KamerkringInloggen
Kamerbrief

Vierde voortgangsbrief invoering vrachtwagenheffing (stand van zaken voorjaar 2024)

30 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie fa91e83ae5f24916 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 305MobiliteitsbeleidNr. 465 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 mei 2024Met deze vierde halfjaarlijkse voortgangsbrief wordt de Kamer geïnfor-meerd over de stand van zaken van de invoering van de vrachtwagen-heffing. De invoering van de vrachtwagenheffing heeft twee doelen. Teneerste het laten betalen van binnen- en buitenlands vrachtverkeer voor hetgebruik van de weg, door de omzetting van een vaste belasting (motorrij-tuigenbelasting en Eurovignet) naar een variabele heffing waarbij betaaldwordt per gereden kilometer. Het tweede doel is het innoveren enverduurzamen van de vervoerssector. Hiervoor wordt het tarief van devrachtwagenheffing gedifferentieerd naar de uitstoot van het voertuig énworden de netto-inkomsten van de vrachtwagenheffing ingezet voorinnovatie en verduurzaming van de vervoerssector.In deze voortgangsbrief wordt ingegaan op de stand van zaken metbetrekking tot de realisatie van het heffingssysteem, de financiën, demaatregelen voor innovatie en verduurzaming van de vervoerssector, hetjuridisch kader voor de vrachtwagenheffing en een aantal overigebeleidsontwikkelingen.Realisatie heffingssysteemDe realisatie van het heffingssysteem verloopt volgens planning. Ditbetekent dat de vrachtwagenheffing naar verwachting in 2026 start. RDW,Centraal Justitieel Incassobureau, Rijkswaterstaat en Inspectie Leefom-geving en Transport realiseren in opdracht van IenW het heffingssysteemvoor de vrachtwagenheffing. Daarbij is RDW als centrale uitvoeringsorga-nisatie gepositioneerd.Aanbesteding hoofddienstaanbiederBinnen de uitvoering van de vrachtwagenheffing hebben toldienstaan-bieders een belangrijke rol. Deze dienstaanbieders zijn verantwoordelijkvoor de inning van de heffing bij houders van een vrachtwagen en de kst-31305-465ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4651 afdracht aan de overheid. De afgelopen periode zijn belangrijke stappengezet om ervoor te zorgen dat de dienstaanbieders ruim voor de start vande heffing kunnen starten met het sluiten van dienstverleningsovereen-komsten en het distribueren van de benodigde boordapparatuur. Houdersvan een vrachtwagen kunnen hiervoor terecht bij de hoofddienstaan-bieder (HDA) of een EETS1-dienstaanbieder. De HDA is een toldienstaan-bieder met speciale verplichtingen. De HDA is verplicht om iederegebruiker die zich meldt als klant te accepteren. Hiermee is verzekerd datelke houder van een vrachtwagen over een contract en boordapparatuurkan beschikken, en daarmee aan zijn verplichtingen kan voldoen.De aanbesteding door RDW voor de HDA verloopt voorspoedig. Dedialoogfase is afgerond en het dossier op basis waarvan aanbiederskunnen inschrijven is gepubliceerd. Het contract voor de HDA wordt naarverwachting in de tweede helft van 2024 gesloten.Accreditatie EETS-dienstaanbiedersHouders van een vrachtwagen kunnen er ook voor kiezen om eenovereenkomst te sluiten met een EETS-dienstaanbieder. Dat is eentoldienstaanbieder die, op grond van de EETS-richtlijn2, in meerderelidstaten zijn diensten aanbiedt. Dat maakt het mogelijk dat een houder bijslechts één aanbieder een contract hoeft te sluiten en zo met éénboordapparaat door toldomeinen in verschillende EU-lidstaten kan rijdenen uiteindelijk één factuur krijgt. Op 11 maart 2024 is deEETS-gebiedsverklaring vrachtwagenheffing vastgesteld3 en daarnagepubliceerd4. Dit document bevat de algemene voorwaarden enspecifieke verplichtingen voor de EETS-aanbieders om diensten aan tebieden voor de vrachtwagenheffing.De RDW verwacht in het najaar gereed te zijn om EETS-dienstaanbiederstoe te kunnen laten, ook wel