Vaccinatiegraadrapport verslagjaar 2025 en voortgang aanpak ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’
Brontekst
Versie f3cf0a36e6c7e63a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 793Preventief gezondheidsbeleidNr. 851 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 juni 2025Het RIVM brengt jaarlijks voor de zomer een vaccinatiegraadrapport uit.Met deze brief bied ik u het vaccinatiegraadrapport (verslagjaar 2025)aan.1 Daarnaast informeer ik uw Kamer minstens twee keer per jaar overde voortgang van de aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties», deontwikkelingen binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) en andereonderwerpen met betrekking tot het vaccinatiebeleid. Met de brief van21 februari jl.2 bent u hierover het laatst geïnformeerd. Middels deze briefinformeer ik uw Kamer wederom over de huidige stand van zaken.Ik ga achtereenvolgens in op de volgende onderwerpen:1.Vaccinatiegraadrapport RIVM (verslagjaar 2025);2.Voortgang aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties»;3.Ontwikkelingen rondom het vaccinatieaanbod;4.Werkagenda Gezondheidsraad.1. Vaccinatiegraadrapport RIVM (verslagjaar 2025) 1.1. Ontwikkeling vaccinatiegraden Sinds ongeveer tien jaar is een dalende trend zichtbaar in de door hetRIVM gerapporteerde vaccinatiegraden van het RVP, met uitzondering vaneen lichte stijging net voor de coronapandemie. Door de invoering van hetinformed consent voor gegevensuitwisseling tussen de jeugdgezond-heidszorg (JGZ) en het RIVM, ontvangt het RIVM sinds 1 januari 2022 eendeel van de vaccinatiegegevens anoniem. Dat gebeurt als iemand geentoestemming geeft voor het delen van vaccinatiegegevens met persoons-gegevens met het RIVM. Het gemiddeld aandeel anonieme vaccinaties in2024 was 3%. Dit percentage verschilt per regio en per vaccinsoort. Dezeanonieme vaccinaties kunnen niet worden meegeteld in de vaccinatie-1RIVM (2025). Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland. Verslagjaar 2025.2Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 811. kst-32793-851ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8511 graad, omdat informatie die daarvoor nodig is, zoals het geboortejaar, nietbekend is. De geregistreerde vaccinatiegraden zijn daarom lager dan dewerkelijke vaccinatiegraden. Door deze onderregistratie is er een mindernauwkeurig beeld, zowel landelijk als op gemeente- en wijkniveau, en kande exacte daling of stijging van de vaccinatiegraden niet goed bepaaldworden. Het is belangrijk om hier bedacht op te zijn bij het interpreterenvan de vaccinatiegraadcijfers.Het RIVM heeft zo goed mogelijk een inschatting gemaakt van dewerkelijke vaccinatiegraden waarbij rekening gehouden is met deanonieme vaccinaties.3 Op basis hiervan lijkt het erop dat de werkelijkevaccinatiegraad bij zuigelingen en kleuters iets is afgenomen ten opzichtevan het jaar ervoor. De HPV-vaccinatiegraad laat een duidelijke stijgingzien, voor jongens nog meer dan voor meisjes. Ook lijken meerzwangeren zich te laten vaccineren tegen kinkhoest en griep. Voor deoverige vaccinaties lijkt de vaccinatiegraad ongeveer hetzelfde te zijngebleven.De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt een vaccinatiegraaddoel-stelling van 95% voor BMR-vaccinatie en van 90% voor alle overigevaccinaties. Voor de meeste vaccinaties ligt de geregistreerde vaccinatie-graad op landelijk niveau net onder de grens van 90%. Vanwege hetaandeel anonieme vaccinaties, ligt de werkelijke landelijke vaccinatie-graad mogelijk rond of zelfs boven de WHO-doelstelling.4 Voor deBMR-vaccinatie is echter duidelijk dat de WHO-norm van 95%, nodig voorde eliminatie van mazelen, zeker niet wordt gehaald. Ook bijHPV-vaccinatie wordt de vaccinatiegraaddoelstelling van de WHO nietgehaald; hieronder ga ik hier nader op in.Met het wetsvoorstel «Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b»5 datop 30 september 2024 bij uw Kamer is ingediend, wordt beoogd hetaandeel anonieme vaccinaties terug te dringen, zodat de vaccinatiegradenvoortaan nauwkeuriger kunnen worden bepaald. Dit stelt de JGZvervolgens in staat om meer gericht acties in te zetten voor het verhogenvan de vaccinatiegraden in de gebieden waar deze het meest achter-blijven.1.2. Opkomstcijfers inhaalcohorten HPV-vaccinatie In de brief van 20 juni 20246 heeft mijn ambtsvoorganger toegezegd om inde zomer van 2025 een update te geven over de vaccinatiecijfers van deinhaalcohorten die in aanmerking kwamen voor vaccinatie tegen HPV.Graag informeer ik uw Kamer over de uiteindelijke opkomstcijfers van deHPV-inhaalcampagnes.In 2022 en 2023 liep een inhaalcampagne voor jongeren onder de 18 jaardie nog niet eerder volledig waren gevaccineerd tegen HPV. Het vaccina-tiegraadrapport (verslagjaar 2025) rapporteert de vaccinatiegraad voor devolledige HPV-serie, bestaande uit twee prikken, van de cohorten 2005,2007, 2010 en 2011, die in 2023 in aanmerking kwamen voor deHPV-inhaalcampagne tot 18 jaar. Voor bijna alle geboortecohorten is eengeregistreerde vaccinatiegraad van tenminste 50% behaald (meisjes3Voor de aannames die hierbij zijn gedaan, zie paragraaf 3.4 in het rapport.4Er zijn echter grote regionale verschillen in de vaccinatiegraden. In sommige gebieden liggende vaccinatiegraden ver onder het landelijk gemiddelde. Denk aan gebieden waar veel ouderswonen die hun kinderen om religieuze redenen niet laten vaccineren en de grote steden. Daaris de kans op uitbraken van infectieziekten dan ook groter.5Kamerstukken II 2024/25, 36 621.6Kamerstukken II 2023/24, 32 793, nr. 777.