KamerkringInloggen
Kamerstuk

Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport

20 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 838ffcab89f80c41 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 917Wijziging van de Mediawet 2008 in verband metde versterking van de uitvoering van de publiekemediaopdracht op lokaal niveauNr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADERRAPPORT Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van deRaad van State d.d. 19 november 2025 en het nader rapport d.d. 17 maart2026, aangeboden aan de Koning door de Minister van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad vanState is cursief afgedrukt.Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 10 juli 2025,nr. 2025001565, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van deRaad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wetrechtstreeks aan mij te doen toekomen.Dit advies, gedateerd 19 november 2025, nr. W05.25.00173/I, bied ik Uhierbij aan.De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.Bij Kabinetsmissive van 10 juli 2025, no.2025001565, heeft Uwe Majesteit,op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bijde Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangiggemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Mediawet 2008 inverband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaop-dracht op lokaal niveau, met memorie van toelichting.Inhoud van het wetsvoorstelLokale publieke omroepen vervullen verschillende belangrijke publiekefuncties: zij voorzien burgers van lokaal nieuws, doen journalistiekonderzoek, en zorgen voor lokale verbinding. Volgens de regering staathet werk van lokale publieke omroepen onder druk en kunnen zij dezefuncties niet altijd goed uitoefenen. Met het wetsvoorstel wil de regeringdaar verandering in brengen en de positie van lokale publieke omroepenverstevigen. Zo wordt voorgesteld om lokale publieke omroepen voortaanvanuit het Rijk te bekostigen in plaats van door gemeenten. Verder wordthet aantal omroepen teruggebracht tot tachtig en zullen deze omroepengrotere gebieden gaan bedienen. Ook wordt de procedure voor kst-36917-4ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 41 aanwijzing van lokale publieke omroepen aangepast. De StichtingNederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) moet fungeren alssamenwerkings- en coördinatieorgaan voor deze omroepen.Versterken lokale journalistiekDe Afdeling advisering van de Raad van State onderschrijft het belang vaneen sterke lokale journalistiek voor de democratische rechtsstaat. Deregering verwacht dat het centraliseren van de bekostiging en deschaalvergroting van lokale publieke omroepen de lokale onafhankelijkejournalistiek versterkt. Die verwachting moet nader worden gemotiveerd.Uit de toelichting bij het wetsvoorstel blijkt namelijk onvoldoende dat devoorgestelde maatregelen daadwerkelijk leiden tot voldoende toereikendebekostiging van lokale publieke omroepen om de uitoefening van hunpublieke functies te versterken. De voorgestelde maatregelen kennenbovendien risico’s. Grotere omroepen staan verder af van de lokalegemeenschappen waardoor het voor hen juist moeilijker kan zijn om hunpublieke functies uit te oefenen.Maximumaantal omroepgebiedenDe Afdeling adviseert om het maximum van tachtig omroepgebieden nietin de wet vast te leggen. Dit wettelijke maximum maakt het namelijk lastigom het gebied van een omroep op te knippen als blijkt dat het te groot isof onvoldoende een eigen geografische, economische en sociaal-cultureleidentiteit heeft.Criteria voor aanwijzing van lokale publieke omroepenZowel de gemeenteraad als de NLPO adviseert straks het Commissariaatvoor de Media bij de aanwijzing van een lokale publieke omroep. DeAfdeling adviseert de voorgestelde verdeling van de criteria aan de handwaarvan de NLPO en de gemeenteraad adviseren opnieuw te bezien ofanders nader toe te lichten, om er voor te zorgen dat de lokale publiekeomroep voldoende lokale binding houdt.Beschermen bijzondere persoonsgegevensTot slot adviseert de Afdeling om in het wetsvoorstel nader te concreti-seren welke passende maatregelen moeten worden uitgewerkt om debijzondere persoonsgegevens te beschermen van vertegenwoordigersvan maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingenbij een lokale publieke omroep.In verband daarmee dient het wetsvoorstel nader te worden overwogen.1. Aanleiding voor het wetsvoorstel Lokale media vervullen belangrijke publieke functies voor het levendhouden en vitaliseren van de lokale democratie.1 Lokale publiekeomroepen zorgen ervoor dat burgers onafhankelijk worden geïnformeerdover lokale maatschappelijke en politieke thema’s. Daarnaast vervullen zeeen belangrijke rol in het controleren van het lokale bestuur en het1Vervolgadviesaanvraag publieke waarden en democratische functies van media en nieuws-voorziening op lokaal niveau, Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 35 300-VIII, nr. 159.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 42 agenderen van thema’s.2 Ook dragen ze bij aan het verbinden vanbevolkingsgroepen en het bevorderen van educatie en cultuur.3 Voor dewerking van de lokale democratie zijn sterke en onafhankelijke lokalepublieke omroepen van groot belang. De controlerende functie van dezeomroepen heeft bovendien aan belang gewonnen, omdat lokaleoverheden door de decentralisatie van taken een steeds belangrijkere rolvervullen in het leven van burgers.4Het huidige stelsel van lokale publieke omroepen staat onder hogespanning. Lokale publieke omroepen kunnen hierdoor op veel plekken inNederland hun publieke functies niet naar behoren waarmaken, zoconstateert de regering op basis van verschillende onderzoeken enadviezen.5 Er is sprake van versnippering en een gebrekkige inhoudelijkeen organisatorische samenwerking tussen publieke omroepen.6 Daarnaastbeschikken vooral lokale media in kleine en middelgrote gemeenten overte weinig middelen en (journalistiek geschoolde) menskracht.7 Bovendienzijn lokale publieke omroepen voor financiering afhankelijk van degemeenten die zij tegelijkertijd moeten controleren.8 Tot slot schiet hetbereik van lokale publieke omroepen op veel plekken tekort.92. Inhoud van het wetsvoorstel De regering is daarom voornemens om het mediabestel op lokaal niveaute wijzigen.10 Met het wetsvoorstel stelt de regering allereerst voor om debekostiging en organisatie van de lokale publieke omroepen te wijzigen.11Bekostiging van de omroepen gebeurt niet langer via gemeenten, maarwordt opgenomen in de mediabegroting van het Ministerie van OCW. Welblijft het mogelijk voor gemeenten om in aanvulling daarop tot eenbepaald bedrag vrijwillig bij te dragen aan het uitvoeren van de lokalepublieke mediaopdracht.Verder wordt de schaal van lokale publieke omroepen vergroot en hetaantal gemaximeerd: voortaan worden maximaal tachtig omroepenaangewezen voor verzorgingsgebieden die één of meer gemeentenbeslaan. Ook wordt de procedure voor aanwijzing van een media-instelling als lokale publieke omroep aangepast. Er worden meer criteriavastgelegd waarmee een aanvraag tot aanwijzing wordt beoordeeld.Daarnaast bepaalt het wetsvoorstel welke adviezen het Commissariaatvoor de Media (hierna: het Commissariaat) bij