accreditatie genoemd. De verwachtedoorlooptijd voor de accreditatie van een dienstaanbieder is ongeveer 12maanden na aanmelding. Het is aan de dienstaanbieders zelf of enwanneer zij zich aanmelden. Een aantal dienstaanbieders heeft inmiddelshun interesse kenbaar gemaakt.Aanbesteding waarnemingDe tweede aanbesteding die RDW is gestart betreft de inkoop vanwaarnemingsapparatuur met de bijbehorende backoffice. Deze dienstver-lening maakt het mogelijk om vrachtwagens waar te nemen metwegkantapparatuur. Dit is nodig om toe te zien op de naleving van deverplichtingen uit de Wet vrachtwagenheffing. Ook voor deze aanbe-steding is de dialoogfase afgerond en het dossier gepubliceerd op basiswaarvan aanbieders kunnen inschrijven. Het contract voor de waarnemingwordt naar verwachting medio 2024 gesloten.FinanciënVoor de vrachtwagenheffing wordt een nieuw begrotingsartikel ingericht.De budgetten voor de periode 2026–2029 worden gepresenteerd in de1European Electronic Toll Service2Richtlijn (EU) 2019/520 van het Europees parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffendede interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer en terfacilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over niet-betaling vanwegentol in de Unie (PbEU 2019, L 91).3Staatscourant 2024, nr. 82104https://www.vrachtwagenheffing.nl/programma/aanpak-programmaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4652 ontwerpbegroting 2025 die op Prinsjesdag 2024 aan uw Kamer wordtaangeboden.De meerjarige opbrengsten van de vrachtwagenheffing zijn geraamd opbasis van een door het Centraal Planbureau gecertificeerde methodiek.Hierbij wordt uitgegaan van de tarieven zoals opgenomen in hetwetsvoorstel voor de wijziging van de Wet vrachtwagenheffing, zoalsverder toegelicht op pagina 5 van deze brief.De uitgaven voor de vrachtwagenheffing betreffen onder meer deterugbetaling van de invoeringskosten. Het beschikbare budget hiervooris € 400 miljoen (prijspeil 2021) en zal worden geïndexeerd. Deverwachting is dat de invoeringskosten volledig gedekt kunnen worden uithet beschikbare budget. De benodigde middelen zijn vanuit het Mobili-teitsfonds ter beschikking gesteld en worden na invoering van de heffingvanuit de opbrengsten terugbetaald aan het Mobiliteitsfonds. Er zijn geennieuwe inzichten over de raming van de exploitatiekosten. Deze wordendoor de uitvoeringsorganisaties herijkt op basis van de aanbestedingenen geactualiseerd naar huidig prijspeil.Innovatie en verduurzaming van de vervoerssectorIn de derde voortgangsbrief vrachtwagenheffing5 is aangegeven dat hetkabinet in de begroting van het Mobiliteitsfonds voor 2024 € 70 miljoenen voor 2025 € 100 miljoen heeft gereserveerd om de verduurzaming vanhet vrachtvervoer te versnellen.6 In deze voortgangsbrief is uw Kamer ookgeïnformeerd over het bijbehorende definitieve stimuleringspakket voor2024–2025. De middelen worden ingezet voor de aanschafsubsidie voorzero emissie trucks (AanZET), de subsidie voor private laadinfrastructuurvoor bedrijven en voor onderzoek naar het mogelijk maken van ElectricRoad Systems (ERS). Deze maatregelen worden in deze brief toegelicht.De middelen worden na de start van de vrachtwagenheffing vanuit deheffingsopbrengsten terugbetaald aan het Mobiliteitsfonds. Hiermee isinvulling gegeven aan de motie Van Ginneken c.s., waarmee de TweedeKamer het kabinet heeft verzocht te onderzoeken hoe binnen debestaande financiële kaders, voorfinanciering ter verduurzaming van detransportsector mogelijk kan worden gemaakt per 1 januari 2025.7Aanschafsubsidie Zero Emissie TrucksVoor 2024 is een bedrag van € 45 miljoen beschikbaar voor de Aanschaf-subsidie Zero Emissie Trucks (AanZET) en voor 2025 een bedrag van € 55miljoen. Vanaf 26 maart 2024 konden ondernemers hun aanvraag voorAanZET indienen bij RVO. AanZET is de eerste subsidieregeling