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8512 61%–70%, jongens 37%–60%). Met name bij oudere jongens blijft devaccinatiegraad nog achter, zoals ook in het eerste jaar van de inhaalcam-pagne werd gezien. Het is daarbij belangrijk te realiseren dat voor ouderemeisjes geldt dat zij meer tijd hebben gehad om de HPV-vaccinatie tehalen dan jongens, omdat de meisjes geboren in 2005 en 2007 ook in hetjaar dat ze 13 jaar oud werden een uitnodiging kregen. Overigens zijn deverschillen in HPV-vaccinatiegraad tussen jongens en meisjes die in 2023voor het eerst werden uitgenodigd kleiner dan voor de cohorten die in2022 werden uitgenodigd.Daarnaast liep van begin 2023 tot 1 juni 2024 een eenmalige campagnevoor nog niet of onvolledig gevaccineerde jongvolwassenen van 19 tot enmet 26 jaar oud, om hen de kans te geven zich (alsnog) te vaccinerentegen HPV. Deze inhaalcampagne heeft een goede bijdrage aan devaccinatiegraad geleverd. Voor mannen geboren tussen 1996 en 2003 isde geregistreerde vaccinatiegraad voor de volledige HPV-serie uitge-komen tussen 16% en 18%. De geregistreerde vaccinatiegraad voorvrouwen geboren tussen 1996 en 2003, die al voor hun 18e verjaardag inNederland woonachtig waren, komt uit tussen de 63% en 69%. Voor allevrouwen geboren in die periode ligt de geregistreerde vaccinatiegraadtussen de 55% en 62%. In deze laatste cijfers zijn ook vrouwen meege-nomen die na hun 18e jaar naar Nederland zijn gekomen. Als zij niettijdens de HPV-inhaalcampagne in Nederland gevaccineerd werden,worden zij meegenomen als niet-gevaccineerd. Het kan echter zijn dat zijwel in het buitenland zijn gevaccineerd.Met voorgaande gegevens zijn alle cijfers van de inhaalcampagnes voorde HPV-vaccinatie bekend. Hoewel de doelstelling van 90% nog niet isgehaald, is er een duidelijke positieve ontwikkeling in de HPV-vaccinatie-graad over de tijd, mede door de HPV-inhaalcampagnes in 2022–2024. Erzijn daarmee veel jongeren en jongvolwassenen alsnog tegenHPV-gerelateerde kanker beschermd. Uit onderzoek blijkt dat in het eerstecohort vrouwen dat in aanmerking kwam voor HPV-vaccinatie de kans opbaarmoederhalskanker en voorstadia van baarmoederhalskanker op30-jarige leeftijd sterk is afgenomen.7 Het verhogen van de vaccinatie-graad tegen HPV blijft een prioriteit en is onderdeel van de aanpak «Volvertrouwen in vaccinaties», waar ik verderop in deze brief op terugkom.1.3. Ontwikkeling infectieziekten waartegen het RVP bescherming biedt Vanwege de coronamaatregelen was er enige tijd sprake van een afnamein het aantal gevallen van infectieziekten waartegen het RVP beschermingbiedt. Dit effect lijkt in 2023 te zijn geëindigd. In dat jaar was een toenamezichtbaar in het aantal gevallen van onder andere kinkhoest en de bof.Ook is er sinds 2024 een toename van het aantal gevallen van mazelen. Inhet eerste kwartaal van 2025 is de incidentie van kinkhoest inmiddels sterkafgenomen. Daarentegen is het aantal gevallen van de bof en, met name,mazelen verder toegenomen.In het begin van 2025 heeft zich een aantal mazelenclusters voorgedaanop islamitische, openbare en antroposofische basisscholen met een lagevaccinatiegraad.8 De ziektegevallen doen zich voornamelijk voor onderongevaccineerde kinderen en reisbewegingen spelen ook een belangrijkerol. Er is geen sprake van een landelijke uitbraak. Ook in Europa endaarbuiten neemt de incidentie van mazelen toe. Import vanuit onder7RIVM (4 maart 2025). «HPV-vaccinatie voorkomt de meeste gevallen van baarmoederhals-kanker». https://www.rivm.nl/nieuws/hpv-vaccinatie-voorkomt-meeste-gevallen-van-baarmoederhalskanker8Voor de actuele mazelencijfers, zie: https://www.rivm.nl/mazelen/actueelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8513 andere Marokko en Roemenië, waar mazelenepidemieën zijn, hebbenbijgedragen aan de toegenomen incidentie in Nederland.De bofuitbraak begon in de tweede helft van 2023. Deze bereikte een piekin juni 2024. Momenteel bevinden we ons in de staart van de uitbraak meteen beperkt aantal nieuwe meldingen. De gemelde bofgevallen deden zichvoornamelijk voor onder ongevaccineerde kinderen, met name kinderenin de basisschoolleeftijd, gevolgd door kinderen in de middelbareschoolleeftijd. De meeste ziektegevallen werden gemeld in gebieden meteen lage vaccinatiegraad (grote steden en de