Uitkomsten van het onderzoek huurdersparticipatie
Brontekst
Versie 80cdaa6b1c95028a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 27 926Huurbeleid 29 453Woningcorporaties Nr. 268 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 6 oktober 2016 Zoals ik tijdens het Algemeen Overleg over de Staat van de Volkshuis-vesting op 25 mei 2016 (Kamerstuk 32 847 en 27 926, nr. 261) heb toegezegd, stuur ik u bij brief de resultaten van het onderzoek «Huurders-participatie in beeld»1 waarin de stand van zaken van de huurderspartici-patie in de corporatiesector naar aanleiding van de Woningwet 2015 is onderzocht. Uit het onderzoek komt naar voren dat de herziene Woningwet in de ogen van betrokkenen de zeggenschap van huurders in de praktijk heeft vergroot. De betrokkenheid van huurders heeft meerwaarde volgens alle betrokken partijen. Huurdersorganisaties geven aan tevreden te zijn over de scholing, ondersteuning, faciliteiten en middelen die aan hen ter beschikking worden gesteld. Ook zijn zij tevreden tot zeer tevreden over het overleg met de corporatie en ervaren zij (toegenomen) invloed op het corporatiebeleid. De Wet op het overleg huurders verhuurder en Woningwet bieden een stok achter de deur, maar huurders geven aan dat het uiteindelijk om de onderlinge relatie gaat. Volgens sommige respondenten moet beter rekening worden gehouden met het feit dat huurdersorganisaties uit vrijwilligers bestaan. Het proces rondom prestatieafspraken vergt tijd, kennis en deskundigheid. Huurders-organisaties moeten in hun rol kunnen groeien. Volgens het onderzoek liggen oplossingen niet zozeer in het verder formaliseren van de partici-patie, maar vooral in begeleiding, training en werken aan vertrouwen. Over deze ontwikkelpunten ga ik graag met partijen in gesprek. Dit najaar organiseer ik een symposium waar de respondenten worden uitgenodigd verder door te spreken over de ontwikkeling van huurdersparticipatie. 1Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl kst-27926-268ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 27 926, nr. 2681 Daarnaast ga ik met Woonbond, Aedes en VNG in gesprek om te onderzoeken welke mogelijkheden en vormen denkbaar zijn voor aanvullende vormen van participatie. De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. BlokTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 27 926, nr. 2682
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.