Reactie op verzoek commissie over het onderzoek van de stichting Natuur & Milieu en Sweco inzake het ‘Tekort aan groen in Nederlandse steden’
Brontekst
Versie 8184afbc2889980a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202534 682Nationale OmgevingsvisieNr. 212 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 maart 2025Op 29 januari 2025 heeft de commissie voor Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening mij gevraagd te reageren op de brief en hetonderzoek van de stichting Natuur & Milieu en Sweco over het «Tekortaan groen in Nederlandse steden». Dit ten behoeve van het commissie-debat RO op 13 maart a.s. Dit rapport is op 9 december 2024 gepubli-ceerd. Met deze brief deel ik mijn visie op stedelijk groen en de aan mijverzochte reactie op de conclusies en aanbevelingen in het desbetreffenderapport.Visie op stedelijk groenBelangrijk voor leefbaarheid en welzijnGroene ruimte in en om de stad is belangrijk voor het welzijn vaniedereen en voor de leefbaarheid van zowel nieuwe als bestaandewoongebieden. Groen is aantrekkelijk om te recreëren, te bewegen en teontmoeten. Het voegt kwaliteit toe aan de leefomgeving en kan eenbelangrijke vestigingsfactor zijn. Groen is onderdeel van het dagelijkseleven: een korte wandeling via de groene singel naar de bakker, koffie-drinken in het park met een vriend of een wandeling met je familie doorhet bos of in de polder. Zo helpt groen mensen fysiek en mentaal fit tehouden en draagt het bij aan het sociale contact.Het gaat daarbij zowel om groen in de stad als groene ruimte buiten destad en om openbaar én privaat groen (inclusief gevelgroen en groen opdaken).Openbaar én privaatZowel openbaar als privaat groen zijn belangrijk voor stedelijk groen. Hetzijn met name de toegankelijkheid en de zichtbaarheid, die bepalend zijnvoor de betekenis van groen in de leefomgeving. kst-34682-212ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 682, nr. 2121 Toegankelijkheid is van betekenis voor de gebruikswaarde van het groen:voor recreatie, ontmoeten, spelen, bewegen en sporten. Dat geldt vooropenbaar groen, maar we zien ook steeds meer groene private terreinen,die publiek-toegankelijk zijn, zoals het Dakpark in Rotterdam.Daarnaast worden de beleving van groen en de bijdrage aan eenkwalitatief aantrekkelijke leefomgeving over het algemeen niet beperktdoor eigendomsgrenzen en de toegankelijkheid van groen. Het groen inde voortuin draagt bij aan een groen straatbeeld, (collectieve) binnen-tuinen bepalen het uitzicht vanuit bovenwoningen en het zicht op hetlandelijk gebied is onderdeel van het uitzicht van nieuwe hoogbouwont-wikkelingen.Verschillende schaalniveausBij beleving en gebruik van groen gaat dus over het groen bij de voordeurtot aan het buitengebied. Groene ruimte moet daarom op verschillendeschaalniveaus worden bezien: van straat tot (boven)regionaal en alleschaalniveaus daartussen. Niet op al deze niveaus hoeft noodzakelij-kerwijs evenveel groen aanwezig te zijn om toch een prettige leefom-geving te creëren en invulling te kunnen geven aan de verschillendefuncties die binnen- en buitenstedelijke groene ruimte vervult. Ook dekwaliteit van het groen en goede verbindingen tussen de stad en hetbuitengebied met prettige routes voor fietsers en voetgangers kunnenhieraan bijdragen.Voorwaarde voor verstedelijking en woningbouwInvesteren in groen is een belangrijke voorwaarde voor verstedelijking enwoningbouw. Groen draagt bij aan de toekomstbestendigheid enleefbaarheid van de leefomgeving van zowel de nieuwe als de bestaandebewoners van steden en dorpen. Het is onderdeel van complete gebieds-ontwikkelingen.Ik heb hierover daarom bij de Woontop 2024 ook afspraken gemaakt i.r.t.de doelstelling om jaarlijks vergunningen te verlenen voor 100.000woningen. Naast ontsluiting, ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid en debenodigde voorzieningen, zetten we in op toekomstbestendigenieuwbouw, die voldoet aan de kwaliteitsstandaarden ten