Biblebelt).2. Voortgang aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties» Dat ziekten als mazelen en kinkhoest steeds vaker de kop opsteken, wil ikniet accepteren. Daarmee doen we de voortuitgang die de medischewetenschap heeft geboekt teniet. Daarom zet ik samen met het RIVM enalle betrokken organisaties en professionals volop in op het verhogen vande vaccinatiegraden van het RVP. Dit doen we met de aanpak «Volvertrouwen in vaccinaties». Deze aanpak richt zicht op het bewaken enmonitoren van het vertrouwen, het verstevigen van de informatievoor-ziening over vaccinaties en het vergroten van de toegankelijkheid van hetRVP. Hieronder informeer ik uw Kamer over de voortgang van deactielijnen binnen de aanpak.2.1. Thema: Het bewaken en het versterken van het vertrouwen Voor het optimaliseren van het bereik van het RVP werkt het RIVM volgensde methode Tailoring Immunization Programmes (TIP), ontwikkeld doorde Europese afdeling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Metbehulp van de TIP-methode worden allereerst de doelgroepen met eenlage vaccinatiegraad geïdentificeerd aan de hand van epidemiologischonderzoek (Detervax). Vervolgens worden motiverende en belemmerendefactoren voor vaccinatie onder deze doelgroepen in kaart gebracht doormiddel van sociaal-wetenschappelijk onderzoek (SocioVax). Op basis vande (voorlopige) inzichten uit deze onderzoeken worden evidence-based enpractice-based interventies ontwikkeld of bestaande interventies geëva-lueerd.Voortgang epidemiologisch onderzoekVoor het verhogen van de vaccinatiegraden is het cruciaal om inzicht tekrijgen in lokale omstandigheden en determinanten, zodat interventiesgericht ingezet kunnen worden op basis van deze gegevens. Het RIVMheeft hiervoor epidemiologisch onderzoek (Detervax) opgezet, waarbijvaccinatiegegevens worden gecombineerd met CBS-gegevens, om meerinzicht te verkrijgen in de vaccinatiegraden binnen verschillendesubgroepen en regio’s en de determinanten van vaccinatie. De resultatenvan dit onderzoek laten zien dat de BMR- en DKTP-vaccinatiegraad deafgelopen jaren gedaald is, met name onder Nederlandse kinderen meteen Marokkaanse of Turkse achtergrond en kinderen uit relatief grotegezinnen (≥ 4 kinderen). Ook werd een duidelijke daling gezien bijkinderen die niet naar de kinderopvang gaan, terwijl bij kinderen die welnaar de kinderopvang gaan de vaccinatiegraad nog relatief hoog ligt tenopzichte van het landelijk gemiddelde. Tot slot was de BMR- enDKTP-vaccinatiegraad op orthodox-protestantse, islamitische en antropo-sofische scholen relatief laag, met een sterke afname van de vaccinatie-graad op islamitische scholen bij kinderen geboren in de periode 2013 toten met 2020.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8514 Voortgang sociaal-wetenschappelijk onderzoekBinnen het onderzoeksprogramma SocioVax doet het RIVM onderzoeknaar factoren die een rol spelen in de keuzes van mensen met betrekkingtot vaccinatie, en wat kan helpen om de vaccinatiegraden te verhogen.Daarbij wordt onder meer nauw samengewerkt met de JGZ en deGGD’en, bijvoorbeeld door verdiepende onderzoeken te faciliteren naar deeffectiviteit van veelbelovende interventies.De volgende onderzoeksactiviteiten zijn in de eerste helft van 2025afgerond en worden binnenkort gedeeld op de SocioVax-webpagina:9•Er is een kennisnotitie geschreven over het vragenlijstonderzoek naarvaccinatiebereidheid voor het RVP dat tweejaarlijks wordt uitgevoerdonder een steekproef van ouders in Nederland. Uit resultaten van deeerste meting van de vragenlijstmonitor blijkt dat verreweg de meesteouders vaccineren belangrijk vinden voor de bescherming van hunkind, maar dat er verschillen tussen mensen zijn in hoe belangrijk zijvaccinaties vinden, hoeveel zorgen zij zich maken, en hoeveelvertrouwen in de overheid zij hebben als het gaat om vaccineren.•Er is een literatuuronderzoek uitgevoerd dat zich specifiek richt opdoelgroepen met lagere vaccinatiegraden. De resultaten wordentoegevoegd als verdieping op eerder literatuuronderzoek naardeterminanten10 en interventies11 in de algemene populatie dat al isgepubliceerd op de SocioVax-webpagina van het RIVM.•Er is op 14 april een bijeenkomst georganiseerd met onderzoekers uithet veld (o.a. GGD’en, JGZ-organisaties, universiteiten, CAPI-werkplaatsen en TNO) om relevante thema’s en prioriteiten teidentificeren rondom doelgroepen met lagere vaccinatiegraden. Hetdoel van deze bijeenkomst was het gezamenlijk opstellen van eenbreed gedragen onderzoeksagenda. Deze agenda dient als uitgangs-punt om dit jaar verdiepend en interventieonderzoek in de regio’s teontwikkelen, samen met GGD’en en JGZ-organisaties, gericht op dethema’s met de hoogste prioriteit.Daarnaast blijft SocioVax zich inzetten om GGD’en en JGZ-organisaties teadviseren, faciliteren en ondersteunen bij het ontwikkelen en uitvoerenvan regionale onderzoeken. Een voorbeeld hiervan is de ondersteuningaan GGD Hart voor Brabant bij het ontwikkelen en uitzetten van eenvragenlijst voor ouders op priklocaties in de regio tijdens deHPV-prikronde in 2025. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgenin de ervaringen van ouders met betrekking tot de HPV-vaccinatie tijdensinloopdagen en tijdens individuele consulten.2.2. Thema: Het verstevigen van de informatievoorziening Aanpak medische mis- en desinformatieIk vind het zorgelijk dat er allerlei onjuiste en misleidende informatierondgaat, niet alleen over vaccinaties, maar ook over andere gezondheids-onderwerpen als anticonceptie, vruchtbaarheid en voeding. Dit is eencomplex probleem waarvan de precieze impact onduidelijk is en waargeen kant-en-klare oplossing voor is. Om hier grip op te krijgen, heeft hetMinisterie van BZK eind vorig jaar een onderzoek uitgezet naar risico’s enhandelingsopties met betrekking tot online desinformatie en volksge-zondheid. De resultaten van dit onderzoek, dat werd uitgevoerd door de9Zie: https://www.rivm.nl/gedragsonderzoek/sociovax10Zie: https://www.rivm.nl/gedragsonderzoek/sociovax/onderzoek-samenhang-bereidheid-deelname11Zie: https://www.rivm.nl/gedragsonderzoek/sociovax/onderzoek-interventies-vaccinatiegraadTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8515 Nieuwe Utrechtse School, zijn op 15 juni jl. opgeleverd. Graag informeerik uw Kamer over de opgedane inzichten uit het onderzoek.De onderzoekers stellen dat medische misinformatie meer is dan eeninformatieprobleem en veel vaker een symptoom is van sociaal-cultureleproblematiek, zoals weinig vertrouwen in overheids- en gezondheidsin-stanties of onbeantwoorde zorgvragen. Daarom vraagt de aanpak vanmedische misinformatie niet alleen om factchecks en voorlichtingscam-pagnes, maar ook om het aanpakken van de sociaal-culturele factoren diede voedingsbodem van misinformatie vormen. Vaak bestaat de voedings-bodem voor een individu of groep uit een combinatie van elementen:mensen hebben vaak meerdere redenen om onjuiste medische informatiete geloven en hiernaar te handelen. Het wegnemen van één reden is dusniet voldoende. In plaats daarvan is het van belang om te kijken naar eenbreed scala aan maatregelen die aansluiten op de voedingsbodem vanspecifieke vormen van misinformatie en die verschillen per groep ofgemeenschap.Dergelijke maatregelen zijn lokaal, iteratief en gericht op het creëren vangegrond vertrouwen: vertrouwen dat gerechtvaardigd en verdiend is doorde perspectieven en behoeften van burgers leidend te maken in zorg enbeleid. Door in dialoog te gaan en burgers hierbij actief te betrekken,ontstaat er een bodemlaag van vertrouwen. En door te werken aan dezebodem, kan de wildgroei aan misinformatie bij de kern worden aangepakt.Denk aan initiatieven waarbij zorgverleners en patiënten samenwerkenaan laagdrempelige voorlichtingsmaterialen, en het toegankelijker makenvan gezondheidsinformatie via live-telefoonlijnen en sociale-mediakanalen als Dokters Vandaag en @Jeugdartsen. Of aan sleutelper-sonen in de wijk, die op maat gemaakte informatie kunnen verspreiden enkunnen signaleren welke (zorg)vragen er spelen in gemeenschappen.Daarnaast kunnen ook meer algemene maatregelen bijdragen, zoalstransparante overheidscommunicatie of het vergroten van deweerbaarheid tegen onjuiste medische informatie door het bevorderenvan algemene gezondheids- en wetenschapsgeletterdheid.Ik wil de Nieuwe Utrechtse School bedanken voor de uitvoering van hetonderzoek. Het volledige rapport, inclusief aanbevelingen, treft u alsbijlage bij deze brief. Momenteel bestudeer ik de uitkomsten en bekijk ikhoe deze kunnen worden vertaald naar concrete beleidsinterventies.Hiertoe kom ik na het zomerreces met een plan van aanpak, welkecomplementair zal zijn aan de Rijksbrede strategie voor de effectieveaanpak van desinformatie die door het Ministerie van BZK wordtgecoördineerd.In het kader van de Rijksbrede strategie wordt daarnaast de websiteisdatechtzo.nl gefinancierd. Op 8 mei jl. hebben isdatechtzo.nl enartsenfederatie KNMG gezamenlijk de bewustwordingscampagne«Gecheckt? Wel zo gezond!» gelanceerd. Deze campagne is gericht op hetbrede publiek en legt aan de hand van laagdrempelige informatie en tipsuit hoe misleidende medische informatie tot stand komt en waar mensenop kunnen letten om het te herkennen.Informatie die aansluit op de behoeften van doelgroepenRecent zijn er extra communicatieactiviteiten geweest over het RVP, ondermeer op sociale media, in het kader van de jaarlijkse HPV Awareness Day(4 maart) en de European Immunisation Week (week van 28 april). Sindsaugustus 2024 staat de Twijfeltelefoon van het Erasmus MC open voorvragen over het RVP. Om mensen hierop te attenderen heeft het RIVM hettelefoonnummer van de Twijfeltelefoon (088-7555777) opgenomen in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8516 herinneringsbrieven voor de RVP-vaccinaties en in de RVP-folders.Dagelijks komen er gemiddeld 30 vragen