diegefinancierd wordt vanuit de toekomstige opbrengsten van de vrachtwa-genheffing. Ondernemers konden voor één emissievrije vrachtwagen perdag subsidie aanvragen. Dit om massale overtekening van het budget endaaropvolgende loting te voorkomen. De animo voor subsidie was echterook dit jaar onverminderd groot. Het budget van € 45 miljoen was op dederde dag ruim overtekend met in totaal meer dan 750 subsidieaan-vragen. Meer dan de helft van die aanvragen is gedaan doormkb-ondernemers. Hiermee lijkt de keuze voor de aanvraag van subsidievoor maximaal één emissievrije vrachtwagen per dag het gewenste effectte sorteren, namelijk dat alle ondernemers die dat willen subsidie kunnenaanvragen. Naar verwachting is het budget voldoende om ongeveer 600emissievrije vrachtwagens de weg op te krijgen.5Kamerstuk 31 305, nr. 4366Kamerstuk 36 410 A, nr. 27Kamerstuk 35 910, nr. 15Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4653 In de Voorjaarsnota 2024 zijn aanvullende middelen opgenomen voorAanZET (Kamerstuk 36 550, nr. 1). De middelen zijn enerzijds afkomstig uitde voorfinanciering van de terugsluis en anderzijds betreft het middelendie bedoeld waren voor stimulering van emissievrije bedrijfsauto’s in2025. Voor de besteding van de middelen voor een tweede openstellingdit najaar is de instemming van beide Kamers met de Voorjaarsnota eenvoorwaarde. Ook dan zal gelden dat ondernemers voor één emissievrijevrachtwagen per dag subsidie kunnen aanvragen.Subsidieregeling private laadinfrastructuurDe middelen uit het stimuleringspakket 2024–2025 dragen ook bij aan desubsidieregeling private laadinfrastructuur. Zoals aangekondigd in debrief van 4 maart jl.8 vond van 4 tot en met 31 maart 2024 de internetcon-sultatie van de concept-regeling plaats. Op dit moment worden dereacties van de internetconsultatie verwerkt. Het streven is dat de regelingin het najaar wordt opengesteld. In een separate brief wordt uw Kamernader geïnformeerd over de regionale uitrol van de laadinfrastructuur.Electric Road SystemsElectric Road Systems (ERS) maken het mogelijk om elektrische vracht-wagens tijdens het rijden op te laden. Dit gebeurt met een bovenleidingen stroomafnemer, vergelijkbaar met een trein of trolleybus. Het kabinetonderzoekt de mogelijkheden van ERS. Daarbij wordt gekeken naar detechnische en financiële haalbaarheid. In eerste instantie ligt de focus optwee concrete ERS-trajecten, namelijk tussen de haven van Rotterdam ende haven van Antwerpen én vanaf de Rotterdamse haven naar het Duitseachterland. ERS is een aanvulling op de inspanningen van het kabinetvoor het laden bij bedrijven en langs het hoofdwegennet. Een belangrijkvoordeel van ERS ten opzichte van laadstations is dat er minder piekenzullen zijn in de stroomafname. Dit komt doordat het laden via ERS meergelijkmatig over de dag zal plaatsvinden. Dit kan het elektriciteitsnetwerkontlasten.Zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 18 mei 2022 zijn twee verken-ningen uitgevoerd naar ERS in Nederland.9 Hieruit bleek dat ERS inpotentie een belangrijke bijdrage kan leveren aan de verduurzaming vande vrachtwagensector. Ook is nader onderzocht wat het draagvlak voorERS in de samenleving is.10 Zoals aangegeven in de Kamerbrief van13 juni 2023, heeft het ministerie opdracht gegeven tot een vervolgon-derzoek naar de haalbaarheid op de twee bovengenoemde trajecten.11 Deuitkomsten van dit onderzoek worden in het najaar van 2024 verwacht.In het ontwerpmeerjarenprogramma van het Klimaatfonds 202512 stelt hetkabinet voor om € 20 miljoen in ERS te investeren als uit bovengenoemdehaalbaarheidsstudie blijkt dat er voldoende prikkels voor vervoerders zijnom een ERS-compatible vrachtwagen aan te schaffen. Ook wordt verkendof vanaf 2026 vanuit de netto-opbrengsten van de vrachtwagenheffingeen financiële bijdrage aan de aanleg van ERS mogelijk