aanzien vanduurzaamheid, drinkwatervoorzieningen, klimaatadaptatie, natuur,energiezuinigheid, bereikbaarheid, gezondheid, etc. Groen is een middeldat voor meerdere van deze doelstellingen kan worden ingezet.Gemeenten zijn daarbij primair aan zet om te zorgen voor voldoendestedelijk groen in de fysieke leefomgeving.Combineren met andere doelen en meervoudig ruimtegebruikNaast leefbaarheidsaspecten draagt groen bij aan andere dingen,bijvoorbeeld een veilige, klimaatadaptieve leefomgeving. Groen isdaarvoor een effectief en betaalbaar middel. Ook kan groen met de juistekeuzes in soorten en beheer bijdragen aan een toename van biodiversiteit.Voor beiden geldt: zowel op openbaar als privaat terrein en in én om destad.Groene ruimte is multifunctioneel: meerdere functies kunnen op dezelfdevierkante meter een plek krijgen zoals combinaties van ruimte voorwaterberging, verkoeling, spelen en ontmoeten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 682, nr. 2122 Inzet van het RijkGemeenten blijven aan zetDe groenopgave in en om bebouwd gebied is in de eerste plaats deverantwoordelijkheid van de gemeenten en eigenaren van gronden enpanden. Gemeenten zien het belang ervan. Deels pakken ze hun taak al open velen hebben de ambitie om dat te gaan doen. Sommigen met veelkennis en inzet, anderen met minder. Dat is ook de reden dat we als Rijkvooral een faciliterende rol innemen. Samen met LVVN ondersteunen wede lokale overheden bij de aanpak van de groenopgave in en ombebouwd gebied, zodat niet iedere gemeente het wiel zelf moet uitvinden.Er is al een handreiking Groen in en om de stad voor gemeenten, die inmei 2024 met uw Kamer is gedeeld, en we doen onderzoek naar financie-ringsmogelijkheden. De handreiking sluit aan op de doelstellingen van deEU verordening natuurherstel: geen afname van stedelijk groen en is éénvan de maatregelen die we hiervoor inzetten.Samenwerking met de regioOp het hogere schaalniveau wordt de opgave van groen in en om de stadmeegenomen in gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies en werkenwe samen met de regio aan de ruimtelijke voorstellen van de provinciesen ontwikkelperspectieven van de NOVEX verstedelijkingsgebieden.Voortzetten van onze huidige samenwerkingWe zetten onze bestaande samenwerking met diverse gemeentes,provincies en andere partijen de komende tijd voort binnen de huidigeaanpak voor de doorontwikkeling van GIOS. Op dit moment zie ik dan ookgeen noodzaak tot het opzetten van een nieuw Nationaal programma.EU NHV artikel 8Op het gebied van stedelijk groen stelt de verordening dat lidstaten tot enmet 2030 netto achteruitgang van de totale nationale hoeveelheidstedelijke groene ruimte en stedelijke boomkroonbedekking moetenvoorkomen (ten opzichte van 2024). Stedelijk groen omvat daarbij zowelopenbare groene ruimte als ook de private groene ruimte, inclusiefvergroening van daken en gevels binnen de stedelijke ecosysteemge-bieden. Na 2030 wordt gevraagd om een positieve ontwikkeling, waarvoorde lidstaten de bevredigende niveaus en de termijn waarop deze wordenbereikt voor beide indicatoren eind 2030 vaststellen.Uitgangspunt van dit kabinet is dat geen koppen op nationaal beleid en zomin mogelijk nieuwe eisen en regels ontstaan. Ik ben daarom dan ookgeen voorstander van groennormen en wil dan ook benadrukken dat hetRijk momenteel geen groennorm of richtlijn hanteert en ook nietvoornemens is die te gaan hanteren.Daarnaast ontvangen wij over het algemeen het signaal van gemeentendat zij geen voorstander zijn van een landelijke norm maar ruimte willenhebben om hun opgave af te stemmen op de eigen lokale context. Eenlandelijk verplichte norm leidt wat hen betreft tot een te lage ambitie,omdat deze altijd haalbaar moet zijn. Een ambitieuze norm kan daaren-tegen vertragend werken in de gebiedsontwikkeling of zelfs op slot zetten.Dit willen we voorkomen.In het kader van het vormgeven aan artikel 8 uit de EU NHV ben ikvoornemens om met stakeholders waaronder