de beoordeling van eenaanvraag betrekt en hoe wordt omgegaan met meerdere aanvragen voorhetzelfde verzorgingsgebied. Bij de aanvraag moeten media-instellingen2De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Raad voor Cultuur (RvC) noemen dit dedemocratische functies van lokale publieke omroepen, zie «Lokale media: Niet te Missen»,november 2020. Zie ook de WRR beschrijft deze functies in zijn adviesrapport «Aandacht voorMedia», september 2024.3Dit worden ook wel de maatschappelijke functies van lokale publieke omroepen genoemd, zieROB en RvC, «Lokale media: Niet te Missen», november 2020.4ROB en RvC, «Lokale media: Niet te Missen», november 2020, p. 22.5Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.1 (Aanleiding) en ROB en RvC,Advies organisatie en financiering lokale publieke omroepen (briefadvies), 3 september 2019.6ROB en RvC, «Lokale media: Niet te Missen», november 2020, p. 36.7ROB en RvC, «Lokale media: Niet te Missen», november 2020, p. 44 en 67.8ROB en RvC, «Lokale media: Niet te Missen», november 2020, p. 50.9ROB en RvC, «Lokale media: Niet te Missen», november 2020, p. 51.10Kamerstukken II 2024/25, 32 827, nr. 326 (Kamerbrief toekomst mediabeleid).11De toelichting verduidelijkt dat de Mediawet 2008 in territoriale zin is begrensd tot hetEuropese deel van Nederland. De regering stelt met dit voorstel geen wijzigingen voor van deMediawet BES. Het kabinet onderzoekt hoe de journalistiek in Caribisch Nederland versterktkan worden. Daartoe is in 2024 een verkenner aangesteld. Het streven is om de bevindingen in2027 met de Tweede Kamer te delen. Zie Kamerstukken II 2025/26, 36 800-VIII, nr. 16 (Mediabe-grotingsbrief 2026).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 43 een beleidsplan overleggen waaruit blijkt hoe ze gaan zorgen voor eenlokaal toereikend media-aanbod.Tot slot wordt met het wetsvoorstel de NLPO aangewezen als rechts-persoon met als wettelijke taak te zorgen voor samenwerking encoördinatie tussen lokale publieke omroepen. Het toezicht op de NLPOwordt op enige afstand van de politiek geplaatst: voor toezicht op dedagelijkse gang van zaken wordt een Raad van Toezicht benoemd en is derechtstreekse betrokkenheid van de Minister beperkt. Ook komt de NLPOmet het wetsvoorstel (net als de lokale publieke omroepen) onder hettoezicht van het Commissariaat te vallen.123. Effectiviteit bekostiging en schaalvergroting Met het wetsvoorstel beoogt de regering het fundament van de lokalepublieke omroepen te verstevigen. De meest ingrijpende maatregelen zienop het wijzigen van de bekostiging en op het vergroten van de schaal vanlokale publieke omroepen. Deze maatregelen moeten er volgens deregering voor zorgen dat lokale publieke omroepen met sterke, professi-onele en onafhankelijke journalistiek hun publieke functies beter waarkunnen maken.13a. Bekostiging door het Rijk Lokale publieke omroepen ontvangen van gemeenten een vergoeding vande kosten voor het verzorgen van een lokaal toereikend media-aanbod.14Gemeenten betalen deze vergoeding uit de algemene uitkering uit hetgemeentefonds. Voor deze vergoeding wordt jaarlijks een richtsnoer-bedrag vastgesteld, maar gemeenten kunnen daar van afwijken.Gemiddeld plussen gemeenten dit op, al zijn er ook gemeenten die geenlokale publieke omroep hebben en er dus niets aan besteden engemeenten die minder dan het richtsnoerbedrag toekennen.15Volgens de regering leidt de huidige wijze van bekostigen van lokalepublieke omroepen tot problemen.16 De basisfinanciering van lokaleomroepen is inconsistent en in veel gevallen te laag voor de vervullingvan de publieke functies.17 Daarnaast staat volgens de regering deonafhankelijkheid van lokale publieke omroepen onder druk als gevolgvan de bekostiging door gemeenten. De regering stelt daarom voor om debekostiging over te hevelen van gemeenten naar de mediabegroting vanhet Ministerie van OCW, en dat budget aan te vullen met een ophoging.18De toelichting maakt onvoldoende duidelijk of van de nieuwe bekosti-gingswijze daadwerkelijk een versterking van lokale publieke omroepenverwacht kan worden. De toelichting geeft onvoldoende inzicht in deomvang van de bekostiging als gevolg van het wetsvoorstel.19 Het is niet12In bijzondere gevallen kan het Commissariaat deze instellingen een aanwijzing geven alssprake is van wanbeheer of ondeugdelijke bedrijfsprocessen.13Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.1 (Aanleiding).14Artikel 2.170b, tweede lid, van de Mediawet 2008.15ROB en RvC, «Lokale media: Niet te Missen», november 2020, p. 44.16Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.2 (Overheveling financiering vangemeentefonds naar Rijk en investering).17Beleidsevaluatieonderzoek Streekomroepvorming, Kwink, september 2021, p. 32–33. Deregering onderkende in zijn reactie op het WRR-rapport «Aandacht voor Media. Naar nieuwewaarborgen voor hun democratische functies» eveneens dat journalistieke professionaliseringafhangt van de financiële slagkracht van omroepen, zie: Kamerstukken II 2024/25, 32 827, nr.370, p. 13.18Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.2 (Overheveling financiering vangemeentefonds naar Rijk en investering).19Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 7 (Financiële gevolgen).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 44 duidelijk hoeveel budget er als gevolg van de overheveling uit hetgemeentefonds aan de mediabegroting wordt toegevoegd en op welkbudget lokale omroepen straks kunnen rekenen.Daarnaast blijkt uit het wetsvoorstel en de toelichting onvoldoende dat debekostiging straks toereikend is. De voorgestelde bekostiging gaatnamelijk uit van een verdeling van beschikbare middelen, in plaats vanbekostiging gebaseerd op de daadwerkelijke kosten van de versterkingvan lokale publieke omroepen. Voor de hoogte van de bekostiging doorhet Rijk wordt het richtsnoerbedrag als vertrekpunt genomen,20 maar ditbedrag is zoals aangegeven in beginsel te laag en wordt gemiddeldgenomen door gemeenten aangevuld. Van verschillende kanten is eenminimale bekostiging geadviseerd van € 2 per inwoner.21 Hetwetsvoorstel laat onduidelijk of de hoogte van de bekostiging daarmeestraks vergelijkbaar is. Aan het bedrag dat uit het gemeentefonds wordtovergeheveld wordt weliswaar nog een bedrag toegevoegd van € 18miljoen,22 maar niet duidelijk is of dat toereikend is om het versterken vande lokale publieke omroepen te bekostigen. Uit de beschikbare finan-ciering moeten bovendien ook nog de taakuitbreidingen van de NLPO enhet Commissariaat worden bekostigd.23De verdeling van de voor de lokale omroepen beschikbare middelengebeurt op basis van vaste percentages, en niet op basis van eenvastgesteld minimumbedrag of een vast bedrag per inwoner. Volgens detoelichting heeft die wijze van verdeling als voordeel dat het bedragmakkelijker kan meebewegen «met ontwikkelingen in de rijksmediabij-drage».24 Deze systematiek heeft echter ook invloed op bijvoorbeeld devoorspelbaarheid van het door het Rijk beschikbaar gestelde budget. Hetis voor hun onafhankelijkheid van belang dat omroepen kunnenbeschikken over adequate, duurzame en voorspelbare financiële middelenvoor het vervullen van hun publieke opdracht.25 De toelichting maakt nunog onvoldoende duidelijk dat de voorgestelde