen rapporteren. En dan heb ik eigenlijk geen vraaggesteld. Sorry, voorzitter.De voorzitter:Het was toch een leuk intermezzo. De Minister.Minister Paul:Volgens mij heeft mevrouw Bühler heel mooi samengevat wat weinderdaad gaan doen. Ik denk daarom ook dat dit soort debatten zowaardevol zijn. Je kunt op papier van gedachten wisselen – dat is één –maar hier heb je de kans om ergens direct persoonlijk over van gedachtente wisselen en vervolgens te komen tot een aantal concrete afspraken. Hetklopt dus helemaal. Die toezegging heb ik gedaan. Daar komen we voorde zomer op terug.Dan kom ik bij een vraag van de heer Neijenhuis: waarom kon hetrechtmatigheidscijfer bijna 100% zijn terwijl de fouten zo wijdverspreidwaren? Het komt er vooral op neer dat het rechtmatigheidscijfer geengoede indicator is geweest van de juistheid van de uitkeringen. Vandaardat we nu ook kijken naar de definitie van rechtmatigheid, want als diedefinitie de noodzakelijke lading niet dekt, dan kun je dus inderdaaduitkomen op dat rechtmatigheidscijfer van 100% terwijl ondertussen vanalles niet in orde is. Dat moeten we voorkomen. Ik heb niks aan zoiets.Dus we zijn erover in gesprek hoe we dat op de juiste manier kunnenvormgeven. In het jaarverslag over 2025 geeft UWV daar meer informatieover. SZW werkt samen met UWV aan een aanpassing van die definitievan rechtmatigheid. Die nieuwe definitie wordt toegepast vanaf hetjaarverslag van 2026, dus over dit jaar.De voorzitter:Dank u wel. De heer De Kort heeft een interruptie.De heer De Kort (VVD):Het rechtmatigheidscijfer viel mij ook op in het Rekenkamerrapport. Vrijvertaald zeggen we daarmee in feite: er zijn fouten gemaakt, maar er zijnwel 100% rechtmatige fouten gemaakt. Dat is bijna hoe je het dan zoumoeten interpreteren. Voor mij is het dan niet helder welke indicator datrechtmatigheidscijfer op dit moment is. Misschien is dat te technisch; datweet ik niet.Minister Paul:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86741 De heer De Kort kent mij een beetje. Hij heeft het goed ingeschat: dat is opdit moment te technisch voor mij. We zijn daar volop over in gesprek. Jewil een indicator waar je wat aan hebt, om het maar even simpel ingewonemensentaal te zeggen. Je hebt niks aan een indicator die heel chicklinkt maar uiteindelijk de lading niet dekt of met informatie komt waar jeuiteindelijk een beetje mee in slaap wordt gesust, even oneerbiediggezegd. Wij leren ook van al dit soort dingen. We zijn nu dus aan de slaggegaan met kijken hoe je iets in het leven kan roepen waar je wat aanhebt, iets wat een realistisch en eerlijk beeld geeft, waarmee je voldoendeinformatie naar boven haalt en waarop je kunt bijsturen, want daar zijnindicatoren ook voor bedoeld. Daar komen we dus inderdaad op terug.Mevrouw Bühler (CDA):Ik heb misschien dan toch nog een vraag en misschien een aanvulling opde toezegging. Dit is onderdeel van de eigenaarsrol, die ook bij deMinister zit. In het Rekenkamerrapport werd die driehoek met deeigenaarsrol en de opdrachtgeversrol heel duidelijk aangegeven. Dusmisschien moeten we er op het moment dat we met elkaar in gesprekgaan over indicatoren ook heel duidelijk onderscheid in maken vanuitwelke rol die indicatoren aangeleverd worden. Dan hebben we dat helder.Minister Paul:Ik zou eigenlijk even willen afwachten waar we precies op uitkomen, maaruiteindelijk moet een indicator een realistisch en goed beeld geven vanwat er aan de hand is, zodat je daarop kunt acteren en er liefst ook op kuntanticiperen op enig moment. Dat zei ik net richting de heer De Kort. Daargaan we voor zorgen.Ik ga door met een vraag van de heer Ceulemans over werkinstructies. Hijverzuchtte eigenlijk een beetje: waarom moet dat twee jaar duren? Ik hadhet idee dat dat ook een beetje de vraag opriep of UWV die hele verbe-terslag überhaupt wel