gemeenten als primairverantwoordelijken voor (openbaar) stedelijk groen nader in gesprek teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 682, nr. 2123 gaan. Daarmee wil ik ook invulling geven aan de motie Kostic en Kröger1,die mij verzoekt om in gesprek te gaan met gemeenten over eengezamenlijke aanpak voor groen en klimaatadaptatie.FinancieringAanleg en onderhoud van openbaar stedelijk groen kost geld. Deverantwoordelijkheid voor de financiering hiervan ligt ook bij gemeenten.Er zijn vanuit het kabinet op dit moment geen specifieke middelen voorstedelijk groen gereserveerd. Voor woningbouw noodzakelijke maatre-gelen die groen in de stad introduceren kunnen in het geval waarin ditleidt tot een publieke onrendabele top mogelijk deels gedekt worden uithet gebiedsbudget of andere middelen die bestemd zijn voorwoningbouw.We ondersteunen gemeentes wel door aanvullend onderzoek te doen naarde baten van groen en financieringsmogelijkheden voor nieuwe gebieds-ontwikkelingen en de bestaande stad, en de kennis hierover te delen.Conclusies en boodschap van het onderzoeksrapportNatuur & Milieu en Sweco hebben onderzoek gedaan naar de ontwik-keling van de hoeveelheid openbaar stedelijk groen op buurtniveau in 32gemeenten met (grotere) steden in de periode 2019–2024. In het rapport«Tekort aan groen in Nederlandse Steden» geven zij het signaal af datmeer dan de helft van de onderzochte buurten volgens de gehanteerdecriteria niet voldoende groen heeft en dat groen niet meegroeit met hetaantal woningen.Deze boodschap is gebaseerd op de volgende conclusies:1.Er heeft tussen 2019 en 2024 een absolute afname van 2,5%plaatsgevonden van de kwantitatieve hoeveelheid stedelijk groeneopenbare ruimte in de buurten van 30 van de 32 grootste gemeentenin Nederland. In dezelfde periode zijn aan deze buurten in totaal234.000 woningen toegevoegd.2.Het gemiddeld aantal m2 openbaar stedelijk groen per huishouden indeze buurten is in diezelfde periode afgenomen met 24,2%.3.Er is in deze buurten in 2024 (t.o.v. 2019) minder openbare ruimte(-0,4%) en meer private ruimte (+0,6%).4.In 2024 is 54% van de buurten in de 32 grootste gemeenten versteendvolgens de in het onderzoek gehanteerde criteria; 3,6 miljoen mensenwonen in een versteende buurt. Dit is een toename van 7% t.o.v.2019.NB: 70% van de buurten in de G4 is in 2024 versteend.De gehanteerde criteria voor verstening in dit onderzoek zijn:Cer is minder dan 75 m2 openbaar groen per huishouden aanwezigin de buurt, en/ofCer is minder dan 1 ha aaneengesloten openbaar groen aanwezigin de buurt.Natuur & Milieu en Sweco verzoeken het Rijk en gemeenten om verdereverstening te voorkomen. Zij vragen aandacht voor vergroening bijnieuwbouw, maar ook voor de vergroening van de meest versteendewijken. Zij doen in het rapport de volgende aanbevelingen voor de aanpakvan het Rijk:–Opzetten van een nationaal programma met voldoende middelen,waarbij het bestaande programma GIOS ingezet en uitgebreid wordtmet haalbare doelen en afspraken over de te realiseren doelen.–Maak groennormen verplicht via het Bkl.1Kamerstuk 32 813, nr. 1432Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 682, nr. 2124 –Kwantificeer de baten van vergroening en maak een instrument ombaten af te romen t.b.v. vergroening door gemeenten.Reactie op de conclusies en aanbevelingen van het onderzoeks-rapportDit onderzoek is één van de voorbeelden waaruit de grote betrokkenheidblijkt bij het thema groen van gemeentes, provincies, kennisinstellingenen onderzoeks- en ontwerpbureaus. Ik waardeer de aandacht en inzethierop van Sweco en Natuur & Milieu. Het onderzoek en de aanbeve-lingen leiden niet tot een gewijzigde inzet vanuit het Rijk. Die blijftconform de toelichting die ik hier eerder in deze brief op heb gegeven.Ook wil ik een aantal kanttekeningen plaatsen bij het onderzoek.Verschil in scopeHet onderzoek gaat alleen over de openbare ruimte van de buurten in de32 grootste gemeenten in Nederland. Deze scope wijkt