kan wordengemaakt. De komende maanden zal het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat andere overheden en private investeerders betrekken bij denadere uitwerking van deze voorstellen.8Kamerstuk 31 305, nr. 4469Kamerstuk 31 305, nr. 34010Kamerstuk 31 305, nr. 40611Kamerstuk 31 305, nr. 40612Bijlage bij Kamerstuk 32 813, nr. 1374Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4654 Conform de Wet vrachtwagenheffing worden de netto-opbrengsten vande vrachtwagenheffing ingezet om (subsidie)maatregelen te bekostigenvoor de innovatie en verduurzaming van de vervoerssector en worden demaatregelen momenteel uitgewerkt in een meerjarenprogramma voor dejaren 2026–2030. Vaststelling van het Meerjarenprogramma is naarverwachting aan een nieuw kabinet.Juridisch kaderWet vrachtwagenheffingOp 1 januari 2023 is de Wet vrachtwagenheffing (gedeeltelijk) inwerkinggetreden. Voor de start van de vrachtwagenheffing moet de wet gewijzigdworden. Dit is nodig vanwege gewijzigde regels voor tolheffing vanuit deEuropese Unie.13 Bij de realisatie van het heffingssysteem wordtgeanticipeerd op de wijzigingen. De belangrijkste wijziging betreft detariefstructuur. De tarieven moeten op basis van de gewijzigde richtlijngebaseerd worden op de CO2-emissieklasse van het voertuig. In lijn methet uitgangspunt van de huidige Wet vrachtwagenheffing blijft hierbij hetgemiddelde tarief ongewijzigd (uitgezonderd inflatiecorrectie). Ditbedraagt 16,7 cent per kilometer in prijspeil 2023 (15 cent per kilometer inprijspeil 2019).In de vorige voortgangsbrief is de Kamer geïnformeerd over de voortgangvan de wijziging van de Wet vrachtwagenheffingen de voorkeursvariantvoor de tariefstructuur.14 Inmiddels is de consultatiefase afgerond en ishet wetsvoorstel voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad vanState. De verwachting is dat het wetsvoorstel eind 2024 wordt aange-boden aan uw Kamer. Om te voldoen aan de gewijzigde Europesetolheffingsregels en om duidelijkheid te geven aan de uitvoerendeorganisaties is het wenselijk om de parlementaire behandeling ruim voorde start van de vrachtwagenheffing af te ronden.Onderliggende regelgevingOnderliggende regelgeving bij de Wet vrachtwagenheffing moet eeneffectieve toepassing van de wet in de praktijk mogelijk maken. Hiervoorzijn het Besluit vrachtwagenheffing en de Regeling vrachtwagenheffingopgesteld.Op 1 januari 2024 is het Besluit vrachtwagenheffing in werking getreden.15In dit besluit zijn regels met betrekking tot het verlenen van eenontheffing, het toezicht op de naleving van de Wet vrachtwagenheffing ende verwerking van persoonsgegevens opgenomen. Ook is in het besluitvastgelegd welke voertuigdocumenten een houder bij het sluiten van eendienstverleningsovereenkomst moet overleggen aan een dienstaanbieder.Omdat met de wijziging van de Wet vrachtwagenheffing de tarieven medegebaseerd worden op de CO2-emissieklasse van een vrachtwagen, zal hetbesluit op dit punt aangepast moeten worden. De planning is om deinternetconsultatie voor deze wijziging te starten op het moment dat hetwetsvoorstel voor de wijziging van de Wet vrachtwagenheffing isaangeboden aan de Kamer.13Richtlijn (EU) 2022/362 van het Europees parlement en de Raad van 24 februari 2022 totwijziging van de Richtlijnen 1999/62/EG, 1999/37/EG en (EU) 2019/520 betreffende het inrekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan voertuigen(Pb EU 2022, L 69/1).14Kamerstuk 31 305, nr. 43615Staatsblad 2023, 318Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4655 Op 3 mei 2024 is de Regeling vrachtwagenheffing gepubliceerd.16 Hierinzijn onder andere regels gesteld voor het bepalen van het begin en eindvan wegvakken waarop de vrachtwagenheffing geldt. Dit is van belangvoor de registratie van de gereden kilometers. Daarnaast is in de regelingeen termijn vastgesteld waarbinnen