aankan. Ik denk dat gisteren in de briefingmisschien wat miscommunicatie ontstaan is. Ik weet niet of «miscommu-nicatie» het juiste woord is, maar ik denk in ieder geval dat bepaaldedingen niet helemaal goed zijn overgekomen. Het komende jaar, net als inhet afgelopen jaar, wordt er echt een flinke slag gemaakt op achterstalligbeleid en op het actualiseren van handboeken om te komen tot eenuniforme uitvoering. Het streven is om die handboeken in het derdekwartaal van dit jaar gereed te hebben. UWV heeft de jaren 2026 en 2027nodig om het bredere fundament voor de sociaal-medische dienstver-lening op orde te krijgen. Onderdeel hiervan is bijvoorbeeld ook hetaanpassen van werkinstructies en aanpassingen in ICT-systemen. Daarwaar je in werkinstructies wat flexibeler bent en zaken eerder kunt doen,doe je dat ook gewoon eerder. Ik heb het volgens mij in mijn inleidendewoorden bijvoorbeeld ook gehad over de standaardisatie van bepaaldeformulieren, zoals intakeformulieren en andere zaken. Dat gaat al ditvoorjaar uitgerold worden. Bepaalde zaken, zoals het inregelen inIT-systemen, kosten gewoon wat meer tijd. Ik merk aan mijn collega’s datzij gewoon op een correcte manier willen communiceren. In ieder gevalwillen zij geen valse verwachtingen wekken. Daardoor zijn ze misschienwat aan de behoudende kant, maar sommige dingen hebben wat langerde tijd nodig, terwijl andere dingen al in maart of april hun beslag gaankrijgen.De voorzitter:Kan iemand mij het woord geven voor een interruptie?Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86742 Ja, dan geef ik graag het woord aan de heer Ceulemans voor eeninterruptie.De heer Ceulemans (JA21):Hartelijk dank. Ook dank voor dit antwoord. Dit is inderdaad al een stukconcreter en helderder dan wat we tot nu toe gehoord hebben. Ik probeerhet toch nog even iets specifieker te krijgen. De Minister zegt eigenlijk dathet laaghangend fruit misschien in maart dit jaar al geïmplementeerd is.Waar moet ik dan precies aan denken? Onder werkinstructies vallenvolgens mij best veel verschillende zaken. De kern van het probleem datook de Algemene Rekenkamer constateerde, is natuurlijk dat verschillendedistricten dezelfde handleidingen heel verschillend interpreteren. Zijgeven daar hun eigen interpretatie aan. Dat is volgens mij iets watontzettend snel gladgetrokken moet worden. Kan ik dat verstaan onderiets wat eigenlijk al dit jaar in maart of april generiek vlot getrokken is?Minister Paul:Voor die handboeken vind ik dat lastig te zeggen. Ik denk niet dat dat al inmaart of april klaar zal zijn. Ik noem echter een voorbeeld. Als mensenzich melden, is er een bepaald intakeformulier. Op dit moment zijn er inverschillende regio’s en verschillende districten verschillende formulieren.Alleen al het standaardiseren daarvan en de uitvraag die je daarmee doet,zorgen ervoor dat de informatie die binnenkomt van een bepaaldekwaliteit is. Dan werk je dus op een vergelijkbare manier volgensbepaalde standaarden. Ik zei eerder al dat dit misschien een open deur isen dat het heel vreemd is dat dit nog niet uniform is. Dat is bijvoorbeeldiets wat we heel snel kunnen implementeren. Overigens moet ook daarbijgewoon aandacht blijven voor privacygevoelige zaken. Wat zet jebijvoorbeeld wel in een bepaald systeem en wat niet? Dit zijn dingen diedus inderdaad in het voorjaar, in maart of april, al hun beslag krijgen. Ikzou het gevoel willen wegnemen dat er onnodig aan dingen wordtvastgehouden, omdat het een grote exercitie is. Als je bijvoorbeeldhandboeken kunt aanpassen en met elkaar kunt constateren dat ietshartstikke goed en werkbaar is, dan gaan we dat organisatiebreeduitrollen. Dat gaat gebeuren, want de organisatie staat daar zelf ook om tespringen.De voorzitter:Meneer Ceulemans, heeft u nog verdere vragen? Ja, gaat uw gang.De heer Ceulemans (JA21):Ja, ik heb één vervolgvraag daarop. Ik heb helemaal geen behoefte omdat te micromanagen. Uitvoering is op een gegeven moment ook gewoonuitvoering op de werkvloer. Tegelijkertijd is het een bron van zorg bij mijdat we van het UWV hele stroomschema’s tot en met 2028 krijgen over demanier waarop zaken opgepakt en verbeterd zullen worden. Paralleldaaraan wordt op de werkvloer dit soort werkprocessen geüpdatet. Daarworden hiaten uit gehaald. Het eerste kan nooit goed lopen zolang hettweede niet volbracht is, denk ik. Ik snap ook wel dat wat sneller kan,sneller gebeurt en dat wat langer moet duren, ook langer duurt. Kan deMinister ons dan in ieder geval bij een eerstvolgende voortgangsrap-portage op de hoogte brengen van in hoeverre dit soort stappen op dewerkvloer doorlopen zijn? Kan dat concreter dan hoe we dat tot nu toe tehoren hebben gekregen?Minister Paul:Ja hoor, zeker. Dat zullen we in de zomerbrief of die «voor de zomer»-briefdoen, want wat de heer Ceulemans aanstipt, is helemaal waar. De grotebeweging die je wilt maken en die inderdaad in dat soort stroomschema’sstaat, bestaat uiteindelijk uit al die ogenschijnlijk kleine stappen. Soms zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86743 het echt kleine stappen en soms zijn het wat grotere stappen. Die stappenzet je inderdaad op de werkvloer, door de hele organisatie heen. Tegenmevrouw Patijn zei ik al eerder dat ik snap dat we allemaal, ook ik, op zoekzijn naar comfort. We willen weten of we de doelen die gesteld zijn, ookgaan halen en of we, mocht er nog extra actie nodig zijn of mochten weergens moeten bijsturen, dat dan ook op tijd kunnen doen. In diezomerbrief nemen we dit element ook mee. Ik zal daarbij een balanszoeken, zodat we niet verzanden in nitty-grittymicromanagement, maarwel voldoende beeld geven van waar we staan en laten zien dat we eenstrak pad lopen.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan de heer Ceulemans.Voorzitter: CeulemansDe voorzitter:Dank u wel. Ik pass het woord weer door naar de Minister.Minister Paul:Voorzitter, ik kijk naar mijn mapjes en zie dat er ik voor nu doorheen ben.Dank u wel.De voorzitter:Oké, u bedankt. Dan kunnen we meteen door naar de tweede termijn vande zijde van de commissie, denk ik. De spreektijd daarvoor is anderhalveminuut. Dan geef ik om te beginnen het woord aan de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de beantwoording van de vragen.Voorzitter, ik ben er nog niet gerust op dat het goed gaat. Ik proef wel degoede intenties van de Minister. Ik heb ook een aantal toezeggingengehoord waarop wij als Kamer hopelijk ook kunnen controleren.Ik blijf het antwoord op de vraag hoe het mogelijk is geweest dat tussen2021 en 2024 de raad van bestuur kennelijk onvoldoende urgentie voeldeom het ministerie in te lichten, onbevredigend vinden. Volgens mij is hetzelfs zo, maar dat weet ik niet zeker, dat het nog de vraag is of het niet nogveel langer geduurd had tot uiteindelijk tot de hersteloperatie over wasgegaan als de media de kwestie niet hadden opgepakt. Dat vind ik eenbeklemmende gedachte, als ik eerlijk ben. Dat mag namelijk niet zo zijn,ook niet bij de grootste uitvoeringsorganisatie van de Kamer. Daar kauw ikdus nog op.Ik zou graag een tweeminutendebat willen aanvragen. De reden daarvooris dat er aanbevelingen zijn gedaan door de Rekenkamer en dat ik nogeven wil broeden op de antwoorden die de Minister gegeven geeft. Dankunnen we als Kamer misschien nog wat richting geven voor de komendeperiode.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Patijn.