over het RVP binnen bij deTwijfeltelefoon. Daarnaast is de Steffie-animatie over vaccineren, die eind2024 werd gemaakt, inmiddels vertaald in negen talen.12 De animatiewordt maandelijks 1.500 keer bekeken.Vanwege de mazelenuitbraak in Marokko heeft het RIVM in aanloop naarde meivakantie extra aandacht besteed aan voorlichting over mazelen aanreizigers vanuit Nederland naar Marokko. Er is een aparte webpaginagepubliceerd met informatie over mazelen.13 Ook zijn diverse communica-tiemiddelen ontwikkeld, waaronder een infographic, posters, flyers en eentv-spot. Deze tv-spot wordt in juni op een Marokkaanse televisiezendervertoond. In de communicatie werkt het RIVM samen met GGD’en en deAssociatie Marokkaanse Artsen Nederland (AMAN). De middelen zijngemaakt in samenwerking met een marketingcommunicatiebureaugericht op biculturele Nederlanders. De uitingen zijn van tevoren getestonder de doelgroep.De partijen die betrokken zijn bij de bestrijding van mazelen verkennendoorlopend hoe zij doelgroepen nog beter kunnen bereiken. GGD’en enJGZ-organisaties in het hele land besteden extra aandacht aan vaccinatietegen mazelen. Zo informeert GGD Amsterdam ouders die op vakantiegaan naar landen waar mazelen heerst over de bescherming vanvaccineren vóór de vakantie, en het alert zijn op klachten ná de vakantie.Dit gebeurt bijvoorbeeld in gesprekken in de spreekkamer, bij voorlich-tingen in de wijk en via een campagne met flyers, posters, advertenties opInstagram en via WhatsApp.De voorlichting door het RIVM wordt vervolgd in de aanloop naar dezomervakantie. Ook heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken, inoverleg met het RIVM, het reisadvies voor Marokko op 9 mei jl. geactuali-seerd, naar aanleiding van de mazelenuitbraak daar.14Deskundigheidsbevordering zorgprofessionalsDe afgelopen maanden is door het RIVM veel energie gestoken in deontwikkeling van diverse materialen voor deskundigheidsbevorderingvoor de implementatie van de respiratoir syncytieel virus (RSV)-immunisatie. Zo is een richtlijn15 voor de uitvoering geschreven en zijneen e-learning en een PowerPoint over de uitvoering ontwikkeld diegedeeld kunnen worden met de JGZ-organisaties. Verder is een inhoude-lijke scholing aangeboden voor een breed scala aan zorgprofessionalsover RSV en de immunisatie, is voor huisartsen informatie opgesteld alsconsulthulp, en zijn op Thuisarts.nl pagina’s over RSV aangemaakt.Ook hebben meerdere online scholingen over het RVP plaatsgevondenvoor nieuwe JGZ-professionals. In diverse scholingen en consultatie isveel aandacht voor de RVP-schemawijzigingen. Daarnaast worden allee-learnings voor professionals geüpdatet, mede op basis van feedbackdoor de professionals zelf. Een jaarlijks bijscholingsmoment voor 300JGZ-professionals wordt voorbereid met dit jaar speciale aandacht voorgespreksvoering- en vaardigheden.12Zie: https://vaccinaties.steffie.nl/13Zie: https://www.rivm.nl/mazelen-marokko14Zie: https://www.nederlandwereldwijd.nl/reisadvies/marokko15Zie: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/professionals/richtlijnen/uitvoering/addendum-rsv-immunisatie-babysTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8517 VaccinatiealliantieDe Vaccinatiealliantie is een netwerk van professionals, waarin ideeënworden uitgewisseld over het verhogen van de vaccinatiegraad.Afgelopen maart heeft de achtste bijeenkomst van de Vaccinatiealliantieplaatsgevonden. Tijdens de bijeenkomst zijn deelnemers meegenomen inrecente studies omtrent dalende vaccinatiegraden en werden praktijkvoor-beelden vanuit de JGZ-organisaties en GGD’en gedeeld.2.3. Thema: Het vergroten van de toegankelijkheid Pilot intensivering en uitbreiding wijkgerichte aanpakWe zien dat in een aantal gemeenten een wijkgerichte en fijnmazigeaanpak goed werkt voor het verhogen van de vaccinatiegraden. Onderandere in Amsterdam en Den Haag zijn hier goede resultaten meegeboekt. Daarom wil ik de aanpak «Vol vertrouwen in vaccinaties»versterken met een intensivering en uitbreiding van de wijkgerichteaanpak. Bij de stemming over de VWS-begroting in uw Kamer is eenamendement van de leden Klaver en Slagt-Tichelman (beiden GroenLinks-PvdA) aangenomen om hier dit jaar extra werk van te maken.16 Hiervooris € 7 miljoen beschikbaar in 2025.In mijn brief van 21 februari jl.17 heb ik uw Kamer geïnformeerd over hetvoornemen om met de G4-gemeenten een pilot uit te voeren met behulpvan deze middelen. De pilot richt zich op het uitbreiden en intensiverenvan de wijkgerichte aanpak en omvat de volgende pijlers:•Het laagdrempelig aanbieden van vaccinaties in gebieden met lagerevaccinatiegraden, bijvoorbeeld op locaties dichtbij in de wijk in plaatsvan verder weg in grote (sport)hallen en door het organiseren vaninloopspreekuren in de wijk;•Communicatie en voorlichting, met extra aandacht voor doelgroepenen gebieden waar de vaccinatiegraden lager zijn;•Samenwerking met netwerkpartners en sleutelfiguren