KamerkringInloggen
Kamerbrief

AMvB Werkbedrijven

7 nov 2014 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 580d45d637e02d35 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2014–2015 33 161Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere wetten gericht op bevordering deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen en harmonisatie van deze regelingen (Invoeringswet Participatiewet) Nr. 194 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 november 2014 Tijdens de behandeling van de Participatiewet op 18 februari jl. (Hande-lingen II 2013/14, nr. 55, item 25) in uw kamer heeft de heer Van Weyenberg gevraagd hoe ik aannkijk tegen de wens om de algemene maatregel van bestuur Werkbedrijven voor te hangen bij de Tweede Kamer. In mijn antwoord heb ik aangegeven dat een voorhangprocedure op zichzelf tot vertraging leidt en zo’n drie maanden kost, terwijl we graag willen dat men snel aan de slag kan. Daarom heb ik voorgesteld de kamer schriftelijk te informeren over de inhoud van de algemene maatregel van bestuur, zodat deze met de Kamer kan worden besproken. Die toezegging doe ik hierbij gestand. De AMvB Werkbedrijven (Besluit houdende wijziging van het Besluit SUWI met het stellen van regels voor de regionale samenwerking tussen colleges, UWV en werknemers- en werkgeversorganisaties) bevat een aantal regels waaraan de regionale samenwerking tussen colleges, UWV en werknemers- en werkgeversorganisaties moet voldoen. Het is 17 oktober jl. gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2014, nr. 366). Het doel van het besluit is het laten ontstaan van regionale samenwer-kingsverbanden, die op praktische en werkbare wijze zonder onnodige bureaucratie invulling geven aan een eenduidige regionale aanpak voor bedrijven en voor mensen met een arbeidsbeperking. Hiermee worden kansen op succesvolle plaatsing vergroot. Daarbij wordt aangesloten op al bestaande regionale infrastructuur zoals werkpleinen en werkgeversser-vicepunten en wordt gebruik gemaakt van expertise bij gemeenten en UWV. kst-33161-194ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 33 161, nr. 1941 Het besluit komt voort uit de afspraak in het sociaal akkoord van 11 april 20131 dat sociale partners samen met gemeenten regionale Werkbe-drijven oprichten. In de uitwerking van deze afspraak in de Werkkamer (het overlegorgaan op landelijk niveau van de betrokken partijen) is vervolgens afgesproken om de vorming van de 35 regionale Werkbe-drijven in regelgeving te verankeren. Voor een succesvolle uitvoering van de Participatiewet is het van belang dat partijen in de regio tijdig aan de slag gaan. De regio moet goed uitgerust zijn om mensen naar werk toe te leiden als de Participatiewet in werking treedt. Daarom is het wenselijk dat partijen vóór 1 januari samenwerkingsafspraken hebben gemaakt en een marktbewerkingsplan hebben opgesteld. Ik vind het van belang om in de transitiefase partijen in de regio te ondersteunen. Daarom stel ik tijdelijk middelen beschikbaar aan de 35 arbeidsmarktregio’s voor de inrichting van de regionale Werkbedrijven. Voor elk van de 35 Werkbedrijven is 1 miljoen euro gereserveerd. Het bedrag gaat via een decentralisatieuitkering van het gemeentefonds naar de centrumgemeenten. Het komt als volgt beschikbaar: € 3,5 miljoen in 2014, € 17,5 miljoen in 2015 en € 14 miljoen in 2016. Met de middelen worden gemeenten gefaciliteerd om samen met UWV en sociale partners, en betrokkenheid van andere partijen (zoals sw-bedrijven, onderwijs en cliëntenraden), de regionale uitvoering goed in te richten. De arbeidsmarktregio’s krijgen met deze middelen een extra ondersteuning voor het opstellen van een robuust marktbewerkingsplan, de ontwikkeling van een eenduidig basispakket aan instrumenten, een goede vormgeving van de transparantie van het arbeidsaanbod en de vacatures, en de inrichting van een adequate werkgeversdienstverlening. De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. Klijnsma1Kamerstuk 33 566, nr. 15.Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 33 161, nr. 1942

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 80ce4592f979cccc

14 okt 2026 · 793f9e7d8272442b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.