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. De Minister heeft toegezegd om in overleg te gaan metde Stichting van de Arbeid en het CAOP – ik moest even nadenken! – methet verzoek om bij de cao’s te coördineren om te zorgen dat desv-lonendefinities daarin opgenomen worden en daarmee op deloonstroken terechtkomen, zodat het voor het UWV eenvoudiger wordtom een dagloon vast te stellen. Ik zou daar graag een terugkoppeling overwillen hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86744 Ik heb nu gehoord over inzicht in hersteldossiers, maar ik zou graag nogiets concreter hebben hoe dat inzicht gegeven wordt.Dan het aankloppen bij het UWV. De Minister gaf aan dat mensen dietwijfelen over hun uitkering, kunnen aankloppen bij het UWV. Dietoegankelijkheid wordt niet overal hetzelfde ervaren. Dat aankloppen lijktniet voor iedereen even makkelijk te zijn. Het zou goed zijn als er in iedergeval wat beter gecommuniceerd zou kunnen worden over de mogelijk-heden die er zijn voor mensen die twijfel hebben over hun uitkering.Dan over de plausibiliteit van de beoordeling van de ARK. De ARK heefthier heel nadrukkelijk een aantal keren iets over gezegd in die onderdelenin het rapport. Ik zou de Minister heel graag op het hart willen drukken omhier met de belangenbehartigers, onder andere met de vakbonden, overin overleg te treden, van: hoe zou dit beter kunnen?Ik sprak mijn zorgen uit over de regie en de gevoelde urgentie. Die zorgenzijn echt nog niet weggenomen. Zou het niet logisch zijn om gedurendede hersteloperatie een soort regeringscommissaris aan te stellen bij hetUWV om die te volgen? Ik heb toch behoefte aan iets meer scherptedaarin, dus ik zal daar zelf over nadenken en wellicht met een voorsteldaarvoor komen.De voorzitter:Kunt u gaan afronden?Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ja, tot slot. Er is veel gesproken over stelselwijziging. Dat heeft naar mijnidee geen zin als die samengaat met bezuinigingen. Dit zeg ik ook naarmijn collega’s toe. Ik denk dat je dan veel meer kapotmaakt dan betermaakt. Een stelselwijziging gaat naar mijn idee ook niet de oplossing zijnvoor de problemen van het UWV, want er zal altijd beoordeeld moetenworden of iemand ziek is en welk loon iemand heeft. Als het UWV de boelniet op orde heeft, is een stelselwijziging dus alleen maar een risico.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Bühler van het CDA voor detweede termijn.Mevrouw Bühler (CDA):Collega’s hebben al veel gezegd en ik heb ook veel gesproken over degovernance. Het was niet de bedoeling om daarover een discussie tevoeren, maar vooral om ons ervan te vergewissen dat we in de uitvoeringdingen gaan doen die impact hebben op de mensen die op dit momentaan het wachten zijn. We zien immers dat de opdrachtgeversrol in hetverleden niet goed vorm is gegeven en dat de Kamer daarom niet goedheeft kunnen sturen. De Minister heeft een aantal toezeggingen gedaan.Dat wil niet zeggen dat ik daarmee alle comfort heb dat ik wil hebben,maar neem ons alsjeblieft mee, want de hersteloperatie is heel complexen uiteindelijk gaat het om de mensen die zitten te wachten.Daar wil ik het bij laten.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer De Kort van de VVD.De heer De Kort (VVD):Dank, voorzitter. Ook ik heb eigenlijk gemengde gevoelens bij dit debat.Aan de ene kant is het erg bevredigend dat de urgentie bij de Minister,maar ook bij de Kamer, helder is. Van links tot rechts, van coalitie totoppositie en van het demissionaire kabinet tot straks wellicht eenmissionair kabinet is iedereen ervan overtuigd dat we dit met elkaarmoeten oplossen. Dat is bevredigend, maar ik heb zorgen over deomvang van de opgave en de druk die daarmee bij de uitvoering komt teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86745 liggen, maar ook over de impact op een individu, die enorm kan zijn.Daarom is het goed dat we met elkaar die vinger aan de pols houden.Ik had vier punten. In de eerste plaats ben ik blij met de toezegging van deMinister over de begrijpelijkheid en het gesprek met de LandelijkeCliëntenraad. Ik kom in het tweeminutendebat mogelijk nog met eenmotie om anderen dan de verzekeringsarts meer in positie te brengen.Met betrekking tot de groep die vanwege de maatmanloonberekeninggeen uitkering heeft ontvangen, ben ik blij dat de Minister aangeeft dat diemensen kunnen aankloppen en dat er aandacht is voor de toeganke-lijkheid. Tot slot hoop ik dat we ook op de hoogte worden gehouden vande positie van de werkgevers.Dank.