systematiek aan dezerandvoorwaarden voldoet.Daar komt bij dat de regering ervan uitgaat dat gemeenten ook in denieuwe bekostigingssystematiek voor aanvullende bekostiging zullenblijven zorgen. Onduidelijk is waar die verwachting op is gebaseerd. In deconsultatie is namens gemeenten aangegeven dat naar verwachtingweinig gemeenten gebruik zullen maken van de mogelijkheid om teblijven zorgen voor aanvullende financiering in de nieuwe bekostigings-20Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.2 (Overheveling financiering vangemeentefonds naar Rijk en investering).21De ROB en de RvC adviseerden in 2020 om de bijdrage substantieel te verhogen naar 2 europer inwoner. Een advies dat ook door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek is gedaan.22Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.2 (Overheveling financiering vangemeentefonds naar Rijk en investering).23Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 7 (Financiële gevolgen). Uit deuitvoeringstoetsen blijkt dat het Commissariaat inschat hiervan jaarlijks minimaal 3 miljoeneuro nodig te hebben en de NLPO 3,9 miljoen euro.24Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.2 (Overheveling financiering vangemeentefonds naar Rijk en investering).25Artikel 5, derde lid, van Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raadvan 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op deinterne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 45 systematiek.26 Uit de toelichting blijkt onvoldoende of een eventueelafnemende bereidheid van gemeenten om aanvullende financiering teverzorgen wordt gecompenseerd door de voorgestelde ophoging. Hetrisico bestaat dat de totale investering in de lokale publieke omroependaardoor achterblijft bij wat de regering voor ogen heeft.Tot slot gaat de toelichting onvoldoende in op eventuele alternatievemaatregelen om lage, inconsistente of afhankelijke bekostiging aan tepakken. In navolging van het advies van de ROB en de RvC heeft deregering gekozen voor overheveling van de bekostigingstaak naar het Rijk.Dat is een ingrijpende wijziging van de verhoudingen in het lokalemediabestel. Het is daarvoor niet alleen noodzakelijk de geschiktheid vandie overheveling te motiveren, maar ook om in te gaan op deongeschiktheid van andere maatregelen die de geconstateerde problemenkunnen oplossen. De regering gaat in de toelichting bijvoorbeeld niet inop het substantieel ophogen van de minimale bijdrage door gemeenten,het verstrekken van specifieke uitkeringen of subsidies door het Rijk of hetvergroten van de ruimte voor omroepen om inkomsten uit anderebronnen te verwerven.De Afdeling adviseert om in de toelichting alsnog inzicht te geven in deomvang van de bekostiging, te motiveren dat deze toereikend is voor hetversterken van de lokale publieke omroepen, en daarbij aandacht tebesteden aan eventuele alternatieve bekostigingsmaatregelen.De Afdeling maakt een aantal opmerkingen over de voorgesteldebekostiging van de lokale publieke omroepen.Ten eerste stelt de Afdeling dat de toelichting onvoldoende duidelijkmaakt of van de nieuwe bekostiging daadwerkelijk een versterking van delokale publieke omroepen kan worden verwacht. De regering wilvooropstellen dat de voorgestelde bekostigingssystematiek deel uitmaaktvan een samenhangend pakket aan maatregelen dat als geheel leidt tot deversterking van de lokale publieke omroep. De overheveling van debekostiging naar het Rijk en de ophoging van het bedrag dragen daaraanbij. Met de overheveling wordt gegarandeerd dat de beschikbaremiddelen naar de lokale omroepen gaan. De combinatie met de schaalver-groting naar maximaal tachtig lokale publieke omroepen betekent dat hettotaalbudget met ingang van het nieuwe stelsel verdeeld zal worden overaanzienlijk minder lokale publieke omroepen dan in de huidige situatie.Bovendien is in de toekomst voorafgaand aan de start van de aanwijzings-procedure voor ieder lokaal verzorgingsgebied duidelijk wat het voorge-nomen beschikbare budget voor de gehele komende aanwijzingsperiodevan vijf jaar is. Dit zorgt voor meer voorspelbaarheid en continuïteit vande bekostiging voor lokale publieke omroepen dan nu het geval is. Tenslotte creëert het wetsvoorstel de mogelijkheid voor gemeenten om ook inhet nieuwe stelsel financieel bij te dragen aan de lokale publieke omroep.Al deze maatregelen bijeengenomen leiden tot versterking van de lokalepublieke omroep.26VNG Consultatieadvies wijziging mediawet, 20 februari 2025. Deels zou dat komen door destrenge voorwaarden voor aanvullende financiering die weinig ruimte laten. Zo kunnengemeenten hier niet langer incidenteel toe besluiten, aangezien zij dit vóór de start van eenaanwijzingsprocedure kenbaar moeten maken. Dat laat weinig ruimte voor aanvullendemediaopdrachten passend bij een thema dat zich pas later in de aanwijzingsperiode aandient.Ook de afname in het ervaren «eigenaarschap» van de lokale mediaopdracht kan debereidheid tot aanvullende financiering flink verkleinen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 46 Volgens de Afdeling geeft de toelichting ook onvoldoende inzicht in deomvang van de bekostiging als gevolg van het wetsvoorstel. Het is, aldusde Afdeling, niet duidelijk hoeveel budget er door de overheveling uit hetgemeentefonds wordt toegevoegd aan de mediabegroting of op welkbudget lokale omroepen straks kunnen rekenen. Naar aanleiding van dezeopmerking van de Afdeling is de toelichting in de paragrafen 2.2 en 2.7uitgebreid om meer duidelijkheid te geven over het totale budget dat aande mediabegroting wordt toegevoegd. Ook is uitgelegd dat bedragen perlokaal verzorgingsgebied pas kunnen worden vastgesteld wanneer deindeling in lokale verzorgingsgebieden, die gebeurt bij algemenemaatregel van bestuur, is bepaald.De Afdeling geeft aan dat uit het wetsvoorstel en de toelichting onvol-doende blijkt dat de bekostiging straks toereikend is, nu wordt uitgegaanvan het bedrag dat door het Rijk beschikbaar zal worden gesteld en nietvan de middelen die omroepen in de praktijk nodig hebben. Naaraanleiding van deze opmerking brengt de regering naar voren dat zij in delaatste jaren verschillende adviezen heeft ontvangen over een hogerebekostiging voor lokale publieke omroepen. Deze adviezen lopen uiteen:van € 2 per inwoner met een aftopping op 200 duizend inwoners, uit hetmodel van de Raad voor het Openbaar bestuur (hierna: ROB) en de Raadvoor Cultuur (hierna: RvC), tot een journalistieke basis van 3 fte. Dit laatstebetreft een advies van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek(SvdJ).27 Er is getracht zo veel mogelijk aansluiting te zoeken bij dezeadviezen, met inachtneming van de uitkomsten van politieke besluit-vorming over de beschikbaarstelling van middelen. Het voorziene nieuwetotaalbudget van circa € 31 miljoen betekent een verhoging ten opzichtevan de huidige totale gemeentelijke bekostiging.28 Daarnaast biedt ditwetsvoorstel meerjarige bekostiging in alle lokale verzorgingsgebieden.Het resultaat is dat voortaan de journalistieke basisfuncties in ieder lokaalverzorgingsgebied kunnen worden uitgeoefend. De toelichting is op ditpunt uitgebreid. Volgens de regering is de toereikendheid van debekostiging daarmee in voldoende mate inzichtelijk gemaakt.De