voor hetversterken van vertrouwen in vaccinaties;•Monitoring van de effectiviteit en het landelijk beschikbaar maken vangeleerde lessen, zodat alle gebieden met een lage vaccinatiegraaddeze kunnen benutten.Voor de uitvoering van deze pilot ontvangen de G4-gemeenten eenbijdrage van in totaal € 5 miljoen, in aanvulling op eigen investeringenvan de gemeenten. De verdeling per pilotgemeente is als volgt:gemeenteBijdrage Rijk t.b.v. pilotAmsterdam€ 1.500.000Den Haag€ 1.536.000Rotterdam€ 1.278.000Utrecht€ 730.000Totaal€ 5.044.000 Voor de invulling van de overige € 2 miljoen verken ik met betrokkenpartners, waaronder GGD GHOR Nederland, ActiZ Jeugd, AJN Jeugd-artsen Nederland en het RIVM, opties die landelijk kunnen bijdragen aanhet fijnmaziger vaccineren. Een optie die momenteel nader wordtuitgewerkt is het ontwikkelen van een toolkit waarin effectieve communi-16Kamerstukken 2024/25, 36 600 XVI, nr. 35.17Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 811.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8518 catiemiddelen en -methoden kunnen worden uitgewisseld tussen hetRIVM, GGD’en en JGZ-organisaties. Ook wordt gekeken naar mogelijk-heden om het uitnodigingsproces te optimaliseren, bijvoorbeeld door hetversturen van SMS-herinneringen en het bieden van de mogelijkheid omonline een afspraak in te plannen of te verzettenOm de wijkgerichte aanpak in elke regio te kunnen uitbreiden ben ik mijervan bewust dat additionele middelen noodzakelijk zijn. Daarom zal ikverkennen hoe een voortzetting van de versterking van de wijkgerichteaanpak en de daarvoor benodigde structurele financiële middelenmogelijk kan worden gemaakt.Ontsluiting vaccinatiegegevens naar persoonlijke gezondheidsomge-vingenInmiddels is het voor mensen geboren in of na 1992 mogelijk om de bijhet RIVM bekende vaccinatiegegevens van het RVP in te zien viaMijnRIVM18 of een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). In mijnbrief van 21 februari jl.19 heb ik aangegeven dat wordt verkend of en hoemeer vaccinatiegegevens (vanuit de authentieke bron) ontsloten kunnenworden, in aanvulling op het deel van de RVP-gegevens dat al beschikbaaris in de PGO’s. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie-Tielen c.s.van 15 februari 2024.20 De verkenning bevindt zich momenteel in eenafrondende fase. Op basis van de uitkomsten zal een planning wordengemaakt. Zoals ik tijdens het commissiedebat over oversterfte (d.d.20 februari jl.) aan het lid Tielen heb toegezegd, zal ik uw Kamer binnenafzienbare tijd over deze planning informeren.213. Ontwikkelingen rondom het vaccinatieaanbod 3.1. Implementatie RSV-immunisatie voor zuigelingen Op 6 mei jl.22 hebben de Minister van VWS en ik aan uw Kamer medege-deeld dat de RSV-immunisatie voor zuigelingen komend najaar(september 2025) definitief van start zal gaan. Dankzij de inzet van allebetrokken partijen kon de implementatie in een uitzonderlijk korte tijdworden gerealiseerd. Daarvoor ben ik hen zeer erkentelijk, ook gezien deschemawijzigingen in het RVP die al veel inzet vroegen van de JGZ.Alle baby’s in Nederland die zijn geboren vanaf 1 april jl. komen inaanmerking voor de RSV-immunisatie en de eerste uitnodigingsbrievenzullen eind augustus verstuurd worden. Er zijn diverse communicatiemid-delen ontwikkeld, zoals een folder, infographic, video en pagina op dewebsite van het RIVM.23 Ook wordt een voorlichtingscampagnevoorbereid die in september van start gaat. Voor nadere toelichting op debeleidskeuzes, verwijs ik naar het Comptabiliteitswet (CW) 3.1-kader inbijlage 1, onderaan deze brief.18Zie: https://mijn.rivm.nl/19Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 811.20Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2163.21Kenmerk TZ202503-00522Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 826.23Zie: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/vaccinaties/rs-virusprikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8519 3.2. Visie vaccinatiezorg voor 0 tot 100+ jaar Zoals aangegeven in mijn brief van 21 februari jl.24 onderneem ik, naastde inzet op het verbeteren van de toegankelijkheid van het RVP, ookverschillende acties om de vaccinatiezorg voor volwassenen te verbe-teren. Het doel is een toegankelijke en vanzelfsprekende vaccinatiezorgvoor iedereen, met een aanbod dat aangepast is aan recente wetenschap-pelijke adviezen en een uitvoering die doelmatig is ingericht. Eentoegankelijke vaccinatiezorg betekent vaccinatiezorg die laagdrempelig,dicht bij huis, herkenbaar en uniform is, maar wel met ruimte voormaatwerk om specifieke groepen te bereiken. Om te bereiken datvaccinatiezorg vanzelfsprekend is, werk ik aan het verhogen vanvertrouwen in het vaccinatieaanbod en betrouwbare informatie dietoegankelijk is voor iedereen, zodat mensen een geïnformeerde keuzekunnen maken. Het uitgangspunt blijft dat de keuze voor vaccinerenvrijwillig is en het aanbod gebaseerd op wetenschappelijke