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de tweede termijn van de heer Neijenhuisvan D66.De heer Neijenhuis (D66):Voorzitter, dank. Dank voor de antwoorden en de erkenning, maar ookvoor de toezeggingen die zijn gedaan naar aanleiding van enkele van mijnvoorstellen, bijvoorbeeld over het vinden van een structurele oplossingvoor de compensatieregeling, vooral op het gebied van de keteneffecten.In het debat over het jaarverslag van SZW kunnen we het dan echt goedhebben over het rechtmatigheidscijfer, waarvan de Minister zelf erkent datdat op dit moment in ieder geval niet goed werkt. Dat is fijn.Zoals al genoemd is het ook fijn dat aan alle kanten wordt gedeeld dat diteen probleem is dat we met z’n allen moeten oplossen. Ik maak me er nogwel zorgen over of dat echt vooral gebeurt voor de meest kwetsbaremensen en voor de mensen die nu echt tussen wal en schip vallen. Op datpunt blijven de antwoorden toch nog wat vaag. Ik denk bijvoorbeeldvooral aan de mensen die nu zo ziek zijn of het geld zo hard nodig hebbendat ze alle keteneffecten voor lief nemen, nu al die uitkering willen hebbenen niet wachten op de regeling. Maar ik denk ook aan de al genoemdemensen die zo lang op een wachtlijst staan dat de situatie inmiddelsverergerd is en die nog steeds beoordeeld moeten worden op basis vanhet begin van de wachtlijst. Dat zijn volgens mij echt mensen die nogtussen wal en schip vallen en waar we nog verder over moeten nadenken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik meteen door met mijn eigen tweede termijn alsvervangend voorzitter Patijn dat goedvindt. Zij knikt.Voorzitter: PatijnDe voorzitter:Ik geef het woord aan de heer Ceulemans.De heer Ceulemans (JA21):Dank u zeer. Dank ook aan de Minister voor de beantwoording in haareerste termijn. Ik heb nog een paar punten. Zij komt in haar tweedetermijn terug op de cijfers over 2025. Die zie ik dus tegemoet.Laat ik een beetje voortborduren op wat de heer De Kort zei over brederkijken dan naar verzekeringsartsen. Daar is een wetswijziging voor nodigen daar zal op termijn wel een wetswijziging voor kunnen komen. Ik hebeen heel concrete vraag aan de Minister. Ze zei eerst tegen mevrouwPatijn dat zij hier met klem op heeft aangedrongen. Later zei ze dat heteigenlijk niet nodig was om dat met klem te doen, omdat het UWV daarook van doordrongen is. Wordt op dit moment binnen de huidige wettenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86746 alles gedaan of is alles al ingezet om breder te kunnen kijken dan alleennaar de verzekeringsartsen? Graag een concreet antwoord daarop.Dan de 35 verdwenen artsen, waar de Minister het ook over had. Alsmensen daar al ervaring mee hebben, lijkt het me heel erg nuttig om diemensen op wat voor manier dan ook terug te krijgen. Wat wordt er op ditmoment gedaan om die mensen terug te krijgen, bijvoorbeeld in vastedienst, nu ze vanwege die schijnzelfstandigheidsmaatregelen niet meerals zzp’er opereren?Tot slot. De Minister eindigde haar eigen brief er ook mee dat er eenfundamentele stelselwijziging nodig is om dit uiteindelijk op te lossen.Daar ben ik het van harte mee eens. Ik begrijp ook heel goed dat deMinister zegt dat dat aan een volgend kabinet zal zijn. Het is wat onzefractie betreft wel echt cruciaal dat er op korte termijn nu echt stappengezet gaan worden. De afgelopen jaren, met al die verkiezingen, zijn wezo’n beetje de helft van de tijd demissionair. Dit dreigt dus continu weer testranden. Met die oproep en verzuchting beëindig ik mijn tweede termijn.Voorzitter: CeulemansDe voorzitter:Ik geef het woord aan de Minister voor de beantwoording.Minister Paul:Mag ik vijf minuten?De voorzitter:Ja, dat is prima. Voor de mensen thuis: we schorsen voor vijf minuten.