Afdeling stelt dat de toelichting nu nog onvoldoende duidelijk maaktdat de voorgestelde verdeelsleutel per lokaal verzorgingsgebied voldoetaan de randvoorwaarden van adequate, duurzame en voorspelbarefinanciële middelen voor het vervullen van de publieke mediaopdracht. Inparagraaf 2.2 is de toelichting uitgebreid om meer inzicht te geven in devoorgestelde verdeelsleutel, en in de keuze van de regering om deze toete passen op de rijksmediabijdrage, die automatisch wordt geïndexeerd.De lokale publieke omroepen kunnen zo aanspraak maken op dezelfdejaarlijkse indexatie als de andere instellingen op de mediabegroting.Verder wijst de regering er nogmaals op dat volgens het wetsvoorstelvoorafgaand aan de start van de procedure voor aanwijzing als lokalepublieke omroep voor ieder lokaal verzorgingsgebied duidelijk is wat hetvoorgenomen beschikbare budget is voor de gehele komende aanwij-zingsperiode van vijf jaar. Dit zorgt voor meer voorspelbaarheid encontinuïteit van de bekostiging voor lokale publieke omroepen dan nu hetgeval is.Ook maakt de Afdeling opmerkingen over de gemeentelijke financiering,en wel over de financiering zoals zij nu is, en over de financiering in devoorgestelde toekomstige situatie. De Afdeling schrijft dat gemeenten inde huidige situatie de bekostiging gemiddeld genomen «opplussen». De27Eindevaluatie Pilot professionalisering lokale publieke mediadiensten, SvdJ, april 2022.28De totale gemeentelijke bekostiging van lokale omroepen was in 2024 € 21,9 miljoen. Dit blijktuit de Evaluatie van de bekostiging van de Lokale Publieke Media-Instellingen 2022 – 2024 vanhet Commissariaat, nog te publiceren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 47 regering ziet dat dit gemiddeld inderdaad zo is, zoals bijvoorbeeld blijkt uitde driejaarlijkse evaluatie van het Commissariaat.29 Tegelijkertijd ziet deregering dat 43 procent van de gemeenten een bekostiging toekent dielager is dan het richtsnoerbedrag. Slechts 22 procent van de gemeentenkent een relatief hoge bekostiging toe (meer dan 5 procent boven hetrichtsnoerbedrag per inwoner). In absolute zin keren gemeenten dus meerdan het richtsnoerbedrag uit aan de lokale publieke omroepen, maar hetbeeld is over het land ongelijk verdeeld: de hogere bijdrage komt van degrotere gemeenten; zo wordt het gemiddelde omhoog getrokken. Deregering acht het daarom nodig de uitspraak van de Afdeling op dit puntte nuanceren.De Afdeling maakt de opmerking dat de regering ervan uitgaat datgemeenten ook in de nieuwe bekostigingssystematiek voor aanvullendebekostiging zullen blijven zorgen. Het voorstel van de regering gaat daarechter niet van uit. Het wetsvoorstel biedt enkel de mogelijkheid voorgemeenten om aanvullend te bekostigen, voor zover zij dat zouden willenvanuit hun autonome bevoegdheid. Daardoor blijft er ruimte voormaatwerk, zodat gemeenten ook in het nieuwe stelsel kunnen inspelen opspecifieke lokale omstandigheden en wensen.Ten slotte adviseert de Afdeling om in te gaan op overwogen alterna-tieven. Het gaat dan om achtereenvolgens (1) verhogen van het richt-snoerbedrag en toevoegen van de extra middelen aan het gemeente-fonds, (2) bekostiging door middel van een specifieke uitkering, (3) eenhybride vorm van bekostiging waarbij zowel het Rijk als gemeentenbijdragen, en (4) ruimere inzet op reclame-inkomsten. De toelichting inparagraaf 2.2 is op dit punt uitgebreid, inclusief de argumenten van deregering om deze alternatieven niet te omarmen.30Naar aanleiding van de opmerkingen van de Afdeling over de voorge-stelde bekostiging door het Rijk zijn de paragrafen 2.2 en 2.7 van detoelichting aangevuld.b. Schaalvergroting Het wetsvoorstel bepaalt dat het huidige aantal van 224 lokale publiekeomroepen wordt teruggebracht naar maximaal 80. Deze schaalvergrotingzou volgens de regering moeten leiden tot een grotere financiële armslagvoor de omroepen en meer ruimte om in journalistieke kwaliteit teinvesteren.31 Momenteel ontstaat schaalvergroting doordat lokaleomroepen op vrijwillige basis streekomroepen vormen.32 Vanuit dieervaring is ook zicht op de effecten van de schaalvergroting van lokaleomroepen. De voordelen die door deze omroepen zelf worden genoemdgaan over het grotere potentiële bereik van de omroep, betereprogramma’s en een betere organisatorische basis van de omroep.33De Afdeling merkt op dat schaalvergroting ook risico’s met zich brengtvoor de mate waarin lokale publieke omroepen hun publieke functieskunnen uitoefenen. Sterke lokale journalistiek vraagt om een goed begripvan de lokale context, de historie en het lokale netwerk en dat is op29Evaluatie Bekostiging lokale publieke media-instellingen 2019–2021, Commissariaat 2023, p.19.30Kamerstukken II 2024/5, 36 600-B, nr. 21.31Kamerstukken II 2011/12, 32 827, nr. 29, p. 2 (Kamerbrief toekomst mediabeleid).32NLPO definieert een streekomroep als een lokale publieke media-instelling met een aanwijzingvan het Commissariaat voor meer dan één gemeente binnen een streek zoals vastgelegd in destreekomroepkaart, of een federatie waarin de aangesloten omroepen tezamen beschikkenover de aanwijzingen voor meer dan één gemeente binnen dat gebied.33Streekomroepen in Nederland, Dialogic, IVIR en TNO, juli 2009.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 48 grotere afstand niet altijd gemakkelijk.34 Lokale publieke omroepen zijnsterk geworteld in de lokale gemeenschap. Juist door hun kleine schaal ende betrokkenheid van vele vrijwilligers hebben ze een nauwe band metlokale maatschappelijke en politieke thema’s.Straks moeten de omroepen vaak grotere en heterogene gebiedenbedienen die veelal uit meerdere gemeenten bestaan. Daarnaast kan eengrotere schaal het functioneren van een omroep complex maken doorhogere kosten en het verdelen van programmatische aandacht oververschillende gemeenschappen.35 De omstandigheid dat, zoals deregering toelicht, een omroep op zijn website een gedifferentieerd aanbodkan bieden,36 is hiervoor slechts ten dele een oplossing. De omroep heeftimmers voor televisie en radio in beginsel slechts telkens één kanaal terbeschikking.37De regering verwijst in de toelichting naar onderzoek van de ROB en deRvC waaruit blijkt dat regionale omroepen, die een grotere schaal hebben,er beter in slagen om hun democratische functies uit te oefenen.38 Zijprofiteren echter niet alleen van een grotere schaal, maar vooral van eenruimere bekostiging.39 Journalistieke professionalisering met behoud vanhet lokale karakter zou bovendien ook bereikt kunnen worden met anderevormen van samenwerking, bijvoorbeeld door samenwerking te zoekenmet andere lokale omroepen of met de regionale omroep.40Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling om toereikend temotiveren hoe de voorgestelde schaalvergroting leidt tot een versterkingvan de publieke functies van lokale publieke omroepen.De Afdeling maakt opmerkingen over de risico’s van schaalvergrotingvoor de mate waarin lokale publieke omroepen hun publieke functieskunnen uitoefenen. Sterke lokale journalistiek vraagt om een goed begripvan de lokale context, de historie en het lokale netwerk en dat is opgrotere afstand niet altijd gemakkelijk, zo stelt de Afdeling. De regeringbegrijpt deze opmerking, maar kan niet wegkijken van de geconstateerdeproblemen