boordapparatuur moet zijn vervangenin het geval dat deze gestolen of defect is. Deze termijn is vastgesteld opdrie uur. De vervangingstermijn van drie uur geeft de houder degelegenheid om bijvoorbeeld eerst zijn lading af te leveren om daarnavoor vervangende boordapparatuur te zorgen. Hij kan hiervoor terecht bijzijn dienstaanbieder.BeleidsontwikkelingenBeëindiging EurovignetWanneer de vrachtwagenheffing start, betalen houders van een vracht-wagen niet langer belasting zware motorrijtuigen (bzm) en wordt demotorrijtuigenbelasting (mrb) verlaagd tot het wettelijk minimum. In deWet vrachtwagenheffing (artikel 29) is opgenomen dat de Wet belastingzware motorrijtuigen wordt ingetrokken en het heffen van het Eurovignetwordt beëindigd. Dit artikel treedt in werking op het moment dat devrachtwagenheffing start.Om te kunnen stoppen met het heffen van het Eurovignet moet negenmaanden van tevoren een schriftelijke mededeling worden gedaan aan dedepositaris van het Eurovignetverdrag bij de Europese Commissie.17 Erwordt dan medegedeeld vanaf welke datum Nederland zal afzien van hetheffen van het gebruiksrecht (het Eurovignet). De inzet is dat de vrachtwa-genheffing op dezelfde datum start.Met het afzien van het heffen van het Eurovignet wordt het Eurovignet-verdrag overigens niet opgezegd. De daadwerkelijke opzegging van hetEurovignetverdrag zal na de start van de vrachtwagenheffing in gangworden gezet.Plan van aanpak monitoring en evaluatie uitwijkDe wegen waarop de vrachtwagenheffing gaat gelden zijn zorgvuldiggekozen. Als uitgangspunt is gehanteerd dat de vrachtwagenheffingwordt geheven op alle autosnelwegen en wegen waarop naarverwachting substantiële uitwijk plaats zal vinden als gevolg van eenvrachtwagenheffing op de autosnelwegen. Hierbij is gebruik gemaakt vanmodelstudies die zijn verrijkt met kennis en ervaring van wegbeheerdersen de vervoerssector.Het is niet uit te sluiten dat de praktijk zal afwijken van de verwachtingenop basis van het uitgevoerde onderzoek. Daarom wordt het vrachtverkeervoor en na de invoering van de vrachtwagenheffing gemonitord. Alsdaaruit blijkt dat er in de praktijk toch ongewenste uitwijk optreedt,kunnen er maatregelen getroffen worden. Zo kan ervoor gekozen wordenom op een weg waar vrachtwagens naar uitwijken, voortaan ook devrachtwagenheffing te laten gelden.Op 8 maart 2024 is na samenwerking met de regio een plan van aanpakvastgesteld voor het proces van monitoring en evaluatie van eventuele16Staatscourant 2024, 1372817op grond van artikel 17 van het EurovignetverdragTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4656 uitwijk van vrachtverkeer.18 Het plan beschrijft het proces en de afsprakenom te bepalen of het uitwijkend vrachtverkeer wordt veroorzaakt door devrachtwagenheffing. Ook beschrijft het plan hoe de besluitvorming overeventuele maatregelen plaats kan vinden.Tot slotHet afgelopen halfjaar zijn weer belangrijke stappen gezet op weg naar destart van de vrachtwagenheffing. Zo zijn de aanbestedingen voor derealisatie van het heffingssysteem in volle gang en is het wetsvoorstelvoor de wijziging van de Wet vrachtwagenheffing voor adviseringaangeboden aan de Raad van State. Ook is de Aanschafsubsidie ZeroEmissie Trucks dit voorjaar opengesteld voor de innovatie en verduur-zaming van de vervoerssector. In het najaar kunt u de volgende voort-gangsbrief verwachten.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. Harbers18https://www.vrachtwagenheffing.nl/documenten/publicaties/2024/05/24/plan-van-aanpak-voor-de-inrichting-van-het-monitoring--en-evaluatieproces-van-uitwijkverkeer-ten-gevolge-van-de-vrachtwagenheffingTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4657

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6f2200ffa37b37ea

14 okt 2026 · d23ca091c5e73fe9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.