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:De Minister is zover, dus zij kan beginnen met haar beantwoording intweede termijn.Minister Paul:Dank u, voorzitter. Een aantal leden hebben met name ook teruggegrepenop toezeggingen die in dit debat gedaan zijn. Die kan ik allemaal eigenlijkalleen maar bevestigen. Er stonden een paar punten open en er zijn eenpaar concrete vragen gesteld.Ik begin met de vraag van mevrouw Patijn over het beeld van het aantalbeoordelingen per week. Ik gaf eerder al aan dat ik dat beeld op ditmoment niet precies kan geven. Het punt is ook dat er over kan wordengegaan tot nabetalen zodra die regeling af is; dan zal er ook nog flinkopgeschaald worden. UWV is daar echt op voorbereid en treft allevoorbereidingen om door te kunnen pakken op het moment dat erdoorgepakt kan worden. UWV zal vanaf dat moment dan ook veel meerbeoordelingen per week gaan doen dan nu het geval is. De afgelopenperiode is ook niet representatief voor de periode die voor ons ligt. Deverwachting van UWV is ook nog steeds dat het eind 2027 klaar kan zijnmet de hele opdracht, dus inclusief de loonloze tijdvakken. Ik heb daargoed op doorgevraagd. Dat is waar wij nu van uitgaan en daarvoor zettenwe alles op alles.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Dat betekent dus dat het voor het UWV mogelijk zal zijn om meer dan450 zaken per week af te handelen.Minister Paul:Ja, dat klopt, per week.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86747 Dan ga ik in op twee vragen van de voorzitter, de heer Ceulemans. De enevraag was wanneer de kwaliteitscijfers voor 2025 beschikbaar zijn. Demeest recente kwaliteitscijfers gaan over het eerste halfjaar van 2025; diezijn al beschikbaar en staan inmiddels ook op de website van UWV. Naaraanleiding van de volgende steekproef verwacht ik voldoende beeld over2025 te hebben om te kunnen besluiten over eventuele verlenging van dehersteloperatie, maar hier kom ik in ieder geval voor de zomer bij uwKamer op terug.De heer Ceulemans stelde de vraag of UWV alle huidige wettelijkemogelijkheden heeft ingezet; mevrouw Patijn had die vraag eigenlijk ook.Het UWV heeft nog niet alle middelen ingezet. Dat is ook de explicietevraag die ik heb gesteld: om te kijken wat er redelijkerwijs mogelijk is enwelke taken opgepakt of anders georganiseerd kunnen worden. Er zijnallerlei dingen denkbaar en daar wordt op dit moment heel goed naargekeken. Ook dat klinkt simpel, maar moet wel zorgvuldig gebeuren.Ondertussen kijken we vanuit het ministerie naar de aangepastewetgeving die nodig is om taakdelegatie en taakherschikking formeel tekunnen regelen. Het is dus en-en en dat loopt as we speak.De voorzitter:Dan geef ik heel even mezelf het woord voor een vraag.Voorzitter: PatijnDe heer Ceulemans (JA21):Ja, dat loopt. Het gaat erom dat het op een gegeven moment ookgeïmplementeerd is. Mijn vraag is dus wanneer we daar een terugkop-peling over kunnen verwachten. Is dat in dezelfde brief die kort voor dezomer, of in ieder geval voor de zomer, komt?Minister Paul:Ja.De heer Ceulemans (JA21):Oké, dank u wel.Minister Paul:Ja, dat nemen we mee in die brief die voor de zomer komt. Ik snap dat hetsoms op de Kamer zo overkomt dat we over allerlei dingen praten, maarwe hebben te maken met bepaalde beroepsgroepen en organisaties zoalsdie georganiseerd zijn en soms is het ook belangrijk dat te doorbreken,juist bij dit soort grote veranderingen. Die veranderingen vragen watinspanningen, maar daar zijn we volop mee bezig. Het is dus geenpraatclub; we pakken ook gewoon door.Zo meteen gaat de voorzitter de toezeggingen nog doornemen, maar ikzou de leden willen bedanken. Eigenlijk heeft iedereen een beetje degemengde gevoelens over het debat verwoord. Ik heb hopelijk kunnenoverbrengen dat we hier zowel vanuit UWV als vanuit SZW echt volle bakmee aan de slag zijn. Ook zijn we doordrongen van de ernst van desituatie en de noodzaak om zaken in het hier en nu echt aan te pakken enook al een fundament te leggen voor de toekomst.Misschien nog kort daarover, want daar is ook een vraag over gesteld. Wijnemen in ieder geval een stuk huiswerk op ons naar aanleiding van deadviezen van OCTAS. Wij willen dat een volgend kabinet met dat huiswerkzijn voordeel kan doen en al met die input aan de slag kan gaan. Dat gaatdan over de langetermijnveranderingen en een eventuele stelselwijziging.We doen dus wat we kunnen en hopelijk kunnen we met de zaken die nogrichting de Kamer komen, meer comfort bieden over de stappen dieworden gezet.Dank aan de Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86748 De heer Ceulemans (JA21):Als mevrouw Patijn mij dan nog heel even het woord kan geven over eenvraag die is blijven liggen ...De voorzitter:Ja, ik geef de heer Ceulemans het woord.De heer Ceulemans (JA21):Ik had nog een vraag gesteld over de verdwenen artsen.Minister Paul:O ja. We doen ... Of niet «we», want ik doe dat niet persoonlijk, maar hetUWV doet echt zijn stinkende best om de artsen te behouden. Datbetekent dat hun een aanbod wordt gedaan om vast in dienst te treden. Erzijn inderdaad een paar artsen in dienst getreden, zo heb ik begrepen,maar dat geldt helaas niet voor die 35 artsen die vertrokken zijn. Dezediscussie heb ik ook gevoerd in andere debatten over zzp, zelfstandigheiden schijnzelfstandigheid en wat dies meer zij. Er zijn mensen die heelbewust kiezen voor die zelfstandige positie en die niet in dienst willentreden, maar wij zullen ons best blijven doen om mensen toch over tehalen om voor die mooie, maatschappelijk belangrijke baan te kiezen. Erworden dus concrete aanbiedingen gedaan.Voorzitter: CeulemansDe voorzitter:Dank u wel, Minister. Dan kom ik bij de gedane toezeggingen, met dankaan de griffie. Ik loop ze een voor een af en ik hoor het wel als er iemandop aanslaat.–De Minister komt voor de zomer terug op het standaardiseren van eenvergoedingsregeling en neemt de keteneffecten daarbij mee. Dat iseen toezegging aan het lid Neijenhuis, die knikt.–De Minister komt binnen twee weken met een schriftelijke reactie ophet AD-artikel. Dat is een toezegging aan het lid Patijn. Dit zal gebeurenvoor het tweeminutendebat, voeg ik daar zelf even aan toe.–De Minister informeert de Kamer rond de zomer over de mogelijkhe-den van de taakherschikking/-delegatie en de eventuele wetswijziging.Dit is een toezegging aan het lid Ceder.–De Minister zegt toe in gesprek te gaan met de pensioenfondsen en hetUWV om de neveneffecten zo veel mogelijk te beperken en komt hiervoor de zomer op terug. Dat is een toezegging aan het lid Patijn.–De Minister komt voor de zomer terug op de planning van de af tehandelen dossiers. Dit is een toezegging naar aanleiding van de vraagvan het lid Patijn.–De Minister komt voor de zomer terug op de manier waarop de Kamergeïnformeerd wordt over de voortgang van deze problematiek en debegrijpelijkheid van de brieven. Dit is een toezegging naar aanleidingvan de vraag van het lid Bühler over het monitoren van deze proble-matiek door de Kamer.–De Minister komt voor de zomer terug op de werkprocessen en hetupdaten van de handboeken bij het UWV. Dit is een toezegging naaraanleiding van de vraag van het lid Ceulemans.