in de huidige situatie, die volgens haar schaalvergrotingnoodzakelijk maken. De regering heeft daarbij de door de Afdelingbenoemde risico’s onderkend en zij meent dat het wetsvoorstel de lokalebinding ook bij de opschaling van de verzorgingsgebieden voldoendeborgt. Voorbeelden zijn de versterkte criteria waaraan aanvragen voor eenaanwijzing als lokale publieke omroep moeten voldoen en die uitdrukkelijkbedoeld zijn om de lokale binding te borgen, de adviesrol voor degemeenteraad tijdens de aanwijzingsprocedure en de steviger eisen aanhet programmabeleid bepalend orgaan. Daarnaast heeft de indeling inlokale verzorgingsgebieden een kwalitatieve component, waarin lokalebinding terugkomt. Het verzorgingsgebied moet immers een kenbare34Koester de democratie! Eindrapportage Adviescommissie Versterken Weerbaarheid Democra-tische Rechtsorde, november 2023, p. 106. Bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 29 279, nr. 823.35Streekomroepen in Nederland, Dialogic, IVIR en TNO, juli 2009, p. 45.36Toelichting op het wetsvoorstel, artikelsgewijs deel, onderdeel SS (artikel 6.13).37Artikel 6.13, derde lid, aanhef en onder d-e, en vierde lid, aanhef en onder c-d, van deMediawet 2008. Voor doorgifte van eventuele extra televisie- of radioprogrammakanalenbinnen een lokaal verzorgingsgebied in het programmapakket van pakketaanbieders zalvolgens de regering het gesprek aan moeten worden gegaan met die pakketaanbieders.38ROB en RvC, «Lokale media: Niet te Missen», november 2020, p. 71. Zie Toelichting op hetwetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.3 (Schaalvergroting).39Regionale omroepen ontvingen in 2025 een OCW-bijdrage van 186,1 miljoen euro, gemiddeldmeer dan 10 euro per inwoner. Zie RPO Begroting 2025, bijlage bij Kamerstukken II 2024/25,36 600-VIII, nr. 53.40Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, Van Stoom naar Stroom, de weg naar professionali-sering, juni 2022, p. 14–15.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 49 identiteit hebben, of het gebied zijn waarbinnen het algemene leefpatroonvan de inwoners zich in belangrijke mate afspeelt.De Afdeling schrijft dat lokale publieke omroepen sterk geworteld zijn inde lokale gemeenschap, en dat ze juist door hun kleine schaal en debetrokkenheid van vele vrijwilligers een nauwe band hebben met lokalemaatschappelijke en politieke thema’s. De regering herkent dit, maar moettegelijkertijd vaststellen dat een sterke worteling op zichzelf weinig waardis als de lokale publieke omroep niet de omvang en professionaliteit heeftom zijn functies uit te kunnen oefenen. Wat betreft de inzet van vrijwil-ligers verwijst de regering naar de evaluatie van het SvdJ die in paragraaf2.3 van de toelichting wordt aangehaald, waaruit blijkt dat diverseomroepen aangaven dat ingehuurde professionals kennis met zichmeebrachten waarmee de vrijwilligers omhoog werden getild.41 Paragraaf2.3 van de toelichting is aangevuld om nader toe te lichten dat met namebij kleinere lokale publieke omroepen de uitoefening van de democra-tische functies onder druk staat, alsmede dat van schaalvergroting enprofessionalisering ook een positief effect wordt verwacht op de inzet vanvrijwilligers en de verbondenheid met het lokale verzorgingsgebied.De Afdeling benoemt de complexiteit bij het bedienen van een groter enmeer heterogeen verzorgingsgebied. Volgens de Afdeling is de omstan-digheid, zoals toegelicht door de regering, dat een omroep op zijn websiteeen gedifferentieerd aanbod kan bieden hiervoor slechts ten dele eenoplossing.42 De omroep heeft immers voor televisie en radio in beginselslechts telkens één kanaal ter beschikking, aldus de Afdeling.43 Deregering merkt op dat de Afdeling hierbij verwijst naar de zogeheten«must-carry-bepaling» uit de Mediawet 2008, die ziet op het doorpakketaanbieders verplicht door te geven standaardprogrammapakket. Inhet nieuwe stelsel betekent deze bepaling dat de pakketaanbieders perlokaal verzorgingsgebied één televisieprogrammakanaal en één radiopro-grammakanaal met aanbod van de lokale publieke omroep moetendoorgegeven. Dit betreft een minimumverplichting. Los van wat depakketaanbieders moeten doorgeven, hebben de lokale publiekeomroepen de mogelijkheid om op verschillende manieren programma-tisch te differentiëren, dat wil zeggen: het inzetten van meerdere kanalenof edities, zodat verschillende doelgroepen bediend kunnen worden. Inparagraaf 4.1 van de toelichting is beschreven welke mogelijkheden delokale publieke omroepen hebben om via FM en DAB+ programmatisch tedifferentiëren. Distributie van media-aanbod via internet biedt diemogelijkheid van differentiatie ook, bijvoorbeeld via videokanalen. Hetgebruik van internet voor programmatisch differentiëren wordt steedsbelangrijker, aangezien het gebruik van online media al jarenlangtoeneemt.44Volgens de Afdeling verwijst de regering in de toelichting naar onderzoekvan de ROB en de RvC waaruit blijkt dat regionale publieke omroepen, dieeen grotere schaal hebben, er beter in slagen om hun democratischefuncties uit te oefenen dan de lokale publieke omroepen. De Afdelingschrijft vervolgens dat die regionale publieke omroepen niet alleen van41Van Stoom naar Stroom, de weg naar professionalisering, Stimuleringsfonds voor deJournalistiek, juni 2022, p. 17–18.42Toelichting op het wetsvoorstel, artikelsgewijs deel, onderdeel SS (artikel 6.13).43Artikel 6.13, derde lid, aanhef en onder d-e, en vierde lid, aanhef en onder c-d, van deMediawet 2008. Voor doorgifte van eventuele extra televisie- of radioprogrammakanalenbinnen een lokaal verzorgingsgebied in het programmapakket van pakketaanbieders zalvolgens de regering het gesprek aan moeten worden gegaan met die pakketaanbieders.44Mediamonitor 2025, Commissariaat voor de Media, november 2025, p. 30.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 410 een grotere schaal profiteren, maar vooral van een ruimere bekostiging.45De regering merkt op dat in paragraaf 2.3 over schaalvergroting wordtvermeld dat grotere lokale publieke omroepen blijkens het advies van deROB en RvC in een betere uitgangspositie verkeren om de democratischefuncties op lokaal niveau uit te voeren. Er wordt niet verwezen naarregionale publieke omroepen. Dit is een bewuste keuze, juist gezien degrotere schaal en ruimere bekostiging van de regionale publiekeomroepen.Ten slotte brengt de Afdeling naar voren dat journalistieke professionali-sering met behoud van het lokale karakter ook bereikt zou kunnen wordenmet andere vormen van samenwerking, bijvoorbeeld met andere lokaleomroepen of met de regionale omroep. De regering deelt het standpuntdat deze samenwerking van nut kan zijn voor de versterking van de lokalepublieke omroep. In de praktijk is samenwerking ook al te zien. Zo is ereen Alliantie gesloten tussen de Stichting Regionale Publieke Omroep ende Stichting NLPO met afspraken over, onder andere, samenwerking engezamenlijke ontwikkeling.46 Daarnaast kiest de regering er echter voorom de lokale publieke omroepen zelf te versterken. De lokale publiekeomroepen kunnen zich met de nieuwe organisatiewijze en ruimerebekostiging ontwikkelen tot professionelere journalistieke organisaties,met behoud van hun unieke rol en aandacht voor lokale kleur. Door