advisering.Ten slotte zorgt een focus op doelmatigheid ervoor dat de beschikbaremiddelen efficiënt worden ingezet en veel gezondheidswinst opleverentegen aanvaardbare kosten.De komende tijd wil ik samen met betrokken partijen werken aan deconcrete invulling van deze visie. Ik bekijk hoe professionals vanuit hetveld, bijvoorbeeld uit het netwerk van de Vaccinatiealliantie, hierbijkunnen worden betrokken.3.3. Vaccinatie tegen gordelroos Uw Kamer heeft inmiddels kunnen vernemen dat het helaas niet is geluktom bij de voorjaarsnota van 2025 budgettaire ruimte te vinden voor eenvaccinatieprogramma tegen gordelroos. Ik blijf de mogelijkheden hiervooronderzoeken en ben met het RIVM in gesprek over een update van eeneerdere kosteneffectiviteitsanalyse. Zodra zich relevante ontwikkelingenvoordoen, zal ik uw Kamer hierover informeren.3.4. Najaarsronde COVID-19-vaccinatie 2026 Op 28 juni 2023 adviseerde de Gezondheidsraad een jaarlijkse (re)vacci-natie in het najaar aan te bieden aan mensen met een verhoogd risico opziekenhuisopname of sterfte door COVID-19. Zo blijft de immuniteit bijdeze mensen op peil en worden zoveel mogelijk ziekenhuisopnames,IC-opnames en sterfgevallen door COVID-19 voorkomen. Op basis van ditadvies en het geactualiseerde advies van 27 maart jl. is in respectievelijk2023, 2024 en 2025 besloten een COVID-19-vaccinatieronde te organi-seren. Naar aanleiding van deze adviezen heb ik besloten ook in het najaarvan 2026 een COVID-19-vaccinatieronde te organiseren met de, op datmoment, meest recente vaccins. De Gezondheidsraad zal naarverwachting eind maart 2026 opnieuw een uitspraak doen of er voor 2026aanpassingen nodig zijn aan het programma. Op dit moment omvat dedoelgroep voor de najaarsronde:•Mensen van 60 jaar en ouder;•Volwassenen en kinderen uit medische hoogrisicogroepen (bijvoor-beeld mensen met een ernstige afweerstoornis en bewoners vaninstellingen met langdurige zorg);•Volwassenen van 50 jaar en ouder uit medische risicogroepen diejaarlijks een uitnodiging krijgen voor de griepprik;•Zorgmedewerkers die direct contact hebben met kwetsbare patiënten.24Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 811.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 85110 De Gezondheidsraad geeft verder aan dat er altijd individuele situatieskunnen bestaan waarin besloten kan worden om een vaccinatie aan tebieden aan personen buiten de gespecificeerde doelgroepen.Voor 2025 en 2026 zijn middelen beschikbaar voor het vaccinatiepro-gramma tegen COVID-19. Na 2026 zijn geen middelen meer beschikbaar.In aanloop naar de voorjaarsnota 2026 zal worden verkend of hetCOVID-19-vaccinatieprogramma in 2027 en verder voortgezet moetworden en of de hiervoor benodigde financiële middelen gevondenkunnen worden. Voor nadere toelichting op de beleidskeuzes, verwijs iknaar het CW 3.1-kader in bijlage 2, onderaan deze brief.4. Werkagenda Gezondheidsraad De werkagenda van de vaste commissie Vaccinaties van de Gezond-heidsraad geeft inzicht in de vaccinatieonderwerpen waarvoor zij advieszal uitbrengen. De agenda wordt minstens drie keer per jaar geëvalueerden aangepast op basis van prioriteringsoverleggen tussen de Gezond-heidsraad, het RIVM, Zorginstituut Nederland en het College ter Beoor-deling van Geneesmiddelen (CBG). Daarbij wordt onder meer gekekennaar de introductie van nieuwe vaccins en de actuele epidemiologischesituatie. In het prioriteringsoverleg van afgelopen maart is vastgesteld datde werkagenda zoals gedeeld in mijn voorgaande Kamerbrief25 geenaanpassingen behoeft. Begin juli is het volgende prioriteringsoverleg.Tot slotDat infectieziekten zoals mazelen en kinkhoest steeds vaker de kopopsteken wil ik niet accepteren. Het baart mij zorgen dat de vaccinatie-graden bij zuigelingen en kleuters weer lijkt te zijn afgenomen, nadat dezein verslagjaar 2024 leken te zijn gestabiliseerd. Daarom blijf ik mij, samenmet betrokken partners, onverminderd inzetten voor het verhogen van devaccinatiegraden van het RVP. Zoals gebruikelijk zal ik uw Kamer uiterlijkbegin 2026 opnieuw informeren over de voortgang van de aanpak «Volvertrouwen in vaccinaties» en andere ontwikkelingen rondom hetvaccinatiebeleid.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. Karremans25Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 811.