–De Minister komt voor de zomer terug op het wel of niet verlengen vande hersteloperatie naar aanleiding van de cijfers van 2025.Ja, dit klopt allemaal, zie ik. Meneer De Kort?De heer De Kort (VVD):Ik had nog één andere toezegging gehoord, namelijk de toezegging om ingesprek te treden met de Landelijke Cliëntenraad over de begrijpelijkheidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86749 van de hersteloperatie, maar ook van de WIA-uitkeringen. Die toezeggingwas aan mij gedaan, volgens mij.De voorzitter:Ik geef het woord aan de Minister, maar dat is ... O, mevrouw Patijn nog?Dan doen we het in één keer.Mevrouw Patijn (GroenLinks-PvdA):Ik mis nog de toezegging om het gesprek aan te gaan met de Stichtingvan de Arbeid en de CAOP. Daar zou ik ook graag een datum aangekoppeld hebben. Ook mis ik de toezegging – volgens mij zag ik daaropeen knik – over het communiceren over het kunnen aankloppen bij hetUWV als je nog iets open hebt staan. Daarnaast mis ik nog een toezeggingover het in gesprek gaan met de belangenbehartigers over de plausibiliteitvan de beoordelingen.De voorzitter:Ja. Dat zijn vragen naar aanleiding van contacten die de Minister nog gaathebben, dus we kunnen de Minister vragen of zij daarvan een terugkop-peling wil geven.Minister Paul:Al die toezeggingen kloppen en al deze zaken kan ik ook doen. Alleen iseen toezegging volgens mij pas een toezegging op het moment dat erschriftelijk ook weer iets over terugkomt naar de Kamer. Als de Kamer datgoedvindt, zou ik al deze zaken willen meenemen in die brief die voor dezomer komt, want dat is volgens mij het meest efficiënt. Maar u mag eropvertrouwen dat we zaken niet onnodig voor ons uit schuiven, maargewoon in gesprek gaan. Daarom vermeldde ik ook nog expliciet dat ikgisteren al in gesprek was met de Landelijke Cliëntenraad, omdat dat overhet algemeen ook gewoon doorlopende gesprekken zijn. Het is dus nietiets wat we eenmalig doen en daarna nooit meer. Het zijn vaak construc-tieve, doorlopende contacten. Ik zie uw verzoeken dan ook als eenaansporing om dat te blijven doen.De voorzitter:De heer Neijenhuis heeft daar nog een vraag over.De heer Neijenhuis (D66):Ik heb ook nog een toezegging gekregen op het gebied van het rechtma-tigheidscijfer. Bij het jaarverslag zou erop worden teruggekomen. Er wassprake van een soort verbeteringsslag voor dat cijfer, en volgens mij istoegezegd om daar bij het jaarverslag op terug te komen.Minister Paul:Ja, volgens mij heb ik in mijn beantwoording aangegeven dat het UWVdaar sowieso bij zal stilstaan in het jaarverslag 2025. Dat gaat dusgebeuren en dat jaarverslag zal ergens in de komende maandenverschijnen. Daarnaast gaan we over het jaarverslag 2026 de nieuwedefinitie hanteren en nader toelichten. Maar dat gaat dus over hetjaarverslag van het UWV. Dat klopt dus, ja.De voorzitter:Goed, dank.–Voor wat betreft de terugkoppeling zegt de Minister dus toe om degesprekken aan te gaan die zijn toegezegd. Dat wordt niet onnodig vervooruitgeschoven en de formele afdoening daarvan volgt in een briefvoor de zomer.Oké. Dan rest mij nog te zeggen dat er een tweeminutendebat is aange-vraagd door de heer Ceder, die daarin dus de eerste spreker zal zijn. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86750 kom nu tot een afronding van dit debat. Ik dank iedereen die dit debatgevolgd heeft op de publieke tribune en thuis. Ik dank de Minister voorhaar aanwezigheid en voor haar antwoorden en ik dank de commissievoor de deelname aan het commissiedebat, dat ik bij dezen sluit.Sluiting 13.55 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 86751

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 790d6d9a65bf4ac6

14 okt 2026 · 1ca3febd71fb6727

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingWIA-problematiek
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 21 januari 2026 over WIA-problematiek

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.