Amendement van de leden Leijten en Kooiman over de inrichting van een centraal register van ongeschikte pleegouders
Brontekst
Versie a696a9dc9a4b1621 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 33 684Regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet) Nr. 54 AMENDEMENT VAN DE LEDEN LEIJTEN EN KOOIMAN Ontvangen 10 oktober 2013 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: IIn artikel 1 wordt in de alfabetische rangschiking ingevoegd: – pleegouderbestand: het bestand waarin persoonsgegevens omtrent pleegouders of diens gezinsleden worden opgenomen als bedoeld in artikel 5.5, eerste lid. IIAan artikel 5.1, eerste lid, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: e. de pleegouder beschikt over een verklaring omtrent opname in het pleegouderbestand, afgegeven door Onze Minister, inhoudende dat noch de pleegouder noch enig lid van diens gezin is opgenomen in het pleegouderbestand. IIINa artikel 5.4 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 5.5 1. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt een pleegouderbestand in. 2. Op verzoek van het college of de pleegzorgaanbieder registreert Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het pleegouderbestand de persoonsgegevens van de pleegouder die, of het lid van diens gezin dat, niet voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te bepalen geschiktheidseisen. 3. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan nadat het college of de pleegzorgaanbieder onherroepelijk heeft vastgesteld dat de pleegouder niet voldoet aan de geschiktheidseisen. kst-33684-54ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 684, nr. 541 4. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport schrapt de pleegouder uit het pleegouderbestand indien door het college, de pleegzorgaanbieder of Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sportonherroepelijk is vastgesteld dat de pleegouder aan de geschikt-heidseisen voldoet. 5. Indien noch de pleegouder noch enig lid van diens gezin is opgenomen in het pleegouderbestand verstrekt Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op verzoek de pleegouder een verklaring inhoudende dat noch de pleegouder noch enig lid van diens gezin is opgenomen in het pleegouderbestand aan die pleegouder. 6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de inrichting en het beheer van het pleegouderbestand. Daartoe behoren in elk geval regels omtrent de beveiliging van persoons-gegevens. 7. Het college, de pleegzorgaanbiederen Onze Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport zijn bevoegd tot het verwerken van persoons-gegevens van de pleegouder ter uitvoering van dit artikel. Toelichting De indieners van dit wetsvoorstel achten het wenselijk dat Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een register aanhoudt waarin elke pleegouder (of lid van diens gezin) wordt opgenomen waarvan gebleken is dat die niet geschikt is als pleegouder (of pleegge-zinslid). De geschiktheidsheisen die nader bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld betreffen zaken als (ernstige) gedragspro-blemen, verslavingsproblemen of andere factoren die opname van de op te nemen jeugdige in het gezin bij de pleegouder onwenselijk maken. Het is noodzakelijk hiervoor een centraal register in te richten, opdat voorkomen wordt dat pleegouders die reeds ongeschikt zijn bevonden door een bepaald college of pleegzorgaanbieder bij andere gemeente tóch een pleegcontract zouden kunnen sluiten. Uiteraard dient de pleegouder voldoende effectief tegen de registratie te kunnen opkomen, zodat van registratie niet eerder sprake is dan nadat de ongeschiktheid onherroepelijk is vastgesteld (dus na eventueel bezwaar en beroep van de belanghebbende(n)). De pleegouder (of diens gezinslid) kan te allen tijde verzoeken richten aan een college, pleegzorgaanbieder of Onze Minister om uit het register geschrapt te worden, indien en zodra onherroepelijk vastgesteld wordt dat (weer) voldaan wordt aan de geschiktheidseisen. LeijtenKooimanTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 684, nr. 542
Gerelateerde bronnen
- Amendement van de leden Leijten en Kooiman over de inrichting van een centraal register van ongeschikte pleegouders
Amendement van de leden Leijten en Kooiman over de inrichting van een centraal register van ongeschikte pleegouders
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.