af van debenadering van het Rijk en artikel 8, waar openbaar én privaat groen enmeerdere schaalniveaus worden meegenomen. Daarnaast is artikel 8 EUNHV van toepassing op een veelvoudig aantal gemeenten in Nederlanddan de 32 in het onderzoek van Sweco en Natuur & Milieu. Daarbij horenook veel gemeenten met kleine en middelgrote kernen, met een kleinereverstedelijkingsopgave. De vraag is in hoeverre de onderzoeksresultatenook voor hen representatief zijn.Relatief beperkte afname i.r.t. de verstedelijkingsopgaveIn het onderzoek wordt een afname van stedelijk groen in de openbareruimte geconstateerd: zowel absoluut (-/-2,5%) als per huishouden(-/-24,2%). Het gaat om de gemeenten waar een groot aandeel van deverstedelijkingsopgave landt; in diezelfde periode zijn daarom ook 234.000woningen toegevoegd aan deze buurten. Het openbaar groen is in dezebuurten niet meegegroeid met de verstedelijking of de realisatie van hetgroen heeft nog niet plaatsgevonden, maar de absolute afname van groenin de openbare ruimte binnen deze buurten is relatief. Het is uiteraardonwenselijk dat deze trend zich voortzet.Dat er een afname heeft plaatsgevonden, wil niet direct zeggen dat er eenkritieke situatie op het gebied van leefbaarheid optreedt. Er zijn ookbuurten waar na een afname van groen nog steeds ruim 75 m2 groen perwoning is.Verschuiving van openbaar naar privaat terreinWe stimuleren vanuit het Rijk meervoudig ruimtegebruik. In dezestapeling van functies wordt ook groen als opgave meegenomen. We ziensteeds meer gebouwen met groene (toegankelijke) daken. Ook blijft er bijgebiedsontwikkelingen vaker meer grond in privaat eigendom met alsvoordeel dat kosten voor beheer en onderhoud verschuiven van degemeente naar de grondeigenaar of eigenaren.Openbaar groen uit 2019, dat o.b.v. de uitgangspunten van het onderzoekverdwenen is, kan in de praktijk dus zijn behouden maar in 2024 dusprivaat zijn geworden. Het meenemen van private groene ruimte zoumijns inziens dan ook leiden tot een completer beeld van de situatie m.b.t.stedelijk groene ruimte.Gehanteerde criteria groennormIn het onderzoek wordt o.b.v.de gehanteerde criteria ook geconstateerddat veel buurten binnen de 32 onderzochte gemeenten versteend zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 682, nr. 2125 Voor de beoordeling hiervan is een voormalige richtlijn uit de NotaRuimte (nationale structuurvisie onder de Wro) van 2004 als criteriumgenomen, waarin het Rijk medeoverheden vroeg rekening te houden metde realisatie van 75m_ groen per woning bij uitleglocaties. In deze NotaRuimte werd geen onderscheid aangegeven tussen privaat en openbaargroen en het schaalniveau waarop dit groen gerealiseerd moest worden.Deze richtlijn is niet opgenomen in de vigerende nationale omgevings-visie (NOVI).Vertrouwen in de toekomstTot slot zie ik ook heel veel goede dingen gebeuren, die ik wil benoemen.Steeds meer gemeenten zijn bezig met het formuleren van groenambitiesen de borging hiervan binnen hun eigen beleid. Zo zijn de gemeentenGroningen en Enschede aan de slag gegaan met de handreiking GIOS omte sturen op groen en hun ambitie te bepalen. Er gaat uiteraard tijdoverheen voordat we de resultaten daarvan ook terug zien in gereali-seerde projecten. Maar ook die mooie voorbeelden zijn er: bijvoorbeeld deGroene Loper in Maastricht, Cartesiusdriehoek in Utrecht en de (her)ont-wikkeling van Havenstad in Amsterdam naar een gemengd woonwerk-gebied, waar juist grote slagen zijn en worden gemaakt in de ontsteningvan de buitenruimte. Daarnaast zijn er succesvolle acties door particu-lieren, zoals Tegelwippen. Klein gestart in 2020 met inmiddels als resultaatdat ruim 14 miljoen m2 (= 263 voetbalvelden) verharding is omgezet naargroen op openbaar en privaat terrein.Deze mooie voorbeelden geven mij vertrouwen voor positieve ontwikke-lingen in de toekomst.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 34 682, nr. 2126
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.