KamerkringInloggen
Kamerbrief

Advies Wageningen University & Research verminderen ziekteverwekkers geitenbedrijven

22 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 799deba87e3cb60c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 973Toekomst veehouderijNr. 268 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 mei 2025Op 6 februari jl. tijdens het commissiedebat Dierziekten en Zoönosen(Kamerstuk 29 683, nr. 304) heb ik de Kamer toegezegd om een spoed-advies te vragen van Wageningen University & Research (WUR) over demogelijkheden om de emissie van ziekteverwekkers uit geitenstallen teverminderen. Ik heb dit gedaan en inmiddels is het spoedadviesontvangen. Met deze brief bied ik u dit spoedadvies aan, en geef ik mijnreactie, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport(VWS).Het spoedadvies is gevraagd naar aanleiding van de onderzoeksresultatenvan het VGO-III rapport1. In de reactie op het VGO-III rapport hebben deMinister van VWS en ik aangegeven de gezondheidseffecten serieus tenemen. We hebben de Gezondheidsraad gevraagd deze te duiden en inperspectief te plaatsen.WUR adviesIn het advies stelt WUR verschillende (onderzoeks-) activiteiten voor die zijzouden kunnen doen om meer zicht te krijgen op mogelijkheden tot hetverminderen van emissies van bacteriën en bioaerosolen uit geitenhoude-rijen.Daarbij maakt WUR onderscheid tussen korte termijn- en lange termijnactiviteiten.Voor de korte termijn stelt WUR literatuuronderzoek voor naar deeigenschappen van de in VGO-III gevonden bacteriën, en aanknopings-punten om o.a. groei en emissie te verlagen. Vervolgens zullen ookgeitenhouders om reactie en ideeën gevraagd worden. Dat levert eenoverzicht op van mogelijke maatregelen, gerangschikt op eensemi-kwantitatieve inschatting van o.a. toepasbaarheid, verwachte effect,1Kamerstukken, 2024–2025, 28 973, nr. 259 kst-28973-268ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 973, nr. 2681 (on-) zekerheid van het effect, en kosten. Dit deel heeft een doorlooptijdvan ca 6 maanden2.Voor de middellange termijn beschrijft WUR mogelijk aanvullendonderzoek: metingen bij niet-potstallen3, en een ontwikkelprogrammavoor technische en niet-technische maatregelen.Beleidsreactie WUR adviesDe Kamer heeft gevraagd om dit spoedadvies vanuit de wens om snelmeer duidelijkheid te krijgen over mogelijkheden tot het verminderen vanemissies van ziekteverwekkers uit het geitenbedrijf.Het WUR-spoedadvies beschrijft stappen die gezet kunnen worden om dekennis hierover in beeld te brengen en duidelijkheid te verschaffen overevt. (on-) mogelijkheden voor interventies om emissies van ziektever-wekkers op het bedrijf te verminderen. Belangrijke kanttekening daarbij isdat, als het korte termijn advies van de WUR-maatregelen aandraagt diebepaalde potentiële ziekteverwekkers omlaag kunnen brengen, het effectop longontsteking bij omwonenden daarvan niet is vastgesteld.Ik vraag WUR om het korte termijn onderzoek uit te voeren. Dat doe ikopdat deze kennis beschikbaar komt voor geitenhouders die hiermee zelfaan de slag willen. Ik heb over de inhoud van het spoedadvies gesprokenmet Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO). Ik vind hetbelangrijk dat LTO door WUR ook bij de uitwerking betrokken wordt zodathet advies goed aansluit op de praktijk. Ik zal u per brief informeren overde uitkomst als dit advies is afgerond, naar verwachting voor eind 2025.De Minister van VWS en ik hebben de Kamer na ontvangst van het VGO-IIIrapport laten weten dat voor het nemen van een besluit over eenvervolgaanpak, verdere duiding en in perspectief plaatsen van degezondheidsrisico’s rondom geitenhouderijen door de Gezondheidsraadnodig is. Het tweede en laatste deeladvies van de Gezondheidsraad wordteind dit jaar verwacht. Op basis daarvan gaan we ons beraden op verderestappen. Daarbij zullen we het tweede deel van het WUR-advies, overmogelijk aanvullend onderzoek voor de middellange termijn, betrekken.Informatieblad gegevens mesthoopNa verschijnen van het VGO-III rapport hebben GGD’s aan de onder-zoekers gevraagd of de in de stallen gevonden bacteriën ook in demesthoop buiten de stal waren terug te vinden. Op basis van de reedsbeschikbare informatie en monsters hebben de onderzoekers van VGO-IIIhier een nadere analyse op gedaan waaruit blijkt dat dit zo is. Het door mijen de Minister van VWS ontvangen informatieblad hierover stuur ik uhierbij voor de volledigheid toe. Deze informatie wordt meegenomen doorde WUR in het genoemde korte termijn onderzoek, en is ook gedeeld metde Gezondheidsraad ten behoeve van het adviestraject.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. Wiersma2onder voorbehoud van beschikbaarheid van de onderzoekers met de juiste expertise.3Vrijwel alle stallen in Nederland zijn een zogenaamde potstal. Andere stallen zijn daarom totdusver niet bemeten in het VGO-III onderzoek niet bemeten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 973, nr. 2682

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · bf214435bdb531c7

14 okt 2026 · ffab99472bb8146d

13 okt 2026 · 9cb3aeee1caed21d

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.