dezeontwikkeling worden zij een betere samenwerkingspartner voor onderandere regionale publieke omroepen en kan een grotere toegevoegdewaarde worden bereikt.Naar aanleiding van de opmerkingen van de Afdeling over de schaalver-groting is paragraaf 2.3 van de toelichting aangevuld.4. Maximum aantal lokale publieke omroepen Het wetsvoorstel bepaalt dat er ten hoogste tachtig lokale verzorgingsge-bieden zijn. Een verzorgingsgebied is een geografisch afgebakend gebieddat uit één of meer nabijgelegen gemeenten bestaat.47 Per verzorgings-gebied wordt een lokale publieke omroep aangewezen. De preciezeafbakening van de verzorgingsgebieden wordt bij algemene maatregelvan bestuur (amvb) vastgesteld.48De wet bepaalt dat een verzorgingsgebied zoveel mogelijk een gebied isdat een kenbare identiteit heeft of waarbinnen het algemene leefpatroonvan de inwoners zich in belangrijke mate afspeelt.49 Het gaat dan om hetgebied waarin iemand woont, leeft, werkt, de dagelijkse of niet-dagelijkseinkopen doet, uitgaat, sport of onderwijs volgt.50 Bovendien schrijft dewet voor dat een verzorgingsgebied wat betreft de oppervlakte of hetaantal inwoners aanmerkelijk kleiner is dan de provincie of elk van deprovincies waarmee het lokale verzorgingsgebied grondgebied deelt.5145Regionale omroepen ontvingen in 2025 een OCW-bijdrage van 186,1 miljoen euro, gemiddeldmeer dan 10 euro per inwoner. Zie RPO Begroting 2025, bijlage bij Kamerstukken II 2024/25,36 600-VIII, nr. 53.46Kamerstukken II 2023/24, 32 827, nr. 294.47Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.3 (Schaalvergroting).48Voorgesteld artikel 2.87h, eerste jo vijfde lid.49Voorgesteld artikel 2.87h, vierde lid.50Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.3 (Schaalvergroting). Zie ookVernieuwingsconvenant gemeenten – lokale omroepen 2015–2018 VNG, OLON, StichtingNLPO, 2015, onder 6.2.51Voorgesteld artikel 2.87h, derde lid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 411 Het wettelijk vastgestelde maximum van tachtig verzorgingsgebiedenbeperkt de flexibiliteit om in de toekomst mee te bewegen met eenverandering in lokale leefgebieden. De identiteit van een gebied kanimmers na verloop van jaren veranderen, waarna kan blijken dat hetverzorgingsgebied te groot is, of nog onvoldoende een eigen identiteitheeft. Bovendien heeft het totstandkomingstraject van de voorgesteldeindeling laten zien dat voor gemeenten andere indelingen eveneensdenkbaar zijn, waarbij de focus soms meer ligt op een geografische, eenbestuurlijke of een sociaal-culturele identiteit.52De Afdeling adviseert om het maximum van tachtig verzorgingsgebiedenniet in de wet vast te leggen, om de flexibiliteit te hebben om op basis vande kenbare identiteit en leefgebieden van burgers te komen tot meer dantachtig verzorgingsgebieden.De Afdeling merkt op dat het voorgestelde wettelijk vastgesteldemaximum van tachtig verzorgingsgebieden de flexibiliteit beperkt om inde toekomst mee te bewegen met een verandering in lokale leefgebieden.De regering kiest er toch voor om vast te houden aan het wettelijkvoorgeschreven maximumaantal van tachtig lokale verzorgingsgebieden.Volgens de regering is dit nodig voor een wezenlijke schaalvergroting enstabiele indeling in verzorgingsgebieden, die mogelijk maakt dat deomroepen beschikken over voorspelbare, duurzame en adequatefinanciële middelen voor het vervullen van hun publieke opdracht.53Bovendien is het vastleggen van het aantal lokale publieke omroepen inde Mediawet 2008 in lijn met de situatie op landelijk en regionaal niveau,waar dit eveneens het geval is.Daarnaast is met inachtneming van het maximum van tachtig flexibiliteitwel degelijk mogelijk. De indeling in lokale verzorgingsgebieden wordtvastgesteld bij algemene maatregel van bestuur en kan door wijzigingdaarvan worden aangepast. Hierbij dienen de criteria uit het voorgesteldeartikel 2.87h, derde en vierde lid, in acht te worden genomen. Ook alzouden, zoals de Afdeling schrijft, andere indelingen denkbaar zijn, datdoet er niet aan af dat het maximum van tachtig het resultaat is van eenmeerjarig opschalingsproces uit de sector zelf, waarbij gemaakte keuzeszijn onderbouwd aan de hand van criteria die in het wetsvoorstel zijnopgenomen. Ook een procedure onder regie van de Stichting NLPO in2024–2025, waarbij betrokken partijen, zoals gemeentebesturen en lokalepublieke omroepen, hun actuele zienswijze over de op dat momentvoorliggende indeling in tachtig verzorgingsgebieden konden geven, heeftniet geleid tot een getalsmatig ander resultaat.54De opmerkingen van de Afdeling over het maximum aantal lokalepublieke omroepen hebben niet geleid tot aanpassing van hetwetsvoorstel of de toelichting.5. Betrokkenheid gemeenten bij aanwijzing lokale publieke omroepen Met het wetsvoorstel neemt de afstand tussen lokale publieke omroepenen gemeenten toe. De adviesrol voor de gemeenteraad bij de aanwijzingvan lokale publieke omroepen wordt aangepast en ook de NLPO krijgt een52Zo hebben verschillende gemeenten en lokale omroepen andere indelingen bepleit dievolgens hen beter passend waren. Zie bijvoorbeeld Advies Change Board NLPO streekindeling2025, Hilversum, 14 mei 2025.53Artikel 5, derde lid, van Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raadvan 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op deinterne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid).54Zie noot 52.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 412 adviesrol. De NLPO en de gemeenteraad adviseren het Commissariaatstraks elk aan de hand van een eigen set van criteria.Een belangrijk uitgangspunt bij de verdeling van de adviescriteria isvolgens de toelichting dat de gemeenteraad niet adviseert over aspectendie raken aan de inhoud van het voorgenomen media-aanbod. Tegelij-kertijd blijft de binding tussen de lokale publieke omroep en het betref-fende lokale verzorgingsgebied volgens de regering ook onder het nieuwestelsel van groot belang.55Volgens de toelichting adviseert de gemeenteraad daarom over criteriadie zien op de lokale binding tussen een aanvrager en het lokale verzor-gingsgebied.56 Criteria die raken aan de inhoud van het voorgenomenmedia-aanbod zijn volgens de toelichting belegd bij de NLPO.De Afdeling onderkent het belang van het waarborgen van de onafhanke-lijkheid van het publieke media-aanbod.57 Onduidelijk is echter of debinding tussen de lokale publieke omroep en het betreffende lokaleverzorgingsgebied in de voorgestelde verdeling van de criteria voldoendetot uitdrukking komt. De advisering over hoe een lokale media-instellingde geografische en sociaal-culturele verscheidenheid binnen hetverzorgingsgebied wil bedienen en hoe het media-aanbod zichtbaar envindbaar zal zijn, is belegd bij de NLPO en niet bij de gemeente.58 Dezecriteria kunnen echter ook relevant zijn voor het beoordelen van de lokalebinding tussen een aanvrager en het lokale verzorgingsgebied. Detoelichting maakt onvoldoende duidelijk waarom deze criteria dusdanigraken aan de inhoud van het media-aanbod dat advisering door degemeenteraad niet passend zou zijn.De Afdeling adviseert om de verdeling van de adviescriteria tussen deNLPO en de gemeenteraad aan te passen, of toereikend te motiverenwaarom de voorgestelde verdeling in het kader van de aanwijzing vanlokale publieke omroepen passend is.De Afdeling heeft opmerkingen gemaakt bij de verdeling van de adviescri-teria tussen de NLPO en de gemeenteraad. Zij vindt onduidelijk of debinding tussen de lokale publieke omroep en het verzorgingsgebied in devoorgestelde verdeling voldoende tot uitdrukking komt. De adviseringover hoe een lokale media-instelling de geografische en sociaal-cultureleverscheidenheid binnen het verzorgingsgebied wil bedienen en hoe hetmedia-aanbod zichtbaar en vindbaar zal zijn, is belegd bij de NLPO en nietbij de gemeente, terwijl dit ook relevant is voor het beoordelen van delokale binding. Onvoldoende duidelijk is waarom, zoals de regeringschrijft in de toelichting, deze criteria zo raken aan de inhoud van hetmedia-aanbod dat advisering door de gemeenteraad niet passend zouzijn. De regering heeft in deze opmerkingen van de Afdeling aanleidinggezien om de verdeling van de adviescriteria aan te passen. De criteria diezien op respectievelijk de geografische en sociaal-culturele verschei-denheid en op de zichtbaarheid en vindbaarheid van het media-aanbodzijn nu ter advisering toebedeeld aan de gemeenteraad. Om de onafhan-kelijkheid van het media-aanbod van de lokale publieke omroep tenopzichte van de gemeenteraad buiten twijfel te stellen, is toegevoegd dat55Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragaaf 6.3 (Vereniging van NederlandseGemeenten).56Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.5 (Aanscherping van deaanwijzingsprocedure).57Artikel 2.1, tweede lid, onder d, van de Mediawet 2008 bepaalt dat publiek media-aanbodonafhankelijk moet zijn van overheidsinvloeden.58Voorgesteld artikel 2.87n, tweede lid, onderdeel b.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 413 het advies van de gemeenteraad niet ziet op de inhoud van het media-aanbod. De voorgestelde artikelen 2.87n en 2.87p zijn dienovereenkomstigaangepast. Paragraaf 2.5 van het algemeen deel van de toelichting en deartikelsgewijze toelichting bij artikel 2.87p zijn in overeenstemmingdaarmee bijgesteld.Naar aanleiding van de opmerkingen van de Afdeling over de betrok-kenheid van gemeenten bij de aanwijzing van lokale publieke omroepenzijn de artikelen 2.87n en 2.87p van het wetsvoorstel aangepast en zijnparagraaf 2.5 van het algemeen deel van de toelichting en de artikelsge-wijze toelichting bij artikel 2.87p van het wetsvoorstel bijgesteld.6. Inrichting NLPO Het voorstel voorziet in de aanwijzing door de Minister van eensamenwerkings- en coördinatieorgaan voor de uitvoering van de publiekemediaopdracht op lokaal niveau.59 Blijkens de toelichting is de regeringvoornemens om de huidige Stichting NLPO voor de duur van tien jaar aante wijzen als samenwerkings- en coördinatieorgaan.60 De NLPO is geenzelfstandig bestuursorgaan, maar een rechtspersoon met als wettelijketaak te zorgen voor samenwerking en coördinatie tussen lokale publiekeomroepen, het faciliteren van de omroepwerkzaamheden en het behar-tigen van collectieve zaken. Volgens de regering is bij deze werkzaam-heden geen sprake van de uitoefening van openbaar gezag.61De Afdeling kan die conclusie volgen. Zij merkt echter op dat het wel vanbelang is om in de toelichting uit te leggen dat ook het vaststellen van hetconcessiebeleidsplan geen uitoefening van openbaar gezag veronderstelt.Het concessiebeleidsplan wordt door de NLPO bij de Minister ingedienden bevat in elk geval een beschrijving van de wijze waarop in de komendevijf jaar de publieke mediaopdracht op lokaal niveau wordt uitgevoerd.Deze beschrijving is uitgewerkt in kwantitatieve en kwalitatieve doelstel-lingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van de lokalepublieke mediadienst.62Daarnaast bevat het een overzicht van de benodigde organisatorische,personele, materiële en financiële middelen en een beschrijving van debeoogde samenwerking met anderen. De kwantitatieve en kwalitatievedoelstellingen en voornemens over samenwerking vormen de randvoor-waarden voor de door de lokale media-instellingen op te stellen beleids-plannen.63 Hiermee krijgt het concessiebeleidsplan een grote en zomogelijk sturende betekenis voor aanvragers.64 Dit kan bij hen de indrukwekken dat er sprake is van openbaar gezag.De Afdeling adviseert om in de toelichting te motiveren dat met hetvaststellen van het concessiebeleidsplan ten behoeve van de aanwijzingvan lokale publieke omroepen geen sprake is van de uitoefening vanopenbaar gezag.59Voorgesteld artikel 2.87d.60Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.4 (Wettelijk samenwerkings- encoördinatieorgaan op lokaal niveau).61Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.4 (Wettelijk samenwerkings- encoördinatieorgaan op lokaal niveau).62Voorgesteld artikel 2.87e.63Voorgesteld artikel 2.87n, eerste lid.64Ten aanzien van de NPO en de RPO heeft de Afdeling zich eerder afgevraagd of dergelijkeplannen vanwege hun belang, niet eigenlijk gewoon bestuursrechtelijke besluiten zijn. Vgl.Kamerstukken II 2014/15, 34264, nr. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 414 De Afdeling merkt op dat het van belang is om in de toelichting uit teleggen dat het vaststellen van het concessiebeleidsplan NLPO geenuitoefening van openbaar gezag veronderstelt. Naar aanleiding van dezeopmerking is in paragraaf 2.4 van de toelichting verduidelijkt dat bij hetvaststellen van het concessiebeleidsplan door de NLPO geen sprake is vanhet uitoefenen van openbaar gezag.Naar aanleiding van de opmerking van de Afdeling over verduidelijkingter zake van het niet uitoefenen van openbaar gezag door de NLPO bij hetvaststellen van het concessiebeleidsplan is paragraaf 2.4 van detoelichting aangevuld.7. Delegatiegrondslag passende maatregelen Om te kunnen worden aangewezen als lokale publieke omroep moet eenmedia-instelling een programmabeleid bepalend orgaan (hierna: pbo)hebben.65 Bij een aanvraag om als lokale publieke omroep te wordenaangewezen wordt de ledenlijst van het pbo overgelegd aan het Commis-sariaat en voor advies voorgelegd aan de gemeenteraad.66 De ledenlijstvan het pbo bevat een overzicht van de personen en de maatschappelijke,culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen die zij vertegenwoor-digen.67 Bij de beoordeling van de ledenlijst worden deze bijzonderepersoonsgegevens verwerkt.De verwerking van bijzondere persoonsgegevens is in beginsel verboden,tenzij een van de uitzonderingsgronden van toepassing is.68 De toelichtingdoet in dit verband een beroep op het zwaarwegend algemeen belang datmet de verwerking wordt geborgd.69 In dat geval vereist de Algemeneverordening gegevensbescherming (AVG) dat aanvullende passende enspecifieke maatregelen worden getroffen om de grondrechten en defundamentele belangen van de betrokkenen te beschermen.Het wetsvoorstel bevat een delegatiegrondslag om deze waarborgen bijamvb vast te stellen.70 Deze waarborgen worden in het wetsvoorstel nietnader geconcretiseerd, terwijl de regering al voor ogen heeft waar diewaarborgen in ieder geval op zullen zien. De toelichting noemt in ditverband namelijk maximale bewaartermijnen, een verbod op gegevens-deling met derden en een zorgvuldigheidseis.71 Gelet op het belang vanhet beschermen van bijzondere persoonsgegevens, ligt het voor de handom deze hoofdlijnen op het niveau van de wet vast te leggen.De Afdeling adviseert om de delegatiegrondslag voor het treffen vanpassende maatregelen ter bescherming van de bijzondere persoonsge-gevens van leden van een pbo nader te concretiseren zodat daaruit blijktwelke maatregelen in ieder geval getroffen moeten worden.De Afdeling heeft opmerkingen gemaakt in verband met gewensteconcretisering van de delegatiegrondslag in verband met de verwerkingvan bijzondere persoonsgegevens. De regering heeft naar aanleiding van65Voorgesteld artikel 2.87m.66Idem. Voor de verwerkende aanvragende lokale mediadienst gaat het voorstel uit vanverwerking op basis van toestemming door de betrokkenen, omdat hier geen sprake is vanverwerking in het kader van het algemeen belang.67Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 2.5 (Aanscherping van deaanwijzingsprocedure).68Artikel 9, eerste jo. tweede lid van de AVG.69Artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de AVG.70Voorgesteld artikel 2.87u, vierde lid,71Toelichting op het wetsvoorstel, algemeen deel, paragraaf 3.2 (Algemene verordeninggegevensbescherming)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 415 deze opmerkingen de delegatiegrondslag uit het voorgestelde artikel2.87u, vierde lid, verduidelijkt. Opgenomen is dat de bij algemenemaatregel van bestuur te stellen regels over de verwerking van bijzonderepersoonsgegevens en over passende en specifieke maatregelen terbescherming van de grondrechten en fundamentele belangen van debetrokkenen, in elk geval zien op (a) een verbod op verdere verwerkingvan de bijzondere persoonsgegevens, (b) maximale bewaartermijnen, en(c) een verbod op het delen van de bijzondere persoonsgegevens metderden. Paragraaf 3.2 van de toelichting is in overeenstemming hiermeeaangevuld.Naar aanleiding van de opmerkingen van de Afdeling over de delegatie-grondslag in verband met de verwerking van bijzondere persoonsge-gevens is het voorgestelde artikel 2.87u aangepast en is paragraaf 3.2 vande toelichting aangevuld.De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal bezwarenbij het voorstel en adviseert het voorstel niet bij de Tweede Kamer derStaten-Generaal in te dienen, tenzij het is aangepast.De Vice-President van de Raad van State,Th.C. de GraafOverige punten1. Overleg met Algemene RekenkamerDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) heeft deAlgemene Rekenkamer (hierna: Rekenkamer) met een brief van 5 juni2025 een concept van het wetsvoorstel toegezonden met het verzoek omoverleg als bedoeld in artikel 7.40 van de Comptabiliteitswet 2016. DeRekenkamer heeft gereageerd met een brief van 14 augustus 2025. In diebrief benoemt de Rekenkamer aandachtspunten op drie onderwerpen.De Rekenkamer vraagt ten eerste aandacht voor de inrichting van hettoezicht op en de verantwoording door de NLPO. In dat kader merkt deRekenkamer op dat de wettelijke vereisten aan de prestatieovereenkomstniet goed passen bij de wettelijke taken van de NLPO. Aangeraden wordtvoor een goede aansluiting te zorgen tussen de wettelijke taken van deNLPO en de prestatieafspraken tussen de Minister van OCW en de NLPO.De regering acht deze opmerking terecht en heeft de wettelijke vereistenaan de prestatieovereenkomst uit artikel 2.87g van het wetsvoorstelovereenkomstig aangepast en ook de toelichting, met name in paragraaf2.4, bijgesteld. De Rekenkamer raadt in dit kader verder aan om eentoezichtarrangement op te stellen voor het toezicht van de Minister vanOCW op de NLPO. Hierin kan volgens de Rekenkamer onder meer wordenvastgelegd hoe het toezicht is georganiseerd en welke rol het Commissa-riaat daarin heeft. De regering is het met de Rekenkamer eens dat erhelderheid moet zijn over (de organisatie van) het toezicht op de NLPO. Zijzal in afstemming met in ieder geval het Commissariaat en de NLPO eendocument over de sturings- en toezichtsrelaties tussen de Minister vanOCW, het Commissariaat en de NLPO opstellen. De uitvoerbaarheidstoetsvan de Stichting NLPO is daarvoor een startpunt.De Rekenkamer benoemt ten tweede een aandachtspunt met betrekkingtot de aanwijzing van de bestaande Stichting NLPO als samenwerkings-en coördinatieorgaan. De Rekenkamer wijst erop dat de huidige statutenvan de Stichting NLPO op een aantal punten niet in overeenstemming zijnmet de bepalingen in het wetsvoorstel over het samenwerkings- encoördinatieorgaan, en dus nog aanpassing vereisen. De regeringTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 416 onderschrijft deze constatering. De regering zal daarom in overleg tredenmet de Stichting NLPO over de vereiste aanpassing van de statuten, zodatdeze in overeenstemming zijn met het wetsvoorstel en van toepassingworden wanneer het wetsvoorstel in werking treedt.Ten slotte benoemt de Rekenkamer een aandachtspunt dat raakt aan delokale publieke omroepen als rechtspersonen met een wettelijke taak. Methet oog hierop raadt de Rekenkamer aan het Commissariaat te verzoekeneen toezichtarrangement op te stellen voor zijn toezicht op de lokalepublieke omroepen. De regering is het met de Rekenkamer eens dat hetvan belang is om helderheid te creëren over het toezicht op de lokalepublieke omroepen. Zij is daarom voornemens om met het Commissa-riaat in gesprek te gaan over het creëren van die helderheid, metinachtneming van de positie van het Commissariaat als zelfstandigbestuursorgaan en die van lokale publieke omroepen in het licht van huninhoudelijke autonomie bij het verzorgen van het media-aanbod. Deuitvoeringstoets van het Commissariaat biedt hiervoor een goedstartpunt. Het advies van de Rekenkamer biedt tevens aanknopingspuntenvoor deze gesprekken.Naar aanleiding van het overleg met de Rekenkamer is het voorgesteldeartikel 2.87g bijgesteld en is de toelichting, met name in paragraaf 2.4,aangepast. Van het overleg met de Rekenkamer is conform het boven-staande verslag gedaan in paragraaf 9.1 van de toelichting.2. In artikel I, onderdeel Z, (artikel 2.144) is een bedrag voor de hogererijksmediabijdrage opgenomen. Het gaat hier om de verhoging van derijksmediabijdrage als gevolg van de overheveling uit het gemeentefondsalsmede de structurele verhoging van de bekostiging voor de lokalepublieke omroep.3. Er is een artikel ingevoegd, namelijk artikel I, onderdeel HH (artikel2.170d), alsmede de artikelsgewijze toelichting hierbij. Dit betreft deverplichting voor de Minister van OCW om steeds vóór 1 augustus vanhet tweede jaar dat voorafgaat aan een aanwijzingsperiode het totaal-budget vast te stellen dat ten minste beschikbaar is voor de bekostigingvan de lokale publieke omroepen in die periode. Een dergelijke bepalingwas steeds voorzien en ontbrak per abuis. Deze invoeging heeft geleid totenige hernummering van artikelen.4. Ten slotte zijn misslagen hersteld en technische verbeteringendoorgevoerd, en is in de toelichting een enkele verduidelijking vanondergeschikt belang opgenomen.Ik verzoek U het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en degewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. LetschertTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 417

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 35a0054339a222b8

14 okt 2026 · 0f332f577878ea30

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.