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 85111 – CW 3.1-kader RSV-immunisatieBeleidskeuzes uitgelegdOnderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)Doel(en)Het doel is het voorkomen van ernstige ziekte en zieken-huisopnames van kinderen in hun eerste levensjaar alsgevolg van een infectie met het RS-virus.Beleidsinstrument(en)Opname van immunisatie tegen RSV in het Rijksvaccinatie-programma voor kinderen die geboren worden in hetRSV-seizoen, en voor zuigelingen die hun eerste RSV-seizoen ingaan (catch-up).Financiële gevolgen voor het RijkMiddels de voorjaarsnota 2025 zijn extra financiëlemiddelen voor RSV-immunisatie toegekend. In 2025 is er nu€ 48,3 miljoen beschikbaar, in 2026 € 52,1 miljoen, 2027€ 51,3 miljoen, 2028 € 50,5 miljoen, 2029 € 49,9 miljoen en2030 € 49,6 miljoen. Vanaf 2031 € 47,5 miljoen structureel.De totale besparing op zorgkosten wordt geschat op circa€ 16 miljoen jaarlijks.Financiële gevolgen voormaatschappelijke sectorenN.v.t.Nagestreefde doeltreffendheidEen seizoensgebonden aanbod van RSV-immunisatie,inclusief catch-up voor zuigelingen die hun eerste RSV-seizoen ingaan, levert de meeste gezondheidswinst op.Hiermee zou 55% van de ziekenhuisopnames (circa 1.980)en de helft van het aantal huisartsbezoeken door RSV (circa13.000) voorkomen kunnen worden.Nagestreefde doelmatigheidEen seizoensgebonden aanbod van RSV-immunisatie iskosteneffectiever dan een programma waarbij het hele jaarpassieve immunisatie wordt aangeboden.EvaluatieparagraafMonitoring en evaluatie van het Rijksvaccinatieprogrammawordt uitgevoerd door het RIVM. Bijlage 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 85112 – CW 3.1-kader COVID-19-vaccinatieBeleidskeuzes uitgelegdOnderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)Doel(en)Het doel is het voorkomen van ziekenhuisopnames,IC-opnames en sterfte door COVID-19.Beleidsinstrument(en)Het aanbieden van een jaarlijkse (re)vaccinatie tegenCOVID-19 aan medische risicogroepen en aan zorgmede-werkers die in contact komen met kwetsbare patiënten.Financiële gevolgen voor het RijkIn 2026 zijn er middelen beschikbaar voor de uitvoering vanCOVID-19-vaccinaties: € 187 miljoen in totaal voor deGGD’en, het RIVM, GGD GHOR Nederland en voor deaanschaf van vaccins. De beschikbare middelen zijngrotendeels bestemd voor de uitvoering van een najaars-ronde in 2026. Daarnaast is een klein gedeelte bestemdvoor de uitvoering van het vaccineren buiten de najaars-ronde, gedurende de rest van het jaar. Na 2026 zijn voorCOVID-19-vaccinaties geen middelen meer beschikbaar. Inaanloop naar de voorjaarsnota 2026 zal worden verkend ofhet COVID-19-vaccinatieprogramma in 2027 en verdervoortgezet moet worden en of de hiervoor benodigdefinanciële middelen gevonden kunnen worden.Financiële gevolgen voormaatschappelijke sectorenN.v.t.Nagestreefde doeltreffendheid(Re)vaccinatie tegen COVID-19 biedt goede beschermingtegen ernstige ziekte en sterfte. Tijdens de najaarsronde in2024 zijn ruim 2,5 miljoen vaccinaties gezet en heeft 46,6%van de 60-plussers een coronaprik gehaald. De priklocatieswaren beter verspreid en er waren meer locaties beschik-baar, waardoor mensen de coronaprik dichter bij huiskonden halen. Tijdens de najaarsronde 2025 zal diezelfdelocatiestrategie herhaald worden en op basis van monito-ring en (eventuele) geleerde lessen van de najaarsronde2025 zal gekeken worden naar de precieze invulling van denajaarsronde 2026.Nagestreefde doelmatigheidDe afgelopen jaren is er op verschillende manieren gewerktaan het doelmatiger aanbieden van de vaccinatie tegenCOVID-19. Zo wordt gebruikgemaakt van kleinschalige,vaak goedkopere locaties en wordt de doelgroep in hetnajaar gevaccineerd (dan is de ziektelast het hoogste),waardoor de basiscapaciteit in de rest van het jaar laag kanblijven. Met uitvoerende partijen wordt gesproken over deuitvoering en we zien dat de kosten van alle partijen dalenten opzichte van het vorige jaar. Uit het kostprijsonderzoek(2025) is een P×Q prijs gekomen per COVID-vaccinatie.Daarnaast wil het Ministerie van VWS verkennen ofvaccinatieprogramma’s voor volwassenen nog (kosten)ef-fectiever kunnen worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door deuitvoering van de griep- en COVID-19-vaccinatie tecombineren. Naast kostenefficiëntie is ook de toegankelijk-heid van de griep- en COVID-19-vaccinaties een belangrijkaspect binnen deze verkenning.EvaluatieparagraafMonitoring en evaluatie van het COVID-19-vaccinatieprogramma wordt uitgevoerd door het RIVM. Bijlage 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 85113
Documentversies en bestanden
Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.
- Vaccinatiegraadrapport verslagjaar 2025 en voortgang aanpak ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’Actuele officiële versie
- PDF kst-32793-851.pdfDownload ↗
- application/xml kst-32793-851.xmlDownload ↗
- application/x-unknown-content-type kst-32793-851.odtDownload ↗
- text/html kst-32793-851.htmlDownload ↗
- Metadata metadata.xmlOpen metadata ↗
- Metadata metadata_owms.xmlOpen metadata ↗
Bijlagen
- Beslisnota bij Vaccinatiegraadrapport verslagjaar 2025 en voortgang aanpak ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’
- Samenvatting Medische misinformatie ontworteld. Luisteren naar zorgen en kweken van gegrond vertrouwen
- Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland. Verslagjaar 2025
- Medische misinformatie ontworteld. Luisteren naar zorgen en kweken van gegrond vertrouwen
Bij dit hoofddocument
Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie